Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 1 mei 2011

CARRÉ SAINT-LOUIS


Ingesloten tussen rue de la Grange aux Belles, rue Juliette Dodu, avenue Claude Vellefaux, rue Alibert en de rue Bichat ligt het meer dan 400 jaar oude ziekenhuis Saint-Louis (Hôpital Saint-Louis). De eerste steen werd gelegd door koning Henri de IV en vernoemde het ziekenhuis naar Saint Louis om dat die aan de pest was overleden. Het gebouw werd gefinancierd uit een deel van het koninklijk monopolie op de handel in zout. We schrijven de 16e en 17e eeuw. De Zwarte Dood  ook wel bekend als de oosterse pest of builenpest, ontleende haar naam aan het oosten. Verondersteld werd dat de ziekte ontstaan was in het oosten en vanuit Nederland naar Londen en Parijs was gebracht. Dit ziekenhuis, gelegen buiten de stad, diende om het Hôtel Dieu op Ile de la Cité in tijden van de pest  te ontlasten.  Midden in de nacht werden de zieken, herkenbaar aan een zwarte tong,  ontstoken builen, klierzwellingen en zwarte vlekken, met karren en kruiwagens vervoerd. Oorspronkelijk had het Hôpital Saint-Louis slechts 300 bedden. Als de pest woedde, deelden twee of drie slachtoffers een bed. Tussen de epidemieën door werd het ziekenhuis gebruikt als verblijf voor bedelaars en vagabonds. Van 1731 tot 1740 als tarweopslag en sinds 1773 is het ziekenhuis permanent gebruik en een van de 22 openbare ziekenhuizen binnen de grenzen van Parijs. Aan de pest heeft het ook zijn specialisatie te danken. Het was het eerste ziekenhuis in de wereld gespecialiseerd in Dermatologie. 

Het oude gedeelte lijkt sinds zijn bouw in 1607 praktisch onveranderd. In het centrum een prachtige binnentuin met veel bomen, gras, verharde paden en bloemperken. Het Carré Saint-Louis, omgeven door gebouwen opgetrokken uit natuursteen en baksteen met steile daken en dakkapellen. De tijd lijkt hier stil te staan. Deze voor Parijs bijzondere bouwstijl is ook te zien op de place Dauphine en de place des Vosges.  Dit nauwelijks bekende complex uit de 17e eeuw is een bezoek meer dan waard. Bezoek ook de kapel, open op woensdag, donderdag en vrijdag van 14.30 uur tot en met 16.30 uur. In het weekend is de binnentuin niet toegankelijk. (Metro Goncourt, lijn 11) 
Liefhebbers kunnen nog een bezoek brengen aan het Musée des Moulages Dermatologiques (museum van dermatologische afgietsels) binnen de muren van het Hôpital Saint-Louis. Een buitengewone ervaring, maar zeker niet een die ik zou aanraden aan iedereen! Het zicht dat u begroet als u de deuren open duwt is opmerkelijk. Een grote rechthoekige kamer met aan alle vier de kanten een dubbel niveau van houten vitrines met letterlijk duizenden afgietsels. De vroegste dateert uit 1867 en de meest recente 1958 maar alle delen zijn gruwelijk gedetailleerd. De collectie bevat volledige hoofden, mond, tongen, neuzen (of gebrek aan), armen, voeten... en meer intieme delen van het lichaam. Voor een bezoek wendt u zich tot:  biblio.dermato@sls.aphp.fr.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten