Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 17 juli 2011

RUE LEPIC; DE AANLOOPROUTE VOOR MONTMARTRE

Vandaag neem ik u mee naar een van mijn favoriete marktstraatjes in Parijs. De straat is altijd levendig door een rare mix van winkeltjes, voedselspeciaalzaken en horecagelegenheden.  De eigenlijke marktstraat begint bij de place Blanche met een recht stuk, om bij de kruising met de rue des Abesses  een bocht te maken naar links. Langzaam en steil brengt dit deel van de rue Lepic je naar de place Jean-Baptiste-Clément  op nog geen minuut lopen van de place du Tertre. In de tijd van Napoleon, 1789, werd het zelfde tracé gebruikt als aanlooproute voor de kanonnen.  Daarna werd het gebruikt als dè aan- en afvoerweg voor de karren, die het gips uit de groeven van la Butte naar de place Blanche brachten, om van daaruit verder vervoerd te worden naar de bouwplaatsen in Parijs.  Blanche is ook synoniem voor het witte stof dat elke dag weer opwaaide vanuit de karren.
   

Pas in 1864 kreeg de rue Lepic zijn huidige naam. Genoemd naar  de Franse generaal Louis Lepic (1765-1827). Daarvoor heette de straat rue de l'Empereur, rue Ravignan en Chemin Neuf. Vooral in de ochtend staat het eerste gedeelte vol met marktkramen van de maar liefst 21 speciaalzaken: Boulangeries, pâtisseries, charcuteries, triperie, traiteurs, chocolatiers, confiseurs en supermarchés (bakkers, banketbakkers, slagers, speciaalzaak voor ingewanden, kant en klaar maaltijden, chocolade- en suikerbakkers en supermarkten). Op de weg naar boven vind je 5 cafés waaronder café des Deux Moulins op nummer 15, op de hoek van de rue Cauchois. Een groot deel van de opnamen van de met 5 Oscars genomineerde film "Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain" werden hier gemaakt. Je herkent meteen de fraaie neonarmaturen, de formica tafeltjes en de ingang van de toiletten waar hèt allemaal gebeurde.


Hier ben ik begonnen aan het aperitief voordat ik in de middag aanschoof voor de lunch in een van de 19 restaurants in deze straat. In 1909 opende Père Delcroix zijn restaurant à la Pomponnette op nummer 42. Al snel werd het restaurant hèt stamcafé voor marktkooplieden en kunstschilders, waaronder de befaamde tekenaar Francisque Poulbot, die zich er op toelegde om de kinderen van Montmartre te tekenen, en de Franse kunstschilder Eugène Paul. Originele tekeningen en schilderijen hangen in het café en restaurant. Waarschijnlijk als betaling voor de vele drankjes en genoten maaltijden. Het interieur van het café en restaurant is sinds 1908 ongewijzigd en het etablissement wordt inmiddels gerund door Claude Moureau en zijn dochters Dominique en Catherine, de vierde generatie. De vijfde generatie is nog klein en wordt gevormd door de kinderen Julien, Arnaud, Laura en Gregory. Dit familierestaurant, meer dan 100 jaar oud is een van mijn juweeltjes. Een eenvoudige, echt Franse keuken. Bar en restaurant met veel spiegels, marmer, donker hout, ingewerkte granieten vloer, tafeltjes gedekt met roodwit geblokt linnen en wanden bedekt met tekeningen, foto's  en schilderijen die de sfeer van het aloude Montmartre doen herleven. Geen kitch zoals je die vind in alle restaurants rond place du Tertre. Hier ben je te gast in het authentieke Montmartre zoals bezongen door o.a. Joe Dassin, Gilbert Bécaud en Yves Montand, in de befaamde chansons: "Au Temps des Cerises" en rue Lepic. Mijn favorieten Roquefort, ou Béarnaise, L’assiette de fromage affinés.




Na de lunch vervolg ik mijn weg naar boven. Op nummer 53, 3e etage, woonden van 1886 tot 1888 in een simpel (huur) appartement Theo en zijn broer Vincent van Gogh. In vroeger tijden stonden op dit deel van de rue Lepic 7 windmolens: de Moulin Neuf op nr. 65, de Moulin vieux op 72, nog steeds bestaand de Moulin de la Galette op nr. 77 en de Moulin Radet op nr. 83. Verdwenen zijn ook De Moulin de la Petite Tour op de nrs. 85 en 87, de Moulin du Palais op de nrs. 95 tot en met 97 en de Moulin de la Grande Tour op nr. 102. De meeste zijn afgebroken in de 18e eeuw. Op de hoek bij het restaurant Moulin de la Galette neem ik de rue Girardon en geniet ik van de gratis muziek op de place Dalida en bekijk met enige verbazing naar de toch wat vreemde aantrekkingskracht die de beide borsten van haar bronzen evenbeeld uitoefenen op de passanten.

Restaurant à la Pomponnette, rue Lepic 42, Montmartre,
18e arrondissement, metro Blanche

Café des Deux Moulins, rue Lepic 15, Montmartre,
18e arrondissement, metro Blanche

Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain 2001.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen