Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 6 mei 2012

HET PARIJS VAN DE ANSICHTKAARTEN

Op een regenachtige zaterdag, zoals vandaag, vind ik het heerlijk om te bladeren in een van de vele Parijse fotoboeken die ik in mijn kast heb staan. Boeken met prachtige zwart-wit foto's van Brassaï, Atget of de Nederlander Nico Jesse. Wat opvalt is dat het straatmeubilair door de jaren heen nauwelijks is veranderd. Er is werkelijk geen andere stad ter wereld waar het verleden vuriger gekoesterd wordt dan in deze stad. In 1728 werd wettelijk vastgelegd dat straatnamen op de straathoeken geplaatst moesten worden. De blauwe, geëmailleerde platen, die nu nog steeds in gebruik zijn, dateren al uit 1844.

De blauwe, geëmailleerde platen dateren al uit 1844.

De herinrichting van Parijs onder Baron Georges Eugène Haussmann (1809-1891) ging volgens strenge bouwvoorschriften, waarin ieder bouwkundig element stond omschreven; van overhang, tot deur-, raam- en poortbreedte. Vijf of zes verdiepingen plus begane grond. De minimale hoogte van de verdiepingen moesten volgens hem 2,60 meter bedragen. Een balkon op de eerste en vierde verdieping allen met gelijkwaardige uitlijning. In een Haussmanngebouw is de tweede verdieping de royale woonverdieping met balkon, de derde en de vierde verdieping hebben dezelfde stijl maar minder weelderig en de vijfde verdieping is voorzien van niet gedecoreerde lange balkons en de daken hellen onder 45 graden. Het gebouw mag niet hoger zijn dan 37 meter. En dan de afwerking. Kijk eens naar de patronen van de typische Franse balkonnetjes, de symmetrie van de Mansardedaken van zink of leisteen met dansende schoorstenen. De daken van Parijs vormen een uniek landschap, dat op elk moment van de dag anders kleurt. Soms zijn ze donker, dan weer spiegelen ze alle tinten van de hemel. Onverslijtbaar en prachtig vormgegeven in fraaie rondingen, onderbroken door rijen dakkapellen. Het woord Mansarde is te danken aan de architectenfamilie Mansart. Een Mansarde is een kamer onder de balken met een raam dat uitspringt. Ooit bedoeld voor de dienstmeisjes, “les petites bonnes”.  Die mochten niet bij de familie slapen en kregen de restruimte op zolder. Meestal onder het zinken dak, met een eigen trap naar de zesde of zevende verdieping en piepklein; minder dan negen vierkante meter.

Een typisch "Hausmanngebouw".


Veel architectuur in de stad is van Jacques-Ignace Hittorff, de verbreider van het gebruik van gietijzer en de ontwerper van de gaslamp. Hittorff werd door Lodewijk-Philips in 1839 aangesteld om het Place de la Concorde opnieuw in te richten. Hij schetste de fonteinen die daar zouden komen en hij liet aldaar, naar een idee van de koning, de obelisk van Luxor neerzetten. Napoleon III droeg hem daarna op het park Bois de Boulogne en de Champs Elysées in te richten. Er werden meer dan 1200 gaslampen geïnstalleerd. De bijnaam 'lichtstad' heeft Parijs te danken aan haar vooruitstrevende verlichtingsbeleid. Al in 1558 plaatsten de stedelingen olielantaarns, ruim een eeuw voordat andere Europese steden dat gingen doen. In 1878 krijgt Parijs als eerste stad elektrische straatverlichting en in de loop van de 20ste eeuw verdwijnen de booglampen om plaats te maken voor natrium- en hogedruk kwiklampen. Gelukkig is de typische vormgeving van de Hittorff lantaarnpalen voor Parijs bewaard gebleven.

De Hittorff lantaarnpalen onveranderd sinds 1878.

Verspreid over de hele stad vind je nog zo’n 77 drinkwaterfonteintjes die door de Engelse francofiel en kunstverzamelaar Richard Wallace in 1871 aan de stad zijn geschonken. Les Fontains Wallace, gemaakt van gietijzer en herkenbaar aan hun groene kleur. Een achthoekige sokkel waarop vier vrouwenbeelden (kariatiden) symboliserend; vriendelijkheid, eenvoud, naastenliefde en soberheid. Onder een puntige koepel versierd met dolfijnen, stroomt veilig en schoon drinkwater. In het kader van de hygiëne zijn de vertinde bekers in 1952 verdwenen, maar hun dorstlessende functie hebben ze nog steeds.

De Wallacefontein.

Niet te vergeten de prachtige Art Nouveau metro-ingangen ontworpen door Hector Guimard, gebouwd tussen 1900 en 1913, met hun smeedijzeren bogen en amberkleurige lampen, zoals die op de Place des  Abbesses, Porte Dauphine en Avenue Foch. Van de 140 ingangen resten er nog 90. Verder de bijzondere smeedijzeren 'metro-totems' van Aldolphe Derveaux bij iedere ingang. Helaas zijn vele van deze totems vervangen door de lelijke gele plastic uitziende "M"s. De typische 'Metropolitain' typografie is ontworpen door de Fransman Georges Auriol.

De metro ingangen van Hector Guimard en de metro-totems van Derveaux; onsterfelijk!

En wie kent ze niet: de “collonnes”, of de Morriszuilen. Gabriël Morris, waarnaar de reclamezuilen zijn vernoemd, verwerft in 1868 de concessie. Prachtige zuilen waarop theaterstukken werden aangekondigd. Gelukkig bestaan ze nog steeds, ondanks een poging in 2006 van de toenmalige burgemeester Bertrand Delanoë om de zuilen te laten verwijderen. In dat jaar financiert het internationale publiciteitsbedrijf JC Deceaux, in ruil voor de concessie van 1600 reclameborden, een miljoenenproject; de Velib. 20.000 fietsen op 1450 punten in Parijs. Nooit verder dan 300 meter lopen vind je een Velib fietsverhuurstation.

Voor altijd verbonden met Parijs; de Morriszuilen van Gabriël Morris.

Patrick Jouin, designer uit de school van Philippe Starck. De in 1967 geboren Jouin heeft inmiddels een indrukwekkende staat van dienst: de fietsenstallingen van Vélib zijn door hem ontworpen maar ook is hij verantwoordelijk voor de jongste generatie openbare toiletten in Parijs; de sanisettes.

De Sanisette; een ontwerp van Patrick Jouin, designer uit de school van Philippe Starck.

De sanisettes hebben de zogenaamde vespasiennes (straaturinoirs) ook bekend als Pissoirs, waarvan er in de jaren dertig meer dan 1200 in Parijs waren, vervangen. De enige nog "werkende" vespasienne is te vinden op de boulevard Arago en wordt nog regelmatig gebruikt. De stad Parijs is geen eigenaar van de sanisettes maar betaalt ongeveer 6 miljoen Euro per jaar aan JC Decaux voor huur en onderhoud. Er zijn meer dan 400 sanisettes in de stad, en ze worden ongeveer drie miljoen keer per jaar gebruikt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen