Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

dinsdag 15 mei 2012

SAINT EUSTACHE

Al rond 1135 hielden koop- en ambachtslieden tweemaal per week markt in de straten van Les Halles, waar iedere straat zijn eigen specialiteit had. De 'Buik van Parijs', het gebied omsloten door de rue du Louvre, rue Étienne Marcel, boulevard de Sébastopol en de rue de Rivoli, in het eerste arrondissment is al meer dan 800 jaar oud. Rijk aan geschiedenis maar ook rijk aan contrasten. De wijk waar arm en rijk naast elkaar woonden, waar handel werd gedreven en ambachten werden bedreven. Met in het kielzog nog een bonte stoet van hoeren, koppelaarsters, clochards, dieven, vervalsers en andere vagebonden, onlosmakelijk verbonden met de folklore van deze wijk.  Parijs telde in die tijd inmiddels 300.000 monden om te voeden. Prachtig beschreven door Emile Zola in 'Le Ventre de Paris'; De Buik van Parijs.

Een indrukwekkend bouwwerk. De Saint Eustache gezien vanaf het Centre Georges Pompidou.

Het trotse middelpunt van deze wijk; de ÉgliseSaint Eustache, de kerk van Les Halles. Aanvankelijk een kleine kapel gewijd aan de Heilige Agnes. De kerk moest rivaliseren met de niet ver weg gelegen Notre Dame. De verbouw van kapel naar kerk, duurde meer dan honderd jaar, van 1532 tot 1640, en het is nu nog steeds een van de mooiste kerken van Parijs. De Saint Eustache heeft het zelfde grondplan als de Notre Dame. Het ontwerp van de kerk is van Lemercier. Het interieur, met bijzonder rijk versierde pilaren en gewelven, is 105 meter lang, 44 meter breed en 34 meter hoog, met kruisbreuk en koor. Wat bij het binnenkomen direct opvalt is de hoogte en het licht, dat binnenvalt door de gebrandschilderde ramen. Door de aanwezigheid van de voedselmarkt werd de kerk toepasselijk omgedoopt tot de 'Tempel der Landbouw'. Het is inderdaad een kerk met de allure van een kathedraal. Molière, Madame de Pompadour en de latere Kardinaal Richelieu zijn hier gedoopt. Lodewijk XIV deed hier zijn eerste communie. In de kerk is ook veel kunst te zien, onder andere van Rubens, maar ook van de New Yorkse kunstenaar Keith Haring. Een bronzen triptiek door hem gemaakt toen hij wist dat hij seropositief was. Haring is in 1990 aan aids overleden. Uitzonderlijk is ook het glasraam vlakbij de uitgang van het koor, dat geschonken is door het gilde van de slagers.

Een bronzen triptiek gemaakt door de New Yorkse kunstenaar Keith Haring.

De eerste markthallen van Parijs werden in 1183 onder het bewind van Filips II gebouwd. Aan de rand van het Cimetière des Innocents. Tweeëntwintig  parochies borgen er hun doden. Het had de bijnaam van 'mange-chair', vleeseter, omdat de lichamen, zo ging het verhaal, er in een mum van tijd tot ontbinding overgingen. In een gat van tientallen meters diep, ingesloten tussen hoge muren, werden de lijken op elkaar gestapeld met een dun laagje zand erover, gewoon in de open lucht. Vijf eeuwen lang hing hier een lijkenlucht afgewisseld met de geuren van kruiden en verse groenten. Rond 1780 toen de lijken twee meter boven straatniveau lagen opgestapeld, werd besloten om de beenderen en overblijfselen te vervoeren naar de catacomben van Denfert-Rochereau. Voor het 'vervoer' van de bijna twintigduizend karretjes gevuld met beenderen had men drie jaar nodig. Dag en nacht trok een bonte stoet door de straten van Parijs over de Seine naar de steengroeven van Tombe Issoire, nu het 14e arrondissement. Door een bevel van Lodewijk XVI werd het vrijgekomen terrein geschikt gemaakt voor uitbreiding van de voedselmarkt. In de 19e eeuw was de markt opnieuw dringend aan vernieuwing toe. Tussen 1854 en 1874 worden tien paviljoens gebouwd. Grote stalen constructies met glazen daken volgens een ontwerp van de architecten Baltard en Callet. Tot 1969 was dit het gebied van marktkooplui en van de 'stoere mannen'; 'Les Forts des Halles'. De sjouwers hadden hun eigen gilde, waarin ze pas werden toegelaten als ze zestig meter konden lopen met een last van tweehonderd kilo op hun nek.

Het interieur, met bijzonder rijk versierde pilaren en gewelven, is 34 meter hoog.

Les Halles, aan de voet van de Église Saint Eustache, vormde een uitzonderlijke wijk met een geheel eigen leven. Prachtig gefotografeerd door Franse fotografen als Doisneau en Brassaï, maar ook fascinerend vastgelegd in een film door de Nederlander Paul Schuitema in 1939 getiteld; "De Hallen van Parijs". Een film over de dynamiek van de Parijse markthallen; het loven en bieden, het lopen en draven, het laden en lossen.
De laatste marktnacht van Parijs was op donderdag 27 februari 1969. De Franse schrijver René Fallet omschreef het als volgt: "Door de Hallen af te breken, heeft men in de doodskist van Parijs gespuwd". De Buik van Parijs maakte plaats voor het Forum des Halles en verhuisde naar Rungis aan de rand van Parijs. Inmiddels ruim veertig jaar later gaat ook het Forum weer op de schop. (Zie mijn blog van 25 juli 2011: 'Glazen tempels voor de Natie'.)

Het licht, dat binnenvalt door de gebrandschilderde ramen.

Maar onveranderd en onverstoord staat zij er nog steeds, de imposante kerk van Saint Eustache. Er is zelfs een beeldhouwerk van Raymond Mason uit 1969 gewijd aan de exodus van de handelaren van Les Halles, die moesten uitwijken naar Rungis. Een beeldhouwwerk met de mooie titel: 'Le Départ des fruits et légumes du cœur de Paris', het vertrek van groenten en fruit uit het hart van Parijs. Het 'nieuwe' orgel (de kerk overleefde een brand in 1844) heeft 7000 pijpen en is tussen 1986 en 1988 gerestaureerd door de Nederlandse firma Van den Heuvel. Het orgel in de Saint Eustache overtuigde de "Societé Académique d'Arts et Lettres" in Parijs zodanig dat zij in 1991 de 'Médaille de Vermeïl'  uitreikten aan Jan van den Heuvel voor zijn aandeel in de franse orgelbouwkunst. De Saint Eustache bezit overigens een prachtige akoestiek. Elke zondag om 17.30 uur worden er orgelconcerten gegeven.

Ingangen aan de rue du Jour, rue du Montmartre en de Impasse Saint Eustache, 1e arrondissement, metro Les Halles, Chatelet Les Halles, Étienne Marcel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten