Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zaterdag 31 augustus 2013

MUSÉE DE MONTMARTRE - VERBORGEN MUSEA

De naam Montmartre, meestal door de Parijzenaars kortweg la butte genoemd, heeft een dubbele oorsprong. Martre herinnert aan de Mercuriustempel die in de Romeinse tijd op de heuvels stond, anderzijds herinnert het ons ook aan het woord martyrs (martelaren) en specifiek aan de heilige Dionysius. Dionysius, de eerste bischop van Parijs,  staat bekend als de 'hoofddrager'. Op last van een speciale gezant van de keizer wordt hij voor de rechter gedaagd en met zijn beide gezellen op een berg buiten de stad ter dood gebracht. Sindsdien heet die berg de Martelarenberg ('Mons Martyrum' later verbasterd tot Montmartre). Maar Dionysius richt zich op, en met zijn hoofd in de handen loopt hij twee mijl verder tot hij stilhoudt op de plek waar hij begraven wenst te worden. Op die plek bevindt zich nu de basiliek van St-Denis.
 
"Mons Martyrum", voor de Parijzenaars gewoon la butte, voor toeristen Mont Martre

Nog tot halverwege de 19e eeuw was la butte een landelijke idylle, een dorpje gelegen voor de poorten van de stad. Het noordelijke stadsdeel werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en is gelukkig verschoond gebleven van de ingrijpende bouwkundige ingrepen van Haussmann. De oude dorpsstructuur is er tot op heden bewaard gebleven. De eenvoudige maar gunstige leefomstandigheden en het vrije klimaat op de heuvel. waar in het schimmige café- en cabaretcircuit eenvoudig modellen konden worden benaderd, trokken zo rond de eeuwwisseling talloze kunstenaars en galeriehouders aan. Degas, Renoir, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Braque en Matisse, ze leefden, woonden en werkten allen enige tijd in Montmartre. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met bovengenoemde kunstenaars, die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen. Toulouse de Lautrec heeft hier de danseressen van de Moulin Rouge geschilderd. Picasso schilderde in 1907 een van zijn beroemdste schilderijen, 'Les Demoiselles d'Avignon', dat zich momenteel in het MoMa in New York bevindt.
De oude ingang naar het Musée de Montmartre aan de rue Cortot 12
In Montmartre staat op nummer 12 in de rue Cortot een huis met mansardedak, dat zijn schilderachtige verleden opmerkelijk trouw is gebleven: Het Musée de Montmartre, dat eens het oudste hotel was op de heuvel, weggedoken in een tuin vol met betoverende geuren- en kleurenpracht. Hier zien we dat stenen een ziel hebben, want hoe had deze plek anders zo'n groot aantal vooraanstaande gasten kunnen trekken. Eigendom van Claude de la Rose of Rosimond, een acteur bij het Théâtre de Molière waar ook Molière deel van uitmaakte. Renoir had hier in 1875 zijn eerste Parijse adres en schilderde hier tal van meesterwerken, waaronder de absolute uitschieter Le Bal du Moulin de la Galette. Het doek hangt nu in het Musée d'Orsay. Van Gogh en Gauguin waren hier regelmatig de gast van Émile Bernard. Vincent van Gogh woonde een stukje verderop in een uitspanning met de naam Aux Billards en Bois. Hier schilderde Van Gogh in 1886 "La Guinguette", eveneens te vinden in het Musée d'Orsay. Op de tweede verdieping woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo.
Het museum heeft een prachtige collectie affiches o.a. van Toulouse-Lautrec
Van alle beroemde kunstschilders die in Montmartre gewoond en gewerkt hebben is Maurice Utrillo de enige die er ook daadwerkelijk is geboren en begraven. Tijdens zijn studentenjaren raakte Utrillo verslaafd aan de absint en overnachtte derhalve regelmatig op het politiebureau, waar men hem in ruil voor enkele schilderijen of tekeningen weer liet gaan. Overigens, de meeste kunstenaars betaalden hun schulden in de kroegen met eigen werken. Een anekdote doet nog steeds de ronde over de bazin van de kroeg 'La Belle Gabriëlle' in de rue Saint Vincent, die Utrillo verplichtte om alle landschappen die hij op de toiletmuren had geschilderd - hij was namelijk verliefd op de bazin - weer uit te vegen. Later kon ze wel al haar haren uit de kop trekken. Hij ligt begraven op loopafstand van zijn geboortehuis de pittoreske begraafplaats; Cimetière Saint Vincent, aan de rue Vincent.
De pittoreske begraafplaats; Cimetière Saint Vincent met het graf van Maurice Utrillo
De memorabilia van het museum herscheppen de unieke atmosfeer van Montmartres verleden, de Bohemiens. Foto's, prachtige affiches onder andere van Toulouse-Lautrec, van diverse cabarets, tekeningen, schilderijen, karikaturen en sculpturen. Je vindt hier ook een reproductie van een van de mooiste artiestengrappen uit Montmartres kunstverleden. De schrijver Roland Dorgelès - die moderne kunst verafschuwde - bond een penseel aan de staart van de ezel van de eigenaar van het Cabaret Au Lapin Agile. Het resulteerde in een schilderij alom bewonderd door de kunstpers. Het schilderij kreeg de titel mee; 'Zonsondergang boven de Adriatische Zee'. Bovendien staat hier de oude tapkast van het Café de l'Abreuvoir waar Utrillo regelmatig zijn geliefde absint nuttigde. Er is ook een groot schaalmodel van het oude Montmartre, die een goede indruk geeft hoe la butte er ooit heeft uitgezien. Aan de achterkant heb je een mooi uitzicht over de heuvelachtige noordrand van de stad en de wijngaard.
De wijngaard; Clos de Montmartre achter het Musée de Montmartre
Vroeger was Montmartre een echt wijndorp met meerdere wijngaarden. Waar nu de Place Pierre ligt strekte zich een wijngaard uit. Dat was ook het geval tussen de rue Tardieu en de rue d'Orsel, op de place Jean-Baptiste Clément en rondom het Château des Brouillards. De genadeslag werd gegeven door de exploitatie van kalkgroeven in de hellingen van Montmartre. Over de oudste wijngaard van Parijs; de Clos de Montmartre; doen verschillende verhalen de ronde. Volgens de romantici onder ons werd de wijngaard al in de Gallo-Romeinse tijd aangeplant. De realisten echter vertellen een heel ander verhaal: In 1932 besloot de stad Parijs, dat Montmartre al in 1860 had geannexeerd, om door zijn "Service de Jardins", op de hoek van rue des Saules en de rue Saint Vincent, een wijngaard te laten aanplanten. Op 7 oktober 1933 werd het eerste wijnoogstfeest gehouden en deze traditie is tot op de dag van vandaag blijven voortbestaan. Van 9 t/m 13 oktober as. vindt op Montmartre alweer voor de tachtigste keer het traditionele Fètes des Vendanges plaats. Voor meer informatie over het feest, de activiteiten, het programma en de locaties kunt u kijken op de website van het Fête des Vendanges de Montmartre.
9 t/m 13 oktober 2013, dan zijn weer de wijnfeesten op Montmartre
Ook in het voorjaar, zo rond eind april, is er een wijnfeest in het 18e arrondissement waar Montmartre onder ressorteert. Want in de wijnkelder van het stadhuis ligt de gehele wijnoogst van Clos Montmartre, zo'n 300 tot 500 flessen. De wijnflessen worden per 6 stuks verpakt in een houten kistje, waarvan de bovenkant wordt beschilderd door een Montmartriaans kunstenaar. De kostbare kistjes worden dan per opbod verkocht en de opbrengst is bestemd voor goede doelen. In de winkel van het Musée de Montmartre staan altijd wel een paar flessen Montmartre-wijn op de plank.

Het is jammer dat de vluchtige bezoeker, die een bezoek brengt aan Montmartre, vaak niet verder komt dan de Place du Tertre en het plein voor de Basiliek, gewijd aan het Heilig Hart; de Sacré Cœur. Maar u zou eens de moeite moeten nemen om langs een van de tientallen hobbelige straatjes of via de vele trappen naar beneden te wandelen. Naar bijvoorbeeld de rue Lepic, de rue Caulaincourt, rue du Chevalier de la Barre, rue Foyatier of de rue Marcadet. Daar vormt elk huizenblok een onafhankelijke eenheid. Vaak met een eigen bakker, slager of een épicerie, kruidenierswinkel en natuurlijk veel eigen cafés. Dit is het Parijs dat je aantreft op de vele ansichtkaarten.
Salvador Dali heeft zijn eigen museum aan de rue Poulbot op Montmartre
Nog zin in een tweede verborgen museum? In de rue Poulbot, aan het begin van de rue des Norvins, voert een ondergrondse kelder u naar Espace Montmartre-Salvador Dali. Door af te dalen in deze kelder betreedt u de wereld en de geest van de Spaanse surrealist Salvador Dali (1904-1989).  Liefhebbers van de besnorde excentrieke genie vinden hier een groot deel van zijn werken (ongeveer 300) uit zijn Franse periode (1956-1989). Een van zijn beroemste werken 'Don Quijote' schilderde hij op het Place du Tertre. In de winkel kunt u na uw bezoek nog een gesigneerde en genummerde litho kopen. Dali, gek of genie... of beide? De man die eens zei: "Het enige waarvan de wereld nooit genoeg zal hebben, is de overdrijving". Ik laat het graag aan u over.

Musée de Montmartre, rue Cortot 12, 18e arrondissement, metro Lamarck-Caulaincourt. Geopend alle dagen van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree € 9.

Espace Dali, rue Poulbot 11, 18e arrondissement, metro Abesses. Geopend alle dagen van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree € 11

maandag 19 augustus 2013

SEXY PARIS - PARIS CANAILLE

Het metrostation Pigalle vormt voor vele toeristen de eerste kennismaking met Montmartre. Het ligt op de grens van het 9e en 18e arrondissement. Alleen de naam al doet vele belletjes rinkelen. Deze rosse buurt waar in de vorige eeuw schilders als Van Gogh, Renoir en De Toulouse-Lautrec op zoek gingen naar hun modellen. Zoals vele schilders voelde Henri De Toulouse-Lautrec zich aangetrokken tot de wereld van de prostitutie. Regelmatig neemt hij voor enige tijd zijn intrek in een bordeel. In het nachtelijk leven van het quartier Pigalle vindt De Toulouse-Lautrec de vrijheid om te schilderen wat hem boeit: het leven zelf, de mensen die hem interesseren, in een omgeving waarin hij zich thuis voelt. Hij schildert de milieus die pas opbloeien bij kunstlicht wanneer Parijs zich in het duister hult. Vooral in cabarets als 'Le Chat Noir' en ook in de 'Boule Noir' vindt hij de mensentypes die hem boeien. In zijn schilderijen proef je de sfeer van het bordeel. Het geeft een waarheidsgetrouw beeld van deze 'dochters van de armen', die zich aanbieden aan de 'zonen van de welgestelden'.
 
Dat is waar deze blog over gaat: De ondeugende kant van Parijs

Hij schildert de meisjes, terwijl ze zich wassen en kleden en elkaar liefkozen, in hun armzalige jacht naar een beetje tederheid, te midden van de betaalde liefde. De meisjes van plezier aanvaardden de kleine misvormde schilder en duldden hem als één van hen. De Toulouse-Lautrec leed aan Pycnodysostose, een kwaal die dwerggroei tot gevolg had en waarschijnlijk wordt veroorzaakt door incest of inteelt. Kleiner dan anderhalve meter met een normaal volgroeide romp en hoofd maar met te korte armen en benen, brede neusvleugels, een ingevallen kin, felrode en getuite lippen, en een veel te grote tong waardoor hij onophoudelijk lispelt en kwijlt. (Bron Wikipedia). Hij trouwde nooit, scheidde liefde en seks en had ontelbare verhoudingen, maar meestal van korte duur. Zijn chronisch gebrek aan nachtrust ging gepaard met alcoholmisbruik. Bovendien leed hij aan syfilis. In 1901 stierf hij als gevolg van een beroerte.
De Moulin Rouge al sinds 1889 een vertrouwd beeld aan de boulevard Clichy
Pigalle is ook de plaats waar de French Cancan is ontstaan en nog steeds wordt gedanst, en waar onder meer het wereldberoemde Moulin Rouge al sinds 1889 nog steeds stromen toeristen aantrekt. De eigenaars van de tent waren Joseph Oller, tevens eigenaar van het Parijse Olympia, en Charles Zidler. Zij hadden hun zaak de bijnaam ‘Le Premier Palais des femmes’ (het eerste vrouwenpaleis) gegeven en wilden dat de Moulin Rouge de beroemdste tempel voor muziek en dans zou worden. De plaats waar men jonge Parijse dames, de courtisanes, aan het werk kon zien en waarvan de dansbewegingen al even losjes waren als de zeden. Ook al was de cancan dans reeds bekend  bij de werkende klasse sinds de jaren 1830, het was de Moulin Rouge die de populariteit ervan bewerkstelligde.
Wanneer de zon ondergaat veranderd het beeld. Parijs wordt ondeugender
Pigalle is niet meer de werkplek van de courtisanes van de Moulin Rouge of de flâneurs die eind 19e eeuw het karakter ervan bepaalden. In het midden van de boulevard de Clichy tussen de place Blanche en de rue de Martyrs wedijveren cabaretten, peepshows, sekswinkels, stripclubs, hoeren, zowel mannelijke als vrouwelijke, om de klandizie. De prostitutie tiert welig in en rond het gebied dat vernoemd is naar de beeldhouwer Jean-Baptiste Pigalle. Raamprostitutie zul je niet zien in Parijs, want die is verboden.

Frankrijk telt trouwens een aantal verschillende wetten ten aanzien van prostitutie. Na de Duitse overname van de Parijse bordelen voor eigen gebruik in de Tweede Wereldoorlog, streed de ex-straatprostituee en politica, Marthe Richard voor een algemeen prostitutieverbod. Dat lukte haar grotendeels in ‘la Loi Marthe Richard’. In 1946 werden alle bordelen, de zogenaamde Maison Closes' gesloten en werd de verplichte registratie en de verplichte medische controle van prostituees ongedaan gemaakt. Tevens werd het verboden om op welke manier dan ook betrokken te zijn bij de prostitutie van een ander (het pooierschap, maar ook het uitbaten van bordelen). Ook het actief ‘verleiden’ van klanten of reclame maken mocht niet meer.
Achter gesloten deuren
Een tweede wet ging van kracht in 2003. ‘La Loi Sarkozy’ oftewel ‘la Loi pour la Sécurité Intérieure'. Volgens deze vage wet is nu ook ‘le racolage passif’ verboden: het ‘passief’ verleiden of tippelen, gebaseerd op kledij of gedragingen. Wie betrapt wordt op het 'openlijk solliciteren naar het verstrekken van seksuele diensten', riskeert een boete van € 3.750 en een gevangenisstraf. Hoerenrechtenbewegingen zijn tegen deze maatregel, omdat deze van prostituees misdadigers maakt en door zijn vage omschrijving misbruik en willekeur uitlokt. Bovendien vergroot deze wet de macht van pooiers en mensenhandelaars, omdat prostituees nu gedwongen worden om meer verborgen te werken, en ze minder bereikbaar zijn voor HIV-preventie. Ondertussen blijft de Franse staat wel belasting eisen op hun inkomens, wat de welbekende uitspraak uitlokt van “de Staat is de grootste pooier van allemaal”.
De zon gaat onder; Pigalle ontwaakt
François Hollande maakt nu werk van een versoepeling van deze wet, een verkiezingsbelofte. De Franse president had in zijn campagne toegezegd dat hij zou sleutelen aan de strenge prostitutiewet en de 'meisjes' in 'vol ornaat' terug de straat ging opsturen als hij president zou worden. Hollande is intussen president en heeft zijn minister Najat Belkacem-Vallaud aan het werk gezet. Zij moet het tippelen op straat weer opnieuw mogelijk maken.

Het Franse prostitutiebeleid schippert tussen gedogen en bestrijden. Oogluikend wordt in Parijs de straatprostitutie toegestaan zoals op de Pigalle boulevards, La Porte Dauphine, en de parken Bois de Boulogne en Bois de Vincennes. Een ‘nieuwe’ trend in Parijs is het verlenen van seksuele diensten in ruil voor onderdak als gevolg van te weinig en te dure woningen in Parijs, of in ruil voor een studiefinanciering.
Een ‘nieuwe’ trend in Parijs is het verlenen van seksuele diensten in ruil voor onderdak als gevolg van te weinig en te dure woningen in Parijs, of in ruil voor een studiefinanciering
Frankrijks bekendste hoerenbos is het Parijse Bois de Boulogne. Een prachtig bos dat overdag bezocht wordt door Parijzenaars en toeristen met wandelschoenen. Ze wandelen over de verharde paden en genieten van de natuur. Maar vanaf het moment dat de zon onder gaat, krijgt het bos een iets ander gezicht. Dan zijn er geen wandelaars meer maar hoerenlopers die gebruik maken van de diensten van de lokale prostitutie. Achter iedere boom schuilt een professionele nimf die knipoogt naar iedere voorbijganger. Het boekje 'Guide du promeneur à Paris' van Véronique Willemin geeft zelfs aan, wie en wat je kunt vinden, in het Bois de Boulogne. Voor wie van exotisch houdt moet zich vervoegen bij de ingangen van het parc de Bagatelle of bij de universiteit aan de Porte Dauphine. Mannen met een kleine beurs maken een autotochtje naar de Carrefour des Cascades (route de la Porte Sablons). Exhibitionisten melden zich bij de avenue de Chantemesse. Voor SM volg je de route de l'Etoile en voor de mooiste travestieten moet u zijn op de Avenue Foch, jawel de sjiekste, de duurste en de mooiste avenue van Parijs. Liefhebbers van grote borsten maken een omweg via de avenue de l'Hippodrome. Mannen die meer vallen op mannen zijn welkom aan de route de la Longue Queue. Maar de mooiste dames van plezier, tevens zeer prijzig, die vindt u aan de Route du Madrid, aldus Véronique Willemin.
Boulevard Clichy tussen place Blanche en de rue des Martyrs
Ik neem u nog even mee terug naar het quartier Pigalle aan de boulevard de Clichy die overdag zeer zeker charme heeft met kleine verborgen juweeltjes. Bij voorbeeld op nummer 94 hangt het mooie gietijzeren uithangbord boven de cité Véron, een doodlopend straatje met huisjes, tuintjes en ateliers. Jacques Prévert; Frans dichter, toneel- en scenarioschrijver en Boris Paul Vian; schrijver, ingenieur, dichter, chansonnier en jazztrompettist hebben hier gewoond. Op nummer 82 de Moulin Rouge en aan de overkant staat de kapel van de heilige Rita, de beschermheilige van alle prostituees. La Chapelle Sainte-Rita werd in 1952 geopend door een priester die zich zorgen maakte over het wel en wee van zieltjes in zijn wijk. Terug naar de overkant aan de rechterzijde de marktstraat rue Lepic. Ongeveer middenin deze straat op de hoek van de rue Lauchois, het beroemde café uit de film 'Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain: café des Deux Moulins. Op nummer 72 het Musée de l'Érotisme. volgens de 'Rough Guide Paris' is het eerder zuiver dan obseen. Met op de tweede etage een tentoonstelling over de vroegere Maisons Closes (bordelen) van Parijs. Zie ook mijn blog 'Paris méchant' , bordelen in parijs. Naast het museum (nr. 68) het vroegere cabaret Le Chat Noir nu een bijzonder en romantisch design hotel. Op nummer 58 t/m 60 een prachtig privéstraatje, helaas afgesloten door twee immense gietijzeren hekken. Maar u kunt wel binnenkijken in de Villa des Platanes.
Cité du Midi
Helemaal achteraan leiden trappen in de vorm van een hoefijzer naar twee luxueuze gebouwen. Weer een stukje verder aan de rechterzijde de cité du Midi, een smal doodlopend straatje vol met plantenbakken, een antiek badhuis met een gevel van keramiek en aan het einde weer zo'n bijzonder huis. Neem even de moeite om een zijsprongetje te maken bij de place Pigalle. Aan de overzijde ligt de rue Frochot. Aan het einde van deze straat, op de hoek van de rue Victor-Massé, vindt u een van de mooiste villa's (privéstraatjes) van Parijs. De avenue Frochot. Helaas afgesloten door een elektronisch beveiligd hek, grenzend aan een prachtige gevel met een groot gebrandschilderd raam dat vroeger toebehoorde aan het variététheater 'Le Shanghaï'. Op nummer 7 woonde de Franse cineast Jean Renoir. Helaas is het mij nog niet gelukt om binnen te glippen, meelopend met de vaste bewoners. Overigens bent u hier in de wijk van de maïtresses die 'lorettes' werden genoemd, naar de nabijgelegen kerk de Notre-Dame de Lorette. Als u wilt kunt u teruglopen naar de boulevard de Clichy om via de steile rue des Martyrs de klim te maken naar de Sacré Cœur. (let op: op de weg naar boven komt u zeer steile trappen tegen). Op nummer 80 een van de laatste travestietenshows van Parijs Chez Michou, de concurrent Chez Madame Arthur op nummer 75 heeft een tijd geleden zijn of haar deuren gesloten.
Een van de mooiste privéstraatjes van Parijs: De avenue Frochot
Paris Canaille werd onlangs nog als thema gebruikt in een prachtige LOVE commercial gemaakt voor Louis Vuitton's Fashion show Autumn-Winter-2013. Beauties Cara Delevingne en Georgia Jagger struinen in het filmpje door de donkere straten van Parijs in hoge hakken, wat lingerie en dikke bontjassen. Er zijn heel wat ontblote lichaamsdelen te zien voordat de dames de modeshow van Louis Vuitton binnen stappen en samen met Kate Moss over de catwalk lopen. Fraai verfilmd door James Lima met muziek van Steve Mackey.

vrijdag 9 augustus 2013

CIMETIÈRE DU MONTPARNASSE

Montparnasse is in de 17e eeuw nog landelijk gebied. Le mont Parnasse, een hoop gruis, ontstaan bij het uitgraven van de catacomben. Hier kwamen de studenten hun gedichten declameren in ruil voor een belastingvrij wijntje in een van de Guingettes. Zelfs de molenaar van de moulin de la Charité vult in zijn vrije tijd de glazen. Er wordt lustig gedanst, gedronken en gefeest in de straat van plezier letterlijk de rue de la Joie, nu de huidige rue de la Gaîté (straat van de vrolijkheid). Het gebied groeide uit tot een levendig Parijs centrum met cafés, bordelen en danstenten. De cancan werd hier eerder gedanst dan in de Moulin Rouge. De stad Parijs besluit echter tot de aanleg van een kerkhof op een naastliggende akker, waar de broeders van de Gemeenschap van Barmhartige Broeders hun overleden confraters al hun laatste rustplaats hebben gegeven. Rond de moulin de la Charité, niet ver van het Charité ziekenhuis. De plaatselijke uitbaters komen in opstand, maar als de stad beloofd om een bedrag te betalen per dode die in de grond wordt gestopt, wordt er naast de nieuwe dodenakker lustig verder gefeest. Oorspronkelijk worden tien hectaren gereserveerd, maar een halve eeuw later wordt het Cimetière du Sud al uitgebreid tot de huidige achttien hectaren. De eerste teraardebestelling vindt plaats op 25 juli 1824. Vijftig jaar later is het de rustplaats van bijna vierhonderdduizend Parijzenaars en is de naam al lang veranderd in Cimetière du Montparnasse.
 
De rustplaats van bijna vierhonderdduizend Parijzenaars; Cimetière du Montparnasse
 
De beroemde namen op deze begraafplaats zijn vooral te danken aan de periode vanaf 1900 als la bohème, het artiestenwereldje van Montparnasse een begrip wordt. Veel beroemdheden die hier zijn begraven hebben een groot deel van hun leven in deze wijk doorgebracht. Vooraanstaande figuren, dichters, schrijvers en kunstenaars, velen niet van Franse afkomst, politieke vluchtelingen gevlucht voor een dictatuur, om in Parijs te kunnen genieten van de vrijheid van meningsuiting.  Arme migranten op de vlucht voor de ellende in eigen land. Troost zoekend bij de blozende Bretonse meisjes aangevoerd vanuit Bretagne. Montparnasse; eindstation, het symbool van vertrek en aankomst genoemd naar de straten in de omgeving van het station:  de rue du Départ (vertrek) en de rue de l'Arrivee (aankomst)
Bijzondere graven, bijzondere mensen
Enkele namen: Beeldhouwers waaronder Ossip Zadkine (De Verwoeste Stad - Rotterdam), Constatin Brancusi (De Kus), Cesar Balldacini (La Pouce - De Duim), Frédéric Auguste Bartholdi (Vrijheidsbeeld van New York). Zanger en componist Serge Gainsbourg. Fotograaf Man Ray en schrijvers waaronder Samuel Beckett (Waiting for Godot), Charles Baudelaire (Les fleurs du mal en La révolte), De grondleggers van het existentialisme, Jean-Paul Sartre filosoof en zijn levensgezellin Simone de Beauvoir, filosoof en feministe. Nederlanders: autofabrikant André Citroën (originele naam Limoenman) en cineast Joris Ivens.
De hoofdingang van het kerkhof ligt aan de Boulevard Edgar Quinet, vernoemd naar de historicus en filosoof Edgar Quinet. Ook hij werd in 1875 hier op deze begraafplaats ter aarde gesteld. De dodenakker is ingedeeld in het Grand Cimetière en het Petit Cimetière en wordt gescheiden door de rue Émile Richard, de enige straat in Parijs zonder levende bewoners en huizen. Vroeger kwamen hier liefdesparen in hun auto's, met gedoofde lichten, horizontaal de liefde bedrijven. Slagbomen aan het begin en aan het einde van de straat hebben dit nu onmogelijk gemaakt. De eeuwige rust is letterlijk en figuurlijk weer teruggekeerd. De begraafplaats is ingedeeld in 30 divisies waarvan een divisie, divisie 5, plaats biedt aan een Israëlische begraafplaats. En de molen? Die staat er nog steeds, in sectie 9, te midden van de doden, letterlijk gekortwiekt als symbool van het stilstaande leven.
Het familiegraf van Charles Pigeon
Een van de meest gefotografeerde graven zijn die van Charles Pigeon en zijn vrouw (divisie 22). De uitvinder van de anti-explosielamp. “Le Lit Conjugal" stelt Pigeon voor, half opgericht, lezend bij het licht van zijn beroemde lamp, naast zijn rustende vrouw die in een vredige slaap verzonken is.
Serge......Je t'aime getuigenis van de vele vrouwelijke fans
Het graf van Serge Gainsbourg (Divisie 1). Het ademt dezelfde sfeer als dat van Jim Morrison op Père Lachaise. Vol afdrukken van rode lippen, tekeningen en liefdesverklaringen; "Je t'aime moi non plus".  140 Gitanes sigaretten per dag en grote hoeveelheden whisky leiden uiteindelijk tot zijn dood in maart 1991. De arts constateert een 'natuurlijke' dood. 
Het graf van Jean-Paul Sartre en Simone De Beauvoir is tijdelijk in onderhoud
Bij de hoofdingang bevindt zich het graf van de beroemdste existentialisten Sartre en de Beauvoir. Het is een eenvoudig graf, geheel in tegenstelling tot zijn begrafenis waar de begrafenisstoet werd gevormd door meer dan vijftigduizend mensen in een meer dan drie kilometer lange stoet. Het verhaal gaat dat op het moment dat de kist in de groeve zakt, iemand die in een boom geklommen was om alles goed te zien, zijn evenwicht verliest en uit de boom boven op de kist valt. Zes jaar later sterft ook zijn levensgezellin.
'De Kus' van Brancusi; nog nooit werd een kus zo mooi en minimalistisch voorgesteld.
Eindig je bezoek met het beeld 'Le Baiser' (De Kus) uit 1909 van de Roemeense kunstenaar Constantin Brancusi (voor de buitenmuur in de hoek van de 19e en 22e divisie). Het bevindt zich op het graf van T. Rachevskaia een echtpaar dat samen zelfmoord pleegde. In een vierkant blok zijn net voldoende inkepingen aangebracht om er een kussend paartje in te zien. Of zoals Brancusi ooit zelf citeerde: "Eenvoud is geen doel. Als je de werkelijke betekenis van dingen benadert, bereik je de eenvoud ondanks jezelf". Nog nooit werd een kus zo mooi en minimalistisch voorgesteld.

TIP: Combineer een bezoek aan de begraafplaats op zondag met de Marché de la Création Montparnasse gelegen aan de zelfde boulevard Edgar Quinet. Elke zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur exposeren 120 kunstenaars hun werk dat ook te koop is. Zie mijn eerder geschreven blog over deze kunstmarkt.

TIP: Een ongekend uitzicht over Parijs en het Cimetière du Montparnasse heeft u van de 56e en 59e verdieping van de 210 meter hoge Tour Montparnasse. De bouwwerkzaamheden aan deze zwarte monolith duurde van 1961 tot 1973. De ingang zit aan de rue de l'Arrivée en is dagelijks geopend van 09.30 uur tot 22.30 uur. Metrostation Montparnasse-Bienvenue. Bekijk ook zeker de spectaculaire website.

Cimetière du Montparnasse, boulevard Edgar Quinet 3, 14 arrondissement, metro , Raspail, Gaîté. Helaas geven de conciërges geen plattegronden meer af. Bij elke ingang staat een plattegrond afgebeeld met de graven van bekende personen en de diverse divisies. Geopend alle dagen vanaf half maart tot en met oktober van 8.00 uur tot 18.00 uur (zaterdag vanaf 08.30 uur en zondag vanaf 09.00 uur) Vanaf november tot en met half maart van 8.00 uur tot 17.30 uur (zaterdag vanaf 08.30 uur en zondag vanaf 09.00 uur)

vrijdag 2 augustus 2013

PARIJS IN CIJFERS - PARIS KEY FIGURES

Parijs in cijfers belooft een weinig romantische blog te worden. Cijfers daar gaan bij mij de eerste vragen over wanneer ik weer het genoegen heb om mensen rond te leiden in Parijs. Hoeveel inwoners heeft Parijs? Hoeveel toeristen komen jaarlijks naar Parijs? Hoeveel bruggen liggen er over de Seine? En nog veel meer. Reden voor mij om mijzelf er eens goed in te verdiepen. De meeste antwoorden op mijn vragen heb ik gevonden in het Pavillon de l'Arsenal. Een bezoek aan dit informatiecentrum is een must voor wie de groei, de huidige stand van zaken en zelfs de toekomst van Parijs wil begrijpen, op het gebied van urbanisering en architectuur.
 
Pavillon de l'Arsenal 
 
In het kleine winkeltje, behorend bij het Pavillon de l'Arsenal, staan honderden boeken over Parijs die mij een gedegen beeld gaven over Parijs in cijfers. Het nadeel van deze winkeltjes is dat ik altijd in de verleiding kom om weer een boek aan te schaffen over Parijs. En jawel hoor, een leuk boekje over alle curiositeiten van Parijs: 'Curiosités de Paris' - 'Inventaire insolite des trésors minuscules' (Parigramme ISBN 978-2-84096-735-4)
Een leuk boekje : 'Curiosités de Paris' - 'Inventaire insolite des trésors minuscules
Ik weet het; we zouden ons bezig houden met cijfers. Om maar te beginnen met de meest gestelde vraag; hoeveel inwoners wonen er eigenlijk in Parijs? In 2012 woonden er in de gemeente Parijs, 2.257,981 inwoners op een grondgebied van 10,539 hectaren. (1 hectare is 10.000 M²) Parijs is daarmee de dichtstbevolkte stad van Europa en qua grootte staat Parijs op de vijfde plaats. Per km² wonen er 21.504 inwoners en dat zorgt dan weer voor zeer hoge prijzen per M² woonruimte. Een appartement in Parijs kost gemiddeld € 8.342 per m². Dat is gemiddeld. De laagste prijs per m² is € 5.119 en de hoogste prijs is € 13.702. (dus voor 1 miljoen euro heb je slechts 72,9 m²) De prijs die je neertelt voor woonruimte is ook sterk afhankelijk van het arrondissement waar je woont en bij welk metrostation. Het duurste arrondissement is het 7e (De omgeving van Assemblée Nationale, Ecole Militaire, Dôme des Invalides, Musée d’Orsay, Tour Eiffel) De gemiddelde prijs per m² is € 12.866 een factor 2 in vergelijking met het goedkoopste arrondissement. In het 19e, in het noordoosten van Parijs, kost een appartement slechts € 6.438 per m².
Een appartement in Parijs kost gemiddeld € 8.342 per m²
Zoals ik al zei is het ook nog van invloed bij welk metrostation je woont. Woon je in de wijk van de aristocratie bij het metrostation Invalides (7de) dan betaal je de lieve som van € 14.504 per M². Wonen langs lijn 5 Bobigny - Pablo Picasso naar Place d'Italie is het goedkoopst. Parijs wordt omringd door de 35 kilometer lange ringweg, de Boulevard Périphérique, waarlangs 99 snelheidcamera's staan. Dat zou je niet zeggen als je zo links en rechts voorbij gegierd wordt door kamikaze motorrijders.
Parijs de groenste stad van Europa, totaal groeien er 478.000 bomen 400 parken en tuinen
Daarentegen is Parijs ook de groenste stad van Europa. Parijs heeft twee bosgebieden; het Bois de Boulogne (852 ha) en Bois de Vincennes (995 ha). Totaal groeien er 478.000 bomen in 120 soorten in 400 parken en tuinen. Parijs ligt redelijk laag, slechts 35 meter boven de zeespiegel en kent 9 heuvels van waar je vaak van een prachtig uitzicht kunt genieten. Ik noem ze even voor u op: Belleville 148,5 mtr (bij de rue du Télégraphe), Montmartre 130 mtr, Ménilmontant 108 mtr, Buttes Chaumont 103 mtr, Passy 71 mtr, Chaillot 67 mtr, Montparnasse 66 mtr, Buttes aux Cailles 63 mtr en de Montagne Sainte-Géneviève 61 mtr.
Het deel van de Seine dat door Parijs stroomt heeft een lengte van 13 kilometer. De rivier stroomt met een gemiddelde snelheid van 2 kilometer per uur en is het breedst +/- 200 meter bij de Pont de Grenelle. Het smalst, slechts 30 meter bij de Quai de Montebello. U weet wel, die brug met duizenden hangsloten bij de Notre Dame. De diepte varieert van 3,40 mtr bij de Pont Nationale en 5,70 mtr bij de Pont Mirabeau. 37 bruggen liggen er over het Parijse gedeelte van de Seine.
De Seine
De infrastructuur in Parijs is dankzij de visie van Baron Eugène Haussmann een van de beste in de wereld. Parijs kent 6100 straten, avenues en boulevards. 13.260 kruispunten en 3000 kilometer trottoir.  Onderweg komt u 9.884 bankjes tegen, 107 klokken, 109 'Wallace' drinkfonteintjes en bijna 400 'sanisettes' of openbare toiletten. Onder de grond; 2.417 kilometer riolering en 195 kilometer metrospoor.
De Métro van Parijs telt 385 metrostations (peildatum 8 oktober 2011), 14 + 2 (bis) lijnen met een totale lengte van 211,3 kilometer waarvan 16,3 kilometer boven de grond en 43,7 kilometer in de Parijse buitengebieden. De gemiddelde lengte van een metrolijn is 13,2 kilometer met plus minus 24 stations; een station per 550 meter. De langste metrolijnen zijn lijn 8; Balard naar Créteil Préfecture, 22,1 kilometer en lijn 9; Pont de Sèvres - Mairie de Montreuil. Weliswaar iets korter dan lijn 8, 19,6 kilometer, maar met maar liefst 37 stations. De kortste metrolijn is 3 bis; Gambetta - Porte de Lilas, slechts 1,3 kilometer. De meeste metrolijnen volgen het stratenpatroon van Parijs. 1,479 miljard reizigers maken jaarlijks gebruik van de Métro.
Paris Metropolitain: Het meest efficiënte metronetwerk van Europa
Verder heeft Parijs de beschikking over 1451 Vèlib fietsstations waar de Parijzenaar en de toerist, voor zeer weinig geld, dagelijks kan beschikken over 20.000 fietsen. Per dag worden zo'n 110.000 ritten geregistreerd en in Parijs is dan ook al 200 kilometer fietspad aangelegd. Het rijden met de auto raad ik u af, met uitzondering van zondag, want dan staat u even niet in de file. U kunt altijd nog een taxi nemen, hiervan rijden er 19.500 van.
Jaarlijks bezoeken 28,9 miljoen toeristen Parijs. Zij kunnen beschikken over 1475 hotels met ruim 76048 kamers. 60% van alle 'slapers' komen uit het buitenland. De twee vliegvelden Orly en Roissy-Charles de Gaulle verwerken per jaar 88,1 miljoen passagiers.
Om al die toeristen te entertainen heeft Parijs de beschikking over 376 bioscopen, 134 musea en 143 theaters. Parijs wordt 940 keer per jaar gebruikt als filmdecor en tot slot nog een paar andere bijzondere wetenswaardigheden:
 Het smalste straatje van Parijs is slechts 1,80 mtr breed
De langste straat (4,36 KM) is de rue de Vaugirard, de kortste straat is de rue Degrés in het 2e arrondissement; 5,75 meter. Het smalste straatje vindt u in Quartier Latin; rue du Chat-qui-Pêche (de vissende kat) slechts 1,8 meter breed. De breedste straat is de Avenue Foch in het 16e arrondissement met een breedte van maar liefst 120 meter. De steilste straat met een helling van 17,4% is de rue Gasnier-Guy in het 20e arrondissement.

Als laatste de 'buik' van Parijs, de markthallen in Rungis. 1193 bedrijven met 12.000 medewerkers bedienen zo'n slordige 18 miljoen mensen. Jaarlijks verwerkt de markt 1,372.304 ton aan voedsel en is goed voor een omzet van € 8,189 miljard. Met recht cijfers om trek van te krijgen. Trek in weer een lang weekend Parijs.