Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

dinsdag 4 maart 2014

VAN JAURÈS NAAR CLICHY; EEN WANDELING LANGS METROLIJN 2

Deze wandeling wilde ik al heel lang doen. Het volgen van metrolijn 2, een van de eerste metrolijnen van Parijs, die loopt langs de oude boulevards aan de noordkant. Deze metrolijn is 12,3 kilometer lang en loopt van Porte Dauphine naar Nation. Het eerste gedeelte van Etoile naar Dauphine werd geopend op 12 december 1900. Net na de 'Exposition Universelle' van 1900, die werd gehouden in Parijs, ter viering van alles wat in de afgelopen eeuw was bereikt, en om de ontwikkeling in de volgende eeuw te promoten. De jugendstil / art-nouveau was volop aanwezig op deze tentoonstelling, die duurde van 15 april tot 12 november 1900. Een aantal van de meest bekende bouwwerken in Parijs werden speciaal gebouwd voor deze tentoonstelling, waaronder het Station Paris Lyon, Station Musée d'Orsay, de Pont Alexandre-III, het Grand en Petit Palais en La Ruche. (De Eiffeltoren werd tussen 1887 en 1889 gebouwd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1889) Tijdens de 'Exposition Universelle' van 1900 werd de eerste lijn van de 'Métro de Parijs' in gebruik genomen. Lijn 1, geopend op 19 juli 1900, 10,3 kilometer lang en die liep geheel ondergronds van Vincennes naar Maillot. Het project stond onder leiding van ingenieur Fulgence Bienvenue, die later geëerd is met een metrostation: Montparnasse-Bienvenue.
De uitbreiding met lijn 2 volgde snel daarna. Op 7 oktober 1902 de verlenging naar Anvers, aan de oude boulevard Rochechouart en vervolgens 4 stations bovengronds richting Bagnolet dat in 1970 een nieuwe naam kreeg, namelijk Alexandre Dumas.

Mijn wandeling begint al meteen met een onverwacht doorkijkje op Montmartre

Al sinds 1900 speelt het design en de architectuur een belangrijke rol in het ontwerp van de Parijse metro. Wie kent niet de beroemde witte, vierzijdig afgeschuinde,  geglazuurde metro- tegels van zandsteen, die werden gefabriceerd door het bedrijf Boulenger in Choisy-le-Roi, Val-de-Marne? Of de prachtige art-nouveau, ingangen, ontworpen door Hector Guimard, gebouwd tussen 1900 en 1913, met hun smeedijzeren bogen en amberkleurige lampen, zoals die op de Place des  Abbesses, Porte Dauphine en Avenue Foch. De bijzondere smeedijzeren 'metro-totems' van Aldolphe Derveaux bij iedere ingang, vaak en helaas vervangen door de gele plastic uitziende "M". De typische Metropolitain typografie is ontworpen door de Fransman Georges Auriol.

De typische Metropolitain typografie is ontworpen door de Fransman Georges Auriol.

Het begon allemaal begin 1900 met de 'Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris' de CMP. In 1910 werd een nieuwe concessie uitgereikt aan de 'Société Berlier-Janicot ligne Nord-Sud' (lijn 12 Mairie d'Issy - Porte de la Chapelle). In 1949 - 1950 Het ontstaan van één vervoersmaatschappij voor de regio Parijs voor zowel metro als bus, de 'Régie autonome des transports parisiens', de RATP. Tot en met vandaag is de RATP verantwoordelijk voor heel het vervoer in de Parijse regio per metro, tram en bus. De RATP is weer een onderdeel van de STIF 'le Syndicat des transports d'Îlle-de-France'.

Wandeling
Zo genoeg geschiedenis. Mijn wandeling van oost naar west begint aan de noordkant bij het eerste bovengrondse station Jaurès genoemd, naar Jean Léon Jaurès, de leider van de Franse socialisten. De oude naam van het station rue d'Allemagne werd veranderd in Jaurès, nadat de vijandelijkheden begonnen met de Duitsers naar aanleiding van de Eerste Wereldoorlog.

De bovengrondse stations naar een ontwerp van de Franse architect Jean Camilla Formigé

Wat meteen opvalt is het werkelijk prachtige ontwerp van deze bovengrondse stations, allemaal 75 meter lang en gebouwd hoog boven de grond, op grote neoklassieke ijzeren pilaren. Dit alles naar een ontwerp van de Franse architect Jean Camilla Formigé en verwezenlijkt door de werkplaatsen van J. Leclaire in Montreuil, die ook de opdracht kregen voor alle viaducten van metrolijn 6 en het viaduct van het station Austerlitz. Alle hoog boven de weg gelegen stations op mijn route: Jaurès, Stalingrad, La Chapelle en Barbès-Rochechouart, zijn aan de voorzijde en de achterzijde voorzien van glas met daaronder sierlijke bouwelementen voorzien van guirlandes en afbeeldingen van stoomtreinen en bijenkorven. Deze oplossing werd later te duur gevonden. Bij lijn 6, gebouwd tussen 1900 en 1909  werden de bovengrondse stations opgetrokken in tweekleurig baksteen.

La Rotonde de la Villette gezien vanaf het Basin de la Villette

We volgen nu gewoon de indrukwekkende viaducten langs de place de la Bataille de Stalingrad. Rechts ziet u een neoklassiek gebouw; de Rotonde de la Villette, een fraai rond stenen gebouw geïnspireerd door Palladio's Villa Rotonda in Vicenza. Dit was een van de vroegere tolhuizen van Parijs, gebouwd als onderdeel van het plan van Lodewijk XVI om alle goederen die de stad binnenkwamen te belasten. Het fraai gerestaureerde gebouw heeft een restaurant en een zonneterras aan het Basin de la Villette.

                                                  Onveranderd sinds 1903, het metrostation Stalingrad

We komen nu langs het metrostation Stalingrad op de grens tussen het 10e arrondissement en het 19e arrondissement. Het station dankt zijn naam aan de Slag om Stalingrad (augustus 1942 - februari 1943) tussen de Russen en de Duitsers, een van de bekendste veldslagen uit de wereldgeschiedenis. Het station werd geopend op 31 januari 1903 met als naam Rue d'Aubervilliers, een nabijgelegen straat. Op 5 november 1910 veranderde de naam in Aubervilliers-Boulevard de la Villette. In 1946, toen een deel van de Boulevard de la Villette de naam Place de la Bataille de Stalingrad kreeg, werd meteen de naam van het station veranderd in Stalingrad.

Boulevard de la Chapelle waar druk wordt gewerkt aan een 'nieuw' Parijs

We volgen de boulevard de la Villette die over gaat in de boulevard de La Chapelle en kruisen de indrukwekkende spoorlijnen van het enorme spooremplacement van La Gare de l'Est. De jongste telg van de grote Parijse stations, voltooid in 1850. Na diverse verbouwingen in 1895 en 1931 werd dit station qua oppervlakte het grootste station van Parijs, met bestemmingen naar het noordoosten van Frankrijk en Oost-Europa. Al jaren verkeert de boulevard de la Chapelle in verval (wat ook weer zijn charme heeft) maar dankzij grote renovatieprojecten, die onlangs zijn opgestart wordt deze buurt straks sterk verbeterd. Deze immigrantenwijk wordt voornamelijk bevolkt door Noord-Afrikanen.

Even voorbij het metrostation La Chapelle passeren wij aan de linkerzijde het prachtig vervallen Théâtre des Bouffes du Nord dat van 1974 tot 2011 vol energie werd beheerd door de Britse regisseur Peter Brook. In het theater zijn vaak topuitvoeringen van kamermuziek.

Théâtre des Bouffes du Nord met in het programma de reflectie van metrolijn 2

Het 10e arrondissement wordt gekleurd door de twee noordelijke stations. We kruisen nu het immense spooremplacement van het Gare Du Nord. Met ongeveer 180 miljoen reizigers per jaar is dit het drukste spoorwegstation van de SNCF (Chemin de Fer du Nord). Een ontwerp van architect Jacques Hittorff, en het werd gebouwd tussen mei 1861 en december 1865, maar het station werd al geopend in 1864. Gare du Nord is het eindpunt van de Thalys-treinen uit Amsterdam, Brussel,  Brussels Airport, Oostende en Keulen, de Eurostar uit Londen en de meeste treinen uit Noord-Frankrijk.

Het immense spooremplacement van het Gare Du Nord. Met ongeveer 180 miljoen reizigers per jaar is dit het drukste spoorwegstation van Parijs

Wij blijven de boulevard de la Chapelle volgen langs het Hopital Lariboisière gebouwd in 1854 en in 1975 geregistreerd als historisch monument. Het Lariboisière is een van de fraaiste 19e eeuwse ziekenhuizen die Parijs kent. Het is gebouwd in een U-vorm rondom een grote tuin. Na de grote cholera-epidemie in 1832 besloot men om een ziekenhuis voor de wijken op de rechteroever te bouwen. Het ziekenhuis is vernoemd naar de Comtesse Elisa de Lariboisière, die bepaalde dat haar fortuin na haar dood werd besteed aan de oprichting van een hospitaal. Zoals ieder ziekenhuis in Parijs is ook dit vrij te bezoeken. De ingang zit aan de rue Ambroise Paré 2, De kapel, waarin het graf van de naamgeefster is ondergebracht en de indrukwekkende binnenplaats, zijn zeker de moeite van een bezichtiging waard.  

Hopital Lariboisière gebouwd in 1854 en in 1975 geregistreerd als historisch monument.

Een stukje verderop zien we het laatste bovengrondse metrostation van lijn 2: Barbès Rouchechouart. We zitten nu aan de oostkant van Montmartre. Dit is de plek waar het Carraïbisch gebied en Afrika elkaar ontmoeten. De immigrantenwijk tussen de boulevard Barbès en de rue la Goutte d’Or. De metro wringt zich langs huizen, die hun beste tijd hebben gehad, richting Pigalle. Stipt om 8 uur 's morgens gaan de markten open op de rue Dejean met exotische producten uit Senegal, Haïti, Kameroen en Ghana en de boulevard de la Chapelle onder het verhoogde metrospoor. De stoepen staan vol dozen met etenswaren en eigenlijk heb je maar een paar dozen nodig om een winkel te beginnen. La Goutte d'Or prikkelt alle zintuigen. Het lawaai van de metro, denderend over de stalen bruggen op hun prachtige metershoge fundamenten, en het geroep van de marktlui vermengen zich met de geur van tabak en specerijen.

La Goutte d'Or; het lawaai van de metro, denderend over de stalen bruggen op hun prachtige metershoge fundamenten

De Goutte d'Or, gelegen in het 18e arrondissement, op de oostelijke helling van Montmartre, is een van de meest cosmopolitische wijken van Parijs. 50% van de bevolking is van vreemde oorsprong. 56 nationaliteiten mengen allerlei kleuren, accenten en gebaren dooreen, een Afrikaans, Aziatische en Europese smeltkroes. De wijk wordt afgebakend door de boulevard Barbès aan de westzijde, de boulevard de la Chapelle aan de zuidzijde, de rue Ordener aan de noordzijde, en de sporen van het Gare du Nord aan de oostzijde. Er wonen ongeveer 20.000 mensen in deze wijk. De naam, letterlijk de gouden druppel, is afkomstig van de kleur van de wijn van de wijngaarden die hier voorheen stonden. Klik hier voor een aparte wandeling door La Goutte d'or (Mijn advies is om dit op een zaterdagochtend te doen)

Le Louxor gebouwd in 1921

Neem op dit drukke kruispunt van de boulevard de Magenta, boulevard Barbès en de boulevard de Rochechouart, even de tijd om alle indrukken te verwerken. Allereerst het prachtige, veelkleurige gebouw op de hoek. Mede dankzij Bertrand Delanoë, burgemeester van Parijs is deze vooroorlogse bioscoop uit de jaren 1920 weer in ere hersteld, na jaren van leegstand en verwaarlozing. 'Le Louxor', geheel in Neo-Egyptische stijl gebouwd door architect Henri Zipcy, werd op 6 oktober 1921 geopend. Eigendom van een Joodse ondernemer Henry Silberberg, zoals bleek uit de oorspronkelijke plannen. In 1930 komt het in handen van de Pathe groep en wordt in 1954 nog eens geheel gerenoveerd. In 1981 geclassificeerd als historisch monument, maar toen zat de klad al in het bioscoopbezoek. Tussen 1983 en 1987 werden er een drietal dubieuze clubs in gevestigd maar werd uiteindelijk in 1987 gesloten. Jarenlang stond dit bijzondere monument te verpauperen, tot het in 2003 werd aangekocht door de gemeente Parijs, die er vervolgens zeven jaar over deed om het een herbestemming te geven en de daarvoor benodigde bouwvergunningen af te geven. De veelkleurige keramische mozaïeken gevel, het werk van ontwerper Amedee Tiberti, uitgevoerd door Gentil & Bourdet uit Billancourt, werd zorgvuldig gerestaureerd. Bloemmotieven, cobras en gevleugelde schijven uitgevoerd in de kleuren kobalt blauw, zwart en goud. De verbouwing duurde drie jaar en de bioscoop is in april 2013 opnieuw geopend. De zaal met twee balkons biedt plaats aan 1195 toeschouwers. Het is mede te danken aan de inspanningen van de vereniging “Les Amis du Louxor” dat dit prachtige gebouw weer zijn originele bestemming heeft teruggekregen.

Sinds 1948 gevestigd op de rand van La Goutte d'Or; Tati het goedkoopste warenhuis van Parijs

Schuin aan de overzijde ligt de eerste vestiging van het goedkoopste warenhuis van Parijs; Tati. Het gebouw is van net na de oorlog uit 1948. De eigenaar, Jules Ouaki, van deze Cash & Carry, was de eerste die op het idee kwam de prijzen aan de buitenkant van het gebouw te laten zien, om zo mensen met drempelvrees naar binnen te lokken. Ook was hij de bedenker van de zelfbediening voor kleding. De naam werd ontleend aan de voornaam van zijn moeder Tita, maar die naam bleek al te bestaan en daarom heeft hij de naam omgedraaid, Tita werd Tati. Veel Parijzenaars hebben een zwak voor Tati. Regelmatig duiken er in hippe kringen Tati-producten op die gedurende enige tijd helemaal in zijn. Je kunt er terecht voor kleding, schoenen, sieraden, parfum, cosmetica en huishoudelijke artikelen, maar ook voor trouwjurken, zowel gewone als papieren versies, die soms al voor €50,- verkocht worden. Het is er chaotisch en levendig. Tati bestaat nu zo'n 65 jaar en heeft meer dan 40 winkels in Frankrijk en een tweetal in het buitenland.  

Tussen Barbès Rochechouart en Anvers verdwijnt lin 2 weer onder de grond

We blijven de metrolijn 2 volgen tot halverwege de boulevard Rochechouart waar de metrolijn onder de grond verdwijnt richting het volgende metrostation Anvers. Op nummer 72 het Élysée Montmartre, een van de eerste nachtclubs van het dorp Montmartre. Dit gebouw dateert uit 1807 - 81 jaar ouder dan de Moulin Rouge. Let op de prachtige rococo facade van deze toenmalige danshal. Boze tongen beweren dat hier de Franse cancan is uitgevonden. Het interieur is in 1887, twee jaar voor de opening van de Moulin Rouge, beschilderd door Henri Toulouse de Lautrec. Hier ontving hij zijn vriend Vincent van Gogh om samen te genieten van de danseres La Goulue, die veelvuldig poseerde voor Henri. Vlak na de opening van de Moulin Rouge werd het pand vernietigd door brand maar weer opnieuw opgebouwd. Emile Zola beschrijft de danszaal in zijn boek L'Assommoir. In 1989 krijgt het pand een monumentenstatus maar werd helaas in 2011 opnieuw getroffen door een brand. Sinds die tijd is het Elysée Montmartre, dat door de tijd groeide van een louche danszaal naar een Parijse poptempel, gesloten voor het publiek.

Élysée Montmartre, een van de eerste nachtclubs van het dorp Montmartre.

Bij de rue de Briquet vlakbij Anvers heeft u een prachtig doorkijkje naar de Sacré Cœur. De Parijse dichter Jacques Roubaud vergeleek de Sacré Cœur eens met een grote zuigfles voor de Engelen. Anderen spreken van een mierzoete suikertaart of nog erger; een puistige toren en witte ijscokoepel. sinds 1875 al een vast onderdeel van de skyline van Parijs. Let ook op de prachtige metro-ingang in art-nouveau stijl in 1900 ontworpen door Hector Guimard.

Bij de rue de Briquet vlakbij Anvers heeft u een prachtig doorkijkje naar de Sacré Cœur

Heeft u nog puf dan zetten we onze wandeling voort via het voetgangersgebied boven de metro richting Pigalle. Rechts komt u regelmatig terrasjes tegen, waar u even kunt uitrusten om de vreemde gewaarwording van deze bijzondere Parijse wandeling te verwerken. Wilt u meer weten over Pigalle, dan verwijs ik u naar mijn blog van 19 augustus 2013 over 'Sexy Paris -Paris Canaille'.

We volgen de boulevard de Clichy. Niet Parijs' mooiste straat, maar ook peepshows, sexshops en sekstheaters hebben overdag hun charme. Let vooral op de kleine zijstraatjes aan de rechterzijde met vaak prachtige doorkijkjes. Na het metrostation Pigalle volgt Blanche tegenover de rue de Lepic. In vroegere tijd diende deze straat als dè aan- en afvoerweg voor de karren, die het gips uit de groeven van la Butte naar de place Blanche brachten, om van daaruit verder vervoerd te worden naar de bouwplaatsen in Parijs. Blanche is dan ook synoniem voor het witte stof dat elke dag weer opwaaide vanuit de karren. 

Pigalle; 'Sexy Paris' 

Pas in 1864 kreeg de rue Lepic zijn huidige naam. Genoemd naar  de Franse generaal Louis Lepic (1765-1827). Daarvoor heette de straat rue de l'Empereur, rue Ravignan en Chemin Neuf. Vooral in de ochtend staat het eerste gedeelte vol met marktkramen van de maar liefst 21 speciaalzaken: Boulangeries, pâtisseries, charcuteries, triperie, traiteurs, chocolatiers, confiseurs en supermarchés (bakkers, banketbakkers, slagers, speciaalzaak voor ingewanden, kant en klaar maaltijden, chocolade- en suikerbakkers en supermarkten). Op de weg naar boven vind je 5 cafés waaronder café des Deux Moulins op nummer 15, op de hoek van de rue Cauchois. Een groot deel van de opnamen van de met 5 Oscars genomineerde film "Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain" werd hier gemaakt. Je herkent meteen de fraaie neonarmaturen, de formica tafeltjes en de ingang van de toiletten waar hèt allemaal gebeurde.

Een stukje verder het theater dat geen introductie meer behoeft. De Moulin Rouge, al 125 jaar een begrip in Parijs en niet meer weg te denken uit de geschiedenis van de stad. In het dorp Montmartre, dat ontstond tijdens de Franse revolutie, woonden voornamelijk molenaars en arbeiders, werkzaam in de plaatselijke gipsgroeven in de ondergrond van de heuvel. Het was hier, aan de voet van de Butte Montmartre, dat op op 6 oktober 1889 een nieuwe Music-Hall werd geopend. Deze werd gevestigd in de Jardin de Paris. De Moulin Rouge was geboren en dat ging niet onopgemerkt. Het publiek stroomde massaal naar de Place Blanche om deze extravagante plek met een enorme dansvloer, overal spiegels, optredens van schitterende vrouwen, een tuin gedecoreerd met een grote olifant en ritjes op ezels voor het plezier van de dames, te ontdekken. Er was zo’n wilde atmosfeer dat de show niet alleen op het podium plaatsvond maar zowel binnen als buiten: aristocraten en arme burgers hadden samen plezier.

Al 125 jaar een begrip in Parijs; De Moulin Rouge

De eigenaars van de tent waren Joseph Oller, tevens eigenaar van het Parijse Olympia, en Charles Zidler. Zij hadden hun zaak de bijnaam ‘Le Premier Palais des femmes’ (het eerste vrouwenpaleis) gegeven en wilden dat de Moulin Rouge de beroemdste tempel voor muziek en dans zou worden. De plaats waar men jonge Parijse dames, de courtisanes, aan het werk kon zien en waarvan de dansbewegingen al even losjes waren als de zeden. Ook al was de cancan dans, sinds 1807, reeds bekend  bij de werkende klasse, het was de Moulin Rouge die de populariteit ervan bewerkstelligde.

Onze lange en bijzondere wandeling eindigt op de Place de Clichy. Ik adviseer om te gaan lunchen of te gaan dineren, afhankelijk van het tijdstip, bij Le Wepler al 122 jaar lang gevestigd aan de Place de Clichy. Bon appetit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten