Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

donderdag 22 mei 2014

VERBORGEN MUSEA IN PARIJS

Maar weinig grote steden hebben zo'n nauwe band met de beeldende kunst als Parijs. In het tweede Keizerrijk (1852-1870) en de Derde Republiek (1870-1940/'46) werd Parijs gaandeweg een openluchtmuseum vol met beelden van onder andere Carpeaux (de prachtige Fontaine de l'Observatoire) Rude (de Marseillaise op de Arc de Triomphe). Rodin, Maillol, Zadkine en Bourdelle.
Montmartre en Montparnasse werden hèt bloeiend centrum voor kunst en literatuur. Schilders en beeldhouwers, schrijvers en dichters werden aangetrokken door deze buurten. De ateliers, de levendigheid en bohemienachtige manier van leven en werken, werkten als een magneet op vele getalenteerde kunstenaars. Kunstenaars als Moreau, Delacroix, Bourdelle, Maillol, Rodin, Zadkine en schrijvers waaronder Balzac en Hugo hebben een schat aan ateliers nagelaten aan de stad Parijs. Gelukkig zijn veel van deze ateliers musea in eigendom van de stad Parijs en daardoor (nog) gratis te bezichtigen.

Parijs bezit dan ook veel van dit soort onverwachte plekken, die minder mensen trekken. Vele artiesten, schilders, schrijvers, componisten en beeldhouwers gebruikten hun woning als middel om hun vakmanschap te tonen en zo de herinnering levend te houden. Gewone huizen, waar Parijs zo trots op is, getuigen van een rijk verleden. Menig kunstenaar heeft tijdens zijn leven zijn artistiek testament opgemaakt, opdat zijn oeuvre hem zou overleven, niet verspreid onder verzamelaars en verschillende musea, maar liefst in hun eigen atelier of huis, daar waar de kunstwerken tot stand kwamen. De huidige bezoeker waant zich terug in de tijd en krijgt een intieme inkijk in het leven van een boeiend persoon. In deze blog neem ik u mee langs een aantal van deze verborgen juweeltjes.

Het atelier van de Franse beeldhouwer en schilder, Emile-Antoine Bourdelle waar de tijd stil is blijven staan

Ten noorden van de grote boulevards liggen de kalme straten van 'la Nouvelle Athènes, het dorp van muzen en acteurs en daarna de courtisanes. In de rue Chaptal staat op nummer 16, aan het einde van een beukenlaantje met kasseien, een oud, okerkleurig herenhuis met vaal groene houten luiken: het idyllische Hôtel Scheffer-Renan nu het Musée de la Vie Romantique. Het werd gebouwd in 1830 voor schilder Ary Scheffer en zijn broer Henri. Zoals iedere wereldstad, heeft ook Parijs altijd kunstenaars, artiesten en gelukzoekers uit alle uithoeken van de wereld aangetrokken. Zo ook de Nederlandse kunstschilder Ary Scheffer (1795-1858).  Scheffer stond volop in de romantiek, een stroming die zich aan het einde van de 18e en 19e eeuw, volop liet gelden in de kunst en het intellectuele leven.

Aan het einde van een beukenlaantje met kasseien staat een oud, okerkleurig herenhuis met vaal groene houten luiken; het Musée de la Vie Romantique. 

Sober en met een tikje nostalgie is hier de wereld gecreëerd van George Sand, die er woonde met Liszt en Chopin. De wat stoffige kamers, volop opgeluisterd met schilderijen, kandelaars, spiegels en meubels, ademen de sfeer van de 19e eeuw. Het is niet moeilijk om u voor te stellen hoe de schilder hier woonde, werkte en genoot van het Parijse leven. Daar had hij dan ook alle redenen toe, want hij was bekend en geliefd in de stad. Samen met zijn dochter organiseerde de kunstschilder 'salons' op de vrijdagavond, waar tal van beroemdheden aanschoven. Scheffer kon onder andere Markies de Lafayette, Charles Dickens en de zangeres Pauline Viardot op zijn vriendenlijstje bijschrijven.

Zo ook George Sand. George Sand, pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin, was een Frans schrijfster. Ze schreef romans, novelles, sprookjes, toneelstukken en politieke teksten. Een deel van het museum is dan ook gewijd aan haar opmerkelijke leven en carrière. In drie kamers worden voorwerpen en schilderijen bewaard die iets van doen hebben met het leven van de schrijfster én feministe avant la lettré. Familieportretten, juwelen en unieke voorwerpen, die ze tijdens haar leven verzamelde, worden tentoongesteld op de begane grond van het museum. Een van deze objecten is een gipsafgietsel van de linkerhand van Chopin, een goede vriend van de schrijfster. Kortom: La Musée de la Vie Romantique is een hommage aan de romantiek als stroming. Een leuk museum voor kunstliefhebbers, maar ook voor mensen die houden van de rommelige sfeer van licht vergane glorie.

De Franse schrijfster George Sand, pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant

Schuin onder de rook van het treinstation Montparnasse, ligt een ideale bestemming voor een regenachtige dag in Parijs. Het huis en het atelier van de Franse beeldhouwer en schilder, Emile-Antoine Bourdelle (1861-1929). De productieve beeldhouwer woonde en werkte tot zijn dood in 1929 in dit huis aan de toenmalige impasse du Maine in de wijk Montparnasse. In 1949 werd het een museum en later, in 1992, grondig verbouwd door de in Casablanca geboren architect Christian de Portzamparc. Gelukkig is het oude atelier onaangeroerd gebleven na zijn dood. Bij het raam, dat hem voorziet van noorderlicht, staat nog steeds de gietijzeren potkachel. In de hoek een gipsen afgietsel van zijn mooie 'Centaure mourant', de stervende centaur uit 1914. Vanaf het verhoogde podium achter in het atelier, kon hij zijn beelden onder een hoek bekijken. Bij zijn overlijden wordt Bourdelle in zijn atelier opgebaard, naast zijn stervende centaur.

De tuin, een oase van rust, met op de achtergrond het atelier van Bourdelle

Bourdelle leerde als dertienjarige hout bewerken in de meubelmakerij van zijn vader. Tekenen en beeldhouwen leerde hij aan de Académie des Beaux Arts in Toulouse. Toen hij vierentwintig was kreeg hij een beurs voor de École des Beaux Arts in Parijs. In de jaren 1887-1929 schept Bourdelle vijfenveertig beeldhouwwerken, waaronder diverse bustes en maskers van Beethoven, die ook in het museum zijn te bewonderen. De toen al beroemde Auguste Rodin (1840-1917) bewonderde het werk van Bourdelle en vanaf 1893 tot 1908 werkte Antoine als Rodins assistent en ontwikkelde zich daar tot een bekende leermeester. Van 1909 tot aan zijn dood in 1929 was hij docent aan de belangrijke Académie de la Grande Chaumière in Parijs. Vele later bekende kunstenaars kregen van hem les, waaronder Alberto Giacometti en Aristide Maillol.

Evenals Auguste Rodin, droomde Antoine Bourdelle, aan het eind van zijn leven, van een museum dat een overzicht zou geven van zijn oeuvre. Zijn vrouw Cléopâtra en dochter Rhodia vervulden uiteindelijk die wens. De realisering van het museum in 1949, werd mede mogelijk dankzij de financiële steun van Gabriel Cognacq, een groot kunstliefhebber, neef en erfgenaam van Ernest Cognacq, de oprichter van het Parijse warenhuis La Samaritaine.

Gevelversiering gemaakt voor het Parijse Théatre des Champs Élysées

De in 1992 nieuw gebouwde vleugel heeft een totaal expositieoppervlak van 1655m². Indrukwekkend is de 'Hall des Plâtres' met enorme gipsen beelden, waaronder het ruiterstandbeeld van Generaal Alvéar, waarvan het origineel te vinden is in Buenos Aires. Drie afdrukken van de prachtige gevelversiering die Bourdelle gemaakt heeft voor het Parijse Théatre des Champs Élysées, die Apollo en de muzen verbeelden. En vijf kleinere panelen die de tragedie, komedie, muziek, dans en het verbond tussen architectuur en de beeldhouwkunst voorstellen. Twee beroemde en  moderne dansers hebben model gestaan; Isadora Duncan en Vaslav Nijinski. De kolossale beelden in de voor- en achtertuin tonen de explosieve natuur van Bourdelle's kunstenaarsziel.

Op loopafstand van het Musée Bourdelle vlakbij de Jardin Luxembourg ligt, verborgen tussen de muren van de hoge aanpalende gebouwen, het woonhuis en atelier van de in Rusland geboren beeldhouwer Ossip Zadkine (1890-1967). In de rustige en besloten tuin, omgeven door met klimop begroeide ateliers, lijken zijn bronzen beelden slechts met moeite licht op te vangen. Het museum, in februari 2012 weer opengegaan voor het publiek na een grondige renovatie, toont een prachtig overzicht van zijn werken van kubisme tot abstracte kunst. Binnen vindt je een collectie van houten torso's en kleinere werken van brons en steen.

'Orpheus', met op de achtergrond het atelier van Ossip Zadkine

Buiten, fascinerende beelden waaronder Orphée, verschillende studies van 'La Ville détruite',  de verwoeste stad, zijn belangrijkste creatie. Een treinrit door het verwoeste Rotterdam inspireerde Zadkine tot dit beeld, waaruit het hart is weggerukt en waarbij de armen en handen de hemel als het ware om hulp roepen, terwijl een schreeuw uit de bronzen mond ontsnapt. Het beeld, dat te vinden is aan de Leuvehaven in Rotterdam, was een schenking van de directie van het warenhuis de Bijenkorf aan de stad. Vlakbij de uitgang van de tuin, verborgen in een kleine nis, staat het monument ter ere van de gebroeders van Gogh, gemaakt in 1964, een van zijn laatste werken.

'La Ville détruite'; de verwoeste stad

Zadkine kwam op twintigjarige leeftijd in Parijs terecht, gelokt door zijn mede landgenoot en kunstschilder Marc Chagall, Hij was aanvankelijk een leerling en vriend van Rodin. Tijdens de eerste wereldoorlog werkt hij als verpleger en tolk in het Franse leger, waar hij de Joodse schilderes Valentine Prax ontmoet, waarmee hij in 1918 trouwt. In 1928 vestigde hij zich in het huis, zijn 'folie d'Assas' aan de rue d'Assas 100 bis. In 1937 besluit hij, na een tentoonstelling in New York, om niet terug te gaan naar Parijs vanwege de toen al opkomende antisemitische sentimenten. Valentine blijft in Parijs en duikt onder. Pas na de tweede wereldoorlog vinden ze elkaar terug in de rue d'Assas. Hij bleef er tot aan zijn dood in 1967. Ossip Zadkine is begraven tussen zijn illustere tijdgenoten, waaronder Constantin Brancusi en Auguste Bartholdi, op het nabij gelegen cimetière Montparnasse. Valentine Prax schonk meer dan 400 beeldhouwwerken en 300 tekeningen aan de stad Parijs, samen met zijn persoonlijk archief en foto's. Het museum opende voor het eerst zijn deuren voor het publiek in 1982. Een echte aanrader.

Tête d'Homme (1922)

Nog tot halverwege de 19e eeuw was la butte een landelijke idylle, een dorpje gelegen voor de poorten van de stad. Het noordelijke stadsdeel werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en is gelukkig verschoond gebleven van de ingrijpende bouwkundige ingrepen van Haussmann. De oude dorpsstructuur is er tot op heden bewaard gebleven. De eenvoudige maar gunstige leefomstandigheden en het vrije klimaat op de heuvel. waar in het schimmige café- en cabaretcircuit eenvoudig modellen konden worden benaderd, trokken zo rond de eeuwwisseling talloze kunstenaars en galeriehouders aan. Degas, Renoir, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Braque en Matisse, ze leefden, woonden en werkten allen enige tijd in Montmartre. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met bovengenoemde kunstenaars, die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen. Toulouse de Lautrec heeft hier de danseressen van de Moulin Rouge geschilderd. Picasso schilderde in 1907 een van zijn beroemdste schilderijen, 'Les Demoiselles d'Avignon', dat zich momenteel in het MoMa in New York bevindt.

Hier aan de rue Cortot 12 woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo, nu het Musée de Montmartre

In Montmartre staat op nummer 12 in de rue Cortot een huis met mansardedak, dat zijn schilderachtige verleden opmerkelijk trouw is gebleven: Het Musée de Montmartre, dat eens het oudste hotel was op de heuvel, weggedoken in een tuin vol met betoverende geuren- en kleurenpracht. Hier zien we dat stenen een ziel hebben, want hoe had deze plek anders zo'n groot aantal vooraanstaande gasten kunnen trekken. Eigendom van Claude de la Rose of Rosimond, een acteur bij het Théâtre de Molière waar ook Molière deel van uitmaakte. Renoir had hier in 1875 zijn eerste Parijse adres en schilderde hier tal van meesterwerken, waaronder de absolute uitschieter Le Bal du Moulin de la Galette. Het doek hangt nu in het Musée d'Orsay. Van Gogh en Gauguin waren hier regelmatig de gast van Émile Bernard. Vincent van Gogh woonde een stukje verderop in een uitspanning met de naam Aux Billards en Bois. Hier schilderde Van Gogh in 1886 "La Guinguette", eveneens te vinden in het Musée d'Orsay. Op de tweede verdieping woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo.

De memorabilia van het museum herscheppen de unieke atmosfeer van Montmartres verleden, de Bohemiens. Foto's, prachtige affiches onder andere van Toulouse-Lautrec, van diverse cabarets, tekeningen, schilderijen, karikaturen en sculpturen. Je vindt hier ook een reproductie van een van de mooiste artiestengrappen uit Montmartres kunstverleden. De schrijver Roland Dorgelès - die moderne kunst verafschuwde - bond een penseel aan de staart van de ezel van de eigenaar van het Cabaret Au Lapin Agile. Het resulteerde in een schilderij alom bewonderd door de kunstpers. Het schilderij kreeg de titel mee; 'Zonsondergang boven de Adriatische Zee'. Bovendien staat hier de oude tapkast van het Café de l'Abreuvoir waar Utrillo regelmatig zijn geliefde absint nuttigde. Er is ook een groot schaalmodel van het oude Montmartre, die een goede indruk geeft hoe la butte er ooit heeft uitgezien. Aan de achterkant heb je een mooi uitzicht over de heuvelachtige noordrand van de stad en de wijngaard.


Veel van deze 'verborgen musea' maken onderdeel uit van les Musées de la Ville de Paris en zijn vaak gratis te bezoeken met uitzondering van bijzondere tentoonstellingen. Andere juweeltjes zijn: Maison de Balzac, Musée Cognacq-Jay, Maison de Victor Hugo, Musée Delacroix en het Musée Gustave Moreau. Je hoeft er maar even te zijn geweest om er weer naar terug te willen.


Musée de la Vie Romantique, Hôtel Scheffer-Renan, rue Chaptal 16, 9e arrondissement, Metro Saint Georges, Pigalle, Blanche, Liège. Geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree gratis

Musée Bourdelle, rue Antoine Bourdelle 18, 15e arrondissement, metro Montparnasse- Bienvenüe, Falguière. Geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree gratis.

Musée Zadkine, rue d'Assas 110 bis, 6e arrondissement, Metro Vavin, Notre Dame des Champs. Geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur. Entree € 8,00

Musée de Montmartre, rue Cortot 12, 18e arrondissement, metro Lamarck-Caulaincourt. Geopend alle dagen van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree € 9,00


Paris FvdV passeerde op 19 mei 2014 de grens van 138.000 lezers. Om versneld naar de 150.000 lezers te groeien, krijgt iedere 1000e bezoeker van mijn weblog, het nieuwe boek van Andy Arnts; 'Parisiennes herken je aan hun benen', gratis thuisgestuurd. Maak een print screen van mijn weblogpagina met het bezoekersgetal afgerond op 000, stuur die via email naar fvdvliet@upcmail.nl met uw adres en binnen enkele dagen ontvangt u het boek gesigneerd door de schrijver zelf.

3 opmerkingen:

  1. Beste meneer,
    Allereerst wil ik u bedanken voor de ontzettend mooie verhalen waarin u Parijs beschrijft.
    Het is pas sinds korte tijd dat ik bekend ben met uw blog, maar hij staat nu al onder 'favorieten'!
    Met hartelijke groet,
    Mandy Oudenhoven

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Enkele reacties op Nederlanders.Fr
    Reactie van La VV: Dank! Superartikel!
    Reactie van Lucie Bleumer: Van zo'n artikel word ik blij. Zo vaak in Parijs geweest en geen van alle gezien.
    Reactie van Tijdgat Rardy: Wat een interessant artikel. Ademloos gelezen. Prachtgids voor een volgend bezoek aan Parijs.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hallo Ferry

    Ik heb je blog gelezen over de verborgen musea in Parijs.
    Wat schrijf je heerlijk lezend over deze huizen en kunstenaars uit de vervlogen tijd.
    Je bent een echte schrijver geworden over de stad die je hart gestolen heeft.
    Een aantal huizen kende ik wel,maar ik ben er nog nooit geweest.
    Parijs staat ook voor mij steeds op mijn lijstje van weer eens gaan.
    Jou blog maakt wel dat je weer ontzettend zin krijgt om er weer eens naar toe te gaan.
    Geweldig dat je dit doet Ferry !

    hartelijke groet
    Judith Donders

    BeantwoordenVerwijderen