Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

dinsdag 4 november 2014

EEN PARIJS JUWEEL; PETIT PALAIS

Maar als eerste: Dank aan iedereen die gestemd heeft op mijn weblog Paris FvdV. Mijn blog behoort nu bij de shortlist van finalisten in de categorie Parijs. De prijsuitreiking vindt plaats op 12 november aanstaande. nogmaals dank voor uw steun.

Merci à toutes et à tous pour vos votes. Grâce a vous, le blog Paris FvdV est finaliste dans sa catégorie Paris. Il reste donc dans la compétition. La cérémonie de remise des prix aura lieu le 12 novembre. Merci encore pour votre soutien.



Ik herinner me nog als de dag van vandaag mijn eerste kennismaking met het Musée du Petit Palais in Parijs.  Het was de tentoonstelling l'Art de Cartier van 20 oktober 1989 tot 28 januari 1990. Het was, denk ik, een van de best bewaakte tentoonstellingen van de stad Parijs. De opening werd verricht door de toenmalige burgemeester van Parijs Jacques Chrirac en toonde een overzicht van Cartier in de periode van 1860 tot 1986 met meer dan 600 juwelen uit de genoemde periode. Echter het mooiste getoonde juweel was het gebouw zelf.

Een architectonisch juweeltje; de entree naar de de Cours de la Reine-vleugel

Het Petit Palais is een overblijfsel van de Exposition Universelle van 1900 en die werd door meer dan 50 miljoen mensen bezocht, wat destijds een wereldrecord was. De Franse overheid verdiende 7 miljoen frank aan deze tentoonstelling. In totaal stonden er 76.000 exposanten, verspreid over een gebied van 1.12 km². Een aantal andere bouwwerken die parijs heeft overgehouden aan deze wereldtentoonstelling zijn de treinstations Paris Lyon, d'Orsay, de Pont Alexandre III en het Grand Palais. De eerste twee lijnen van de metro werden tijdens de tentoonstelling in gebruik genomen. Lijn 1 liep van Vincennes naar Maillot met acht stations en een lengte van 10,3 km en lijn 2, van Etoile naar Dauphine met een lengte van 1,5 km. Op de tentoonstelling demonstreerde Rudolf Diesel zijn dieselmotor, die liep op puur plantaardige olie. De tentoonstelling van 1900 noteerde ook een triest feitje; tijdens de wijnwedstrijd die op de tentoonstelling werd gehouden, versloeg een Russische wijn alle Franse wijnen voor de titel 'Grand Prix de Champagne'.

De zijde aan de Champs Élysées (links) wordt gebruikt voor meer permanente tentoonstellingen

Het Petit Palais, dat na de wereldtentoonstelling direct in handen kwam van de stad Parijs, is gebouwd door Charles Girault, die overigens ook tekende voor het ontwerp van het Grand Palais. Beide 'paleizen' zijn het schoolvoorbeeld van eclectische architectuur. Een slimme combinatie van stijlen die zijn gecombineerd tot een nieuw geheel. Dit keer werden elementen gecombineerd uit historische Parijse architectuur, zoals de colonnade van het Louvre, de dome van de Dôme des Invalides en de spiegelzaal van het Louvre. Zo ontstond een buitengewoon elegant bouwwerk met een indrukwekkende voorgevel. Vanaf 1902 werd het Petit Palais het Musée des Beaux-Arts de la Ville de Paris. Girault bleek bij de bouw over visie te beschikken, want hij zorgde voor enorme glazen vlakken, extra hoge ramen en een naar de binnentuin gerichte zuilengalerij, zodat het daglicht overal overvloedig naar binnen kan zelfs door de immense koepel in de entreehal.

Extra hoge ramen en een naar de binnentuin gerichte zuilengalerij, zorgen er voor dat het daglicht overal overvloedig naar binnen kan

Het gebouw is in 2005 nog eens voor de lieve som van 264 miljoen gerestaureerd en is nu een van de architecturale parels van Parijs. Monumentale trappen, rijkelijk voorzien van siersmeedwerk, mozaïeken vloeren en beschilderde koepels. Een groot bordes aan de voorzijde leidt je naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers en een immense zuilengang. Deze grenst weer aan een halfronde weelderige binnentuin met een prachtige colonnade met rondlopende fresco's en een grote vijver. Hier zit ook het museumcafé dat u zeker moet bezoeken, een oase van rust.

De binnentuin, een oase van rust

De Cours de la Reine-vleugel (rechts) wordt vooral gebruikt voor tijdelijke tentoonstellingen. Hier was onder andere ook, in 2010,  de overzichtstentoonstellingen het werk van Frankrijks grootste couturier: Yves Saint Laurent.te zien. De zijde van de Champs Élysées (links) wordt gebruikt voor meer permanente tentoonstellingen. Deze zijn verdeeld in secties met een tijdspanne van de klassieke oudheid tot begin 20e eeuw. Wie een chronologische volgorde wil maken kan het beste beginnen in het souterrain. Zo doorloop je de (kunst)geschiedenis van de Griekse- en Romeinse tijd naar de middeleeuwen, de Renaissance en de 19e eeuw. Delacroix, Jan Steen, Rembrandt, maar ook meesterwerken van Rodin, Maillol, Bonnard, Renoir, en Cézanne. Een prachtige veelzijdige collectie die vooral te danken is aan privéschenkingen en nalatenschappen. Zo ontstaat een volledig beeld wat er door de eeuwen heen artistiek werd bereikt, dit in een overtuigend en betoverend samenspel met de rijke, maar vooral overvloedige architectuur.

Overal waar je loopt stroomt het daglicht weldadig naar binnen

Reden genoeg om (weer) eens een bezoek te brengen aan dit Parijse pareltje. Mocht u nog niet helemaal overtuigd zijn dan voeg ik daar nog een juweel aan toe, een van zuiver kristal. Voor het eerst, nog tot en met 4 januari 2015 is er in Frankrijk, en wel in het Petit Palais,, een overzichtstentoonstelling te zien gewijd aan Baccarat. De geschiedenis van Baccarat gaat terug tot in 1764, toen Koning Lodewijk XV toestemming  gaf om een glasfabriek op te richten in het plaatsje Baccarat in het oosten van Frankrijk. In het begin werden er venster- ramen, spiegels en glas- serviezen vervaardigd. In 1816 begon men met de productie van kristal. Als hofleverancier van glasserviezen, kandelaars, karaffen en natuurlijk parfumflesjes aan het Franse koningshuis, en staatshoofden over de hele wereld, volgde snel een vestiging in Parijs. Baccarat kreeg die wereldwijde bekendheid door de wereldtentoonstellingen in Parijs tussen 1823 en 1937. Met als absolute hoogtepunt die van 1900.

Monumentale trappen, rijkelijk voorzien van siersmeedwerk

Met deze overzichtstentoonstelling komt Baccarat als het ware weer thuis. Getoond worden bijna vijfhonderd historische objecten, voornamelijk uit diverse (privé)collecties waaronder die van de fabriek in de Lorraine, het Musée d'Orsay, Musée du Louvre, Musée les Arts Decoratifs, Château de Compiègne en het Musée des Beaux-Arts Nancy. Tal van tekeningen en documenten uit vrijwel onbekende archieven tonen het ontstaan ​​van de tentoongestelde creaties en onthullen de bronnen van inspiratie van de ambachtslieden uit deze beroemde fabriek. De getoonde objecten zijn zelfs nog nooit vertoond in het Baccarat Museum te Parijs aan de Place des Etats-Unis 11 in het 16e arrondissement. In 2003 geheel gerestyled door Philippe Starck.

Grenzend aan de halfronde weelderige binnentuin een prachtige colonnade met rondlopende fresco's 

Eenmaal weer buiten, neem dan ook de moeite om een rondje om het Petit Palais te lopen. Aan de rechter zijde wordt het Paleis 'bewaakt' door een bronzen beeld van een grimmig kijkende Winston Churchill. Aan de achterzijde het eeuwenoude driesterren Michelin restaurant Ledoyen (1791). Ooit was Ledoyen, een uitspanning waar melk vers van de koe gedronken kon worden. Nu is het een restaurant in een parkachtige omgeving, waar Robespierre in 1791 al kind aan huis was en u heerlijk kunt dineren onder de kastanjebomen met uitzicht op een sprookjesachtig paleis.

Petit Palais; een Parijs juweeltje

Le Jardin du Petit Palais en het Musée des Beaux Arts de la Ville de Paris avenue Winston Churchill, 8e arrondissement, metro Champs Elysées Clemenceau.

2 opmerkingen:

  1. Ik heb het even bekeken, Ferry, die shortlist, maar jouw blog steekt met kop en schouders boven de andere uit. Op naar de award!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je wel Leendert en nu maar hopen dat de jury en de sponsoren dat ook vinden. Woensdagnacht 12 november weten we meer

    BeantwoordenVerwijderen