Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

vrijdag 27 februari 2015

LE PARIS SOUS PARIS, HET PARIJS ONDER PARIJS

Onder Parijs gaat een bijzondere onderaardse wereld schuil, net als in andere grote steden. Maar die van Parijs is diverser, vreemder. En dan doel ik niet alleen op de honderden kilometers lange tunnels die samen een van de fijnst vertakte metronetwerken en riolen ter wereld vormen. Er is daar beneden nog veel meer te vinden: kanalen, waterreservoirs, crypten, bankkluizen en oude wijnkelders die illegaal dienstdoen als nachtclub of galerie. Maar het opmerkelijkst zijn de steengroeven: de meer dan 200 kilometer lange gangenstelsels die onder veel wijken te vinden zijn, met name in het zuidelijke deel van de stad. Alle bouwmaterialen waaruit Parijs is opgebouwd komen namelijk uit eigen bodem. De bodem heeft vanaf de tijd van de Romeinen, tot vroeg in de negentiende eeuw, de materialen geleverd voor de huizen, kerken, paleizen en kloosters.

In de loop van 2000 jaar is de bodem onder de stad voor ongeveer een tiende van het huidige stadoppervlak uitgehold. Uit talloze steengroeven in de stad haalden de Parijzenaars niet alleen de kalksteen voor hun gebouwen, maar ook leem, kalk en zand. Pas in 1813 werd de exploitatie van de laatste 18 steengroeven binnen de stad verboden, omdat zich in de bodem steeds meer verzakkingen voordeden. Vanaf 1893 is men systematisch begonnen de onderaardse gangen weer op te vullen. Maar nog steeds vinden er in wijken, waaronder Montmartre, verzakkingen plaats. Ironisch genoeg heeft dit de Butte, zoals Montmartre heet in de volksmond, behoed voor desastreuze modernisering.

Parijs kent vele Urban Explorers of Cathaphiles

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren het de schuilplaatsen voor het Franse verzet, maar tegenwoordig oefenen die tunnels een aantrekkingskracht uit op een heel andere clandestiene groep; een gemeenschap van vrijgevochten types die soms dagen- en nachtenlang ondergronds blijven: de Cathaphiles. Ook wel Urban Explorers genoemd.
Afdalen in de catacomben van Parijs is illegaal en niet zonder levensgevaar. Zuurstofgebrek, gevaarlijke rioolgassen, gevaar voor instortingen of verdwalen en zelfs kans op verdrinking. Via mangaten en ontelbare ladders dalen ze af naar het binnenste van Parijs. Getooid met lampen, touwen en veiligheidshelmen, met als doel het verkennen van de duistere tunnels om er te feesten, te schilderen, of te fotograferen. Een goede gids is onmisbaar en vanwege de vele gevaren is het afdalen zonder gids, sinds 2 november 1955, zelfs strafbaar. Er bestaat een speciale politie-eenheid die dag en nacht patrouilleert in de catacomben en zich alleen bezig houdt met het opsporen van illegale bezoekers. Boetes kunnen oplopen tot 60 euro per overtreding.

Parijs is het Mekka voor ondergrondse exploratie, zei Lazar Kunstmann onlangs in een interview met de National Geographic. Hij is woordvoerder van een groep van Urban Explorers die zelfs een clandestiene bioscoop runde onder de grond op een plek dicht bij de Seine en de Eiffeltoren. De groep heeft nog zeven andere ondergrondse sites, waarvan hij weigerde om meer details te geven. In de eeuwige nacht van het ondergrondse Parijs is geheimhouding heilig in een subcultuur met codes en schuilnamen. Op 23 augustus 2010 werd de ondergrondse bioscoop helaas ontdekt door de politie. Het filmtheater was voorzien van 30 uitgehakte zitplaatsen met houten zittingen. Het complex omvatte verder een bar, een restaurant en een aantal kamers voor een overnachting. Water betrok men vanuit de tuinen van het Trocadero en de elektriciteit werd illegaal afgetapt van het Palais de Chaillot. Bijna twee decennia geleden waren er, naar verluidt meer dan 300 toegangen tot de steengroeven. De meeste zijn gesloten, maar nieuwe entrees zijn blootgelegd door ondernemende ontdekkingsreizigers.

De catacomben van de Parijse opera

Opera Garnier
De Cathaphiles zijn niet de enigen die geïnspireerd raakten door de ingewanden van Parijs. Victor Hugo schreef er over in Les Miserables, Gaston Leroux hield zijn held de Phantom of the Opera verborgen in het helse doolhof onder de Opera Garnier.
In 2011 bracht ik een bezoek aan het 'meer', compleet met bronnen afkomstig van een zijtak van de Seine de rivier Grange Bateliere en schreef hierover het volgende: Voorzichtig loop ik achter Gilber Harnay, brandweerman en al vierendertig jaar verantwoordelijk voor de brandveiligheid van het Palais Garnier, maar voor deze gelegenheid is hij mijn gids. Met in de ene hand een gigantische bos sleutels en in de andere hand een krachtige schijnwerper volg ik hem zwijgzaam over stenen trappen en door de lange smalle gangen, verboden voor het publiek, naar een immense gewelfde kelder van ruim 2500 m².

De ingang naar het beroemde meer 

We stoppen bij een ijzeren hek. Mijn gids draait zich om en zegt met een zware stem; " le lac, c'est ici...", dit is het meer. Hij draait zijn sleutel in het hangslot en opent de zware ijzeren deur die toegang geeft tot het meer. Met zijn lantaarn schijnt hij naar beneden langs een ijzeren trap die in het water steekt. Ongeveer een meter lager schittert het water in het licht van de lantaarn. Het meer ligt onder onze voeten zegt hij op langzame toon. Het dient als waterreservoir indien er brand is in het gebouw en voor duiktrainingen van de Parijse brandweer. Bij een lage waterstand kun je er varen met een boot. Het meer is eigenlijk een groot caisson van 50 bij 20 meter, zo'n 3 meter hoog en bezaaid met kolommen.

Even dwalen mijn gedachten af naar de prachtige slotscene uit de Phantom of the Opera waar het Spook met zijn geliefde Christine per boot het meer oversteekt verlicht met honderden fakkels. "Geen weg terug meer, de laatste drempel zijn we overgestoken, dus sta hier -  en kijk hoe hij brandt…  We hebben de weg terug  achter ons gelaten…". Het luid dichtvallen van het ijzeren hek brengt me weer tot de werkelijkheid.
De meeste opera's worden tegenwoordig opgevoerd in de Opéra Bastille. Hier in de Opéra Garnier bijna uitsluitend balletvoorstellingen. Zo blijft, zeker hier, de jaarlijkse balletuitvoering van le Lac des Cynges, het zwanenmeer een bijzondere betekenis houden.

Een kerhof vol met oude metrotreinen - photo courtesy of Melanie de Groot van Embden

Onlangs zag ik bijzondere foto's van de Frans Nederlandse journaliste en fotografe, Melanie de Groot van Embden. Parijse treinspotters hebben een jarenlang goed bewaard geheim prijsgegeven. Naast het metrostation Villiers in het 17e arrondissement, op een zijspoor van metrolijn 13, staan ondergronds een groot aantal oude metrovoertuigen geparkeerd. Sommigen in deplorabele staat. Een kerkhof vol treinen in ruste, af en toe verstoord door enkele graffitikunstenaars of fotografen die deze wegkwijnende treinstellen voor vergetelheid willen behoeden. Hopelijk worden ze te zijner tijd opnieuw gerestaureerd om te pronken in een metromuseum dat Parijs, net als een fotografiemuseum overigens, ontbeert.

Vergane glorie, weggestopt diep onder de grond -photo courtesy of Melanie de Groot van Embden

De riolen van Parijs, Les Égouts, vormen een minder bekende bezienswaardigheid. De eerste open rioolnetwerken in Parijs stammen uit de Middeleeuwen. Het schoonmaken van de poelen en het afvoeren van het afval was een vieze en zware klus, die vooral door galeislaven werd uitgevoerd. Velen legden het loodje door de verstikkende gassen, opstijgend uit de 'rottende' meren in de stad. De stank was vaak ondragelijk. Het is aan Huges Aubriot, provoost onder Karel V (die regeerde van 1322-1328) te danken, dat Parijs zijn eerste gewelfde riool kreeg in de buurt van de Hallen, die vervolgens het afvalwater afvoerde naar de Seine.  In 1789, ruim vier eeuwen later, was er pas 26 kilometer riool terwijl de Parijse bevolking excessief groeide. Pas in 1855 kreeg Parijs een coherent systeem voor zowel de drinkwatervoorziening als de afvoer van afvalwater, naar een ontwerp van de Franse ingenieur Eugène Belgrand, die ook wel de grondlegger van het huidige rioleringssysteem wordt benoemd. Van hem kwam ook het idee om een grote buis vanuit de Rive Droite aan te leggen, naar het dorpje Asnières, om zo de als maar vervuilende Seine te ontzien. Het afvalwater werd weer hergebruikt als irrigatie van de landbouwgronden in de voorsteden. Al snel bleken de vloeivelden te klein om het totale aanbod van afvalwater aan te kunnen, vandaar dat men in 1910 in Yvelines een zuiveringsinstallatie bouwde, die tot op de dag van vandaag zorg draagt voor de afvoer van de ingewanden van Parijs.

De ingewanden van Parijs

Momenteel strekt het netwerk van riolen zich uit over meer dan 2400 kilometer. Elke straat heeft zijn eigen riool. Straten breder dan twintig meter hebben er zelfs twee. Parijs kent ook nog ruim 63.000 'privé-riolen'. De hoogte van de rioolbuizen variëren van 5 meter (hoofdriool) tot  3,8 meter en 2,6 meter (basisriool). Fraaie porseleinen bordjes geven de naam van het riool aan, die overigens overeenkomt met de naam van de straat, boulevard, avenue of plein waaronder het riool loopt. Dagelijks stroomt er 1,8 miljoen kubieke meter aan afval- en regenwater door dit bijzondere buizensysteem.

Het is een stad onder een stad met trottoirs, bruggen, kanalen en kades waarover de égoutiers zich verplaatsen. In Parijs werken zo'n 1000 égoutiers, het corps dat toezicht houdt op de riolen.  Zo'n 300 zijn er in dienst bij de gemeente Parijs, de overigen werken in de privé sector. Geen ongevaarlijk werk, vanwege infectierisico's van open wondjes of rattenbeten, gezien de grote kolonie ratten die in de riolen huist. Men schat dat er op elke Parijzenaar (rond de 2,2 miljoen) een tot drie ratten beneden wonen. Een rekensom is nu snel gemaakt. Gemiddeld brengt een égoutier 22 jaar van zijn werkzame leven door onder de grond. Ze gaan dan ook rond hun 52e met pensioen.

Een ondergronds netwerk van meer dan 2400 kilometer

De ingewanden van Parijs kennen we natuurlijk uit het meesterwerk van Victor Hugo's Les Misérables, dat zich afspeelt voor en tijdens de opstand van 1848 in Parijs. Op een gegeven moment komen de opstandelingen in het nauw en raakt een van hun leiders Marius Pontmercy gewond. De ex-gevangene Jean Valjean neemt hem over zijn schouder en vindt in het riool een veilige schuilplaats. De inspiratie van deze scene zal Victor Hugo gekregen hebben van zijn vriend Brusneseau, die in de 19e eeuw besloot het rioleringssysteem in kaart te brengen. Dat was vóór die tijd namelijk nog nooit gebeurd. De populariteit van de riolen inspireerde meerdere film- en musicalmakers. In 2012 werd Les Misérables opnieuw verfilmd met in de hoofdrollen Hugh Jackman, Russell Crowe, Anne Hathaway en, Amanda Seyfried.

Les Miserables: Filmposter ontworpen door Ignition Print - Courtesy Universal Pictures

Het is vandaag de dag nog steeds mogelijk om onder leiding van een gids een wandeling te maken door de riolen. Overigens werden de eerste rondleidingen georganiseerd tijdens de Wereldtentoonstelling van 1867. Toen vond de excursie plaats in een wagentje vanaf het verzamelpunt bij Sébastopol. Later werden de rondleidingen bij kaars- of gaslicht uitgevoerd per bootje. Tijdens de huidige rondleiding krijgt men het hart van het netwerk te zien. Een onopvallende trap op de hoek van de Quai d'Orsay en de pont de L'Alma, in de schaduw van de Eiffeltoren geeft toegang tot deze onderaardse attractie. Een blauw bord met 'Visite les Egouts de Paris' markeert de ingang naar de ingewanden van Parijs.
Natuurlijk kun je ook op eigen houtje proberen om een van de 28.000 roosters of putdeksels te lichten en naar beneden af te dalen. Vergeet dan niet om een stratenplan van Parijs mee te nemen. Want je zult weinig mensen tegenkomen om de weg te vragen.

Montsouris een van de vijf waterreservoirs van de stad Parijs

Réservoir de Montsouris
Op de hoek van de rue de la Tombe-Issoire en de avenue Reille in het 14e arrondissement, bevindt zich een van de grootste waterreservoirs van Europa; Réservoir de Montsouris, 265m lang, 135 meter breed, met buitenmuren van meer dan 2 meter dik en 80 meter boven de zeespiegel. Montsouris is een van de vijf waterreservoirs die zorgen voor de watervoorziening van de hoofdstad. Gebouwd tussen 1868 en 1873 door Belgrand op oude kalksteengroeven. Met twee reservoirs die ondersteund worden door 1860 pijlers. Het reservoir onder de grond heeft een diepte van 5 meter en bovengronds, maar geheel afgedekt, een diepte van ruim drie meter. Hierin wordt water, nog steeds aangevoerd via aquaducten ten zuiden van Parijs. uit de rivieren de Vanne, de Loing en de Lunain opgeslagen, waarmee de helft van de stad wordt bevoorraad. Van buiten te herkennen aan de prachtige pomphuisjes die zomaar van een signatuur van Eiffel zouden kunnen zijn. Op de muren staan namen die verwijzen naar de rivieren in de buurt van Parijs. Om de zuiverheid van het water te testen worden er in het bassin forellen gekweekt. Een bezoek kan alleen na een schriftelijk verzoek aan Eau de Paris die het beheer voert over alle waterreservoirs van Parijs. Nog een andere wetenswaardigheid; per dag wordt er in Parijs 377.977 m³ drinkwater verbruikt.

Prachtige pomphuisjes met namen van de rivieren 

Een van de mooiste legale attracties van Parijs is een onderaards gangenstelsel vol met knoken en schedels, een soort museum van de dood. Les Catacombes aan de place Denfert Rochereau behoort tot een van de meest bezochte ondergrondse bezienswaardigheden van de stad. Meer dan vijf tot zes miljoen menselijke skeletten liggen hier begraven, het grootste beenderendepot ter wereld in een ondergronds netwerk van 165 kilometer aan tunnels.

Tot in de zeventiende eeuw werden de doden letterlijk gedumpt op braakliggende terreinen in de stad, vrijwel altijd naast of in de buurt van een kerk. De massagraven bleven open tot ze verzadigd waren en werden daarna bedekt met een laagje aarde om de stank tegen te gaan. Het waren hoogtijdagen voor de ratten, dieven en lijkenpikkers wanneer er vrijwel dagelijks aanvoer was vanuit de diverse ziekenhuizen in de stad. In de dertiende eeuw kende Parijs vijf van zulke publieke 'begraafplaatsen'. Saint Innocents, Saint Benoit, Saint Honoré, Saint Landry en Saint Nicolas des Champs. In de zestiende eeuw waren er 65 kerken en kapellen met een naastliggend kerkhof. Het cimetière des Saint Innocents, naast de voedselhallen, was eeuwenlang, met 18 lagen, de grootste dodenakker van Parijs. De opgezwollen en gistende lijken lagen tegen de muren van de huizen opgestapeld. Op 9 november 1780 besluit het stadsbestuur dat het zo niet langer kan en sluit het kerkhof, om vervolgens opdracht te geven om alle restanten te verhuizen naar de grootste ondergrondse necropolis van de stad: De Tombe Issoire onder de place d' Enfert, het Helleplein. Op 7 april 1786 vind de inzegening plaats en vanaf dat moment trekken de karren 's nachts door de stad, afgedekt met een zwarte doek en vergezeld door fakkeldragers en een priester, zingend het 'Libera me Domine'. 'Requiem æternam dona eis Domine' (Heer, geef hun eeuwige rust). Nog 16 andere Parijse begraafplaatsen worden geëlimineerd. Dit gaat zo door tot 1860. Alleen al uit het cimetière des Saint Innocents kwamen 2 miljoen overblijfselen.

STOP!  Hier begint het dodenrijk

Tunnel na Tunnel, kilometers lang, liggen de beenderen netjes soort per soort opgestapeld, links en rechts gelardeerd met een schedel. De ondergrondse gangen dragen de namen die overeenkomen met de straatnamen bovengronds. Twee macabere kilometers kunt u elke dag, behalve op maandag, bezoeken. U gaat ondergronds op de Place Denfert Rochereau. Na een benauwd gangenstelsel te hebben doorlopen komt u bij een poort met het opschrift: Arrête! C’est ici l’Empire de la Mort (Stop! Hier begint het dodenrijk). Een stukje verder een plakkaat met de veelzeggende tekst: “Pensez le matin que vous n’irez peut-être pas jusques au soir, et au soir que vous n’irez peut-être pas jusques au matin". Ofwel "houd er elke morgen rekening mee dat u misschien de avond niet haalt en houd er elke avond rekening mee dat u misschien de morgen niet haalt". Opbeurend toch? Neem in ieder geval een warme trui en een zaklantaarn mee en hou er rekening mee dat u honderden traptreden moet beklimmen. 131 treden naar beneden en weer 83 treden naar boven. Het mooie is dat u op een heel andere plek boven de grond komt als waar u naar beneden bent gegaan. Ik garandeer u een bijzondere maar vooral boeiende wandeling.

Vijf tot zes miljoen skeletten liggen begraven in de catacomben van Parijs

Les Catacombes, avenue Colonel Henry Rol Tanguy 1, 14e arrondissement, metro Denfert Rochereau. Geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 16.00 uur (laatste toegang)

Musée des Égouts de Paris. Quai d'Orsay tegenover nummer 93. Metro Alma-Marceau. Openingstijden van 1 oktober tot 30 april van 11.00 uur tot 16.00 uur en van 1 mei tot 30 september van 11.00 uur tot 17.00 uur. Let op de riolen zijn gesloten op donderdag en vrijdag. Entree € 4,30


Réservoir de Montsouris, Avenue Reille, 14e arrondissement, metro: Alesia - Porte d'Orléans, Bezoek alleen mogelijk na schriftelijk verzoek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten