Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

donderdag 30 juni 2016

MAISON DRUCKER - LA CHAISE PARISIENNE

Met Parijs als uitvalsbasis was ik afgelopen week te vinden in Normandië. Genietend van de indrukwekkende krijtrotsen, golvende weilanden, appelboomgaarden, romantische dorpjes, schilderachtige vissersplaatsjes en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Op culinair gebied valt er eveneens veel te beleven. Naast de visgerechten, de schaal- en schelpdierschotels zijn ook de crêpes, cider, calvados, wijn en kazen evenmin te versmaden. Zo bevond ik mij samen met mijn echtgenote, genietend van een plat fruits de mers, op een terras van een restaurant aan de haven van Honfleur. Bij het omdraaien van een van de terrasstoeltjes kreeg ik een wat verbaasde blik van mijn echtgenote. Tevreden knikkend draaide ik de stoel weer 180 graden mompelend; 'Maison Drucker'. "Maison wie?". "La Chaise Parisienne" , zei ik.

Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van 'Maison Drucker' te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants waaronder die Café de Flore

De Franse terrasstoel in Parijs is een onmiskenbaar symbool van deze stad. Het caféterras, zo'n plek waar het echte traditionele Parijs leeft en een prima observatiepunt is voor wie de vaste gebruiken van de Parijzenaar en de Parijse ober wil bestuderen. Maar wat u waarschijnlijk niet weet is dat u plaatsneemt op meer dan 130 jaar historie. Dat de stoel waar op u zit en waar u zo heerlijk aan het genieten bent van het Parijse straatleven een in Parijs geboren voorwerp is. De eerste terrasstoel werd in 1885 met de hand gemaakt in een kleine werkplaats in het 20e arrondissement door een Pools Joodse immigrant Louis Drucker. In de 18e eeuw was Parijs op het gebied van cultuur, smaak en interieurinrichting al dè hoofdstad van Europa. Het was ook de eeuw van de koloniale expansie van Frankrijk wat weer zorgde voor een levendige handel in onbekende exotische producten waaronder rotan en bamboe. In heel Frankrijk waren goede en bedreven timmerlieden en houtbewerkers te vinden, maar het echte ware schrijnwerkersambacht werd eigenlijk alleen in Parijs beoefend.

Met dit label maakt de stoel deel uit van 130 jaar Parijse historie

Hoewel de naam Louis Drucker alleen bekend is in kleine kring van ingewijden is zijn naam voor altijd verbonden in de wereld van de handgevlochten stoel. Iedereen kent de bekende stoelen van Lloyd Loom, maar de Amerikaan Marshall Burns Lloyd ontwikkelde zijn productiemethode van ijzerdaad omwikkeld met papier pas in 1917, 32 jaar later dus. Louis Drucker opende op 20 jarige leeftijd zijn werkplaats in 1885 aan de rue des Pyrénées 180 in het 20e arrondissement, waar hij handgevlochten meubels fabriceerde van bamboe en rotan. Samen met zijn compagnon M. Leredde leerde hij het ambacht in Lyon. Rotan is een materiaal dat wordt geleverd door de rotanpalm (Calamus rotang). Het komt voor in de subtropen als een erg lange slingerplant. Drucker's rotanmeubelen paste in de opkomst van de Belle Époque van wintertuinen, overdekte passages en caféterrassen.  Door het gebruik van uitsluitend natuurlijke materialen uit de subtropen en zijn manier van bewerken, waren zijn decoratieve meubels bij uitstek geschikt voor het soms gure Europese weer of voor de dekken van grote cruiseschepen. 

Net als in 1895 wordt 'La Chaise Parisienne' nog steeds met de hand gemaakt

In 1919 lanceert Louis Drucker zijn eerste catalogus met als gevolg dat orders bleven binnenstromen. Drucker ontvangt orders van prestigieuze hotels waaronder Hôtel Royal in Évian, Hôtel Continental in Parijs maar ook worden zijn meubels verkocht in het warenhuis Samaritaine en BHV; le Bazar de l'Hôtel de Ville.  Het grote succes dwingt Drucker in 1925 te verhuizen buiten Parijs, naar Béthisy-Saint Martin in Oise, een Frans departement, gelegen in de regio Nord-Pas-de-Calais-Picardie. Het ontleent zijn naam aan de rivier de Oise.
Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van Maison Drucker te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants waaronder die van Café de la Paix, Le Royal Monceau, Le Mini-Palais, Le Café de l’Alma, La Fontaine de Mars, Le Voltaire en de drie cafe's die het episch centrum vormen van het leven in Saint-Germain-des-Prés; Brasserie Lipp, Les Deux Magots en Le Café de Flore.

Stap 2 van het productieproces; verwarmen en buigen

Café de Flore en Les Deux Magots waren ooit concurrenten van elkaar. Beide hebben van meet af aan een eigen, vaste klantenkring gehad, die zich vormde volgens criteria waarvan geen enkele etnoloog een bevredigende, sluitende analyse zou kunnen geven. Zoiets gaat vanzelf. Het ene café is kosmopolieter dan het andere, dat weer zonniger is, of minder intellectueel. Café de Flore blijft onlosmakelijk verbonden met de geest van Sartre en De Beauvoir.

Stap 3 van het productieproces; het vormen door middel van houten mallen

In 1946 neemt de zoon van Louis, Maurice, de leiding over van het bedrijf. Hij introduceert in 1960 ook de toepassing van plastic gemixt met natuurlijke materialen uit Manilla en Malacca. De bistrostoel krijgt zowat kleur. Elk nieuw model krijgt ook de naam van de plaats van bestemming: Coupole, Drouant, Pré Catelan, Fouquet's. In 1972 komt het bedrijf in handen van de derde generatie. De zoon Maurice  neemt de leiding. De gebeurtenissen volgen zich snel op. in 1979 komt het bedrijf in handen van René-Michel Manseville en hij introduceert de huidige naam 'Maison Drucker'. Ondanks dat het Maison Drucker internationaal zowat elk terras voorziet van de befaamde bistrostoel raakt het bedrijf aan het einde van de twintigste eeuw in financiële problemen en vraagt in 2005 het faillissement aan. In 2006 komt het bedrijf in handen van de in Normandië geboren Bruno Dubois. Hij laat nieuwe collecties ontwerpen door beroemde interieurdesigners, waaronder Andrée en Olivia Putman, Jaques Grange, India Mahdavi, François Champsaur en Philippe Starck. Philippe Starck ontwerpt de stoel voor het beroemde hotel Royal Monceau in Parijs.

Stap 7 van het productieproces; het uiterst gecompliceerde vlechtwerk

De op maat gemaakte stoelen van Maison Drucker worden tot op de dag van vandaag nog steeds met de hand gemaakt in Gilocourt in het Franse departement Oise. In 36 uur (exclusief het droogproces) en in 9 stappen. De gebruikte natuurlijke materialen komen voor het overgrote deel uit Indonesië.

Stap 1: De rotan stokken worden op maat gesneden voor het specifieke model
Stap 2: Vervolgens verwarmd en daarna gebogen in een stoombad van 100 graden
Stap 3: Daarna aangebracht in voorgevormde houten mallen
Stap 4: Het droogproces van drie dagen kan beginnen
Stap 5: Keuze van patroon, motief en kleuren van de vezels. Elk exclusief motief vraagt weer een andere zeer gespecialiseerde weeftechniek
Stap 6: Montage van de verschillende onderdelen; poten, zitting, armleuningen en rugleuning
Stap 7: Vervolgens het uiterst gecompliceerde vlechtwerk* per onderdeel.


Bij Maison Drucker knoopt de vlechter van oudsher de vijf millimeter brede en twee millimeter dikke vezels direct met het frame van gebogen rotan. Frame en bekleding vormen bij die techniek een geheel.

*Maison Drucker gebruikt vandaag de dag voor het vlechtwerk gekleurde polyamide vezels - Rilsan of Raucord - vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, in kleuren die exclusief ontworpen zijn door de huistyliste Amandine Gallienne en vervaardigd door de Franse société Arkema.

Stap 8: De afwerking van de randen met rondingen van rotan.
Stap 9: Het resistent maken van de stoelen voor ultraviolet licht door het aanbrengen van een vernislaag.


Als laatste de 'finishing touch' het aanbrengen van het koperen plaatje met de tekst Maison Drucker. Klaar voor weer eens 130 jaar. Maison Drucker restaureert met liefde nog steeds modellen die ooit uit de handen zijn gekomen van de initiator van dit prachtige Franse product: 'La Chaise Parisienne'.

Nog meer te weten komen over dit stukje Franse historie dan adviseer ik u het boeiende 192 pagina's tellende (foto)boek van Éditions de La Martinère; La Chaise Parisienne - Maison Drucker. Te bestellen bij Amazon Fr. voor de prijs van € 40 - ISBN 978-2-7324-6947-8
(Foto links)


'Un Grand Merci' aan Diego Dubois van Maison Drucker, Gilocourt Frankrijk  


Graag breng ik nog even de website van Maison Drucker onder de aandacht.

zondag 19 juni 2016

LE VELODROME D'HIVER VAN PARIJS; BEROEMD, BERUCHT, GESCHIEDENIS

We schrijven 1902. Henri Desgrange heeft een ontmoeting met de architect Gaston Lambert. Beiden kijken, vanuit het restaurant op de tweede etage van de Eiffeltoren, neer op een indrukwekkend paviljoen aan het uiteinde van de Champs de Mars. De Imposante 'Galerie des Machines' is net als de Eiffeltoren een overblijfsel van de Wereldtentoonstelling die plaatsvond van 6 mei tot 31 oktober 1889.  Met een spanwijdte van ruim 111 meter en een hoogte van meer dan 43 meter is het niet te missen. Het gebouw bevindt zich vlak voor de École Militaire en is uit gietijzer en glas vervaardigd. Een dergelijke spanwijdte is volledig nieuw en overtreft alle voorgaande glas-ijzerconstructies. Net als bij de Eiffeltoren wordt ook voor de Galerie des Machines gebruik gemaakt van een techniek die, tot dan toe, uitsluitend is gebruikt voor bruggen en treinstations. Frankrijk triomfeert in 1889, niet alleen als republiek, maar ook in de industriële techniek.

Desgrange was een zeer goede baanwielrenner en de eerste Franse kampioen op de weg. Van het wegrennen verwachtte hij in de beginjaren van de wielersport echter weinig. In 1893 was Desgrange de eerste die een werelduurrecord vestigde op de Velodroom Buffalo nabij Parijs. Als journalist werkte Desgrange voor verschillende kranten, voor hij hoofdredacteur werd van het nieuwe blad L'Auto Vélo. Na een aanklacht wegens schending van merkenrecht door het al bestaande blad Le Vélo werd Desgranges blad omgedoopt in L'Auto. Het blad bestaat vandaag nog steeds onder de naam L'Équipe, nog altijd de grootste sportkrant van Frankrijk.

20 december 1903 opening van een van de grootste overdekte wielerbanen van Europa in de voormalige 'Galerie des Machines'

Op 19 januari 1903 kondigde L'Auto (als middel in de concurrentiestrijd met Le Vélo) een sensationeel plan aan; een wielerwedstrijd door heel Frankrijk, die een hele maand zou duren. Die zomer was de eerste 'Tour de France' - de Ronde van Frankrijk - een feit. Even later op 20 december 1903 opende hij een van de grootste overdekte wielerbanen van Europa in de voormalige 'Galerie des Machines'. De 'snelle' wielerbaan werd al gauw een groot succes; tot de sloop in 1909. Het pronkstuk, het grootste metalen gebouw in Europa moest worden afgebroken omdat de stad Parijs weer vrij zicht wilde hebben over de Champ de Mars.

De wielerpiste in de voormalige Galerie des Machines, een overblijfsel van de Wereldtentoonstelling van 1889

De wielersport was inmiddels ongekend populair geworden en Desgrange besloot een nieuwe 'fietstempel' te bouwen op een braakliggend stuk grond op de hoek van de boulevard de Grenelle, de rue Nélaton en op steenworp afstand van de brug over de Seine, de Bir Hakeim. Een overdekte schuin geplaatste houten piste van 250 meter met rondom tribunes van baksteen en beton voor 17.000 toeschouwers. In het midden een piste van gras en vijf ijzeren palen die de staalconstructie en het glazen dak ondersteunen. Aan het plafond zorgen 1000 lampen voor de juiste verlichting. Op 13 februari 1910, de opening werd uitgesteld omdat de Seine buiten haar oevers was getreden, werd het nieuw Velodrome d'Hiver geopend, in de volksmond beter bekend als Le Vel' d'Hiv.

Le Vel' d'Hiv 1910

Le Vel' d'Hiv was niet meer weg te denken uit de stad. In januari 1913 introduceerde de toenmalige directeur; Bob Desmarets de eerste, 'Les 6 jours de Paris', een idee overgewaaid vanuit de Verenigde Staten. De 6-Daagse van Parijs is een zesdaagse wielerwedstrijd waar twee teams met aflossing zes dagen lang, onafgebroken strijden voor de eer en grootse prijzen. Zes dagen is natuurlijk een heel lange tijd, dus men moest van alles verzinnen om het publiek tussentijds blijvend te amuseren. Zo bedacht men een Miss-verkiezing,  Ernest Hemmingway - fietsliefhebber pur sang - zat in de jury, voor de Koningin van de 6-Daagse. Zij werd natuurlijk verantwoordelijk voor het startsein, het afvlaggen, de prijsuitreiking, de omhelzing en de kus. De eerste Koningin heette Chouquette en de jaren daarop volgden Edith Piaf, Annie Cordy, Yvette Horner, Jacqueline Joubert en Annie Fratellini. Deze beroemde wielerwedstrijd werd al snel de top van het seizoen. In zijn boek 'A Moveable Feast' uit 1964, schreef Hemmingway over de 6-daagse: "I have started many stories about bicycle racing but have never written one that is as good as the races are both on the indoor and outdoor tracks and on the road. But I will get to the Vélodrome d'Hiver with the smoky light of the afternoon and the high-banked wooden track and the whirring sound the tyres made on the wood as the riders passed, the effort and the tactics as the riders climbed and plunged, each one a part of his machine... I must write the strange world of six-day races and the marvels of the road-racing in the mountains. French is the only language it has ever been written in properly and the terms are all French and that is what makes it hard to write."

Een overdekte schuin geplaatste houten piste van 250 meter met rondom tribunes van baksteen en beton voor 17.000 toeschouwers.

Tijdens de 'Roaring Twenties' werd de Vélodrome naast baanwielrennen gebruikt voor worstelen, boksen, rolschaatsen, circussen, concerten en allerhande voorstellingen en demonstraties, mede dankzij de Amerikaan Jeff Dickson die in 1931 de hal liet vernieuwen. Vijf centrale steunberen in het midden, die veel zicht wegnamen, maakten plaats voor twee palen en een centrale stalen balk van 73 meter. In het midden bouwde hij een ijsbaan van 6 x 30 meter en maakte het Vélodrome zo geschikt voor ijshockey.

Maar de tijden van roem kenden ook vele zwarte bladzijden. Tijdens de algemene staking voor een 8-urige werkdag op 1 mei 1906 werden zes bataljons ordetroepen hier gestationeerd om de orde te handhaven. Zo ook in 1919 toen 300.000 metaalarbeiders het werk neerlegden als protest tegen de hoge werkloosheid en de gestegen kosten voor levensonderhoud. Een en ander resulteerde in een wet die collectieve arbeids-overeenkomsten mogelijk maakte.

De Koningin van de Parijse 6-Daagse, Yvette Horner, met twee winnaars

De zwartste bladzijden uit de geschiedenis van Le Vel d'Hiv zijn die van juli 1942. Om vier uur ‘s morgens op 16 juli 1942 werden 12.884 joden gearresteerd: 4051 kinderen, 5802 vrouwen en 3031 mannen. De mannen waren in de minderheid omdat er voordien al razzia's waren geweest en er geruchten waren dat er nog een grotere razzia op komst was. De Vel ‘d’Hiv Rafle (razzia) was niet de eerste. Bijna 4000 joodse mannen werden gearresteerd op 10 mei 1941 en naar de Gare d’Austerlitz gebracht, vanwaar zij vervolgens naar kampen Pithiviers en Beaune-la-Rolande werden gebracht. Vele mannen hadden zich verstopt of waren ondergedoken, omdat ze dachten dat vrouwen en kinderen gespaard zouden blijven. Een onbekend aantal, gewaarschuwd door het Franse verzet of profiterend van een gebrek aan ijver, opzettelijk of accidenteel, van enkele politieagenten, ontsnapte. De codenaam van de operatie was "Vent printanier" (lentewind) Eerst was de razzia gepland op 14 juli, maar aangezien het die dag de Franse Nationale feestdag was, werd de Raffle een paar dagen verlaat. Men wilde zo een opstand van de bevolking voorkomen.

Vóór de Duitse bezetting van Frankrijk in 1940 zou er geen Raffle mogelijk zijn geweest, omdat er geen telling van de religies meer bestond sinds 1874. Een Duitse ordonnantie op 21 september 1940 echter dwong de joodse bevolking van de bezette zone om zich aan te geven bij een politiebureau of Subprefecturen (sous-prefecturen). Er waren bijna 150.000 ingeschreven Joden in het departement van de Seine, dat Parijs en de onmiddellijke voorsteden omvatte. De namen en adressen werden bewaard door de Franse politie in een bestand dat bekend werd door de naam van zijn stichter, Andre Tulard, hoofd van de “Joodse vragen” op de Prefecture te Parijs. Het bestand was onderverdeeld in bestanden die alfabetisch waren geklasseerd, Joden met de Franse nationaliteit en buitenlandse Joden kregen verschillende kleuren. De bestanden werden ook ingedeeld volgens beroep, nationaliteit en straat. Deze bestanden werden vervolgens overhandigd aan afdeling IV van de Gestapo, belast met het ‘joodse probleem'. 

Op de morgen van 17 juli werden alle gevangenen per bus vervoerd en bijeen-gedreven in Le Vel d'Hiv. Daar verbleven ze drie à vier dagen lang. Hier werden ruim 8000 mensen bijeengebracht. De Vel ‘d’Hiv’ had een glazen dak, dat voor de gelegenheid donker blauw was geschilderd om te voorkomen dat het kon worden waargenomen door bommenwerpers. De glazen koepel verhoogde de warmte in combinatie met ramen die dicht geschroefd waren voor de veiligheid. Er waren bijna geen toiletten, van de 10 beschikbaar, waren er vijf verzegeld. De gearresteerde joden kregen alleen water (er was maar een waterkraan) en geen voedsel. Een aantal artsen en verpleegkundigen van het Rode Kruis mochten de Vélodrome betreden. Degenen die probeerden te ontsnappen werden dood-geschoten op de plek. Een honderdtal mensen pleegden zelfmoord. De bussen die werden gebruikt waren gewoon de groen-witte stadsbussen. Na vijf dagen werden de gevangenen per bus naar Franse concentratie-kampen gebracht, in Drancy, Pithiviers en Beaune-la-Rolande. Eerst werden daar de mannen weggehaald. Daarna, begin augustus, werden moeders en kinderen gescheiden en werden de moeders weggestuurd. De kinderen bleven nog even in de kampen, zonder zorg, bijna zonder eten en drinken. Na korte tijd werden ze daarna per trein over- gebracht naar Auschwitz in Polen. Daar werden ze allemaal vergast. Slechts een dertigtal overlevenden kwamen terug.

Foto: De enige foto ooit gevonden in de Nazi archieven met het bewijs van het gebruik van stadsbussen door de Franse politie. 

Het idee van de razzia kwam hoofdzakelijk van René Bousquet, hoofd van de politie van het onafhankelijke Vichy-bewind. De onafhankelijkheid, echter fictief, moest tenslotte worden bewaard. Duitse inmenging in interne politiezaken zou de soevereiniteit van Vichy kunnen aantasten. Dit kon alleen worden vermeden door de Fransen de uitvoering toe te vertrouwen van “de noodzakelijke maatregelen”. Op 2 juli 1942 ratificeerde Vichy de maatregel dat de politie alleen buitenlandse Joden zou oppakken. Drie voormalige SS-officieren getuigden in 1980 dat de ambtenaren van Vichy enthousiast waren over de deportatie van Joden uit Frankrijk. Gedurende tientallen jaren weigerde de Franse regering zich te verontschuldigen voor de rol van de Franse politieagenten in de Raffle of voor enige andere medeplichtigheid van de Staat. Het argument rustte op het juridische probleem dat de Frankrijk zich niet kon verontschuldigen voor daden van de Staat terwijl de Staat toen strikt genomen “niet bestond”.

Jacques Chirac was de eerste Franse President die er in juli 1995 openlijk over sprak. Hij erkende de rol die de overheid had gespeeld in de vervolging van Joden en andere slachtoffers van de Duitse bezetting. Enkele zinnen uit zijn toespraak:: "Ja, de moorddadige waanzin van de bezetter kreeg de steun van de Franse bevolking, van de Franse Staat." "Deze duistere momenten bezoedelen voor altijd onze geschiedenis, en zijn een vloek op ons verleden en onze tradities. Frankrijk, het vaderland van de verlichting en de mensenrechten, land van opvang en asiel, Frankrijk heeft op die dag het onherstelbare verricht. Zich niet aan zijn woord houdend, heeft het zijn beschermelingen aan de beulen uitgeleverd. Wij hebben jegens hen een schuld die nooit zal verjaren."

Zijn voorganger, François Mittérand, zelf van joodse komaf, die zelf nog in het Vichy-bewind had gewerkt alvorens hij mee in het verzet trad, heeft altijd geweigerd Frankrijks verantwoordelijkheid te erkennen. Hij schreef de jodenvervolging op het conto van het collaborerende regime van Maarschalk Pétain in Vichy. Toch was het diezelfde François Mittérand die de 16de juli uitriep tot een nationale dag van herdenking van de racistische en antisemitische vervolging. Tot groot misnoegen van Joden en oud-verzetslieden bleef hij ook kransen sturen naar het graf van Pétain.

De kleine gedenkplaat die herinnert aan een van de zwartste bladzijdes uit de Franse geschiedenis.

Aan de Raffle van het Vel d'Hiv herinnert een kleine gedenkplaat op de hoek van de Boulevard de Grenelle waarop staat: "Les 16 et 17 juillet 1942, 13.152 Juifs furent arrêtés dans Paris et sa banlieu, déportés et assassinés à Auschwitz. Dans le Vélodrome d'Hiver qui s'élevait ici, 4.115 enfants, 2.916 femmes, 1.129 hommes furent parqués dans des conditions inhumaines par la police du gouvernement de Vichy par ordre des occupants Nazis. Que ceux qui ont tenté de leur venir en aide soient remerciés. Passant, souviens-toi!"

Op 16 en 17 juli 1942 werden 13.152 Joden in Parijs en voorsteden aangehouden, gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. In het Vélodrome d'Hiver, dat zich hier bevond, werden 4115 kinderen, 2916 vrouwen, 1129 mannen ondergebracht in onmenselijke omstandigheden door de politie van het Vichy-bewind, in opdracht van de nazi bezetters. Dank aan diegenen die hebben getracht hen ter hulp te schieten. Voorbijganger, vergeet dit niet !

Een andere gedenkplek is de Square de la Place des Martyrs Juifs du Vélodrome d`hiver, een mondvol voor een parkje, dat is aangelegd langs de Quai de Grenelle. De plek ligt tegenover de allée des Cygnes met de reproductie van het Vrijheidsbeeld (bij de Pont de Grenelle) en ter hoogte van de plaats waar eens het Vélodrome stond. Om het beeld compleet te maken loopt er ook nog steeds een spoorbaan!

Deze schandvlek in de Franse geschiedenis werd ook nog eens indringend beschreven in de bestseller van Tatiana de Rosnay en in 2010 verfilmd: "Elle s'appelait Sarah", haar naam was Sarah", met in de hoofdrol Kristin Scott Thomas, die in 2011 werd genomineerd voor de César van Beste Actrice. Volgens de recensies was de film zelfs nog beter dan het boek.

Maar zoals de Fransen zeggen: "Le Spectacle doit continuer". Op 30 september 1942 pakt het Vel d'Hiv haar normale werkzaamheden weer op alsof er niets gebeurd is. Tijdens een bokswedstrijd behaalt de Franse bokser Marcel Cerdan een overwinning op de Spanjaard Ferrer en bestendigd zijn Europees Kampioenschap.

Op 30 september 1942 is het weer 'business as usual'. Marcel Cerdan wordt Europees kampioen boksen

Na de bevrijding op 4 september 1944 wordt de Vel d'Hiv nogmaals opgeëist voor vrouwen, moffenmeiden, die verdacht worden van collaboratie met de vijand. 'Les femmes tondues'; de vrouwen werden kaalgeschoren in afwachting van hun proces. In 1945 dient de zaal als slaapzaal en opvangcentrum voor terugkerende oorlogsgevangenen.

4 September 1944; de bewaking van de 'Moffenmeiden'

Na 1946 is het weer business as usual met grote shows, boksen, worstelen op zondag, de wielercompetitie en wederom de Parijse 6-Daagse. In 1950 vindt de première plaats van Holliday on Ice in Paris. De jaren daaropvolgend concerten, militaire parades, religieuze bijeenkomsten, modeshows, circusfestivals, concours hippique, ja zelfs stierengevechten.

In 1958 fungeert Le Vel d'Hiv opnieuw als detentiecentrum. Dit keer voor een duizendtal Franse Moslims afkomstig uit Algerije. Dit in opdracht van de Parijse hoofdcommissaris Maurice Papon naar aanleiding van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog.

5 Oktober 1947 de Parijse Wieler 6-Daagse


Front de Seine
Op 12 mei 1959 valt uiteindelijk het doek. Projectontwikkelaars hebben grootse plannen voor modernisering van het gebied langs de Seine. Le Vel d'Hiv wordt het eerste slachtoffer van de vernieuwingsdrang en de onroerendgoed-speculatie van het Parijse gemeentebestuur en maakt plaats voor een vestiging van La Direction de la Sécurité du Territoire (DST). Nu is er het 'Ministère de l'Intérieur', het Franse Ministerie van Binnenlanse Zaken gevestigd.

De Seine met rechts het Front de Seine

De nieuwe wijk 'Front de Seine' aan de rechter oever van de Seine wordt begrensd door de avenue Emile-Zola, de rue du Docteur-Finlay en de Seine. In dit gebied werd een van de grootste stadsvernieuwingsprojecten van Parijs uitgevoerd.  Tot 1986 verrezen een twintigtal verschillende generaties torenhoge gebouwen die getuigen van gedurfde architectonische innovatie. De moderne hoogbouw biedt een gevarieerde aanblik qua vorm en afwerking. Hoge woongebouwen, kantoortorens en openbare gebouwen vormen een modern geheel met het daarin opgenomen het futuristische winkelcentrum Beaugrenelle (2013). Een verhoging van beton werd boven het wegennet aangelegd, zodat er een verkeersvrij gebied is ontstaan met ruime plantsoenen en talrijke speelplaatsen voor kinderen. Bewonder tussen alle torens de Tour Dexia en de Tour de Crystal. Dit zijn een van de meest recente bouwwerken aan de Front de Seine.

De wielerpiste van het Vel d'Hiv werd overgebracht naat het 'Parc des Princes' aan de zuidkant van Parijs. In 1967 afgebroken en daarna nam het 'Stade de Bercy' de rollen over. Vandaag de dag bestaat er nog een kleine Vélodrome in het Bois de Vincennes; La Cipale le Vélo. 

Fotografie van Le Vel d'Hiv met dank aan John d'Orbigny Immobilier Paris

zaterdag 11 juni 2016

PARIS CACHÉ, HET VERBORGEN PARIJS (deel 2)

Voor deel 1 klik hier

De grote gebouwen en monumenten verlenen Parijs haar luister, maar in de nauwe straatjes, op pleinen en in parken moeten we zoeken naar haar speciale charme. Deze charme bestaat uit een grote hoeveelheid kleinigheden, een verborgen passage, een juweel van een parkje, een binnentuin met prachtige nog werkende fontein of een tot de verbeelding sprekende straatnaam als de rue du Chat-qui-Pêche, het smalste straatje van Parijs.
Op sommige van deze verschijningen zijn we voorbereid. Die romantische vergezichten op de Sacré-Cœur vereeuwigd op talloze schilderijen en ansichtkaarten. De naakte affiches van de Belle Époque geschilderd door Henri de Toulouse-Lautrec. Maar de meeste charmante kleinigheden van Parijs ontdekken we toevallig. Op iedere willekeurige wandeling door de stad komen we er waarschijnlijk tientallen tegen. Het is een klein wonder dat Parijs zo'n overvloed aan verborgen juweeltjes heeft kunnen bewaren, ondanks het verslindende moderne stadsleven. Het is zeker een compliment voor de smaak en geestkracht van de Parijzenaars.

La cour de Rohan verborgen in het 6e arrondissement

Via de rue Saint André des Arts (metro Saint-Michel) loop ik in westelijke richting. Bijna aan het einde van de straat aan de linkerkant loopt de deels overdekte, 18e eeuwse, cour du Commerce Saint-André, gebouwd in 1776 op een voormalige tennisbaan. Toen nog jeu de paume, de voorloper van tennis. Rechts de achterzijde van het oudste café van Parijs, Le Procope, geopend in 1686. Hier schonk een zekere Francesco Procopio dei Coltelli een nieuw, modieus drankje, dat men café noemde. Tegenover Le Procope bevindt  zich een poort (voie privé) en achter deze poort vindt u een drietal binnenplaatsen die u terug brengen naar voorbije eeuwen. La cour de Rohan met een toren nog intact, als onderdeel van de omwalling van Parijs, gebouwd door Philippe-Auguste. Hendrik II liet hier in de 16e eeuw huizen bouwen voor zijn maîtresse. Kunstschilder Balthus had hier 80 jaar geleden zijn atelier. De Cour de Rohan is het oude en verborgen Parijs. Door de volgende poort, met links en rechts een 'pas-de-mule': Stenen bedoeld om gemakkelijk een paard te kunnen bestijgen. Het derde binnenhofje met een oude put omgeven door elegante huizen. Het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis. La cour de Rohan ligt verborgen in het 6e arrondissement.

Cour de Rohan; het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis

Het eigenzinnige karakter van Montmartre is goed te zien als we de moeite nemen om buiten de gebaande toeristische paden te treden. De rue lepic met haar talloze levendige en vriendelijke winkels is het beste vertrekpunt voor de ontdekking van deze 'vrije commune', die zich met haar geheime schatten goed heeft verschanst binnen haar natuurlijke grenzen.  Om je heen wordt voornamelijk alleen Frans gesproken. Op nr. 23 nemen we een doorgang naar de avenue Junot, prachtige tuintjes en nog meer mysteries. We gaan even links ter hoogte van nummer 23 naar de ingang naar de Villa Léandre. Deze monsterlijk rustige, vreedzame en tegelijk heimelijk ogende 'villa' (steegje) lijkt wel de tijd te tarten zoals het daar ligt. onvergankelijk en geprivilegieerd. Knusse tuinen met oleanders en doornstruiken, onttrekken huizen aan het zicht waarvan er geen twee hetzelfde zijn. Hier wonen nog overwegend dezelfde families als in 1926 toen de straat werd opgeleverd. De Duitse surrealistische schilder Max Ernst verbleef er een tijdje. Villa Léandre ligt verborgen in het 18e arrondissement.

Villa Léandre; knusse tuinen met oleanders en doornstruiken, onttrekken huizen aan het zicht waarvan er geen twee hetzelfde zijn

In het zuiden van Parijs bevindt zich nog een van mijn juweeltjes. Enkele minuten verwijderd van de drukte van Montparnasse ligt het tweede grootste park van Parijs. Aangelegd in de tijd van Haussmann ligt hier een van de best bewaarde geheimen van Parijs: Parc Montsouris. Een park als een Engelse tuin, met glooiende hellingen, golvende paden die bij elke bocht weer onverwacht zicht geven op valleitjes, rotspartijen, balustrades, water en prachtige "lawns". Door het park loopt ook de monumentale meridiaan van Parijs. 135 ronde koperen plaatjes, een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, als eerbetoon aan de astronoom en wetenschapper Francois Arago. Ex nieuwslezer en journalist Philip Freriks heeft alle koperen plaatjes in kaart gebracht en omschreven in zijn boek; "Het spoor van de Monumentale Meridiaan". Volgens dit boek zijn de plaatjes nrs. 15 t/m 20 te vinden in het park. Aan de overkant van het park, ligt de Cité Internationale Universitaire. Op deze prachtige groene campus wonen en leren 5500 studenten uit 130 verschillende landen. Ze wonen in gebouwen die ook het internationale karakter van de universiteit uitstralen; het Huis van Zuidoost Azië, het College van Spanje, het Huis van India, het Zwitserse paviljoen (gebouwd door Le Corbusier) etc. De tuin is vrij toegankelijk en absoluut de moeite van een bezoek waard.

Een van de vele bijzondere gebouwen van de Cité Internationale Universitaire

De betovering van de tuin en het park strekt zich ook uit tot de omliggende straten, impasses en villa's. Aan de westzijde van het park, aan de rue Nansouti, kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie; rue du Parc Montsouris, rue Georges Braque met op nr. 6 het atelier van de kunstenaar. Square Mont Souris, het meest pittoreske straatje van Parijs. Het was ooit een privéstraat, maar de Square de Montsouris werd 45 jaar geleden geopend voor het publiek en is inmiddels beschermd erfgoed. Via de avenue Reille en de rue de la Tombe Issoire komen we bij Villa Seurat, een doodlopende straat. Op nr. 18 woonde Henri Miller. De Impasse Gauguet, met artiestenateliers uit de jaren dertig. Allemaal miniparadijzen die zich behaaglijk hebben genesteld in een prachtige groene omgeving, het domein van de welgestelden. Dit alles ligt verborgen in het 14e arrondissement.

Rondom het park van Montsouris kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie

In de buurt van het park Buttes Chaumont, ten zuiden van de place Rhin-et-Danube, tussen de metrostations Botzaris en Pré Saint Gervais ligt een apart dorpje met 250 charmante huisjes. In feite zijn het arbeidershuisjes van eind 19e eeuw. De straatjes dragen namen als villa Amalia, villa des Lilas, villa de Fontenay en liggen links en rechts aan de rue Mouzaïa ook wel het Quartier Mouzaïa (genoemd naar een kloof in Algerije) of Quartier d'Amerique genoemd. Voetgangerssteegjes overladen met klimop, blauwe regen, seringen en rozenstruiken volgen elkaar op. Kortom alle geuren die onze grootmoeders kenden hangen hier nog. Ze bestaan gelukkig nog; groene eilandjes die gespaard gebleven zijn van het oprukkende beton. Nu wil iedereen hier wel wonen in deze kleine idyllische oase, maar jammer genoeg rukt aan de zijde van de Villa du Progrès, de naam zegt het al, de stad op met spuuglelijke betonnen woontorens. Wat een contrast. En dan te bedenken dat nog geen halve eeuw geleden de molenwieken draaiden op de luxe Villa de Bellevue. Het  Quartier Mouzaïa ligt verborgen in het 19e arrondissement.

Ze bestaan gelukkig nog; groene eilandjes die gespaard gebleven zijn van het oprukkende beton, het Quartier Mouzaïa

Parijs heeft zijn grandeur te danken aan Napoleon III. Tijdens het Tweede Keizerrijk (1852 - 1870) ontstond in het nieuwe quartier des Grands Boulevards het zogeheten 'Nouveau Paris', gebouwd met de 'nieuwe' materialen; staal en glas. Hier ontstond de grootstedelijke architectuur van de belle époque, mede dankzij Gustave Eiffel. Eiffel was een geniale constructeur, die in zijn tijd de vooruitgang in de architectuur flink vooruit heeft geholpen door de toepassing van staal, in plaats van zware, ouderwetse baksteenconstructies.  Tegenover het metrostation Quatre Septembre in de gelijknamige straat bevindt zich een staaltje van Parijse commerciële architectuur gebouwd in de periode 1876 - 1883. Het hoofdkantoor van de Franse bank Credit Lyonnais en inmiddels een historisch monument.  Het is gelegen in de vierhoek gevormd door de rue du Quatre-Septembre, de rue de Choiseul, boulevard des Italiëns, en de rue de Gramont. Helaas is het immense gebouw na een felle brand op zondag 5 mei, 1996 en de restauratie in 2008, verdeeld in twee gedeelten. Op de rue Quatre Septembre 16 - 18 zit nu de ingang naar het kantorencomplex 'Le Centorial' die u zeker moet binnengaan. Het herbergt 39.000 m² aan kantoren, verdeeld over zeven etages inclusief de begane grond. Via een indrukwekkende marmeren trappenhal komt u terecht onder de 17 meter hoge koepel van staal en glas eveneens gemaakt door het ingenieursbureau Ateliers Eiffel. De vroegere binnenplaats is in 2001 geheel overdekt met glas naar het voorbeeld van de overkapping van het Pavillon de Flore van het Musée du Louvre. Het immense atrium heeft drie etages, ook weer uitgevoerd in glas. Saillant detail is dat de eerste eigenaar het gebouw in 1876 zo heeft laten ontwerpen, dat bij faillissement van de bank (in die tijd speelde dat dus ook al) het gebouw op een eenvoudige wijze zou kunnen worden omgebouwd tot een warenhuis. In januari 2013 vormde dit fraaie gebouw nog het decor voor de 'Fashion Show - Spring Summer 2013 - van Donatella Versace. Le Centorial ligt verborgen in het 2e arrondissement.

Le Centorial; via een indrukwekkende marmeren trappenhal komt u terecht onder de 17 meter hoge koepel van staal en glas

Maar een paar straten verder, in de rue Lafayette 20, is 'grandeur' het enige woord dat het Banke Hotel  adequaat beschrijft. Ooit zat in dit immense pand een diamantbank, gebouwd rond 1906, en de luxe van weleer druipt er nog steeds van de muren. Laat u niet afleiden door de streng kijkende en in het strak zwart geklede portiers, maar loop gewoon binnen. De entreehal heeft een glazen koepel in het dak, op 19 meter hoogte. Je ziet rondom zuilen, pilaren en kruisbogen, maar dan in hedendaagse kleuren, en een meterslange knalrode Chesterfield-bank. Die majestueuze hal gaat vervolgens naadloos over in de bar, met transparante krukken van Philippe Starck en houten stoelen van Maarten Baas. misschien tijd voor een heerlijke cocktail? Het Banke Hotel ligt verborgen in het 9e arrondissement.

'Grandeur' het enige woord dat het Banke Hotel  adequaat beschrijft

Een van de mooiste binnentuinen van Parijs bevindt zich op het grondgebied van het Petit Palais, en het mooie is; deze tuin is vrij te bezoeken. Het Petit Palais is een overblijfsel van de Exposition Universelle van 1900 en die werd door meer dan 50 miljoen mensen bezocht, wat destijds een wereldrecord was. Het gebouw, dat na de wereldtentoonstelling direct in handen kwam van de stad Parijs, is gebouwd door Charles Girault, die overigens ook tekende voor het ontwerp van het Grand Palais. Beide 'paleizen' zijn het schoolvoorbeeld van eclectische architectuur. Een slimme combinatie van stijlen die zijn gecombineerd tot een nieuw geheel. Dit keer werden elementen gecombineerd uit historische Parijse architectuur, zoals de colonnade van het Louvre, de dome van de Dôme des Invalides en de spiegelzaal van het Louvre. Zo ontstond een buitengewoon elegant bouwwerk met een indrukwekkende voorgevel. Vanaf 1902 werd het Petit Palais het Musée des Beaux-Arts de la Ville de Paris. Girault bleek bij de bouw over visie te beschikken, want hij zorgde voor enorme glazen vlakken, extra hoge ramen en een naar de binnentuin gerichte zuilengalerij, zodat het daglicht overal overvloedig naar binnen kan zelfs door de immense koepel in de entreehal.

Het museumcafé van het Petit Palais

Het gebouw is in 2005 nog eens voor de lieve som van 264 miljoen gerestaureerd en is nu een van de architecturale parels van Parijs. Monumentale trappen, rijkelijk voorzien van siersmeedwerk, mozaïeken vloeren en beschilderde koepels. Een groot bordes aan de voorzijde leid je naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers en een immense zuilengang. Deze grenst weer aan een halfronde weelderige binnentuin met een prachtige colonnade, rondlopende fresco's en een grote vijver. Hier zit ook het museumcafé dat u zeker moet bezoeken, een oase van rust. Deze bijzondere tuin ligt verborgen in het 8e arrondissement.

Petit Palais met een van de mooiste binnentuinen van Parijs


Voor mijn laatste juweeltje nemen we mijn favoriete metrolijn 2 die mij  brengt naar het metrostation Avron. Veel van de stations zijn bovengronds. Bovenaan de trappen 180 graden draaien en de boulevard de Charonne een stukje aflopen tot u de eerste zijstraat aan uw rechterkant tegenkomt: De rue des Vignoles. U kruist de rue Panchat en u komt als het ware terecht in een klein plattelandsdorpje in Parijs met links en rechts kleine huisjes. Het gedeelte tussen de rue Panchat en de rue Buzenval kent wel 7 impasses. Kleine minuscule doodlopende steegjes, vaak maar twee of drie meter breed, met betaalbare arbeidershuisjes, aangelegd zo rond 1870. Sommigen met veel groen, originele lantaarnpalen en nog de oude kasseien, met prachtige namen zoals de impasse Rolleboise, impasse Poule of impasse de la Confiance. 

Je komt ogen te kort. Onbeschaamd bliek ik tussen het groen en kijk mijn ogen uit in de hippe binnentuintjes. In de impasse Rolleboise valt mij het bordje op 'Hippies use side door' op. Het is met recht een hip buurtje. Aan de overkant van de impasse Rolleboise, de impasse Casteggio en de impasse des Crins, met bijzondere huizen met prachtige houten trappen, alsof de bewoners in boomhutten wonen. U passeert verschillende restaurantjes waaronder; 'le petite Fabrique' gespecialiseerd in biologisch eten, een stukje verder 'le Comptoir Américain gespecialiseerd in bagels en salades, maar mijn voorkeur ging uit naar een café restaurant 'Les Mondes des Bohèmes', met een heerlijk overdekt buitenterras en een menukaart vol met gerechten om van te smullen. Ik laat mij verleiden door de 'suggestion du moment'; de 'carpaccio de bœuf au basilic et fromage, mesclun et frites maison' en als désert, 'creme brûlée selon l'humeur du chef. Tevreden, heel tevreden, vervolg ik mijn route langs de rue des Vignoles. dit kleine plattelands- dorpje ligt verborgen in het 20e arrondissement.



Foto: De rue des Vignoles vol met kleine minuscule doodlopende steegjes zoals de impasse Rolleboise


maandag 6 juni 2016

PARIS CACHÉ, HET VERBORGEN PARIJS (deel 1)

Sinds 1968 bezoek ik deze stad gemiddeld vijfmaal per jaar en elke keer als ik er ben ontdek ik weer nieuwe dingen. Columnisten, schrijvers, chansonniers,  cineasten, fotografen zien al generaties lang Parijs als hun optimale inspiratie. Er is geen stad waar meer boeken over geschreven zijn dan Parijs. Ik kan er over mee praten want in mijn collectie staan meer dan 200 boeken. Je zou zeggen; "dan weet je toch alles al over deze stad?" Wat voegt een nieuw boek dan nog toe? Toegegeven; van ieder boek kende ik al 90% van de aangegeven plekken. Voor mij is die steeds vernieuwende 10% van groot belang. Dat mooie straatje, die verborgen passage, die prachtige wandeling of fietstocht, dat ene restaurant , de vergeten spoorlijn, het onbekende Parijs, dat is wat mij steeds verbaast en boeit. Ik noem ze mijn juweeltjes en dat is waar deze blog over gaat.

Een van de plekjes die ik mijn juweeltje noem: Rue des Barres in de Marais

In een van mijn boeken kwam ik de volgende zin tegen: "Parijs is een verleidelijke stad, die permanent aandacht wil, wil worden bekeken en gezien door de ogen van een liefhebbende, verlangende en jaloerse minnaar". Ik moet bekennen dat ik zo naar mijn favoriete stad kijk. Altijd zoekend als een ware vrijbuiter, naar verborgen plekken, oases van stilte, onvermoede paradijsjes in anonieme straatjes, in miskende wijken, waar mijn fantasie het rijk alleen heeft.

Le Carreau du Temple ligt verborgen in het 3e arrondissement

Bij de 60 miljoen kostende renovatie van een voormalige overdekte kledingmarkt in de noordelijke Marais, gebouwd in 1863, schreef Le Monde: "Een hergeboorte in schoonheid". Ik heb het over de Carreau du Temple in de rue Dupetit-Thouars en rue Perrée. Onder deze mooie metalen structuur met een helder glazen dak en siersmeedwerk in arabesken bevond zich vroeger een markt in tweede-hands kleding. Gedurende de gehele 19e eeuw kwamen berooide Parijzenaars hier hun kleding kopen. De gietijzeren markt in Baltardstijl biedt nu onderdak aan een theater, dansstudio, sportzalen, tijdelijke exposities en een café met terras. De centrale hal is maar liefst 1800 m² groot met 8 meter hoge ramen. Een 'espace pour tous' - ruimte voor iedereen. Een stukje verder de cité Dupetit-Thouars, omzoomd met oude ateliers, geplaveide binnenplaatsen met ijzeren hekken en dikke middeleeuwse paaltjes. Le Carreau du Temple ligt verborgen in het 3e arrondissement.

De Cité des Fleurs is een oase van rust. Deze 320 meter lange privéstraat ligt midden in een drukke volksbuurt

Als je nog steeds bewondering koestert voor Catherine Deneuve dan is La Cité des Fleurs tussen de rue de Clichy en nr, 59 van de rue de la Jonquière een 'must see' en niet alleen omdat Catherine Deneuve er is geboren! De Cité des Fleurs is een oase van rust. Deze 320 meter lange privéstraat midden in een drukke volksbuurt werd aangelegd in 1847. Links en rechts staan bomen en overal zie je fraaie gevels en charmante woningen, met mini-tuintjes. Volgens de overlevering waren huisbezitters hier ooit verplicht om in die tuin minimaal drie bomen te planten, vandaar de naam. Rijke industriëlen kochten hier een optrekje voor hun maîtresses. Je waant je hier op het platteland, kalmte, vogeltjes en vallende kastanjes in de herfst.. De straat is alleen overdag toegankelijk voor niet-bewoners. La Cité des Fleurs ligt verborgen in het 17e arrondissement.

Volgens de overlevering waren huisbezitters hier ooit verplicht om in die tuin minimaal drie bomen te planten, vandaar de naam La Cité des Fleurs

La Petite Ceinture is niet gemakkelijk te vinden in Parijs. De meer dan 150 jaar oude spoorbaan ligt aan de rand van elk arrondissement dicht tegen de boulevard Périphérique, loopt vaak door tunnels of wordt aan het oog onttrokken door hoge gebouwen. Het traject werd in 1862 aangelegd, 23 kilometer lang, maar is nu verlaten: geen trein die er nog rijdt. Er bestaat ook helemaal geen overweg, Viaducten, al jaren buiten gebruik, overbruggen nog steeds de drukke boulevards. Bij de begraafplaats Père Lachaise loopt het spoor door een desolate tunnel van ruim een kilometer onder de praalgraven door. In de parken George Brassens, Montsouris en Buttes-Chaumont wijst niets op de catacomben die zich onder de voeten van de wandelaars bevinden. Veel Parijzenaars hebben zelfs nog nooit van de spoorlijn gehoord. Overigens is het 'officieel' verboden om het spoor te betreden. Er zijn de laatste tijd veel particuliere initiatieven van Parijzenaars die de vergeten spoorlijn weer in oude luister willen herstellen. Als het aan Anne Hidalgo ligt, de nieuwe burgemeester van Parijs, komen er wandel en fietspaden en worden de hellingen bezet met stadsakkers en gemeenschapstuinen, zoals nu al te zien is in het 18e arrondissement. Daar strekt zich de Jardin du Ruisseau uit langs de verlaten sporen van de Petite Ceinture. Hier vormen smalle stroken tuin en groen een 55 hectare grote ecologische gang die zijn gelijke niet kent. Verder kunnen de tunnels gebruikt worden voor feesten en exposities. 

Deze nieuwe ecologische wandelpromenade ligt tussen de rue Saint Charles en de rue Olivier de Serres 

De voorganger van Hidalgo, Bertrand Delanoë, bedekte in het 15e arrondissement 1,3 kilometer met loopplanken. Deze nieuwe ecologische wandelpromenade tussen de rue Saint Charles (metrostation Balard) en de rue Olivier de Serres (metrostation Porte de Versailles) werd geopend op 24 augustus 2013 en een tweede gedeelte op 21 september 2013. Kosten ruim 7 miljoen Euro. Het uiteindelijke doel is om de parken Georges Brassens en André Citroën over het oude spoor met elkaar te verbinden. De promenade is geopend vanaf 09.00 uur (in het weekend om 09.30 uur) tot 18.00 uur. Om het biologisch ritme van de dieren niet te storen, is er geen verlichting geïnstalleerd. De site is dan 's nachts ook verboden gebied voor het publiek. De wandelpromenade van La Petite Ceinture ligt verborgen in het 15e arrondissement.

Galerie Argentine; een prachtig voorbeeld van de Parijse art-nouveau ontworpen door Henri Sauvage en Charles Sarazin

Een passage die ik nog in geen enkel Parijsboekje ben tegengekomen is Galerie Argentine. Toevallig passeerde ik deze bijzondere passage op weg naar het Réservoir de Passy, zie ook mijn blog van 31 juli 2015. Aan de avenue Victor Hugo 111 ligt een decorstuk dat zo in de film 'Hugo' van Martin Scorsese zou passen. Een prachtig voorbeeld van de Parijse art-nouveau ontworpen door Henri Sauvage en Charles Sarazin. Een statig gebouw met veel glas en ijzer, symmetrisch van vorm met bij de ingang twee krachtige pilaren en hoge boogramen. De passage toont hoog en rank mede dankzij een loggia en een gebogen glazen dak, geheel gevat in metaal. Links en rechts, boven en onder, kleine winkeltjes. Het geheel een toonbeeld van eenvoud. De bouwvergunning voor de winkelgalerij werd in 1904 afgegeven op aanvraag van de Argentijn Mayol Senillosa. De oplevering vond plaats in 1907. De architect Henri Sauvage kennen we ook van het op renovatie wachtende warenhuis Samaritaine aan de oever van de Seine tegenover de Pont Neuf. La Galerie Argentine ligt verborgen in het 16e arrondissement.

Rue Berton dat zo zou passen in de beelden van het Parijs van Eugène Atget. 

Een stuk zuidelijker in het 16e arrondissement op nummer 47 in de rue Rayouard  staat in een lager gelegen tuin het huis van Honoré Balzac. Deze grote Franse schrijver woonde hier tussen 1840 en 1847 onder de naam van zijn vroegere kinderverzorgster, Madame de Breugnol, om zo aan zijn schuldeisers te ontkomen. Het ziet er nog grotendeels zo uit als in die tijd. Bezoekers moesten een wachtwoord noemen voordat ze werden binnengelaten. Met geld van zijn familie was hij ooit een uitgeverij/boekhandel, een drukkerij en een lettergieterij begonnen. De bedrijven gingen echter failliet en lieten Balzac achter met schulden die hem, ondanks zijn grote literaire productiviteit, zijn hele leven zouden achtervolgen. Het wachtwoord luidde: "On y entre comme le vin dans les bouteilles" (Men gaat er binnen zoals wijn in flessen).  Als onwelkome bezoekers er toch in slaagden binnen te komen, ontsnapte Balzac via een achterdeur en ging hij via een netwerk van ondergrondse kelders naar de rivier. Zijn huis is nu een museum, eigendom van de stad Parijs en gratis te bezoeken. De helaas wat verwaarloosde tuin vol rozen biedt wel weer een verrassend uitzicht op de Eiffeltoren. Na de tuin, een nogal grimmig woonblok dat werd gebouwd door Auguste Perret, architect en stedenbouwkundige en de uitvinder van gewapend beton dat door Le Corbusier werd aangehaald als een mijlpaal van de moderne tijd. We nemen links de trap omlaag (tegenover nr. 62) en gaan meteen weer links de rue Berton in. Op nummer 24 bevindt zich de vluchtuitgang van Balzac. De straat versmalt zich hier en vormt een van de meest verrassende hoekjes van Parijs. Let vooral op de oude straatlantaarns met zijarm die bijna nergens meer in Parijs zijn te vinden. Het zijn de straatlantaarns die we kennen uit de film 'Le Ballon Rouge'. De muren vol met klimop, de ruwe straatstenen en de oude gaslantaarns scheppen een sfeertje dat zo zou passen in de beelden van het Parijs van Eugène Atget. Jammer van de grote bewakingscamera's hoog op de muren. Deze zijn van de Turkse ambassade, gevestigd achter de muur in het voormalige herenhuis van Princesse de Lamballe en later het woonhuis van dokter Émile Blanche, een chique Franse psychiater met patiënten als Berlioz, Liszt, Gounod, Rossini en Delacroix.

Een grote ronde hal met bovenin een glazen koepeldak met een diameter van 24 meter, opgebouwd uit 51 delen van glas en staal: bank Société Générale

In de driehoek van boulevard Haussmann (ter hoogte van nr. 29), rue Halévy en de rue Gluck ligt een financiële parel. Het vroegere hoofdkantoor van de Franse bank Société Générale. mijn collega blogger en journalist Frank Renout noemt dit het allermooiste bankgebouw van Frankrijk, zo niet van de wereld. En ik moet hem gelijk geven. De architectuur van het interieur is werkelijk adembenemend. Eerlijk is eerlijk het is ook dankzij Frank dat ik dit gebouw heb ontdekt. De ingang zit op de hoek van de rue Halévy en de rue Gluck. Maar als je hier eenmaal binnen bent, je moet namelijk eerst de elektronische beveiliging door, dan valt je mond open van verbazing. Het prachtige art déco interieur van donker hout, marmer en glas uit 1906, van de architect Jacques Hermant, is zo overweldigend, dat je ogen te kort komt. Ik denk dat de alom aanwezige bewakingscamera's mij minutenlang, alsmaar om mijn as draaiend, met open mond hebben zien staan. Een grote ronde hal met bovenin een glazen koepeldak met een diameter van 24 meter, opgebouwd uit 51 delen van glas en staal. De mozaïekvloer is een juweeltje op zich. En volgens mij is het ook allemaal bladgoud wat er blinkt. Oh ja, jammer genoeg mag je er niet fotograferen. Zelfs mijn smekende ogen maakten geen indruk op de bewaking die onmiddellijk kwam aangesneld toen ze bemerkte dat ik uitbundig aan het fotograferen was geslagen. Gelukkig heb ik een foto van de verplichte wissessie kunnen behouden door het wieltje van mijn Canon niet linksom maar rechtsom te draaien. De bank Société Générale ligt verborgen in het 9e arrondissement.

Jardin de la Nouvelle France, een juweeltje verborgen achter het Grand Palais

In november ga ik altijd naar Paris Photo in het Grand Palais. Niet gelet op de openingstijden was ik duidelijk te vroeg en om te tijd te doden dacht ik; waarom geen wandeling om dit immense gebouw heen? Ineens kwam ik achter het Grand Palais terecht in een groene oase. Een mini-park, met paadjes, een waterpartij met watervalletjes, compleet met houten bruggetjes, rotsblokken en bankjes. Om er te komen moet je naar beneden lopen, waardoor het bijna een park op niveau -1 lijkt te zijn. Alles wat je om je heen ziet is groen wat weer een geweldig gevoel van intimiteit geeft. Een paradijsje aan de cours de la Reine, midden in de stad en zoals later bleek het heeft ook nog een naam: 'Jardin de la Nouvelle France'. Met zo'n naam verwacht je meer, maar het grappige is dat je hier dus echt even afgezonderd bent van druk Parijs. Héél ver weg klinkt nog het gezoem van auto's. Le Jardin de la Nouvelle France ligt verborgen in het 8e arrondissement.


Volgende week deel 2