Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zaterdag 11 juni 2016

PARIS CACHÉ, HET VERBORGEN PARIJS (deel 2)

Voor deel 1 klik hier

De grote gebouwen en monumenten verlenen Parijs haar luister, maar in de nauwe straatjes, op pleinen en in parken moeten we zoeken naar haar speciale charme. Deze charme bestaat uit een grote hoeveelheid kleinigheden, een verborgen passage, een juweel van een parkje, een binnentuin met prachtige nog werkende fontein of een tot de verbeelding sprekende straatnaam als de rue du Chat-qui-Pêche, het smalste straatje van Parijs.
Op sommige van deze verschijningen zijn we voorbereid. Die romantische vergezichten op de Sacré-Cœur vereeuwigd op talloze schilderijen en ansichtkaarten. De naakte affiches van de Belle Époque geschilderd door Henri de Toulouse-Lautrec. Maar de meeste charmante kleinigheden van Parijs ontdekken we toevallig. Op iedere willekeurige wandeling door de stad komen we er waarschijnlijk tientallen tegen. Het is een klein wonder dat Parijs zo'n overvloed aan verborgen juweeltjes heeft kunnen bewaren, ondanks het verslindende moderne stadsleven. Het is zeker een compliment voor de smaak en geestkracht van de Parijzenaars.

La cour de Rohan verborgen in het 6e arrondissement

Via de rue Saint André des Arts (metro Saint-Michel) loop ik in westelijke richting. Bijna aan het einde van de straat aan de linkerkant loopt de deels overdekte, 18e eeuwse, cour du Commerce Saint-André, gebouwd in 1776 op een voormalige tennisbaan. Toen nog jeu de paume, de voorloper van tennis. Rechts de achterzijde van het oudste café van Parijs, Le Procope, geopend in 1686. Hier schonk een zekere Francesco Procopio dei Coltelli een nieuw, modieus drankje, dat men café noemde. Tegenover Le Procope bevindt  zich een poort (voie privé) en achter deze poort vindt u een drietal binnenplaatsen die u terug brengen naar voorbije eeuwen. La cour de Rohan met een toren nog intact, als onderdeel van de omwalling van Parijs, gebouwd door Philippe-Auguste. Hendrik II liet hier in de 16e eeuw huizen bouwen voor zijn maîtresse. Kunstschilder Balthus had hier 80 jaar geleden zijn atelier. De Cour de Rohan is het oude en verborgen Parijs. Door de volgende poort, met links en rechts een 'pas-de-mule': Stenen bedoeld om gemakkelijk een paard te kunnen bestijgen. Het derde binnenhofje met een oude put omgeven door elegante huizen. Het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis. La cour de Rohan ligt verborgen in het 6e arrondissement.

Cour de Rohan; het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis

Het eigenzinnige karakter van Montmartre is goed te zien als we de moeite nemen om buiten de gebaande toeristische paden te treden. De rue lepic met haar talloze levendige en vriendelijke winkels is het beste vertrekpunt voor de ontdekking van deze 'vrije commune', die zich met haar geheime schatten goed heeft verschanst binnen haar natuurlijke grenzen.  Om je heen wordt voornamelijk alleen Frans gesproken. Op nr. 23 nemen we een doorgang naar de avenue Junot, prachtige tuintjes en nog meer mysteries. We gaan even links ter hoogte van nummer 23 naar de ingang naar de Villa Léandre. Deze monsterlijk rustige, vreedzame en tegelijk heimelijk ogende 'villa' (steegje) lijkt wel de tijd te tarten zoals het daar ligt. onvergankelijk en geprivilegieerd. Knusse tuinen met oleanders en doornstruiken, onttrekken huizen aan het zicht waarvan er geen twee hetzelfde zijn. Hier wonen nog overwegend dezelfde families als in 1926 toen de straat werd opgeleverd. De Duitse surrealistische schilder Max Ernst verbleef er een tijdje. Villa Léandre ligt verborgen in het 18e arrondissement.

Villa Léandre; knusse tuinen met oleanders en doornstruiken, onttrekken huizen aan het zicht waarvan er geen twee hetzelfde zijn

In het zuiden van Parijs bevindt zich nog een van mijn juweeltjes. Enkele minuten verwijderd van de drukte van Montparnasse ligt het tweede grootste park van Parijs. Aangelegd in de tijd van Haussmann ligt hier een van de best bewaarde geheimen van Parijs: Parc Montsouris. Een park als een Engelse tuin, met glooiende hellingen, golvende paden die bij elke bocht weer onverwacht zicht geven op valleitjes, rotspartijen, balustrades, water en prachtige "lawns". Door het park loopt ook de monumentale meridiaan van Parijs. 135 ronde koperen plaatjes, een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, als eerbetoon aan de astronoom en wetenschapper Francois Arago. Ex nieuwslezer en journalist Philip Freriks heeft alle koperen plaatjes in kaart gebracht en omschreven in zijn boek; "Het spoor van de Monumentale Meridiaan". Volgens dit boek zijn de plaatjes nrs. 15 t/m 20 te vinden in het park. Aan de overkant van het park, ligt de Cité Internationale Universitaire. Op deze prachtige groene campus wonen en leren 5500 studenten uit 130 verschillende landen. Ze wonen in gebouwen die ook het internationale karakter van de universiteit uitstralen; het Huis van Zuidoost Azië, het College van Spanje, het Huis van India, het Zwitserse paviljoen (gebouwd door Le Corbusier) etc. De tuin is vrij toegankelijk en absoluut de moeite van een bezoek waard.

Een van de vele bijzondere gebouwen van de Cité Internationale Universitaire

De betovering van de tuin en het park strekt zich ook uit tot de omliggende straten, impasses en villa's. Aan de westzijde van het park, aan de rue Nansouti, kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie; rue du Parc Montsouris, rue Georges Braque met op nr. 6 het atelier van de kunstenaar. Square Mont Souris, het meest pittoreske straatje van Parijs. Het was ooit een privéstraat, maar de Square de Montsouris werd 45 jaar geleden geopend voor het publiek en is inmiddels beschermd erfgoed. Via de avenue Reille en de rue de la Tombe Issoire komen we bij Villa Seurat, een doodlopende straat. Op nr. 18 woonde Henri Miller. De Impasse Gauguet, met artiestenateliers uit de jaren dertig. Allemaal miniparadijzen die zich behaaglijk hebben genesteld in een prachtige groene omgeving, het domein van de welgestelden. Dit alles ligt verborgen in het 14e arrondissement.

Rondom het park van Montsouris kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie

In de buurt van het park Buttes Chaumont, ten zuiden van de place Rhin-et-Danube, tussen de metrostations Botzaris en Pré Saint Gervais ligt een apart dorpje met 250 charmante huisjes. In feite zijn het arbeidershuisjes van eind 19e eeuw. De straatjes dragen namen als villa Amalia, villa des Lilas, villa de Fontenay en liggen links en rechts aan de rue Mouzaïa ook wel het Quartier Mouzaïa (genoemd naar een kloof in Algerije) of Quartier d'Amerique genoemd. Voetgangerssteegjes overladen met klimop, blauwe regen, seringen en rozenstruiken volgen elkaar op. Kortom alle geuren die onze grootmoeders kenden hangen hier nog. Ze bestaan gelukkig nog; groene eilandjes die gespaard gebleven zijn van het oprukkende beton. Nu wil iedereen hier wel wonen in deze kleine idyllische oase, maar jammer genoeg rukt aan de zijde van de Villa du Progrès, de naam zegt het al, de stad op met spuuglelijke betonnen woontorens. Wat een contrast. En dan te bedenken dat nog geen halve eeuw geleden de molenwieken draaiden op de luxe Villa de Bellevue. Het  Quartier Mouzaïa ligt verborgen in het 19e arrondissement.

Ze bestaan gelukkig nog; groene eilandjes die gespaard gebleven zijn van het oprukkende beton, het Quartier Mouzaïa

Parijs heeft zijn grandeur te danken aan Napoleon III. Tijdens het Tweede Keizerrijk (1852 - 1870) ontstond in het nieuwe quartier des Grands Boulevards het zogeheten 'Nouveau Paris', gebouwd met de 'nieuwe' materialen; staal en glas. Hier ontstond de grootstedelijke architectuur van de belle époque, mede dankzij Gustave Eiffel. Eiffel was een geniale constructeur, die in zijn tijd de vooruitgang in de architectuur flink vooruit heeft geholpen door de toepassing van staal, in plaats van zware, ouderwetse baksteenconstructies.  Tegenover het metrostation Quatre Septembre in de gelijknamige straat bevindt zich een staaltje van Parijse commerciële architectuur gebouwd in de periode 1876 - 1883. Het hoofdkantoor van de Franse bank Credit Lyonnais en inmiddels een historisch monument.  Het is gelegen in de vierhoek gevormd door de rue du Quatre-Septembre, de rue de Choiseul, boulevard des Italiëns, en de rue de Gramont. Helaas is het immense gebouw na een felle brand op zondag 5 mei, 1996 en de restauratie in 2008, verdeeld in twee gedeelten. Op de rue Quatre Septembre 16 - 18 zit nu de ingang naar het kantorencomplex 'Le Centorial' die u zeker moet binnengaan. Het herbergt 39.000 m² aan kantoren, verdeeld over zeven etages inclusief de begane grond. Via een indrukwekkende marmeren trappenhal komt u terecht onder de 17 meter hoge koepel van staal en glas eveneens gemaakt door het ingenieursbureau Ateliers Eiffel. De vroegere binnenplaats is in 2001 geheel overdekt met glas naar het voorbeeld van de overkapping van het Pavillon de Flore van het Musée du Louvre. Het immense atrium heeft drie etages, ook weer uitgevoerd in glas. Saillant detail is dat de eerste eigenaar het gebouw in 1876 zo heeft laten ontwerpen, dat bij faillissement van de bank (in die tijd speelde dat dus ook al) het gebouw op een eenvoudige wijze zou kunnen worden omgebouwd tot een warenhuis. In januari 2013 vormde dit fraaie gebouw nog het decor voor de 'Fashion Show - Spring Summer 2013 - van Donatella Versace. Le Centorial ligt verborgen in het 2e arrondissement.

Le Centorial; via een indrukwekkende marmeren trappenhal komt u terecht onder de 17 meter hoge koepel van staal en glas

Maar een paar straten verder, in de rue Lafayette 20, is 'grandeur' het enige woord dat het Banke Hotel  adequaat beschrijft. Ooit zat in dit immense pand een diamantbank, gebouwd rond 1906, en de luxe van weleer druipt er nog steeds van de muren. Laat u niet afleiden door de streng kijkende en in het strak zwart geklede portiers, maar loop gewoon binnen. De entreehal heeft een glazen koepel in het dak, op 19 meter hoogte. Je ziet rondom zuilen, pilaren en kruisbogen, maar dan in hedendaagse kleuren, en een meterslange knalrode Chesterfield-bank. Die majestueuze hal gaat vervolgens naadloos over in de bar, met transparante krukken van Philippe Starck en houten stoelen van Maarten Baas. misschien tijd voor een heerlijke cocktail? Het Banke Hotel ligt verborgen in het 9e arrondissement.

'Grandeur' het enige woord dat het Banke Hotel  adequaat beschrijft

Een van de mooiste binnentuinen van Parijs bevindt zich op het grondgebied van het Petit Palais, en het mooie is; deze tuin is vrij te bezoeken. Het Petit Palais is een overblijfsel van de Exposition Universelle van 1900 en die werd door meer dan 50 miljoen mensen bezocht, wat destijds een wereldrecord was. Het gebouw, dat na de wereldtentoonstelling direct in handen kwam van de stad Parijs, is gebouwd door Charles Girault, die overigens ook tekende voor het ontwerp van het Grand Palais. Beide 'paleizen' zijn het schoolvoorbeeld van eclectische architectuur. Een slimme combinatie van stijlen die zijn gecombineerd tot een nieuw geheel. Dit keer werden elementen gecombineerd uit historische Parijse architectuur, zoals de colonnade van het Louvre, de dome van de Dôme des Invalides en de spiegelzaal van het Louvre. Zo ontstond een buitengewoon elegant bouwwerk met een indrukwekkende voorgevel. Vanaf 1902 werd het Petit Palais het Musée des Beaux-Arts de la Ville de Paris. Girault bleek bij de bouw over visie te beschikken, want hij zorgde voor enorme glazen vlakken, extra hoge ramen en een naar de binnentuin gerichte zuilengalerij, zodat het daglicht overal overvloedig naar binnen kan zelfs door de immense koepel in de entreehal.

Het museumcafé van het Petit Palais

Het gebouw is in 2005 nog eens voor de lieve som van 264 miljoen gerestaureerd en is nu een van de architecturale parels van Parijs. Monumentale trappen, rijkelijk voorzien van siersmeedwerk, mozaïeken vloeren en beschilderde koepels. Een groot bordes aan de voorzijde leid je naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers en een immense zuilengang. Deze grenst weer aan een halfronde weelderige binnentuin met een prachtige colonnade, rondlopende fresco's en een grote vijver. Hier zit ook het museumcafé dat u zeker moet bezoeken, een oase van rust. Deze bijzondere tuin ligt verborgen in het 8e arrondissement.

Petit Palais met een van de mooiste binnentuinen van Parijs


Voor mijn laatste juweeltje nemen we mijn favoriete metrolijn 2 die mij  brengt naar het metrostation Avron. Veel van de stations zijn bovengronds. Bovenaan de trappen 180 graden draaien en de boulevard de Charonne een stukje aflopen tot u de eerste zijstraat aan uw rechterkant tegenkomt: De rue des Vignoles. U kruist de rue Panchat en u komt als het ware terecht in een klein plattelandsdorpje in Parijs met links en rechts kleine huisjes. Het gedeelte tussen de rue Panchat en de rue Buzenval kent wel 7 impasses. Kleine minuscule doodlopende steegjes, vaak maar twee of drie meter breed, met betaalbare arbeidershuisjes, aangelegd zo rond 1870. Sommigen met veel groen, originele lantaarnpalen en nog de oude kasseien, met prachtige namen zoals de impasse Rolleboise, impasse Poule of impasse de la Confiance. 

Je komt ogen te kort. Onbeschaamd bliek ik tussen het groen en kijk mijn ogen uit in de hippe binnentuintjes. In de impasse Rolleboise valt mij het bordje op 'Hippies use side door' op. Het is met recht een hip buurtje. Aan de overkant van de impasse Rolleboise, de impasse Casteggio en de impasse des Crins, met bijzondere huizen met prachtige houten trappen, alsof de bewoners in boomhutten wonen. U passeert verschillende restaurantjes waaronder; 'le petite Fabrique' gespecialiseerd in biologisch eten, een stukje verder 'le Comptoir Américain gespecialiseerd in bagels en salades, maar mijn voorkeur ging uit naar een café restaurant 'Les Mondes des Bohèmes', met een heerlijk overdekt buitenterras en een menukaart vol met gerechten om van te smullen. Ik laat mij verleiden door de 'suggestion du moment'; de 'carpaccio de bœuf au basilic et fromage, mesclun et frites maison' en als désert, 'creme brûlée selon l'humeur du chef. Tevreden, heel tevreden, vervolg ik mijn route langs de rue des Vignoles. dit kleine plattelands- dorpje ligt verborgen in het 20e arrondissement.



Foto: De rue des Vignoles vol met kleine minuscule doodlopende steegjes zoals de impasse Rolleboise


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen