Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

donderdag 13 september 2018

STRAATKUNST IN PARIJS


Zondag 24 juni 2018, er is gerommel in de passage Saint-Pierre Amelot, een smalle zijstraat van de boulevard Voltaire. Bij een van de nooddeuren van het Bataclan theater wordt gewerkt. De passage kennen we van de vreselijke nacht van vrijdag 13 november 2018, de dag van de vreselijke aanslagen in Parijs. Beelden van een vrouw hangend uit het raam en tientallen mensen die vluchten via de nooddeuren van het Theatre Bataclan. Harde knallen afkomstig van kalasjnikovs op de achtergrond. Een man sleept zijn waarschijnlijk dode vriend over de grond. Het zijn Tv-beelden van die vreselijke nacht op vrijdag de 13e november die ons altijd bij zullen blijven. 130 mensen vonden de dood op straat, op diverse terrassen, bij het Stade Saint-Denis en tijdens het concert van de Amerikaanse groep Eagles of Death Metal.

Urban Art met de signatuur van Banksy op de nooddeur van het Bataclan theater

Maandagochtend 25 juni 2018 een toevallige passant ziet dat de nooddeur van het Bataclan theater is voorzien van een gestencilde muurschildering, een beeld van een in rouw gesluierde vrouw. De signatuur van het beeld is overduidelijk en wordt toegeschreven aan de mysterieuze Britse straatkunstenaar Banksy. Hoewel er weinig zekerheid is over de ware identiteit van Banksy en de meeste bronnen aangeven dat zijn echte naam 'Robert' of 'Robin Banks' is, heet hij waarschijnlijk Robin Gunningham. Hij zou in 1973 geboren zijn in Bristol. Anderen geloven dat Banksy de muzikant Robert Del Naja is, een 52-jarig lid van het in Bristol gevestigde hiphoptrio ‘Massive Attack’. Zijn kunstwerken zijn vaak politiek en humoristisch van aard. In zijn straatkunst combineert hij graffiti met een hem kenmerkende sjabloontechniek. Zijn street art is te vinden in verschillende Europese steden waaronder Parijs, 8 stuks worden aan hem toegekend, maar ook buiten Europa, zoals in de Palestijnse gebieden en de Verenigde Staten. Werken van hem zijn soms voor meer dan 1miljoen dollar verkocht.
In 2004 vermomde Banksy zich en bezocht het Louvre, waar hij op een van de muren zijn subversieve kunst, een eigen versie van de Mona Lisa, op hing. Vergelijkbaar met het origineel behalve het gezicht, dat hij door een gele smiley had vervangen. Dit kunstwerk is nog steeds in het bezit van het Louvre.
Straatkunst, street art van Banksy is te vinden in de rue Victor Cousin (5e), bij nr. 41 avenue de Flandre (19e), rue Maitre Albert (5e), rue Rambuteau (3e), rue du Mont Cenis (18e), 2 Rue des Hospitalières Saint-Gervais (4e), Pont Rouelle - RER viaduct (16e).

Het protest van Banksy tegen het sluiten van opvanghuizen voor migranten in en om Parijs

En bij Porte de la Chapelle (18e): Een jong zwart meisje spuit een roze behangpatroon over een hakenkruis op een muur. Naast haar een slaapzak en een teddybeer, in een poging haar pleisterplaatsje gezelliger te maken. Dit wordt gezien als een van zijn meest politieke muurschilderingen. Het kunstwerk is een protest tegen het harde anti-migrantenbeleid van Frankrijk, met bijna 40 geïmproviseerde kampen die de laatste drie jaar in en om Parijs zijn geruimd in opdracht van president Emmanuel Macron. Dit om te voorkomen dat de stad als een magneet werkt op vluchtelingen. Het inmiddels beschadigde kunstwerk is te vinden op een muur in het noorden van Parijs naast een officieel vluchtelingenverblijf dat in maart van dit jaar werd gesloten, ondanks protesten van de socialistische burgemeester van de stad, Anne Hidalgo.

Indringende straatkunst op een van de muren in la Butte aux Cailles (13e)

Street art; kunst of vervuiling
De tijd dat graffiti met vandalisme werd geassocieerd is allang verstreken. Toch zijn de meningen daarover verdeeld. Het onderscheid tussen graffiti (niet toegestaan) en kunst die de stad kan verfraaien is moeilijk te maken wanneer er jaarlijks miljoenen worden uitgegeven om de muren schoon te houden. Zie hier het dilemma van een stad als Parijs. Ondanks de hoge boetes, die op kunnen lopen tot  € 150.000, of een gevangenisstraf die kan oplopen tot 10 jaar, (volgens een wet uit 1994) voor het schenden van officiële monumenten, worden per jaar in Parijs zo'n 200.000 vierkante meter door straat kunstenaars in het geheim beschilderd. De stad Parijs telt drie particuliere ondernemingen die dag in dag uit bezig zijn met het verwijderen van illegale graffiti in de stad.

Het woord "graffiti" betekent "ingekraste tekeningen" en is de meervoudsvorm van het Italiaanse woord graffito, verwant aan graffio (schram) en het werkwoord graffiare (schrammen). Graffiare staat via het Latijn in verband met het Griekse werkwoord γράφειν (graphein, inkrassen, schrijven, graveren) (bron: wikipedia).
Graffiti werd zo'n veertig jaar geleden geboren in de donkere straten van vervallen steden in Noord-Amerika en met name New York. Voor  jongeren, die rondhingen in deze doolhoven, was het schilderen van hun naam op een muur de bevestiging van een nieuwe symbolische identiteit. Die handtekening werd een tag genoemd, vaak groots uitgewerkt in twee kleuren. In New York werd de viltstift al snel vervangen door de spuitbus en de metrotreinen van de Subway werden gezien als de ideale drager om een miljoenenpubliek te bereiken. Begin jaren 80 waaide graffiti over van New York naar verschillende Europese steden. Mede door toedoen van de Franse straatartiest genaamd Xavier Prou, ook wel bekend als Blek Le Rat.

Graffiti op straat wordt meestal aangebracht met behulp van spuitbussen met verschillende kleuren verf. Het zijn vaak korte teksten en afbeeldingen, variërend van tags (korte parafen waaraan de maker door zijn collega's wordt herkend) tot pieces (grotere, met kunstzinnig gevoel uitgevoerde afbeeldingen). Vaak ziet men tientallen tags die dicht bij elkaar zijn neergezet. Er zijn duidelijke stijlen te herkennen in een ondergrondse graffiti-subcultuur. Vrijwel overal tref je graffiti aan. Graffiteurs zoeken soms moeilijk bereikbare plaatsen op en lopen daarbij het risico van bijvoorbeeld valpartijen, aanrijding of elektrocutie. De pakkans is op veel locaties niet groot, maar als er langdurig geverfd wordt, is het gebruikelijk dat er wachtposten staan. Het spuiten verloopt doorgaans zeer georganiseerd, waarbij een persoon de contouren spuit, en anderen de invulling met verschillende kleuren voor hun rekening nemen, terwijl er ook wacht wordt gehouden.

Urban art bij het Canal Saint-Martin

Urban Art
Urban Art kreeg zo rond mei 1968 bekendheid in Frankrijk. De periode bekend van de studentenopstand, de Parijse studentenrevolte genaamd. Maar de beweging is 'officieel' in de vroege jaren 1980, onder invloed van onder meer de modeontwerpster Agnès B tot volle bloei gekomen.
In Parijs vindt je op onverwachte plaatsen vaak prachtige 'graffity pieces' die zonder dat wij het weten zijn aangebracht door wereldberoemde graffitikunstenaars waaronder Cope 2 (zijn echte naam is Fernando Carlo) Banksey, Fairey, Jef Aerosol, Speedy Graphito en Rero. Vandaag de dag wordt street art gezien als kunst, gevoed door grote retrospectieven in het Londense Tate Modern, het Los Angeles Museum of Contempory Art, het Palais de Tokyo en zelfs in het Grand Palais, waar in 2009 de befaamde tentoonstelling T.A.G. (Tag and Graff) werd georganiseerd door de Franse collectioneur van street art, Alain Dominique Gallizia. Gallizia is een gevierd Frans architect, woont en werkt in Paris-Boulogne, en een gepassioneerd verzamelaar van graffiti-kunst. TAG toonde 300 werken van meer dan 150 graffitikunstenaars uit de gehele wereld. De tentoonstelling werd georganiseerd onder het beschermheerschap van Christine Albanel, de toenmalige minister van Cultuur en Communicatie. Het is dan ook geen wonder dat de grootste en beste galeries gespecialiseerd in street-art te vinden zijn in Parijs, waaronder Galerie Perrotin (3e), Galerie Jerôme de Noirmont (8e) en Galerie du Jour (4e en eigendom van Agnès B.)
Het Parijse veilinghuis Artcurial was de eerste in de wereld om een veiling te houden uitsluitend gewijd aan street art. Niet zo gek, aangezien een werk van de Britse graffity kunstenaar 'Banksy,' gemaakt samen met Damien Hirst, de lieve som van $ 1.870.000 op bracht. Een ander werk van Banksy werd legaal uitgesneden uit een muur door de eigenaren van een Londens pand en geveild in London voor de som van $ 1.100.000

Niet voor niets is deze 'mural' van Jef Aerosol, de keuze voor de cover van mijn boek 'Ongewoon Parijs' 

In deze blog neem ik je mee langs verschillende plekken in Parijs waar je kunt genieten van fraaie Urban Art (straatkunst) en vertel ik je over bijzondere initiatieven waar deze kunst legaal mag worden aangebracht om de buurt te verfraaien, zoals we dit kennen van de favelas in de Braziliaanse stad Rio de Janeiro.
Het mooiste voorbeeld vind ik de wandschildering 'Shuuuttt!!!' van Jef Aerosol op de wand van het IRCAM (het 'Institut de Recherche et Coordination Acoustique Musique'). Inderdaad, de cover van mijn boek ‘Ongewoon Parijs’. Met op de voorgrond de Stravinsky fontein gemaakt door Nikki de Saint Phalle en Jean Tinguely op de place Igor Stravinsky. Dit 's zomers zonovergoten plein wordt omgeven door gezellige terrassen, zitbanken rondom de fontein (let wel goed op de windrichting), de laat middeleeuwse Église Saint Merri en het Centre George Pompidou. Prachtig is het contrast tussen de middeleeuwse gargouilles  (waterspuwers) van de Saint Merri, met de in 2011 vervaardigde  wandschildering.

Le M.U.R. elke twee weken verschijnt hier een nieuw kunstwerk

In het 11e arrondissement op de zijwand van het café Charbon aan de rue Oberkampf 107 een bijzonder initiatief van Le M.U.R.  Een Franse vereniging; Association LE M.U.R - Modulable Urbain Reactif’’, opgericht in 2003 met als doel de hedendaagse straatkunst te bevorderen. Elke twee weken verschijnt hier een nieuw kunstwerk op een muur van 3 x 8 meter. Het eerste kunstwerk in 2003 was van de Franse kunstenaar Gerard Zlotykamien, geboren in 1940 en samen met Daniel Buren en Ernest Pignon-Ernest, een van de initiatiefnemers van Urban Art in Frankrijk. Inmiddels, juni 2014, zijn er al 164 (legale) muurschilderingen annex kunstwerken verschenen.

Hoek quai de Valmy en rue Jean Poulmarch

Jérôme Coumet, de 47-jarige burgemeester van het 13e arrondissement kwam een aantal jaren geleden met een bijzonder initiatief. Hoewel dit arrondissement tal van historische gebouwen bezit, zoals de 17e-eeuwse Manufacture des Gobelins, wordt de omgeving gedomineerd door saaie en vaak lelijke jaren 1960 en 1970 woonprojecten voor kansarmen, inclusief immigranten uit Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Om kunst buiten musea te stimuleren en te zorgen voor een verbetering van de levenskwaliteit voor de bewoners, is Coumet een samenwerking aangegaan met 12 Franse- en internationale street art kunstenaars om reusachtige muurschilderingen uit te laten voeren op meerdere muren en gebouwen in zijn arrondissement. Het idee leunt op verhuurders en scholen die vrijwillig hun buitenmuren ter beschikking stellen voor straatkunst. De deelnemende kunstenaars worden door het stadhuis gratis voorzien van steigers en materiaal, tevens worden ook hun reiskosten vergoed. Bewoners krijgen drie ontwerpen in hun brievenbus en mogen gezamenlijk een keuze maken welk design het beste bij hun gebouw past. Zo krijgen omwonenden, voetgangers, schoolkinderen ook de kans om kennis te maken met de diverse kunstenaars. In plaats van de politiedagvaardingen en hoge boetes ontvangen de kunstenaars nu spontane giften en worden regelmatig getrakteerd op cake en sinaasappelsap. Inmiddels telt het 13e arrondissement vijftien muurschilderingen en is zo een van de grootste openluchtmusea van Urban Art in Parijs.

Miss Tic aan het werk in Parijs - Photo courtesy of Miss Tic

Zelf ben ik een groot liefhebber van de stencilkunst van Miss Tic die ik voor het eerst ontdekte in het 13e arrondissement op de Butte-aux-Cailles. Miss Tic is een Franse kunstenares geboren in 1956 in Montmartre. Ze is vooral bekend om haar stencils van donkerharige vrouwen in combinatie met poëzie. Haar eerste kennismaking met graffiti is in California in 1980, samen met haar vriend. Na twee jaar komt ze terug naar Parijs en sluit zich aan bij de VLP – ‘Vive la Penture’ met bekende namen van straatkunstenaars waaronder Jef Aérosol, SP38, Blek le Rat, Futura 2000, Nuklé-Art……..
Haar eerste tentoonstelling is in de galerie van Agnès B in 1986. Inmiddels een Urban Art Icon en voor de oplettende kunstliefhebber is haar werk overal in Parijs te ontdekken. In Ménilmontand, Montmartre, Le Marais, Montorgueil en la Butte-aux-Cailles waar ze ook haar atelier heeft. Maar niet alleen daar; haar werk is opgenomen in de collectie van de Le Fonds municipal d'art contemporain de la Ville de Paris en het Albert museum in London. Tevens zijn haar afbeeldingen gebruikt door modehuizen waaronder Kenzo, Comme des Garcons, Ucar en Louis Vuitton. Terwijl haar stencils nauwgezet worden voorbereid, zijn haar eigenzinnige teksten vaak impulsief geschreven voorzien van woordspelingen met een feministische connotatie.

Miss Tic is vooral bekend om haar stencils van donkerharige vrouwen in combinatie met poëzie - locatie la Butte aux Cailles

Plaatsen die je zeker niet mag missen als je inmiddels net zo gek bent op Urban Art zijn te vinden in Belleville. In Belleville, aan de noordkant van het 20e arrondissement bij het metrostation Belleville, gaan we rechts de rue de Belleville in. Een oplopende straat vol met Chinese uithangborden. Een stukje verder, ter hoogte van nummer acht, twee oude kroegen. Het honderd jaar oude Au vieux Saumur en La Folie Dénoyez, een plaats waar in 1830 al werd gedanst (bal public). Hier ligt de meest kleurrijke straat van Parijs; de rue Dénoyez. Het gebied, 156 meter lang fungeert als een 'openluchtmuseum', omdat graffiti-kunstenaars hier permanent vrij hun gang mogen gaan. De politie treedt hier niet op tegen de graffitispuiters en vrijwel dagelijks worden hier nieuwe grote werken aangebracht. Hier ontmoet ik Ludovica Anzaldi van Italiaanse afkomst, fotografe en graffity kunstenaar. Druk bezig met het vervolmaken van een 'piece' waarvan zij weet dat die morgen alweer overgeschilderd kan zijn. "Shit happens but it's okay" en met plezier poseert ze voor haar kunstwerk voor een dag.
Links ligt de rue Ramponeau, een straat die nog staat voor het oude Belleville. Hier vind je tal van Joodse restaurantjes, kroegen en kruidenierszaken. Even verderop, op nummer 23, la Forge, een oude fabriek, gered van de sloop, die nu dienst doet als kunstenaarscollectief. Een stukje verder de Place Fréhel met twee gigantische muurschilderingen; een van Jean le Gac en de ander een kunstwerk van de kunstenaar luisterend naar de naam Ben. Neem eens even plaats op de bankjes om dit bijzondere kunstwerk "se méfier des mots" (wees op uw hoede met woorden) te bekijken.

Place Fréhel

Natuurlijk mag je het voormalige woonhuis van Serge Gainsbourg niet missen. Een bedevaartsoord en een legaal geliefd object voor graffitikunstenaars en aanbidders van deze zeer controversiële Franse chansonnier. Je vindt zijn huis in het 5e arrondissement aan de rue de Verneuil 5bis.

De graffiti op het woonhuis van Serge Gainsbourg, in de rue Verneuil 5 bis, is geen dag hetzelfde

Vlakbij het Centre George Pompidou een ‘mural’ op de hoek van rue Aubry le Boucher en de rue Quincampoix die wordt toegeschreven aan het kunstenaarscollectief VLP – ‘Vive la Peinture’, ontstaan in 1980 en een van de oudste groepen actief in stedelijke kunst. Het kunstwerk, 15 meter hoog en 8 meter breed, draagt de titel “Dit is geen graffiti” - "Ceci n'est pas un graffiti".

'Ceci n'est pas un graffiti'

Elke keer als ik weer ga wandelen langs het bassin de la Villette ontdek ik weer nieuwe kunstwerken van vaak onbekende kunstenaars. Zoals op het pomphuisje aan de quai de la Loire tegenover de Paname brouwerij of een stukje verder in de rue Henri Noguères. Prachtig is ook de mural op de zijmuur van de MK2 cinema

 Hetzelfde pomphuisje aan het Bassin de la Villette in amper twee maanden

Kamlaurene
Het is nog niet zolang geleden dat ze overal opdoken, deze kleine intrigerende personages. In Berlijn, in Lissabon en onlangs in Parijs. Vaak op de straathoeken naast het straatnaambord in een frontale positie met een intense en doordringende blik. Ze onderzoeken, observeren. Attent, welwillend, maar wie zijn zij? Wat willen ze? Wat verwachten ze van ons? De keuze van de plaatsing is altijd erg harmonisch, stijlvolle figuurtjes poëtisch geïntegreerd in de stedelijke scenery. Kamlaurene staat voor een fusie van twee geliefden in Parijs; Kam en Laurene. Sinds 2014 observeren zij al uw bewegingen in Parijs. Het idee hierachter is ook weer ontsprongen in het brein van een eigenzinnig kunstenaarscollectief.

Onmiskenbaar de signatuur van Kamlaurene

Om echt een goede indruk te krijgen van de Parijse straatkunst adviseer ik je om gebruik te maken van 'Street Art Tours' in Parijs. Waar je door iemand die is afgestudeerd in kunstgeschiedenis wordt rondgeleid langs de mooiste vormen van street art en wordt ingewijd in de geheime rituelen van Underground Paris. Kosten vanaf € 22 per persoon.
Galeries gespecialiseerd in street art zijn galerie Art 42, boulevard Bessières 96, 17e arrondissement, métro Porte de Clichy, lijn 13 en RER-C.
Verder galerie Itinerrance, boulevard du Général d’Armée Jean Simon 24, 13e arrondissement, métro Bibliothèque lijn 14 en RER-C.
Ik weet zeker dat u na het lezen van deze blog, net als ik na het maken van deze blog, anders gaat aankijken tegen straatkunst, graffiti, street-art of urban art.

Gregos; elk gezicht is een afdruk van hoe hij zich voelt die dag

Urban Art volgens Gregos & Invader
Als laatste wijs ik u nog op twee bekende kunstenaars die u vaak zult gaan tegenkomen op de meest onmogelijke en onverwachte plekken. De in 1972 geboren Gregos, opgegroeid in de noordelijke buitenwijken, de banlieu, van Parijs. Begonnen met graffiti  in de late jaren '80, heeft hij nu een bijzondere kunstvorm ontdekt om zijn tag in Parijs achter te laten. Met behulp van een zelf verzonnen 3D-concept creëerde hij een kopie van zijn gezicht, met verschillende humeuren, die hij vervolgens lijmt op de muren van Parijs. Elk gezicht is een afdruk van hoe hij zich voelt die dag. Inmiddels zijn meer dan 500 van zijn gezichten geïnstalleerd, in Parijs, maar ook in andere steden van Frankrijk en de wereld.

Wie Space Invader is weet niemand

De laatste is die van Invader. Invader is het pseudoniem van een bekende Franse stedelijke kunstenaar, geboren in 1969, wiens werk is gebaseerd op de ruwe pixels van een uit 1970 stammend 8-bit video game van Arcade genaamd Space Invaders. Zijn werk bestaat uit een mozaiek van vierkante keramische tegels. De eerste mozaïek van Invader dook op in het midden van de jaren '90 en werd geïnstalleerd in zijn thuisstad en vervolgens verspreid naar 31 andere steden in Frankrijk Inmiddels zijn zijn tags gezien in 60 steden, verdeeld over 30 landen. Hij documenteert elke interventie in een stad als een "Invasion", en heeft boeken en kaarten van de locatie van elk van zijn straat-mozaïeken gepubliceerd. Hij is ook gekend voor zijn QR code mozaïeken die hij omschrijft als "Rubikcubism". Gemaakt met behulp van gewone zwart-witte tegels, kunnen de patronen worden gedecodeerd met behulp van speciale apps die op smartphones worden geïnstalleerd. Een gedecodeerd bericht leest "Dit is een invasie". In juni 2011 markeerde Invader de installatie van zijn 1000e werk in Parijs met een tentoonstelling in La Generale getiteld "1000". 2692 Space Invaders zijn inmiddels wereldwijd geplaatst, die bestaan uit circa 1,5 miljoen keramische tegels. Invader werkt incognito, vaak gemaskerd en grotendeels 's nachts. Om zijn anonimiteit te bewaken, draagt hij een masker bij interviews. Hij beweert dat slechts een paar mensen zijn echte naam en zijn gezicht kennen. Zijn ouders denken nog steeds dat hij werkt als tegelzetter in de bouw.

Meer ontdekken over het onbekende Parijs vergeet dan niet om mijn reisgids Ongewoon Parijs’ te bestellen. 160 pagina’s met vele foto’s en slechts € 19.95



dinsdag 4 september 2018

EEN WANDELING DOOR HET MANHATTAN VAN PARIJS (DEEL 2)


Voor deel 1 klik hier.

We vervolgen nu onze wandeling terug richting La Grande Arche, langs moderne architectuur, fonteinen, parkjes, patio's, mozaïeken van marmer en graniet en talloze moderne sculpturen terwijl onder ons, vrijwel ongemerkt, een immens netwerk van snelwegen, parkeergarages voor 26000 auto's, trein- en metroverbindingen loopt. Rechts de Tour CB21, voorheen Tour Gan, ontworpen door de beroemde Amerikaanse architect Max Abramovitz. Gebouwd van 1972 tot 1974, de toren 187 meter hoog inclusief de antenne op het dak. Het is de vierde grootste wolkenkrabber in La Défense na de Tour First, Tour Total en Tour Areva . De grondvorm heeft de vorm van een Grieks kruis . Na de toren maken we even een zijsprong naar rechts richting Les Miroirs.; een high tech complex van vier spiegelende facade torens. Vanaf de patio ziet men de wijk Charras met de Tour des Poissons met zijn reusachtige klok/barometer. De tijd wordt met lichtflitsen aangegeven en de weersverwachtingen voor Parijs en omgeving met kleuren: rood voor slecht weer, blauw staat voor wisselvallig en groen voor mooi weer.

Tour CB21, voorheen Tour Gan, ontworpen door de beroemde Amerikaanse architect Max Abramovitz 

We keren terug naar de esplanade, naar de veelkleurige Tour Morreti van de Franse kunstenaar Ray Moretti, een 32 m hoge ventilatieschoorsteen gemaakt van 675 buizen van gekleurd glasvezel. Op de achtergrond het beeld van Henri de Miller; de slaapwandelaar.
Schuin achter het kunstwerk van Morreti steken we rechts door naar de Jardin des Reflets met gelijk een prachtig uitzicht op een van de laatste aanwinsten de Tour D2. In januari 2015 werd de Tour D2 ingehuldigd die meteen voor een revolutie zorgde aan de skyline van La Défense. Als de meest recente toren die in het woud van La Défense oprijst, valt de D2-toren sterk op door zijn gestroomlijnde vorm, zijn expressieve exostructuur (gekruiste diagonalen) en ronde top die haar al snel de bijnaam 'augurk', of zelf 'de zetpil' opleverde. De D2-toren, ontworpen door het architectenduo Anthony en Tom Sheehan van Béchu Sogecap, mag dan geen unicum zijn op wereldvlak maar opvallen doet hij wel. We kennen deze vorm ook al van 30 St Mary Axe, een door Norman Foster ontworpen gebouw in de City of London dat beter bekendstaat als de 'The Gherkin'. Een van de bijzondere kenmerken van D2-toren is niet van buitenaf zichtbaar. Maar bovenop de 37e en laatste verdieping van het gebouw bevindt zich een daktuin van 500 m², ook wel Garden of the Clouds genoemd, beplant met grove den en esdoorns. Elke avond schittert de toren door honderden 'vuurvliegjes' die gemonteerd zijn op de stalen beugels op de gevel. De toren zelf is slechts 171 meter hoog.

De D2-toren, ontworpen door het architectenduo Anthony en Tom Sheehan van Béchu Sogecap

Terug naar de esplanade en vervolgens weer naar rechts. De square des Corolles brengt ons naar de fontaine des Corolles van Louis Leygue uit 1973 maar ook naar de Tour Carpe Diem opgeleverd in 2013. 166 Meter hoog met 35 etages en een totaal vloeroppervlakte van 45.466 m². Het ontwerp van Robert Stern kostte de lieve som van 340 miljoen euro. Het gebouw is voorzien van een 18 meter hoog atrium met wintertuin en is zowel toegankelijk vanuit de esplanade als de beneden gelegen boulevard Circulaire. Op het dak zijn tuinen, een restaurant en conferentiefaciliteiten met een spectaculair uitzicht over Parijs. Helaas is dit uitzicht alleen toegankelijk voor genodigden en zij die werkzaam zijn in dit gebouw.

De Tour Carpe Diem opgeleverd in 2013

Verder de Cœur Défense, twee torens van 161 meter hoog. Het gebouw, ontworpen door de Franse architect Jean-Paul Viguier, dateert uit 2001 en heeft het grootste vloeroppervlak voor kantoorgebruik in Europa. In maart 2007 werd het gebouw door Lehman Brothers voor 2,11 miljard euro gekocht van het vastgoedfonds van Goldman Sachs. Voor het gebouw twee kunstwerken de Fontaine de Dialogue van Gualtiero Busato uit 1989 en een beplante schoorsteen naar een idee van Édouard François ook verantwoordelijk voor de ‘Flower Tower’ aan de rue Albert Roussel 23, in het 17e arrondissement. Een appartementen-complex waarvan de balkons zijn ingebed door 380 gigantische betonnen bloempotten beplant met bamboe.

De ingang naar Cœur Défense

We keren om richting de esplanade waar we aankomen op de Parvis de la Défense met voor ons de grote, 15 meter hoge rode spin, genaamd l'Araignée Rouge, The Red Spider, een werk van de Amerikaan, Alexander Calder. Het kunstwerk weegt 75 ton en is in 1976 op deze plek geplaatst op wens van Calder zelf. Tussen het glazen gebouw de passage de la Coupole met enkele delen van de Berlijnse muur.
Let eens op de zwart marmeren toren aan de linkerzijde. De vroegere Tour Fiat uit 1974, nu Tour Areva, heeft een bijzonder ontwerp. Let goed op de ramen, onder hoog en smal, en naar boven breed en laag. Zo lijken de verticale lijnen nauwelijks perspectief te tonen. Deze wolkenkrabber is 184 meter hoog en telt 44 verdiepingen. Tot 1985 was dit het hoogste gebouw van La Défense. Achter de Tour Areva de imposante Tour Total (190 m). Deze bestaat uit drie met glas bedekte torens, verschillend van hoogte en vertonen steeds variërende tinten die van licht- naar donkerblauw gaan, naarmate er meer of minder licht op valt.

 l'Araignée Rouge, The Red Spider, een werk van de Amerikaan, Alexander Calder

Terug op de Parvis, het oudste gebouw; het Palais de La Défense of CNIT, gebouwd in 1958. Het hele gebouw rust slechts op drie punten en heeft een totale overkapping van 218 meter. Inmiddels twee keer gerenoveerd in 1988 en 2010 tevens benoemd tot historisch monument. Nu is er een conferentie- en een zakencentrum met winkelgalerijen in ondergebracht. Tussen de CNIT en het Maison de la Défense de moderne architectuur van de Notre Dame de la Pentecôte naar een ontwerp van Franck Hammoutène. Geen echte parochiekerk maar een kapel voor een moment van retraite tussen alle hectiek van deze zakenwijk.

De Notre Dame de la Pentecôte naar een ontwerp van Franck Hammoutène

In plaats van voor de CNIT langs, gaan we achter langs. In de schaduw van de 105 meter hoge Tour Séquoia (1990) op de place Carpeaux, staat een 12 meter hoge en 18 ton wegende bronzen duim, La Pouce van de beeldhouwer César Baldaccini. Een opgestoken duim misschien wel uit bewondering voor dit enorme project, gestart in 1958, waarvoor zo'n 9.000 woningen zijn geruimd en meer dan 25.000 mensen zijn geherhuisvest. In 1965 verschenen de eerste kantoortorens en in 1970 zorgde de RER voor een 4 minuten verbinding tussen La Défence en de Place de l'Étoiles.

La Pouce van de beeldhouwer César Baldaccini, weegt 18 ton

Vòòr je hèt symbool van Mitterrands progressieve visie op de grandeur van Frankrijk. Deze gigantische open kubus van glas en wit Carrara marmer werd officieel geopend op 14 juli 1989 ter viering van de tweehonderdste verjaardag van de revolutie. Weinigen weten dat de Eiffeltoren geopend werd bij de viering van de 100ste verjaardag, in 1889. De omvang van La Grande Arche is dezelfde als de Cour Carrée van het Grand Louvre; 108 meter bij 112 meter. 110 meter hoog en weegt maar liefst 300.000 ton. Kosten in die tijd 450 miljoen euro en onderdeel van les Grands Traveaux waaronder de Louvre piramide, de Opera Bastille en de Bibliothèque Nationale François Mitterand. Het symboliseert een open venster naar de wereld.

La Grande Arche, onderdeel van les Grands Traveaux van François Mitterand

Na een grondige verbouwing is de bovenste etage sinds 1 juni 2017 weer open voor het publiek. Met een nieuw terras in de open lucht, het grootste van Parijs. Op een hoogte van 112 meter heb je weer een nieuw spectaculair uitzichtpunt over de Parijse as. Via de toch al, letterlijk, adembenemende panoramische liften, (deze zijn aangepast om windstoten van 80 km/h, daarvoor 50 km/h te weerstaan) bereik je via de buitenkant van het gebouw in enkele minuten de hoogste etage. Het hekwerk met lelijke kabels aan de voorzijde is vervangen door helder glas met openingen voor de fotocamera's en een 107 meter lang promenadedek zorgt ervoor dat je nu ook aan de achterzijde kunt genieten van een spectaculair uitzicht. Het uitzicht aan de voorzijde is spectaculairder dan dat van de Eiffeltoren. Kijkend over het 'Manhattan' van Parijs, een sterk staaltje van moderne architectuur en hoogbouw van de zakenwijk La Défense.

Op een hoogte van 112 meter heb je weer een nieuw spectaculair uitzichtpunt over de Parijse as

Op de bovenste etage bevindt zich ook een expositie ruimte van 1200 m² dat geheel en exclusief gewijd wordt aan foto-jounalistiek, de eerste in geheel Frankrijk en een initiatief van de journalist Jean-François Leroy. Leroy is tevens de initiatiefnemer van het internationale fotofestival van de journalistiek; 'Visa pour l'Image' en artistiek directeur van de 'Arche du photojournalisme'. Naast de exporuimte bevindt zich op de bovenste etage een bistro restaurant dat plaats biedt aan vijftig personen. 'Josephine Gardens' het kleine broertje van Josephine in de rue du Cherche-Midi. aan het fornuis staat chef-kok Jean-Christian Dumonet. Tevens is er een kleine culinaire snack-shop voor koffie, drankjes en take-away.
Toegang tot het panoramadak kost € 15 per persoon (€19 inclusief toegang tot de expositieruimte). Kinderen tot 18 jaar € 7 (€11 inclusief expositie) Elke dag geopend van 09.30 uur tot 18.30 uur

Het Manhattan van Parijs

Aan de overzijde het winkelcentrum Les Quatre Temps met meer dan 200 winkels, restaurants en bioscopen verdeeld over vier verdiepingen, die zeven dagen per week open zijn. Ook is er een groot bioscoopcentrum waar veel Engelstalige films met Franse ondertiteling getoond worden. De restaurants en de bioscoop zijn ook 's avonds open. Voor het winkelcentrum een sculptuur, 12 meter hoog, van de Spanjaard Joan Miro; Deux Personnages Fantastiques, geplaatst in 1980, drie jaren voor zijn dood.

De grootste concertzaal van Europa tevens een multifunctioneel koepelstadion: De Paris La Défense Arena

Nog energie over? Neem dan de trappen aan de achterzijde van La Grande Arche. Recht-door over de houten loopbrug ‘La Jetée’, langs het fraai aangelegde Nouveau Cimetière de Neuilly. Op de achtergrond de grootste concertzaal van Europa (40.000 plaatsen) en tevens een multifunctioneel koepelstadion: De Paris La Défense Arena. Het stadion werd officieel geopend op 1 oktober 2017 en het allereerste evenement was een concert door de Rolling Stones op 19 oktober. De arena is uitgerust met een van de grootste projectieschermen van de wereld, met een oppervlakte van 1400  m². De gevel is bedekt met 592 gigantische aluminium en glazen schalen, die worden verlicht door 3000 LED-strips die spectaculair kunnen variëren in 16 miljoen kleuren. Over de doden niets dan goed maar of ze nu rusten in vrede, dat is nog maar de vraag?
Op de terugweg de Cours Valmy (rechts) met het indrukwekkende hoofdkantoor van de Sociëté Génerale en het gebouw La Pacific met op de voorgrond  de Tête Monumentale” van de beeldhouwer Igor Mitoraj, een absoluut fotomoment.

Tête Monumentale” van de beeldhouwer Igor Mitoraj

Met metrolijn 1 reis je vanuit La Défense rechtstreeks naar de Arc de Triomphe, de Champs-Élysées, het Louvre en Bastille. La Défense telt twee metrostations. Als u voor het CNIT, de Grande Arche of het winkelcentrum komt neemt u het eindstation van lijn 1, station La Grande Arche.
Met de bus kun je vanaf de Arc de Triomphe en vanaf avenue Champs-Élysées naar La Défense reizen. Handig als je een Paris Pass of een dagkaart voor het openbaar vervoer hebt. Er is een busstation onder het CNIT. Hier stopt bijvoorbeeld bus 73 die veel haltes heeft over de volle lengte van Avenue Champs-Élysées.

Helaas, aan de Tour Phare, een schepping van de Amerikaanse architect Thom Mayne, gepland tussen 2012 en 2016, moet nog begonnen worden

vrijdag 31 augustus 2018

EEN WANDELING DOOR HET MANHATTAN VAN PARIJS (DEEL 1)


Toen de Tour Montparnasse in 1973 werd geopend schrokken de Parijzenaars daar zo van, dat het bouwen van wolkenkrabbers terstond werd verboden. Voortaan mochten nieuwe gebouwen niet hoger zijn dan 37 meter. Volgens peilingen is meer dan de helft, 62%, van alle Parijzenaars tegen hoogbouw. Parijs moet zich niet laten opjagen in zijn streven naar een modern en dynamisch imago, vinden de tegenstanders. Wolkenkrabbers zijn on-Parijs, bedacht in de Verenigde Staten, als symbolen van het kapitalisme.
Haussmann legde de basis voor een horizontale stad die zich moeilijk laat combineren met verticale elementen, maar kun je een wereldstad zijn zonder wolkenkrabbers? Kan Parijs zich blijven koesteren in zijn 19e eeuwse schoonheid? “We leven niet in een museum” is het antwoord van de burgemeester Anne Hidalgo, maar de wolkenkrabbers die zijn gepland, staan aan het uiterste randje van de stad. Met lang geleden gemaakte plannen is men onlangs pas begonnen met de bouw of ze liggen stof te vangen in het gemeente archief.


De Tour Triangle, 180 meter hoog, oplevering 2020

De Tour Triangle (180 m.) gepland aan de rand van het 15e arrondissement, verwachtte oplevering 2020 – de gemeenteraad gaf toestemming tot de bouw op 25 juli 2011. De Tour Duo (175 m.) van Jean Nouvel gepland in 2014, en nu pas is er begonnen met de bouw in het 13e arrondissement. De oplevering wordt eveneens verwacht in 2020. Het nieuwe gerechtshof, het TGI (160 m.), een schepping van Renzo Piano is afgelopen jaar pas opgeleverd. Aan de Tour Phare, een schepping van de Amerikaanse architect Thom Mayne, gepland tussen 2012 en 2016 moet nog begonnen worden. Zo ook met de start van Hermitage Plaza in La Défense. De verwachte oplevering van deze 323 meter hoge torens is in 2024. En zo wordt La Défense een reservaat van wolkenkrabbers die verbannen zijn uit Parijs intra muros. Laten ze daar vooral blijven volgens de fervente tegenstanders van hoogbouw in Parijs.

Hermitage Plaza aan de kop van La Défense, verwachte oplevering 2024

La Défense
In deze extra lange blog neem ik je mee voor een wandeling door het Manhattan van Parijs met meer dan 100 wolkenkrabbers. La Défense wordt vaak het 21e arrondissement van Parijs genoemd. Echter, het is een samenstelling van de voorsteden Courbevoie, Nanterre en Puteaux. Als onderdeel van La Voie Triomphale, de 7 kilometer lange triomfweg van het Louvre tot aan de Arche de la Défense hoort deze wijk als het ware bij Parijs. En het eindpunt van deze Koninklijke as is nog niet in zicht. Nieuwe prestigieuze projecten voorzien in een verlenging van de Arc naar Nanterre.
Het was Catharina de Medici die in 1564 de aanzet gaf tot La Voie Triomphale met de bouw van het Louvre. Le Nôtre creëert in 1664 de Jardin des Tuilleries en in 1670 de avenue Champs Élysées. De architect Gabriel krijgt de opdracht voor de place de la Concorde in 1760. Napoleon geeft in 1806 de opdracht voor het bouwen van een triomfboog en Haussmann transformeert de place de l'Étoile in 1854 tot een rotonde waar 12 lanen op uitkomen. In 1958 ontstaat het idee voor een nieuw project dat voorziet in de verlenging van deze historische as; de bouw van La Défense. In 1983 krijgt de Deense Architect Johan Otto von Spreckelsen de opdracht voor de bouw van een nieuwe triomfboog; La Grande Arche. Alles in één rechte lijn naar het westen, 7 kilometer lang, van de Cour Carrée in het Louvre, tot aan De Grote Ark in La Défense. En meer dan 450 jaar later is het eindpunt van deze koninklijke, keizerlijke en presidentiële bouwactiviteiten nog niet in zicht.

La Voie Triomphale gezien vanuit de kop van La Défense

160 hectare groot, 3500 bedrijven zijn er gevestigd waarvan 1500 hoofdkantoren, waaronder 15 grootste bedrijven uit de wereld top-50. Meer dan 150.000 mensen zijn werkzaam op 3 miljoen vierkante meter aan kantoorruimte. Europa’s grootste winkelcentrum staat in la Défense. De omgeving is één openlucht museum met 60 kunstwerken van meer dan 50 kunstenaars afkomstig uit 14 landen.
La Défense evolueert voortdurend. In 2005 kondigde de EPAD, Établissement Public d'Aménagement de la Défense, de organisatie die al sinds 1958 verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van La Défense, een ambitieus zes jarenplan aan voor de modernisering en verdere ontwikkeling van dit gebied. Vier hoofddoelstellingen werden gedefinieerd om een nieuwe dimensie te geven aan La Défense: Het transformeren van de verouderde gebouwen door spectaculaire hoogbouw, het herstellen van de balans tussen wonen en werken en het herontwikkelen van openbare ruimten, inclusief een verbeterde infrastructuur. Het voorzag onder meer in de bouw van diverse wolkenkrabbers en een theater voor 5000 zitplaatsen. Een van de belangrijkste nieuwigheden van dit project is de toestemming voor de bouw van 300 meter hoge torens en hoger, twee keer groter dan de huidige limiet. De grond wordt hier tenslotte per kubieke meter verkocht, want ook de lucht schijnt zijn prijs te hebben.

Het begin van onze wandeling bij de monumentale Fontaine Agam

Wandeling
We beginnen in het centrum van de esplanade met een totale lengte van 1200 meter (Lijn 1, metrostation La Défense Grande Arche, sortie F). In het midden een bronzen sculptuur van Louis-Ernest Barrias waar La Défense zijn naam aan heeft ontleent. Dit beeld uit 1883 staat weer op zijn oorspronkelijke plaats en symboliseert de heldhaftige verdediging van Parijs tegen het Pruisische leger in 1871. Het beeldhouwwerk is naar het westen gericht, daar waar de vijand ooit vandaan kwam.
Een stukje verder in het midden van place de la Défense de monumentale Fontaine Agam (1988) die op gezette tijden zorgt voor een schouwspel van water en verlichting, begeleidt door muziek. (wo. 13.00 uur, za & zo 16.00 uur) Het veelkleurige bassin, uitgevoerd in mozaïek met 86 kleur nuances, heeft een afmeting van 57 meter bij 26 meter en een verval van drie meter. 66 waterjets zorgen voor een adembenemend schouwspel. Tijd voor een fotomoment met op de achtergrond het wit marmeren symbool van het nieuwe Parijs; La Grande Arche.

Tour EDF een schepping van Ieoh Ming Pei

Aan de overkant (rechts) een indrukwekkende schepping van glas en staal door Ieoh Ming Pei. Deze architect was ook verantwoordelijk voor de glazen piramide, dè hoofdingang van het Grand Louvre. Deze Tour EDF (165 m.) is eveneens gebouwd in 2001 voor de Électricité de France (EDF). Het meest opvallende is het 3D-effect dat ontstaat door een kegelvormige sectie lopend vanaf de begane grond naar de 26ste verdieping en fungeert als hoofd ingang. Een ingang gebouwd onder een brede overkapping met een doorsnede van 24 meter. Een stukje verder het kunstwerk ‘Point Growth’ (1999) van de Zuid-Koreaanse kunstenaar Lim Dong-Lak.

We vervolgen onze wandeling over de esplanade de Général de Gaulle in oostelijke richting (kijkrichting de Arc de Triomphe). Schuin achter de Tour Ariane (rechts), gebouwd in 1975 en een van de eerste wolkenkrabbers in la Défense staat de Tour Majunga. Medio 2014 opende de Majunga-toren, naar een ontwerp van Jean-Paul Viguier, die meerdere gebouwen in La Défense op zijn naam heeft staan, een project van de Nederlandse projectontwikkelaar Unibail- Rodamco, Uniek is dat elke verdieping in deze toren beschikt over een buitenruimte. De loggia’s van de 195 meter hoge glazen kantoortoren beslaan steeds twee verdiepingen. Ze verspringen een beetje over de zuidgevel en zijn daarmee sterk bepalend voor het uiterlijk van het gebouw. De bovenste verdieping van de twee die op elke loggia uitkomen, heeft steeds een terugvallend balkon en biedt daardoor een prettige beschutte ruimte. En zoeken de kantoormedewerkers de loggia’s niet op, dan stroomt de frisse buitenlucht via speciale ventilatieluiken vanzelf naar hen toe. De bovenste 19 etages worden bezet door het consultancybedrijf Deloitte.

De Majunga-toren. Uniek is dat elke verdieping in deze toren beschikt over een eigen buitenruimte

Links en rechts nog een tweetal kunstwerken: ‘La Défonce’ van Francois Morellet uit 1990.  Het bestaat uit een set stalen staven die een eenvoudige rechthoekige vorm vormen, gekanteld en half begraven in de grond. Een van de tralies doorboort een nabijgelegen gebouw. Vervolgens een toren van mozaïek genaamd Les Trois Arbres - The Three Trees van Guy-Rachel Grataloup uit 1988. Voor ons het wonderlijke Bassin de Takis waar je bij heldere dagen een prachtig uitzicht hebt op de historische as. Richting Seine en de Pont de Neuilly kijk je in een rechte lijn naar de Arc de Triomphe en als je 180 graden draait zie je de 110 meter hoge La Grande Arche, geflankeerd door de immense torens van het zakencentrum van Parijs. 49 metalen knipperlichten, in het bassin, op metalen staken wiegen op het ritme van de wind. In het water de groene reflectie van het Mélia Paris la Défense hotel met bovenop het gebouw de Mélia skyline bar (rechts) en de Tour AGF Athéna (links).

Vanuit het Basin de Takis een prachtig uitzicht over de Esplanade du Général de Gaulle

Wat weinigen weten is dat er nog een wijngaard is aangeplant in la Défense. Het domein Clos de Chantecoq, geopend op 24 mei 2007, gelegen precies tegenover het Bassin de Takis. De wijngaard bestaat uit 350 wijnstokken; Pinot Noir en Chardonnay over een gebied van 10 hectare.

Schuin rechts achter het Mélia hotel de Tour First. In mei 2011 is de 225 meter hoge Tour First opgeleverd. Inclusief de verlichte naald, die dient als antenne, zelfs 231 meter. Een renovatieproject van de oude Tour Axa. De nieuwe glazen toren bestaat uit drie vleugels die uitzicht bieden naar het oosten, zuiden en noordwesten. De speciale dubbele beglazing is voorzien van een zeer innovatief hitteschild  en voldoet daardoor als eerste wolkenkrabber in Frankrijk aan de hoogste milieunorm die men kan bereiken: de HQE (Haute Qualité Environnementale). De architecten van Kohn Pedersen Fox Associates tekenden voor het ontwerp.

De Voie Triomphale gezien vanuit Pont de Neuilly met rechts de Tour First

In deel 2 wandelen we richting La Gande Arche, langs moderne architectuur, fonteinen, parkjes, patio's, mozaïeken van marmer en graniet en talloze moderne sculpturen terwijl onder ons, vrijwel ongemerkt, een immens netwerk van snelwegen, parkeergarages voor 26000 auto's, trein- en metroverbindingen loopt.
Voor deel 2 klik hier.

Onder La Défense loopt een gigantisch netwerk van snelwegen en metroverbindingen

Met metrolijn 1 reis je vanuit La Défense rechtstreeks naar de Arc de Triomphe, de Champs-Élysées, het Louvre en Bastille. La Défense telt twee metrostations. Als u voor het CNIT, de Grande Arche of het winkelcentrum komt neemt u het eindstation van lijn 1, station La Grande Arche.
Met de bus kun je vanaf de Arc de Triomphe en vanaf avenue Champs-Élysées naar La Défense reizen. Handig als je een Paris Pass of een dagkaart voor het openbaar vervoer hebt. Er is een busstation onder het CNIT. Hier stopt bijvoorbeeld bus 73 die veel haltes heeft over de volle lengte van Avenue Champs-Élysées.

dinsdag 21 augustus 2018

BOUILLON JULIEN PARIJS, EEN REIS NAAR HET HART VAN DE BELLE ÉPOQUE


Het begon allemaal in 1787, toen in een volkswijk van Parijs een klein café opende op nr. 16 van de rue du Faubourg Saint-Martin, met de naam ‘Le Cheval Blanc’. Waar stijlvol geklede dames van gegoede komaf ontmoetingen hadden met de mannen die zij begeerden. Een halve eeuw later werd de buurt zowat platgewalst door de grote stadsvernieuwingen (1852) van Baron Haussmann. Aan de voet van de Porte Saint Denis, opgericht in 1672 ter ere van de overwinningen van Lodewijk de XIV, maakten honderden huizen plaats voor een brede boulevard; de Boulevard Saint-Denis. Vanaf 1890 wint Parijs aan prestige. De automobiel, het vliegtuig, de metro, film, telefoon en grammofoon deden hun intrede en de belle époque was een feit. Parijs werd een bruisende stad waar gebouwen en voorwerpen werden ontworpen in een nieuwe stijl, art nouveau.

Bouillon Julien, een reis naar de Belle Époque

Tussen 1902 en 1905 besloot de eigenaar van het pand op nummer  16, een zekere Edouard Fournier het pand te verbouwen. De voorgevel wordt vernieuwd en verplaatst naar de rooilijn en hij maakte tevens van de gelegenheid gebruik om het volledig opnieuw in te richten. Fournier nam de beste kunstenaars in dienst en gaf hen de opdracht om het restaurant te transformeren conform de heersende stijl, de art nouveau. Het restaurant werd voorzien van een adembenemende aankleding. Aan twee lange muren werden grote spiegels aangebracht met er tussenin vier panelen van glaspasta van de glaskunstenaar Louis Trézel, geïnspireerd op het werk van de Tsjechische schilder Alfons Mucha. Vier jonge vrouwen symboliseren de seizoenen. Op de achtergrond zijn bloemen afgebeeld voorstellende de lente, groene bladeren voor de zomer, dode bladeren voor de herfst en kale takken voor de winter. Ingelegde edelstenen en gekleurde glasparels verfraaien de jurken van deze ‘seizoensvrouwen’. Achter in de zaal twee panelen van twee pauwen met op de achtergrond een maan, sterren en bloemen van de hand van Armand Jean-Baptiste Segaud.

Vier panelen van glaspasta van de glaskunstenaar Louis Trézel, symboliseren de seizoenen

De panelen, spiegels en glas-in-loodramen worden omgeven door het mooiste sierstucwerk dat balken en kroonlijsten bedekt met vrouwen- dier- en bloemmotieven. In de lage scheidingswand die zich in het midden over de hele lengte van de zaal uitstrekt zijn ranke zuiltjes opgenomen, voorzien van kapstokhaken en bekroond met lichtbollen. Aan de muren bronzen wandlampen. Hippolyte Boulanger bedacht de vloer met een patroon van geraniums en margrieten. In de ruimte aan de straatkant een bar van Cubaans mahoniehout ontworpen door de meubelmaker Louis Majorelle. Zijn restaurant Gandon-Fournier was dan misschien maar een bouillon – een op de gewone man afgestemde restaurantformule met in die tijd een enorme populariteit – de inrichting deed menig chique gelegenheid op de grote boulevards vlakbij verbleken van afgunst.

De panelen, spiegels en glas-in-loodramen worden omgeven door het mooiste sierstucwerk dat balken en kroonlijsten bedekt met vrouwen- dier- en bloemmotieven

In 1938 komt het restaurant in handen van Julien Barbarin, die het erfde van zijn oom Monsieur Fournier. Het verhaal gaat dat Julien een zoon was van een zekere Barbarin. Een café exploitant uit Montmartre die zich in de wijk Saint-Denis zou hebben gevestigd uit liefde voor een danseres. Deze zou hem een zoon hebben geschonken die Julien werd gedoopt. Hij verfraaide het interieur met drie grote met plantmotieven versierde glas-in-lood panelen in het plafond, ontworpen door Charles Buffet, de vader van de gerenommeerde kunstschilder Bernard buffet en vervaardigd door het beroemde glasatelier van Georges Guenne. De naam van het restaurant werd veranderd in Julien en werd dè mondaine uitvalsbasis voor artiesten waaronder Edith Piaf en haar minnaar Marcel Cerdan, kampioen bokser, die altijd plaatsnamen aan ‘Table 24’. Dit is natuurlijk waar Olivier Dahan zijn camera's neerzette bij de verfilming van ‘La Môme’, bij ons bekend als La Vie en Rose, met in de hoofdrol Marion Cotillard als Edith Piaf.

Julien Barbarin verfraaide het interieur in 1938 met drie grote met plantmotieven versierde glas-in-lood panelen in het plafond, ontworpen door Charles Buffet

In 1975 kwam het restaurant in handen van Jean-Paul Bucher. Parijs dankt zijn mooiste brasserieën  aan één man; Jean Paul Bucher (1938-2011), een voormalige kok uit de Elzas en tot 2005 eigenaar van de acht mooiste brasserieën van Parijs. Op 33 Jarige leeftijd besloot hij te investeren in oude Parijse, in verval geraakte brasserieën. In 1968 kocht hij zijn eerste aanwinst, Brasserie Flo, van zijn streekgenoot Louis Floderer. Bucher kreeg de smaak te pakken en kocht in de jaren daarna, in een rap tempo, nog zeven zaken, waaronder Balzar, Le Bœuf sur le Toit, Bofinger, La Coupole, Terminus Nord, Le Vaudeville en Julien.
Hij initieerde de Groupe Flo, eigenaar van vele restaurantketens. De restaurantzaal van Julien werd in 1997 geclassificeerd als historisch monument.  In 2005, zes jaar voor zijn overlijden op 73 jarige leeftijd, verkocht hij zijn geesteskind aan de Belgische miljardair Albert Frère.
Jean Paul Bucher; "Monsieur Savoir Vivre". Hij creëerde de Esprit Brasserie. In april 2017 wordt de Groupe Flo na het lijden van forse verliezen in de jaren daarvoor overgenomen door de Bertrand Group en komt Julien in handen van Jean-Noël Dron. Dron is tevens eigenaar van Brasserie Flo in Parijs en diverse andere brasserieën in Nantes.

Bouillon Julien is een van de allermooiste restaurants in Parijs

In 2018 krijgt ‘The Guild of Saint Luke’ de opdracht van Dron om Julien weer in zijn oude glorie te herstellen. The Guild of Saint Luke is een samenwerkingsverband van kunstenaars, architecten en ambachtslieden, onder leiding van de oprichter John Whelan. Ze herstellen en herontwerpen historische monumenten om ze weer relevant te maken voor de 21ste eeuw en ze tarten de ziel van een plek. Ze willen alles wat mooi is behouden en alles verwijderen wat lelijk is. Heel eenvoudig betekent dat het oude houden en het nieuwe wegwerken! Aldus Whelan. De groep werkt in Londen en Parijs en wil iconische Franse brasserieën opnieuw leven inblazen. Zo ook Julien. Tijdens een eerste onderzoek deden ze een spectaculaire ontdekking dat de originele kleur van het pleisterwerk niet rokersgeel was in 1906, maar in feite ‘vert céladon’. Een kleur die uniek was voor keramiek afkomstig uit China en het Verre Oosten. De brasserie is inmiddels herstelt in zijn oude glorie, die van 1906, en kreeg ook weer zijn oude naam terug namelijk die van Bouillon Julien.

In 2018 krijgt ‘The Guild of Saint Luke’ de opdracht om Julien weer in zijn oude glorie te herstellen 

Het ontstaan van de zogenaamde bouillons was te danken aan de economische groei van Parijs in de tweede helft van de 19e eeuw. Een slager, Pierre Louis Duval, kreeg het idee om in de rue de la Monnaie een restaurant te openen waar werklui van de hallen voor weinig geld gekookt rundvlees konden eten. Hiermee werd bouillon-restaurant geboren. De formule werd een groot succes. Een groot aantal Parijzenaars woonde inmiddels te ver van het werk om ’s middags naar huis te gaan. Duval opende filialen door heel Parijs. Zijn zoon Alexandre bijgenaamd Godfried van de Bouillons, erfde een fortuin en werd een van de koningen van de boulevard des Italiens. De bouillonsformule werd overgenomen door Chartier, Racine, Julien, Boulant en Rougeot. Een eenvoudig volksrestaurant waar men tegen betaalbare prijzen een goede pot-au-feu kon eten, die werd geserveerd met een kom bouillon.

"Ici tout est beau, bon, pas cher"

Na een grondige renovatie van maanden is de heropening gepland op 22 augustus en kunnen jullie niet alleen genieten van een van de mooiste art deco interieurs van Parijs maar ook van de traditionele Franse keuken.

Een juweel uit de 19e eeuw volledig in zijn oude glorie hersteld

Bouillon Julien, rue du Faubourg Saint-Denis 16, 10e arrondissement, métro Strasbourg-Saint Denis.

Bronnen: ‘Les restaurants qui racontent le siècle, Les adresses Jean-Paul Bucher, Restaurants of Paris,  Mr. John Whelan - Bouillon Julien