Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 18 april 2018

FILMLOCATIES IN PARIJS


Parijs is een van de meest gefilmde steden ter wereld. Misschien omdat het toen de film werd uitgevonden, al de meest geschilderde stad ter wereld was. Pittoresk is Parijs nog steeds in de bioscoop; vooral in Amerikaanse films blijft Parijs de schilderachtige wereldhoofdstad van de romantiek waarin elk huis uitzicht heeft op de Eiffeltoren. Maar ook de Fransen zelf zijn er in gaan geloven, bewees in 2001 Le fabuleux destin d’Amélie Poulain, dat Montmartre ontsmette en er een pretpark van maakte waar Disney jaloers op zou zijn. Een toeristische droom. Parijs was er al vroeg bij, bij de zevende kunst. Hier werd in 1895 de eerste filmvoorstelling voor betalend publiek gehouden, hier stond de eerste filmstudio. Volgens de gemeente Parijs worden er nu elk jaar achthonderd films opgenomen. De Franse hoofdstad biedt elke week ruim 300 verschillende films. Helaas worden alle buitenlandse films in Frankrijk nagesynchroniseerd. Wie de originele versie wil bekijken moet letten op de toevoeging 'VO' - version originale. 'VF' staat voor version Francais.

In deze blog neem ik u op ontdekkingsreis door het fascinerende Parijs van de film. Ontdek adressen waar 3, 2, 1 en....aktie heeft geklonken, de decors, herbeleef scènes met de bijbehorende emoties en verplaats je in de gedachtewereld van de regisseurs. De gekozen volgorde is willekeurig.

Intouchables opgenomen in de residentie van onze Nederlandse Ambassadeur in Parijs het voormalige Hôtel d'Avayray - Photo courtesy of Gaumont

De film 'Intouchables' behoeft natuurlijk geen introductie. Ik denk dat er weinigen onder u zijn die de film niet gezien hebben. Het verhaal is geheel  in Frankrijk en met name in Parijs opgenomen en werd een ware hit.  Bijna twintig miljoen Fransen en even zoveel overige Europeanen gingen in 2011 en 2012 naar de bioscoop om de komedie Intouchables te zien. Het is een van de best bezochte Franse films ooit en trok meer bezoekers dan Titanic. In Duitsland alleen al gingen vijf miljoen mensen naar het theater. Echter wat weinigen van u weten is dat de film voor het overgrote deel is opgenomen in de ambtswoning van de Nederlandse ambassadeur in Parijs; het voormalige Hôtel d'Avayray. Met toestemming van de toenmalige Nederlandse Ambassadeur Siblez werd Intouchables opgenomen in het chique pand, daterend uit 1723, gelegen aan de smalle en levendige rue de Grenelle 85 in het zevende arrondissement. Een rondleiding door de ambtswoning is een feest van herkenning.  Eenmaal door de grote poort zie je de rechthoekige binnenplaats waar 'Driss' ,gespeeld door Omar Sy, met piepende banden de nodige hoeveelheid grind verplaatst met de Maserati van 'Philippe Pozzo di Borgo' gespeeld door Francois Cluzet. De begane grond beschikt over drie grote ontvangstzalen waaronder La Biblothèque, waar het sollicitatiegesprek plaatsvindt  met Driss, Philippe en de prachtige roodharige secretaresse Magalie (Audrey Fleurot), met wie Driss schaamteloos aan het flirten is. Ook het klassieke privéconcert ter ere van Philippe's verjaardag en de dansscène, waarin Philippe vanuit zijn rolstoel kennismaakt met de muziek (Earth, Wind & Fire) van Driss,  is opgenomen op de begane grond van de residentie. De dakterrasscène met uitzicht op de Église Pentemont-Luxembourg is eveneens opgenomen in de rue de Grenelle. De beelden van de slaapkamer en de badkamer van Driss zijn elders gedraaid.

Intouchables: Scène opgenomen in het Palais de Chaillot
Photo courtesy of Gaumont

Het gebeurt niet zo vaak dat een Franse film een kassucces wordt in het buitenland. Naast Intouchables was 'Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain' (2001) ook zo'n uitzondering. Deze hartverwarmende komedie kent in Amélie de hoofdpersoon. De film kent een leuk uitgewerkte moraal van 'wie goed doet, goed ontmoet', prachtige beelden van Parijs en een overdaad aan heerlijke Franse muziek. De plekken uit de film zijn bijna allemaal te bezoeken en bevinden zich grotendeels in Montmartre. Het café uit de film, 'Les Deux Moulins', ligt aan de rue Lepic 15 op de hoek van de rue Cauchois. Een groot deel van de opnamen van de met 5 Oscars genomineerde film werden hier gemaakt. Je herkent meteen de fraaie neonarmaturen, de formica tafeltjes en de ingang van de toiletten waar hèt allemaal gebeurde. Amélie, Audrey Tautou, werkte hier als serveerster. Studio 28 aan de rue Tholozé 10, is de bioscoop waar Amélie vaak komt. De regisseur kon bij de opnamen, zijn ode aan Montmartre, niet voorbijgaan aan deze bijzondere bioscoop, die de essentie van de buurt belichaamt. De groentezaak 'Au Marché de la Butte' gevestigd op nummer 56 van de rue des Trois-Frères, is inmiddels een cultplaats onder de filmliefhebbers. Het decor uit de film lijkt hier onveranderd. Op de rue de Mouffetard 118 bis ligt 'Le Verre à Pied', het café waar Amélie wat drinkt nadat zij het doosje met jeugdherinneringen heeft teruggeven.

Na de film Amélie werd het café 'Les Deux Moulins' op Montmartre wereldberoemd
Photo courtesy of Cinéma de Luxe

'Midnight in Paris' (2012) van Woody Allen, waar hij de toeristische visie op Parijs op de spits dreef door zijn hoofdrolspeler naar het verleden te laten reizen. Toeristen proberen altijd in een tijdmachine te stappen: ze willen niet het Parijs van nu maar van vroeger zien. Vaak kan dat niet omdat een stad nu eenmaal verandert, al lijkt het in Parijs meer mogelijk dan elders. De film is een prachtige ansichtkaartode aan de toch al magische stad Parijs en vertelt het verhaal over Gil, een aspirant schrijver, die met zijn verloofde Inez en haar ouders, een bezoek brengt aan de stad van de liefde. Hij werkt al jarenlang aan een boek over nostalgie, maar durft het niemand te laten lezen. Tijdens een nachtelijke wandeling wordt Gil op een wel heel bijzondere wijze meegevoerd in de bruisende geschiedenis van Parijs in de jaren twintig. De tijd van het modernisme, het surrealisme en de opkomst van de jazz. De film voert u langs prachtige en romantische plekken in Parijs. Geen decors, maar bestaande filmlocaties in Parijs die u, dankzij een blog die ik op 3 maart 2012 schreef nog eens persoonlijk gaat ontdekken; klik hier - Deze blog neemt u mee langs locaties waaronder de tuin van Claude Monet in Giverny, toprestaurant Le Grand Vefour, de rue de la Montagne-Sainte-Geneviève waar Gil zijn nachtelijke dwaaltochten door Parijs begint. Verder restaurant Polidor, la Maison Deyrolle en de mooiste brug van Parijs; de Pont Alexandre III.

'Last Tango in Paris': De hoofdrollen waren voor Marlon Brando en Maria Schneider
Photo courtesy of Metro Goldwyn Mayer

'Last Tango in Paris' is een erotisch filmdrama uit 1972 van regisseur Bernardo Bertolucci. De hoofdrollen waren voor Marlon Brando en Maria Schneider. De film werd zeer kritisch ontvangen maar toch genomineerd voor twee Oscars. Vanwege een expliciete verkrachtingsscène werd de film in Canada, Chili, Zuid-Korea en Portugal verboden en in Italië na zes dagen uit de bioscopen gehaald. Bertolucci werd in Italië bij verstek veroordeeld tot vier maanden cel. Die verkrachtingsscène, die vlak voor de opname ervan door Brando en Bertolucci aan het script werd toegevoegd, is één van de redenen waarom Maria Schneider zich achteraf door haar regisseur misbruikt voelde. Ook Brando zelf beweerde overigens dat hij zich door Bertolucci gemanipuleerd en uitgebuit voelde, maar het heeft hem niet tegengehouden om één van de meest indrukwekkende en intrigerende rollen uit zijn carrière neer te zetten. Schneider toen 19 jaar, het was haar tweede filmrol, was dan weer duidelijk onervaren als actrice, maar is op die manier wel perfect gecast als de mysterieuze Jeanne, waardoor ze toch haar mannetje weet te staan tegenover een grootheid als Brando. Er waren veel lovende reacties. 'The New York Times' stelde dat de film zeer vernieuwend was en dat er nog tientallen jaren over gesproken zou worden. Dit laatste bleek inderdaad waar. De film speelt zich grotendeels af in een appartement in Passy aan de rue de l'Alboni parallel aan metro en de pont Bir-Hakeim. In de film rue Jules Verne.

Moulin Rouge werd overladen met prijzen, waaronder drie Golden Globes en de Oscars voor Beste Kostuumontwerp en Beste Art-Direction. Photo courtesy of 20th Century Fox

Wie kent niet de prachtige verfilming van 'Moulin Rouge' (2001) Deze ravissante musical van Baz Luhrmann waarin een poëtische schrijver, Christian, gespeeld door Ewan McGregor, in het Parijs van begin 1900 verliefd wordt op courtisane Satine, gespeeld door Nicole Kidman. Christian is een jonge schrijver die tegen de wil van zijn vader zijn geluk gaat beproeven in de schilderswijk Montmartre in Parijs. Hij wordt door kunstenaar Toulouse-Lautrec meegesleurd in de betoverende wereld van de Moulin Rouge, waar hij de mooie Satine, een dame van lichte zeden, ontmoet. Ze worden verliefd op elkaar, maar de verhouding tussen de poëtische Christian en de ster van de nachtclub is gedoemd te mislukken. De film werd overladen met prijzen, waaronder drie Golden Globes en de Oscars voor Beste Kostuumontwerp en Beste Art-Direction. De 'Bal du Moulin Rouge' vindt u aan de boulevard de Clichy 82, Montmartre in het 18e arrondissement, metro Blanche.

Hugo van Martin Scorsese, een van de mooiste 3D films over Parijs
Photo courtesy of Paramount Pictures

Een van mijn favoriete films is 'Hugo' geregisseerd door Martin Scorsese. Het verhaal speelt zich af in het Parijs zo rond 1930. Hugo Cabret is een 12-jarige weesjongetje dat in de muren van het treinstation Gare Montparnasse woont. Om te overleven moet hij geheimen bewaren en anoniem blijven. Maar wanneer hij een bijzonder meisje, Isabelle ontmoet, wordt zijn dekmantel in gevaar gebracht. Een cryptische tekening, notitieblok, gestolen sleutel, mechanische man en een verborgen boodschap van zijn overleden vader vormen de ingrediënten van het mysterie dat Hugo omringt. Deze prachtige 3D-film is een ode aan de vroege cinema, in het bijzonder het werk van de Franse filmpionier George Méliès (1861 - 1938). Begin 2012 won Martin Scorsese met Hugo de Golden Globe voor beste regisseur. De film werd ook genomineerd voor elf Academy Awards (Oscars) in 2012, waarvan het er uiteindelijk vijf in de wacht sleepte: de Oscar voor Cinematography, Art Direction, Visual Effects, Sound Editing en Sound Mixing. De hoofdrollen worden vertolkt door Asa Butterfield (Hugo Cabret), Chloë Grace Moretz (Isabelle), Ben Kingsley (Papa Georges), Jude Law (vader van Hugo en Sacha Baron Cohen (Inspecteur Gustave). De film ging in première in november 2011.

De prachtige bibliotheek van Sainte-Geneviève aan de place de Panthéon 10

Het prachtige jaren 30-decor van het Athénée Théâtre Louis-Jouvet aan de square de l'Opéra-Louis-Jouvet 7, fascineerde Martin Scorsese die hier meerdere malen filmde voor de magie-scène. In de Bibliothèque Sainte-Geneviève, place du Panthéon 10, ontdekken Hugo en Isabelle de geschiedenis van de film. Het grootste deel van de locaties van de film Hugo kon gemakkelijk worden ingevuld aan de hand van de illustraties in het boek 'The Invention of Hugo Cabret', van Brian Selznick, maar Scorsese moest een bibliotheek vinden die recht deed aan de onbegrensde fantasie van de auteur. Sainte-Geneviève bleek een prima keuze. Een andere niet te missen locatie is square Éduard VII waar verschillende straatscènes zijn opgenomen

Martin Scorsese bedeelde zich zelf een kleine rol in Hugo

Steeds als ik een bezoek breng aan de rue Verneuil 5bis in het 7e arrondissement zie ik de fragmenten voor mij die zich afspelen in het appartement van Frankrijks meest controversiële componist en zanger; Serge Gainsbourg. 'La Vie Héroïque', is een film over het leven van Gainsbourg gemaakt in 2010, negentien jaar na zijn dood. “Het is niet de waarheid van Gainsbourg die me interesseert, maar het zijn zijn leugens”. Met deze uitspraak geeft de regisseur Joann Sfar al direct aan op wat voor soort film je je kunt voorbereiden. Niet een waarheidsgetrouwe biografische film, waarin het leven van de held van a tot z wordt verteld en zo mogelijk zijn misstappen worden verklaard. Wel een film waarin juist de leugens of kleine onwaarheden die hij vertelde zo mogelijk nog uitvergroot worden. De film begint met beelden van een jonge Gainsbourg, toen hij nog Lucien Ginsburg heette. Hij groeit op in het Parijs van de Duitsers, leert pianospelen van zijn vader en moet op een dag een Jodenster ophalen. Maar vooral blijkt Lucien een groot talent te hebben in het tekenen. Hij volgt lessen op de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts, waar hij voor het eerst een fascinatie ontwikkelt voor vrouwelijk naakt. Na zijn jonge jaren pikt het verhaal het weer op als hij wat ouder is geworden en voor de kost piano speelt in een bar. Toevallig maakt hij kennis met Boris Vian, waarna hij langzaamaan bekender en bekender wordt. De vrouwen volgen zich steeds sneller na elkaar op. Juliette Greco, France Gall, Brigitte Bardot, Jane Birkin, Bambou... Tegelijkertijd gaat hij steeds meer roken en drinken, en raakt hij zijn greep op de werkelijkheid kwijt.


Werkelijkheid en fantasie lopen dwars door elkaar heen. Dat maakt echter wel dat de film vooral een film is voor de fans. Door de vele liedjes en bekende personages is Gainsbourg's Vie héroique een feest der herkenning. 2016, Vijfentwintig jaar na de dood van Gainsbourg leeft hij nog altijd, zoveel bewijst de film wel. Dat hij meer was dan de man achter Je t’aime… moi non plus moest misschien weer even opgefrist worden. Naast de rol van Éric Elmosnino (Serge Gainsbourg) zijn met name de rollen van Lætitia Casta (Brigitte Bardot) en Lucy Gordon (Jane Birkin) geslaagd te noemen.
Het woonhuis van Gainsbourg aan de rue de Verneuil 5bis is nog steeds in het bezit van zijn dochter Charlotte. Het huis ooit een oude winkel en helemaal ingericht in zwarttinten is helaas niet vrij te bezoeken. De buitenkant is zeker een bezoek waard. De École Nationale Supérieure des Beaux-Arts, rue Bonaparte 14 (6e) is door haar vermaarde docenten, ateliers en ideale ligging ten opzichte van veel Parijse musea, een begrip in de wereld. De regisseur Joann Sfar studeerde zelf aan deze prestigieuze academie. Het instituut is vrij te bezichtigen. De ontmoeting met Gainsbourg en Jane Birkin, het meest glamoureuze koppel uit de jaren '70, is gefilmd in het 250 jaar oude restaurant Lapérouse, quai des Grands-Augustins 51 (6e).

De École Nationale Supérieure des Beaux-Arts (foto links)

'The Devil Wears Prada' (2006) is de verfilming van het boek van Lauren Weisberger. Geregisseerd door David Frankel, met in de hoofdrollen Anne Hathaway, Meryl Streep, Stanley Tucci en Emily Blunt. Voormalig Sex and the City-regisseur Frankel volgde exact, zoals in het boek, de belevenissen van het weinig modebewuste meisje Andrea Sachs, gedurende het jaar dat zij als assistente bij het modeblad Runway werkt. Lauren Weisberger werkte zelf in 1999 als assistent van de invloedrijkste hoofdredacteur ter wereld op modegebied: Anna Wintour van de Amerikaanse Vogue. En ondanks dat de auteur ontkende dat haar hoofdpersonage Miranda Priestly op Wintour was gebaseerd, droeg haar voormalige bazin op de speciale voorpremière van de film wel zeer toepasselijk een outfit van.... Prada!
Andrea 'Andy' Sachs (Anne Hathaway) heeft moeite om een eerste baan te vinden als journaliste. Bij gebrek aan betere opties solliciteert ze bij het modetijdschrift Runway, waar ze de tweede assistente wordt van hoofdredactrice Miranda Priestly (Meryl Streep). Het werk is weinig journalistiek, maar Andy hoopt met Runway op haar cv deuren te openen naar betere opties. Priestly blijkt een ramp om voor te werken. Zij eist dat iedereen zich naar al haar grillen buigt iedere keer dat ze spreekwoordelijk met haar vingers knipt. Met een betere toekomst ten doel, zet Andy niettemin alles op alles om te voldoen aan de onmogelijke eisen van de hoofdredactrice en in de smaak te vallen bij haar snobistische werknemers: eerste assistente Emily (Emily Blunt) en ontwerper Nigel (Stanley Tucci). Terwijl ze steeds meer tijd aan haar werk besteedt, verwaarloost ze haar vriend Nate (Adrian Grenier) Of zoals de vileine, nichterige Stanley Tucci haar uitlegt: “Als het slecht gaat met je privé-leven, ben je goed bezig op je werk, en als je privé-leven in rook opgaat, wordt het tijd voor een promotie.” Duidelijk is dat de weg die Andrea Sachs inslaat haar uiteindelijk geen geluk zal brengen.

De slotscene van 'The Devil Wears Prada' speelt zich af op de trappen van het Palais Galliera, avenue Pierre-1er-de-Serbie

De film is grotendeels gefilmd op locaties in New York en Parijs. Filmlocaties in Parijs waren onder andere: Hotel Scribe - rue Scribe 1 in het 9e en restaurant Maxim's - rue Royale 3 in het 8e. De suite die moet doorgaan voor het chique hotel Plaza Athenée is de presidentiële suite van het Saint Regis Hotel in New York.

De romantische wandeling van Andy met Christian (Simon Baker) is gefilmd, met de Notre Dame op de achtergrond, in de rue du Haut Pavé tussen de quai de Montebello en de rue de la Bucherie. De slotscene speelt zich af op de trappen van het Palais Galliera, avenue Pierre-1er-de-Serbie in het 16e arrondissement. Andrea kijkt nog een keer om en gooit haar mobiele telefoon in een fontein. Alleen de echte Parijskenner weet dat die fontein niet tegenover het Palais Galliera staat maar op de Place de la Concorde, in het 8e arrondissement, acht arrondissementen verder. 

Al deze plekken in Parijs, die door de blik van de grootste regisseurs in beeld zijn gebracht, hebben stuk voor stuk een verhaal, authenticiteit, karakter. Of het nu een opwelling was of een werkelijke bron van inspiratie, die Parijse sfeer die er hangt is nooit zonder reden gekozen.

Nog meer filmlocaties bekijken in Parijs?

Beatrice Billon en Barbara Boespflug hebben per buurt de beste bars, restaurants, hotels, winkels en monumenten in kaart gebracht, die vereeuwigd werden in films. Beleef Parijs op meer dan 60 mythische locaties in het boekje 3, 2, 1....Action Parijs van uitgeverij Lannoo. ISBN: 978-94-014-1796-9

maandag 9 april 2018

MOYNAT, GOYARD, VUITTON, PARIJSE GODEN VAN DE REISWERELD


Afgelopen vrijdag, 6 april 2018, keek ik naar een aflevering van de TV-Show op reis. Daar interviewde Ivo Niehe de in Amsterdam wonende Menko Ten Cate. Hij werd geboren in Amsterdam, als oudste zoon van een Twentse textielfamilie. In zijn huis liggen meer dan 250 historische koffers opgestapeld waarvan de meeste zijn gemaakt tussen 1850 en 1950, de grote periode van het reizen. ,,Rond 1900 was reizen nog een onderneming. Als je ging, ging je complete huisraad mee. Vaak in degelijk gemaakte hutkoffers. Er werd mee gesmeten, ze stonden te stuiteren in koetsen en auto’s. Juist de beschadigingen prikkelen de fantasie. Wat is er met die dingen gebeurd, waar zijn ze geweest? Na 1950 is die romantiek verdwenen. Massatoerisme, touringcars, vliegreizen: het is niet mijn wereld. Vrienden zeggen vaak dat ik in de verkeerde eeuw geboren ben.’’ Aldus Ten Cate in het interview.

Menko Ten Cate tussen zijn unieke collectie. In zijn huis liggen meer dan 250 historische koffers opgestapeld

Natuurlijk kwam de naam Louis Vuitton voorbij, maar ook namen van Parijs koffermakers waarvan ik nog nooit had gehoord. Tijd om op onderzoek uit te gaan. Terwijl ik op zoek ga bedenk ik dat ik een artikel over beroemde koffermakers ga schrijven in een tijd waar de kosten voor het meenemen van een koffer op vliegreis soms duurder is dan het ticket zelf. Maar ook de tijd waarin ik zelf veel reisde over de wereld en het een kunst was om zo min mogelijk mee te nemen, eigenlijk alleen handbagage en een computertas. Ja, en dat lukte mij, ook al was ik een week onderweg. Een kostuum, twee bijpassende broeken, vijf overhemden, vijf stropdassen, ondergoed en bijpassende sokken. Het kostuum trok je aan en de overige kleding netjes opgerold in de rolkoffer. Gelukkig vloog ik businessclass dus je colbert en overjas werden netje weggehangen en de boekenpers op de hotelkamer deed de rest. Nooit wachten bij de bagageband, nooit stress bij het overstappen of het halen van je vlucht. Een stuk minder romantisch als reizen in de 18e eeuw.

Reizen in het begin van de 20e eeuw met een koffer van Maison Goyard

In 2015 opende een imposante expositie in het Grand Palais te Parijs, geïnitieerd en georganiseerd door het machtige Franse mode- en bagagehuis Louis Vuitton zelf. Te zien waren tal van originele koffers en artistieke tassen vol LV-initialen, veelal unieke exemplaren, op bestelling gemaakt. Zoals het met monogrammen overdekte koffertje dat modeontwerper Yves Saint Laurent in 1964 bij Vuitton bestelde. Precies op maat gemaakt om alle delen van Prousts beroemde roman À la recherche du temps perdu veilig te kunnen vervoeren. Deze tentoonstelling Volez, Voguez, Voyagez (vlieg, zeil, reis), reist inmiddels de hele wereld over. Van Tokyo, naar Seoul, naar New York. Of de expositie ooit naar Nederland komt is mij onbekend.

Wel konden wij kennis maken met de indrukwekkende collectie van Magnus Malm in de Amsterdamse Beurs van Berlage. De Zweed kocht ooit enkele hutkoffers ter decoratie van zijn huizen en liep daarbij een verzamelvirus op. De vastgoedmagnaat bezit inmiddels 85 van de beroemdste koffers uit verzamelaars-bijbel ‘100 Legendary Trunks’. Over de hele wereld speuren zijn agenten veilingsites af naar de laatste vijftien. Zelf reist Malm nooit met een hutkoffer - te zwaar - maar om die meesterwerken in een kluis te laten, is ook zo wat. Vandaar de reizende tentoonstelling ‘Legendary Trunks - The Exhibition’, die zijn wereldreis begon in Amsterdam en nu tot en met 19 augustus 2018 te zien is in Göteborg.

Affiche van de reizende tentoonstelling, '100 Legendary Trunks'

Bij koffers en tassen denken we al snel aan het luxe merk Louis Vuitton maar ik neem u mee naar een van de oudste en nog steeds bestaande koffermerken van Parijs; Maison Goyard, gesticht in 1792 door Pierre-François Martin, toen nog met de naam Maison Martin. Het huis Martin werd al snel een favoriet bij de Franse aristocratie, en kreeg uiteindelijk de prestigieuze tittel van hofleverancier van Maria Carolina Ferdinande Louise van Bourbon-Sicilië, hertogin van Berry. In 1834, verhuisde het huis van de rue Neuve des Capucines nummer 4 naar de rue Saint-Honoré 347, Hoewel het postadres veranderd is in rue Saint-Honoré 233 in 1856, vanwege een nieuw straatnummeringssysteem, is de locatie nog altijd dezelfde gebleven.  In 1845 maakte de jonge François Goyard zijn entree als leerling. Toen de eigenaar in 1852 overleed nam Goyard de leiding van het bedrijf over. Hoewel het merk Goyard bekend staat om een zekere mate van geheimhouding weten we de namen van beroemde klanten. De hertog en hertogin van Windsor kochten hun eerste kofferset in 1939. Maar ook royalty’s waaronder de Grimaldis, de Maharadja van Kapurthala, de Aga Khan, prinses Radziwill en de prins en prinses von Fürstenberg waren graag geziene klanten. Tegenwoordig zien we de iconen van het heden met koffers en tassen van het Huis Goyard: Victoria Beckham, Carla Bruni-Sarkozy en rapper Kanye West die zelfs een videoclip opnam in de Goyard winkel.

Sinds 1834 op dezelfde lokatie in Parijs. Maison Goyard, rue Saint-Honoré 233

In 1849 openden koffermakers Octavie en Francois Coulembier hun eerste zaak in Parijs. Zij bundelden hun krachten met Pauline Moynat, een specialiste in reisartikelen en openden hun winkel aan de avenue de l’Opéra. Het huis Moynat werd beroemd om zijn handgemaakte koffers speciaal voor auto’s. Mede dankzij technische innovaties, licht van gewicht en waterdicht dankzij het gebruik van guttapercha. Gom die wordt verkregen door het sap te koken van bepaalde bomen die alleen op Borneo, Maleisië en Nieuw-Guinea voorkomen; buigzaam en vezelachtig, niet zo elastisch als rubber maar een goede isolator.  Maison Moynat bestaat nog steeds en is gevestigd aan de rue Saint-Honoré 348. De winkel heeft twee verdiepingen waarvan de bovenste is ingericht als een klein museum waar u kennis kunt maken met het unieke erfgoed uit de 19e eeuw.

Rue Saint-Honoré 348, Maison Moynat sinds 1849

Wat moet het heerlijk zijn, een koffer op maat te bestellen. Zo'n grote kist die je rechtstandig in je safaritent zet, met laatjes voor je scheerspullen en hangers voor je linnen overhemden. Of een uitklapkoffer met laptop, boekenplankje en leeslamp. Niks raars aan: schrijver Ernest Hemingway ging niet op avontuur zonder zijn Louis Vuitton met ingebouwde schrijfmachine. Meer dan 160 jaar geleden begon Louis Vuitton een handel in koffers en reisartikelen. De man, een telg van een houtzagersfamilie uit de Jura, trok op veertienjarige leeftijd naar Parijs om er zijn kans te wagen. Klein detail: hij had geen cent op zak. Niemand kon dus voorspellen dat hij enkele jaren later alle koffers en reiskisten zou mogen vervaardigen voor keizerin Eugénie, de echtgenote van Napoleon III, die nooit zonder haar Vuittons op stap ging. Zovele jaren later is dat ‘maken’ nog steeds niet triviaal bij het bedrijf dat zich de afgelopen twintig jaar een stevige plaats heeft verworven aan de top van de luxe-industrie.

Schrijver Ernest Hemingway ging niet op avontuur zonder zijn Louis Vuitton met ingebouwde schrijfmachine

Louis Vuitton werd geboren op 4 augustus 1821 in Anchay, een klein gehucht in de bergachtige en bosrijke Jura in Oost-Frankrijk. Vuittons vader Xavier Vuitton was een landbouwer, zijn moeder Coronne Gaillard was een hoedenmaakster. Toen Vuitton 10 jaar oud was, stierf zijn moeder. Zijn vader hertrouwde snel. Volgens de legende was Vuittons stiefmoeder even gemeen als een stiefmoeder uit zo’n beetje ieder sprookje. En Vuitton was een koppig en eigenwijs kind. Door de moeilijke relatie met zijn stiefmoeder – en omdat hij genoeg had van het saaie provinciale leven in Anchay – besloot hij naar de bruisende hoofdstad Parijs te trekken. In 1835 vertrok de toen 13-jarige Vuitton helemaal alleen te voet naar Parijs. Hij deed langer dan twee jaar over zijn trektocht van zo’n slordige 457 km. Onderweg deed hij allerlei klusjes om eten te kunnen kopen en sliep hij waar hij maar onderdak kon vinden. Hij arriveerde in 1837 op 16-jarige leeftijd in de hoofdstad, waar de industriële revolutie volop aan de gang was en garant stond voor tal van tegenstrijdigheden: adembenemende grandeur versus diepe armoede en forse groei versus verwoestende epidemieën.

De hertog en hertogin van Windsor kochten hun eerste kofferset in 1939 bij Goyard

Hij klopt aan bij het atelier van een ‘layetier-emballeur’ – koffermaker en inpakker - Monsieur Maréchal aan de rue Saint-Honoré. De jonge Louis werkt als leerling in diens atelier. In het Europa van de 19e eeuw was het maken van koffers een zeer respectabel ambacht. Een koffermaker en inpakker maakte alle koffers op maat en pakte persoonlijk de koffers van zijn klanten in en uit. Als leerling koffermaker ontmoet Louis een boel Franse kopstukken. Napoléon III, om maar iemand te noemen. En diens vrouw, Eugénie de Montijo, de laatste keizerin van Frankrijk en groot liefhebster van luxe items. Ze stelt de nog onbeduidende Vuitton aan als haar persoonlijke koffermaker en -inpakker. Napoléon en Eugénie bewoonden het Louvre op loopafstand van de rue Saint-Honoré. Dankzij haar kwam Vuitton in contact met de elite en kon hij een vorstelijk cliënteel aanleggen. Dat zou voor de rest van Vuittons leven een beroep blijven doen op zijn producten en diensten. Mede dankzij deze keizerlijke ruggensteun vliegen de deuren voor Vuitton open en in 1854 verlaat hij Maréchal en opent zijn eigen boetiek aan rue des Capucines. In dat jaar ontmoet hij ook een 17-jarige schone; Clemence-Emilie Parriaux die hij trouwt in de lente op 22 april 1854. Samen met haar opent hij zijn nieuwe boetiek met een uithangbord boven de winkel met: “Pakt zorgvuldig uw meest breekbare objecten in. Gespecialiseerd in het inpakken van kleding”.

Atelier Louis Vuitton 1888

In 1858, vier jaar na de opening van zijn winkel, bracht Vuitton een geheel nieuwe kofferlijn uit. In plaats van leer gebruikte hij een grijs doek om de nieuwe koffer te vervaardigen. Het materiaal was lichter en duurzamer en liet minder makkelijk water of geurtjes door. Maar het belangrijkste verkoopargument was de vorm. Alle vorige koffers hadden een bol deksel, maar de nieuwe van Vuitton waren rechthoekig. Die kon men dus makkelijker stapelen, wat erg handig was voor het reizen met de nieuwste vervoermiddelen zoals de trein of het stoomschip. Vuittons koffers werden meteen een groot commercieel succes doordat hij functionaliteit wist te combineren met een hoge kwaliteit van materialen en handarbeid. Dankzij de vooruitgang in de transportindustrie gingen mensen steeds meer reizen, waardoor de vraag naar zijn reiskoffers bleef stijgen. Om aan de toenemende vraag te voldoen, breidde hij zijn zaak uit. In 1859 opende hij een groter atelier in Asnières, een dorp net buiten Parijs. Zijn zaak floreerde. Vuitton kreeg niet alleen van Franse aristocraten persoonlijke bestellingen binnen, maar zelfs van Isma'il Pasha, de Kedive van Egypte.

 In 1871 opende Vuitton een nieuwe locatie aan de rue Scribe 1

Toen Vuitton in de 19de eeuw naam begon te maken als koffermaker, kreeg hij veel bijval van circusartiesten. Logisch, aangezien rondtrekkende gezelschappen best wel behoefte hebben aan stevige koffers met onkraakbare sloten. Zo onkraakbaar, dat de befaamde illusionist Houdini er naar verluidt een erezaak van maakte om hem slimmer af te zijn. Hoe dat afliep, zullen we echter nooit te weten komen. Ook Kita, een mimeartiest die toen op heel wat succes kon rekenen, kwam nergens zonder zijn gepersonaliseerde Vuitton-koffer. Hij ontwierp zelfs een speciale koffer om de dwergpony van het gezelschap in te transporteren, van een paradepaardje gesproken!

Onder Louis’ zoon George ontwikkelde zich de afdeling ‘La Commande Spéciale’

In Asnières-sur-Seine, even buiten Parijs, woonden vier generaties Vuitton. De laatste, Patrick Louis Vuitton, is nog steeds verantwoordelijk voor de ‘commandes spéciales’, de bijzondere bestellingen. Een kleine greep uit de orders in de categorie ‘je kunt het zo gek niet bedenken’: Een koffer voor de strijkstok van een vermaard dirigent, een fotokoffer voor een bekende fotograaf of een gigantische reiskoffer voor de verzameling sigaren van een rijke Amerikaan. Namen worden niet openbaar gemaakt, maar bekend is dat onder anderen beroemdheden als Sharon Stone, Sofia Coppola en Kanye West op de klantenlijst staan, en dat ook Chanels artistiek directeur Karl Lagerfeld een koffer liet maken om zijn iPod en versterkers mee te nemen.

Een theekist in 1926 speciaal op maat gemaakt voor de Maharadja van Baroda

In 1871 opende Vuitton een nieuwe locatie aan de rue Scribe 1, Hier introduceerde hij een jaar later een nieuw kofferontwerp met beige canvas en rode strepen. Het eenvoudige maar luxueuze ontwerp markeerde het begin van Louis Vuitton als luxemerk. Vuitton bleef nog 20 jaar in rue Scribe 1, waar hij tot aan zijn dood werkte aan innoverende en hoogwaardige luxekoffers. Hij stierf op 27 februari 1892 op 70-jarige leeftijd.
De lijn Louis Vuitton zou echter nog lang niet sterven. Onder zijn zoon Georges, die het bekende LV-monogram van de onderneming heeft gecreëerd, en onder volgende generaties, zou het merk Louis Vuitton uitgroeien tot het wereldberoemde leer- en lifestylemerk dat het vandaag nog steeds is. Onder Louis’ zoon George ontwikkelde zich de afdeling ‘La Commande Spéciale’. In opdracht van de ontdekkingsreiziger Pierre Savorgnan boog George zich over een complex ensemble van koffer: bed en bureau in een. Bij voorkeur opvouwbaar. Het project lukte en bracht andere reizigers op wilde ideeën: de orkestleider-componist Leopold Stokowski bijvoorbeeld wilde zich per se laten vergezellen door een secrétairekoffer met lades en typemachine annex uitklapbare schrijftafel.
De 'Wardrobe' uit 1914, een koffer met ingewerkte kleerkast, lades en schoenenruimte had als voordeel dat zijn eigenaar nooit meer hoefde uit te pakken. De huidige afdeling is in handen van Parick Louis Vuitton. De speciale bestellingen evolueerden tot het paradepaardje van Vuitton, ook al maken ze niet het leeuwenaandeel uit van de omzet. Het is een niche die gewoonweg historisch groeide, maar niet de intentie heeft de 'normale' bagage van haar troon te verdringen. 'Louis Vuitton' timmert zo'n 350 speciale bestellingen per jaar in elkaar onder het motto: “Tous les clients sont rois et tous le rois sont clients”.

Modeontwerper Yves Saint Laurent bestelde in 1964 bij Vuitton een koffer op maat gemaakt om alle delen van Prousts beroemde roman À la recherche du temps perdu veilig te kunnen vervoeren

Bronnen & foto’s:
The Menko Ten Cate Collection; a lexicon of classic luggage – ISBN: 9789090306926
Louis Vuitton; Volez, Voguez, Voyagez - ISBN: 9781614285342
Louis Vuitton ; 100 Legendary Trunks

Als deze koffer zijn verhaal eens kon vertellen?

dinsdag 3 april 2018

KUNST, RIJKDOM, EN SCHOONHEID: BIJZONDERE MUSEUMS IN PARIJS


In het Franse belastingrecht is het mogelijk om successierechten te betalen en andere belastingverplichtingen na te komen door de overdracht van een kunstwerk of historisch object, een gebouw of een perceel, dit alles met een hoge artistieke en/of historische waarde. Een ‘dation en payement’ genoemd.
In Parijs staan verschillende museums, vroegere woonhuizen van puissant rijke mensen die hun eigendommen nalieten aan de Franse staat of aan de stad Parijs, op voorwaarde dat alles na hun dood ongewijzigd bleef en openbaar werd gemaakt voor het publiek.
Voorbeelden hiervan zijn het Musée Cernuschi, aan de Avenue Velasquez nr. 7 ooit eigendom van Henri Cernuschi (1821-1896). Deze Italiaanse bankier vestigde zich in Parijs in 1849. Hij was een van de oprichters van de Bank van Parijs de voorvader van BNP Parisbas en een groot verzamelaar van Aziatische kunst. In 1870 laat de inmiddels tot Fransman genaturaliseerde bankier zijn gehele bezit, meer dan tienduizend stukken, na aan de stad Parijs.

Henri Cernushi (links) en Moïse de Camondo

De rue Monceau, een weinig indrukwekkende straat, op het eerste gezicht onooglijk, maar schijn bedriegt. Hier woonde aan het begin van de twintigste eeuw een ongekende melange van adel, joodse aristocratie, protestantse high society, industriële- en bancaire bourgeoisie en religieuze congregaties; aldus Pierre Assouline in zijn boek 'Le dernier des Camondo,' over de bewoners van nummer 63. In 1910 liet de puissant rijke bankierszoon Moïse de Camondo (1860-1935) het huis, dat zijn vader hem had nagelaten, slopen om zijn toen al indrukwekkende kunstcollectie een passende omgeving te bieden. Het werd een meesterstukje van klassieke architectuur, waarin de complete collectie nog altijd te zien is, onveranderd. Hij bepaalde dat zijn woning met alle kunstwerken na zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn overleden zoon. Moïse  overlijd in 1935. Overeenkomstig de beschikking ging de woning over naar de Staat en werd museum; het museum Nissim de Camondo.

Ernest Cognacq en Marie Louise Jay

Ernest Cognacq (1839-1928) en Marie Louise Jay (1835-1925) waren niet alleen de oprichters van het warenhuis La Samaritaine, maar ook groot liefhebber van 18e eeuwse kunst. Hun woonhuis, een voormalig hôtel particulier (stadspaleis), is gehuisvest in het voormalige Hôtel Donon in de Marais. Bij zijn dood in 1928 liet Ernest Cognacq zijn gehele collectie na aan de stad Parijs die het voor het eerst ten toon stelde in een gebouw aan de boulevard des Capucines vlakbij het beroemde warenhuis. Pas in 1990 verhuisde de collectie naar de huidige locatie. De verzameling in het Musée Cognacq-Jay aan de rue Elzévir nr. 8, wordt gezien als het voorbeeld van de Franse elegantie en verfijning, de geboorte van de Franse ‘art de vivre’.

Nélie Jaqquemart en Eduard André

Wie het huidige Musée Jacquemart-André bezoekt en door de poort het terrein oploopt volgt de vroegere route van de koetsen, via een deels overdekte helling, om uit te komen aan de achterzijde van een van de mooiste stadspaleizen van Parijs. Negeer de lelijke gebouwen die grenzen aan het huis maar richt je blik op de ingang. Gelegen aan de drukke boulevard Haussmann. Zo’n 140 jaar geleden was dit deel ‘nieuw’ bij Parijs, het gebied waar de rijke adel en succesvolle bankiers hun huizen lieten bouwen. Zo ook Eduard André (1833-1894) erfgenaam van een schatrijke protestantse bankierfamilie. Hij was voorbestemd om maarschalk te worden in het keizerlijk leger van Napoléon III maar zou het niet verder brengen dan tweede luitenant. Zijn zwakke gezondheid belemmerde een militaire carrière. Vervolgens deed hij zijn best om iets te betekenen in de politiek maar ook daar bleef het succes uit. Hij besloot zich verder te wijden aan zijn grote liefde en passie, de beeldende en toegepaste kunst. In de jaren zestig van de 19e eeuw was hij al begonnen met verzamelen. Werken van Delacroix, Ingres, Hollandse portretten en landschappen en vooral veel 18e eeuwse Franse rococo kunst.

Musée Jacquemart-André is een van de mooiste en weelderigste musea van Parijs

In 1867 koopt hij hier een stuk grond en geeft de architect Henri Parent de opdracht om voor hem een huis te bouwen, Het Hôtel André, met reusachtige salons, wintertuin, muziekzaal met balustrades. Zo moest de architect bij het bepalen van de afmetingen van sommige wanden rekening houden met de gobelins waarmee André ze wilde bedekken. Ook liet hij hele vertrekken op 18e eeuwse wijze versieren met verguld houtsnijwerk en roomkleurige panelen. In 1876 vond de inauguratie plaats en in zijn nieuwe paleis kon Edouard André wel duizend gasten tegelijk ontvangen.

De achterzijde van het Musée Jacquemart-André

In 1881 trouwde hij op aandrang van zijn familie met de acht jaar jongere Nélie Jacquemart (1841-1912) die hij had leren kennen toen zij zijn portret schilderde. Aangestoken door de verzamelkoorts van haar man besteedde ze de rest van haar leven aan het kopen van kunst en het vervolmaken van hun woning. In de dertien jaar van hun huwelijk bezochten ze alle hoeken van Europa, steeds op zoek naar nieuwe kunstschatten. Op hun eerste reis naar Italië in 1882, kochten ze meer dan honderd kunstwerken. Hun aankoopbudget overtrof dat van grote musea, inclusief het Louvre. Vaak spendeerden ze zo’n half miljoen francs per jaar aan kunst en hun collectie zou uiteindelijk meer dan 5000 werken bevatten.

Alle ruimtes zijn ongewijzigd gebleven na het overlijden van Nélie Jacquemart

Op de bovenverdieping van de villa had Nélie een schildersatelier. Maar na hun reizen naar Italie besloot ze haar atelier en de belendende vertrekken in te richten als een Italiaans renaissance museum. De muren werden lichtblauw gestuct en de reliëfs en andere fragmenten ingemetseld. Voor sommige beelden werden nissen in de muren gehouwen. Terwijl ze bezig waren met het inrichten van hun ‘geheime museum’ zoal het echtpaar hun Italiaanse zalen noemden, werd de rest van het huis niet verwaarloosd. Beneden in de wintertuin, waar de monumentale trappen van marmer met verguld gietijzer gracieus omhoog cirkelen is een glimp van een monumentaal fresco van Tiepolo te zien dat zij hadden laten weghalen uit de Villa Contarini bij Venetie. De bezoeker wordt hier geheel in beslag genomen door de pracht en praal. Griekse beelden tussen palmen en varens, de vloer met veelkleurige marmerpatronen en een Romeinse sarcofaag die dienst doet als plantenbak.

Detail van de monumentale trap

Toen Edouard André in 1894 was overleden, zette zijn vrouw, die zich nu Nélie Jacquemart-André noemde, het verzamelen onverminderd door. In haar testament liet zij vastleggen dat het Parijse museum de naam van haar en haar man moest dragen en dat het interieur, met alle meubels en kunstwerken in stand moest worden gehouden zoals het was. “Het is mijn absolute wens dat men geen enkel voorwerp verplaatst”, zo voegde ze daar beslist aan toe. Nadat het verzamelaars-echtpaar was overleden, werd hun huis in 1913, volgens hun wens, opengesteld als museum. Maar alleen de salons en zalen van de benedenverdieping waren voor het publiek toegankelijk, zodat de bezoekers onkundig bleven van de honderden Italiaanse kunstschatten die zich boven hun hoofd bevonden. In 1991 werd het Musée Jacquemart-André voor een vijf jaar durende renovatie gesloten. In 1996 werd het opnieuw geopend, inclusief de nooit eerder getoonde privé-vertrekken van het echtpaar en hun geheime 'Italiaanse museum' op de eerste verdieping, waar tijdens hun leven alleen intimi een blik in mochten werpen. Van een wat obscure instelling was het Musée Jacquemart-André in één klap veranderd in een van de mooiste en weelderigste musea van Parijs. Met zijn schilderijen van Rembrandt, Frans Hals, Jacob van Ruysdael, Van Dyck, Rubens, Chardin, Fragonard en David, zijn Italiaanse collectie, de Griekse en Romeinse beelden, Egyptische amuletten, honderden snuifdozen en andere kleinodiën, antieke meubels en chinoiserieën, is het een petit Louvre, weggestopt tussen de huizen van het achtste arrondissement.

In de wintertuin, waar de monumentale trappen van marmer met verguld gietijzer gracieus omhoog cirkelen is een glimp van een monumentaal fresco van Tiepolo te zien

Wie het museum bezoekt, stapt zeker ook binnen bij Café Jacquemart-André, de theesalon in de voormalige eetkamer van het huis. Geen tijd voor lunch? Neem dan wel de tijd voor één van de overheerlijke taartjes uit de keuken van Pâtisserie Stohrer en Michel Fenet’s Petite Marquise.

Vanwege zijn ongekende kunstcollectie wordt dit museum ook wel het 'petit Louvre' genoemd

158, bd Haussmann, 8e arrondissement, metrostation Saint-Philippe-du-Roule