Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 10 april 2019

DE LAATSTE RUSTPLAATS VAN LES MISÉRABLES


‘Pique puce’; het zou een vreemde puistenepidemie zijn geweest die een groot deel van de bewoners van dit deel van Parijs in de 16e eeuw trof. Ik heb het over het 12e arrondissement dat toen nog geen onderdeel was van het grote Parijs. Letterlijk betekent het; vlooienbeet. In het huidige straatnamenboek van Parijs toebedeeld aan een straat, boulevard, metrostation en…. een begraafplaats.

Cimetière de Picpus, je moet even goed zoeken om het te vinden verborgen achter een anonieme poort


Cimetière de Picpus, onbekend, zelfs bij de meeste Parijzenaars. Sinds 1998 geklasseerd als historisch monument en de enige privé-begraafplaats in Parijs die nog steeds actief is. Tevens een van de vier begraafplaatsen van het Parijs van de revolutie, waar lichamen, onthoofd door de guillotine, gedumpt zijn in massagraven. Het is misschien wel de meest trieste plek in de Franse hoofdstad en je moet even zoeken om het te vinden in de rue de Picpus. Op nummer 35 achter een grote bruine poort ga ik op zoek naar het martelarenveld ontstaan door het schrikbewind van  Maximilien-Marie-Isidore de Robespierre.
Nadat Frankrijk in de zomer van 1793 tijdens de opstand in de Vendée, uiteen dreigde te vallen, werd de republiek aan het einde van dat jaar op straffe wijze door hem geleid. Hij stuurde tegenstanders van de revolutie, gematigden, iedereen die hem dwars zat en corrupte politici naar de guillotine. Maar vooral de adel werd gestraft voor hun losbandige en puissant rijke leven dat door de arbeidersklasse moest worden gefinancierd. Uiteindelijk eindigde ook hij onder de guillotine, op 28 juli 1794.  De executie van Robespierre markeerde het eindpunt van de radicale fase van de Franse Revolutie.

De plaquette die er op wijst dat er achter deze muren iets bijzonders is gebeurd

Op deze begraafplaats liggen twee massagraven met 1306 slachtoffers, die geguillotineerd zijn tussen 13 juni en 28 juli 1794 op de nabij gelegen Place du Trône het huidige Place de la Nation. Place du Trône omdat Lodewijk de XIV hier in 1660 zijn triomfantelijke intocht maakte samen met zijn jonge vrouw, infante Maria Theresia. Tijdens de revolutie werd het plein omgedoopt tot de Place du Trône-Renversé, het plein van de omvergeworpen troon. Daarvoor stond de Guillotine op de Place de la Révolution (het huidige Place de la Concorde) maar de chique bewoners van de aangrenzende rue de Saint-Honoré klaagden dat de karren met de veroordeelden voortdurend onder hun raam passeerden. Terwijl daar in 13 maanden zo’n duizend slachtoffers vielen, werden hier in slechts 45 dagen 1300 executies uitgevoerd. De uitvoering was in handen van Charles-Henri Sanson en het beroep werd doorgegeven van vader op zoon. Charles-Henri was inmiddels de vierde in een zes generaties familie-dynastie van beulen.  Sanson voerde 2.918 executies uit, waaronder die van Louis XVI. Een executie bij hem duurde gemiddeld 30 seconden en vondt steeds plaats rond 17.00 uur. Op 17 juni onthoofdde hij naar het schijnt 54 mensen in 24 minuten.

De kapel die toebehoort aan de zusters van de ‘Adoration perpétuelle du Sacré-Cœur, ooit ingewijd door Koning Lodewijk XIV

Maar waarom deze begraafplaats de enige privé-begraafplaats is werd mij pas later duidelijk. Het begon met het betalen van een toegangsprijs van slechts € 2.
Na het passeren van de kassa, een openstaande deur waar ik uiterst vriendelijk werd ontvangen, sta ik op een sobere binnenplaats met grind, een oude waterput en  op 7 juli 1658 als dankbaarheid voor een wonderbaarlijke genezing. Het interieur is uiterst sober maar achterin de kapel, links en rechts van het altaar marmeren plaquettes met daarop een lijst van alle slachtoffers minutieus bijgehouden door de zusters van de congregatie. Op deze wanden staan alle namen van de slachtoffers vermeld met hun beroepen van kok tot tuinman, van advocaat tot minister. Zelfs jonge kinderen, simpele huisvrouwen, priesters en 16 nonnen, maar vooral edelen werden schuldig bevonden en terechtgesteld.

Op de wanden van de kapel staan alle namen van de slachtoffers vermeld inclusief hun beroepen

Naast de kapel een grote poort die je brengt naar een grote ommuurde binnentuin. Links en rechts van het gazon een lange laan omzoomd door bomen. Een wonder dat zoiets nog bestaat midden in Parijs ondanks de buitensporige grondprijzen en de nieuwbouw die in de omgeving uit de grond wordt gestampt. Ik neem het rechter pad waar de kippen vrij rondlopen. Midden op het gazon een standbeeld dat lijkt op de aartsengel Michaël. Aan het einde van de lange laan en blauwe toegangspoort naar een klein ommuurd stukje kerkhof vol met graven zoals je ze ziet op elk Frans kerkhof. Sommige sober, weer anderen monumentaal, andere verweerd omgeven door een roestig hek die duidelijk een laatste rustplaats markeert. Aan de namen af te lezen op de graven gaat het hier om Franse adel, leden van de hoogste Franse aristocratie met namen als De Noailles, La Rochefoucauld-Doudeville, Montmorency, Harcourt, Polignac, Montalembert, Nicolai, Narbonne, Rohan-Rochefort en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Prinsessen, markiezen, graven en gravinnen. Het blijken allemaal nakomelingen te zijn van de slachtoffers van de revolutie.

Naast de kapel een grote poort die je brengt naar een grote ommuurde binnentuin

Het lijkt of de begraafplaats hier ophoudt, maar er is nog een poort die toegang geeft tot nog een kleine dodenakker met een viertal grafstenen, toebehorend aan de familie van de prins van Salm en in het gras twee langwerpige vakken met grind. Ernaast twee bordjes waarop ‘Fosse 1’ en ‘Fosse 2’. Hier liggen de resten begraven van 1306 slachtoffers van de laatste dagen van de revolutie.
Het is moeilijk voor te stellen hoe Parijs er in die tijd moet hebben uitgezien. Rond 17.00 uur rijden de karren af en aan richting de Place du Trône. Een voor een worden de ‘misdadigers van de revolutie’ geleid naar de Guillotine waar de beul zonder enige emotie vakkundig zijn werk doet. Het is tenslotte zijn werk. De onthoofde lichamen worden een voor op een kiepwagen gegooid en voorzien van rode verf. De nonnen die hier in het toenmalige klooster woonden vervoerden ’s nachts de lijken van Place du Trône naar de kuilen die gegraven waren in hun achtertuin.  Grote putten van acht bij zes meter en zes meter diep. Daar ontkleedden de helpers van de beul de dode lichamen. De kapel van het oude klooster werd door de grafdelvers gebruikt als een kantoor om de kleding te inventariseren die vervolgens weer moest worden overhandigd aan het Hôtel de Dieu. De eerste put wordt gevuld met 1000 lijken, de tweede met zo’n 300. Onder hen 16 nonnen van de Karmelietengemeenschap van Compiègne omdat zij weigerden hun geloof af te zweren. Op 17 juli werden ze veroordeeld en diezelfde avond geguillotineerd. Hun namen vereeuwigd op een grote gedenkplaat aan de muur. Op 27 mei 1906 volgt hun heiligverklaring.

Helemaal achterin de tuin ligt verscholen de enige privé-begraafplaats van Parijs

In 1797 wordt de grond in het geheim aangekocht door de Duitse prinses Amalie Zephyrine of Salm-Kyrburg, wiens broer en minnaar slachtoffer waren van de guillotine. Sinds juni 1802 is deze begraafplaats eigendom van de familieleden van de slachtoffers. En ook vandaag nog kunnen alleen hun nakomelingen begraven worden op het Picpus-kerkhof.
Rechtsachter in de hoek wappert een Amerikaanse vlag. Hier bevindt zich het graf van Marquis de Lafayette, een beroemde Franse officier die in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog heeft gevochten. Zijn eigenlijke naam Marie-Joseph Paul Yves Gilbert du Motier, maar dat was waarschijnlijk te veel naam voor op de grafsteen. Naast hem rust zijn echtgenote Adrienne de Noailles. Zij verloor haar grootmoeder, moeder en zus op het schavot. Elk jaar op 4 juli, de verjaardag van de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten wordt Lafayette opnieuw geëerd en de vlag boven zijn graf vernieuwd.

Rechtsachter in de hoek wappert een Amerikaanse vlag. Hier bevindt zich het graf van Marquis de Lafayette

Sinds 1805 zijn het de zusters van de congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria van Altijddurende Bijstand die waken over de nagedachtenis van de slachtoffers en hun familieleden.
Rondkijkend zie je vele namen, familiewapens en de motto’s toebehorend aan talrijke Franse aristocratische families. Onder de indruk van zoveel geschiedenis verlaat ik de begraafplaats om mijn stappenteller te vullen met een wandeling over de Promenade Plantée waarvan een ingang zich bevindt aan de rue de Picpus.

Er is nog een poort die toegang geeft tot nog een kleine dodenakker

Twee massagraven. Hier liggen de resten begraven van 1306 slachtoffers van de laatste dagen van de revolutie

De Promenade Plantée is een wandeling over een vroegere buurtspoorweg, die de wijk Bastille verbond met de voorsteden. Ooit stond op de Place de la Bastille een groot station, dat in de jaren tachtig werd gesloopt om ruimte te maken voor een ambitieus, monumentaal, openbaar gebouw, de Opéra Paris Bastille. Het oude spoorwegtracé, dat in gebruik was van 1858 tot 1969, is nu een park dat zich uitstrekt van de Place de la Bastille via de Jardin le Reuilly tot aan de Périferique, vlakbij het Bois de Vincennes. Een traject van 4,5 kilometer dat begint achter de Opéra Bastille, boven op een spoorwegviaduct met maar liefst 71 bogen, op zes meter hoogte, aan de Avenue Daumesnil. Dit idee is later gekopieerd door de stad New York met de High Lane uit 2009. Boven loop je, terwijl je af en toe kunt binnenkijken in een huis- of slaapkamer, tussen de lavendel, rozen en wuivend bamboe. Onder, een vijftigtal ateliers vol met kunstambachten of zoals de Fransen zeggen; "les arts et métiers".

Aan de namen af te lezen op de graven gaat het hier om Franse adel, leden van de hoogste Franse aristocratie 

Rondkijkend zie je vele namen, familiewapens en de motto’s toebehorend aan talrijke Franse aristocratische families

Onder de noemer van  ‘les arts et métiers’ valt misschien ook de uitvinding van de guillotine. De Franse overheid heeft aan het eind van de achttiende eeuw dringend behoefte aan een machine om het leven te beëindigen zonder dat daar martelen aan te pas komt; vierendelen is niet meer van deze tijd, vindt men. Dokter Joseph Ignace Guillotin levert in 1789 met zijn uitvinding vakwerk. Voorheen was dood door het zwaard weggelegd voor de adel, de kogel voor de militairen en ordinair opknopen en vierendelen voor het gepeupel.
Een Duitse klavecimbelbouwer en ingenieur genaamd Tobias Schmidt leverde het ‘fijne handwerk’ voor de bouw  op aanwijzingen van de dokter zelf. Toen het prototype van de guillotine voor het eerst werd getest op 17 april 1792 in het Bicêtre-ziekenhuis in Parijs, leidde opperbeul Sanson zelf de inspectie. Snelle en efficiënte onthoofdingen van strobalen werden gevolgd door levende schapen en uiteindelijk menselijke lijken. Binnen een week had de Assemblee het gebruik ervan goedgekeurd en op 25 april 1792 kreeg ene Nicolas Jacques Pelletier, een veroordeeld straatrover, de primeur op het plein voor het Hôtel de Ville. Alleen al in Frankrijk zal de valbijl 50 duizend keer neersuizen, zonder mankeren. De laatste executie met de guillotine in Frankrijk vond plaats in Marseille op 10 september 1977, toen de moordenaar Hamida Djandoubi werd onthoofd.

Les Misérables, onder hen 16 nonnen van de Karmelietengemeenschap van Compiègne. Hun namen vereeuwigd op een grote gedenkplaat aan de muur

De laatste vraag die mij bezighield tijdens mijn wandeling was; wat is er uiteindelijk gebeurd met onze opperbeul? Charles-Henri Sanson stierf op 4 juli 1806 een natuurlijke dood en ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre. De kleinzoon van Charles Henri, Henry-Clément Sanson , was de zesde en laatste in de dynastie van beulen, die tot 1847 diende.

Onder de indruk van zoveel geschiedenis verlaat ik de begraafplaats om mijn stappenteller te vullen met een wandeling over de Promenade Plantée

Geen opmerkingen:

Een reactie posten