Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

dinsdag 25 februari 2020

HET ANDERE PARIJS HET PARIJS VAN LES MISÉRABLES


Even buiten de rondweg van Parijs liggen de banlieues, de Parijse voorsteden, onderdeel van het grote Parijs. In de zogeheten achterstands- wijken, die veelal in de banlieues liggen, wonen zo'n vijf miljoen Fransen. De armoede is er gemiddeld drie keer zo hoog als in de rest van Frankrijk en er wonen twee keer zoveel mensen met een bijstandsuitkering. Volgens schattingen is ongeveer de helft van de banlieue-bewoners direct of indirect van buitenlandse afkomst. Wijken herkenbaar aan de hoge troosteloze grauwe flats volgeplakt met schotelantennes. In mei 2018 presenteerde de Franse president Macron zijn langverwachte plannen voor de banlieues, waarmee hij met concrete maatregelen een einde wil maken aan de problemen in de wijken. Want die zijn groot en bestaan al veel te lang. "Er is hier minder politie, minder justitie en er zijn minder leraren voor op scholen dan in de rest van het land". Hij vergat er bij te zeggen dat de problemen het directe gevolg zijn van het regeringsbeleid. "Ze zijn gewoon niet bereid om de getto's van Frankrijk af te breken”, zegt oud-burgemeester Gatignon van de Parijse voorstad Sevran. In 2019 zegt Macron weer geschokt te zijn na het zien van de film ‘Les Misérables’ van Ladj Ly die zelf opgroeide in een achterstandswijk in de Parijs voorstad Montfermeil.



Toch kan het niet écht nieuws zijn voor de Franse president dat de bewoners in de voorsteden van Parijs worstelen met armoede, criminaliteit, vooroordelen, racisme en politiegeweld. Ook in eerdere films werd het leed al geregistreerd; ‘La Haine’, dat de destijds 26-jarige Mathieu Kassovitz in 1995 maakte, geldt nog steeds als een onovertroffen meesterwerk. Ladj Ly was zestien toen hij deze film zag op een VHS-cassette die in Montfermeil van hand tot hand ging. Hij besloot zelf een camera te kopen om het dagelijks leven in zijn wijk te documenteren. De inspiratiebron voor Les Misérables waren de rellen van 2005. “Ik was er getuige van”, zegt Ly, “de rellen begonnen zo’n beetje onder mijn slaapkamerraam”.

In 2005 sloeg letterlijk de vlam in de pan


Wat gebeurde er in 2005?
Drie tieners slaan op 27 oktober 2005 op de vlucht voor de politie nadat die een melding kreeg van een mogelijke inbraak op een bouwterrein. Ze verbergen zich in een stroomverdeelstation in Clichy-Sous-Bois en worden geëlektrocuteerd. Twee van hen overlijden. De derde wordt zwaar verbrand naar het ziekenhuis gebracht. Hij zegt dat de drie aan het voetballen waren en op de vlucht sloegen toen ze de politie zagen, om te vermijden dat ze lang ondervraagd zouden worden over hun identiteitspapieren. De dood van de twee tieners is het startschot voor twee weken van enorme chaos en geweld in de Parijse voorsteden, nog eens extra aangewakkerd door een uitspraak van oud-president Sarkozy, toen minister van Binnenlandse Zaken, die de opstandige jeugd in de voorsteden 'tuig' noemt en rept van een 'oorlog'. Nacht na nacht trekken de jongeren door de wijken. Ze steken auto's in brand en gaan op de vuist met de politie. De rellen breiden zich in hoog tempo uit naar andere Franse steden. In twee weken tijd vallen er drie doden, raken 126 politieagenten en brandweerlieden gewond en gaan zo'n 10.000 auto's in vlammen op. De politie arresteert 6000 mensen. Op 8 november kondigt president Chirac de noodtoestand af. Het duurt tot 17 november voordat de autoriteiten de situatie weer onder controle hebben. De bewoners hadden duidelijk genoeg van hun levenssituatie, de armoede en discriminatie. In 2005 filmde Ly de rellen, de honderd uur materiaal die Ly na deze weken had, resulteerde in de documentaire ‘365 Jours à Clichy-Montfermeil’, waarmee hij in 2007 veel succes oogstte.

Filmposter Les Misérables - © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

Les Misérables laat met dit indringende en explosieve drama zien dat er sinds 2005 en na alle gedane beloftes nog weinig is verbeterd. Het leverde Ladj Ly een gedeelde juryprijs op, op het filmfestival van Cannes 2019 en een Oscarnominatie voor Beste buitenlandse film. Inmiddels weten we dat Ly die Oscar niet heeft gewonnen. De Oscar ging naar Bong Joon-Ho’s ‘Parasite’.

Het toeval wil dat Victor Hugo zijn beroemde roman met dezelfde titel (uit 1862) situeerde in Montfermeil en de maker van de 2019 versie geboren en getogen is in de Parijs voorstad waar zijn vader vuilnisman was. – Ly woont er nog steeds, met zijn gezin. Net als Victor Hugo laat Ly de broeiende sociale ongelijkheid zien in de Parijse periferie, en de daaruit voortvloeiende armoe en ellende. Zo grijpt hij met deze film terug op persoonlijke ervaringen. Tien jaar oud was Ly (nu 40) toen hij voor het eerst door een stel agenten tegen een muur werd gezet en gefouilleerd. Het ene moment was hij, kind van Malinese ouders, nog rustig aan het voetballen met vriendjes  op een pleintje, het volgende moment werd hij hardhandig met zijn neus richting muur gedraaid en kreeg hij beledigingen naar zijn hoofd geslingerd. “Ik herinner me dat een van de agenten ons voor makaak uitmaakte. Later op school vroeg ik de juf wat dat betekende. ‘Aap’, zei ze”. Dit eerste directe contact met de politie leerde Ly dus wat racisme was. “En daarna……. ben ik zeker nog duizend keer door de politie gecontroleerd en gefouilleerd”. Toen hij een jaar of 16  was, besloot hij met een stel vrienden een videocollectief op te richten. Hun korte documentaires en filmpjes plaatsten ze op YouTube, waar ze langzaam maar zeker een steeds groter publiek bereikten. Zo maakte Ly tien jaar lang ‘Cop watch’: als er politie in de wijk kwam en de situatie dreigend werd, wisten buurtbewoners hem te vinden en stond hij er met zijn camera bovenop.  In 2008 filmde hij zo hoe een student door de politie werd geslagen. Het materiaal verscheen online en het was de eerste keer dat een politieagent geschorst werd door zo’n video.

Les Misérables verhaalt over een zeer roerig etmaal in de Parijse voorstad - Agenten vlnr Stéphane (Damien Bonnard), Chris (Alexis Manenti) en Gwada (Djibril Zonga) vormen een team dat door de wijk patrouilleert om de bendes in de gaten te houden. Photo: Les misérables © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

Met Les Misérables, een absolute must see, wil de regisseur de kijker laten ervaren hoe het leven is in een banlieue, in de hoop mensen nu eens ècht wakker te schudden. “Het voordeel was dat ik niets hoefde te verzinnen voor het verhaal van Les Misérables. Elk element heb ik zelf meegemaakt. Het is een biografie en een ooggetuigenverslag ineen.  “We hebben net een jaar lang rellen gehad, met de gele hesjes. Daarbij schoot de politie op iedereen, van heel dichtbij. Er waren verwondingen aan ogen, aan armen, maar er is geen enkele agent verhoord. Ik heb het nog niet eens over een veroordeling, hè? Ze zijn niet eens verhóórd over wat er gebeurd is. Agenten kunnen dus straffeloos handelen, doen wat ze willen en ze worden beschermd door de hiërarchie”, aldus Ly.

Les Misérables verhaalt over een zeer roerig etmaal in de Parijse voorstad. De film begint nog hoopvol, met een proloog waarin het Franse volk de overwinning op het WK voetbal viert (zondag 15 juli 2018), maar die egalité wordt snel verruild voor een reis naar de hel. Reiziger is de politieman Stéphane (Damien Bonnard), op weg naar zijn eerste werkdag in de Parijse voorstad Montfermeil. Het zullen de ergste dagen van zijn leven worden, maar dat weet de agent nog niet wanneer hij kennismaakt met zijn nieuwe collega’s Chris en Gwada. Hij heeft zich laten overplaatsen vanuit Cherbourg om in de buurt van zijn zoon te kunnen wonen. Van overzichtelijk straatwerk naar kronkelige patrouillediensten door de banlieue, waar machtsstructuren gelden die de nieuweling onmogelijk kan overzien. Hier gaat Stéphane deel uitmaken van de anticriminaliteitsbrigade BAC. Samen met Chris (Alexis Manenti) en Gwada (Djibril Zonga) vormt hij een team dat door de wijk patrouilleert om de bendes in de gaten te houden.

Photo : Les misérables © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

In de door armoede, criminaliteit en sociale onvrede geteisterde betonwijken opereren zij als overmoedige sheriffs. Samen met de zelfverklaarde ‘burgemeester’ (Steve Tientcheu), drugsbazen en religieus leiders proberen ze de deksel op de ketel te houden. Dat het systeem op springen staat maakt de schrijver en regisseur voelbaar zodra de drie agenten op patrouille gaan. Ly schetst Montfermeil als een hogedrukpan. Het is een plek waar het traditionele gezag geen grip op krijgt. Waar zich noodgedwongen alternatieve machtsstructuren hebben gevormd, die in stand worden gehouden door mensen die dealtjes met elkaar sluiten om hun eigen belangen te verdedigen. Maar het evenwicht is wankel: als het misgaat, gaat het goed mis. Op het moment dat er in Les misérables een kogel wordt afgevuurd, lijkt een geweldsexplosie onafwendbaar. Ly, die in de wijk zelf filmde, met buurtgenoten als acteurs, zit zijn hoofdrolspelers zo dicht op de huid en filmt met zo veel rauwe energie, dat het je de adem beneemt.

Een klein incident loopt vreselijk uit de hand maar een andere jongen, Buzz (niet toevallig gespeeld door Ly’s zoon Al-Hassan), heeft alles met een drone opgenomen
Photo : Les misérables © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

Les Misérables begint in volle vaart en Ly blijft een uur en drie kwartier het gaspedaal stevig indrukken. De plot wordt in gang gezet door tiener Issa (Issa Perica), die een leeuwenwelpje steelt van de zigeuners wiens circus in Montfermeil is neergestreken. Dat betekent werk aan de winkel voor de drie agenten van dienst. Echter  hun tactloze optreden gooit vooral olie op het vuur. Zij gaan op zoek en stuiten op een handjevol jongens die aan de beschrijving voldoen. Wanneer het vervolgens uit de hand loopt, wordt te snel een rubberkogel afgevuurd, die een van hen, Issa, raakt. Normaal gesproken zou dat met een sisser zijn afgelopen, omdat het Issa’s woord is tegen dat van de politie. Maar een andere jongen, Buzz (niet toevallig gespeeld door Ly’s zoon Al-Hassan), heeft alles met een drone opgenomen. Omdat videobewijs moeilijk te ontkennen is, gaan de agenten vervolgens wanhopig op zoek naar de belastende opnamen.

Les Misérables is een noodkreet uit de banlieues

Opvallend is de nuance die Ly in zijn debuut aanbrengt; zelfs de drie agenten die jagen op het jochie dat de opnames van hun geweld heeft gemaakt, worden niet louter afgeschilderd als hufters. “Een film wordt er niet sterker van als je partij kiest” aldus Ly.

De finale, een eindeloos opgevoerd inferno van vuur en geweld, laat je volkomen verpletterd achter. Vergeten en negeren is er niet meer bij. Les Misérables is een noodkreet uit de banlieues, een explosieve liefdes- verklaring aan een wereld die heden ten dage nog steeds wordt genegeerd. In de banlieu is het Franse gelijkheidsideaal een bittere illusie.

“Mes amis, retenez ceci, il n'y a ni mauvaises herbes ni mauvais hommes. Il n'y a que de mauvais cultivateurs.”
Victor Hugo – Les Misérables

"Vrienden, onthoudt dit, onkruid en slechte mensen bestaan niet, enkel slechte kwekers"
Victor Hugo – Les Misérables

Filmtriailer: klik hier

Bronnen: Le Monde, Le Figaro, Le Parisien




zondag 16 februari 2020

PARELTJES VAN HET INDUSTRIEEL PARIJS


De industriële revolutie die heel Europa in de 19e eeuw in de ban hield transformeerde het Parijse stadsbeeld volledig. Dit fenomeen wordt des te meer zichtbaar door de uitvoering van belangrijke herontwikkelingsplannen door Haussman, die steeds meer industrieën en de daarbij behorende arbeidersbevolking verplaatst naar de perifere Parijse arrondissementen en de omliggende steden. Tegelijkertijd, met de toename van werkplaatsen en fabrieken, neemt de bevolking sterk toe.
Parijs is de stad van ontdekkingen. Het verbergt nog steeds achter zijn poorten of prominent op zijn gevels overblijfselen van zijn rijke industriële en ambachtelijke verleden. In verborgen passages, geplaveide binnenplaatsen of aanpalende straatjes vind je nog enige ambachtelijke activiteiten, maar de arbeiders van weleer hebben plaatsgemaakt  voor jonge ondernemers, webdesigners en reclamelui, ‘fils de pub’, zoals die in het Frans heten. Ateliers waar jonge designers, modeontwerpers actief zijn en waar eigenzinnige kunstenaars open huisdagen organiseren. Een proces van verovering van onroerend goed door de midden- en hogere klassen. In deze blog neem ik je mee langs enkele pareltjes van het industriële Parijs. Maar vergeef mij, dit keer liggen de locaties kris kras door de stad.

Een prachtige lift aan het einde van een bijzondere passage trekt onmiddellijk mijn aandacht met grote letters; 'La Java'

Le Palais du Commerce
Ik stap uit bij metrostation Goncourt, lijn 11 tussen République en Belleville en volg de rue du Faubourg du Temple die de scheidingslijn aangeeft tussen het 10e en 11e arrondissement. Het is een kosmopolitische wijk waar veel immigranten wonen. Maar deze wijken zijn  de laatste tijd steeds populairder aan het worden onder de voornamelijk jonge Parijzenaars. Naast het oude volkse Parijs, is het ook het thuis van een exotische gemeenschap van Arabieren, Chinezen en Vietnamezen, maar ook van kunstenaars, jonge startende ondernemingen en studenten, die de dure universiteitsbuurten zijn ontvlucht. Hier kunnen we nog de ruwe kant van Parijs aanschouwen. Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we op nummer 105, Faubourg du Temple. Een prachtige lift aan het einde van een bijzondere passage trekt onmiddellijk mijn aandacht met grote letters; 'La Java'. La Java is een concertzaal gevestigd in de kelders van de galerie 'le Palais du Commerce', ooit geopend in 1923, en was in die tijd een van de meest swingende nachtclubs van Parijs, waar grote namen optraden als Django Reinhardt, Jean Gabin, Fréhel en helemaal in het begin Maurice Chevalier en Edith Piaf. Nu is La Java gespecialiseerd in Latijs Amerikaanse- en allerlei soorten elektronische muziek en mateloos populair bij jongeren. Van dichtbij bekeken dienen voormalige 'liftdeuren' als ingang naar de nachtclub. Aan weerszijden trekken de statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen vervolgens mijn aandacht. Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers. Mijn eerste industriële ervaring van de dag is adembenemend mooi.

 Mijn eerste industriële ervaring van de dag is adembenemend mooi

La Societé Th. Grimmeisen
Schuin tegenover 105 ligt de ingang naar Passage Piver, een onderdoorgang die mij voert door een nietszeggend straatje. Alhoewel; halverwege, op nummer 5, stuit ik op een poort die toegang geeft tot een prachtig industrieel pand van de Societé Th. Grimmeisen. Theodore Grimmeisen afkomstig uit de Elzas , kuiper van beroep, besloot in 1870 te verhuizen naar Parijs. Hier bouwde hij een fabriek aan de rand van Belleville. Zijn zoon werkte daar aan een manier om de houten vaten beter luchtdicht af te sluiten en kwam zo op de vinding van de rubber stop. De kleinzoon van Theodore, George Grimmeisen bedenkt in 1930 de colibri-laars, geheel vervaardigd uit een stuk rubber en in vorm geblazen met perslucht. In 1936 ontwikkelt hij, vanuit zijn favoriete hobby tennis, een speciale tennisschoen met een gevulkaniseerde rubberen zool en ventilerend katoen. Het merk Spring Court is geboren. Georges overlijdt in 1956 en zijn broer Theodore Louis neemt het bedrijf over. De schoenen zijn vooral bekend door de legendarische platenhoes van Abbey Road waar John Lennon loopt op de schoenen van Spring Court. Later bleken het ook de favoriete schoenen van Serge Gainsbourg te zijn. Sinds haar oprichting heeft Spring Court meer dan 25 miljoen paar  tennisschoenen verkocht.


De Societé Th. Grimmeisen is nog steeds zichtbaar in de cour. De fabriek bestaat nog steeds, echter niet meer op deze plek. Wel is er het hoofdkantoor gevestigd en verder kleine creatieve bedrijfjes, een boetiek, een sportschoenenwinkel en een charmant restaurant. Bij goed weer kun je buiten op het terras lunchen tussen de Fransen, want bij Atelier des Mélanges komen nauwelijks toeristen. De gebogen stalen balken aan ’t plafond verraden nog altijd de industriële afkomst van ’t gebouw.

De Societé Th. Grimmeisen

Cour de l’Industrie
Ik blijf in het 11e arrondissement, op nummer 37bis van de rue de Montreuil liggen drie verscholen binnenplaatsen die in de periode 2012 tot 2016 door de stad Parijs zijn gered van de ondergang en nu zelfs op de lijst staan van historisch erfgoed. De Cour de l’Industrie; sinds de 17e eeuw was hier een heel houtbewerkers gilde gevestigd. Dit was voor eeuwen dé plek wanneer je nieuwe meubels nodig had voor je Parijse appartement. Na een periode van ernstig verval in de vorige eeuw en intensieve restauratie is de Cour in haar volle glorie hersteld. De Cour bestaat uit 8 gebouwen verdeeld over drie gangen, met een totale oppervlakte van bijna 6.000 vierkante meter. Sinds 2016 hebben zo’n 50 kunstenaars en handwerkslieden hier hun ateliers. De meeste ambachtslieden trainen hier zelf hun leerlingen en vele kunstenaars bieden cursussen aan in hun werkplaatsen. De binnenplaatsen hebben weer het originele plaveisel, de gebouwen zijn van baksteen in combinatie met houten balken waardoor ze iets weg hebben van vakwerkhuisjes. Een absoluut unicum in de stad en zeker een bezoek waard.
Metrostation Faidherbe-Chaligny, lijn 8.

 De Cour de l’Industrie; sinds de 17e eeuw was hier een heel houtbewerkers gilde gevestigd

Passage de l’Homme
Mijn ontdekkingstocht begint vlakbij de rue du Faubourg Saint-Antoine, ter hoogte van nummer 26, rue de Charonne, onder het portaal van een woning, heb je de passage de l’Homme. De naam van de passage verwijst naar die van de eigenaar van het land waarop het werd gebouwd en dateert uit 1852. Deze openluchtpassage is typerend voor deze buurt en wekt nog steeds de illusie van een industrieel verleden. Gelukkig op tijd geconserveerd. Deze privéweg, overlopend in nog twee andere passages; de passage Josset en -Saint-Antoine vormen een oase van schoonheid. 122 meter lang met links en rechts houten facades die een inkijk geven op de droom van weleer. Hobbelige kasseien waartussen het gras welig tiert geven de passage een uitstraling van landelijke rust. De houtbewerkers van toen zijn vervangen door kantoortjes, een ontwerpstudio, een boekhandel, café maar ook nog een gitaarbouwer. Maar een ‘chaiserie’ gespecialiseerd in de fabricage en reparatie van stoelen heeft dapper stand gehouden. 

Een ‘chaiserie’ gespecialiseerd in de fabricage en reparatie van stoelen heeft dapper stand gehouden

Gevestigd sinds 1912 en hofleverancier  voor het ‘Centre des Monuments Nationaux’ (monumentenzorg), het Élysée (presidentieel paleis) of Hôtel Matignon (residentie van de eerste Minister). Sommige muren dragen nog de kentekenen, overblijfselen van een ambachtelijk verleden. De halfvergane pui van een leegstaande garage, de gevel van de voormalige spiegelfabriek Remlinger & Vinet, die zich hier vestigde in 1886 en in 1979 verhuisde naar de boulevard Voltaire. En een groot gebouw uitgevoerd in flamboyante rode baksteen met een glazen dak nog ontworpen door de ateliers van ingenieur Gustave Eiffel rond 1850. Deze voormalige zagerij waarachter een van de laatste stenen schoorstenen van Parijs die lang voor het olietijdperk zwarte kolenrook spuwde van de zaagmachines werkend op stoom. Weer een fel contrast met de tot praktijk- en woonruimte omgebouwde huizen met wijnstokken en geurige blauwe regen. De passage Lhomme werd nog eens vereeuwigd in de jaren ’90, in een videoclip van Joe Cocker’s Never forget – n’oubliez jamais met in de hoofdrol Catherine Deneuve als hèt symbool van een charmant Parijs dat toeristen en liefhebbers van de stad zeer waarschijnlijk zal verleiden. De passage is een wandelbestemming met een ongeëvenaarde charme. Metrostation Ledru-rollin, lijn 8.

Blikvanger, een groot gebouw uitgevoerd in flamboyante rode baksteen met een glazen dak nog ontworpen door de ateliers van ingenieur Gustave Eiffel rond 1850


77 rue du Faubourg Saint-Antoine
Op nummer 77 wacht ons een volgende verrassing. Een prachtig gerestaureerde binnenplaats met weer een industrieel pand uit 1886 met een opmerkelijke exotische architectuur. Opgetrokken uit traditionele houten elementen, rode en witte baksteen en gietijzeren balustraden. Een uniek U-vormig gebouw met wel vijf etages. Aan het einde van de geplaveide binnenplaats getuigt een stille lift van een ijverig verleden. Alles prachtig en met gevoel gerenoveerd. De studio’s zijn nu ingenomen door kantoren, een dansstudio, een yogaruimte, een komedieklas, een architectenbureau en een reisbureau. Het biedt ook nog een plaats aan een klein theater opgericht in 2009 door Alive Vivier en Lucas Bonnifait. ‘La Loge’ speciaal voor aanstormende talenten op het gebied van muziek, dans en theater. Metrostation Ledru-rollin, lijn 8.

77 rue du Faubourg Saint-Antoine, een industrieel pand uit 1886 met een opmerkelijke exotische architectuur

Cour des Bourguignons
Aan de overzijde van nummer 74 een grote poort met onderdoorgang. Je komt terecht bij een grote binnenplaats die in de 17e eeuw cour des Bourguignons werd genoemd en uitkomt op twee straten: rue du Faubourg Saint-Antoine en rue de Charenton ter hoogte van nummers 59-6. De achtergrond van de naam is tot op heden onbekend. Wel huisde er in die tijd een pension voor kinderen: het  ‘l‘Institution de la Providence’. In 1855 komt de grond in handen van de houthandelaar Charles-Auguste Hollande. Hij was het die tussen 1862 en 1868 een echte industriële binnenplaats bouwde aan de kant van de rue du Faubourg Saint-Antoine met twee lange gebouwen met grote ramen. Hij is de belangrijkste leverancier van hout aan alle meubelmakers in de Faubourg Saint-Antoine. In 1868 wordt een glazen gebouw gevat in een ijzeren frame toegevoegd dat de verbinding met de twee gebouwen maakt. Op de begane grond wordt een stoommachine geïnstalleerd met daarboven nog een stenen schoorsteen van 32 meter die vandaag de dag nog steeds zichtbaar is. Rond die zelfde tijd werd het pand verhuurd aan Maison Krieger. Een meubelfabriek met 500 tot 600 ambachtslieden in dienst; ontwerpers, houtbewerkers, meubelmakers en stoffeerders. In 1880 veranderde de naam in Krieger, Damon et Cie toen het bedrijf fuseerde met Damon et Colin. De heer Damon liet toen rond een tweede binnenplaats nieuwe gebouwen neerzetten ontworpen door architect Dubourg. Vandaag de dag zijn de gebouwen bezet door bedrijven en agentschappen voor artistieke beroepen waaronder ‘Lieu du Design Paris Ïle-de-France’. Deze locatie is een broedmachine en biedt ondersteuningsprogramma’s voor projectleiders in de sectoren mode, design, architectuur en andere ambachten. Ook worden er regelmatig tentoonstellingen georganiseerd. Metrostation Ledru-rollin, lijn 8.

Cour des Bourguignons - foto Wikimedia

La Société des Cendres
In de Marais ontdek ik weer een industrieel pand met een opvallende hoge schoorsteen, een gebouw dat je zeker niet verwacht in deze historische omgeving. In de rue des Francs-Bourgeois op nummer 39 trekt een klassieke gevel de aandacht met het volgende opschrift: 'Fonderie d'or et d'argent traitement des cendres essais et analyses'. Ik sta voor een van de laatste overblijfselen uit het industriële  tijdperk van de Marais; 'La Société des Cendres'. Een vennootschap voor de verwerking van as. Een fabriek voor het terugwinnen van edelmetalen. Opgericht in 1859 door Alexis Falize, een specialist in het gebruik van emaille en later een beroemde juwelier in Parijs, tijdens het Tweede Keizerrijk.  Samen met Jules Chaize, Eugène Fontenay en Frédéric Boucheron kwam hij op het idee om een coöperatie op te richten om goud, platina en zilver terug te winnen uit afvalstoffen van de vele juweliers in de stad. Hiertoe verwierf de coöperatie in 1866 een stuk grond in de rue des Francs-Bourgeois. Al snel groeide de coöperatie, waarvan de klanten tevens aandeelhouders werden, uit tot zo'n 500 leden. Goudsmeden, tandartsen, fotografen en graveurs wilden allemaal toetreden tot 'La Société des Cendres'. Tot het midden van de negentiende eeuw werd deze activiteit toevertrouwd aan professionals. Maar de Parijse goudsmeden en juweliers vonden de dienst al snel te duur en besloten zich aan te sluiten bij de coöperatie van Alexis Falize. Het was een komen en gaan van ambachtslieden met zakken vol met daarin afvalstoffen, verzameld in voorgaande maanden. Soms wel 50 tot 500 kilogram. Onder eigen toezicht werd het afval verbrand in een grote oven, de as verpletterd onder een stoomwals, fijngemalen, gezeefd en gewassen. Daarna werd de as behandeld met kwik en verwarmd. De achtergebleven resten vloeibaar goud, zilver en platina werden vervolgens gegoten tot staven en weer teruggegeven aan de leden van de coöperatie. Een zak van 50 kilo leverde zo'n 250 gram puur edelmetaal op. De fabriek is zelfs operationeel gebleven tot 2002. Daarna verhuisde de 'Société des Cendres' naar Vitry-sur-Seine (Val-de-Marne) en werd omgezet in een handelshuis voor tandheelkundige protheses en orthodontie.


La Société des Cendres na restauratie in gebruik door Uniqlo

Het pand stond leeg tot in 2011 het Japanse kledingmerk Uniqlo op zoek was naar een tweede vestiging in Parijs en het is met name te danken aan de visie en initiatief van Berndt Hauptkorn, CEO van Uniqlo Europe, dat dit unieke pand in zijn geheel is gerestaureerd en omgebouwd tot een van de mooiste modewinkels in de Marais. Honderden vakmensen werkten drie jaar lang om het pand in zijn oude glorie te herstellen. De dertig meter hoge schoorsteen, centraal in het pand, werd in zijn geheel opnieuw opgebouwd. De grond werd gereinigd, het metalen framewerk in zijn oude glorie hersteld en weer zichtbaar gemaakt. Het glazen dak werd weer in zijn oude glorie hersteld. Een miljoenen operatie onder leiding van het architectenbureau Pierre Audat, onder toezicht van de Franse Rijksgebouwendienst. Het preserveringsplan van André Malreaux in Parijs bleek nog altijd van kracht. Op 25 april 2014 werd het pand opengesteld voor het publiek. Vijf jaar na de opening van de eerste flagship store in Parijs in het Opéra district. Een deel van de machines en gereedschappen voor de terugwinning van de edelmetalen worden tentoongesteld in een klein museum in de kelder van dit magistrale pand. Korte filmpjes vertellen de historie van dit stukje uniek industrieel erfgoed in Parijs. Metrostation Saint-Paul, lijn 1.


Het metalen framewerk in zijn oude glorie hersteld

Tour du télégraphe Chappe
In het 7e arrondissement aan de rue de Grenelle nummer 103 staat een van de belangrijkste gebouwen uit de geschiedenis van de telecommunicatie. De historische kern die dateert uit de eerste helft van de 19e eeuw werd gebouwd om plaats te bieden aan de nationale telegraafdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Aan het einde van de U-vormige binnenplaats staat de ‘Tour du télégraphe Chappe’, genoemd naar de uitvinder van de optische telegraaf.
Tijdens de Franse Revolutie experimenteerde de Fransman Claude Chappe met diverse methoden om snel berichten over grote afstanden door te geven. In 1793 werd zijn semafoor- of optische telegraafsysteem tussen Parijs en Rijsel (ca. 220 km) voor het eerst in gebruik genomen. De snelheid waarmee de Chappe-telegraaf werkte was voor die tijd verbluffend. Via de vijftien seinposten deed een bericht er dertien minuten over. Een koerier te paard had daar minstens twintig uur voor nodig. De optische telegraaf van Chappe heeft in Frankrijk ruim 50 jaar dienstgedaan en werd pas met de komst van de elektrische telegraaf rond 1850 verdrongen. De opkomst van de telefoon eind 19e eeuw deed de invloed van de elektrische telegraaf afnemen.


Tour du télégraphe Chappe’, genoemd naar de uitvinder van de optische telegraaf

In de tijd van internet en social media belichaamt deze toren een overblijfsel van het pre-digitale tijdperk in de stedelijke ruimte. Toen de telegraaf niet meer werd gebruikt bleef rue de Grenelle 103 een belangrijke rol spelen als eerste hoofdkwartier van het ministerie van Post en Communicatie en vervolgens dat van de Franse omroep ORTF die daar in 1935 zijn eerste televisie-uitzending uitzond. Tot de vroege jaren 2000 was hier France Telecom gehuisvest. Met het vertrek van France Telecom had het complex zijn architecturale samenhang verloren. In 2006 werd het pand aangekocht door de Société Foncière Lyonnaise die het  weer terugbracht in de originele staat inclusief de metalen skeletstructuren die sterk doen denken aan die van Gustave Eiffel. Het nieuwe complex dat in 2009 werd opgeleverd biedt 16.000 vierkante meter kantoorruimte, evenals een restaurant, een fitnessruimte, een auditorium en een businesscentrum in de kelder. Kosten 45 miljoen euro. Het bebouw staat op de Parijse monumentenlijst. Metrostation Varenne, lijn 13.

Aan de quai de la Gironde ligt een van de mooiste stukjes industrieel erfgoed van Parijs. Historisch erfgoed van de Compagnie EMGP, Les Magasins Généraux du Pont de Flandre

Les Magasins Généraux
Het 19e arrondissement is voor velen een onbekend gebied aan de noordoostkant van Parijs. Toch heeft dit arrondissement veel te bieden. Het 19e staat voor cultuur, vindingrijkheid, creativiteit, en ontspanning. Rond het Canal de l’Ourcq en het Canal de Saint-Denis zijn nog steeds pareltjes te vinden die herinneren aan de gouden tijden van het industriële tijdperk. Wij beginnen dan ook bij de Pont Draguage aan de rue de Crimée. Een van de laatste hefbruggen van de hoofdstad, gelegen aan de overgang van het Bassin de la Villette en het Canal de l’Ourcq. De brug uit 1885 kent nog steeds zo’n 9000 manoeuvres per jaar.

Met het graven in 1820 van het Canal Saint-Martin en het Canal Saint-Denis, werd de Port de la Villette in het Bassin al snel een belangrijk doorvoercentrum. Grootse magazijnen van de Compagnie des Entrepôts en de Magasins Generaux, de oprichting van slachthuizen en een veemarkt, hebben bijgedragen aan de massale industrialisatie van het Bassin de la Villette. Het was pas in 1950, door achteruitgang van de industrie in Parijs, dat talrijke magazijnen werden verlaten of gesloopt. De sluiting van de veemarkt in 1973, gevolgd door die van de slachthuizen, veranderde eens te meer het gezicht van de toch al verpauperde wijk. In 1988 werd besloten de omgeving drastisch te renoveren met behoud van het zo fraaie industriële karakter. De prachtige pakhuizen van de Compagnie des Entrepôts en de Magasins Generaux uit 1845 en 1853 werden omgebouwd tot hotel, bioscopen, lofts en restaurants. Langs het 800 meter lange en 70 meter brede bassin creëerde men aan weerszijden een boulevard, waar men heerlijk kan eten, wandelen, fietsen, rolschaatsen en picknicken. Metrostation Riquet, lijn 7.

Aan de quai de la Gironde ligt een van de mooiste stukjes industrieel erfgoed van Parijs. Historisch erfgoed van de Compagnie EMGP, Les Magasins Généraux du Pont de Flandre. Een Parijse ondernemer Tom George Hainguerlot kocht in 1866 grond in de buurt van het kanaal en bouwde er entrepots voor de opslag van niet bederfelijke levensmiddelen waaronder granen, suikers, alcohol maar ook oliën, hout en steenkool. Prachtige gebouwen van steen en baksteen. Een bouwstijl uniek voor Parijs, die is komen overwaaien van de London Docks. De groei van de stad Parijs maakte een einde aan de functionaliteit van de pakhuizen en in de jaren 2000 werden de oude pakhuizen omgebouwd tot kantoren. De prachtig gerestaureerde gebouwen bieden nu plaats aan zo’n driehonderd Tech-bedrijven, televisiestudio’s en kantoren van Club Med, Pierre en Vacances en Center Parcs. De hoofdingang zit aan de rue de Cambrai 11. In het weekend is deze hoofdingang vaak gesloten. Tip; regelmatig rijden er auto’s het terrein af en op. Gewoon meelopen (net als ik), er is niemand die je tegenhoudt. Er is ook een poort voor voetgangers aan de rue de Cambrai 27. Metrostation Corentin Cariou, lijn 7


Halle Pajol ooit een verlaten pakhuis van de Franse spoorwegen, SNCF, daterend uit 1920

Halle Pajol
De rue de Cambrai brengt je naar de rue Curial. Aan het einde steek je de rue Crimée over richting het spoor om links oog in oog te komen staan met de Jardin Rosa Luxembourg en de Halle Pajol. Een verlaten pakhuis van de Franse spoorwegen, SNCF, daterend uit 1920 met meer dan 20 magazijnen. Het heeft een van de meest spectaculaire houten gevels van Parijs. Na drie jaar van verbouwing is de Halle Pajol omgebouwd in een industrieel ecologisch juweeltje. Ontworpen door architect Françoise-Helène Jourda, een van de weinige specialisten in duurzaam bouwen in Europa. Het project onderscheidt zich door het gebruik van uiterst duurzame materialen, waaronder heel veel hout en gerecyclede materialen afkomstig van het oude Forum des Halles. 10 van de 20 schuine daken, zo'n 3523 m², zijn voorzien van zonnepanelen goed voor een productie van 396 MWh per jaar. In het gebouw zelf, dat staat in een prachtig aangelegde tuin van 8000 m², zijn ondergebracht een overdekte tuin van 2500 m² met grote waterpartijen, de Vaclav Havel Bibliotheek met een videospeelzaal en een eco jeugdherberg; het Hostel Yves Robert. Het hostel Yves Robert is de grootste in Parijs: 103 kamers en 330 bedden. De kamers hebben door middel van een groot balkon uitzicht op de tuin. Verder zijn er kantoren, een auditorium, een theater, een bar-restaurant met een groot terras en diverse winkels in gevestigd. Aan de voorzijde een gezellige esplanade; het plein Nathalie Sarraute. Langs het spoor worden volkstuinen geïmplementeerd (2 percelen van 100m2), die ter beschikking worden gesteld aan buurtverenigingen. Omwonenden zullen zo in staat zijn om zelf bloemen of groenten te verbouwen om in eigen behoeften te kunnen voorzien. De tuinen worden geïrrigeerd door opgevangen regenwater afkomstig van de schuine daken. De Tuin is een eerbetoon aan Rosa Luxembourg (1871-1919), geboren in Polen, en een Duits marxistisch politica, filosofe en revolutionaire. RER-station Gare Rosa Parks, lijn RER-E.


Na drie jaar van verbouwing is de Halle Pajol omgebouwd in een industrieel ecologisch juweeltje

Lezing Architectuur in Parijs
Op donderdag 12 maart om 19.30 uur, geven emeritus hoogleraar Nico Nelissen en auteur blogger Ferry van der Vliet een lezing over architectuur in Parijs, in het Collège Néerlandais – Cité intenationale universitaire de Paris aan de boulevard Jourdan 61 in het 14e arrondissement. Nico Nelissen gaat onder andere in op zijn recente boek ‘Kom met mij mee naar Parijs’ en Ferry van der Vliet haakt in op de presentatie mede aan de hand van zijn boeken ‘Ongewoon Parijs’ en ‘Ongekend Parijs’.  Vanaf 19.15 uur bent u van harte welkom. Aanmelden kan door een email te sturen naar sonja.janmaat@ciup.fr met opgave van naam en voornaam. Er zijn slechts een beperkt aantal plaatsen beschikbaar dus aanmelding op volgorde van datum inschrijving.




maandag 3 februari 2020

MUSÉE MARMOTTAN MONET, DE GESCHIEDENIS VAN EEN UNIEKE COLLECTIE


Ik verwonder mij altijd over het geduld van de toeristen, wachtend, vaak buiten in weer en wind en in grote getalen, om toegang te krijgen tot de grote musea in Parijs terwijl ze de juweeltjes links laten liggen. Weinigen weten bijvoorbeeld dat de grootste kunstcollectie van de man die aan de wieg stond van het impressionisme niet te vinden is in het Musée d’Orsay of het Musée de l’Orangerie maar in het Musée Marmottan Monet. Ik doel op het werk van Claude Monet. Dit museum zonder lange wachtrijen is een schatkamer waar bezoekers in alle rust 94 schilderijen en 29 tekeningen kunnen bewonderen die zijn hele carrière en bijdrage aan de schilderkunst weerspiegelen.

Musée Marmottan Monet met de grootste collectie schilderijen van Claude Monet

Gelegen in Passy, het 16e arrondissement. In de 13e eeuw nog een gehucht van houthakkers hoog boven op een heuvel boven de Seine. Geleidelijk werd het ontdekt door industriëlen en de adel die er herenhuizen, kastelen en wijngaarden bouwden. Zo ook de hertog van Valmy die er zijn jachtslot bouwde. In 1882 kwam zijn bezit in handen van industrieel, staatsman en kunstverzamelaar van middeleeuwse en renaissancewerken, Jules Marmottan (1829 – 1883). Monsieur Marmottan was een bestuurder van diverse grote bedrijven, waaronder voorzitter van de raad van bestuur van de ‘Compagnie des mines de Bruay’, een mijngebied van Nord-Pas-de-Calais. Het exploiteerde 18 mijnschachten verspreid over 8 productielocaties.

De begane grond en eerste etage worden ingenomen door de collecties van Jules en Paul Marmottan

Op zijn beurt vermaakte hij het na zijn dood in 1883 aan zijn zoon Paul die de verzamelliefde van zijn vader verder uitbreidde met meubilair en kunstvoorwerpen uit het Napoleontische tijdperk. In 1932 vermaakte hij zijn bezit aan de Academie des Beaux-Arts die het erfgoed beheerde en de privéwoning in 1934 openstelde voor het publiek onder de naam Musée Marmottan, vernoemd naar de twee gepassioneerde kunstliefhebbers. Sindsdien is de museumcollectie door herhaaldelijke schenkingen aanzienlijk uitgebreid. In 1957 ontving het museum de collectie van mevrouw Victorine Donop-de-Monchy, onderdeel van de collectie van haar vader, dokter de Bellio, bevriend met verschillende impressionistische kunstschilders. Schilderijen van Manet, Pissarro, Sisley, Renoir en Monet, waaronder een sleutelwerk van Monet: ‘Impression soleil levant’, waaraan het impressionisme zijn naam dankt. In 1966 werd het museum nog eens verrijkt met de verzameling schilderijen die Michel Monet had geërfd van zijn vader de schilder Claude Monet. Niet uitsluitend werken van zijn vader maar ook andere impressionisten als Pisarro, Morisot en Renoir. In 1980 volgde een unieke miniatuur-collectie van de familie Wildenstein. Honderden voorbeelden van boeken en miniaturen uit de Middeleeuwen van een ongekende schoonheid. Daarnaast Engelse, Italiaanse, Franse en Vlaamse manuscripten uit de XIII - XIV eeuw en gebedenboeken waarvan de kleuren door de tijd nooit zijn vervaagd. In 1996 vermaakte Annie Rouart, de vrouw van de kleinzoon van de impressionistische schilderes Berthe Morisot, haar kunstcollectie van ruim 70 schilderijen aan het museum.

Het museum bevat een van de mooiste collecties van Parijs

Zo is er een heterogeen museumbestand ontstaan, waarin het werk van Claude Monet het zwaarste accent krijgt. Het museum draagt niet voor niets de dubbele naam; Musée Marmottan Monet. De begane grond en eerste etage worden ingenomen door de collecties van Jules en Paul Marmottan, tijdelijke tentoonstellingen en de Wildensteincollectie. De kelder is geheel gewijd aan de werken van Claude Monet. Hier domineren de tuinlandschappen van zijn tuin in Giverny. Maar ook vroegere beroemde werken als ‘Camilla, de ‘kust bij Trouville’, het ‘uitzicht op Parijs’, ‘Promenade d’Argenteuil’, Pont de l’Europe en een serie van 12 schilderijen van het gare Saint-Lazare. Pronkstuk ‘Impression soleil levant’ dat hij schilderde in 1872 in Le Havre, de stad waar hij is opgegroeid. 

De kelder is geheel gewijd aan de werken van Claude Monet


Pronkstuk uit de collectie is ‘Impression soleil levant’ dat Monet schilderde in 1872 in Le Havre, de stad waar hij is opgegroeid © Musee Marmottan Monet – Claude Monet


Monet heeft het moment vastgelegd waarop de zon in de ochtendnevel opkomt. Dit werk betekende het keerpunt in zijn kunstenaarschap, ondanks kritiek en afwijzing van het publiek toen het werk samen met dat van 167 werken van 30 andere kunstenaars werd getoond op een tentoonstelling in 1874. Schetsmatig, slordig en gebrek aan vakkundigheid was het oordeel. De criticus Louis Leroy van de satirische krant Charivari vond de titel van Monets werk wel heel lachwekkend. Daarom zette hij als titel ‘Impressionisten’ boven zijn afkeurende recensie. Onbedoeld had hij daarmee de nieuwe kunstrichting zijn definitieve naam verleend. ‘Impression soleil levant’ werd in 1985 gestolen maar gelukkig in 1990 teruggevonden in Corsica. De politie heeft over het hoe en door wie nooit mededelingen gedaan.

Een Monet in de dop

Giverny
Toen Claude Monet in 1883 naar Giverny verhuisde was hij 42 jaar. Hij had er het huis van zijn dromen gevonden. Hier zou hij tot zijn dood zo’n 40 jaar later blijven wonen. In Giverny kon hij zijn passie voor tuinieren en die voor schilderen combineren. Hij legde twee tuinen aan: de ‘Clos Normand’, de bloementuin en pas veel later de prachtige watertuin. In 1890 kon Monet ‘Le Pressoir’, zoals het huis heette, aankopen wat een keerpunt betekende voor een tweede periode van zijn leven. De tuin werd ommuurd en hij begon te werken aan de watertuin. Hier vond hij de inspiratie voor de volgende tien jaar van zijn leven. Waterlelies, blauweregen, irissen, treurwilgen, de Japanse brug en de fascinatie voor de effecten van het daglicht op verschillende momenten van de dag en de seizoenen.

Zicht op 'Le Pressoir' in Giverny waar Claude Monet 40 jaar woonde

“Ik slaap er niet meer van. ’s Nachts word ik voortdurend achtervolgd door wat ik probeer te realiseren. Ik sta elke ochtend kapot van vermoeidheid op. Het ochtendgloren geeft me moed, maar mijn onrust keert terug zodra ik een voet in mijn atelier zet”.
Claude Monet

De tuin die hem dagelijks inspireerde



“Deze landschappen van water en weerspiegelingen zijn een obsessie geworden. Ze gaan de krachten van een oude man te boven, en toch wil ik erin slagen weer te geven wat ik zie. Ik vernietig ze… ik begin er opnieuw aan… en ik hoop dat uit zoveel pogingen iets zal voortkomen”. 
Claude Monet 1908  

In de laatste twaalf jaar van zijn leven had de toen al beroemde Monet zich afgezonderd om in Giverny dag in dag uit te schilderen in zijn tuin. De honderden werken die hieruit voortvloeiden dienden als voorstudies voor zijn ‘Grandes Décorations’, een indrukwekkende installatie van zijn waterlelieschilderijen nog steeds te zien in het Musée de l’Orangerie.



De tuin getuigt in alle seizoenen van een ongekende schoonheid



“Ik zal bijne blind schilderen zoals Beethoven volledig doof componeerde”
Claude Monet 1920

In 1919 ondervindt Monet voor het eerst problemen aan zijn zicht om in 1922 een staaroperatie te ondergaan. Deze handicap is duidelijk zichtbaar in zijn werken aan het eind van zijn lange leven toen hij bijna blind was. Hij ondergaat verschillende operaties aan zijn ogen en experimenteert met gekleurde brillenglazen om zijn zicht enigszins te herstellen. Op 5 december 1926 overlijd Claude Monet op 86-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. Pas op 17 mei 1927 opent het Musée Claude Monet, nu het Musée de l’Orangerie met de installatie van de Grandes Decorations. Daar maakt het grote publiek voor het eerst kennis met Monets grote waterlelieschilderijen. Men beschouwt de impressionistische werken als gedateerd. Pas in de jaren vijftig slaat de desinteresse om in bewondering. Tot op vandaag wordt hij gezien als een van de grootste kunstenaars die Frankrijk ooit heeft gekend.

Waterlelies © Musee Marmottan Monet – Claude Monet

“Schilderen is zo moeilijk en slopend. Afgelopen herfst heb ik zes doeken verbrand, samen met de dode bladeren uit mijn tuin. Het is genoeg om iemand de hoop te doen opgeven. Desondanks zou ik niet graag sterven voor ik alles gezegd heb wat ik wil zeggen, of ten minste geprobeerd heb het te zeggen. En mijn dagen zijn geteld… Morgen, misschien…..” 
Claude Monet 1924 

Giverny bereik je vanuit Parijs via de A13, reistijd afhankelijk van verkeersaanbod +/- 75 minuten. Afstand 75 kilometer. La Fondation Claude Monet in Giverny is alle dagen geopend van 09.30 uur tot 18.00 uur vanaf 1 april tot en met 31 oktober (huisdieren worden niet toegelaten)


Gelukkig kun je het gehele jaar terecht in het Musée Marmottan Monet van dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur. Het museum is gesloten op maandag en feestdagen. Rue Louis-Boilly in het 16e arrondissement. Metrostation La Muette, Ranelagh, lijn 9.

De waterlelievijver 1899 - The National Gallery London - Claude Monet



maandag 27 januari 2020

PARIJS IS ALTIJD EEN GOED IDEE EN NU HELEMAAL!


Dat Parijs altijd een goed idee is dat wisten we al, maar dit jaar trekt de stad alle registers open. Ik neem ze chronologisch met jullie door en mijn advies begin maar vast met plannen.

Fondation Agnes B

Agnes B (1941) de Franse modeontwerpster heeft er altijd al van gedroomd, en deze keer heeft ze het ook daadwerkelijk gerealiseerd. Een eigen plek om haar collectie hedendaagse kunst te laten zien. Op 2 februari 2020 opent ‘La Fab’ haar deuren in het 13e arrondissement aan de place Jean-Michel-Basquiat. Na haar opleiding aan de École des Beaux Arts start zij haar eigen bedrijf in 1966. In 1975 opent ze haar eerste boetiek in Parijs bij Les Halles. Kenmerkend voor haar kledinglijn is eenvoud. Zij laat zich inspireren door werkkleding, waarbij ze varieert in kleur en vorm. In ‘La Fab’, 1400 m² verspreid over twee verdiepingen, krijgen hedendaagse kunstenaars de mogelijkheid om hun werk ten toon te stellen. Het hart van het gebouw vormt een permanente collectie van 3000 werken van de modeontwerpster zelf. Weinigen weten dat Agnes B zelf een groot kunstverzamelaar is en eigenaresse van Galerie du Jour. Vanaf 2 februari 2020 geopend van dinsdag tot en met zaterdag van 11.00 tot 19.00 uur. Metrostation: Bibliothèque François Mitterrand, lijn 14, RER-C

La Fab in het 13e arrondissement 

Februari 2020 opening van ‘Table Square’
Op de centrale as van La Défense, naast de veelkleurige Agam fontein, creëren Urban Renaissance en Ennia architecten drie verschillende paviljoens geheel gewijd aan de gastronomie. Op een oppervlakte van 4500 m² met 800 m² aan terrassen verschijnen verschillende restaurants die het uithangbord zullen zijn van de Franse gastronomie. Ik ben benieuwd. Het is in ieder geval een verbetering die het hart van la Défense goed kan gebruiken. Parvis de la Défense. Metrostation: La Défence, Grande Arche, lijn 1, RER-A

Table Square, La Défence -  Artist impression © Urban Renaissance / Enia Architects 


Monet, Renoir, Chagall, reizen naar de Middellandse Zee vanaf 28 februari 2020
Na het daverende succes van de digitale tentoonstellingen gewijd aan Klimt 2018 en Van Gogh 2019 pakt het Atelier des Lumières in 2020 uit met opnieuw grote namen uit de schilderkunst; Monet, Renoir, Chagall en vele anderen. Dit keer niet gericht op één kunstenaar maar op een thema: De Middellandse Zee. Deze geluids- en lichtshow van veertig minuten dompelt ons onder in bijna 500 werken van 20 verschillende kunstenaars. Impressionisme, moderniteit, pointillisme, fauvisme, dit alles komt voorbij in een hal van 10 meter hoog met een oppervlakte van 2000 m², voorzien van 140 videoprojectoren en een ruimtelijk geluidssysteem van 50 Nexo luidsprekers op de muren en bas-subwoofers op de grond. Door de juiste hoeken te kiezen, zorgen die voor een optimale spreiding van het geluid, waardoor elke luisteraar de beste geluidskwaliteit ervaart. Het publiek zal, dankzij de grootste vaste video-installatie ter wereld, letterlijk worden ondergedompeld in beeld, beweging en geluid, om zo alle emoties te versterken. Unieke multimedia apparatuur maken het mogelijk om projecties te visualiseren op een oppervlakte van 3300 m². Bijna alle oppervlakten worden gebruikt, van vloer tot plafond en muren oplopend tot 10 meter hoog. De projecties volgen de bewaard gebleven architectonische elementen van de oude gieterij; metalen constructies, een grote schoorsteen, de droogtoren en een koelreservoir gevuld met water. De beelden scrollen en spelen met de lay-out van de ruimtes begeleid door op maat gemaakte muzikale composities. Het Atelier des Lumières is in twee jaar tijd uitgegroeid tot een van de grootste publiekstrekkers van Parijs. Vooraf online reserveren is ten zeerste aan te bevelen. Rue Saint-Maur 38, metrostation : rue Saint-Maur, lijn 3. Père Lachaise, lijn 2 en 3. Geopend alle dagen van de week van 10.00 uur tot 18.00 uur, Vrijdag en zaterdag tot 22,00 uur. Ook geopend tijdens feestdagen.


Monet, Renoir, Chagall en vele anderen - Artist Impression © Atelier des Lumières 


Le Musée Carnavalet, heropening lente 2020
Het oudste museum dat gerund wordt door de stad Parijs opent na een vier jaar durende verbouwing opnieuw zijn deuren. Zowel het exterieur als het interieur en de gehele collectie over de geschiedenis van Parijs sinds 1880 is onder handen genomen. Het museum opent met de tentoonstelling; ‘Parijs gezien door fotografen Eugène Atget (1857-1927) en Henri Cartier-Bresson’ (1908-2004). Rue des Francs Bourgeois 10, 4e Arrondissement. Metrostation: Saint-Paul, lijn 1


Na vijftien jaar afwezigheid denk ik dat dit gebouw wel eens dé publiekstrekker van het decennium gaat worden 


Een mythe uit 1870 keert terug in april 2020
Wie langs de oevers van de Seine loopt ter hoogte van de zuidelijke punt van Ile de la Cité komt oog in oog te staan met een statig pand; La Samaritaine. Eens het grootste warenhuis van Parijs. Op 15 juni 2005 sloot het warenhuis,  plotseling en naar eigen zeggen vanwege veiligheidsredenen, officieel omdat het gebouw volgens de brandweer niet aan moderne brandveiligheidseisen zou voldoen. De vereiste aanpassingen zouden het art deco interieur verwoesten. Volgens boze vakbondstongen was veiligheid hooguit een excuus. In werkelijkheid wilde de eigenaar, het luxewarenconcern LVHM: Louis Vuitton Moët Hennessy, het personeel gewoon ontslaan omdat het warenhuis niet rendeerde. Het gebouw of eigenlijk gebouwen staan op een van de mooiste en duurste locaties van Parijs, tegenover de Pont Neuf, ingesloten door de kerk waar Molière in het huwelijk trad en waar vele beroemde architecten en kunstenaars werden begraven: de Saint Germain-l'Auxerrois uit de 12e eeuw. Tussen de chique rue de Rivoli, rue du Pont Neuf en de quai du Louvre. Een voorzichtige aanvang van de renovatie en restauratie werd gemaakt medio 2012 en het geheel moest klaar zijn in 2016 / 2017. De totale kosten werden geschat op 450 miljoen euro.

Het douchegordijn zorgde voor de nodige vertraging

Uiteindelijk startte de echte bouw pas in september 2015. Het bouwplan werd diverse malen aangepast wat weer voor extra vertraging zorgde. Tussentijds werd de bouwvergunning opnieuw ingetrokken terwijl die al was afgegeven door het stadsbestuur van Parijs vanwege klachten van de ‘Société pour la Protection des Paysages et de l'Esthétique de la France’, een organisatie die let op de esthetiek van de Franse steden en het Franse landschap. Het nieuwe uiterlijk van het pand zou niet passen in het straatbeeld van de Franse hoofdstad. Een deel van het werk, aan de kant van de Rue de Rivoli, moest worden stilgelegd en dit had alles te maken met wat in de volksmond al snel het douchegordijn werd genoemd. Het 'douchegordijn' staat voor een sierlijk golvende, transparante façade die een architectonische aanwinst voor Parijs moet vormen.
Maar het complex heeft zijn faam vooral te danken aan het imposante front aan de Seine bij de Pont Neuf en de zijkant van de rue de la Monnaie. De Rivoli-gevel aan de andere kant van het rechthoekige bouwblok is de minst aanzienlijke van het geheel. Het 'douchegordijn' van het beroemde Japanse architectenbureau Sanaa moest de tweede iconische façade worden. De kwestie paste geheel in de permanente controverse over moderne architectuur in de Franse hoofdstad. Ondanks alle protesten is Parijs toch weer een iconische gevel rijker maar intussen liepen de kosten wel op naar zo’n slordige 750 miljoen euro.

La Samaritaine na de sluiting in 2005

75% Van de historische gevels zijn behouden. 10.729 m² geconserveerd en geheel gerestaureerd, wat alleen al vier jaar in beslag nam. Aan de Seine-zijde opent op de bovenste etages een nieuw super-de-luxe vijf sterren boetiekhotel genaamd ‘Cheval Blanc Samaritaine’ met slechts 72 kamers en suites in een residentiële stijl inclusief het grootste zwembad van Parijs. Het hotel is vernoemd naar het beroemde wijnhuis uit de Saint-Emillion in de Bordeaux: Château Cheval Blanc, dat bekend staat om zijn uitstekende Grand Cru's. Het interieur is van de hand van architect en ontwerper Peter Marino die ook verschillende Louis Vuitton-winkels heeft ontworpen in SoHo, Parijs, New York. Het krijgt de beschikking over een gastronomisch restaurant en een panoramisch dakterras met uitzicht op de Seine en het Ile de la Cité. Overigens is dit het eerste vijf-sterren hotel in Parijs met uitzicht op de Seine. Verder voorziet het plan in 20.000 m² voor luxe winkels, geheel gesitueerd onder de glazen koepel met de prachtige art deco trappen, 15.000 m² voor kantoren en, heel uniek op deze plaats in het 1e arrondissement, 7.000 m² (96 appartementen) bestemd voor sociale woningbouw. Last but not least; er is voorzien in een kinderopvang voor 80 kinderen.

De afgelopen jaren is het gehele pand zorgvuldig gestript. Alle in en op het gebouw aanwezige fresco’s, friezen, ornamenten en geëmailleerde lava panelen, alle metalen structuren waaronder dakkapellen, luifels, kozijnen en deuren zijn uiterst zorgvuldig verwijderd. De verwijdering van alle dakkapellen duurde alleen al meer dan 10 maanden. Na demontage werden alle onderdelen overgebracht naar de ateliers van Socra in Marsac-sur-l'Isle (Dordogne) en Atelier Bouvier in Les Angles (Occitanie – Zuid Frankrijk) voor een grondige restauratie. Beide bedrijven hebben een grote reputatie op het gebied van erfgoedbehoud en worden vrijwel altijd ingeschakeld door de Franse overheid voor het onderhoud en restauratie van historische gebouwen en erfgoed in Frankrijk. Na vijftien jaar afwezigheid denk ik dat dit gebouw wel eens dé publiekstrekker van het decennium gaat worden. Metrostation: Pont Neuf, lijn 7.



De Fondation Pinault opent in juni 2020 zijn deuren
In december 2017 komt Le Figaro met de scoop dat de gemeente Parijs, onder leiding van Anne Hidalgo, de huidige burgemeester van Parijs, 86 miljoen heeft betaald voor de aankoop van een gebouw in het eerste arrondissement, dat bekend staat als de ‘Bourse de Commerce’. Sinds 1975 volledig geclassificeerd en beschermd en in bezit van de Parijse Kamer van Koophandel en Industrie, CCI. Hidalgo wilde zo een van de grootste mecenas en verzamelaar van hedendaagse kunst binnenhalen voor de vestiging van een museum. De Franse zakenman François Pinault had al decennialang het plan opgevat om in Parijs een museum voor hedendaagse kunst op te richten. De Japanse architect Tadao Ando had al een gebouw ontworpen in de vorm van een op het eiland aangemeerde boot bij het Ile Seguin in de Seine ten westen van Parijs. In 2005 echter gooide de puissant rijke Fransman,  eigenaar van de Fondation Pinault, de handdoek in de ring na het eindeloze administratieve uitstelgedrag van de gemeente Parijs en besloot om zijn kunst collectie onder te brengen in een Paleis te Venetië in plaats van op het Île de Seguin in Boulogne-Billancourt. De boodschap was duidelijk.

'La Bourse de Commerce de nieuwe behuizing voor de Fondation Pinault - Artist impression © Tadao Ando - Collection Pinault – Paris 

De Fondation Pinault is een stichting die de uiterst omvangrijke en kwalitatief hoogstaande private kunstverzameling van de Franse zakenman François Pinault (1936) beheert. Pinault mag zich eigenaar noemen van onder meer de FNAC-keten, de modehuizen Gucci, Yves Saint Laurent en Samsonite. Ook bezit hij het veilinghuis Christie's. Pinault is daarbij sinds 1994 ook eigenaar van een premier cru wijn, Château Latour.

Pinault was duidelijk onder de indruk van het aan hem aangeboden gebouw. En, in tegensteling tot anderen (lees Bernard Arnault van de Fondation Louis Vuitton), wilde François Pinault niet profiteren van een belastingpauze om zijn privémuseum te financieren. Een belasting vermindering van 66% die wordt gegarandeerd door de Franse Staat aan mensen die een stichting financieren. De totale verbouwing, geschat op 108 miljoen, komt volledig voor rekening van de zakenman en zijn familie. Hierdoor houdt Pinault zelf de teugels in handen. Zijn bedrijf betaalt de stad 7,5 miljoen euro in de eerste twee jaar, vervolgens 60.000 per jaar gedurende een 48 jaar lange erfpachtovereenkomst. De gehele verbouwing stond onder leiding van de Japanse architect en Pritzker-prijs winnaar, Tadao Ando vergezeld door Pierre-Antoine Gatier specialist in historische monumenten. Net als het Gugenheim te New York wordt dit een circulair museum. Op die manier benadrukt de architect Parijs als het epicentrum van de schone kunsten.  “Zo koppelen we het verleden, heden en toekomst” aldus de architect.

 Artist impression © Tadao Ando - Collection Pinault – Paris 

Een nieuwe betonnen cilinder, 9 meter hoog en met een diameter van 29 meter, wordt geplaatst als een dubbele huid in de oorspronkelijke behuizing. De werken worden verdeeld over 3.000 m² op drie niveaus en zal plaats bieden aan 2500 bezoekers per uur. Een cirkelvormig pad naar buiten en een grote tentoonstellingsruimte in het midden. Hier worden de mooiste stukken tentoongesteld. De cilindrische vorm gaat verder in de kelder waar een auditorium met 300 zitplaatsen zal worden gegraven. Ongeveer 7.700 m2 is toegankelijk voor het publiek, dat op verschillende niveaus kan lopen. Het project omvatte ook de restauratie van de buiten- en binnen gevels, daken, en de koepel waarvan het glas werd vervangen. Op de derde verdieping komen een restaurant en de kantoren van het museum. Het historisch monument is al de thuisbasis van beroemd en artistiek erfgoed, waaronder drie allegorische sculpturen van Aristide Croisy op de voorzijde, evenals fresco's van Georges Clairin en de fraaie mozaïekvloer die volledig in ere is hersteld. De cilindrische vorm gaat verder in de kelder waar een auditorium met 300 zitplaatsen zal worden gegraven

De ingang van het nieuwe museum komt aan de rue de Viarmes. Het nieuwe museum zal onderdak bieden aan de privécollectie met een waarde van 1,25 miljard euro. Er worden steeds twee soorten projecten georganiseerd: Thematische tentoonstellingen rond de werken van de veelzijdige collectie en monografische tentoonstellingen geheel gewijd aan een kunstenaar, eveneens uit de collectie. Metrostation: Les Halles, lijn 4


Victor Hugo


De leider van de romantische beweging, opent zijn huis begin juni 2020

Vorig jaar in april sloot het woonhuis van Victor Hugo  aan de place des Vosges zijn deuren voor het publiek voor een grondige renovatie. De routing door het museum ondergaat een verandering. Bezoekers lopen nu via de gerestaureerde diensttap. De trap die de schrijver altijd zelf ook nam om zijn huis binnen te gaan of te verlaten. Verder krijgt het interieur een grondige opknap beurt. Tevens wordt de groene binnenplaats herontwikkeld in een oase van rust en dé plek voor een gastronomische pauze tussen het levenswerk de Franse schrijver, dichter, essayist en staatsman en een van de belangrijkste en invloedrijkste Franse romantische auteurs van de 19e eeuw.


Een bezoek aan de riolen van Parijs kan weer in juli 2020
Een onopvallende trap op de hoek van de Quai d'Orsay en de pont de L'Alma, in de schaduw van de Eiffeltoren geeft toegang tot deze onderaardse attractie. Een blauw bord met 'Visite les Egouts de Paris' markeert de ingang naar de ingewanden van Parijs. Sinds 1975 kun je in dit  museum, bestaande uit een galerij van 500 meter, allerlei riolen ontdekken die onder de hoofdstad te vinden zijn.  Het museum bevindt zich op een knooppunt van het enorme ondergronds netwerk. De laatste renovatie vond plaats in 1989 en het was hoog tijd om de tentoonstelling weer eigentijds te maken en op peil te brengen. Totale renovatiekosten 2 miljoen euro. De museografie was gericht op de watercyclus en het werk van Eugène Belgrand, de ingenieur die de riolen van Parijs ontwierp onder Napoleon III. Straks maakt de bezoeker kennis met dit omvangrijke netwerk door middel van een multimedia 3D tour en de moderniteit van sanitaire voorzieningen in een grote stad waar de nadruk wordt gelegd op de milieuaanpak en het waterbeheer in het Parijs van de toekomst. Exacte datum is zeer waarschijnlijk 1 juli 2020. Quai d'Orsay tegenover nummer 93. Metrostation: Alma-Marceau, lijn

 Het Palais Galliera, Musée de la Mode de la Ville

Palais Galliera met Gabrielle Chanel, zomer 2020
De hertog van Galliera was een partner bij de firma Thome & Cie, werkzaam in stedelijke planning, en bezat een groot perceel in een van de mooiste wijken van Parijs. Na zijn dood in 1876, werd zijn vrouw, Marie Brignole-Sale de Ferrari, de Duchesse de Galliera, erfgenaam van zijn immense fortuin. De hertogin besloot dat ze de grond wilde gebruiken om een museum te bouwen, op haar kosten, als onderkomen voor haar kunstcollectie. De bouw van het Palais Galliera begon in 1879, volgens een weelderige ontwerp van architect Leon Ginain, die ook de bouw ervan heeft begeleid. In 1884 gaf de puissant rijke hertogin nog eens 1,5 miljoen frank aan de stad Parijs om de werken te voltooien. Na haar dood in 1888 schonk ze het onroerend goed aan de Franse staat, maar door een fout van de notaris in de akte van overdracht, kwam dit Italiaanse paleisje in het bezit van de Stad Parijs.

Sinds 1977 is in het Palais Galliera het Musée de la Mode de la Ville de Paris gevestigd. Een paleisje met een elegante zuilengalerij, grote hoge zalen met plafonds versierd met fresco's. De mozaïekvloeren en koepels zijn het werk van Giandomenico Facchina (1826-1904). In 1916 werd een fontein aan de voorkant van het museum gesitueerd in een weelderige tuin. Het museum diende ook als decor in de film The Devil Wears Prada.  Na een renovatie van vier jaar opende het Parijse modemuseum Palais Galliera op 28 september 2013 voor het eerst weer haar deuren om in 2018 weer te sluiten voor opnieuw een renovatie. Nieuwe tentoonstellingsruimtes zijn gecreëerd in de kelders van het paleis waardoor het oppervlakte verdubbelt. Deze nieuwe ruimtes dragen de naam van Gabrielle Chanel, aan wie het museum zijn eerste tentoonstelling opdraagt na de heropening. Er is nu voldoende ruimte om tijdelijke tentoonstellingen aan te bieden en permanente collecties te presenteren, waaronder 200.000 stukken uit de 18e eeuw tot heden. Het paleis wordt daarom het eerste modemuseum in Frankrijk dat zijn permanente collecties kan exposeren. Verder komt er een boetiek, een boekhandel en een theesalon. Avenue Pierre-1er-de-Serbie nummer 10. Metrostation: Alma-Marceau en Iéna, lijn 9. 


De binnenplaats van het Hôtel de la Marine - Artist Impression © L’agence Moatti-Rivière

L’Hôtel de la Marine na 250 jaar open voor het publiek
Het Hôtel de la Marine wordt binnenkort geopend voor het grote publiek. vanaf juli 2020 kun je dit  Parijse erfgoedpareltje zelf ontdekken. Eindelijk krijgt de place de la Concorde zijn vroegere pracht weer terug. Na de heropening van het Hôtel de Crillon in 2017, is het tijd om vanaf juli 2020 het spiegelbeeld toe te voegen als startpunt van jouw Parijse wandeling. Voor het eerst sinds 250 jaar krijg je als particulier toegang tot dit Parijse erfgoed, na twee jaar van grondige renovatie. Het hart van het project is de centrale binnenplaats vrij toegankelijk vanuit de place de la Concorde of de rue Royale. 


Artist Impression © L’agence Moatti-Rivière

Vanuit de binnenplaats krijg je toegang tot de 18e eeuwse appartementen van de admiraal en van Madame Thierry de Ville d’Avray echtgenote van Marc-Antoine Thierry, baron de Ville-d'Avray die verantwoordelijk was voor de opslag en beheer van de koninklijke meubelen. Verder de voormalige tapijtkamer van de meubelopslag, het operationele commandocentrum van de marine waar de collectie te zien zal zijn van de Qatarese Prins Al Thani. Ruim 6000 kunstwerken, voornamelijk sierraden, uit de oudheid tot heden. Als bonus een terras met een uniek uitzicht over de Tuilleries en de place de la Concorde. Ook wordt er gedacht aan de inwendige mens; een sterrenrestaurant o.l.v. chef Jean-François Piège**, een traditioneel café en een theesalon van top-kok Alain Ducasse***. Het Centre des Monuments Nationaux, verantwoordelijk voor de renovatie, vestigt hier nog een boekenwinkel. Kortom Parijs is in juli weer een pareltje rijker. Place de la Concorde 2. Metrostation: Concorde, lijnen 1, 8, 12.


Christo keert terug naar Parijs vanaf september 2020
Na de Pont Neuf in 1985 keert de Bulgaars-Amerikaans architect, beeldhouwer, installatiekunstenaar, schilder en tekenaar Christo (Christo Vladimirov Javacheff) weer terug naar de Franse hoofdstad. Dit keer is de Arc de Triomphe aan de beurt om vakkundig te worden ingepakt met 25.000 m² recyclebare polypropyleen in de kleuren blauw, zilver en 7000 meter rood touw. Christo zal het geheel zelf financieren zonder enige publieke of private financiering, door de verkoop van zijn voorbereidende studies, werktekeningen, collages en modellen van het omvangrijke project.