Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

zondag 24 mei 2020

MAISON DRUCKER - LA CHAISE PARISIENNE


Mijn echtgenote noemt het een tic; het steeds omdraaien van een van de terrasstoeltjes op het zoveelste terras in Parijs. Ik krijg dan steeds een wat verbaasde blik. Tevreden knikkend draai ik dan de stoel weer 180 graden mompelend; 'Maison Drucker'. "Maison wie?". "La Chaise Parisienne".

Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van 'Maison Drucker' te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants

De Franse terrasstoel in Parijs is een onmiskenbaar symbool van deze stad. Het caféterras, zo'n plek waar het echte traditionele Parijs leeft en een prima observatiepunt is voor wie de vaste gebruiken van de Parijzenaar en de Parijse ober wil bestuderen. Maar wat u waarschijnlijk niet weet is dat u plaatsneemt op meer dan 135 jaar historie. Dat de stoel waar op u zit en waar u zo heerlijk aan het genieten bent van het Parijse straatleven een in Parijs geboren voorwerp is. De eerste terrasstoel werd in 1885 met de hand gemaakt in een kleine werkplaats in het 20e arrondissement door een Pools Joodse immigrant Louis Drucker. In de 18e eeuw was Parijs op het gebied van cultuur, smaak en interieurinrichting al dè hoofdstad van Europa. Het was ook de eeuw van de koloniale expansie van Frankrijk wat weer zorgde voor een levendige handel in onbekende exotische producten waaronder rotan en bamboe. In heel Frankrijk waren goede en bedreven timmerlieden en houtbewerkers te vinden, maar het echte ware schrijnwerkersambacht werd eigenlijk alleen in Parijs beoefend.

Met dit label maakt de stoel deel uit van 135 jaar Franse historie

Hoewel de naam Louis Drucker alleen bekend is in kleine kring van ingewijden is zijn naam voor altijd verbonden in de wereld van de hand gevlochten stoel. Iedereen kent de bekende stoelen van Lloyd Loom, maar de Amerikaan Marshall Burns Lloyd ontwikkelde zijn productiemethode van ijzerdaad omwikkeld met papier pas in 1917, 32 jaar later dus. Louis Drucker opende op 20 jarige leeftijd zijn werkplaats in 1885 aan de rue des Pyrénées 180 in het 20e arrondissement, waar hij handgevlochten meubels fabriceerde van bamboe en rotan. Samen met zijn compagnon M. Leredde leerde hij het ambacht in Lyon. Rotan is een materiaal dat wordt geleverd door de rotanpalm (Calamus rotang). Het komt voor in de subtropen als een erg lange slingerplant. Drucker's rotanmeubelen paste in de opkomst van de Belle Époque van wintertuinen, overdekte passages en caféterrassen.  Door het gebruik van uitsluitend natuurlijke materialen uit de subtropen en zijn manier van bewerken, waren zijn decoratieve meubels bij uitstek geschikt voor het soms gure Europese weer of voor de dekken van grote cruiseschepen. 

Net als in 1885 wordt 'La Chaise Parisienne' nog steeds met de hand gemaakt

In 1919 lanceert Louis Drucker zijn eerste catalogus met als gevolg dat orders bleven binnenstromen. Drucker ontvangt orders van prestigieuze hotels waaronder Hôtel Royal in Évian, Hôtel Continental in Parijs maar ook worden zijn meubels verkocht in het warenhuis Samaritaine en BHV; le Bazar de l'Hôtel de Ville.  Het grote succes dwingt Drucker in 1925 te verhuizen buiten Parijs, naar Béthisy-Saint Martin in Oise, een Frans departement, gelegen in de regio Nord-Pas-de-Calais-Picardie. Het ontleent zijn naam aan de rivier de Oise.
Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van Maison Drucker te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants waaronder die van Café de la Paix, Le Royal Monceau, Le Mini-Palais, Le Café de l’Alma, La Fontaine de Mars, Le Voltaire en de drie cafe's die het episch centrum vormen van het leven in Saint-Germain-des-Prés; Brasserie Lipp, Les Deux Magots en Le Café de Flore.

Stap 2 van het productieproces; verwarmen en buigen

Café de Flore en Les Deux Magots waren ooit concurrenten van elkaar. Beide hebben van meet af aan een eigen, vaste klantenkring gehad, die zich vormde volgens criteria waarvan geen enkele etnoloog een bevredigende, sluitende analyse zou kunnen geven. Zoiets gaat vanzelf. Het ene café is kosmopolieter dan het andere, dat weer zonniger is, of minder intellectueel. Café de Flore blijft onlosmakelijk verbonden met de geest van Sartre en De Beauvoir.

Stap 3 van het productieproces; het vormen door middel van houten mallen

In 1946 neemt de zoon van Louis, Maurice, de leiding over van het bedrijf. Hij introduceert in 1960 ook de toepassing van plastic gemixt met natuurlijke materialen uit Manilla en Malacca. De bistrostoel krijgt zowat kleur. Elk nieuw model krijgt ook de naam van de plaats van bestemming: Coupole, Drouant, Pré Catelan, Fouquet's. In 1972 komt het bedrijf in handen van de derde generatie. De zoon Maurice  neemt de leiding. De gebeurtenissen volgen zich snel op. in 1979 komt het bedrijf in handen van René-Michel Manseville en hij introduceert de huidige naam 'Maison Drucker'. Ondanks dat het Maison Drucker internationaal zowat elk terras voorziet van de befaamde bistrostoel raakt het bedrijf aan het einde van de twintigste eeuw in financiële problemen en vraagt in 2005 het faillissement aan. In 2006 komt het bedrijf in handen van de in Normandië geboren Bruno Dubois. Hij laat nieuwe collecties ontwerpen door beroemde interieurdesigners, waaronder Andrée en Olivia Putman, Jaques Grange, India Mahdavi, François Champsaur en Philippe Starck. Philippe Starck ontwerpt de stoel voor het beroemde hotel Royal Monceau in Parijs.

Stap 7 van het productieproces; het uiterst gecompliceerde vlechtwerk

De op maat gemaakte stoelen van Maison Drucker worden tot op de dag van vandaag nog steeds met de hand gemaakt in Gilocourt in het Franse departement Oise. In 36 uur (exclusief het droogproces) en in 9 stappen. De gebruikte natuurlijke materialen komen voor het overgrote deel uit Indonesië.

Stap 1: De rotan stokken worden op maat gesneden voor het specifieke model
Stap 2: Vervolgens gebogen in een stoombad van 100 graden
Stap 3: Daarna aangebracht in voorgevormde houten mallen
Stap 4: Het droogproces van drie dagen kan beginnen
Stap 5: Keuze van patroon, motief en kleuren van de vezels. Elk exclusief motief vraagt weer een andere zeer gespecialiseerde weeftechniek
Stap 6: Montage van de verschillende onderdelen; poten, zitting, armleuningen en rugleuning
Stap 7: Vervolgens het uiterst gecompliceerde vlechtwerk* per onderdeel.


Bij Maison Drucker knoopt de vlechter van oudsher de vijf millimeter brede en twee millimeter dikke vezels direct met het frame van gebogen rotan. Frame en bekleding vormen bij die techniek een geheel.

*Maison Drucker gebruikt vandaag de dag voor het vlechtwerk gekleurde polyamide vezels - Rilsan of Raucord - vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, in kleuren die exclusief ontworpen zijn door de huistyliste Amandine Gallienne en vervaardigd door de Franse société Arkema.

Stap 8: De afwerking van de randen met rondingen van rotan.
Stap 9: Het resistent maken van de stoelen voor ultraviolet licht door het aanbrengen van een vernislaag.

Cover van het 192 pagina's tellende (foto)boek


Als laatste de 'finishing touch' het aanbrengen van het koperen plaatje met de tekst Maison Drucker. Klaar voor weer eens 130 jaar. Maison Drucker restaureert met liefde nog steeds modellen die ooit uit de handen zijn gekomen van de initiator van dit prachtige Franse product: 'La Chaise Parisienne'

Nog meer te weten komen over dit stukje Franse historie dan adviseer ik u het boeiende 192 pagina's tellende (foto)boek van Éditions de La Martinère; La Chaise Parisienne - Maison Drucker. Te bestellen bij Amazon Fr. voor de prijs van € 25 - ISBN 978-2-7324-6947-8

'Un Grand Merci' aan Diego Dubois van Maison Drucker, Gilocourt Frankrijk 

Graag breng ik nog even de website van Maison Drucker onder de aandacht.


zaterdag 16 mei 2020

HÔTEL NOIR


De Duitse top fotograaf J. Konrad Schmidt heb ik voor het eerst ontmoet op de Photokina 2012, waar hij exposeerde voor en bij Leica. Mede dankzij mijn goede fotovriend, collodionfotograaf Alex Timmermans, heb ik daarna nog regelmatig contact kunnen houden met deze Duitse topfotograaf. Het idee voor onderstaande blog ontstond tijdens onze ontmoeting op de Photokina en leidde tot een spectaculaire fotosessie, maar daarover straks meer. Het interview volgde tijdens de afgelopen Paris Photo, het grootste foto-event van de wereld in Parijs.

Hôtel Noir, "an exclusive collection of your darkest fantasies"

Konrad Schmidt woont en werkt in Hamburg. Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen".  Zijn modellen zijn min of meer gekleed of naakt, prachtig gefotografeerd in kleur maar steeds vaker in zwart-wit. Serieus, ingetogen, in zichzelf gekeerd, sensueel, uitdagend, maar altijd met een groot gevoel voor stijl" aldus het BFF. Geen wonder dat hij geselecteerd werd als volwaardig maar ook jongste lid van het gerenommeerde Duitse BFF: 'Der Berufsverband Freie Fotografen und Filmgestalter', gevestigd in Stuttgart. Konrad is met name gespecialiseerd in mode-, reclame- en lingeriefotografie en won vele prestigieuze prijzen, waaronder AOP Photography Award · Best Fashion · 2015, Best Ad Photographer Worldwide · 2015, Adobe® Influence Partner · 2014, BFF Jahrbuch Award Silber · 2011, Lazi Academy Award · 2009,  Hasselblad Masters · Semi-Finalist · 2008
Rodenstock Photoaward · 2008, Lazi Academy Award · 2008 en de PCP Award · 2008.
Onder zijn clientèle bekende namen als Adobe Systems, Bacardi, Cosmopolitan, ELLE, Fujifilm, Leica, Mercedes, Philips, Samsung en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan.

Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen"

Een dag die ik niet snel ga vergeten is die in januari 2017, toen Konrad mij uitnodigde om bij een van zijn foto shoots aanwezig te zijn. Het hotel zelf valt onder de noemer 'vergane chique'. Het klassieke is hier gecombineerd met een smaakvolle mengeling van de meest uiteenlopende stijlen. Bij binnenkomst een balie met een niet al te vriendelijke portier. De koperen lamp met daarin een groene plaat met de tekst 'reception', schept duidelijkheid. Achter hem een houten bord, bedekt met groen vilt, waar de koperen sleutelhangers duidelijk aantonen hoeveel kamers er zijn verhuurd. Het model komt later want het staat zo raar als drie personen vragen om één kamersleutel. "Soixante-sept, s'il vous plait". Een hotel in het eerste arrondissement, met zo'n prachtige smeedijzeren lift, knap gemoduleerd in het trapgat van meer dan zes etages. Twee geel koperen hekken die je moet openschuiven om de mahoniehouten cabine, met aan weerszijden verweerde spiegels, te betreden. Op de glimmend koperen plaat lichten 9 knoppen op, kelder, begane grond en etage 1 t/ m 7. Boven lange gangen met prachtige dubbele deuren, met links en rechts groene smeedijzeren radiatoren. Op enkele kamers wordt schijnbaar druk gewerkt door de kamermeisjes. Zo te zien heeft elke kamer zijn eigen thema en onthult de opbrengst van een naarstige jacht bij antiekzaakjes en rommelmarkten. Zesde etage, kamer 7, aan de voorzijde met een prachtig uitzicht op de zinken daken van Parijs.

"Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah"; Konrad Schmidt

Het bijwonen van deze prachtige zwart-wit fotosessie voor zijn nieuwe boek Hôtel Noir gaf mij genoeg aanleiding om u nader kennis te laten maken met deze briljante fotograaf. Om met de woorden van Konrad zelf te spreken over deze serie: "Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah" - zoals altijd zwart/wit, zoals altijd analoog, zoals altijd 'op de huid'.

Wie is J. Konrad Schmidt?
"Konrad kijkt met een humanistisch oog en fotografeert die dingen die hij nooit zelf heeft gehad". (Tenminste dat heeft men mij verteld, voegt hij er zelf aan toe)

Waarom Parijs?
"Parijs doet iets met mensen..... Het is een stad die je vult met dankbaarheid om er te mogen zijn. Dè definitie van een droom en Parijs is het decor. Een verhaal waar iedereen op zoek naar is. Het geeft mij steeds een bijzonder gevoel als ik hier ben. Zelf ben ik vaker in Parijs geweest maar voor ons model is het de eerste keer. Ik denk dat voor iedereen de eerste nacht in Parijs iets is wat je altijd bij blijft en nooit meer vergeet".

Waarom lingerie- en naaktfotografie?
"Lingerie heeft iets mystieks, iets sensueels, een geheim verborgen achter zwarte zijde. Elke advertentie speelt met die gedachte. Ik hou er van om te verleiden met mijn foto's, om juist niet alles te laten zien wat het menselijk brein zelf kan invullen".

"Sometimes a hotel room can be more inspiring than a whole city" - Merlin Bronques

Hoe kom je aan je modellen?
"Observeren...... Ik zie zoveel mensen gedurende de dag. Als het gezicht iets met mij doet, het raakt me, dan groeit mijn interesse om een foto te maken. Maar het is niet alleen het gezicht, ik moet ook een idee hebben voor elke 'shoot'. Ik neem nooit foto's alleen om het fotograferen. Er is meer, uiteindelijk moet het een verhaal vertellen".

Wat is je favoriete Parijs foto?
"Een foto ooit genomen door de Duitse fotograaf Peter Lindbergh in 1989: De foto van zijn model, gefotografeerd vrijstaand op een van de stalen balken van de Eiffeltoren. Dit is nou precies wat ik voel bij Parijs; vrij, elegant maar tegelijkertijd verstild en mysterieus".

Parijs doet iets met mensen..... Het is een stad die je vult met dankbaarheid om er te mogen zijn. Dè definitie van een droom en Parijs is het decor  

Wat is jouw favoriete plek in Parijs en waarom?
"Mijn favoriete plekken in Parijs zijn die plaatsen waar je nooit weet in welke eeuw je bent. Als je alle auto's, motorfietsen en verkeersborden zou weghalen ben je ineens terug in de tijd. Parijs is tijdloos en daarom hou ik zo  van die stad".

Ga je nog wel eens shoppen in Parijs, en waar dan?
"Nooit! Er zijn belangrijkere dingen te doen in Parijs"!

Hôtel Noir, een fotoboek over 'stunning sexy women',  gefotografeerd in Parijse hotelkamers

Hotêl Noir?
"Een plan waar ik al sinds 2010 mee rondloop. Een fotoboek over 'stunning sexy women',  gefotografeerd door mij in Parijse hotelkamers. De titel van het boek; 'Hôtel Noir'. Het is onlangs, november 2019 uitgekomen en is niet zomaar een fotoboek!
De cover is van zwart fluweel, 80 pagina's dik, in een bijzonder formaat; 25 cm x 17 cm. Er was ook een 'limited edition' van 69 stuks, maar deze was in enkele dagen totaal uitverkocht en jij hebt daarvan de nummer 1 te pakken. Een echt 'collectors item'. De prijs van het boek wordt € 69, oplage 1000 stuks en is uitsluitend verkrijgbaar via mijn website. Ik kan je vertellen dit boek is HOT"!!
Met speciale dank aan J. Konrad Schmidt, Rubia, het Parijse model en het mooie hotel waarvan we de naam geheim houden. Alle zwart-wit foto's zijn, analoog geschoten op 6 x 7cm. film.

Zo trots om het allereerste exemplaar uit de limited edition te mogen ontvangen op 8 november 2019

En dit als laatste aanvulling van de schrijver zelf:
We zijn allemaal begonnen in de een of twee sterren hotels. Je bent jong en slapen doe je toch nauwelijks. Die hotels met de humeurige en slechte receptionisten, de te kleine ontbijtzalen met als ontbijt de croissant, mini kuipje boter en jam, de straffe koffie of de lauwe thee. Slaapkamers in schoenendoosformaat met de versleten theedoeken als handdoek. Altijd uitkijkend op een cour of op de zinken daken van Parijs. Ze zijn er nog en hebben nog steeds hun charme met houten trappen en een te kleine smeedijzeren lift. De binnenplaats, waar je langs de 'Gardien' moet sluipen, met de lichtknoppen die je hooguit een minuut van licht voorzien. Tja, en als je ouder wordt ben je op zoek naar wat meer comfort, de luxe van wat extra sterren, maar toch ben ik nog steeds op zoek naar dat ene charme hotel. Want je krijgt nooit de kamer die afgebeeld staat op de foto.

Alina

All Photo's courtesy of J. Konrad Schmidt ©.
Since 2016, J. Konrad Schmidt is a full member of AOP - Association of Photographers and a professional member and member of the board, of the honorable BFF - Berufsverband Freie Fotografen und Filmgestalter

The Hôtel Noir series is an ongoing project by J. Konrad Schmidt. All photographs are taken on analog Kodak Fiim Material.

donderdag 30 april 2020

AU PIED DE COCHON PARIS, UN VÉRITABLE INSTITUTION


“Zoals alle jongens van mijn slag, dat wil zeggen: die nooit een vak hebben geleerd maar overal goed voor zijn en overal toe bereid, heb ik in de hallen gewerkt […].
Ik ging mijn zoveelste borrel drinken aan de bar van Au Pied de Cochon en bekeek de welgestelden die, hun auto voor de deur geparkeerd, meisjes meenamen naar de eerste verdieping voor een kop hete en dure uiensoep, daar boven drie keer zo duur als hier aan de straat, waar ik stond […]”.
Jean-Paul Clébert, Paris Insolite (1954)

'Ouvert jour et nuit', hoe anders is dit in corona tijd

In de jaren ’40 van de vorige eeuw net voor de Tweede Wereldoorlog, opende Clément Blanc, een slager uit de Lorraine, een restaurant in het hart van de Franse hoofdstad in de wijk Les Halles. Beroemd om zijn voedselmarkt ook wel de ‘buik van Parijs’ genoemd. Au Pied de Cochon werd erkend door een zeer gevarieerde klantenkring. Maar tijdens de bezetting kwam de klad in het restaurantbezoek en veranderde het restaurant tot drie keer toe van eigenaar. Na de bevrijding van Parijs nam de oorspronkelijke eigenaar, Clément Blanc Au Pied de Cochon opnieuw over en kwam op 6 december 1946 op het lumineuze idee om zijn restaurant 365 dagen lang, 24 uur per dag te openen. Daarmee was hij het eerste restaurant dat rondom de klok geopend was. De formule bleek zo aan te slaan dat het restaurant, zelfs toen de Hallen in 1969 naar Rungis verhuisden, deze altijd trouw is gebleven.

In de jaren ’40 van de vorige eeuw net voor de Tweede Wereldoorlog, opende Clément Blanc, een slager uit de Lorraine, een restaurant in het hart van de Franse hoofdstad

Parijsgidsjes willen je doen geloven dat de fornuizen sinds die tijd nog nooit zijn uitgezet. Het restaurant niet eens een sleutel heeft en ook geen lichtknopjes, want het licht dooft er nooit. De strenge corona maatregelen in Frankrijk zijn er echter de oorzaak van dat het restaurant met deze lange traditie heeft moeten breken. Eerder gebeurde dit na de aanslagen van 13 november 2015. Au Pied de Cochon sloot toen een paar maanden gedurende de nacht en was alleen open van maandag tot en met donderdag, mede vanwege veiligheidsmaatregelen en de angst die de Parijzenaars en toeristen in de ban hield. De omzet daalde toen met 80%. Twee keer sloot het zijn deuren voor een korte verbouwing in 1999 en in 1984. Maar de neonlichten zijn sinds 1946 nooit meer gedoofd.

Dat de slagers uit de Hallen die met hun bebloede voorschoten nog even een glaasje wijn aan de toog kwamen halen is nog steeds onveranderd sinds die tijd alleen nu speelt zich dit af in Rungis. Foto: Photofrings - Henk Frings

‘Une véritable institution’, een waar instituut, een van de weinige overblijfselen in deze wijk uit de tijd van de oude hallen. Sinds de opening praktisch onveranderd behalve dan de clientèle. Vroeger kruisten de vroege vogels, de werklui van de Hallen, hier het pad van de nachtvlinders, kunstenaars en artiesten die zich graag rond de Hallen ophielden. Dan had je afgezien van de aangeschoten zwervers, van wie sommigen door het restaurant werden onderhouden omdat ze er zo’n leuk pittoresk accent aan gaven, ook nog eens de slagers uit de Hallen die met hun bebloede voorschoten nog even een glaasje wijn aan de toog kwamen halen. Dit tot grote schrik van al die keurige mensen in hun chique avondkledij die alleen maar wat kwamen nuttigen.

Het vrolijke varken staat sinds 1946 al symbool voor dit restaurant

Per dag wordt er in de eetzalen op de diverse verdiepingen een ton aan schaal- en schelpdieren verorberd en per jaar serveert Au Pied de Cochon zo’n 35.000 varkenspoten, een van dè specialiteiten van het huis, en ze zijn groot omdat het achterpoten zijn. Je vindt de voorpoten alleen bij de slager. Ik zeg bewust een van, want een andere specialiteit is de ‘Tentation Saint-Antoine’ – Patron des Charcutiers. Deze maaltijd bestaat uit gegrilde varkensoren, -snuit en -staart plus een gepaneerde varkenspoot tezamen met een heerlijke béarnaisesaus - € 26,50.  Varkenshoofd, ‘Tête de Monsieur Cochon - € 27,00  of varkensbuik ‘Travers de Porc XXL - € 28,00 is een andere specialiteit. Maar natuurlijk moet je hier ook zijn voor de ‘Soupe à l’oignon’ de enige echte Franse uiensoep - € 9,50. Dit is ook de soep die dagelijks werd uitgedeeld aan de dakloze gemeenschap die de Hallen tot leven bracht. De soep is een aanval van kaas in je mond, geen haute cuisine, maar wat is die lekker.

De neonlichten zijn sinds 1946 nooit meer gedoofd

Door de jaren heen hebben een overvloed aan bekende namen de rode stoelen verwarmd. Namen die je ongetwijfeld zal herkennen: Maria Callas, Serge Gainsbourg, Robert Doisneau, Joséphine Baker, Ursula Andress, Grace Kelly, Salvador Dali, Alfred Hitchcock, Brigitte Bardot, Jean-Paul Gaultier, Paul Bocuse, Francoise Sagan, maar ook generaal Charles de Gaulle. Jacques Chirac behoorde tot de vaste clientèle toen hij nog burgemeester was van Parijs. Gérard Depardieu kwam hier vaak toen hij nog in Parijs woonde. Hij bestelde altijd twee varkenspoten, die hij vooraf ging selecteren in de keuken, en een biertje. Hij was er zelfs op de avond dat zijn zoon Guillaume stierf. Hij overleed op 13 oktober 2008, op 37-jarige leeftijd in het Raymond-Poincaré ziekenhuis van Garches aan een hardnekkige long-ontsteking die hij had opgelopen tijdens film-opnamen in Roemenië. François Mitterand kwam er om zijn buitenechtelijke dochter te ontmoeten; Mazarine Pingeot. In 1994 onthult het weekblad Paris Match haar bestaan aan het grote publiek. Sinds 2005 laat Mazarine zich Pingeot-Mitterrand noemen. Maar wat Au Pied de Cochon echt permanent op de kaart zette was toen François Mitterand op 10 mei 1981 tot president werd gekozen en besloot zijn overwinning in dit restaurant te vieren. Hun namen en foto’s vind je allemaal in het gastenboek.

Over het interieur kun je van mening verschillen. De vroegere eigenaars, de gebroeders Blanc, hebben het interieur in 1984 onder handen genomen en er een wat kitscherige nabootsing van ‘Le Grand Vefour’ van gemaakt. Verder zijn alle klassieke elementen aanwezig van een Franse brasserie, zoals spiegels aan de wand, houten accenten, geëtste ramen, schilderingen op het plafond, bankjes van imitatieleer, belle epoque-lampen  en een authentieke vloer. Het personeel in zwart met witte schorten. Geestig zijn de vergulde varkenspootjes als klinken op de glazen toegangsdeuren en die van de toiletten.

Over het interieur kun je van mening verschillen - Foto Au Pied de Cochon

Tijdens de lunch zit het restaurant vrijwel altijd vol met vaste gasten, vaak zakenlui werkend in het quartier en toeristen. Tijdens het diner zijn het vaak theaterbezoekers die voor of na de voorstelling nog even uitgebreid willen eten. Maar wie komen er dan midden in de nacht? Vaak zijn dat de mensen die verzot zijn op oesters. Dat is typisch een gerecht dat mensen midden in de nacht willen eten. Veel mensen worden 's nachts wakker met de onbedwingbare drang iets te eten. De Nederlandse journaliste en schrijfster Anne Scheepmaker raakte gefascineerd door dit fenomeen, ‘nachthonger’, en schreef erover in NRC Handelsblad en Humo. Nachthonger kan uitmonden in obsessieve schranspartijen, leerde Scheepmaker tijdens de research voor haar boek. De Amerikaanse psychiater Albert J. Stunkard lanceerde in 1955 de term ‘Night Eating Syndrome’. NES-lijders hebben meerdere eetaanvallen per nacht en proppen in 3,5 minuut gemiddeld 1200 calorieën naar binnen. Naar gastronomie streven nachthongerigen ook niet, schrijft Scheepmaker in haar boekje. Het gaat hen niet om verfijning, maar om het bevredigen van een behoefte. Dat kent zijn eigen genotsmomenten. ‘Slurpen, slobberen, morsen, het geeft allemaal niet. Doen wat eigenlijk niet mag, niet netjes is, verhoogt het genot. Bij het stillen van nachthonger is sprake van een weldadige piekervaring.’ Nou en waar kan dit dan niet beter als in dit Parijse instituut. (Bron boek ‘Nachthonger’ – Anne Scheepmaker)

Vorige week trakteerde ik jullie op een blog over de Saint-Eustache. Laat dit restaurant nu net naast de kerk liggen. Reden voor mij om juist daar te gaan genieten van een uitgebreide lunch.
De ‘Tentation Saint-Antoine’ heb ik gelaten voor wat het is. Lafaard hoor ik je zeggen. Nee ik heb genoten van de escargots, een overheerlijke tournedos au poivre en een espresso na met als beloning een meringue biggetje om te dompelen in de koffie. Tijdens mijn lunch bestelde ik een glas beaujolais. Bij de bestelling van een tweede glas zei de man naast mij tegen de ober. “Geef mijnheer het restant van mijn fles, die komt vandaag niet op” Een halve fles beaujolais werd vervolgens op mijn tafel gezet. Het bleek een van de stamgasten te zijn die al meer dan 20 jaar bij Au Pied de Cochon komt. “Santé monsieur et un grand merci”. Het is inmiddels al weer half twee, tijd om af te rekenen en de to-do lijst van de dag verder af te werken. 

Op de factuur dit vrolijke lied:

Au Pied de Cochon
On est jamais morose,
Aux bras de Ninon
C’est tout Paris qui ose…
Champagne et grand frisson,
Chefs d’œuvres d’artistes,
Amour et délices
Du Pied de Cochon…



Au Pied de Cochon
Le jour et la nuit
Nous nous retrouvons…
Au Pied de Cochon
Avec tes Amis,
Quelle vie d’patachon…
On voit tous les soirs,
Autour du comptoir,
Paraître les stars,
On fait de bons gueuletons,
On aime les flons, flons,
Et la vie de patachon.
Au Pied de Cochon…
Au Pied de Cochon…

Vrij vertaald :

Bij ‘Au Pied de Cochon’
zijn we nooit triest,
in de armen van Ninon
Heel Parijs durft het aan ...
Champagne en sensatie
Meesterwerken van kunstenaars
Liefde en genot
bij ‘Au Pieds de Cochon’

´Au Pieds de Cochon’
Dag en nacht
ontmoeten we  elkaar...
Bij ´Au Pieds de Cochon’
Samen met vrienden,
Wat een leven als levensgenieter...
We zien elke nacht
Rondom de bar
De sterren verschijnen,
We hebben smulpartijen,
We houden van het geschal,
 En het bestaan als levensgenieter.
 Au Pied de Cochon…
 Au Pied de Cochon…

'Soupe à l’oignon façon des halles' een van de specialiteiten van Au Pied de Cochon
Foto Au Pied de Cochon

Graag deel ik dit recept nog met jullie: Soupe à l’oignon façon des halles
Wat je nodig hebt is 80 gr. boter, 6 grote uien in dunne ringen, 1 el tijm, 2 laurierblaadjes, 1 el bloem, 200 ml. droge witte wijn, 1,5 liter runderbouillon, 12 sneden oud stokbrood, 150 gr. geraspte kaas. Ik zweer zelf bij gruyère maar je kunt ook een andere harde kaas gebruiken. Verder nog wat zout en 4 hittebestendige soepkommen.

Smelt de boter in een grote pan. Doe de uienringen, tijm, laurierblaadjes en wat zout erbij. Laat minimaal 25 tot 40 minuten op laag vuur bakken tot de uien glazig zijn en heel zacht, maar nog net niet verkleuren. roer de bloem erdoor. Voeg langzaam wijn en vervolgens de bouillon toe. Breng de soep aan de kook en laat 20 minuten zachtjes pruttelen. Verwijder de laurierblaadjes. Proef de soep en indien nodig voeg nog wat zout toe.
Zet de ovengrill aan. Leg de sneden stokbrood op een bakplaat, bestrooi ze met twee derde van de gruyère en laat de kaas 2 tot 3 minuten smelten onder de hete grill van de oven. Schep de soep in de voorverwarmde kommen en leg in elke kom een aantal sneeën brood. Bestrooi met de rest van de gruyère en zet de kommen op de bakplaat, 2 minuten onder de hete grill tot de kaas bubbelt en goudgeel is. Serveer de soep zodra hij uit de oven komt.

Voor straks: Au Pied de Cochon, 6 Rue Coquillière, 1e arrondissement. Metrostation Les Halles



donderdag 23 april 2020

SAINT EUSTACHE DE PARIS


Ik was in Parijs net voor de dag dat de stad compleet op slot ging vanwege het Coronavirus. Ik ben op weg om mijn to-do-list van die dag verder af te werken. De zon schijnt volop als ik het metrostation Les Halles uitkom aan de rue Rambuteau. De bloesembomen in de Jardin Nelson Mandela staan vol in bloei en steken fel af tegen de stralend blauwe lucht. Het quartier Les Halles heeft zijn grandeur eindelijk herwonnen. Al eeuwen wordt er gebouwd in het gebied van het traditionele marktcentrum van Parijs, het gebied omsloten door de rue du Louvre, rue Étienne Marcel, boulevard de Sébastopol en de rue de Rivoli en is al meer dan 800 jaar oud. Rijk aan geschiedenis maar ook rijk aan contrasten. De wijk waar arm en rijk naast elkaar woonden, waar handel werd gedreven en ambachten werden bedreven. Met in het kielzog nog een bonte stoet van hoeren, koppelaarsters, clochards, dieven, vervalsers en andere vagebonden, onlosmakelijk verbonden met de folklore van deze wijk. Al rond 1135 hielden koop- en ambachtslieden tweemaal per week markt in de straten van Les Halles, waar iedere straat zijn eigen specialiteit had. De eerste markthallen van Parijs werden in 1183 onder het bewind van Filips II gebouwd precies aan de rand van het Cimetière des Innocents.

Lente in Parijs, de zon schijnt volop als ik het metrostation Les Halles uitkom aan de rue Rambuteau

Tweeëntwintig parochies borgen hier hun doden. Het had de bijnaam van 'mange-chair', vleeseter, omdat de lichamen, zo ging het verhaal, er in een mum van tijd tot ontbinding overgingen. In een gat van tientallen meters diep, ingesloten tussen hoge muren, werden de lijken op elkaar gestapeld met een dun laagje zand erover, gewoon in de open lucht. Vijf eeuwen lang hing hier een lijkenlucht afgewisseld met de geuren van kruiden en verse groenten. Rond 1780, toen de lijken twee meter boven straatniveau lagen opgestapeld, werd besloten om de beenderen en overblijfselen te vervoeren naar de catacomben van Denfert-Rochereau. Als eerste werd de begraafplaats Saint Eustache opgeruimd en in de loop van tijd volgden er meer. Voor het 'vervoer' van de bijna twintigduizend karretjes gevuld met beenderen had men drie jaar nodig. Dag en nacht trok een bonte stoet door de straten van Parijs over de Seine naar de steengroeven van Tombe Issoire, nu het 14e arrondissement.

Quartier Les Halles gezien vanuit het Centre Pompidou

Les Halles, aan de voet van de Église Saint Eustache, vormde een uitzonderlijke wijk met een geheel eigen leven. Ooit prachtig gefotografeerd door Franse fotografen als Doisneau en Brassaï, maar ook fascinerend vastgelegd in een film door de Nederlander Paul Schuitema in 1939 getiteld; "De Hallen van Parijs". Een film over de dynamiek van de Parijse markthallen; het loven en bieden, het lopen en draven, het laden en lossen. De laatste marktnacht van Parijs was op donderdag 27 februari 1969. De Franse schrijver René Fallet omschreef het als volgt: "Door de Hallen af te breken, heeft men in de doodskist van Parijs gespuwd". De Buik van Parijs maakte plaats voor het Forum des Halles en verhuisde naar Rungis aan de rand van Parijs.

Jardin Nelson Mandela; voor mij het trotse middelpunt van deze wijk; de Église Saint Eustache

Al mijmerend over de historie van deze bijzondere plek in het eerste arrondissement ben ik inmiddels beland in het midden van de Jardin Nelson Mandela. Persoonlijk vind ik deze groenplaats niet erg geslaagd maar je hebt nu wel een prachtig zicht op de imposante gebouwen die de tuin omringen. Allereerst rechts van mij ‘La Canopée’ van het winkelcentrum Forum des Halles. Vijftien lamellen, complete brugdelen, vormen een overkapping van 100 meter breed, haast zwevend, 25 meter boven de grond en met uiterste precisie in vier delen gemonteerd. Een ware logistieke nachtmerrie. De luifel heeft een oppervlakte van 2,5 hectare (25.000 m²), dat is groter dan de oppervlakte van de place des Vosges. 6500 Ton staal (de complete Eiffeltoren weegt 7300 ton) werd vervolgens bedekt met 18.000 glazen panelen. Het bijzondere glas zweeft boven een enorme patio, filtert het licht, beschermt tegen weer en wind en zorgt voor een aangenaam, stabiel binnenklimaat.

Even verderop wordt de laatste hand gelegd aan de Fondation Pinault dat zijn deuren zou moeten openen juni 2020, maar ja dat was de planning in de pre-corona tijd. De Bourse de Commerce is door Francois Pinault de afgelopen jaren gerestaureerd voor de lieve som van 108 miljoen en beloofd weer een van de nieuwe publiekstrekkers te worden van Parijs. Ook de stad heeft meebetaald want burgemeester Hidalgo wilde zo een van de grootste mecenas en verzamelaar van hedendaagse kunst binnenhalen voor de vestiging van een museum.

Het interieur, met bijzonder rijk versierde pilaren en gewelven, is 105 meter lang, 44 meter breed en het schip is 34 meter hoog

En voor mij het trotse middelpunt van deze wijk; de Église Saint Eustache, de kerk van Les Halles. Na de Notre-Dame is dit de grootste basiliek van de lichtstad. Aanvankelijk een kleine kapel gewijd aan de Heilige Agnes. Betaald met geld van een lokale koopman, Jean Alais die belasting mocht heffen op vismanden. Hij vergaarde hiermee een fortuin en gebruikte een deel van het geld om een kapel te bouwen vernoemd naar de heilig Agnes.
De kerk moest rivaliseren met de niet ver weg gelegen Notre Dame. De verbouw van kapel naar kerk, op initiatief van Frans I, duurde meer dan honderd jaar, van 1532 tot 1640. De kerk heeft het zelfde grondplan als de Notre-Dame. Voor het oorspronkelijke ontwerp worden de namen van Jean Delamarre en Pierre Le Mercier genoemd. Maar het zou ook kunnen dat ene Domenico da Cortona de kerk heeft ontworpen. Schijnbaar is de chronologie van de bouw, op de drempel van de gotiek en de renaissance, bijzonder ingewikkeld. In de jaren 1532-1540 zijn de linkerkant van het koor en het trancept gebouwd. In de tweede helft van de 16e eeuw was het schip aan de beurt en begin 17e eeuw de voorgevel. Pas in 1624-1631 werd de oude kerk gesloopt, die men vooralsnog had behouden voor de eredienst. In 1640 was het bouwwerk uiteindelijk voltooid.

De Saint-Eustache moest rivaliseren met de niet ver weg gelegen Notre-Dame

Het interieur, met bijzonder rijk versierde pilaren en gewelven, is 105 meter lang, 44 meter breed en het schip is 34 meter hoog, met kruisbreuk en koor. Wat bij het binnenkomen direct opvalt is de hoogte en het licht, dat binnenvalt door de gebrandschilderde ramen. De westelijke façade werd pas halverwege de 18e eeuw naar een ontwerp van Jean Hardouin-Mansart gebouwd, kleinzoon van de grote Jules Hardouin-Mansart (Dôme des Invalides, Château de Versailles).

Wat bij binnenkomst direct opvalt is de hoogte en het licht, dat binnenvalt door de gebrandschilderde ramen

Door de aanwezigheid van de voedselmarkt werd de kerk toepasselijk omgedoopt tot de 'Tempel der Landbouw'. Maar de kerk diende niet alleen de handelaren, gilden, maar ook adellijke families gingen in de Saint-Eustache ter kerke, zodat er veel schenkingen naar de kerk vloeiden. De ooit zo rijke inrichting leed tijdens de revolutie de eerste schade en in 1844 werden er door een brand nog meer waardevolle stukken verwoest. De kerk werd toen door Victor Baltard, architect van de naastgelegen gietijzeren markthallen,  gerenoveerd.

Boven het altaar staat het meesterwerk van Jean-Baptiste Pigalle, ongetwijfeld de mooiste Maagd en Kind in Parijs

Het is inderdaad een kerk met de allure van een kathedraal. Molière, Madame de Pompadour en de latere Kardinaal Richelieu zijn hier gedoopt. Lodewijk XIV deed er zijn eerste communie. De moeder van Wolfgang Amadeus Mozart ligt hier begraven en in een van de 25 kapellen bevindt zich de graftombe van Jean Baptiste Colbert, minister van financiën onder Lodewijk XIV. Hector Berlioz liet hier 1855 zijn Te Deum voor het eerst klinken en Franz Liszt presenteerde in 1860 er zijn Messe de Gran (Missa solemnis) en Molière trouwde er. In de kerk is ook veel 19e eeuwse kunst te zien, onder andere van Rubens, maar ook van de New Yorkse kunstenaar Keith Haring. Een bronzen triptiek door hem gemaakt toen hij wist dat hij seropositief was. Haring is in 1990 aan aids overleden. Het is rechtstreeks in de natte klei gekerfd met een mes en vervolgens in brons gegoten en bedekt met wit bladgoud. Van de triptiek bestaan maar negen exemplaren. De triptiek bevindt zich in de negende Noordkapel.

De triptiek van de New-Yorkse kunstenaar Keith Haring 

Uitzonderlijk is ook het glasraam vlakbij de uitgang van het koor, dat geschonken is door het gilde van de slagers. Er is zelfs een beeldhouwwerk van Raymond Mason uit 1969 gewijd aan de exodus van de handelaren van Les Halles, die moesten uitwijken naar Rungis. Een beeldhouwwerk met de mooie titel: 'Le Départ des fruits et légumes du cœur de Paris', het vertrek van groenten en fruit uit het hart van Parijs. Niet de missen het beeld van de Heilige Maagd en het Kind van Pigalle, een van de mooiste in Parijs.


Het wereld beroemde orgel, origineel van Ducroquet dateert uit 1854, heeft 7000 pijpen en is tussen 1986 en 1988 gerestaureerd en vernieuwd door de Nederlandse firma Van den Heuvel uit Katwijk aan Zee. Het orgel in de Saint Eustache overtuigde de "Societé Académique d'Arts et Lettres" in Parijs zodanig dat zij in 1991 de 'Médaille de Vermeïl'  uitreikten aan Jan van den Heuvel voor zijn aandeel in de Franse orgelbouwkunst. De Saint Eustache bezit overigens een prachtige akoestiek. Regelmatig zijn er orgel- en koorrecitals en concerten.

De koorbank van Saint-Eustache dateert uit 1720. In de vorm van een Griekse portiek werd hij uitgevoerd door Pierre Lepautre (1660-1758) naar tekeningen van Jean-Sylvain Cartault (1675- 1758)

De preekstoel werd in de 19e eeuw gebeeldhouwd door Victor Pyanet naar een ontwerp van Victor Baltard

De kerk draagt de naam van een heilige die geen heilige meer is. Dat vraagt om enige nuance. Volgens de legende heette Eustachius aanvankelijk Placidus en was hij een generaal in het Romeinse leger. Toen hij aan het jagen was, kreeg hij een visioen van Jezus die aan hem verscheen als een crucifix, die stond tussen het gewei van een hert. Onmiddellijk hierop bekeerde Placidus zich tot het christendom, waarbij hij de naam Eustachius aannam. Maar zijn jaarlijkse feestdag, op 20 september, is afgeschaft door paus Paulus VI bij gebrek aan bewijs dat de heilige ooit heeft bestaan. Probleem, want hij is nog steeds de patroonheilige van Parijs, van Madrid, van Sint Eustatius - van de jagers, de houtvesters, de brandweerlieden en de blikslagers en hij wordt aangeroepen bij triestige familiegebeurtenissen, liefdesperikelen en tegen schadelijke insecten.

Het beeldhouwwerk van Raymond Mason uit 1969 gewijd aan de exodus van de handelaren van Les Halles, die moesten uitwijken naar Rungis

De Saint-Eustache is inmiddels aan de buitenkant geheel schoongemaakt maar de binnenkant kan oneerbiedig gezegd wel een likje verf gebruiken. Na het opsteken van een kaarsje, je weet tenslotte nooit in deze tijd van Corona verlaat ik de kerk en kijk meteen naar boven of ik de tijd kan aflezen van de zonnewijzer op de zuidelijke gevel. Voor mij het prachtige beeld ‘Écoute’ van de Franse kunstenaar Henri Miller uit 1986. Het hoofd heeft een vredige uitdrukking, het lacht en luistert, met de hand om het oor, als het ware naar de omringende wereld. Het gemompel van de miljoenen reizigers onder de grond, het gebrul van de metro, de muziek van de straatmuzikant of het orgel dat klinkt vanuit de kerk.

Het prachtige beeld ‘Écoute’ van de Franse kunstenaar Henri Miller uit 1986

Ingangen aan de rue du Jour, rue du Montmartre en de Impasse Saint Eustache, 1e arrondissement, metro Les Halles, Chatelet Les Halles, Étienne Marcel.
Bronnen : Agon gids voor Parijs, H.F. Ullmann – De kunst van Parijs, ANWB Kunstreisgids, H.F. Ullmann – Kunst & Architectuur van Parijs, Wikipedia