Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

donderdag 7 juli 2016

HET NIEUWE RITZ-PARIS HOTEL, PALEIS OF MUSEUM?

Twee weken geleden was het dan eindelijk zover. De opening van het legendarische en iconische vijf sterren Ritz Hotel aan de place Vendôme 15. Vier jaar lang ontsierden grote fotowanden dit majestueuze plein waarvan een groot deel van de gevels is beschermd als 'Monument Historique'. Ooit in 1699 ontworpen door Jules Hardouin-Mansart. Dit met top juweliers bezette plein is een ware tempel van vrouwelijkheid en luxe. Chaumet, Boucheron, Cartier, Van Cleef & Arpels, The Ritz - namen die over de hele wereld synoniem zijn met luxe, stijl en raffinement. De Ritz was of is nog steeds de 'grande dame' van de internationale luxehotels.

"Ik droom van een huis waar ik met trots mijn naam aan zou verbinden". César Ritz

A legend is born
De grondlegger, de in Zwitserland geboren César Ritz, wilde het meest prestigieuze en tevens het modernste etablissement in de opperste regionen van de hoteltraditie creëren met de nadruk op 'Ritzness'. De kamers hadden een aantal revolutionaire innovaties, zoals een individuele badkamer aangesloten op stromend water en een telefoon, wat in die tijd hoogst ongewoon was. Ook beschikte het hotel over elektriciteit, een lift en een top restaurant gerund door zijn partner August Escoffier. Het hotel opende voor het eerst de mythische draaideuren op 1 juni 1898. Na de opening werd het hotel al snel dé ontmoetingsplaats voor de high society. De Joodse schrijver Marcel Proust nam er meteen zijn intrek en met hem in zijn kielzog sterren uit de theaterwereld, schrijvers, avant gardisten, artiesten en filmmakers en vooral vermogende Amerikanen. Onder de stamgasten namen als Oscar Wilde, Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald, Noël Coward, Jean Cocteau, en Coco Chanel.

Een stervende Proust, zo gaat het verhaal, stuurde in 1922 zijn privéchauffeur naar de place Vendôme voor een laatste ‘Ritz-biertje’. Scott Fitzgerald schreef er zijn boek 'The Diamond as Big as the Ritz', Noël Coward zijn toneelstuk 'Semi Monde'- orginele titel; 'The Ritz Bar'- terwijl Hemingway alle cocktails teste in de bar. Eduard VIII en Amerikaanse Wallis Simpson, later bekend als de hertog en hertogin van Windsor, brachten er hun huwelijksnacht door en Winston Churchill overnachte er in mei 1940 net voor de inval van de Duitsers in Parijs. Het gerucht gaat dat Joseph Kennedy, de vader van John F., in een van de suites Clare Boothe Luce (Amerikaans schrijfster en diplomate) verleidde, of was het vice versa. Hitlers nummer twee, Hermann Göring, en zijn officieren confisqueerden een hele etage. Coco Chanel spendeerde er maar liefst 34 jaar van haar leven.

César Ritz kijkt tevreden toe

Gedurende de Duitse bezetting van Frankrijk waren de Hotels Lutetia en Le Meurice volledig opgeëist door de Nazi's. De Ritz daarentegen was in Zwitserse handen en kreeg daarom een speciale behandeling. Het werd slechts voor de helft bezet en uitsluitend gebruikt door officieren van de Luftwaffe en andere hoogwaardigheidsbekleders van het Nazi-regime. Göring bezette de Imperial Suite. Hij installeerde daar een gigantisch bad om langdurig te baden en naar het schijnt zo van zijn drugverslaving af te komen. De Franse actrice, zangeres en fotomodel Arletty woonde er met haar nazi-minnaar gewoon in het zicht van iedereen. Een anekdote van Clare Booth Luce is, dat zij aan de vooravond van de bezetting aan de co-manager van de Ritz vroeg, hoe hij wist dat de Duitsers zouden komen. Het antwoord was simpel: "Omdat zij geboekt hebben". De Paris Ritz was het enige hotel waar de nazi's 'side by side' logeerden met de Franse gasten. Ondanks 't feit dat het voedsel op de bon was werden de gasten verwend met oesters en kaviaar. Intussen woonde Coco Chanel in haar drie kamers tellende suite met witte muren op de bovenste verdieping van het hotel. Door de hoge ramen in het schuine dak keek ze uit op de place Vendôme. Het was een publiek geheim dat ze een relatie had gehad met een Duitse nazi-officier, en hoewel ze nooit officieel werd beschuldigd van collaboratie, verhuisde ze uit voorzorg na de oorlog voor een paar jaar naar Zwitserland.

Place Vendôme 15

Op de achtergrond organiseerde de manager van het hotel een compleet spionnennetwerk. In de Ritz schijnt ook de Operatie Walküre te zijn gepland. Het complot van 20 juli 1944, een poging om een staatsgreep te plegen en Adolf Hitler te vermoorden. Eind augustus 1944 stormen Ernest Hemingway en de Amerikaanse oorlogsfotograaf Robert Capa de Ritz binnen om het hotel van de Duitsers te bevrijden. Wat weinigen weten is dat de Duitsers inmiddels al gevlogen waren. Als dank voor zijn vooroorlogse drankorgies en getoonde heldhaftigheid bij de 'bevrijding' van de Ritz, wordt de bar in het vervolg naar hem vernoemd. Later deelt Hemingway in de Ritz nog het bed met Marlene Dietrich. Al deze anekdotes over de Ritz in oorlogstijd zijn te vinden in het boek van Tilar J. Mazzeo - 'The Hotel on Place Vendôme' - gepubliceerd in 2013.

Coco Chanel had 34 jaar lang een appartement in het Ritz Hotel en overleed daar in 1971 op 87-jarige leeftijd

Na de oorlog neemt het leven in de Ritz weer zijn normale gang. Artiesten, filmsterren, schrijvers en andere beroemdheden nemen weer hun intrek op place Vendôme 15: Marlene Dietrich, Greta Garbo, Simone de Beauvoir, Truman Capote, Charlie Chaplin, Jean-Paul Sartre, Audrey Hepburn en natuurlijk Ernest Hemingway die zich tegoed doet aan de vele wijnen in de rijk gevulde wijnkelder. “Als ik droom over mijn leven na de dood, ergens in de hemel, dan vindt de actie altijd plaats in Ritz Paris.” Vele films worden er opgenomen waaronder: An American in Paris, Love in the Afternoon, Funny Face, en How to steal a Million. Het gastenboek blijft zich vullen met society en royalty, aangevuld met de nouveau riche. In 1979, na de dood van Karl Ritz, zoon van César, gaat het hotel uit familiehanden over naar een nieuwe eigenaar, de Egyptische miljardair Mohamed Al-Fayed. Hij koopt de Ritz voor een bedrag van 30 miljoen dollar. Uit die tijd stamt ook de laatste renovatie.

Sinds 1988 herbergt het hotel dé culinaire school van Frankrijk, vernoemd naar Auguste Escoffier, de grondlegger van de 'haute cuisine'. In 1997 wordt zowel het hotel als de eigenaar getroffen door een groot leed. Op 31 augustus 1997 liet Diana Frances Spencer, prinses van Wales, het leven, nadat ze in het roemruchte hotel een nacht had doorgebracht met haar nieuwe geliefde, Dodi Al-Fayed, zoon van de eigenaar. Voor hen was er geen licht aan het einde van de tunnel bij de Pont Alma. Een dieptepunt in de rijke verhaaltraditie van de Ritz Paris.

De Ritz anno 1920

In 2011 krijgt Ritz Paris nog een bittere pil te slikken. Voor het eerst valt het legendarische hotel buiten de boot bij de uitreiking van het predicaat Palais***** – een felbegeerde jaarlijkse onderscheiding, mondjesmaat toegekend door het Franse Bureau voor Toerisme. De Ritz Paris bleek zijn intuïtie voor de tijdgeest te zijn kwijtgeraakt. U kunt zich de commotie voorstellen toen in mei 2011 de officiële door de overheid goedgekeurde lijst naar buiten kwam, waar de Ritz, het Crillon en de George V niet op de lijst voorkwamen, maar wel het pas in 2002 geopende Park Hyatt Paris-Vendôme. Dit hotel had een geschiedenis van nog geen tien jaar, schande! En dan te bedenken dat het George V***** net 20 miljoen euro had gespendeerd aan het opnieuw inrichten van alle kamers. De werkelijke oorzaak was dat deze hotels al veel te lang teerden op hun naam en geschiedenis van welgestelde, beroemde gasten uit het verre verleden. Hun status was inmiddels overgenomen door de vestiging van gerenommeerde Oosterse hotels waaronder het Mandarin Oriental***** en het super luxe Shangri-la*****. Het afgegeven signaal door de Franse overheid was overduidelijk. In 2012 sloot de Ritz haar deuren voor een geplande verbouwing van 27 maanden, die uiteindelijk vier jaar ging duren. Later kondigde het Crillon***** ook haar sluiting aan voor een verbouwing van vele miljoenen euro's. (Dit hotel had niet eens een zwembad) Maar ook Le Meurice***** en het Plaza Athénée***** sloten hun deuren voor een rigoureuze opknapbeurt. De laatste twee zijn overigens al weer open. Tot overmaat van ramp opende op 1 augustus 2014 het poepchique vijf sterren Peninsula Paris.

Het nieuwe Ritz-Paris hotel, paleis of museum?
Eindelijk, 4 jaar verder en tussen de 140 en de 400 miljoen euro armer. De schattingen lopen uiteen en de Ritz vindt het niet chique om over geld te praten. Maar intimi praten over 400 miljoen euro. Eens; interieur-ontwerper Thierry Despont heeft fantastisch werk verricht. Conform de wensen van de Egyptische zakenman Mohamed Al Fayed is de Ritz in zijn oude glorie hersteld, zoals een restaurateur een onvervangbaar schilderij restaureert, minutieus en uiterst subtiel. Maar waar ging al dat geld dan naar toe? Volgens Ritz president Frank Klein: "Het hotel is van boven tot onder gerestaureerd, zodanig om het, paradoxaal, ongewijzigd te laten. Vaste gasten hadden Klein en Al-Fayed op het hart gedrukt: "Laat de Ritz de Ritz, maak het niet te modern!" Klein: "We hebben vier jaar massief gerenoveerd zonder zichtbare wijzigingen aan te brengen aan de stijl en de grandeur van ons hotel. Hoe zorg je bijvoorbeeld voor Wi-Fi zonder zichtbare aanwezigheid van antennes?" In de basis ging grotendeels het beschikbare budget op aan nieuwe leidingen - water en elektriciteit - vloerverwarming, airconditioning, high speed Wi-Fi, schilderwerk, renovatie en vernieuwing van het dak en de liften. In totaal kwamen 800 vakmensen te pas aan de renovatie.

Foto: Het monumentale trappenhuis in de hal van het hotel

Okay, maar is er dan niets zichtbaar veranderd? De vroegere 159 kamers zijn teruggebracht naar 142, variërend in grootte van 35m² (Superieur), 40m² (Executive) 45m² (Deluxe) en 55m² (Grand Deluxe). Al deze kamers kijken uit op de rue Cambon of op de tuin. 71 suites eveneens met uitzicht op de tuin en 15 prestige- / themasuites, vernoemd naar beroemde personen uit het verre verleden waaronder: Charlie Chaplin, César Ritz, Mansart, Maria Callas, F. Scott Fitzgerald en Coco Chanel. Deze suites hebben het mooiste uitzicht op Parijs en variëren in prijs van € 5.000 tot € 25.000 per nacht. Teleurstellend is te weten dat de Coco Chanel suite waarvoor je € 23.000 per nacht betaalt, niet het appartement is waar Coco 34 jaar lang haar nachten heeft doorgebracht. De suite die vernoemd is naar de Amerikaanse schrijver F. Scott Fitzgerald staat vol met reissouvenirs van de schrijver en in de suite is een complete bibliotheek aanwezig.

De nieuwe Ritz telt 142 kamers waaronder 71 suites

Mijn kamer met uitzicht op de rue Cambon is uitgevoerd met de mooiste materialen, marmeren vloer en alle moderniteiten vakkundig weggewerkt. De TV verborgen in een antieke spiegel, dimmers vermomd als 19e eeuwse koperen sleutels en kranen in de vorm van gouden zwanen. Zelfs de belkoorden bij het bad met daarop 'maid' en 'valet' zijn nog aanwezig. Lichtelijk kitsch is de hoteltelefoon met als wachttoon Irving Berlin's 'Puttin on the Ritz' en de mini-bar gevuld met César Ritz teddy beertjes verkleed als piccolo's.

De Coco Chanel suite waarvoor je € 23.000 per nacht betaalt

Een deel van de indrukwekkende binnentuin is voorzien van een wintertuin met vloerverwarming en een uitschuifbaar glazen dak. Het hotel heeft 3 restaurants en 3 bars: Bar Vendôme (grenzend aan de wintertuin), de Ritz bar en natuurlijk de legendarische Hemingway bar waar als vanouds Colin Peter Field als barman regeert. In de Ritz bar en de bar Vendôme kunt u ook terecht voor lunch en diner. Last but not least heeft de Ritz de vier sterren Michelin-kok Nicolas Sale binnengehaald om er voor zorg te dragen dat het hotel weer de beschikking gaat krijgen over een twee- of drie sterren Michelin restaurant. Nicolas Sale verdiende zijn sterren bij Le Kilimandjaro (2 sterren) en Le Kintessence (2 sterren), beiden gevestigd in het chique ski-oord Courchevel. Nicolas Sale heeft de leiding over restaurant l'Espadon, de Ritz bar en de bar Vendôme. Bijzonder is de slechts 34-jarige sommelier, Estelle Touzet, afkomstig van Le Meurice. (daar voor Le Crillon en Le Bristol) Zij beheert de wijnkelder met maar liefst 50.000 flessen. Nieuw is ook de Salon Proust waar u kunt genieten van een 'afternoon tea'.

De Ritz is Chanel. Door het lange verblijf van Coco Chanel is de Ritz nauw verbonden met de geschiedenis van het Huis Chanel. Het neo-klassieke art-deco zwembad maakt onderdeel uit van de nieuwe Ritz Club Paris. De healthclub van het hotel is nu uitgebreid met 's werelds eerste Chanel-spa, waar gasten terecht kunnen voor uiteenlopende behandelingen. De 'Chanel au Ritz' beschikt over zeven luxe behandelkamers vol met Chanel producten.

Het zwembad van de Ritz Club Paris

We kennen allemaal nog de beelden waar Lady Diana en haar vriend Dodi Al-Fayed aan de voorzijde van het hotel werden belaagd door paparazzi. Die fatale avond vluchtten zij via de achterdeur in de rue Cambon om aan de horden fotografen te ontsnappen. We kennen allemaal de noodlottige afloop. Celebraties kunnen nu discreet ontsnappen aan de paparazzi via een speciale tunnel die de parkeergarage verbind met de ingang van het hotel. Verder onder de grond een nieuwe balzaal met een oppervlakte van maar liefst 6500 m². De winkelgalerij uit 1911, op de begane grond, die de verbinding vormt tussen het gebouw aan de place Vendôme en het gedeelte grenzend aan de rue cambon is uitgebreid met nog meer winkels waar gasten ongegeneerd veel geld kunnen uitgeven. Marie Louise Ritz, de vrouw van César noemde deze lange gang toen al als onbeschrijfelijk saai, een mening die ik met haar deel.

De indrukwekkende binnentuin is voorzien van een wintertuin met vloerverwarming en een uitschuifbaar glazen dak.

In het voortraject naar de opening kreeg de Amerikaanse regisseur Zoe Cassavetes de opdracht een teaser te creëren voor gebruik van social media. In de hoofdrollen de Française Ana Girardot en de Spaanse acteur Andrés Velencoso. De vier minuten durende film begint met een door Parijs dwalende Valencoso met in de hand een gouden sleutel. Giardot achtervolgt door Valencoso, leidt hem naar een geheime deur op de place Vendôme. Een spiraal trap brengt hem in een soort van 'Alice in Wonderland' setting die zich afspeelt in 1920. De directeur van het hotel Frank Klein speelt zichzelf net als de barman van de Hemingway bar; Colin Field. Verder zien we de fotograaf Jean Yves Govin Sorel als de butler en acteur Gen Shimoaka als de kleermaker. Jammer genoeg is de film niet opgenomen in de Ritz maar in het kasteel Fontainebleau even buiten Parijs.

De Française Ana Girardot en de Spaanse acteur Andrés Velencoso leiden u naar de Ritz

'A legend to be reborn'
Vier jaar lang is er gewerkt, door de beste vakmensen die er in Frankrijk te vinden zijn, aan de restauratie van dit iconische vijf sterren hotel. Met een doel; het terugkrijgen van de paleisstatus en weer te gaan behoren tot de top in Parijs, nu nog toebedeeld aan Le Bristol, George V, Le Meurice, Le Park Hyatt  Paris Vendôme, Le Plaza Athénée, Royal Monceau, Shangri-La Hotel, en Mandarin Oriental. Het hotel voelt als een paleis en staat bol van meubilair uit de tijd van Lodewijk XIV. Het lijkt met al zijn grandeur klaar te zijn voor de 21e eeuw. De toekomst zal uitwijzen of de oude clientèle zal terugkeren en de reiziger van de 21e eeuw zich gaat thuis voelen in dit paleis, wat optisch onveranderd lijkt te zijn en schijnt te leven in het verleden; een 19e eeuwse setting. De renovatie vond in ieder geval niet plaats onder een gunstig gesternte. Tweeënhalf jaar werden er vier. De geplande 150 miljoen werden 400 miljoen. Parijs werd gedurende die tijd zwaar geteisterd door terroristische aanvallen wat met name de Amerikanen en Japanners kopschuw hebben gemaakt om een bezoek te brengen aan Parijs. Tot overmaat van ramp werd het hotel op 19 januari 2016 nog eens geteisterd door een brand op de zevende verdieping van de vleugel aan de rue Cambon. 60 brandweermannen en 15 brandweerauto's kregen uiteindelijk de brand onder controle met massieve brand- en waterschade aan ruim 50 kamers. De heropening van het hotel moest opnieuw worden uitgesteld naar juni 2016 en 50 kamers zijn nog niet in gebruik.

Het hotel voelt als een paleis en staat bol van meubilair uit de tijd van Lodewijk XIV

Toen ik het hotel verliet moest ik even denken aan de woorden van Ernest Hemingway: “Als ik droom over mijn leven na de dood, ergens in de hemel, dan vindt de actie altijd plaats in Ritz Paris.” Je gaat maar een keer naar de hemel en ik ben er geweest, The Ritz will always be the Ritz !


Fotografie met welwillende medewerking van de Ritz Paris*****

donderdag 30 juni 2016

MAISON DRUCKER - LA CHAISE PARISIENNE

Met Parijs als uitvalsbasis was ik afgelopen week te vinden in Normandië. Genietend van de indrukwekkende krijtrotsen, golvende weilanden, appelboomgaarden, romantische dorpjes, schilderachtige vissersplaatsjes en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Op culinair gebied valt er eveneens veel te beleven. Naast de visgerechten, de schaal- en schelpdierschotels zijn ook de crêpes, cider, calvados, wijn en kazen evenmin te versmaden. Zo bevond ik mij samen met mijn echtgenote, genietend van een plat fruits de mers, op een terras van een restaurant aan de haven van Honfleur. Bij het omdraaien van een van de terrasstoeltjes kreeg ik een wat verbaasde blik van mijn echtgenote. Tevreden knikkend draaide ik de stoel weer 180 graden mompelend; 'Maison Drucker'. "Maison wie?". "La Chaise Parisienne" , zei ik.

Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van 'Maison Drucker' te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants waaronder die Café de Flore

De Franse terrasstoel in Parijs is een onmiskenbaar symbool van deze stad. Het caféterras, zo'n plek waar het echte traditionele Parijs leeft en een prima observatiepunt is voor wie de vaste gebruiken van de Parijzenaar en de Parijse ober wil bestuderen. Maar wat u waarschijnlijk niet weet is dat u plaatsneemt op meer dan 130 jaar historie. Dat de stoel waar op u zit en waar u zo heerlijk aan het genieten bent van het Parijse straatleven een in Parijs geboren voorwerp is. De eerste terrasstoel werd in 1885 met de hand gemaakt in een kleine werkplaats in het 20e arrondissement door een Pools Joodse immigrant Louis Drucker. In de 18e eeuw was Parijs op het gebied van cultuur, smaak en interieurinrichting al dè hoofdstad van Europa. Het was ook de eeuw van de koloniale expansie van Frankrijk wat weer zorgde voor een levendige handel in onbekende exotische producten waaronder rotan en bamboe. In heel Frankrijk waren goede en bedreven timmerlieden en houtbewerkers te vinden, maar het echte ware schrijnwerkersambacht werd eigenlijk alleen in Parijs beoefend.

Met dit label maakt de stoel deel uit van 130 jaar Parijse historie

Hoewel de naam Louis Drucker alleen bekend is in kleine kring van ingewijden is zijn naam voor altijd verbonden in de wereld van de handgevlochten stoel. Iedereen kent de bekende stoelen van Lloyd Loom, maar de Amerikaan Marshall Burns Lloyd ontwikkelde zijn productiemethode van ijzerdaad omwikkeld met papier pas in 1917, 32 jaar later dus. Louis Drucker opende op 20 jarige leeftijd zijn werkplaats in 1885 aan de rue des Pyrénées 180 in het 20e arrondissement, waar hij handgevlochten meubels fabriceerde van bamboe en rotan. Samen met zijn compagnon M. Leredde leerde hij het ambacht in Lyon. Rotan is een materiaal dat wordt geleverd door de rotanpalm (Calamus rotang). Het komt voor in de subtropen als een erg lange slingerplant. Drucker's rotanmeubelen paste in de opkomst van de Belle Époque van wintertuinen, overdekte passages en caféterrassen.  Door het gebruik van uitsluitend natuurlijke materialen uit de subtropen en zijn manier van bewerken, waren zijn decoratieve meubels bij uitstek geschikt voor het soms gure Europese weer of voor de dekken van grote cruiseschepen. 

Net als in 1895 wordt 'La Chaise Parisienne' nog steeds met de hand gemaakt

In 1919 lanceert Louis Drucker zijn eerste catalogus met als gevolg dat orders bleven binnenstromen. Drucker ontvangt orders van prestigieuze hotels waaronder Hôtel Royal in Évian, Hôtel Continental in Parijs maar ook worden zijn meubels verkocht in het warenhuis Samaritaine en BHV; le Bazar de l'Hôtel de Ville.  Het grote succes dwingt Drucker in 1925 te verhuizen buiten Parijs, naar Béthisy-Saint Martin in Oise, een Frans departement, gelegen in de regio Nord-Pas-de-Calais-Picardie. Het ontleent zijn naam aan de rivier de Oise.
Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van Maison Drucker te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants waaronder die van Café de la Paix, Le Royal Monceau, Le Mini-Palais, Le Café de l’Alma, La Fontaine de Mars, Le Voltaire en de drie cafe's die het episch centrum vormen van het leven in Saint-Germain-des-Prés; Brasserie Lipp, Les Deux Magots en Le Café de Flore.

Stap 2 van het productieproces; verwarmen en buigen

Café de Flore en Les Deux Magots waren ooit concurrenten van elkaar. Beide hebben van meet af aan een eigen, vaste klantenkring gehad, die zich vormde volgens criteria waarvan geen enkele etnoloog een bevredigende, sluitende analyse zou kunnen geven. Zoiets gaat vanzelf. Het ene café is kosmopolieter dan het andere, dat weer zonniger is, of minder intellectueel. Café de Flore blijft onlosmakelijk verbonden met de geest van Sartre en De Beauvoir.

Stap 3 van het productieproces; het vormen door middel van houten mallen

In 1946 neemt de zoon van Louis, Maurice, de leiding over van het bedrijf. Hij introduceert in 1960 ook de toepassing van plastic gemixt met natuurlijke materialen uit Manilla en Malacca. De bistrostoel krijgt zowat kleur. Elk nieuw model krijgt ook de naam van de plaats van bestemming: Coupole, Drouant, Pré Catelan, Fouquet's. In 1972 komt het bedrijf in handen van de derde generatie. De zoon Maurice  neemt de leiding. De gebeurtenissen volgen zich snel op. in 1979 komt het bedrijf in handen van René-Michel Manseville en hij introduceert de huidige naam 'Maison Drucker'. Ondanks dat het Maison Drucker internationaal zowat elk terras voorziet van de befaamde bistrostoel raakt het bedrijf aan het einde van de twintigste eeuw in financiële problemen en vraagt in 2005 het faillissement aan. In 2006 komt het bedrijf in handen van de in Normandië geboren Bruno Dubois. Hij laat nieuwe collecties ontwerpen door beroemde interieurdesigners, waaronder Andrée en Olivia Putman, Jaques Grange, India Mahdavi, François Champsaur en Philippe Starck. Philippe Starck ontwerpt de stoel voor het beroemde hotel Royal Monceau in Parijs.

Stap 7 van het productieproces; het uiterst gecompliceerde vlechtwerk

De op maat gemaakte stoelen van Maison Drucker worden tot op de dag van vandaag nog steeds met de hand gemaakt in Gilocourt in het Franse departement Oise. In 36 uur (exclusief het droogproces) en in 9 stappen. De gebruikte natuurlijke materialen komen voor het overgrote deel uit Indonesië.

Stap 1: De rotan stokken worden op maat gesneden voor het specifieke model
Stap 2: Vervolgens verwarmd en daarna gebogen in een stoombad van 100 graden
Stap 3: Daarna aangebracht in voorgevormde houten mallen
Stap 4: Het droogproces van drie dagen kan beginnen
Stap 5: Keuze van patroon, motief en kleuren van de vezels. Elk exclusief motief vraagt weer een andere zeer gespecialiseerde weeftechniek
Stap 6: Montage van de verschillende onderdelen; poten, zitting, armleuningen en rugleuning
Stap 7: Vervolgens het uiterst gecompliceerde vlechtwerk* per onderdeel.


Bij Maison Drucker knoopt de vlechter van oudsher de vijf millimeter brede en twee millimeter dikke vezels direct met het frame van gebogen rotan. Frame en bekleding vormen bij die techniek een geheel.

*Maison Drucker gebruikt vandaag de dag voor het vlechtwerk gekleurde polyamide vezels - Rilsan of Raucord - vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, in kleuren die exclusief ontworpen zijn door de huistyliste Amandine Gallienne en vervaardigd door de Franse société Arkema.

Stap 8: De afwerking van de randen met rondingen van rotan.
Stap 9: Het resistent maken van de stoelen voor ultraviolet licht door het aanbrengen van een vernislaag.


Als laatste de 'finishing touch' het aanbrengen van het koperen plaatje met de tekst Maison Drucker. Klaar voor weer eens 130 jaar. Maison Drucker restaureert met liefde nog steeds modellen die ooit uit de handen zijn gekomen van de initiator van dit prachtige Franse product: 'La Chaise Parisienne'.

Nog meer te weten komen over dit stukje Franse historie dan adviseer ik u het boeiende 192 pagina's tellende (foto)boek van Éditions de La Martinère; La Chaise Parisienne - Maison Drucker. Te bestellen bij Amazon Fr. voor de prijs van € 40 - ISBN 978-2-7324-6947-8
(Foto links)


'Un Grand Merci' aan Diego Dubois van Maison Drucker, Gilocourt Frankrijk  


Graag breng ik nog even de website van Maison Drucker onder de aandacht.

zondag 19 juni 2016

LE VELODROME D'HIVER VAN PARIJS; BEROEMD, BERUCHT, GESCHIEDENIS

We schrijven 1902. Henri Desgrange heeft een ontmoeting met de architect Gaston Lambert. Beiden kijken, vanuit het restaurant op de tweede etage van de Eiffeltoren, neer op een indrukwekkend paviljoen aan het uiteinde van de Champs de Mars. De Imposante 'Galerie des Machines' is net als de Eiffeltoren een overblijfsel van de Wereldtentoonstelling die plaatsvond van 6 mei tot 31 oktober 1889.  Met een spanwijdte van ruim 111 meter en een hoogte van meer dan 43 meter is het niet te missen. Het gebouw bevindt zich vlak voor de École Militaire en is uit gietijzer en glas vervaardigd. Een dergelijke spanwijdte is volledig nieuw en overtreft alle voorgaande glas-ijzerconstructies. Net als bij de Eiffeltoren wordt ook voor de Galerie des Machines gebruik gemaakt van een techniek die, tot dan toe, uitsluitend is gebruikt voor bruggen en treinstations. Frankrijk triomfeert in 1889, niet alleen als republiek, maar ook in de industriële techniek.

Desgrange was een zeer goede baanwielrenner en de eerste Franse kampioen op de weg. Van het wegrennen verwachtte hij in de beginjaren van de wielersport echter weinig. In 1893 was Desgrange de eerste die een werelduurrecord vestigde op de Velodroom Buffalo nabij Parijs. Als journalist werkte Desgrange voor verschillende kranten, voor hij hoofdredacteur werd van het nieuwe blad L'Auto Vélo. Na een aanklacht wegens schending van merkenrecht door het al bestaande blad Le Vélo werd Desgranges blad omgedoopt in L'Auto. Het blad bestaat vandaag nog steeds onder de naam L'Équipe, nog altijd de grootste sportkrant van Frankrijk.

20 december 1903 opening van een van de grootste overdekte wielerbanen van Europa in de voormalige 'Galerie des Machines'

Op 19 januari 1903 kondigde L'Auto (als middel in de concurrentiestrijd met Le Vélo) een sensationeel plan aan; een wielerwedstrijd door heel Frankrijk, die een hele maand zou duren. Die zomer was de eerste 'Tour de France' - de Ronde van Frankrijk - een feit. Even later op 20 december 1903 opende hij een van de grootste overdekte wielerbanen van Europa in de voormalige 'Galerie des Machines'. De 'snelle' wielerbaan werd al gauw een groot succes; tot de sloop in 1909. Het pronkstuk, het grootste metalen gebouw in Europa moest worden afgebroken omdat de stad Parijs weer vrij zicht wilde hebben over de Champ de Mars.

De wielerpiste in de voormalige Galerie des Machines, een overblijfsel van de Wereldtentoonstelling van 1889

De wielersport was inmiddels ongekend populair geworden en Desgrange besloot een nieuwe 'fietstempel' te bouwen op een braakliggend stuk grond op de hoek van de boulevard de Grenelle, de rue Nélaton en op steenworp afstand van de brug over de Seine, de Bir Hakeim. Een overdekte schuin geplaatste houten piste van 250 meter met rondom tribunes van baksteen en beton voor 17.000 toeschouwers. In het midden een piste van gras en vijf ijzeren palen die de staalconstructie en het glazen dak ondersteunen. Aan het plafond zorgen 1000 lampen voor de juiste verlichting. Op 13 februari 1910, de opening werd uitgesteld omdat de Seine buiten haar oevers was getreden, werd het nieuw Velodrome d'Hiver geopend, in de volksmond beter bekend als Le Vel' d'Hiv.

Le Vel' d'Hiv 1910

Le Vel' d'Hiv was niet meer weg te denken uit de stad. In januari 1913 introduceerde de toenmalige directeur; Bob Desmarets de eerste, 'Les 6 jours de Paris', een idee overgewaaid vanuit de Verenigde Staten. De 6-Daagse van Parijs is een zesdaagse wielerwedstrijd waar twee teams met aflossing zes dagen lang, onafgebroken strijden voor de eer en grootse prijzen. Zes dagen is natuurlijk een heel lange tijd, dus men moest van alles verzinnen om het publiek tussentijds blijvend te amuseren. Zo bedacht men een Miss-verkiezing,  Ernest Hemmingway - fietsliefhebber pur sang - zat in de jury, voor de Koningin van de 6-Daagse. Zij werd natuurlijk verantwoordelijk voor het startsein, het afvlaggen, de prijsuitreiking, de omhelzing en de kus. De eerste Koningin heette Chouquette en de jaren daarop volgden Edith Piaf, Annie Cordy, Yvette Horner, Jacqueline Joubert en Annie Fratellini. Deze beroemde wielerwedstrijd werd al snel de top van het seizoen. In zijn boek 'A Moveable Feast' uit 1964, schreef Hemmingway over de 6-daagse: "I have started many stories about bicycle racing but have never written one that is as good as the races are both on the indoor and outdoor tracks and on the road. But I will get to the Vélodrome d'Hiver with the smoky light of the afternoon and the high-banked wooden track and the whirring sound the tyres made on the wood as the riders passed, the effort and the tactics as the riders climbed and plunged, each one a part of his machine... I must write the strange world of six-day races and the marvels of the road-racing in the mountains. French is the only language it has ever been written in properly and the terms are all French and that is what makes it hard to write."

Een overdekte schuin geplaatste houten piste van 250 meter met rondom tribunes van baksteen en beton voor 17.000 toeschouwers.

Tijdens de 'Roaring Twenties' werd de Vélodrome naast baanwielrennen gebruikt voor worstelen, boksen, rolschaatsen, circussen, concerten en allerhande voorstellingen en demonstraties, mede dankzij de Amerikaan Jeff Dickson die in 1931 de hal liet vernieuwen. Vijf centrale steunberen in het midden, die veel zicht wegnamen, maakten plaats voor twee palen en een centrale stalen balk van 73 meter. In het midden bouwde hij een ijsbaan van 6 x 30 meter en maakte het Vélodrome zo geschikt voor ijshockey.

Maar de tijden van roem kenden ook vele zwarte bladzijden. Tijdens de algemene staking voor een 8-urige werkdag op 1 mei 1906 werden zes bataljons ordetroepen hier gestationeerd om de orde te handhaven. Zo ook in 1919 toen 300.000 metaalarbeiders het werk neerlegden als protest tegen de hoge werkloosheid en de gestegen kosten voor levensonderhoud. Een en ander resulteerde in een wet die collectieve arbeids-overeenkomsten mogelijk maakte.

De Koningin van de Parijse 6-Daagse, Yvette Horner, met twee winnaars

De zwartste bladzijden uit de geschiedenis van Le Vel d'Hiv zijn die van juli 1942. Om vier uur ‘s morgens op 16 juli 1942 werden 12.884 joden gearresteerd: 4051 kinderen, 5802 vrouwen en 3031 mannen. De mannen waren in de minderheid omdat er voordien al razzia's waren geweest en er geruchten waren dat er nog een grotere razzia op komst was. De Vel ‘d’Hiv Rafle (razzia) was niet de eerste. Bijna 4000 joodse mannen werden gearresteerd op 10 mei 1941 en naar de Gare d’Austerlitz gebracht, vanwaar zij vervolgens naar kampen Pithiviers en Beaune-la-Rolande werden gebracht. Vele mannen hadden zich verstopt of waren ondergedoken, omdat ze dachten dat vrouwen en kinderen gespaard zouden blijven. Een onbekend aantal, gewaarschuwd door het Franse verzet of profiterend van een gebrek aan ijver, opzettelijk of accidenteel, van enkele politieagenten, ontsnapte. De codenaam van de operatie was "Vent printanier" (lentewind) Eerst was de razzia gepland op 14 juli, maar aangezien het die dag de Franse Nationale feestdag was, werd de Raffle een paar dagen verlaat. Men wilde zo een opstand van de bevolking voorkomen.

Vóór de Duitse bezetting van Frankrijk in 1940 zou er geen Raffle mogelijk zijn geweest, omdat er geen telling van de religies meer bestond sinds 1874. Een Duitse ordonnantie op 21 september 1940 echter dwong de joodse bevolking van de bezette zone om zich aan te geven bij een politiebureau of Subprefecturen (sous-prefecturen). Er waren bijna 150.000 ingeschreven Joden in het departement van de Seine, dat Parijs en de onmiddellijke voorsteden omvatte. De namen en adressen werden bewaard door de Franse politie in een bestand dat bekend werd door de naam van zijn stichter, Andre Tulard, hoofd van de “Joodse vragen” op de Prefecture te Parijs. Het bestand was onderverdeeld in bestanden die alfabetisch waren geklasseerd, Joden met de Franse nationaliteit en buitenlandse Joden kregen verschillende kleuren. De bestanden werden ook ingedeeld volgens beroep, nationaliteit en straat. Deze bestanden werden vervolgens overhandigd aan afdeling IV van de Gestapo, belast met het ‘joodse probleem'. 

Op de morgen van 17 juli werden alle gevangenen per bus vervoerd en bijeen-gedreven in Le Vel d'Hiv. Daar verbleven ze drie à vier dagen lang. Hier werden ruim 8000 mensen bijeengebracht. De Vel ‘d’Hiv’ had een glazen dak, dat voor de gelegenheid donker blauw was geschilderd om te voorkomen dat het kon worden waargenomen door bommenwerpers. De glazen koepel verhoogde de warmte in combinatie met ramen die dicht geschroefd waren voor de veiligheid. Er waren bijna geen toiletten, van de 10 beschikbaar, waren er vijf verzegeld. De gearresteerde joden kregen alleen water (er was maar een waterkraan) en geen voedsel. Een aantal artsen en verpleegkundigen van het Rode Kruis mochten de Vélodrome betreden. Degenen die probeerden te ontsnappen werden dood-geschoten op de plek. Een honderdtal mensen pleegden zelfmoord. De bussen die werden gebruikt waren gewoon de groen-witte stadsbussen. Na vijf dagen werden de gevangenen per bus naar Franse concentratie-kampen gebracht, in Drancy, Pithiviers en Beaune-la-Rolande. Eerst werden daar de mannen weggehaald. Daarna, begin augustus, werden moeders en kinderen gescheiden en werden de moeders weggestuurd. De kinderen bleven nog even in de kampen, zonder zorg, bijna zonder eten en drinken. Na korte tijd werden ze daarna per trein over- gebracht naar Auschwitz in Polen. Daar werden ze allemaal vergast. Slechts een dertigtal overlevenden kwamen terug.

Foto: De enige foto ooit gevonden in de Nazi archieven met het bewijs van het gebruik van stadsbussen door de Franse politie. 

Het idee van de razzia kwam hoofdzakelijk van René Bousquet, hoofd van de politie van het onafhankelijke Vichy-bewind. De onafhankelijkheid, echter fictief, moest tenslotte worden bewaard. Duitse inmenging in interne politiezaken zou de soevereiniteit van Vichy kunnen aantasten. Dit kon alleen worden vermeden door de Fransen de uitvoering toe te vertrouwen van “de noodzakelijke maatregelen”. Op 2 juli 1942 ratificeerde Vichy de maatregel dat de politie alleen buitenlandse Joden zou oppakken. Drie voormalige SS-officieren getuigden in 1980 dat de ambtenaren van Vichy enthousiast waren over de deportatie van Joden uit Frankrijk. Gedurende tientallen jaren weigerde de Franse regering zich te verontschuldigen voor de rol van de Franse politieagenten in de Raffle of voor enige andere medeplichtigheid van de Staat. Het argument rustte op het juridische probleem dat de Frankrijk zich niet kon verontschuldigen voor daden van de Staat terwijl de Staat toen strikt genomen “niet bestond”.

Jacques Chirac was de eerste Franse President die er in juli 1995 openlijk over sprak. Hij erkende de rol die de overheid had gespeeld in de vervolging van Joden en andere slachtoffers van de Duitse bezetting. Enkele zinnen uit zijn toespraak:: "Ja, de moorddadige waanzin van de bezetter kreeg de steun van de Franse bevolking, van de Franse Staat." "Deze duistere momenten bezoedelen voor altijd onze geschiedenis, en zijn een vloek op ons verleden en onze tradities. Frankrijk, het vaderland van de verlichting en de mensenrechten, land van opvang en asiel, Frankrijk heeft op die dag het onherstelbare verricht. Zich niet aan zijn woord houdend, heeft het zijn beschermelingen aan de beulen uitgeleverd. Wij hebben jegens hen een schuld die nooit zal verjaren."

Zijn voorganger, François Mittérand, zelf van joodse komaf, die zelf nog in het Vichy-bewind had gewerkt alvorens hij mee in het verzet trad, heeft altijd geweigerd Frankrijks verantwoordelijkheid te erkennen. Hij schreef de jodenvervolging op het conto van het collaborerende regime van Maarschalk Pétain in Vichy. Toch was het diezelfde François Mittérand die de 16de juli uitriep tot een nationale dag van herdenking van de racistische en antisemitische vervolging. Tot groot misnoegen van Joden en oud-verzetslieden bleef hij ook kransen sturen naar het graf van Pétain.

De kleine gedenkplaat die herinnert aan een van de zwartste bladzijdes uit de Franse geschiedenis.

Aan de Raffle van het Vel d'Hiv herinnert een kleine gedenkplaat op de hoek van de Boulevard de Grenelle waarop staat: "Les 16 et 17 juillet 1942, 13.152 Juifs furent arrêtés dans Paris et sa banlieu, déportés et assassinés à Auschwitz. Dans le Vélodrome d'Hiver qui s'élevait ici, 4.115 enfants, 2.916 femmes, 1.129 hommes furent parqués dans des conditions inhumaines par la police du gouvernement de Vichy par ordre des occupants Nazis. Que ceux qui ont tenté de leur venir en aide soient remerciés. Passant, souviens-toi!"

Op 16 en 17 juli 1942 werden 13.152 Joden in Parijs en voorsteden aangehouden, gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. In het Vélodrome d'Hiver, dat zich hier bevond, werden 4115 kinderen, 2916 vrouwen, 1129 mannen ondergebracht in onmenselijke omstandigheden door de politie van het Vichy-bewind, in opdracht van de nazi bezetters. Dank aan diegenen die hebben getracht hen ter hulp te schieten. Voorbijganger, vergeet dit niet !

Een andere gedenkplek is de Square de la Place des Martyrs Juifs du Vélodrome d`hiver, een mondvol voor een parkje, dat is aangelegd langs de Quai de Grenelle. De plek ligt tegenover de allée des Cygnes met de reproductie van het Vrijheidsbeeld (bij de Pont de Grenelle) en ter hoogte van de plaats waar eens het Vélodrome stond. Om het beeld compleet te maken loopt er ook nog steeds een spoorbaan!

Deze schandvlek in de Franse geschiedenis werd ook nog eens indringend beschreven in de bestseller van Tatiana de Rosnay en in 2010 verfilmd: "Elle s'appelait Sarah", haar naam was Sarah", met in de hoofdrol Kristin Scott Thomas, die in 2011 werd genomineerd voor de César van Beste Actrice. Volgens de recensies was de film zelfs nog beter dan het boek.

Maar zoals de Fransen zeggen: "Le Spectacle doit continuer". Op 30 september 1942 pakt het Vel d'Hiv haar normale werkzaamheden weer op alsof er niets gebeurd is. Tijdens een bokswedstrijd behaalt de Franse bokser Marcel Cerdan een overwinning op de Spanjaard Ferrer en bestendigd zijn Europees Kampioenschap.

Op 30 september 1942 is het weer 'business as usual'. Marcel Cerdan wordt Europees kampioen boksen

Na de bevrijding op 4 september 1944 wordt de Vel d'Hiv nogmaals opgeëist voor vrouwen, moffenmeiden, die verdacht worden van collaboratie met de vijand. 'Les femmes tondues'; de vrouwen werden kaalgeschoren in afwachting van hun proces. In 1945 dient de zaal als slaapzaal en opvangcentrum voor terugkerende oorlogsgevangenen.


4 September 1944; de bewaking van de 'Moffenmeiden'

Na 1946 is het weer business as usual met grote shows, boksen, worstelen op zondag, de wielercompetitie en wederom de Parijse 6-Daagse. In 1950 vindt de première plaats van Holliday on Ice in Paris. De jaren daaropvolgend concerten, militaire parades, religieuze bijeenkomsten, modeshows, circusfestivals, concours hippique, ja zelfs stierengevechten.

In 1958 fungeert Le Vel d'Hiv opnieuw als detentiecentrum. Dit keer voor een duizendtal Franse Moslims afkomstig uit Algerije. Dit in opdracht van de Parijse hoofdcommissaris Maurice Papon naar aanleiding van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog.

5 Oktober 1947 de Parijse Wieler 6-Daagse


Front de Seine
Op 12 mei 1959 valt uiteindelijk het doek. Projectontwikkelaars hebben grootse plannen voor modernisering van het gebied langs de Seine. Le Vel d'Hiv wordt het eerste slachtoffer van de vernieuwingsdrang en de onroerendgoed-speculatie van het Parijse gemeentebestuur en maakt plaats voor een vestiging van La Direction de la Sécurité du Territoire (DST). Nu is er het 'Ministère de l'Intérieur', het Franse Ministerie van Binnenlanse Zaken gevestigd.

De Seine met rechts het Front de Seine

De nieuwe wijk 'Front de Seine' aan de rechter oever van de Seine wordt begrensd door de avenue Emile-Zola, de rue du Docteur-Finlay en de Seine. In dit gebied werd een van de grootste stadsvernieuwingsprojecten van Parijs uitgevoerd.  Tot 1986 verrezen een twintigtal verschillende generaties torenhoge gebouwen die getuigen van gedurfde architectonische innovatie. De moderne hoogbouw biedt een gevarieerde aanblik qua vorm en afwerking. Hoge woongebouwen, kantoortorens en openbare gebouwen vormen een modern geheel met het daarin opgenomen het futuristische winkelcentrum Beaugrenelle (2013). Een verhoging van beton werd boven het wegennet aangelegd, zodat er een verkeersvrij gebied is ontstaan met ruime plantsoenen en talrijke speelplaatsen voor kinderen. Bewonder tussen alle torens de Tour Dexia en de Tour de Crystal. Dit zijn een van de meest recente bouwwerken aan de Front de Seine.

De wielerpiste van het Vel d'Hiv werd overgebracht naat het 'Parc des Princes' aan de zuidkant van Parijs. In 1967 afgebroken en daarna nam het 'Stade de Bercy' de rollen over. Vandaag de dag bestaat er nog een kleine Vélodrome in het Bois de Vincennes; La Cipale le Vélo. 

Fotografie van Le Vel d'Hiv met dank aan John d'Orbigny Immobilier Paris

zaterdag 11 juni 2016

PARIS CACHÉ, HET VERBORGEN PARIJS (deel 2)

Voor deel 1 klik hier

De grote gebouwen en monumenten verlenen Parijs haar luister, maar in de nauwe straatjes, op pleinen en in parken moeten we zoeken naar haar speciale charme. Deze charme bestaat uit een grote hoeveelheid kleinigheden, een verborgen passage, een juweel van een parkje, een binnentuin met prachtige nog werkende fontein of een tot de verbeelding sprekende straatnaam als de rue du Chat-qui-Pêche, het smalste straatje van Parijs.
Op sommige van deze verschijningen zijn we voorbereid. Die romantische vergezichten op de Sacré-Cœur vereeuwigd op talloze schilderijen en ansichtkaarten. De naakte affiches van de Belle Époque geschilderd door Henri de Toulouse-Lautrec. Maar de meeste charmante kleinigheden van Parijs ontdekken we toevallig. Op iedere willekeurige wandeling door de stad komen we er waarschijnlijk tientallen tegen. Het is een klein wonder dat Parijs zo'n overvloed aan verborgen juweeltjes heeft kunnen bewaren, ondanks het verslindende moderne stadsleven. Het is zeker een compliment voor de smaak en geestkracht van de Parijzenaars.

La cour de Rohan verborgen in het 6e arrondissement

Via de rue Saint André des Arts (metro Saint-Michel) loop ik in westelijke richting. Bijna aan het einde van de straat aan de linkerkant loopt de deels overdekte, 18e eeuwse, cour du Commerce Saint-André, gebouwd in 1776 op een voormalige tennisbaan. Toen nog jeu de paume, de voorloper van tennis. Rechts de achterzijde van het oudste café van Parijs, Le Procope, geopend in 1686. Hier schonk een zekere Francesco Procopio dei Coltelli een nieuw, modieus drankje, dat men café noemde. Tegenover Le Procope bevindt  zich een poort (voie privé) en achter deze poort vindt u een drietal binnenplaatsen die u terug brengen naar voorbije eeuwen. La cour de Rohan met een toren nog intact, als onderdeel van de omwalling van Parijs, gebouwd door Philippe-Auguste. Hendrik II liet hier in de 16e eeuw huizen bouwen voor zijn maîtresse. Kunstschilder Balthus had hier 80 jaar geleden zijn atelier. De Cour de Rohan is het oude en verborgen Parijs. Door de volgende poort, met links en rechts een 'pas-de-mule': Stenen bedoeld om gemakkelijk een paard te kunnen bestijgen. Het derde binnenhofje met een oude put omgeven door elegante huizen. Het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis. La cour de Rohan ligt verborgen in het 6e arrondissement.

Cour de Rohan; het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis

Het eigenzinnige karakter van Montmartre is goed te zien als we de moeite nemen om buiten de gebaande toeristische paden te treden. De rue lepic met haar talloze levendige en vriendelijke winkels is het beste vertrekpunt voor de ontdekking van deze 'vrije commune', die zich met haar geheime schatten goed heeft verschanst binnen haar natuurlijke grenzen.  Om je heen wordt voornamelijk alleen Frans gesproken. Op nr. 23 nemen we een doorgang naar de avenue Junot, prachtige tuintjes en nog meer mysteries. We gaan even links ter hoogte van nummer 23 naar de ingang naar de Villa Léandre. Deze monsterlijk rustige, vreedzame en tegelijk heimelijk ogende 'villa' (steegje) lijkt wel de tijd te tarten zoals het daar ligt. onvergankelijk en geprivilegieerd. Knusse tuinen met oleanders en doornstruiken, onttrekken huizen aan het zicht waarvan er geen twee hetzelfde zijn. Hier wonen nog overwegend dezelfde families als in 1926 toen de straat werd opgeleverd. De Duitse surrealistische schilder Max Ernst verbleef er een tijdje. Villa Léandre ligt verborgen in het 18e arrondissement.

Villa Léandre; knusse tuinen met oleanders en doornstruiken, onttrekken huizen aan het zicht waarvan er geen twee hetzelfde zijn

In het zuiden van Parijs bevindt zich nog een van mijn juweeltjes. Enkele minuten verwijderd van de drukte van Montparnasse ligt het tweede grootste park van Parijs. Aangelegd in de tijd van Haussmann ligt hier een van de best bewaarde geheimen van Parijs: Parc Montsouris. Een park als een Engelse tuin, met glooiende hellingen, golvende paden die bij elke bocht weer onverwacht zicht geven op valleitjes, rotspartijen, balustrades, water en prachtige "lawns". Door het park loopt ook de monumentale meridiaan van Parijs. 135 ronde koperen plaatjes, een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, als eerbetoon aan de astronoom en wetenschapper Francois Arago. Ex nieuwslezer en journalist Philip Freriks heeft alle koperen plaatjes in kaart gebracht en omschreven in zijn boek; "Het spoor van de Monumentale Meridiaan". Volgens dit boek zijn de plaatjes nrs. 15 t/m 20 te vinden in het park. Aan de overkant van het park, ligt de Cité Internationale Universitaire. Op deze prachtige groene campus wonen en leren 5500 studenten uit 130 verschillende landen. Ze wonen in gebouwen die ook het internationale karakter van de universiteit uitstralen; het Huis van Zuidoost Azië, het College van Spanje, het Huis van India, het Zwitserse paviljoen (gebouwd door Le Corbusier) etc. De tuin is vrij toegankelijk en absoluut de moeite van een bezoek waard.

Een van de vele bijzondere gebouwen van de Cité Internationale Universitaire

De betovering van de tuin en het park strekt zich ook uit tot de omliggende straten, impasses en villa's. Aan de westzijde van het park, aan de rue Nansouti, kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie; rue du Parc Montsouris, rue Georges Braque met op nr. 6 het atelier van de kunstenaar. Square Mont Souris, het meest pittoreske straatje van Parijs. Het was ooit een privéstraat, maar de Square de Montsouris werd 45 jaar geleden geopend voor het publiek en is inmiddels beschermd erfgoed. Via de avenue Reille en de rue de la Tombe Issoire komen we bij Villa Seurat, een doodlopende straat. Op nr. 18 woonde Henri Miller. De Impasse Gauguet, met artiestenateliers uit de jaren dertig. Allemaal miniparadijzen die zich behaaglijk hebben genesteld in een prachtige groene omgeving, het domein van de welgestelden. Dit alles ligt verborgen in het 14e arrondissement.

Rondom het park van Montsouris kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie

In de buurt van het park Buttes Chaumont, ten zuiden van de place Rhin-et-Danube, tussen de metrostations Botzaris en Pré Saint Gervais ligt een apart dorpje met 250 charmante huisjes. In feite zijn het arbeidershuisjes van eind 19e eeuw. De straatjes dragen namen als villa Amalia, villa des Lilas, villa de Fontenay en liggen links en rechts aan de rue Mouzaïa ook wel het Quartier Mouzaïa (genoemd naar een kloof in Algerije) of Quartier d'Amerique genoemd. Voetgangerssteegjes overladen met klimop, blauwe regen, seringen en rozenstruiken volgen elkaar op. Kortom alle geuren die onze grootmoeders kenden hangen hier nog. Ze bestaan gelukkig nog; groene eilandjes die gespaard gebleven zijn van het oprukkende beton. Nu wil iedereen hier wel wonen in deze kleine idyllische oase, maar jammer genoeg rukt aan de zijde van de Villa du Progrès, de naam zegt het al, de stad op met spuuglelijke betonnen woontorens. Wat een contrast. En dan te bedenken dat nog geen halve eeuw geleden de molenwieken draaiden op de luxe Villa de Bellevue. Het  Quartier Mouzaïa ligt verborgen in het 19e arrondissement.

Ze bestaan gelukkig nog; groene eilandjes die gespaard gebleven zijn van het oprukkende beton, het Quartier Mouzaïa

Parijs heeft zijn grandeur te danken aan Napoleon III. Tijdens het Tweede Keizerrijk (1852 - 1870) ontstond in het nieuwe quartier des Grands Boulevards het zogeheten 'Nouveau Paris', gebouwd met de 'nieuwe' materialen; staal en glas. Hier ontstond de grootstedelijke architectuur van de belle époque, mede dankzij Gustave Eiffel. Eiffel was een geniale constructeur, die in zijn tijd de vooruitgang in de architectuur flink vooruit heeft geholpen door de toepassing van staal, in plaats van zware, ouderwetse baksteenconstructies.  Tegenover het metrostation Quatre Septembre in de gelijknamige straat bevindt zich een staaltje van Parijse commerciële architectuur gebouwd in de periode 1876 - 1883. Het hoofdkantoor van de Franse bank Credit Lyonnais en inmiddels een historisch monument.  Het is gelegen in de vierhoek gevormd door de rue du Quatre-Septembre, de rue de Choiseul, boulevard des Italiëns, en de rue de Gramont. Helaas is het immense gebouw na een felle brand op zondag 5 mei, 1996 en de restauratie in 2008, verdeeld in twee gedeelten. Op de rue Quatre Septembre 16 - 18 zit nu de ingang naar het kantorencomplex 'Le Centorial' die u zeker moet binnengaan. Het herbergt 39.000 m² aan kantoren, verdeeld over zeven etages inclusief de begane grond. Via een indrukwekkende marmeren trappenhal komt u terecht onder de 17 meter hoge koepel van staal en glas eveneens gemaakt door het ingenieursbureau Ateliers Eiffel. De vroegere binnenplaats is in 2001 geheel overdekt met glas naar het voorbeeld van de overkapping van het Pavillon de Flore van het Musée du Louvre. Het immense atrium heeft drie etages, ook weer uitgevoerd in glas. Saillant detail is dat de eerste eigenaar het gebouw in 1876 zo heeft laten ontwerpen, dat bij faillissement van de bank (in die tijd speelde dat dus ook al) het gebouw op een eenvoudige wijze zou kunnen worden omgebouwd tot een warenhuis. In januari 2013 vormde dit fraaie gebouw nog het decor voor de 'Fashion Show - Spring Summer 2013 - van Donatella Versace. Le Centorial ligt verborgen in het 2e arrondissement.

Le Centorial; via een indrukwekkende marmeren trappenhal komt u terecht onder de 17 meter hoge koepel van staal en glas

Maar een paar straten verder, in de rue Lafayette 20, is 'grandeur' het enige woord dat het Banke Hotel  adequaat beschrijft. Ooit zat in dit immense pand een diamantbank, gebouwd rond 1906, en de luxe van weleer druipt er nog steeds van de muren. Laat u niet afleiden door de streng kijkende en in het strak zwart geklede portiers, maar loop gewoon binnen. De entreehal heeft een glazen koepel in het dak, op 19 meter hoogte. Je ziet rondom zuilen, pilaren en kruisbogen, maar dan in hedendaagse kleuren, en een meterslange knalrode Chesterfield-bank. Die majestueuze hal gaat vervolgens naadloos over in de bar, met transparante krukken van Philippe Starck en houten stoelen van Maarten Baas. misschien tijd voor een heerlijke cocktail? Het Banke Hotel ligt verborgen in het 9e arrondissement.

'Grandeur' het enige woord dat het Banke Hotel  adequaat beschrijft

Een van de mooiste binnentuinen van Parijs bevindt zich op het grondgebied van het Petit Palais, en het mooie is; deze tuin is vrij te bezoeken. Het Petit Palais is een overblijfsel van de Exposition Universelle van 1900 en die werd door meer dan 50 miljoen mensen bezocht, wat destijds een wereldrecord was. Het gebouw, dat na de wereldtentoonstelling direct in handen kwam van de stad Parijs, is gebouwd door Charles Girault, die overigens ook tekende voor het ontwerp van het Grand Palais. Beide 'paleizen' zijn het schoolvoorbeeld van eclectische architectuur. Een slimme combinatie van stijlen die zijn gecombineerd tot een nieuw geheel. Dit keer werden elementen gecombineerd uit historische Parijse architectuur, zoals de colonnade van het Louvre, de dome van de Dôme des Invalides en de spiegelzaal van het Louvre. Zo ontstond een buitengewoon elegant bouwwerk met een indrukwekkende voorgevel. Vanaf 1902 werd het Petit Palais het Musée des Beaux-Arts de la Ville de Paris. Girault bleek bij de bouw over visie te beschikken, want hij zorgde voor enorme glazen vlakken, extra hoge ramen en een naar de binnentuin gerichte zuilengalerij, zodat het daglicht overal overvloedig naar binnen kan zelfs door de immense koepel in de entreehal.

Het museumcafé van het Petit Palais

Het gebouw is in 2005 nog eens voor de lieve som van 264 miljoen gerestaureerd en is nu een van de architecturale parels van Parijs. Monumentale trappen, rijkelijk voorzien van siersmeedwerk, mozaïeken vloeren en beschilderde koepels. Een groot bordes aan de voorzijde leid je naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers en een immense zuilengang. Deze grenst weer aan een halfronde weelderige binnentuin met een prachtige colonnade, rondlopende fresco's en een grote vijver. Hier zit ook het museumcafé dat u zeker moet bezoeken, een oase van rust. Deze bijzondere tuin ligt verborgen in het 8e arrondissement.

Petit Palais met een van de mooiste binnentuinen van Parijs


Voor mijn laatste juweeltje nemen we mijn favoriete metrolijn 2 die mij  brengt naar het metrostation Avron. Veel van de stations zijn bovengronds. Bovenaan de trappen 180 graden draaien en de boulevard de Charonne een stukje aflopen tot u de eerste zijstraat aan uw rechterkant tegenkomt: De rue des Vignoles. U kruist de rue Panchat en u komt als het ware terecht in een klein plattelandsdorpje in Parijs met links en rechts kleine huisjes. Het gedeelte tussen de rue Panchat en de rue Buzenval kent wel 7 impasses. Kleine minuscule doodlopende steegjes, vaak maar twee of drie meter breed, met betaalbare arbeidershuisjes, aangelegd zo rond 1870. Sommigen met veel groen, originele lantaarnpalen en nog de oude kasseien, met prachtige namen zoals de impasse Rolleboise, impasse Poule of impasse de la Confiance. 

Je komt ogen te kort. Onbeschaamd bliek ik tussen het groen en kijk mijn ogen uit in de hippe binnentuintjes. In de impasse Rolleboise valt mij het bordje op 'Hippies use side door' op. Het is met recht een hip buurtje. Aan de overkant van de impasse Rolleboise, de impasse Casteggio en de impasse des Crins, met bijzondere huizen met prachtige houten trappen, alsof de bewoners in boomhutten wonen. U passeert verschillende restaurantjes waaronder; 'le petite Fabrique' gespecialiseerd in biologisch eten, een stukje verder 'le Comptoir Américain gespecialiseerd in bagels en salades, maar mijn voorkeur ging uit naar een café restaurant 'Les Mondes des Bohèmes', met een heerlijk overdekt buitenterras en een menukaart vol met gerechten om van te smullen. Ik laat mij verleiden door de 'suggestion du moment'; de 'carpaccio de bœuf au basilic et fromage, mesclun et frites maison' en als désert, 'creme brûlée selon l'humeur du chef. Tevreden, heel tevreden, vervolg ik mijn route langs de rue des Vignoles. dit kleine plattelands- dorpje ligt verborgen in het 20e arrondissement.



Foto: De rue des Vignoles vol met kleine minuscule doodlopende steegjes zoals de impasse Rolleboise