Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Het andere Parijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Het andere Parijs. Alle posts tonen

maandag 8 juni 2026

VERBORGEN JUWEELTJES IN BELLEVILLE


De industriële revolutie die heel Europa in de 19e eeuw in de ban hield transformeerde het Parijse stadsbeeld volledig. Dit fenomeen wordt des te meer zichtbaar door de uitvoering van belangrijke herontwikkelingsplannen door Haussman, die steeds meer industrieën en de daarbij behorende arbeidersbevolking verplaatst naar de perifere Parijse arrondissementen en de omliggende steden. Tegelijkertijd, met de toename van werkplaatsen en fabrieken, neemt de bevolking sterk toe. In de Faubourg woonden ontzettend veel arbeiders-gezinnen maar ook vele ambachtslui. Dat was weer te danken aan Lodewijk XI die de Faubourgs totale vrijheid gaf voor het vestigen van beroepen en gilden. In de Faubourg Saint-Antoine konden ambachtslieden vrij werken, zonder de toen geldende verplichtingen, te werken volgens genormaliseerde technieken zoals het werken 'à boutique ouverte'. Voorbijgangers konden zo oordelen over de kwaliteit van de gebruikte materialen. Nachtwerk werd zwaar gestraft want dat zou geknoei in de hand werken.


Mijn wandeling begint in de rue Faubourg du Temple
 

Parijs is de stad van ontdekkingen. Het verbergt nog steeds achter zijn poorten of prominent op zijn gevels overblijfselen van zijn rijke industriële en ambachtelijke verleden. In verborgen passages, geplaveide binnenplaatsen of aanpalende straatjes vind je nog enige ambachtelijke activiteiten, maar de arbeiders van weleer hebben plaatsgemaakt  voor jonge ondernemers, webdesigners en reclamelui, ‘fils de pub’, zoals die in het Frans heten. Ateliers waar jonge designers, modeontwerpers actief zijn en waar eigenzinnige kunstenaars open huisdagen organiseren. Een proces van verovering van onroerend goed door de midden- en hogere klassen. In deze blog neem ik je mee langs enkele pareltjes van het industriële Parijs.

 

Ik stap uit bij metrostation Goncourt, lijn 11 tussen République en Belleville en volg de rue du Faubourg du Temple die de scheidingslijn aangeeft tussen het 10e en 11e arrondissement. Het is een kosmopolitische wijk waar veel immigranten wonen. Maar deze wijken zijn  de laatste tijd steeds populairder aan het worden onder de voornamelijk jonge Parijzenaars. Dat is ook de reden dat dit arrondissement steeds meer opduikt in reisgidsen en trendy modebladen. Naast het oude volkse Parijs, is het ook het thuis van een exotische gemeenschap van Arabieren, Chinezen en Vietnamezen, maar ook van kunstenaars, jonge startende ondernemingen en studenten, die de dure universiteitsbuurten zijn ontvlucht. Hier kunnen we nog de ruwe kant van Parijs aanschouwen. Geef dit arrondissement nog 10 jaar de tijd en dan is het net zo in trek als de Marais.


Een van de mooiste passages in het 11e arrondissement op nummer 105, rue Faubourg du Temple

 

Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we op nummer 105, Faubourg du Temple. Een prachtige lift aan het einde van een bijzondere passage trekt onmiddellijk mijn aandacht met grote letters; 'La Java'. La Java is een concertzaal gevestigd in de kelders van de galerie 'le Palais du Commerce', ooit geopend in 1923, en was in die tijd een van de meest swingende nachtclubs van Parijs, waar grote namen optraden als Django Reinhardt, Jean Gabin, Fréhel en helemaal in het begin Maurice Chevalier en Edith Piaf. Nu is La Java gespecialiseerd in Latijs Amerikaanse- en allerlei soorten elektronische muziek en mateloos populair bij jongeren.

 

Statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen




Van dichtbij bekeken dienen voormalige 'liftdeuren' als ingang naar de nachtclub. Aan weerszijden trekken de statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen vervolgens mijn aandacht. Bovenaan een gesloten hek dat op mijn vraag vriendelijk wordt geopend door twee jonge mensen die schijnbaar hier hun bedrijfje hebben. Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers. Mijn eerste passage van die dag is adembenemend mooi. Ik laat het oordeel graag aan u over na het zien van de foto's.


Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers




Schuin tegenover 105 ligt de ingang naar Passage Piver, een onderdoorgang die mij voert door een nietszeggend straatje. Alhoewel; halverwege, op nummer 5, stuit ik op een poort die toegang geeft tot een prachtig industrieel pand van de Societé Th. Grimmeisen. Theodore Grimmeisen afkomstig uit de Elzas , kuiper van beroep, besloot in 1870 te verhuizen naar Parijs. Hier bouwde hij een fabriek aan de rand van Belleville. Zijn zoon werkte daar aan een manier om de houten vaten beter luchtdicht af te sluiten en kwam zo op de vinding van de rubber stop. De kleinzoon van Theodore, George Grimmeisen bedenkt in 1930 de colibri-laars geheel vervaardigd uit een stuk rubber in vorm geblazen met perslucht. In 1936 ontwikkelt hij, vanuit zijn favoriete hobby tennis, een speciale tennisschoen met een gevulkaniseerde rubberen zool en ventilerend katoen.


Impasse Piver 5, de ingang naar een prachtig stukje industrieel erfgoed

 

Het merk Spring Court is geboren. Georges overlijdt in 1956 en zijn broer Theodore Louis neemt het bedrijf over. De schoenen zijn vooral bekend door de legendarische platenhoes van Abbey Road waar John Lennon loopt op de schoenen van Spring Court. Later bleken het ook de favoriete schoenen van Serge Gainsbourg te zijn. Sinds haar oprichting heeft Spring Court meer dan 25 miljoen paar  tennisschoenen verkocht. De fabriek bestaat nog steeds, echter niet meer op deze plek. Wel is er het hoofdkantoor gevestigd en verder kleine creatieve bedrijfjes, een boetiek, een sportschoenenwinkel en een charmant restaurant. Bij goed weer kun je buiten op het terras lunchen tussen de Fransen, want bij Atelier des Mélanges komen nauwelijks toeristen. De gebogen stalen balken aan ’t plafond verraden nog altijd de industriële afkomst van ’t gebouw.


De Societé Th. Grimmeisen nog zichtbaar in de cour

 

Vanuit de Passage Piver slaan we links de rue de l'Orrillon in om meteen rechts de rue Morand in te gaan. Deze lopen we helemaal af tot de rue Jean-Pierre Tibaud. Tegenover het beeld met een vermoeiend ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum, maar vroeger een fabriek van koperen muziek-instrumenten, van ’t bedrijf Couesnon, dat zich hier in 1881 vestigde. Boven de ingang zie je in het stalen hekwerk een luit, welke symbool staat voor de geschiedenis van het gebouw. De fabriek produceerde muziekinstrumenten die wereldberoemd werden door onder andere Amerikaanse jazzmuzikanten, waaronder Sydney Bechet (klarinet en sax) en Bill Coleman (trompet). Het merk bestaat nog steeds onder PGM Couesnon en is nu gevestigd in Aisne, in Etampes-sur-Marne zo'n 90 km van Parijs.



Tegenover het beeld met een vermoeid ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos'


'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum



De ingang naar een vroegere fabriek van koperen muziek-instrumenten, ’t bedrijf Couesnon



Een catalogus van Couesnon uit 1912




Cour de l’Industrie

Ik blijf in het 11e arrondissement, op nummer 37bis van de rue de Montreuil liggen drie verscholen binnenplaatsen die in de periode 2012 tot 2016 door de stad Parijs zijn gered van de ondergang en nu zelfs op de lijst staan van historisch erfgoed. De Cour de l’Industrie; sinds de 17e eeuw was hier een heel houtbewerkers gilde gevestigd. Dit was voor eeuwen dé plek wanneer je nieuwe meubels nodig had voor je Parijse appartement. Na een periode van ernstig verval in de vorige eeuw en intensieve restauratie is de Cour in haar volle glorie hersteld. 




De Cour bestaat uit 8 gebouwen verdeeld over drie gangen, met een totale oppervlakte van bijna 6.000 vierkante meter. Sinds 2016 hebben zo’n 50 kunstenaars en handwerkslieden hier hun ateliers. De meeste ambachtslieden trainen hier zelf hun leerlingen en vele kunstenaars bieden cursussen aan in hun werkplaatsen. De binnenplaatsen hebben weer het originele plaveisel, de gebouwen zijn van baksteen in combinatie met houten balken waardoor ze iets weg hebben van vakwerkhuisjes. Een absoluut unicum in de stad en zeker een bezoek waard.

Metrostation Faidherbe-Chaligny, lijn 8. 


woensdag 25 maart 2026

DE TUILERIEËNTUNNEL EEN UNIEKE KUNSTBESTEMMING IN HET HART VAN PARIJS

 

In mijn reisgids Ongewoon Parijs besteed ik maar 6 van de 160 pagina’s aan het eerste en tweede arrondissement. Jullie weten; Ik ben dol op Parijs, maar het is in het eerste en tweede arrondissement veel te druk…Het is juist hier dat veel mensen ontmoedigd raken door het toerisme, vooral in het weekend. Musea, galerieën en zogenaamd hippe cafés zitten bomvol en een plekje vinden om te zitten wordt al snel een ware hindernisbaan. Het meest ergerlijk zijn de wachtrijen die ontstaan door hippe Instagrammers die weer zogenaamd iets bijzonders ontdekt hebben. Rijen toeristen voor een kop warme chocolade bij Angelina of dippen met een enorme, nauwelijks hanteerbare, croissant op een terras in een minuscuul klein kopje cappuccino. Alles voor de foto op Instagram onder het motto; kijk mij nou!



Een kunstgalerie onder je voeten, sterker nog onder het Louvre
 

Tunnel des Tuilleries

Maar voor diegene die, net als ik, het toeristische Parijs wil ontdekken en steeds op zoek blijft gaan naar de echte ‘couleur locale’ ontdekte ik een zeldzame plek, een kunstgalerie onder je voeten. Pal in het hart van het eerste arrondissement, waar eeuwen geschiedenis samensmelten met het moderne stadsleven, biedt een bescheiden tunnel een uniek perspectief op de evolutie van de stad. De ‘Tunnel des Tuileries’, over het hoofd gezien door toeristen die zich haasten tussen de bekendere bezienswaardigheden, is een stille getuige van de transformatie van de Franse hoofdstad. Deze ondergrondse corridor, met zijn combinatie van functionaliteit en historische betekenis, nodigt bezoekers uit om een minder bekend aspect van de Parijse infrastructuur en stadsplanning te ontdekken.



Deze Mona Lisa daalde af vanuit het Louvre naar de Tunnel des Tuileries

 

Een verbinding met de Parijse geschiedenis

De ‘Tunnel des Tuileries’ is niet zomaar een tunnel. Hij werd ontworpen als onderdeel van een groots moderniseringsplan voor Parijs aan het einde van de 19e eeuw. De tunnel werd gebouwd om de verkeersstroom tussen het Louvre en de Place de la Concorde, twee van de meest iconische plekken van de stad, te vergemakkelijken. Deze 861 meter lange tunnel werd in 1967 geopend als eenrichtingsverkeer van west naar oost. Destijds maakte hij integraal deel uit van de ‘snelweg’ Georges - Pompidou. Toen de tunnel werd gebouwd, werd het beschouwd als een opmerkelijke technische prestatie. De uitdagingen van het aanleggen van een ondergrondse doorgang in het hart van Parijs, met zijn complexe geologie en eeuwenlange stedelijke ontwikkeling, waren aanzienlijk. Toch hielden de ingenieurs en arbeiders van die tijd vol en creëerden ze een constructie die de tand des tijds heeft doorstaan. De stevige wanden en het gewelfde plafond van de tunnel getuigen van de vaardigheid en het vakmanschap van de bouwers. 

Maar in april 2010 presenteerde de toenmalige Parijse burgemeester Bertrand Delanoë een opzienbarend en ambitieus plan om de kades langs de Seine nieuw leven in te blazen en terug te geven aan de Parijzenaars. "Auto's zullen in hogere mate geweerd worden en wandelaars en fietsers krijgen volop ruimte. De kades moeten gebruikt gaan worden voor sport, cultuur en natuur", aldus Delanoë. "We willen de oevers hun schoonheid teruggeven aan de Parijzenaars en aan iedereen die van Parijs houdt. Ik wil dat het plaatsen worden om te leven en te ontspannen, en niet langer een autosnelweg door de stad". In 1991 werden de stenen kades door de Unesco op de lijst van beschermd werelderfgoed gezet. "Parijs is ontstaan aan de Seine. Hoe kunnen we accepteren dat die as, die dwars door de stad loopt, alleen nog dient als autoweg?" zei Delanoë, als een soort indirecte repliek aan Georges Pompidou, de initiatiefnemer van de snelweg aan de Seine. 

Na de afsluiting tussen Châtelet en het eindpunt van de snelweg Georges - Pompidou voor autoverkeer, werd deze tunnel uitsluitend gereserveerd voor voetgangers en fietsers. De locatie van de tunnel is doordrenkt van historische betekenis. Hij loopt onder de plek van het voormalige Tuileries-paleis, een koninklijke residentie die werd verwoest tijdens de Commune van Parijs in 1871. Terwijl bezoekers door de tunnel lopen, passeren ze letterlijk lagen Parijse geschiedenis. De grond erboven draagt herinneringen aan koninklijke intriges, revolutionaire geestdrift en de transformatie van Parijs van een middeleeuwse stad tot een moderne metropool.

 


Een kunstgalerie onder je voeten

De ingang ligt verscholen aan de quai du Louvre. Ter hoogte van de Seinekade bij de rue de l’Amiral de Coligny neem je de trap naar beneden en ga meteen links af. Als je goed oplet zie je fietsers vanuit de Pont Neuf verdwijnen onder de quai du Louvre. Daar is het begin van de tunnel. Sinds 2022 is de tunnel overgenomen door verschillende straatkunstenaars uit Frankrijk en daar buiten. Al meer dan drie jaar brengen kleurrijke muurschilderingen een vleugje poëzie naar deze plek die ruim 10 jaar verlaten was, maar nu bekend staat om zijn verbluffende straatkunst, waar bezoekers genieten van een wandeling van 30 tot 40 minuten door een lange tunnel. De ruimte is absoluut veilig en toegankelijk en trekt zowel voetgangers, joggers als fietsers aan, die de steeds veranderende kunstwerken en de levendige sfeer, gecreëerd door zowel kunstenaars als muzikanten, waarderen.


Al meer dan drie jaar brengen kleurrijke muurschilderingen een vleugje poëzie naar deze plek die ruim 10 jaar verlaten was




De wanden van de tunnel zijn versierd met een wisselende selectie muurschilderingen en installaties, waardoor deze utilitaire ruimte verandert in een dynamische galerie. Deze kunstwerken, die vaak de hedendaagse Parijse cultuur en maatschappelijke vraagstukken weerspiegelen, vormen een schril contrast met de historische context van de tunnel. Het was oorspronkelijk een initiatief van niemand minder dan Nicolas Laugero Lasserre directeur van Artistik Rezo galerie en met steun van de stad Parijs. Laugero Lasserre is ook medeoprichter van de Artflux- groep, die zes culturele en kunstzinnige locaties aan de Seine verenigt: Fluctuart, Le Marcounet, Nanna, Les Péniches de Paris, Quai de la Photo en Le Son de la Terre. In juli 2022 werd er heldere en kleurrijke verlichting aan de tunnel toegevoegd, samen met 10 tijdelijke muurschilderingen die minstens een jaar zichtbaar zouden zijn, minimaal tot de zomer van 2023.





 

Maar toen gebeurde er iets: de strakke fresco's, die balanceerden tussen urban art en hedendaagse kunst, werden al snel overgenomen door lokale graffitikunstenaars! Hoe had de stad Parijs kunnen bedenken dat deze plek geen afgunst of jaloezie zou opwekken? Natuurlijk bevonden sommige van de 'vandalistische' kunstenaars zich in de collectie van de curator en het is zeer waarschijnlijk dat hij stiekem de bedoeling had om de plek wat levendiger te maken, maar sommige kunstenaars die hun tags kwamen zetten, deden dat zonder voorafgaande toestemming en vooral zonder enige toestemming! Hoe kan een straatkunstenaar nu niet zwichten voor het idee om zijn werk aan de voet van het Louvre te plaatsen! Ik kan me hun enorme voldoening voorstellen die ze daarbij moeten hebben gehad en stiekem ben ik ze daar dankbaar voor, want deze plek is magisch! 


De veelheid aan werken, de diversiteit aan onderwerpen en de snelheid waarmee ze worden vervangen, laten zien hoe de cultuur nog steeds springlevend is in het hart van de hoofdstad!


 


De verlichting verandert van kleur net als verkeerslichten en beïnvloedt de fresco’s. De lichten staan allemaal in constante interactie met hun publiek, sommige concentreren zich alleen op de rennende joggers, weer anderen op de voorbijgangers. Er hangt een rauwe sfeer en ondanks de veiligheid bekruipt je toch een gevoel van onrust, zo van waar kom ik uit? Er is zeker sprake van vergankelijkheid en er is geen garantie van wat je vandaag hebt gezien er morgen nog zal zijn.



 





De Tuilerieëntunnel staat voor mij symbool voor de voortdurende evolutie van Parijs. Het vertegenwoordigt het vermogen van de stad om zich aan te passen en te groeien, terwijl ze tegelijkertijd haar historische erfgoed koestert. Terwijl stedenbouwkundigen en architecten de toekomst van Parijs blijven vormgeven, dient de tunnel als een herinnering aan de vindingrijkheid en visie die altijd de kern van de stadsontwikkeling hebben gevormd. Bovendien biedt het een unieke en verrijkende ervaring voor wie bereid is buiten de gebaande paden te treden. 



Eenmaal buiten de tunnel wordt je verwelkomd door het weelderige groen van de Tuillerieën, een meesterwerk van landschapsarchitectuur uit de 16e eeuw. Deze tunnel verbindt niet alleen twee belangrijke locaties, maar belichaamt ook de essentie van de Franse hoofdstad: een stad waar geschiedenis, kunst en natuur prachtig samenkomen.



 

Ik raad je van harte aan om deze tunnel te bezoeken en te genieten van de ultieme smaak van vrijheid. Mocht je toevallig alleen naar Parijs komen om urban art te proeven en ben je net zo gek als ik en houd je van de sfeer van dit soort vrije plekken, dan mag je Aubervilliers niet missen, aan de kant van het Canal de l'Ourcq of aan de overkant van de Seine; op Spot 13 of de Butte aux Cailles, Street-Art 13 in het 13e arrondissement en last but not least de rue Dénoyez in Belleville.

 

 

zondag 26 oktober 2025

LES MUSICIENS DU MÉTRO PARISIEN


Wat hebben Édith Piaf, Michel Polnareff, Renaud en Zaz met elkaar gemeen? Zij boden reizigers een betoverend intermezzo tijdens hun reis. Deze beroemdheden begonnen hun carrière met het zingen in de Parijse metro. In de loop der jaren zijn de ‘Musiciens du Métro’ ware ambassadeurs geworden van het RATP-merk.



 

In 1973 kwamen uit een onderzoek in opdracht van de RATP, de ‘Régie Autonome des Transports Parisiens’, twee tegengestelde situaties: de bus werd als onbetrouwbaar maar prettig in gebruik beschouwd, De metro daarentegen als zeer efficiënt , maar werd ook gezien als een gesloten, trieste, donkere, onmenselijke plek, waar de populaire Franse uitdrukking "métro, boulot, dodo", (metro, werken, slapen) zijn volle betekenis krijgt. Uitkomst: “We moeten iets bieden om de lege tijd, de dode tijd, te vullen, zodat de metro nemen niet slechts een afdaling naar de hel is”. Het idee ontstaat om entertainment aan te bieden dat zich richt op de begeleiding van jongeren. De eerste muzikale ervaring van de RATP dateert uit 1977 met een operatie genaamd ‘Métro Molto Allegro’, waarbij 100 artiesten optraden in 20 stations met een grande finale in het metrostation Auber waaraan maar liefst 5.000 mensen deelnamen.


 

In 1983 wordt er een budget van drie miljoen frank vrij gemaakt om het comfort van de reiziger te verbeteren, maar ook het merkimago van de RATP. Toch duurde het tot 1989 voordat de RATP muzikanten toestemming gaf om in de metro te spelen. Deze muzikanten mochten alleen in de gangen spelen, maar niet in de treinen om zo de ‘opgesloten’ reizigers niet te storen. Zo werden er tussen 1989 en 1997 jaarlijks honderd muzikanten door de RATP geaccrediteerd. Echter, destijds bestond er geen professionele structuur voor de beoordeling van de kwaliteit en de diversiteit. De afdeling beveiliging was verantwoordelijk voor de toelating. Er waren geen audities; wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Geconfronteerd met een grote toestroom van muzikanten, ziet de RATP zich genoodzaakt om e.e.a. beter te organiseren.



 

In 1997 is het zover. Muzikanten kunnen zich tweemaal per jaar inschrijven om auditie te doen. De audities zijn voor iedereen toegankelijk en vinden steeds plaats voor een jury die bestaat uit RATP-agenten en metropassagiers of in sommige gevallen voor muziekprofessionals zoals singer-songwriter Mentissa, Benoît Rousseau, directeur Muziek en Dans bij Gaîté Lyrique, Ruddy Aboab, directeur van FIP-radio, en Bénédicte Froidure, algemeen secretaris van het MaMA Music & Convention festival. Er worden maar slechts 300 muzikanten gecertificeerd, terwijl de kandidaten vaak vijf tot zes keer talrijker zijn dan het aantal toegekende plaatsen.



 

Het is waarschijnlijk het grootste ‘muziekpodium’ in de Franse hoofdstad en ongetwijfeld degene die het meest diverse publiek bereikt. De tientallen kilometers aan gangen en honderden stations van de Parijse metro zijn zeer gewild bij amateur- of semi-professionele muzikanten vanwege de zichtbaarheid die het hen kan bieden. Maar er is geen sprake van om er spontaan, met een gitaar in de hand, muziek te maken. Deze underground muziekscene is uitsluitend voorbehouden aan artiesten die het label "metromuzikanten" hebben gekregen, wat hen recht geeft om zes maanden op het netwerk op te treden. De RATP wijst er 300 toe (ongeveer evenveel als het aantal stations op het historische netwerk) per semester, na een reeks castings om de juiste kandidaten te kiezen.



 'Les Musiciens du Métro' is waarschijnlijk het grootste muziekpodium in de Franse hoofdstad




Artiesten die willen deelnemen kunnen zich tweemaal per jaar aanmelden bij de RATP. Een demo is niet vereist. Kandidaten hoeven alleen een e-mail met motivatie te sturen naar musiciensdumetro@ratp met hun contactgegevens (achternaam, voornaam, adres, telefoonnummer, geboortedatum en -plaats) en details over het bespeelde instrument (of de instrumenten in het geval van groepsaanmeldingen), repertoire en muziekstijl. Artiesten die al nummers hebben uitgebracht op luisterplatforms, worden uitgenodigd om een link in hun e-mail te plaatsen. Tijdens de auditie mag elke artiest twee nummers naar keuze spelen om de jury te overtuigen om zo de certificatie ‘Musiciens du Métro’ te winnen en zes maanden lang gratis te mogen optreden in de Parijse metrostations en stations in de regio. Pop, rock, klassiek, reggae, gipsy, jazz,  alle verschillende stijlen zijn vertegenwoordigd met dezelfde wil om het publiek te veroveren en ontdekt te worden als muzikaal talent.


Is hij de nieuwe Mark Knopfler?

 

Zoals Keziah Jones, deze Nigeriaanse zanger werd in 1991 door een producer in de Parijse metro gespot.  Keziah Jones is de artiestennaam van Olufemi Sanyaolu, een gitarist en zanger, die een mengeling van funk en soul, met blues invloeden speelt.

Of de Italiaan Claudio Capéo die in de metro speelde om de kost te verdienen. Hij bleek dè ontdekking te zijn van de Franse editie van ‘The Voice’ in 2016.

En wie kent haar niet; de zangeres Zaz, die bij het grote publiek bekend werd met haar debuutsingle “Je veux”. Ook zij begon in de metro.

Maar ook Michel Polnareff. Hij droomde in de jaren ’60 ervan om rockster te worden. Hij verliet het conservatorium en besloot zich op te trappen van de Sacré-Coeur te vestigen om te spelen. ’s Nachts bracht hij door in de metro waar hij zijn kunst beoefende en uiteindelijk werd ontdekt.

En zo zijn er vele andere inmiddels gerenommeerde kunstenaars die hun Franse carrière in de metro van de hoofdstad zijn begonnen zoals;  wie Alain Souchon, Manu Dibango, Irma, EMJI, Clément Verzi, Arcadian en Touré Kunda.



 

Eenmaal gecertificeerd om op te treden wacht je nog een aantal uitdagingen. Want onder de grond wordt elke muzikant geconfronteerd met een complexe omgeving. Ten eerste is er het lawaai van voorbijrijdende treinen, de stroom passagiers, de verschillende omroepen. Een versterkingssysteem is al snel onmisbaar. Een andere moeilijkheid is dat de apparatuur, bij gebrek aan een stroomvoorziening, autonoom moet zijn. Dit wil zeggen gevoed door batterijen of een accu. Bovendien is de metro een heel veeleisend podium. Het publiek heeft je nooit gevraagd om hier te musiceren, dus je moet ze verleiden.


Samen transformeren ze de kelders van de hoofdstad tot een gigantische muziekscene



Maar stel je eens, voor een muziekpodium recht onder onze voeten. Van de vier miljoen dagelijkse passagiers van de Parijse metro gaan er 300 nergens heen. Bij zonsopgang gaan ze in een gang of op een perron zitten, pakken hun gitaar, viool, accordeon, saxofoon of ander instrument en genieten van het spelen of zingen tussen de drukke voorbijgangers. Samen transformeren ze de kelders van de hoofdstad tot een gigantische muziekscene. In de toeristische wijken zijn de refreinen al decennialang hetzelfde. Aznavour smeekt ons altijd om hem mee te nemen; ‘Emmenez Moi’, In elk jaargetijde dan Vivaldi’s “De Vier Seizoenen” en Bach of Mozart worden dagelijks bewerkt door gedurfde accordeonisten.  Een klein hoedje ondersteboven of een open vioolkist wacht geduldig om de vruchten van zijn of haar arbeid te plukken. De beloning is uiteraard zeer onzeker en hangt af van de welwillendheid van de voorbijgangers. Voor sommigen varieert het ‘salaris’ tussen de  15 en 30 euro per uur. Voor anderen, meer ervaren, kan het tijdens drukke periodes oplopen tot 50 euro.  Ben je niet geaccrediteerd door de RATP of je nu amateur of professioneel bent, zonder accreditatie riskeer je een boete van € 150.

 

Het publiek heeft je nooit gevraagd om hier te musiceren, dus je moet ze verleiden



Er bestaat zelfs een ‘Association des Musiciens du Métro Parisien. Klik hier voor hun Facebookpagina.  Met de steun van de RATP en in lijn met haar beleid voor culturele animatie worden verschillende doelstellingen nagestreefd:

·       Reizigers kwalitatieve momenten aan te bieden tijden hun dagelijkse reizen

·       Nieuwe talenten promoten

·       Artiesten een gratis en respectvol podium bieden in het hart van de stad

·     Hen toegang geven tot partnerevenementen zoals Solidays, ArtRock, Lollapalooza festival en vele anderen

 

De RATP doet er alles aan om grote muziekevenementen te promoten


Dus mocht je in Parijs zijn neem dan eens de tijd om te luisteren naar hun muziek en gun hun wat wisselgeld. Misschien leg jij zo wel de basis aan een muzikale carrière. 



zaterdag 6 september 2025

HET NIEUWE PARIJS


"Sneller dan het hart van een sterfelijke verandert de stad, het oude Parijs is verdwenen"; Aldus treurde Baudelaire in de 19e eeuw - en zo horen we nostalgische mensen tot op de dag van vandaag klagen. Echter, in de loop der eeuwen stapelden de gebouwen zich in Parijs op als een gigantische puzzel. Elke wijk, elk bouwwerk, draagt de sporen van voorbije tijden en levert een bijdrage aan de toekomst. De Franse hoofdstad is absoluut geen museumstad meer. De nieuwe architectuur van de stad getuigt van respect voor het verleden én van bruisende creativiteit.



 Elke wijk, elk bouwwerk, draagt de sporen van voorbije tijden en levert een bijdrage aan de toekomst

Spectaculaire vernieuwingen in Parijs zijn steeds het initiatief geweest van koningen en presidenten. Architectuur uit hogere kringen met als streven, een eigen architectonische nalatenschap. George Pompidou, Giscard d'Estaing en vooral François Mitterrand spanden hierin de kroon. Na de komst van Nicolas Sarkozy is het wat rustig voor wat betreft presidentiële bouwprojecten in de stad, maar het zijn vooral particuliere prestigeprojecten, initiatieven uit het zakenleven, die de stad opnieuw aanzien geven. De Parijzenaars zijn hier als vanouds niet enthousiast over. Volgens peilingen is 62% tegen hoogbouw. Wolkenkrabbers zijn on-Parijs vinden de tegenstanders. Haussmann legde in de 19de eeuw de basis voor een horizontale stad met brede boulevards en die laat zich moeilijk combineren met verticale elementen. Sterker nog, in 1973 bepaalde het gemeentebestuur van Parijs dat er een hoogtelimiet moest worden ingesteld. Om de unieke skyline van de Franse hoofdstad te waarborgen mochten er geen gebouwen of kunstwerken hoger dan 37 meter worden gebouwd. Aanleiding hiertoe was de bouw van de 210 meter hoge en nog steeds verguisde Tour Montparnasse. Tot grote schrik van de stadsbewoners werden de hoogtebeperkingen in 2010 opgeheven en de stad ondergaat een enorme verstedelijking en vergroening. Veel van deze projecten zijn te danken aan de visionaire blik van Anne Hidalgo, voormalig staatssecretaris van cultuur, vervolgens eerste assistent van de vorige Parijse burgemeester Bertrand Delanoë, toen verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening in de regio Parijs, en sinds 5 april 2014 zelf burgemeester van de Franse hoofdstad.


De nieuwe architectuur van de stad getuigt van een bruisende creativiteit

 

In deze blog neem ik je mee langs 10 gebouwen die symbool staan voor de vitaliteit van de Franse hoofdstad en haar architectuur. Hoewel we weten hoe we hedendaagse kunst moeten aanpakken, missen we nog steeds het perspectief om hedendaagse architectuur helder te definiëren. Licht futuristisch of juist heel refererend, met organische rondingen of juist loodrechte rechtlijnigheid, luchtig of juist massief... In plaats van te proberen een definitie te vinden die nooit voor iedereen geschikt is, nodig ik je uit om 10 Parijse monumenten in willekeurige volgorde te ontdekken die minder dan vijftien jaar geleden uit de grond zijn gestampt om zo een idee te krijgen van wat er later in de geschiedenisboeken van de architectuur zal verschijnen. Plus 1 die nog in aanbouw is.


In 2020, nam de Le Monde-groep een nieuw pand in gebruik




Het hoofdkantoor van Le Monde

Ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van de krant in 2020, nam de Le Monde-groep een nieuw pand in gebruik. Een enorm glazen gebouw op een steenworp afstand van Gare d'Austerlitz. Dit immense, 37 meter hoge brugachtige gebouw, ontstaan uit een samenwerking tussen het Noorse architectenbureau Snøhetta en het Franse bureau SRA Architectes, maakt indruk met zijn gepixelde gevel bekleed met 20.000 glazen tegels. Het geheel, in tweeën gedeeld door een loopbrug die de band tussen Le Monde en zijn lezers moet symboliseren sluit uiteindelijk, hoe massief het ook moge zijn, perfect aan bij het omringende stedelijke landschap en weerkaatst discreet de zonnestralen op de muren.

Waar? 67-69 avenue Pierre-Mendès-France, in het 13e arrondissement, metrostation Gare d’Austerlitz, lijn 5 & 10, RER-C.

 

Het hooggerechtshof van Parijs


Le Tribunal de Grande Instance de Paris

In juni 2017 is in de wijk Clichy-Battignoles het nieuwe 'Tribunal de Grande Instance de Paris', het TGI in gebruik genomen. Het hooggerechtshof van Parijs, wederom een iconisch gebouw; de een vindt het spuuglelijk de ander een architectonisch hoogstandje. Het uiterst transparante 'glazen' gebouw, 160 meter hoog, bestaat uit een speelse vorm van vier in terrasvorm gestapelde glazen blokken, ieder ter hoogte van een traditioneel Parijs gebouw, met in totaal 38 verdiepingen, waar 9000 mensen werkzaam zijn. "Door gebruik van nieuwe technieken kunnen we licht glas gebruiken, waardoor het gebouw 'transparant' wordt. Door deze hoogbouw winnen we ruimte voor groen, voor parken en pleinen"; aldus Renzo Piano, de architect. Het gebouw beschikt over daktuinen met een totale oppervlakte van 10.000 m², vol geplant met eiken, dennen en struiken en is daarmee de grootste groene oase in de buurt en zorgt voor recuperatie van het regenwater. Daarbij is het de meest energiezuinige kantoortoren van Parijs met een verbruik van 75 KwhEP per vierkante meter per jaar maar ook het meest veilige. Beveiligd tegen terroristische aanslagen en beglazing met kogelvrij glas. We zijn ver verwijderd van de sombere rechtzalen uit Netflix-series.

Waar? 1 Parvis. du Tribunal de Paris, 17e arrondissement, metrostation Porte de Clichy, lijn T3b.



De Philharmonie de Paris van Frankrijks bekendste bouwmeester Jean Nouvel


De Philharmonie

In 2015 landde een soort reflecterend ruimteschip in het zeer groene Parc de la Villette. Een enorme, op Maurits Escher geïnspireerde metalen constructie, gesierd door 340.000 vogels, die beloofde om de noordelijke skyline van Parijs te transformeren. De Philharmonie de Paris van Frankrijks bekendste bouwmeester Jean Nouvel. Een concertzaal met 2400 plaatsen, die aangepast kan worden aan grote en kleine gezelschappen en voorzien van een 'Son et Lumiere'. Son et lumiere is een bijzondere toepassing van theatrale verlichting, projectie en geluid om een extra dimensie toe te voegen. Verder 8 repetitieruimten voor meerdere muziekgezelschappen, een café, 2 restaurants, bibliotheek en mediatheek en een conservatorium. Kosten 386 miljoen, maar vriend en vijand zijn het erover eens dat de akoestiek, ontworpen door het bureau Nagata Accoustics, dat ook tekende voor de Walt Disney Concert Hall van Frank Gehry in Los Angeles, tot de beste van de wereld behoort.

Waar? 221 Av. Jean Jaurès, in het 19e arrondissement, metrostation Porte de Pantin, lijn T3b.



Het luchtige gebouw, dat symbool staat voor de architectuur van de Amerikaan Frank Gehry, doet denken aan een schip onder volle zeilen



Fondation Louis Vuitton

Het luchtige gebouw, dat symbool staat voor de architectuur van de Amerikaan Frank Gehry, doet denken aan een schip onder volle zeilen. Een soort Grand Palais 2.0 ingehuldigd in 2014. Het glazen gebouw is 150 meter lang en 40 meter hoog en gebouwd in de vorm van een wolk. Zelf omschrijft Gehry zijn creatie als een donzige broeikas. Een asymmetrisch gebouw met verwarrende volumes, opgebouwd uit  briljante, concave en convexe enveloppen. Twaalf grote grijze sluiers gemaakt van melkglazen panelen omarmen als het ware de kern van het gebouw. 13.500 m² glazen panelen, elk paneel, 3600 stuks in totaal, is uniek en is speciaal op maat gegoten. Door de bijzondere spiegeling van het gebouw lijkt het op te gaan in zijn omgeving. Lucht en groen krijgen zo gedurende ieder dagdeel hun eigen momentum, waardoor het gebouw nooit hetzelfde kleurt. Initiatiefnemer is de mecenas Bernard Arnault, oprichter, voorzitter en CEO van LVHM, Louis Vuitton, Hennesy et Moët, die bekend staat als een groot kunstliefhebber en schenker. Tevens ziet hij zichzelf als beschermheer van het Franse erfgoed en de Franse cultuur. Uiteindelijke bouwkosten 790 miljoen euro.

Waar? 8 Av. du Mahatma Gandhi, 16e arrondissement, metrostation Les Sablons, lijn 1.


 


La Seine Musicale




La Seine Musicale

Wéér een groot schip, midden in de Seine, met een enorm zonnezeil. Op het eiland Seguin, 36.000 vierkante meter met een concertzaal zo groot als de Zenith, en bovenal een magnifieke auditorium, genesteld in de bol en bedekt met miljoenen kleine glasplaatjes. Dankzij de aanwezigheid van een zeil, bestaande uit 470 fotovoltaïsche panelen met parelmoeren reflecties, draait de bol elke vijftien minuten rond, alsof hij synchroon loopt met de baan van de zon. Daar is plaats voor 1.150 bezoekers. Het project werd ontwikkeld door de architecten Shigeru Ban (Pritzkerprijs 2014) en Jean de Gastines en won op de MIPIM Awards 2015 de prijs in de categorie beste toekomstproject. Via trappen aan de voorzijde van het pand, naast een mega groot beeldscherm, bereik je op 18 meter hoogte het 2.000 m² grote terras dat weer een prachtig uitzicht biedt over de Seine, Saint Cloud, Boulogne-Billancourt en Parijs. Een creatie van landschapsarchitect Michel Desvigne. Geopend in 2017 en het project kostte 170 miljoen euro, waarvan 50 miljoen werd opgebracht door privé-investeerders.

Waar? La Seine Musicale, 1 Île Seguin, 92100 Boulogne-Billancourt, metrostation Pont de Sèvres, lijn 9.



Cité de la Mode et du Design in de volksmond 'de groene gifslang'




 

Cité de la Mode et du Design

Een creatief centrum dat ook het befaamde Institut Français de la Mode (IFM) huisvest. Het gebouw is ontworpen door de Franse architect Dominique Jakob en de Nieuw Zeelander Brendan Macfarlane en heeft nu al de bijnaam de "groene gifslang". Het is gebouwd rondom het karkas van de oude entrepots van het treinstation Austerlitz uit 1907 (les Magasins Généreaux d'Austerlitz). Kosten grofweg zo'n 44 miljoen euro. Aan de zijde van de Seine is een futuristische constructie bevestigd van groen getinte glasplaten die als een gifslang langs het gebouw kronkelt. Door de weerspiegeling van het groene glas kleurt de Seine smaragdgroen. De opening vond plaats in het voorjaar van 2011, Een derde van het gebouw is in gebruik als expositieruimte, inclusief studio’s voor muziekproducties, cafés, restaurants, mode- en boekenwinkels. Op het dak bevindt zich een park.

Waar? 34 Quai d'Austerlitz,  in het 13e arrondissement, metrostation  Gare d'Austerlitz, lin 5 & 10, RER-C.

 

La Canopée, het baldakijn van het Forum des Halles




La Canopée

Met een hoogte van meer dan 14 meter kon dit organisch gevormde metalen hekwerk van het Forum des Halles’ bij de opening op 6 april 2016 duidelijk niet op unanieme goedkeuring rekenen, noch onder de Parijzenaars, die het vergeleken met een "vulgaire vliegende schotel" , noch onder politici, met Jack Lang voorop, die het een "gruwel" noemde. Maar de Canopée kan altijd dromen van een bestemming voor de Eiffeltoren, die in zijn beginjaren ook al werd bekritiseerd. La Canopée, het baldakijn, de luifel; bedoeld wordt de amber kleurige glazen overkapping naar een ontwerp van de architecten Patrick Berger en Jacques Anziutti. 15 lamellen, complete brugdelen, vormen een overkapping van 100 meter breed.  De luifel heeft een oppervlakte van 2,5 hectare (25.000 m²), dat is groter dan de oppervlakte van de place des Vosges. 6.500 Ton staal (de complete Eiffeltoren weegt 7.300 ton) werd vervolgens bedekt met 18.000 glazen panelen. Het bijzondere glas zweeft boven een enorme patio, filtert het licht, beschermt tegen weer en wind en zorgt voor een aangenaam, stabiel binnenklimaat. De ruiten zijn door AGC Glass geproduceerd en opgebouwd uit gelaagd veiligheidsglas. De samenstelling is twee maal zes millimeter gelamineerd glas met de mooie benaming 'Imagin Gothic'. De twee glasplaten zijn voorzien van een gele email die dankzij hun bewerking het ‘effect geven van een zonsondergang’, aldus de architect. De folie zorgt ervoor dat het glas bij breuk aan elkaar blijft plakken, zelfs bij explosies. En helaas dienen we daar in Parijs steeds meer rekening mee te houden. Totale bouwkosten 236 miljoen euro.

Waar? 101 Rue Berger, 2e arrondissement, metrostation Les Halles, lijn 4.


Het douchegordijn aan de rue de Rivoli




 ‘Le rideau de douche’ - het ‘douchegordijn’

Het 'douchegordijn' staat voor een sierlijk golvende, transparante façade die een architectonische aanwinst voor Parijs moest vormen als onderdeel van het warenhuis La Samaritaine. Het complex heeft zijn faam vooral te danken aan het imposante front aan de Seine bij de Pont Neuf en de zijkant van de rue de la Monnaie. Het 'douchegordijn' van het beroemde Japanse architectenbureau Sanaa moest de tweede iconische façade worden. Echter het architectuurproject van het bureau Sanaa lokte veel kritiek uit. Het project werd een echte twistappel. Het zette de klassiekers tegenover de modernen. De gewortelden tegenover de trendsetters. De voorstanders van een gecontroleerd, geharmoniseerd, Haussmanniaans Parijs, tegen die van een herbekeken, heruitgevonden, geëxotiseerd Parijs.

Na jaren van juridisch getouwtrek deed de Raad van State uitspraak en werd de bouwvergunning bekrachtigd. In 2021 opende het warenhuis La Samaritaine opnieuw haar deuren.

Waar? 138 – 144 Rue de Rivoli, 1e arrondissement, metrostation Louvre – Rivoli, lijn 1.



De Tour Duo is een ontwerp van de Ateliers Jean Nouvel
 

Tour Duo

Dit project was een van de laatste werkzaamheden als onderdeel van de herontwikkeling van 'Paris Rive Gauche'. Een groot gebied ten zuidoosten van Parijs, tussen de sporen van het Paris-Austerlitz treinstation, de Seine en de ringweg in het 13e arrondissement. Op de hoek van de rue Bruneseau en de boulevard du Général-Jean-Simon verrijzen twee gebouwen die plaats bieden aan 86.000 m² kantoorruimte 2000 m² winkelruimte, een luxe hotel met 139 kamers maar helaas geen woonruimte. de Tour Duo is een ontwerp van de Ateliers Jean Nouvel. Dit project bestaat uit twee torens van respectievelijk 180 en 120 meter hoog, 39 en 27 verdiepingen. De hoogste toren, Duo No. 1, is het derde hoogste gebouw in de stad, na de Eiffeltoren en de Tour Montparnasse . Nouvel, bekend van het Institut Monde Arabe, musée Quai Branly en de Parijse Philharmonie, won op 24 april 2012 de ontwerpwedstrijd georganiseerd door de destijds locoburgemeester van Parijs; Anne Hidalgo.

Met de Duo-torens speelt de architect Jean Nouvel met reflecties, dag en nacht. De lichte helling maken deze optische effecten mogelijk om zo bewegende beelden (wolken) te vermenigvuldigen. Duo heeft de bijzonderheid dat het zeven van de in totaal acht hellende gevels heeft. De hellingen zijn allemaal verschillend en kunnen oplopen tot 5  graden, meer dan de Toren van Pisa (3,6  graden). De bouwkosten bedroegen ongeveer 600 miljoen euro en de beide torens werden in gebruik genomen respectievelijk in 2021 en 2022.

Waar? 51 Rue Bruneseau, in het 13e arrondissement, metrostation Maryse Bastié, lijn T3a.


Het Huis van Tunesië onderdeel van La Cité Internationale Universitaire de Paris



Het Habib Bourguiba-paviljoen

Dit paviljoen is het tweede paviljoen van het Huis van Tunesië van La Cité Internationale Universitaire de Paris. Met dit project bevestigen Frankrijk en Tunesië hun gezamenlijke wens om de academische, wetenschappelijke en culturele samenwerking tussen de twee landen te versterken en beter te kunnen inspelen op de toegenomen vraag naar huisvesting van Tunesische studenten. De naam is een ​​eerbetoon aan de voormalige president van de Republiek Tunesië en voormalig inwoner van Cité internationale Habib Bourgiba. De gevel van dit unieke gebouw is volledig bedekt met Arabisch-Islamitische kalligrafie, een kunstwerk ontworpen in samenwerking met de Parijse galerie Itinerrance en de Tunesische straatkunstenaar en kalligraaf Shoof (Werkelijke naam Hosni Hertelli) . Dit bijzondere paviljoen telt meer dan 200 studentenkamers, een auditorium met 250 zitplaatsen, een foyer met terras aan het park. Het opende zijn deuren aan het begin van het academiejaar 2020. Het werd gefinancierd met een subsidie van de Tunesische staat, eigen vermogen van de stichting Maison de Tunisie en een lening, voor een totaalbedrag van € 23,5 miljoen.

Waar? La Cité Internationale Unicersitaire de Paris, 17 boulevard Jourdan, metrostation Montsouris, lijn T3A, Cité Universitaire, lijn RER-B.



Artist impression La Tour Triangle



De oplevering wordt verwacht in de zomer van 2026


Le Tour Triangle

De 42 verdiepingen tellende Tour Triangle verrijst aan de Porte de Versailles in het zuidwesten van Parijs. Gelegen op de historische as tussen het 15e arrondissement en de omliggende gemeenschappen van Issy-les-moulineaux en Vanves. In de piramide vormige glazen toren vestigt zich onder meer een viersterrenhotel met 120 kamers, een panoramisch restaurant, een sky bar, 70.000 m² aan kantoorruimte, waarvan 2.200 m² is gereserveerd voor start-ups en nog eens 10.000 m² voor traditionelere werkplekken. Bij elkaar moet dit ruim 5.000 arbeidsplaatsen opleveren. De bouw van de Tour Triangle is een signaal aan buitenlandse investeerders en internationale architecten aldus Hidalgo. De oplevering wordt verwacht in de zomer van 2026. Dit project wordt ook wel de ‘Toblerone-toren’ genoemd, en nog steeds blijven tegenstanders zich roeren. “Als Parijs gezien wil worden als een stad met historische waarde en als erfgoed dan is het een heel slecht idee om wolkenkrabbers neer te zetten aan de poorten van Parijs”. Harde woorden van UNESCO onderdirecteur Francesco Bandarin. Maar kun je een wereldstad zijn zonder wolkenkrabbers? Kan Parijs zich blijven koesteren in zijn 19e-eeuwse schoonheid terwijl in alle grote wereldsteden de ene iconische toren na de andere verrijst? Anne Hidalgo's reactie hierop was simpel: "We leven niet in een museum"! Geschatte bouwkosten 660 miljoen euro.

Waar? 22 Avenue Ernest Renan, in het 15e arrondissement, metrostation Porte de Versailles, lijn T3a.




TIP

Wil je nog meer weten over de architectuur in Parijs van 1900 tot heden dan adviseer ik je de achitectuurgids Parijs van de Nederlander prof. Dr. Nico Nelissen.

ISBN 978-90-831300-5-7