Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Ongewoon Parijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ongewoon Parijs. Alle posts tonen

zaterdag 2 april 2022

EXOTISCH EN BEDWELMEND, KLEIN INDIA IN PARIJS

In grote steden die ik over de hele wereld heb bezocht kwam ik altijd een ‘little India’ – klein India - tegen. ‘Little India’ is dè plek waar je heerlijk authentiek Indiaas kunt eten, Indiase producten kunt kopen of gewoon de Indiase diaspora kunt ontmoeten.  Je kunt er een tempel bezoeken om kennis te maken met hun religieuze riten en festivals. Bollywood films kopen of de mooiste sari’s van zijde. Of het nu Jackson Heights of Queens is in New York, Southall in Londen of toch Phahurat-markt in Bangkok, de wereldkaart is rijkelijk bezaaid met Little India’s.

 


In de 18e eeuw kwamen de Maharadja’s en hun families, Indiaase kunstenaars en intellectuelen naar Parijs om zich daar voor een paar maanden te vestigen, idealiter in de chique wijken van de hoofdstad. Vanaf het begin van de tweede helft van de 19e eeuw ontluikte er een begin van een Indiase plaats in het 9e arrondissement van Parijs. De plaats bestond voornamelijk uit Parsi’s (een Iraans-Indiase geloofsgroep) en edelsteenhandelaars uit de Indiase staten Gujurat en Mumbai die zich hier discreet vestigden. Toen in de jaren zeventig en tachtig meer Indiërs uit Pondicherry en veel Sri Lankaanse Tamils arriveerden, veranderde de gebieden tussen het Gare du Nord en het Gare de l’Est snel in Indiaas/Aziatische plaatsen die werden ingenomen door Indiase winkels, markten en warenhuizen. 

Parijs zag zijn eerste migratiegolf in de buurt van La Chapelle, vlak na de onafhankelijkheid van India in 1947. Dit was een willekeurig lot. Vanwege de nabijheid van het Gare du Nord, vanwaar de treinen naar het Verenigd Koninkrijk (VK) vertrokken, was de buurt van La Chapelle een tussenstop voor Indiërs die naar de andere kant van Het Kanaal wilden. Omdat het VK vervolgens weigerde nieuwe immigranten te verwelkomen, vestigden vele zich in de buurt van het Noordstation. Het zelfde gebeurde met de Sri Lankaanse Tamils. Zij kwamen in de jaren zestig om te ontsnappen aan de burger- en militaire oorlogen die woedden in hun thuisland.

 

Illustraties:  'Le Journal du Village Saint-Martin


Passage Brady

De jaren zeventig markeren het begin van de Indo-Pakistaanse geschiedenis van de passage Brady en de vestiging van winkels beheerd door Pakistaanse families in de rue du Faubourg Saint-Denis. De Passage Brady was oorspronkelijk een initiatief van de koopman Brady gevestigd op nummer 46 in de rue Faubourg Saint-Denis precies aan de ingang van de passage. De bouw begon in 1825 en werd uiteindelijk in april 1828 ingehuldigd. Het werd een prachtige overdekte doorgang met een elegante rotonde om de lichte scheefheid in het ontwerp te compenseren. Het bood plaats aan 113 winkeltjes met een accommodatie op de tweede verdieping. Echter in 1854 werd de doorgang bruut in tweeën gesplitst door de aanleg van een van de drukste straten van Parijs; de boulevard de Strassbourg. De twee delen van de passage werden onafhankelijk en bieden aan de ene kant (het deel tussen de rue du Faubourg Saint-Denis en de boulevard Strassbourg) en aan de andere kant (het deel tussen de boulevard Strassbourg en de rue du Faubourg Saint-Martin) heel verschillende attracties aan. Het art nouveau opschrift met de naam van de passage bij de ingang is de enige herinnering aan deze vervlogen tijd. In maart 2002 werd het nog overdekte deel van de passage geclassificeerd als historisch monument.

 

Antoine en Rani Ponnoussamy


Antoine Ponnoussamy

We schrijven 1962, de Indiër Antoine Ponnoussamy is een kok bij de Franse ambassade in Pondicherry (een voormalige Franse kolonie in het zuiden van India). De Franse ambassadeur, die naar Parijs moest terugkeren, biedt Antoine aan hem te vergezellen. De jaren gaan voorbij wanneer ook zijn vrouw Rani zich bij hem voegt, gevolgd door zijn 8-jarige dochter Delia. Bij een verjaardagslunch met een vriend in de buurt van de boulevard Saint-Denis, komt Antoine een vervallen passage tegen. De plaats, de passage Brady, was verlaten en verpauperd, er waren geen winkels, alleen huurcontracten om te verkopen. Als Indiase kok realiseert hij zich als geen ander hoe moeilijk het is om in Parijs Indiase producten te vinden. Vanaf dat moment besluit hij in 1976, om samen met zijn vrouw, de eerste winkel in de passage te openen;  L'Épicerie Murugan. In India is het een traditie om je handel naar een god te vernoemen en Murugan is de god van oorlog en overwinning en daarom een van zijn favoriete goden. Het kleine winkeltje had aanvankelijk zo'n vijftig soorten kruiden en baadde in een mengsel van kardemom, kaneel, kamfer en wierook. Hun bedrijf bleek een succes omdat de aangeboden producten zeldzaam en gewild waren bij de Indische en Pakistaanse bevolking van Parijs.

 

Passage Brady

Vier jaar later opent hij in de passage het eerste Indiase restaurant in Frankrijk; ‘Le Pondichéry’. Een klein restaurant, met slechts drie tafels. In 1996 werd L'Épicerie Murugan te klein. Antoine nam het pand van de naastliggende stomerij op nr. 80 over om een grotere kruidenierswinkel te openen en zo hun productassortiment uit te breiden. Zo werd L'Épicerie Velan geboren. Kort daarna volgden vele andere Indiase winkels en restaurants. Bazar Velan is echter meer dan een kruidenier, het is een instelling! Een plek waar je niet alleen verse groenten, fruit, alle soorten specerijen, Massala’s en rijst, wierook, juwelen, hindoestaanse beelden de mooiste sierraden maar ook keukengerei zoals vijzels, tandoori ovens en nog veel meer kunt kopen. Veel Indiërs komen hier om de elementaire ingrediënten te kopen die onmisbaar zijn voor het bereiden van Indiase gerechten. Snel daarna opende meerdere Indiase restaurants in de passage. En er volgden snel meer kleine winkeltjes en kapperszaken, die als paddenstoelen uit de grond schoten en kleur en levendigheid gaven aan een plek die Parijs echt nodig had. Een zenuwcentrum van de Indiase, Pakistaanse en Sri Lankaanse cultuur alles voor een visuele, zintuiglijke en aromatische reis naar de Oriënt. Mensen komen hier voor een pauze om lekker en gekruid te eten, exotische producten te kopen en kleurrijke outfits te huren.  Je neus zal verloren gaan in de geur van kruiden die er te koop zijn en probeer de verleiding maar eens te weerstaan van alle restaurants die je de kans geven om de Indiase gastronomie te ontdekken; een madras curry met rose lassi (yoghurt met rozensmaak) of gulab-jamun (een Indiaas dessert van gefrituurde deegballetjes – een soort dumplings – die in een zoete, plakkerige suikersiroop zijn ondergedompeld). Verwen jezelf met wat chees naans (traditionele platte Indiase broden gevuld met kaas) of kip biryani (een gearomatiseerd rijstgerecht met kruidige kip). Wat te denken van dodas (hartige pannenkoekjes met rijst en zwarte linzen en idlis (gestoomde rijstwafels in plaats van naanbrood). Verschillende bronnen prijzen restaurant ‘Tresor du Kashmir’ aan als een van de betere restaurants in de passage.

 

Pagage Brady, de 'place to be' om de de Indiase gastronomie te ontdekken


L'Épicerie Velan


De passage Brady behoort samen met de passage du Prado tot een van de slechts twee overdekte passages in het 10e arrondissement. Ze worden bediend door de metrostations Château d’Eau (lijn 4) en Strassbourg Saint-Denis (lijn 4, 8 en 9). Het overdekte deel van de Brady passage is 216 meter lang en 3,5 meter breed. Aan het begin van de 21e eeuw raakt de passage in verval. Het wordt stilaan onguur en als de avond valt lopen mensen er vanwege de criminaliteit met een grote boog omheen. In 2007 wordt de passage nog eens geteisterd door een vreselijke brand die het leven kost van twee vrouwen en een klein meisje. Gelukkig heeft de passage zich in 2011 gerehabiliteerd en is, mede dankzij de genomen maatregelen, het er niet meer onveilig. Wel is het nog steeds een ruige buurt met veel allochtonen en mensen uit de arbeidersklasse. Het gebied is meer avontuurlijk dan gevaarlijk. De rue Faubourg Saint-Denis is vooral ’s avonds een bruisende straat vol met jongeren die de terrassen bezetten en lokale bewoners die nog snel hun inkopen doen. Je vindt er een keur aan speciaalzaken van halalslagers, traiteurs, affinateurs en uitstekende wijnwinkels.

 

De rue Faubourg Saint-Denis is een bruisende straat


In het 18e arrondissement dat aan de zuidkant grenst aan het 10e arrondissement ligt de rue de Pajol. Op nummer 17 bevindt zich in een voormalig winkelpand een heel bijzondere Hindoetempel gewijd aan de god Ganesha. Ganesha of Ganesh is de god met het olifantenhoofd. Hij neemt hindernissen weg en is de beschermheilige van reizigers. Hindoes bidden tot Ganesha voor ze aan iets nieuws beginnen, zoals een nieuwe baan of wanneer ze verhuizen. Deze tempel is in 1985 gesticht door de uit Sri Lanka afkomstige Vaithilingan Sanderasekaram. U mag de tempel zelf ook bezoeken onder voorwaarde dat u uw schoenen achterlaat bij de ingang. In de tempel bevindt zich onder diverse heiligenbeelden ook de vijfkoppige Ganesha (Ganesh Panchamukha) De vijf hoofden herinneren aan de vijf Maha bhūta): water, aarde, vuur, lucht en ruimte. Drie keer per dag wordt in de tempel een dienst gehouden. De priesters, gehuld in lendendoeken, ontbloot bovenlichaam en hun lange geoliede haren in een knot, zingen luid en overgieten de Ganesha met water, melk en honing, met op de achtergrond het zachtjes luiden van een zilverkleurige klok. Er wordt fruit geofferd en de gelovigen laten zich zegenen met de vlam van een olielamp.

 

De tempel in de rue Pajol gewijd aan Ganesh Panchamukha


Ben je tussen 28 en 31 augustus 2022 in de buurt dan raad ik u aan om het Ganesh Chaturthi festival mee te maken; het feest van de geboortedag van Ganesha. Duizenden Hindoes trekken dan door de wijk in een prachtig kleurrijke processie. Mannen getooid met bloemenkransen dansen op traditionele muziek en vrouwen gekleed in hun mooiste sari's dragen aarden potten met brandende kaarsen op hun hoofd met als middelpunt het enorme olifantenbeeld dat gedragen wordt door de straten. Onderweg worden talloze kokosnoten op de grond gegooid. Dit is een spectaculair feest dat u absoluut niet mag missen. Religieuze ceremonies zouden om 9.00 uur in de tempel beginnen. Om 10.30 uur vertrekt de stoet vanuit de tempel. Het loopschema ziet er als volgt uit:

 


Ganesha-tempel: rue Pajol

Rue Philippe de Girard

Rue Perdonnet

Rue du Faubourg du Temple (U-bocht in de rue Demarquay)

Rue du Faubourg du Temple

Rue Marx Dormoy

Place Paul Eluard

Rue Philippe de Girard

Terug naar de rue Pajol



Paris Bombay collectie 2012 herfstcolectie - foto Chanel
 

In de jaren 2011 t/m 2012 stond Parijs geheel in teken van India. In december 2011 liet Karl Lagerfeld zich voor zijn collectie inspireren door India voor zijn Paris-Bombay-collectie pre- herfst 2012 voor Chanel, met onder meer Nehru-jassen, gedrapeerde truien als sari's en weelderige kralen en borduursels.

 


Het Centre Pompidou organiseerde een van zijn meest ambitieuze tentoonstelling: 'Paris-Delhi-Bombay', dat India door het prisma van 50 Indiase en Franse kunstenaars bekeek.

Even daarna toonde het Petit Palais - Musée des Beaux-Arts de la ville de Paris bijna 100 schilderijen en ontwerpen van Rabindranath Tagore, de Bengaalse dichter die in 1913 de Nobelprijs voor de Literatuur won. Nadat hij op late leeftijd begon te schilderen, creëerde hij een groot aantal werken op papier - gedurfde, heldere visioenen van fantasie en mysterie.




Nog steeds is de Indiase cultuur te vinden in het Musée Guimet. Dit museum herbergt weliswaar  een kleine maar prestigieuze collectie Indiase kunst, waaronder sculpturen van hout, klei, basalt, brons, zandsteen en leisteen uit het derde millennium voor Christus. 

De Fransen hadden ook een flinterdunne koloniale band met het subcontinent. In 1674 onderhandelden ze namens Lodewijk XIV over de oprichting van een handelspost in Pondicherry aan de zuidoostkust van de Golf van Bengalen. Het veranderde in de loop van de tijd van eigenaar voordat het zich in 1956 weer bij India voegde, maar het heeft een vleugje Fransheid behouden.

 


Adresboek:

Passage Brady, 43 rue du Faubourg Saint-Martin – 46 rue du Faubourg Saint-Denis

Le Cachemirien, 13 rue de Tournon

Sree Canabady – boulangerie, 21 Rue Perdonnet

Centre de Beauté Indien, 27/33 Rue Philippe de Girard

Chennai Silks, 57 rue Louis Blanc

India Designs, 207 rue du Faubourg Saint-Denis

Krishna Bhavan, 21/24 rue Cail

Mandala's, 12 rue du Champ de Mars

Saravana Bhavan, 170 Rue du Faubourg Saint-Denis

Tempel Ganesha, 17 Rue Pajol

Bazar Velan, 83/87 Passage Brady

Trésor du Kashmir, 6 Pass. Brady

Kortom ; dit exotische deel van Parijs is een must-see voor de gevorderde Parijsganger.



woensdag 12 januari 2022

PARC DE BAGATELLE EEN VERBORGEN PAREL IN PARIJS

Het Bois de Boulogne is hèt wandelgebied voor vele Parijzenaars. Ondanks zijn ligging naast de boulevard Périphérique komen de inwoners van Parijs hier voor de frisse lucht zonder de auto te moeten nemen. Het ‘bos’ heeft alles voor wandelaars, ruiters, joggers, roeiers, vissers en fietsers. Prachtige meren, watervallen, vijvers, tuinen en onberispelijke perken. De huidige  lay-out hebben we te danken aan Colbert die in de 17e eeuw in dit koninklijke jachtveld rechte lanen liet aanleggen die zich stervormig kruisten. Pas in de 19e eeuw begonnen Napoleon III en Haussmann het bos te cultiveren en kronkelende paden aan te leggen en vijvers en meren te graven. Het bos dat het hele westen van Parijs beslaat is ruim 8 km² groot.

 


Dit toegangshek brengt je naar een ongekende parel

Diep in het bos beschermt een oude stenen muur een luxueuze botanische tuin die, wanneer ontdekt, aanvoelt als een echte ontdekking. Ik heb het over het Parc de Bagatelle. Een parel die zelfs door de Parijzenaars vaak over het hoofd wordt gezien. Als gevolg hiervan behoudt het het gevoel van een geheime tuin, een mysterie dat nog eens versterkt wordt door de locatie; verborgen in het uitgestrekte areaal van de bossen van Boulogne. De geschiedenis van deze tuin is er een van toevalligheden en vreemde anekdotes.

 

Het Parc de Bagatelle in het Bois de boulogne


De allereerste bewoning van dit deel van het bos was die van een nonnenklooster. Begin 1720 kreeg de hertog van Estrées van de koning toestemming hier een sober jachthuis te kopen en te verbouwen tot een klein kasteeltje. Hij noemde het comfortabele, wat verscholen kasteeltje ‘Bagatelle’. In het Franse bargoens staat ‘bagatelle’voor een stevige vrijpartij. Heel wat avontuurtjes werden hier in deze discrete schuilplaats beleefd, maar ook speelden er zich in het kasteel feesten en drinkgelagen af maar die…. werden altijd gebagatelliseerd. Het kasteel was in die tijd zelfs de maatstaf voor losbandigheid. Toen het gebied eenmaal in bezit was van de hertog van Estrées werd het uitgebreid en het omliggende gebied gecultiveerd. Maar na verloop kreeg het kasteel door alle orgies en intriges een slechte naam, werd verlaten en raakte in verval.



De bomen vertellen de geschiedenis van het park, sommige meer dan honderd jaar oud
 

In 1775 kocht een fervent jager, de zeer jonge graaf van Artois, de toekomstige Karel X, en broer van Lodewijk XVI, het landgoed van de prins van Chimay. De ‘Comte’ liet al snel de ruïne  slopen, met plannen om het te herbouwen. Toen zijn schoonzuster, Marie Antoinette, hoorde van de aankoop, melde zij de graaf dat zij bij hem zou komen logeren mits het kasteel in 100 dagen klaar zou zijn. Was dat niet het geval dan moest de graaf haar 100.000 Franse francs betalen. Maar als hij haar kon ontvangen dan kreeg hij 100.000 Franse francs van haar. De graaf ging de uitdaging aan. De plannen voor het park en het kasteel werden in één nacht getekend door de architect François-Joseph Bélanger. Hij creëerde een groot neoklassiek paviljoen. 900 arbeiders werden ingehuurd en werkten dag en nacht om het chateau Bagatelle in al zijn pracht te herstellen. De kosten liepen echter zo hoog op dat het kasteel al snel de bijnaam ‘La Folie d’Artois’ kreeg. Maar de graaf won de weddenschap; de bouw werd gerealiseerd in slechts 64 dagen. Thomas Blaikie, de Schotse botanicus en ingehuurd door Bélanger creëerde het park in Anglo-Chinese stijl, zeer modieus op dat moment en werd ook gezien als een reactie op de strikte beperkingen van de klassieke Franse stijl.



 Het Kasteel Bagatelle (links) op de kaart van Parijs uit 1932

Het landgoed heeft vervolgens verschillende eigenaren gekend. In 1837 kocht de Engelse Lord Seymour, vierde Markies van Hertford, Bagatelle. Tuinliefhebber als hij was, begon hij met de bouw van een orangerie en kocht de omliggende 10 ha., waar hij een Engelse landschapstuin liet aanleggen door Louis-Sulpice Varé. Er werden nog meer nieuwe gebouwen opgetrokken: de hoofdingang in rococo-stijl, de stallen en het huis van de chef-kok en tuinman in Lodewijk XIII-stijl. Het kasteel werd opnieuw verbouwd en met één verdieping verhoogd. Napoleon III en keizerin Eugenie, evenals koningin Victoria waren graag geziene gasten in het château. 

Tekeningen van het kasteel uit de tijd van Lord Seymour


De koepel van de 'Salon' op de eerste etage - foto Fondation Mansart

Na de dood van de Markies in 1870 komt het kasteel in handen van zijn zoon; Sir Richard Wallace, die wij kennen van de beroemde Parijse drinkfonteinen. Wallace liet het Trianon bouwen aan een zijde van de grote binnenplaats. Toen hij stierf in 1890 erfde zijn vrouw Lady Wallace, geboren als Julie Amélie Charlotte Castelnau, zijn fortuin. In 1894 schonk zij bijna 5.500 meubels, schilderijen en kunstwerken uit de collectie van de markies van Hertford aan de Engelse natie, op voorwaarde dat het Londense museum, waarin de collectie zal worden tentoongesteld de naam van haar man zal dragen. De Wallace Collection is een van ’s werelds mooiste collecties van 18e-eeuwse Franse kunst. Het museum is gevestigd in het herenhuis Hertford House aan de Manchester Gardens in Londen. Ene John Murray Scott, secretaris van Lady Wallace en overigens ook haar minnaar, erft Bagatelle bij haar overlijden. In 1905 stond hij het pand af aan de stad Parijs, maar niet voordat hij het kasteel plunderde waarbij hij de meubels en de buitenversieringen meenam.



 Château de Bagatelle in betere tijden - foto wikimedia

In 1905 vertrouwde de stad Parijs de herontwikkeling van de tuinen toe aan de curator van ‘Les Jardins de Paris’: Jean-Claude-Nicolas Forestier (wel een toepasselijke naam). Aan hem zijn we het huidige ontwerp van het park verschuldigd met respect voor het verleden. Hij transformeerde  het terrein in weelderige, romantische botanische tuinen met behoud van de oorspronkelijke 18e-eeuwse rococo-tempels, grotten en meren. Forestier was een vriend van de kunstschilder Claude Monet en een enorm bewonderaar van het impressionisme. Zijn veelvuldig bezoek aan Giverny, de wereldberoemde tuinen van Monet, inspireerde hem tot de aanleg van de vijver met natuurlijk waterlelies. In de manier waarop impressionisten in die tijd schilderden zag hij een manier om planten te presenteren. Er werden rozentuinen geplant en de ‘Roserie de Bagatelle’ werd opgericht met een collectie die nu 10.000 rozenplanten omvat, samengesteld uit 1.500 verschillende soorten. Het is inmiddels een van de oudste en belangrijkste rozentuinen in Frankrijk. Ze werd ingehuldigd in 1907, met honderden variëteiten aangeboden door Jules Gravereaux, verzamelaar en createur van een andere beroemde rozentuin, die van ‘l’Hay-les-Roses’. Jules Gravereaux (die zijn fortuin verdiende in het warenhuis Bon Marché in Parijs), kocht in 1892 een groot landgoed in L'Haÿ ongeveer 8 km ten zuiden van Parijs en huurde de beroemde landschapsarchitect en tuinder Édouard André in om een ​​tuin aan te leggen met daarin 1600 rozen. De tuin schijnt de allereerste tuin te zijn die exclusief aan rozen is gewijd.


De tuin is een ontwerp van Jean-Claude-Nicolas Forestier

Op initiatief van Forestier werd in 1907 in Bagatelle de eerste internationale wedstrijd voor nieuwe rozen geboren: De internationale rozenwedstrijd van Bagatelle. De wedstrijd is open voor het publiek en beloont elk jaar in juni drie unieke rozen voor hun schoonheid en één voor de geur. Nog een leuke wetenswaardigheid, op 15 maart 1907 maakte Charles Voisin hier zijn eerste mechanische vlucht met een vliegtuig uitgerust met een V8 verbrandingsmotor.



Le Parc de Bagatelle is een ‘Jardin Remarquable’ 

 

Er is ook een iristuin, tuinen vol met pioenrozen en clematissen, waterspiegels en vijvers vol met waterplanten en waterlelies zoals wij die kennen van de schilderijen van Monet. Maar bloemen zijn niet de enige attractie van dit park. Talrijke pauwen zorgen voor een ongewone attractie die pronkt over de paden van het park. Dit alles in goede harmonie met de ganzen en katten in deze overigens zeer rustige omgeving. Er is ook een grot, watervallen, evenals een aantal ‘gloriëttes’ (bouwsels met een verhoogde ligging) standbeelden en romantische bruggetjes, torenhoge eeuwenoude bomen, waaronder een 140-jarige treurbeuk en kleurige mystieke bamboepaden. 


Talrijke pauwen zorgen voor een ongewone attractie die pronkt over de paden van het park


Verder valt er ook een Chinese pagode te bewonderen, weliswaar een kopie van de echte. De oorspronkelijke pagode maakte deel uit van de ‘Exposition Universelle de Paris’ van 1867.  Het was Lord Seymour, markies van Hertford die de Chinese pagode plaatste op het landgoed. In 1906, toen het park eigendom werd van de stad Parijs, werd de pagode om onduidelijke redenen verkocht aan Lord Astor, voor zijn gloednieuwe ‘garden’ op zijn landgoed in Cliveden, Buckinghamshire, Engeland. De kopie werd in Engeland geproduceerd en in 1996 in het Parc de Bagatelle geïnstalleerd. Het interieur is prachtig versierd met schilderijen van vogels.



De bijzondere Chinese pagode


Wat een schril contrast het serene van dit prachtige park met de wolkenkrabbers van La Défense

Terwijl het park bijzonder goed wordt onderhouden is de conditie van het kasteel aanzienlijk verslechterd door gebrek aan onderhoud en toezicht door de jaren heen. In het jaar 1980 werd de vereniging ‘Vrienden van het park en kasteel Bagatelle’ opgericht. Zij organiseerde culturele programma’s, conferenties en tentoonstellingen om de belangstelling voor dit bijzondere pareltje nieuw leven in te blazen. Het is met name aan de ‘Fondation Mansart’ en de Amerikaanse Amy Kupec Larue, bloemiste voor de Amerikaanse Ambassade en gids van de tuinen van Parijs dat sinds 2019 wordt gewerkt aan de restauratie van het kasteel. Het restauratieproject begon in mei 2021 met het herstellen van de gevels, daken, kroonlijsten en schrijnwerk. Het is de bedoeling om het prachtige interieur in 2022 te herstellen om het daarna weer open te stellen voor het publiek.



In 2022 gaat het kasteel weer open voor het publiek


Details van het verval

Wist je trouwens dat het Château de Bagatelle een van de zeven kastelen is in de stad Parijs? Samen met de Conciergerie, het Louvre, Palais Luxembourg, Palais Royal, het Château de Bagnolet en het Château de la Muette.

 


Le Parc de Bagatelle is een ‘Jardin Remarquable’ (Het label opgericht in 2004, onderscheidt tuinen en parken van cultureel, esthetisch, historisch of botanisch belang, zowel openbaar als privé) en een van de vier tuinen die samen de botanische tuinen van Parijs vormen. De andere zijn ‘Parc Floral de Paris’, het ‘l’Arboretum de l’ecole du Breuil’, beiden in het Bois de Vincennes en de ‘Jardin des Serres d’Auteuil net als het Parc de Bagatelle in het 16e arrondissement.



Zelfs op winterdagen kun je altijd rustige plekjes vinden om je helemaal los te maken van het dagelijkse hectische leven

Het bloeiseizoen in het park begint in het voorjaar met de voorjaarsbollen en de clematis. Daarna gaat het verdere met de irissen en de rozen (juni en juli). Verder in het seizoen bloeien de geraniums, asters en chrysanten en de laatbloeiende clematis. Tijdens je wandeling, mogelijk in alle seizoenen, worden al je zintuigen geprikkeld. Het park is daarom een plek om keer op keer te bezoeken als je ten volle wilt genieten van de schatten die het herbergt. Zelfs op winterdagen kun je altijd rustige plekjes vinden om je helemaal los te maken van het dagelijkse hectische leven. Mijn tip: voeg dit pareltje van Parijs toe aan je ‘must visit’ lijst van Parijs.

 

Parc de Bagatelle

Het adres is Allée de Longchamp, Route de Sèvres à Neuilly, Bois de Boulogne, in het 16e arrondissement.

Om daar te komen neem je de metro naar Pont de Neuilly (lijn 1) en vervolgens buslijn 43 of de metro naar Porte Maillot (lijn 1) en vervolgens buslijn 244.

TIP: Buslijn 43 die vertrekt vanaf het Gare du Nord stopt voor de ingang.

Ik ben gaan lopen vanaf metrostation Porte Dauphine (lijn 2), dwars door het Bois de Boulogne naar het Parc de Bagatelle. Een heerlijke wandeling van 40 minuten.

Voor openingstijden die verschillen per seizoen check de website. 



vrijdag 25 juni 2021

ATELIERS D'ART DE LA REUNION DES MUSEES NATIONAUX GRAND PALAIS

Het is een hele mondvol, maar het is een van de meest indrukwekkende instituten die ik ooit heb mogen bezoeken als blogger en journalist. Vrijdag 18 juni werd ik persoonlijk rondgeleid door de kunstateliers van het Rmn (Réunion des musées nationaux) - Grand Palais gevestigd in Saint-Denis. Al meer dan twee eeuwen, om precies te zijn 227 jaar, reproduceert deze gietwerkplaats meesterwerken van de oudheid tot nu. Opgericht in 1794 als onderdeel van het Louvre Museum om natuurgetrouwe replica’s te maken als bescherming van het internationale erfgoed. Heel veel beelden die wij buiten zien staan zijn perfecte kopieën waarvan de originelen zich bevinden in een van de 18 nationale- en internationale musea in de wereld waar het Rmn voor werkt. Het instituut bewaart en beheert een van de grootste collecties ter wereld, bestaande uit meer dan 6000 mallen gemaakt van originele sculpturen die worden getoond in de grootste Franse en Europese collecties.
 

De collectie van meer dan 6000 mallen omvat een selectie afkomstig uit alle tijdperken, variërend van de prehistorie tot de 20e eeuw en diverse beschavingen: Griekse, Etruskische, Egyptische, Romeinse en oosterse oudheden,  islamitische kunst, kunstwerken en sculpturen uit de middeleeuwen, de renaissance en de moderne tijd. Met een rijke geschiedenis van twee eeuwen, is de gieterij van het ‘Rmn-Grand-Palais’ een instelling zonder zijn gelijke in de wereld, unaniem erkend en wereldvermaard voor zijn knowhow. De werkplaats combineert het ambachtelijke werk met geavanceerde technieken. Van vervaardiging van een traditionele mal tot het maken van afdrukken door middel van 3D-scanning en de knowhow van het aanbrengen van patina, die een op een overeenkomen met de weergave van het origineel. Deze werkplaats, gelegen in Saint-Denis in de schaduw van het Stade-de-France, is een conservatorium van uitmuntendheid geworden.


De collectie van meer dan 6000 mallen omvat een selectie afkomstig uit alle tijdperken, variërend van de prehistorie tot de 20e eeuw

Vandaag de dag draaien de werkzaamheden van het Rmn-GP om drie assen. Het behouden en kopiëren van sculpturen die staan in de openbare ruimtes, onderhevig aan de tand des tijds, te denken bijvoorbeeld de tuinen van Versailles. De conservering van oude mallen van inmiddels verdwenen of onherstelbaar verminkte werken. Commerciële bestellingen voor galerieën, museumwinkels en particuliere verzamelaars. Maar ook samenwerking met grote internationale hedendaagse kunstenaars waaronder bijvoorbeeld Daniel Arsham. Daniel Arsham is een pionier in zijn multidisciplinaire benadering van moderne en klassieke kunst. Voor zijn tentoonstelling ‘Moonraker’ in het Musée Guimet (Musée national des arts asiatiques Guimet) te Parijs zocht de kunstenaar samenwerking met het Rmn waardoor de kunstenaar kon putten uit de omvangrijke matrijzencollectie, om zo een dialoog tot stand te brengen tussen zijn creaties en museale werken.

Voor zijn nieuwe tentoonstelling ‘Sands of Time heeft Arsham iconische kunstwerken opnieuw bekeken, waarbij wederom mallen van originele sculpturen werden gebruikt om nieuwe stukken te maken met zijn kenmerkende stijl van geërodeerd kristal. Om deze werken te maken, kreeg Arsham ongekende toegang tot van het Rmn, waar hij gebruik mocht maken  van de mallen van sculpturale meesterwerken die onder meer te vinden zijn in de collecties van het Louvre en de Vaticaanse Musea. De in Saint-Denis vervaardigde kunstwerken zijn vanaf 11 juni 2021 te zien in het UCCA Dune Art Museum in Qinhuangdao, China.  


De Hercules Farnese in de tuinen van het château Vaux-le Vicomte

Maar niet alleen Arsham zocht samenwerking met het Rmn-GP, ook de beroemde Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons. Hij maakte in 2013 gebruik van de kennis, de expertise en de mallen van het Rmn-GP voor onder andere ‘Gazing Ball’, zijn versie van de Hercules Farnese, waarvan het origineel te vinden is in het Nationaal Archeologisch Museum te Napels en een kopie bedekt met bladgoud, werd door André Lenôtre geplaatst in de tuinen van het château Vaux-le Vicomte. 


De Venus van Milo of De Aphrodite van Melos


Bij aankomst word ik verwelkomd door mijn gids Camille die mij vervolgens in een van de enorme ateliers direct confronteert met een levensechte kopie van De Venus van Milo of De Aphrodite van Melos, waarvan het origineel, vervaardigd uit Grieks Paros marmer, te vinden is in het Louvre. Het beeld werd in 1820 door een boer in een veld gevonden op het Egeïsche eiland Melos (Italiaans: Milo) in de Cycladen en dateert vermoedelijk van 130 voor Christus. De Venus van Milo wordt beschouwd als een symbool van eeuwige schoonheid.
 

Even verderop zijn medewerkers bezig met de mallen van nog een enorm beeld namelijk de gevleugelde Nikè van Samothrake. Het beeld werd in stukken gevonden op 15 april 1863 op het Egeïsche eiland Samothrake door de Franse viceconsul van het Ottomaanse Rijk en amateur- archeoloog Charles Champoiseau. Champoiseau identificeerde de buste en het lijf als een voorstelling van Nikè, die meestal wordt afgebeeld als een gevleugelde vrouw. De fragmenten werden ter plaatse samengevoegd en in 1863 naar het Louvre verstuurd. Het beeldhouwwerk staat sinds 1884 tentoongesteld in het Louvre in Parijs. Het is een van de beroemdste beelden uit de klassieke oudheid en een van weinige die in oorspronkelijk Griekse vorm, en niet via Romeinse kopieën, is overgeleverd. Met behulp van de verschillende originele stukken maakte men in 1884 in de ateliers van het Louvre (voorganger van het huidige Rmn-GP) een gespiegeld afgietsel van de rechtervleugel van het beeld, en tevens reconstructies van de linkerborst en de rug van de buste.



Medewerkers bezig met de mallen van de gevleugelde Nikè van Samothrake



Een getrouwe reproductie van een gebeeldhouwd werk gieten is het resultaat van een lang en nauwgezet proces, dat gebaseerd is op het maken van een mal en vervolgens het gebruik ervan om meerdere afdrukken te verkrijgen. Bij zeer kwetsbare originelen wordt gebruik gemaakt van 3D-afdrukken door middel van digitale technologie die het dubbele voordeel hebben dat ze direct contact met het kwetsbare kunstwerk vermijden maar ook de mogelijkheid bieden on vergrotingen en verkleiningen te maken. Nadeel is dat het minder precies is dan bij het werken met siliconenelastomeer.

 

Monnikenwerk het weg retoucheren van de naden van de verschillende delen van de mallen



In het volgende atelier zijn medewerkers bezig met het wegwerken van de naden die overeenkomen met het verbindingsvlak van de verschillende delen van de mallen. Deze worden geretoucheerd en vervolgens opnieuw bewerkt om elk spoor van het productieproces onzichtbaar te maken. Een waar monnikenwerk.  De laatste stap bestaat uit het patineren om het effect te creëren dat zo dicht mogelijk bij het origineel ligt. De patineurs van het Rmn-GP werken samen met museumconservatoren om het referentiemodel te valideren.



 De meester patineur aan het werk


De patineurs van het Rmn-GP werken samen met museumconservatoren om het referentiemodel te valideren

In de ateliers worden ook diverse Mariannes vervaardigd. Zij is vaak het evenbeeld van één van de mooiste vrouwen van Frankrijk!  Ze symboliseert de ‘triomf van de Republiek’. Zij is zelfs de personificatie van de Franse Republiek. De eerste officiële bustes waren afbeeldingen van anonieme vrouwen van het volk. Het model van Marianne zou een meisje afkomstig uit Sigolsheim, Elzas, zijn geweest. Daar kwam in 1969 verandering in toen Marianne het uitdagende evenbeeld kreeg van niemand minder dan de actrice Brigitte Bardot, ten tijde van de eerste feministische gevechten waar de vrouwen hun beha verbrandden. 


De buste van Brigitte Bardot siert menig Frans stadhuis

Nog een symbool van de vrijheid. In 1972 opgevolgd door de actrice Michèlle Morgan. In 1978 volgde de zangeres Mireille Mathieu (een misser), Catherine Deneuve in 1985 en Inès de la Fressange, model en Chanel muze in 1989. Het was voor de eerste keer dat er voor een model werd gekozen. Deze gebeurtenis zal ertoe leiden dat Inès haar exclusiviteitscontract met Chanel verliest. Karl Lagerfeld wilde geen monument aankleden, “het is te vulgair”, aldus de keizer van de mode. Ze zal elf jaar het officiële model blijven tot de aanstelling in 2000 van weer een Frans topmodel. In 1999 werden voor het eerst 36.000 burgemeesters betrokken bij de keuze van Frankrijks icoon. Geholpen door een kleine groep van lobbyisten; ‘Le comité de la Marianne d'Or’, werd met een score van 36% het Franse topmodel Laetitia Casta, hoe kan het ook anders, gekozen uit een shortlist van vijf kandidaten. De andere kandidaten waren Estelle Hallyday - model, Patricia Kaas - zangeres, Daniela Lumbroso - televisiepresentatrice , Laetitia Milot - actrice en mannequin en Nathalie Simon - sportvrouw en televisiepresentatrice. Een minischandaal maakte in 2003 een einde aan haar status als Marianne toen Laetitia uit Frankrijk vertrok en haar woonplaats Parijs verruilde voor London, op zoek naar een beter belastingklimaat. De beroemdheid die volgde om model te staan voor de Marianne was de Franse Talkshow host Evelyne Thomas in 2003. Bekend van het televisieprogramma ‘C’est mon choix’. Evelyne Thomas had de voorkeur van de burgemeesters boven de runners-up Laure Manadou, Rama Yade of zelfs Carla Bruni-Sarkosy. De beeldhouwer was Daniel Druet.


Referentie modellen van diverse Mariannes

Vanaf 2012 was Frankrijk weer toe aan een nieuwe persoonlijkheid om de nationale Marianne te belichamen. Opiniepeilingen gaven de voorkeur aan Sophie Marceau (44% van de stemmen). Verder aan Marion Cotillard (40%), Vanessa Paradis (33%), Florence Foresti (28%) en Anne Roumanoff (23%). Echter Sophie Marceau is alleen kandidaat geweest, er is nooit een buste van haar gemaakt. Het klinkt raar maar in het streng gereguleerde Frankrijk is er geen officieel Marianne-model. Geen enkele wetgevende of regelgevende tekst legt burgemeesters een specifiek model op, en verplicht hen zelfs niet om een Marianne in hun gemeentehuis te plaatsen. Wel kiest de vereniging van burgemeesters van Frankrijk regelmatig beroemde Franse vrouwen. Gekozen beeldhouwers hebben vervolgens de vrije hand om het beeld vorm te geven. De figuren die het populairst zijn bij de huidige gemeentehuizen zijn gemodelleerd naar de kenmerken van Brigitte Bardot, Catherine Deneuve en Laetitia Casta.


Een wandeling door ellenlange gangen bevolkt met honderden beelden en bustes  brengt mij naar gigantische stellingen vol met mallen, alles keurig gecodeerd en voorzien van foto’s van het originele beeld. Camille vertelt mij dat op nog een andere locatie mallen liggen opgeslagen.



La Chalcographie du Louvre - een medewerkster werkt aan de ‘Study of the figure of a man’ van Andrea del Sarto (1487-1530) (inzet)

Maar het houdt nog niet op, Camille leidt mij naar nog een afgeleide van het Musée du Louvre in Saint-Denis. Hier bewaart en drukt ‘La Chalcographie du Louvre’, gecreëerd in 1797, uit een collectie van meer dan 13.000 kopergravures prints bestemt voor de verkoop. De collectie bestond oorspronkelijk uit kopergravures van het ‘Cabinet du Roi’ bestaande uit 900 platen van de beschrijving van Egypte aangekocht in opdracht van Colbert in 1662. De oudste kopergravures dateren dan ook uit de zeventiende eeuw. De Chalcographie du Louvre collectie omvat ook ongeveer honderd houten- (houtsnede) en steen- (lithografie) matrijzen. Om technische redenen worden deze platen niet meer gebruikt.

 

La Chalcographie du Louvre’, gecreëerd in 1797, bezit een collectie van meer dan 13.000 kopergravures

Al meer dan twintig jaar werkt het Chalcographie du Louvre samen met een groot aantal hedendaagse kunstenaars om zo de collectie uit te breiden met een collectie moderne kunst van onder andere Raoul Dufy, Léonard Foujita, Jacques Villon tot Chas Laborde, Eugène Véder en Cecile Reims. Sommigen van hen komen naar de werkplaats om te graveren. Ze worden hierbij ondersteund door de ambachtslieden van het atelier die experts zijn in de technieken van etsen en aquatint. De afdrukken die voortvloeien uit deze samenwerkingen worden zo vaak afgedrukt als de plaat het toestaat, zonder beperkingen op reproductie of handtekening. Dit principe, dat weliswaar in strijd is met de praktijken van de hedendaagse kunstmarkt, bestendigt de traditie van verspreiding die uniek is voor de Chalcographie du Louvre. Het maakt het mogelijk om prints, gemaakt door internationaal gerenommeerde kunstenaars, te verkopen tegen betaalbare prijzen.

Op het moment van mijn bezoek was een van de drukkers bezig met de ‘paumage’ (het met de handpalm verwijderen van de laatste overtollige inkt) van een kopergravure van Auguste Boucher-Desnoyers (1779-1857) voorstellend Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord. Hertog van Talleyrand, vorst van Benevento en Frans diplomaat. Hier worden nog slechts 10 afdrukken van gemaakt aangezien het Louvre museum besloten heeft geen prints meer te maken van platen van voor het jaar 1848.




Een kopergravure van Auguste Boucher-Desnoyers (1779-1857) 


Bij het verlaten van het pand realiseer ik mij dat hier de ‘negatieven’ liggen van het belangrijkste erfgoed van Frankrijk, om stil van te worden. 

Ateliers d'art de la Réunion des musées nationaux – Grand Palais is uitsluitend op afspraak te bezoeken. Voor meer informatie verwijs ik naar de website.

Adres: Impasse du Pilier 1, 93217 Saint-Denis. Bereikbaar via de RER-B station La Plaine-Stade de France.