Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Architectuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Architectuur. Alle posts tonen

woensdag 27 mei 2026

DE ARC DE TRIOMPHE DE L’ÉTOILE

 

Ons ‘point de départ’ is dit keer een ster: de Étoile. Het plein is officieel herdoopt tot place Charles de Gaulle, maar iedereen gaullist of anti-gaullist heeft het nog steeds over de (place de l) ’Étoile, de ster. Het vermaarde verkeersplein, dat vandaag de dag de naam draagt van Charles (André Joseph Marie) de Gaulle, een Frans militair, politicus, de 18e president van de Franse Republiek en de grondlegger van de Vijfde Republiek, kwam reeds voor in de plannen die de architect Gabriel in de 18e eeuw ontwierp voor de aanleg van de afgelegen terreinen ten westen van Parijs. Buiten de bebouwde kom lagen in die tijd slechts velden en moerassen. In het midden van het plein moest, bij wijze van een monumentaal oriëntatiepunt, een obelisk worden geplaatst. Nog stoutmoediger; een stenen olifant. Uit zijn slurf zouden ze een waterstraal laten spuiten. Maar het idee om er een triomfboog neer te zetten, sproot uit het brein van Napoleon.

 

Place de l'Étoile - foto Wikipedia


“Jullie zullen naar huis terugkeren door triomfbogen”, beloofde Napoleon zijn mannen na zijn grootste overwinning, de Slag bij Austerlitz in 1805. Tussen 1806 en 1808 krijgt als eerste de Arc de Triomphe du Carrousel, aan de voorzijde van het in 1871 gesloopte château des Tuilleries, gestalte. In die tijd, Napoleon had een voorliefde voor de Romeinse Oudheid, werden drie Romeinse triomfbogen als ideaal beschouwd: die van Titus, Septimus Severus en die van Constantijn. De mooie zuilen van roze marmer zijn een ode aan de veldslagen van 1805. De paarden zijn inmiddels kopieën van het originele vierspan dat Napoleon jatte van het San Marcoplein in Venetië. Overigens hadden de Venetianen deze paarden weer gestolen in Istanbul. Het was Lodewijk de XVIII die de paarden weer teruggaf aan de Venetianen, maar dat terzijde.


Arc de Triomphe du Carrousel

 

Op 18 februari 1806 verordent Napoleon I de bouw van weer een triomfboog, ter ere van de militairen van het Grote Leger van de Revolutie en het Keizerrijk. Dit monument moest Parijs domineren en de architecten Chalgrin en Raymond volgen het voorbeeld van de Romeinse triomfboog van Titus: één enkele boog met zuilen. Het uiterlijk en de bestemming van de Arc de Triomphe, die geleidelijk tussen 1806 en 1836 gestalte kregen, worden niet minder dan zes maal grondig gewijzigd. Allereerst zorgde de bouw van de 50 meter hoge triomfboog voor de nodige problemen. Voor de stabilisatie van het 45 meter brede gebouw in de weke grond waren funderingen nodig van meer dan 8 meter diep. Het totaalgewicht van het monument, gebouwd uit steen uit de groeven van Château Landon, is ongeveer 100.000 ton. Het definitieve plan van de architect wordt pas in 1809 goedgekeurd. Op 15 december 1840 reed de katafalk met Napoleons stoffelijke resten, die eindelijk uit Sint-Helena mochten worden overgebracht, er onderdoor op weg naar de Invalides. Ondanks de bittere kou stonden er honderdduizend belangstellenden langs de weg.

 

Het project van François Thérèse Chalgrin


Sindsdien hebben er zich heel wat ontroerende gebeurtenissen afgespeeld; in 1885 de begrafenis van Victor Hugo. Zijn dode lichaam lag twee dagen opgebaard onder de poort. In 1940 marcheerden Duitse troepen demonstratief onder de boog door de stad in. Op dezelfde plek werd vier jaar later de overwinning gevierd door de begroeting van generaal De Gaulle na de bevrijding van Parijs in 1944. De ceremonies die ieder jaar plaatsvinden op 11 november ter herdenking van de wapenstilstand in 1918, het militaire defilé op 14 juli, Quatorze Juillet, de viering van de nationale feestdag, en dagelijks, een emotioneel eerbetoon waarbij de ‘Vlam van de Natie boven het graf van de Onbekende Soldaat opnieuw wordt aangestoken. Deze ceremonie vindt elke avond om 18.30 uur plaats. En last but not least de jaarlijkse slotetappe van de Tour de France. 

De place de l’Etoile werd in 1854 op de schop genomen door Haussmann (wie anders?). Aan de reeds bestaande lanen voegde hij er nog zeven toe, en gaf Hittorf opdracht de panden aan het plein op elkaar af te stemmen. De place de l'Étoile werd officieel omgedoopt tot place Charles de Gaulle op 13 november 1970, slechts vier dagen na het overlijden van Charles de Gaulle in zijn landhuis La Boisserie in Colombey les Deux Églises.


De Arc de Triomphe zoals wij hem kennen


Je bent niet in Parijs geweest als....

 

Het voorgaande is een inleiding tot waar ik het eigenlijk over wilde hebben, namelijk de ‘slimme’ architectuur en de prachtige reliëfs die de Arc de Triomphe sieren. Jean-François Chalgrin (1739 -1811), die voor het ontwerp tekende, had de briljante ingeving de bogen aan de zijkanten te herhalen. Daarmee hief hij de ‘aswerking’ van de boog op waardoor deze beter paste bij het ronde plein. Pas in de jaren 1830 werden bij verschillende kunstenaars in totaal vier monumentale beeldengroepen besteld.



 

La Marseillaise - Le départ des volontaires

De bekendste is waarschijnlijk La Marseillaise gemaakt door François Rude tussen 1833 en 1836. Dit reliëf illustreert een essentiële gebeurtenis in de revolutionaire geschiedenis: de dienstplicht van 1792, waarbij bijna 200.000 mannen, in opdracht van de l'Assemblée législative (de Wetgevende Vergadering), de verdediging van Frankrijk organiseerden tegen de buitenlandse legers die zich tegen de revolutionairen hadden verenigd. De beeldhouwer gebruikte geen historische kostuums of wapens uit de tijd van de Revolutie maar koos voor een meer romantische stijl bedoeld om een universele dimensie te bereiken en de strijd van elk volk, wie het ook moge zijn, te symboliseren om te verdedigen wat hen toebehoort. Het hoog reliëf beeldt le génie de la Liberté (de geest van de Vrijheid) uit als een gevleugelde vrouw die een noodkreet slaakt in het aangezicht van de vijandelijke invasie. Ze roept het volk op tot de strijd en zwaait met haar zwaard. Onder deze figuur leidt een bebaarde, gepantserde krijger een naakte jongeman bij de schouder, terwijl hij met zijn helm zwaait als teken om te vertrekken en zich te hergroeperen. Hij lijkt het advies van een bebaarde oude man op de achtergrond te negeren.

Het reliëf is te zien aan de rechterzijde van de boog met zicht op de Champs-Élysées.



 

Le Triomphe

De Triomf van Napoleon, gemaakt door Jean-Pierre Cortot. Dit illustreert het jaar 1810, het jaar van de uitbreiding van het Napoleontische Rijk door talloze veroveringen en gewonnen veldslagen, maar ook het jaar van zijn huwelijk met Marie-Louise van Oostenrijk, waarmee zijn dynastie werd veiliggesteld. Napoleon I wordt hier afgebeeld in klassieke kleding, met een zwaard aan zijn zijde en gekroond met het symbool van Victoria. Op de achtergrond, rechts, knielt een man met gebonden handen en brengt een gevangene aan de voeten van zijn overwinnaar. Links knielt een allegorische stad eveneens voor haar overwinnaar, die een beschermende hand uitstrekt. Achter haar graveert de muze van de Geschiedenis de triomfen van de keizer op een tablet. Een gevleugelde kijkt uit over het tafereel, blaast op een trompet en zwaait met een banier tegen een achtergrond van palmbomen, een boom die doet denken aan Napoleons expeditie naar Egypte.

Het reliëf is te zien aan de linkerzijde van de boog met zicht op de Champs-Élysées.




La Résistance

Dit hoog reliëf van Antoine Etex symboliseert het verzet van de natie in 1814 tegen de invasie van buitenlandse troepen die zich tegen Napoleon hadden verenigd. Rusland en Oostenrijk waren het gebied binnengevallen en bezet, tot aan Parijs toe. Verzet tegen een invasie is hét nationale thema bij uitstek: tegenover de vijand moeten alle interne verdeeldheden binnen een land worden uitgeroeid, zodat de natie haar eenheid kan herwinnen en de integriteit van haar grondgebied kan behouden. Een naakte krijger, met in zijn rechterhand een zwaard, maakt zich klaar om zijn vaderland te verdedigen. Rechts van hem probeert een oude man hem tegen te houden. Links van hem probeert zijn vrouw, met hun kind in haar armen, hem ook te overtuigen om niet te gaan. De bebaarde, ongewapende ruiter valt van zijn paard, alsof hij door de bliksem is getroffen. Hij symboliseert het offer van de patriot voor zijn land . De Geest van de Toekomst, met uitgestrekte vleugels, dicteert de plicht van verzet van de soldaat.

Het reliëf is te zien aan de linkerzijde van de boog met zicht op de avenue de la Grande Armée.



 

La Paix

Dit werk is eveneens van de beeldhouwer Antoine Etex. Het reliëf van de Vrede, vormt een logisch vervolg op de gebeeldhouwde groep van het Verzet. Na het Verdrag van Parijs van 1815 keerde de vrede terug in Frankrijk, ondanks Napoleons poging om tijdens de Honderd Dagen opnieuw de macht te grijpen. De soldaat in het midden van de compositie steekt zijn zwaard in de schede; de oorlog is voorbij. De ploeg, de stier en de boer symboliseren de terugkeer naar een bloeiende landbouw. De moeder en het kind vertegenwoordigen het gezin en de hernieuwde mogelijkheid tot onderwijs. Alle fundamentele activiteiten van een welvarende natie zijn samengebracht. Minerva, gehelmd en met een speer in de hand, domineert de groep als godin van de overwinning en inspirator van de kunsten en vredeswerken.

Het reliëf is te zien aan de rechterrzijde van de boog met zicht op de avenue de la Grande Armée.

 

De Arc de Triomphe is verder op alle gevels versierd met talloze bas-reliëfs die de veldslagen van de keizer uitbeelden. Verschillende beeldhouwers werden voor dit werk ingeschakeld. 

·       Naar het oosten: De begrafenis van Marceau door Henri Lemaire en de Slag bij Aboukir door Seurre de Oudere 

·       Naar het westen: de oversteek van de Arcole-brug door Jean-Jacques Feuchère en de verovering van Alexandrië door John-Étienne Chaponnière 

·        Naar het zuiden: de Slag bij Jemappes door Charles Marochetti 

·        In het noorden: de Slag bij Austerlitz door Jean-François-Théodore Gechter

 

Detail van La Marseillaise
 

Het Graf van de Onbekende Soldaat

Sinds 28 januari 1921 herbergt de Arc de Triomphe het Graf van de Onbekende Soldaat. Op 26 november 1916 , terwijl de gevechten van de Eerste Wereldoorlog nog lang niet voorbij waren, opperde Francis Simon, voorzitter van het Franse Herdenkingscomité van Rennes het idee van een Frans eerbetoon aan de onbekende gesneuvelde soldaten. “Waarom zou Frankrijk de deuren van het Pantheon niet openen voor een van deze onbekende strijders die dapper voor het vaderland zijn gestorven? De begrafenis van een gewone soldaat onder deze koepel waar zoveel helden en genieën rusten, zou een symbool zijn, en bovendien een eerbetoon aan het hele Franse leger!". Echter het Pantheon werd door vele politici afgewezen. Aan dit argument werd ook de anonimiteit van de soldaat toegevoegd . “Het gaat hier niet om het eren van een groot man. De Onbekende Soldaat is geen groot schrijver, geen wetenschapper en zelfs geen politicus. Hij is veel groter en moet kunnen rusten op een uitzonderlijke plek die voor hem is gereserveerd, omdat het offer dat hij vertegenwoordigt  ongeëvenaard is . Door hem zal de herinnering aan miljoenen mannen voortleven”, aldus de Kamer van Afgevaardigden. Op 8 november 1920  stemde de Kamer unaniem  voor de begrafenis van de  Onbekende Soldaat  bij de Arc de Triomphe. 

Op 9 november 1920 werden negen doodskisten opgegraven. Ze kwamen van de negen locaties die het zwaarst getroffen waren door de conflicten in de regio's Vlaanderen , Artois, de Somme, de Chemin des Dames, Champagne en Verdun.  Over de nationaliteit van een van de lichamen bestond nog twijfels, daarom werd besloten deze te verwijderen. De acht overgebleven kisten werden in de citadel van Verdun geplaatst. André Maginot, een oorlogsveteraan en invalide, leidde de ceremonie voor de verkiezing van de soldaat. Hij overhandigde Auguste Thin, een jonge korporaal, een boeket bloemen. De jonge Auguste Thin zou de zesde soldaat kiezen. Daarna werd het lichaam van de Onbekende Soldaat onmiddellijk per speciale trein naar Parijs vervoerd 


Het graf van de Onbekende Soldaat met de eeuwige vlam - foto Wikipedia

 

Op 11 november 1920 volgden honderdduizenden mensen de begrafenisstoet in stilte en met tranen in hun ogen. Een fictieve familie liep achter de kist, die bedekt was met de Franse driekleur. De processie maakt een tussenstop bij het Pantheon alvorens verder te trekken naar de Arc de Triomphe. Daar werd de kist onder het gewelf van het monument geplaatst. Omdat het graf nog niet klaar was wordt de kist tijdelijk bijgezet in de Palmenhal in de Arc de Triomphe. Zijn lichaam wordt dag en nacht bewaakt tot de uiteindelijke begrafenis op 28 januari 1921. Bij deze gelegenheid was de voltallige  regering aanwezig, evenals president Alexandre Millerand en de Britse premier David Lloyd George en Louis Barthou de minister van Oorlog die ook zijn enige zoon op het slagveld heeft verloren. Terwijl de kist in de grafkelder wordt geplaatst, barst de minister in tranen uit onder de woorden “Lang leve Frankrijk”!

 

De geboorte van de vlam

Twee jaar na de begrafenis van de Onbekende Soldaat lanceerde de journalist en dichter Gabriel Boissy het idee van de Vlam van Herinnering, dat onmiddellijk enthousiaste publieke bijval kreeg. Met de steun van André Maginot, die minister van Oorlog was geworden, vorderde het project snel. Voor de vormgeving riepen ze de hulp in van ijzerbewerker Edgar Brandt  en architect Henri Favier  Zij vervaardigden een rond schild met in het midden een kanonloop waaruit de vlam tevoorschijn komt. Vijfentwintig zwaarden vormen een ster rond de vlam. De vlam werd voor het eerst aangestoken op 11 november 1923 door Maginot, omringd door een groot aantal veteranen. Dagelijks wordt er eer betoond aan de ‘Grote Doden’. Elke avond om 18.30 uur wordt de vlam opnieuw aangestoken door de vereniging ‘La Flamme sous l'Arc de Triomphe’, die de honderden veteranenverenigingen in Frankrijk vertegenwoordigt.  



De Arc de Triomphe werd in 2021 ingepakt door de kunstenaars Christo en Jeanne-Claude - Foto Ronald Balder

 

Een panoramisch uitzicht

Na het beklimmen van 284 treden kun je genieten van een 360° uitzicht over Parijs. De historische trappen, gelegen tussen de pilaren van het monument, maken deel uit van jouw bezoek aan de top. De klim begint met een adembenemende wenteltrap met 240 treden. Deze trappen zijn in 2022 gerenoveerd. Bereik de tussenverdieping en loop vervolgens door de museumruimte waar je kunt uitrusten en de informatieschermen, het afgietsel van La Marseillaise en het model van het monument kunt bekijken. Het moeilijkste deel is achter de rug: je hoeft nog maar zo'n veertig treden te nemen om het panoramische terras te bereiken. Vanaf het terras, heb je uitzicht op de zinken daken van de Parijse straten, en een uniek panorama op de meest iconische monumenten van de hoofdstad. De Eiffeltoren, op slechts één straat afstand, is praktisch binnen handbereik! Je kunt ook de Sacré-Cœur-basiliek bewonderen bovenaan de iconische wijk Montmartre, de zakenwijk La Défense met zijn wolkenkrabbers, de gouden koepel van Les Invalides, de zuilenkoepel van het Panthéon, maar ook de torens van de Notre-Dame-kathedraal, in de verte de imposante Montparnasse-toren, het Centre Georges Pompidou, enzovoort. Hoogtevrees? Je kunt het uitzicht ook digitaal bekijken door hier te klikken. 

Voor een bezoek aan deze prachtige triomfboog kun je gebruik maken van een ondergrondse voetgangerstunnel, de passage du Souvenir  De ingang van die tunnel vind je op de hoek van de avenue des Champs-Élysées en avenue de Friedland & op de hoek avenue de la Grande Armee en de avenue Carnot. Je herkent de ingang aan een aflopende trap, die je naar een tunnel onder het verkeersplein leidt. 

Ik wens je zoals de Fransen zeggen; “Une bonne visite”. 


Bronnen: Centre des Monuments Nationaux, Kunst & Architectuur Parijs; Martina Padberg, H.F. Ullmann, Wikipedia.

© Reproductions: Benjamin Gavaudo / Centre des monuments nationaux



dinsdag 12 mei 2026

LA DÉFENSE; NOTRE-DAME-DE-PENTECÔTE

 

Een spirituele ontmoetingsplaats voor professionals 

Notre-Dame-de-Pentecôte, de naam zegt je hoogst waarschijnlijk niets, maar dit is ongetwijfeld een van de meest iconische gebouwen in La Défense. Midden in deze Parijse zakenwijk, op de gemeentegrens tussen Puteaux en Courbevoie, staat een kubus van beton en matglas, versierd met een rood kruis. Het gebouw wordt begrensd door het CNIT in het westen, het Maison de la Défense en Calders Rode Spin in het zuiden, de Trinity Tower in het noorden en de Areva Tower in het noordoosten. Tja, er staat een kerk in La Défense, midden op het plein. En geef maar toe, je hebt hem nog nooit opgemerkt. Dat is niet zo gek, want hij gaat discreet op in de achtergrond. De ingang bevindt zich aan een voetgangersstraat tussen het CNIT en het Maison de la Défense, bereikbaar via de Parvis de la Défense  en de Place de la Défense. De voorgevel van het gebouw kijkt uit op de avenue de la Division-Leclerc en de snelwegstroken van de Rout Nationale 192. Ik hoor je denken; “geen wonder dat ik die kerk nooit gezien heb”. Het kerkgebouw lijkt te zijn ontworpen om te passen in de omgeving.

 


Het kerkgebouw lijkt te zijn ontworpen om te passen in de omgeving

De bouw van dit bijzondere kerkgebouw werd in opdracht gegeven door de bisschop van Nanterre, François Favreau. Het ontwerp is van de Franse architect Franck Hammoutène, en de eerste steen werd gelegd op 25 maart 1998. Het feest van de Annunciatie, ook bekend als het feest van Maria-boodschap. Franck Hammoutène (1954) begon zijn carrière met het ontwerp van de Gutenberg-bibliotheek in het 15e arrondissement. In 1989 kreeg hij de opdracht voor het ontwerp van het dak van de Grande Arche voor de G20-top. De meeste van zijn projecten kenmerken zich door hun dominante neo-modernistische stijl, waardoor Hammoutène een van de oorspronkelijke figuren van de nieuwe Franse architectuurscene is.



 

De kerk wordt gekenmerkt door een discreet kruis bij de ingang. De gevel reikt tot een hoogte van 36 meter, gedeeltelijk los van het gebouw, en lijkt op een klokkentoren. Deze gevel herbergt een carillon met acht klokken. Op de betonnen muur, bedekt met ondoorzichtig grijs glas, vormen twee lichter gekleurde lijnen een ander kruis, groot maar discreet, als een filigraan, dat de gehele hoogte en breedte van de muur beslaat. Dit monumentale scherm, 80 cm dik, is ontworpen om de sterke winden die in de open ruimte ontstaan te kunnen weerstaan, door licht mee te bewegen.



 

Het materiaal dat voor de hoofdstructuur is gebruikt, is beton, wat niet nieuw is voor kerken uit de 20e  eeuw. Maar hier is het gebruikt vanwege de complexe constructie onder de vloerplaat van het La Défense-plein. De funderingen van het gebouw vertegenwoordigen alleen al een derde van de totale kosten. Er werden 62 pijlers gebruikt, waarvan sommige tot 20° hellen om ondergrondse obstakels te vermijden. 

Dit is een bijzondere kerk; het is eigenlijk meer dan alleen een kerk. Je vindt de kapel boven, waar de diensten worden gehouden. Maar de charmante vrijwilligster die me begroette, benadrukte subtiel: “het is een thuis, zodat iedereen zich er thuis kan voelen”. Zo is er op de begane grond een boekwinkel en een tentoonstellings- en vergaderruimte, terwijl er op de benedenverdieping een aantal ruimtes zijn ingericht om gelovigen te verwelkomen, maaltijden te serveren en groepen te huisvesten die door vrijwilligers worden geleid, door mensen in nood te verwelkomen door een luisterend oor te bieden en specifieke hulp te verlenen aan werkzoekenden, mensen met psychische problemen, alcoholisten of mensen met een (emotionele) verslaving, daklozen, enzovoort, dit alles in samenwerking met bevoegde organisaties en personen.


De 'bovenkamer' ofwel de kapel
 

De ‘bovenkamer’, bereikbaar via een trap, waarin de kapel zich bevindt, breekt met alle conventies. Hier geen kruisvormige plattegrond, geen traditionele oriëntatie. In plaats daarvan stap je in een kubus van beton en matglas die het natuurlijke licht diffuus binnenlaat. Stoelen die de misboeken verbergen en die uitklappen om plaats te bieden aan maximaal 300 personen.  



Het grote glazen scherm achter het altaar is ontworpen door glaskunstenaar Jacques Loire

Het altaar, de preekstoel en het tabernakel zijn het werk van beeldhouwer Pierre Sabatier en zijn gemaakt van geoxideerd staal. Het is opmerkelijk dat de preekstoel in het midden van de kapel staat, met de rug naar de celebrant tijdens de consecratie; een opstelling die gebruikelijk was in kerken uit het eerste millennium . Het altaar symboliseert Pinksteren en heeft aan elk van de vier zijden drie spleten, in totaal twaalf, net als het aantal apostelen. 




De preekstoel roept de brandende struik in herinnering uit Exodus 3. Het tabernakel symboliseert de onzichtbare aanwezigheid van God. Het grote glazen scherm achter het altaar is ontworpen door glaskunstenaar Jacques Loire. Het Mariabeeld is van de beeldhouwer Étienne; het wordt bekroond door vlammen die Pinksteren symboliseren. Het wandtapijt rechts van de ingangsdeur is gemaakt door broeder Yves van de abdij van Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire en stelt Christus aan het kruis voor.



Het Mariabeeld is van de beeldhouwer Étienne



Het wandtapijt rechts van de ingangsdeur is gemaakt door broeder Yves van de abdij van Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire
 

De kerk is ingewijd op 7 januari 2001 en was de eerste kerk van het 3e millenium en bestaat dus dit jaar 25 jaar. De Notre-Dame-de-Pentcôte opent alleen haar deuren op weekdagen. Een oase van rust te midden van drukke agenda’s, een discrete toevluchtsoord voor managers, werknemers en bezoekers van de zakenwijk La Défense, die op zoek zijn naar rust, ontmoetingen en spiritualiteit. Ook ik ben er regelmatig langsgelopen en nu vond ik het tijd om hier eens uitgebreid aandacht aan te besteden. Hoe bijzonder, een godshuis midden tussen de wolkenkrabbers. Een kerk die er niet uitziet als een kerk.


dinsdag 17 februari 2026

DE BOVENGRONDSE METROSTATIONS VAN PARIJS

 

Regelmatig schrijf ik in mijn blogs over de voortang van de ‘Grand Paris Express’. De Grand Paris Express bestaat uit een fundamentele heroverweging, herontwerp en focus op het openbaarvervoernetwerk op de schaal van het grootstedelijk gebied de metropool Grand Paris die bestaat uit 131 gemeenten, waaronder Parijs zelf. Het doel van deze oefening is om Grand Paris te voorzien van één multimodale vervoersoplossing, meer geïntegreerde vervoersdiensten, en zo een model van polycentrische ontwikkeling te ondersteunen, een stad die is opgebouwd uit meerdere centra. Op de lange termijn zal het nieuwe transportnetwerk naar verwachting het bruto binnenlands product van de regio île de France met meer dan 100 miljard euro doen toenemen en 115.000 nieuwe banen moeten creëren. Wat weinigen weten is dat Nicolas Sarkozy op 26 juni 2007 de basis legde voor het grootste infrastructuur project van Europa, de lancering van ‘Métropole du Grand Paris’.




 

‘Métropole du Grand Paris’ in cijfers: 

Vier nieuwe metrolijnen (lijn 15, 16, 17 & 18) plus 2 verlengingen van bestaande lijnen (lijn 11 & 14)

200 km nieuwe spoorlijnen, hierdoor zou de huidige metro (214 km), die voornamelijk de 20 arrondissementen binnen de Parijse ringweg bedient, in omvang bijna verdubbelen.

68 gloednieuwe onderling verbonden stations.

15 jaren van constructie, 2016 tot 2030.

2 miljoen passagiers per dag, tegen 2035 ongeveer 3 miljoen.

Elke 2 à 3 minuten een trein.

Volledig automatisch metrosysteem.

90% van de lijnen wordt ondergronds aangelegd.

Totale kosten worden geraamd op 35,6 miljard euro.

 

Een visie uit de 19e eeuw

Die zelfde visie was er ook midden 19e eeuw voor lijn 6. Het waren de Franse ingenieurs Brame en Flachat, van de spoorwegmaatschappij Paris-Saint-Germain, die in 1855 met het idee kwamen, om een gesloten ondergronds netwerk aan te leggen van Gare du Nord naar de markthallen in het centrum van Parijs. Dit om de aanvoer van goederen naar de 'Buik van Parijs' efficiënter te laten verlopen. Waren deze plannen direct uitgevoerd, dan was Parijs de eerste stad in de wereld met een metro. Echter, het duurde een halve eeuw voordat de eerste metrolijn werd geopend en wel op 19 juli 1900. Speciaal aangelegd voor de wereldtentoonstelling.  London was in 1863 de eerste stad met een metro, gevolgd door New York in 1868 en Glasgow en Budapest in 1896.

 

Werkzaamheden voor lijn 6 - juni 1907


Tijdens de 'Exposition Universelle' van 1900 werd de eerste lijn van de 'Métro de Paris' in gebruik genomen. Lijn 1, geopend op 19 juli 1900, 10,3 kilometer lang en liep geheel ondergronds van Porte Vincennes naar Porte Maillot. Het project stond onder leiding van ingenieur Fulgence Bienvenüe, die later geëerd is met een metrostation: Montparnasse-Bienvenüe. 17 Maanden lang werd door 2000 arbeiders gewerkt om een traject van 10,3 kilometer ondergronds aan te leggen. De lijn was eigendom van de 'Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris' de CMP. Deze metro was vanaf dag een een hit. Een kaartje 2e klasse koste in die tijd 0,15 Franse Franc en 0,25 Franse Franc voor reizen in de 1e klasse. Nu loopt de metro van Porte Vincennes naar La Défense en is meteen de drukste metrolijn van Parijs. Ruim 750.000 passagiers per dag, met een jaartotaal van 168 miljoen per jaar.  Al snel volgden er meerdere lijnen: Lijn 2 in 1900, lijn 3 in 1904, lijn 5 in 1906, Lijn 6 in 1907 en lijn 4 in 1908.



Werkzaamheden voor lijn 6

 

De meeste metrolijnen zijn ondergronds, maar een tweetal gedeeltelijk bovengronds: lijn 2 en lijn 6. Oorzaak waren technische beperkingen in die tijd, hetzij vanwege de samenstelling van de bodem waardoor graven moeilijk was, hetzij vanwege de Seine of de noodzaak om spoorlijnen van Parijse stations te kruisen. 

De beslissing om een deel van lijn 6 op viaducten aan te leggen, werd ingegeven door de topografie van dit deel van Parijs. Er was sprake van veel heuvels, behoorlijk heuvelachtig, dus was het eenvoudiger om een relatief rechte route te hebben dan de metro de hellingen te laten volgen en weer af te laten dalen. Lijn 2, de andere iconische bovengrondse lijn van het Parijse netwerk, maakte het mogelijk om de spoorlijnen van Gare du Nord en Gare de l'Est te kruisen. Over beide lijnen straks meer.

 

Grand Paris Express

Met de komst van de Grand Paris Express zullen er nieuwe verhoogde metrolijnen worden aangelegd. De toekomstige lijn 18 zal het meest omvangrijke gedeelte omvatten (midden), met een viaduct van 18 km tussen Palaiseau ( Essonne ) en Saint-Quentin-en-Yvelines ( Yvelines). Een volledig verhoogd traject met een 6,7 kilometer lang viaduct – het langste van Frankrijk – zal de studentenstations van Polytechnique en Université Paris-Saclay bedienen. De eerste tests op dit traject vonden plaats aan het einde van de dag op donderdag 18 december 2025, wat een aantal indrukwekkende beelden opleverde van een trein die in de schemering de snelweg overstak.


Een volledig verhoogd traject met een 6,7 kilometer lang viaduct – het langste van Frankrijk – zal de studentenstations van Polytechnique en Université Paris-Saclay bedienen - Foto © Laurent Granguillot - Société des grands projets

 

Eind 2026 zullen tien volledig geautomatiseerde en elektrische treinen in gebruik worden genomen. Elke trein biedt plaats aan 350 passagiers in drie rijtuigen. en haalt een maximale snelheid van 100 km/u. De treinen zullen voorzien zijn van Wifi, USB-poorten, 5G-connectiviteit, airconditioning, realtime informatieschermen en speciale ruimtes voor mensen met een beperkte mobiliteit.

Wat betreft de gehele lijn 18, deze zal in twee fasen worden opgeleverd: eerst het oostelijke deel in 2027, richting luchthaven Orly; vervolgens, in 2030, de andere kant, richting Versailles-Chantiers.

 

‘Ligne 2 Nation – Porte Dauphine’

Terug naar de visionaires van de 19e en 20e eeuw. Wist je dat het Parijse metronetwerk  26 bovengrondse metrostations telt, waarvan de meest iconische zich bevinden op lijn 2 en 6.


Lijn 2 tussen Stalingrad en Barbès-Rochechouart



Metrostation Stalingrad


Lijn 2 heeft vier verhoogde stations langs het twee kilometer lange traject: Barbès-Rochechouart, La Chapelle, Stalingrad en Jaurès. De perrons zijn voorzien van glazen wanden en worden beschermd door een overkapping die wordt ondersteund door een opengewerkt metalen frame zonder pilaren – een waar architectonisch hoogstandje dat de lichte en stralende elegantie van de verhoogde stations van Lijn 2 onthult. De toegang is via een centrale trap die zich vertakt in twee gedeelten, elk beschermd door een glazen overkapping, die toegang bieden tot elk perron. De buitenmuren van steen zijn versierd met bas-reliëf slingers.  



Buitenzijde bovengrondse stations lijn 2


Alle hoog boven de weg gelegen stations van lijn 2, links en rechts geflankeerd door betonnen steunen voorzien van het wapen van de stad Parijs


Wat meteen opvalt is het werkelijk bijzondere ontwerp van de bovengrondse stations, allemaal 75 meter lang en gebouwd hoog boven de grond, op grote neoklassieke ijzeren pilaren. Dit alles naar een ontwerp van de Franse architect Jean Camilla Formigé en verwezenlijkt door de werkplaatsen van J. Leclaire in Montreuil, die ook de opdracht kregen voor alle 22 meter lange viaducten van metrolijn 6 en het viaduct van het station Austerlitz. Alle hoog boven de weg gelegen stations van lijn 2, links en rechts geflankeerd door betonnen steunen voorzien van het wapen van de stad Parijs, zijn aan de voorzijde en de achterzijde voorzien van glas met daaronder sierlijke bouwelementen voorzien van guirlandes en afbeeldingen van stoomtreinen en bijenkorven.  De perrons overdekt met als het ware gedrapeerd glas, gelijkend gordijnen. Deze oplossing werd later voor lijn 6 te duur gevonden.



Toegang is via een centrale trap die zich vertakt in twee gedeelten

 

‘Ligne 6 Nation – Charles de Gaulle – Étoile’

Metrolijn 6 is het meest iconische onderdeel van de Parijse skyline. Het verbindt de stations Charles de Gaulle–Étoile en Nation. Deze metrolijn, zoals we die nu kennen, is in fasen en in verschillende configuraties in gebruik genomen. Lijn 6 werd aanvankelijk aangelegd onder de naam ‘2 Sud’. In 1900 bediende ze het traject tussen Étoile en Trocadéro de Wereldtentoonstelling, terwijl de bouwwerkzaamheden doorliepen tot aan Place d'Italie met de delicate oversteek van de Seine bij Passy. Dit station werd geopend op 5 november 1903.

 

Metrostation Passy



Metrostation Passy uitkijkend over het Passy-viaduct


Het Passy-viaduct


Het Passy-viaduct werd gebouwd tussen 1903 en 1906, is 237 meter lang en staat op het Île aux Cygnes (het Zwaneneiland). Het is een architectonisch uitzonderlijk bouwwerk, bestaande uit een metalen dek waarop de metrosporen liggen. 






Dit dek wordt ondersteund door twee rijen slanke, 6,90 meter hoge kolommen van gewalst staal, die de verfijning en elegantie van het viaduct benadrukken. Het is sinds 1986 een beschermd monument. Gedecoreerd door Jean-Camille Formigé, vormt het een opmerkelijk rijk versierd monumentaal geheel. De gemetselde structuur op het Île aux Cygnes – de centrale boog van het viaduct – is versierd met vier allegorische figuren in bas-reliëf: Wetenschap, Arbeid, Elektriciteit en Handel. 


Arbeid een van de vier allegorische figuren in bas-reliëf 


Het Viaduct van Passy, beter bekend als de Pont de Bir-Hakeim, is een symbool van de hoofdstad, vanuit elke hoek gefotografeerd en biedt een adembenemend uitzicht (ook vanuit de metro) over Parijs: de Eiffeltoren die uitkijkt over de Seine, het Trocadéro, het Grand Palais, Les Invalides en de Sacré-Cœur-basiliek. De brug staat sinds 1986 op de monumentenlijst.



Zowel vanuit het Zwaneneiland als vanuit de metro heb je een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren

Op 24 april 1906 werd de lijn verlengd tot Place d'Italie. In oktober 1907 werd de exploitatie ervan samengevoegd met die van lijn 5, die in juni 1906 was geopend, waarbij lijn ‘2 Zuid’ werd opgeheven ten gunste van deze nieuwe aansluiting. De nieuwe lijn 5, die Étoile met het Gare du Nord verbond, bleef in deze configuratie in bedrijf tot 1942.. In 1931 werd, om de dienstverlening aan de Koloniale Expositie* (Exposition coloniale internationale) te verbeteren, besloten om lijn 6 te verlengen met behulp van de sporen van lijn 5. Lijn 6 vormde zo een zuidelijke, halfronde lijn van Nation naar Étoile, de huidige route. Pas na de verlenging van lijn 5 naar Pantin op 6 oktober 1942, tijdens de bezetting, werd de huidige configuratie van lijnen 5 en 6 definitief vastgesteld. Lijn 5 verbond toen Place d'Italie met de Église de Pantin, en lijn 6 verbond Étoile met Nation.

 

  De Koloniale Tentoonstelling van Parijs (Exposition coloniale internationale) vond plaats van 6 mei tot 6 november 1931 in het Bois de Vincennes. Het was een grootschalig evenement met 8 miljoen bezoekers, bedoeld om de rijkdommen en culturen van de Franse koloniën te tonen, inclusief bijdragen van andere landen zoals Nederland en België. Het markeerde het hoogtepunt van het koloniale denken.

 

Lijn 6 loopt ruim 6 kilometer bovengronds en bedient 13 stations. Deze stations verschillen aanzienlijk van die van lijn 2. Net als lijn 2 combineert de constructie een metalen structuur met rode baksteen en natuursteen, wat doet denken aan de architectuur van grote treinstations. 

De viaducten bestaan uit gietijzeren balken, ondersteund door stenen pilaren, die op hun beurt het metalen dek dragen waarop de metrosporen rusten. Op de vier hoeken van de stations zijn sierpilaren versierd met slingers en hoornen des overvloeds en afwisselend voorzien van het wapen van de stad Parijs of een wereldbol. De bovengrondse stations van lijn 6, richting Nation naar Charles de Gaulle- Étoile zijn: Bel-Air, Quai de la Gare, Chevaleret, Nationale, Corvisart, Glacière, Saint Jacques, Sèvres-Lecourbe, Cambronne, La Motte-Picquet - Grenelle, Dupleix, Bir-Hakeim en, Passy.


De stations van lijn 6 hebben uit kostenoverweging  een andere vormgeving dan die van lijn 2


Metrostation Quai de la Gare


Metrostation Sèvres-Lecourbe


Een route langs straatkunst.

De muurschilderingen van het project Street Art 13, die deels langs lijn 6 van de verhoogde metro te vinden zijn, bieden reizigers de mogelijkheid om tijdens hun reis te genieten van een unieke artistieke wandeling tussen de stations Quai de la Gare en Glacière. Ongeveer veertig kunstwerken zijn zowel overdag als 's nachts direct vanuit de metro te bewonderen.



Een muurschildering van het project Street Art 13
 

Pont de Bercy

Heel bijzonder is het metrogedeelte van lijn 5 tussen Gare de Lyon en Saint Marcel. De bovengrondse metro, gebouwd in 1903-1906 loopt dwars door het station Austerlitz (gebouwd in 1888 door de Compagnie du Chemin de fer de Paris à Orleans) over metalen viaducten elk 50 meter lang en 10 meter boven de grond. De brug werd in drie fasen gebouwd. De eerste constructie, met vijf stenen bogen die overeenkomen met de rijbaan aan de Parijse kant, werd geopend in 1864 en in 1904 met 5,5 meter verbreed om plaats te maken voor het metroviaduct. In de jaren negentig werd de brug aan de kant van de ringweg verbreed om de symmetrie van de rijbanen aan weerszijden van het viaduct te behouden, waardoor het viaduct van lijn 6 tussen de twee rijbanen kwam te liggen. Deze uitbreiding, gebouwd van beton, is bekleed met steen om de harmonie van dit monumentale bouwwerk te bewaren. De brug, tot 1996 de grootste brug van Frankrijk, is 175 meter lang en bestaat uit 41 kleine, halfronde bogen bekleed met steen.


Pont de Bercy


De bovengrondse metro, gebouwd in 1903-1906 loopt dwars door het station Austerlitz




Alle bovengrondse stations van de Parijse metro zijn: 

metrolijn 1      Bastille

metrolijn 2      Barbès-Rochechouart, La Chapelle, Stalingrad en Jaurès

metrolijn 5      Station Austerlitz en Quai de la Rapée

metrolijn 6      Bel-Air, Quai de la Gare, Chevaleret, Nationale, Corvisart, Glacière, Saint           Jacques, Sèvres-Lecourbe, Cambronne, La Motte-Picquet - Grenelle, Dupleix,   Bir-Hakeim, Passy

metrolijn 8      Créteil - L'Echat, Créteil - Universiteit, Créteil Pointe du Lac

metrolijn 11    Coteaux Beauclair

metrolijn 13    Malakoff rue Etienne Dolet en Châtillon Montrouge



Structuren zoals we die kennen van Gustave Eiffel

 

Mijn tip: maak een wandeling door Passy (1), Neem daar de metro richting Nation en geniet vanuit de metro van een stukje Parijs in vogelvlucht. Stap uit bij metrostation Chevaleret en maak een wandeling langs het grootste Urban Art straatmuseum vanParijs (2). Klik op de twee nummers voor een uitgebreide omschrijving.