Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label 75012. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 75012. Alle posts tonen

maandag 15 september 2025

DE SLAK VAN PARIJS


Met de slak bedoel ik het spiraalvormige patroon van Parijs binnen de Périphérique, met nummers 1 tot en met 20, beginnend vanuit het centrum naar het noordoosten van de stad. Deze indeling dateert uit 1860 en is sindsdien nooit meer veranderd, hoewel de zakenwijk La Défense vaak officieus de bijnaam het 21e arrondissement krijgt. 

De geschiedenis van de arrondissementen van Parijs begint in 1795 ten tijde van de Franse Revolutie. De Franse hoofdstad was toen veel kleiner dan nu. Toen de hoofdstad meer dan 100.000 inwoners telde, waardoor het bestuur van de stad steeds ingewikkelder werd, besloot de revolutionaire regering  48 onderverdelingen te creëren, de zogenaamde revolutionaire secties die elk over een politiebureau beschikte. Maar aangezien er aanzienlijke verschillen in bevolkingsomvang en omvang tussen de districten bestonden, waren sommige commissarissen veel verantwoordelijker dan anderen. Deze kritieke situatie bracht het bestuur ertoe de indeling van de districten te wijzigen om deze min of meer gelijk te maken. Deze aanpak werd later gerealiseerd met de wet ’19 Vendémiaire An IV’. Vendémiaire is de naam van de eerste maand van de Franse republikeinse kalender. An IV, betekent jaar IV, waarbij het jaar IV verwijst naar het vierde jaar sinds de oprichting van de Franse republiek, wat overeenkomt met 1795. Op 11 oktober 1795 werd het grondgebied van Parijs verdeeld in 12 arrondissementen, oplopend van links naar rechts en verdeeld in twee afzonderlijke lijnen aan weerszijde van de rivier de Seine. Negen arrondissementen bevonden zich op de rechteroever en slechts drie op de linkeroever.



 1795 Parijs onderverdeeld in 12 arrondissementen en 48 quartiers



Parijs 1797

In 1860 leidde de uitbreiding van Parijs tot aan de stadsomwalling van Thiers tot een nieuwe indeling. In het Tweede Keizerrijk onder leiding van Napoleon III en de prefect van de Seine, Baron George Eugène Haussmann, werden de stadsgrenzen opnieuw gedefinieerd met de annexatie van de dorpen: Grenelle, Vaugirard, Bercy, Charonne, Belleville, La Villette, La Chapelle, Montmartre, Batignolles, Passy en Auteuil. Het doel was de stad te reorganiseren om de snelle groei en de bevolkingsgroei te accommoderen. Deze reorganisatie zorgde voor een betere structuur van de hoofdstad, waardoor er kleinere, beter beheersbare bestuurlijke eenheden ontstonden. Het was daarom noodzakelijk om de plattegrond van Parijs te herzien, de arrondissementen opnieuw te tekenen en samen te voegen om zo nieuwe arrondissementen te creëren. Op voorstel van Napoleon III, ontstonden zo twintig arrondissementen.



De annexatie van de voorsteden. Parijs groeit van 12 naar 20 arrondissementen

 

Napoleon III en de prefect van de Seine, Baron George Eugène Haussmann


Het eerste plan voor de hoofdstad voorzag erin dat nummer 13 werd toegekend aan het huidige 16e arrondissement, een idee dat de rijke inwoners niet beviel. Destijds betekende de uitdrukking "trouwen in het stadhuis van het 13e arrondissement" immers samenwonen zonder getrouwd te zijn, in concubinaat, aangezien dit arrondissement nog niet bestond. Het idee om geassocieerd te worden met de uiting van een moreel onaanvaardbare levensstijl viel niet in goede aarde bij de rijke inwoners, die vervolgens lobbyden om de indeling anders vorm te geven. Het is ondenkbaar dat de bovenlaag van de Parijse samenleving met dit hoogst ongepaste idee geassocieerd zou worden. Om de onvrede van burgemeester Jean Frédéric Possoz te sussen, herzag Haussmann zijn ontwerp en stelde een nieuw plan voor met een spiraalvorm met de klok mee. De slak was geboren en Auteuil en Passy werden geïntegreerd in het 16e arrondissement en nummer 13 werd toegewezen aan een arbeiderswijk.



De huidige indeling van Parijs met 20 arrondissementen

Elk arrondissement is over het algemeen onderverdeeld in vier ‘quartiers’: één in het noordwesten, één in het noordoosten, één in het zuidwesten en één in het zuidoosten. Deze onofficiële onderverdelingen zijn de sporen van de revolutionaire stromingen die ontstonden tijdens de deling van Parijs na de Franse Revolutie. De arrondissementen zijn meer dan alleen een administratieve afdeling van de stad. Ze vertegenwoordigen voor Parijzenaars heel verschillende werelden en roepen allemaal clichés op die, bijdragen aan de charme van de hoofdstad. De welgestelde wijken liggen in het westen van Parijs, met het 7e arrondissement (Invalides, Saint-Thomas-d'Aquin, École Militaire), het 8e arrondissement (Champs-Élysées, Madeleine), het 15e arrondissement (Grenelle, Vaugirard) en het 16e arrondissement ( Auteuil, Muette, Porte Dauphine). Prachtige gebouwen, rustige en charmante straten, een zekere leeftijdsgroep, zakenlui...  Kortom ze behoren bij 'les beaux quartiers'.



 De arbeiderswijken vastgelegd door Charles Marville

Vervolgens vinden we de meeste arbeiderswijken in het noordoosten van Parijs. Tijdens de industriële revolutie van 1840 vestigden fabrieken en arbeiders zich in het huidige 18e, 19e en 20e arrondissement. Dit zijn tevens hotspots van immigratie, want hier werden betaalbare woningen gebouwd, speciaal voor nieuwkomers uit Oost-Europa, vervolgens uit de Maghreb, Sub-Sahara Afrika en uiteindelijk Azië.



 De industriële revolutie

Dan is er het 13e arrondissement, dat Parijzenaars meteen aan Chinatown doet denken, met zijn Aziatische supermarkten, zijn exotische restaurants waarvan sommige karaoke organiseren, zijn Chinese Nieuwjaarsparades... Het 11e, de nieuwe trendy wijk, het 6e ( Saint-Germain des Prés ) is de wijk van de bobo's (acroniem voor burgerlijke bohemien) en literaire cafés, het 8e (Champs-Elysées) is de toeristische wijk... Kortom, elk arrondissement heeft zijn cliché... En natuurlijk zijn er uitzonderingen die de regel bevestigen. 

Elk arrondissement heeft een eigen burgemeester en een eigen stadhuis. Parijzenaars kiezen hun burgemeester nog steeds tijdens de gemeenteraadsverkiezingen, waarbij de burgemeester van Parijs in een tweede ronde door de gemeenteraad wordt gekozen. In 1982 werd Parijs gedefinieerd als zowel een gemeente als een departement, een unieke situatie in Frankrijk. De burgemeester deelt daarom bevoegdheden met de prefect, die primair verantwoordelijk is voor de politie. Anne Hidalgo is sinds 5 april 2014 namens de PS, Parti Socialiste, de socialistische partij, burgemeester van Parijs. Zij is de eerste vrouw die deze functie bekleedt. De van oorsprong Spaanse Hidalgo was onder de ambtstermijn van burgemeester Delanoë (2001-2014) zijn eerste adjunct. De arrondissements burgemeesters hebben voornamelijk een adviserende rol ten aanzien van het stadhuis van Parijs het Hôtel de Ville. 

Maar in Parijs zijn de arrondissementen veel meer dan een middel om de geografische ruimte te verdelen. Ze zijn een manier van leven, een sfeer, een bevolking, status en clichés, en het is waar dat ze bij Parijzenaars, goed bekend zijn en in stand worden gehouden. De Lichtstad wordt wereldwijd erkend voor haar schoonheid, geschiedenis en cultuur. De twintig arrondissementen bieden elk een ander inzicht in het Parijse leven en hebben hun eigen bijzonderheden en toeristische attracties.

 

75001 - 1e arrondissement: Louvre

Het hart van Parijs en, zoals de naam al doet vermoeden, bevind zich hier het Louvre, een emblematisch symbool van de Franse cultuur. Het maakt deel uit van het historische centrum van de stad en een belangrijke plaats van cultureel erfgoed in Frankrijk. Hier ontdek je ook de Tuilerieën en het Musée de l'Orangerie, het Palais Royal, de Place Vendôme, en de wijk Les Halles. Een must-see is het volledig gerenoveerde warenhuis La Samaritaine en de graanbeurs van Parijs de Parijse locatie van de Pinault-collectie .

 

Place Igor Stravinsky in het 1 arrondissement met de Stravinsky fontein ontworpen in 1982 en 1983 door Jean Tinguely en Niki de Saint Phalle


75002 - 2e arrondissement: Bourse

Hier bevindt zich het Palais Brongniart, de vroegere effectenbeurs van Parijs. Iets verder van het historische centrum zijn er vooral veel winkels.  Sommige plaatsen zijn echt een bezoek waard, zoals de Place des Victoires, de Tour Jean Sans Peur en diverse authentieke overdekte passages., de Galerie Vivienne, Galerie Colbert,  De Passage des Panoramas  Passage des Princes, Passage du Grand-Cerf. Het is ook in dit arrondissement dat Le Grand Rex is gevestigd.  Le Grand Rex is een bioscoop met de grootste filmzaal in Europa. Vooral door deze zaal is het gebouw bekend. Le Grand Rex is in de stijl van art deco gebouwd en valt sinds 1981 onder monumentenzorg.

 

75003 - 3e arrondissement: Temple

Als je een fan bent van museumbezoeken, is het 3e arrondissement de perfecte plek. Je vindt er het Musée des Arts et Metiers, wetenschap en technologie, het Musée Carnavalet vertelt de geschiedenis van de stad Parijs, het Picasso Museum maar ook het Nationaal Archief. De straten zijn gevuld met een verscheidenheid aan winkels en restaurants. Een deel van dit arrondissement maakt deel uit van de Marais en de Joodse buurt met het prachtige Musée d'Art et d'Histoire du Judaïsme, gewijd aan de Frans-Joodse cultuur vanaf de middeleeuwen tot nu.

 

'La Victoire'; het standbeeld van de onsterfelijkheid voor het Musée Carnavalet


75004 - 4e arrondissement: Hôtel-de-Ville

Het 4e arrondissement is een belangrijke culturele locatie waar de ‘Mairie de Paris’, met zijn prachtige gevel is gevestigd. In dit arrondissement ligt de wijk Marais, het is een levendige wijk met veel winkels, straatkunst, pride-vlaggen en bars vol leven. Als je meer wilt weten over de Franse en Parijse geschiedenis en cultuur, kun je naar de prachtig gerestaureerde Notre-Dame, het Centre George Pompidou, de Place des Vosges of naar het huis van Victor Hugo. In deze wijk bevindt zich ook een deel van de Joodse buurt met het Memorial de Shoah een herdenkingsplaats die tentoonstellingen en activiteiten aanbiedt.

 

75005 - 5e arrondissement: Panthéon

Zoals de naam al doet vermoeden, is het 5e arrondissement de thuisbasis van het Pantheon, een mausoleum waar grootheden worden geëerd die hun stempel hebben gedrukt op de Franse geschiedenis. Het is dè universiteitswijk, waar de Sorbonne zich bevindt. Je kunt ook de Jardin des Plantes, de Arènes de Lutèce, en de Grote Moskee van Parijs bezoeken, maar ook vele musea en beroemde straten waaronder de rue Mouffetard.


De binnentuin van de Grote Moskee in het 5e arrondissement

 

75006 - 6e arrondissement: Luxemburg

Met de voorname wijk Saint-Germain-des-Près. Hier vind je chique winkels, restaurants en de middeleeuwse Église de Saint-Germain-des-Prés, de oudste kerk van Parijs. Straten vol galerieën leiden naar de impressionistische kunstwerken van het Musée d'Orsay. Op het trottoir langs de Seine staan boekverkopers met oude boeken. Liefhebbers van literatuur kunnen bovendien naar de Boulevard Saint-Germain om een van de iconische cafés te bezoeken, zoals Flore, waar Hemingway, Sartre & de Beauvoir en andere schrijvers graag kwamen. Wandelen en relaxen doe je in de Jardin du Luxembourg, voor het Palais de Luxembourg waar de Senaat zetelt. Er zijn ook hier veel musea: het Musée du Luxembourg of het Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde of de Monnaie de Paris. 


75007 - 7e arrondissement: Palais-Bourbon

Het is waarschijnlijk het arrondissement van Parijs waar de beroemdste monumenten te vinden zijn: er is de Eiffeltoren, de Assemblée Nationale, de Franse Tweede Kamer, in het Palais Bourbon, het Hôtel de Matignon, de woning van de Premier ministre en het Hôtel des Invalides met het graf van Napoléon. Voor museumliefhebbers het Musée d'Orsay, het Musée de la Légion d'Honneur, het Musée Rodin of het Musée Maillol.



Musée Rodin in het 7e arrondissement

 

75008 - 8e arrondissement: Élysée

De plaats van luxe met veel winkels, restaurants en paleizen. Het is de thuisbasis van het Élysée-paleis dat zijn naam aan dit arrondissement geeft, evenals het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hier kun je een bezoek brengen aan het Grand Palais en het Petit Palais, de Arc de Triomphe, de Place Concorde met het Hôtel de la Marine, de Pont Alexandre III, het Parc Monceau en het Palais de la Découverte. De ‘gouden driehoek’; Avenue des Champs Élysées, Avenue Montaigne en de Avenue George V staan vol met luxe boetieks en gastronomische restaurants. Niet te missen; het beroemde cabaret Le Crazy Horse Saloon of Le Crazy Horse de Paris en het Musée Dior.

 

75009 - 9e arrondissement: Opéra

Een levendig arrondissement met zijn grote Haussmanniaanse boulevards vol met winkels en dansbars. Het dankt zijn naam aan de aanwezigheid van de Opéra Garnier, een ander emblematisch monument van de stad. Het is ook de thuisbasis van de warenhuizen Galeries Lafayette en Printemps. Verder de Passage Jouffroy met het wassenbeeldenmuseum Grévin, het beroemde theaters Folies Bergères en Casino de Paris.



Het wassenbeeldenmuseum van Parijs, Musée Grevin - Salle de la Coupole - Foto Musée Grévin


75010 - 10e arrondissement: Entrepôt

Dit  arrondissement, heette vroeger de Enclos Saint-Laurent, maar draagt nu de naam Entrepôt. Wandel hier vanaf de Place de la République (dat zich uitstrekt over verschillende arrondissementen) voor een wandeling langs het Canal Saint-Martin met zijn beroemde sluizen. Als je van Aziatische restaurants houdt, raad ik je een omweg aan naar de Brady Passage om te genieten van authentieke Indiase of Pakistaanse gerechten. Het is ook de thuisbasis van het Gare du Nord en het Gare de l'Est.

 

75011 - 11e arrondissement: Popincourt

Een trendy arrondissement vol leven en ideaal om 's avonds uit te gaan in République, Oberkampf of Bastille. De Place de la République ligt gedeeltelijk in dit arrondissement. Samen met de Place de la Bastille en de Place de la Nation, zijn het sterke symbolen van de Franse Revolutie en nog steeds zijn het plaatsen van demonstraties in Parijs. Het is ook de geboorteplaats van het Atelier des Lumières, en het Cirque d'Hiver Bouglione. Op nummer 5 van de rue Crespin du Gast is een klein Édith Piaf museum gevestigd. 

 

 Het Canal Saint-Martin met zijn beroemde sluizen - 10e arrondissement


75012 - 12e arrondissement: Reuilly

Een van de longen van Parijs. De perfecte plek om een wandeling te maken in het Bois de Vincennes en het meer van Daumesnil om het Château de Vincennes te zien. Je kunt ook een wandeling maken over het Viaduc des Arts en de promenade Plantée, Het is ook de thuisbasis van de Opéra Bastille, het Gare de Lyon, Bercy Village en het Palais de la Porte Dorée met het Museum over de geschiedenis van de Immigratie en het Porte Dorée aquarium.

 

75013 - 13e arrondissement: Gobelins

Deze wijk is gemaakt voor liefhebbers van de Chinese cultuur, aangezien het de thuisbasis is van Chinatown. Je kunt een wandeling maken in de Butte-aux-Cailles, de Cité Florale, het Parc de Choisy of Place d'Italie, Struinen langs de Seine en een bezoek brengen aan de François Mitterrand-bibliotheek, of Les Docks, de Cité de la Mode et du Design, in de volksmond de groene gifslang genoemd.  Of het dorp Gobelins en de Manufacture des Gobelins, Als je van straatkunst houdt, is dit een gelegenheid om vele enorme murals te bewonderen.

 


13e Arrondissement, Butte-aux-Cailles

75014 - 14e arrondissement: Observatoire

De must-see in het 14e is een bezoek aan de Catacomben van Parijs. Andere plaatsen om te bezoeken; het Observatorium van Parijs, de Fondation Cartier, de Cartier collectie voor moderne kunst, het Giacometti Instituut, het atelier van de beeldhouwer Alberto Giacometti. Het Musée Bourdelle van beeldhouwer en schilder Antoine Bourdelle. het Parc Montsouris met aan de overkant de Cité Universitaire. De begraafplaats van Montparnasse, en de vergeten spoorlijn van Parijs, de Petite Ceinture. Het Gare Montparnasse bevindt zich zowel in het 14e als in het 15e arrondissement.

 

75015 - 15e arrondissement: Vaugirard

Het niet te missen element van het 15e arrondissement is natuurlijk de Tour Montparnasse, een van de hoogste torens van Parijs, met zijn panoramisch observatorium en aan de voet ervan, het Gare Montparnasse. Wandelen kun je in het Parc Georges Brassens, het Parc André Citroën en het Île aux Cygnes met een kopie van het Vrijheidsbeeld. Je kunt ook de Bir-Hakeim-brug bewonderen, voorheen de Pont de Passy, die zich tussen het 15e en 16e arrondissement bevindt. Le Ballon Air de Paris, een verankerde luchtballon  laat je van Parijs genieten op 150 meter hoogte.

 

De begraafplaats van Montparnasse in het 14e arrondissement


75016 - 16e arrondissement: Passy

Vol met de mooiste musea. Het Palais de Chaillot, het Palais de Tokyo, het Yves Saint Laurent Museum, Palais Galliera, de Fondation Louis Vuitton, het Musée Marmottan, hèt Monet Museum, enz. Stop bij de Place du Trocadéro voor een adembenemend uitzicht op de Eiffeltoren. Om van het groen te genieten, ga je naar het Bois de Boulogne, het Parc de Bagatelle, de Jardin d'Acclimatation met zijn attracties, of de tropische kassen van Auteuil. Een must-see is de necropool van de aristocratie, de begraafplaats van Passy.

 

75017 - 17e arrondissement: Batignolles-Monceau

Het 17e arrondissement is minder toeristisch dan de andere, maar er zijn enkele interessante plaatsen om te bezoeken: Het Parc Clichy Batignolles Martin Luther King, het Parc Monceau (dat tussen het 8e en 17e arrondissement ligt), La Cité des Fleurs, de wijk Batignolles en het Palais des Congrès, het congresgebouw van Parijs.


Het Parc Clichy Batignolles Martin Luther King - 17e arrondissement

 

75018 - 18e arrondissement: Butte-Montmartre

De Butte Montmartre was een oud historisch dorp waar kunstenaars woonden. Zelfs vandaag de dag zijn er nog veel kunstenaars te vinden in diverse straten, kunstgalerijen en kunstenaarshuizen. De heuvel wordt bekroond door de Sacré Coeur, de Basiliek van het Heilig Hart en de Place du Tertre waar ‘kunstenaars’ aanbieden om je te portretteren. Aan de voet van de heuvel zie je het beroemde cabaret Moulin Rouge en de rossige wijk Pigalle. Vergeet ook niet om een bezoek te brengen aan de begraafplaats van Montmartre, een dodenakker vol met legendarische bewoners.



De Butte-Montmartre in het 18e arrondissement
 

75019 - 19e arrondissement: Buttes-Chaumont

Een van de mooiste parken van Parijs, het beroemde Buttes-Chaumont-park, een uitgestrekte groene ruimte met een prachtig uitzicht over de hoofdstad. Ontdekken doe je in Parc de la Villette, langs het Canal de l'Ourcq en de Cité des Sciences et de l'Industrie, het planetarium en de Grande Halle de la Villette. Voor muziekliefhebbers Philarmonie de Paris, Le Zenith en de Cité de la Musique.

 

75020 - 20e arrondissement: Ménilmontant

Multicultureel Parijs met nog de sporen van kleine dorpjes, Belleville, Charonne, Ménilmontand en la Campagne à Paris. De must-see in dit arrondissement is natuurlijk de begraafplaats Père-Lachaise, maar niet ver daarvandaan kunt je ook wandelen in het Parc de Belleville dat op een heuvel ligt, waar je van een prachtig uitzicht kunt genieten op de belvedère. Als je van rustige plekken houdt, is dit het platteland in Parijs. Een originele wijk met veel groen in de straten. Ten slotte is er nog steeds een toegang tot de oude spoorweg, de Petite Centure.



Multicultureel Parijs in het 20e arrondissement
 

Ongewoon Parijs

Speciaal voor de bezoekers die het verkennen van de arrondissementen van Parijs een verrijkende ervaring vinden en zo de diversiteit, die de essentie van de Franse hoofdstad weerspiegelen, willen ontdekken schreef ik mijn reisgids ‘Ongewoon Parijs’. De reisgids neemt je mee langs de 20 arrondissementen om zo de unieke sfeer van elk gebied op te snuiven en tegelijkertijd kennis te nemen van verborgen pareltjes. Elk arrondissement heeft elementen uit het verleden bewaard en zich tegelijkertijd aangepast aan de eisen van vandaag. Door deze wijken te verkennen kun je de evolutie van Parijs door de eeuwen volgen en de krachten die deze dynamische metropool hebben gevormd beter begrijpen.



Ongewoon Parijs is een uitgave van PassePartout reisgidsen en verkrijgbaar online en bij elke goede boekhandel voor € 24,50. ISBN 978-9493432-31-4
 



maandag 1 maart 2021

DE LAATSTE RUSTPLAATS VAN LES MISÉRABLES

‘Pique puce’; het zou een vreemde puistenepidemie zijn geweest die een groot deel van de bewoners van dit deel van Parijs in de 16e eeuw trof. Ik heb het over het 12e arrondissement dat toen nog geen onderdeel was van het grote Parijs. Letterlijk betekent het; vlooienbeet. In het huidige straatnamenboek van Parijs toebedeeld aan een straat, boulevard, metrostation en…. een begraafplaats.


Cimetière de Picpus, je moet even goed zoeken om het te vinden verborgen achter een anonieme poort

Cimetière de Picpus, onbekend, zelfs bij de meeste Parijzenaars. Sinds 1998 geklasseerd als historisch monument en de enige privé-begraafplaats in Parijs die nog steeds actief is. Tevens een van de vier begraafplaatsen van het Parijs van de revolutie, waar lichamen, onthoofd door de guillotine, gedumpt zijn in massagraven. Het is misschien wel de meest trieste plek in de Franse hoofdstad en je moet even zoeken om het te vinden in de rue de Picpus. Op nummer 35 achter een grote bruine poort ging ik, in de pre-coronatijd, op zoek naar het martelarenveld ontstaan door het schrikbewind van  Maximilien-Marie-Isidore de Robespierre.

Nadat Frankrijk in de zomer van 1793 tijdens de opstand in de Vendée, uiteen dreigde te vallen, werd de republiek aan het einde van dat jaar op straffe wijze door hem geleid. Hij stuurde tegenstanders van de revolutie, gematigden, iedereen die hem dwars zat en corrupte politici naar de guillotine. Maar vooral de adel werd gestraft voor hun losbandige en puissant rijke leven dat door de arbeidersklasse moest worden gefinancierd. Uiteindelijk eindigde ook hij onder de guillotine, op 28 juli 1794.  De executie van Robespierre markeerde het eindpunt van de radicale fase van de Franse Revolutie.


De plaquette die er op wijst dat er achter deze muren iets bijzonders is gebeurd

Op deze begraafplaats liggen twee massagraven met 1306 slachtoffers die geguillotineerd zijn tussen 13 juni en 28 juli 1794 op de nabij gelegen Place du Trône het huidige Place de la Nation. Place du Trône omdat Lodewijk de XIV hier in 1660 zijn triomfantelijke intocht maakte samen met zijn jonge vrouw, infante Maria Theresia. Tijdens de revolutie werd het plein omgedoopt tot de Place du Trône-Renversé, het plein van de omvergeworpen troon. Daarvoor stond de Guillotine op de Place de la Révolution (het huidige Place de la Concorde) maar de chique bewoners van de aangrenzende rue de Saint-Honoré klaagden dat de karren met de veroordeelden voortdurend onder hun raam passeerden. Terwijl daar in 13 maanden zo’n duizend slachtoffers vielen, werden hier in slechts 45 dagen 1300 executies uitgevoerd. De uitvoering was in handen van Charles-Henri Sanson en het beroep werd doorgegeven van vader op zoon. Charles-Henri was inmiddels de vierde in een zes generaties familie-dynastie van beulen.  Sanson voerde 2.918 executies uit, waaronder die van Louis XVI. Een executie bij hem duurde gemiddeld 30 seconden en vond steeds plaats rond 17.00 uur. Op 17 juni onthoofdde hij naar het schijnt 54 mensen in 24 minuten.

 

De kapel die toebehoort aan de zusters van de ‘Adoration perpétuelle du Sacré-Cœur, ooit ingewijd door Koning Lodewijk XIV


Maar waarom deze begraafplaats de enige privé-begraafplaats is werd mij pas later duidelijk. Het begon met het betalen van een toegangsprijs van slechts € 2.

Na het passeren van de kassa, een openstaande deur waar ik uiterst vriendelijk werd ontvangen, sta ik op een sobere binnenplaats met grind, een oude waterput en een kapel die toebehoort aan de zusters van de ‘Adoration perpétuelle du Sacré-Cœur, ooit ingewijd door Koning Lodewijk XIV op 7 juli 1658 als dankbaarheid voor een wonderbaarlijke genezing. Het interieur is uiterst sober maar achterin de kapel, links en rechts van het altaar marmeren plaquettes met daarop een lijst van alle slachtoffers minutieus bijgehouden door de zusters van de congregatie. Op deze wanden staan alle namen van de slachtoffers vermeld met hun beroepen van kok tot tuinman, van advocaat tot minister. Zelfs jonge kinderen, simpele huisvrouwen, priesters en 16 nonnen, maar vooral edelen werden schuldig bevonden en terechtgesteld.

 

Op de wanden van de kapel staan alle namen van de slachtoffers vermeld inclusief hun beroepen


Naast de kapel een grote poort die je brengt naar een grote ommuurde binnentuin. Links en rechts van het gazon een lange laan omzoomd door bomen. Een wonder dat zoiets nog bestaat midden in Parijs ondanks de buitensporige grondprijzen en de nieuwbouw die in de omgeving uit de grond wordt gestampt. Ik neem het rechter pad waar de kippen vrij rondlopen. Midden op het gazon een standbeeld dat lijkt op de aartsengel Michaël. Aan het einde van de lange laan en blauwe toegangspoort naar een klein ommuurd stukje kerkhof vol met graven zoals je ze ziet op elk Frans kerkhof. Sommige sober, weer anderen monumentaal, andere verweerd omgeven door een roestig hek die duidelijk een laatste rustplaats markeert. Aan de namen af te lezen op de graven gaat het hier om Franse adel, leden van de hoogste Franse aristocratie met namen als De Noailles, La Rochefoucauld-Doudeville, Montmorency, Harcourt, Polignac, Montalembert, Nicolai, Narbonne, Rohan-Rochefort en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Prinsessen, markiezen, graven en gravinnen. Het blijken allemaal nakomelingen te zijn van de slachtoffers van de revolutie.

 

Naast de kapel een grote poort die je brengt naar een grote ommuurde binnentuin


Het lijkt of de begraafplaats hier ophoudt, maar er is nog een poort die toegang geeft tot nog een kleine dodenakker met een viertal grafstenen, toebehorend aan de familie van de prins van Salm en in het gras twee langwerpige vakken met grind. Ernaast twee bordjes waarop ‘Fosse 1’ en ‘Fosse 2’. Hier liggen de resten begraven van 1306 slachtoffers van de laatste dagen van de revolutie.

Het is moeilijk voor te stellen hoe Parijs er in die tijd moet hebben uitgezien. Rond 17.00 uur rijden de karren af en aan richting de Place du Trône. Een voor een worden de ‘misdadigers van de revolutie’ geleid naar de Guillotine waar de beul zonder enige emotie vakkundig zijn werk doet. Het is tenslotte zijn werk. De onthoofde lichamen worden een voor op een kiepwagen gegooid en voorzien van rode verf. De nonnen die hier in het toenmalige klooster woonden vervoerden ’s nachts de lijken van Place du Trône naar de kuilen die gegraven waren in hun achtertuin.  Grote putten van acht bij zes meter en zes meter diep. Daar ontkleedden de helpers van de beul de dode lichamen. De kapel van het oude klooster werd door de grafdelvers gebruikt als een kantoor om de kleding te inventariseren die vervolgens weer moest worden overhandigd aan het Hôtel de Dieu. De eerste put wordt gevuld met 1000 lijken, de tweede met zo’n 300. Onder hen 16 nonnen van de Karmelietengemeenschap van Compiègne omdat zij weigerden hun geloof af te zweren. Op 17 juli werden ze veroordeeld en diezelfde avond geguillotineerd. Hun namen vereeuwigd op een grote gedenkplaat aan de muur. Op 27 mei 1906 volgt hun heiligverklaring.

 

Helemaal achterin de tuin ligt verscholen de enige privé-begraafplaats van Parijs


In 1797 wordt de grond in het geheim aangekocht door de Duitse prinses Amalie Zephyrine of Salm-Kyrburg, wiens broer en minnaar slachtoffer waren van de guillotine. Sinds juni 1802 is deze begraafplaats eigendom van de familieleden van de slachtoffers. En ook vandaag nog kunnen alleen hun nakomelingen begraven worden op het Picpus-kerkhof.

Rechtsachter in de hoek wappert een Amerikaanse vlag. Hier bevindt zich het graf van Marquis de Lafayette, een beroemde Franse officier die in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog heeft gevochten. Zijn eigenlijke naam Marie-Joseph Paul Yves Gilbert du Motier, maar dat was waarschijnlijk te veel naam voor op de grafsteen. Naast hem rust zijn echtgenote Adrienne de Noailles. Zij verloor haar grootmoeder, moeder en zus op het schavot. Elk jaar op 4 juli, de verjaardag van de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten wordt Lafayette opnieuw geëerd en de vlag boven zijn graf vernieuwd.

 

Rechtsachter in de hoek wappert een Amerikaanse vlag. Hier bevindt zich het graf van Marquis de Lafayette


Sinds 1805 zijn het de zusters van de congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria van Altijddurende Bijstand die waken over de nagedachtenis van de slachtoffers en hun familieleden.

Rondkijkend zie je vele namen, familiewapens en de motto’s toebehorend aan talrijke Franse aristocratische families. Onder de indruk van zoveel geschiedenis verliet ik de begraafplaats om mijn stappenteller te vullen met een wandeling over de Promenade Plantée waarvan een ingang zich bevindt aan de rue de Picpus.

 

Er is nog een poort die toegang geeft tot nog een kleine dodenakker


Twee massagraven. Hier liggen de resten begraven van 1306 slachtoffers van de laatste dagen van de revolutie


De Promenade Plantée is een wandeling over een vroegere buurtspoorweg, die de wijk Bastille verbond met de voorsteden. Ooit stond op de Place de la Bastille een groot station, dat in de jaren tachtig werd gesloopt om ruimte te maken voor een ambitieus, monumentaal, openbaar gebouw, de Opéra Paris Bastille. Het oude spoorwegtracé, dat in gebruik was van 1858 tot 1969, is nu een park dat zich uitstrekt van de Place de la Bastille via de Jardin le Reuilly tot aan de périphérique, vlakbij het Bois de Vincennes. Een traject van 4,5 kilometer dat begint achter de Opéra Bastille, boven op een spoorwegviaduct met maar liefst 71 bogen, op zes meter hoogte, aan de Avenue Daumesnil. Dit idee is later gekopieerd door de stad New York met de High Lane uit 2009. Boven loop je, terwijl je af en toe kunt binnenkijken in een huis- of slaapkamer, tussen de lavendel, rozen en wuivend bamboe. Onder, een vijftigtal ateliers vol met kunstambachten of zoals de Fransen zeggen; "les arts et métiers".

 

Aan de namen af te lezen op de graven gaat het hier om Franse adel, leden van de hoogste Franse aristocratie


Rondkijkend zie je vele namen, familiewapens en de motto’s toebehorend aan talrijke Franse aristocratische families


Onder de noemer van  ‘les arts et métiers’ valt misschien ook de uitvinding van de guillotine. De Franse overheid heeft aan het eind van de achttiende eeuw dringend behoefte aan een machine om het leven te beëindigen zonder dat daar martelen aan te pas komt; vierendelen is niet meer van deze tijd, vindt men. Dokter Joseph Ignace Guillotin levert in 1789 met zijn uitvinding vakwerk. Voorheen was dood door het zwaard weggelegd voor de adel, de kogel voor de militairen en ordinair opknopen en vierendelen voor het gepeupel.

Een Duitse klavecimbelbouwer en ingenieur genaamd Tobias Schmidt leverde het ‘fijne handwerk’ voor de bouw  op aanwijzingen van de dokter zelf. Toen het prototype van de guillotine voor het eerst werd getest op 17 april 1792 in het Bicêtre-ziekenhuis in Parijs, leidde opperbeul Sanson zelf de inspectie. Snelle en efficiënte onthoofdingen van strobalen werden gevolgd door levende schapen en uiteindelijk menselijke lijken. Binnen een week had de Assemblee het gebruik ervan goedgekeurd en op 25 april 1792 kreeg ene Nicolas Jacques Pelletier, een veroordeeld straatrover, de primeur op het plein voor het Hôtel de Ville. Alleen al in Frankrijk zal de valbijl 50 duizend keer neersuizen, zonder mankeren. De laatste executie met de guillotine in Frankrijk vond plaats in Marseille op 10 september 1977, toen de moordenaar Hamida Djandoubi werd onthoofd.

 

Les Misérables, onder hen 16 nonnen van de Karmelietengemeenschap van Compiègne. Hun namen vereeuwigd op een grote gedenkplaat aan de muur


De laatste vraag die mij bezighield tijdens mijn wandeling was; wat is er uiteindelijk gebeurd met onze opperbeul? Charles-Henri Sanson stierf op 4 juli 1806 een natuurlijke dood en ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre. De kleinzoon van Charles Henri, Henry-Clément Sanson , was de zesde en laatste in de dynastie van beulen, die tot 1847 diende.

Onder de indruk van zoveel geschiedenis verliet ik de begraafplaats om mijn stappenteller te vullen met een wandeling over de Promenade Plantée



woensdag 10 april 2019

DE LAATSTE RUSTPLAATS VAN LES MISÉRABLES


‘Pique puce’; het zou een vreemde puistenepidemie zijn geweest die een groot deel van de bewoners van dit deel van Parijs in de 16e eeuw trof. Ik heb het over het 12e arrondissement dat toen nog geen onderdeel was van het grote Parijs. Letterlijk betekent het; vlooienbeet. In het huidige straatnamenboek van Parijs toebedeeld aan een straat, boulevard, metrostation en…. een begraafplaats.

Cimetière de Picpus, je moet even goed zoeken om het te vinden verborgen achter een anonieme poort


Cimetière de Picpus, onbekend, zelfs bij de meeste Parijzenaars. Sinds 1998 geklasseerd als historisch monument en de enige privé-begraafplaats in Parijs die nog steeds actief is. Tevens een van de vier begraafplaatsen van het Parijs van de revolutie, waar lichamen, onthoofd door de guillotine, gedumpt zijn in massagraven. Het is misschien wel de meest trieste plek in de Franse hoofdstad en je moet even zoeken om het te vinden in de rue de Picpus. Op nummer 35 achter een grote bruine poort ga ik op zoek naar het martelarenveld ontstaan door het schrikbewind van  Maximilien-Marie-Isidore de Robespierre.
Nadat Frankrijk in de zomer van 1793 tijdens de opstand in de Vendée, uiteen dreigde te vallen, werd de republiek aan het einde van dat jaar op straffe wijze door hem geleid. Hij stuurde tegenstanders van de revolutie, gematigden, iedereen die hem dwars zat en corrupte politici naar de guillotine. Maar vooral de adel werd gestraft voor hun losbandige en puissant rijke leven dat door de arbeidersklasse moest worden gefinancierd. Uiteindelijk eindigde ook hij onder de guillotine, op 28 juli 1794.  De executie van Robespierre markeerde het eindpunt van de radicale fase van de Franse Revolutie.

De plaquette die er op wijst dat er achter deze muren iets bijzonders is gebeurd

Op deze begraafplaats liggen twee massagraven met 1306 slachtoffers, die geguillotineerd zijn tussen 13 juni en 28 juli 1794 op de nabij gelegen Place du Trône het huidige Place de la Nation. Place du Trône omdat Lodewijk de XIV hier in 1660 zijn triomfantelijke intocht maakte samen met zijn jonge vrouw, infante Maria Theresia. Tijdens de revolutie werd het plein omgedoopt tot de Place du Trône-Renversé, het plein van de omvergeworpen troon. Daarvoor stond de Guillotine op de Place de la Révolution (het huidige Place de la Concorde) maar de chique bewoners van de aangrenzende rue de Saint-Honoré klaagden dat de karren met de veroordeelden voortdurend onder hun raam passeerden. Terwijl daar in 13 maanden zo’n duizend slachtoffers vielen, werden hier in slechts 45 dagen 1300 executies uitgevoerd. De uitvoering was in handen van Charles-Henri Sanson en het beroep werd doorgegeven van vader op zoon. Charles-Henri was inmiddels de vierde in een zes generaties familie-dynastie van beulen.  Sanson voerde 2.918 executies uit, waaronder die van Louis XVI. Een executie bij hem duurde gemiddeld 30 seconden en vondt steeds plaats rond 17.00 uur. Op 17 juni onthoofdde hij naar het schijnt 54 mensen in 24 minuten.

De kapel die toebehoort aan de zusters van de ‘Adoration perpétuelle du Sacré-Cœur, ooit ingewijd door Koning Lodewijk XIV

Maar waarom deze begraafplaats de enige privé-begraafplaats is werd mij pas later duidelijk. Het begon met het betalen van een toegangsprijs van slechts € 2.
Na het passeren van de kassa, een openstaande deur waar ik uiterst vriendelijk werd ontvangen, sta ik op een sobere binnenplaats met grind, een oude waterput en  op 7 juli 1658 als dankbaarheid voor een wonderbaarlijke genezing. Het interieur is uiterst sober maar achterin de kapel, links en rechts van het altaar marmeren plaquettes met daarop een lijst van alle slachtoffers minutieus bijgehouden door de zusters van de congregatie. Op deze wanden staan alle namen van de slachtoffers vermeld met hun beroepen van kok tot tuinman, van advocaat tot minister. Zelfs jonge kinderen, simpele huisvrouwen, priesters en 16 nonnen, maar vooral edelen werden schuldig bevonden en terechtgesteld.

Op de wanden van de kapel staan alle namen van de slachtoffers vermeld inclusief hun beroepen

Naast de kapel een grote poort die je brengt naar een grote ommuurde binnentuin. Links en rechts van het gazon een lange laan omzoomd door bomen. Een wonder dat zoiets nog bestaat midden in Parijs ondanks de buitensporige grondprijzen en de nieuwbouw die in de omgeving uit de grond wordt gestampt. Ik neem het rechter pad waar de kippen vrij rondlopen. Midden op het gazon een standbeeld dat lijkt op de aartsengel Michaël. Aan het einde van de lange laan en blauwe toegangspoort naar een klein ommuurd stukje kerkhof vol met graven zoals je ze ziet op elk Frans kerkhof. Sommige sober, weer anderen monumentaal, andere verweerd omgeven door een roestig hek die duidelijk een laatste rustplaats markeert. Aan de namen af te lezen op de graven gaat het hier om Franse adel, leden van de hoogste Franse aristocratie met namen als De Noailles, La Rochefoucauld-Doudeville, Montmorency, Harcourt, Polignac, Montalembert, Nicolai, Narbonne, Rohan-Rochefort en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Prinsessen, markiezen, graven en gravinnen. Het blijken allemaal nakomelingen te zijn van de slachtoffers van de revolutie.

Naast de kapel een grote poort die je brengt naar een grote ommuurde binnentuin

Het lijkt of de begraafplaats hier ophoudt, maar er is nog een poort die toegang geeft tot nog een kleine dodenakker met een viertal grafstenen, toebehorend aan de familie van de prins van Salm en in het gras twee langwerpige vakken met grind. Ernaast twee bordjes waarop ‘Fosse 1’ en ‘Fosse 2’. Hier liggen de resten begraven van 1306 slachtoffers van de laatste dagen van de revolutie.
Het is moeilijk voor te stellen hoe Parijs er in die tijd moet hebben uitgezien. Rond 17.00 uur rijden de karren af en aan richting de Place du Trône. Een voor een worden de ‘misdadigers van de revolutie’ geleid naar de Guillotine waar de beul zonder enige emotie vakkundig zijn werk doet. Het is tenslotte zijn werk. De onthoofde lichamen worden een voor op een kiepwagen gegooid en voorzien van rode verf. De nonnen die hier in het toenmalige klooster woonden vervoerden ’s nachts de lijken van Place du Trône naar de kuilen die gegraven waren in hun achtertuin.  Grote putten van acht bij zes meter en zes meter diep. Daar ontkleedden de helpers van de beul de dode lichamen. De kapel van het oude klooster werd door de grafdelvers gebruikt als een kantoor om de kleding te inventariseren die vervolgens weer moest worden overhandigd aan het Hôtel de Dieu. De eerste put wordt gevuld met 1000 lijken, de tweede met zo’n 300. Onder hen 16 nonnen van de Karmelietengemeenschap van Compiègne omdat zij weigerden hun geloof af te zweren. Op 17 juli werden ze veroordeeld en diezelfde avond geguillotineerd. Hun namen vereeuwigd op een grote gedenkplaat aan de muur. Op 27 mei 1906 volgt hun heiligverklaring.

Helemaal achterin de tuin ligt verscholen de enige privé-begraafplaats van Parijs

In 1797 wordt de grond in het geheim aangekocht door de Duitse prinses Amalie Zephyrine of Salm-Kyrburg, wiens broer en minnaar slachtoffer waren van de guillotine. Sinds juni 1802 is deze begraafplaats eigendom van de familieleden van de slachtoffers. En ook vandaag nog kunnen alleen hun nakomelingen begraven worden op het Picpus-kerkhof.
Rechtsachter in de hoek wappert een Amerikaanse vlag. Hier bevindt zich het graf van Marquis de Lafayette, een beroemde Franse officier die in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog heeft gevochten. Zijn eigenlijke naam Marie-Joseph Paul Yves Gilbert du Motier, maar dat was waarschijnlijk te veel naam voor op de grafsteen. Naast hem rust zijn echtgenote Adrienne de Noailles. Zij verloor haar grootmoeder, moeder en zus op het schavot. Elk jaar op 4 juli, de verjaardag van de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten wordt Lafayette opnieuw geëerd en de vlag boven zijn graf vernieuwd.

Rechtsachter in de hoek wappert een Amerikaanse vlag. Hier bevindt zich het graf van Marquis de Lafayette

Sinds 1805 zijn het de zusters van de congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria van Altijddurende Bijstand die waken over de nagedachtenis van de slachtoffers en hun familieleden.
Rondkijkend zie je vele namen, familiewapens en de motto’s toebehorend aan talrijke Franse aristocratische families. Onder de indruk van zoveel geschiedenis verlaat ik de begraafplaats om mijn stappenteller te vullen met een wandeling over de Promenade Plantée waarvan een ingang zich bevindt aan de rue de Picpus.

Er is nog een poort die toegang geeft tot nog een kleine dodenakker

Twee massagraven. Hier liggen de resten begraven van 1306 slachtoffers van de laatste dagen van de revolutie

De Promenade Plantée is een wandeling over een vroegere buurtspoorweg, die de wijk Bastille verbond met de voorsteden. Ooit stond op de Place de la Bastille een groot station, dat in de jaren tachtig werd gesloopt om ruimte te maken voor een ambitieus, monumentaal, openbaar gebouw, de Opéra Paris Bastille. Het oude spoorwegtracé, dat in gebruik was van 1858 tot 1969, is nu een park dat zich uitstrekt van de Place de la Bastille via de Jardin le Reuilly tot aan de Périferique, vlakbij het Bois de Vincennes. Een traject van 4,5 kilometer dat begint achter de Opéra Bastille, boven op een spoorwegviaduct met maar liefst 71 bogen, op zes meter hoogte, aan de Avenue Daumesnil. Dit idee is later gekopieerd door de stad New York met de High Lane uit 2009. Boven loop je, terwijl je af en toe kunt binnenkijken in een huis- of slaapkamer, tussen de lavendel, rozen en wuivend bamboe. Onder, een vijftigtal ateliers vol met kunstambachten of zoals de Fransen zeggen; "les arts et métiers".

Aan de namen af te lezen op de graven gaat het hier om Franse adel, leden van de hoogste Franse aristocratie 

Rondkijkend zie je vele namen, familiewapens en de motto’s toebehorend aan talrijke Franse aristocratische families

Onder de noemer van  ‘les arts et métiers’ valt misschien ook de uitvinding van de guillotine. De Franse overheid heeft aan het eind van de achttiende eeuw dringend behoefte aan een machine om het leven te beëindigen zonder dat daar martelen aan te pas komt; vierendelen is niet meer van deze tijd, vindt men. Dokter Joseph Ignace Guillotin levert in 1789 met zijn uitvinding vakwerk. Voorheen was dood door het zwaard weggelegd voor de adel, de kogel voor de militairen en ordinair opknopen en vierendelen voor het gepeupel.
Een Duitse klavecimbelbouwer en ingenieur genaamd Tobias Schmidt leverde het ‘fijne handwerk’ voor de bouw  op aanwijzingen van de dokter zelf. Toen het prototype van de guillotine voor het eerst werd getest op 17 april 1792 in het Bicêtre-ziekenhuis in Parijs, leidde opperbeul Sanson zelf de inspectie. Snelle en efficiënte onthoofdingen van strobalen werden gevolgd door levende schapen en uiteindelijk menselijke lijken. Binnen een week had de Assemblee het gebruik ervan goedgekeurd en op 25 april 1792 kreeg ene Nicolas Jacques Pelletier, een veroordeeld straatrover, de primeur op het plein voor het Hôtel de Ville. Alleen al in Frankrijk zal de valbijl 50 duizend keer neersuizen, zonder mankeren. De laatste executie met de guillotine in Frankrijk vond plaats in Marseille op 10 september 1977, toen de moordenaar Hamida Djandoubi werd onthoofd.

Les Misérables, onder hen 16 nonnen van de Karmelietengemeenschap van Compiègne. Hun namen vereeuwigd op een grote gedenkplaat aan de muur

De laatste vraag die mij bezighield tijdens mijn wandeling was; wat is er uiteindelijk gebeurd met onze opperbeul? Charles-Henri Sanson stierf op 4 juli 1806 een natuurlijke dood en ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre. De kleinzoon van Charles Henri, Henry-Clément Sanson , was de zesde en laatste in de dynastie van beulen, die tot 1847 diende.

Onder de indruk van zoveel geschiedenis verlaat ik de begraafplaats om mijn stappenteller te vullen met een wandeling over de Promenade Plantée