Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 18 september 2026

WAAR DE STEM VAN BARBARA NOG ALTIJD KLINKT

 

Het lijkt een prachtige herfstdag te worden wanneer ik om 15.30 uur uitstap bij het in januari 2022 geopende metrostation Barbara, dat een eerbetoon brengt aan de zangeres die begraven ligt op de Parijse begraafplaats van Bagneux, gelegen aan de overzijde van het station. De zon staat laag aan de helblauwe lucht en zorgt dat de bomen aan de avenue Marx-Dormoy kleuren als in een Indian Summer. De ‘Cimetière Parisien de Bagneux’ stond al heel lang op mijn to-do lijstje. Dit kerkhof wordt vaak de ‘Joodse begraafplaats’ genoemd omdat er veel secties voor Joden zijn gereserveerd. Je vind diverse monumenten voor joodse strijders die stierven voor Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog,  maar ook een hele reeks van collectieve graven van slachtoffers van de diverse ghetto’s in Poolse steden. Zij die berooid terugkwamen uit de vernietigingskampen en later geen geld meer hadden voor een waardige begrafenis.


 De hoofdingang naar de Parijse begraafplaats van Bagneux

De hoofdingang bevindt zich op de avenue Marx-Dormoy 45. Bij de informatie hangt een plattegrond met de 100 belangrijkste graven, te vinden in de diverse divisies. De persoonlijkheden uit de film en muziek die hier begraven liggen maken de begraafplaats tot een druk bezochte necropolis. Verschillende grafmonumenten bewaren een sterke herinnering aan de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Er liggen Franse, Belgische, Engelse maar ook Duitse soldaten begraven. Maar wat kenmerkend is voor dit kerkhof is het belang van de joodse stèles en monumenten die met name te vinden zijn op de divisies aan de linkerzijde van de hoofdingang, parallel aan de avenue de Montrouge. Elke laan op het kerkhof is beplant met één specifieke boomsoort wiens naam het draagt, zoals de avenue des Peupliers (populieren), avenue des Poiriers (perenbomen), avenue des Copalmes (Amerikaanse amberboom) en de avenue Micocoulliers (zwepenboom). In totaal staan er 5.900 bomen (totaal 49 verschillende soorten). Vele soorten vogels of rode eekhoorns bevolken deze plek.


Het Cimetière Parisien de Bagneux is groter dan Père Lachaise


Elke laan op het kerkhof is beplant met één specifieke boomsoort wiens naam het draagt


Ik ga op zoek naar het graf van Barbara, volgens de plattegrond gelegen in divisie 4 grenzend aan de avenue de Montrouge. Barbara, geboren in Parijs op 9 juni 1930, haar echte naam was Monique Serf, is waarschijnlijk een van de grootste namen van het Franse lied, samen met Brel, Brassens, Piaf en Ferré. Afkomstig uit een joods gezin geteisterd door de Tweede Wereldoorlog, zij was toen nog een tiener. In een boek door haar geschreven, een jaar voor haar dood en dat uitkwam in 1998 onthult ze onder meer dat ze seksueel misbruikt is door haar vader die vervolgens haar familie heeft verlaten. Na de oorlog hoorde een buurvrouw die muzieklerares was, haar zingen en zette zich vervolgens in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kon ontwikkelen. Ze kreeg zang- en pianolessen en schreef zich in bij de École supérieure de musique. Verder zong ze bij ‘La Fontaine des Quatre Saisons’, een populair cabaret in Parijs. Door haar lengte, zwarte kleren, gitzwarte haren en bleek gezicht had ze een spookachtige verschijning die de melancholie van de teleurgestelde liefde weergaf.


Het graf van Monique Serf alias Barbara in de joodse divisie




In Parijs ontmoette ze Jacques Brel en raakte met hem bevriend. Ze vertolkte verschillende liedjes van hem. Later werd ze voorgesteld aan Georges Brassens. Ze gaf verschillende optredens in kleine zaaltjes en er ontwikkelde zich een trouw publiek, met name vanuit de studenten van het quartier Latin in Parijs, maar pas in 1961 werd ze beroemd door optredens in de muziektempel van ‘Bobino’ bij Montparnasse. Ze ging verder in kleine zaaltjes en twee jaar later in het ‘Théâtre des Capucines’. Ze wist de aandacht te trekken van het publiek en die ook vast te houden met een nieuw repertoire. Vanaf dat moment was haar naam gevestigd en in 1964 tekende ze een contract met de platenmaatschappij Philips Records. Bekende door haar uitgevoerde nummers zijn: L'aigle noir, Nantes, La solitude en Dis, quand reviendras-tu?

Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997.  Ongeveer 2.000 mensen waren aanwezig bij haar begrafenis waaronder persoonlijkheden zoals Gérard Depardieu, Yves Duteil, Jean-Claude Brialy, Enrico Macias, Annie Giardot, Fanny Ardant, en Carla Bruni. Gérard Depardieu declameerde enkele verzen uit Verlaines ‘Chanson d’automne’. 

Chanson d'automne 

Les sanglots longs

Des violons

De l’automne

Blessent mon cœur

D’une langueur

Monotone.

Tout suffocant

Et blême, quand

Sonne l'heure,

Je me souviens

Des jours anciens

Et je pleure

Et je m'en vais

Au vent mauvais

Qui m'emporte

Deçà, delà,

Pareil à la

Feuille morte



 

Herfstlied 

Het lange snikken

van de violen

van de herfst

verwonden mijn hart

In lome

monotonie.

Benauwd

en doodsbleek, als

de klokken luiden

herinner Ik me

dagen van weleer

En ik ween

en ik ga weg

waar kwade wind

me heenvoert

Van hier naar daar

net zoals

een dood blad

 

(Vertaling van Julien Georges Grandgagnage) 

 

Op de graven staan berichten die herinneren aan persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele concentratiekampen


Versteend verdriet

Ik vervolg mijn wandeling over het joodse gedeelte van de begraafplaats langs stèles die namen dragen van verre steden uit Polen of elders in Oost Europa zoals Warschau, Lodz, Stopnica, Sosnowiec. Sommige stèles zijn stoffig, gebroken of versleten door de tijd, de letters in het Hebreeuws of Latijns nog nauwelijks leesbaar. Op de graven staan berichten die herinneren aan persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele concentratiekampen. De medaillons van foto’s van overledenen verwijzen naar een wereld die weggevaagd is door het leed in de vele kampen. Ze zijn allemaal verschillend, grijs, zwart, sierlijk, versierd of kaal, voorzien van een davidster of juist niet, maar ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand tegen elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet.




Tegenover de derde divisie, voor de avenue de Montrouge, staat een stèle gewijd aan de slachtoffers van de Shoah die geen graf hebben en een stukje verder een monument voor alle joodse strijders die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Frankrijk zijn gesneuveld. Bij dit monument vinden jaarlijks herdenkingsplechtigheden plaats.

 

Stèles; ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand tegen elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet


Een man stapt uit een auto en heeft een keppeltje op Wandelend naar een graf haalt hij een soort van gebedenboekje uit zijn jas en bid hardop, dan weer fluisterend, dan weer mompelend. Een vriendelijke mevrouw die het tafereel ook aanziet vertelt mij dat de man de Kadish leest, het gebed voor de doden.  

“Que ton Grand Nom soit glorifié et sanctifié dans le monde qu’il a créé selon sa volonté, et puisse-t-il établir son règne, faire fleurir son salut, et hâter le temps de ton Messie, de votre vivant et de vos jours et des jours de toute la maison d’Israël, dès que possible et dites: Amen” 

“Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil. Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen en in het leven van het gehele huis van Israël, weldra en spoedig. Zegt nu: Amen”



 

Als hij weer vertrekt pakt hij een klein steentje van de grond en legt het op het graf als teken van zijn aanwezigheid. Het is een gebruik uit de woestijn. Nomaden accentueren hun graven met een hoopje stenen. In Bijbelse tijden werden geen grafstenen gebruikt; graven werden gemarkeerd met hopen stenen, dus door deze te plaatsen (of te vervangen), verzekerde men het voortbestaan van de begraafplaats. Briefjes tussen de stenen bevatten vaak vrome wensen.

 


Lang dwaal ik nog wat doelloos langs de vele graven, Bij het verlaten van dit indrukwekkende kerkhof moet ik denken aan een tweetal spreuken die ik tegenkwam tijdens mijn zoektochten langs de verschillende necropoli:

In de catacombes: "Houd er elke morgen rekening mee dat u misschien de avond niet haalt en houd er elke avond rekening mee dat u misschien de morgen niet haalt". 

Montfort l’Amaury daar waar Charles Aznavour begraven ligt:

"U die hier voorbij gaat - Bid tot God voor de overledenen. Wat u bent, zijn zij geweest".





woensdag 9 september 2026

PARIJS DOOR HAUSSMANN, DE GEBOORTE VAN EEN MODERNE METROPOOL


Parijs is een van de meest beloopbare steden ter wereld, waardoor rondslenteren de ideale manier is om het leven in de Franse hoofdstad te ervaren. Tijdens een wandeling door de straten kom je allerlei opvallende bezienswaardigheden tegen, zoals de wereldberoemde metro-ingangen, unieke  winkelgevels maar, torenhoog boven alles uit, de historische Haussmann-appartementencomplexen. Deze gebouwen, ontworpen door baron Georges Eugène Haussmann om het 19e-eeuwse Parijs te moderniseren, zijn sindsdien een symbool geworden van de traditionele charme van de Franse hoofdstad. De Haussmann-architectuur vormt de visuele ziel van Parijs. Met meer dan 40.000 gebouwde huizen in de periode 1853 en 1870 vertegenwoordigen deze gebouwen nu ongeveer 60% van de gebouwen in de hoofdstad!

 

Maquette van een Haussmann gebouw in het Cité de l’Architecture Paris (l) versus werkelijke bouw


De renovatie van Parijs door Haussmann was een omvangrijk openbaar bouwprogramma in opdracht van de Franse keizer Napoleon III, dat tussen 1853 en 1870 werd uitgevoerd onder leiding van zijn prefect van de Seine, Georges-Eugène Haussmann. Hoewel Haussmann geen architect van beroep was, was het wel een ambtenaar met visie. Het primaire doel was om te ‘ventileren, verenigen en verfraaien’. 


Ontsnapt aan de bouwwoede van Haussmann de rue des Ursins, Ȋle de la Cite’


Vóór de 19e eeuw bestond ‘Oud Parijs’ uit donkere, middeleeuwse steegjes en kronkelende straatjes, een dichtbevolkt, door ziekte geteisterd doolhof. Broeinesten van cholera en sociale onrust.

In 1845 schreef de Franse sociale hervormer Victor Considerant: "Parijs is een immense werkplaats van verrotting, waar ellende, pest en ziekte samenwerken, waar zonlicht en lucht zelden doordringen. Parijs is een vreselijke plek waar planten verdorren en vergaan, en waar van zeven kleine kinderen er vier in de loop van het jaar sterven".

De verkeerscirculatie was een ander groot probleem. De breedste straten in de oude wijken waren slechts 5 meter breed; de smalste waren één of twee meter breed. Wagens, koetsen en karren konden zich nauwelijks door de straten bewegen. Het centrum van de stad was ook een broeinest van onvrede en revolutie; tussen 1830 en 1848 braken er zeven gewapende opstanden en revoltes uit in het centrum van Parijs, met name langs de Faubourg Saint-Antoine , rond het Hôtel de Ville en rond de Montagne Sainte-Geneviève op de linkeroever. Door de aanleg van brede straten en statige boulevards – zoals Boulevard Sébastopol en Rue La Fayette – verbeterde Haussmann de sanitaire voorzieningen, bracht hij daglicht in het centrum van de stad en maakte hij het voor het leger gemakkelijker om zich te verplaatsen. Het was een complete transformatie van Parijs tot een moderne metropool met een netwerk van brede, open straten en met bomen omzoomde lanen.





De Haussmann-gevels als een strikt gecomponeerde partituur

Om zijn boulevards te verfraaien, ontwierp en ontwikkelde Haussmann een nieuw soort woonruimte. In tegenstelling tot de smalle, onsamenhangende appartementen van het middeleeuwse Parijs, zouden zijn moderne appartementencomplexen uniforme gevels hebben, uitmondend in samenhangende blokken die Napoleon III's idee van een ‘verenigd’ Parijs verder benadrukten. Zo verordonneerde Haussmann dat de gevels aan strikte richtlijnen moesten voldoen. Alle appartementen werden gebouwd van crèmekleurige steen, waarbij de lokaal gewonnen Lutetische kalksteen het meest voorkomt. Hoewel de hoogte varieert van 12 tot 20 meter, is elk gebouw in verhouding tot de boulevard en telt het niet meer dan zes verdiepingen. Ze hebben ook steil aflopende, vierzijdige zinken mansardedaken met een hoek van 45°. Ten slotte zijn de gevels van de appartementen stilistisch gelijk, volgens een algemeen plattegrond per verdieping. Elke Parijse architect uit die tijd moest zich aan dit nauwkeurig opgestelde ontwerp vol specifieke esthetische en structurele normen houden. Wel kregen architecten de vrijheid om gevels te personaliseren.



 

Hoewel de exacte ontwerpen variëren, volgen de meeste Haussmann-gebouwen een standaardindeling:

De begane grond heeft de hoogste plafonds en dikke muren, waardoor er ruimte is voor winkels, kantoren en andere bedrijven.

De eerste verdieping , ook wel de ‘mezzanine’ genoemd, heeft lage plafonds en wordt doorgaans door bedrijven gebruikt als opslagruimte.

De tweede verdieping , ofwel de ‘nobele verdieping’, is van oudsher het meest gewilde appartement in een gebouw, omdat de trap ernaartoe het kortst is. Waarom Nobel? Omdat er in die tijd nog geen openbare lift bestond. De tweede verdieping heeft een lang, doorlopend balkon en prachtig vormgegeven raamkozijnen.

De derde  (en soms  de vierde en vijfde) verdieping heeft kleinere balkons en minder uitbundige ramen.

Om het gebouw in evenwicht te brengen, beschikt de bovenste verdieping ook over een groot, doorlopend balkon. Omdat deze verdieping echter niet als ‘nobel’ wordt beschouwd, is het balkon niet rijkelijk versierd en zijn de ramen identiek aan die op de derde en vierde verdieping.

Het gebouw wordt vervolgens bekroond met een mansardedak, waarin kleine zolderkamers (traditioneel gebruikt als personeelsvertrekken) en dakkapellen zijn ondergebracht.’



 De zogenaamde 'Mansarde' daken



Andere details:

Smeedijzeren balkons, met subtiele versieringen.

Ramen; hoog en symmetrisch, vaak omlijst door ornamenten zoals kroonlijsten of smeedijzeren balustrades.

Ronde ramen zogenaamde ‘oeil-de-bœuf‘ Ingebouwd in leien of zinken daken,.

Binnenplaatsen zorgen ervoor dat de kamers aan de achterzijde geventileerd en verlicht worden.



 Smeedijzeren balkons, met subtiele versieringen

Hoewel de buitenkant volledig in het teken staat van steen en symmetrie, is het interieur van een Haussmann-appartement legendarisch vanwege zijn ‘trio’ aan kenmerken:

Visgraatparket: Eikenhouten vloeren gelegd in een elegant chevronpatroon.

Sierlijsten: Uitgebreid stucwerk op de hoge plafonds en muren.

De marmeren open haard: Meestal bekroond met een grote ‘Trumeau’-spiegel om het licht naar het midden van de kamer te weerkaatsen.


Let op de verschillen

Het balkon was nooit zomaar een plek om tegenaan te leunen. Het verbond de gevel, verzachtte de verschillen tussen de appartementen en maakte aan elke voorbijganger de status van het hele gebouw duidelijk, veel meer dan alleen die van de rijke bewoner. De balustrades, gemaakt van smeedijzer of gietijzer zijn het meest sprekende onderdeel van elke gevel. Smeedijzer (fer forgé); gehamerd terwijl het heet is, geeft soepele rondingen, fijne lijnen en af en toe een asymmetrie. Gietijzer (fonte), gegoten in mallen, maakt zwaardere motieven mogelijk die identiek worden herhaald en massaal konden worden geproduceerd. Architecten en ontwerpers in dienst van de stad Parijs (zoals Gabriel Davioud, die veel stadsmeubilair ontwierp) tekenden basis-sjablonen. Gieterijen brachten dikke patronenboeken uit waaruit aannemers en particuliere bouwers konden kiezen.

 

Balkons werden in die tijd massaal geproduceerd door grote ijzergieterijen (fonderies) buiten en rondom Parijs.  De belangrijkste spelers in die tijd waren, Fonderies de Pont-à-Mousson. Een van de grootste en bekendste industriële gieterijen van Frankrijk, die een gigantisch aandeel had in het straatmeubilair en de ijzerwerken van de Franse hoofdstad. Verder Fonderies de Bayard en Val d'Osne. Deze ijzergieterijen in de regio Haute-Marne stonden wereldwijd bekend om hun hoogwaardige kunstgietwerk (fonte d'art). Zij leverden de meest gedetailleerde ornamenten, standbeelden, fonteinen en dus ook de luxere balkonpatronen voor de Parijse boulevards. 

Het meest voorkomende motief is de ‘rinceau’, een kronkelende, bladerrijke stengel die zich in spiralen ontvouwt. Palmetten, rozetten en geometrische vlechtwerken completeren het vocabulaire. Onder het Tweede Keizerrijk blijft de ornamentiek dicht en symmetrisch, tegen het einde van de eeuw worden de lijnen losser en kondigen ze de vloeiende rondingen van de Art Nouveau aan.



 

Kijk ook eens naar de manier waarop de balustrade aansluit op de stenen. Op de statige verdiepingen steekt het ijzerwerk vaak boven een gebeeldhouwde console uit, terwijl het op de meer bescheiden verdiepingen vlak tegen een eenvoudige vensterbank is vastgeschroefd. Deze kleine verbindingen, die je vanaf de overkant van de straat gemakkelijk over het hoofd ziet, belonen de bezoeker die even stilstaat en de gevel van dichtbij bekijkt. Dus kijk omhoog en een verborgen ‘grammatica’ verschijnt. Rond 1880 en 1890, onder de Derde Republiek, stond de zogenaamde post-Haussmannstijl meer toe; ondiepe erkers, kariatiden, gebeeldhouwde guirlandes en drukker ijzerwerk. De bouwwet van 1902 versoepelde de toegestane profielen en stond deze meer uitbundige reliëfs toe. 


Over het algemeen geldt: hoe drukker en onrustiger een gevel eruitziet, hoe later deze doorgaans is gebouwd

 

Kariatiden en atkantiden

Om te zorgen dat de straten niet eentonig werden, kregen architecten de vrijheid om de gevels te personaliseren met rijke ornamenten. Kariatiden en hun mannelijke tegenhangers (atlantiden) waren de ultieme manier om een gebouw een uniek en luxueus karakter te geven binnen de strakke regels. 





De architectuur onder het Tweede Franse Keizerrijk (de Second Empire-stijl) werd gedomineerd door het historisme (het teruggrijpen naar bloeiperiodes uit het verleden). Men raakte gefascineerd door de Griekse en Romeinse oudheid en de Franse renaissance. Omdat kariatiden hun oorsprong vinden in de klassieke Griekse tempelbouw, gaf het gebruik van deze beelden de Parijse burgerpanden direct een koninklijke, haast goddelijke status.

 


Mascarons, dit stille volk dat ons bespioneert

De gebeeldhouwde koppen of gezichten die je boven de toegangspoorten en ramen van veel Haussmann-gebouwen in Parijs ziet, worden mascarons genoemd. Dit architectonische fenomeen heeft een rijke geschiedenis en diende oorspronkelijk een heel specifiek doel. Oorspronkelijk, ver voor de tijd van baron Haussmann, hadden deze gezichten een onheil afwerende functie: ze waren bedoeld om het kwaad af te wenden. Men geloofde dat een angstaanjagend, lelijk of grimmig gezicht boven de ingang boze geesten, demonen en ongeluk buiten de deur zou houden. Het werkte als een soort spirituele waakhond voor de bewoners



 

Hoewel het bijgeloof in de 19e eeuw (toen Parijs onder Haussmann grootschalig werd verbouwd) grotendeels was verdwenen, bleef de traditie bestaan als decoratie. De architectuur greep sterk terug naar klassieke stijlen zoals de renaissance en de barok, ook wel neo-barok genoemd. Een mascaron boven de monumentale toegangspoort gaf een gebouw een luxueuze, elegante en standingvolle uitstraling. Het was een manier voor de burgerij om rijkdom te tonen. De hoofden zijn bijna altijd geplaatst op de sluitsteen (de centrale, wigvormige steen bovenaan een boog) van de poort of het raam. Omdat deze steen constructief gezien de belangrijkste steen is die de hele boog op zijn plek houdt, was het historisch gezien dé plek om extra te versieren.





Wat stellen de koppen voor?

Als je goed naar de gezichten kijkt, zie je dat ze heel divers zijn: Griekse en Romeinse goden; zoals Bacchus (god van de wijn), Neptunus (god van de zee) of Medusa (met haar slangenhaar, hét ultieme symbool om het kwaad te verstenen). Verder mythologische wezens, zoals satyrs (bosgoden) of faunen (mythische bos- en veldwezens) met lachende of groteske gezichten. Allegorieën; gezichten die de vier seizoenen, de kunsten of bepaalde deugden symboliseren. Sommige eigenaren lieten echter een gezicht versieren met lauwerkransen om hun belangrijkheid te benadrukken. Anderen wilden een geïdealiseerd portret van de persoon die ze wilden eren.



Nog een laatste aanwijzing: het monogram, de naam van de architect, of de datum in een cartouche boven of naast de koetsingang gegraveerd.

 

Iconische locaties vol met Haussmann architectuur:

Avenue de l'Opéra en Boulevard Haussmann (9e arrondissement). Hier staat de kenmerkende eenheid centraal, met als absoluut hoogtepunt het wereldberoemde Palais Garnier, en de historische warenhuizen zoals Galeries Lafayette Haussmann en Printemps met hun adembenemende binnenkoepels.

Boulevard Saint-Germain (6e en 7e arrondissement). Een prachtig langgerekt voorbeeld op de Linkeroever waar de gevels een ongeëvenaarde strakke en ritmische symmetrie vertonen.

Plaine Monceau (8e en 17e arrondissement). Een chique woonwijk met een enorme dichtheid aan weelderige, gedecoreerde panden en herenhuizen uit de latere Haussmann-periode.

Avenue Kléber en de wijk rond Trocadéro (16e arrondissement). Brede straten die een prachtig zicht bieden op open plekken en rijkelijk versierde balkons.

 





Zijn werk was ook controversieel – er werden vele grote misstanden begaan. Tijdens de grootschalige renovaties werden honderdduizenden inwoners uit het centrum verdreven en moesten verhuizen naar de goedkopere noordelijke en oostelijke buitenwijken (faubourgs) aan de rand van de stad. Gebieden zoals Belleville, Ménilmontant en La Villette werden door de stad geannexeerd en vervolgens opgevuld met de verdreven bevolking. De nieuwe appartementen langs de brede boulevards waren uitsluitend bestemd voor de rijke bourgeoisie en de gegoede middenklasse. Een deel van de bevolking kon de stijgende huren van de nieuwe woningen helemaal niet betalen en week uit naar industriële voorsteden net buiten de stadsgrenzen.

De beroemde dichter Charles Baudelaire schreef hierover: "het uiterlijk van een stad verandert sneller dan het hart van een sterveling", wat symbool stond voor de melancholie en het gevoel van ontheemding onder de Parijzenaars.

Haussmann werd uiteindelijk in 1870 door Napoleon III ontslagen. De renovatie zorgde ervoor dat Parijs schitterde tijdens de Belle Époque (1871-1914 ). De werkzaamheden aan zijn projecten gingen door tot 1927. Het stratenplan en het kenmerkende uiterlijk van het huidige centrum van Parijs zijn grotendeels het resultaat van Haussmanns renovatie.




  

vrijdag 28 augustus 2026

LE LARGE, EEN NIEUWE RUIMTE VOOR HEDENDAAGSE KUNST


Op het Ȋle Seguin opent in oktober 2026 een nieuwe ruimte voor hedendaagse kunst. Deze nieuwe culturele instelling, genaamd ‘Le LARGE, is gevestigd in een gebouw ontworpen door de Catalaanse architecten en 2017 Pritzker Prize-winnaars RCR Arquitectes, hun eerste project in Parijs’. Het gebouw bevindt zich op de noordelijkste punt van het Ȋle de Seguin,  ‘La Pointe des Arts’ genaamd, een grootschalig herontwikkelingsproject op ’t terrein van de voormalige Renaultfabrieken tot een multifunctioneel complex van meer dan 53.000 m², gericht op kunst en cultuur. RCR Arquitectes is een architectenbureau dat in 1987 werd opgericht door Rafael Aranda, Carme Pigem en Ramon Vilalta. De architecten ontwierpen een poëtische structuur die breekt met de conventies van traditionele musea. De architectonische vormgeving van het project volgt het gelaagde concept uit het masterplan van Ateliers Jean Nouvel.



‘Le LARGE', is een gebouw ontworpen door de Catalaanse architecten en 2017 Pritzker Prize-winnaars RCR Arquitectes

 

Ȋle Seguin

Het eiland, met een oppervlakte van 11,5 hectare, bevindt zich ten westen van Parijs, in het departement Hauts-de-Seine net stroomafwaarts van het Île Saint-Germain, tegenover Meudon en Sèvres. Het ligt op de grens van de gemeenten Boulogne-Billancourt en Sèvres, echter administratief behoort het aan de gemeente Boulogne-Billancourt. In haar vorige leven was het Île Seguin de thuisbasis van leerlooierijen, guingettes in de Belle Époque, en vervolgens van 1929 tot 1992 de thuisbasis van de Renault autofabrieken. Op het hoogtepunt werkten hier 30.000 mensen. Eens het symbool van de industriële macht van Frankrijk in de jaren 1950 en het bolwerk van de machtige Franse vakbonden die hier de arbeiders mobiliseerden voor de stakingen van 1968.



 

Tussen 1929 en 1934 bouwde Louis Renault, baas van de Société Renault hier zijn nieuwe fabriek. Volledig zelfvoorzienend, met een eigen energiecentrale, ondergronds spoor en een aanlegsteiger voor vervoer van voertuigen over water. Het was zijn grootste fabriek in Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceert de fabriek vrachtauto's voor de Duitse bezetter. Hevige bombardementen door de geallieerden in 1942 en 1943 zijn het gevolg. Na de oorlog wordt Louis Renault beschuldigd van collaboratie met de vijand en overlijdt, ernstig verzwakt, in 1944, in de gevangenis kort voor zijn proces. Zijn echtgenote claimde tot haar dood dat haar man is vermoord. 

Louis Renault bezat toen 96% van het kapitaal van zijn onderneming die een jaar later werd geconfisqueerd door de Franse staat. De naam veranderde in 'Société Anonyme des Usines Renault' (SAUR) in 'La Régie Nationale des Usines Renault' (RNUR). Vele succesmodellen werden op dit eiland geproduceerd waaronder de 4CV. De auto was in het geheim tijdens de oorlog ontworpen en was het eerste voertuig met een achterin geplaatste motor. Door zijn gewicht, de auto woog slechts 560 kilo, konden gemakkelijk vier personen vervoerd worden. Verder de Renault Dauphine:. Met 2.150.738 eenheden was dit toen de meest geproduceerde auto in de Franse geschiedenis. In 1961 volgde de lancering van de Renault 4. Van dit type werden meer dan 8 miljoen eenheden geproduceerd en geëxporteerd naar meer dan 100 landen.'


Deze Renaultfabriek werd gesloten op 31 maart 1992

 

Onder codenaam 122 werd de iconische Renault-5 ontworpen die in 1972 het levenslicht zag. Ondanks het gigantische succes werd het de directie duidelijk dat de Billancourt-site niet meer kon worden aangepast aan de nieuwe productieprocessen, noodzakelijk om de Japanse concurrentie blijvend het hoofd te kunnen bieden. Uiteindelijk leidt dit tot sluiting van de fabriek op 31 maart 1992. Het eiland wordt uiteindelijk door Renault verkocht voor de som van 580 miljoen. 

Schoonmaakbedrijven beginnen vrijwel direct aan de sanering van de bodem en het verwijderen van gigantische hoeveelheden asbest in de constructies van beton en staal. De sloop van de fabriek begon op 29 maart 2004 en eindigde een jaar later in 2005 toen de Franse zakenman, miljardair, François Pinault zijn oog liet vallen op het Ïle Seguin voor de bouw van een kunstmuseum. Pinault, eigenaar van onder meer de merken Gucci, Yves Saint Laurent en Puma, kondigde in 2000 al aan een museum te willen bouwen. Maar gesprekken over een locatie op het Île Seguin, liepen uiteindelijk stuk. Uit boosheid bracht hij daarop, vanaf 2005, een deel van zijn verzameling onder in drie gebouwen van het Palazzo Grassi in Venetië. “Zo is het werk Frankrijk ontsnapt”, zei Anne Hidalgo. “Als ik destijds burgemeester was geweest, dan had ik dat nooit laten gebeuren”. 

In de tussentijd slaagde Pinaults grote rivaal Bernard Arnault van concurrent LVMH (Dior, Louis Vuitton, Moët & Chandon) er wél in om in Parijs een museum te bouwen. Eind 2014 opende hij met veel spektakel de door Frank Gehry ontworpen Fondation Louis Vuitton in het Bois de Boulogne. Met Pinault is het uiteindelijk toch nog goed gekomen. Op 12 mei 2021 opende in Parijs de deuren van het  zorgvuldig gerestaureerde 18de eeuwse Bourse de Commerce. Hier triomfeert François Pinault, nu zijn privé kunstcollectie eindelijk te zien is in Parijs, in zijn eigen museum, tussen het Louvre en het Centre Pompidou.

 

La Seine Musicale


Ȋle Seguin de nieuwe cultuurvalei

Op 22 april 2017 opende hier de nieuwe hotspot voor muziekfans 'La Seine Musicale' haar deuren met een concert van de Amerikaanse zanger Bob Dylan. Deze bredere transformatie, bekend als ‘La Pointe des Arts’, begon met de opening van La Seine Musicale. De muziektempel werd ontwikkeld door de architecten Shigeru Ban (Pritzkerprijs 2014) en Jean de Gastines en won op de MIPIM Awards 2015 de prijs in de categorie beste toekomstproject. Het wordt nu al erkend als een groot architecturaal gebaar met respect voor het milieu. Het gebouw, dat een derde van het eiland beslaat is hèt symbool van de metamorfose van Île Seguin. 





Het is dan ook een intrigerend gebouw, dat op ieder moment van de dag anders oogt vanwege het effect van de zon op de ronde glazen constructie.  Een enorm zonnezeil, bedekt met 470 zonnepanelen, beweegt zich gedurende de dag over een rails om zo de blootstelling aan de zon te maximaliseren.



Le LARGE: De roestkleurige gevel verwijst naar de industriële esthetiek van de rivieroever en integreert met het omringende landschap.
 

Le LARGE

En nu is er Le LARGE. Het nieuwe gebouw met een oppervlakte van 41.000 m², combineert 7.000 m² aan winkel- en horecaruimtes, een kunstcentrum van 5.000 m², 20.000 m² aan kantoorruimte, een Pathé-bioscoop met acht zalen en een IMAX-zaal van 6.000 m², verdeeld over zes verdiepingen, een begane grond aan de rivieroever, een kelder en 1.200 m² aan aangelegde terrassen. Het gebouw is gericht op het westen, zonder tegenoverliggende bebouwing, en op het zuiden, richting het park, de Seine en de heuvels van Meudon. De U-vormige eerste drie verdiepingen zijn gestructureerd rond een interne straat die uitkomt op het voorplein op brugniveau, met brede oost-westopeningen die beide oevers van de Seine onthullen: een hoog plein aan de straat, levendig gemaakt door het kunstencentrum en winkels, en een laag plein aan de oever, begrensd door winkels en een hotel. Het meest opvallende volume van het gebouw wordt omsloten door een gevel van Cortenstaal, waarvan de patina zich in de loop der tijd zal ontwikkelen. De roestkleurige gevel verwijst naar de industriële esthetiek van de rivieroever en integreert met het omringende landschap.



Het gebouw wordt omsloten door een gevel van Cortenstaal, waarvan de patina zich in de loop der tijd zal ontwikkelen




De tentoonstellingsruimte van 2.500 m² heeft een atrium van 370 m² met een plafondhoogte van 7 meter, een monumentale roltrap gevolgd door een hoofdzaal van 1.000 m², met een hoogte van 14 meter en 42 meter breedte, zonder ook maar één steunpilaar. Het licht straalt er nooit recht in. Het sluipt door geanodiseerde aluminium moucharabieën, traditionele sierroosters met een geometrisch patroon. De vloer van gegalvaniseerd staal geeft de plek een onverwachte matte patina. Een terras van 500 m² omringt het gebouw en biedt uitzicht op de Seine. Verder is er een panoramisch café op de vierde verdieping, een boekwinkel, een boetiek geëxploiteerd door de teams van het Grand Palais RMN en een ‘Petit Atelier’ een ruimte voor gratis workshops voor kinderen van 6 tot en met 10 jaar.

Het nieuwe gebouw met een oppervlakte van 41.000 m², combineert 7.000 m² aan winkel- en horecaruimtes, een kunstcentrum van 5.000 m², 20.000 m² aan kantoorruimte, een Pathé-bioscoop met acht zalen en een IMAX-zaal van 6.000 m², verdeeld over zes verdiepingen

 

De eerste tentoonstelling, getiteld ‘Imaginary Engine: From Masterpieces of the Collection Renault to Artists of Today’, opent op 17 oktober 2026 in samenwerking met de ‘Fondation Renault pour l'Art et la Culture’. De tentoonstelling is een eerbetoon aan de industriële geschiedenis van de locatie en aan de bijdrage van Renault aan de kunstwereld sinds de jaren ‘60, toen het bedrijf begon samen te werken met kunstenaars om een collectie werken te creëren die geïnspireerd zijn op de maakindustrie en de automobielindustrie. De tentoonstelling laat werken zien 55 kunstenaars uit 23 landen waaronder Victor Vasarely, Jean Dubuffet, Jean Tinguely, Arman en Robert Doisneau, wiens foto’s van de Billancourt-fabriek teruggaan tot 1934. Sommige van deze werken zijn al meer dan veertig jaar niet getoond. Verder zijn 17 nieuwe werken besteld bij kunstenaars zoals Théo Mercier, Sara Sadik, Bianca Bondi, Clément Cogitore, Bertrand Lavier, Mohamed El Khatib, Oliver Beer, Bertille Bak, Thu Van Tran en Giulia Andreani. Allen werden uitgenodigd om, ieder op hun eigen manier, de vraag te stellen wat de Renaultfabriek, de machine en de auto met onze lichamen, onze identiteit en onze verbeelding hebben gedaan.


Op het eiland is niets meer wat herinnerd aan Renault verleden zoals deze vroegere fronton die de ingang vormde naar de fabriek

 

Het Ȋle Seguin bezocht ik begin augustus en een belangrijk element wordt node gemist: Île Seguin was inderdaad niet zomaar een automobielfabriek; het was een plek die diep verankerd was in het Franse collectieve bewustzijn, in het bewustzijn van de arbeidersklasse, een locatie die een rol speelde in de Franse geschiedenis van de 20e eeuw. Natuurlijk kun je nooit alles van een verlaten fabriek behouden, maar de beslissing om niets te laten staan (behalve twee frontons naast de Pont Daydé) doet deze plek geen eer aan. Een schande voor de geschiedenis van de automobielindustrie, een schande voor de geschiedenis van de arbeidersklasse, een schande dat enkele meesterwerken van industriële architectuur niet bewaard zijn gebleven.En deze kritiek zou van toepassing kunnen zijn op alle industriële gebouwen, waarvan sommige overblijfselen helaas verwaarloosd zijn, maar dat is een ander debat…


Een restje Renault, niet op het eiland maar naast de Pont Daydé


De Pont Daydé vernieuwd en passend bij de architectuur van Le LARGE

 

Le LARGE  Île Seguin, Centrum voor Hedendaagse Kunst, Pointe des Arts - Île Seguin - 92100 Boulogne-Billancourt, Hauts-de-Seine. Tramhalte T2 Brimborion (ongeveer 5 minuten lopen) of vanaf de metrohaltes van lijnen 9, Pont de Sèvres en 15, Pont de Sèvres.


Het nieuwe Gauthier Mougin-park - 'Empreinte de pneu', Peter Stȁmpfli


Een park in het hart van Île Seguin

Het nieuwe Gauthier Mougin-park is ontworpen door landschapsarchitect Michel Desvigne en ligt in het hart van Île Seguin en vormt een ontmoetingsplek tussen natuur en cultuur. Het park is onderdeel van zowel de natuurstrategie van het departement Hauts-de-Seine als het uitgesproken artistieke karakter van Île Seguin. 


'Le Pouce', César Baldaccini 


Het is een waar openluchtmuseum met een beeldenroute, bestaande uit zo'n twintig werken, verspreid tussen het stroomopwaartse puntje van het eiland, het departementale park en de omgeving van  La Seine Musicale en creëert zo een nieuwe artistieke route voor de Vallei van Cultuur en nodigt je uit om al wandelend hedendaagse kunstwerken te ontdekken die in dialoog staan ​​met het park en het landschap. 



'YES', Jacques Villeglé


‘Sphère Coupée’, Marta Pan



"Pierre', Abraham Poincheval


‘Tot'Aime’, Jean-Charles de Castelbajac