Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

dinsdag 3 maart 2026

EEN STATION VOOR DE KUNST VAN DE NEGENTIENDE EEUW

 

Herkennen jullie dat ook; moeite hebben met jezelf beperkingen op te leggen bij een bezoek aan een museum in Parijs? Het overkwam mij bij weer eens een bezoek aan het Musée d’Orsay. Het museum bezit ongeveer 150.000 werken in zijn collectie, die alle technieken omvatten. Schilderijen, beeldhouwkunst, kunstobjecten, foto’s en tekeningen van kunstenaars en architecten. Nationale openbare collecties die het resultaat zijn van een lange geschiedenis die begon in de 19e eeuw. Daarmee vormt zij de verbindende schakel tussen de collecties van het Louvre en het Centre Pompidou / Beaubourg. 16.000 m² tentoonstellingsoppervlak, verdeeld over drie lagen: Begane grond, tussenverdieping en bovenste verdieping. De centrale hal, een ontwerp van de Italiaanse architecte Gae Aulenti, is zo indrukwekkend dat ik besloot mij te beperken tot de centrale gang, het Seine terras en het Lille terras vol met beeldhouwkunst. De beeldhouwcollectie van het museum omvat meer dan 2.200 stukken, inclusief de werken die in depot zijn bij andere instellingen. De getoonde collectier is levendiger dan ooit en gaf mij de kans om de beeldhouwkunst van de tweede helft van de 19e eeuw beter te leren kennen en….te bewonderen.



Musée d'Orsay, de centrale hal, een ontwerp van de Italiaanse architecte Gae Aulenti
 

Ontstaan

Gare d’Orsay, speciaal gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1900. Toen het bijna voltooid was merkte de kunstschilder Jean-Baptiste Édouard Detaille spottend op; “zo’n grandioos spoorwegstation dat eruitziet als een Paleis voor Schone Kunsten, terwijl het Paleis voor Schone Kunsten op een station lijkt! Mijn advies aan de architect Victor Laloux is ze om te wisselen nu het nog kan”. Ruim 80 jaar later zou deze ironisch bedoelde suggestie werkelijkheid worden.

 

Transformatie

In de jaren zeventig gaf het idee om het treinstation van Orsay om te vormen tot een museum een nieuwe impuls aan de beeldhouwkunst uit de tweede helft van de 19e eeuw . Het nieuwe gebouw bood een ideale ruimte voor deze kunstvorm: het grote middenschip, verlicht door het steeds veranderende natuurlijke licht dat door het glazen gewelf naar binnen viel. Zo kon het publiek de beeldhouwkunst uit deze periode in al haar rijkdom en diversiteit herontdekken. Bij de opening in december 1986 bracht het Musée d'Orsay een collectie van ongeveer 1200 sculpturen bijeen, grotendeels afkomstig uit de voormalige collecties van het Musée du Luxembourg, het Louvre en staatsdepots.



 

Bij binnenkomst in het Musée d'Orsay valt direct de monumentale klok op. Een majestueus symbool van het industriële tijdperk dat getuigt van het architectonische genie van Victor Laloux. De architect integreerde dit functionele object op meesterlijke wijze in een opmerkelijke artistieke compositie, waarbij hij staal en glas met zeldzame elegantie combineerde. Het oorspronkelijke bouwwerk omvat drie van deze monumentale klokken: twee aan de buitengevel en één in de centrale hal. Tijdens de verbouwing tot museum in 1986 hebben de architecten deze historische objecten behouden, omdat ze de uitzonderlijke erfgoedwaarde ervan erkenden.

 


Collectie

Vervolgens de collectie sculpturen die de grote hal vullen waar vroeger treinen stonden te wachten op hun reis naar Orléans. Het daglicht stroomt door het glazen dak waardoor het Musée d'Orsay een ideale plek is om de sculpturen optimaal te bewonderen. Er zijn honderden beelden en bustes van de meest gevierde kunstenaars waaronder: Daumier, Carpeaux, Rude, Pradier, Cordier, Cavelier, Mercië, Rodin, Maillol, Bourdelle, Claudel en nog veel meer. In deze blog beperk ik mij tot enkele hoogtepunten om jullie zo een goed beeld te geven van de rijkdom van de immense collectie.

 

Jules Desbois (1851-1935)

In 1878 ontmoette Desbois Auguste Rodin op de bouwplaats van het voormalige paleis Trocadéro en ze werden vrienden. Datzelfde jaar besloot hij zijn geluk in de Verenigde Staten te beproeven, maar hij maakte daar geen fortuin en keerde drie jaar later terug naar Frankrijk. Werd assistent van Auguste Rodin om de vele opdrachten te verwerken. Naar verluidt ontdekte hij in 1887 het tachtigjarige Italiaanse model Maria Caira, die model voor hem stond voor zijn schilderij ‘la Misère’ en die later Rodin en Camille Claudel zou inspireren tot werken als ‘la belle Heaulmière’ en ‘l'Hiver et Clotho’. Hoewel hij werd beschouwd als "een van de beste beeldhouwers van zijn eeuw", raakte Desbois na zijn dood in de vergetelheid en werden zijn werken verspreid. Bovendien overschaduwde zijn samenwerking met Rodin zijn eigen werk, waardoor de geschiedenis alleen de naam van de meester herinnerde (bron Wikipedia).



Mannentorso - Jules Desbois 1934


Antoine Bourdelle (1861-1929)

Bourdelle oogst succes op de Salon van 1910 met zijn meer dan levensgrote beeld van ‘Heracles als boogschutter’. Er bestaan twee versies. Het Musée d’Orsay toont een afgietsel van de tweede versie. Hierin is de boogschutter niet als torso uitgevoerd en zijn de rotsen waar Heracles op knielt en zich tegen afzet in de sculptuur opgenomen. Bourdelle liet voor de schutter een echte sportman poseren. Brons uit 1909


Antoine Bourdelle - Boogschutter 1909

 

Aristide Maillol (1861-1944)

Geldt terecht als de belangrijkste wegbereider voor de moderne beeldhouwkunst in Frankrijk. Waar Auguste Rodin als unieke, zo niet geniale verschijning toch gebonden blijft aan de 19e eeuw, brengt Maillol de beeldhouwkunst nieuwe principes bij die stijlvormend zullen doorwerken. Vanaf 1895 studeerde hij beeldhouwkunst bij Émile-Antoine Bourdelle. Het werk in lood, ‘de begeerte’, maakte hij in Parijs in 1907. De strenge geometrie die Maillol opbouwt uit menselijke lichamen, ondersteunt op suggestieve wijze de inhoudelijke uitdrukkingskracht van dit werk: het gevangen zijn in het begeren, het aandringen van de man en het terugwijken van de vrouw.


Aristide Maillol - De Begeerte 1907

 

Aristide Maillol was een groot bewonderaar van de Franse kunstschilder Paul Cézanne (1839-1906). Na 1907 werkt Maillol aan ontwerpen voor een plastiek ter nagedachtenis van Paul Cézanne. Tegen 1912 krijgt hij van het ‘comité du Monument Cézanne’ uiteindelijk de opdracht voor een standbeeld dat in de geboortestad van de kunstschilder, Aix-en-Provence, opgericht gaat worden. Een rustig liggende vrouwelijke naaktfiguur met een lauwertak in de hand. De versie in het museum is uit 1925.



Aristide Maillol - 1925
 

Auguste Rodin

Rodin (1840-1917) mag zich de belangrijkste Franse beeldhouwer noemen rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw. Hij geldt als de wegbereider van de moderne beeldhouwkunst. Kenmerkend voor zijn werk is de onrustige modellering van de oppervlakken, die weer zorgde voor een prachtige lichtreflectie op het brons. Rodins beeldhouwwerk verbaast door zijn sterke expressie, energie en vitaliteit. De mannen met grote gespierde blote voeten met stevige tenen en goedgespierde torso’s, terwijl zijn vrouwen vaak zachte vormen hebben. Dit is vooral goed te zien in zijn beroemde marmerwerk 'Le baiser', de kus. Van dit werk, dat geldt als een van de beroemdste en succesvolle stukken van Rodin, bestaan slechts twee kopieën, een in Kopenhagen en een in London. In het Musée d’Orsay is veel werk te zien van Rodin. Mijn aandacht ging uit naar deze bronzen buste van Victor Hugo. Gemaakt tussen 1889 en 1909 en gegoten door Alexis Rudier, een invloedrijke Parijse bronsgieter die in 1874 de Fonderie Rudier oprichtte. De gieterij stond bekend om het gieten van werken voor meesters zoals Auguste Rodin, Antoine Bourdelle, Aristide Maillol, Honoré Daumier en Henry Moore.


Auguste Rodin - Victor Hugo 1909

 

In 1880, wanneer Rodin voor het eerst een werk verkoopt aan de Franse staat krijgt hij de opdracht om een bronzen portaal te maken voor het nieuw te bouwen Musée des Arts Décoratifs. Als thema kiest hij Dantes ‘Divina Commedia’, het boek dat hem sinds zijn reis naar Italië in 1875 niet meer heeft losgelaten. Ugolin (1881-1882) is een dramatisch gipsen sculptuur van Auguste Rodin, geïnspireerd op Dante's Goddelijke Komedie. Het toont de graaf Ugolino, ingemetseld met zijn zonen in de gevangenis die hun graf zou worden, zag hen sterven en, gek van honger, knaagde hij aan hun vlees voordat hij zelf stierf. Het werk werd oorspronkelijk ontworpen voor ‘de Poort van de Hel’ en toont Rodins kenmerkende emotionele, rauwe realisme. De figuur is opgebouwd rond een centrale leegte; De gekwelde modellering, de ontwrichte lichamen van de kinderen en de misvormde ledematen benadrukken allemaal de morbide, dramatische sfeer.



Auguste Rodin - Ugolin 1902 - 1912

 

Jean-Baptiste Carpeaux (1827-1875)

Carpeaux begint aan zijn ‘Ugolin’ als hij in 1858 in Rome woont. Daar komt hij in aanraking met het werk van Michelangelo die hij zeer bewondert. Carpeaux zou drie jaar nodig hebben om het gipsmodel te voltooien. In 1882 geeft de Franse staat opdracht voor het maken van een bronzen afgietsel, dat vervolgens in de tuinen van de Tuileriën wordt opgesteld. Nu is het te vinden bij de centrale ingang van het museum.


Jean-Baptiste Carpeaux - Ugolin

 

De met Carpeaux bevriende architect Charles Garnier verwerft in 1861 de opdracht voor het nieuwe gebouw van de Parijse opera. Een jaar later kan al de eerste steen worden gelegd, maar pas in 1875 zal het gebouw officieel geopend worden. Aan de voorgevel moeten vier allegorische voorstellingen komen van de kunstvormen die de opera dienen. Carpeaux krijgt in 1865 de opdracht voor ‘De Dans’. Hij schept een reidans van zes uitgelaten dansende, naakte meisjes rond een gevleugelde genius die de tamboerijn slaat. Als in 1869 de meer dan vier meter hoge groep wordt onthuld breekt een geweldig schandaal los. Dit is toch niet passend voor een operagebouw. In 1964 werd de inmiddels sterk door luchtvervuiling aangetaste beeldengroep verwijderd en naar het Louvre overgebracht en weer later naar het  Musée d’Orsay. Op de Opéra Garnier staat een kopie.



Jean-Baptiste Carpeaux - De Dans
 

In de centrale hal staat een gipsenmodel van ‘De vier werelddelen’. Baron Haussmann, de prefect van Parijs die de stad het gezicht gaf dat we vandaag kennen, gaf Carpeaux in 1867 de opdracht een fontein te ontwerpen voor de Jardin de la Observatoire. Het was de derde grote opdracht die Carpeaux in zijn loopbaan zou verwerven. Vier vrouwenfiguren in een kring dragen een wereldbol. Carpeaux werkt eraan van 1867 tot 1870. De vier allegorieën dansen niet alleen in een kring, maar draaien ook om hun eigen as. Europa raakt nauwelijks de grond, Azië, met haar lange vlecht, is bijna van achteren te zien, Afrika is in driekwart-aanzicht afgebeeld en Amerika, met een verentooi op haar hoofd, kijkt de toeschouwer aan, maar haar lichaam is opzij gedraaid. Pas in 1874, een jaar voor Carpeaux' dood, werd de bronzen fontein op de beoogde plek geplaatst. De tentoongestelde beelden zijn in 1963 gevonden op een vuilstortplaats in Nantes. Het Musée d'Orsay kon ze verwerven in ruil voor een schilderij van Sisley voor het Musée des Beaux-Arts de Nantes.


Jean-Baptiste Carpeaux - De vier werelddelen 1867 - 1870




De fontein in de Jardin de la Observatoire

 

Jean Hugues (1849 - 1930)

Als beeldhouwer die binnen het gevestigde repertoire werkte, genoot Hugues, ervan, net als alle traditionele kunstenaars van zijn generatie, het menselijk lichaam te verkennen. ‘Oedipus in Colonus’, 1885, behoort tot dit genre, maar ook tot de grote onderwerpen uit de antieke geschiedenis. Het dient als voorwendsel voor anatomische verkenningen. Het extreme realisme van de torso mishaagde critici, die Hugues ervan beschuldigden meer waarde te hechten aan de waarheid dan aan stijl. Nadat het gipsen afgietsel op de Salon van 1882 was tentoongesteld, gaf de staat de kunstenaar de opdracht voor een marmeren versie voor nationale musea. Vanaf 1890 in het Luxemburgmuseum, verhuisde in 1931 naar het Louvre en sinds 1986 toegewezen aan het Musée d'Orsay.



 Jean Hugues - Oedipus in Colonus 1885



Details Oedipus in Colonus 



Louis-Ernest Barrias (1841-1905)

Hij werd in Parijs geboren in een kunstenaarsfamilie. Zijn vader was porseleinschilder en zijn oudere broer Félix-Joseph Barrias een bekend schilder. Louis-Ernest begon ook als schilder, maar later wijdde hij zich aan de beeldhouwkunst. In 1858 werd hij toegelaten tot de École nationale supérieure des Beaux-Arts in Parijs, waar François Jouffroy zijn leraar was . In 1865 won Barrias de Prix de Rome voor een studie aan de Franse Academie in Rome . Barrias was betrokken bij de decoratie van de Opéra de Paris en het Hôtel de la Païva aan de Champs-Élysées. Zijn werk was voornamelijk in marmer, in een romantisch-realistische stijl die beïnvloed was door Jean-Baptiste Carpeaux.



 Louis-Ernest Barrias 1889

Dit beeld werd in 1889 in opdracht gemaakt om de nieuwe Faculteit der Geneeskunde in Bordeaux te sieren. Een jonge vrouw, een allegorie van de Natuur, tilt langzaam de sluiers op die haar omhullen. Nadat hij de eerste versie in wit marmer voor de decoratie van het gebouw had voltooid, ontwierp Barrias een tweede, polychrome versie voor de grote trap van het Conservatoire des Arts et Métiers in Parijs. Hiervoor gebruikte hij marmer en onyx uit steengroeven die in Algerije waren herontdekt. ​​De verschillende onderdelen, zorgvuldig gebeeldhouwd om het decoratieve potentieel van de materialen te versterken, spelen in op de nerven van de gestreepte onyx voor de sluier, het gevlekte rode marmer voor de jurk, de kostbaarheid van lapis lazuli voor de ogen en malachiet voor de scarabee, en koraal voor de mond en lippen. Het algehele effect is opvallend rijk. Het werk behoort tot een omvangrijke beweging van herontdekking van polychrome beeldhouwkunst, die werd ingeluid door archeologische vondsten en vijftig jaar eerder al werd geïllustreerd door Cordier. Gezien het succes van het werk werden er talloze edities geproduceerd. Het beeld ‘De natuur die zich openbaart’ werd aangekocht in 1899.

 

Frédéric Auguste Bartholdi (1834-1904)

Van 15 september 2026 tot en met 31 januari 2027; ter gelegenheid van de 250e verjaardag van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, die in 2026 wordt gevierd, presenteert het Musée d'Orsay een tentoonstelling en een virtual reality-ervaring gewijd aan het werk van Auguste Bartholdi, een belangrijke figuur in de 19e-eeuwse Franse beeldhouwkunst en maker van iconische werken, waaronder het Vrijheidsbeeld. Het beeld, dat oorspronkelijk bedoeld was als een geschenk van Frankrijk aan de Verenigde Staten ter herdenking van het honderdjarig bestaan ​​van de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1876, werd uiteindelijk tien jaar later, in 1886, onthuld. In de tussentijd moesten Bartholdi en zijn aanhangers blijk geven van verbeeldingskracht, durf en doorzettingsvermogen om het destijds grootste beeld ter wereld te ontwerpen, te promoten en te bouwen (46 meter hoog, 93 meter inclusief sokkel). Bartholdi koos voor een klassiek model, geïnspireerd op het neoclassicisme. De eenvoudige, sobere vorm bevat betekenisvolle symbolen: de brandende fakkel staat voor verlichting, de tablet voor de wet en de gebroken kettingen voor slavernij. De stralende kroon is geïnspireerd op het grafmonument van paus Clemens XIII in Rome, ontworpen door Canova. Het bronzen vrijheidsbeeld in de centrale hal is aangekocht in 1900.



Frédéric Auguste Bartholdi - La liberté éclairant le monde 1886

 

Charles Cordier (1827-1905)

Cordier heeft vermoedelijk het meest omvangrijke oeuvre op het gebied van de gekleurde plastiek van de 19e eeuw op zijn naam staan. Hij gebruikte uiteenlopende materialen als kleurige marmers en onyx die hij bewerkte met sierlijke details. Daarin beperkt hij zich tot de attributen en de kledingstukken op zijn portretbustes, de vleeskleur liet hij altijd monochroom zoals te zien hier bij deze twee Soedanese negers uit 1856 (officiële benaming Soedanese neger in Algerijns kostuum). Cordier vond zijn modellen op zijn vele reizen die hem bijvoorbeeld naar Algerije en Egypte voerden.



Charles Cordier Soedanese negers in Algerijns kostuum 1856
 

Eugène Guillaume (1822 - 1905)

Richting de uitgang stuitte ik op een marmeren beeld van Eugène Guillaume wat mij sterk deed denken aan een man die een selfie maakt, maar het is de dichter Anacréon, een werk dat Eugène Guillaume maakte tijdens zijn studieverblijf in Rome, dat in 1845 eindigde. Guillaume was een Franse beeldhouwer.  Hij studeerde aan de École des Beaux-Arts, waar hij in 1841 begon en waar hij in 1845 de Prix de Rome won. Later werd hij directeur van de École des Beaux-Arts in 1864 en directeur-generaal van de Schone Kunsten van 1878 tot 1879, toen het ambt werd opgeheven.



Eugène Guillaume - de dichter Anacréon

Het beeld, gehouwen uit wit marmer, stelt de Griekse dichter voor en is slank, met zijn arm boven zijn hoofd geheven, wat de lichtheid van zijn verzen symboliseert en tegelijkertijd hoe poëzie de mens kan verheffen. Het werk werd voor het eerst tentoongesteld op de Salon van Parijs in 1854. Het Musée d'Orsay kocht het beeld eerder, namelijk in 1852. 

Zo genoeg gezien. Dit prachtige gebouw is niet alleen een museum maar ook nog steeds een station. Hoewel het hoofdgebouw in 1986 een museum werd, zijn de spoorrails niet verdwenen: ze liggen nu ondergronds en maken deel uit van de RER C. Een discreet overblijfsel uit het spoorwegverleden dat voortleeft, terwijl boven, in de majestueuze 32 meter hoge hal, de imposante klok nog steeds de tijd aangeeft, net zoals meer dan een eeuw geleden voor reizigers die naar het zuidwesten van Frankrijk vertrokken. 

De monumentale beelden van de zes continenten, evenals die van de olifant, het paard en de neushoorn, die sinds 1986 bezoekers van het Musée d'Orsay verwelkomden, werden december 2024 discreet verwijderd van de esplanade Valéry Giscard d'Estaing. Deze verwijdering is tijdelijk! Het is ter voorbereiding op renovaties die de toegankelijkheid van het museum moeten verbeteren en die in maart 2025 van start zijn gegaan. Tijdens hun afwezigheid zullen deze iconische sculpturen worden gerestaureerd.



De zes continenten
 

Het Musée d'Orsay trekt  tussen de drie en vier miljoen bezoekers per jaar. In 2024 waren dat er 3,87 miljoen en is daarom samen met het Louvre een van de drukst bezochte musea in Parijs, Het staat wereldwijd bekend om de grootste verzameling impressionistische en post-impressionistische kunst. Het wordt daarom sterk aanbevolen om tickets vooraf online te reserveren om zo wachttijden te vermijden. 

Musée d'Orsay, Esplanade Valéry Giscard d'Estaing, 7e arrondissement, metrostation soferino, lijn 12 – RER-C Station Musée d’Orsay.

Toegang online € 16 in het museum € 14 

Bronnen: Wikipedia, Musée d’Orsay, Kunst en Architectuur – Peter J. Gärtner


dinsdag 17 februari 2026

DE BOVENGRONDSE METROSTATIONS VAN PARIJS

 

Regelmatig schrijf ik in mijn blogs over de voortang van de ‘Grand Paris Express’. De Grand Paris Express bestaat uit een fundamentele heroverweging, herontwerp en focus op het openbaarvervoernetwerk op de schaal van het grootstedelijk gebied de metropool Grand Paris die bestaat uit 131 gemeenten, waaronder Parijs zelf. Het doel van deze oefening is om Grand Paris te voorzien van één multimodale vervoersoplossing, meer geïntegreerde vervoersdiensten, en zo een model van polycentrische ontwikkeling te ondersteunen, een stad die is opgebouwd uit meerdere centra. Op de lange termijn zal het nieuwe transportnetwerk naar verwachting het bruto binnenlands product van de regio île de France met meer dan 100 miljard euro doen toenemen en 115.000 nieuwe banen moeten creëren. Wat weinigen weten is dat Nicolas Sarkozy op 26 juni 2007 de basis legde voor het grootste infrastructuur project van Europa, de lancering van ‘Métropole du Grand Paris’.




 

‘Métropole du Grand Paris’ in cijfers: 

Vier nieuwe metrolijnen (lijn 15, 16, 17 & 18) plus 2 verlengingen van bestaande lijnen (lijn 11 & 14)

200 km nieuwe spoorlijnen, hierdoor zou de huidige metro (214 km), die voornamelijk de 20 arrondissementen binnen de Parijse ringweg bedient, in omvang bijna verdubbelen.

68 gloednieuwe onderling verbonden stations.

15 jaren van constructie, 2016 tot 2030.

2 miljoen passagiers per dag, tegen 2035 ongeveer 3 miljoen.

Elke 2 à 3 minuten een trein.

Volledig automatisch metrosysteem.

90% van de lijnen wordt ondergronds aangelegd.

Totale kosten worden geraamd op 35,6 miljard euro.

 

Een visie uit de 19e eeuw

Die zelfde visie was er ook midden 19e eeuw voor lijn 6. Het waren de Franse ingenieurs Brame en Flachat, van de spoorwegmaatschappij Paris-Saint-Germain, die in 1855 met het idee kwamen, om een gesloten ondergronds netwerk aan te leggen van Gare du Nord naar de markthallen in het centrum van Parijs. Dit om de aanvoer van goederen naar de 'Buik van Parijs' efficiënter te laten verlopen. Waren deze plannen direct uitgevoerd, dan was Parijs de eerste stad in de wereld met een metro. Echter, het duurde een halve eeuw voordat de eerste metrolijn werd geopend en wel op 19 juli 1900. Speciaal aangelegd voor de wereldtentoonstelling.  London was in 1863 de eerste stad met een metro, gevolgd door New York in 1868 en Glasgow en Budapest in 1896.

 

Werkzaamheden voor lijn 6 - juni 1907


Tijdens de 'Exposition Universelle' van 1900 werd de eerste lijn van de 'Métro de Paris' in gebruik genomen. Lijn 1, geopend op 19 juli 1900, 10,3 kilometer lang en liep geheel ondergronds van Porte Vincennes naar Porte Maillot. Het project stond onder leiding van ingenieur Fulgence Bienvenüe, die later geëerd is met een metrostation: Montparnasse-Bienvenüe. 17 Maanden lang werd door 2000 arbeiders gewerkt om een traject van 10,3 kilometer ondergronds aan te leggen. De lijn was eigendom van de 'Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris' de CMP. Deze metro was vanaf dag een een hit. Een kaartje 2e klasse koste in die tijd 0,15 Franse Franc en 0,25 Franse Franc voor reizen in de 1e klasse. Nu loopt de metro van Porte Vincennes naar La Défense en is meteen de drukste metrolijn van Parijs. Ruim 750.000 passagiers per dag, met een jaartotaal van 168 miljoen per jaar.  Al snel volgden er meerdere lijnen: Lijn 2 in 1900, lijn 3 in 1904, lijn 5 in 1906, Lijn 6 in 1907 en lijn 4 in 1908.



Werkzaamheden voor lijn 6

 

De meeste metrolijnen zijn ondergronds, maar een tweetal gedeeltelijk bovengronds: lijn 2 en lijn 6. Oorzaak waren technische beperkingen in die tijd, hetzij vanwege de samenstelling van de bodem waardoor graven moeilijk was, hetzij vanwege de Seine of de noodzaak om spoorlijnen van Parijse stations te kruisen. 

De beslissing om een deel van lijn 6 op viaducten aan te leggen, werd ingegeven door de topografie van dit deel van Parijs. Er was sprake van veel heuvels, behoorlijk heuvelachtig, dus was het eenvoudiger om een relatief rechte route te hebben dan de metro de hellingen te laten volgen en weer af te laten dalen. Lijn 2, de andere iconische bovengrondse lijn van het Parijse netwerk, maakte het mogelijk om de spoorlijnen van Gare du Nord en Gare de l'Est te kruisen. Over beide lijnen straks meer.

 

Grand Paris Express

Met de komst van de Grand Paris Express zullen er nieuwe verhoogde metrolijnen worden aangelegd. De toekomstige lijn 18 zal het meest omvangrijke gedeelte omvatten (midden), met een viaduct van 18 km tussen Palaiseau ( Essonne ) en Saint-Quentin-en-Yvelines ( Yvelines). Een volledig verhoogd traject met een 6,7 kilometer lang viaduct – het langste van Frankrijk – zal de studentenstations van Polytechnique en Université Paris-Saclay bedienen. De eerste tests op dit traject vonden plaats aan het einde van de dag op donderdag 18 december 2025, wat een aantal indrukwekkende beelden opleverde van een trein die in de schemering de snelweg overstak.


Een volledig verhoogd traject met een 6,7 kilometer lang viaduct – het langste van Frankrijk – zal de studentenstations van Polytechnique en Université Paris-Saclay bedienen - Foto © Laurent Granguillot - Société des grands projets

 

Eind 2026 zullen tien volledig geautomatiseerde en elektrische treinen in gebruik worden genomen. Elke trein biedt plaats aan 350 passagiers in drie rijtuigen. en haalt een maximale snelheid van 100 km/u. De treinen zullen voorzien zijn van Wifi, USB-poorten, 5G-connectiviteit, airconditioning, realtime informatieschermen en speciale ruimtes voor mensen met een beperkte mobiliteit.

Wat betreft de gehele lijn 18, deze zal in twee fasen worden opgeleverd: eerst het oostelijke deel in 2027, richting luchthaven Orly; vervolgens, in 2030, de andere kant, richting Versailles-Chantiers.

 

‘Ligne 2 Nation – Porte Dauphine’

Terug naar de visionaires van de 19e en 20e eeuw. Wist je dat het Parijse metronetwerk  26 bovengrondse metrostations telt, waarvan de meest iconische zich bevinden op lijn 2 en 6.


Lijn 2 tussen Stalingrad en Barbès-Rochechouart



Metrostation Stalingrad


Lijn 2 heeft vier verhoogde stations langs het twee kilometer lange traject: Barbès-Rochechouart, La Chapelle, Stalingrad en Jaurès. De perrons zijn voorzien van glazen wanden en worden beschermd door een overkapping die wordt ondersteund door een opengewerkt metalen frame zonder pilaren – een waar architectonisch hoogstandje dat de lichte en stralende elegantie van de verhoogde stations van Lijn 2 onthult. De toegang is via een centrale trap die zich vertakt in twee gedeelten, elk beschermd door een glazen overkapping, die toegang bieden tot elk perron. De buitenmuren van steen zijn versierd met bas-reliëf slingers.  



Buitenzijde bovengrondse stations lijn 2


Alle hoog boven de weg gelegen stations van lijn 2, links en rechts geflankeerd door betonnen steunen voorzien van het wapen van de stad Parijs


Wat meteen opvalt is het werkelijk bijzondere ontwerp van de bovengrondse stations, allemaal 75 meter lang en gebouwd hoog boven de grond, op grote neoklassieke ijzeren pilaren. Dit alles naar een ontwerp van de Franse architect Jean Camilla Formigé en verwezenlijkt door de werkplaatsen van J. Leclaire in Montreuil, die ook de opdracht kregen voor alle 22 meter lange viaducten van metrolijn 6 en het viaduct van het station Austerlitz. Alle hoog boven de weg gelegen stations van lijn 2, links en rechts geflankeerd door betonnen steunen voorzien van het wapen van de stad Parijs, zijn aan de voorzijde en de achterzijde voorzien van glas met daaronder sierlijke bouwelementen voorzien van guirlandes en afbeeldingen van stoomtreinen en bijenkorven.  De perrons overdekt met als het ware gedrapeerd glas, gelijkend gordijnen. Deze oplossing werd later voor lijn 6 te duur gevonden.



Toegang is via een centrale trap die zich vertakt in twee gedeelten

 

‘Ligne 6 Nation – Charles de Gaulle – Étoile’

Metrolijn 6 is het meest iconische onderdeel van de Parijse skyline. Het verbindt de stations Charles de Gaulle–Étoile en Nation. Deze metrolijn, zoals we die nu kennen, is in fasen en in verschillende configuraties in gebruik genomen. Lijn 6 werd aanvankelijk aangelegd onder de naam ‘2 Sud’. In 1900 bediende ze het traject tussen Étoile en Trocadéro de Wereldtentoonstelling, terwijl de bouwwerkzaamheden doorliepen tot aan Place d'Italie met de delicate oversteek van de Seine bij Passy. Dit station werd geopend op 5 november 1903.

 

Metrostation Passy



Metrostation Passy uitkijkend over het Passy-viaduct


Het Passy-viaduct


Het Passy-viaduct werd gebouwd tussen 1903 en 1906, is 237 meter lang en staat op het Île aux Cygnes (het Zwaneneiland). Het is een architectonisch uitzonderlijk bouwwerk, bestaande uit een metalen dek waarop de metrosporen liggen. 






Dit dek wordt ondersteund door twee rijen slanke, 6,90 meter hoge kolommen van gewalst staal, die de verfijning en elegantie van het viaduct benadrukken. Het is sinds 1986 een beschermd monument. Gedecoreerd door Jean-Camille Formigé, vormt het een opmerkelijk rijk versierd monumentaal geheel. De gemetselde structuur op het Île aux Cygnes – de centrale boog van het viaduct – is versierd met vier allegorische figuren in bas-reliëf: Wetenschap, Arbeid, Elektriciteit en Handel. 


Arbeid een van de vier allegorische figuren in bas-reliëf 


Het Viaduct van Passy, beter bekend als de Pont de Bir-Hakeim, is een symbool van de hoofdstad, vanuit elke hoek gefotografeerd en biedt een adembenemend uitzicht (ook vanuit de metro) over Parijs: de Eiffeltoren die uitkijkt over de Seine, het Trocadéro, het Grand Palais, Les Invalides en de Sacré-Cœur-basiliek. De brug staat sinds 1986 op de monumentenlijst.



Zowel vanuit het Zwaneneiland als vanuit de metro heb je een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren

Op 24 april 1906 werd de lijn verlengd tot Place d'Italie. In oktober 1907 werd de exploitatie ervan samengevoegd met die van lijn 5, die in juni 1906 was geopend, waarbij lijn ‘2 Zuid’ werd opgeheven ten gunste van deze nieuwe aansluiting. De nieuwe lijn 5, die Étoile met het Gare du Nord verbond, bleef in deze configuratie in bedrijf tot 1942.. In 1931 werd, om de dienstverlening aan de Koloniale Expositie* (Exposition coloniale internationale) te verbeteren, besloten om lijn 6 te verlengen met behulp van de sporen van lijn 5. Lijn 6 vormde zo een zuidelijke, halfronde lijn van Nation naar Étoile, de huidige route. Pas na de verlenging van lijn 5 naar Pantin op 6 oktober 1942, tijdens de bezetting, werd de huidige configuratie van lijnen 5 en 6 definitief vastgesteld. Lijn 5 verbond toen Place d'Italie met de Église de Pantin, en lijn 6 verbond Étoile met Nation.

 

  De Koloniale Tentoonstelling van Parijs (Exposition coloniale internationale) vond plaats van 6 mei tot 6 november 1931 in het Bois de Vincennes. Het was een grootschalig evenement met 8 miljoen bezoekers, bedoeld om de rijkdommen en culturen van de Franse koloniën te tonen, inclusief bijdragen van andere landen zoals Nederland en België. Het markeerde het hoogtepunt van het koloniale denken.

 

Lijn 6 loopt ruim 6 kilometer bovengronds en bedient 13 stations. Deze stations verschillen aanzienlijk van die van lijn 2. Net als lijn 2 combineert de constructie een metalen structuur met rode baksteen en natuursteen, wat doet denken aan de architectuur van grote treinstations. 

De viaducten bestaan uit gietijzeren balken, ondersteund door stenen pilaren, die op hun beurt het metalen dek dragen waarop de metrosporen rusten. Op de vier hoeken van de stations zijn sierpilaren versierd met slingers en hoornen des overvloeds en afwisselend voorzien van het wapen van de stad Parijs of een wereldbol. De bovengrondse stations van lijn 6, richting Nation naar Charles de Gaulle- Étoile zijn: Bel-Air, Quai de la Gare, Chevaleret, Nationale, Corvisart, Glacière, Saint Jacques, Sèvres-Lecourbe, Cambronne, La Motte-Picquet - Grenelle, Dupleix, Bir-Hakeim en, Passy.


De stations van lijn 6 hebben uit kostenoverweging  een andere vormgeving dan die van lijn 2


Metrostation Quai de la Gare


Metrostation Sèvres-Lecourbe


Een route langs straatkunst.

De muurschilderingen van het project Street Art 13, die deels langs lijn 6 van de verhoogde metro te vinden zijn, bieden reizigers de mogelijkheid om tijdens hun reis te genieten van een unieke artistieke wandeling tussen de stations Quai de la Gare en Glacière. Ongeveer veertig kunstwerken zijn zowel overdag als 's nachts direct vanuit de metro te bewonderen.



Een muurschildering van het project Street Art 13
 

Pont de Bercy

Heel bijzonder is het metrogedeelte van lijn 5 tussen Gare de Lyon en Saint Marcel. De bovengrondse metro, gebouwd in 1903-1906 loopt dwars door het station Austerlitz (gebouwd in 1888 door de Compagnie du Chemin de fer de Paris à Orleans) over metalen viaducten elk 50 meter lang en 10 meter boven de grond. De brug werd in drie fasen gebouwd. De eerste constructie, met vijf stenen bogen die overeenkomen met de rijbaan aan de Parijse kant, werd geopend in 1864 en in 1904 met 5,5 meter verbreed om plaats te maken voor het metroviaduct. In de jaren negentig werd de brug aan de kant van de ringweg verbreed om de symmetrie van de rijbanen aan weerszijden van het viaduct te behouden, waardoor het viaduct van lijn 6 tussen de twee rijbanen kwam te liggen. Deze uitbreiding, gebouwd van beton, is bekleed met steen om de harmonie van dit monumentale bouwwerk te bewaren. De brug, tot 1996 de grootste brug van Frankrijk, is 175 meter lang en bestaat uit 41 kleine, halfronde bogen bekleed met steen.


Pont de Bercy


De bovengrondse metro, gebouwd in 1903-1906 loopt dwars door het station Austerlitz




Alle bovengrondse stations van de Parijse metro zijn: 

metrolijn 1      Bastille

metrolijn 2      Barbès-Rochechouart, La Chapelle, Stalingrad en Jaurès

metrolijn 5      Station Austerlitz en Quai de la Rapée

metrolijn 6      Bel-Air, Quai de la Gare, Chevaleret, Nationale, Corvisart, Glacière, Saint           Jacques, Sèvres-Lecourbe, Cambronne, La Motte-Picquet - Grenelle, Dupleix,   Bir-Hakeim, Passy

metrolijn 8      Créteil - L'Echat, Créteil - Universiteit, Créteil Pointe du Lac

metrolijn 11    Coteaux Beauclair

metrolijn 13    Malakoff rue Etienne Dolet en Châtillon Montrouge



Structuren zoals we die kennen van Gustave Eiffel

 

Mijn tip: maak een wandeling door Passy (1), Neem daar de metro richting Nation en geniet vanuit de metro van een stukje Parijs in vogelvlucht. Stap uit bij metrostation Chevaleret en maak een wandeling langs het grootste Urban Art straatmuseum vanParijs (2). Klik op de twee nummers voor een uitgebreide omschrijving.