Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

zaterdag 26 september 2026

HET ÉLYSÉE, PALEIS VAN PLEZIER

 

Een bericht geschreven door Anton Noë op de website van Nederlanders.fr met de titel ‘De slaapkamer als staatszaak’, prikkelde mijn nieuwsgierigheid. En al verder zoekend op het internet kwam ik uit bij het boek van Jean Garrigues: ‘Une histoire érotique de l'Elysée - de la Pompadour aux paparazzi’, met als omschrijving: Afgaande op de amoureuze en tumultueuze aangelegenheden van onze recente presidenten, zou een geur van erotiek het Élysée-paleis omhullen.

 

Volgens Garrigues hangt er al vanaf het begin een “soort erotisch parfum” in en rond het Elysée, dat pas sinds 1848 fungeert als presidentieel paleis. Het begint al in 1720, wanneer de graaf van Evreux zijn intrek neemt in het nieuw gebouwde herenhuis. Nog diezelfde dag verbant hij zijn steenrijke echtgenote ‑ wier vader nota bene de bouw heeft gefinancierd ‑ naar hun buitenhuis op de ‘boerenbuiten’, zodat hij in Parijs ‑ in zijn ‘paleis van plezier’ ‑ rustig zijn gang kan gaan met zijn maîtresses. Bij de dood van de graaf van Évreux in 1753 kocht koning Lodewijk XV het aan voor zijn maîtresse Madame de Pompadour. Ook latere illustere bewoners hielpen de reputatie in stand houden: Caroline Murat Bonaparte, zus van Napoleon, ontving er haar minnaars terwijl haar man elders aan zijn trekken kwam. En later bleek dat tal van Franse presidenten hun macht misbruikte en er tal van maîtresses op na hielden.


Hôtel Noir, "an exclusive collection of your darkest fantasies" - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

Nu zijn jullie gewend dat ik mijn blogs vul met talrijke foto’s, maar dat gaat wat moeilijk met foto’s van escapades van diverse Franse presidenten. Vandaar dat de fotografie verzorgt wordt door de Duitse topfotograaf J. Konrad Schmidt. Konrad woont en werkt in Hamburg. Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen", vind ik wel passen bij dit onderwerp, Zijn modellen zijn min of meer gekleed of naakt, prachtig gefotografeerd in kleur maar steeds vaker in zwart-wit. Serieus, ingetogen, in zichzelf gekeerd, sensueel, uitdagend, maar altijd met een groot gevoel voor stijl" aldus het BFF. Geen wonder dat hij geselecteerd werd als volwaardig maar ook jongste lid van het gerenommeerde Duitse BFF: 'Der Berufsverband Freie Fotografen und Filmgestalter', gevestigd in Stuttgart. Konrad is met name gespecialiseerd in mode-, reclame- en lingeriefotografie en won vele prestigieuze prijzen. De getoonde foto’s komen uit zijn boek Hôtel Noir, deel 1 dat helaas is uitverkocht. All Photo's courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


"Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah"; Foto courtesy of J. Konrad

 

Félix Faure

Maar nu weer terug naar het ‘Elysée. Het personeel van het Elysée werd op 16 februari 1899 opgeschrikt door geschreeuw uit de ‘Salon d’Argent’. President Félix Faure (1895 – 1899) was onwel geworden tijdens de daad met een van zijn vaste maîtresses. Volgens een (aangedikte?) versie zat de verkrampte hand van de president vast in de haardos van Marguerite Steinheil en moest er een schaar aan te pas komen voordat de vrouw via een achterpoortje van het presidentieel paleis naar buiten geleid kon worden. Enkele uren later overleed Faure, die blijkbaar afrodisiaca nam, in het bijzijn van zijn vrouw en dochter.

 

Valéry Giscard d’Estaing

Andere affaires van Franse presidenten. We zijn aanbeland in de Vijfde Republiek. Generaal Charles de Gaulle (1959 – 1969) en zijn diepgelovige vrouw Yvonne koesterden een diepe weerzin tegen politici die losjes omsprongen met de familiewaarden. Ook bij zijn opvolger Georges Pompidou (1969 – 1974) was er geen overspel in het spel. Dat laatste kon zeker niet gezegd worden van de ogenschijnlijk stijve hark Valéry Giscard d’Estaing (VGE), die in 1974 president werd. Hij kreeg de bijnaam ‘Valéry Folamour’ van Le Canard Enchaîné, een Frans satirisch weekblad, na een nachtelijk auto-ongeval waarbij hij aan het stuur van een sportwagen zat en vergezeld was van een jonge vrouw – een actrice wellicht en volgens de geruchten  de actrice Marlène Jobert. Tijdens de weekends was Giscard vaak spoorloos en liet hij voor zijn medewerkers een verzegelde brief achter waarin stond waar hij zich bevond voor het geval er een urgentie was.

 

Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©


“Giscard is het enige staatshoofd ter wereld van wie men ongeveer zeker weet waar hij niet slaapt”, liet Maurice Couve de Murville (minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk) zich ooit ontvallen. Vaak hield de president zich op in een kleine studio in Parijs die een van zijn trouwe medewerkers voor hem huurde – wat nu ‘mancave’ heet, was voor de Fransen toen een ‘garçonnière’, een liefdesnestje. In zijn biografie van VGE schreef George Valance al dat de president ‘zijn hele leven een zwak had voor actrices. En ook voor prinsessen. En ook voor journalistes’. Jean Garrigues, geschiedenisprofessor aan de universiteit van Orléans, noemt hem zelfs “de eerste president van de Vijfde Republiek die zich overgaf aan de erotische geneugten van de macht”. Hij zou zelfs een relatie hebben gehad met de vrouw van de Centraal-Afrikaanse dictator Jean-Bedel Bokassa.


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

In ‘Le Pouvoir et la Vie’, zijn autobiografie, doet Giscard trouwens geen enkele moeite om zijn reputatie van ‘observator (en méér) van het vrouwelijk schoon’ te ontkennen. Integendeel; hoe moeten we anders deze opmerkelijke beschrijving van zijn toenmalige minister van Onderwijs, Alice Saunier Séïté, begrijpen: “Ze neemt het woord, vlak bij mij, driekwart gedraaid. Haar lichaam is gespierd, haar bewegingen katachtig, haar benen gebruind. Plots bekruipt me een vreemde gedachte: als zij de liefde bedrijft, zou ze dat met dezelfde heftigheid moeten doen”.

 


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©


François Mitterand

Een van de bekendste affaires binnen de Franse politiek was die van president François Mitterand met Anne Pigeot. Mitterand, president van 1981 tot 1995, was getrouwd met Danielle Gouze. Dit weerhield hem er niet van een tweede gezin te starten. Zijn minnares Anne Pigeot woonde zelfs een tijd bij hem in zijn ambtswoning. Samen kregen zij een dochter, Mazarine, nu een bekende schrijfster. Om dit geheim te bewaken, zette Mitterrand illegaal de antiterreureenheid van het Élysée in. Dit resulteerde in het beruchte scandale des écoutes, waarbij journalisten en critici structureel werden afgeluisterd. Toen het tijdschrift Paris Match in 1994 de affaire openbaar maakte, was Mitterrands reactie: ‘Et, alors ?’,nou en ? Maar Mitterrand reeg als politicus maîtresses aan elkaar, ook tijdens zijn veertien jaren in het Élysée. Het leidde er tot een besmettelijke sfeer: ‘Onder Mitterrand was de sfeer in het Élysée onvoorstelbaar libertijns. Iedereen besprong elkaar’, citeert Garrigues politiek journaliste voor l'Express, Catherine Nay,  die geen grote fan was van de socialist, zoals blijkt uit haar boek ‘Souvenirs souvenirs’. Volgens de voormalige chauffeur en lijfwacht van Mitterrand was diens appetijt zo groot dat sommige avonden op een menu leken, met ‘een voorgerecht, een hoofdgerecht en een dessert’. En voor alle duidelijkheid had de man het niet over de culinaire appetijt van de president. Intieme vriendinnen die beroemd waren, zoals de zangers Dalida, waren niet welkom op het Élysée, te riskant. Mitterrand ging haar zelf opzoeken in haar huis in Montmartre.



 Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

Jacques Chirac

Ook president Jacques Chirac (1995 – 2007) was een bekende ‘womanizer’ die er een aparte studio op nahield. Journalistes, medewerksters, zelfs een enkele vrouwelijke minister vielen als een blok voor zijn ontegensprekelijke charme. “Hij zou zelfs een geit hebben kunnen verleiden”, zei fotografe Bettina Rheims, toen ze in 1995 zijn staatsieportret maakte. Zijn niets aan de verbeelding overlatende bijnaam ‘Monsieur 3 minutes, douche comprise’ kreeg hij trouwens van een van zijn maîtresses. Op een ervan werd hij tijdens zijn premierschap van 1974 tot 1976 zo smoor dat hij overwoog te scheiden van zijn vrouw Bernadette de Coursel. Het was handig dat het om een journaliste ging – zo kon ze hem vergezellen op buitenlandse reizen. Tijdens een staatsbezoek naar India werden de twee samen gefotografeerd, waarna de journaliste, Jacqueline Chabridon, in de pers per ongeluk werd genoemd als zijn echtgenote. Toen zijn medewerkers in 1976 vernamen dat het tijdschrift ‘Le Nouvel Observateur’ op het punt stond te onthullen dat Chirac een ‘garçonnière’ in Parijs had, slaagde zijn entourage erin de publicatie tegen te houden en werd besloten dat het tijd was een streep onder de affaire te trekken om politieke schade te vermijden. Chirac belde de journaliste op en zou daarbij gezegd hebben: “Men kan avonturen hebben, maar men moet altijd terugkeren naar de grot”.

Als president zette hij zijn veroveringen voort. Volgens zijn toenmalige chauffeur was Chirac niet te bereiken de avond in augustus 1997 waarop de Britse prinses Diana om het leven kwam in Parijs – hij verbleef bij de actrice Claudia Cardinale. Bernadette Chirac was op de hoogte van het gedrag van haar man, maar kon niet anders dan zijn gedrag dulden: “Ik ken niet al de maîtresses van mijn man. Maar wat me deugd doet, is dat ze allemaal even lelijk zijn geworden als ik vandaag, liet ze zich ooit ontvallen.”


J. Konrad Schmidt ©. Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen"

 

Nicolas Sarkozy

Sarkozy was de eerste president die uit de echt scheidde maar ook de eerste die vader werd in het Élysée – er is over Nicolas Sarkozy, president van 2007 tot 2012, weinig liederlijks bekend, of het zou moeten zijn dat hij het toch wel héél erg goed uit de media wist te houden….

Heel even was er wel wat gegniffel toen hij voor de camera’s zijn relatie met Carla Bruni bevestigde met de woorden: “Met Carla “C’est du sérieux!”. Wist hij veel dat de Fransen dankzij haar wat later te weten zouden komen dat hun president wellicht ‘iets’ heeft gehad met Rachida Dati. Die werd in 2002 zijn raadgever (hij was toen nog minister), ging als vriendin des huizes een paar keer mee op vakantie met haar ‘baas’ en diens vrouw Cécilia en werd in 2007 de woordvoerder van de latere president. Al snel na zijn verkiezing viel het op dat Rachida Dati almaar vaker Cécilia verving bij officiële gelegenheden. Toen het koppel scheidde, werd de link snel gelegd. Of het klopt, is moeilijk te zeggen, maar wat later deed het verhaal de ronde dat Carla Bruni bij haar eerste ontmoeting met Dati in het Elysée de presidentiële slaapkamer zou hebben getoond met de boodschap: “Daar had jij maar al te graag gelegen, niet?” Enkele maanden later werd Dati als minister van Justitie de laan uitgestuurd.



 Hôtel Noir, "an exclusive collection of your darkest fantasies" - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


François Hollande

François Hollande (2012–2017) werd altijd voorgesteld als een staatsman zonder charisma. Zijn liefdesleven had in ieder geval nooit geleid tot veel reuring. Hij had 30 jaar lang een relatie met Ségolène Royal, evenals hijzelf een kopstuk uit de Parti Socialiste. Met haar heeft hij vier kinderen. In 2007 liep hun relatie stuk, waarna Hollande troost vond bij journaliste Valérie Trierweiler. Maar dan is daar opeens Julie Gayet...

Op 9 januari 2014 breekt in Frankrijk ‘Gayetgate’ uit: paparazzi hebben François Hollande betrapt terwijl hij achter op een scooter het Élysée verlaat om croissants te brengen naar zijn nieuwe geliefde, de 18 jaar jongere actrice Julie Gayet. Zijn toenmalige vriendin Valérie Trierweiler, met wie hij samenwoont, verneemt alles via de media. Na een nachtelijke ruzie in het Élysée stort de ex-journaliste in en wordt ze in het ziekenhuis opgenomen. Wanneer de gewezen ‘first girlfriend’ later dat jaar een boek uitbrengt over haar periode in het Élysée – ‘Merci pour ce moment’, een heuse bestseller – is de imagoschade voor Hollande nauwelijks te overzien. Nooit eerder lag het ‘liefdesleven’ van een Franse president zo open en bloot op straat.


“Op een dag zette een stormachtige liefde mijn leven in vuur en vlam. Hij had vier kinderen. Ik had er drie. We besloten om samen te gaan wonen. Maar de politiek is een allesverslindende passie. François Hollande, die van ver kwam, werd tot president van de Republiek gekozen. Ik werd meegesleurd in zijn kielzog. Macht is een beproeving voor degene die haar uitoefent, maar ook voor zijn naasten. In het Élysée voelde ik me vaak niet op mijn plaats. Het kleine meisje opgegroeid in een Franse achterstandswijk als first lady: er klopte iets niet. Ik vernam de ontrouw van de president via de pers, net als iedereen. De foto’s gingen de hele wereld over terwijl ik in het ziekenhuis lag, onder kalmeringsmiddelen. En de man van wie ik hield, maakte het uit via een persbericht van achttien woorden dat hij zelf aan AFP (Agence France-Presse) had gedicteerd, alsof het een staatsaangelegenheid betrof. Alles wat ik in dit boek schrijf, is waar. Als journaliste voelde ik me in het Élysée soms alsof ik verslag deed. En ik heb te veel geleden onder leugens om er zelf ook een te vertellen”.

Valérie  Trierweiler.


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

Emmanuel Macron

En Emmanuel Macron? (2017–heden) “Die zou daar in deze #MeToo-tijden niet langer mee wegkomen. Er was een tijd dat de Fransen lachten met de bed strapatsen van hun presidenten. Die toegeeflijkheid tegenover hun presidenten-verleiders, rokkenjagers, zeg maar ‘roofdieren’, getuigde van de grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Vandaag is zoiets ondenkbaar”, aldus Jean Garrigues, die er wel fijntjes op wijst dat Macron niet aarzelt om zijn liefdesrelatie met zijn 25 jaar oudere gewezen lerares Brigitte te exploiteren tot een knap staaltje van ‘storytelling’.

Het enige wat we weten is dat Emmanuel Macron als zestienjarige tiener in 1993 een erotische roman met in de hoofdrol zijn lerares Brigitte schreef, (zijn latere vrouw). Dit is een hoogst opmerkelijke passage in 'Brigitte Macron, l'affranchie' (vrij vertaald: Brigitte Macron, de vrijgevochtene), de allereerste biografie over Frankrijks Première Dame die verscheen op 17 januari 2018.

Als middelbare scholier op een jezuïetencollege in zijn thuisstad Amiens kreeg Macron nooit les van de 25 jaar oudere Brigitte Trogneux. Hij zit wel in de klas met een van haar dochters. Brigitte regisseert de schooltoneelstukken en leert zo de innemende Macron kennen. Hij is vijftien en stapelverliefd op de lerares Frans. En ook Brigitte valt voor hem. Zij is onder de indruk van Macrons intelligentie, zal ze later verklaren. Het zou nog tot 2007 duren vooraleer zakenbankier Macron en Brigitte in het huwelijksbootje stappen.


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

In Franse politieke kringen was het lange tijd de unieke norm dat het privéleven van een president buiten de media bleef. Het Franse volk zag buitenechtelijke affaires traditioneel niet als een diskwalificatie voor het ambt. De publieke bekentenis van Nicolas Sarkozy (“Avec Carla, c’est du sérieux”) en de foto’s van François Hollande die op een moto naar de actrice Julie Gayet snorde, deden deze presidenten meer kwaad dan goed. De stabiele relatie tussen huidige president Emmanuel Macron en zijn vrouw Brigitte past in dat nieuwe normaal. 

In Le Figaro Magazine van begin dit jaar getuigde een butler met veertig dienstjaren op de teller met enige spijt dat de erotiek weg is uit het Élysée. “Het is de eerste keer dat we medewerkers zoveel zien werken. We vervelen ons stierlijk. Niemand bedrijft nog de liefde! Vroeger moest je twee of drie keer op de deuren kloppen voor je zeker was dat je niemand in een delicate houding stoorde”. Een andere anonieme medewerker formuleerde het zo: “Met dit presidentschap is alle libido van de macht in de redactie van technische nota’s gekropen”. 

Of de geruchten over de vermeende affaires van de Franse presidenten kloppen, lijkt even moeilijk te achterhalen als het berekenen van overspelcijfers in Frankrijk, waar buitenechtelijke relaties haast deel lijken uit te maken van de cultuur. Er blijken namelijk opvallend grote verschillen te zijn in de onderzoekscijfers naar overspel. 3 tot 25 procent van de Franse vrouwen en 11 tot 39 procent van de mannen zouden hun partner bedriegen.


The End -  
Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


Bronnen:

Jean Garrigues: ‘Une histoire érotique de l'Elysée - de la Pompadour aux paparazzi’.

Diverse internationale dagbladen.

Anton Noë, Nederlanders.Fr.

Konrad Schmidt; Hôtel Noir. 

Foto’s courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


vrijdag 18 september 2026

WAAR DE STEM VAN BARBARA NOG ALTIJD KLINKT

 

Het lijkt een prachtige herfstdag te worden wanneer ik om 15.30 uur uitstap bij het in januari 2022 geopende metrostation Barbara, dat een eerbetoon brengt aan de zangeres die begraven ligt op de Parijse begraafplaats van Bagneux, gelegen aan de overzijde van het station. De zon staat laag aan de helblauwe lucht en zorgt dat de bomen aan de avenue Marx-Dormoy kleuren als in een Indian Summer. De ‘Cimetière Parisien de Bagneux’ stond al heel lang op mijn to-do lijstje. Dit kerkhof wordt vaak de ‘Joodse begraafplaats’ genoemd omdat er veel secties voor Joden zijn gereserveerd. Je vind diverse monumenten voor joodse strijders die stierven voor Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog,  maar ook een hele reeks van collectieve graven van slachtoffers van de diverse ghetto’s in Poolse steden. Zij die berooid terugkwamen uit de vernietigingskampen en later geen geld meer hadden voor een waardige begrafenis.


 De hoofdingang naar de Parijse begraafplaats van Bagneux

De hoofdingang bevindt zich op de avenue Marx-Dormoy 45. Bij de informatie hangt een plattegrond met de 100 belangrijkste graven, te vinden in de diverse divisies. De persoonlijkheden uit de film en muziek die hier begraven liggen maken de begraafplaats tot een druk bezochte necropolis. Verschillende grafmonumenten bewaren een sterke herinnering aan de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Er liggen Franse, Belgische, Engelse maar ook Duitse soldaten begraven. Maar wat kenmerkend is voor dit kerkhof is het belang van de joodse stèles en monumenten die met name te vinden zijn op de divisies aan de linkerzijde van de hoofdingang, parallel aan de avenue de Montrouge. Elke laan op het kerkhof is beplant met één specifieke boomsoort wiens naam het draagt, zoals de avenue des Peupliers (populieren), avenue des Poiriers (perenbomen), avenue des Copalmes (Amerikaanse amberboom) en de avenue Micocoulliers (zwepenboom). In totaal staan er 5.900 bomen (totaal 49 verschillende soorten). Vele soorten vogels of rode eekhoorns bevolken deze plek.


Het Cimetière Parisien de Bagneux is groter dan Père Lachaise


Elke laan op het kerkhof is beplant met één specifieke boomsoort wiens naam het draagt


Ik ga op zoek naar het graf van Barbara, volgens de plattegrond gelegen in divisie 4 grenzend aan de avenue de Montrouge. Barbara, geboren in Parijs op 9 juni 1930, haar echte naam was Monique Serf, is waarschijnlijk een van de grootste namen van het Franse lied, samen met Brel, Brassens, Piaf en Ferré. Afkomstig uit een joods gezin geteisterd door de Tweede Wereldoorlog, zij was toen nog een tiener. In een boek door haar geschreven, een jaar voor haar dood en dat uitkwam in 1998 onthult ze onder meer dat ze seksueel misbruikt is door haar vader die vervolgens haar familie heeft verlaten. Na de oorlog hoorde een buurvrouw die muzieklerares was, haar zingen en zette zich vervolgens in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kon ontwikkelen. Ze kreeg zang- en pianolessen en schreef zich in bij de École supérieure de musique. Verder zong ze bij ‘La Fontaine des Quatre Saisons’, een populair cabaret in Parijs. Door haar lengte, zwarte kleren, gitzwarte haren en bleek gezicht had ze een spookachtige verschijning die de melancholie van de teleurgestelde liefde weergaf.


Het graf van Monique Serf alias Barbara in de joodse divisie




In Parijs ontmoette ze Jacques Brel en raakte met hem bevriend. Ze vertolkte verschillende liedjes van hem. Later werd ze voorgesteld aan Georges Brassens. Ze gaf verschillende optredens in kleine zaaltjes en er ontwikkelde zich een trouw publiek, met name vanuit de studenten van het quartier Latin in Parijs, maar pas in 1961 werd ze beroemd door optredens in de muziektempel van ‘Bobino’ bij Montparnasse. Ze ging verder in kleine zaaltjes en twee jaar later in het ‘Théâtre des Capucines’. Ze wist de aandacht te trekken van het publiek en die ook vast te houden met een nieuw repertoire. Vanaf dat moment was haar naam gevestigd en in 1964 tekende ze een contract met de platenmaatschappij Philips Records. Bekende door haar uitgevoerde nummers zijn: L'aigle noir, Nantes, La solitude en Dis, quand reviendras-tu?

Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997.  Ongeveer 2.000 mensen waren aanwezig bij haar begrafenis waaronder persoonlijkheden zoals Gérard Depardieu, Yves Duteil, Jean-Claude Brialy, Enrico Macias, Annie Giardot, Fanny Ardant, en Carla Bruni. Gérard Depardieu declameerde enkele verzen uit Verlaines ‘Chanson d’automne’. 

Chanson d'automne 

Les sanglots longs

Des violons

De l’automne

Blessent mon cœur

D’une langueur

Monotone.

Tout suffocant

Et blême, quand

Sonne l'heure,

Je me souviens

Des jours anciens

Et je pleure

Et je m'en vais

Au vent mauvais

Qui m'emporte

Deçà, delà,

Pareil à la

Feuille morte



 

Herfstlied 

Het lange snikken

van de violen

van de herfst

verwonden mijn hart

In lome

monotonie.

Benauwd

en doodsbleek, als

de klokken luiden

herinner Ik me

dagen van weleer

En ik ween

en ik ga weg

waar kwade wind

me heenvoert

Van hier naar daar

net zoals

een dood blad

 

(Vertaling van Julien Georges Grandgagnage) 

 

Op de graven staan berichten die herinneren aan persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele concentratiekampen


Versteend verdriet

Ik vervolg mijn wandeling over het joodse gedeelte van de begraafplaats langs stèles die namen dragen van verre steden uit Polen of elders in Oost Europa zoals Warschau, Lodz, Stopnica, Sosnowiec. Sommige stèles zijn stoffig, gebroken of versleten door de tijd, de letters in het Hebreeuws of Latijns nog nauwelijks leesbaar. Op de graven staan berichten die herinneren aan persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele concentratiekampen. De medaillons van foto’s van overledenen verwijzen naar een wereld die weggevaagd is door het leed in de vele kampen. Ze zijn allemaal verschillend, grijs, zwart, sierlijk, versierd of kaal, voorzien van een davidster of juist niet, maar ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand tegen elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet.




Tegenover de derde divisie, voor de avenue de Montrouge, staat een stèle gewijd aan de slachtoffers van de Shoah die geen graf hebben en een stukje verder een monument voor alle joodse strijders die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Frankrijk zijn gesneuveld. Bij dit monument vinden jaarlijks herdenkingsplechtigheden plaats.

 

Stèles; ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand tegen elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet


Een man stapt uit een auto en heeft een keppeltje op Wandelend naar een graf haalt hij een soort van gebedenboekje uit zijn jas en bid hardop, dan weer fluisterend, dan weer mompelend. Een vriendelijke mevrouw die het tafereel ook aanziet vertelt mij dat de man de Kadish leest, het gebed voor de doden.  

“Que ton Grand Nom soit glorifié et sanctifié dans le monde qu’il a créé selon sa volonté, et puisse-t-il établir son règne, faire fleurir son salut, et hâter le temps de ton Messie, de votre vivant et de vos jours et des jours de toute la maison d’Israël, dès que possible et dites: Amen” 

“Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil. Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen en in het leven van het gehele huis van Israël, weldra en spoedig. Zegt nu: Amen”



 

Als hij weer vertrekt pakt hij een klein steentje van de grond en legt het op het graf als teken van zijn aanwezigheid. Het is een gebruik uit de woestijn. Nomaden accentueren hun graven met een hoopje stenen. In Bijbelse tijden werden geen grafstenen gebruikt; graven werden gemarkeerd met hopen stenen, dus door deze te plaatsen (of te vervangen), verzekerde men het voortbestaan van de begraafplaats. Briefjes tussen de stenen bevatten vaak vrome wensen.

 


Lang dwaal ik nog wat doelloos langs de vele graven, Bij het verlaten van dit indrukwekkende kerkhof moet ik denken aan een tweetal spreuken die ik tegenkwam tijdens mijn zoektochten langs de verschillende necropoli:

In de catacombes: "Houd er elke morgen rekening mee dat u misschien de avond niet haalt en houd er elke avond rekening mee dat u misschien de morgen niet haalt". 

Montfort l’Amaury daar waar Charles Aznavour begraven ligt:

"U die hier voorbij gaat - Bid tot God voor de overledenen. Wat u bent, zijn zij geweest".





woensdag 9 september 2026

PARIJS DOOR HAUSSMANN, DE GEBOORTE VAN EEN MODERNE METROPOOL


Parijs is een van de meest beloopbare steden ter wereld, waardoor rondslenteren de ideale manier is om het leven in de Franse hoofdstad te ervaren. Tijdens een wandeling door de straten kom je allerlei opvallende bezienswaardigheden tegen, zoals de wereldberoemde metro-ingangen, unieke  winkelgevels maar, torenhoog boven alles uit, de historische Haussmann-appartementencomplexen. Deze gebouwen, ontworpen door baron Georges Eugène Haussmann om het 19e-eeuwse Parijs te moderniseren, zijn sindsdien een symbool geworden van de traditionele charme van de Franse hoofdstad. De Haussmann-architectuur vormt de visuele ziel van Parijs. Met meer dan 40.000 gebouwde huizen in de periode 1853 en 1870 vertegenwoordigen deze gebouwen nu ongeveer 60% van de gebouwen in de hoofdstad!

 

Maquette van een Haussmann gebouw in het Cité de l’Architecture Paris (l) versus werkelijke bouw


De renovatie van Parijs door Haussmann was een omvangrijk openbaar bouwprogramma in opdracht van de Franse keizer Napoleon III, dat tussen 1853 en 1870 werd uitgevoerd onder leiding van zijn prefect van de Seine, Georges-Eugène Haussmann. Hoewel Haussmann geen architect van beroep was, was het wel een ambtenaar met visie. Het primaire doel was om te ‘ventileren, verenigen en verfraaien’. 


Ontsnapt aan de bouwwoede van Haussmann de rue des Ursins, Ȋle de la Cite’


Vóór de 19e eeuw bestond ‘Oud Parijs’ uit donkere, middeleeuwse steegjes en kronkelende straatjes, een dichtbevolkt, door ziekte geteisterd doolhof. Broeinesten van cholera en sociale onrust.

In 1845 schreef de Franse sociale hervormer Victor Considerant: "Parijs is een immense werkplaats van verrotting, waar ellende, pest en ziekte samenwerken, waar zonlicht en lucht zelden doordringen. Parijs is een vreselijke plek waar planten verdorren en vergaan, en waar van zeven kleine kinderen er vier in de loop van het jaar sterven".

De verkeerscirculatie was een ander groot probleem. De breedste straten in de oude wijken waren slechts 5 meter breed; de smalste waren één of twee meter breed. Wagens, koetsen en karren konden zich nauwelijks door de straten bewegen. Het centrum van de stad was ook een broeinest van onvrede en revolutie; tussen 1830 en 1848 braken er zeven gewapende opstanden en revoltes uit in het centrum van Parijs, met name langs de Faubourg Saint-Antoine , rond het Hôtel de Ville en rond de Montagne Sainte-Geneviève op de linkeroever. Door de aanleg van brede straten en statige boulevards – zoals Boulevard Sébastopol en Rue La Fayette – verbeterde Haussmann de sanitaire voorzieningen, bracht hij daglicht in het centrum van de stad en maakte hij het voor het leger gemakkelijker om zich te verplaatsen. Het was een complete transformatie van Parijs tot een moderne metropool met een netwerk van brede, open straten en met bomen omzoomde lanen.





De Haussmann-gevels als een strikt gecomponeerde partituur

Om zijn boulevards te verfraaien, ontwierp en ontwikkelde Haussmann een nieuw soort woonruimte. In tegenstelling tot de smalle, onsamenhangende appartementen van het middeleeuwse Parijs, zouden zijn moderne appartementencomplexen uniforme gevels hebben, uitmondend in samenhangende blokken die Napoleon III's idee van een ‘verenigd’ Parijs verder benadrukten. Zo verordonneerde Haussmann dat de gevels aan strikte richtlijnen moesten voldoen. Alle appartementen werden gebouwd van crèmekleurige steen, waarbij de lokaal gewonnen Lutetische kalksteen het meest voorkomt. Hoewel de hoogte varieert van 12 tot 20 meter, is elk gebouw in verhouding tot de boulevard en telt het niet meer dan zes verdiepingen. Ze hebben ook steil aflopende, vierzijdige zinken mansardedaken met een hoek van 45°. Ten slotte zijn de gevels van de appartementen stilistisch gelijk, volgens een algemeen plattegrond per verdieping. Elke Parijse architect uit die tijd moest zich aan dit nauwkeurig opgestelde ontwerp vol specifieke esthetische en structurele normen houden. Wel kregen architecten de vrijheid om gevels te personaliseren.



 

Hoewel de exacte ontwerpen variëren, volgen de meeste Haussmann-gebouwen een standaardindeling:

De begane grond heeft de hoogste plafonds en dikke muren, waardoor er ruimte is voor winkels, kantoren en andere bedrijven.

De eerste verdieping , ook wel de ‘mezzanine’ genoemd, heeft lage plafonds en wordt doorgaans door bedrijven gebruikt als opslagruimte.

De tweede verdieping , ofwel de ‘nobele verdieping’, is van oudsher het meest gewilde appartement in een gebouw, omdat de trap ernaartoe het kortst is. Waarom Nobel? Omdat er in die tijd nog geen openbare lift bestond. De tweede verdieping heeft een lang, doorlopend balkon en prachtig vormgegeven raamkozijnen.

De derde  (en soms  de vierde en vijfde) verdieping heeft kleinere balkons en minder uitbundige ramen.

Om het gebouw in evenwicht te brengen, beschikt de bovenste verdieping ook over een groot, doorlopend balkon. Omdat deze verdieping echter niet als ‘nobel’ wordt beschouwd, is het balkon niet rijkelijk versierd en zijn de ramen identiek aan die op de derde en vierde verdieping.

Het gebouw wordt vervolgens bekroond met een mansardedak, waarin kleine zolderkamers (traditioneel gebruikt als personeelsvertrekken) en dakkapellen zijn ondergebracht.’



 De zogenaamde 'Mansarde' daken



Andere details:

Smeedijzeren balkons, met subtiele versieringen.

Ramen; hoog en symmetrisch, vaak omlijst door ornamenten zoals kroonlijsten of smeedijzeren balustrades.

Ronde ramen zogenaamde ‘oeil-de-bœuf‘ Ingebouwd in leien of zinken daken,.

Binnenplaatsen zorgen ervoor dat de kamers aan de achterzijde geventileerd en verlicht worden.



 Smeedijzeren balkons, met subtiele versieringen

Hoewel de buitenkant volledig in het teken staat van steen en symmetrie, is het interieur van een Haussmann-appartement legendarisch vanwege zijn ‘trio’ aan kenmerken:

Visgraatparket: Eikenhouten vloeren gelegd in een elegant chevronpatroon.

Sierlijsten: Uitgebreid stucwerk op de hoge plafonds en muren.

De marmeren open haard: Meestal bekroond met een grote ‘Trumeau’-spiegel om het licht naar het midden van de kamer te weerkaatsen.


Let op de verschillen

Het balkon was nooit zomaar een plek om tegenaan te leunen. Het verbond de gevel, verzachtte de verschillen tussen de appartementen en maakte aan elke voorbijganger de status van het hele gebouw duidelijk, veel meer dan alleen die van de rijke bewoner. De balustrades, gemaakt van smeedijzer of gietijzer zijn het meest sprekende onderdeel van elke gevel. Smeedijzer (fer forgé); gehamerd terwijl het heet is, geeft soepele rondingen, fijne lijnen en af en toe een asymmetrie. Gietijzer (fonte), gegoten in mallen, maakt zwaardere motieven mogelijk die identiek worden herhaald en massaal konden worden geproduceerd. Architecten en ontwerpers in dienst van de stad Parijs (zoals Gabriel Davioud, die veel stadsmeubilair ontwierp) tekenden basis-sjablonen. Gieterijen brachten dikke patronenboeken uit waaruit aannemers en particuliere bouwers konden kiezen.

 

Balkons werden in die tijd massaal geproduceerd door grote ijzergieterijen (fonderies) buiten en rondom Parijs.  De belangrijkste spelers in die tijd waren, Fonderies de Pont-à-Mousson. Een van de grootste en bekendste industriële gieterijen van Frankrijk, die een gigantisch aandeel had in het straatmeubilair en de ijzerwerken van de Franse hoofdstad. Verder Fonderies de Bayard en Val d'Osne. Deze ijzergieterijen in de regio Haute-Marne stonden wereldwijd bekend om hun hoogwaardige kunstgietwerk (fonte d'art). Zij leverden de meest gedetailleerde ornamenten, standbeelden, fonteinen en dus ook de luxere balkonpatronen voor de Parijse boulevards. 

Het meest voorkomende motief is de ‘rinceau’, een kronkelende, bladerrijke stengel die zich in spiralen ontvouwt. Palmetten, rozetten en geometrische vlechtwerken completeren het vocabulaire. Onder het Tweede Keizerrijk blijft de ornamentiek dicht en symmetrisch, tegen het einde van de eeuw worden de lijnen losser en kondigen ze de vloeiende rondingen van de Art Nouveau aan.



 

Kijk ook eens naar de manier waarop de balustrade aansluit op de stenen. Op de statige verdiepingen steekt het ijzerwerk vaak boven een gebeeldhouwde console uit, terwijl het op de meer bescheiden verdiepingen vlak tegen een eenvoudige vensterbank is vastgeschroefd. Deze kleine verbindingen, die je vanaf de overkant van de straat gemakkelijk over het hoofd ziet, belonen de bezoeker die even stilstaat en de gevel van dichtbij bekijkt. Dus kijk omhoog en een verborgen ‘grammatica’ verschijnt. Rond 1880 en 1890, onder de Derde Republiek, stond de zogenaamde post-Haussmannstijl meer toe; ondiepe erkers, kariatiden, gebeeldhouwde guirlandes en drukker ijzerwerk. De bouwwet van 1902 versoepelde de toegestane profielen en stond deze meer uitbundige reliëfs toe. 


Over het algemeen geldt: hoe drukker en onrustiger een gevel eruitziet, hoe later deze doorgaans is gebouwd

 

Kariatiden en atkantiden

Om te zorgen dat de straten niet eentonig werden, kregen architecten de vrijheid om de gevels te personaliseren met rijke ornamenten. Kariatiden en hun mannelijke tegenhangers (atlantiden) waren de ultieme manier om een gebouw een uniek en luxueus karakter te geven binnen de strakke regels. 





De architectuur onder het Tweede Franse Keizerrijk (de Second Empire-stijl) werd gedomineerd door het historisme (het teruggrijpen naar bloeiperiodes uit het verleden). Men raakte gefascineerd door de Griekse en Romeinse oudheid en de Franse renaissance. Omdat kariatiden hun oorsprong vinden in de klassieke Griekse tempelbouw, gaf het gebruik van deze beelden de Parijse burgerpanden direct een koninklijke, haast goddelijke status.

 


Mascarons, dit stille volk dat ons bespioneert

De gebeeldhouwde koppen of gezichten die je boven de toegangspoorten en ramen van veel Haussmann-gebouwen in Parijs ziet, worden mascarons genoemd. Dit architectonische fenomeen heeft een rijke geschiedenis en diende oorspronkelijk een heel specifiek doel. Oorspronkelijk, ver voor de tijd van baron Haussmann, hadden deze gezichten een onheil afwerende functie: ze waren bedoeld om het kwaad af te wenden. Men geloofde dat een angstaanjagend, lelijk of grimmig gezicht boven de ingang boze geesten, demonen en ongeluk buiten de deur zou houden. Het werkte als een soort spirituele waakhond voor de bewoners



 

Hoewel het bijgeloof in de 19e eeuw (toen Parijs onder Haussmann grootschalig werd verbouwd) grotendeels was verdwenen, bleef de traditie bestaan als decoratie. De architectuur greep sterk terug naar klassieke stijlen zoals de renaissance en de barok, ook wel neo-barok genoemd. Een mascaron boven de monumentale toegangspoort gaf een gebouw een luxueuze, elegante en standingvolle uitstraling. Het was een manier voor de burgerij om rijkdom te tonen. De hoofden zijn bijna altijd geplaatst op de sluitsteen (de centrale, wigvormige steen bovenaan een boog) van de poort of het raam. Omdat deze steen constructief gezien de belangrijkste steen is die de hele boog op zijn plek houdt, was het historisch gezien dé plek om extra te versieren.





Wat stellen de koppen voor?

Als je goed naar de gezichten kijkt, zie je dat ze heel divers zijn: Griekse en Romeinse goden; zoals Bacchus (god van de wijn), Neptunus (god van de zee) of Medusa (met haar slangenhaar, hét ultieme symbool om het kwaad te verstenen). Verder mythologische wezens, zoals satyrs (bosgoden) of faunen (mythische bos- en veldwezens) met lachende of groteske gezichten. Allegorieën; gezichten die de vier seizoenen, de kunsten of bepaalde deugden symboliseren. Sommige eigenaren lieten echter een gezicht versieren met lauwerkransen om hun belangrijkheid te benadrukken. Anderen wilden een geïdealiseerd portret van de persoon die ze wilden eren.



Nog een laatste aanwijzing: het monogram, de naam van de architect, of de datum in een cartouche boven of naast de koetsingang gegraveerd.

 

Iconische locaties vol met Haussmann architectuur:

Avenue de l'Opéra en Boulevard Haussmann (9e arrondissement). Hier staat de kenmerkende eenheid centraal, met als absoluut hoogtepunt het wereldberoemde Palais Garnier, en de historische warenhuizen zoals Galeries Lafayette Haussmann en Printemps met hun adembenemende binnenkoepels.

Boulevard Saint-Germain (6e en 7e arrondissement). Een prachtig langgerekt voorbeeld op de Linkeroever waar de gevels een ongeëvenaarde strakke en ritmische symmetrie vertonen.

Plaine Monceau (8e en 17e arrondissement). Een chique woonwijk met een enorme dichtheid aan weelderige, gedecoreerde panden en herenhuizen uit de latere Haussmann-periode.

Avenue Kléber en de wijk rond Trocadéro (16e arrondissement). Brede straten die een prachtig zicht bieden op open plekken en rijkelijk versierde balkons.

 





Zijn werk was ook controversieel – er werden vele grote misstanden begaan. Tijdens de grootschalige renovaties werden honderdduizenden inwoners uit het centrum verdreven en moesten verhuizen naar de goedkopere noordelijke en oostelijke buitenwijken (faubourgs) aan de rand van de stad. Gebieden zoals Belleville, Ménilmontant en La Villette werden door de stad geannexeerd en vervolgens opgevuld met de verdreven bevolking. De nieuwe appartementen langs de brede boulevards waren uitsluitend bestemd voor de rijke bourgeoisie en de gegoede middenklasse. Een deel van de bevolking kon de stijgende huren van de nieuwe woningen helemaal niet betalen en week uit naar industriële voorsteden net buiten de stadsgrenzen.

De beroemde dichter Charles Baudelaire schreef hierover: "het uiterlijk van een stad verandert sneller dan het hart van een sterveling", wat symbool stond voor de melancholie en het gevoel van ontheemding onder de Parijzenaars.

Haussmann werd uiteindelijk in 1870 door Napoleon III ontslagen. De renovatie zorgde ervoor dat Parijs schitterde tijdens de Belle Époque (1871-1914 ). De werkzaamheden aan zijn projecten gingen door tot 1927. Het stratenplan en het kenmerkende uiterlijk van het huidige centrum van Parijs zijn grotendeels het resultaat van Haussmanns renovatie.