Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

zondag 12 juli 2026

200 JAAR CANAL SAINT-MARTIN


Hoe een waterweg het hart van Parijs veroverde 

De hitte bracht mij naar het Canal Saint-Martin, waarvan de oevers zeker minder indrukwekkend zijn dan die van de Seine, maar vaak genoeg heel liefelijk. Daar vinden we een vertraagd Parijs, dat de tijd neemt om een ander facet van zijn complexe, haast  tegenstrijdige, werkelijkheid te laten zien. Met zijn negen sluizen straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit. De schaduwrijke oevers zijn ideaal voor een romantisch intermezzo, weg van alle drukte. Neem hier rustig de tijd, een kop heerlijke espresso op een terras, een siësta op square Villemin, toekijken hoe een brug wordt geopend, de sluis volloopt.....

Heradem! Dit is Parijs!



Met zijn negen sluizen straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit
 

Het Canal Saint-Martin werd in 1825 ingewijd – zo’n 200 jaar geleden. Was het project al sinds de 16e eeuw in de planning, pas onder Napoleon Bonaparte werd een netwerk van kanalen aangelegd om de Parijzenaars van schoon drinkwater te voorzien. Aan het begin van de 19e eeuw kampte Parijs met een groot probleem: de inwoners dronken water van twijfelachtige kwaliteit, afkomstig uit de zwaar vervuilde Seine en Bièvre. Het gevolg? Dysenterie, cholera en andere onaangename ziekten tierden welig. Om een ramp voor de volksgezondheid te voorkomen, besloot Napoleon Bonaparte in 1802, destijds Eerste Consul, een oud project nieuw leven in te blazen: het water van het Canal de Ourcq, meer dan 100 km ten noordoosten van Parijs, naar Parijs te leiden. Het plan werd officieel bekrachtigd met een wet van 19 mei 1802. Maar door de Napoleontische oorlogen en een gebrek aan financiële middelen sleepte het werk zich voort… totdat Lodewijk XVIII het project nieuw leven inblies. De eerste steen werd gelegd op 3 mei 1822 en drie jaar later, op 4 november 1825, opende Karel X het Canal Saint-Martin. Parijs had eindelijk zijn eigen drinkwaterleiding!



 

Het 4,5 kilometer lange Canal Saint-Martin, waarvan 2 kilometer ondergronds, verbindt het Basin de la Villette met de bovenloop van de Seine en heeft een hoogteverschil van vijfentwintig meter, dat overbrugt wordt door middel van negen sluizen. De voetbruggen werden gebouwd tussen 1860 en 1890. Tegenwoordig kan het Saint-Martinkanaal worden overgestoken via twee draaibruggen, twee vaste bruggen en zes voetgangersbruggen. De eerste concessie van het Canal Saint-Martin was toevertrouwd aan een particulier bedrijf. Pas in 1861 kocht de stad Parijs de concessie voor het kanaal terug en werd daarmee de enige eigenaar van het kanaal en de bijbehorende infrastructuur: bruggen, sluizen en voetbruggen. De stad vertrouwde vervolgens het beheer toe aan de gemeentelijke kanaaldienst.




De unieke sfeer, de mysterieuze ondergrondse gewelven, de poëzie die uitgaat van deze waterweg, onderbroken door romantische voetbruggen en omzoomd met meer dan honderd jaar oude kastanje- en plataanbomen, maken het Canal Saint-Martin tot een hoogtepunt van het toerisme in Parijs. Het vormt een unieke en belangrijke erfgoedlocatie in de buurt.


Ongeveer ter hoogte van de rue Dieu en vlakbij metrostation Jacques Bonsergent gaat het Canal Saint-Martin ondergronds


Het water verdwijnt onder de Boulevard Richard Lenoir en komt pas weer in de open lucht bij de Port de l'Arsenal / Place de la Bastille (zie onderstaande foto)





Hier bereikt het Canal Saint-Martin de bovenloop van de Seine


In de jaren zestig, tijdens de opkomst van de auto, dreigde het kanaal bijna een einde te vinden dat niet zou misstaan in een naargeestige film: het zou worden drooggelegd en geasfalteerd om plaats te maken voor een snelweg met 6 of 8 rijstroken die de Porte d'Aubervilliers met de Porte d'Italie zou verbinden! Een droom van de toenmalige Franse president Georges Pompidou die via het snelwegenplan voor Parijs bedacht om de verkeersdrukte te verlichten en de stad te moderniseren... ten koste van 2650 onteigeningen, destijds voor een bedrag van ongeveer 980 miljoen frank.

Gelukkig liep deze nachtmerrie tegen de muur van gezond verstand. Geconfronteerd met massale protesten van de lokale bevolking, werd het project in 1971 door de gemeenteraad van Parijs stopgezet.


Als het water verdwijnt... 

Toch wordt het kanaal elke 10 tot 15 jaar drooggelegd voor een grote schoonmaakbeurt. De laatste keer in 2016. Het water wordt verwijderd (tot wel 90.000 m³), de vissen worden zorgvuldig gevangen en vervolgens worden schatten naar boven gehaald... of liever gezegd, vreemde stedelijke schatten die getuigen van kleine daden van burgerlijke lafheid. Zo werden al bijna 100 Vélibs bovengehaald, de stadsfietsen van Parijs. De politie kwam ook ter plaatse toen een vuurwapen werd gevonden. Of wat dacht u van gouden munten of een antiek fototoestel? Het doet sommigen wegdromen over de verhalen erachter. 300 ton afval werd naar boven gehaald. Bij eerdere schoonmaakpogingen zijn al ongebruikelijke objecten gevonden, zoals in 2001: twee 75 mm granaten uit de Eerste Wereldoorlog, Bij een eerdere schoonmaakactie werden zelfs 56 auto's aangetroffen. Deze schoonmaakwerkzaamheden bieden ook de mogelijkheid om de vispopulatie in het kanaal in kaart te brengen: nadat het water grotendeels is afgevoerd, blijven er enkele vissen achter die vervolgens worden gevangen en gewogen.



Vreemde stedelijke schatten die getuigen van kleine daden van burgerlijke lafheid
 

De voetgangersbruggen over het kanaal herwinnen geleidelijk aan hun oude glorie 

Wie langs het Canal Saint-Martin wandelt, heeft het ongetwijfeld gemerkt: de voetbruggen worden gerenoveerd. Het project omvat het opnieuw schilderen, het vervangen van beschadigde stenen en het verbeteren van de verlichting om deze architectonische elementen beter tot hun recht te laten komen. De totale kosten van de werkzaamheden bedragen € 5,5 miljoen. De Passerelle Jane-Birkin (Le Pont des Douanes) is als eerste gerenoveerd, gevolgd door de Bichat- en Grange-aux-Belles-voetbruggen.

 


De voetgangersbruggen worden dagelijks door duizenden mensen gebruikt en zijn geliefd bij zowel Parijzenaars als toeristen. Daarom verdienden ze het om gerestaureerd te worden. De werkzaamheden, die tot doel hebben ze in hun oorspronkelijke staat te herstellen, hebben verschillende doelstellingen. Allereerst het waarborgen van de stabiliteit van de constructie en het versterken ervan: hoewel het oversteken van de voetbruggen niet gevaarlijk was, bleek het toch noodzakelijk om de funderingen te versterken door middel van injecties. Verder het behoud en restauratie van de bestaande structuren: ondanks hun hoge leeftijd hebben de voetbruggen de tand des tijds opmerkelijk goed doorstaan. Veel elementen hoefden niet te worden vervangen, maar alleen gerestaureerd. Dit geldt voor de gietijzeren constructies, het metselwerk en de stenen bekleding, en de smeedijzeren leuningen. Ten laatste het herstellen van de oorspronkelijke kleur van de voetbruggen. Na historisch en colorimetrisch onderzoek zullen de voetbruggen lichtgrijs geschilderd worden, zoals in de 19e eeuw het geval was. De structuren worden uitgelicht: het moet weer stralen! De twee ‘kandelaars’ aan weerszijden van de voetbruggen worden teruggeplaatst op hun oorspronkelijke plek en de onderkant van de bogen wordt verlicht.



 

Een van de prioriteiten van de geplande renovaties is het vervangen van de stenen treden van de voetbruggen, die door de tijd en het veelvuldige gebruik zijn versleten. Voor deze restauratie zullen de stenen afkomstig zijn uit dezelfde steengroeve als de oorspronkelijke stenen: gelegen in Seine-et-Marne bij Souppes-sur-Loing. Deze kalksteensoort wordt zeer gewaardeerd vanwege zijn waterbestendigheid. Daarom is deze steensoort ook gebruikt voor de bouw van verschillende monumenten zoals de Sacré-Coeur-basiliek, de Pont Alexandre III en de Arc de Triomphe.

 

Een nieuwe naam voor alle bruggen 

Ze zijn in Parijs geboren, hebben er gewoond of hebben de hoofdstad in hun films laten zien. Negen grote toneel- en filmactrices hebben een voetbrug over het Canal Saint-Martin naar zich vernoemd gekregen, dit ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de stad in 2024. 

Wandel je vanuit Place la Bastille richting het Basin de la Villette kom je de volgende bruggen tegen:

Passerelle Jane-Birkin ( 1946-2023) voorheen de passerelle des Douanes

Passerelle Maria Schneider (1952-2011) voorheen de passerelle Alibert

Pont Bernadette-Lafont (1938-2013) voorheen pont de la rue Dieu

Passerelle Emmanuelle Riva (1927-2017) voorheen de Passerelle Richerand

Pont tournant Hélène Duc (1917-2014) voorheen de pont tournant de la Grange-aux-Belles

Passerelle Arletty voorheen de passerelle de la Grange-aux-Belles

Passerelle Michèle-Morgan (1920-2017) voorheen de passerelle Bichat

Pont Maria Casarès (1922-1996) voorheen de pont Eugène-Varlin

Pont Maria Pacôme (1923-2018 voorheen de pont de la rue Louis-Blanc



Passerelle Michèle-Morgan voorheen de passerelle Bichat
 

Nog altijd het mooiste decor van Parijs 

Vandaag de dag is het Canal Saint-Martin een van de mooiste en gezelligste plekjes van de stad. De Parijzenaars hebben hun kanaal met de negen sluizen, de met bomen beplante oevers, de pleintjes, de sierlijke metalen bruggen, kortom een van de meest romantische plekken van de stad weer herontdekt. Op een zonnige dag picknicken honderden hippe jongeren aan de waterkant en zijn de omliggende cafés en restaurants afgeladen vol.




De mooiste plekjes zijn te vinden ter hoogte van de rue du Faubourg-du-Temple, waar je tussen de meer dan honderd jaar oude bomen een prachtige doorkijk hebt naar de verschillende sluizen en bruggen. Je kunt jouw wandeling vervolgen in noordelijke richting via de twee kades langs het kanaal; de quai de Jemmapes (oostzijde) of de quai de Valmy (westzijde). Op nummer 80 van de quai de Jemappes hebben een aantal sociale ondernemers een paar oude stallen en een steeg omgebouwd in 'Comptoir Général', een mini  'marché aux puces' met tweedehands kleding, boeken en een hippe bar annex Frans-Afrikaans restaurant. Op nummer 102 het befaamde Hôtel du Nord, nu een restaurant dat zeven dagen in de week geopend is. Aan de overzijde ter hoogte van de draaibrug op de kruising van de rue de la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy. Hier domineren de kleurige gevels van caféterrassen, antiekwinkeltjes, boetieks en kunstgaleries. Bij Art'Azart op nummer 83, de meest trendy boekhandel van Parijs, gespecialiseerd in kunst, design en grafische vormgeving. De eigenaars zijn liefhebbers van klassieke fotografie. In 1999 wekten ze opnieuw belangstelling voor de lomo-fotocamera; de Holga een goedkoop plastic toestelletje maar sinds die tijd een rage in vele wereldsteden. 



 

De sluis met de twee sluishuisjes wordt ook wel de 'sluis van de dood' genoemd. Wat niet slaat op het scheepsverkeer, maar lang geleden was de rue de la Grange-aux-Belles een stoffig pad dat langs velden heuvel op liep. Waar nu nummer 53 zit voerde een pad naar de top van een kleine heuvel; de Montfaucon.  Hier werd in 1325, op bevel van de koning, een enorme galg gebouwd. Het ging om een bouwwerk van meerdere verdiepingen dat alleen bestond uit stenen pijlers en houten dwarsbalken waaraan de veroordeelden werden opgehangen. Victor Hugo beschreef het in de slotscène van zijn boek de 'klokkenluider van de Notre Dame'.



Ter hoogte van de rue de la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy, hier domineren de kleurige gevels 

Bronnen: Wikipedia, Hôtel de Ville Paris, eigen onderzoek 



zaterdag 4 juli 2026

LA CAVERNE DU PONT NEUF

 

Het project zal u verrassen. Het zal slechts kortstondig zichtbaar zijn. 

Het enige spoor dat het achterlaat, zal voortleven in onze herinnering”.

JR


Afgelopen maand juni stond Parijs weer in het middelpunt van de belangstelling, en mocht je het gemist hebben dan is deze blog speciaal voor jou! Meer dan een jaar werkte de kunstenaar JR, in samenwerking met de Christo en Jeanne-Claude Stichting en L'Amicale des Ponts de Paris, met de steun van de stad Parijs aan de planning en realisatie van ‘La Caverne du Pont Neuf’.  Maar eerst even wat voorgeschiedenis.


La Caverne du Pont Neuf - Courtesy Atelier JR © Atelier JR

 

In de jaren ’80 schudden Christo en Jeanne-Claude de kunstwereld op met hun monumentale installaties. Zij verpakten beroemde gebouwen, zoals de Reichstag in Berlijn tot de Arc de Triomphe in Parijs (postuum voltooid in 2021). ‘The Pont Neuf Wrapped‘ was in 1985 hun eerste grote project. Het project ‘Pont Neuf Wrapped’ werd voor het eerst voorgesteld door de kunstenaars in 1975. Het duurde tien jaar van technische planning en onderhandelingen met de autoriteiten voordat het uiteindelijk van 22 september tot 5 oktober 1985 werkelijkheid werd. Gedurende deze periode werd de iconische brug omwikkeld met 41.800 m² stof, vastgezet met 13 km aan touwen en 12 ton staalkabels, dankzij de hulp van 12 ingenieurs en 300 gespecialiseerde arbeiders.


Foto: ‘Pont Neuf Wrapped’ (Project voor Parijs), Collage 1984, Privécollectie. Archief © 1984 Christo en Jeanne-Claude Stichting


“Ik wilde het transformeren, er een architectonisch object van maken, een bron van inspiratie voor kunstenaars, gewoon een kunstobject”, zodat het voor het eerst een sculptuur zou worden, maar dan een efemere”, legde Christo uit tijdens de creatie van de ‘Pont Neuf Wrapped’. 

In die twee weken bezochten drie miljoen mensen de Pont Neuf wrapped en veertig jaar later transformeert de Franse kunstenaar JR de Pont Neuf opnieuw.


Foto: ‘Pont Neuf Wrapped’ (Project voor Parijs), Collage 1984, Privécollectie. Archief © 1984 Christo en Jeanne-Claude Stichting

 

De Pont Neuf werd voltooid in 1607. Het was de eerste brug in Parijs die niet van hout was gemaakt, maar volledig van Lutetiaans kalksteen, ook wel bekend als Parijse steen. Het kalksteen dat voor deze brug, evenals voor vele andere gebouwen en monumenten in Parijs, werd gebruikt, kwam uit steengroeven in het bekken van Parijs. Het was ook de eerste brug in de stad met geplaveide trottoirs, wat het voetgangersverkeer en het Parijse stadsleven vergemakkelijkte. Naast het blijvende publieke gebruik wordt de brug nog steeds geroemd om zijn rijke geschiedenis en pittoreske uitzichten op de Seine.

 

“Mijn visie voor dit project is geïnspireerd door zowel het verleden als het heden van deze iconische brug”.

JR



 

Geen spijker, geen schroeven; de Pont Neuf is historisch erfgoed

Dit was een van de grootste prestaties van het project en een absolute voorwaarde voor het werken aan deze magnifieke oudste brug van Parijs : ‘La Caverne du Pont Neuf’ was zo ontworpen om de integriteit van dit historische monument nooit in gevaar te brengen. Er is geen enkele schroef of spijker in de steen geslagen; de stof is eenvoudigweg over de balustrade gelegd. Tijdens de installatie werkten de teams van JR samen met specialisten op het gebied van monumentenzorg om de brugpijlers te beschermen met behulp van spanbanden en tijdelijke bevestigingssystemen. De enorme doeken werden vervolgens vanaf de balustrade neergelaten en vastgezet zonder de structuur van de Pont Neuf aan te raken.

 

Ontwerp La Caverne du Pont Neuf - 2025. Courtesy Atelier JR © Atelier JR


Een XXL-kunstwerk, ‘made in France’

Het project was bijzonder uitdagend vanwege het scheepvaartverkeer en de weersomstandigheden. Er waren speciale vergunningen nodig, zodat specialisten het gigantische doek 's nachts vanaf de Seine konden installeren met behulp van vier Zodiacs (opblaasbare boten), hoogwerkers en een pontonboot. ‘La Caverne du Pont Neuf’ werd ontworpen in de Parijse studio's van JR en vervolgens volledig vervaardigd in Bretagne, bij Air Toiles Concept , een ambachtelijk bedrijf gevestigd in Plougoumelen (Morbihan) dat gespecialiseerd is in textiele en opblaasbare constructies.  Dit bedrijf werkte  enkele maanden aan het technisch ontwerp, het drukken van de doeken en de montage van de gehele constructie. JR wilde prioriteit geven aan korte toeleveringsketens en een gecontroleerde impact op het milieu. Het project zette het bedrijf er zelfs toe aan te investeren in nieuwe grootformaatprinters en een tweede werkplaats. 

Er waren 800 mensen gemobiliseerd. Ingenieurs, ontwerpbureaus, 3D-ontwerpers, modeontwerpers, drukkers, lassers, timmerlieden, lichttechnici, brandveiligheidsspecialisten, bootkapiteins, hoogwerker bedieners en onderhoudspersoneel, enz. Na meer dan een jaar voorbereidend werk, voorafgaand aan de onthulling van de installatie, was er sinds 11 mei een ware bedrijvigheid gaande op de brug – alleen al voor de opbouw waren er 300 mensen aan het werk – en dit werk zou doorgaan tijdens de publieke opening en tot aan de demontage, die op 13 juli zal worden afgerond.

 

L’art est une transformation et un moyen de renouveler la facon dont nous regardons le monde qui nous entoure. À travers La Caverne du Pont Neuf, c’est ce que j’espère rendre possible à Paris.

 

Kunst is een transformatie en een manier om onze kijk op de wereld om ons heen te vernieuwen. Via ‘La Caverne du Pont Neuf’ hoop ik dat mogelijk te maken in Parijs.

JR

 

Het doel van JR was niet simpelweg de Pont Neuf te bedekken, zoals Christo en Jeanne-Claude vóór hem hadden gedaan, maar een echte rots in het hart van Parijs te laten verschijnen. Om dit trompe-l'œil-effect te creëren, bezocht hij talloze kalksteengroeven in de regio Île-de-France en grotten in Griekenland, die hij fotografeerde. Honderden gemengde beelden werden samengevoegd tot een patchwork om een unieke, denkbeeldige rots te ontwerpen in de vorm van een 3D-model.



 Juni 2026 Parijs was weer een super attractie rijker

Het enige wat nog restte, was de constructie te plaatsen en op te blazen, zodat deze zijn uiteindelijke vorm zou aannemen. Om een eerste indruk van het resultaat te krijgen, werd eerder dit jaar een sectie op ware grootte getest in een hangar in Orly (Val-de-Marne). De weerstand tegen de elementen – en zelfs tegen een overstroming van de Seine – werd onderzocht. In de nacht van 20 op 21 mei verscheen een 18 meter hoge ‘berg’ midden in de Franse hoofdstad. Binnen één uur vulden 80 canvasbogen zich met perslucht  en namen hun uiteindelijke vorm aan. Het gebruik van vluchtige lucht sluit ook aan bij JR’s oog voor duurzaamheid, zoals het gebruik van organische inkt op de stof die over het opblaasproject is gedrapeerd.


2 Juni beschadigde een windval het kunstwerk van JR

 

Maar ondanks alle voorbereidingen gebeurde toch het onwaarschijnlijke. Dinsdagmorgen 2 juni, terwijl er nog gewerkt werd aan het buitententdoek, hebben harde windstoten scheuren veroorzaakt aan de uiteinden van het doek. In een uitgegeven communiqué op donderdag 4 juni 2026, noemt JR Studio het voorval een "uitzonderlijk meteorologisch fenomeen" en verduidelijkt dat "ernstige windstoten plaatsvonden terwijl er nog gewerkt werd aan het buitenste doek, waardoor scheuren aan de uiteinden ontstonden".  Toch was er relatief goed nieuws: de compartimentering van de omhulling en de beveiligingssystemen die geïnstalleerd waren hadden ervoor gezorgd dat het bij één incident bleef.

 

Cijfers waar je duizelig van wordt

- Geschatte kosten 10 tot 12 miljoen euro;

- 18.900 vierkante meter bedrukt polyesterweefsel;

- 5 maanden ontwerp en 4 maanden productie;

- 10 onderling verbonden modules;

- 20.000 kubieke meter opgeblazen lucht;

- 3 uur nodig om het buitenweefsel volledig op te blazen;

- 120 meter lang;

- 20 meter breed;

- Tot 18 meter hoog;

- 700 bezoekers tegelijk binnen... en 2,5 miljoen mensen verwacht;

- 24/7 geopend.



 

Het kunstwerk is volledig gefinancierd door particuliere schenkingen, zonder gebruik te maken van publieke middelen. De financiering komt uit de verkoop van werken van JR en van particuliere sponsors, waaronder Snap Inc., Bloomberg Philanthropies, Paris Aéroport en Salesforce.



Galerie Perrotin - expositie ‘Les Esquisses de la Caverne’

Ter gelegenheid van ‘La Caverne du Pont Neuf presenteert JR zijn kunstwerken tot en met 25 juli 2026 bij de Parijse galerie Perrotin. Deze tentoonstelling biedt een kijkje achter de schermen bij de totstandkoming van deze monumentale, maar tegelijkertijd vergankelijke installatie op de oudste brug van Parijs. De voorbereidende schetsen vertellen het verhaal van La Caverne en volgen het project van de eerste visie tot aan de Seine. Elk multimediawerk combineert collage, tekening en assemblage in een zeer technisch proces, afgewerkt met zinkplaten afkomstig van fragmenten van Parijse daken. Bezoek galerie Perrotin en ontdek JR's werkwijze aan de hand van originele schetsen en nooit eerder vertoonde werken, de volledige diepte van een project waaraan jarenlang is gewerkt. Perrotin Parijs – ‘Les Esquisses de la Caverne’, 76 rue de Turenne, 3e arrondissement.

 

Foto: ‘La Caverne du Pont Neuf’, Esquisse préparatoire, 2025. Courtesy Atelier JR © Atelier JR


JR

Hij draagt altijd zijn donkere zonnebril en zijn zwarte hoed stevig op zijn hoofd, het kenmerk van een man die anonimiteit heeft gekozen om anderen beter te kunnen leren kennen. JR, een pseudoniem afgeleid van de initialen van zijn voornaam Jean-René, werd geboren in Parijs in 1983 en groeide op in Montfermeil, een voorstad van Parijs, voordat hij een van de meest ambitieuze kunstenaars van zijn generatie werd. Zijn werk wordt niet tentoongesteld in traditionele musea, maar direct in de stad – op gevels van gebouwen, bruggen en complete stedelijke oppervlakken. Hij plaatst deze beelden zo dat hele gebouwen plotseling openluchtgalerieën worden.

 


JR de Franse 'Banksy' - Courtesy Atelier JR © Atelier JR

Sinds het begin van deze eeuw heeft JR naam gemaakt met zijn monumentale fotocollages die stedelijke ruimtes transformeren in openbare kunstgalerieën. Hij omschrijft zichzelf als een ‘fotograffiti-kunstenaar’ een combinatie van fotograaf en graffitikunstenaar, die kunst en activisme combineert en een gezicht en een stem geeft aan individuen en gemeenschappen die doorgaans onzichtbaar zijn. Zijn methode: het plakken van immense zwart-witportretten, genomen met een groothoeklens, op muren over de hele wereld, waarbij hij zijn onderwerpen in hun meest rauwe waarheid vastlegt. Een voorbeeld hiervan was in Rome in 2021, op de gevel van het Palazzo Farnese. 

Wereldwijd bekend als de "Franse Banksy", is ‘La Caverne du Pont Neuf’ een hoogtepunt in een artistieke cyclus die in 2020 begon. Gedurende deze cyclus heeft hij voortdurend de groeiende vervreemding en isolatie onder burgers ter discussie gesteld, met name verergerd door de pandemie en de daaropvolgende lockdowns. In deze geest creëerde JR verschillende trompe-l'oeil-kunstwerken, waarbij hij openingen in de gevels van iconische gebouwen aanbracht, zoals La Ferita in Florence (2021), Punto de Fuga in Rome (2021) en La Nascita in Milaan (2024). Deze benadering inspireerde ook de creatie van ‘Retour à la Caverne’ (Terug naar de grot) op de gevel van de Opéra de Paris (2023). De installatie op de gevel van het Palais Garnier moedigde de kijkers aan terug te keren naar een romantiek geïnspireerd door de natuur. De grot nodigde de bezoekers uit om naar binnen te kijken, verwijzend naar Plato's allegorie – een plek waar de uitgang leidt naar kennis en begrip van de wereld.


La Caverne du Pont Neuf in de avond - Foto courtesy Les Bateaux Mouches

 

De twee bedrijven van ‘Retour à la Caverne’, die uiteindelijk tot leven kwamen in een voorstelling met 153 dansers, vormden de prelude op wat ‘La Caverne du Pont Neuf zal afsluiten. Met de transformatie van de iconische brug in een grot wil JR een beweging ondersteunen die burgers oproept om blindheid en isolationisme achter zich te laten en te kiezen voor helderheid, saamhorigheid en harmonie. 

La Caverne de Pont Neuf was te zien tot en met 28 juni 2026. 

Bronnen: Website van de kunstenaar JR, Wikipedia, Hôtel de Ville Paris, Fondation Christo & Jeanne-Claude en eigen bezoek.


vrijdag 26 juni 2026

MUSÉE NATIONAL EUGÈNE DELACROIX

 

In deze blog neem ik je mee naar place de Furstemberg, technisch gezien geen plein. De stad Parijs noemt het officieel rue de la Furstemberg. Het wordt vaak zo genoemd omdat er een kleine rotonde is aangelegd voor het verkeer en er vier bomen op staan. Ooit stond dit kleine plein bekend als de Cour des Ecuries, omdat de straat uitkeek op de stallen van een oude abdij van Saint-Germain. Vandaag de dag staat er een enkele lantaarnpaal omringd door vier paulownia's die, afhankelijk van het seizoen, een nog romantischer tintje geven aan dit charmante geheime plekje. En ik laat het aan jou over om je een voorstelling te maken van de idyllische omgeving die dit plein bij het vallen van de avond biedt. Het is dan ook geen verrassing dat enthousiaste fotografen, zoal ik, er letterlijk verliefd op worden!

 

Place de Furstemberg, technisch gezien geen plein, officieel rue de la Furstemberg


Een oase van rust in het 6e arrondissement, zeker als er muzikanten spelen


Hier bevindt zich het Musée National Eugène Delacroix, beter bekend als het Musée Delacroix, een absolute aanrader voor kunstliefhebbers! Dit museum, gelegen aan de rue de Furstemberg 6, is gewijd aan de beroemde schilder Eugène Delacroix (1798-1863). Deze culturele ruimte is meer dan alleen een museum: het was namelijk het appartement van Delacroix, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde, van 1857 tot zijn dood in 1863. Deze historische woning werd in 1929 gered van de sloop door de Société des Amis d'Eugène Delacroix (Vereniging van Vrienden van Eugène Delacroix ) en werd uiteindelijk in 1971 omgevormd tot een nationaal museum, na een schenking aan de Franse staat in 1954. Sinds 2004 wordt het museum beheerd door het Louvre, wat de prestige en het belang ervan binnen het Parijse culturele landschap verder heeft vergroot. 



Dit kleine museum is meer dan alleen een tentoon-stellingsruimte. Het getuigt van het leven en werk van een van de grootste schilders van Frankrijk. Het appartement dat in originele staat bewaard is gebleven, biedt een intieme blik op zijn dagelijks leven en creatieve proces. Het behoud van deze historische plek weer-spiegelt het belang van Delacroix in de geschiedenis van de Franse kunst en zijn bijdrage aan de 19e-eeuwse kunst. De transformatie van zijn (laatste) woning tot museum toont de toewijding om de nalatenschap van deze iconische kunstenaar te bewaren en te eren.

 

Eugène Delacroix ver-huisde op 28 december 1857, hij was toen 59 jaar, naar de rue de Furstemberg en verliet daarmee zijn atelier aan de rue Notre-Dame-de-Lorette, dat te ver verwijderd was van de Saint-Sulpice-kerk, waar-voor hij al in 1849 de opdracht had gekregen om een kapel te decoreren. De vermoeide kunstenaar wilde zo dicht mogelijk bij zijn werk zijn, maar hij kon de lange reis erheen niet meer maken. Hij was dan ook zeer verheugd toen hij via zijn vriend, de verfhandelaar en kunstrestaurateur Etienne Haro, een rustig en luchtig appartement vlakbij Saint-Sulpice vond. Toen Delacroix besloot zijn grote atelier in de toen modieuze wijk Nouvelle-Athènes te verlaten, koos hij voor de Rue de Furstemberg vanwege de aanwezigheid van een kleine tuin, waarvan hij exclusief kon genieten en die hij bovendien als atelier kon gebruiken. Midden in de bruisende buurt Saint-Germain-des-Prés kon hij zo werken in een oase van groen en rust. In deze tuin van circa 400 vierkante meter, die aan het zicht van de straat onttrokken is, liet de schilder zijn atelier bouwen.



 Eugène Delacroix - 'Roméo et Juliette devant le tombeau des Capulets'

Eenmaal gesetteld, uitte Delacroix zijn tevredenheid in zijn dagboek: “Mijn verblijf is ronduit charmant (...). Ik werd de volgende dag wakker en zag de zonneschijn op de huizen tegenover mijn raam. Het uitzicht op mijn kleine tuin en de vrolijke aanblik van mijn atelier geven me altijd een gevoel van plezier”.

(Dagboek, 28 december 1857)

 


Het Atelier van Delacroix  - 'Portrait d'un homme Européen en tenue orientale'(+/- 1840)


Het appartement, circa 150 vierkante meter groot, omvatte een voorkamer die toegang gaf tot de slaapkamer van Jenny Le Guillou, zijn huishoudster die in 1835 bij hem in dienst trad en de enige persoon was die aan zijn zijde woonde en hem de beslommeringen van het dagelijkese leven bespaarde. De eetkamer aan de binnenplaatszijde, de slaapkamer van Delacroix en de woonkamer aan de tuinzijde. Een kleine kamer, die uitkwam op de trap naar het atelier, deed dienst als bibliotheek. De provisiekamer en keuken, met uitzicht op de binnenplaats, waren bereikbaar via een smalle gang. De schilder had ook twee kamers voor zijn bedienden en een kelder. Deze indeling, waar nu het museum gevestigd is, is nog steeds die van het appartement.

 

 Eugène Delacroix -  'Portrait de l'artiste'


Eugène Delacroix

Hij werd geboren op 26 april 1798 in Charenton-Saint-Maurice, vlakbij Parijs. Ten tijde van zijn geboorte bekleedde zijn vader, Charles Delacroix, belangrijke functies. Eerst als minister van Buitenlandse Zaken en vervolgens als ambassadeur van de Bataafse republiek (Nederland). Daarna werd hij benoemd tot prefect van Marseille en vervolgens van Bordeaux, waar hij overleed toen de jonge Eugène slechts zes jaar oud was. Zijn moeder, Victoire Delacroix, was de dochter van een van de grootste meubelmakers van zijn tijd, Jean-François Oeben, die in dienst was van koning Lodewijk  XV . Eugène, een nakomertje, was de jongste van vier kinderen; toen hij geboren werd, waren zijn broers Charles en Henri, en zijn zus Henriette al volwassen. De kleine jongen kampte met terugkerende gezondheidsproblemen. Na de dood van zijn vader verhuisden hij en zijn moeder naar Parijs, naar de Rue de l'Université. De jonge Eugène bezocht het Lycée Impérial, nu het Lycée Louis-le-Grand. Daar sloot hij vriendschappen die hem zijn hele leven bijbleven. Hij had een leergierige aard en toonde al vroeg een voorliefde voor tekenen en lezen. De dood van zijn moeder in 1814 liet hem radeloos en eenzaam achter, ondanks de aanwezigheid van zijn oudere broer en zus, Charles en Henriette. Dankzij de steun van zijn oom, de schilder Henri-François Riesener, trad Eugène Delacroix in 1815 toe tot het atelier van de schilder Pierre-Narcisse Guérin. Destijds een van de grootste ateliers in Parijs, en dat hoog stond aangeschreven.


Delacroix op oudere leeftijd - borstbeeld in het museum


Op de Salon van 1822, op slechts vierentwintigjarige leeftijd, presenteerde Delacroix zijn eerste grote schilderij, geïnspireerd door de literaire geschiedenis: ‘Dante en Vergilius in de Hel’ (Musée du Louvre). Dit werk trok onmiddellijk de aandacht van critici. Hij werd al snel het toonbeeld van een nieuwe generatie kunstenaars, bekend als de romantici, een term ontleend aan de literatuur. Delacroix was een tijdgenoot van Victor Hugo, Alexandre Dumas, Héctor Berlioz en Alfred de Musset. Net als zij wilde hij zijn eigen weg inslaan en de artistieke expressie vernieuwen. Net als zij was hij ook een groot kenner van de kunst van de Oude Meesters. In het Louvre, dat in 1793 was geopend, ontdekte en bewonderde Delacroix de werken van Rafaël, Michelangelo, Titiaan, Rubens en Poussin.



 Eugène Delacroix - 'La Madeleine dans le désert' (1845)

De vrijheid leidt het volk

Zijn bekendste schilderij is wel ‘La Liberté guidant le peuple’. Het verbeeldt de vrijheid als Marianne, het nationale symbool van Frankrijk, die de revolutionairen aanvoert bij de Julirevolutie van 1830. Het doek heeft een afmeting van 260 bij 325 centimeter. Op 27, 28 en 29 juli 1830 kwam het Parijse volk in opstand, gekant tegen de nieuwe wetten op de persvrijheid en de hardheid van het regime. 29 juli markeerde het einde van de Bourbons op de Franse troon. Louis-Philippe, hertog van Orléans, werd vervolgens de koning van Frankrijk.


Eugène Delacroix - 'La Liberté guidant le peuple'


‘De Vrijheid leidt het volk' werd gepresenteerd op de Salon van 1831 , een meesterwerk dat klassieke allegorie en hedendaagse representatie combineert. Het werk werd aangekocht door de staat en tentoongesteld in het Musée du Luxembourg, het museum voor levende kunstenaars waar de doeken van hedendaagse kunstenaars werden getoond. Het jaar daarop maakten de massamoorden door de politie op demonstranten in de rue Transnonain in Parijs het moeilijk om het schilderij aan het publiek te tonen, het publiek van de barricades, zoals Delacroix hen noemde. Het schilderij werd teruggegeven aan de kunstenaar, die het desondanks wist te tonen tijdens zijn solotentoonstelling op de Wereldtentoonstelling van 1855. Vanaf 1874 werd ‘De Vrijheid leidt het volk’ in het Louvre tentoongesteld, samen met andere werken van Delacroix die door de staat waren verworven . Onder de Derde Republiek werd het een iconisch schilderij.


Marianne, het nationale symbool van Frankrijk

 

Een aanzienlijk deel van het werk van Eugène Delacroix was gewijd aan het ontwerpen van grootschalige decoraties voor Parijse burgerlijke en religieuze gebouwen zoals in de kerk van Saint-Paul Saint-Louis in de wijk Marais,  de Salon des Konings in het Palais Bourbon, de Kamer van Afgevaardigden, het plafond van de bibliotheek in dezelfde Kamer van Afgevaardigden, decoraties voor de bibliotheek van het Palais du Luxembourg, nu de Senaat. Begin jaren 1850 werd Delacroix geëerd met de opdracht voor de centrale decoratie van de Apollo-galerij van het Musée du Louvre, die in de 17e eeuw was ontworpen door de schilder Charles Le Brun, maar onvoltooid was gebleven. De stad Parijs gaf hem de opdracht om de decoratieve schilderijen te maken voor de Salon de la Paix in het Hôtel de Ville, die helaas in 1871 door een brand werden verwoest.


Eugène Delacroix - 'Saint-Michel terrassant le Dragon' - Église Saint-Sulpice 


Zijn werken zijn ook te vinden in de kerken van Parijs; na Saint-Paul Saint-Louis schilderde Delacroix een diep ontroerende Piëta in de kerk van Saint-Denis-du-Saint-Sacrement, aan wat nu de Rue Turenne is. In 1849 kreeg hij de opdracht om een kapel in de immense kerk van Saint-Sulpice te decoreren, de Kapel van de Heilige Engelen. Aan dit meesterwerk werkte hij tot 1861. Hij creëerde twee grote muurschilderingen tegenover elkaar, Jacob worstelt met de engel en Heliodorus wordt uit de tempel verdreven , evenals het plafond, Sint-Michiel overwint de duivel.

Eugène Delacroix overleed op 13 augustus 1863 in zijn appartement aan de rue de Furstemberg. Jenny Le Guillou was getuige van zijn laatste ademtocht in de vroege ochtenduren.


Musée Delacroix - Foto musée Delacroix

 

Musée Delacroix

Het museum bewaart schilderijen, schetsen, tekeningen, prenten, lithografieën, lithografische stenen, voorwerpen die aan Delacroix toebehoorden, zijn kleurenpaletten, evenals al zijn geschriften en enkele brieven uit zijn persoonlijke correspondentie. Want Delacroix was niet alleen schilder, maar ook een zeer getalenteerd graveur en tekenaar, en schrijver Zijn liefde voor schrijven blijkt duidelijk uit zijn persoonlijke geschriften, die buitengewoon doordacht zijn. Delacroix nam soms brieven op in zijn dagboek en herzag ze ook af en toe. Het is daarom belangrijk te begrijpen dat de kunstenaar zich ervan bewust was dat zijn geschriften na zijn dood ooit gepubliceerd zouden worden. De collectie omvat ongeveer 1200 werken, die roulerend in het museum worden tentoongesteld. Sommige werken mogen niet langer dan drie maanden aan daglicht worden blootgesteld.


Eugène Delacroix – ‘Mademoiselle Rose – ou Nu assis’ – ‘Homme Polonais nu’

 

De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen, tekeningen, gravures en literatuur, en werpt tevens licht op zijn historische context. De collectie omvat boeken over 19e-eeuwse kunst  , talloze monografieën over schilders, van Leonardo da Vinci tot Henri Matisse, en een complete sectie gewijd aan literatuur uit Delacroix' tijd, waaronder vele werken van en over Baudelaire, George Sand en Byron. De bibliotheek telt momenteel meer dan 2200 boeken, voornamelijk in het Frans, maar ook enkele in het Engels en Duits. In 2016 onderging de bibliotheek een ingrijpende reorganisatie op basis van een thematisch classificatiesysteem, wat het zoeken vergemakkelijkt. De bibliotheek wordt momenteel gedigitaliseerd.


De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen, tekeningen en gravures 

 

Een ander hoogtepunt van dit museum is de prachtige tuin van 400 m² die verscholen ligt achter het appartement, waar Delacroix zijn atelier liet bouwen. De tuin, die in 2012 is gerenoveerd, is opnieuw aangelegd aan de hand van herontdekte geschriften van de kunstenaar, die een grote passie had voor de natuur en weelderige bloemenpracht.



De tuin is een oase van rust


En liefde is nooit ver weg in Parijs!

 

Bronnen: Musée Delacroix, Wikipedia, eigen bezoek