Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

maandag 8 juni 2026

VERBORGEN JUWEELTJES IN BELLEVILLE


De industriële revolutie die heel Europa in de 19e eeuw in de ban hield transformeerde het Parijse stadsbeeld volledig. Dit fenomeen wordt des te meer zichtbaar door de uitvoering van belangrijke herontwikkelingsplannen door Haussman, die steeds meer industrieën en de daarbij behorende arbeidersbevolking verplaatst naar de perifere Parijse arrondissementen en de omliggende steden. Tegelijkertijd, met de toename van werkplaatsen en fabrieken, neemt de bevolking sterk toe. In de Faubourg woonden ontzettend veel arbeiders-gezinnen maar ook vele ambachtslui. Dat was weer te danken aan Lodewijk XI die de Faubourgs totale vrijheid gaf voor het vestigen van beroepen en gilden. In de Faubourg Saint-Antoine konden ambachtslieden vrij werken, zonder de toen geldende verplichtingen, te werken volgens genormaliseerde technieken zoals het werken 'à boutique ouverte'. Voorbijgangers konden zo oordelen over de kwaliteit van de gebruikte materialen. Nachtwerk werd zwaar gestraft want dat zou geknoei in de hand werken.


Mijn wandeling begint in de rue Faubourg du Temple
 

Parijs is de stad van ontdekkingen. Het verbergt nog steeds achter zijn poorten of prominent op zijn gevels overblijfselen van zijn rijke industriële en ambachtelijke verleden. In verborgen passages, geplaveide binnenplaatsen of aanpalende straatjes vind je nog enige ambachtelijke activiteiten, maar de arbeiders van weleer hebben plaatsgemaakt  voor jonge ondernemers, webdesigners en reclamelui, ‘fils de pub’, zoals die in het Frans heten. Ateliers waar jonge designers, modeontwerpers actief zijn en waar eigenzinnige kunstenaars open huisdagen organiseren. Een proces van verovering van onroerend goed door de midden- en hogere klassen. In deze blog neem ik je mee langs enkele pareltjes van het industriële Parijs.

 

Ik stap uit bij metrostation Goncourt, lijn 11 tussen République en Belleville en volg de rue du Faubourg du Temple die de scheidingslijn aangeeft tussen het 10e en 11e arrondissement. Het is een kosmopolitische wijk waar veel immigranten wonen. Maar deze wijken zijn  de laatste tijd steeds populairder aan het worden onder de voornamelijk jonge Parijzenaars. Dat is ook de reden dat dit arrondissement steeds meer opduikt in reisgidsen en trendy modebladen. Naast het oude volkse Parijs, is het ook het thuis van een exotische gemeenschap van Arabieren, Chinezen en Vietnamezen, maar ook van kunstenaars, jonge startende ondernemingen en studenten, die de dure universiteitsbuurten zijn ontvlucht. Hier kunnen we nog de ruwe kant van Parijs aanschouwen. Geef dit arrondissement nog 10 jaar de tijd en dan is het net zo in trek als de Marais.


Een van de mooiste passages in het 11e arrondissement op nummer 105, rue Faubourg du Temple

 

Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we op nummer 105, Faubourg du Temple. Een prachtige lift aan het einde van een bijzondere passage trekt onmiddellijk mijn aandacht met grote letters; 'La Java'. La Java is een concertzaal gevestigd in de kelders van de galerie 'le Palais du Commerce', ooit geopend in 1923, en was in die tijd een van de meest swingende nachtclubs van Parijs, waar grote namen optraden als Django Reinhardt, Jean Gabin, Fréhel en helemaal in het begin Maurice Chevalier en Edith Piaf. Nu is La Java gespecialiseerd in Latijs Amerikaanse- en allerlei soorten elektronische muziek en mateloos populair bij jongeren.

 

Statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen




Van dichtbij bekeken dienen voormalige 'liftdeuren' als ingang naar de nachtclub. Aan weerszijden trekken de statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen vervolgens mijn aandacht. Bovenaan een gesloten hek dat op mijn vraag vriendelijk wordt geopend door twee jonge mensen die schijnbaar hier hun bedrijfje hebben. Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers. Mijn eerste passage van die dag is adembenemend mooi. Ik laat het oordeel graag aan u over na het zien van de foto's.


Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers




Schuin tegenover 105 ligt de ingang naar Passage Piver, een onderdoorgang die mij voert door een nietszeggend straatje. Alhoewel; halverwege, op nummer 5, stuit ik op een poort die toegang geeft tot een prachtig industrieel pand van de Societé Th. Grimmeisen. Theodore Grimmeisen afkomstig uit de Elzas , kuiper van beroep, besloot in 1870 te verhuizen naar Parijs. Hier bouwde hij een fabriek aan de rand van Belleville. Zijn zoon werkte daar aan een manier om de houten vaten beter luchtdicht af te sluiten en kwam zo op de vinding van de rubber stop. De kleinzoon van Theodore, George Grimmeisen bedenkt in 1930 de colibri-laars geheel vervaardigd uit een stuk rubber in vorm geblazen met perslucht. In 1936 ontwikkelt hij, vanuit zijn favoriete hobby tennis, een speciale tennisschoen met een gevulkaniseerde rubberen zool en ventilerend katoen.


Impasse Piver 5, de ingang naar een prachtig stukje industrieel erfgoed

 

Het merk Spring Court is geboren. Georges overlijdt in 1956 en zijn broer Theodore Louis neemt het bedrijf over. De schoenen zijn vooral bekend door de legendarische platenhoes van Abbey Road waar John Lennon loopt op de schoenen van Spring Court. Later bleken het ook de favoriete schoenen van Serge Gainsbourg te zijn. Sinds haar oprichting heeft Spring Court meer dan 25 miljoen paar  tennisschoenen verkocht. De fabriek bestaat nog steeds, echter niet meer op deze plek. Wel is er het hoofdkantoor gevestigd en verder kleine creatieve bedrijfjes, een boetiek, een sportschoenenwinkel en een charmant restaurant. Bij goed weer kun je buiten op het terras lunchen tussen de Fransen, want bij Atelier des Mélanges komen nauwelijks toeristen. De gebogen stalen balken aan ’t plafond verraden nog altijd de industriële afkomst van ’t gebouw.


De Societé Th. Grimmeisen nog zichtbaar in de cour

 

Vanuit de Passage Piver slaan we links de rue de l'Orrillon in om meteen rechts de rue Morand in te gaan. Deze lopen we helemaal af tot de rue Jean-Pierre Tibaud. Tegenover het beeld met een vermoeiend ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum, maar vroeger een fabriek van koperen muziek-instrumenten, van ’t bedrijf Couesnon, dat zich hier in 1881 vestigde. Boven de ingang zie je in het stalen hekwerk een luit, welke symbool staat voor de geschiedenis van het gebouw. De fabriek produceerde muziekinstrumenten die wereldberoemd werden door onder andere Amerikaanse jazzmuzikanten, waaronder Sydney Bechet (klarinet en sax) en Bill Coleman (trompet). Het merk bestaat nog steeds onder PGM Couesnon en is nu gevestigd in Aisne, in Etampes-sur-Marne zo'n 90 km van Parijs.



Tegenover het beeld met een vermoeid ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos'


'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum



De ingang naar een vroegere fabriek van koperen muziek-instrumenten, ’t bedrijf Couesnon



Een catalogus van Couesnon uit 1912




Cour de l’Industrie

Ik blijf in het 11e arrondissement, op nummer 37bis van de rue de Montreuil liggen drie verscholen binnenplaatsen die in de periode 2012 tot 2016 door de stad Parijs zijn gered van de ondergang en nu zelfs op de lijst staan van historisch erfgoed. De Cour de l’Industrie; sinds de 17e eeuw was hier een heel houtbewerkers gilde gevestigd. Dit was voor eeuwen dé plek wanneer je nieuwe meubels nodig had voor je Parijse appartement. Na een periode van ernstig verval in de vorige eeuw en intensieve restauratie is de Cour in haar volle glorie hersteld. 




De Cour bestaat uit 8 gebouwen verdeeld over drie gangen, met een totale oppervlakte van bijna 6.000 vierkante meter. Sinds 2016 hebben zo’n 50 kunstenaars en handwerkslieden hier hun ateliers. De meeste ambachtslieden trainen hier zelf hun leerlingen en vele kunstenaars bieden cursussen aan in hun werkplaatsen. De binnenplaatsen hebben weer het originele plaveisel, de gebouwen zijn van baksteen in combinatie met houten balken waardoor ze iets weg hebben van vakwerkhuisjes. Een absoluut unicum in de stad en zeker een bezoek waard.

Metrostation Faidherbe-Chaligny, lijn 8. 


woensdag 27 mei 2026

DE ARC DE TRIOMPHE DE L’ÉTOILE

 

Ons ‘point de départ’ is dit keer een ster: de Étoile. Het plein is officieel herdoopt tot place Charles de Gaulle, maar iedereen gaullist of anti-gaullist heeft het nog steeds over de (place de l) ’Étoile, de ster. Het vermaarde verkeersplein, dat vandaag de dag de naam draagt van Charles (André Joseph Marie) de Gaulle, een Frans militair, politicus, de 18e president van de Franse Republiek en de grondlegger van de Vijfde Republiek, kwam reeds voor in de plannen die de architect Gabriel in de 18e eeuw ontwierp voor de aanleg van de afgelegen terreinen ten westen van Parijs. Buiten de bebouwde kom lagen in die tijd slechts velden en moerassen. In het midden van het plein moest, bij wijze van een monumentaal oriëntatiepunt, een obelisk worden geplaatst. Nog stoutmoediger; een stenen olifant. Uit zijn slurf zouden ze een waterstraal laten spuiten. Maar het idee om er een triomfboog neer te zetten, sproot uit het brein van Napoleon.

 

Place de l'Étoile - foto Wikipedia


“Jullie zullen naar huis terugkeren door triomfbogen”, beloofde Napoleon zijn mannen na zijn grootste overwinning, de Slag bij Austerlitz in 1805. Tussen 1806 en 1808 krijgt als eerste de Arc de Triomphe du Carrousel, aan de voorzijde van het in 1871 gesloopte château des Tuilleries, gestalte. In die tijd, Napoleon had een voorliefde voor de Romeinse Oudheid, werden drie Romeinse triomfbogen als ideaal beschouwd: die van Titus, Septimus Severus en die van Constantijn. De mooie zuilen van roze marmer zijn een ode aan de veldslagen van 1805. De paarden zijn inmiddels kopieën van het originele vierspan dat Napoleon jatte van het San Marcoplein in Venetië. Overigens hadden de Venetianen deze paarden weer gestolen in Istanbul. Het was Lodewijk de XVIII die de paarden weer teruggaf aan de Venetianen, maar dat terzijde.


Arc de Triomphe du Carrousel

 

Op 18 februari 1806 verordent Napoleon I de bouw van weer een triomfboog, ter ere van de militairen van het Grote Leger van de Revolutie en het Keizerrijk. Dit monument moest Parijs domineren en de architecten Chalgrin en Raymond volgen het voorbeeld van de Romeinse triomfboog van Titus: één enkele boog met zuilen. Het uiterlijk en de bestemming van de Arc de Triomphe, die geleidelijk tussen 1806 en 1836 gestalte kregen, worden niet minder dan zes maal grondig gewijzigd. Allereerst zorgde de bouw van de 50 meter hoge triomfboog voor de nodige problemen. Voor de stabilisatie van het 45 meter brede gebouw in de weke grond waren funderingen nodig van meer dan 8 meter diep. Het totaalgewicht van het monument, gebouwd uit steen uit de groeven van Château Landon, is ongeveer 100.000 ton. Het definitieve plan van de architect wordt pas in 1809 goedgekeurd. Op 15 december 1840 reed de katafalk met Napoleons stoffelijke resten, die eindelijk uit Sint-Helena mochten worden overgebracht, er onderdoor op weg naar de Invalides. Ondanks de bittere kou stonden er honderdduizend belangstellenden langs de weg.

 

Het project van François Thérèse Chalgrin


Sindsdien hebben er zich heel wat ontroerende gebeurtenissen afgespeeld; in 1885 de begrafenis van Victor Hugo. Zijn dode lichaam lag twee dagen opgebaard onder de poort. In 1940 marcheerden Duitse troepen demonstratief onder de boog door de stad in. Op dezelfde plek werd vier jaar later de overwinning gevierd door de begroeting van generaal De Gaulle na de bevrijding van Parijs in 1944. De ceremonies die ieder jaar plaatsvinden op 11 november ter herdenking van de wapenstilstand in 1918, het militaire defilé op 14 juli, Quatorze Juillet, de viering van de nationale feestdag, en dagelijks, een emotioneel eerbetoon waarbij de ‘Vlam van de Natie boven het graf van de Onbekende Soldaat opnieuw wordt aangestoken. Deze ceremonie vindt elke avond om 18.30 uur plaats. En last but not least de jaarlijkse slotetappe van de Tour de France. 

De place de l’Etoile werd in 1854 op de schop genomen door Haussmann (wie anders?). Aan de reeds bestaande lanen voegde hij er nog zeven toe, en gaf Hittorf opdracht de panden aan het plein op elkaar af te stemmen. De place de l'Étoile werd officieel omgedoopt tot place Charles de Gaulle op 13 november 1970, slechts vier dagen na het overlijden van Charles de Gaulle in zijn landhuis La Boisserie in Colombey les Deux Églises.


De Arc de Triomphe zoals wij hem kennen


Je bent niet in Parijs geweest als....

 

Het voorgaande is een inleiding tot waar ik het eigenlijk over wilde hebben, namelijk de ‘slimme’ architectuur en de prachtige reliëfs die de Arc de Triomphe sieren. Jean-François Chalgrin (1739 -1811), die voor het ontwerp tekende, had de briljante ingeving de bogen aan de zijkanten te herhalen. Daarmee hief hij de ‘aswerking’ van de boog op waardoor deze beter paste bij het ronde plein. Pas in de jaren 1830 werden bij verschillende kunstenaars in totaal vier monumentale beeldengroepen besteld.



 

La Marseillaise - Le départ des volontaires

De bekendste is waarschijnlijk La Marseillaise gemaakt door François Rude tussen 1833 en 1836. Dit reliëf illustreert een essentiële gebeurtenis in de revolutionaire geschiedenis: de dienstplicht van 1792, waarbij bijna 200.000 mannen, in opdracht van de l'Assemblée législative (de Wetgevende Vergadering), de verdediging van Frankrijk organiseerden tegen de buitenlandse legers die zich tegen de revolutionairen hadden verenigd. De beeldhouwer gebruikte geen historische kostuums of wapens uit de tijd van de Revolutie maar koos voor een meer romantische stijl bedoeld om een universele dimensie te bereiken en de strijd van elk volk, wie het ook moge zijn, te symboliseren om te verdedigen wat hen toebehoort. Het hoog reliëf beeldt le génie de la Liberté (de geest van de Vrijheid) uit als een gevleugelde vrouw die een noodkreet slaakt in het aangezicht van de vijandelijke invasie. Ze roept het volk op tot de strijd en zwaait met haar zwaard. Onder deze figuur leidt een bebaarde, gepantserde krijger een naakte jongeman bij de schouder, terwijl hij met zijn helm zwaait als teken om te vertrekken en zich te hergroeperen. Hij lijkt het advies van een bebaarde oude man op de achtergrond te negeren.

Het reliëf is te zien aan de rechterzijde van de boog met zicht op de Champs-Élysées.



 

Le Triomphe

De Triomf van Napoleon, gemaakt door Jean-Pierre Cortot. Dit illustreert het jaar 1810, het jaar van de uitbreiding van het Napoleontische Rijk door talloze veroveringen en gewonnen veldslagen, maar ook het jaar van zijn huwelijk met Marie-Louise van Oostenrijk, waarmee zijn dynastie werd veiliggesteld. Napoleon I wordt hier afgebeeld in klassieke kleding, met een zwaard aan zijn zijde en gekroond met het symbool van Victoria. Op de achtergrond, rechts, knielt een man met gebonden handen en brengt een gevangene aan de voeten van zijn overwinnaar. Links knielt een allegorische stad eveneens voor haar overwinnaar, die een beschermende hand uitstrekt. Achter haar graveert de muze van de Geschiedenis de triomfen van de keizer op een tablet. Een gevleugelde kijkt uit over het tafereel, blaast op een trompet en zwaait met een banier tegen een achtergrond van palmbomen, een boom die doet denken aan Napoleons expeditie naar Egypte.

Het reliëf is te zien aan de linkerzijde van de boog met zicht op de Champs-Élysées.




La Résistance

Dit hoog reliëf van Antoine Etex symboliseert het verzet van de natie in 1814 tegen de invasie van buitenlandse troepen die zich tegen Napoleon hadden verenigd. Rusland en Oostenrijk waren het gebied binnengevallen en bezet, tot aan Parijs toe. Verzet tegen een invasie is hét nationale thema bij uitstek: tegenover de vijand moeten alle interne verdeeldheden binnen een land worden uitgeroeid, zodat de natie haar eenheid kan herwinnen en de integriteit van haar grondgebied kan behouden. Een naakte krijger, met in zijn rechterhand een zwaard, maakt zich klaar om zijn vaderland te verdedigen. Rechts van hem probeert een oude man hem tegen te houden. Links van hem probeert zijn vrouw, met hun kind in haar armen, hem ook te overtuigen om niet te gaan. De bebaarde, ongewapende ruiter valt van zijn paard, alsof hij door de bliksem is getroffen. Hij symboliseert het offer van de patriot voor zijn land . De Geest van de Toekomst, met uitgestrekte vleugels, dicteert de plicht van verzet van de soldaat.

Het reliëf is te zien aan de linkerzijde van de boog met zicht op de avenue de la Grande Armée.



 

La Paix

Dit werk is eveneens van de beeldhouwer Antoine Etex. Het reliëf van de Vrede, vormt een logisch vervolg op de gebeeldhouwde groep van het Verzet. Na het Verdrag van Parijs van 1815 keerde de vrede terug in Frankrijk, ondanks Napoleons poging om tijdens de Honderd Dagen opnieuw de macht te grijpen. De soldaat in het midden van de compositie steekt zijn zwaard in de schede; de oorlog is voorbij. De ploeg, de stier en de boer symboliseren de terugkeer naar een bloeiende landbouw. De moeder en het kind vertegenwoordigen het gezin en de hernieuwde mogelijkheid tot onderwijs. Alle fundamentele activiteiten van een welvarende natie zijn samengebracht. Minerva, gehelmd en met een speer in de hand, domineert de groep als godin van de overwinning en inspirator van de kunsten en vredeswerken.

Het reliëf is te zien aan de rechterrzijde van de boog met zicht op de avenue de la Grande Armée.

 

De Arc de Triomphe is verder op alle gevels versierd met talloze bas-reliëfs die de veldslagen van de keizer uitbeelden. Verschillende beeldhouwers werden voor dit werk ingeschakeld. 

·       Naar het oosten: De begrafenis van Marceau door Henri Lemaire en de Slag bij Aboukir door Seurre de Oudere 

·       Naar het westen: de oversteek van de Arcole-brug door Jean-Jacques Feuchère en de verovering van Alexandrië door John-Étienne Chaponnière 

·        Naar het zuiden: de Slag bij Jemappes door Charles Marochetti 

·        In het noorden: de Slag bij Austerlitz door Jean-François-Théodore Gechter

 

Detail van La Marseillaise
 

Het Graf van de Onbekende Soldaat

Sinds 28 januari 1921 herbergt de Arc de Triomphe het Graf van de Onbekende Soldaat. Op 26 november 1916 , terwijl de gevechten van de Eerste Wereldoorlog nog lang niet voorbij waren, opperde Francis Simon, voorzitter van het Franse Herdenkingscomité van Rennes het idee van een Frans eerbetoon aan de onbekende gesneuvelde soldaten. “Waarom zou Frankrijk de deuren van het Pantheon niet openen voor een van deze onbekende strijders die dapper voor het vaderland zijn gestorven? De begrafenis van een gewone soldaat onder deze koepel waar zoveel helden en genieën rusten, zou een symbool zijn, en bovendien een eerbetoon aan het hele Franse leger!". Echter het Pantheon werd door vele politici afgewezen. Aan dit argument werd ook de anonimiteit van de soldaat toegevoegd . “Het gaat hier niet om het eren van een groot man. De Onbekende Soldaat is geen groot schrijver, geen wetenschapper en zelfs geen politicus. Hij is veel groter en moet kunnen rusten op een uitzonderlijke plek die voor hem is gereserveerd, omdat het offer dat hij vertegenwoordigt  ongeëvenaard is . Door hem zal de herinnering aan miljoenen mannen voortleven”, aldus de Kamer van Afgevaardigden. Op 8 november 1920  stemde de Kamer unaniem  voor de begrafenis van de  Onbekende Soldaat  bij de Arc de Triomphe. 

Op 9 november 1920 werden negen doodskisten opgegraven. Ze kwamen van de negen locaties die het zwaarst getroffen waren door de conflicten in de regio's Vlaanderen , Artois, de Somme, de Chemin des Dames, Champagne en Verdun.  Over de nationaliteit van een van de lichamen bestond nog twijfels, daarom werd besloten deze te verwijderen. De acht overgebleven kisten werden in de citadel van Verdun geplaatst. André Maginot, een oorlogsveteraan en invalide, leidde de ceremonie voor de verkiezing van de soldaat. Hij overhandigde Auguste Thin, een jonge korporaal, een boeket bloemen. De jonge Auguste Thin zou de zesde soldaat kiezen. Daarna werd het lichaam van de Onbekende Soldaat onmiddellijk per speciale trein naar Parijs vervoerd 


Het graf van de Onbekende Soldaat met de eeuwige vlam - foto Wikipedia

 

Op 11 november 1920 volgden honderdduizenden mensen de begrafenisstoet in stilte en met tranen in hun ogen. Een fictieve familie liep achter de kist, die bedekt was met de Franse driekleur. De processie maakt een tussenstop bij het Pantheon alvorens verder te trekken naar de Arc de Triomphe. Daar werd de kist onder het gewelf van het monument geplaatst. Omdat het graf nog niet klaar was wordt de kist tijdelijk bijgezet in de Palmenhal in de Arc de Triomphe. Zijn lichaam wordt dag en nacht bewaakt tot de uiteindelijke begrafenis op 28 januari 1921. Bij deze gelegenheid was de voltallige  regering aanwezig, evenals president Alexandre Millerand en de Britse premier David Lloyd George en Louis Barthou de minister van Oorlog die ook zijn enige zoon op het slagveld heeft verloren. Terwijl de kist in de grafkelder wordt geplaatst, barst de minister in tranen uit onder de woorden “Lang leve Frankrijk”!

 

De geboorte van de vlam

Twee jaar na de begrafenis van de Onbekende Soldaat lanceerde de journalist en dichter Gabriel Boissy het idee van de Vlam van Herinnering, dat onmiddellijk enthousiaste publieke bijval kreeg. Met de steun van André Maginot, die minister van Oorlog was geworden, vorderde het project snel. Voor de vormgeving riepen ze de hulp in van ijzerbewerker Edgar Brandt  en architect Henri Favier  Zij vervaardigden een rond schild met in het midden een kanonloop waaruit de vlam tevoorschijn komt. Vijfentwintig zwaarden vormen een ster rond de vlam. De vlam werd voor het eerst aangestoken op 11 november 1923 door Maginot, omringd door een groot aantal veteranen. Dagelijks wordt er eer betoond aan de ‘Grote Doden’. Elke avond om 18.30 uur wordt de vlam opnieuw aangestoken door de vereniging ‘La Flamme sous l'Arc de Triomphe’, die de honderden veteranenverenigingen in Frankrijk vertegenwoordigt.  



De Arc de Triomphe werd in 2021 ingepakt door de kunstenaars Christo en Jeanne-Claude - Foto Ronald Balder

 

Een panoramisch uitzicht

Na het beklimmen van 284 treden kun je genieten van een 360° uitzicht over Parijs. De historische trappen, gelegen tussen de pilaren van het monument, maken deel uit van jouw bezoek aan de top. De klim begint met een adembenemende wenteltrap met 240 treden. Deze trappen zijn in 2022 gerenoveerd. Bereik de tussenverdieping en loop vervolgens door de museumruimte waar je kunt uitrusten en de informatieschermen, het afgietsel van La Marseillaise en het model van het monument kunt bekijken. Het moeilijkste deel is achter de rug: je hoeft nog maar zo'n veertig treden te nemen om het panoramische terras te bereiken. Vanaf het terras, heb je uitzicht op de zinken daken van de Parijse straten, en een uniek panorama op de meest iconische monumenten van de hoofdstad. De Eiffeltoren, op slechts één straat afstand, is praktisch binnen handbereik! Je kunt ook de Sacré-Cœur-basiliek bewonderen bovenaan de iconische wijk Montmartre, de zakenwijk La Défense met zijn wolkenkrabbers, de gouden koepel van Les Invalides, de zuilenkoepel van het Panthéon, maar ook de torens van de Notre-Dame-kathedraal, in de verte de imposante Montparnasse-toren, het Centre Georges Pompidou, enzovoort. Hoogtevrees? Je kunt het uitzicht ook digitaal bekijken door hier te klikken. 

Voor een bezoek aan deze prachtige triomfboog kun je gebruik maken van een ondergrondse voetgangerstunnel, de passage du Souvenir  De ingang van die tunnel vind je op de hoek van de avenue des Champs-Élysées en avenue de Friedland & op de hoek avenue de la Grande Armee en de avenue Carnot. Je herkent de ingang aan een aflopende trap, die je naar een tunnel onder het verkeersplein leidt. 

Ik wens je zoals de Fransen zeggen; “Une bonne visite”. 


Bronnen: Centre des Monuments Nationaux, Kunst & Architectuur Parijs; Martina Padberg, H.F. Ullmann, Wikipedia.

© Reproductions: Benjamin Gavaudo / Centre des monuments nationaux



dinsdag 12 mei 2026

LA DÉFENSE; NOTRE-DAME-DE-PENTECÔTE

 

Een spirituele ontmoetingsplaats voor professionals 

Notre-Dame-de-Pentecôte, de naam zegt je hoogst waarschijnlijk niets, maar dit is ongetwijfeld een van de meest iconische gebouwen in La Défense. Midden in deze Parijse zakenwijk, op de gemeentegrens tussen Puteaux en Courbevoie, staat een kubus van beton en matglas, versierd met een rood kruis. Het gebouw wordt begrensd door het CNIT in het westen, het Maison de la Défense en Calders Rode Spin in het zuiden, de Trinity Tower in het noorden en de Areva Tower in het noordoosten. Tja, er staat een kerk in La Défense, midden op het plein. En geef maar toe, je hebt hem nog nooit opgemerkt. Dat is niet zo gek, want hij gaat discreet op in de achtergrond. De ingang bevindt zich aan een voetgangersstraat tussen het CNIT en het Maison de la Défense, bereikbaar via de Parvis de la Défense  en de Place de la Défense. De voorgevel van het gebouw kijkt uit op de avenue de la Division-Leclerc en de snelwegstroken van de Rout Nationale 192. Ik hoor je denken; “geen wonder dat ik die kerk nooit gezien heb”. Het kerkgebouw lijkt te zijn ontworpen om te passen in de omgeving.

 


Het kerkgebouw lijkt te zijn ontworpen om te passen in de omgeving

De bouw van dit bijzondere kerkgebouw werd in opdracht gegeven door de bisschop van Nanterre, François Favreau. Het ontwerp is van de Franse architect Franck Hammoutène, en de eerste steen werd gelegd op 25 maart 1998. Het feest van de Annunciatie, ook bekend als het feest van Maria-boodschap. Franck Hammoutène (1954) begon zijn carrière met het ontwerp van de Gutenberg-bibliotheek in het 15e arrondissement. In 1989 kreeg hij de opdracht voor het ontwerp van het dak van de Grande Arche voor de G20-top. De meeste van zijn projecten kenmerken zich door hun dominante neo-modernistische stijl, waardoor Hammoutène een van de oorspronkelijke figuren van de nieuwe Franse architectuurscene is.



 

De kerk wordt gekenmerkt door een discreet kruis bij de ingang. De gevel reikt tot een hoogte van 36 meter, gedeeltelijk los van het gebouw, en lijkt op een klokkentoren. Deze gevel herbergt een carillon met acht klokken. Op de betonnen muur, bedekt met ondoorzichtig grijs glas, vormen twee lichter gekleurde lijnen een ander kruis, groot maar discreet, als een filigraan, dat de gehele hoogte en breedte van de muur beslaat. Dit monumentale scherm, 80 cm dik, is ontworpen om de sterke winden die in de open ruimte ontstaan te kunnen weerstaan, door licht mee te bewegen.



 

Het materiaal dat voor de hoofdstructuur is gebruikt, is beton, wat niet nieuw is voor kerken uit de 20e  eeuw. Maar hier is het gebruikt vanwege de complexe constructie onder de vloerplaat van het La Défense-plein. De funderingen van het gebouw vertegenwoordigen alleen al een derde van de totale kosten. Er werden 62 pijlers gebruikt, waarvan sommige tot 20° hellen om ondergrondse obstakels te vermijden. 

Dit is een bijzondere kerk; het is eigenlijk meer dan alleen een kerk. Je vindt de kapel boven, waar de diensten worden gehouden. Maar de charmante vrijwilligster die me begroette, benadrukte subtiel: “het is een thuis, zodat iedereen zich er thuis kan voelen”. Zo is er op de begane grond een boekwinkel en een tentoonstellings- en vergaderruimte, terwijl er op de benedenverdieping een aantal ruimtes zijn ingericht om gelovigen te verwelkomen, maaltijden te serveren en groepen te huisvesten die door vrijwilligers worden geleid, door mensen in nood te verwelkomen door een luisterend oor te bieden en specifieke hulp te verlenen aan werkzoekenden, mensen met psychische problemen, alcoholisten of mensen met een (emotionele) verslaving, daklozen, enzovoort, dit alles in samenwerking met bevoegde organisaties en personen.


De 'bovenkamer' ofwel de kapel
 

De ‘bovenkamer’, bereikbaar via een trap, waarin de kapel zich bevindt, breekt met alle conventies. Hier geen kruisvormige plattegrond, geen traditionele oriëntatie. In plaats daarvan stap je in een kubus van beton en matglas die het natuurlijke licht diffuus binnenlaat. Stoelen die de misboeken verbergen en die uitklappen om plaats te bieden aan maximaal 300 personen.  



Het grote glazen scherm achter het altaar is ontworpen door glaskunstenaar Jacques Loire

Het altaar, de preekstoel en het tabernakel zijn het werk van beeldhouwer Pierre Sabatier en zijn gemaakt van geoxideerd staal. Het is opmerkelijk dat de preekstoel in het midden van de kapel staat, met de rug naar de celebrant tijdens de consecratie; een opstelling die gebruikelijk was in kerken uit het eerste millennium . Het altaar symboliseert Pinksteren en heeft aan elk van de vier zijden drie spleten, in totaal twaalf, net als het aantal apostelen. 




De preekstoel roept de brandende struik in herinnering uit Exodus 3. Het tabernakel symboliseert de onzichtbare aanwezigheid van God. Het grote glazen scherm achter het altaar is ontworpen door glaskunstenaar Jacques Loire. Het Mariabeeld is van de beeldhouwer Étienne; het wordt bekroond door vlammen die Pinksteren symboliseren. Het wandtapijt rechts van de ingangsdeur is gemaakt door broeder Yves van de abdij van Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire en stelt Christus aan het kruis voor.



Het Mariabeeld is van de beeldhouwer Étienne



Het wandtapijt rechts van de ingangsdeur is gemaakt door broeder Yves van de abdij van Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire
 

De kerk is ingewijd op 7 januari 2001 en was de eerste kerk van het 3e millenium en bestaat dus dit jaar 25 jaar. De Notre-Dame-de-Pentcôte opent alleen haar deuren op weekdagen. Een oase van rust te midden van drukke agenda’s, een discrete toevluchtsoord voor managers, werknemers en bezoekers van de zakenwijk La Défense, die op zoek zijn naar rust, ontmoetingen en spiritualiteit. Ook ik ben er regelmatig langsgelopen en nu vond ik het tijd om hier eens uitgebreid aandacht aan te besteden. Hoe bijzonder, een godshuis midden tussen de wolkenkrabbers. Een kerk die er niet uitziet als een kerk.


maandag 4 mei 2026

PARIJS WERELDHOOFDSTAD VAN DE STRAATKUNST; THE ZOO ART SHOW


Het klinkt raar, maar Parijs is de wereld-hoofdstad van de straatkunst. Nergens ter wereld is het aantal kunstenaars hoger. Geschat wordt dat urban art of street art alleen al goed is in Frankrijk voor een omzet van zo’n slordige 150 miljoen euro per jaar. Urban Art kreeg zo rond mei 1968 bekendheid in Frankrijk. De periode die bekend is van de studenten-opstand, de Parijse studentenrevolte genaamd. Maar de beweging is 'officieel' in de vroege jaren 1980, onder invloed van onder meer de mode-ontwerpster Agnès B, tot volle bloei gekomen. In Parijs vindt je op onverwachte plaatsen vaak prachtige 'graffity pieces', die zonder dat wij het weten zijn aangebracht door wereldberoemde graffiti-kunstenaars, waaronder Cope 2 (zijn echte naam is Fernando Carlo) Banksey, Fairey, Jef Aerosol, Speedy Graphito en Rero. Vandaag de dag wordt street art gezien als kunst, gevoed door grote retrospectieven in het Londense Tate Modern, het Los Angeles Museum of Contempory Art, het Palais de Tokyo en zelfs in het Grand Palais.

 

Maar dit keer is het La Défense, waar tot en met 28 juni 2026 Europa’s grootste indoor straatkunsttentoonstelling, de ZOO ART SHOW is te zien. Aan de voet van metrostation ‘La Défense – Grande Arche’ en op een steenworp afstand van Calders spinnensculptuur, opende ZOO ART SHOW op 7 juni 2025 haar deuren voor haar eerste Parijse evenement. 


Op een steenworp afstand van Calders spinnensculptuur, opende ZOO ART SHOW op 7 juni 2025 haar deuren


Een meeslepende tentoonstelling, verdeeld over vier verdiepingen In een voormalig steriel kantoorgebouw. Stel je eens voor. Op een oppervlakte van 4.000 m² kunnen bezoekers werken bewonderen van 500 Parijse, nationale en internationale kunstenaars. Onder de indrukwekkende lijst bevinden zich Darco, Jo Di Bona, Okuda, Gero, One Mizer, Bates en Zenoy. Dit tijdelijke straatkunstmuseum toont ook werk van verschillende Parijse galerieën, waaronder Artkind, Brugier-Rigal en Taxie Gallery. Als je houdt van kunst die bruist en de regels doorbreekt, maak je dan klaar voor een van de coolste evenementen van dit moment in Parijs: de Zoo Art Show, een meeslepende XXL-street art tentoonstelling die La Défense omtovert tot een creatieve stedelijke jungle.



 

Het is iets na 9 uur 's ochtends als ik uitstap bij metrostation ‘La Défense – Grande Arche’ stappen (lijn 1, RER A & E). Zoals altijd wemelt het in het zakendistrict ten westen van Parijs van de mensen. Vooral op dit uur. Gelukkig is de Zoo Art Show maar een paar meter lopen. Maar je moet nog wel de juiste uitgang vinden. Als je met het openbaar vervoer reist, raad ik je aan uitgang 5 (Calder - Miró) te nemen. Vermijd de uitgangen La Grande Arche en Dôme - Valmy Arena in dit immens groot metrostation. Eenmaal buiten spot je onmiddellijk de banners van de expositie.



 

De meeslepende ervaring begint al bij de ingang, waar je wordt verwelkomd in een lobby die doet denken aan de Parijse metro. Zelfs de liftdeuren zijn in de kleuren van de metro. Je gaat meteen naar de 5e verdieping. Wanneer de deuren opengaan, wordt je verrast door de graffiti op de muren, vloer en het plafond. Welkom bij ‘Vandal Squat’, hier begint de tentoonstelling. Op de bovenste verdieping verkent de 1000 m² grote etage de rauwe oorsprong van urban art en dompelt ons onder in een kraakpand-achtige sfeer uit de jaren 80 en 90. Neonlichten aan het plafond, een berg spuitbussen, old-school graffiti met veel tags en hiphopmuziek op de achtergrond.

 

Op de bovenste verdieping verkent de 1000 m² grote etage de rauwe oorsprong van urban art






Op de 4e verdieping neemt de Zoo Art Show je mee in een visueel labyrint dat de straatkunstscene van de jaren 90 en 2000 doet herbeleven, met wederom een aantal prachtige werken van kunstenaars als Mr Chat, Raphaelle Emery, Pimax, Adventis en Le Môme. Van vloer tot plafond, op de trap, op de pilaren en zelfs de ramen, elk oppervlak diende als canvas voor expressie. Calligraffiti, muurschilderingen, gigantische stripverhalen, neonlichten, 3D-installaties. Lokaal of internationaal, de kunstenaars (graffiti-artiesten, kalligrafen, schilders, fotografen of zelfs ontwerpers) speelden met de ruimtes en creëerden zo verrassende werelden. Het is ook een kans om verschillende technieken van urban art te ontdekken.


Op de 4e verdieping neemt de Zoo Art Show je mee in een visueel labyrint dat de straatkunstscene van de jaren 90 en 2000 doet herbeleven






Op de derde verdieping – ‘Urban Playground’: een explosie van vormen, kleuren en vibraties in een ruimte gewijd aan digitale en immersieve installaties van de meest visionaire kunstenaars die je zintuigen volledig omsluiten, en de grens tussen realiteit en simulatie vervaagt. Op de tweede verdieping bevindt zich een kunsttentoonstelling: een ondergrondse galerie met originele werken van kunstenaars die urban art naar de meest prestigieuze culturele instellingen hebben gebracht.



Op de derde etage: ‘Urban Playground’






Sinds 2018, ooit bedacht door Antoine Roblot, heeft de Zoo Art Show zich gevestigd als een belangrijke speler in de urban art-scene. Het in Lyon opgerichte collectief ontwerpt spectaculaire, tijdelijke tentoonstellingen op ongebruikelijke locaties, met een sterke mix van street art, undergroundcultuur en meeslepende scenografie.





 


De Zoo Art Show is eigenlijk meer dan alleen een tentoonstelling; het is een ware stedelijke ontdekkingstocht. En dat is wat ik zo geweldig vond aan deze expositie, het gevoel alsof ik Indiana Jones was die achter elke hoek verborgen schatten ontdekte! De rode draad van de Zoo Art Show? Dieren natuurlijk, maar ook verschillende interpretaties van de Parijse metro, evenals gezichten, installaties en hybride creaties. Soms moet je de kantoordeur sluiten om het hele kunstwerk te kunnen zien, een stapje terug doen, of juist dichterbij komen om een detail te waarderen. Allemaal heel meeslepend. Ik zou zeggen dompel jezelf onder in deze kolossale artistieke speeltuin van 4.000 m².


Banksy


De toegang tot het museum kost €15 (vol tarief), maar het zal liefhebbers van street art en andere nieuwsgierige bezoekers die op zoek zijn naar ongewone en unieke ervaringen zeker bekoren.

 


Zoo Art Show Paris 2026

4 Place de la Défense – 92800 Puteaux (La Défense).

Dinsdag tot en met zondag – nog te zien tot en met 28 juni 2026.

Voor tickets, klik hier.



Wanneer de deuren opengaan, wordt je verrast door de graffiti op de muren, vloer en het plafond