Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 10 april 2026

LV DREAM LOUIS VUITTONS CULTURELE JUWELENKISTJE IN PARIJS

 

Terwijl Parijs de honderdste verjaarag van de Art Deco-beweging viert, belicht een tentoonstelling de rol van Louis Vuitton bij het creëren van luxe reisaccessoires voor de prominenten van de Roaring Twenties. Voor kenners biedt Parijs ervaringen die verder gaan dan louter toerisme. LV Dream is daar een voorbeeld van. Ver weg van de drukte van de Champs-Élysées, met uitzicht op de Seine, heeft Louis Vuitton een intieme bestemming gecreëerd waar het erfgoed van het merk een dialoog aangaat met de avant-garde. Dit is niet zomaar een tentoonstelling, maar een zintuiglijke onderdompeling, een bevoorrechte ontmoeting met de ziel van het Huis. Een uitnodiging om de tijdsgeest te omarmen.

 

Ontdek ‘Louis Vuitton Art Deco’, een tentoonstelling die nog de hele maand april en een week in mei te zien is in Parijs (klik hier voor beschikbaarheid). Deze meeslepende presentatie, die plaatsvindt ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de Internationale Tentoonstelling; l’Exposition des Arts Décoratifs et Industriels Modernes van 1925, blikt terug op het historische moment van de Art Deco-beweging en eert de invloedrijke rol van Louis Vuitton in de oorspronkelijke tentoonstelling. 

Leder, canvas en geometrische lijnen ontmoeten elkaar langs een route die elk sleutelmoment herbekijkt en de bijdrage van het Huis Vuitton aan de Art Deco viert. De tentoonstelling belicht ook Gaston-Louis Vuitton, de kleinzoon van de oprichter Louis Vuitton, wiens creativiteit in dienst van stijl en elegantie, een keerpunt betekende voor het Huis. Meer dan 300 erfgoedstukken en archieven, waarvan vele nog niet eerder vertoond, worden tentoongesteld in acht kamers, acht thema's, acht haltes:

 


De Familie-erfgoedkamer:

Een kennismaking die het familieverhaal en de creatieve geest van Asnières-sur-Seine tot leven brengt, de geboortegrond van de inspiratie van Gaston-Louis Vuitton.

 

1925: De Triomf van het Huis Louis Vuitton:

Een reconstructie van de legendarische stand op de Wereldtentoonstelling van 1925, compleet met diorama en nostalgische foto's om de glorieuze bevestiging te ervaren.


Stand op de Wereldtentoonstelling van 1925

 

Art Deco Manifesto:

Autokoffers, kledingkasten op wielen, geometrische avondtassen en kleine lederwaren tonen zich in al hun pracht, tussen vakmanschap en creatieve flair.

 

Elegantie en Schoonheid bij Louis Vuitton:

Het alledaagse verheven tot kunst, met toiletartikelen, een Marthe Chenal-box en een knipoog naar Jeanne Lanvin en Paul Poiret.



 

De kunst van etaleren:

Een blik op de indrukwekkende vitrines en theatrale opstellingen op de Champs-Élysées, een ode aan de displaykunst van Gaston-Louis.

 


 

Kleuren, vormen en materialen:

Een explosie van kleuren, opvallende silhouetten, kostbare materialen, de visuele identiteit van de Art Deco in al haar glorie.

 

Van schets tot reclame:

Het creatieve proces; van vroege schetsen tot reclamecampagnes, met octogonale vormen en gestileerde profielen als grafische handtekeningen.

 

Mooiheid in Reizen:

Een feestelijk slot met een mix van archieven uit de jaren 1920 en hedendaagse creaties van Nicolas Ghesquière, Pharrell Williams, Marc Jacobs en Kim Jones.



 

Sinds het begin in 1854 heeft Louis Vuitton reizen getransformeerd in een kunstvorm met reiskoffers en accessoires die stijl en vernuft combineren. In de ateliers van Asnières-sur-Seine en het familiehuis ging vakmanschap hand in hand met inspiratie, waardoor de basis werd gelegd voor een creativiteit die al generaties overspant. In het begin van de 20e eeuw voegt Gaston-Louis Vuitton zijn artistieke ‘touch’ toe, waardoor het Huis een resoluut creatieve en eigentijdse dimensie krijgt.

 

Zijn visie:

What is a journey?

A journey is not a trip

It's not a vacation

It's a process, a discovery

It's a process of self- discovery

A journey brings us face to face with ourselves

A journey shows us not only the world

but how we fit in it

Does the person create the journey

or does the journey create the person?

The journey is life itself

Where will life take you?



 

Kunst ontmoet schoonheid

Vuitton had een uniek gevoel voor design, zoals blijkt uit de stand van het merk in het Grand Palais, die in de tweede zaal van de tentoonstelling wordt nagebootst. De stand, gedrapeerd in groen en grijs fluweel, bevatte glazen vitrines met verzorgingssets en koffers die de vitrines van het Vuitton-gebouw weerspiegelden, destijds gevestigd aan de Avenue des Champs-Élysées 70, waar tegenwoordig een Sephora-vlaggenschipwinkel is gevestigd. Onder zijn leiding schakelde het modehuis Vuitton ontwerpers als Pierre-Émile Legrain, Camille Cless-Brothier en Gaston Le Bourgeois in om objecten te ontwerpen, zoals kristallen en zilveren flacons, achthoekige borstels en make-upspiegels. Samengebracht onder Éditions d'art, leidden deze tot het hoogtepunt van het Huis op de tentoonstelling van 1925, een sleutelmoment dat Louis Vuitton vestigt in de geschiedenis van de Art Deco.



 

De tentoonstelling toont verzorgingssets die ooit eigendom waren van de musici Igor Stravinsky en Ignacy Paderewski, gemaakt van zeldzame materialen zoals schildpadschild, ivoor en krokodillenleer, die tegenwoordig beperkt of verboden zijn om bedreigde diersoorten te beschermen. Een van de hoogtepunten van deze sectie is de Milano-schoonheidskoffer, met zijn opvallende reeks witte geometrische kwasten tegen een rode voering. Samen met een kaptafel uit de jaren ‘20, ontworpen in samenwerking met Legrain, vormde deze koffer een belangrijke inspiratiebron voor Vuittons recente uitstapje naar de beautywereld, te beginnen met een make-uplijn ontworpen door Pat McGrath.



 

Een schat aan documenten

De tentoongestelde documenten variëren van productfoto's en advertenties tot foto's. Veel van het materiaal is door Gaston-Louis Vuitton zelf verzameld. Gaston was eigenlijk de eerste archivaris van het huis. Hij legde de basis voor wat later de erfgoedcollectie zou worden. Hij was onverzadigbaar nieuwsgierig en verzamelde alles wat hij maar te pakken kon krijgen. Onder de tentoongestelde objecten bevindt zich een notitieboekje met zijn handgeschreven verslag van hoe zijn grootvader op 16-jarige leeftijd te voet in Parijs aankwam en een leerlingplaats kreeg bij een kistenmaker en inpakker genaamd Monsieur Maréchal. Ook zijn er zijn verhandelingen over etalages, gepubliceerd in vakbladen uit die tijd, en kleurschetsen van de opvallende winkelgevels die hij tussen 1925 en 1929 ontwierp voor de Parijse flagshipstore.



 

De laatste zaal is een ode aan de kunst van het reizen tijdens de Roaring Twenties, met foto's, kledingkoffers en recente kledingstukken, waaronder looks uit de cruisecollectie van 2020, geïnspireerd op de Art Deco skyline van New York; Jacobs' herinterpretaties van portiers uniformen en reiskleding, en pakken van Pharrell Williams, creatief directeur herenkleding bij Vuitton.



 





LV DREAMS, Ingang rue du Pont Neuf 2, (tegenover warenhuis La Samaritaine) 1e arrondissement, metrostation Pont Neuf, lijn 7. 

Alle dagen geopend van 11.00 uur tot 20.00 uur 

Toegang gratis, echter pas na reserveren van time slot op de website van LV Dreams (klik hier).

Let op! De tentoonstelling was oorspronkelijk gepland tot en met 12 maart 2026 maar is zeer waarschijnlijk verlengd. Zie ook de originele ticket webshop van LV Dreams (klik hier). 

Objecten uit de collectie van Gaston-Louis Vuitton zijn ook nog te zien zijn in de tentoonstelling ‘1925-2025: Honderd jaar Art Deco’ in het Musée des Arts Décoratifs, tot en met 26 april 2026.




donderdag 2 april 2026

DE MAKERS; JOS VERHEUGEN KUNSTSCHILDER IN PARIJS

 

DE MAKERS zijn Nederlanders die wonen, werken en succesvol zijn in Parijs. Onderdeel van het netwerk van het Atelier Néerlandais, de cultuurhub van de Nederlandse ambassade in Frankrijk. Tijdens de vele netwerkbijeenkomsten heb ik steeds de kans om bijzondere Nederlanders te ontmoeten die ik voor het gemak DE MAKERS heb genoemd. Zij zijn de creatieven, de mensen met ideeën, kunstenaars, dromers, en de durfals met  verbeelding, energie, ambitie en intuïtie om iets te creëren vanuit het niets. Ze brengen Parijs tot leven. Want wat zijn steden anders dan menselijke ecosystemen – netwerken – van mensen die gebouwen, monumenten, tuinen en straten tot leven brengen?


Kunstschilder Jos Verheugen
 

In deze blog breng ik weer een deel van het creatieve DNA van Parijs in kaart en beschrijf ik een stukje van deze dynamische keten. Je maakt kennis met een van hen en ontmoet hem als het ware backstage, om zo getuige te zijn van zijn werkzame leven. Het mooiste van alles is dat het geen geheim genootschap is. Deze mensen zijn de motoren van enkele van de meest opwindende plaatsen van de stad. Geen cynische imitaties of het resultaat van berekende carrière moves, geen Instagram influencers of concepten uitgevonden door algoritmes; dit zijn mensen van vlees en bloed  die een verlengstuk zijn van hun passie en persoonlijkheid.

 

Dit keer maken jullie kennis met een kunstenaar met een missie: Jos Verheugen, kunstschilder in Parijs. Een tijdje geleden ontving ik van hem het volgende bericht: “Hallo Ferry, leuk dat je langskomt, maart is prima. Neem tegen die tijd nog even contact op om een precieze afspraak te maken. Hier alvast de routebeschrijving: rue Barrault No 22 – ‘La Petite Russie’ in het 13e arrondissement. Je stapt uit bij metrostation Corvisart, lijn 6. Nummer 22 is toegankelijk via de glazen deur tussen hotel IBIS en het bedrijf  ‘Une Pièce en Plus’. Toets om de glazen straatdeur te openen op het paneeltje aan de zijkant van de deur de volgende code in (sorry lezers maar de code is geheim). Ga de tweede glazen deur door en klim de betonnen trap op. Bovenop het dak/terras aangekomen woon en werk ik onder het derde puntdakje ('nr 71b'). Tot dan, Jos”.


'La Petite Russie'; 18 rijtjeshuizen, staan, met de ruggen tegen elkaar, in een rechte lijn op een dakterras, zo’n 15 meter boven de grond


Een perfect beschermde plek

‘La Petite Russie’ is maar op twee manieren te ontdekken, maar voor beide keren heb je wel een beetje geluk en de hulp van een bewoner nodig. Dat geluk had ik. Voor degenen die dat geluk niet hebben is het wachten op ‘jaarlijkse open dagen van kunstenaarsateliers’ die worden georganiseerd door de vereniging ‘Lézarts de la Bièvre’. ‘La petite Russie’ is vanuit de straatkant niet te zien want het ligt verscholen achter gebouwen op de Butte-aux-Cailles en is zonder twijfel de best verborgen en meest bevoorrechte microbuurt van de hele hoofdstad. We tellen Villa Montmorency niet mee (ook wel het getto van de elites genoemd, Sarkozy woont er met zijn Carla Bruni en ook de Nederlands-Franse zanger Dave) want die ligt buiten de gebaande paden in het 16e arrondissement. 

Volgens Jos Verheugen doen er twee verschillende verhalen de ronde over dit wooncomplex. Het zou zijn naam te danken hebben aan zijn eerste bewoners. Het werd gebouwd om de werknemers van een taxibedrijf te huisvesten, van wie de overgrote meerderheid Russische immigranten waren. Daarom lijken de huisjes meer op traditionele Russische izba's, ondanks dat ze niet van hout zijn.



'La Petite Russie', niet zichtbaar vanuit de straat maar gelegen hoog boven de grond bovenop een garage
 

Het echte verhaal is echter dat ene Pierre Peyrabout in 1925 een van de initiatiefnemers was van een bouwproject. De eerste aanvraag voor een bouwvergunning, gedateerd 3 december 1925, werd op 16 december 1925 afgewezen op grond dat de wet de ombouw van een bestaand woonpand naar industriële en commerciële panden verbood. Echter tegen die tijd waren de gebouwen op de binnenplaats al gesloopt. Om deze sloop te compenseren stelde Peyrabout voor om 19 paviljoens op de daken van de garage te bouwen, een zeer ongebruikelijke oplossing, maar werd door de autoriteiten geaccepteerd. Een voor die tijd modern pand werd op 29 mei 1927 ingehuldigd met aan de straat een gemeubileerd hotel met 110 kamers, en aan de achterkant van het perceel een vijf verdiepingen tellende garage en als curiositeit van de plek, bovenop de garage 19 paviljoens. 18 rijtjeshuizen, staan, met de ruggen tegen elkaar, in een rechte lijn op een dakterras, zo’n 15 meter boven de grond, waarvan de uniformiteit alleen wordt onderbroken door hier en daar aangebrachte versieringen door de bewoners zelf. De garage zelf was bedoeld voor een taxiverhuurbedrijf maar op 4 mei 1928 verhuurde Mr. Peyrabout de garage aan het bedrijf Citroën. 

Volgens de volkstelling van 1931 woonden er 93 huishoudens op rue Barrault 20-22. Van deze 93 huishoudens bestonden er negen uit Russische burgers waarvan slechts twee Russische taxichauffeurs.  Voor de rest waren het gezinnen van een journalist, een arts, een Estse schilder (Pierre Linzbach), één ingenieur, een kok / restauranthouder en twee Joodse kunstschilders: Bram van Velde (1895-1981) en Alice Hohermann (1902-1943), die in konvooi 57 naar Auschwitz werden gedeporteerd en op 21 juli 1943 werden vermoord. Ook een aantal agenten van de Franse post.


Het schildersatelier van Jos Verheugen waar hij woont en werkt bevind zich onder het derde puntdakje, nummer 71bis. 

 

Jos Verheugen kunstschilder met een missie

Het was een prachtige zonnige dag in maart toen ik hijgend na een 15 meter hoge klim over een ongemakkelijke betonnen trap mij meldde bij Jos Verheugen. Het eerste wat mij opviel was het prachtige uitzicht over de westelijke helling van de Butte-aux-Cailles met als kers op de taart uitzicht over nog een Parijs juweeltje; ‘Petite Alsace’, een ander wooncomplex dat lager in het zuiden ligt. Rond een uitgestrekte binnenplaats die een tuin vormt liggen een veertigtal  arbeidershuisjes met een werkplaats voor het hoofd van het gezin. 



Nog een Parijs juweeltje; ‘Petite Alsace’

In het Parijs van arbeidersklasse en arbeiders richtte Jean Viollet (1875-1956), een katholieke priester, Le Moulin-Vert op, een liefdadigheidsinstelling, met als doel de leefomstandigheden van het arbeidersgezin te verbeteren, door de bouw en het beheer van huizen, de distributie van kleding, de oprichting van kleuterscholen of verzorgingshuizen, zoals te lezen is in het geïllustreerde foldertje. Het vastgoedbedrijf Moulin-Vert is nog steeds eigenaar van het terrein. ‘Petite Elsace’ werd geopend op 27 juli 1913.



 

Ik meld mij op nummer 71b. De openstaande luiken geven meteen een inkijkje in het schildersatelier van de kunstenaar. In de deuropening zijn ‘rijzige ’gestalte’. “Welkom klinkt het.

Jos was eigenlijk wetenschapper toen hij in 1994 in Parijs belande. Gedurende vier en een half jaar werkte hij als postdoctoraal onderzoeker op het terrein van de elektrofysiologie aan het prestigieuze Institut Pasteur, in 1887 opgericht door Louis Pasteur. Het schilderen, dat zijn voornaamste passie was geworden, werd verbannen naar de avonden en de weekenden. Maar zijn hart lag er niet. Op de universiteit, waar hij promoveerde in de elektrofysiologie, had hij meer vrienden op de kunstafdeling dan binnen zijn eigen studierichting, en dus, tijdens zijn werk bij het Institut Pasteur, besloot hij zijn passie te volgen en zich fulltime aan de kunst te wijden en daar heeft hij tot de dag van vandaag nog geen spijt van.


Jos aan het werk aan zijn serie 'vrij naar Mondriaan'


Verheugen is autodidact en laat zich inspireren door Nederlandse schilders waaronder Rembrandt, Kees van Dongen en Charley Toorop die allemaal zijn portretten hebben beïnvloed. Elk jaar bijvoorbeeld, als vaste traditie schildert hij zijn zelfportret en In december, rond de verjaardag van zijn dochter Ella schildert hij haar portret. Zelf noemt hij zijn project een weerslag van het voortschrijden van leven, zijn gemoedstoestand, schildertechniek en artistieke benadering. 




In zijn atelier zie je schilderijen van robuuste vrouwelijke lijven, allemaal sterke trotse vrouwen, bijna sculpturaal, waarmee hij het haast anorexische schoonheidsideaal, dat verwijst naar een maatschappelijke norm waarin extreem slank zijn – vaak tot op het bot – wordt gezien als het ultieme schoonheidsideaal aan de kaak stelt, door juist de aantrekkelijke en weelderige vrouwelijke rondingen in zijn schilderijen te accentueren.



 

Zijn andere inspiratiebron is Mondriaan. Piet Mondriaan woonde en werkte in Parijs in een atelier aan de Rue de Coulmiers 26 in het 14e arrondissement. Zijn atelier in de rue du Départ was beroemd en werd door hem ingericht als een totaalkunstwerk, een weerspiegeling van zijn theorieën. In de serie - ‘Vrij-naar-Mondriaan’ - transformeert Verheugen de abstracte composities van zijn vermaarde voorganger door er figuratieve elementen, met name dieren, aan toe te voegen. Dit creëert een derde dimensie, ruimtelijkheid in Mondriaans schilderij, dat plat is, zonder volume. 




Verheugen ontdekte dat je voor elke compositie van Mondriaan diersoorten kunt vinden die zich er perfect in thuis voelen, door de symbiose met hun vacht of verenkleed, of met hun natuurlijk gedrag, bijvoorbeeld. Bovendien suggereren de dieren een interpretatie van Mondriaans schilderij: slangen leiden de blik van de toeschouwer door het lijnenspel van Mondriaan en een groepje pimpelmeesjes legt bijvoorbeeld een diagonaal bloot binnen de rechthoeken van Mondriaan. 

 




Middels zijn schilderijen strijdt Verheugen ook tegen de uitwassen van de jacht in Frankrijk, met name de jacht op ‘onze’ in hun voortbestaan bedreigde weidevogels.


Verheugen schildert met olieverf op natuurlijk linnen en gebruikt slechts drie kleuren – dezelfde drie kleuren die Mondriaan gebruikte – cadmiumrood, ultramarijn blauw en Napelsgeel – plus wit, waarmee hij vrijwel elke kleur kan creëren. Uiteindelijk maakte hij vele honderden schilderijen in de serie ‘Vrij-naar-Mondriaan’. 




Naast vogels schildert hij ook vlinders, kikkers, slangen, schapen, zebra's, stieren, en mensen in dergelijke schilderijen. Zijn werk is te koop in diverse galerieën en onlangs nog op de ‘Salon Art Capital’ 2026 in het Grand Palais te Parijs. Zijn atelier is op afspraak te bezoeken.




Jos Verheugen, 22 rue Barrault, 75013 Paris - +33 6 26 51 47 70

jos.verheugen@josverheugen.com


woensdag 25 maart 2026

DE TUILERIEËNTUNNEL EEN UNIEKE KUNSTBESTEMMING IN HET HART VAN PARIJS

 

In mijn reisgids Ongewoon Parijs besteed ik maar 6 van de 160 pagina’s aan het eerste en tweede arrondissement. Jullie weten; Ik ben dol op Parijs, maar het is in het eerste en tweede arrondissement veel te druk…Het is juist hier dat veel mensen ontmoedigd raken door het toerisme, vooral in het weekend. Musea, galerieën en zogenaamd hippe cafés zitten bomvol en een plekje vinden om te zitten wordt al snel een ware hindernisbaan. Het meest ergerlijk zijn de wachtrijen die ontstaan door hippe Instagrammers die weer zogenaamd iets bijzonders ontdekt hebben. Rijen toeristen voor een kop warme chocolade bij Angelina of dippen met een enorme, nauwelijks hanteerbare, croissant op een terras in een minuscuul klein kopje cappuccino. Alles voor de foto op Instagram onder het motto; kijk mij nou!



Een kunstgalerie onder je voeten, sterker nog onder het Louvre
 

Tunnel des Tuilleries

Maar voor diegene die, net als ik, het toeristische Parijs wil ontdekken en steeds op zoek blijft gaan naar de echte ‘couleur locale’ ontdekte ik een zeldzame plek, een kunstgalerie onder je voeten. Pal in het hart van het eerste arrondissement, waar eeuwen geschiedenis samensmelten met het moderne stadsleven, biedt een bescheiden tunnel een uniek perspectief op de evolutie van de stad. De ‘Tunnel des Tuileries’, over het hoofd gezien door toeristen die zich haasten tussen de bekendere bezienswaardigheden, is een stille getuige van de transformatie van de Franse hoofdstad. Deze ondergrondse corridor, met zijn combinatie van functionaliteit en historische betekenis, nodigt bezoekers uit om een minder bekend aspect van de Parijse infrastructuur en stadsplanning te ontdekken.



Deze Mona Lisa daalde af vanuit het Louvre naar de Tunnel des Tuileries

 

Een verbinding met de Parijse geschiedenis

De ‘Tunnel des Tuileries’ is niet zomaar een tunnel. Hij werd ontworpen als onderdeel van een groots moderniseringsplan voor Parijs aan het einde van de 19e eeuw. De tunnel werd gebouwd om de verkeersstroom tussen het Louvre en de Place de la Concorde, twee van de meest iconische plekken van de stad, te vergemakkelijken. Deze 861 meter lange tunnel werd in 1967 geopend als eenrichtingsverkeer van west naar oost. Destijds maakte hij integraal deel uit van de ‘snelweg’ Georges - Pompidou. Toen de tunnel werd gebouwd, werd het beschouwd als een opmerkelijke technische prestatie. De uitdagingen van het aanleggen van een ondergrondse doorgang in het hart van Parijs, met zijn complexe geologie en eeuwenlange stedelijke ontwikkeling, waren aanzienlijk. Toch hielden de ingenieurs en arbeiders van die tijd vol en creëerden ze een constructie die de tand des tijds heeft doorstaan. De stevige wanden en het gewelfde plafond van de tunnel getuigen van de vaardigheid en het vakmanschap van de bouwers. 

Maar in april 2010 presenteerde de toenmalige Parijse burgemeester Bertrand Delanoë een opzienbarend en ambitieus plan om de kades langs de Seine nieuw leven in te blazen en terug te geven aan de Parijzenaars. "Auto's zullen in hogere mate geweerd worden en wandelaars en fietsers krijgen volop ruimte. De kades moeten gebruikt gaan worden voor sport, cultuur en natuur", aldus Delanoë. "We willen de oevers hun schoonheid teruggeven aan de Parijzenaars en aan iedereen die van Parijs houdt. Ik wil dat het plaatsen worden om te leven en te ontspannen, en niet langer een autosnelweg door de stad". In 1991 werden de stenen kades door de Unesco op de lijst van beschermd werelderfgoed gezet. "Parijs is ontstaan aan de Seine. Hoe kunnen we accepteren dat die as, die dwars door de stad loopt, alleen nog dient als autoweg?" zei Delanoë, als een soort indirecte repliek aan Georges Pompidou, de initiatiefnemer van de snelweg aan de Seine. 

Na de afsluiting tussen Châtelet en het eindpunt van de snelweg Georges - Pompidou voor autoverkeer, werd deze tunnel uitsluitend gereserveerd voor voetgangers en fietsers. De locatie van de tunnel is doordrenkt van historische betekenis. Hij loopt onder de plek van het voormalige Tuileries-paleis, een koninklijke residentie die werd verwoest tijdens de Commune van Parijs in 1871. Terwijl bezoekers door de tunnel lopen, passeren ze letterlijk lagen Parijse geschiedenis. De grond erboven draagt herinneringen aan koninklijke intriges, revolutionaire geestdrift en de transformatie van Parijs van een middeleeuwse stad tot een moderne metropool.

 


Een kunstgalerie onder je voeten

De ingang ligt verscholen aan de quai du Louvre. Ter hoogte van de Seinekade bij de rue de l’Amiral de Coligny neem je de trap naar beneden en ga meteen links af. Als je goed oplet zie je fietsers vanuit de Pont Neuf verdwijnen onder de quai du Louvre. Daar is het begin van de tunnel. Sinds 2022 is de tunnel overgenomen door verschillende straatkunstenaars uit Frankrijk en daar buiten. Al meer dan drie jaar brengen kleurrijke muurschilderingen een vleugje poëzie naar deze plek die ruim 10 jaar verlaten was, maar nu bekend staat om zijn verbluffende straatkunst, waar bezoekers genieten van een wandeling van 30 tot 40 minuten door een lange tunnel. De ruimte is absoluut veilig en toegankelijk en trekt zowel voetgangers, joggers als fietsers aan, die de steeds veranderende kunstwerken en de levendige sfeer, gecreëerd door zowel kunstenaars als muzikanten, waarderen.


Al meer dan drie jaar brengen kleurrijke muurschilderingen een vleugje poëzie naar deze plek die ruim 10 jaar verlaten was




De wanden van de tunnel zijn versierd met een wisselende selectie muurschilderingen en installaties, waardoor deze utilitaire ruimte verandert in een dynamische galerie. Deze kunstwerken, die vaak de hedendaagse Parijse cultuur en maatschappelijke vraagstukken weerspiegelen, vormen een schril contrast met de historische context van de tunnel. Het was oorspronkelijk een initiatief van niemand minder dan Nicolas Laugero Lasserre directeur van Artistik Rezo galerie en met steun van de stad Parijs. Laugero Lasserre is ook medeoprichter van de Artflux- groep, die zes culturele en kunstzinnige locaties aan de Seine verenigt: Fluctuart, Le Marcounet, Nanna, Les Péniches de Paris, Quai de la Photo en Le Son de la Terre. In juli 2022 werd er heldere en kleurrijke verlichting aan de tunnel toegevoegd, samen met 10 tijdelijke muurschilderingen die minstens een jaar zichtbaar zouden zijn, minimaal tot de zomer van 2023.





 

Maar toen gebeurde er iets: de strakke fresco's, die balanceerden tussen urban art en hedendaagse kunst, werden al snel overgenomen door lokale graffitikunstenaars! Hoe had de stad Parijs kunnen bedenken dat deze plek geen afgunst of jaloezie zou opwekken? Natuurlijk bevonden sommige van de 'vandalistische' kunstenaars zich in de collectie van de curator en het is zeer waarschijnlijk dat hij stiekem de bedoeling had om de plek wat levendiger te maken, maar sommige kunstenaars die hun tags kwamen zetten, deden dat zonder voorafgaande toestemming en vooral zonder enige toestemming! Hoe kan een straatkunstenaar nu niet zwichten voor het idee om zijn werk aan de voet van het Louvre te plaatsen! Ik kan me hun enorme voldoening voorstellen die ze daarbij moeten hebben gehad en stiekem ben ik ze daar dankbaar voor, want deze plek is magisch! 


De veelheid aan werken, de diversiteit aan onderwerpen en de snelheid waarmee ze worden vervangen, laten zien hoe de cultuur nog steeds springlevend is in het hart van de hoofdstad!


 


De verlichting verandert van kleur net als verkeerslichten en beïnvloedt de fresco’s. De lichten staan allemaal in constante interactie met hun publiek, sommige concentreren zich alleen op de rennende joggers, weer anderen op de voorbijgangers. Er hangt een rauwe sfeer en ondanks de veiligheid bekruipt je toch een gevoel van onrust, zo van waar kom ik uit? Er is zeker sprake van vergankelijkheid en er is geen garantie van wat je vandaag hebt gezien er morgen nog zal zijn.



 





De Tuilerieëntunnel staat voor mij symbool voor de voortdurende evolutie van Parijs. Het vertegenwoordigt het vermogen van de stad om zich aan te passen en te groeien, terwijl ze tegelijkertijd haar historische erfgoed koestert. Terwijl stedenbouwkundigen en architecten de toekomst van Parijs blijven vormgeven, dient de tunnel als een herinnering aan de vindingrijkheid en visie die altijd de kern van de stadsontwikkeling hebben gevormd. Bovendien biedt het een unieke en verrijkende ervaring voor wie bereid is buiten de gebaande paden te treden. 



Eenmaal buiten de tunnel wordt je verwelkomd door het weelderige groen van de Tuillerieën, een meesterwerk van landschapsarchitectuur uit de 16e eeuw. Deze tunnel verbindt niet alleen twee belangrijke locaties, maar belichaamt ook de essentie van de Franse hoofdstad: een stad waar geschiedenis, kunst en natuur prachtig samenkomen.



 

Ik raad je van harte aan om deze tunnel te bezoeken en te genieten van de ultieme smaak van vrijheid. Mocht je toevallig alleen naar Parijs komen om urban art te proeven en ben je net zo gek als ik en houd je van de sfeer van dit soort vrije plekken, dan mag je Aubervilliers niet missen, aan de kant van het Canal de l'Ourcq of aan de overkant van de Seine; op Spot 13 of de Butte aux Cailles, Street-Art 13 in het 13e arrondissement en last but not least de rue Dénoyez in Belleville.

 

 

zaterdag 14 maart 2026

LES ROUTIERS DE PARIS, GASTRONOMISCHE EN CULTURELE MONUMENTEN

 

Al meer dan 90 jaar verbindt het ‘Relais Routiers-netwerk’ restaurants die vriendelijke gerechten aanbieden tegen een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding. Relais Routiers, een levendig onderdeel van de gastronomische geschiedenis, liggen verspreid langs de Franse wegen en bieden degenen die er stoppen huisgemaakte, traditionele, gulle gerechten. Drie zijn er nog te vinden in Parijs, maar daarover straks meer.



Het verhaal van ‘Relais Routiers’ begon in 1934, toen een aristocraat en journalist genaamd François de Saulieu de opdracht kreeg een artikel te schrijven voor ‘Le Petit Parisien’ over een destijds nieuw beroep dat aan het begin van de 20e eeuw op heroïsche wijze was ontstaan, namelijk vrachtwagenchauffeur. Het goederenvervoer onderging immers een logistieke revolutie dankzij de vrachtwagens, terwijl het spoor- en binnenvaartvervoer te kampen hadden met de nadelen van omslachtige logistiek.

Saulieu vergezelde een vrachtwagenchauffeur op zijn rit in een Bernard H8-vrachtwagen voor een reis van twee dagen. Hij was onderweg van Les Halles in Parijs naar de haven van Marseille om zijn reportage te schrijven. Het was een beroep waar weinig mensen zich destijds om bekommerden, en hij ontdekte het van binnenuit. Hij vertelt hoe hij ontroerd was door ‘de hardheid van het werk en de eenzaamheid van deze stoere mannen met een groot hart op de weg’. Niemand leek zich om hun behoeften te bekommeren. 

Als gevolg van die inspanning richtte de Saulieu samen met Louis Navière datzelfde jaar de krant Les Routiers op,. waarvan de naam de oorsprong is van de term ‘chauffeurs’ die we tegenwoordig gebruiken. Destijds was het gebruik van de term ‘routiers’ een merkwaardig idee. Het riep associaties op met struikrovers of loodsen die schepen door lastige passages loodsten.

Het doel van deze krant? Het ondersteunen van de uitgebreide familie van vrachtwagen-chauffeurs en het verbeteren van hun arbeidsomstandigheden. 

De oprichters van de krant hadden het echter in de beginjaren moeilijk, omdat de abonnementen niet voldoende binnenkwamen, waardoor de financiële stabiliteit van hun prille onderneming in gevaar kwam. Omdat ze liefhebbers waren van lekker eten, besloten ze daarom door Frankrijk te reizen. Hun missie was om restaurants te vinden waar vrachtwagenchauffeurs het meest stopten en de krant daar te verspreiden.


Saulieu stelde ook een vijfpuntencharter op waaraan cafés en restaurants zich moesten houden om officieel ‘Relais Routiers’ (of kortweg Routiers) te worden en het blauw-rode logo te mogen voeren, zodat vrachtwagenchauffeurs het vanaf de weg gemakkelijk konden zien. Het eerste restaurant dat het blauw-rode wielvormig uithangbord op de gevel plaatste, eind 1934 was ‘Le Cheval Noir’ in Champagne-au-Mont-d’Or aan de Route Nationale 6. Dat charter bestaat nog steeds en bepaalt dat de Routiers het volgende moeten bieden:

 

1. Een hartelijk welkom

2. Het eten wordt zoveel mogelijk ter plaatse bereid en in royale porties geserveerd.

3. Een voorgerecht, hoofdgerecht of hoofdgerecht en dessert voor minder dan €25   (gecorrigeerd voor inflatie)

4. Een douche voor de vrachtwagenchauffeurs

5. Een extreem grote parkeerplaats

 

Zo verspreidde het bord zich vanaf 1934 langs de Franse wegen. De krant Les Routiers wijdde pagina's aan een lijst van rustplaatsen langs de weg. In de tijd dat olielekkages veel voorkwamen, werd gezegd dat een goed tankstation er een was met veel olievlekken op de parkeerplaats, als bewijs van de trouwe aanwezigheid van de chauffeurs. Vervolgens werdGuide des Relais Routiers’ gelanceerd, een jaarlijkse uitgave met een overzicht van alle goede restaurants en cafés langs de route. Later werd de gids uitgebreid met meer criteria. De onderscheiding ‘La Casserole’ is in het leven geroepen om de beste restaurants te erkennen, vergelijkbaar met de Michelinsterren. Suggesties voor bezoeken en informatie over lokaal erfgoed worden toegevoegd aan de pagina's van de gids om gezinnen te helpen bij hun vakantie, om zo de reputatie van de Relais Routiers (wegrestaurants) te versterken.



 

Les Routiers à Paris

Heb je geen vrachtwagen? Geen probleem! Je kunt nog steeds een van de drie laatste overgebleven wegrestaurants in Parijs bezoeken. Zodra je binnenstapt, waan je je in een andere wereld waar de tijd al meer dan 50 jaar stilstaat! Wat je er aantreft is echter magisch: eenvoudig en heerlijk eten, een oprechte vriendelijke bediening en dat alles voor een betaalbare prijs…  Charmant en authentiek!


 

Les Marches

Allereerst neem ik je mee naar het 16e arrondissement. Welkom bij Les Marches, een authentieke Parijse bistro, precies zoals we die allemaal kennen en waarderen. Een rustig plekje aan de voet van de Eiffeltoren, verscholen tussen de Seine en het Palais de Tokyo, het museum voor Moderne Kunst, met een vredig terras en huiselijke gerechten die verfijnd, eenvoudig en royaal zijn. Hier geen gefabriceerde nostalgie voor toeristen, maar alles wat je nodig hebt voor een gezellige lunch of diner met vrienden. De authenticiteit wordt bevestigd door het blauw-rode bord van ‘Les Routiers’. 






Les Marches, onderging eind 2014 een metamorfose met de komst van de ervaren gebroeders Dunant. Zij vestigden het restaurant op de voormalige locatie van ‘Marches du Palais’ en transformeerden het tot een modern  Parijs wegrestaurant. Deze vriendelijke, ouderwetse bistro-achtige  zaak is inmiddels een groot succes. Zonder reservering geen tafeltje. Je wordt hartelijk ontvangen en uitstekend bediend. Les Marches Routier heeft een ouderwetse gevel met rode luifel, traditionele bistro-inrichting in de twee eetzalen, mozaïekvloeren, een bar, wanden met donker hout, lichte muren, spiegels, banken en menukaarten. Rood-wit geblokte papieren tafelkleden houten tafels en stoelen, lachende serveersters en een uitgebreide menukaart net als vroeger. Bij mooi weer worden er enkele tafels op het terras gezet. Alle dagen geopend voor lunch en diner.




Voorgerechten van € 7 - € 16, Hoofdgerechten van € 18,50 - € 32, nagerechten van € 7 - € 12

Voor de recente menukaart klik hier.

Rue de la Manutention 5, 16e arrondissement, metrostation Iéna, lijn 9.

 


 

Chez Léon

Chez Léon, een wegrestaurant halverwege het treinstation Saint-Lazare en de warenhuizen. Te midden van de drukte van rue du Havre en rue de Rome heerst er iets geruststellends. Geruite tafelkleden en servetten, knoflookworst, haring met aardappelen in olie, een kwart liter Côtes-du-Rhône en een vitrine met hardgekookte eieren, zelfgemaakte friet zoals oma die vroeger maakte... Het is zo'n plek waar je het niet erg vindt om alleen te lunchen, want de eetzaal is op zich al een bezienswaardigheid. Chez Léon bestaat al sinds 1910 en werd in 1934 de onofficiële zetel van de vrachtwagen-chauffeursvakbond en een aanbevolen plek in de vracht-wagenchauffeursgids vanwege de goede prijs-kwaliteitverhouding. In 1960 nam de familie Grange de zaak over en zij runnen het nog steeds. Madame Grange, de moeder, staat nog steeds achter de kassa, terwijl haar zoon André in de keuken staat, vaak bijgestaan door zijn zoon. Deze bistro heeft echter zorgvuldig zijn charmante jaren '50-inrichting bewaard en is geen dag ouder geworden. Alsof het zich in een eigen wereldje bevindt, lijkt Chez Léon te ontsnappen aan de hectiek van de buurt. Lunchgerechten zijn onder andere de altijd populaire steak tartaar, biefstuk met een gebakken ei en frankfurters met friet. Daarnaast is er een lijst met vijf of zes gerechten die regelmatig wisselen, allemaal huisgemaakt. En het klopt dat ik mij hier een beetje thuis voel. Klaar voor een nostalgische trip tussen het winkelen door? Je hebt al een dagschotel van €14 tot €16.  

Chez Léon, rue de l'Isly 5, 8e arrondissement, metrostation Saint-Lazare, lijn 3, 12, 13, 14.

Geopend van dinsdag tot en met vrijdag van 6.00 tot 23.00 uur, zaterdag van 8.00 tot 19.00 uur.


 


Aux Bons Crus

Hoewel je in dit restaurant in de wijk Voltaire (11e arrondissement) waarschijnlijk geen vrachtwagenchauffeur tegenkomt tijdens een ‘road trip’, zal het je niet verbazen als je er Parijzenaars aantreft die op zoek zijn naar "traditionele" gerechten. Desondanks vormen de geruiten tafelkleden, de flessen Aperol, de plastic broodmand en de vintage posters aan de wand nog steeds een belangrijk onderdeel van het decor van Aux Bons Crus. Het menu doet de naam ‘truckstop’ eer aan. Drie kernelementen weerspiegelen de criteria voor het verkrijgen van het felbegeerde blauw-rode bord: een warm welkom, onberispelijke kwaliteit en redelijke prijzen. De kers op de taart: bij Aux Bons Crus is het La Casserole-label. Deze onderscheiding, ingesteld in 1965, erkent restaurants met een hoogwaardige keuken. 




De must haves zijn hier;

Œufs Meurette, Pâté en Croûte, Le Chou Farci des Routiers,  Tête de Veau, Cœur de Rumsteak au Poivre,, Baba au Rhum avec le Rhum Diplomatico. Wekelijks een vast menu voor €22, alleen tijdens de lunch.

Aux Bons Crus, rue Godefroy-Cavaignac 54, 11e arrondissement, metrostation Voltaire, lijn 9. Dagelijks geopend van 12.00 tot 14.30 uur en van 19.30 tot 22.30 uur.



 

Les Routiers de Paris, een truckstop die met de metro bereikbaar is. Traditionele Franse restaurants die bekend staan om hun huisgemaakte, ‘Fait Maison’, gulle gerechten tegen een goede prijs-kwaliteitverhouding verzekeren het voortbestaan van een bijna honderd jaar oude Franse traditie. Door de sterke inflatie van de afgelopen twee jaar is uit eten gaan in Parijs – vooral in traditionele restaurants – voor veel mensen onbetaalbaar geworden. Maar het netwerk van ruim 700 ‘Relais Routiers’ die ook voor het grote publiek toegankelijk zijn, heeft zich ingespannen om de prijzen laag te houden.


 

Meer tips om van Parijs te genieten zonder je portemonnee te plunderen vind je in mijn nieuwe reisgids ‘Parijs Budgetvriendelijk Beleven’. Verkrijgbaar online of bij elke goede boekhandel. Paperback met vele kleurenfoto’s van Parijs, 160 pagina’s. ISBN 978-94-93358-65-2, prijs € 24,50