Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 9 september 2026

PARIJS DOOR HAUSSMANN, DE GEBOORTE VAN EEN MODERNE METROPOOL


Parijs is een van de meest beloopbare steden ter wereld, waardoor rondslenteren de ideale manier is om het leven in de Franse hoofdstad te ervaren. Tijdens een wandeling door de straten kom je allerlei opvallende bezienswaardigheden tegen, zoals de wereldberoemde metro-ingangen, unieke  winkelgevels maar, torenhoog boven alles uit, de historische Haussmann-appartementencomplexen. Deze gebouwen, ontworpen door baron Georges Eugène Haussmann om het 19e-eeuwse Parijs te moderniseren, zijn sindsdien een symbool geworden van de traditionele charme van de Franse hoofdstad. De Haussmann-architectuur vormt de visuele ziel van Parijs. Met meer dan 40.000 gebouwde huizen in de periode 1853 en 1870 vertegenwoordigen deze gebouwen nu ongeveer 60% van de gebouwen in de hoofdstad!

 

Maquette van een Haussmann gebouw in het Cité de l’Architecture Paris (l) versus werkelijke bouw


De renovatie van Parijs door Haussmann was een omvangrijk openbaar bouwprogramma in opdracht van de Franse keizer Napoleon III, dat tussen 1853 en 1870 werd uitgevoerd onder leiding van zijn prefect van de Seine, Georges-Eugène Haussmann. Hoewel Haussmann geen architect van beroep was, was het wel een ambtenaar met visie. Het primaire doel was om te ‘ventileren, verenigen en verfraaien’. 


Ontsnapt aan de bouwwoede van Haussmann de rue des Ursins, Ȋle de la Cite’


Vóór de 19e eeuw bestond ‘Oud Parijs’ uit donkere, middeleeuwse steegjes en kronkelende straatjes, een dichtbevolkt, door ziekte geteisterd doolhof. Broeinesten van cholera en sociale onrust.

In 1845 schreef de Franse sociale hervormer Victor Considerant: "Parijs is een immense werkplaats van verrotting, waar ellende, pest en ziekte samenwerken, waar zonlicht en lucht zelden doordringen. Parijs is een vreselijke plek waar planten verdorren en vergaan, en waar van zeven kleine kinderen er vier in de loop van het jaar sterven".

De verkeerscirculatie was een ander groot probleem. De breedste straten in de oude wijken waren slechts 5 meter breed; de smalste waren één of twee meter breed. Wagens, koetsen en karren konden zich nauwelijks door de straten bewegen. Het centrum van de stad was ook een broeinest van onvrede en revolutie; tussen 1830 en 1848 braken er zeven gewapende opstanden en revoltes uit in het centrum van Parijs, met name langs de Faubourg Saint-Antoine , rond het Hôtel de Ville en rond de Montagne Sainte-Geneviève op de linkeroever. Door de aanleg van brede straten en statige boulevards – zoals Boulevard Sébastopol en Rue La Fayette – verbeterde Haussmann de sanitaire voorzieningen, bracht hij daglicht in het centrum van de stad en maakte hij het voor het leger gemakkelijker om zich te verplaatsen. Het was een complete transformatie van Parijs tot een moderne metropool met een netwerk van brede, open straten en met bomen omzoomde lanen.





De Haussmann-gevels als een strikt gecomponeerde partituur

Om zijn boulevards te verfraaien, ontwierp en ontwikkelde Haussmann een nieuw soort woonruimte. In tegenstelling tot de smalle, onsamenhangende appartementen van het middeleeuwse Parijs, zouden zijn moderne appartementencomplexen uniforme gevels hebben, uitmondend in samenhangende blokken die Napoleon III's idee van een ‘verenigd’ Parijs verder benadrukten. Zo verordonneerde Haussmann dat de gevels aan strikte richtlijnen moesten voldoen. Alle appartementen werden gebouwd van crèmekleurige steen, waarbij de lokaal gewonnen Lutetische kalksteen het meest voorkomt. Hoewel de hoogte varieert van 12 tot 20 meter, is elk gebouw in verhouding tot de boulevard en telt het niet meer dan zes verdiepingen. Ze hebben ook steil aflopende, vierzijdige zinken mansardedaken met een hoek van 45°. Ten slotte zijn de gevels van de appartementen stilistisch gelijk, volgens een algemeen plattegrond per verdieping. Elke Parijse architect uit die tijd moest zich aan dit nauwkeurig opgestelde ontwerp vol specifieke esthetische en structurele normen houden. Wel kregen architecten de vrijheid om gevels te personaliseren.



 

Hoewel de exacte ontwerpen variëren, volgen de meeste Haussmann-gebouwen een standaardindeling:

De begane grond heeft de hoogste plafonds en dikke muren, waardoor er ruimte is voor winkels, kantoren en andere bedrijven.

De eerste verdieping , ook wel de ‘mezzanine’ genoemd, heeft lage plafonds en wordt doorgaans door bedrijven gebruikt als opslagruimte.

De tweede verdieping , ofwel de ‘nobele verdieping’, is van oudsher het meest gewilde appartement in een gebouw, omdat de trap ernaartoe het kortst is. Waarom Nobel? Omdat er in die tijd nog geen openbare lift bestond. De tweede verdieping heeft een lang, doorlopend balkon en prachtig vormgegeven raamkozijnen.

De derde  (en soms  de vierde en vijfde) verdieping heeft kleinere balkons en minder uitbundige ramen.

Om het gebouw in evenwicht te brengen, beschikt de bovenste verdieping ook over een groot, doorlopend balkon. Omdat deze verdieping echter niet als ‘nobel’ wordt beschouwd, is het balkon niet rijkelijk versierd en zijn de ramen identiek aan die op de derde en vierde verdieping.

Het gebouw wordt vervolgens bekroond met een mansardedak, waarin kleine zolderkamers (traditioneel gebruikt als personeelsvertrekken) en dakkapellen zijn ondergebracht.’



 De zogenaamde 'Mansarde' daken



Andere details:

Smeedijzeren balkons, met subtiele versieringen.

Ramen; hoog en symmetrisch, vaak omlijst door ornamenten zoals kroonlijsten of smeedijzeren balustrades.

Ronde ramen zogenaamde ‘oeil-de-bœuf‘ Ingebouwd in leien of zinken daken,.

Binnenplaatsen zorgen ervoor dat de kamers aan de achterzijde geventileerd en verlicht worden.



 Smeedijzeren balkons, met subtiele versieringen

Hoewel de buitenkant volledig in het teken staat van steen en symmetrie, is het interieur van een Haussmann-appartement legendarisch vanwege zijn ‘trio’ aan kenmerken:

Visgraatparket: Eikenhouten vloeren gelegd in een elegant chevronpatroon.

Sierlijsten: Uitgebreid stucwerk op de hoge plafonds en muren.

De marmeren open haard: Meestal bekroond met een grote ‘Trumeau’-spiegel om het licht naar het midden van de kamer te weerkaatsen.


Let op de verschillen

Het balkon was nooit zomaar een plek om tegenaan te leunen. Het verbond de gevel, verzachtte de verschillen tussen de appartementen en maakte aan elke voorbijganger de status van het hele gebouw duidelijk, veel meer dan alleen die van de rijke bewoner. De balustrades, gemaakt van smeedijzer of gietijzer zijn het meest sprekende onderdeel van elke gevel. Smeedijzer (fer forgé); gehamerd terwijl het heet is, geeft soepele rondingen, fijne lijnen en af en toe een asymmetrie. Gietijzer (fonte), gegoten in mallen, maakt zwaardere motieven mogelijk die identiek worden herhaald en massaal konden worden geproduceerd. Architecten en ontwerpers in dienst van de stad Parijs (zoals Gabriel Davioud, die veel stadsmeubilair ontwierp) tekenden basis-sjablonen. Gieterijen brachten dikke patronenboeken uit waaruit aannemers en particuliere bouwers konden kiezen.

 

Balkons werden in die tijd massaal geproduceerd door grote ijzergieterijen (fonderies) buiten en rondom Parijs.  De belangrijkste spelers in die tijd waren, Fonderies de Pont-à-Mousson. Een van de grootste en bekendste industriële gieterijen van Frankrijk, die een gigantisch aandeel had in het straatmeubilair en de ijzerwerken van de Franse hoofdstad. Verder Fonderies de Bayard en Val d'Osne. Deze ijzergieterijen in de regio Haute-Marne stonden wereldwijd bekend om hun hoogwaardige kunstgietwerk (fonte d'art). Zij leverden de meest gedetailleerde ornamenten, standbeelden, fonteinen en dus ook de luxere balkonpatronen voor de Parijse boulevards. 

Het meest voorkomende motief is de ‘rinceau’, een kronkelende, bladerrijke stengel die zich in spiralen ontvouwt. Palmetten, rozetten en geometrische vlechtwerken completeren het vocabulaire. Onder het Tweede Keizerrijk blijft de ornamentiek dicht en symmetrisch, tegen het einde van de eeuw worden de lijnen losser en kondigen ze de vloeiende rondingen van de Art Nouveau aan.



 

Kijk ook eens naar de manier waarop de balustrade aansluit op de stenen. Op de statige verdiepingen steekt het ijzerwerk vaak boven een gebeeldhouwde console uit, terwijl het op de meer bescheiden verdiepingen vlak tegen een eenvoudige vensterbank is vastgeschroefd. Deze kleine verbindingen, die je vanaf de overkant van de straat gemakkelijk over het hoofd ziet, belonen de bezoeker die even stilstaat en de gevel van dichtbij bekijkt. Dus kijk omhoog en een verborgen ‘grammatica’ verschijnt. Rond 1880 en 1890, onder de Derde Republiek, stond de zogenaamde post-Haussmannstijl meer toe; ondiepe erkers, kariatiden, gebeeldhouwde guirlandes en drukker ijzerwerk. De bouwwet van 1902 versoepelde de toegestane profielen en stond deze meer uitbundige reliëfs toe. 


Over het algemeen geldt: hoe drukker en onrustiger een gevel eruitziet, hoe later deze doorgaans is gebouwd

 

Kariatiden en atkantiden

Om te zorgen dat de straten niet eentonig werden, kregen architecten de vrijheid om de gevels te personaliseren met rijke ornamenten. Kariatiden en hun mannelijke tegenhangers (atlantiden) waren de ultieme manier om een gebouw een uniek en luxueus karakter te geven binnen de strakke regels. 





De architectuur onder het Tweede Franse Keizerrijk (de Second Empire-stijl) werd gedomineerd door het historisme (het teruggrijpen naar bloeiperiodes uit het verleden). Men raakte gefascineerd door de Griekse en Romeinse oudheid en de Franse renaissance. Omdat kariatiden hun oorsprong vinden in de klassieke Griekse tempelbouw, gaf het gebruik van deze beelden de Parijse burgerpanden direct een koninklijke, haast goddelijke status.

 


Mascarons, dit stille volk dat ons bespioneert

De gebeeldhouwde koppen of gezichten die je boven de toegangspoorten en ramen van veel Haussmann-gebouwen in Parijs ziet, worden mascarons genoemd. Dit architectonische fenomeen heeft een rijke geschiedenis en diende oorspronkelijk een heel specifiek doel. Oorspronkelijk, ver voor de tijd van baron Haussmann, hadden deze gezichten een onheil afwerende functie: ze waren bedoeld om het kwaad af te wenden. Men geloofde dat een angstaanjagend, lelijk of grimmig gezicht boven de ingang boze geesten, demonen en ongeluk buiten de deur zou houden. Het werkte als een soort spirituele waakhond voor de bewoners



 

Hoewel het bijgeloof in de 19e eeuw (toen Parijs onder Haussmann grootschalig werd verbouwd) grotendeels was verdwenen, bleef de traditie bestaan als decoratie. De architectuur greep sterk terug naar klassieke stijlen zoals de renaissance en de barok, ook wel neo-barok genoemd. Een mascaron boven de monumentale toegangspoort gaf een gebouw een luxueuze, elegante en standingvolle uitstraling. Het was een manier voor de burgerij om rijkdom te tonen. De hoofden zijn bijna altijd geplaatst op de sluitsteen (de centrale, wigvormige steen bovenaan een boog) van de poort of het raam. Omdat deze steen constructief gezien de belangrijkste steen is die de hele boog op zijn plek houdt, was het historisch gezien dé plek om extra te versieren.





Wat stellen de koppen voor?

Als je goed naar de gezichten kijkt, zie je dat ze heel divers zijn: Griekse en Romeinse goden; zoals Bacchus (god van de wijn), Neptunus (god van de zee) of Medusa (met haar slangenhaar, hét ultieme symbool om het kwaad te verstenen). Verder mythologische wezens, zoals satyrs (bosgoden) of faunen (mythische bos- en veldwezens) met lachende of groteske gezichten. Allegorieën; gezichten die de vier seizoenen, de kunsten of bepaalde deugden symboliseren. Sommige eigenaren lieten echter een gezicht versieren met lauwerkransen om hun belangrijkheid te benadrukken. Anderen wilden een geïdealiseerd portret van de persoon die ze wilden eren.



Nog een laatste aanwijzing: het monogram, de naam van de architect, of de datum in een cartouche boven of naast de koetsingang gegraveerd.

 

Iconische locaties vol met Haussmann architectuur:

Avenue de l'Opéra en Boulevard Haussmann (9e arrondissement). Hier staat de kenmerkende eenheid centraal, met als absoluut hoogtepunt het wereldberoemde Palais Garnier, en de historische warenhuizen zoals Galeries Lafayette Haussmann en Printemps met hun adembenemende binnenkoepels.

Boulevard Saint-Germain (6e en 7e arrondissement). Een prachtig langgerekt voorbeeld op de Linkeroever waar de gevels een ongeëvenaarde strakke en ritmische symmetrie vertonen.

Plaine Monceau (8e en 17e arrondissement). Een chique woonwijk met een enorme dichtheid aan weelderige, gedecoreerde panden en herenhuizen uit de latere Haussmann-periode.

Avenue Kléber en de wijk rond Trocadéro (16e arrondissement). Brede straten die een prachtig zicht bieden op open plekken en rijkelijk versierde balkons.

 





Zijn werk was ook controversieel – er werden vele grote misstanden begaan. Tijdens de grootschalige renovaties werden honderdduizenden inwoners uit het centrum verdreven en moesten verhuizen naar de goedkopere noordelijke en oostelijke buitenwijken (faubourgs) aan de rand van de stad. Gebieden zoals Belleville, Ménilmontant en La Villette werden door de stad geannexeerd en vervolgens opgevuld met de verdreven bevolking. De nieuwe appartementen langs de brede boulevards waren uitsluitend bestemd voor de rijke bourgeoisie en de gegoede middenklasse. Een deel van de bevolking kon de stijgende huren van de nieuwe woningen helemaal niet betalen en week uit naar industriële voorsteden net buiten de stadsgrenzen.

De beroemde dichter Charles Baudelaire schreef hierover: "het uiterlijk van een stad verandert sneller dan het hart van een sterveling", wat symbool stond voor de melancholie en het gevoel van ontheemding onder de Parijzenaars.

Haussmann werd uiteindelijk in 1870 door Napoleon III ontslagen. De renovatie zorgde ervoor dat Parijs schitterde tijdens de Belle Époque (1871-1914 ). De werkzaamheden aan zijn projecten gingen door tot 1927. Het stratenplan en het kenmerkende uiterlijk van het huidige centrum van Parijs zijn grotendeels het resultaat van Haussmanns renovatie.




  

vrijdag 28 augustus 2026

LE LARGE, EEN NIEUWE RUIMTE VOOR HEDENDAAGSE KUNST


Op het Ȋle Seguin opent in oktober 2026 een nieuwe ruimte voor hedendaagse kunst. Deze nieuwe culturele instelling, genaamd ‘Le LARGE, is gevestigd in een gebouw ontworpen door de Catalaanse architecten en 2017 Pritzker Prize-winnaars RCR Arquitectes, hun eerste project in Parijs’. Het gebouw bevindt zich op de noordelijkste punt van het Ȋle de Seguin,  ‘La Pointe des Arts’ genaamd, een grootschalig herontwikkelingsproject op ’t terrein van de voormalige Renaultfabrieken tot een multifunctioneel complex van meer dan 53.000 m², gericht op kunst en cultuur. RCR Arquitectes is een architectenbureau dat in 1987 werd opgericht door Rafael Aranda, Carme Pigem en Ramon Vilalta. De architecten ontwierpen een poëtische structuur die breekt met de conventies van traditionele musea. De architectonische vormgeving van het project volgt het gelaagde concept uit het masterplan van Ateliers Jean Nouvel.



‘Le LARGE', is een gebouw ontworpen door de Catalaanse architecten en 2017 Pritzker Prize-winnaars RCR Arquitectes

 

Ȋle Seguin

Het eiland, met een oppervlakte van 11,5 hectare, bevindt zich ten westen van Parijs, in het departement Hauts-de-Seine net stroomafwaarts van het Île Saint-Germain, tegenover Meudon en Sèvres. Het ligt op de grens van de gemeenten Boulogne-Billancourt en Sèvres, echter administratief behoort het aan de gemeente Boulogne-Billancourt. In haar vorige leven was het Île Seguin de thuisbasis van leerlooierijen, guingettes in de Belle Époque, en vervolgens van 1929 tot 1992 de thuisbasis van de Renault autofabrieken. Op het hoogtepunt werkten hier 30.000 mensen. Eens het symbool van de industriële macht van Frankrijk in de jaren 1950 en het bolwerk van de machtige Franse vakbonden die hier de arbeiders mobiliseerden voor de stakingen van 1968.



 

Tussen 1929 en 1934 bouwde Louis Renault, baas van de Société Renault hier zijn nieuwe fabriek. Volledig zelfvoorzienend, met een eigen energiecentrale, ondergronds spoor en een aanlegsteiger voor vervoer van voertuigen over water. Het was zijn grootste fabriek in Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceert de fabriek vrachtauto's voor de Duitse bezetter. Hevige bombardementen door de geallieerden in 1942 en 1943 zijn het gevolg. Na de oorlog wordt Louis Renault beschuldigd van collaboratie met de vijand en overlijdt, ernstig verzwakt, in 1944, in de gevangenis kort voor zijn proces. Zijn echtgenote claimde tot haar dood dat haar man is vermoord. 

Louis Renault bezat toen 96% van het kapitaal van zijn onderneming die een jaar later werd geconfisqueerd door de Franse staat. De naam veranderde in 'Société Anonyme des Usines Renault' (SAUR) in 'La Régie Nationale des Usines Renault' (RNUR). Vele succesmodellen werden op dit eiland geproduceerd waaronder de 4CV. De auto was in het geheim tijdens de oorlog ontworpen en was het eerste voertuig met een achterin geplaatste motor. Door zijn gewicht, de auto woog slechts 560 kilo, konden gemakkelijk vier personen vervoerd worden. Verder de Renault Dauphine:. Met 2.150.738 eenheden was dit toen de meest geproduceerde auto in de Franse geschiedenis. In 1961 volgde de lancering van de Renault 4. Van dit type werden meer dan 8 miljoen eenheden geproduceerd en geëxporteerd naar meer dan 100 landen.'


Deze Renaultfabriek werd gesloten op 31 maart 1992

 

Onder codenaam 122 werd de iconische Renault-5 ontworpen die in 1972 het levenslicht zag. Ondanks het gigantische succes werd het de directie duidelijk dat de Billancourt-site niet meer kon worden aangepast aan de nieuwe productieprocessen, noodzakelijk om de Japanse concurrentie blijvend het hoofd te kunnen bieden. Uiteindelijk leidt dit tot sluiting van de fabriek op 31 maart 1992. Het eiland wordt uiteindelijk door Renault verkocht voor de som van 580 miljoen. 

Schoonmaakbedrijven beginnen vrijwel direct aan de sanering van de bodem en het verwijderen van gigantische hoeveelheden asbest in de constructies van beton en staal. De sloop van de fabriek begon op 29 maart 2004 en eindigde een jaar later in 2005 toen de Franse zakenman, miljardair, François Pinault zijn oog liet vallen op het Ïle Seguin voor de bouw van een kunstmuseum. Pinault, eigenaar van onder meer de merken Gucci, Yves Saint Laurent en Puma, kondigde in 2000 al aan een museum te willen bouwen. Maar gesprekken over een locatie op het Île Seguin, liepen uiteindelijk stuk. Uit boosheid bracht hij daarop, vanaf 2005, een deel van zijn verzameling onder in drie gebouwen van het Palazzo Grassi in Venetië. “Zo is het werk Frankrijk ontsnapt”, zei Anne Hidalgo. “Als ik destijds burgemeester was geweest, dan had ik dat nooit laten gebeuren”. 

In de tussentijd slaagde Pinaults grote rivaal Bernard Arnault van concurrent LVMH (Dior, Louis Vuitton, Moët & Chandon) er wél in om in Parijs een museum te bouwen. Eind 2014 opende hij met veel spektakel de door Frank Gehry ontworpen Fondation Louis Vuitton in het Bois de Boulogne. Met Pinault is het uiteindelijk toch nog goed gekomen. Op 12 mei 2021 opende in Parijs de deuren van het  zorgvuldig gerestaureerde 18de eeuwse Bourse de Commerce. Hier triomfeert François Pinault, nu zijn privé kunstcollectie eindelijk te zien is in Parijs, in zijn eigen museum, tussen het Louvre en het Centre Pompidou.

 

La Seine Musicale


Ȋle Seguin de nieuwe cultuurvalei

Op 22 april 2017 opende hier de nieuwe hotspot voor muziekfans 'La Seine Musicale' haar deuren met een concert van de Amerikaanse zanger Bob Dylan. Deze bredere transformatie, bekend als ‘La Pointe des Arts’, begon met de opening van La Seine Musicale. De muziektempel werd ontwikkeld door de architecten Shigeru Ban (Pritzkerprijs 2014) en Jean de Gastines en won op de MIPIM Awards 2015 de prijs in de categorie beste toekomstproject. Het wordt nu al erkend als een groot architecturaal gebaar met respect voor het milieu. Het gebouw, dat een derde van het eiland beslaat is hèt symbool van de metamorfose van Île Seguin. 





Het is dan ook een intrigerend gebouw, dat op ieder moment van de dag anders oogt vanwege het effect van de zon op de ronde glazen constructie.  Een enorm zonnezeil, bedekt met 470 zonnepanelen, beweegt zich gedurende de dag over een rails om zo de blootstelling aan de zon te maximaliseren.



Le LARGE: De roestkleurige gevel verwijst naar de industriële esthetiek van de rivieroever en integreert met het omringende landschap.
 

Le LARGE

En nu is er Le LARGE. Het nieuwe gebouw met een oppervlakte van 41.000 m², combineert 7.000 m² aan winkel- en horecaruimtes, een kunstcentrum van 5.000 m², 20.000 m² aan kantoorruimte, een Pathé-bioscoop met acht zalen en een IMAX-zaal van 6.000 m², verdeeld over zes verdiepingen, een begane grond aan de rivieroever, een kelder en 1.200 m² aan aangelegde terrassen. Het gebouw is gericht op het westen, zonder tegenoverliggende bebouwing, en op het zuiden, richting het park, de Seine en de heuvels van Meudon. De U-vormige eerste drie verdiepingen zijn gestructureerd rond een interne straat die uitkomt op het voorplein op brugniveau, met brede oost-westopeningen die beide oevers van de Seine onthullen: een hoog plein aan de straat, levendig gemaakt door het kunstencentrum en winkels, en een laag plein aan de oever, begrensd door winkels en een hotel. Het meest opvallende volume van het gebouw wordt omsloten door een gevel van Cortenstaal, waarvan de patina zich in de loop der tijd zal ontwikkelen. De roestkleurige gevel verwijst naar de industriële esthetiek van de rivieroever en integreert met het omringende landschap.



Het gebouw wordt omsloten door een gevel van Cortenstaal, waarvan de patina zich in de loop der tijd zal ontwikkelen




De tentoonstellingsruimte van 2.500 m² heeft een atrium van 370 m² met een plafondhoogte van 7 meter, een monumentale roltrap gevolgd door een hoofdzaal van 1.000 m², met een hoogte van 14 meter en 42 meter breedte, zonder ook maar één steunpilaar. Het licht straalt er nooit recht in. Het sluipt door geanodiseerde aluminium moucharabieën, traditionele sierroosters met een geometrisch patroon. De vloer van gegalvaniseerd staal geeft de plek een onverwachte matte patina. Een terras van 500 m² omringt het gebouw en biedt uitzicht op de Seine. Verder is er een panoramisch café op de vierde verdieping, een boekwinkel, een boetiek geëxploiteerd door de teams van het Grand Palais RMN en een ‘Petit Atelier’ een ruimte voor gratis workshops voor kinderen van 6 tot en met 10 jaar.

Het nieuwe gebouw met een oppervlakte van 41.000 m², combineert 7.000 m² aan winkel- en horecaruimtes, een kunstcentrum van 5.000 m², 20.000 m² aan kantoorruimte, een Pathé-bioscoop met acht zalen en een IMAX-zaal van 6.000 m², verdeeld over zes verdiepingen

 

De eerste tentoonstelling, getiteld ‘Imaginary Engine: From Masterpieces of the Collection Renault to Artists of Today’, opent op 17 oktober 2026 in samenwerking met de ‘Fondation Renault pour l'Art et la Culture’. De tentoonstelling is een eerbetoon aan de industriële geschiedenis van de locatie en aan de bijdrage van Renault aan de kunstwereld sinds de jaren ‘60, toen het bedrijf begon samen te werken met kunstenaars om een collectie werken te creëren die geïnspireerd zijn op de maakindustrie en de automobielindustrie. De tentoonstelling laat werken zien 55 kunstenaars uit 23 landen waaronder Victor Vasarely, Jean Dubuffet, Jean Tinguely, Arman en Robert Doisneau, wiens foto’s van de Billancourt-fabriek teruggaan tot 1934. Sommige van deze werken zijn al meer dan veertig jaar niet getoond. Verder zijn 17 nieuwe werken besteld bij kunstenaars zoals Théo Mercier, Sara Sadik, Bianca Bondi, Clément Cogitore, Bertrand Lavier, Mohamed El Khatib, Oliver Beer, Bertille Bak, Thu Van Tran en Giulia Andreani. Allen werden uitgenodigd om, ieder op hun eigen manier, de vraag te stellen wat de Renaultfabriek, de machine en de auto met onze lichamen, onze identiteit en onze verbeelding hebben gedaan.


Op het eiland is niets meer wat herinnerd aan Renault verleden zoals deze vroegere fronton die de ingang vormde naar de fabriek

 

Het Ȋle Seguin bezocht ik begin augustus en een belangrijk element wordt node gemist: Île Seguin was inderdaad niet zomaar een automobielfabriek; het was een plek die diep verankerd was in het Franse collectieve bewustzijn, in het bewustzijn van de arbeidersklasse, een locatie die een rol speelde in de Franse geschiedenis van de 20e eeuw. Natuurlijk kun je nooit alles van een verlaten fabriek behouden, maar de beslissing om niets te laten staan (behalve twee frontons naast de Pont Daydé) doet deze plek geen eer aan. Een schande voor de geschiedenis van de automobielindustrie, een schande voor de geschiedenis van de arbeidersklasse, een schande dat enkele meesterwerken van industriële architectuur niet bewaard zijn gebleven.En deze kritiek zou van toepassing kunnen zijn op alle industriële gebouwen, waarvan sommige overblijfselen helaas verwaarloosd zijn, maar dat is een ander debat…


Een restje Renault, niet op het eiland maar naast de Pont Daydé


De Pont Daydé vernieuwd en passend bij de architectuur van Le LARGE

 

Le LARGE  Île Seguin, Centrum voor Hedendaagse Kunst, Pointe des Arts - Île Seguin - 92100 Boulogne-Billancourt, Hauts-de-Seine. Tramhalte T2 Brimborion (ongeveer 5 minuten lopen) of vanaf de metrohaltes van lijnen 9, Pont de Sèvres en 15, Pont de Sèvres.


Het nieuwe Gauthier Mougin-park - 'Empreinte de pneu', Peter Stȁmpfli


Een park in het hart van Île Seguin

Het nieuwe Gauthier Mougin-park is ontworpen door landschapsarchitect Michel Desvigne en ligt in het hart van Île Seguin en vormt een ontmoetingsplek tussen natuur en cultuur. Het park is onderdeel van zowel de natuurstrategie van het departement Hauts-de-Seine als het uitgesproken artistieke karakter van Île Seguin. 


'Le Pouce', César Baldaccini 


Het is een waar openluchtmuseum met een beeldenroute, bestaande uit zo'n twintig werken, verspreid tussen het stroomopwaartse puntje van het eiland, het departementale park en de omgeving van  La Seine Musicale en creëert zo een nieuwe artistieke route voor de Vallei van Cultuur en nodigt je uit om al wandelend hedendaagse kunstwerken te ontdekken die in dialoog staan ​​met het park en het landschap. 



'YES', Jacques Villeglé


‘Sphère Coupée’, Marta Pan



"Pierre', Abraham Poincheval


‘Tot'Aime’, Jean-Charles de Castelbajac




donderdag 20 augustus 2026

‘’ŒUF MAYO’ EEN WAAR SYMBOOL VAN DE FRANSE BISTRO

 

“Il n’y a que les imbeciles qui ne soient pas gourmands.

On est gourmand comme on est artiste, comme on est poete.

Le gout, c’est un organe delicat, perfectible et respectable, comme l’oeil et l’oreille”.

 

"Alleen idioten zijn niet gesteld op lekker eten.

Men is een fijnproever zoals men een kunstenaar is, zoals men een dichter is.

De smaak is een delicaat, perfectioneerbaar en respectabel orgaan, net als het oog en het oor."

 

Guy de Maupassant


Tijdens de lunch of diner in een Franse bistro is er een aanstekelijke uitspraak. Zodra die is uitgesproken, wekt het de eetlust van de gasten op en verspreidt het zich als een oncontroleerbaar virus van tafel naar tafel: "Als voorgerecht wil ik graag œuf mayonaise, alstublieft." Let op de reactie van de ober: hij kijkt op, noteert en knikt veelbetekenend. Want wie œuf mayonaise kiest, wordt altijd gezien als een kenner!



 

‘L'œuf mayo’, een waar symbool van Franse bistro's, wordt vaak als een alledaags gerecht beschouwd. Achter deze schijnbare eenvoud schuilt echter een ware meesterlijke beheersing van diverse technieken. Het hoofdingrediënt, het ei, vereist een precieze bereiding: het moet gaar zijn, zacht gestold maar niet vloeibaar. Wat de mayonaise betreft, deze koude saus die zijn oorsprong vindt in de Renaissance, is perfect wanneer hij glad en romig is. De mayonaise moet in voldoende hoeveelheid aanwezig zijn om de eieren te bedekken en moet absoluut zelfgemaakt zijn.



 ‘L'œuf mayo’, 'Le Bistrot Paul Chêne', 123 rue Lauriston Parijs 16e arrondissement

 

Het eerste recept voor eieren met mayonaise, gepresenteerd als voorgerecht, werd in 1906 gegeven door A. Bautte in ‘Les Œufs, avec 1000 manières de les préparer et de les servir’ . In zijn recept nummer 247, koude gepocheerde eieren met mayonaise, worden de eieren versierd met augurken, dragon of rode biet en geserveerd op croutons, en in recept nummer 558, hardgekookte eieren met mayonaise, worden ze op een bedje van sla gelegd, de hardgekookte eieren in kwartjes gesneden, bedekt met een dun laagje mayonaise, kruiselings bestrooid met ansjovis en kappertjes, versierd met olijven of reepjes rode biet. Ze werden in 1912 opgenomen in de recepten van huishoudscholen.


Er bestaat zelfs een Franse vereniging: ‘ASOM, Association de sauvegarde de l’œuf mayonaise’, de Vereniging voor het behoud van het ei met mayonaise. Het ASOM werd opgericht in 1990 door Claude Lebey, een Franse voedselcriticus en de auteur van Guide Lebey, met als doel de gastronomische traditie van de l’œuf mayonaise’ te promoten, de authenticiteit ervan te bewaren, de werkers en liefhebbers die er trouw aan blijven te erkennen en deze door te geven aan nieuwe generaties. De vereniging wordt dan ook gesponsord door de Guide Lebey. Ze promoot een handvest voor eieren met mayonaise, waarin een kippenei (kwarteleieren met mayonaise zijn uitgesloten, maar die een kandidaat er niet van weerhield om in 2021  een "herziene " versie, met een ganzenei te presenteren) wordt voorgeschreven, gekookt met een zachte, niet-vloeibare dooier, een gladde en bedekkende zelf gemaakte mayonaise. Jaarlijks organiseert het ASOM een kampioenschap uitsluitend voor chefs die dit gerecht op hun menu aanbieden.

 

De wereldkampioenschappen ei met mayonaise vinden jaarlijks plaats in november in Saint-Ouen, Seine-Saint-Denis, een voorstad van Parijs. Voor het eerst vonden er in 2026 ook verschillende regionale finales plaats om kandidaten te kwalificeren, waaronder regionale finales en kwalificaties Centre-Val de Loire: Gewonnen door de Bistrot Racines de Chartres op 30 juni 2026. Bretagne: Gewonnen door het duo Quentin Goasdoue en Baptiste Veissier van het Tandem-restaurant in Saint-Malo op 23 april 2026 en in Nouvelle-Aquitaine (Aquitaine): Gewonnen door chef Cédric Marinello van de Baskische Bar in Saint-Jean-de-Luz op 30 maart 2026. Zij strijden mee voor het wereldkampioenschap in november 2026.


 
‘L'œuf mayonaise volgens 'Aux Bons Crus',  rue Godefroy Cavaignac 54, 11e arrondissement Parijs

Tijdens het wereldkampioenschap ei met mayonaise in 2025 streden twintig chefs om de fel begeerde titel en lieten hun talent en originaliteit zien. Mathieu Renucci van restaurant Au Rêve aan de rue Caulaincourt 89 (Montmartre) in het 18e arrondissement van Parijs eindigde op de hoogste trede van het volledig Parijse podium. Abdel Alaoui van restaurant Choukran, rue Saint-Georges 29, in het 2e arrondissement en de Belgische chef-kok David Meert van restaurant Duvin, rue Jean-Baptiste 9bis – Pigalle, in het 9e arrondissement completeerden het podium.

Verschillende Parijse chefs wonnen eerder het wereldkampioenschap van het ei met mayonaise, georganiseerd door de Association de sauvegarde de l'oeuf-mayo (ASOM), waaronder Maxime Plateau (2023/2024): chef van restaurant Le Moulin à vent (5e arrondissement) en Clément Chicard (2019): chef van Bouillon Pigalle (9e arrondissement).



  L'œuf mayonaise volgens Bistro 'Les Artistes', boulevard Edgar Quinet 74, 14e arrondissement, Parijs


Beoordelingscriteria van de jury:

Het algemene uiterlijk en de presentatie van het bord.

De smaakkwaliteiten van het gerecht.

De grootte, het bereiden en de smaak van het ei, dat een perfect geperfectioneerd hardgekookt ei moet zijn.

De kwaliteit, textuur en smaak van de mayonaise, die zelfgemaakt moet zijn en de eieren moeten bedekken.

De mogelijke begeleiding die met het ei wordt voorgesteld.

 

Wat zijn de regels met betrekking tot mayonaise in Frankrijk?

Wat betreft regelgeving werd in 1991 een Europese Code goedgekeurd tussen de lidstaten, op basis van minimaal 70% totaal vet (dat wil zeggen ongeveer 69% plantaardige olie en 1% lipiden van het ei), en minimaal 5% eidooier.

 


L'œuf mayonaise van de winnaar van 2025

De winnaar van 2025, de Parijs chef-kok Mathieu Renucci koos ervoor om een heel groot ei te gebruiken en een mayonaise gemaakt met mosterd uit Provins (Seine-et-Marne) en druivenpitolie. Het werd geserveerd op een bedje van prei met gevogeltejus en een crouton met geklaarde boter. “Vrij klassiek maar een troostend en geruststellend ei”, aldus de chef.


L'œuf mayonaise volgens 'Le Café du Commerce', rue du Commerce 54, 15e arrondissement, Parijs

 

Onderstaand het recept van Camille Giraud, culinair journalist en tafelstylist, gespecialiseerd in alledaagse gastronomie en de kunst van Franse gastvrijheid:

De hoeveelheden zijn precies afgemeten, zodat je de juiste romigheid krijgt. 

4 verse eieren

150 g zelfgemaakte of kant-en-klare mayonaise

1 eetlepel citroensap

Zout en versgemalen peper

Een paar takjes bieslook of dille als garnering


Voor zelfgemaakte mayonaise: 

2 eidooiers

1 theelepel mosterd

250 ml neutrale olie (zonnebloem- of druivenpitolie)

1 eetlepel citroensap of azijn

Zout en peper



 L'œuf mayonaise volgens 'Le Bel Ami', boulevard Carnot 77, Le Vésinet

Bereidingswijze voor eieren:

Leg de eieren in een steelpan en bedek ze met koud water. Verwarm het water tot het zachtjes kookt. Zodra het water kookt, zet u het vuur lager en laat u de eieren 8 minuten en 40 seconden sudderen . Spoel ze direct af onder koud stromend water. Pel de eieren en snijd ze vervolgens door midden.

 

Bereid de mayonaise voor:

Klop in een kom de eidooiers en mosterd door elkaar.

Voeg al kloppend de olie in een dun straaltje toe tot de saus dikker wordt.

Voeg het citroensap toe.

Breng op smaak met zout en peper.

Als je je zorgen maakt over rauwe eieren, gebruik dan mayonaise uit de winkel of gepasteuriseerde eieren.

 

Opmaak:

Leg de gehalveerde eieren op een bedje van salade of direct op het bord.

Bestrijk ze royaal met mayonaise.

Bestrooi met fijngehakte bieslook.

Maal er wat peper over en voeg een snufje zout toe.

Serveer gekoeld.


Wie mag dit vignet voeren in 2026 / 2027? In november weten we wie
 

Tips van de chef-kok om eieren er fantastisch uit te laten zien:

De textuur van de eidooier is cruciaal. Een te droge eidooier verstoort de harmonie. Als hij te vloeibaar is, verliest hij zijn consistentie. De tijd van 8 minuten en 40 seconden is gebaseerd op onderzoek van chefs die talloze variaties hebben getest.

 

Bewerk de saus als een schilder.

Een penseelstreek olijfolie langs de rand, een paar venkelbloemen voor het aroma.

Een chef-kok voegt soms een vleugje zuur toe.

Het idee is om het klassieke recept te respecteren en er tegelijkertijd kleur en smaak aan toe te voegen. 

Bon appétit.