Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 26 juni 2026

MUSÉE NATIONAL EUGÈNE DELACROIX

 

In deze blog neem ik je mee naar place de Furstemberg, technisch gezien geen plein. De stad Parijs noemt het officieel rue de la Furstemberg. Het wordt vaak zo genoemd omdat er een kleine rotonde is aangelegd voor het verkeer en er vier bomen op staan. Ooit stond dit kleine plein bekend als de Cour des Ecuries, omdat de straat uitkeek op de stallen van een oude abdij van Saint-Germain. Vandaag de dag staat er een enkele lantaarnpaal omringd door vier paulownia's die, afhankelijk van het seizoen, een nog romantischer tintje geven aan dit charmante geheime plekje. En ik laat het aan jou over om je een voorstelling te maken van de idyllische omgeving die dit plein bij het vallen van de avond biedt. Het is dan ook geen verrassing dat enthousiaste fotografen, zoal ik, er letterlijk verliefd op worden!

 

Place de Furstemberg, technisch gezien geen plein, officieel rue de la Furstemberg


Een oase van rust in het 6e arrondissement, zeker als er muzikanten spelen


Hier bevindt zich het Musée National Eugène Delacroix, beter bekend als het Musée Delacroix, een absolute aanrader voor kunstliefhebbers! Dit museum, gelegen aan de rue de Furstemberg 6, is gewijd aan de beroemde schilder Eugène Delacroix (1798-1863). Deze culturele ruimte is meer dan alleen een museum: het was namelijk het appartement van Delacroix, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde, van 1857 tot zijn dood in 1863. Deze historische woning werd in 1929 gered van de sloop door de Société des Amis d'Eugène Delacroix (Vereniging van Vrienden van Eugène Delacroix ) en werd uiteindelijk in 1971 omgevormd tot een nationaal museum, na een schenking aan de Franse staat in 1954. Sinds 2004 wordt het museum beheerd door het Louvre, wat de prestige en het belang ervan binnen het Parijse culturele landschap verder heeft vergroot. 



Dit kleine museum is meer dan alleen een tentoon-stellingsruimte. Het getuigt van het leven en werk van een van de grootste schilders van Frankrijk. Het appartement dat in originele staat bewaard is gebleven, biedt een intieme blik op zijn dagelijks leven en creatieve proces. Het behoud van deze historische plek weer-spiegelt het belang van Delacroix in de geschiedenis van de Franse kunst en zijn bijdrage aan de 19e-eeuwse kunst. De transformatie van zijn (laatste) woning tot museum toont de toewijding om de nalatenschap van deze iconische kunstenaar te bewaren en te eren.

 

Eugène Delacroix ver-huisde op 28 december 1857, hij was toen 59 jaar, naar de rue de Furstemberg en verliet daarmee zijn atelier aan de rue Notre-Dame-de-Lorette, dat te ver verwijderd was van de Saint-Sulpice-kerk, waar-voor hij al in 1849 de opdracht had gekregen om een kapel te decoreren. De vermoeide kunstenaar wilde zo dicht mogelijk bij zijn werk zijn, maar hij kon de lange reis erheen niet meer maken. Hij was dan ook zeer verheugd toen hij via zijn vriend, de verfhandelaar en kunstrestaurateur Etienne Haro, een rustig en luchtig appartement vlakbij Saint-Sulpice vond. Toen Delacroix besloot zijn grote atelier in de toen modieuze wijk Nouvelle-Athènes te verlaten, koos hij voor de Rue de Furstemberg vanwege de aanwezigheid van een kleine tuin, waarvan hij exclusief kon genieten en die hij bovendien als atelier kon gebruiken. Midden in de bruisende buurt Saint-Germain-des-Prés kon hij zo werken in een oase van groen en rust. In deze tuin van circa 400 vierkante meter, die aan het zicht van de straat onttrokken is, liet de schilder zijn atelier bouwen.



 Eugène Delacroix - 'Roméo et Juliette devant le tombeau des Capulets'

Eenmaal gesetteld, uitte Delacroix zijn tevredenheid in zijn dagboek: “Mijn verblijf is ronduit charmant (...). Ik werd de volgende dag wakker en zag de zonneschijn op de huizen tegenover mijn raam. Het uitzicht op mijn kleine tuin en de vrolijke aanblik van mijn atelier geven me altijd een gevoel van plezier”.

(Dagboek, 28 december 1857)

 


Het Atelier van Delacroix  - 'Portrait d'un homme Européen en tenue orientale'(+/- 1840)


Het appartement, circa 150 vierkante meter groot, omvatte een voorkamer die toegang gaf tot de slaapkamer van Jenny Le Guillou, zijn huishoudster die in 1835 bij hem in dienst trad en de enige persoon was die aan zijn zijde woonde en hem de beslommeringen van het dagelijkese leven bespaarde. De eetkamer aan de binnenplaatszijde, de slaapkamer van Delacroix en de woonkamer aan de tuinzijde. Een kleine kamer, die uitkwam op de trap naar het atelier, deed dienst als bibliotheek. De provisiekamer en keuken, met uitzicht op de binnenplaats, waren bereikbaar via een smalle gang. De schilder had ook twee kamers voor zijn bedienden en een kelder. Deze indeling, waar nu het museum gevestigd is, is nog steeds die van het appartement.

 

 Eugène Delacroix -  'Portrait de l'artiste'


Eugène Delacroix

Hij werd geboren op 26 april 1798 in Charenton-Saint-Maurice, vlakbij Parijs. Ten tijde van zijn geboorte bekleedde zijn vader, Charles Delacroix, belangrijke functies. Eerst als minister van Buitenlandse Zaken en vervolgens als ambassadeur van de Bataafse republiek (Nederland). Daarna werd hij benoemd tot prefect van Marseille en vervolgens van Bordeaux, waar hij overleed toen de jonge Eugène slechts zes jaar oud was. Zijn moeder, Victoire Delacroix, was de dochter van een van de grootste meubelmakers van zijn tijd, Jean-François Oeben, die in dienst was van koning Lodewijk  XV . Eugène, een nakomertje, was de jongste van vier kinderen; toen hij geboren werd, waren zijn broers Charles en Henri, en zijn zus Henriette al volwassen. De kleine jongen kampte met terugkerende gezondheidsproblemen. Na de dood van zijn vader verhuisden hij en zijn moeder naar Parijs, naar de Rue de l'Université. De jonge Eugène bezocht het Lycée Impérial, nu het Lycée Louis-le-Grand. Daar sloot hij vriendschappen die hem zijn hele leven bijbleven. Hij had een leergierige aard en toonde al vroeg een voorliefde voor tekenen en lezen. De dood van zijn moeder in 1814 liet hem radeloos en eenzaam achter, ondanks de aanwezigheid van zijn oudere broer en zus, Charles en Henriette. Dankzij de steun van zijn oom, de schilder Henri-François Riesener, trad Eugène Delacroix in 1815 toe tot het atelier van de schilder Pierre-Narcisse Guérin. Destijds een van de grootste ateliers in Parijs, en dat hoog stond aangeschreven.


Delacroix op oudere leeftijd - borstbeeld in het museum


Op de Salon van 1822, op slechts vierentwintigjarige leeftijd, presenteerde Delacroix zijn eerste grote schilderij, geïnspireerd door de literaire geschiedenis: ‘Dante en Vergilius in de Hel’ (Musée du Louvre). Dit werk trok onmiddellijk de aandacht van critici. Hij werd al snel het toonbeeld van een nieuwe generatie kunstenaars, bekend als de romantici, een term ontleend aan de literatuur. Delacroix was een tijdgenoot van Victor Hugo, Alexandre Dumas, Héctor Berlioz en Alfred de Musset. Net als zij wilde hij zijn eigen weg inslaan en de artistieke expressie vernieuwen. Net als zij was hij ook een groot kenner van de kunst van de Oude Meesters. In het Louvre, dat in 1793 was geopend, ontdekte en bewonderde Delacroix de werken van Rafaël, Michelangelo, Titiaan, Rubens en Poussin.



 Eugène Delacroix - 'La Madeleine dans le désert' (1845)

De vrijheid leidt het volk

Zijn bekendste schilderij is wel ‘La Liberté guidant le peuple’. Het verbeeldt de vrijheid als Marianne, het nationale symbool van Frankrijk, die de revolutionairen aanvoert bij de Julirevolutie van 1830. Het doek heeft een afmeting van 260 bij 325 centimeter. Op 27, 28 en 29 juli 1830 kwam het Parijse volk in opstand, gekant tegen de nieuwe wetten op de persvrijheid en de hardheid van het regime. 29 juli markeerde het einde van de Bourbons op de Franse troon. Louis-Philippe, hertog van Orléans, werd vervolgens de koning van Frankrijk.


Eugène Delacroix - 'La Liberté guidant le peuple'


‘De Vrijheid leidt het volk' werd gepresenteerd op de Salon van 1831 , een meesterwerk dat klassieke allegorie en hedendaagse representatie combineert. Het werk werd aangekocht door de staat en tentoongesteld in het Musée du Luxembourg, het museum voor levende kunstenaars waar de doeken van hedendaagse kunstenaars werden getoond. Het jaar daarop maakten de massamoorden door de politie op demonstranten in de rue Transnonain in Parijs het moeilijk om het schilderij aan het publiek te tonen, het publiek van de barricades, zoals Delacroix hen noemde. Het schilderij werd teruggegeven aan de kunstenaar, die het desondanks wist te tonen tijdens zijn solotentoonstelling op de Wereldtentoonstelling van 1855. Vanaf 1874 werd ‘De Vrijheid leidt het volk’ in het Louvre tentoongesteld, samen met andere werken van Delacroix die door de staat waren verworven . Onder de Derde Republiek werd het een iconisch schilderij.


Marianne, het nationale symbool van Frankrijk

 

Een aanzienlijk deel van het werk van Eugène Delacroix was gewijd aan het ontwerpen van grootschalige decoraties voor Parijse burgerlijke en religieuze gebouwen zoals in de kerk van Saint-Paul Saint-Louis in de wijk Marais,  de Salon des Konings in het Palais Bourbon, de Kamer van Afgevaardigden, het plafond van de bibliotheek in dezelfde Kamer van Afgevaardigden, decoraties voor de bibliotheek van het Palais du Luxembourg, nu de Senaat. Begin jaren 1850 werd Delacroix geëerd met de opdracht voor de centrale decoratie van de Apollo-galerij van het Musée du Louvre, die in de 17e eeuw was ontworpen door de schilder Charles Le Brun, maar onvoltooid was gebleven. De stad Parijs gaf hem de opdracht om de decoratieve schilderijen te maken voor de Salon de la Paix in het Hôtel de Ville, die helaas in 1871 door een brand werden verwoest.


Eugène Delacroix - 'Saint-Michel terrassant le Dragon' - Église Saint-Sulpice 


Zijn werken zijn ook te vinden in de kerken van Parijs; na Saint-Paul Saint-Louis schilderde Delacroix een diep ontroerende Piëta in de kerk van Saint-Denis-du-Saint-Sacrement, aan wat nu de Rue Turenne is. In 1849 kreeg hij de opdracht om een kapel in de immense kerk van Saint-Sulpice te decoreren, de Kapel van de Heilige Engelen. Aan dit meesterwerk werkte hij tot 1861. Hij creëerde twee grote muurschilderingen tegenover elkaar, Jacob worstelt met de engel en Heliodorus wordt uit de tempel verdreven , evenals het plafond, Sint-Michiel overwint de duivel.

Eugène Delacroix overleed op 13 augustus 1863 in zijn appartement aan de rue de Furstemberg. Jenny Le Guillou was getuige van zijn laatste ademtocht in de vroege ochtenduren.


Musée Delacroix - Foto musée Delacroix

 

Musée Delacroix

Het museum bewaart schilderijen, schetsen, tekeningen, prenten, lithografieën, lithografische stenen, voorwerpen die aan Delacroix toebehoorden, zijn kleurenpaletten, evenals al zijn geschriften en enkele brieven uit zijn persoonlijke correspondentie. Want Delacroix was niet alleen schilder, maar ook een zeer getalenteerd graveur en tekenaar, en schrijver Zijn liefde voor schrijven blijkt duidelijk uit zijn persoonlijke geschriften, die buitengewoon doordacht zijn. Delacroix nam soms brieven op in zijn dagboek en herzag ze ook af en toe. Het is daarom belangrijk te begrijpen dat de kunstenaar zich ervan bewust was dat zijn geschriften na zijn dood ooit gepubliceerd zouden worden. De collectie omvat ongeveer 1200 werken, die roulerend in het museum worden tentoongesteld. Sommige werken mogen niet langer dan drie maanden aan daglicht worden blootgesteld.


Eugène Delacroix – ‘Mademoiselle Rose – ou Nu assis’ – ‘Homme Polonais nu’

 

De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen, tekeningen, gravures en literatuur, en werpt tevens licht op zijn historische context. De collectie omvat boeken over 19e-eeuwse kunst  , talloze monografieën over schilders, van Leonardo da Vinci tot Henri Matisse, en een complete sectie gewijd aan literatuur uit Delacroix' tijd, waaronder vele werken van en over Baudelaire, George Sand en Byron. De bibliotheek telt momenteel meer dan 2200 boeken, voornamelijk in het Frans, maar ook enkele in het Engels en Duits. In 2016 onderging de bibliotheek een ingrijpende reorganisatie op basis van een thematisch classificatiesysteem, wat het zoeken vergemakkelijkt. De bibliotheek wordt momenteel gedigitaliseerd.


De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen, tekeningen en gravures 

 

Een ander hoogtepunt van dit museum is de prachtige tuin van 400 m² die verscholen ligt achter het appartement, waar Delacroix zijn atelier liet bouwen. De tuin, die in 2012 is gerenoveerd, is opnieuw aangelegd aan de hand van herontdekte geschriften van de kunstenaar, die een grote passie had voor de natuur en weelderige bloemenpracht.



De tuin is een oase van rust


En liefde is nooit ver weg in Parijs!

 

Bronnen: Musée Delacroix, Wikipedia, eigen bezoek



woensdag 17 juni 2026

BEYOND THE STREETS, EEN MONUMENTALE PARIJSE EDITIE


Tot en met 30 augustus 2026 is de Grande Halle de la Villette met de komst van de monumentale expositie ‘BEYOND THE STREETS’, het wereldwijde epicentrum van urban art. Na edities in Los Angeles, New York, Shanghai en Londen strijkt deze toonaangevende tentoonstelling neer in het 19e arrondissement in Parijs. ‘Beyond The Streets’, gecreëerd door Roger Gastman, een gerenommeerd graffiti-historicus en curator, heeft al publiek in verschillende grote internationale steden weten te boeien voordat de tentoonstelling in Parijs arriveerde. Zijn doel is duidelijk: het verhaal van graffiti en urban art vertellen aan de hand van de mensen die het hebben vormgegeven. 

De tentoonstelling traceert de oorsprong van moderne graffiti terug naar de straten van New York in de late jaren ‘60 en vroege jaren ‘70. Pioniers zoals Cornbread en TAKI 183 hielpen een nieuwe vorm van stedelijke expressie te creëren, gericht op handtekeningen (tags), zichtbaarheid en het toe-eigenen van de openbare ruimte. Geleidelijk aan werd het New Yorkse metrostelsel het canvas voor een explosie van creativiteit die veel verder ging dan alleen het schrijven van namen of pseudoniemen.

 

Aan de hand van historische foto's, zeldzame archiefstukken en iconische kunstwerken laat ‘Beyond The Streets’ zien hoe deze praktijk zich over de hele wereld verspreidde. De tentoonstelling belicht ook de essentiële rol van fotografen zoals Martha Cooper, wier beelden de opkomst van graffiti documenteerden en deze cultuur hielpen de Amerikaanse grenzen te overstijgen. 




De tentoonstelling gaat verder dan een puur historisch perspectief. Ze laat zien hoe straatkunst zich door de decennia heen heeft ontwikkeld en nieuwe esthetische gebieden heeft verkend. Monumentale muurschilderingen, meeslepende installaties, stedelijke interventies en digitale kunstwerken getuigen allemaal van het opmerkelijke vermogen van de beweging om zichzelf steeds opnieuw uit te vinden.


Monumentale muurschilderingen en meeslepende installaties



3600 m² Aan originele werken en meeslepende installaties die speciaal voor Parijs zijn gecreëerd. De tour verkent de evolutie van de beweging, van beschilderde metrotreinen tot prestigieuze galerieën, met legendes als FUTURA 2000, Shepard Fairey, Lady Pink JonOne, André Saraiva, Felipe Pantone, Mister Cartoon, Vhils, Yoshi Omori en Invader. De Franse scene krijgt een centrale plaats, met meer dan een dozijn kunstenaars in de schijnwerpers, waaronder JR, die nu de Franse hoofdstad tot leven brengt met zijn monumentale installatie ‘La Caverne du Pont Neuf’.


‘La Caverne du Pont Neuf’ van de Franse street artist JR

 

Verwacht bij ‘Beyond the Streets’ geen gewone tentoonstelling. Bereid je voor op een meeslepende ervaring gewijd aan de stedelijke cultuur. Hier zie je natuurlijk toonaangevende en nooit eerder vertoonde werken van onmisbare straatkunstenaars en graffitikunstenaars. Bezoekers kunnen werken bewonderen van meer dan 100 kunstenaars, waaronder muurschilderingen, monumentale sculpturen, foto's en archiefvideo's, zoals die van JR. Maar de tentoonstelling gaat nog een stap verder en nodigt bezoekers uit om zich onder te dompelen in speciaal voor de gelegenheid gebouwde decors. Deze ruimtes, die zijn vormgegeven als echte filmsets, bieden een visuele reis door de sfeer van Londen, New York en Parijs. Het doel? Laten zien hoe deze beweging, die lange tijd als underground werd beschouwd, de hedendaagse visuele cultuur wereldwijd heeft gevormd.



De tentoonstelling nodigt bezoekers uit om zich onder te dompelen in speciaal voor de gelegenheid gebouwde decors



Werk van de Franse street artist FUZI




Een van de hoogtepunten van de Parijse editie is de prominente plaats die is toegekend aan Shepard Fairey, een van de meest invloedrijke figuren in de hedendaagse urban art. Fairey, internationaal bekend om zijn Obey Giant-project en de iconische ‘Hope’-poster die hij maakte tijdens de presidentiële campagne van Barack Obama, krijgt een bijzonder ambitieuze presentatie binnen ‘Beyond The Streets Paris’. 



Shepard Fairey


Ongeveer vijftig originele werken zijn bijeengebracht en bieden een opmerkelijk overzicht van zijn artistieke carrière, van grafische composities, geïnspireerd door politieke propaganda, tot maatschappelijk geëngageerde werken die milieu-, sociale en humanitaire kwesties behandelen. Shepard Fairey leende niet alleen kunstwerken uit, maar reisde persoonlijk naar Parijs om toezicht te houden op de installatie van zijn deel, waardoor een samenhangende dialoog tussen de verschillende tentoongestelde werken werd gewaarborgd.


Obey - Shepard Fairey



Shepard Fairey

De tentoonstelling belicht ook Invader, wiens werk onlosmakelijk verbonden is geraakt met het Parijse stadsbeeld. Trouw aan zijn werkwijze om steden wereldwijd te 'veroveren' met mozaïeken geïnspireerd op vroege videogames, greep de kunstenaar de gelegenheid aan om zijn interventie in de wijk La Villette voort te zetten.  Deze aanwezigheid onderstreept de mate waarin Invader heeft bijgedragen aan de integratie van straatkunst in het collectieve bewustzijn, waardoor de zoektocht naar zijn mozaïeken is uitgegroeid tot een waar internationaal cultureel fenomeen. 


Onmiskenbaar Invader


Parijs onderhoudt al tientallen jaren een unieke relatie met graffiti. Vanaf de jaren ‘80 ontwikkelde de stad zich tot een van Europa's belangrijkste broedplaatsen voor de beweging, met name door de opkomst van de hiphopcultuur en de verschijning van kunstenaars die al snel invloedrijke figuren zouden worden.


'Positive / Negative' - samenwerking tussen Invader & Shepard Fairey

 

Naast de kunstwerken zelf onderscheidt ‘Beyond The Streets’ zich door de ambitieuze scenografie. La Grande Halle de la Villette is omgetoverd tot een authentieke stedelijke omgeving waar bezoekers zich bewegen tussen monumentale installaties, nagebootste iconische ruimtes en speciaal voor de gelegenheid gecreëerde werken.






Een van de belangrijkste boodschappen van de tentoonstelling betreft de geleidelijke erkenning van een beweging die ooit gemarginaliseerd was. Jarenlang werkten graffitikunstenaars in een omgeving die gekenmerkt werd door repressie en onbegrip. Tegenwoordig worden hun werken tentoongesteld in musea, opgenomen in de collecties van belangrijke instellingen en bestudeerd door kunsthistorici. In plaats van deze complexe geschiedenis uit te wissen, benadrukt de tentoonstelling hoe de spanning tussen legaliteit en illegaliteit, tussen instellingen en de straat, heeft bijgedragen aan de vorming van de identiteit van de beweging. Het is precies deze rebelse energie die de creatieve vitaliteit ervan blijft voeden.


Deze tentoonstelling benadrukt de spanning tussen legaliteit en illegaliteit, tussen instellingen en de straat


Psychedelica





‘Beyond The Streets’ is een van de belangrijkste culturele evenementen van dit jaar in Parijs. De tentoonstelling vertelt op succesvolle wijze meer dan een halve eeuw stedelijke geschiedenis en viert tegelijkertijd hedendaagse creativiteit en is tevens een eerbetoon aan de Franse graffiti-scene en de rijke geschiedenis van graffiti in Parijs.


Werk van de Nederlander Boris Telleger


Een boetiek, ontworpen in samenwerking met Sarah Andelman (oprichter van Colette), biedt gedurende de hele tentoonstelling limited editions, samenwerkingen met kunstenaars en exclusieve artikelen aan.



 'Optichrome structural instability 2026 - Felipe Pantone

Grande Halle de La Villette, Parc de la Villette - 211 avenue Jean Jaurès – metrostation Porte de Pantin, lijn 5.

Openingstijden: Dinsdag tot en met vrijdag van 11.00 tot 19.00 uur. Zaterdag van 11.00 tot 20.00 uur en zondag van 11.00 tot 18.00 uur. Tickets vanaf € 20,90 tot € 39. 


maandag 8 juni 2026

VERBORGEN JUWEELTJES IN BELLEVILLE


De industriële revolutie die heel Europa in de 19e eeuw in de ban hield transformeerde het Parijse stadsbeeld volledig. Dit fenomeen wordt des te meer zichtbaar door de uitvoering van belangrijke herontwikkelingsplannen door Haussman, die steeds meer industrieën en de daarbij behorende arbeidersbevolking verplaatst naar de perifere Parijse arrondissementen en de omliggende steden. Tegelijkertijd, met de toename van werkplaatsen en fabrieken, neemt de bevolking sterk toe. In de Faubourg woonden ontzettend veel arbeiders-gezinnen maar ook vele ambachtslui. Dat was weer te danken aan Lodewijk XI die de Faubourgs totale vrijheid gaf voor het vestigen van beroepen en gilden. In de Faubourg Saint-Antoine konden ambachtslieden vrij werken, zonder de toen geldende verplichtingen, te werken volgens genormaliseerde technieken zoals het werken 'à boutique ouverte'. Voorbijgangers konden zo oordelen over de kwaliteit van de gebruikte materialen. Nachtwerk werd zwaar gestraft want dat zou geknoei in de hand werken.


Mijn wandeling begint in de rue Faubourg du Temple
 

Parijs is de stad van ontdekkingen. Het verbergt nog steeds achter zijn poorten of prominent op zijn gevels overblijfselen van zijn rijke industriële en ambachtelijke verleden. In verborgen passages, geplaveide binnenplaatsen of aanpalende straatjes vind je nog enige ambachtelijke activiteiten, maar de arbeiders van weleer hebben plaatsgemaakt  voor jonge ondernemers, webdesigners en reclamelui, ‘fils de pub’, zoals die in het Frans heten. Ateliers waar jonge designers, modeontwerpers actief zijn en waar eigenzinnige kunstenaars open huisdagen organiseren. Een proces van verovering van onroerend goed door de midden- en hogere klassen. In deze blog neem ik je mee langs enkele pareltjes van het industriële Parijs.

 

Ik stap uit bij metrostation Goncourt, lijn 11 tussen République en Belleville en volg de rue du Faubourg du Temple die de scheidingslijn aangeeft tussen het 10e en 11e arrondissement. Het is een kosmopolitische wijk waar veel immigranten wonen. Maar deze wijken zijn  de laatste tijd steeds populairder aan het worden onder de voornamelijk jonge Parijzenaars. Dat is ook de reden dat dit arrondissement steeds meer opduikt in reisgidsen en trendy modebladen. Naast het oude volkse Parijs, is het ook het thuis van een exotische gemeenschap van Arabieren, Chinezen en Vietnamezen, maar ook van kunstenaars, jonge startende ondernemingen en studenten, die de dure universiteitsbuurten zijn ontvlucht. Hier kunnen we nog de ruwe kant van Parijs aanschouwen. Geef dit arrondissement nog 10 jaar de tijd en dan is het net zo in trek als de Marais.


Een van de mooiste passages in het 11e arrondissement op nummer 105, rue Faubourg du Temple

 

Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we op nummer 105, Faubourg du Temple. Een prachtige lift aan het einde van een bijzondere passage trekt onmiddellijk mijn aandacht met grote letters; 'La Java'. La Java is een concertzaal gevestigd in de kelders van de galerie 'le Palais du Commerce', ooit geopend in 1923, en was in die tijd een van de meest swingende nachtclubs van Parijs, waar grote namen optraden als Django Reinhardt, Jean Gabin, Fréhel en helemaal in het begin Maurice Chevalier en Edith Piaf. Nu is La Java gespecialiseerd in Latijs Amerikaanse- en allerlei soorten elektronische muziek en mateloos populair bij jongeren.

 

Statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen




Van dichtbij bekeken dienen voormalige 'liftdeuren' als ingang naar de nachtclub. Aan weerszijden trekken de statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen vervolgens mijn aandacht. Bovenaan een gesloten hek dat op mijn vraag vriendelijk wordt geopend door twee jonge mensen die schijnbaar hier hun bedrijfje hebben. Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers. Mijn eerste passage van die dag is adembenemend mooi. Ik laat het oordeel graag aan u over na het zien van de foto's.


Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers




Schuin tegenover 105 ligt de ingang naar Passage Piver, een onderdoorgang die mij voert door een nietszeggend straatje. Alhoewel; halverwege, op nummer 5, stuit ik op een poort die toegang geeft tot een prachtig industrieel pand van de Societé Th. Grimmeisen. Theodore Grimmeisen afkomstig uit de Elzas , kuiper van beroep, besloot in 1870 te verhuizen naar Parijs. Hier bouwde hij een fabriek aan de rand van Belleville. Zijn zoon werkte daar aan een manier om de houten vaten beter luchtdicht af te sluiten en kwam zo op de vinding van de rubber stop. De kleinzoon van Theodore, George Grimmeisen bedenkt in 1930 de colibri-laars geheel vervaardigd uit een stuk rubber in vorm geblazen met perslucht. In 1936 ontwikkelt hij, vanuit zijn favoriete hobby tennis, een speciale tennisschoen met een gevulkaniseerde rubberen zool en ventilerend katoen.


Impasse Piver 5, de ingang naar een prachtig stukje industrieel erfgoed

 

Het merk Spring Court is geboren. Georges overlijdt in 1956 en zijn broer Theodore Louis neemt het bedrijf over. De schoenen zijn vooral bekend door de legendarische platenhoes van Abbey Road waar John Lennon loopt op de schoenen van Spring Court. Later bleken het ook de favoriete schoenen van Serge Gainsbourg te zijn. Sinds haar oprichting heeft Spring Court meer dan 25 miljoen paar  tennisschoenen verkocht. De fabriek bestaat nog steeds, echter niet meer op deze plek. Wel is er het hoofdkantoor gevestigd en verder kleine creatieve bedrijfjes, een boetiek, een sportschoenenwinkel en een charmant restaurant. Bij goed weer kun je buiten op het terras lunchen tussen de Fransen, want bij Atelier des Mélanges komen nauwelijks toeristen. De gebogen stalen balken aan ’t plafond verraden nog altijd de industriële afkomst van ’t gebouw.


De Societé Th. Grimmeisen nog zichtbaar in de cour

 

Vanuit de Passage Piver slaan we links de rue de l'Orrillon in om meteen rechts de rue Morand in te gaan. Deze lopen we helemaal af tot de rue Jean-Pierre Tibaud. Tegenover het beeld met een vermoeiend ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum, maar vroeger een fabriek van koperen muziek-instrumenten, van ’t bedrijf Couesnon, dat zich hier in 1881 vestigde. Boven de ingang zie je in het stalen hekwerk een luit, welke symbool staat voor de geschiedenis van het gebouw. De fabriek produceerde muziekinstrumenten die wereldberoemd werden door onder andere Amerikaanse jazzmuzikanten, waaronder Sydney Bechet (klarinet en sax) en Bill Coleman (trompet). Het merk bestaat nog steeds onder PGM Couesnon en is nu gevestigd in Aisne, in Etampes-sur-Marne zo'n 90 km van Parijs.



Tegenover het beeld met een vermoeid ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos'


'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum



De ingang naar een vroegere fabriek van koperen muziek-instrumenten, ’t bedrijf Couesnon



Een catalogus van Couesnon uit 1912




Cour de l’Industrie

Ik blijf in het 11e arrondissement, op nummer 37bis van de rue de Montreuil liggen drie verscholen binnenplaatsen die in de periode 2012 tot 2016 door de stad Parijs zijn gered van de ondergang en nu zelfs op de lijst staan van historisch erfgoed. De Cour de l’Industrie; sinds de 17e eeuw was hier een heel houtbewerkers gilde gevestigd. Dit was voor eeuwen dé plek wanneer je nieuwe meubels nodig had voor je Parijse appartement. Na een periode van ernstig verval in de vorige eeuw en intensieve restauratie is de Cour in haar volle glorie hersteld. 




De Cour bestaat uit 8 gebouwen verdeeld over drie gangen, met een totale oppervlakte van bijna 6.000 vierkante meter. Sinds 2016 hebben zo’n 50 kunstenaars en handwerkslieden hier hun ateliers. De meeste ambachtslieden trainen hier zelf hun leerlingen en vele kunstenaars bieden cursussen aan in hun werkplaatsen. De binnenplaatsen hebben weer het originele plaveisel, de gebouwen zijn van baksteen in combinatie met houten balken waardoor ze iets weg hebben van vakwerkhuisjes. Een absoluut unicum in de stad en zeker een bezoek waard.

Metrostation Faidherbe-Chaligny, lijn 8.