Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 25 september 2020

LANDELIJK PARIJS; QUARTIER MOUZAÏA

De laatste keer dat ik dit jaar Parijs kon bezoeken was eind juli en sindsdien maakt de pandemie het vrijwel onmogelijk om om de zes weken, de Franse hoofdstad te bezoeken. In juli ben ik terug gegaan naar een stukje landelijk Parijs in het 19e arrondissement, beter bekend als het Quartier Mouzaïa. Gelegen ten zuiden van de place Rhin-et-Danube. Tussen de metrostations Botzaris en Pré-Saint-Gervais ligt een apart dorpje met 250 charmante huisjes, in feite zijn het arbeidershuisjes van eind 19e eeuw. Links en rechts aan de rue Mouzaïa ook wel het Quartier Mouzaïa of Quartier d'Amerique genoemd.

Het Quartier Mouzaïa met 250 charmante huisjes


De wijk is ontstaan op de gipsafzettingen van de Butte de Beauregard, beter bekend als de Amerikaanse steengroeve. Gelegen ten noorden van de rue des Carrières-d'Amérique die hier aan zijn naam te danken heeft.  Volgens een legende werden de steengroeven Carrières-d'Amérique genoemd omdat een deel van het hier geproduceerde gips zou zijn geëxporteerd naar de Verenigde Staten en gebruikt voor de bouw van het Witte Huis. Deze steengroeven, geëxploiteerd van de middeleeuwen tot eind 19e eeuw, strekten zich uit over zo’n 25  hectare. Het gips werd hier verwarmd in ovens tot 120° en vormde zo gips van een A-kwaliteit.


Vandaag de dag is het Quartier Mouzaïa een waar landelijk  paradijs, gekenmerkt door veel groen, kleine geplaveide straatjes overladen met klimop



De 250 huisjes van de Mouzaïa werden rond 1879 gebouwd voor de arbeiders die werkten in de gipsgroeven en in de molens van deze wijk. (Op de top van de Butte de Beauregard in de rue de Bellevue stonden zes molens: le moulin Vieux , le moulin Neuf , le moulin Basset , le Petit Moulin , le moulin de la Motte en le moulin du Costre).  Eigenaar van dit stukje land was de stukadoor Jacques Montréage, tevens gemeenteraadslid van de voormalige gemeente Belleville. Samen met een aantal aandeelhouders richtte hij in 1875 de Société des Marchés aux cheveaux et aux fourrages de Paris op, met als doel dit afgelegen stuk land levensvatbaar te maken door het organiseren van paardenmarkten. In ruil voor werkgelegenheid stond de stad Parijs land af aan het bedrijf en er werden speciaal wegen aangelegd waaronder de rues du Général-Brunet, David d’Angers, de Mouzaïa en de place Rhin-et-Danube. Helaas stortte tussentijds de paardenmarkt in en werd de Société failliet verklaard in 1879.

Kenmerkend voor de kleine huisjes is de smalle toegangsdeur
 

Het land kwam in bezit van projectontwikkelaars waaronder de familie Crabbe en de bank d’escompte de Paris, die de architect Paul-Casimir Fouquiau opdracht gaf tot het bouwen van deze arbeidershuisjes met rode bakstenen gevels (de meeste zijn nu in verschillende kleuren geverfd). Er werden verschillende typen huizen gedefinieerd met een straatbreedte van slechts 4 meter en 8,45 meter diep voor de kleinste, 6,475 of 7 meter breed en 13,745 meter diep voor de grootste. Allemaal voorzien van een smalle toegangsdeur, smeedijzeren luifel en een kleine binnenplaats aan de voorzijde. Gezien de kwetsbaarheid van de ondergrond mochten de huisjes niet meer dan twee etages hebben. Deze kleine huisjes, omzoomd door bloementuinen, liggen aan de zuidkant en de noordkant van de rue de Mouzaïa, de ruggegraat van deze wijk. Aan de zuidkant liggen de villa’s (steegjes) d’Alsace, Eugène Leblanc, de Bellevue, de Lilas, Sadi Carnot en Félix Faure. Aan de noordkant die van du Progrès en de la Renaissance.  De hellingen komen overeen met die van de oude steengroeven waarop de wijk is gebouwd.

Het is ook een paradijs voor katten die genieten van de heerlijke rust
 

Vandaag de dag is het Quartier Mouzaïa een waar landelijk  paradijs, vooral bij mooi weer. Gekenmerkt door veel groen, kleine geplaveide straatjes overladen met klimop, blauwe regen, seringen, jasmijn, rozen en kamperfoelie. Sinaasappelbomen uit Mexico en appelbomen uit Japan. Kortom alle geuren die onze grootmoeders kenden, hangen hier nog. Verder Kleurrijke huizen met vaak ongebruikelijke versieringen die door de bewoners zijn toegevoegd. Het is ook een paradijs voor katten die genieten van de heerlijke rust en zich niet gek laten maken door de merels die van tak tot tak rondvliegen. (Alstublief, respecteer de stilte en het privéleven van de bewoners van Mouzaïa) 

Humor

Nu wil iedereen hier wel wonen in deze kleine idyllische oase, maar jammer genoeg rukt aan de zijde van de villa du Progrès, de naam zegt het al, de stad op met spuuglelijke betonnen woontorens. Wat een contrast. En dan te bedenken dat nog geen halve eeuw geleden hier de molenwieken draaiden op de rue de Bellevue. 

Deze idyllische wijk bestaat uit diverse 'villa's' steegjes waar het heerlijk wandelen is

Stap uit bij het metrostation Danube (lijn 7bis: Louis Blanc – Pré-Saint-Gervais) dat naar de place du Rhin-et-Danube leidt. Dit metrostation is gevestigd in een voormalige steengroeve. Het is gebouwd op funderingen in de vorm van pilaren met een lengte van meer dan 30 meter rustend op de vaste grond. Hierdoor is het een echt ondergronds viaduct waar het spoorniveau ligt op 33,39 meter hoogte. Op dit station kun je een zijspoor zien dat aansluit op lijn 3bis, bestemd voor het testen van rollend materieel van de RATP.

Andere metrostations in de buurt zijn Botzaris en Pre-Saint-Gervais, beiden lijn 7bis.

Rue de la Fraternité
 

Ce n'était rien qu'un peu de pain, mais il m'avait chauffé le corps, et dans mon âme il brûle encore“. Het was maar een klein stukje brood, maar het had mijn lichaam opgewarmd en in mijn ziel brandt het nog steeds. Een stukje tekst uit een chanson van George Brassens. Als je vanuit het metrostation Danube richting het Quartier Mouzaïa loopt kom je door de rue de la Fraternité. Aan de rechterzijde zie je een pand met in ceramiek het opschrift ‘Oeuvre de la Bouchée de Pain’. Bouchée de pain, werd opgericht in 1884 door het echtpaar Dehaut. Een voedselbank avant la lettre. Tot op de dag van vandaag open voor de kanslozen van het arme Parijs van vandaag. Moeders, kinderen, ouderen, werklozen en daklozen kunnen hier nog dagelijks terecht voor een maaltijd. De naam van de straat had niet beter gekozen kunnen zijn; rue de la Fraternité, de straat van de broederschap.



maandag 7 september 2020

EAU DE PARIS DE GRAND CRU VAN PARIJS


Herken je dat ook als je op een Nederlands terras iets besteld en als drinken gewoon om een glas water vraagt. Of ze schenken je ongevraagd een flesje spa blauw of ze zeggen gewoon, “nee, dat schenken wij niet. Ik los het dan vaak op met, “ik wil graag even mijn medicijnen innemen”. Oh dan kan het plotseling wel. Zoiets is ondenkbaar in Parijs. Als je in een café of restaurant in Parijs bent, is water net als brood overigens, altijd gratis. En… het is het enige drankje dat gratis wordt bijgevuld. Vraag gewoon om een glas water (un verre d'eau) of een karaf (une carafe d'eau) om aan te geven dat je van plan bent te genieten van de gratis geneugten van de 'grand cru' van de stad. Of als je de ober een duwtje in de rug wil geven na zijn vraag; “plat (plat) of sprankelend (gazeuse of pétillante)? Antwoord dan ‘Château-la-Pompe’ - de brutale bijnaam voor kraanwater. Hiermee demonstreer je de beheersing van de Franse humor en de wetenschap dat je niet hoeft te betalen voor iets dat je gratis kunt krijgen.


Wist je dat het drinkwater van Parijs een van de zuiverste is? Het zou zelfs een van de beste ter wereld zijn! Dat leren we tenminste in de zeer populaire Netflix docu-serie genaamd ‘Down to Earth’ (in Frankrijk ‘Les Pieds sur Terre’) met Zac Efron en co-host Darin Olien. Darin is de auteur van de New York Times bestseller ‘Superlife’. De vijf oplossingen die je gezond, fit en eeuwig vitaal zullen houden. Zac Efron, neem ik aan, behoeft geen introductie. Op de serie werd ik gewezen door mijn zoon met als gevolg deze blog, waar ik duik in de kwaliteit van het Parijse drinkwater, dat volgens kenners zelfs uitzonderlijk is te noemen. Kwaliteit van drinkwater is sowieso belangrijk aangezien de mens voor zo’n 65% uit water bestaat. We kunnen drie dagen zonder eten maar niet drie dagen zonder water.


Het Parijse drinkwater, dat volgens kenners zelfs uitzonderlijk is te noemen
'De Parijzenaars zijn trots op hun grand cru'

De gehele watervoorziening in Parijs is ook uniek in de wereld. De stad heeft meer dan 1200 drinkwaterfonteinen met gratis toegang, de bekendste zijn de Walace fonteinen. Een geschenk aan de stad aan het einde van de 18e eeuw door de Engelse filantroop Richard Wallace. Er zijn nu zelfs 13 fonteinen met bruisend kwaliteitswater. Er is een app; ‘Château la Pompe’ die de locaties laat zien waar je gratis je bidon kunt vullen. Ook zijn er automaten waar je een herbruikbare, door Philippe Starck ontworpen waterfles, kunt halen bij de bruiswaterfonteinen. Dit alles in een poging Parijzenaars aan te moedigen om kraanwater te drinken en zo de enorme plasticberg, ontstaan door wegwerpflesjes met mineraalwater of bronwater drastisch terug te brengen. Wist je dat er per minuut, wereldwijd 1 miljoen flesjes water worden gemaakt. Dat zijn er maar liefst 525.600.000.000.000 per jaar. Kraanwater is het meest duurzaam. Daar waar kraanwater lokaal wordt getapt, geldt voor mineraal- en bronwater, dat het (meerdere malen) moet worden getransporteerd. En het Parijse drinkwater kan zonder problemen de concurrentie aan met grote Franse merken als Cristaline, Evian, Vichy St-Yorre, Badoit en Perrier. Het Parijse kraanwater is zelfs het meest gecontroleerde voedingsproduct in Frankrijk, maar daarover straks meer.

Parijs heeft meer dan 1200 drinkwaterfonteinen met gratis toegang, de bekendste zijn de Walace fonteinen 


Verder is Parijs een van de weinige hoofdsteden ter wereld met een tweede waternetwerk, naast het netwerk voor de drinkwatervoorziening. Het idee achter de aanleg van een tweede netwerk, de infrastructuur uit de 19e eeuw is te danken aan ingenieur Eugène Belgrand. Hij voorzag Parijs van een betrouwbare infrastructuur voor de toevoer van schoon water en moderne riolering. Een en ander is ontstaan in 1860, nadat de stad de omliggende gemeenten had geannexeerd. De Parijse bevolking nam met bijna een derde toe. Na deze annexatie begon de stad met een gedeeltelijke privatisering van het waternetwerk van Parijs, door een beroep te doen op de CGE (Compagnie Générale des Eaux), waarmee bepaalde geannexeerde omliggende gemeenten een contract hadden ondertekend. De stad kocht alle bestaande waternetten in de bijgevoegde gemeenten op en ondertekende tegelijkertijd een contract met de CGE voor de distributie van water. Haussmann besloot toen om de openbare dienst en particuliere dienst te scheiden op basis van de kwaliteit van het water. De particuliere dienst werd voorzien van bronwater en de openbare dienst kreeg water van mindere kwaliteit uit de Seine en het kanaal van Ourq, bestemd voor industrieel gebruik en straatreiniging. Zo kreeg de stad de beschikking over twee waternetwerken die heden ten dage nog steeds in gebruik zijn. Het niet-drinkbare water wordt door de gehele stad gedistribueerd via een 1.700 kilometer lang netwerk. Het hart van de installatie is te vinden op nummer vier van de Quai de Seine met het bord ‘Usine de la Villette’. Hier stopt de productie nooit. 24 Uur per etmaal filtert Eau de Paris hier het niet drinkbare water. Dagelijks zo’n 180.000 m³.


Parijs een van de weinige hoofdsteden ter wereld met een tweede waternetwerk bestemd voor industrieel gebruik en straatreiniging


Waar een tweede waternetwerk niet alleen goed voor is


De reis van een druppel water
Sinds 1 januari 2010 is de Eau de Paris de gemeentelijke beheerder van de waterdienst in de Franse hoofdstad. De dagelijkse consumptie van leidingwater is in Parijs gemiddeld 130 liter per persoon. Parijs heeft meer dan 2.2 miljoen inwoners en er werken nog eens bijna 1 miljoen mensen in Parijs, komend vanuit de voorsteden. De stad maakt in een straal van 80 tot 150 kilometer gebruik van vele natuurlijke bronnen die haar voor ongeveer de helft van het zuiverste drinkwater voorzien. Het water wordt op natuurlijke wijze gefilterd door de geologische lagen. Deze bronnen bevinden zich in de regio’s Sens, deze bron is de verste en bevindt zich op 156 kilometer afstand, Provins en Fontainebleau ten zuiden en Verneuil-sur-Avre en Dreux in het westen. Dit opgevangen water wordt vervolgens via 470 kilometer aan aquaducten naar Parijs getransporteerd. Dit alles is te danken aan de visie van Eugène Belgrand en Georges Haussmann in de 19e eeuw.


Het water wordt aangevoerd via 470 kilometer aan aquaducten


Het oppervlaktewater wordt onttrokken aan de Seine en de Marne. Het wordt vervolgens ‘behandeld’ in 2 zuiveringsinstallaties in het zuidoosten van de regio Parijs: Orly sur la Seine en Joinville sur la Marne. Zij zorgen voor de andere helft van het drinkwater van Parijs.

De visionairs: Georges Haussmann & Eugène Belgrand


Het drinkwater wordt, voordat het wordt gedistribueerd, opgeslagen in 5 hoofdreservoirs met een totale capaciteit van 1.087.000 m³ water, goed voor 2 dagen consumptie: Ménilmontand, Montsouris, Saint Cloud, Les Lilas en l’Haÿ-les-Roses (Val-de-Marne). 4 Reservoirs zijn exclusief gewijd aan de opslag van niet-drinkbaar water: Charonne in het 20e, Grenelle in het 15e, Passy in het 16e en de voorstad Villejuif.  De watertoren en de reservoirs van Montmartre maken het mogelijk om drinkwater en niet-drinkbaar water op te slaan. Parijs beschikt over 2.000 km aan pijpleidingen voor het vervoer van water.


 Reservoir de Passy in het 15e arrondissement


In Parijs was de watervoorziening openbaar sinds de regering van Napoleon III (1852-1870). In 1985, na de overwinning van rechts bij de gemeenteraadsverkiezingen, besloot burgemeester Jacques Chirac, om de drinkwatervoorziening te privatiseren Het werd toevertrouwd aan twee multinationale ondernemingen: ‘Lyonnaise des Eaux’ (nu Suez Environnement) op de linkeroever van de Seine en ‘Générale des Eaux’ (nu Veolia) op de rechteroever. De concurrentie tussen Suez en Veolia zou de gebruikers ten goede komen, maar deze beloften, zoals vaker, werden niet nagekomen. Tussen 1985 en 2009 steeg de prijs van water in Parijs  twee keer zo snel als de inflatie. In totaal met 35%. Het was een campagnebelofte van Bertrand Delanoë in 2008 om de watervoorziening weer in handen van de stad te brengen. Na zijn herverkiezing werd in 2009 Eau de Paris opgericht. Gevolg; de waterprijs daalde in 2010 met 8% en vervolgens tussen 2011 en 2019 nog eens met 3,6%.


Het Réservoir de Montsouris, gebouwd tussen 1868 en 1873


Kwaliteit
Eau de Paris respecteert de 56 drinkwaterparameters die zijn gedefinieerd door de Public Health Code in het kader van Europese normen die de hoogste sanitaire kwaliteitsnorm ter wereld vormen. Haar laboratorium is geaccrediteerd door COFRAC (de Franse accreditatiecommissie). Elk jaar worden meer dan een miljoen kwaliteitsmetingen uitgevoerd om zo de sanitaire bewaking te waarborgen, en de onberispelijke kwaliteit van het water dat aan de kranen van de Parijzenaren wordt geleverd te garanderen. Het water wordt gezuiverd in opeenvolgende fasen. Allereerst met behulp van een proces dat natuurlijke filtratie door de bodem reproduceert. De verwijdering van organisch-, anorganisch materiaal en microvervuilers zoals pesticiden gebeurt vervolgens met ozon. Dan volgt een ultramoderne behandeling met uv-licht die de laatste sporen van virussen en bacteriën volledig elimineert.

Een ander goed punt, Paris-water bevat van nature minerale zouten: 90 mg / l calcium, 10 mg / l natrium en 6 mg / l magnesium. Magnesium is essentieel voor een goede zenuw- en spierbalans. Eau de Paris heeft daarom alle voordelen van flessenwater, terwijl het veel duurzamer en economischer is. Sinds de aanslagen in november 2015 wordt het drinkwater licht gechloreerd. Dit omdat chloor een product is dat een mogelijke aanval op het netwerk met chemische wapens kan detecteren. Om precies te zijn slechts zo’n 0,2 microgram per kubieke meter. De smaak verdwijnt als je de kraan iets langer laat lopen of kraanwater bewaart in de koelkast.


Advertenties die de Parijzenaars moeten verleiden meer kraanwater te drinken


In Frankrijk varieert de prijs van drinkwater tussen  € 1 en € 6. In Parijs kost een kubieke meter (1000 liter) water € 3,42 (januari 2020). Het grote verschil tussen de lokale prijzen is te wijten aan de afstand tussen de bron en het distributiepunt, en aan het type behandeling. Ter vergelijking geeft de volgende tabel de prijs weer van flessenwater in een Franse supermarkt.

Type                                       Prijs* in € / L
Cristaline flessenwater           0,52
Evian                                      1,08
Vichy St-Yorre                        1.18
Badoit                                     1,64
Perrier                                    1,36
* gemiddelde prijzen

Het goedkoopste flessenwater is Cristaline en kost 173 keer meer dan het kraanwater in Parijs. Evian kost 360 keer meer en Badoit zelfs 546 keer.

Het is ook mogelijk om gratis bronwater te krijgen. Water dat direct uit de Parijse ondergrond komt volgens het principe van de geboorde put. Op de place Paul-Verlaine, de Butte-aux-Cailles in het 13e arrondissement is de bron, een 582 meter diepe put die in 1872 werd voltooid.
Op de square Lamartine, Passy, in het 16e arrondissement.  Een put geboord in 1855 in opdracht baron Haussmann om water te leveren aan de meren van het Bois de Boulogne. Het water stroomt nu uit de fontein op het kleine plein.
Square de la Madone, Montmartre, in het 18e arrondissement. Deze 700 meter diepe put zorgt voor het zuiverste water. Water dat bijzonder goed beschermd is, geïsoleerd tussen twee geologische lagen en de zegen heeft van de Heilige Madonna.


En dan zijn er sinds kort fonteinen met bruisend water. Dat bruiswater komt natuurlijk niet uit een lokale bron. Het is gewoon water uit het hoofdnetwerk waar net onder de fontein CO2 wordt toegevoegd. Omdat de beste temperatuur om CO2 toe te voegen 7° Celsius is worden deze fonteinen ook nog eens gekoeld. De eerste van dergelijke fonteinen werd in 2010 ingewijd in de Jardin de Reuilly (vlakbij de Promenade Plantée) in het 12e arrondissement, en sindsdien zijn er ongeveer elf andere gecreëerd. Het doel van de stad Parijs is om eind 2020 ten minste één Fontaine Pétillante te installeren in elk arrondissement . De andere bruisende fonteinen zijn te vinden in:

Fontaine Pétillante des Halles – rue Berger, 1e arrondissement
Fontaine Pétillante – 25 rue Léopold Bellan, 2e
Fontaine des berges de Seine – 4, quai Anatole France, 7e
Fontaine du square Eugène-Varlin – 150, quai de Jemmapes, 10e
Fontaine du jardin Truillot – 82 boulevard Voltaire, 11e
Fontaine du siège d’Eau de Paris – Au 19 rue Neuve-Tolbiac, 13e
Fontaine du parc Montsouris – entrée coté rues Gazan et Liard, 14e
Fontaine à l’entrée du parc André Citroën – Quai André Citroën, 15e
Fontaine du parc Martin Luther King – ZAC des Batignolles, 17e
Fontaine du jardin d’Eole – Face au 28, rue d’Aubervilliers,  18e
Fontaine du square Séverine – Rue Dulaure, 20e

Andere fonteinen zijn gepland op de place Edmond Michelet (4e), tegenover het sportcentrum Valeyre, 24, rue Marguerite de Rochechouart (9e), in de Jardin Ranelagh (16e) en tenslotte in het Parc Buttes-Chaumont (19e).
Dus vergeet, Evian, Badoit en Perrier, schakel over naar dé grand cru van Parijs; La Pétillante van Eau de Paris.



woensdag 26 augustus 2020

ONMISKENBARE CHARME: PARC DE LA BUTTE-DU-CHAPEAU-ROUGE


Parijs staat bekend om zijn prachtige parken en tuinen, maar toch is Parijs geen echte parkenstad. Voor elke inwoner is er slechts zes vierkante meter groen ter beschikking om te recreëren.  Klinkt raar, maar zelfs de inwoners van New York hebben 43% meer groenruimte ter beschikking, zo’n 8,6 vierkante meter. Zelfs de Moskovieten doen het beter met 27 vierkante meter groen per inwoner. Toch heeft Parijs bijna 450 groenvoorzieningen in alle vormen en maten die, na maandenlang binnen opgesloten te hebben gezeten, des te meer gewaardeerd worden door de Parijzenaars. Dat gezegd hebbende, kunnen de meest populaire tuinen en parken, zoals de Tuileries, Jardin Luxemburg, Jardin des Plantes, Parc de Monceau, Montsouris, Buttes Chaumont, André Citroën, Martin Luther-King, de la Villette en de Belleville, erg druk worden, iets wat velen van ons in de huidige Coronatijd juist willen vermijden. Daarom neem ik jullie mee naar een park dat zelfs de meeste Parijzenaars niet kennen. Het komt niet eens voor in de reisgidsen maar het is sinds 1939 toch al een van de mooiere oases van de stad met bovendien een prachtig uitzicht.

Parc de la Butte-du-Chapeau-Rouge met een weids panoramisch uitzicht over de stad



Het ligt in het noordoosten van Parijs in het 19e arrondissement, gelegen op een heuvel, butte, waar oorspronkelijk gipsgroeven waren. Na de Franse revolutie was dit het gebied waar pleistersteen werd uitgegraven. Door de pleistersteen tot een temperatuur van 120 graden te verwarmen, ontstond kalk. De gaten en galerijen werden gebruikt als massagraf voor dode paarden, of andere zieke, gewonde of overjarige viervoeters zoals honden, katten, geiten en ezels. Dierenbotten werden verbrand en de as werd gebruikt in metselspecie. Er liepen destijds alleen al 90.000 paarden rond in Parijs. De huiden werden opgehaald door leerlooiers. Op dezelfde plek bevond zich een vilderij en een fabriek waar poudrette werd vervaardigd, een meststof van uitwerpselen vermengd met houtskool en gips. Ideaal gelegen boven op de gipsgroeven. Inmiddels lag het terrein niet alleen vol dode dieren maar ook ander afval. ’s Zomers was de stank soms helemaal tot in de Tuilerieën te ruiken. En natuurlijk waren er ratten. Het was Napoleon III die zijn befaamde prefect Haussmann opdracht gaf om er een mooi park aan te leggen. Zo wilde hij de leefbaarheid en vooral de hygiëne in de stad verbeteren. Het park, Parc Buttes-Chaumont, is nu een van de mooiste van heel Parijs.

Het park werd voor het eerst aangelegd in 1939


Parc de la Butte-du-Chapeau-Rouge
Er ontstonden kleine dorpen met arbeidershuisjes die in 1860 door het grotere Parijs werden geannexeerd. Een daarvan was de gemeente Pré-Saint-Gervais. Sommige typische huizen dragen nog steeds de sporen van een landelijk verleden, zoals het quartier Mouzaïa. Aan het begin van de 20e eeuw gaf een succesvol openluchtcafé, Le Chapeau Rouge zijn naam door aan de plaats waar het park zich nu bevindt. De Butte du Chapeau Rouge, afhankelijk van de gemeente Pré Saint Gervais voordat de vestingwerken van Thiers werden gebouwd in 1841, was een populair bolwerk van de arbeidersklasse. Vanaf 1910 kwamen de socialistische pacifisten hier samen, met name om te protesteren tegen de wet tot instelling van de 3-jarige militaire dienst. Jean Jaurès, een voorman van de Franse socialisten, hield hier op zondag 25 mei 1913 een gedenkwaardige toespraak voor een menigte van 32.000 mensen. Als pacifist wilde Jaurès de Eerste Wereldoorlog via arbeiderssolidariteit en diplomatie voorkomen, onder meer door een Frans-Duits bondgenootschap. Op 31 juli 1914, een dag voor de mobilisaties waarmee de oorlog begon, werd hij vermoord op een Parijs' caféterras door Raoul Villain, een jonge Franse nationalist die juist wel oorlog met Duitsland wilde.

 Vredige en harmonieus ingerichte groene ruimtes


In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog veranderde het aanzien van Parijs drastisch. De oude vestingwerken (1841) van Adolphe Thiers worden met de grond gelijk gemaakt. De voortschrijdende de-industrialisatie drijft de fabrieken richting de buitenwijken. Er wordt nieuw land ontgonnen. Hele woonwijken worden gebouwd volgens de hygiënische voorschriften van die tijd en daarom geflankeerd door groen. Met de ontwikkeling van een echt huisvestingsbeleid wilde de stad sociale huisvesting bevorderen. In 1930 was er zelfs sprake van verwoesting van de Butte du Chapeau Rouge, maar die werd gelukkig gered door tussenkomst van de ‘Commission municipale du Vieux Paris’. De plek is bewaard gebleven vanwege zijn unieke ligging, maar ook vanwege de historische herinneringen aan Jean Jaurès.

Het standbeeld ‘Eva’, gemaakt door de kunstenaar Raymond Couvégnes speciaal voor de wereld-tentoonstelling van 1937


Het park werd voor het eerst aangelegd in 1939, in een neo-klassieke typische jaren '30 stijl, door de landschapsarchitect Leon Azema (1888 – 1978), die oorspronkelijk opgeleid was als klassiek architect en in 1921 de Prix de Rome won. Hij werkte samen met twee andere architecten, Jacques Carlu en Louis-Hippolyte Boileau om dit park te creëren. In Parijs hebben we ook met name aan Léon Azéma de restauratie van het Parc de Sceaux uit 1928 te danken, de aanleg van de groene zones van de square René Viviani in het 5e arrondissement. Tussen 1933 en 1935 bouwde hij de kerk van Saint Antoine de Padoue in het 15e arrondissement. Met Louis Hyppolite Boileau de ingang van het expositiecentrum Porte de Versailles en de fonteinen van Palais de Chaillot voor de ‘Exposition Internationale des Arts et Techniques dans la Vie Moderne’ in 1937. Twee jaar eerder was hij verantwoordelijk voor het ontwerp van het paviljoen van de stad Parijs voor de Wereldtentoonstelling van 1935 te Brussel.

De hoofdingang bevindt zich aan de boulevard d’Algérie nummer 5. Bij de ingang ontdek je meteen een monumentale, cascade achtige fontein, uitgevoerd met rode baksteen en beton, kenmerkend voor die tijd. Bovenop het standbeeld ‘Eva’, gemaakt door de kunstenaar Raymond Couvégnes speciaal voor de wereldtentoonstelling van 1937. Vanaf hier beklim je de heuvel via twee trappen en langgerekte paden aan weerszijde van uitgestrekte hellende grasvlakten die perfect zijn om te ontspannen, te zonnen of te picknicken.


Twee spiraalvormige paden leiden naar twee belvedères omgeven door bonte bloembedden en hoge boompartijen die uitzicht bieden over de stad. Andere paden leiden je weer naar een hoger geleden terras in het park met wederom een weids panoramisch uitzicht over de stad, de vlakte van Pré-Saint-Gervais en het noordoosten met de voorsteden Pantin, Saint-Denis en Aubervilliers. Azéma gebruikte het park ook om verschillende moderne beeldhouwwerken te presenteren.


Op een van de grasvelden kun je een statige groep ontdekken. Het is het monument voor de slachtoffers van Noord-Afrika,  gemaakt door beeldhouwer Eugène Dodeigne (1923-2015). Het monument werd in 1996 ingewijd en staat in het hart van het park. Dit monumentale beeld is een symbolische plaats van herinnering. Twee silhouetten van oogverblindende witheid vallen op door hun afwisselende gladde en ruwe kanten symboliserend de wonden van deze oorlog. Aan hun voeten specificeren drie in reliëf gebeeldhouwde of teksten hun herdenkingsroeping. De eerste luidt: “als eerbetoon aan allen die tot 1962 Frankrijk dienden in Tunesië, Marokko en Algerije. Op de tweede "ter nagedachtenis aan de harkis die stierven voor Frankrijk tijdens de Algerijnse oorlog 1954-1962". Ten slotte staat op de derde de inscriptie "ter nagedachtenis aan de burgerslachtoffers, Marokko, Tunesië, Algerije, 1954-1962". Even verderop het beeld ‘Deux Femmes et un Enfant ‘ in 1938 vervaardigd door Pierre Traverse. Een lange, witte, gebogen bank is het werk van Bert Theis.

Deux Femmes et un Enfant


Het park is gelegen tussen de Boulevard d'Algérie, Boulevard Sérurier en Avenue Debidour en is een van de meest luchtige, vredige en harmonieus ingerichte groene ruimtes in de hoofdstad met fonteinen, terrassen, uitgestrekte gazons, banken en mooie tuinen vol met rododendrons, struiken, bloembedden die vooral mooi zijn in het voorjaar. Waar het heerlijk toeven is in de schaduw van klassieke kastanjebomen (Castanea), prachtige honingbomen (Sophora japonica pendula), of de Japanse notenboom met maar liefst veertig kronen (Ginkgo biloba), de Papiermoerbei (Broussonetia papyrifera), de mammoetboom of reuzensequoia (Sequoiadendron giganteum), de tulpenboom  (Liriodendron tulipifera), of de Siberische iep (Ulmus pumila). Waar Kuifmezen verstoppertje spelen met winterkoninkjes die de voorkeur geven aan de coniferen. Overal intieme ruimtes voor dromen, dwalen en tedere momenten zoals Jacques Prévert ooit heeft bezongen;

Des milliers et des milliers d'années
Ne sauraient suffire
Pour dire
La petite seconde d'éternité
Où tu m'as embrassé
Où je t'ai embrassèe
Un matin dans la lumière de l'hiver
Au parc à Paris
A Paris
Sur la terre
La terre qui est un astre.”

“Duizenden en duizenden jaren
Zullen niet genoeg zijn
Om te zeggen
Hoe we één seconde eeuwigheid samen waren
Toen je mij hebt gezoend
Toen ik je heb gezoend
Een ochtend in het winterlicht
In het park in Parijs
In Parijs
Op de aarde
Op de aarde die een ster is”.

De Japanse notenboom met maar liefst veertig kronen


De oppervlakte van het park bedraagt bijna 5 hectare. Vanwege de lay-out van het park zijn niet alle ruimtes toegankelijk voor gehandicapten vanwege trappen en behoorlijk steile paden. De in 2017 gerenoveerde kinderspeeltuin heeft een zandbank, pingpongtafels en watertapplaatsen.
Elk jaar organiseert het park Butte-du-Chapeau-Rouge het Silhouette-festival, een cultureel evenement gewijd aan internationale korte films. Gedurende 10 dagen worden filmvertoningen in de open lucht, verder worden er concerten, workshops, debatten en bijeenkomsten gehouden. Het Silhouette Festival 2020 is van 22 tot en met 29 augustus 2020 in het 19e en 20e arrondissement. Meer informatie over het programma op de website.

Het Silhouette Festival 2020 is van 22 tot en met 29 augustus 2020


Parc de la Butte-du-Chapeau-Rouge. Ingang aan de Avenue Debidour 5 en boulevard d'Algérie 5/11
Dichtstbijzijnde metro Pré-Sain-Gervais, lijn 7b – Danube, lijn 7b – Tram, Ligne 3b / station Butte-du-Chapeau-Rouge.




zondag 16 augustus 2020

THE LAST SENTINELS, JIMMY NELSON IN HET ATELIER DES LUMIÈRES


De bedoeling is dat je nù je agenda gaat pakken en de volgende data in je agenda noteert om in ieder geval een bezoek te gaan brengen aan het Atelier des Lumières in Parijs: 16 oktober tot en met 31 oktober 2020, tijd 18.30 uur tot 23.00 uur.



Voor diegenen die nog geen kennis hebben gemaakt met dit unieke kunstcentrum even een opfrisser. Het Atelier des Lumières opende voor het eerst zijn deuren op 13 april 2019. Gelegen tussen Bastille en Nation in het 11e arrondissement in de rue Saint-Maur. Op nummer 38, verscholen achter een eenvoudige gevel, gaat een stukje geschiedenis schuil uit de 19e eeuw. Sinds 1835 was in dit pand de metaalgieterij gevestigd van de familie Plichon. 185 Jaar later en 9 miljoen euro aan ontwikkelingskosten verder, heeft Parijs zijn eerste digitale kunstcentrum, klaar voor tentoonstellingen van de 21e eeuw.  Vier jaar lang is er gewerkt aan de transformatie van de vroegere ijzersmelterij in een centrum van digitale kunst. Na het installeren van geluidsisolatie, airconditioning en brandveiligheid is de vervallen hal van 10 meter hoog met een oppervlakte van 2000 m², voorzien van 140 videoprojectoren en een ruimtelijk geluidssysteem van 50 Nexo luidsprekers op de muren en bas-subwoofers op de grond. Door de juiste hoeken te kiezen, zorgen die voor een optimale spreiding van het geluid, waardoor elke luisteraar de beste geluidskwaliteit ervaart. Het publiek zal, dankzij de grootste vaste video-installatie ter wereld letterlijk worden ondergedompeld in beeld, beweging en geluid, om zo alle emoties te versterken. Unieke multimedia apparatuur maken het mogelijk om projecties te visualiseren op een oppervlakte van 3300 m². Bijna alle oppervlakten worden gebruikt, van vloer tot plafond en muren oplopend tot 10 meter hoog. De projecties volgen de bewaard gebleven architectonische elementen van de oude gieterij; metalen constructies, een grote schoorsteen, de droogtoren en een koelreservoir gevuld met water. De beelden scrollen en spelen met de lay-out van de ruimtes begeleid door op maat gemaakte muzikale composities.


In 2018 opende het Atelier des Lumières met Gustav Klimt


Gevolgd in 2019 met Vincent Van Gogh; ‘Starry Night’ – La Nuit Étoilée’


2020: Monet, Renoir en Chagall: ‘Voyages en Méditerranée’

Zo heeft de bezoeker sinds 2018 kennis kunnen maken met de Weense schilderkunst van Gustav Klimt, Egon Schiele en Friedensreich Hundertwasser. In 2019 was het de beurt aan Vincent van Gogh om de duizenden toeschouwers te betoveren met ‘Starry Night’ – La Nuit Étoilée’. In 2020 is het de beurt aan Monet, Renoir en Chagall: ‘Voyages en Méditerranée’.
Maar van 16 oktober tot en met 31 oktober krijgt Parijs te maken met een unieke première, een geheel nieuw initiatief van ‘Culturespaces’ tevens eigenaars van het Musée Jacquemart-André, het Musée Maillol en de lichtshows – ‘son et lumière’ – in de steengroeven van Beaux-de -Provence in de Bouches-du-Rhône. Een unieke samenwerking met de Nederlandse Jimmy Nelson Foundation.

Jimmy Nelson gefotografeerd door colodion fotograaf Alex Timmermans

De Brits-Nederlandse fotograaf Jimmy Nelson (hij woont al 26 jaar in Amsterdam) heeft internationale bekendheid verworven met zijn iconische boeken ‘Before They pass Away’ (2014) en ‘Homage to Humanity’ (2018). Sinds zijn zeventiende reist Jimmy de wereld rond om kennis te maken met volkeren op de meest afgelegen plekken. Zijn missie: traditionele gemeenschappen en culturen met de camera vastleggen, om de mensheid bewust te maken van de culturele diversiteit en de mate waarin deze wordt bedreigd door voortschrijdende technologie en globalisering. Van het boek ‘Before They pass Away’, waarvoor hij 35 volkeren bezocht die in hun voortbestaan werden bedreigd, gingen meer dan een kwart miljoen exemplaren over de toonbank. Zijn serie portretten van inheemse volkeren werd bejubeld om de schoonheid, maar hij kreeg ook ladingen kritiek van wetenschappers die hem romantisering en naïviteit aanwreven.  Maar het was juist Jimmy’s bedoeling deze mensen zo weer te geven als hij ze zelf ziet en zo kunst te creëren met de hoogt mogelijke esthetische waarde. Hij is soms weken bezig om een foto te maken, te “stilleren” en juist dat onderscheidt hem als kunstenaar van een reportage fotograaf of antropoloog.



Voor zijn tweede boek ging hij in gesprek met academici, sociologen en antropologen. ‘Homage to Humanity’ werd een uitdieping van het onderwerp. Het boek; het eerste digitale interactieve boek ooit. Jimmy neemt de lezers mee in het proces. Je kunt bijvoorbeeld alle foto’s in het boek scannen en via een gratis begeleidende app stap je zo als het ware in de wereld achter de foto. Je kunt behind-the-scenes videos bekijken en meer te weten komen over de mensen in de foto. En er is een 360-graden optie, waardoor je zelf de foto in kunt stappen. Jimmy hoopt dat het mensen dichter bij zijn project brengt, want hij is nog lang niet klaar!

Vanaf 16 oktober in het Aterlier des Lumières; The Last Sentinals

The Last Sentinels
Zaterdag 11 juli had ik een gesprek met Jimmy Nelson waar hij mij tijdens een fotografische sessie samen met collodion-fotograaf Alex Timmermans vertelde over zijn unieke samenwerking met Culturespaces, het Atelier des Lumières en zijn Jimmy Nelson Foundation. Deze artistieke onderneming is gevestigd in Amsterdam en is een creatief centrum dat culturele diversiteit viert door middel van een ruim aanbod van media. De Jimmy Nelson Foundation, die nauw verwant is aan het merk, is opgericht met de missie om de laatste inheemse culturen ter wereld te waarborgen en hun waardevolle wijsheden te delen. Die ervaring die Jimmy en zijn team hebben gecreëerd heeft de titel 'The Last Sentinels' (Les dernières sentinelles) en biedt een nieuw perspectief op hoe krachtig, rijk en inspirerend de laatste inheemse culturen ter wereld zijn.



Het Atelier des Lumières neemt je mee op een reis naar alle uithoeken van de wereld



Een team van tien Nederlandse creatieven heeft het project ‘The Last Sentinels’ ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Atelier des Lumières en neemt je mee op een reis naar alle uithoeken van de wereld, waarbij je in de voetsporen van deze inheemse volkeren treedt. Het doel en de boodschap is, dat de bezoeker, door deze ervaring, de verbinding met de bron van wat het is om mens te zijn, herwint. Wij, als dominante westerse samenleving, hebben afstand genomen van onze oorsprong en hebben de neiging, om ons menselijke doel te vergeten om in volledige connectie met elkaar, met onszelf en met de natuurlijke wereld te leven. De weinigen op deze planeet die nog steeds in verbinding zijn met deze kennis en leven naar haar waarden, zijn inheemse volken. Deze culturen zijn de beschermers van zowel de mensheid als onze planeet. Zij zijn het levende voorbeeld van hoe te leven met betrekking tot onze natuurlijke omgeving; te begrijpen dat we allemaal met elkaar verbonden zijn; hoe we ons leven ten volle kunnen leven. Door 'The  Last Sentinels' te maken, verkondigt Jimmy Nelson de urgentie om inheemse volken te erkennen en te vieren als onze nieuwe rolmodellen.


Sinds zijn zeventiende reist Jimmy de wereld rond om kennis te maken met volkeren op de meest afgelegen plekken





Door middel van honderden beelden worden we letterlijk ondergedompeld in de wereld van de laatste gemeenschappen in de wereld die in harmonie met zichzelf, hun cultuur en hun natuurlijke omgeving leven. The Last Sentinels begint met een reis langs de meest iconische landschappen, waar je vervolgens kennis maakt met de oorsprong, daar waar we oorspronkelijk vandaan komen. We zien de gemeenschappen, hun persoonlijke tradities en bijbehorende feestelijkheden, hun en onze identiteit, eindigend in een climax met een confronterende vraag.


'The Last Sentinels' (Les dernières sentinelles) biedt een nieuw perspectief op hoe krachtig, rijk en inspirerend de laatste inheemse culturen ter wereld zijn



Bekijk ook zeker dit filmpje op You Tube om een gevoel te krijgen wat jullie te wachten staat bij deze unieke samenwerking tussen Jimmy Nelson, Culturespaces en het Atelier des Lumières.


We zien de gemeenschappen, hun persoonlijke tradities en bijbehorende feestelijkheden



The Last Sentinels elke avond in het Atelier des Lumières van 16 oktober tot en met 31 oktober 2020, van 18.30 uur tot 23.00 uur.

Met dank aan Jimmy Nelson.
Fotografie: Beelden uit Homage to Humanity en Before They pass Away – © Jimmy Nelson



Jimmy Nelson
Geboren
11 november 1967, Sevenoaks, Groot-Brittannië
1975-1985
Stonyhurst College, Lancashire, Groot-Brittannië

1986-1988
Reis door Tibet

1989-1990
Fotograaf in Afghanistan

1990-1994
Werkt in China, El Salvador, Nicaragua, Pakistan, Nigeria, Congo, Kameroen

1994
Verhuist naar Amsterdam

2014
Publicatie fotoboek Before They Pass Away

2018
Publicatie Homage to Humanity

2020
The Last Sentinels



The Last Sentinels