Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

maandag 2 februari 2026

FONDATION CARTIER, KRUISPUNT VAN KUNST EN INNOVATIE

 

Parijs, een stad die bekendstaat om zijn architectonische aanbod, ontwikkelt zijn landschap voortdurend met projecten die zijn skyline en culturele verhaal steeds opnieuw definiëren. Onlangs zijn Moreau Kusunoki en Frida Escobedo  aangekondigd als de hoofdarchitecten voor de renovatie van het beroemde Centre Pompidou. De Tour Montparnasse (210 m) sluit zijn deuren voor bezoekers op 31 maart 2026. Onder leiding van Nouvelle AOM (Franklin Azzi, ChartierDalix, Hardel Le Bihan), wordt de toren getransformeerd in een glazen gebouw met hotels, winkels en voorzieningen, en bovenop een serre voor fruit en groente. Maar meer recent de renovatie en verbouwing van het Louvre des Antiquaires.

 


Op 25 oktober 2025 gingen de rolluiken voor de ramen van het voormalige Louvre des Antiquaires omhoog. Veel voorbijgangers bleven staan om een eerste glimp op te vangen van de gloednieuwe Fondation Cartier, ontworpen door Jean Nouvel, en de tentoongestelde werken. Een soort van camera obscura om de wereld te observeren door middel van kunstwerken. In december 2013 gaf de Fondation Cartier de architect de opdracht om de locatie opnieuw te ontwerpen en een nieuwe ruimte voor hedendaagse kunst te creëren. Trouw aan zijn architectonische filosofie legt Jean Nouvel de nadruk op transparantie en verbinding met de stad. Grote erkers openen de Fondation Cartier naar de straat en creëren zo een visuele link tussen de openbare ruimte en de kunstwereld. De voormalige binnenplaatsen, nu overdekt met glazen daken, laten natuurlijk licht binnen, dat dankzij een systeem van intrekbare luiken wordt gemoduleerd afhankelijk van de tentoonstellingen. “Niets is permanent – niet de vloer, niet de muren, niet het plafond, alles is modulair”, aldus de studio van Jean Nouvel. Deze nieuwe locatie, aan de place du Palais Royal, zet de missie van de Fondation Cartier voort door een flexibele en open ruimte te bieden, ontworpen om hedendaagse kunst te huisvesten en tegelijkertijd het architectonische en stedelijke erfgoed van het gebouw te behouden.


De nieuwe locatie aan de place du Palais Royal tegenover het Grand Louvre

 

Bestaande ruimte opnieuw uitvinden

De nieuwe locatie beslaat 8.500 vierkante meter aan openbare ruimtes, waaronder 6.500 vierkante meter aan tentoonstellingsruimte, verdeeld over de kelder, begane grond en eerste verdieping, met vijf mobiele platforms elk variërend van 200 tot 340 vierkante meter en die elk een gewicht van één ton kunnen dragen. Een technisch hoogstandje aangedreven door geavanceerde katrollen en lieren die zo op elf verschillende hoogtes kunnen worden geplaatst. Een hybride van geavanceerde technologie die gebruikt wordt voor militaire vliegdekschepen en theaters.  Deze functie stelt de Fondation Cartier in staat om het oppervlak en de navigatie van het gebouw aan te passen aan de kunstenaars, afhankelijk van hun behoeften en wat ze van plan zijn te exposeren. Zo ontstaan gelaagde verticale ruimtes die tot 11 meter hoog kunnen zijn, waardoor de breedte en het gevoel van de ruimte worden vergroot. 


Het museum is uitgerust met mobiele platforms elk variërend van 200 tot 340 vierkante meter en die elk een gewicht van één ton kunnen dragen


Een hybride van geavanceerde technologie die gebruikt wordt voor militaire vliegdekschepen en theaters




De nieuwe locatie beschikt ook over 1.200 vierkante meter aan looppaden met uitzicht op de volumes die door de bewegende platforms worden gecreëerd. Het interieurontwerp van Jean Nouvel, die eerder het ‘Centre Monde Arabe’, het Musée Quai Branly, de Philharmonie, de Fondation Cartier aan de boulevard Raspail en de 240 meter hoge Tour Hekla in LaDéfense ontwierp, transformeert het historische gebouw op een manier die de ruimte in de loop van de tijd laat evolueren. Zijn ontwerp voorziet het gebouw van een flexibele structuur die kan worden aangepast en gewijzigd, waardoor de stichting kunstenaars kan ondersteunen en artistieke experimenten kan bevorderen.




Met deze transformatie benadrukt Jean Nouvel de architectonische en stedelijke elementen van de 19e eeuw, (het pand is ontworpen door Haussmann in 1855) terwijl hij tegelijkertijd hoge ramen toevoegt die de hele gevel beslaan. Hij liet het harmonieuze ritme van de 150 meter lange gevel onaangetast: hij opende simpelweg de ruimte tussen de zuilenrijen voor meer transparantie, waardoor het oog als het ware door het gebouw kon dwalen van de rue de Rivoli naar de rue du Faubourg Saint-Honoré. De transparantie geeft een nieuwe interpretatie aan de etalages van weleer en biedt voorbijgangers een complete visuele ervaring. Er is geen spoor meer te bekennen van het doolhof aan verdiepingen en winkels dat tot 1978 de warenhuizen van het Louvre en later de 240 antiekhandelaren van het Louvre des Antiquaires huisvestte. Naast tentoonstellingsruimtes zal het complex een restaurant, een boekwinkel en een hangende tuin omvatten, wat een samensmelting symboliseert tussen traditionele Parijse architectuur en een uitgesproken toekomstvisie.


Jean Nouvel opende simpelweg de ruimte tussen de zuilenrijen voor meer transparantie, waardoor het oog als het ware door het gebouw kon dwalen van de rue de Rivoli naar de rue du Faubourg Saint-Honoré

 

‘Exposition Générale’

Vanaf de openingsdag tot eind augustus 2026 is in de stichting een grote openings-tentoonstelling te zien, getiteld ‘Exposition Générale’. Het idee is om de geschiedenis te herbeleven en de kernidentiteit van de instelling te benadrukken, met zo'n 600 werken van meer dan 100 kunstenaars.  Onder hen bevinden zich de Britse kunstenaar Damian Hirst, de Amerikanen David Lynch, James Turell, Joan Mitchell, Ron Mueck en Patti Smith, evenals de Congolese kunstenaar Chéri Samba, de Franse fotograaf Raymond Depardon en de Malinese fotograaf Malick Sidibé, die sinds de opening in Jouy-en-Josas in 1984 tot op heden op de muren van de stichting hebben geëxposeerd. Sommige werken zijn al 40 jaar niet meer tentoongesteld. “Deze tentoonstelling toont het unieke karakter van de collectie en biedt een zeldzaam overzicht van internationale hedendaagse kunst over een periode van veertig jaar”, aldus de 83-jarige zakenman en kunstverzamelaar Alain Dominique Perrin, oprichter en voorzitter van de Fondation Cartier. De totale kunstcollectie omvat nu zo’n 4.500 kunstwerken waarvan vele wereldwijd in bruikleen zijn.

 

Alain Dominique Perrin

De stad Parijs heeft veel te danken aan deze man.  Perrin (1942) begon zijn riante loopbaan als vertegenwoordiger (1969) voor het bedrijf Briquet Cartier, jawel het befaamde juweliershuis, om zeven jaar later benoemd te worden tot CEO. Hij bedacht het concept "Must de Cartier" wat hem uiteindelijk de topfunctie van  President en CEO van Cartier International en Cartier SA oplevert.

 

Zijn voorliefde voor de kunst, ontstaan uit een vriendschap met de Franse kunstenaar César Baldaccini, doet hem besluiten om in 1984 een stichting op te richten voor promotie van de hedendaagse kunst: de Fondation Cartier pour l'Art Contemporain. In de tuinen en in het kasteel van het Château de Montcel, in Jouy-en-Josas, even buiten Parijs krijgen kunstenaars een alternatieve tentoonstellingsruimte, waar zij zich vrij kunnen ontwikkelen en werken aan projecten in opdracht van Cartier. Hiermee bestendigt hij de naam van Cartier in de culturele wereld.



Allain Dominique Perrin
 

In 1994, na tien jaar ondergebracht te zijn in Jouy-en-Josas in de buurt van Versailles, verhuisde de Fondation Cartier naar een gebouw van glas en staal in het centrum van Parijs, dat speciaal voor Cartier is ontworpen door de Franse architect Jean Nouvel. Aan de Boulevard Raspail, op de plek waar Chateaubriand, Frans schrijver en politicus, in 1823 een Libanese ceder plantte. De grote façade van glas aan de buitenzijde verlengt het perspectief van de boulevard Raspail en vormt een bijzondere harmonie tussen kunst en planten, zowel binnen als buiten. 1200 m² tentoonstellingsruimte verdeeld over zes niveaus, hier  werden jaarlijks vijf tentoonstellingen georganiseerd rond alle vormen van hedendaagse kunst waaronder; design, fotografie, schilder- en beeldhouwkunst. De laatste tentoonstelling aldaar was die van textielkunstenaar Olga de Ameral. Het schitterende gebouw aan de boulevard, waar de Fondation Cartier slechts huurder was, ligt nu in handen van de eigenaar, het bedrijf Groupama. Zal het een tentoonstellingsruimte blijven? Het blijft vooralsnog een mysterie.

 


Exposition Générale




De ambitie van Perrin gaat verder. In 1980 koopt hij het kasteel Lagrézette, in de buurt van Cahors. Een gebouw uit de vijftiende eeuw en historisch monument. De restauratie van het gebouw, de tuinen en wijngaarden, duurt tien jaar. De wijnen van Château Lagrézette worden nu gerangschikt onder de top 100 wijnen van de wereld.


Werken uit de 40 jarige kunstcollectie nu te zien in de Exposition Générale



In 1995 koopt Alain zijn oude school, het EDC, ‘Ecole des Dirigeants et Créateurs d’Entreprise’. De particuliere school, gevestigd in Parijs La Défense, krijgt als doel het voortbrengen van leiders en ondernemers. Met meer dan 12.000 afgestudeerden wordt het EDC beschouwd als een van de beste business schools ter wereld.




In 1999 wordt hij het hoofd van de Richemont Group. Na LVHM de tweede groep voor luxe artikelen in de wereld, vooral gespecialiseerd in sieraden, horloges en accessoires van 18 internationale topmerken waaronder: Cartier, Van Cleef & Arpels, Baume & Mercier, Jaeger LeCoultre, Lange & Söhne, IWC, Piaget, Montblanc, Lancel, Dunhill en nog vele anderen.

Perrin heeft het altijd natuurlijk gevonden dat een huis als Cartier, dat leeft van zijn sieraden en horloges. een deel van zijn inkomsten aan kunstenaars schenkt.



 



Nu verhuisd naar de place du Palais Royal in het eerste arrondissement hoopt de Fondation Cartier te profiteren van de toestroom van bezoekers naar 's werelds meest bezochte museum, het Grand Louvre, (negen miljoen in 2024) om zo het bezoekersaantal te verhogen, te voldoen aan de verwachtingen van de trouwe bezoekers, maar ook een nieuw publiek aan te trekken.   Het nieuwe gebouw, gelegen op een steenworp afstand van les Colonnes de Buren, het Ministerie van Cultuur, in het hart van een legendarische culturele as bestaande uit het Grand Louvre, de Comédie-Française, het Musée des Arts Décoratifs, de Bourse de Commerce, waar de privécollectie van zakenman François Pinault is ondergebracht, het Musée Jeu de Paume, het Musée Orangerie en het Hôtel de la Marine, doet recht aan de omvang van de collectie en haar geschiedenis.


Ron Mueck


Dit project, waarvan de kosten worden geschat op zo’n 230 miljoen Euro, is een van de meest gedurfde architectonische initiatieven van de afgelopen jaren.




Het nieuwe Fondation Cartier pour l’art contemporain is een laboratorium voor architectuur en techniek, waar erfgoed en innovatie samenkomen ten dienste van hedendaagse kunst.

Note: alle afbeeldingen zonder uitleg zijn werken uit de huidige Exposition Génerale die nog te zien is tot en met 28 augustus 2026




vrijdag 23 januari 2026

FRANKRIJKS 10 GOUDEN VROUWEN


Op 26 juli 2024, tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen, werd de Seine omgetoverd tot een openluchtpodium, tot grote vreugde van heel Parijs, Frankrijk en de rest van de wereld. De atletenparade, die zich over meer dan 6 kilometer uitstrekte, in combinatie met artistieke optredens bedacht door Thomas Jolly, artistiek directeur van de openingsceremonie van de Spelen van Parijs 2024, toonde het rijke erfgoed van de stad. 326.000 toeschouwers waren getuige van deze gedenkwaardige ceremonie aan de oevers van de Seine, en miljarden anderen keken mee via hun televisieschermen. 

Wie herinnert het zich niet; het absolute kippenvel moment toen de mezzo-sopraan Axelle Saint-Cirel ‘La Marseillaise’ zong vanaf het dak van het Grand Palais, begeleid door het Orchestre National de France, de Maîtrise de Radio France en het Chœur de Radio France. Een spectaculair beeld. Het publiek langs de Seine en heel Frankrijk zong spontaan mee waardoor het een krachtig, verbindend moment werd. En juist tijdens dit moment – getiteld ‘Sorority’ – verrezen 10 monumentale gouden vrouwenbeelden, van bijna 4 meter hoog, vanuit hun sokkels nabij de Pont Alexandre III.


Axelle Saint-Cirel voerde een "Marseillaise van verzoening" uit op het dak van het Grand Palais in Parijs tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen - Foto © • Yoan Valat / EPA Frankrijk Parijs 2024 Olympische Spelen

 

Voor het eerst in de geschiedenis van de Olympische Spelen, brachten revolutionaire en gedurfde ideeën, atleten en honderdduizenden toeschouwers samen buiten een stadion, in het hart van een uitzonderlijke omgeving: Parijs, de Seine en de monumenten. De openingsceremonie ontroerde ons diep, maar wie waren deze ‘beroemde’ vrouwen en wat is er uiteindelijk met de beelden gebeurd? 

Sinds het einde van de Spelen klonk er een luide roep om  deze "gouden vrouwen" permanent in de openbare ruimte van Parijs te plaatsen, waar 86% van de beelden (260 van de 300) mannelijke figuren voorstellen. Direct na hun opvallende verschijning werden de beelden ten toon gesteld in de Assemblee Nationale (de Franse tweede Kamer) – van 23 september tot 5 oktober 2024 – waar ze tijdens de Erfgoeddagen bewonderd konden worden. De aanwezigheid van de Parijse burgemeester, Anne hidalgo, diende als voorbode voor de uiteindelijke plaatsing van deze tien gouden beelden die vrouwen voorstellen die de Franse geschiedenis hebben gevormd op het gebied van wetenschap, kunst, literatuur, politiek of sport. 

Christine de Pizan


Uiteindelijk kregen ze op 26 juli 2025 een permanente plek in de rue de la Chapelle (18e arrondissement), tussen metrostation Marx Dormoy (lijn 12) en Porte de la Chapelle (lijn 12 & tramlijn T3b), in het hart van de nieuwe Olympische en Metropolitaine as. In het gebied dat speciaal voor de spelen een metamorfose heeft ondergaan. Omgetoverd tot een brede promenade profiteert het nu van dezelfde voorzieningen als de belangrijkste lanen van de hoofdstad, met fietspaden, minder ruimte voor auto’s, groene zones en nieuwe straatverlichting. De straat leidt naar de Adidas Arena. Het nieuwe stadion dat plaats biedt aan 8.000 zitplaatsen en waar de badminton-, ritmische gymnastiek-, parabadminton- en para-gewichtheffen wedstrijden plaatsvonden tijdens de Olympische en Paralympische Spelen van Parijs 2024. De beelden, nu een integraal onderdeel van het visuele en symbolische erfgoed van de hoofdstad, staan langs de rue de la Chapelle in de openbare ruimte en zijn 24 uur per dag gratis te bezichtigen. 
 

Maar wie zijn de tien vrouwen die in het zonnetje zijn gezet? Zij belichamen de herontdekking van lang vergeten vrouwelijke figuren en versterken de waarden van gelijkheid en diversiteit die zo belangrijk waren voor de ‘Jeux Olympique’ 2024.

 

Onze wandeling begint aan de linkerzijde van de rue de la Chapelle (kijkrichting de Adidas Arena). Het eerste beeld is dat van Christine de Pizan (1364-1431), pionier van de vrouwenliteratuur. Als filosofe en dichteres schreef ze onder andere: ‘Livre de la Cité des Dames’ (het boek van de Stad der Vrouwen) haar beroemdste werk. Hierin beschrijft ze de bijdragen van gevierde vrouwelijke figuren aan de samenleving en cultuur van die tijd, en schetst ze zelfs een stad die uitsluitend door vrouwen is gebouwd en bewoond. Na de verovering van Parijs door de Bourgondiërs in 1418 zocht ze haar toevlucht in een abdij, waar ze in 1430 overleed, zonder ooit te zijn gestopt met schrijven.



 

Louise Michel (1830-1905) was een schoollerares, schrijfster, anarchiste en feministische activiste. Vanaf september 1870, tijdens de eerste dagen van het Pruisische beleg van Parijs, nam ze deel aan de verdediging van de hoofdstad; na de wapenstilstand, die ze als verraad beschouwde, bleef ze aan de frontlinie van de opstandelingen in Montmartre. Ook was ze een belangrijke figuur in de Commune van Parijs, die op 28 maart 1871 werd uitgeroepen, diende als ambulancechauffeur en strijdster op de barricades. Na haar deportatie naar Nieuw-Caledonië zette ze haar strijd voort door zich te verzetten tegen het Franse koloniale beleid. In juli 1880 maakte de amnestie voor de Communards een triomfantelijke terugkeer naar Parijs mogelijk. Als gerespecteerd figuur hervatte Louise Michel haar activisme en verdedigde ze onvermoeibaar de belangen van vrouwen, arbeiders en gekoloniseerde volkeren tot aan haar dood op 9 januari 1905.



 

Simone Veil (1927-2017) was een politica en rechter. Veil werd in 1944 op 16-jarige leeftijd in Nice gearresteerd en vervolgens gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Auschwitz en Bergen-Belsen. Ze is een overlevende van de Holocaust. Haar ouders en broer keerden nooit terug. Na de oorlog begon ze rechten te studeren en slaagde ze voor het toelatingsexamen voor de rechterlijke macht. Daarna bouwde ze een schitterende carrière op bij het Ministerie van Justitie. In 1974 werd ze benoemd tot minister van Volksgezondheid onder het voorzitterschap van Valéry Giscard d'Estaing. Daar zette ze zich in voor de wet die de vergoeding van de anticonceptiepil mogelijk maakte en de toegang ertoe voor minderjarigen vergemakkelijkte. Op 26 november 1974 diende ze het wetsvoorstel tot decriminalisering van abortus in bij de Assemblee Nationale, wat een cruciale rol speelde in de legalisering van abortus in Frankrijk. Ze was ook een voorvechter van Europese integratie. Ze overleed in 2017 en werd in 2018 de vijfde vrouw die in het Panthéon werd bijgezet.

 


Alice Guy (1873-1968) was de eerste vrouwelijke filmregisseur, scenarioschrijver en producent. Zij wordt beschouwd als een pionier van de cinema met haar speelfilm ‘The Cabbage Fairy’ / ‘La Fée aux Choux’ uitgebracht in 1896. In 1906 regisseerde ze een korte film getiteld ‘The Results of Feminism’, waarin ze de omgekeerde organisatie van het huishouden liet zien. Ze overleed in de Verenigde Staten, waar ze werkzaam was bij het bedrijf van Léon Gaumont. 

Olympe de Gouges (1748-1793) Schrijfster en politicus. Vestigde zich in 1773 in Parijs. Daar nam ze de naam Olympe de Gouges aan, richtte een theatergezelschap op en schreef haar eerste toneelstukken. In 1791, tijdens de Franse Revolutie, schreef ze de Verklaring van de Rechten van de Vrouw en van de Vrouwelijke Burger. Ze voerde campagne voor de afschaffing van de slavernij en werd in 1793, zonder proces berecht en vervolgens geguillotineerd op de place de la Concorde. 

We gaan verder aan de overzijde van de rue de la Chapelle met het standbeeld van Alice Milliat (1884-1957) Franse zwemster, hockeyspeelster en roeister. In 1922 organiseerde ze de eerste Wereldspelen voor vrouwen. De Wereldspelen voor vrouwen werden gevolgd door andere edities, die om de vier jaar werden gehouden tot 1934. Deze successen droegen bij aan de opname van atletiekwedstrijden voor vrouwen in de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Dankzij haar inzet nam het aantal disciplines dat openstond voor vrouwen op de Olympische Spelen aanzienlijk toe. Geconfronteerd met de opkomst van het fascisme in Europa, dat de rechten van vrouwen verder beperkte, zag ze zich in 1935 gedwongen zich terug te trekken uit de bestuursorganen van de vrouwensportbeweging. Ze stierf in 1957 in Parijs in de vergetelheid.



 

Gisèle Halimi (1927-2020) was een advocate, activiste en politieke figuur  die zich inzette voor de verdediging van vrouwenrechten en de strijd tegen oorlogsmisdaden en kolonialisme. Ze speelde een belangrijke rol in maatschappelijke vooruitgang, zoals de legalisering van abortus en de classificatie van verkrachting als misdrijf.



 

Simone de Beauvoir (1908-1986) was een filosofe en schrijfster, een vooraanstaande figuur in de strijd voor gendergelijkheid en tegen alle vormen van onrecht. geboren in een katholiek burgerlijk gezin, studeerde aan de Sorbonne. Daar ontmoette ze Jean-Paul Sartre. Op slechts 21-jarige leeftijd behaalde ze met vlag en wimpel haar ‘agrégation’ in de filosofie en gaf ze een paar jaar les voordat ze zich volledig wijdde aan het schrijven van romans en essays. In 1945 richtte ze samen met Jean-Paul Sartre en Maurice Merleau-Ponty het tijdschrift ‘Les Temps modernes’ op, waar de existentialistische stroming wortel schoot. Ze zette haar persoonlijke werk voort, dat in 1954 werd bekroond met de Prix Goncourt. Haar essay *Het tweede geslacht*, gepubliceerd in 1949, betekende een keerpunt in de geschiedenis van het feminisme en verwierf wereldwijde bekendheid. Tot haar dood in 1986, zes jaar na die van Sartre, droeg ze bij aan ‘Les Temps Modernes’ en zette ze haar pleidooi voor vrouwenrechten voort als redacteur van het tijdschrift ‘Nouvelles Questions Féministes’.



 

Paulette Nardal (1896-1985) was een intellectueel, journalist en schrijfster. Als pionier van het zwarte feminisme was zij ook de eerste zwarte vrouw die aan de Sorbonne studeerde. In 1931 was zij medeoprichter van  ‘La Revue du monde noir’. Ze raakte in 1939 ernstig gewond toen het schip dat haar terugbracht van een verblijf in Martinique werd getorpedeerd. Ze vestigde zich in 1940 in Martinique en gaf er Engelse les. Haar activisme bleef ze echter koesteren: ze richtte een Martinikaanse feministische vereniging en krant op om vrouwen te mobiliseren die in 1945 stemrecht hadden gekregen. Eind jaren veertig werkte ze enkele maanden als vertegenwoordiger van de Franse Antillen bij de Verenigde Naties. Vervolgens richtte ze een koor op en wijdde ze zich aan de verspreiding van negrospirituals in Martinique. Pas aan het einde van haar leven werd haar bijdrage aan de opkomst van het zwarte bewustzijn erkend.


 


Jeanne Barret (1740-1807) was een ontdekkingsreizigster en botaniste. Vermomd als man (vrouwen mochten niet aan boord) tijdens de expeditie van Bougainville naar de Stille Oceaan, staat ze bekend als de eerste vrouw die van 1766 tot 1769 de wereld rondreisde. Ze leverde een belangrijke bijdrage aan het verzamelen en identificeren van talloze plantensoorten. Haar verdiensten en bijdrage aan de wetenschap werden erkend met een beurs van Koning Lodewijk XVI in 1785. 

De bijna 4 meter hoge beelden zijn niet van brons, maar gemaakt van polymeerhars verhard met glasvezel. Ze zijn ontworpen door Paname 2024 en 3D-geprint door CMDS Factory in Pas-de-Calais, in samenwerking met het bedrijf Marie 3D in Sartrouville. De beelden vormen een verrijking voor de buurt maar verdienen mijns inziens een meer eervolle plaats dan aan de rand van de stad. Bijvoorbeeld aan de Champs Élysées, in het park tussen de avenue de Marigny en de place de la Concorde met op de achtergrond de tuinen van het presidentieel paleis; het Palais de l’Élysée. 


dinsdag 13 januari 2026

HET PALAIS GARNIER, 150 JAAR ELEGANTIE IN HET HART VAN PARIJS

 

Ik val meteen met de deur in huis. Nog te zien tot en met zondag 15 februari 2026, een tentoonstelling die je gezien moet hebben! Ter gelegenheid van de viering van de 150ste verjaardag van het Palais Garnier, de Bibliothèque nationale de France en de Opéra national de Paris is er een jubileumtentoonstelling gewijd aan het monument dat symbool staat voor het zogenaamde ‘nouveau Paris’, in de bibliotheek van de Opera van Parijs. 

De Opéra Garnier viert zijn 150e verjaardag met een legendarische tentoonstelling. Een reis door 150 jaar geschiedenis vol met geheimen, pracht en praal en spookverhalen. Te zien is een rijke verzameling van een honderdtal stukken, waaronder schilderijen, tableaus, dessins, affiches, foto's, boeken, manuscripten, een selectie van kostuums van diverse beroemde balletten en bijzondere voorwerpen, waaronder tijdcapsules die in 1907 en 1912 werden begraven in de kelders van het operahuis, bedoeld voor de ‘Fransen’ van de 21e eeuw en het contragewicht van een kroonluchter die in 1896 neerstortte. Gaston Leroux en zijn ‘Spook van de opera’, gepubliceerd in 1910, waarvan het originele manuscript te zien is bevestigen deze duistere legende. 




De expositie achterhaalt de geschiedenis van het theater, zijn rijke patrimonium en artistieke creaties, historische gebeurtenissen en uiteenlopende feiten, fantasieën en legendes. Deze tentoonstelling is ook een gelegenheid om de 60e verjaardag van het door Marc Chagall geschilderde plafond te vieren. Kortom een lust voor het oog.



Het theaterplafond geschilderd in 1964 door de Franse kunstschilder Marc Chagall

De bibliotheek van het Palais Garnier vormt de ingang naar de tentoonstelling



Prachtige museumstukken vormen de kern van de tentoonstelling. (l) Tamara Karsavina in l'Oiseau de feu - Jacques-Émile Blanche 1910  (r) Ida Rubinstein in Shéhérazade - Jacques-Émile Blanche 1911

Let op; vooraf reserveren is een must. Het theater trekt meer dan een miljoenbezoekers per jaar. De tentoonstelling 150 jaar Palais Garnier is inbegrepen bij de toegangsprijs.

 

Een reis door de geschiedenis

Buste van Napoleon III te zien in de tentoonstelling


Geen enkel bouwwerk vertelt ons zoveel over de behoefte aan uiterlijk vertoon tijdens de Belle Époque
(Frans voor 'mooi tijdperk') dan het Parijse operahuis. De poging tot moord op Napoleon III en Eugénie op 14 januari 1858 door Orsini en zijn handlangers, toen zij op weg waren naar de Salle Le Peletier, had een belangrijk gevolg: het betekende het einde van deze zogenaamd tijdelijke locatie, die meer dan 35 jaar lang de Keizerlijke Muziekacademie had gehuisvest. De Rue Le Peletier, smal en kwetsbaar voor aanvallen, was niet langer veilig genoeg om de veiligheid van het keizerlijke paar te garanderen. Er was daarom een nieuwe locatie nodig, een die de hoofdstad tevens prestige zou bieden en die Napoleon III haar wilde schenken als een soort etalage voor zijn eigen glorie.
 

Er werd daarom al snel een decreet van algemeen nut uitgevaardigd en eind 1860 werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven. Het was wellicht een min of meer hypothetische competitie tussen invloedrijke figuren in de kunstwereld die het mogelijk maakte dat een buitenstaander de opdracht kreeg om het nieuwe operahuis te ontwerpen. De concurrentie onderling was hevig, vooral de rivaliteit tussen Viollet-le-Duc – die zijn restauratie van de Notre-Dame, begonnen in 1845, bijna had voltooid – en Rohault de Fleury, de architect die normaal gesproken voor operahuizen werd aangesteld. Bovendien moest het gebouw passen in de zeer beperkte ruimte die prefect Haussmann ervoor wilde uittrekken te midden van zijn stedelijke bouwprojecten.



Buste van Charles Garnier te vinden in de Grand Foyer




De voorstellen moesten anoniem worden ingediend. De jury stond onder leiding van prins Walewski – de onwettige zoon van Napoleon I en Marie Walewska – en moest kiezen uit maar liefst 171 kandidaten. De winnaar werd unaniem en zonder enige twijfel gekozen. Het was het inmiddels beroemde Italiaanse motto: ‘Bramo assai. Spero poco’, (Ik streef naar veel, ik verwacht weinig), afkomstig van nummer 38. Tot veler verrassing was de auteur van het project slechts 35 jaar oud en, hoewel hij in 1848 de Grand Prix de Rome voor architectuur had gewonnen, stond hij nauwelijks bekend om een project van een dergelijke omvang. En toch, wat hij voorstelde, bijgestaan door andere architecten en een groot aantal supporters, ondanks de imposante aard ervan – of misschien juist daardoor – wist hij juryleden te boeien. Het project werd toevertrouwd aan Charles Garnier, die een eclectisch en luxueus gebouw ontwierp.




Het Palais Garnier, een ware tempel van artistieke creatie

Het ontwerp was duidelijk bedoeld om al vanaf een afstand grote indruk te maken. Op 5 januari 1875 ontdekte heel Parijs met ontzag het Palais Garnier, een kathedraalachtig theater van marmer en goud. Charles Garnier, de geniale architect had geen enkel detail over het hoofd gezien, zelfs tot het obsessieve af, en op gedurfde wijze klassieke-, barokke- en renaissance-invloeden met elkaar vermengd. Napoleon III wilde zijn Versailles en kreeg zijn Versailles. Een imposante neo-barokke paleisfaçade verwelkomt de bezoeker. Daarachter het inmiddels beroemde trappenhuis met een overdadige decoratie in verschillende kleuren marmer en goud. De massieve onyx balustrades, de grote kandelabers en de monumentale figuren bij de trappen – het diende allemaal als decor van het zelfbewustzijn van de Parijzenaars tijdens de Belle Époque. Het trappenhuis, samen met de vestibule en de beide foyers, nemen zelfs meer ruimte in dan het toneel en de zaal.

 


Een imposante neo-barokke paleisfaçade verwelkomt de bezoeker




(l) L'Harmonie van Charles Gumery  (m) Apollon van Aimé Millet   (r) La Poésie van Charles Gumery


De theaterzaal, onder een met koper afgewerkte rijkversierde koepel, een plafondschilderij van Jules-Eugène Lenepveu en verlicht door een enorme kristallen kroonluchter, biedt plaats aan meer dan 2.000 toeschouwers en is uitgevoerd in feestelijk rood en goud. Vier rijk geornamenteerde balkonniveaus zorgen voor de hoogte en bieden optimaal zicht op het toneel en – heel belangrijk – op de andere operabezoekers.


Voor 1964 was er een plafondschildering van Jules-Eugène Lenepveu in detail te zien op de tentoonstelling


Wist je dat? De uitdrukking "Il y a du monde au balcon" ("Er zijn veel mensen op het balkon") is ontstaan in de Opéra Garnier? Deze beroemde Franse uitdrukking, die subtiel verwijst naar een royale boezem, vindt zijn oorsprong in het 19ᵉ-eeuwse Parijs, en meer specifiek in de verfijnde sfeer van de Opéra Garnier. Een terugblik op een geschiedenis waarin verleiding en fatsoen zich vermengden in de salons van de high society. In die tijd waren gearrangeerde huwelijken gebruikelijk, vooral onder de Parijse bourgeoisie. Vaders, die graag een goede partner voor hun dochters wilden vinden, namen hen mee naar de Opéra Garnier, een prestigieuze ontmoetingsplaats. Gekleed in hun mooiste jurken met daar onder figuur corrigerende korsetten, namen de jonge vrouwen plaats op de balkons om gezien en bewonderd te worden. 


Je komt ogen te kort zoveel prachtige details in de theaterzaal







Het doel was tweeledig: genieten van het spektakel en tegelijkertijd de jonge aspiranten in staat stellen potentiële echtgenotes te spotten. De kleine balkons van de Opéra Garnier, met hun vrije uitzicht op de grote zaal vormden het perfecte decor. Het was tegen deze achtergrond dat de ondeugende toeschouwers, die deze jonge dames onwillig hun ‘pluspunten’ zagen tonen met hun voordelige decolletés, op humoristische wijze uitriepen: "Er zijn mensen op het balkon! De uitdrukking, doordrenkt met ironie en lichtzinnigheid, verwijst naar het voordelige uiterlijk dat korsetten jonge vrouwen gaven.


De Grand Foyer

 

De Grand Foyer een weelderige salon voor de Parijse elite om tijdens pauzes te socializen, gezien en gezien te worden, en zich te verpozen in een ruimte die kon concurreren met de pracht en praal van Versailles. Ontworpen als een ‘theater van de maatschappij’, een indrukwekkende ruimte vol goud, spiegels, kroonluchters en plafond- en muurschilderingen van Paul Baudry, waar aristocraten en operaliefhebbers rondzwierven en zelfs banketten werden gehouden. Architect Charles Garnier wilde een ruimte die zelfs Versailles overtrof, om de status van het Tweede Keizerrijk te weerspiegelen, met een plafond dat muziekgeschiedenis uitbeeldde. De Foyer was zelf een kunstwerk, bedoeld om te imponeren met zijn rijkdom aan decoratie, waardoor het gebouw niet alleen een locatie voor kunst was, maar kunst op zich. Een replica van de buste van Charles Garnier, gemaakt door de beeldhouwer Jean-Baptiste Carpeaux, staat in het midden van de foyer, vlakbij een van de ramen die uitzicht bieden op de avenue de l'Opéra tot aan het Louvre.



Ontworpen als een ‘theater van de maatschappij’, een indrukwekkende ruimte vol goud, spiegels, kroonluchters en plafond- en muurschilderingen van Paul Baudry


 


Tijdens de bouw was er veel kritiek, waarbij de stijl of het gebrek daaraan, de keuzes, wat er ontbrak en wat overbodig was, de pracht en praal en de zwaarte werden bespot. Je kent vast wel de anekdote waarin keizerin Eugénie – die naar verluidt de voorkeur gaf aan het project van Viollet-le-Duc – bij de eerste inauguratie in 1867 de wrange opmerking maakte: "Wat is dit voor stijl?" "Dat is geen stijl!... Het is noch Grieks, noch Lodewijk XV, zelfs niet Lodewijk XVI!", waarop Charles Garnier naar verluidt antwoordde: " Nee, die stijlen hebben hun tijd gehad... Het is Napoleon III! En u klaagt?”

 

De Loggia de entree van het Palais Garnier vanf de place de l'Opéra


Grand Escalier




Er is al van alles gezegd en geschreven over de bouw van dit unieke monument, dat tot ver buiten Frankrijk wordt beschouwd als een van de mooiste operahuizen ter wereld en dat een van de symbolen van de hoofdstad is geworden. Het Palais Garnier werd dan ook in 1923 geclassificeerd als historisch monument. André Malraux, als toenmalig Frans Minister van Cultuur, gaf Marc Chagall in 1964 opdracht het plafond van de Opéra Garnier te vernieuwen, wat resulteerde in Chagalls kleurrijke, dromerige fresco dat de grote operacomponisten en de magie van muziek en dans viert; Een controversiële opdracht om moderniteit te integreren in een historisch monument. Chagall schilderde een enorm fresco (ongeveer 240 m²) met vijf secties, gewijd aan componisten als Mozart, Wagner, Berlioz en Ravel, en verweefde er ook Parijse monumenten en zijn eigen artistieke visie in. De onthulling; op 23 september 1964 leidde tot gemengde reacties, maar de opdracht van Malraux om de opera opnieuw op de kaart te zetten was een succes.



Le salon des glacier




 

Details van de plafonds in de gangen richting Le Grand Foyer




Wist je dat de Opéra Garnier een verborgen kunstmatig meer herbergt?

Het is een mysterieus meer dat Gaston Leroux zou hebben geïnspireerd tot het schrijven van zijn legendarische roman ‘Het spook van de opera’. Weinigen weten het, maar onder de grote zaal ligt een kunstmatig meer. Zo'n tien meter onder het podium. Zoals zo vaak het geval is, brengen bouwwerkzaamheden onaangename verrassingen met zich mee. Toen de bouw van het Palais Garnier in 1861 begon, ontdekte Charles Garnier dat het terrein waarop de Opéra Garnier gebouwd zou worden drassig was. Het gebouw werd ook bedreigd door waterinfiltratie. Dus kwam de architect op het idee om een grote kunstmatige tank van 25 bij 50 meter te ontwerpen, omgeven door gewelven en volledig waterdicht. Het doel was eenvoudig: het water kanaliseren en de funderingen van het weelderige gebouw in stand houden. Hoe mysterieus het ook is, dit kunstmatige meer - of eigenlijk tank gevuld met water - gelegen in de ondergrondse gangen van de Opéra fascineert de meest nieuwsgierigen. Helaas is het niet toegankelijk voor publiek. 


Foto’s © Google Arts








Het is dus onmogelijk om het met eigen ogen te bewonderen. Alleen de Parijse brandweer mag het gebruiken om er van tijd tot tijd trainen. Er wordt ook gezegd dat de tank wordt gebruikt als reservoir in het geval van brand. Het is echter mogelijk om het virtueel te bezoeken dankzij het Google Arts and Culture platform waar ik bovenstaande foto’s van heb geplukt. 

Zoals ik al eerder vermelde is een bezoek aan de Opéra Garnier een ‘must see’. Maar ook vooraf reserveren is een must. Klik hier om je bezoek vooraf te reserveren.