Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 7 oktober 2026

MOULIN ROUGE, 137 JAAR EEN ODE AAN DE VROUW


Maandag 5 oktober kreeg ik het volgende mailtje:

Goedemiddag, voor de verjaardag van de Moulin Rouge in Parijs (dinsdag 6 oktober), zouden we het leuk vinden in op NPO Radio 2 even te bellen met jou als Parijs-kenner. Het zou dan gaan om een belletje van 4-5 min met DJ Emmely de Wilt, zij presenteert het programma ‘Het Oor Wil Ook Wat. We bellen dan live zo rond de klok van 18.40 uur.

Ik hoor graag of je tijd en interesse hebt. Veel dank! 

Mvg,

Roxanne Martin

Het Oor Wil Ook Wat @ NPO Radio 2

 


Dinsdag 6 oktober aan het einde van de middag had ik een live interview op NPO 2, met DJ Emmely de Wilt over de Moulin Rouge. “Op 6 oktober 1889, precies 137 jaar geleden, opende aan de voet van Montmartre een bijzondere attractie, een danszaal van, een in die tijd, ongekende allure, Ferry van der Vliet is een Parijskenner, een Parijs liefhebber en schreef vier reisgidsen over deze stad”, zo klonk het in de aankondiging. Helaas was het een kort interview, dus hieronder het volledige verhaal. 

Tot op de dag van vandaag heeft Parijs een aantrekkingskracht die, zelfs voor mensen die er nog nooit zijn geweest, duizelingwekkend is. Met zijn vele bezienswaardig-heden is het dè bestemming voor toeristen afkomstig uit alle landen van de wereld. De wijdverbreide clichés over de stad der liefde bevatten. zoals elke gemeen-plaats, een deel waarheid: zoals de langbenige maar stuurse Parisiennes, de man met zijn baguette en alpinopet, de norse maar oh zo efficiënte obers, de kunstenaars en bohemiens, de absint, de cancan en bovenal een bruisend nachtleven. Als je Parijs bij nacht hebt gezien, dan pas begrijp je de bijnaam lichtstad. Vooral als je staat op de heuvel van Montmartre in de schaduw van de machtige kerk van het Heilig Hart; de Sacré Cœur. Dan zie je de lichtjes en voel je de adem van deze nooit slapende stad. Beneden op de place Blanche staat al sinds 1889 de Moulin Rouge, als baken in de nacht, de helrode molen, het centrum van een bruisend Parijs. Of niet? Zelfs de meest trotse Parijzenaars zien hun Moulin Rouge als een deel van het verleden, een attractie, een toeristenval. Wanneer en waarom is deze ommekeer eigenlijk gekomen en is het cabaret de naam van icoon nog waard? Geen wonder dat ik gebeld werd door Radio NPO 2 om mijn verhaal te mogen doen.



 

Moulin Rouge is groots geworden door het eigenwijze karakter van Montmartre. In de film van Baz Luhrmann's Moulin Rouge uit 2001, de film werd bekroond met twee Golden Globes en genomineerd voor acht Oscars, werd Montmartre door de hoofdpersoon afgeschilderd als "center of the bohemian world" maar ook als "a village of sin". Beide uitdrukkingen zijn van toepassing, Montmartre staat ook vandaag nog los van de rest van Parijs. 

Allereerst een stukje geschiedenis: Door de geografische afscheiding van de stad kon Montmartre zich in de 19e eeuw ontwikkelen tot het meest decadente deel van de stad. Bekende artiesten hebben er gewoond: Henri Toulouse de Lautrec, Auguste Renoir, Georges Bracque, Guillaume Appolinire, Pablo Picasso, Van Gogh en meer.

Al sinds 1860 is de Franse hoofdstad een toeristische trekpleister en vanwege het buitensporige nachtleven in Montmartre werd Parijs in de 19e eeuw de hoofdstad van plezier. Medeplichtig hieraan waren de zogenaamde cocottes, de courtisanes of de talrijke luxeprostituees.  Een van de meest beroemde 'Cocottes' was uit die tijd Coca Pearl die liefkozend 'la grande horizontale' of 'plat du jour' werd genoemd.


Charles Zidler & Joseph Oller

 

Parijs 1889, het begin van de industriële revolutie en de komst van vele wereldtentoonstellingen naar Parijs. De mooie eeuw of de Belle epoque, de sfeer van nonchalance, het onbezorgde leven of zoals de Fransen het benoemen; 'joie de vivre'. Het was de tijd van de automobiel, de telefoon, het elektrisch licht, de fotografie en de film, maar ook de fysica, geneeskunde en de haute couture. Parijs als centrum van de wereld.

Parijs barstte van de cafés, cabarets en dance halls, die dienden als ontmoetingsplaats voor de bohemiens en de kunstenaars. Het neveneffect van al deze ontwikkelingen was een scepsis tegenover het belang van geloof en andere morele waarden. Geen wonder dat op de plek van een dance hall genaamd 'La Reine Blanche', Joseph Oller en Charles Zidler op 6 oktober 1889 de Moulin Rouge openden, op de Place Blanche, aan de voet van Montmartre. Hèt mekka van het Parijse nachtleven. 

Joseph Oller (1839-1922) een in Catalonië geboren zakenman die zijn fortuin maakte in Parijs als uitvinder van een nieuw soort wedsysteem; 'Pari Mutuel', en zo indruk maakte als bookmaker bij het paardrennen. Dit gaf hem de middelen om samen met zijn compaan Charles Zidler (1830-1897) niet alleen de Parijse muziektempel Olympia, de Jardin de Paris, maar ook de Moulin Rouge te bouwen. Bij dat laatste kwam hun perfectionisme naar boven. Zij wilden het grootste en mooiste cabaret creëren. Een tempel opgericht als ode aan de vrouw en de dans.


1889  Het openingsaffiche van de Moulin Rouge

 

Het gebouw van de Moulin Rouge diende als eerbetoon aan de ongeveer 30 windmolens die jarenlang de heuvel van Montmartre hadden gesierd. Dankzij het bijzondere interieur, ontworpen door Adolphe Willet, met een gigantische dansvloer, alomtegenwoordige spiegels, elegante gaanderijen met privé loges, wisten Zidler en Oller de allerrijksten zich te laten mengen met de inwoners van het hippe Montmartre. De grootste verrassing bevond zich in de tuin. Een enorme olifant, oorspronkelijk ontworpen voor de wereldtentoonstelling van 1889 waar je voor een oude Franse franc, een wenteltrap kon beklimmen en kon genieten van een zeer sensueel buikdansspektakel.

 


De 'Bals de Moulin Rouge' groeiden in ijltempo uit tot hooggeprezen en drukbezochte evenementen, waar de meisjes mede dankzij het onstuimige ritme van de cancan even flexibel omsprongen met hun ledematen als met hun moraal. Oller en Zidler beloofden niet voor niets goud en vrouwenbenen aan het publiek. Al gauw kreeg het cabaret de bijnaam Le Premier Palais de la Femme'. Onder het bewind van Zidler werden heel wat legendarische sterren naar de molen gelokt zoals; La Goulue (danseres), Colette (mime), Yvette Guilbert (zangeres) en Jane Avril (danseres). Hij was het bovendien die de cancan invoerde als belangrijke attractie.

 

Een reclameaffiche voor de cancan, getekend door  Henri Toulouse-Lautrec


De Cancan

De cancan, of coincoin, was oorspronkelijk de laatste figuur van de Quadrille, een modieuze ballroomdans uit Frankrijk van de negentiende eeuw tot de Eerste Wereldoorlog. Het was een levendige country dance, verwant aan de wals en voorloper van de polka. Door al deze opwindende eigenschappen werd hij voornamelijk populair als laatste dans van de avond. De cancan werd eerst ‘chahut’ (lawaai) genoemd, alvorens de meer  bekende naam in gebruik kwam. Cancan, tevens een ander woord voor schandaal of roddelpraat was letterlijk een buitenbeentje in de danswereld. Zoals wel vaker bij gewoonten uit de populaire cultuur is het moeilijk om het juiste beginmoment te achterhalen. Danseres Nini-Pattes-en-l’air zou bijvoorbeeld de cancan hebben uitgevonden, net als Charles Mazurier, populair entertainer uit de jaren 1820, die de dans zou hebben beïnvloed door zijn acrobatische toeren. Volgens de Nederlandse Wikipedia komt de dans oorspronkelijk uit Algerije en volgens anderen was het de Britse grootmeester van de Music-Hall Charles Morton, die in 1861 in London de cancan uitvond door zich te laten inspireren door de Quadrille. Elf jaar eerder, in het Parijs van 1850 zou sterdanseres Céleste Mogador de naturalistische Quadrille hebben uitgedacht, dè rechtstreekse voorloper van de cancan. Algemeen wordt echter aangenomen dat de cancan voor het eerst werd gedanst in de balzalen van de arbeidersklasse op Montparnasse in Parijs rond 1830 een soort van lokdans met een erotische functie, waarin een aantal vrouwen in een rij naast elkaar staan en tegelijk bewegen op de maat van de muziek. Hierbij tillen zij hun rok op of tillen ze hun been zo hoog in de lucht dat hun benen, de jarretels en daarbij een open broek, een zogenaamde splitboomer, handig bij het toiletbezoek, te zien waren. Dit laatste werd destijds als zeer aanstootgevend beschouwd. Zowel de overheid als de kerk ergerden zich in die tijd zeer aan deze dans. De energieke en fysiek uitputtende manoeuvres gaven gestalte aan de frivole en beetje vulgaire Parijse samenleving die in die tijd teerde op provocatie.


Henri de Toulouse-Lautrec

Het was in die periode dat de kunstenaar Henri de Toulouse-Lautrec er een veel geziene gast was. Zoals vele schilders voelde Henri De Toulouse-Lautrec zich aangetrokken tot de wereld van de prostitutie. In het nachtelijk leven vindt De Toulouse-Lautrec de vrijheid om te schilderen wat hem boeit: het leven zelf, de mensen die hem interesseren, in een omgeving waarin hij zich thuis voelt. Hij schildert de milieus die pas opbloeien bij kunstlicht, wanneer Parijs zich in het duister hult. Vooral in cabarets als Le Chat Noir, de Boule Noir en de Moulin Rouge vindt hij de mensentypes die hem boeien.

De meisjes van plezier aanvaardden de kleine misvormde schilder en duldden hem als één van hen. De Toulouse-Lautrec leed aan ‘Pycnodysostose’, een kwaal die dwerggroei tot gevolg had en waarschijnlijk wordt veroorzaakt door incest of inteelt. Kleiner dan anderhalve meter, met een normaal volgroeide romp en hoofd maar met te korte armen en benen, brede neusvleugels, een ingevallen kin, felrode en getuite lippen, en een veel te grote tong waardoor hij onophoudelijk lispelt en kwijlt. (Bron Wikipedia). 


In 1891 kreeg Toulouse-Lautrec van Charles Zidler de opdracht om een promotieposter te maken voor de Moulin Rouge. Dit werd voor beide partijen een winstgevende onderneming. Het succes van de poster bracht onmiddellijke bekendheid aan de schilder en een nieuw publiek naar de Moulin Rouge. Het affiche toont La Goulue in volle beweging met een been in de lucht en haar onderrokken zichtbaar vergezeld door Valentin le Décossé, de enige mannelijke danser uit die periode.

Hij trouwde nooit, scheidde liefde en seks en had ontelbare verhoudingen, maar meestal van korte duur. Zijn chronisch gebrek aan nachtrust ging gepaard met alcoholmisbruik. Bovendien leed hij aan syfilis. In 1901 stierf hij op 36-jarige leeftijd als gevolg van een beroerte. 

De overweldigende bloei uit de beginjaren verloor na verloop van tijd zijn glans en eind 1902 werd het laatste bal op een algemene onverschilligheid onthaald. Zelfs de cancan was uit de mode. Wat weinigen weten is dat de Moulin Rouge ook een Nederlands tintje kende. Het was de Nederlander Eduard Niermans die in 1903 de danszaal van de Moulin Rouge ombouwde tot concertzaal. Tot aan de Eerste Wereldoorlog wist het etablissement zich te transformeren tot een echte tempel van de operette met spektakels al: Voluptata, la Feuille de Vigne en le Rêve d'Egypte. 

In 1907 maakte een charmante nieuwelinge Mistinguett haar debuut. Jeanne Florentine Bourgeois werd door een liedjesschrijver ontdekt als zingend bloemenmeisje die haar de naam Miss Tinguette gaf. Ze eigende zich de naam toe en maakte er een woord van en liet de 'e' aan het einde vallen. Haar aanwezigheid zouden de shows voor een lange tijd doen veranderen en haar creatie van het concept Music-Hall was het begin van een nieuw succesverhaal. De mix van populaire liedjes, komedie en uiteenlopende acts vol pluimen, pailletten, dansers en danseressen, vormde een onnavolgbaar spektakel.



 

In 1915 verwoeste een grote brand de grote zaal van de Moulin Rouge en het duurde tot 1925 voor het nieuwe gebouw compleet met wintertuin, cabaret en art déco gehoorzaal werd geopend. Nieuwe revues volgde elkaar snel op, allemaal geïnspireerd door de stijl van Broadway. Legendarische creaties als Revue Mistinguett (1925) en Ça c'est Paris (1926). In 1929 verliet de ster de Moulin Rouge en werd het theater met 1500 zitplaatsen overgenomen door Pathé,  die er één van de grootste bioscoopzalen van Europa van maakte.

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in Parijs niet veel plezier gemaakt, al waren er wel wat glamoureuze shows die werden opgevoerd voor een publiek van hoofdzakelijk Duitse soldaten. Het enige noemenswaardige optreden in de Moulin Rouge was dat van Édith Piaf, een paar dagen voor de bevrijding in 1944.



Poster uit 1951

 

De heropleving van de Moulin Rouge liet ruim 6 jaar op zich wachten na de overname, in 1951, door George France, alias Jo France de eigenaar en oprichter van Balajo. Hij startte onmiddellijk met renovatiewerkzaamheden om de Moulin Rouge zijn oude grandeur te laten herwinnen. Het huidige interieur van de zaal danken we aan Henri Mahé. Zijn geschilderde ontwerpen verrukken tot vandaag de duizenden bezoekers. Jo France herintroduceerde bovendien de French cancan en de soirées dansantes. Succesvolle sterren uit die tijd verdrongen elkaar om op te mogen treden in de rode molen: Luis Mariano, Charles Trenet, Charles Aznavour, Bourvil en Lena Horne.


Frisson 1965 & Fascination 1967

 

In 1955 kwam de Moulin Rouge in handen van de eigenaars van Le Lido, gevestigd aan de Champs Elysées. De gebroeders Joseph en Louis Clérico transformeerden de Moulin Rouge helemaal. Onder andere door  de inrichting van een grote keuken om aan het meer en meer internationale publiek een dinerspektakel te kunnen bieden. De dinner-shows werden een van de meest begeerde Parijse attracties. In 1962 volgde nog een verbouwing onder leiding van Jacki Clérico de zoon van Joseph. Hij vergrootte de zaal en installeerde een reusachtig aquarium dat vanuit het niets op het toneel verscheen vol met schaars geklede danseressen die bewogen als bekoorlijke zeemeerminnen. Na het succes in 1963 van de show Frou Frou koos Jacki Clérico als gevolg van bijgeloof, alleen nog voor titels met een 'F'. De effen volgden elkaar snel op: Frisson (1965), Fascination (1967), Fantastic (1970), Festival (1973, Follement ( 1976) Frénésie (1979), Femmes Femmes Femmes (1983).



 Follement 1976 & Frénésie1979


Femmes Femmes Femmes 1983 & Formidable 1988


Het honderdjarig bestaan van de Moulin Rouge werd gevierd met de show 'Formidable', die tussen 1988 en 1999 door meer dan 4,5 miljoen bezoekers werd bezocht. Op 23 december 1999 vond de première plaats van de nieuwe extravagante show die nu nog steeds te zien is 'Féerie'.

 

Féerie 1999


In 2012 heeft een team van internationale kunstrestaurateurs nog een historische fresco met zeer veel zorg verwijderd, schoongemaakt en gerestaureerd. De fresco, geschilderd op jute door Henri Mahé in 1951, is een nauwkeurige replica van het origineel, dat geschilderd was door Henri de Toulouse-Lautrec op de zijkanten van de woonwagen van de beroemde cancan danseres Louise Weber, beter bekend onder haar artiestennaam La Goulue. Het origineel is nog steeds te zien in het Parijse Musée d'Orsay. De fresco van Mahé is inmiddels al weer in al zijn glorie hersteld en terug op zijn oude plek, in de grote zaal beschermd achter veiligheidsglas. Goed voor de volgende zestig jaar.



 

De Moulin Rouge is al decennia lang een belangrijke inspiratiebron voor schilders, afficheontwerpers, filmmakers en fotografen. De nachtclub staat nog steeds symbool voor de bruisende Belle Époque en de levensstijl die de vrijgevochten bohemiens van Parijs zich aan het einde van de negentiende eeuw hadden aangemeten. Nu is het de plek van prachtige shows met half naakte tableaux vivants. De huidige show Féerie loopt nog steeds en kostte de lieve som van 8 miljoen euro.


Al 137 jaar een icoon van de stad Parijs

 

Zeven dagen per week, met twee shows per dag (21.00 uur en om 23.00 uur), wordt u ontvangen door een zwarte brigade van 120 medewerkers. Het prachtige theater, geheel in de sfeer van de Belle Époque, biedt plaats aan 900 gasten, die overal goed zicht hebben op het toneel. De choreografie is van Bill Goodson en verder bestaat 'Féerie' uit een groep van 100 artiesten, waaronder 60 langbenige Doriss Girls bestaande uit 17 nationaliteiten. 1000 Kostuums met veren, bergkristallen en pailletten, ontworpen door Corrado Collabucci en vervaardigd in de beroemdste Parijse ateliers, schitterende settings met stralende kleuren en unieke ontwerpen van Gaetano Castelli, gemaakt door Italiaanse kunstenaars. Verder de beste internationale en opzienbarende acts en dit alles met muziek van Pierre Porte, uitgevoerd door zo'n 80 muzikanten. Dit alles onder het genot van een goed glas champagne. En nu we toch met cijfers bezig zijn. Per jaar worden hier meer dan 240.000 flessen champagne geschonken. 



Els Reuver (r)

Verder nog een Nederlands tintje: 12 jaar lang tot 2014 danste er ook Nederlandse vrouwen mee namelijk Els Reuver (als soliste) en in 2018 nam de Nederlandse Julia Graveland, ook wel het slangenmeisje genoemd, omdat zij een act deed met 4 pythons in een levensgroot aquarium afscheid van het podium. 

Eigenlijk mogen we vaststellen dat de Moulin Rouge nog steeds een icoon is van deze stad. Hou je van Parijs?  Wil je het Parijs ontdekken van de Belle Époque?  Wil je indruk maken op je partner in de stad van de liefde?  Dan is de show Féerie een must see!  Féerie betekent sprookje, het is toch mooi als die uitkomt?


Achter deze deuren gaat een wereld voor je open

 

Bron en fotografie: Moulin Rouge Paris

Bal du Moulin Rouge, boulevard de Clichy 82, Montmartre 18e arrondissement, metro Blanche

7 dagen per week dinner & show 19.00 uur, start show 21.00 uur vanaf € 263 per persoon, 2e show start 23.00 uur vanaf  € 120 per persoon. Voor Informatie en reserveringen Moulin Rouge 00.31.1.53.09.82.82 


zaterdag 26 september 2026

HET ÉLYSÉE, PALEIS VAN PLEZIER

 

Een bericht geschreven door Anton Noë op de website van Nederlanders.fr met de titel ‘De slaapkamer als staatszaak’, prikkelde mijn nieuwsgierigheid. En al verder zoekend op het internet kwam ik uit bij het boek van Jean Garrigues: ‘Une histoire érotique de l'Elysée - de la Pompadour aux paparazzi’, met als omschrijving: Afgaande op de amoureuze en tumultueuze aangelegenheden van onze recente presidenten, zou een geur van erotiek het Élysée-paleis omhullen.

 

Volgens Garrigues hangt er al vanaf het begin een “soort erotisch parfum” in en rond het Elysée, dat pas sinds 1848 fungeert als presidentieel paleis. Het begint al in 1720, wanneer de graaf van Evreux zijn intrek neemt in het nieuw gebouwde herenhuis. Nog diezelfde dag verbant hij zijn steenrijke echtgenote ‑ wier vader nota bene de bouw heeft gefinancierd ‑ naar hun buitenhuis op de ‘boerenbuiten’, zodat hij in Parijs ‑ in zijn ‘paleis van plezier’ ‑ rustig zijn gang kan gaan met zijn maîtresses. Bij de dood van de graaf van Évreux in 1753 kocht koning Lodewijk XV het aan voor zijn maîtresse Madame de Pompadour. Ook latere illustere bewoners hielpen de reputatie in stand houden: Caroline Murat Bonaparte, zus van Napoleon, ontving er haar minnaars terwijl haar man elders aan zijn trekken kwam. En later bleek dat tal van Franse presidenten hun macht misbruikte en er tal van maîtresses op na hielden.


Hôtel Noir, "an exclusive collection of your darkest fantasies" - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

Nu zijn jullie gewend dat ik mijn blogs vul met talrijke foto’s, maar dat gaat wat moeilijk met foto’s van escapades van diverse Franse presidenten. Vandaar dat de fotografie verzorgt wordt door de Duitse topfotograaf J. Konrad Schmidt. Konrad woont en werkt in Hamburg. Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen", vind ik wel passen bij dit onderwerp, Zijn modellen zijn min of meer gekleed of naakt, prachtig gefotografeerd in kleur maar steeds vaker in zwart-wit. Serieus, ingetogen, in zichzelf gekeerd, sensueel, uitdagend, maar altijd met een groot gevoel voor stijl" aldus het BFF. Geen wonder dat hij geselecteerd werd als volwaardig maar ook jongste lid van het gerenommeerde Duitse BFF: 'Der Berufsverband Freie Fotografen und Filmgestalter', gevestigd in Stuttgart. Konrad is met name gespecialiseerd in mode-, reclame- en lingeriefotografie en won vele prestigieuze prijzen. De getoonde foto’s komen uit zijn boek Hôtel Noir, deel 1 dat helaas is uitverkocht. All Photo's courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


"Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah"; Foto courtesy of J. Konrad

 

Félix Faure

Maar nu weer terug naar het ‘Elysée. Het personeel van het Elysée werd op 16 februari 1899 opgeschrikt door geschreeuw uit de ‘Salon d’Argent’. President Félix Faure (1895 – 1899) was onwel geworden tijdens de daad met een van zijn vaste maîtresses. Volgens een (aangedikte?) versie zat de verkrampte hand van de president vast in de haardos van Marguerite Steinheil en moest er een schaar aan te pas komen voordat de vrouw via een achterpoortje van het presidentieel paleis naar buiten geleid kon worden. Enkele uren later overleed Faure, die blijkbaar afrodisiaca nam, in het bijzijn van zijn vrouw en dochter.

 

Valéry Giscard d’Estaing

Andere affaires van Franse presidenten. We zijn aanbeland in de Vijfde Republiek. Generaal Charles de Gaulle (1959 – 1969) en zijn diepgelovige vrouw Yvonne koesterden een diepe weerzin tegen politici die losjes omsprongen met de familiewaarden. Ook bij zijn opvolger Georges Pompidou (1969 – 1974) was er geen overspel in het spel. Dat laatste kon zeker niet gezegd worden van de ogenschijnlijk stijve hark Valéry Giscard d’Estaing (VGE), die in 1974 president werd. Hij kreeg de bijnaam ‘Valéry Folamour’ van Le Canard Enchaîné, een Frans satirisch weekblad, na een nachtelijk auto-ongeval waarbij hij aan het stuur van een sportwagen zat en vergezeld was van een jonge vrouw – een actrice wellicht en volgens de geruchten  de actrice Marlène Jobert. Tijdens de weekends was Giscard vaak spoorloos en liet hij voor zijn medewerkers een verzegelde brief achter waarin stond waar hij zich bevond voor het geval er een urgentie was.

 

Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©


“Giscard is het enige staatshoofd ter wereld van wie men ongeveer zeker weet waar hij niet slaapt”, liet Maurice Couve de Murville (minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk) zich ooit ontvallen. Vaak hield de president zich op in een kleine studio in Parijs die een van zijn trouwe medewerkers voor hem huurde – wat nu ‘mancave’ heet, was voor de Fransen toen een ‘garçonnière’, een liefdesnestje. In zijn biografie van VGE schreef George Valance al dat de president ‘zijn hele leven een zwak had voor actrices. En ook voor prinsessen. En ook voor journalistes’. Jean Garrigues, geschiedenisprofessor aan de universiteit van Orléans, noemt hem zelfs “de eerste president van de Vijfde Republiek die zich overgaf aan de erotische geneugten van de macht”. Hij zou zelfs een relatie hebben gehad met de vrouw van de Centraal-Afrikaanse dictator Jean-Bedel Bokassa.


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

In ‘Le Pouvoir et la Vie’, zijn autobiografie, doet Giscard trouwens geen enkele moeite om zijn reputatie van ‘observator (en méér) van het vrouwelijk schoon’ te ontkennen. Integendeel; hoe moeten we anders deze opmerkelijke beschrijving van zijn toenmalige minister van Onderwijs, Alice Saunier Séïté, begrijpen: “Ze neemt het woord, vlak bij mij, driekwart gedraaid. Haar lichaam is gespierd, haar bewegingen katachtig, haar benen gebruind. Plots bekruipt me een vreemde gedachte: als zij de liefde bedrijft, zou ze dat met dezelfde heftigheid moeten doen”.

 


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©


François Mitterand

Een van de bekendste affaires binnen de Franse politiek was die van president François Mitterand met Anne Pigeot. Mitterand, president van 1981 tot 1995, was getrouwd met Danielle Gouze. Dit weerhield hem er niet van een tweede gezin te starten. Zijn minnares Anne Pigeot woonde zelfs een tijd bij hem in zijn ambtswoning. Samen kregen zij een dochter, Mazarine, nu een bekende schrijfster. Om dit geheim te bewaken, zette Mitterrand illegaal de antiterreureenheid van het Élysée in. Dit resulteerde in het beruchte scandale des écoutes, waarbij journalisten en critici structureel werden afgeluisterd. Toen het tijdschrift Paris Match in 1994 de affaire openbaar maakte, was Mitterrands reactie: ‘Et, alors ?’,nou en ? Maar Mitterrand reeg als politicus maîtresses aan elkaar, ook tijdens zijn veertien jaren in het Élysée. Het leidde er tot een besmettelijke sfeer: ‘Onder Mitterrand was de sfeer in het Élysée onvoorstelbaar libertijns. Iedereen besprong elkaar’, citeert Garrigues politiek journaliste voor l'Express, Catherine Nay,  die geen grote fan was van de socialist, zoals blijkt uit haar boek ‘Souvenirs souvenirs’. Volgens de voormalige chauffeur en lijfwacht van Mitterrand was diens appetijt zo groot dat sommige avonden op een menu leken, met ‘een voorgerecht, een hoofdgerecht en een dessert’. En voor alle duidelijkheid had de man het niet over de culinaire appetijt van de president. Intieme vriendinnen die beroemd waren, zoals de zangers Dalida, waren niet welkom op het Élysée, te riskant. Mitterrand ging haar zelf opzoeken in haar huis in Montmartre.



 Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

Jacques Chirac

Ook president Jacques Chirac (1995 – 2007) was een bekende ‘womanizer’ die er een aparte studio op nahield. Journalistes, medewerksters, zelfs een enkele vrouwelijke minister vielen als een blok voor zijn ontegensprekelijke charme. “Hij zou zelfs een geit hebben kunnen verleiden”, zei fotografe Bettina Rheims, toen ze in 1995 zijn staatsieportret maakte. Zijn niets aan de verbeelding overlatende bijnaam ‘Monsieur 3 minutes, douche comprise’ kreeg hij trouwens van een van zijn maîtresses. Op een ervan werd hij tijdens zijn premierschap van 1974 tot 1976 zo smoor dat hij overwoog te scheiden van zijn vrouw Bernadette de Coursel. Het was handig dat het om een journaliste ging – zo kon ze hem vergezellen op buitenlandse reizen. Tijdens een staatsbezoek naar India werden de twee samen gefotografeerd, waarna de journaliste, Jacqueline Chabridon, in de pers per ongeluk werd genoemd als zijn echtgenote. Toen zijn medewerkers in 1976 vernamen dat het tijdschrift ‘Le Nouvel Observateur’ op het punt stond te onthullen dat Chirac een ‘garçonnière’ in Parijs had, slaagde zijn entourage erin de publicatie tegen te houden en werd besloten dat het tijd was een streep onder de affaire te trekken om politieke schade te vermijden. Chirac belde de journaliste op en zou daarbij gezegd hebben: “Men kan avonturen hebben, maar men moet altijd terugkeren naar de grot”.

Als president zette hij zijn veroveringen voort. Volgens zijn toenmalige chauffeur was Chirac niet te bereiken de avond in augustus 1997 waarop de Britse prinses Diana om het leven kwam in Parijs – hij verbleef bij de actrice Claudia Cardinale. Bernadette Chirac was op de hoogte van het gedrag van haar man, maar kon niet anders dan zijn gedrag dulden: “Ik ken niet al de maîtresses van mijn man. Maar wat me deugd doet, is dat ze allemaal even lelijk zijn geworden als ik vandaag, liet ze zich ooit ontvallen.”


J. Konrad Schmidt ©. Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen"

 

Nicolas Sarkozy

Sarkozy was de eerste president die uit de echt scheidde maar ook de eerste die vader werd in het Élysée – er is over Nicolas Sarkozy, president van 2007 tot 2012, weinig liederlijks bekend, of het zou moeten zijn dat hij het toch wel héél erg goed uit de media wist te houden….

Heel even was er wel wat gegniffel toen hij voor de camera’s zijn relatie met Carla Bruni bevestigde met de woorden: “Met Carla “C’est du sérieux!”. Wist hij veel dat de Fransen dankzij haar wat later te weten zouden komen dat hun president wellicht ‘iets’ heeft gehad met Rachida Dati. Die werd in 2002 zijn raadgever (hij was toen nog minister), ging als vriendin des huizes een paar keer mee op vakantie met haar ‘baas’ en diens vrouw Cécilia en werd in 2007 de woordvoerder van de latere president. Al snel na zijn verkiezing viel het op dat Rachida Dati almaar vaker Cécilia verving bij officiële gelegenheden. Toen het koppel scheidde, werd de link snel gelegd. Of het klopt, is moeilijk te zeggen, maar wat later deed het verhaal de ronde dat Carla Bruni bij haar eerste ontmoeting met Dati in het Elysée de presidentiële slaapkamer zou hebben getoond met de boodschap: “Daar had jij maar al te graag gelegen, niet?” Enkele maanden later werd Dati als minister van Justitie de laan uitgestuurd.



 Hôtel Noir, "an exclusive collection of your darkest fantasies" - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


François Hollande

François Hollande (2012–2017) werd altijd voorgesteld als een staatsman zonder charisma. Zijn liefdesleven had in ieder geval nooit geleid tot veel reuring. Hij had 30 jaar lang een relatie met Ségolène Royal, evenals hijzelf een kopstuk uit de Parti Socialiste. Met haar heeft hij vier kinderen. In 2007 liep hun relatie stuk, waarna Hollande troost vond bij journaliste Valérie Trierweiler. Maar dan is daar opeens Julie Gayet...

Op 9 januari 2014 breekt in Frankrijk ‘Gayetgate’ uit: paparazzi hebben François Hollande betrapt terwijl hij achter op een scooter het Élysée verlaat om croissants te brengen naar zijn nieuwe geliefde, de 18 jaar jongere actrice Julie Gayet. Zijn toenmalige vriendin Valérie Trierweiler, met wie hij samenwoont, verneemt alles via de media. Na een nachtelijke ruzie in het Élysée stort de ex-journaliste in en wordt ze in het ziekenhuis opgenomen. Wanneer de gewezen ‘first girlfriend’ later dat jaar een boek uitbrengt over haar periode in het Élysée – ‘Merci pour ce moment’, een heuse bestseller – is de imagoschade voor Hollande nauwelijks te overzien. Nooit eerder lag het ‘liefdesleven’ van een Franse president zo open en bloot op straat.


“Op een dag zette een stormachtige liefde mijn leven in vuur en vlam. Hij had vier kinderen. Ik had er drie. We besloten om samen te gaan wonen. Maar de politiek is een allesverslindende passie. François Hollande, die van ver kwam, werd tot president van de Republiek gekozen. Ik werd meegesleurd in zijn kielzog. Macht is een beproeving voor degene die haar uitoefent, maar ook voor zijn naasten. In het Élysée voelde ik me vaak niet op mijn plaats. Het kleine meisje opgegroeid in een Franse achterstandswijk als first lady: er klopte iets niet. Ik vernam de ontrouw van de president via de pers, net als iedereen. De foto’s gingen de hele wereld over terwijl ik in het ziekenhuis lag, onder kalmeringsmiddelen. En de man van wie ik hield, maakte het uit via een persbericht van achttien woorden dat hij zelf aan AFP (Agence France-Presse) had gedicteerd, alsof het een staatsaangelegenheid betrof. Alles wat ik in dit boek schrijf, is waar. Als journaliste voelde ik me in het Élysée soms alsof ik verslag deed. En ik heb te veel geleden onder leugens om er zelf ook een te vertellen”.

Valérie  Trierweiler.


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

Emmanuel Macron

En Emmanuel Macron? (2017–heden) “Die zou daar in deze #MeToo-tijden niet langer mee wegkomen. Er was een tijd dat de Fransen lachten met de bed strapatsen van hun presidenten. Die toegeeflijkheid tegenover hun presidenten-verleiders, rokkenjagers, zeg maar ‘roofdieren’, getuigde van de grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Vandaag is zoiets ondenkbaar”, aldus Jean Garrigues, die er wel fijntjes op wijst dat Macron niet aarzelt om zijn liefdesrelatie met zijn 25 jaar oudere gewezen lerares Brigitte te exploiteren tot een knap staaltje van ‘storytelling’.

Het enige wat we weten is dat Emmanuel Macron als zestienjarige tiener in 1993 een erotische roman met in de hoofdrol zijn lerares Brigitte schreef, (zijn latere vrouw). Dit is een hoogst opmerkelijke passage in 'Brigitte Macron, l'affranchie' (vrij vertaald: Brigitte Macron, de vrijgevochtene), de allereerste biografie over Frankrijks Première Dame die verscheen op 17 januari 2018.

Als middelbare scholier op een jezuïetencollege in zijn thuisstad Amiens kreeg Macron nooit les van de 25 jaar oudere Brigitte Trogneux. Hij zit wel in de klas met een van haar dochters. Brigitte regisseert de schooltoneelstukken en leert zo de innemende Macron kennen. Hij is vijftien en stapelverliefd op de lerares Frans. En ook Brigitte valt voor hem. Zij is onder de indruk van Macrons intelligentie, zal ze later verklaren. Het zou nog tot 2007 duren vooraleer zakenbankier Macron en Brigitte in het huwelijksbootje stappen.


Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©

 

In Franse politieke kringen was het lange tijd de unieke norm dat het privéleven van een president buiten de media bleef. Het Franse volk zag buitenechtelijke affaires traditioneel niet als een diskwalificatie voor het ambt. De publieke bekentenis van Nicolas Sarkozy (“Avec Carla, c’est du sérieux”) en de foto’s van François Hollande die op een moto naar de actrice Julie Gayet snorde, deden deze presidenten meer kwaad dan goed. De stabiele relatie tussen huidige president Emmanuel Macron en zijn vrouw Brigitte past in dat nieuwe normaal. 

In Le Figaro Magazine van begin dit jaar getuigde een butler met veertig dienstjaren op de teller met enige spijt dat de erotiek weg is uit het Élysée. “Het is de eerste keer dat we medewerkers zoveel zien werken. We vervelen ons stierlijk. Niemand bedrijft nog de liefde! Vroeger moest je twee of drie keer op de deuren kloppen voor je zeker was dat je niemand in een delicate houding stoorde”. Een andere anonieme medewerker formuleerde het zo: “Met dit presidentschap is alle libido van de macht in de redactie van technische nota’s gekropen”. 

Of de geruchten over de vermeende affaires van de Franse presidenten kloppen, lijkt even moeilijk te achterhalen als het berekenen van overspelcijfers in Frankrijk, waar buitenechtelijke relaties haast deel lijken uit te maken van de cultuur. Er blijken namelijk opvallend grote verschillen te zijn in de onderzoekscijfers naar overspel. 3 tot 25 procent van de Franse vrouwen en 11 tot 39 procent van de mannen zouden hun partner bedriegen.


The End -  
Hôtel Noir - Foto courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


Bronnen:

Jean Garrigues: ‘Une histoire érotique de l'Elysée - de la Pompadour aux paparazzi’.

Diverse internationale dagbladen.

Anton Noë, Nederlanders.Fr.

Konrad Schmidt; Hôtel Noir. 

Foto’s courtesy of J. Konrad Schmidt ©.


vrijdag 18 september 2026

WAAR DE STEM VAN BARBARA NOG ALTIJD KLINKT

 

Het lijkt een prachtige herfstdag te worden wanneer ik om 15.30 uur uitstap bij het in januari 2022 geopende metrostation Barbara, dat een eerbetoon brengt aan de zangeres die begraven ligt op de Parijse begraafplaats van Bagneux, gelegen aan de overzijde van het station. De zon staat laag aan de helblauwe lucht en zorgt dat de bomen aan de avenue Marx-Dormoy kleuren als in een Indian Summer. De ‘Cimetière Parisien de Bagneux’ stond al heel lang op mijn to-do lijstje. Dit kerkhof wordt vaak de ‘Joodse begraafplaats’ genoemd omdat er veel secties voor Joden zijn gereserveerd. Je vind diverse monumenten voor joodse strijders die stierven voor Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog,  maar ook een hele reeks van collectieve graven van slachtoffers van de diverse ghetto’s in Poolse steden. Zij die berooid terugkwamen uit de vernietigingskampen en later geen geld meer hadden voor een waardige begrafenis.


 De hoofdingang naar de Parijse begraafplaats van Bagneux

De hoofdingang bevindt zich op de avenue Marx-Dormoy 45. Bij de informatie hangt een plattegrond met de 100 belangrijkste graven, te vinden in de diverse divisies. De persoonlijkheden uit de film en muziek die hier begraven liggen maken de begraafplaats tot een druk bezochte necropolis. Verschillende grafmonumenten bewaren een sterke herinnering aan de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Er liggen Franse, Belgische, Engelse maar ook Duitse soldaten begraven. Maar wat kenmerkend is voor dit kerkhof is het belang van de joodse stèles en monumenten die met name te vinden zijn op de divisies aan de linkerzijde van de hoofdingang, parallel aan de avenue de Montrouge. Elke laan op het kerkhof is beplant met één specifieke boomsoort wiens naam het draagt, zoals de avenue des Peupliers (populieren), avenue des Poiriers (perenbomen), avenue des Copalmes (Amerikaanse amberboom) en de avenue Micocoulliers (zwepenboom). In totaal staan er 5.900 bomen (totaal 49 verschillende soorten). Vele soorten vogels of rode eekhoorns bevolken deze plek.


Het Cimetière Parisien de Bagneux is groter dan Père Lachaise


Elke laan op het kerkhof is beplant met één specifieke boomsoort wiens naam het draagt


Ik ga op zoek naar het graf van Barbara, volgens de plattegrond gelegen in divisie 4 grenzend aan de avenue de Montrouge. Barbara, geboren in Parijs op 9 juni 1930, haar echte naam was Monique Serf, is waarschijnlijk een van de grootste namen van het Franse lied, samen met Brel, Brassens, Piaf en Ferré. Afkomstig uit een joods gezin geteisterd door de Tweede Wereldoorlog, zij was toen nog een tiener. In een boek door haar geschreven, een jaar voor haar dood en dat uitkwam in 1998 onthult ze onder meer dat ze seksueel misbruikt is door haar vader die vervolgens haar familie heeft verlaten. Na de oorlog hoorde een buurvrouw die muzieklerares was, haar zingen en zette zich vervolgens in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kon ontwikkelen. Ze kreeg zang- en pianolessen en schreef zich in bij de École supérieure de musique. Verder zong ze bij ‘La Fontaine des Quatre Saisons’, een populair cabaret in Parijs. Door haar lengte, zwarte kleren, gitzwarte haren en bleek gezicht had ze een spookachtige verschijning die de melancholie van de teleurgestelde liefde weergaf.


Het graf van Monique Serf alias Barbara in de joodse divisie




In Parijs ontmoette ze Jacques Brel en raakte met hem bevriend. Ze vertolkte verschillende liedjes van hem. Later werd ze voorgesteld aan Georges Brassens. Ze gaf verschillende optredens in kleine zaaltjes en er ontwikkelde zich een trouw publiek, met name vanuit de studenten van het quartier Latin in Parijs, maar pas in 1961 werd ze beroemd door optredens in de muziektempel van ‘Bobino’ bij Montparnasse. Ze ging verder in kleine zaaltjes en twee jaar later in het ‘Théâtre des Capucines’. Ze wist de aandacht te trekken van het publiek en die ook vast te houden met een nieuw repertoire. Vanaf dat moment was haar naam gevestigd en in 1964 tekende ze een contract met de platenmaatschappij Philips Records. Bekende door haar uitgevoerde nummers zijn: L'aigle noir, Nantes, La solitude en Dis, quand reviendras-tu?

Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997.  Ongeveer 2.000 mensen waren aanwezig bij haar begrafenis waaronder persoonlijkheden zoals Gérard Depardieu, Yves Duteil, Jean-Claude Brialy, Enrico Macias, Annie Giardot, Fanny Ardant, en Carla Bruni. Gérard Depardieu declameerde enkele verzen uit Verlaines ‘Chanson d’automne’. 

Chanson d'automne 

Les sanglots longs

Des violons

De l’automne

Blessent mon cœur

D’une langueur

Monotone.

Tout suffocant

Et blême, quand

Sonne l'heure,

Je me souviens

Des jours anciens

Et je pleure

Et je m'en vais

Au vent mauvais

Qui m'emporte

Deçà, delà,

Pareil à la

Feuille morte



 

Herfstlied 

Het lange snikken

van de violen

van de herfst

verwonden mijn hart

In lome

monotonie.

Benauwd

en doodsbleek, als

de klokken luiden

herinner Ik me

dagen van weleer

En ik ween

en ik ga weg

waar kwade wind

me heenvoert

Van hier naar daar

net zoals

een dood blad

 

(Vertaling van Julien Georges Grandgagnage) 

 

Op de graven staan berichten die herinneren aan persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele concentratiekampen


Versteend verdriet

Ik vervolg mijn wandeling over het joodse gedeelte van de begraafplaats langs stèles die namen dragen van verre steden uit Polen of elders in Oost Europa zoals Warschau, Lodz, Stopnica, Sosnowiec. Sommige stèles zijn stoffig, gebroken of versleten door de tijd, de letters in het Hebreeuws of Latijns nog nauwelijks leesbaar. Op de graven staan berichten die herinneren aan persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele concentratiekampen. De medaillons van foto’s van overledenen verwijzen naar een wereld die weggevaagd is door het leed in de vele kampen. Ze zijn allemaal verschillend, grijs, zwart, sierlijk, versierd of kaal, voorzien van een davidster of juist niet, maar ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand tegen elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet.




Tegenover de derde divisie, voor de avenue de Montrouge, staat een stèle gewijd aan de slachtoffers van de Shoah die geen graf hebben en een stukje verder een monument voor alle joodse strijders die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Frankrijk zijn gesneuveld. Bij dit monument vinden jaarlijks herdenkingsplechtigheden plaats.

 

Stèles; ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand tegen elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet


Een man stapt uit een auto en heeft een keppeltje op Wandelend naar een graf haalt hij een soort van gebedenboekje uit zijn jas en bid hardop, dan weer fluisterend, dan weer mompelend. Een vriendelijke mevrouw die het tafereel ook aanziet vertelt mij dat de man de Kadish leest, het gebed voor de doden.  

“Que ton Grand Nom soit glorifié et sanctifié dans le monde qu’il a créé selon sa volonté, et puisse-t-il établir son règne, faire fleurir son salut, et hâter le temps de ton Messie, de votre vivant et de vos jours et des jours de toute la maison d’Israël, dès que possible et dites: Amen” 

“Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil. Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen en in het leven van het gehele huis van Israël, weldra en spoedig. Zegt nu: Amen”



 

Als hij weer vertrekt pakt hij een klein steentje van de grond en legt het op het graf als teken van zijn aanwezigheid. Het is een gebruik uit de woestijn. Nomaden accentueren hun graven met een hoopje stenen. In Bijbelse tijden werden geen grafstenen gebruikt; graven werden gemarkeerd met hopen stenen, dus door deze te plaatsen (of te vervangen), verzekerde men het voortbestaan van de begraafplaats. Briefjes tussen de stenen bevatten vaak vrome wensen.

 


Lang dwaal ik nog wat doelloos langs de vele graven, Bij het verlaten van dit indrukwekkende kerkhof moet ik denken aan een tweetal spreuken die ik tegenkwam tijdens mijn zoektochten langs de verschillende necropoli:

In de catacombes: "Houd er elke morgen rekening mee dat u misschien de avond niet haalt en houd er elke avond rekening mee dat u misschien de morgen niet haalt". 

Montfort l’Amaury daar waar Charles Aznavour begraven ligt:

"U die hier voorbij gaat - Bid tot God voor de overledenen. Wat u bent, zijn zij geweest".