Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label 75011. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 75011. Alle posts tonen

zondag 12 juli 2026

200 JAAR CANAL SAINT-MARTIN


Hoe een waterweg het hart van Parijs veroverde 

De hitte bracht mij naar het Canal Saint-Martin, waarvan de oevers zeker minder indrukwekkend zijn dan die van de Seine, maar vaak genoeg heel liefelijk. Daar vinden we een vertraagd Parijs, dat de tijd neemt om een ander facet van zijn complexe, haast  tegenstrijdige, werkelijkheid te laten zien. Met zijn negen sluizen straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit. De schaduwrijke oevers zijn ideaal voor een romantisch intermezzo, weg van alle drukte. Neem hier rustig de tijd, een kop heerlijke espresso op een terras, een siësta op square Villemin, toekijken hoe een brug wordt geopend, de sluis volloopt.....

Heradem! Dit is Parijs!



Met zijn negen sluizen straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit
 

Het Canal Saint-Martin werd in 1825 ingewijd – zo’n 200 jaar geleden. Was het project al sinds de 16e eeuw in de planning, pas onder Napoleon Bonaparte werd een netwerk van kanalen aangelegd om de Parijzenaars van schoon drinkwater te voorzien. Aan het begin van de 19e eeuw kampte Parijs met een groot probleem: de inwoners dronken water van twijfelachtige kwaliteit, afkomstig uit de zwaar vervuilde Seine en Bièvre. Het gevolg? Dysenterie, cholera en andere onaangename ziekten tierden welig. Om een ramp voor de volksgezondheid te voorkomen, besloot Napoleon Bonaparte in 1802, destijds Eerste Consul, een oud project nieuw leven in te blazen: het water van het Canal de Ourcq, meer dan 100 km ten noordoosten van Parijs, naar Parijs te leiden. Het plan werd officieel bekrachtigd met een wet van 19 mei 1802. Maar door de Napoleontische oorlogen en een gebrek aan financiële middelen sleepte het werk zich voort… totdat Lodewijk XVIII het project nieuw leven inblies. De eerste steen werd gelegd op 3 mei 1822 en drie jaar later, op 4 november 1825, opende Karel X het Canal Saint-Martin. Parijs had eindelijk zijn eigen drinkwaterleiding!



 

Het 4,5 kilometer lange Canal Saint-Martin, waarvan 2 kilometer ondergronds, verbindt het Basin de la Villette met de bovenloop van de Seine en heeft een hoogteverschil van vijfentwintig meter, dat overbrugt wordt door middel van negen sluizen. De voetbruggen werden gebouwd tussen 1860 en 1890. Tegenwoordig kan het Saint-Martinkanaal worden overgestoken via twee draaibruggen, twee vaste bruggen en zes voetgangersbruggen. De eerste concessie van het Canal Saint-Martin was toevertrouwd aan een particulier bedrijf. Pas in 1861 kocht de stad Parijs de concessie voor het kanaal terug en werd daarmee de enige eigenaar van het kanaal en de bijbehorende infrastructuur: bruggen, sluizen en voetbruggen. De stad vertrouwde vervolgens het beheer toe aan de gemeentelijke kanaaldienst.




De unieke sfeer, de mysterieuze ondergrondse gewelven, de poëzie die uitgaat van deze waterweg, onderbroken door romantische voetbruggen en omzoomd met meer dan honderd jaar oude kastanje- en plataanbomen, maken het Canal Saint-Martin tot een hoogtepunt van het toerisme in Parijs. Het vormt een unieke en belangrijke erfgoedlocatie in de buurt.


Ongeveer ter hoogte van de rue Dieu en vlakbij metrostation Jacques Bonsergent gaat het Canal Saint-Martin ondergronds


Het water verdwijnt onder de Boulevard Richard Lenoir en komt pas weer in de open lucht bij de Port de l'Arsenal / Place de la Bastille (zie onderstaande foto)





Hier bereikt het Canal Saint-Martin de bovenloop van de Seine


In de jaren zestig, tijdens de opkomst van de auto, dreigde het kanaal bijna een einde te vinden dat niet zou misstaan in een naargeestige film: het zou worden drooggelegd en geasfalteerd om plaats te maken voor een snelweg met 6 of 8 rijstroken die de Porte d'Aubervilliers met de Porte d'Italie zou verbinden! Een droom van de toenmalige Franse president Georges Pompidou die via het snelwegenplan voor Parijs bedacht om de verkeersdrukte te verlichten en de stad te moderniseren... ten koste van 2650 onteigeningen, destijds voor een bedrag van ongeveer 980 miljoen frank.

Gelukkig liep deze nachtmerrie tegen de muur van gezond verstand. Geconfronteerd met massale protesten van de lokale bevolking, werd het project in 1971 door de gemeenteraad van Parijs stopgezet.


Als het water verdwijnt... 

Toch wordt het kanaal elke 10 tot 15 jaar drooggelegd voor een grote schoonmaakbeurt. De laatste keer in 2016. Het water wordt verwijderd (tot wel 90.000 m³), de vissen worden zorgvuldig gevangen en vervolgens worden schatten naar boven gehaald... of liever gezegd, vreemde stedelijke schatten die getuigen van kleine daden van burgerlijke lafheid. Zo werden al bijna 100 Vélibs bovengehaald, de stadsfietsen van Parijs. De politie kwam ook ter plaatse toen een vuurwapen werd gevonden. Of wat dacht u van gouden munten of een antiek fototoestel? Het doet sommigen wegdromen over de verhalen erachter. 300 ton afval werd naar boven gehaald. Bij eerdere schoonmaakpogingen zijn al ongebruikelijke objecten gevonden, zoals in 2001: twee 75 mm granaten uit de Eerste Wereldoorlog, Bij een eerdere schoonmaakactie werden zelfs 56 auto's aangetroffen. Deze schoonmaakwerkzaamheden bieden ook de mogelijkheid om de vispopulatie in het kanaal in kaart te brengen: nadat het water grotendeels is afgevoerd, blijven er enkele vissen achter die vervolgens worden gevangen en gewogen.



Vreemde stedelijke schatten die getuigen van kleine daden van burgerlijke lafheid
 

De voetgangersbruggen over het kanaal herwinnen geleidelijk aan hun oude glorie 

Wie langs het Canal Saint-Martin wandelt, heeft het ongetwijfeld gemerkt: de voetbruggen worden gerenoveerd. Het project omvat het opnieuw schilderen, het vervangen van beschadigde stenen en het verbeteren van de verlichting om deze architectonische elementen beter tot hun recht te laten komen. De totale kosten van de werkzaamheden bedragen € 5,5 miljoen. De Passerelle Jane-Birkin (Le Pont des Douanes) is als eerste gerenoveerd, gevolgd door de Bichat- en Grange-aux-Belles-voetbruggen.

 


De voetgangersbruggen worden dagelijks door duizenden mensen gebruikt en zijn geliefd bij zowel Parijzenaars als toeristen. Daarom verdienden ze het om gerestaureerd te worden. De werkzaamheden, die tot doel hebben ze in hun oorspronkelijke staat te herstellen, hebben verschillende doelstellingen. Allereerst het waarborgen van de stabiliteit van de constructie en het versterken ervan: hoewel het oversteken van de voetbruggen niet gevaarlijk was, bleek het toch noodzakelijk om de funderingen te versterken door middel van injecties. Verder het behoud en restauratie van de bestaande structuren: ondanks hun hoge leeftijd hebben de voetbruggen de tand des tijds opmerkelijk goed doorstaan. Veel elementen hoefden niet te worden vervangen, maar alleen gerestaureerd. Dit geldt voor de gietijzeren constructies, het metselwerk en de stenen bekleding, en de smeedijzeren leuningen. Ten laatste het herstellen van de oorspronkelijke kleur van de voetbruggen. Na historisch en colorimetrisch onderzoek zullen de voetbruggen lichtgrijs geschilderd worden, zoals in de 19e eeuw het geval was. De structuren worden uitgelicht: het moet weer stralen! De twee ‘kandelaars’ aan weerszijden van de voetbruggen worden teruggeplaatst op hun oorspronkelijke plek en de onderkant van de bogen wordt verlicht.



 

Een van de prioriteiten van de geplande renovaties is het vervangen van de stenen treden van de voetbruggen, die door de tijd en het veelvuldige gebruik zijn versleten. Voor deze restauratie zullen de stenen afkomstig zijn uit dezelfde steengroeve als de oorspronkelijke stenen: gelegen in Seine-et-Marne bij Souppes-sur-Loing. Deze kalksteensoort wordt zeer gewaardeerd vanwege zijn waterbestendigheid. Daarom is deze steensoort ook gebruikt voor de bouw van verschillende monumenten zoals de Sacré-Coeur-basiliek, de Pont Alexandre III en de Arc de Triomphe.

 

Een nieuwe naam voor alle bruggen 

Ze zijn in Parijs geboren, hebben er gewoond of hebben de hoofdstad in hun films laten zien. Negen grote toneel- en filmactrices hebben een voetbrug over het Canal Saint-Martin naar zich vernoemd gekregen, dit ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de stad in 2024. 

Wandel je vanuit Place la Bastille richting het Basin de la Villette kom je de volgende bruggen tegen:

Passerelle Jane-Birkin ( 1946-2023) voorheen de passerelle des Douanes

Passerelle Maria Schneider (1952-2011) voorheen de passerelle Alibert

Pont Bernadette-Lafont (1938-2013) voorheen pont de la rue Dieu

Passerelle Emmanuelle Riva (1927-2017) voorheen de Passerelle Richerand

Pont tournant Hélène Duc (1917-2014) voorheen de pont tournant de la Grange-aux-Belles

Passerelle Arletty voorheen de passerelle de la Grange-aux-Belles

Passerelle Michèle-Morgan (1920-2017) voorheen de passerelle Bichat

Pont Maria Casarès (1922-1996) voorheen de pont Eugène-Varlin

Pont Maria Pacôme (1923-2018 voorheen de pont de la rue Louis-Blanc



Passerelle Michèle-Morgan voorheen de passerelle Bichat
 

Nog altijd het mooiste decor van Parijs 

Vandaag de dag is het Canal Saint-Martin een van de mooiste en gezelligste plekjes van de stad. De Parijzenaars hebben hun kanaal met de negen sluizen, de met bomen beplante oevers, de pleintjes, de sierlijke metalen bruggen, kortom een van de meest romantische plekken van de stad weer herontdekt. Op een zonnige dag picknicken honderden hippe jongeren aan de waterkant en zijn de omliggende cafés en restaurants afgeladen vol.




De mooiste plekjes zijn te vinden ter hoogte van de rue du Faubourg-du-Temple, waar je tussen de meer dan honderd jaar oude bomen een prachtige doorkijk hebt naar de verschillende sluizen en bruggen. Je kunt jouw wandeling vervolgen in noordelijke richting via de twee kades langs het kanaal; de quai de Jemmapes (oostzijde) of de quai de Valmy (westzijde). Op nummer 80 van de quai de Jemappes hebben een aantal sociale ondernemers een paar oude stallen en een steeg omgebouwd in 'Comptoir Général', een mini  'marché aux puces' met tweedehands kleding, boeken en een hippe bar annex Frans-Afrikaans restaurant. Op nummer 102 het befaamde Hôtel du Nord, nu een restaurant dat zeven dagen in de week geopend is. Aan de overzijde ter hoogte van de draaibrug op de kruising van de rue de la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy. Hier domineren de kleurige gevels van caféterrassen, antiekwinkeltjes, boetieks en kunstgaleries. Bij Art'Azart op nummer 83, de meest trendy boekhandel van Parijs, gespecialiseerd in kunst, design en grafische vormgeving. De eigenaars zijn liefhebbers van klassieke fotografie. In 1999 wekten ze opnieuw belangstelling voor de lomo-fotocamera; de Holga een goedkoop plastic toestelletje maar sinds die tijd een rage in vele wereldsteden. 



 

De sluis met de twee sluishuisjes wordt ook wel de 'sluis van de dood' genoemd. Wat niet slaat op het scheepsverkeer, maar lang geleden was de rue de la Grange-aux-Belles een stoffig pad dat langs velden heuvel op liep. Waar nu nummer 53 zit voerde een pad naar de top van een kleine heuvel; de Montfaucon.  Hier werd in 1325, op bevel van de koning, een enorme galg gebouwd. Het ging om een bouwwerk van meerdere verdiepingen dat alleen bestond uit stenen pijlers en houten dwarsbalken waaraan de veroordeelden werden opgehangen. Victor Hugo beschreef het in de slotscène van zijn boek de 'klokkenluider van de Notre Dame'.



Ter hoogte van de rue de la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy, hier domineren de kleurige gevels 

Bronnen: Wikipedia, Hôtel de Ville Paris, eigen onderzoek 



maandag 8 juni 2026

VERBORGEN JUWEELTJES IN BELLEVILLE


De industriële revolutie die heel Europa in de 19e eeuw in de ban hield transformeerde het Parijse stadsbeeld volledig. Dit fenomeen wordt des te meer zichtbaar door de uitvoering van belangrijke herontwikkelingsplannen door Haussman, die steeds meer industrieën en de daarbij behorende arbeidersbevolking verplaatst naar de perifere Parijse arrondissementen en de omliggende steden. Tegelijkertijd, met de toename van werkplaatsen en fabrieken, neemt de bevolking sterk toe. In de Faubourg woonden ontzettend veel arbeiders-gezinnen maar ook vele ambachtslui. Dat was weer te danken aan Lodewijk XI die de Faubourgs totale vrijheid gaf voor het vestigen van beroepen en gilden. In de Faubourg Saint-Antoine konden ambachtslieden vrij werken, zonder de toen geldende verplichtingen, te werken volgens genormaliseerde technieken zoals het werken 'à boutique ouverte'. Voorbijgangers konden zo oordelen over de kwaliteit van de gebruikte materialen. Nachtwerk werd zwaar gestraft want dat zou geknoei in de hand werken.


Mijn wandeling begint in de rue Faubourg du Temple
 

Parijs is de stad van ontdekkingen. Het verbergt nog steeds achter zijn poorten of prominent op zijn gevels overblijfselen van zijn rijke industriële en ambachtelijke verleden. In verborgen passages, geplaveide binnenplaatsen of aanpalende straatjes vind je nog enige ambachtelijke activiteiten, maar de arbeiders van weleer hebben plaatsgemaakt  voor jonge ondernemers, webdesigners en reclamelui, ‘fils de pub’, zoals die in het Frans heten. Ateliers waar jonge designers, modeontwerpers actief zijn en waar eigenzinnige kunstenaars open huisdagen organiseren. Een proces van verovering van onroerend goed door de midden- en hogere klassen. In deze blog neem ik je mee langs enkele pareltjes van het industriële Parijs.

 

Ik stap uit bij metrostation Goncourt, lijn 11 tussen République en Belleville en volg de rue du Faubourg du Temple die de scheidingslijn aangeeft tussen het 10e en 11e arrondissement. Het is een kosmopolitische wijk waar veel immigranten wonen. Maar deze wijken zijn  de laatste tijd steeds populairder aan het worden onder de voornamelijk jonge Parijzenaars. Dat is ook de reden dat dit arrondissement steeds meer opduikt in reisgidsen en trendy modebladen. Naast het oude volkse Parijs, is het ook het thuis van een exotische gemeenschap van Arabieren, Chinezen en Vietnamezen, maar ook van kunstenaars, jonge startende ondernemingen en studenten, die de dure universiteitsbuurten zijn ontvlucht. Hier kunnen we nog de ruwe kant van Parijs aanschouwen. Geef dit arrondissement nog 10 jaar de tijd en dan is het net zo in trek als de Marais.


Een van de mooiste passages in het 11e arrondissement op nummer 105, rue Faubourg du Temple

 

Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we op nummer 105, Faubourg du Temple. Een prachtige lift aan het einde van een bijzondere passage trekt onmiddellijk mijn aandacht met grote letters; 'La Java'. La Java is een concertzaal gevestigd in de kelders van de galerie 'le Palais du Commerce', ooit geopend in 1923, en was in die tijd een van de meest swingende nachtclubs van Parijs, waar grote namen optraden als Django Reinhardt, Jean Gabin, Fréhel en helemaal in het begin Maurice Chevalier en Edith Piaf. Nu is La Java gespecialiseerd in Latijs Amerikaanse- en allerlei soorten elektronische muziek en mateloos populair bij jongeren.

 

Statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen




Van dichtbij bekeken dienen voormalige 'liftdeuren' als ingang naar de nachtclub. Aan weerszijden trekken de statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen vervolgens mijn aandacht. Bovenaan een gesloten hek dat op mijn vraag vriendelijk wordt geopend door twee jonge mensen die schijnbaar hier hun bedrijfje hebben. Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers. Mijn eerste passage van die dag is adembenemend mooi. Ik laat het oordeel graag aan u over na het zien van de foto's.


Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers




Schuin tegenover 105 ligt de ingang naar Passage Piver, een onderdoorgang die mij voert door een nietszeggend straatje. Alhoewel; halverwege, op nummer 5, stuit ik op een poort die toegang geeft tot een prachtig industrieel pand van de Societé Th. Grimmeisen. Theodore Grimmeisen afkomstig uit de Elzas , kuiper van beroep, besloot in 1870 te verhuizen naar Parijs. Hier bouwde hij een fabriek aan de rand van Belleville. Zijn zoon werkte daar aan een manier om de houten vaten beter luchtdicht af te sluiten en kwam zo op de vinding van de rubber stop. De kleinzoon van Theodore, George Grimmeisen bedenkt in 1930 de colibri-laars geheel vervaardigd uit een stuk rubber in vorm geblazen met perslucht. In 1936 ontwikkelt hij, vanuit zijn favoriete hobby tennis, een speciale tennisschoen met een gevulkaniseerde rubberen zool en ventilerend katoen.


Impasse Piver 5, de ingang naar een prachtig stukje industrieel erfgoed

 

Het merk Spring Court is geboren. Georges overlijdt in 1956 en zijn broer Theodore Louis neemt het bedrijf over. De schoenen zijn vooral bekend door de legendarische platenhoes van Abbey Road waar John Lennon loopt op de schoenen van Spring Court. Later bleken het ook de favoriete schoenen van Serge Gainsbourg te zijn. Sinds haar oprichting heeft Spring Court meer dan 25 miljoen paar  tennisschoenen verkocht. De fabriek bestaat nog steeds, echter niet meer op deze plek. Wel is er het hoofdkantoor gevestigd en verder kleine creatieve bedrijfjes, een boetiek, een sportschoenenwinkel en een charmant restaurant. Bij goed weer kun je buiten op het terras lunchen tussen de Fransen, want bij Atelier des Mélanges komen nauwelijks toeristen. De gebogen stalen balken aan ’t plafond verraden nog altijd de industriële afkomst van ’t gebouw.


De Societé Th. Grimmeisen nog zichtbaar in de cour

 

Vanuit de Passage Piver slaan we links de rue de l'Orrillon in om meteen rechts de rue Morand in te gaan. Deze lopen we helemaal af tot de rue Jean-Pierre Tibaud. Tegenover het beeld met een vermoeiend ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum, maar vroeger een fabriek van koperen muziek-instrumenten, van ’t bedrijf Couesnon, dat zich hier in 1881 vestigde. Boven de ingang zie je in het stalen hekwerk een luit, welke symbool staat voor de geschiedenis van het gebouw. De fabriek produceerde muziekinstrumenten die wereldberoemd werden door onder andere Amerikaanse jazzmuzikanten, waaronder Sydney Bechet (klarinet en sax) en Bill Coleman (trompet). Het merk bestaat nog steeds onder PGM Couesnon en is nu gevestigd in Aisne, in Etampes-sur-Marne zo'n 90 km van Parijs.



Tegenover het beeld met een vermoeid ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos'


'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum



De ingang naar een vroegere fabriek van koperen muziek-instrumenten, ’t bedrijf Couesnon



Een catalogus van Couesnon uit 1912




Cour de l’Industrie

Ik blijf in het 11e arrondissement, op nummer 37bis van de rue de Montreuil liggen drie verscholen binnenplaatsen die in de periode 2012 tot 2016 door de stad Parijs zijn gered van de ondergang en nu zelfs op de lijst staan van historisch erfgoed. De Cour de l’Industrie; sinds de 17e eeuw was hier een heel houtbewerkers gilde gevestigd. Dit was voor eeuwen dé plek wanneer je nieuwe meubels nodig had voor je Parijse appartement. Na een periode van ernstig verval in de vorige eeuw en intensieve restauratie is de Cour in haar volle glorie hersteld. 




De Cour bestaat uit 8 gebouwen verdeeld over drie gangen, met een totale oppervlakte van bijna 6.000 vierkante meter. Sinds 2016 hebben zo’n 50 kunstenaars en handwerkslieden hier hun ateliers. De meeste ambachtslieden trainen hier zelf hun leerlingen en vele kunstenaars bieden cursussen aan in hun werkplaatsen. De binnenplaatsen hebben weer het originele plaveisel, de gebouwen zijn van baksteen in combinatie met houten balken waardoor ze iets weg hebben van vakwerkhuisjes. Een absoluut unicum in de stad en zeker een bezoek waard.

Metrostation Faidherbe-Chaligny, lijn 8. 


zaterdag 14 maart 2026

LES ROUTIERS DE PARIS, GASTRONOMISCHE EN CULTURELE MONUMENTEN

 

Al meer dan 90 jaar verbindt het ‘Relais Routiers-netwerk’ restaurants die vriendelijke gerechten aanbieden tegen een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding. Relais Routiers, een levendig onderdeel van de gastronomische geschiedenis, liggen verspreid langs de Franse wegen en bieden degenen die er stoppen huisgemaakte, traditionele, gulle gerechten. Drie zijn er nog te vinden in Parijs, maar daarover straks meer.



Het verhaal van ‘Relais Routiers’ begon in 1934, toen een aristocraat en journalist genaamd François de Saulieu de opdracht kreeg een artikel te schrijven voor ‘Le Petit Parisien’ over een destijds nieuw beroep dat aan het begin van de 20e eeuw op heroïsche wijze was ontstaan, namelijk vrachtwagenchauffeur. Het goederenvervoer onderging immers een logistieke revolutie dankzij de vrachtwagens, terwijl het spoor- en binnenvaartvervoer te kampen hadden met de nadelen van omslachtige logistiek.

Saulieu vergezelde een vrachtwagenchauffeur op zijn rit in een Bernard H8-vrachtwagen voor een reis van twee dagen. Hij was onderweg van Les Halles in Parijs naar de haven van Marseille om zijn reportage te schrijven. Het was een beroep waar weinig mensen zich destijds om bekommerden, en hij ontdekte het van binnenuit. Hij vertelt hoe hij ontroerd was door ‘de hardheid van het werk en de eenzaamheid van deze stoere mannen met een groot hart op de weg’. Niemand leek zich om hun behoeften te bekommeren. 

Als gevolg van die inspanning richtte de Saulieu samen met Louis Navière datzelfde jaar de krant Les Routiers op,. waarvan de naam de oorsprong is van de term ‘chauffeurs’ die we tegenwoordig gebruiken. Destijds was het gebruik van de term ‘routiers’ een merkwaardig idee. Het riep associaties op met struikrovers of loodsen die schepen door lastige passages loodsten.

Het doel van deze krant? Het ondersteunen van de uitgebreide familie van vrachtwagen-chauffeurs en het verbeteren van hun arbeidsomstandigheden. 

De oprichters van de krant hadden het echter in de beginjaren moeilijk, omdat de abonnementen niet voldoende binnenkwamen, waardoor de financiële stabiliteit van hun prille onderneming in gevaar kwam. Omdat ze liefhebbers waren van lekker eten, besloten ze daarom door Frankrijk te reizen. Hun missie was om restaurants te vinden waar vrachtwagenchauffeurs het meest stopten en de krant daar te verspreiden.


Saulieu stelde ook een vijfpuntencharter op waaraan cafés en restaurants zich moesten houden om officieel ‘Relais Routiers’ (of kortweg Routiers) te worden en het blauw-rode logo te mogen voeren, zodat vrachtwagenchauffeurs het vanaf de weg gemakkelijk konden zien. Het eerste restaurant dat het blauw-rode wielvormig uithangbord op de gevel plaatste, eind 1934 was ‘Le Cheval Noir’ in Champagne-au-Mont-d’Or aan de Route Nationale 6. Dat charter bestaat nog steeds en bepaalt dat de Routiers het volgende moeten bieden:

 

1. Een hartelijk welkom

2. Het eten wordt zoveel mogelijk ter plaatse bereid en in royale porties geserveerd.

3. Een voorgerecht, hoofdgerecht of hoofdgerecht en dessert voor minder dan €25   (gecorrigeerd voor inflatie)

4. Een douche voor de vrachtwagenchauffeurs

5. Een extreem grote parkeerplaats

 

Zo verspreidde het bord zich vanaf 1934 langs de Franse wegen. De krant Les Routiers wijdde pagina's aan een lijst van rustplaatsen langs de weg. In de tijd dat olielekkages veel voorkwamen, werd gezegd dat een goed tankstation er een was met veel olievlekken op de parkeerplaats, als bewijs van de trouwe aanwezigheid van de chauffeurs. Vervolgens werd ‘Guide des Relais Routiers’ gelanceerd, een jaarlijkse uitgave met een overzicht van alle goede restaurants en cafés langs de route. Later werd de gids uitgebreid met meer criteria. De onderscheiding ‘La Casserole’ is in het leven geroepen om de beste restaurants te erkennen, vergelijkbaar met de Michelinsterren. Suggesties voor bezoeken en informatie over lokaal erfgoed worden toegevoegd aan de pagina's van de gids om gezinnen te helpen bij hun vakantie, om zo de reputatie van de Relais Routiers (wegrestaurants) te versterken.



 

Les Routiers à Paris

Heb je geen vrachtwagen? Geen probleem! Je kunt nog steeds een van de drie laatste overgebleven wegrestaurants in Parijs bezoeken. Zodra je binnenstapt, waan je je in een andere wereld waar de tijd al meer dan 50 jaar stilstaat! Wat je er aantreft is echter magisch: eenvoudig en heerlijk eten, een oprechte vriendelijke bediening en dat alles voor een betaalbare prijs…  Charmant en authentiek!


 

Les Marches

Allereerst neem ik je mee naar het 16e arrondissement. Welkom bij Les Marches, een authentieke Parijse bistro, precies zoals we die allemaal kennen en waarderen. Een rustig plekje aan de voet van de Eiffeltoren, verscholen tussen de Seine en het Palais de Tokyo, het museum voor Moderne Kunst, met een vredig terras en huiselijke gerechten die verfijnd, eenvoudig en royaal zijn. Hier geen gefabriceerde nostalgie voor toeristen, maar alles wat je nodig hebt voor een gezellige lunch of diner met vrienden. De authenticiteit wordt bevestigd door het blauw-rode bord van ‘Les Routiers’. 






Les Marches, onderging eind 2014 een metamorfose met de komst van de ervaren gebroeders Dunant. Zij vestigden het restaurant op de voormalige locatie van ‘Marches du Palais’ en transformeerden het tot een modern  Parijs wegrestaurant. Deze vriendelijke, ouderwetse bistro-achtige  zaak is inmiddels een groot succes. Zonder reservering geen tafeltje. Je wordt hartelijk ontvangen en uitstekend bediend. Les Marches Routier heeft een ouderwetse gevel met rode luifel, traditionele bistro-inrichting in de twee eetzalen, mozaïekvloeren, een bar, wanden met donker hout, lichte muren, spiegels, banken en menukaarten. Rood-wit geblokte papieren tafelkleden houten tafels en stoelen, lachende serveersters en een uitgebreide menukaart net als vroeger. Bij mooi weer worden er enkele tafels op het terras gezet. Alle dagen geopend voor lunch en diner.




Voorgerechten van € 7 - € 16, Hoofdgerechten van € 18,50 - € 32, nagerechten van € 7 - € 12

Voor de recente menukaart klik hier.

Rue de la Manutention 5, 16e arrondissement, metrostation Iéna, lijn 9.

 


 

Chez Léon

Chez Léon, een wegrestaurant halverwege het treinstation Saint-Lazare en de warenhuizen. Te midden van de drukte van rue du Havre en rue de Rome heerst er iets geruststellends. Geruite tafelkleden en servetten, knoflookworst, haring met aardappelen in olie, een kwart liter Côtes-du-Rhône en een vitrine met hardgekookte eieren, zelfgemaakte friet zoals oma die vroeger maakte... Het is zo'n plek waar je het niet erg vindt om alleen te lunchen, want de eetzaal is op zich al een bezienswaardigheid. Chez Léon bestaat al sinds 1910 en werd in 1934 de onofficiële zetel van de vrachtwagen-chauffeursvakbond en een aanbevolen plek in de vracht-wagenchauffeursgids vanwege de goede prijs-kwaliteitverhouding. In 1960 nam de familie Grange de zaak over en zij runnen het nog steeds. Madame Grange, de moeder, staat nog steeds achter de kassa, terwijl haar zoon André in de keuken staat, vaak bijgestaan door zijn zoon. Deze bistro heeft echter zorgvuldig zijn charmante jaren '50-inrichting bewaard en is geen dag ouder geworden. Alsof het zich in een eigen wereldje bevindt, lijkt Chez Léon te ontsnappen aan de hectiek van de buurt. Lunchgerechten zijn onder andere de altijd populaire steak tartaar, biefstuk met een gebakken ei en frankfurters met friet. Daarnaast is er een lijst met vijf of zes gerechten die regelmatig wisselen, allemaal huisgemaakt. En het klopt dat ik mij hier een beetje thuis voel. Klaar voor een nostalgische trip tussen het winkelen door? Je hebt al een dagschotel van €14 tot €16.  

Chez Léon, rue de l'Isly 5, 8e arrondissement, metrostation Saint-Lazare, lijn 3, 12, 13, 14.

Geopend van dinsdag tot en met vrijdag van 6.00 tot 23.00 uur, zaterdag van 8.00 tot 19.00 uur.


 


Aux Bons Crus

Hoewel je in dit restaurant in de wijk Voltaire (11e arrondissement) waarschijnlijk geen vrachtwagenchauffeur tegenkomt tijdens een ‘road trip’, zal het je niet verbazen als je er Parijzenaars aantreft die op zoek zijn naar "traditionele" gerechten. Desondanks vormen de geruiten tafelkleden, de flessen Aperol, de plastic broodmand en de vintage posters aan de wand nog steeds een belangrijk onderdeel van het decor van Aux Bons Crus. Het menu doet de naam ‘truckstop’ eer aan. Drie kernelementen weerspiegelen de criteria voor het verkrijgen van het felbegeerde blauw-rode bord: een warm welkom, onberispelijke kwaliteit en redelijke prijzen. De kers op de taart: bij Aux Bons Crus is het La Casserole-label. Deze onderscheiding, ingesteld in 1965, erkent restaurants met een hoogwaardige keuken. 




De must haves zijn hier;

Œufs Meurette, Pâté en Croûte, Le Chou Farci des Routiers,  Tête de Veau, Cœur de Rumsteak au Poivre,, Baba au Rhum avec le Rhum Diplomatico. Wekelijks een vast menu voor €22, alleen tijdens de lunch.

Aux Bons Crus, rue Godefroy-Cavaignac 54, 11e arrondissement, metrostation Voltaire, lijn 9. Dagelijks geopend van 12.00 tot 14.30 uur en van 19.30 tot 22.30 uur.



 

Les Routiers de Paris, een truckstop die met de metro bereikbaar is. Traditionele Franse restaurants die bekend staan om hun huisgemaakte, ‘Fait Maison’, gulle gerechten tegen een goede prijs-kwaliteitverhouding verzekeren het voortbestaan van een bijna honderd jaar oude Franse traditie. Door de sterke inflatie van de afgelopen twee jaar is uit eten gaan in Parijs – vooral in traditionele restaurants – voor veel mensen onbetaalbaar geworden. Maar het netwerk van ruim 700 ‘Relais Routiers’ die ook voor het grote publiek toegankelijk zijn, heeft zich ingespannen om de prijzen laag te houden.


 

Meer tips om van Parijs te genieten zonder je portemonnee te plunderen vind je in mijn nieuwe reisgids ‘Parijs Budgetvriendelijk Beleven’. Verkrijgbaar online of bij elke goede boekhandel. Paperback met vele kleurenfoto’s van Parijs, 160 pagina’s. ISBN 978-94-93358-65-2, prijs € 24,50



woensdag 24 september 2025

PARIJS 10 JAAR NA DE AANSLAGEN VAN 2015


Tien jaar geleden dompelde een reeks terroristische aanslagen de hoofdstad in diepe rouw. Op 7 januari 2015 werd de redactie van Charlie Hebdo gedecimeerd en werd politieagent Ahmed Merabet doodgeschoten; op 8 januari werd politieagente Clarissa Jean-Philippe vermoord in Montrouge; en op 9 januari werden vier klanten van de Hyper Cacher aan de Porte de Vincennes gedood. Negen maanden later, volgden de aanslagen van 13 november bij de Stade de France, vervolgens bij Le Carillon, Le Petit Cambodge, La Bonne Bière, Le Casa Nostra, La Belle Écuipe, Le Comptoire Voltaire en Le Bataclan. Tijdens die aanslagen van 13 november 2015 vielen 130 doden en meer dan 350 gewonden. Onder hen bevonden zich drie Nederlanders. Een van hen raakte lichtgewond, twee anderen zwaargewond. Een jaar na de aanslagen lagen er nog steeds 20 mensen in het ziekenhuis. Zeker 50 kinderen groeien door de aanslagen op met het gemis van een of twee ouders, en meer dan 1000 mensen verloren een familielid. Er waren acht aanslagplegers, zes kwamen om door eigen toedoen, een zevende door een politiekogel en de achtste, Salah Abdeslam, kon of wilde zijn bomgordel niet tot ontsteking brengen. Hij werd na 126 dagen opgepakt in de wijk Molenbeek te Brussel.


Tien jaar geleden dompelde een reeks terroristische aanslagen de hoofdstad in diepe rouw


Negen maanden is doorgaans de tijd die een samenleving nodig heeft om weer 'normaal' te worden na een grote terroristische aanslag. Nu werden de Parijzenaars opnieuw aangevallen, net nu ze begonnen te herstellen van de schokgolven van de aanslagen in januari. Dit creëerde een ongekende situatie, met bijzonder ernstige gevolgen voor de inwoners van oost-Parijs. De impact van deze aanslagen kunnen niet worden gegeneraliseerd naar de gehele stad: het hangt er helemaal vanaf waar je woont, hoe lang je er woont en welke wijken je vaak bezoekt.


Elke ochtend, op weg naar hun werk of terwijl ze hun kinderen naar school brachten, liepen ze langs een enorme bloemenzee en gedenktekens aan de slachtoffers


De eerste aanslag op het kantoor van Charlie Hebdo veroorzaakte een schokkende gebeurtenis. Al snel gingen duizenden mensen de straat op om hun emoties te uiten. De slogan ‘Je suis Charlie’ ging viraal en op 11 januari 2015 vond de grote republikeinse mars plaats, waaraan tientallen staatshoofden deelnamen. In november werden de inwoners geconfronteerd met politie- en ambulance-sirenes en zichtbare littekens zoals kogelgaten. Daarna elke ochtend, op weg naar hun werk of terwijl ze hun kinderen naar school brachten, liepen ze langs een enorme bloemenzee en gedenktekens aan de slachtoffers. Wat zorgt er dan voor dat een gemeenschap na zulke trauma’s weer kan opbouwen? Welke monumenten moeten er worden opgericht? Welke plaquettes moeten er worden aangebracht? En moeten fysieke sporen van de gebeurtenissen (kogelinslagen, verwoesting van gebouwen, etc), moeten die bewaard blijven of uitgewist worden?



 De voormalige redactie van Charlie Hebdo in de rue Nicolas-Appert anno 2025

De stad Parijs plantte als eerste een eik met een gedenkplaat op de Place de la République. Ook in de rue Nicolas-Appert (de redactie van Charlie Hebdo in het 11e arrondissement) en bij de Porte de Vincennes (de Hyper Cacher in he t20e arrondissement), zijn plaquettes ter nagedachtenis aan de slachtoffers geplaatst. Wat de redactie van Charlie Hebdo betreft, die werd niet verwoest en behoorde toe aan een particuliere eigenaar, dus de vraag naar een heiligdom in de vorm van een gedenkteken was niet echt aan de orde. De sporen van de tragedie werden uitgewist en elders werden herdenkingsplekken gecreëerd, in overleg met de slachtoffers. Vervolgens was street art een belangrijke drager van de reacties op de aanslagen van januari 2015. Getuigen hiervan zijn nog steeds te zien zoals het fresco ter ere van de politieagent Ahmed Merabet van graffitikunstenaar C215. op de boulevard Richard-Lenoir tegenover nummer 62, op de plek waar hij werd vermoord.  Of de mural van de omgekomen redactieleden op een van de muren in de rue Nicolas-Appert.



 De mural van de vermoorde redactieleden van Charlie Hebdo



Fresco ter ere van de politieagent Ahmed Merabet van graffitikunstenaar C215 op de plek waar hij werd vermoord



De littekens van de stad herinneren aan de aanslagen van 13 november 2015

 

Jardin du 13 Novembre 2015 

Dan wordt het stil tot 2016. Het idee wordt geboren om een herdenkingstuin aan te leggen ter nagedachtenis en als eerbetoon aan de 130 slachtoffers van de terroristische aanslagen van vrijdag 13 november 2015. Het idee wordt uitgewerkt in samenwerking met twee verenigingen in Parijs die alle slachtoffers en hun familieleden vertegenwoordigen: “13 onze 15 Fraternité et Vérité” en Life for Paris en de Stad Parijs. Zij definieerden eerst de hoofdlijnen van het herdenkingsproject en daarna spraken zij hun wens uit voor een tuin die de herinnering aan de overledenen, gewonden en overlevenden van de aanslagen levend houdt. Maar ook een plek die mensen samenbrengt en in staat stelt om te gedenken en te mediteren. Om deze tuin te ontwerpen lanceerde de stad Parijs een oproep aan erfgoedarchitecten en landschapsarchitecten voor het inbrengen van ideeën. Uiteindelijk viel de keuze op 12 november 2019 op de hoveniers van ‘Wagon Landscaping’. In 2021 onthulde de burgemeester van Parijs Anne Hidalgo de locatie van de herdenkingstuin, op het plein voor de Église Saint-Gervais-Saint-Protais in het 4e arrondissement, achter het stadhuis en in het hart van Parijs omgeven door historisch erfgoed uit de 19de en 17de eeuw, en in onmiddellijke nabijheid van de Seine. Belangrijk was dat de gekozen locatie geen plaats is die getekend was door de aanslagen.

 

In 2021 onthulde de burgemeester van Parijs Anne Hidalgo de locatie van de herdenkingstuin, op het plein voor de Église Saint-Gervais-Saint-Protais 



Het bekroonde ontwerp van ‘Wagon Landscaping’


Het creëren van een gedenkplek, waar ook ter wereld, is altijd een uitdaging. Want een gedenkplek bereikt zijn doel pas als het erin slaagt emotie op te roepen. Dat is het startpunt voor elke heropleving van een herinnering. Lukt dat niet, dan is het werk mislukt. Manhattan's "9/11 Memorial" weet bezoekers onmiskenbaar te raken. Het Holocaustmonument in Berlijn, vlak bij de Brandenburger Tor, is problematischer omdat het een speeltuin voor instagrammers is geworden. Het monument voor de aanslagen van 13 november moet zijn missie nog vervullen. Het monument in New York, dat uit steen en water bestaat, is ronduit mineraal; de Parijse herdenkingstuin, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de islamitische waanzin, zal meer plantaardig zijn.

 

De werkzaamheden aan de tuin begonnen eind 2024


Sinds juni van dit jaar kan in een tuin achter het stadhuis van Parijs (het Hôtel de Ville) een eerbetoon worden gebracht aan de slachtoffers van de aanslagen van 13 november 2015. Maar weinig voorbijgangers zijn zich bewust van het belang van deze plek, die dit jaar, ter gelegenheid van de tiende verjaardag van deze gebeurtenissen in november officieel zal worden ingehuldigd. De tuin van 13 november 2015 is georganiseerd rond twee bomen die doordrenkt zijn van geschiedenis: de Saint-Gervais-iep, waaronder in de middeleeuwen rechtspraak plaatsvond, en de nieuw geplante Vredes-olijfboom. Aan de voet kunnen families van de slachtoffers en overlevenden bloemen neerleggen en kleine briefjes ophangen. De tuin zal het ritme van de seizoenen volgen. In de herfst zorgen kerstrozen, cyclamen, anemonen en kornoelje vruchten voor een welkome afwisseling op de gebruikelijke bloei in de winter.


De tuin van 13 november 2015 is georganiseerd rond twee bomen die doordrenkt zijn van geschiedenis

 

Verder bestaat de tuin uit zes delen die ieder symbool staan voor de plekken waar de gebeurtenissen van die rampzalige dag plaatsvonden: Het Stade de France, Le Carillon, Le Petit Cambodge, À la Bonne Bière, La Belle Équipe, en de Bataclan.  



Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia



Blokken steen van onregelmatige hoogte, die uit de grond steken, stellen de gewelddadigheden van de gebeurtenissen voor - Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia



De prachtig aangelegde tuin met op de achtergrond de façade van het Hôtel de Ville - Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia


Bovendien zullen de zes steles, die overeenkomen met de aangevallen plaatsen, de gegraveerde namen van de slachtoffers dragen. Voor elk van hen zal een granieten bank een ieder in staat stellen om te gedenken. De aanwezigheid van water in de holtes van de rotsen en planten draagt bij aan de ontwikkeling van de biodiversiteit in de tuin, waardoor het eerbetoon eeuwigdurend en levend blijft. 


Meer dan honderd lampjes, die symbool staan voor "herinneringslampjes", zijn in de tuin geplaatst. Ze wekken de indruk van flikkerende kaarsen in de nacht, ter nagedachtenis aan de slachtoffers - Foto's Stadhuis van Parijs - Wikimedia




Jardin du 13 Novembre 2015, Place Saint-Gervais. Toegang via de rue Lobau, aan de kant van het Hôtel de Ville en aan de rue François Mirron, aan de voorzijde van de kerk Saint-Gervais in het 1e arrondissement. Metrostation Hôtel de Ville, lijn 1 & 11. 



Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia