Hoe een waterweg het hart van Parijs veroverde
De hitte bracht mij naar het Canal Saint-Martin, waarvan de
oevers zeker minder indrukwekkend zijn dan die van de Seine, maar vaak genoeg
heel liefelijk. Daar vinden we een vertraagd Parijs, dat de tijd neemt om een
ander facet van zijn complexe, haast
tegenstrijdige, werkelijkheid te laten zien. Met zijn negen sluizen
straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit. De schaduwrijke oevers zijn
ideaal voor een romantisch intermezzo, weg van alle drukte. Neem hier rustig de
tijd, een kop heerlijke espresso op een terras, een siësta op square Villemin, toekijken
hoe een brug wordt geopend, de sluis volloopt.....
Heradem! Dit is Parijs!
Het Canal Saint-Martin werd in 1825 ingewijd – zo’n 200
jaar geleden. Was het project al sinds de 16e eeuw in de planning, pas onder
Napoleon Bonaparte werd een netwerk van kanalen aangelegd om de Parijzenaars
van schoon drinkwater te voorzien. Aan het begin van de 19e eeuw kampte Parijs
met een groot probleem: de inwoners dronken water van twijfelachtige kwaliteit,
afkomstig uit de zwaar vervuilde Seine en Bièvre. Het gevolg? Dysenterie,
cholera en andere onaangename ziekten tierden welig. Om een ramp voor de
volksgezondheid te voorkomen, besloot Napoleon Bonaparte in 1802, destijds
Eerste Consul, een oud project nieuw leven in te blazen: het water van het
Canal de Ourcq, meer dan 100 km ten noordoosten van Parijs, naar Parijs te
leiden. Het plan werd officieel bekrachtigd met een wet van 19 mei 1802. Maar
door de Napoleontische oorlogen en een gebrek aan financiële middelen sleepte
het werk zich voort… totdat Lodewijk XVIII het project nieuw leven inblies. De
eerste steen werd gelegd op 3 mei 1822 en drie jaar later, op 4 november 1825,
opende Karel X het Canal Saint-Martin. Parijs had eindelijk zijn eigen
drinkwaterleiding!
Het 4,5 kilometer lange Canal Saint-Martin, waarvan 2
kilometer ondergronds, verbindt het Basin de la Villette met de bovenloop van
de Seine en heeft een hoogteverschil van vijfentwintig meter, dat overbrugt
wordt door middel van negen sluizen. De voetbruggen werden gebouwd tussen 1860
en 1890. Tegenwoordig kan het Saint-Martinkanaal worden overgestoken via twee
draaibruggen, twee vaste bruggen en zes voetgangersbruggen. De eerste concessie
van het Canal Saint-Martin was toevertrouwd aan een particulier bedrijf. Pas in
1861 kocht de stad Parijs de concessie voor het kanaal terug en werd daarmee de
enige eigenaar van het kanaal en de bijbehorende infrastructuur: bruggen,
sluizen en voetbruggen. De stad vertrouwde vervolgens het beheer toe aan de
gemeentelijke kanaaldienst.
De unieke sfeer, de mysterieuze ondergrondse gewelven, de
poëzie die uitgaat van deze waterweg, onderbroken door romantische voetbruggen
en omzoomd met meer dan honderd jaar oude kastanje- en plataanbomen, maken het
Canal Saint-Martin tot een hoogtepunt van het toerisme in Parijs. Het vormt een
unieke en belangrijke erfgoedlocatie in de buurt.
Ongeveer ter hoogte van de rue Dieu en vlakbij metrostation Jacques Bonsergent gaat het Canal Saint-Martin ondergronds
Het water verdwijnt onder de Boulevard Richard Lenoir en
komt pas weer in de open lucht bij de Port de l'Arsenal / Place de la Bastille (zie onderstaande foto)
Gelukkig liep deze nachtmerrie tegen de muur van gezond
verstand. Geconfronteerd met massale protesten van de lokale bevolking, werd
het project in 1971 door de gemeenteraad van Parijs stopgezet.
Als het water verdwijnt...
Toch wordt het kanaal elke 10 tot 15 jaar drooggelegd voor
een grote schoonmaakbeurt. De laatste keer in 2016. Het water wordt verwijderd
(tot wel 90.000 m³), de vissen worden zorgvuldig gevangen en vervolgens worden
schatten naar boven gehaald... of liever gezegd, vreemde stedelijke schatten
die getuigen van kleine daden van burgerlijke lafheid. Zo werden al bijna 100
Vélibs bovengehaald, de stadsfietsen van Parijs. De politie kwam ook ter
plaatse toen een vuurwapen werd gevonden. Of wat dacht u van gouden munten of een
antiek fototoestel? Het doet sommigen wegdromen over de verhalen erachter. 300
ton afval werd naar boven gehaald. Bij eerdere schoonmaakpogingen zijn al
ongebruikelijke objecten gevonden, zoals in 2001: twee 75 mm granaten uit de
Eerste Wereldoorlog, Bij een eerdere schoonmaakactie werden zelfs 56 auto's
aangetroffen. Deze schoonmaakwerkzaamheden bieden ook de mogelijkheid om de
vispopulatie in het kanaal in kaart te brengen: nadat het water grotendeels is
afgevoerd, blijven er enkele vissen achter die vervolgens worden gevangen en
gewogen.
De voetgangersbruggen over het kanaal herwinnen geleidelijk aan hun oude glorie
Wie langs het Canal Saint-Martin wandelt, heeft het
ongetwijfeld gemerkt: de voetbruggen worden gerenoveerd. Het project omvat het
opnieuw schilderen, het vervangen van beschadigde stenen en het verbeteren van
de verlichting om deze architectonische elementen beter tot hun recht te laten
komen. De totale kosten van de werkzaamheden bedragen € 5,5 miljoen. De Passerelle
Jane-Birkin (Le Pont des Douanes) is als eerste gerenoveerd, gevolgd door de
Bichat- en Grange-aux-Belles-voetbruggen.
De voetgangersbruggen worden dagelijks door duizenden
mensen gebruikt en zijn geliefd bij zowel Parijzenaars als toeristen. Daarom
verdienden ze het om gerestaureerd te worden. De werkzaamheden, die tot doel
hebben ze in hun oorspronkelijke staat te herstellen, hebben verschillende
doelstellingen. Allereerst het waarborgen van de stabiliteit van de constructie
en het versterken ervan: hoewel het oversteken van de voetbruggen niet
gevaarlijk was, bleek het toch noodzakelijk om de funderingen te versterken
door middel van injecties. Verder het behoud en restauratie van de bestaande
structuren: ondanks hun hoge leeftijd hebben de voetbruggen de tand des tijds
opmerkelijk goed doorstaan. Veel elementen hoefden niet te worden vervangen,
maar alleen gerestaureerd. Dit geldt voor de gietijzeren constructies, het
metselwerk en de stenen bekleding, en de smeedijzeren leuningen. Ten laatste het
herstellen van de oorspronkelijke kleur van de voetbruggen. Na historisch en
colorimetrisch onderzoek zullen de voetbruggen lichtgrijs geschilderd worden,
zoals in de 19e eeuw het geval was. De structuren worden uitgelicht: het moet weer
stralen! De twee ‘kandelaars’ aan weerszijden van de voetbruggen worden
teruggeplaatst op hun oorspronkelijke plek en de onderkant van de bogen wordt
verlicht.
Een van de prioriteiten van de geplande renovaties is het
vervangen van de stenen treden van de voetbruggen, die door de tijd en het
veelvuldige gebruik zijn versleten. Voor deze restauratie zullen de stenen
afkomstig zijn uit dezelfde steengroeve als de oorspronkelijke stenen: gelegen
in Seine-et-Marne bij Souppes-sur-Loing. Deze kalksteensoort wordt zeer
gewaardeerd vanwege zijn waterbestendigheid. Daarom is deze steensoort ook
gebruikt voor de bouw van verschillende monumenten zoals de
Sacré-Coeur-basiliek, de Pont Alexandre III en de Arc de Triomphe.
Een nieuwe naam voor alle bruggen
Ze zijn in Parijs geboren, hebben er gewoond of hebben de hoofdstad in hun films laten zien. Negen grote toneel- en filmactrices hebben een voetbrug over het Canal Saint-Martin naar zich vernoemd gekregen, dit ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de stad in 2024.
Wandel je vanuit Place la Bastille richting het Basin de la
Villette kom je de volgende bruggen tegen:
Passerelle Jane-Birkin ( 1946-2023) voorheen de passerelle
des Douanes
Passerelle Maria Schneider (1952-2011) voorheen de
passerelle Alibert
Pont Bernadette-Lafont (1938-2013) voorheen pont de la rue
Dieu
Passerelle Emmanuelle Riva (1927-2017) voorheen de Passerelle
Richerand
Pont tournant Hélène Duc (1917-2014) voorheen de pont
tournant de la Grange-aux-Belles
Passerelle Arletty voorheen de passerelle de la
Grange-aux-Belles
Passerelle Michèle-Morgan (1920-2017) voorheen de passerelle
Bichat
Pont Maria Casarès (1922-1996) voorheen de pont
Eugène-Varlin
Pont Maria Pacôme (1923-2018 voorheen de pont de la rue
Louis-Blanc
Nog altijd het mooiste decor van Parijs
Vandaag de dag is het Canal Saint-Martin een van de mooiste en gezelligste plekjes van de stad. De Parijzenaars hebben hun kanaal met de negen sluizen, de met bomen beplante oevers, de pleintjes, de sierlijke metalen bruggen, kortom een van de meest romantische plekken van de stad weer herontdekt. Op een zonnige dag picknicken honderden hippe jongeren aan de waterkant en zijn de omliggende cafés en restaurants afgeladen vol.
De mooiste plekjes zijn te vinden ter hoogte van de rue du
Faubourg-du-Temple, waar je tussen de meer dan honderd jaar oude bomen een
prachtige doorkijk hebt naar de verschillende sluizen en bruggen. Je kunt jouw
wandeling vervolgen in noordelijke richting via de twee kades langs het kanaal;
de quai de Jemmapes (oostzijde) of de quai de Valmy (westzijde). Op nummer 80
van de quai de Jemappes hebben een aantal sociale ondernemers een paar oude
stallen en een steeg omgebouwd in 'Comptoir Général', een mini 'marché aux puces' met tweedehands kleding,
boeken en een hippe bar annex Frans-Afrikaans restaurant. Op nummer 102 het
befaamde Hôtel du Nord, nu een restaurant dat zeven dagen in de week geopend
is. Aan de overzijde ter hoogte van de draaibrug op de kruising van de rue de
la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy. Hier domineren de
kleurige gevels van caféterrassen, antiekwinkeltjes, boetieks en kunstgaleries.
Bij Art'Azart op nummer 83, de meest trendy boekhandel van Parijs,
gespecialiseerd in kunst, design en grafische vormgeving. De eigenaars zijn
liefhebbers van klassieke fotografie. In 1999 wekten ze opnieuw belangstelling
voor de lomo-fotocamera; de Holga een goedkoop plastic toestelletje maar sinds
die tijd een rage in vele wereldsteden.
De sluis met de twee sluishuisjes wordt ook wel de 'sluis
van de dood' genoemd. Wat niet slaat op het scheepsverkeer, maar lang geleden
was de rue de la Grange-aux-Belles een stoffig pad dat langs velden heuvel op
liep. Waar nu nummer 53 zit voerde een pad naar de top van een kleine heuvel;
de Montfaucon. Hier werd in 1325, op
bevel van de koning, een enorme galg gebouwd. Het ging om een bouwwerk van
meerdere verdiepingen dat alleen bestond uit stenen pijlers en houten
dwarsbalken waaraan de veroordeelden werden opgehangen. Victor Hugo beschreef
het in de slotscène van zijn boek de 'klokkenluider van de Notre Dame'.
Bronnen: Wikipedia, Hôtel de Ville Paris, eigen onderzoek














Geen opmerkingen:
Een reactie posten