Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Boulogne-Billancourt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boulogne-Billancourt. Alle posts tonen

maandag 11 november 2024

STAD VAN KUNST EN GESCHIEDENIS: BOULOGNE-BILLANCOURT

Boulogne-Billancourt is een van de westelijke buitenwijken van Parijs, een sub prefectuur van het departement Hauts-de-Seine op de rechteroever van de Seine. Het was vroeger een belangrijke industriële site, maar is met succes omgevormd tot zakelijke dienstverlening en is nu de thuisbasis van grote bedrijven, maar ook een stad van kunst en geschiedenis. Met zijn 3 grote buren: de Seine, Parijs en het Bois de Boulogne trekt de voorstad jonge werkende mensen en hun gezinnen aan dankzij haar dynamiek.

 

Boulogne-Billancourt, stad van kunst en geschiedenis

 

Deze voorstad van Parijs staat vol met (architectonische) juweeltjes uit de jaren '30 van de vorige eeuw

 

De voorstad vertoont vandaag nog steeds contrasten tussen Haussmann-woonwijken in het noorden en meer architectonische juweeltjes in het zuiden, waaronder vele schatten. Prachtige huizen van de hand van beroemde architecten waaronder Mallet-Stevens, Le Corbusier, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson,  en vele anderen. Door de verschillende wijken kun jij als liefhebber van culturele uitstapjes vele monumenten ontdekken, zoals de kerk Notre-Dame des Menus, het stadhuis ontworpen door Tony Garnier, ingehuldigd in 1934, het museum uit de jaren 1930, het Albert-Kahn-museum met zijn prachtige tuinen, De Bibliothèque Marmottan, die in 1932 werd nagelaten aan de Académie des beaux-arts door de oprichter Paul Marmottan. het Musée Paul Belmondo, het Parc Edmond-de-Rothschild aan de zuidpunt van het Bois de Boulogne en het huidige Ïle Seguin, nu een plaats van cultuur op zich. Het profiteert van een uitzonderlijke geografische ligging tussen Boulogne-Billancourt en Sèvres, herbergt La Seine Musicale en een stichting voor hedendaagse kunst. Andere internationale projecten gewijd aan cultuur en kunst zullen er binnenkort het daglicht zien. 

 

Het museum van de jaren 1930 is gevestigd in het Espace Landowski

 


Le Musée des Années Trente 

In deze blog neem ik je mee naar slechts één van de juweeltjes in deze stad: Le Musée des Années Trente, het Museum van de jaren 1930 gevestigd in het Espace Landowski aan de avenue André Morizet 28, naast het prachtige stadhuis ontworpen door Tony Garnier in 1931 – 1934. Het metrostation Marcel Sembat komt rechtstreeks uit op deze avenue. Het gebouw is een schepping van architectenbureau Lobjoy Bouvier Boisseau in samenwerking met Yovan Josic, opgeleverd in 1998. Duidelijk een ode aan de architectuur van Le Corbusier en Malet-Stevens. Het herbergt tijdelijke tentoonstellingsruimtes, een amfitheater, een arthouse-bioscoop, de collecties van het museum uit de jaren dertig en het Paul Landowski-museum, een enorme mediabibliotheek, evenals ruimtes voor digitale creatie en initiatie tot multimedia. Het hart van dit gebouw vormt het schip als permanent kruispunt van ontmoetingen, ontdekkingen en regelmatig hernieuwde confrontaties.

 

Het beeld 'Trinité'  uit 1929 - Jean en Joël Martel 

 

Jaro Hilbert - 'La dame en bleu', 1929 - het museum staat vol met de mooiste voorbeelden van art-deco 

 

Het Musée des Années Trente herbergt ongeveer 800 sculpturen, 2.000 schilderijen, maar ook decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek en ook maquettes van herenhuizen en gebouwen uit de jaren dertig gegroepeerd op 3.000 m² en verdeeld over vier etages. Deze collecties benadrukken de kenmerken van de esthetische wereld van de jaren dertig: een terugkeer naar realisme en classicisme. Zeldzame werken van Bernard Boutet de Monvel, Alfred Courmes, Maurice Denis, Georges Desvallières, Amédée La Patelière, Eugène Poughéon, Henry de Waroquier, Joseph Bernard, Marius de Buzon en Tamara de Lempicka en Paul Landowski. De collecties van de beeldhouwer Paul Landowski (1875-1961), die sinds september 2017 in de Espace Landowski zijn ondergebracht, werden in 1982 door zijn erfgenamen geschonken aan de stad Boulogne-Billancourt. De kunstenaar staat bekend als de auteur van het standbeeld van Christus van Corcovado uit Rio de Janeiro.



Anne Carlu 'Diane chasseresse', 1927 - Tempera sur isorel 


 Het Musée des Années Trente herbergt decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek

 

'Clown', 1930 - Jean Lambert-Rucki / 'Paravent', 1930 - Louis Barillet, Jacques Le Chevallier 

 

Een lift brengt je naar de start van de permanente tentoonstelling op de vierde etage van het gebouw, die geheel gewijd is aan zijn gehele oeuvre. De tentoongestelde sculpturen zijn representatief voor het werk van Paul Landowski. Het kleine beeldhouwwerk weerspiegelt zijn intieme kunst. De modellen tonen de omvang van zijn monumentale werk, vooral aanwezig in Parijs (Jardins des Tuileries, het Panthéon, Trocadéro, Invalides, enz.). De muren van de Tempel van de Mens geven de dimensie aan van een groot project, een niet-gerealiseerde droom, die de geschiedenis van de mensheid in bas-reliëf en in het rond beschrijft. Vier volledig gebeeldhouwde muren die het verhaal van de mensheid vertellen. Landowski presenteerde zijn plannen in 1925 op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes. Helaas bleef de tempel een prachtige utopie en dit falen werd pijnlijk gevoeld door de beeldhouwer.

 

De nooit uitgevoerde 'Tempel van de Mens' 1925 - Paul Landowski 

 

Voorstudie van 'La Nature 'Eternelle', 1943 - nu te bewonderen in het colombarium van het cimetière du Père Lachaise - Paul Landowski 

 

Landowski werd geboren in 1875 in Parijs als zoon van een Poolse immigrant, die naar Frankrijk was gevlucht tijdens de Januariopstand (1863-1865). Hij studeerde aan de Académie Jullian waar hij les kreeg van Jules Lefebvre en aan de École nationale supérieure des beaux-arts. Lefebvre een geleerd schilder en veeleisende professor aan wie Paul zijn bijzondere beheersing van portretten en naakte te danken heeft. Tegelijkertijd werd hij door professor Faraboeuf geïnstrueerd om anatomische platen te tekenen die hij gebruikte voor zijn colleges aan de medische faculteit. Zo verwierf Landowski een uiterst nauwkeurige kennis van de anatomie, die in zijn ogen altijd het fundament zou vormen van zijn beeldhouwkunst. De honneurs beginnen vroeg voor Landowski. In 1900, hij was toen pas 25 jaar, ontvangt hij de Prix de Rome voor zijn beeldhouwkunst, wat hem vier jaar oplevert in de Villa Medici waar hij het oude Italië ontdekt en de Renaissance. Door zijn succes kreeg Landowski te maken met meerdere grote openbare opdrachten zoals de zonen van Kaïn, aangekocht door de staat en nu te zien in de tuinen van de Tuilerieën. Hij stierf in zijn huis in Boulogne-Billancourt op 31 maart 1961, op vijfentachtigjarige leeftijd.

 

'La France' 1919 - het monument werd ingehuldigd in 1935 - Paul Landowski

 


Een kleine kopie van 'Christus de Verlosser' te zien in Rio de Janeiro - Het origineel is 38 meter hoog en staat op de 710 meter hoge berg Corcovado, 1931 - Paul Landowski - Het gezicht van het beeld werd uitgevoerd door de Roemeense beeldhouwer Gheorghe Leonida



'Nocturne', 1926 - onderdeel van het graf van de componist Gabriel Fauré - Paul Landowski

 

Op de andere etages krijg je topstukken te zien van fascinerende art deco-stijl. De art deco stijl heeft enorme invloed gehad op de architectuur in en rond Parijs in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw. Maar wat is nu precies het verschil tussen art nouveau en art deco? Veel mensen vragen zich dat af, en zelfs kunstkenners vergissen zich nog wel eens. En toch kunnen de twee stijlen als dag en nacht van elkaar verschillen. Sterker nog, de ene stijl komt zelfs uit de andere voort. Art nouveau ontstond aan het eind van de 19e eeuw en duurde voort tot het begin van de 20e eeuw. Het is de stijl van de Franse Belle Epoque, met veel kleuren, glas in loodramen en rijkelijk gedecoreerd met zwierige lijnen geïnspireerd op natuurlijke vormen zoals bloemen en planten. Art deco daarentegen komt tot bloei in de jaren 20 - de zogenoemde Années Folles, een soort Franse Roaring Twenties - die zich kenmerkt door modernisme, symmetrie en ingetogenheid. Dit is vooral terug te zien in de rechte lijnen, afgestompte hoeken, cirkels en achthoeken. De eerder genoemde architecten; Le Corbusier, Mallet-Stevens, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson die in dezelfde stijl bouwden hadden hun werkterrein niet alleen in het 16e arrondissement maar ook in Boulogne-Billancourt. Bij de plaatselijk VVV kun je een brochure halen met daarin wandelroutes langs architectonisch interessante huizen. 

 


Mannequin hoofden van het warenhuis Siegel, 1925 - René Herbst en Pierre Petit 

 

'Instruments de musique of Pastorale' 1923 - Jaques Lipchitz


Zoals je aan de foto’s kunt zien is een bezoek aan het Musée des Années Trente absoluut de moeite waard. 

 

TIP:

Lunch op het terras van het mythische Piscine Molitor, een prachtig art deco zwembadcomplex uit 1929. Ooit de locatie van avantgarde pool-parties, vandaag de dag een uniek vijfsterren hotel van de keten M-Gallery (onderdeel van de Accor groep) genaamd Hotel Molitor Paris. Een luxe hotel met 124 kamers en suites, een restaurant, dakterras en een spa van Clarins. Klassiek van buiten, modern en artistiek van binnen – met diverse verwijzingen naar het graffiti-verleden. De mosterdgele en kobaltblauwe façade, de mozaïeken op de vloer en de lange rijen badhokjes rond het water zien er uit als een filmdecor. Mede dankzij de spectaculaire opening in 1929 door niemand minder dan olympisch zwemkampioen Johnny Weismuller (bekend en wereldberoemd door zijn filmrol als Tarzan) werd Piscine Molitor al snel the place-to-be in Parijs. Nog een leuk weetje; zo werd in 1946, aan de rand van dit zwembad, een revolutionair nieuw kledingstuk gepresenteerd: de bikini. Een Franse uitvinding van Louis Réard, een Franse auto-ingenieur en kledingontwerper.



 Hotel Molitor Paris, 2 avenue de la porte Molitor, metrostation Porte d’Auteuil, metrolijn 10 / Exelmans lijn 9.



donderdag 7 juli 2022

HET NIEUWE ALBERT KAHN MUSEUM: EEN REIS DOOR DE WERELD EN DOOR DE TIJD

Net even buiten Parijs, op loopafstand van de laatste halte van metrolijn 10, Boulogne Pont de Saint-Cloud, vinden we het uiterst curieuze museum en tuinencomplex van een van de grootste filantropen van Frankrijk, de Franse bankier en pacifist Albert Kahn. Het musée Albert Kahn, genesteld aan de oevers van de Seine ligt in een bijna verborgen tuinparadijs waar landschappen en culturen van over de hele wereld samenvloeien. 



Het bijzondere ontwerp van het nieuwe hoofdgebouw van het Musée Albert Kahn


Het museum opende onlangs, op 2 april 2022 opnieuw zijn deuren, na een renovatie die uiteindelijk zes jaar in beslag nam. Het nieuwe hoofdgebouw, ontworpen door de Japanse architect Kengo Kuma, die speciaal werd geselecteerd om een nieuwe, op Japan geïnspireerde structuur, te creëren. Een manier om hulde te brengen aan de zeer speciale relatie die Albert Kahn had met het Land van de Rijzende Zon. Het architecturale project benadrukt de relatie tussen buiten en binnen, de stad, het museum en de tuinen. Het project brengt een dialoog tot stand tussen het hoofdgebouw en de tuin door middel van een element dat is ontleend aan de traditionele Japanse architectuur: de engawa. Een aangrenzende ruimte die sereniteit inspireert door een ‘dialoog’ te creëren tussen binnen en buiten via edele materialen zoals: licht hout, bamboe en metaal. Eenmaal binnen wordt de bezoeker uitgenodigd op een ongelofelijke reis in de wereld van Albert Kahn, visueel, plantaardig en interactief.


De engawa, tussenruimte tussen het museum en de tuin - Foto: © CD92/O - Ravoire

 

Kengo Kuma gebruikt een origami van schaduw en licht. Aan de zuidelijke rand van de site grenst nu het oude museum aan het nieuwe. Het werd in 1990 gebouwd door de architect Gérard Planes en dit deel heeft een eenvoudige renovatie ondergaan. Het biedt nu plaats, onder het gebogen, met koper beklede dak, aan een nieuw auditorium met 100 zitplaatsen. Naast de bouw van een nieuw hoofdgebouw, en de renovatie van 8 gebouwen waarvan 7 erfgoed gebouwen, is de hele permanente bezoekroute opnieuw ontworpen. Het bezoekers-pad van ongeveer 1.000 m², uitgerold over de gehele museum, creëert een ongekende dialoog tussen het museum en het natuurlijk erfgoed en nodigt uit tot een wandeling door het hart van een bewaard gebleven tuin, geduldig ontworpen door de filantropische bankier. Aan Albert Kahns privéwoning, discreet aan de rand van het park, raakte Kuma niet. Het is een wat sinistere plek, waar de bankier zijn laatste levensjaren sleet in armoede in een nagenoeg leeg interieur. De rondleiding langs ‘Les Archives de la Planète’, een enorm fotografisch project, begint op de begane grond van het nieuwe hoofdgebouw en gaat verder in de gerestaureerde monumentale gebouwen, waarvan sommige voor het eerst voor het publiek toegankelijk zijn. Over 22 jaar resulteerde dit project in een verzameling van 72.000 kleurenfoto’s en 183.000 meter film, maar daarover straks meer.



Het nieuwe hoofdgebouw, ontworpen door de Japanse architect Kengo Kuma


De ingang naar het museum

 

De wereld van Albert Kahn

Niets is aan het toeval overgelaten om de collecties van gisteren in de wereld van morgen te brengen. Een muur van meer dan 2.000 vaste en bewegende beelden nodigt je uit om de wereld te ontdekken. Het begint met een portret gewijd aan Albert Kahn voordat het via autochromen, gereproduceerd in het originele formaat 9 x 12 cm. en films, de duizend-en-een facetten van de ‘Archives de la Planète’ tentoonstelt. Dit interactieve programma behandelt de vier grote thema's die de bankier dierbaar waren: reizen, etnografie, geografie en actualiteit.



Een muur van meer dan 2.000 vaste en bewegende beelden nodigt je uit om de wereld te ontdekken

Deze Franse bankier en pacifist was zo rond 1900 een van de rijkste maar ook een van de vrijgevigste mensen op aarde.  In plaats van alles op te potten of te verbrassen begon Kahn toen hij zijn rijkdom had vergaard meteen massaal aan filantropie te doen. Ondanks zijn vriendschap met de beeldhouwer Auguste Rodin was Kahn geen mecenas van de kunsten, zoals veel van zijn gecultiveerde tijdgenoten. Gek genoeg spendeerde hij zijn fortuin aan niet-rendabele projecten zoals wereldvrede en de interculturele dialoog. Vandaag de dag zouden we hem alleszins goed kunnen gebruiken. Het was misschien naïef dat hij geloofde dat hij de wereld kon veranderen maar tegelijkertijd was hij een voorbeeld voor toekomstige generaties, want deze steenrijke Franse zakenbankier was een van de actiefste pacifisten en humanisten van de vorige eeuw.

 


Dit boek inspireerde mij om een bezoek te brengen aan het museum aan de rand van Parijs

Albert Kahn, geboren op 3 maart 1860 als Abraham, was de oudste van vier broers in een joodse boerenfamilie uit de Elzas. Van zijn vader, een veehandelaar, leerde hij het onderhandelen op de veemarkt. Zijn moeder verloor hij toen hij 10 jaar oud was. Ongeveer tegelijkertijd brak de Frans-Pruisische oorlog uit, waarbij Frankrijk in 1871 uiteindelijk Elzas-Lotharingen moest teruggeven aan het pas opgerichte Duitse keizerrijk. Het maakte van Kahn plotsklaps een Duitser hetgeen hij weigerde. Daarom besloot hij op zijn 16e te emigreren naar Frankrijk waar hij zijn studie voortzette aan het Collège de Saverne. Het gebruik van zijn Franse voornaam, Albert, in plaats van zijn bijbelse voornaam dateert mogelijk uit deze periode. In 1879 werd hij bankbediende bij de bank van de broers Edmond en Charles Goudchaux, die toen werd beschouwd als een van de belangrijkste financiële huizen van Europa. Daar maakte hij een opmerkelijke blitzcarrière door. Hij overtuigde Goudchaux onder meer om in de Zuid-Afrikaanse diamantmijnen van De Beers te investeren en de goudmijn projecten die Cecil Rhodes in Transvaal ontwikkelde. Deze move leverde hem en de bank extreem veel geld op, zoveel dat hij op zijn 38e vennoot werd van de Banque Goudchaux et Cie en hem vervolgens in staat stelde om op 38-jarige leeftijd zijn eigen zakenbank op te richten aan de rue Richelieu 102 in Parijs.

 

Albert Kahn gefotografeerd op het balkon van zijn bank aan de rue Richelieu 102


Kahn focuste zich niet zozeer op het oude geld maar op nieuwe technologieën en nieuwe markten zoals Zuid-Afrika en Japan, waar hij talrijke leningen aanging die hem in de jaren 1890 verzekerden van zijn fortuin. Het was toen dat hij zeer nauwe contacten legde met Hichiro Motono, de Japanse ambassadeur in Parijs en later op het hoogste niveau met de Japanse keizerlijke familie, die hij later ook in zijn eigendommen zou ontvangen.  In 1892 huurde hij een herenhuis op nummer 6 aan de quai du Quatre-Septembre in Boulogne-sur Seine welke hij drie jaar later aankocht tegelijk met vier percelen grond. Hier begon hij met de aanleg van wat hij noemde de ‘Tuinen van de Wereld’. Tot 1910 kocht hij in opeenvolgende fasen meer dan 20 percelen en huurde beroemde tuinarchitecten in om verschillende tuinen te ontwerpen. Achille Duchêne ontwierp de Franse tuin, De Japanse landschapsontwerper Fumiaki Takano ontwierp de Japanse tuin. Later volgden een Engelse tuin en een set van drie sierbossen: het ‘blauwe bos’ vol met atlasceders en sparren uit Colorado, het ‘gouden bos’ vol met berkenbomen waartussen zich in de zomer een weide ontwikkelt en het bos van de Vogezen, bezaaid met blokken graniet vol geplant met sparren en pijnbomen. Het was zijn botanische poging om de vijf continenten harmonieus te verenigen om de utopie te illustreren van een verzoenende wereld, waar verschillende realiteiten in perfecte harmonie naast elkaar kunnen bestaan.

 


The Archives of the Planet of Les Archives de la Planète

Eind 1908, begin 1909 vertrekt Kahn via de Verenigde Staten voor vele maanden naar Japan en China samen met zijn chauffeur en fotograaf Alfred Dutertre. Deze maakt meer dan 4.000 stereoscopische foto’s en cinematografische beelden die getuigen van zijn ‘reis om de wereld’. Een paar maanden later volgen landen als Uruguay, Argentinië en Brazilië. Het vele reizen bracht hem er toe om een fotografisch verslag van de hele aarde te verzamelen. Hij was ervan overtuigd; hoe meer je weet over vreemde culturen, hoe meer je de vrede tussen volkeren kunt bewaren. Hij benoemde Jean Brunhes als projectdirecteur. Van 1909 tot 1931 financierde Kahn een enorm visueel inventarisatieproject van de wereld en stuurde hij een dozijn operators naar vijftig landen, uitgerust met de nieuwste technologieën van fotografie en cinematografie. Mogelijk gemaakt door een uitvinding van de gebroeders Lumière in 1903 die octrooi hadden aangevraagd op de autochrome. Glasplaten waarop minuscule aardappelzetmeelkorreltjes waren aangebracht in de primaire kleuren rood, groen en blauw. Hierdoor kwam een einde aan het tijdperk dat het nog alleen mogelijk was de wereld in zwart-wit vast te leggen. Beroepsfotografen hadden niet veel aan deze nieuwe vorm van kleurenfotografie omdat klanten vaak een of meer afdrukken wilden hebben en dat was met autochromes niet mogelijk. De volgende stap in de ontwikkeling van de fotografie werd pas in de jaren dertig gezet. Toen bracht Kodak in 1935 het eerste rolletje voor kleurenopnames op de markt.

 


Kahn begon ook zijn eigen studiebeurzen ‘Autour du Monde’ uit te reiken. In 33 jaar tijd zou hij maar liefst 147 van die beurzen financieren. Jonge studenten van over de hele wereld liet hij op zijn kosten anderhalf jaar de wereld rondreizen. ‘Verdrink niet in boeken, vergeet wat je gelezen hebt, neem een pak sigaretten mee en vertrek. Ik vraag je maar één ding: doe je ogen wijd open”, gaf hij hun mee als enige missie. In totaal werden tijdens alle reizen 72.000 kleurenfoto’s en 183.000 meter film geproduceerd, waarmee het de grootste collectie in zijn soort ter wereld is.  Deze collectie vormt ‘The Archives of the Planet’, een aangrijpend visueel verslag van de wereld waarvan hij toen al wist dat de fatale verdwijning hiervan een kwestie van tijd was.

 

De ‘Salle des Plaques’ laat de originele meubels zien waar de archiefdozen met de autochromes werden bewaard


De autochromes werden bewaard, keurig gerubriceerd op jaartal, land en stad



Het is die gigantische fotocollectie die in het Musée Albert Kahn te zien is. En na tien jaar scannen zijn nu ook alle beelden van Kahns project gedigitaliseerd. Surfen door die onlinebeeldbank is een nostalgische wake-up call van jewelste. In de straten van Kosovo zie je nog blozende boerinnen in houten huisjes, waar sinds de oorlog in 1998 niets meer van over is gebleven. Je kunt wandelen door de joodse wijk van Wenen of het hebben van een ontmoeting met broodhandelaren op de markt van Sarajewo. Wandelen over de brug van Mostar die zo jammerlijk werd vernietigd tijdens de laatste burgeroorlog. Als de Eerste Wereldoorlog eenmaal is uitgebroken, laat Kahn ook het failliet van zijn idealisme in beeld brengen.  In Mongolië maakten ze in 1913 unieke beelden van de hoofdstad Ulaanbaatar, waar toen nog bijna geen stenen gebouwen stonden. Nu is het de meest vervuilde stad ter wereld en in Syrië fotografeerden Kahn en co. in 1921 onder meer de Unesco-beschermde stad Palmyra, die honderd jaar later bijna integraal door de terreurgroep IS zou worden vernield. Zullen we het dan nooit leren?


Genesteld aan de oevers van de Seine ligt in een bijna verborgen tuinparadijs waar landschappen en culturen van over de hele wereld samenvloeien



De beurscrash van 1929 leidde echter tot zijn ondergang en bracht zijn werk tot stilstand. Al zijn bezittingen werden verkocht inclusief zijn landgoed dat eigendom werd van het departement Hauts-de-Seine. In 1937 stelde die het privépark met bijbehorend museum open voor het publiek. Kahn mocht er wel blijven wonen tot aan zijn dood op 13 november 1940. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Boulogne-Billancourt.



 Deze prachtige tuinen zijn aangelegd aan het begin van de 20e eeuw



Een bezoek aan het Musée Albert Kahn is als het openen van een geschiedenisboek en een persoonlijk fotoalbum waarin iedereen afbeeldingen zal herkennen die zijn of haar eigen gevoeligheid weerspiegelen. Het is bijna onmogelijk om niet ontroerd of in ieder geval geraakt te worden door deze ongelofelijke hoeveelheid foto’s en films uit vervlogen tijden. Trouw aan de missie die Albert Kahn zich had gesteld is het museum een plaats van educatie in beelden, planten en levende wezens die ons uitnodigen om de wereld om ons heen beter te begrijpen. Het ministerie, het departement en de stad Boulogne-Billancourt hebben 60 miljoen euro geïnvesteerd in deze renovatie.

 

De winterkas uit 1900 






Maak kennis met dit indrukwekkende erfgoed van de mensheid, verken de tuinen, aangelegd aan het begin van de 20e eeuw. In het midden nodigen twee gebouwen je uit om een kijkje achter de schermen van de ‘Archives de la Planète’ te nemen. De ‘Salle des Plaques’ laat de originele meubels zien waar de archiefdozen met de autochromes werden bewaard, keurig gerubriceerd op jaartal, land en stad. Terwijl de ‘Fabrique des Images’ het verhaal vertelt van de verschillende fotografen en de apparatuur die destijds werd gebruikt om de foto’s en films te maken. Verder de niet te missen prachtige winterkas uit 1900 en de Japanse tuin met een authentiek Japans dorp. Een reis die je in slechts een paar stappen brengt van west naar oost, met recht een reis door de wereld en door de tijd.

 

De ‘Fabrique des Images’ 


AlbertKahn, Musée et jardins, rue du Port 10-14, Boulogne Billancourt, metrostation Boulogne Pont de Saint-Cloud, lijn 10.

Vanwege de hoge bezoekersaantallen in het museum zijn kinderwagens in het weekend verboden. Het museum beschikt over babydraagzakken en een kinderwagengarage. 

Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag (wekelijkse sluiting op maandag)

Van 11.00 tot 18.00 uur (oktober tot maart): het museum en de tuin sluiten vanaf 17.30 uur.

van 11.00 tot 19.00 uur (van april tot september): het museum en zijn tuin sluiten vanaf 18.30 uur.



donderdag 16 juni 2022

BOULOGNE-BILLANCOURT STAD VAN KUNST EN GESCHIEDENIS

Ik ben op weg naar een juweeltje in Boulogne Billancourt. Vanuit mijn vaste stek in het 19e arrondissement een hele trip dwars door Parijs, van noord naar zuid. Dankzij de ideale metrolijn 7 heb ik de keuze uit twee metrolijnen: lijn 9 die loopt van Mairie de Montreuil naar Pont de Sèvres of lijn 10 die loopt van Gare d’Austerlitz naar Boulogne – Pont de Saint-Cloud. Ik besluit voor lijn 9 te kiezen, overstappen in het centrum bij Chaussée d’Antin-La Fayette. In totaal doe ik 27 metrostations aan om vervolgens uit te stappen bij het metrostation Marcel Sembat, doctor in de rechten, advocaat bij het hof van beroep van Parijs. Marcel Sembat was ook journalist en gerechtelijk columnist voor La République Française , de krant van Léon Gambetta . Aan lijn 9 werd begonnen in 1922 en pas in 1937 lag er onder de grond een metrolijn van 19,6 kilometer. 

Boulogne-Billancourt is een van de westelijke buitenwijken van Parijs, een sub prefectuur van het departement Hauts-de-Seine op de rechteroever van de Seine. Het was vroeger een belangrijke industriële site, maar is met succes omgevormd tot zakelijke dienstverlening en is nu de thuisbasis van grote bedrijven, maar ook een stad van kunst en geschiedenis. Met zijn 3 grote buren: de Seine, Parijs en het Bois de Boulogne trekt de voorstad jonge werkende mensen en hun gezinnen aan dankzij haar dynamiek.


Boulogne-Billancourt, stad van kunst en geschiedenis

 

Het was aan het begin van de 14e eeuw, met de bouw van de kerk de Notre-Dame de Boulogne la petite, dat het dorp Menuls-lès-Saint-Cloud, een gehucht van houthakkers, de naam Boulogne-la-Petite aannam. Een echt plattelandsdorp dat zich uitstrekte over het voormalige grondgebied van de heerlijkheden Saint-Cloud en Auteuil en verbonden door een veerboot met de stad Parijs. De aanleg van een verharde weg in 1660, in opdracht van Lodewijk XIV, nu de avenue Jean-Baptiste-Clément, maakte van Boulogne een pleisterplaats, waar de hovelingen van Saint-Cloud en Versailles hun kostbare linnengoed toevertrouwde aan de traditionele wasvrouwen van de kloosters. De naam veranderde vervolgens in Boulogne-sur-Seine. De stad zal deze naam behouden tot 1926 om daarna de naam Boulogne-Billancourt aan te nemen. Op het tegelijkertijd verworven eiland werd in 1794 een leerlooierij gevestigd door Armand Seguin, een chemicus , zakenman, industrieel en zelfs bankier. Al in 1796 had hij fortuin gemaakt als de belangrijkste leverancier van leer aan de revolutionaire legers en vervolgens aan het rijk; de fabriek verwerkte meer dan 100.000 huiden per jaar. Het eiland kreeg later ook zijn naam Ïle Seguin. Boulogne diende als een tweede thuis, zowel discreet als modieus, voor ondernemers verrijkt met geld van de nationale activa maar ook met grote namen uit de financiële wereld of politiek: Cambacérès (hertog van Parma, Frans staatsman en jurist), Mollien (een Franse financier) en Rothschild (bankier). Veel later, in 1925, zal het eiland worden geïndustrialiseerd door de autofabrikant Renault die er een gigantische fabriek liet bouwen.

 

Deze voorstad van Parijs staat vol met (architectonische) juweeltjes uit de jaren '30 van de vorige eeuw


De voorstad vertoont vandaag nog steeds contrasten tussen Haussmann-woonwijken in het noorden en meer architectonische juweeltjes in het zuiden, waaronder vele schatten. Prachtige huizen van de hand van beroemde architecten waaronder Mallet-Stevens, Le Corbusier, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson,  en vele anderen. Door de verschillende wijken kun jij als liefhebber van culturele uitstapjes vele monumenten ontdekken, zoals de kerk Notre-Dame des Menus, het stadhuis ontworpen door Tony Garnier, ingehuldigd in 1934, het museum uit de jaren 1930, het Albert-Kahn-museum met zijn prachtige tuinen, De Bibliothèque Marmottan, die in 1932 werd nagelaten aan de Académie des beaux-arts door de oprichter Paul Marmottan. het Musée Paul Belmondo, het Parc Edmond-de-Rothschild aan de zuidpunt van het Bois de Boulogne en het huidige Ïle Seguin, nu een plaats van cultuur op zich. Het profiteert van een uitzonderlijke geografische ligging tussen Boulogne-Billancourt en Sèvres, herbergt La Seine Musicale en een stichting voor hedendaagse kunst. Andere internationale projecten gewijd aan cultuur en kunst zullen er binnenkort het daglicht zien.



 Het museum van de jaren 1930 is gevestigd in het Espace Landowski



Le Musée des Années Trente

In deze blog neem ik je mee naar slechts één van de juweeltjes in deze stad: Le Musée des Années Trente, het Museum van de jaren 1930 gevestigd in het Espace Landowski aan de avenue André Morizet 28, naast het prachtige stadhuis ontworpen door Tony Garnier in 1931 – 1934. Het metrostation Marcel Sembat komt rechtstreeks uit op deze avenue. Het gebouw is een schepping van architectenbureau Lobjoy Bouvier Boisseau in samenwerking met Yovan Josic, opgeleverd in 1998. Duidelijk een ode aan de architectuur van Le Corbusier en Malet-Stevens. Het herbergt tijdelijke tentoonstellingsruimtes, een amfitheater, een arthouse-bioscoop, de collecties van het museum uit de jaren dertig en het Paul Landowski-museum, een enorme mediabibliotheek, evenals ruimtes voor digitale creatie en initiatie tot multimedia. Het hart van dit gebouw vormt het schip als permanent kruispunt van ontmoetingen, ontdekkingen en regelmatig hernieuwde confrontaties.



Het beeld 'Trinité'  uit 1929 - Jean en Joël Martel


Jaro Hilbert - 'La dame en bleu', 1929 - het museum staat vol met de mooiste voorbeelden van art-deco

Het Musée des Années Trente herbergt ongeveer 800 sculpturen, 2.000 schilderijen, maar ook decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek en ook maquettes van herenhuizen en gebouwen uit de jaren dertig gegroepeerd op 3.000 m² en verdeeld over vier etages. Deze collecties benadrukken de kenmerken van de esthetische wereld van de jaren dertig: een terugkeer naar realisme en classicisme. Zeldzame werken van Bernard Boutet de Monvel, Alfred Courmes, Maurice Denis, Georges Desvallières, Amédée La Patelière, Eugène Poughéon, Henry de Waroquier, Joseph Bernard, Marius de Buzon en Tamara de Lempicka en Paul Landowski. De collecties van de beeldhouwer Paul Landowski (1875-1961), die sinds september 2017 in de Espace Landowski zijn ondergebracht, werden in 1982 door zijn erfgenamen geschonken aan de stad Boulogne-Billancourt. De kunstenaar staat bekend als de auteur van het standbeeld van Christus van Corcovado uit Rio de Janeiro.



Anne Carlu 'Diane chasseresse', 1927 - Tempera sur isorel


Het Musée des Années Trente herbergt decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek


'Clown', 1930 - Jean Lambert-Rucki / 'Paravent', 1930 - Louis Barillet, Jacques Le Chevallier


Een lift brengt je naar de start van de permanente tentoonstelling op de vierde etage van het gebouw, die geheel gewijd is aan zijn gehele oeuvre. De tentoongestelde sculpturen zijn representatief voor het werk van Paul Landowski. Het kleine beeldhouwwerk weerspiegelt zijn intieme kunst. De modellen tonen de omvang van zijn monumentale werk, vooral aanwezig in Parijs (Jardins des Tuileries, het Panthéon, Trocadéro, Invalides, enz.). De muren van de Tempel van de Mens geven de dimensie aan van een groot project, een niet-gerealiseerde droom, die de geschiedenis van de mensheid in bas-reliëf en in het rond beschrijft. Vier volledig gebeeldhouwde muren die het verhaal van de mensheid vertellen. Landowski presenteerde zijn plannen in 1925 op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes. Helaas bleef de tempel een prachtige utopie en dit falen werd pijnlijk gevoeld door de beeldhouwer.


 De nooit uitgevoerde 'Tempel van de Mens' 1925 - Paul Landowski


Voorstudie van 'La Nature 'Eternelle', 1943 - nu te bewonderen in het colombarium van het cimetière du Père Lachaise - Paul Landowski

Landowski werd geboren in 1875 in Parijs als zoon van een Poolse immigrant, die naar Frankrijk was gevlucht tijdens de Januariopstand (1863-1865). Hij studeerde aan de Académie Jullian waar hij les kreeg van Jules Lefebvre en aan de École nationale supérieure des beaux-arts. Lefebvre een geleerd schilder en veeleisende professor aan wie Paul zijn bijzondere beheersing van portretten en naakte te danken heeft. Tegelijkertijd werd hij door professor Faraboeuf geïnstrueerd om anatomische platen te tekenen die hij gebruikte voor zijn colleges aan de medische faculteit. Zo verwierf Landowski een uiterst nauwkeurige kennis van de anatomie, die in zijn ogen altijd het fundament zou vormen van zijn beeldhouwkunst. De honneurs beginnen vroeg voor Landowski. In 1900, hij was toen pas 25 jaar, ontvangt hij de Prix de Rome voor zijn beeldhouwkunst, wat hem vier jaar oplevert in de Villa Medici waar hij het oude Italië ontdekt en de Renaissance. Door zijn succes kreeg Landowski te maken met meerdere grote openbare opdrachten zoals de zonen van Kaïn, aangekocht door de staat en nu te zien in de tuinen van de Tuilerieën. Hij stierf in zijn huis in Boulogne-Billancourt op 31 maart 1961, op vijfentachtigjarige leeftijd.


'La France' 1919 - het monument werd ingehuldigd in 1935 - Paul Landowski


Een kleine kopie van 'Christus de Verlosser' te zien in Rio de Janeiro - Het origineel is 38 meter hoog en staat op de 710 meter hoge berg Corcovado, 1931 - Paul Landowski - Het gezicht van het beeld werd uitgevoerd door de Roemeense beeldhouwer Gheorghe Leonida


'Nocturne', 1926 - onderdeel van het graf van de componist Gabriel Fauré - Paul Landowski


Op de andere etages krijg je topstukken te zien van fascinerende art deco-stijl. De art deco stijl heeft enorme invloed gehad op de architectuur in en rond Parijs in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw. Maar wat is nu precies het verschil tussen art nouveau en art deco? Veel mensen vragen zich dat af, en zelfs kunstkenners vergissen zich nog wel eens. En toch kunnen de twee stijlen als dag en nacht van elkaar verschillen. Sterker nog, de ene stijl komt zelfs uit de andere voort. Art nouveau ontstond aan het eind van de 19e eeuw en duurde voort tot het begin van de 20e eeuw. Het is de stijl van de Franse Belle Epoque, met veel kleuren, glas in loodramen en rijkelijk gedecoreerd met zwierige lijnen geïnspireerd op natuurlijke vormen zoals bloemen en planten. Art deco daarentegen komt tot bloei in de jaren 20 - de zogenoemde Années Folles, een soort Franse Roaring Twenties - die zich kenmerkt door modernisme, symmetrie en ingetogenheid. Dit is vooral terug te zien in de rechte lijnen, afgestompte hoeken, cirkels en achthoeken. De eerder genoemde architecten; Le Corbusier, Mallet-Stevens, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson die in dezelfde stijl bouwden hadden hun werkterrein niet alleen in het 16e arrondissement maar ook in Boulogne-Billancourt. Bij de plaatselijk VVV kun je een brochure halen met daarin wandelroutes langs architectonisch interessante huizen. Je kunt ook op deze link klikken.


Mannequin hoofden van het warenhuis Siegel, 1925 - René Herbst en Pierre Petit


'Instruments de musique of Pastorale' 1923 - Jaques Lipchitz


Zoals je aan de foto’s kunt zien is een bezoek aan het Musée des Années Trente absoluut de moeite waard.



Het bezoek aan het museum van de jaren '30 brengt een extra bonus met zich mee 

Bonus

Voor dezelfde entree van slechts € 7 kun je nog tot en met 10 juli 2022 de fraai vormgegeven tentoonstelling bekijken over Jean Gabin. Icoon van de Franse cinema, mythe van de 20e eeuw, danser en oorlogsheld, Jean-Alexis Moncorgé, alias Gabin, belichaamde Frankrijk meer dan enige andere acteur. Dit retrospectief vertelt  over zijn jeugd in de naoorlogse hoogconjunctuur, van zijn familie in Boulogne-Billancourt, van zijn debuut op het podium tot zijn legendarische rollen, tot de beroemde studio's waar hij het record heeft voor opgenomen films. Tussen 1931 en zijn dood in 1976 maakte Gabin meer dan 90 films en kreeg meerdere prijzen voor zijn werk.

 

Gabin speelde in meet dan 90 films


Deze tentoonstelling is nog te zien tot en met 10 juli 2022


TIP

Lunch op het terras van het mythische Piscine Molitor, een prachtig art deco zwembadcomplex uit 1929. Ooit de locatie van avantgarde pool-parties, vandaag de dag een uniek vijfsterren hotel van de keten M-Gallery (onderdeel van de Accor groep) genaamd Hotel Molitor Paris. Een luxe hotel met 124 kamers en suites, een restaurant, dakterras en een spa van Clarins. Klassiek van buiten, modern en artistiek van binnen – met diverse verwijzingen naar het graffiti-verleden. De mosterdgele en kobaltblauwe façade, de mozaïeken op de vloer en de lange rijen badhokjes rond het water zien er uit als een filmdecor. Mede dankzij de spectaculaire opening in 1929 door niemand minder dan olympisch zwemkampioen Johnny Weismuller (bekend en wereldberoemd door zijn filmrol als Tarzan) werd Piscine Molitor al snel the place-to-be in Parijs. Nog een leuk weetje; zo werd in 1946, aan de rand van dit zwembad, een revolutionair nieuw kledingstuk gepresenteerd: de bikini. Een Franse uitvinding van Louis Réard, een Franse auto-ingenieur en kledingontwerper.


Hotel Molitor Paris, 2 avenue de la porte Molitor, metrostation Porte d’Auteuil, metrolijn 10 / Exelmans lijn 9.