Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 21 januari 2022

MUSÉE GUIMET DE SNELSTE ROUTE NAAR AZIË

We schrijven 1887. Er wordt druk gebouwd in het 7e en het aangrenzende 16e arrondissement. Parijs is in voorbereiding van de 10e Universele Wereldtentoonstelling die gaat plaatsvinden van 6 mei tot en met 31 oktober 1889. Op de Champs-de-Mars worden de fundamenten gelegd voor een gietijzeren toren van 300 meter hoogte die het symbool en tevens de toegangspoort moet worden van de tentoonstelling, een project van ene Gustave Eiffel en ontworpen door de ingenieurs Maurice Koechlin en Émile Nouguier. Een ander bekend gebouw dat speciaal voor de tentoonstelling wordt gebouwd is het Palais des Machines, naar een ontwerp van Ferdinand Dutert en ingenieur Victor Contamin. Het gebouw; 420 meter lang, 115 meter breed en 48 meter hoog is op dat moment het grootste gebouw van ijzer en glas ter wereld. Het werd opnieuw gebruikt tijdens de tentoonstelling van 1900 en helaas afgebroken in 1910.

Parijs in voorbereiding van de 10e Universele Wereldtentoonstelling
 

Schuin achter het Palais du Trocadéro, om precies te zijn in de driehoek van de rue de Lübeck, rue Boissière en de avenue d’Iéna, wordt druk gebouwd aan een project van de stad Parijs en een industrieel uit Lyon, Émile Guimet, om een museum te creëren over de religies van Egypte, de klassieke oudheid en de landen van Azië.


Officieel affiche van de Wereldtentoonstelling 1889 met de Eiffeltoren en het Palais des Machines - Foto Wikimedia

Émile Étiene Guimet was een erudiete entrepreneur, reiziger, kunstkenner (connaisseur) en mecenas. Hij schreef boeken: ‘Lettres sur l'Algerie’ (1877), ‘Promenades Japonaises’ (1880), en componeerde een opera, Tai-Tsoung (1894) maar ook het op muziek zetten van gedichten van Victor Hugo of Alfred de Musset. Gehuwd met Lucie Sanlaville die na slechts drie maanden huwelijk sterft. Daarna trouwt hij met zijn schoonzus Marthe Sanlaville, die hem zijn ​​enige zoon schonk, Jean Guimet.

Geboren op 26 juni 1836 als zoon van de rijke Lyonnaise bourgeoisie. Zijn vader, Jean-Baptiste Guimet, een ingenieur, had in 1827 een kunstmatige ultramarijn ontwikkeld, het zogenaamde ‘Guimet blauw’. Vervaardigd in Fleurieu-sur-Saône bij Lyon, bracht de verkoop van dit product puissante rijkdom voor de uitvinder, die hem vervolgens in staat stelde te investeren in de vervaardiging van een nieuw soort metaal; aluminium (1855). Zijn moeder, Rosalie Bidauld, was schilderes en afkomstig uit een familie van kunstschilders uit Carpentras. In 1860 werd Émile gedwongen om op 24-jarige leeftijd het beheer van de fabriek over te nemen. Zijn rijkdom op jonge leeftijd gaf hem de smaak en de middelen om veelvuldig naar het buitenland te reizen. 

 


Émile Guimet, Studio Durand, Lyon, ca 1870 (l) Guimet in zijn museum door Ferdinand Luigini 1898 - Foto's archief Musée Guimet

Het begon met een klassiek verblijf in Spanje (1862) daarna was het Duitsland, later Noord-Afrika, Oost- en Noord Europa. Al deze reizen leidden naar de mode van die tijd; het publiceren van reisverslagen. Vooral Egypte had grote invloed op het toekomstige museale werk van Émile Guimet. Hij ging er voor het eerst heen in 1865-1866, publiceerde Egyptische schetsen en ‘Dagboek van een toerist’ uitgegeven in 1867. Vanaf dat moment begon hij Egyptische oudheden te verzamelen en te bestuderen, waarbij hij in academische kringen vertoefde (hij was lid van de Academie de Lyon) en het idee kreeg van een eigen museum.  


 'Le nouveau Musée des Religions' 1888 - Foto archief Musée Guimet

In 1876 vertrok hij daarom naar de Wereldtentoonstelling in Philadelphia, bezocht en doorkruiste de Verenigde Staten om via de Stille Oceaan Japan, China en India te bereiken. Voor dit doel had hij zichzelf een missie gegeven die was uitgevaardigd door de minister van Onderwijs, namelijk om oosterse religies te onderzoeken. Zo slaagde hij er in om een indrukwekkende collectie exotische kunst op te bouwen die hij in Lyon ten toon wilde stellen.  Het initiële idee was om een school voor oosterse talen op te richten, speciaal voor het Japans met daarbij een religieus museum. Maar het geheel werd een mislukking en Émile besloot, teleurgesteld door de bezoekersaantallen en de povere ontvangst van zijn initiatieven in Lyon, het museum over te plaatsen naar Parijs. Er werd een overeenkomst gesloten waar Guimet zijn persoonlijke collectie zou schenken aan de staat in ruil voor een museum  waarvan het beheer gedurende zijn leven aan hem zou worden toevertrouwd. De overeenkomst werd bekrachtigd door een wet in 1885. De stad Parijs stemde van haar kant in om in het 16e arrondissement een stuk land aan te kopen zodat met de bouw van een museum kon worden begonnen. Naast een Aziatische collectie omvatte de rijke verzameling ook Egyptische voorwerpen, Grieks-Latijnse oudheden en zelfs Indiase voorwerpen. Het museum werd ingehuldigd op 20 november 1889, 20 dagen na de sluiting van de 10e Wereldtentoonstelling.

 


Het huidige Musée des Arts Asiatiques Guimet aan de place d’Iëna 6

Na de inhuldiging van het Parijse museum, eiste hij deponering van werken die toebehoorden aan de staat afkomstig uit diverse legaten. Bijvoorbeeld de Koreaanse voorwerpen van Charles Varat in 1893 of de Tibetaanse schilderijen en bronzen beelden meegebracht door Jacques Bacot in 1912. Guimet gaf tussentijds ook opdracht tot archeologische opgravingen. De meest bekende zijn die van Albert Gayet in Antinoé in Egypte, waar de necropolis belangrijke Koptische meubels en mummies leverde.



Een van de topstukken van het museum: 'Avalokitesshavara Bodhisattva' met de duizend armen afkomstig uit India, laat 18e eeuw begin 19e eeuw

Mata Hari, de artiestennaam van Margaretha Geertruida Zelle, geboren in Leeuwarden, maakte ’s avonds, op 13 maart 1905, haar debuut in de bibliotheek van het museum, met haar “Danses Hindoues’ of Javaanse dansen, zogenaamd geheime tempelrituelen. Guimet hielp haar aan de benodigde decoratie en attributen voor haar dansen. Maar het verhaal gaat dat Mata Hari ook zijn maîtresse was. Er werden vaker in het museum spirituele avonden georganiseerd. Tijdens de Belle époque was er veel belangstelling voor spiritualiteit en het Verre Oosten. De spirituele avonden in Musée Guimet pasten in de naweeën van de romantiek, toen in het westen toenemende interesse ontstond voor oosterse beschavingen en filosofieën. Guimet wilde aan de hand van de collectie naar mogelijke verbanden zoeken tussen álle goden en geloven van de mensheid. Hij stierf op12 oktober 1918 in Fleurieu-sur-Saône.


Khmer-kunst uit Cambodja

In 1927 werd het Musée Guimet toegevoegd aan het Directoraat Musées de France en begon nieuwe kunststukken te verzamelen uit enkele particuliere legaten, waaronder voorwerpen die werden meegebracht door de grote expedities naar Centraal-Azië en China, zoals die van Paul Pelliot of Édouard Chavannes. Vanaf 1927 ontving het museum ook originele werken van de Indochinese afdeling van het ‘Musée de Trocadero’. Gedurende de jaren 1920 en 1930 arriveerden ook voorwerpen van opgravingen door de Franse archeologische delegatie in Afghanistan. Als onderdeel van een ingrijpende reorganisatie van de nationale collecties stuurde het Guimet-museum vanaf 1945 zijn Egyptische stukken naar het Louvre en ontving in ruil daarvoor alle werken van de Aziatische kunstafdeling van het Louvre. Vanaf dat moment werd de instelling aan de Place d'Iéna een van de allereerste kunstmusea van Azië ter wereld onder de naam ‘Musée national des Arts asiatiques Guimet’, kortweg Musée Guimet.

 


Na de renovatie door Henri en Bruno Gaudin wordt de collectie overzichtelijk gepresenteerd, geordend naar culturele regio’s



In 1993 krijgen de architecten Henri en Bruno Gaudin de opdracht voor een totale herstructurering van de complete binnenruimtes met als doel de door Émile Guimet opgerichte instelling in staat te stellen zich meer en meer te positioneren als een belangrijk kenniscentrum van de Aziatische beschavingen in het hart van Europa. De bouw startte in 1996 en in 2001 werd het museum heropend. De architecten gaven de prioriteit aan het daglicht en het creëren van open perspectieven in de permanente galerijen met een tentoonstellingsoppervlak van 5.500 m². Je wandelt nu door elegant ontworpen ruimtes die baden in natuurlijk licht en je ontdekt 5.000 jaar geschiedenis gepresenteerd door zo’n 4.000 kunstvoorwerpen van onschatbare waarde.



De Khmer-kunst uit Cambodja is een van de mooiste ter wereld. Bij binnenkomst valt onmiddellijk een enorme sculptuur op afkomstig uit de tempel van Angkor. Zware zandstenen blokken (gewicht 12 ton). Ze werden gedemonteerd en per boot over de Mekong naar Phnom Penh en vervolgens naar Frankrijk vervoerd. Daar werden ze eerst tentoongesteld op de Wereldtentoonstelling van Parijs.


Het museum bezit een van de mooiste collecties op de wereld van Aziatische kunst




De zijderoute verdeeld over verschillende etages loopt door het museum gepresenteerd door kunst, brons, wapens, voorwerpen uit het dagelijks leven, schilderkunst, keramiek en staande, zittende en liggende boeddha’s, uitgevoerd in verschillende materialen. Sommige lachend andere de ernst zelf. Zenmonniken uit Japan, een 17e-eeuws Samoerai-harnas, maar ook Nederlands Delfts aardewerk waaronder een balustervormige vaas in Delftsblauwe Chinoiserie-stijl uit het einde van de 17e-eeuw, voorstellend een landschap van pijnbomen en rotswerk, duidelijk geïnspireerd op Chinees overgangsporselein.

 


De verkenning voert je door Afghanistan en Pakistan, het verbazende India, Tibet en Nepal, het klassieke China, Korea en Japan, Birma, Thailand en Vietnam.

In de oude, ronde bibliotheek schittert een schat aan boeken, maar ook prachtig textiel. Een schenking van de kleindochter van de Indische dichter Rabindranath Tagore. Helemaal bovenin, vanaf de ronde hal op de derde etage, wordt je getrakteerd op een uniek uitzicht over de daken van Parijs en de Eiffeltoren. In de zomer is er een panoramisch terras met een bijzondere architectuur waardoor je je op het dek van een boot waant.

 

De ronde bibliotheek is een van de mooiste zalen in het Musée Guimet


Foto: Musée Guimet


De imense koepel van de bibliotheek wordt ondersteund door negen kariatiden, vrouwenbeelden die gebruikt worden als pilaren


Een hoofd vindt zijn lichaam

Dan resten mij nog twee bijzondere anekdotes. In 1939 vonden archeologen in Cambodja in de enorme tempel van Bakong, ingewijd door koning Indravarman 877- 886), een wonderschoon gebeeldhouwd hoofdje wat cadeau wordt gedaan aan de Amerikaanse ambassadeur John Gunther Dean, als dank voor zijn humanistische acties in de oorlog. De diplomaat schenkt in 2006 het hoofdje aan het Musée Guimet en dan slaat de magie toe. In de opslagruimte van het museum lag al 70 jaar een gebeeldhouwd vrouwenlichaam zonder hoofd, waarvan de breuklijn perfect klopte met die van het hoofdje. Een goddelijke hereniging volgde.


Godin uit de tempel van Bakong Cambodja (l)  - Het hoofd van de Godin Harihara (r) – Foto’s Musée Guimet

Een krantenartikel uit 2016: Frankrijk heeft het hoofd van een 7e-eeuws beeld van de hindoegod Harihara teruggegeven aan Cambodja, meer dan 130 jaar nadat het was verwijderd. Het hoofd werd in 1882 of 1883 uit de Phnom Da-tempel in de zuidelijke provincie Takeo in Cambodja gehaald door de Franse taalkundige en archeoloog Étienne Aymonier, die de eerste was die de Khmer-ruïnes in Cambodja, Thailand, Laos en Vietnam aan het eind van de 19e eeuw volledig verkende en documenteerde. Cambodja was in die tijd een protectoraat van Frankrijk, onderdeel van de kolonie Frans Indochina, en Aymonier was de koloniale bestuurder, van 1874 tot 1882 of 1883. Aymonier onderzocht oude tempels en kloosters in het zuiden van Cambodja en verzamelde een groot aantal artefacten die hij mee terug nam naar Frankrijk.  Aymoniers verzameling Khmer-schatten werden toen tentoongesteld op de Paris Exposition Universelle van 1889. Het jaar daarop werden ze toegevoegd aan de Aziatische collectie van het Guimet-museum in Parijs. Terwijl het hoofd zich in het museum in Frankrijk bevond, vond de Franse archeoloog Henri Parmentier in 1913 het hoofdloze lichaam van een standbeeld in Phnom Da. In 1944 werd het lichaam overgebracht naar het Nationaal Museum van Cambodja in Phnom Penh. Iets meer dan een decennium later, in 1955, stelde de Cambodjaanse archeologie-expert Pierre Dupont dat het hoofd in het Musée Guimet en het lichaam in het Phnom Penh-museum bij elkaar hoorden.


Staande, zittende en liggende boeddha’s, uitgevoerd in verschillende materialen bevolken de zalen



De hypothese van Dupont werd juist bevonden toen het restauratieatelier van het Nationaal Museum een mal van het bovenlichaam maakte en dit naar Frankrijk stuurde. Het paste perfect bij het hoofd. Het hoofd en andere artefacten die Aymonier voor het Guimet museum verzamelde, werden legaal geëxporteerd, dus er was geen sprake van een kunstroof of rechtszaak. Aymonier had de toestemming van koning Norodom om de werken naar Frankrijk te exporteren, waar ze zouden worden tentoongesteld om het Westen het belang en de schoonheid van de Khmer-kunst te laten zien. Het Musée Guimet en het Nationaal Museum sloten een deal om het hoofd te ruilen voor een recent opgegraven sokkel uit de 10e eeuw, die weer paste bij een standbeeld van de dansende godin Uma uit de Guimet-collectie. Beide stukken zijn in permanente bruikleen, dus er is geen officiële verandering in juridisch eigendom. Het hoofd blijft eigendom van de Franse staat en Uma’s voetstuk en voeten blijven eigendom van de Cambodjaanse staat.  Op 21 januari 2016 hebben restauratoren het hoofd van Harihara weer vastgemaakt aan het lichaam in het Nationaal Museum in Phnom Penh. De ceremonie werd bijgewoond door 200 mensen, waaronder regerings- en museumfunctionarissen, diplomaten en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders.


Vanaf de ronde hal op de derde etage, wordt je getrakteerd op een uniek uitzicht over de daken van Parijs en de Eiffeltoren


Dit museum is absoluut een bezoek waard en biedt een volledig overzicht van de omvangrijke kunstproductie uit Azië. De collectie wordt overzichtelijk gepresenteerd, geordend naar culturele regio’s.


Musée des Arts Asiatiques Guimet, place d’Iëna 6, Metro Iëna – lijn 9. Voor openingstijden check de website.



woensdag 12 januari 2022

PARC DE BAGATELLE EEN VERBORGEN PAREL IN PARIJS

Het Bois de Boulogne is hèt wandelgebied voor vele Parijzenaars. Ondanks zijn ligging naast de boulevard Périphérique komen de inwoners van Parijs hier voor de frisse lucht zonder de auto te moeten nemen. Het ‘bos’ heeft alles voor wandelaars, ruiters, joggers, roeiers, vissers en fietsers. Prachtige meren, watervallen, vijvers, tuinen en onberispelijke perken. De huidige  lay-out hebben we te danken aan Colbert die in de 17e eeuw in dit koninklijke jachtveld rechte lanen liet aanleggen die zich stervormig kruisten. Pas in de 19e eeuw begonnen Napoleon III en Haussmann het bos te cultiveren en kronkelende paden aan te leggen en vijvers en meren te graven. Het bos dat het hele westen van Parijs beslaat is ruim 8 km² groot.

 


Dit toegangshek brengt je naar een ongekende parel

Diep in het bos beschermt een oude stenen muur een luxueuze botanische tuin die, wanneer ontdekt, aanvoelt als een echte ontdekking. Ik heb het over het Parc de Bagatelle. Een parel die zelfs door de Parijzenaars vaak over het hoofd wordt gezien. Als gevolg hiervan behoudt het het gevoel van een geheime tuin, een mysterie dat nog eens versterkt wordt door de locatie; verborgen in het uitgestrekte areaal van de bossen van Boulogne. De geschiedenis van deze tuin is er een van toevalligheden en vreemde anekdotes.

 

Het Parc de Bagatelle in het Bois de boulogne


De allereerste bewoning van dit deel van het bos was die van een nonnenklooster. Begin 1720 kreeg de hertog van Estrées van de koning toestemming hier een sober jachthuis te kopen en te verbouwen tot een klein kasteeltje. Hij noemde het comfortabele, wat verscholen kasteeltje ‘Bagatelle’. In het Franse bargoens staat ‘bagatelle’voor een stevige vrijpartij. Heel wat avontuurtjes werden hier in deze discrete schuilplaats beleefd, maar ook speelden er zich in het kasteel feesten en drinkgelagen af maar die…. werden altijd gebagatelliseerd. Het kasteel was in die tijd zelfs de maatstaf voor losbandigheid. Toen het gebied eenmaal in bezit was van de hertog van Estrées werd het uitgebreid en het omliggende gebied gecultiveerd. Maar na verloop kreeg het kasteel door alle orgies en intriges een slechte naam, werd verlaten en raakte in verval.



De bomen vertellen de geschiedenis van het park, sommige meer dan honderd jaar oud
 

In 1775 kocht een fervent jager, de zeer jonge graaf van Artois, de toekomstige Karel X, en broer van Lodewijk XVI, het landgoed van de prins van Chimay. De ‘Comte’ liet al snel de ruïne  slopen, met plannen om het te herbouwen. Toen zijn schoonzuster, Marie Antoinette, hoorde van de aankoop, melde zij de graaf dat zij bij hem zou komen logeren mits het kasteel in 100 dagen klaar zou zijn. Was dat niet het geval dan moest de graaf haar 100.000 Franse francs betalen. Maar als hij haar kon ontvangen dan kreeg hij 100.000 Franse francs van haar. De graaf ging de uitdaging aan. De plannen voor het park en het kasteel werden in één nacht getekend door de architect François-Joseph Bélanger. Hij creëerde een groot neoklassiek paviljoen. 900 arbeiders werden ingehuurd en werkten dag en nacht om het chateau Bagatelle in al zijn pracht te herstellen. De kosten liepen echter zo hoog op dat het kasteel al snel de bijnaam ‘La Folie d’Artois’ kreeg. Maar de graaf won de weddenschap; de bouw werd gerealiseerd in slechts 64 dagen. Thomas Blaikie, de Schotse botanicus en ingehuurd door Bélanger creëerde het park in Anglo-Chinese stijl, zeer modieus op dat moment en werd ook gezien als een reactie op de strikte beperkingen van de klassieke Franse stijl.



 Het Kasteel Bagatelle (links) op de kaart van Parijs uit 1932

Het landgoed heeft vervolgens verschillende eigenaren gekend. In 1837 kocht de Engelse Lord Seymour, vierde Markies van Hertford, Bagatelle. Tuinliefhebber als hij was, begon hij met de bouw van een orangerie en kocht de omliggende 10 ha., waar hij een Engelse landschapstuin liet aanleggen door Louis-Sulpice Varé. Er werden nog meer nieuwe gebouwen opgetrokken: de hoofdingang in rococo-stijl, de stallen en het huis van de chef-kok en tuinman in Lodewijk XIII-stijl. Het kasteel werd opnieuw verbouwd en met één verdieping verhoogd. Napoleon III en keizerin Eugenie, evenals koningin Victoria waren graag geziene gasten in het château. 

Tekeningen van het kasteel uit de tijd van Lord Seymour


De koepel van de 'Salon' op de eerste etage - foto Fondation Mansart

Na de dood van de Markies in 1870 komt het kasteel in handen van zijn zoon; Sir Richard Wallace, die wij kennen van de beroemde Parijse drinkfonteinen. Wallace liet het Trianon bouwen aan een zijde van de grote binnenplaats. Toen hij stierf in 1890 erfde zijn vrouw Lady Wallace, geboren als Julie Amélie Charlotte Castelnau, zijn fortuin. In 1894 schonk zij bijna 5.500 meubels, schilderijen en kunstwerken uit de collectie van de markies van Hertford aan de Engelse natie, op voorwaarde dat het Londense museum, waarin de collectie zal worden tentoongesteld de naam van haar man zal dragen. De Wallace Collection is een van ’s werelds mooiste collecties van 18e-eeuwse Franse kunst. Het museum is gevestigd in het herenhuis Hertford House aan de Manchester Gardens in Londen. Ene John Murray Scott, secretaris van Lady Wallace en overigens ook haar minnaar, erft Bagatelle bij haar overlijden. In 1905 stond hij het pand af aan de stad Parijs, maar niet voordat hij het kasteel plunderde waarbij hij de meubels en de buitenversieringen meenam.



 Château de Bagatelle in betere tijden - foto wikimedia

In 1905 vertrouwde de stad Parijs de herontwikkeling van de tuinen toe aan de curator van ‘Les Jardins de Paris’: Jean-Claude-Nicolas Forestier (wel een toepasselijke naam). Aan hem zijn we het huidige ontwerp van het park verschuldigd met respect voor het verleden. Hij transformeerde  het terrein in weelderige, romantische botanische tuinen met behoud van de oorspronkelijke 18e-eeuwse rococo-tempels, grotten en meren. Forestier was een vriend van de kunstschilder Claude Monet en een enorm bewonderaar van het impressionisme. Zijn veelvuldig bezoek aan Giverny, de wereldberoemde tuinen van Monet, inspireerde hem tot de aanleg van de vijver met natuurlijk waterlelies. In de manier waarop impressionisten in die tijd schilderden zag hij een manier om planten te presenteren. Er werden rozentuinen geplant en de ‘Roserie de Bagatelle’ werd opgericht met een collectie die nu 10.000 rozenplanten omvat, samengesteld uit 1.500 verschillende soorten. Het is inmiddels een van de oudste en belangrijkste rozentuinen in Frankrijk. Ze werd ingehuldigd in 1907, met honderden variëteiten aangeboden door Jules Gravereaux, verzamelaar en createur van een andere beroemde rozentuin, die van ‘l’Hay-les-Roses’. Jules Gravereaux (die zijn fortuin verdiende in het warenhuis Bon Marché in Parijs), kocht in 1892 een groot landgoed in L'Haÿ ongeveer 8 km ten zuiden van Parijs en huurde de beroemde landschapsarchitect en tuinder Édouard André in om een ​​tuin aan te leggen met daarin 1600 rozen. De tuin schijnt de allereerste tuin te zijn die exclusief aan rozen is gewijd.


De tuin is een ontwerp van Jean-Claude-Nicolas Forestier

Op initiatief van Forestier werd in 1907 in Bagatelle de eerste internationale wedstrijd voor nieuwe rozen geboren: De internationale rozenwedstrijd van Bagatelle. De wedstrijd is open voor het publiek en beloont elk jaar in juni drie unieke rozen voor hun schoonheid en één voor de geur. Nog een leuke wetenswaardigheid, op 15 maart 1907 maakte Charles Voisin hier zijn eerste mechanische vlucht met een vliegtuig uitgerust met een V8 verbrandingsmotor.



Le Parc de Bagatelle is een ‘Jardin Remarquable’ 

 

Er is ook een iristuin, tuinen vol met pioenrozen en clematissen, waterspiegels en vijvers vol met waterplanten en waterlelies zoals wij die kennen van de schilderijen van Monet. Maar bloemen zijn niet de enige attractie van dit park. Talrijke pauwen zorgen voor een ongewone attractie die pronkt over de paden van het park. Dit alles in goede harmonie met de ganzen en katten in deze overigens zeer rustige omgeving. Er is ook een grot, watervallen, evenals een aantal ‘gloriëttes’ (bouwsels met een verhoogde ligging) standbeelden en romantische bruggetjes, torenhoge eeuwenoude bomen, waaronder een 140-jarige treurbeuk en kleurige mystieke bamboepaden. 


Talrijke pauwen zorgen voor een ongewone attractie die pronkt over de paden van het park


Verder valt er ook een Chinese pagode te bewonderen, weliswaar een kopie van de echte. De oorspronkelijke pagode maakte deel uit van de ‘Exposition Universelle de Paris’ van 1867.  Het was Lord Seymour, markies van Hertford die de Chinese pagode plaatste op het landgoed. In 1906, toen het park eigendom werd van de stad Parijs, werd de pagode om onduidelijke redenen verkocht aan Lord Astor, voor zijn gloednieuwe ‘garden’ op zijn landgoed in Cliveden, Buckinghamshire, Engeland. De kopie werd in Engeland geproduceerd en in 1996 in het Parc de Bagatelle geïnstalleerd. Het interieur is prachtig versierd met schilderijen van vogels.



De bijzondere Chinese pagode


Wat een schril contrast het serene van dit prachtige park met de wolkenkrabbers van La Défense

Terwijl het park bijzonder goed wordt onderhouden is de conditie van het kasteel aanzienlijk verslechterd door gebrek aan onderhoud en toezicht door de jaren heen. In het jaar 1980 werd de vereniging ‘Vrienden van het park en kasteel Bagatelle’ opgericht. Zij organiseerde culturele programma’s, conferenties en tentoonstellingen om de belangstelling voor dit bijzondere pareltje nieuw leven in te blazen. Het is met name aan de ‘Fondation Mansart’ en de Amerikaanse Amy Kupec Larue, bloemiste voor de Amerikaanse Ambassade en gids van de tuinen van Parijs dat sinds 2019 wordt gewerkt aan de restauratie van het kasteel. Het restauratieproject begon in mei 2021 met het herstellen van de gevels, daken, kroonlijsten en schrijnwerk. Het is de bedoeling om het prachtige interieur in 2022 te herstellen om het daarna weer open te stellen voor het publiek.



In 2022 gaat het kasteel weer open voor het publiek


Details van het verval

Wist je trouwens dat het Château de Bagatelle een van de zeven kastelen is in de stad Parijs? Samen met de Conciergerie, het Louvre, Palais Luxembourg, Palais Royal, het Château de Bagnolet en het Château de la Muette.

 


Le Parc de Bagatelle is een ‘Jardin Remarquable’ (Het label opgericht in 2004, onderscheidt tuinen en parken van cultureel, esthetisch, historisch of botanisch belang, zowel openbaar als privé) en een van de vier tuinen die samen de botanische tuinen van Parijs vormen. De andere zijn ‘Parc Floral de Paris’, het ‘l’Arboretum de l’ecole du Breuil’, beiden in het Bois de Vincennes en de ‘Jardin des Serres d’Auteuil net als het Parc de Bagatelle in het 16e arrondissement.



Zelfs op winterdagen kun je altijd rustige plekjes vinden om je helemaal los te maken van het dagelijkse hectische leven

Het bloeiseizoen in het park begint in het voorjaar met de voorjaarsbollen en de clematis. Daarna gaat het verdere met de irissen en de rozen (juni en juli). Verder in het seizoen bloeien de geraniums, asters en chrysanten en de laatbloeiende clematis. Tijdens je wandeling, mogelijk in alle seizoenen, worden al je zintuigen geprikkeld. Het park is daarom een plek om keer op keer te bezoeken als je ten volle wilt genieten van de schatten die het herbergt. Zelfs op winterdagen kun je altijd rustige plekjes vinden om je helemaal los te maken van het dagelijkse hectische leven. Mijn tip: voeg dit pareltje van Parijs toe aan je ‘must visit’ lijst van Parijs.

 

Parc de Bagatelle

Het adres is Allée de Longchamp, Route de Sèvres à Neuilly, Bois de Boulogne, in het 16e arrondissement.

Om daar te komen neem je de metro naar Pont de Neuilly (lijn 1) en vervolgens buslijn 43 of de metro naar Porte Maillot (lijn 1) en vervolgens buslijn 244.

TIP: Buslijn 43 die vertrekt vanaf het Gare du Nord stopt voor de ingang.

Ik ben gaan lopen vanaf metrostation Porte Dauphine (lijn 2), dwars door het Bois de Boulogne naar het Parc de Bagatelle. Een heerlijke wandeling van 40 minuten.

Voor openingstijden die verschillen per seizoen check de website. 



maandag 3 januari 2022

‘FRONT ROW’ BIJ THIERRY MUGLER

Mijn eerste blog in 2022, en natuurlijk wens ik jullie allemaal een gezond en gelukkig nieuw jaar toe. Zelf net weer terug uit Parijs, waar ik gelukkig kon bijtanken toen in Nederland alles op slot ging. Parijs bezoeken tijdens de feestdagen is sowieso altijd een feest en dat ga ik in komende blogs met jullie delen.

Op mijn to-do lijstje stond een bezoek aan het ‘Musée des Arts Décoratifs’ en de tentoonstelling Thierry Mugler: Couturissime. De tentoonstelling die voor het eerst opende in 2019 in Montreal en vervolgens stops had in Rotterdam en München voordat ze in Parijs landde. Parijs is dan ook de laatste halte van deze tentoonstelling met meer dan 150 oogverblindende creaties van deze ontwerper. 

Jarenlang weigerde Mugler toestemming voor een overzichtstentoonstelling van zijn werk omdat hij gewoon niet dol was op een typische chronologische benadering. De ontwerper wilde gewoon geen ‘begrafenis tentoonstelling’, tot hij in 2016 Nathalie Bondil algemeen directeur van het ‘Montreal Museum of Fine Arts’ tegenkwam. Terwijl hij eerder aanbiedingen van het Metropolitain Museum of Art, het MOMA in New York, het Victoria & Albert Museum in London en het Palais Galiera in Parijs afsloeg was Bondil de enige die voorstelde om zijn werk te ensceneren, meer als een promenade of een klassieke opera bestaande uit zes verschillende ‘aktes’. ‘Macbeth & the Scottish Lady’, ‘Stars & Sparkles’, ‘Belle de Jour & Belle de Nuit’, ‘The Photographers Eye’, ‘Metamorphosis’ en ‘Futuristic & Fembot Couture’, nemen de bezoekers mee in de wereld van Mugler; “Where the world is a stage”. Elk van deze zalen, oftewel aktes, zoomt in op een ander aspect van Muglers werk. Hoe dan ook, de tentoonstelling is een deep dive in de wereld van de couturier, waarin je even ondergedompeld wordt in zijn ideeën en van de ene verwondering in de andere valt.


Métamorphoses; ‘la séduction humaine’

 

De eerste tentoonstelling in 2019 in Montréal trok maar liefst 290.000 bezoekers. De tentoonstelling is samengesteld door curator Thierry-Maxime Loriot, onder leiding van Nathalie Bondil. Het originele tentoonstellingsontwerp is van Sandra Gagné. Veel van de interactieve opstellingen in de zalen zijn vormgegeven door decorontwerpers als Michel Lemieux en Philipp Fürhofer en door special-effects van studio Rodeo FX. Ook heeft de in Londen gevestigde Nederlandse ontwerper Tord Boontje voor een van de zalen kroonluchters met Swarovski-kristallen ontworpen. De mannequins zijn speciaal voor de tentoonstelling gemaakt door Hans Boodt Mannequins uit Rotterdam. Dus al met al toch een Nederlands tintje.




De openingszalen van de tentoonstelling zijn gewijd aan de collecties ‘Les Insectes’ en ‘Chimère’ van Thierry Mugler uit de late jaren ‘90, video-achtergronden van Sylvan- en oceanische scènes, met geluiden van tjilpende vogels, krekels en kabbelend water, allemaal gemaakt door  het met een Emmy genomineerde visuele effectenbedrijf Rodeo FX. Zo is er een zaal die inzoomt op de relatie van de ontwerper met sterren, een andere zaal is gewijd aan zijn werk uit 1985 voor het theaterstuk Lady Macbeth, de derde aan de Glamazons van Mugler, de vijfde aan de futuristische ontwerpen met robotelementen en de laatste aan de dierlijke metamorfoses. De vierde zaal verdient een bijzondere vermelding aangezien deze zaal tot stand is gekomen met de Helmut Newton Foundation in Berlijn. De stichting, opgezet door de wereldberoemde modefotograaf, werkte nog nooit op deze manier samen met een museum. Mugler huurde Helmut Newton in om zijn eerste advertentiecampagne te fotograferen in 1976. “Helmuts werk is precies conform mijn visie, hij voelt als mijn tweelingbroer”, aldus Thierry Mugler. Newton en Mugler werkten twintig jaar samen en Newton inspireerde de ontwerper ook om zelf fotografie op te pakken. Naar verluidt bemoeide Mugler zich namelijk zoveel met de foto shoot dat Newton hem toebeet om het dan zelf maar te doen.



De tentoonstelling zelf is letterlijk een aanslag op al je zintuigen en dat bedoel ik positief.

Thierry Mugler: Couturissime volgt de carrière van deze uitzonderlijke creatieve geest en laat de vele facetten van deze unieke en multi-getalenteerde meester van de couture zien, die als motto had: “Mijn limiet is geen limiet”. Te zien zijn zo’n 150 outfits, de meesten voor het eerst gerestaureerd en tentoongesteld, geproduceerd tussen 1977 en 2014, in combinatie met accessoires, theaterkostuums, video’s, filmclips, video’s, archieven en nooit eerder gepubliceerde schetsen. Er worden ook honderd zeldzame afdrukken gepresenteerd van de grootste modefotografen en kunstenaars, zoals Lillian Bassman, Guy Bourdin, Jean-Paul Goude, Karl Lagerfeld, Paolo Roversi, Dominique Issermann, David LaChapelle, Luigi & Iango, Alix Malka, Max Abadian, Steven Meisel, Mert & Marcus, Sarah Moon, Pierre et Gilles, Paolo Roversi, Herb Ritts, Ellen von Unwerth en zoals eerder vernoemd; Helmut Newton.



Er worden ook honderd zeldzame afdrukken gepresenteerd van de grootste modefotografen waaronder David LaChapelle

De tentoonstelling zelf is letterlijk een aanslag op al je zintuigen en dat bedoel ik positief. Wat een spektakel, wat een verscheidenheid aan werk maar vooral wat een vakmanschap. Het onthult hoe deze creatieve duizendpoot de modegeschiedenis veranderde en vele generaties ontwerpers heeft beïnvloedt met een unieke visie en tomeloze creativiteit. Oogverblindende mode, op maat gemaakt voor het ‘instagram-tijdperk’ en / of de rode loper.  Ik noem David Bowie, Liza Minelli, Diana Ross, Lady Gaga, Céline Dion, Beyoncé en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Allemaal gekleed, dan wel 'onder handen genomen'; gestyled door de van oorsprong Franse couturier. Zalen bomvol met luxueus en vaak sprookjesachtig aangeklede paspoppen. Statische modellen die getooid zijn in japonnen en pakken bedolven onder de veren, pailletten, kralen, studs en spikes. Mannequins waar je met je neus bovenop mag staan en dus prachtig zicht hebt op alle ingenieuze details van Muglers creaties. Eigenlijk de overtreffende term van extravagant. In deze spectaculaire tentoonstelling zijn de verschillende werelden van deze markante kunstenaar, visionair, couturier, regisseur, fotograaf en parfumeur voor het eerst in Parijs te bewonderen.

 


Oogverblindende mode, op maat gemaakt voor het ‘instagram-tijdperk’ en / of de rode loper

Nu weet ik eerlijk gezegd niet zo heel veel van deze Franse modemaker. Behalve dan dat zijn werk te herkennen is aan de strakke lijnen, brede schouders en ingesnoerde tailles. 90-60-90 de gulden snede van het zogenaamde ideale vrouwenlichaam; borsten, taille, heupen. Omdat ik er graag meer over wil weten is het fijn dat Google er is.



De tentoonstelling is samengesteld door curator Thierry-Maxime Loriot, onder leiding van Nathalie Bondil


Futuristic & Fembot Couture

 

Biografie

Geboren in 1948 als Manfred Thierry Mugler in Straatsburg Frankrijk. Van 1962 tot 1967 volgt hij een dansopleiding waar hij op veertienjarige leeftijd al danste op het hoogste niveau bij het ballet van de Opéra National du Rhin. In de tussentijd realiseert hij zich dat dat hij meer kan verdienen als freelance modeontwerper. Hij volgt een studie aan de Kunstacademie van Straatsburg, de ‘École des Arts Decoratifs de Strasbourg’,  en verhuist als 20-jarige designer naar Parijs om er zijn schetsen te verkopen aan onder andere Dorothée Bis en Cacharel. Vijf jaar later, in 1973, presenteerde hij zijn eerste collectie onder de naam, ‘Café de Paris’. Azzedine Alaia  sluit zich aan bij Mugler en begint te helpen bij het ontwerpen van zijn creaties. Hij werkt voor hem tot eind jaren zeventig. In 1974 volgt het modehuis onder eigen naam: Thierry Mugler, met ready-to-wear collecties voor zowel mannen (eenmalig)  als vrouwen. In 1978 opent hij zijn eerste boetiek op de Place des Victoires.

 

'Le Lab Mugler' gewijd aan Muglers parfumcollectie


In 1983 koopt hij zijn eerste fabriek in Angers. De drie jaar daaropvolgend openen er verschillende winkels in onder andere Brussel en Genève. In 1986 gaat de tweede Mugler winkel open in Parijs. Voor het tienjarige bestaan van het modehuis organiseert de succesvolle designer voor meer dan 6000 genodigden de eerste modeshow ooit in de Franse buitenlucht, waar 800 projectoren, 350 ontwerpen, 60 modellen en 40 kappers en visagisten worden ingezet. 4.000 Mensen betaalden voor een kaartje 200 Franse francs.

 

'La Mode mise en scène'


In 1988 produceert hij zijn eerste boek 'Thierry Mugler, ‘Photographer’. Met steeds verder groeiend succes bouwt Mugler een naam op voor zijn catwalk shows en tegen 1992, hij had zijn eerste haute couture-collectie ontworpen, brengt hij zijn eerste parfum uit; 'Angel'. Het stervormige flesje staat symbool voor het tijdloze en universele bestaan.

In de daaropvolgende twee jaar worden er meer boetieks geopend en in 1997 introduceert Mugler zijn eerste mannelijke geur; 'A*MEN'.

In 1998 is Mugler de eerste ontwerper die een virtuele modeshow op de computer maakt en het jaar daarop brengt Mugler zijn tweede boek 'Fashion Fetish Fantasy' uit. Een andere geur volgt in 2005; 'Alien' en in hetzelfde jaar opent Mugler de 'Thierry Mugler Perfume Workshops', met als doel het vakmanschap en de kennis te verbreiden om geuren te creëren.

Mugler lanceert in 2007 nog eens een collectie van vijf geuren. Het jaar daarop wordt een schoonheidslijn gelanceerd en in 2010 een website Womanity.com, een plek waar vrouwen hun vrouwelijkheid en visies kunnen uiten.

In 2009 wordt Mugler benoemd tot artistiek directeur van Beyonce's 'I Am? World Tour' waarvoor hij alle kostuums ontwerpt.



Mugler huurde Helmut Newton in om zijn eerste advertentiecampagne te fotograferen in 1976, een samenwerking die 20 jaar zal duren

 

Eerder, in 1997, verkoopt hij zijn bedrijf aan Clarins cosmetica waar hij tot 2002 werkzaam blijft. Vorig jaar kocht l’Oréal het hele merk.

Sinds 2002 is hij niet meer actief in de modewereld maar nog wel als regisseur en kostuumontwerper voor onder andere Cirque du Soleil. Voor hen ontwerpt hij de kostuums voor de ‘Zumanity show van Cirque du Soleil in Las Vegas. Hij schrijft, regisseert "The Wyld", een toneelspektakel dat in 2014 in première ging in het Friedrichstadt-Palast in Berlijn. "Gebaseerd op Nefertiti, het meest verbazingwekkende supermodel ooit", aldus de inmiddels 73-jarige duizendpoot vanuit zijn huis in Berlijn.



Thierry Mugler: Couturissime, een initiatief van en geproduceerd door het Montreal Museum of Fine Arts (MMFA), in samenwerking met het modehuis Mugler en de Clarins / l’Oréal Group, biedt een kijkje in de unieke gedachtegang van de Franse designer die een revolutie teweegbracht in de mode en haute couture. De tentoonstelling biedt bezoekers de mogelijkheid om een duik te nemen in Muglers unieke verbeeldingskracht waarin perfectionisme, Hollywoodachtige prestige, dromen, exotische wezens, erotiek en sciencefiction elkaar afwisselen. De tentoonstelling is nog te zien in het ‘Musée des Arts Décoratifs’ tot en met 24 april 2022. Vooraf reserveren is aangeraden.