Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label 75017. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 75017. Alle posts tonen

woensdag 27 mei 2026

DE ARC DE TRIOMPHE DE L’ÉTOILE

 

Ons ‘point de départ’ is dit keer een ster: de Étoile. Het plein is officieel herdoopt tot place Charles de Gaulle, maar iedereen gaullist of anti-gaullist heeft het nog steeds over de (place de l) ’Étoile, de ster. Het vermaarde verkeersplein, dat vandaag de dag de naam draagt van Charles (André Joseph Marie) de Gaulle, een Frans militair, politicus, de 18e president van de Franse Republiek en de grondlegger van de Vijfde Republiek, kwam reeds voor in de plannen die de architect Gabriel in de 18e eeuw ontwierp voor de aanleg van de afgelegen terreinen ten westen van Parijs. Buiten de bebouwde kom lagen in die tijd slechts velden en moerassen. In het midden van het plein moest, bij wijze van een monumentaal oriëntatiepunt, een obelisk worden geplaatst. Nog stoutmoediger; een stenen olifant. Uit zijn slurf zouden ze een waterstraal laten spuiten. Maar het idee om er een triomfboog neer te zetten, sproot uit het brein van Napoleon.

 

Place de l'Étoile - foto Wikipedia


“Jullie zullen naar huis terugkeren door triomfbogen”, beloofde Napoleon zijn mannen na zijn grootste overwinning, de Slag bij Austerlitz in 1805. Tussen 1806 en 1808 krijgt als eerste de Arc de Triomphe du Carrousel, aan de voorzijde van het in 1871 gesloopte château des Tuilleries, gestalte. In die tijd, Napoleon had een voorliefde voor de Romeinse Oudheid, werden drie Romeinse triomfbogen als ideaal beschouwd: die van Titus, Septimus Severus en die van Constantijn. De mooie zuilen van roze marmer zijn een ode aan de veldslagen van 1805. De paarden zijn inmiddels kopieën van het originele vierspan dat Napoleon jatte van het San Marcoplein in Venetië. Overigens hadden de Venetianen deze paarden weer gestolen in Istanbul. Het was Lodewijk de XVIII die de paarden weer teruggaf aan de Venetianen, maar dat terzijde.


Arc de Triomphe du Carrousel

 

Op 18 februari 1806 verordent Napoleon I de bouw van weer een triomfboog, ter ere van de militairen van het Grote Leger van de Revolutie en het Keizerrijk. Dit monument moest Parijs domineren en de architecten Chalgrin en Raymond volgen het voorbeeld van de Romeinse triomfboog van Titus: één enkele boog met zuilen. Het uiterlijk en de bestemming van de Arc de Triomphe, die geleidelijk tussen 1806 en 1836 gestalte kregen, worden niet minder dan zes maal grondig gewijzigd. Allereerst zorgde de bouw van de 50 meter hoge triomfboog voor de nodige problemen. Voor de stabilisatie van het 45 meter brede gebouw in de weke grond waren funderingen nodig van meer dan 8 meter diep. Het totaalgewicht van het monument, gebouwd uit steen uit de groeven van Château Landon, is ongeveer 100.000 ton. Het definitieve plan van de architect wordt pas in 1809 goedgekeurd. Op 15 december 1840 reed de katafalk met Napoleons stoffelijke resten, die eindelijk uit Sint-Helena mochten worden overgebracht, er onderdoor op weg naar de Invalides. Ondanks de bittere kou stonden er honderdduizend belangstellenden langs de weg.

 

Het project van François Thérèse Chalgrin


Sindsdien hebben er zich heel wat ontroerende gebeurtenissen afgespeeld; in 1885 de begrafenis van Victor Hugo. Zijn dode lichaam lag twee dagen opgebaard onder de poort. In 1940 marcheerden Duitse troepen demonstratief onder de boog door de stad in. Op dezelfde plek werd vier jaar later de overwinning gevierd door de begroeting van generaal De Gaulle na de bevrijding van Parijs in 1944. De ceremonies die ieder jaar plaatsvinden op 11 november ter herdenking van de wapenstilstand in 1918, het militaire defilé op 14 juli, Quatorze Juillet, de viering van de nationale feestdag, en dagelijks, een emotioneel eerbetoon waarbij de ‘Vlam van de Natie boven het graf van de Onbekende Soldaat opnieuw wordt aangestoken. Deze ceremonie vindt elke avond om 18.30 uur plaats. En last but not least de jaarlijkse slotetappe van de Tour de France. 

De place de l’Etoile werd in 1854 op de schop genomen door Haussmann (wie anders?). Aan de reeds bestaande lanen voegde hij er nog zeven toe, en gaf Hittorf opdracht de panden aan het plein op elkaar af te stemmen. De place de l'Étoile werd officieel omgedoopt tot place Charles de Gaulle op 13 november 1970, slechts vier dagen na het overlijden van Charles de Gaulle in zijn landhuis La Boisserie in Colombey les Deux Églises.


De Arc de Triomphe zoals wij hem kennen


Je bent niet in Parijs geweest als....

 

Het voorgaande is een inleiding tot waar ik het eigenlijk over wilde hebben, namelijk de ‘slimme’ architectuur en de prachtige reliëfs die de Arc de Triomphe sieren. Jean-François Chalgrin (1739 -1811), die voor het ontwerp tekende, had de briljante ingeving de bogen aan de zijkanten te herhalen. Daarmee hief hij de ‘aswerking’ van de boog op waardoor deze beter paste bij het ronde plein. Pas in de jaren 1830 werden bij verschillende kunstenaars in totaal vier monumentale beeldengroepen besteld.



 

La Marseillaise - Le départ des volontaires

De bekendste is waarschijnlijk La Marseillaise gemaakt door François Rude tussen 1833 en 1836. Dit reliëf illustreert een essentiële gebeurtenis in de revolutionaire geschiedenis: de dienstplicht van 1792, waarbij bijna 200.000 mannen, in opdracht van de l'Assemblée législative (de Wetgevende Vergadering), de verdediging van Frankrijk organiseerden tegen de buitenlandse legers die zich tegen de revolutionairen hadden verenigd. De beeldhouwer gebruikte geen historische kostuums of wapens uit de tijd van de Revolutie maar koos voor een meer romantische stijl bedoeld om een universele dimensie te bereiken en de strijd van elk volk, wie het ook moge zijn, te symboliseren om te verdedigen wat hen toebehoort. Het hoog reliëf beeldt le génie de la Liberté (de geest van de Vrijheid) uit als een gevleugelde vrouw die een noodkreet slaakt in het aangezicht van de vijandelijke invasie. Ze roept het volk op tot de strijd en zwaait met haar zwaard. Onder deze figuur leidt een bebaarde, gepantserde krijger een naakte jongeman bij de schouder, terwijl hij met zijn helm zwaait als teken om te vertrekken en zich te hergroeperen. Hij lijkt het advies van een bebaarde oude man op de achtergrond te negeren.

Het reliëf is te zien aan de rechterzijde van de boog met zicht op de Champs-Élysées.



 

Le Triomphe

De Triomf van Napoleon, gemaakt door Jean-Pierre Cortot. Dit illustreert het jaar 1810, het jaar van de uitbreiding van het Napoleontische Rijk door talloze veroveringen en gewonnen veldslagen, maar ook het jaar van zijn huwelijk met Marie-Louise van Oostenrijk, waarmee zijn dynastie werd veiliggesteld. Napoleon I wordt hier afgebeeld in klassieke kleding, met een zwaard aan zijn zijde en gekroond met het symbool van Victoria. Op de achtergrond, rechts, knielt een man met gebonden handen en brengt een gevangene aan de voeten van zijn overwinnaar. Links knielt een allegorische stad eveneens voor haar overwinnaar, die een beschermende hand uitstrekt. Achter haar graveert de muze van de Geschiedenis de triomfen van de keizer op een tablet. Een gevleugelde kijkt uit over het tafereel, blaast op een trompet en zwaait met een banier tegen een achtergrond van palmbomen, een boom die doet denken aan Napoleons expeditie naar Egypte.

Het reliëf is te zien aan de linkerzijde van de boog met zicht op de Champs-Élysées.




La Résistance

Dit hoog reliëf van Antoine Etex symboliseert het verzet van de natie in 1814 tegen de invasie van buitenlandse troepen die zich tegen Napoleon hadden verenigd. Rusland en Oostenrijk waren het gebied binnengevallen en bezet, tot aan Parijs toe. Verzet tegen een invasie is hét nationale thema bij uitstek: tegenover de vijand moeten alle interne verdeeldheden binnen een land worden uitgeroeid, zodat de natie haar eenheid kan herwinnen en de integriteit van haar grondgebied kan behouden. Een naakte krijger, met in zijn rechterhand een zwaard, maakt zich klaar om zijn vaderland te verdedigen. Rechts van hem probeert een oude man hem tegen te houden. Links van hem probeert zijn vrouw, met hun kind in haar armen, hem ook te overtuigen om niet te gaan. De bebaarde, ongewapende ruiter valt van zijn paard, alsof hij door de bliksem is getroffen. Hij symboliseert het offer van de patriot voor zijn land . De Geest van de Toekomst, met uitgestrekte vleugels, dicteert de plicht van verzet van de soldaat.

Het reliëf is te zien aan de linkerzijde van de boog met zicht op de avenue de la Grande Armée.



 

La Paix

Dit werk is eveneens van de beeldhouwer Antoine Etex. Het reliëf van de Vrede, vormt een logisch vervolg op de gebeeldhouwde groep van het Verzet. Na het Verdrag van Parijs van 1815 keerde de vrede terug in Frankrijk, ondanks Napoleons poging om tijdens de Honderd Dagen opnieuw de macht te grijpen. De soldaat in het midden van de compositie steekt zijn zwaard in de schede; de oorlog is voorbij. De ploeg, de stier en de boer symboliseren de terugkeer naar een bloeiende landbouw. De moeder en het kind vertegenwoordigen het gezin en de hernieuwde mogelijkheid tot onderwijs. Alle fundamentele activiteiten van een welvarende natie zijn samengebracht. Minerva, gehelmd en met een speer in de hand, domineert de groep als godin van de overwinning en inspirator van de kunsten en vredeswerken.

Het reliëf is te zien aan de rechterrzijde van de boog met zicht op de avenue de la Grande Armée.

 

De Arc de Triomphe is verder op alle gevels versierd met talloze bas-reliëfs die de veldslagen van de keizer uitbeelden. Verschillende beeldhouwers werden voor dit werk ingeschakeld. 

·       Naar het oosten: De begrafenis van Marceau door Henri Lemaire en de Slag bij Aboukir door Seurre de Oudere 

·       Naar het westen: de oversteek van de Arcole-brug door Jean-Jacques Feuchère en de verovering van Alexandrië door John-Étienne Chaponnière 

·        Naar het zuiden: de Slag bij Jemappes door Charles Marochetti 

·        In het noorden: de Slag bij Austerlitz door Jean-François-Théodore Gechter

 

Detail van La Marseillaise
 

Het Graf van de Onbekende Soldaat

Sinds 28 januari 1921 herbergt de Arc de Triomphe het Graf van de Onbekende Soldaat. Op 26 november 1916 , terwijl de gevechten van de Eerste Wereldoorlog nog lang niet voorbij waren, opperde Francis Simon, voorzitter van het Franse Herdenkingscomité van Rennes het idee van een Frans eerbetoon aan de onbekende gesneuvelde soldaten. “Waarom zou Frankrijk de deuren van het Pantheon niet openen voor een van deze onbekende strijders die dapper voor het vaderland zijn gestorven? De begrafenis van een gewone soldaat onder deze koepel waar zoveel helden en genieën rusten, zou een symbool zijn, en bovendien een eerbetoon aan het hele Franse leger!". Echter het Pantheon werd door vele politici afgewezen. Aan dit argument werd ook de anonimiteit van de soldaat toegevoegd . “Het gaat hier niet om het eren van een groot man. De Onbekende Soldaat is geen groot schrijver, geen wetenschapper en zelfs geen politicus. Hij is veel groter en moet kunnen rusten op een uitzonderlijke plek die voor hem is gereserveerd, omdat het offer dat hij vertegenwoordigt  ongeëvenaard is . Door hem zal de herinnering aan miljoenen mannen voortleven”, aldus de Kamer van Afgevaardigden. Op 8 november 1920  stemde de Kamer unaniem  voor de begrafenis van de  Onbekende Soldaat  bij de Arc de Triomphe. 

Op 9 november 1920 werden negen doodskisten opgegraven. Ze kwamen van de negen locaties die het zwaarst getroffen waren door de conflicten in de regio's Vlaanderen , Artois, de Somme, de Chemin des Dames, Champagne en Verdun.  Over de nationaliteit van een van de lichamen bestond nog twijfels, daarom werd besloten deze te verwijderen. De acht overgebleven kisten werden in de citadel van Verdun geplaatst. André Maginot, een oorlogsveteraan en invalide, leidde de ceremonie voor de verkiezing van de soldaat. Hij overhandigde Auguste Thin, een jonge korporaal, een boeket bloemen. De jonge Auguste Thin zou de zesde soldaat kiezen. Daarna werd het lichaam van de Onbekende Soldaat onmiddellijk per speciale trein naar Parijs vervoerd 


Het graf van de Onbekende Soldaat met de eeuwige vlam - foto Wikipedia

 

Op 11 november 1920 volgden honderdduizenden mensen de begrafenisstoet in stilte en met tranen in hun ogen. Een fictieve familie liep achter de kist, die bedekt was met de Franse driekleur. De processie maakt een tussenstop bij het Pantheon alvorens verder te trekken naar de Arc de Triomphe. Daar werd de kist onder het gewelf van het monument geplaatst. Omdat het graf nog niet klaar was wordt de kist tijdelijk bijgezet in de Palmenhal in de Arc de Triomphe. Zijn lichaam wordt dag en nacht bewaakt tot de uiteindelijke begrafenis op 28 januari 1921. Bij deze gelegenheid was de voltallige  regering aanwezig, evenals president Alexandre Millerand en de Britse premier David Lloyd George en Louis Barthou de minister van Oorlog die ook zijn enige zoon op het slagveld heeft verloren. Terwijl de kist in de grafkelder wordt geplaatst, barst de minister in tranen uit onder de woorden “Lang leve Frankrijk”!

 

De geboorte van de vlam

Twee jaar na de begrafenis van de Onbekende Soldaat lanceerde de journalist en dichter Gabriel Boissy het idee van de Vlam van Herinnering, dat onmiddellijk enthousiaste publieke bijval kreeg. Met de steun van André Maginot, die minister van Oorlog was geworden, vorderde het project snel. Voor de vormgeving riepen ze de hulp in van ijzerbewerker Edgar Brandt  en architect Henri Favier  Zij vervaardigden een rond schild met in het midden een kanonloop waaruit de vlam tevoorschijn komt. Vijfentwintig zwaarden vormen een ster rond de vlam. De vlam werd voor het eerst aangestoken op 11 november 1923 door Maginot, omringd door een groot aantal veteranen. Dagelijks wordt er eer betoond aan de ‘Grote Doden’. Elke avond om 18.30 uur wordt de vlam opnieuw aangestoken door de vereniging ‘La Flamme sous l'Arc de Triomphe’, die de honderden veteranenverenigingen in Frankrijk vertegenwoordigt.  



De Arc de Triomphe werd in 2021 ingepakt door de kunstenaars Christo en Jeanne-Claude - Foto Ronald Balder

 

Een panoramisch uitzicht

Na het beklimmen van 284 treden kun je genieten van een 360° uitzicht over Parijs. De historische trappen, gelegen tussen de pilaren van het monument, maken deel uit van jouw bezoek aan de top. De klim begint met een adembenemende wenteltrap met 240 treden. Deze trappen zijn in 2022 gerenoveerd. Bereik de tussenverdieping en loop vervolgens door de museumruimte waar je kunt uitrusten en de informatieschermen, het afgietsel van La Marseillaise en het model van het monument kunt bekijken. Het moeilijkste deel is achter de rug: je hoeft nog maar zo'n veertig treden te nemen om het panoramische terras te bereiken. Vanaf het terras, heb je uitzicht op de zinken daken van de Parijse straten, en een uniek panorama op de meest iconische monumenten van de hoofdstad. De Eiffeltoren, op slechts één straat afstand, is praktisch binnen handbereik! Je kunt ook de Sacré-Cœur-basiliek bewonderen bovenaan de iconische wijk Montmartre, de zakenwijk La Défense met zijn wolkenkrabbers, de gouden koepel van Les Invalides, de zuilenkoepel van het Panthéon, maar ook de torens van de Notre-Dame-kathedraal, in de verte de imposante Montparnasse-toren, het Centre Georges Pompidou, enzovoort. Hoogtevrees? Je kunt het uitzicht ook digitaal bekijken door hier te klikken. 

Voor een bezoek aan deze prachtige triomfboog kun je gebruik maken van een ondergrondse voetgangerstunnel, de passage du Souvenir  De ingang van die tunnel vind je op de hoek van de avenue des Champs-Élysées en avenue de Friedland & op de hoek avenue de la Grande Armee en de avenue Carnot. Je herkent de ingang aan een aflopende trap, die je naar een tunnel onder het verkeersplein leidt. 

Ik wens je zoals de Fransen zeggen; “Une bonne visite”. 


Bronnen: Centre des Monuments Nationaux, Kunst & Architectuur Parijs; Martina Padberg, H.F. Ullmann, Wikipedia.

© Reproductions: Benjamin Gavaudo / Centre des monuments nationaux



maandag 15 september 2025

DE SLAK VAN PARIJS


Met de slak bedoel ik het spiraalvormige patroon van Parijs binnen de Périphérique, met nummers 1 tot en met 20, beginnend vanuit het centrum naar het noordoosten van de stad. Deze indeling dateert uit 1860 en is sindsdien nooit meer veranderd, hoewel de zakenwijk La Défense vaak officieus de bijnaam het 21e arrondissement krijgt. 

De geschiedenis van de arrondissementen van Parijs begint in 1795 ten tijde van de Franse Revolutie. De Franse hoofdstad was toen veel kleiner dan nu. Toen de hoofdstad meer dan 100.000 inwoners telde, waardoor het bestuur van de stad steeds ingewikkelder werd, besloot de revolutionaire regering  48 onderverdelingen te creëren, de zogenaamde revolutionaire secties die elk over een politiebureau beschikte. Maar aangezien er aanzienlijke verschillen in bevolkingsomvang en omvang tussen de districten bestonden, waren sommige commissarissen veel verantwoordelijker dan anderen. Deze kritieke situatie bracht het bestuur ertoe de indeling van de districten te wijzigen om deze min of meer gelijk te maken. Deze aanpak werd later gerealiseerd met de wet ’19 Vendémiaire An IV’. Vendémiaire is de naam van de eerste maand van de Franse republikeinse kalender. An IV, betekent jaar IV, waarbij het jaar IV verwijst naar het vierde jaar sinds de oprichting van de Franse republiek, wat overeenkomt met 1795. Op 11 oktober 1795 werd het grondgebied van Parijs verdeeld in 12 arrondissementen, oplopend van links naar rechts en verdeeld in twee afzonderlijke lijnen aan weerszijde van de rivier de Seine. Negen arrondissementen bevonden zich op de rechteroever en slechts drie op de linkeroever.



 1795 Parijs onderverdeeld in 12 arrondissementen en 48 quartiers



Parijs 1797

In 1860 leidde de uitbreiding van Parijs tot aan de stadsomwalling van Thiers tot een nieuwe indeling. In het Tweede Keizerrijk onder leiding van Napoleon III en de prefect van de Seine, Baron George Eugène Haussmann, werden de stadsgrenzen opnieuw gedefinieerd met de annexatie van de dorpen: Grenelle, Vaugirard, Bercy, Charonne, Belleville, La Villette, La Chapelle, Montmartre, Batignolles, Passy en Auteuil. Het doel was de stad te reorganiseren om de snelle groei en de bevolkingsgroei te accommoderen. Deze reorganisatie zorgde voor een betere structuur van de hoofdstad, waardoor er kleinere, beter beheersbare bestuurlijke eenheden ontstonden. Het was daarom noodzakelijk om de plattegrond van Parijs te herzien, de arrondissementen opnieuw te tekenen en samen te voegen om zo nieuwe arrondissementen te creëren. Op voorstel van Napoleon III, ontstonden zo twintig arrondissementen.



De annexatie van de voorsteden. Parijs groeit van 12 naar 20 arrondissementen

 

Napoleon III en de prefect van de Seine, Baron George Eugène Haussmann


Het eerste plan voor de hoofdstad voorzag erin dat nummer 13 werd toegekend aan het huidige 16e arrondissement, een idee dat de rijke inwoners niet beviel. Destijds betekende de uitdrukking "trouwen in het stadhuis van het 13e arrondissement" immers samenwonen zonder getrouwd te zijn, in concubinaat, aangezien dit arrondissement nog niet bestond. Het idee om geassocieerd te worden met de uiting van een moreel onaanvaardbare levensstijl viel niet in goede aarde bij de rijke inwoners, die vervolgens lobbyden om de indeling anders vorm te geven. Het is ondenkbaar dat de bovenlaag van de Parijse samenleving met dit hoogst ongepaste idee geassocieerd zou worden. Om de onvrede van burgemeester Jean Frédéric Possoz te sussen, herzag Haussmann zijn ontwerp en stelde een nieuw plan voor met een spiraalvorm met de klok mee. De slak was geboren en Auteuil en Passy werden geïntegreerd in het 16e arrondissement en nummer 13 werd toegewezen aan een arbeiderswijk.



De huidige indeling van Parijs met 20 arrondissementen

Elk arrondissement is over het algemeen onderverdeeld in vier ‘quartiers’: één in het noordwesten, één in het noordoosten, één in het zuidwesten en één in het zuidoosten. Deze onofficiële onderverdelingen zijn de sporen van de revolutionaire stromingen die ontstonden tijdens de deling van Parijs na de Franse Revolutie. De arrondissementen zijn meer dan alleen een administratieve afdeling van de stad. Ze vertegenwoordigen voor Parijzenaars heel verschillende werelden en roepen allemaal clichés op die, bijdragen aan de charme van de hoofdstad. De welgestelde wijken liggen in het westen van Parijs, met het 7e arrondissement (Invalides, Saint-Thomas-d'Aquin, École Militaire), het 8e arrondissement (Champs-Élysées, Madeleine), het 15e arrondissement (Grenelle, Vaugirard) en het 16e arrondissement ( Auteuil, Muette, Porte Dauphine). Prachtige gebouwen, rustige en charmante straten, een zekere leeftijdsgroep, zakenlui...  Kortom ze behoren bij 'les beaux quartiers'.



 De arbeiderswijken vastgelegd door Charles Marville

Vervolgens vinden we de meeste arbeiderswijken in het noordoosten van Parijs. Tijdens de industriële revolutie van 1840 vestigden fabrieken en arbeiders zich in het huidige 18e, 19e en 20e arrondissement. Dit zijn tevens hotspots van immigratie, want hier werden betaalbare woningen gebouwd, speciaal voor nieuwkomers uit Oost-Europa, vervolgens uit de Maghreb, Sub-Sahara Afrika en uiteindelijk Azië.



 De industriële revolutie

Dan is er het 13e arrondissement, dat Parijzenaars meteen aan Chinatown doet denken, met zijn Aziatische supermarkten, zijn exotische restaurants waarvan sommige karaoke organiseren, zijn Chinese Nieuwjaarsparades... Het 11e, de nieuwe trendy wijk, het 6e ( Saint-Germain des Prés ) is de wijk van de bobo's (acroniem voor burgerlijke bohemien) en literaire cafés, het 8e (Champs-Elysées) is de toeristische wijk... Kortom, elk arrondissement heeft zijn cliché... En natuurlijk zijn er uitzonderingen die de regel bevestigen. 

Elk arrondissement heeft een eigen burgemeester en een eigen stadhuis. Parijzenaars kiezen hun burgemeester nog steeds tijdens de gemeenteraadsverkiezingen, waarbij de burgemeester van Parijs in een tweede ronde door de gemeenteraad wordt gekozen. In 1982 werd Parijs gedefinieerd als zowel een gemeente als een departement, een unieke situatie in Frankrijk. De burgemeester deelt daarom bevoegdheden met de prefect, die primair verantwoordelijk is voor de politie. Anne Hidalgo is sinds 5 april 2014 namens de PS, Parti Socialiste, de socialistische partij, burgemeester van Parijs. Zij is de eerste vrouw die deze functie bekleedt. De van oorsprong Spaanse Hidalgo was onder de ambtstermijn van burgemeester Delanoë (2001-2014) zijn eerste adjunct. De arrondissements burgemeesters hebben voornamelijk een adviserende rol ten aanzien van het stadhuis van Parijs het Hôtel de Ville. 

Maar in Parijs zijn de arrondissementen veel meer dan een middel om de geografische ruimte te verdelen. Ze zijn een manier van leven, een sfeer, een bevolking, status en clichés, en het is waar dat ze bij Parijzenaars, goed bekend zijn en in stand worden gehouden. De Lichtstad wordt wereldwijd erkend voor haar schoonheid, geschiedenis en cultuur. De twintig arrondissementen bieden elk een ander inzicht in het Parijse leven en hebben hun eigen bijzonderheden en toeristische attracties.

 

75001 - 1e arrondissement: Louvre

Het hart van Parijs en, zoals de naam al doet vermoeden, bevind zich hier het Louvre, een emblematisch symbool van de Franse cultuur. Het maakt deel uit van het historische centrum van de stad en een belangrijke plaats van cultureel erfgoed in Frankrijk. Hier ontdek je ook de Tuilerieën en het Musée de l'Orangerie, het Palais Royal, de Place Vendôme, en de wijk Les Halles. Een must-see is het volledig gerenoveerde warenhuis La Samaritaine en de graanbeurs van Parijs de Parijse locatie van de Pinault-collectie .

 

Place Igor Stravinsky in het 1 arrondissement met de Stravinsky fontein ontworpen in 1982 en 1983 door Jean Tinguely en Niki de Saint Phalle


75002 - 2e arrondissement: Bourse

Hier bevindt zich het Palais Brongniart, de vroegere effectenbeurs van Parijs. Iets verder van het historische centrum zijn er vooral veel winkels.  Sommige plaatsen zijn echt een bezoek waard, zoals de Place des Victoires, de Tour Jean Sans Peur en diverse authentieke overdekte passages., de Galerie Vivienne, Galerie Colbert,  De Passage des Panoramas  Passage des Princes, Passage du Grand-Cerf. Het is ook in dit arrondissement dat Le Grand Rex is gevestigd.  Le Grand Rex is een bioscoop met de grootste filmzaal in Europa. Vooral door deze zaal is het gebouw bekend. Le Grand Rex is in de stijl van art deco gebouwd en valt sinds 1981 onder monumentenzorg.

 

75003 - 3e arrondissement: Temple

Als je een fan bent van museumbezoeken, is het 3e arrondissement de perfecte plek. Je vindt er het Musée des Arts et Metiers, wetenschap en technologie, het Musée Carnavalet vertelt de geschiedenis van de stad Parijs, het Picasso Museum maar ook het Nationaal Archief. De straten zijn gevuld met een verscheidenheid aan winkels en restaurants. Een deel van dit arrondissement maakt deel uit van de Marais en de Joodse buurt met het prachtige Musée d'Art et d'Histoire du Judaïsme, gewijd aan de Frans-Joodse cultuur vanaf de middeleeuwen tot nu.

 

'La Victoire'; het standbeeld van de onsterfelijkheid voor het Musée Carnavalet


75004 - 4e arrondissement: Hôtel-de-Ville

Het 4e arrondissement is een belangrijke culturele locatie waar de ‘Mairie de Paris’, met zijn prachtige gevel is gevestigd. In dit arrondissement ligt de wijk Marais, het is een levendige wijk met veel winkels, straatkunst, pride-vlaggen en bars vol leven. Als je meer wilt weten over de Franse en Parijse geschiedenis en cultuur, kun je naar de prachtig gerestaureerde Notre-Dame, het Centre George Pompidou, de Place des Vosges of naar het huis van Victor Hugo. In deze wijk bevindt zich ook een deel van de Joodse buurt met het Memorial de Shoah een herdenkingsplaats die tentoonstellingen en activiteiten aanbiedt.

 

75005 - 5e arrondissement: Panthéon

Zoals de naam al doet vermoeden, is het 5e arrondissement de thuisbasis van het Pantheon, een mausoleum waar grootheden worden geëerd die hun stempel hebben gedrukt op de Franse geschiedenis. Het is dè universiteitswijk, waar de Sorbonne zich bevindt. Je kunt ook de Jardin des Plantes, de Arènes de Lutèce, en de Grote Moskee van Parijs bezoeken, maar ook vele musea en beroemde straten waaronder de rue Mouffetard.


De binnentuin van de Grote Moskee in het 5e arrondissement

 

75006 - 6e arrondissement: Luxemburg

Met de voorname wijk Saint-Germain-des-Près. Hier vind je chique winkels, restaurants en de middeleeuwse Église de Saint-Germain-des-Prés, de oudste kerk van Parijs. Straten vol galerieën leiden naar de impressionistische kunstwerken van het Musée d'Orsay. Op het trottoir langs de Seine staan boekverkopers met oude boeken. Liefhebbers van literatuur kunnen bovendien naar de Boulevard Saint-Germain om een van de iconische cafés te bezoeken, zoals Flore, waar Hemingway, Sartre & de Beauvoir en andere schrijvers graag kwamen. Wandelen en relaxen doe je in de Jardin du Luxembourg, voor het Palais de Luxembourg waar de Senaat zetelt. Er zijn ook hier veel musea: het Musée du Luxembourg of het Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde of de Monnaie de Paris. 


75007 - 7e arrondissement: Palais-Bourbon

Het is waarschijnlijk het arrondissement van Parijs waar de beroemdste monumenten te vinden zijn: er is de Eiffeltoren, de Assemblée Nationale, de Franse Tweede Kamer, in het Palais Bourbon, het Hôtel de Matignon, de woning van de Premier ministre en het Hôtel des Invalides met het graf van Napoléon. Voor museumliefhebbers het Musée d'Orsay, het Musée de la Légion d'Honneur, het Musée Rodin of het Musée Maillol.



Musée Rodin in het 7e arrondissement

 

75008 - 8e arrondissement: Élysée

De plaats van luxe met veel winkels, restaurants en paleizen. Het is de thuisbasis van het Élysée-paleis dat zijn naam aan dit arrondissement geeft, evenals het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hier kun je een bezoek brengen aan het Grand Palais en het Petit Palais, de Arc de Triomphe, de Place Concorde met het Hôtel de la Marine, de Pont Alexandre III, het Parc Monceau en het Palais de la Découverte. De ‘gouden driehoek’; Avenue des Champs Élysées, Avenue Montaigne en de Avenue George V staan vol met luxe boetieks en gastronomische restaurants. Niet te missen; het beroemde cabaret Le Crazy Horse Saloon of Le Crazy Horse de Paris en het Musée Dior.

 

75009 - 9e arrondissement: Opéra

Een levendig arrondissement met zijn grote Haussmanniaanse boulevards vol met winkels en dansbars. Het dankt zijn naam aan de aanwezigheid van de Opéra Garnier, een ander emblematisch monument van de stad. Het is ook de thuisbasis van de warenhuizen Galeries Lafayette en Printemps. Verder de Passage Jouffroy met het wassenbeeldenmuseum Grévin, het beroemde theaters Folies Bergères en Casino de Paris.



Het wassenbeeldenmuseum van Parijs, Musée Grevin - Salle de la Coupole - Foto Musée Grévin


75010 - 10e arrondissement: Entrepôt

Dit  arrondissement, heette vroeger de Enclos Saint-Laurent, maar draagt nu de naam Entrepôt. Wandel hier vanaf de Place de la République (dat zich uitstrekt over verschillende arrondissementen) voor een wandeling langs het Canal Saint-Martin met zijn beroemde sluizen. Als je van Aziatische restaurants houdt, raad ik je een omweg aan naar de Brady Passage om te genieten van authentieke Indiase of Pakistaanse gerechten. Het is ook de thuisbasis van het Gare du Nord en het Gare de l'Est.

 

75011 - 11e arrondissement: Popincourt

Een trendy arrondissement vol leven en ideaal om 's avonds uit te gaan in République, Oberkampf of Bastille. De Place de la République ligt gedeeltelijk in dit arrondissement. Samen met de Place de la Bastille en de Place de la Nation, zijn het sterke symbolen van de Franse Revolutie en nog steeds zijn het plaatsen van demonstraties in Parijs. Het is ook de geboorteplaats van het Atelier des Lumières, en het Cirque d'Hiver Bouglione. Op nummer 5 van de rue Crespin du Gast is een klein Édith Piaf museum gevestigd. 

 

 Het Canal Saint-Martin met zijn beroemde sluizen - 10e arrondissement


75012 - 12e arrondissement: Reuilly

Een van de longen van Parijs. De perfecte plek om een wandeling te maken in het Bois de Vincennes en het meer van Daumesnil om het Château de Vincennes te zien. Je kunt ook een wandeling maken over het Viaduc des Arts en de promenade Plantée, Het is ook de thuisbasis van de Opéra Bastille, het Gare de Lyon, Bercy Village en het Palais de la Porte Dorée met het Museum over de geschiedenis van de Immigratie en het Porte Dorée aquarium.

 

75013 - 13e arrondissement: Gobelins

Deze wijk is gemaakt voor liefhebbers van de Chinese cultuur, aangezien het de thuisbasis is van Chinatown. Je kunt een wandeling maken in de Butte-aux-Cailles, de Cité Florale, het Parc de Choisy of Place d'Italie, Struinen langs de Seine en een bezoek brengen aan de François Mitterrand-bibliotheek, of Les Docks, de Cité de la Mode et du Design, in de volksmond de groene gifslang genoemd.  Of het dorp Gobelins en de Manufacture des Gobelins, Als je van straatkunst houdt, is dit een gelegenheid om vele enorme murals te bewonderen.

 


13e Arrondissement, Butte-aux-Cailles

75014 - 14e arrondissement: Observatoire

De must-see in het 14e is een bezoek aan de Catacomben van Parijs. Andere plaatsen om te bezoeken; het Observatorium van Parijs, de Fondation Cartier, de Cartier collectie voor moderne kunst, het Giacometti Instituut, het atelier van de beeldhouwer Alberto Giacometti. Het Musée Bourdelle van beeldhouwer en schilder Antoine Bourdelle. het Parc Montsouris met aan de overkant de Cité Universitaire. De begraafplaats van Montparnasse, en de vergeten spoorlijn van Parijs, de Petite Ceinture. Het Gare Montparnasse bevindt zich zowel in het 14e als in het 15e arrondissement.

 

75015 - 15e arrondissement: Vaugirard

Het niet te missen element van het 15e arrondissement is natuurlijk de Tour Montparnasse, een van de hoogste torens van Parijs, met zijn panoramisch observatorium en aan de voet ervan, het Gare Montparnasse. Wandelen kun je in het Parc Georges Brassens, het Parc André Citroën en het Île aux Cygnes met een kopie van het Vrijheidsbeeld. Je kunt ook de Bir-Hakeim-brug bewonderen, voorheen de Pont de Passy, die zich tussen het 15e en 16e arrondissement bevindt. Le Ballon Air de Paris, een verankerde luchtballon  laat je van Parijs genieten op 150 meter hoogte.

 

De begraafplaats van Montparnasse in het 14e arrondissement


75016 - 16e arrondissement: Passy

Vol met de mooiste musea. Het Palais de Chaillot, het Palais de Tokyo, het Yves Saint Laurent Museum, Palais Galliera, de Fondation Louis Vuitton, het Musée Marmottan, hèt Monet Museum, enz. Stop bij de Place du Trocadéro voor een adembenemend uitzicht op de Eiffeltoren. Om van het groen te genieten, ga je naar het Bois de Boulogne, het Parc de Bagatelle, de Jardin d'Acclimatation met zijn attracties, of de tropische kassen van Auteuil. Een must-see is de necropool van de aristocratie, de begraafplaats van Passy.

 

75017 - 17e arrondissement: Batignolles-Monceau

Het 17e arrondissement is minder toeristisch dan de andere, maar er zijn enkele interessante plaatsen om te bezoeken: Het Parc Clichy Batignolles Martin Luther King, het Parc Monceau (dat tussen het 8e en 17e arrondissement ligt), La Cité des Fleurs, de wijk Batignolles en het Palais des Congrès, het congresgebouw van Parijs.


Het Parc Clichy Batignolles Martin Luther King - 17e arrondissement

 

75018 - 18e arrondissement: Butte-Montmartre

De Butte Montmartre was een oud historisch dorp waar kunstenaars woonden. Zelfs vandaag de dag zijn er nog veel kunstenaars te vinden in diverse straten, kunstgalerijen en kunstenaarshuizen. De heuvel wordt bekroond door de Sacré Coeur, de Basiliek van het Heilig Hart en de Place du Tertre waar ‘kunstenaars’ aanbieden om je te portretteren. Aan de voet van de heuvel zie je het beroemde cabaret Moulin Rouge en de rossige wijk Pigalle. Vergeet ook niet om een bezoek te brengen aan de begraafplaats van Montmartre, een dodenakker vol met legendarische bewoners.



De Butte-Montmartre in het 18e arrondissement
 

75019 - 19e arrondissement: Buttes-Chaumont

Een van de mooiste parken van Parijs, het beroemde Buttes-Chaumont-park, een uitgestrekte groene ruimte met een prachtig uitzicht over de hoofdstad. Ontdekken doe je in Parc de la Villette, langs het Canal de l'Ourcq en de Cité des Sciences et de l'Industrie, het planetarium en de Grande Halle de la Villette. Voor muziekliefhebbers Philarmonie de Paris, Le Zenith en de Cité de la Musique.

 

75020 - 20e arrondissement: Ménilmontant

Multicultureel Parijs met nog de sporen van kleine dorpjes, Belleville, Charonne, Ménilmontand en la Campagne à Paris. De must-see in dit arrondissement is natuurlijk de begraafplaats Père-Lachaise, maar niet ver daarvandaan kunt je ook wandelen in het Parc de Belleville dat op een heuvel ligt, waar je van een prachtig uitzicht kunt genieten op de belvedère. Als je van rustige plekken houdt, is dit het platteland in Parijs. Een originele wijk met veel groen in de straten. Ten slotte is er nog steeds een toegang tot de oude spoorweg, de Petite Centure.



Multicultureel Parijs in het 20e arrondissement
 

Ongewoon Parijs

Speciaal voor de bezoekers die het verkennen van de arrondissementen van Parijs een verrijkende ervaring vinden en zo de diversiteit, die de essentie van de Franse hoofdstad weerspiegelen, willen ontdekken schreef ik mijn reisgids ‘Ongewoon Parijs’. De reisgids neemt je mee langs de 20 arrondissementen om zo de unieke sfeer van elk gebied op te snuiven en tegelijkertijd kennis te nemen van verborgen pareltjes. Elk arrondissement heeft elementen uit het verleden bewaard en zich tegelijkertijd aangepast aan de eisen van vandaag. Door deze wijken te verkennen kun je de evolutie van Parijs door de eeuwen volgen en de krachten die deze dynamische metropool hebben gevormd beter begrijpen.



Ongewoon Parijs is een uitgave van PassePartout reisgidsen en verkrijgbaar online en bij elke goede boekhandel voor € 24,50. ISBN 978-9493432-31-4
 



donderdag 31 augustus 2023

HÔTEL GAILLARD; EEN VAN DE MOOISTE STADSPALEIZEN VAN PARIJS

Na al die jaren, na de vele bezoeken aan de Franse hoofdstad moet ik bekennen dat de stad mij nog steeds blijft verbazen en…..er is zelfs sprake van een overtreffende trap. Het overkwam mij na een wandeling door het Parc de Monceau in het 17e arrondissement. Via de uitgang van het park aan de zijde van boulevard de Courcelles kom ik terecht aan de overzijde in de rue de Thann die loopt naar de place du Général-Catroux. Daar staat een van de mooiste stadspaleizen van Parijs; het Hôtel Gaillard. In 1878 kocht Émile Gaillard, een bankier en kunstliefhebber afkomstig uit Grenoble, twee percelen grenzend aan de vlakte van Monceau, vroeger een groot weiland en moestuin. 

 

Een van de mooiste stadspaleizen van Parijs; het Hôtel Gaillard


Op zoek naar een locatie voor zijn steeds maar uitbreidende kunstverzameling met voornamelijk stukken uit de Middeleeuwen en de Renaissance. Emile Gaillard maakt carrière bij de bank, opgericht door zijn grootvader Theodore François Gaillard. Tijdens zijn bankcarrière  financiert hij de bouw van spoorwegen, ondersteunt de ‘Graaf van Chambord’ bij het vastgoedmanagement en is ook een van de bankiers van Victor Hugo. Al snel is hij lid van de gerenommeerde 19de-eeuwse bankwereld waaronder de Rothschilds, de Pereire, de Greffuhle en Hottinguer.  Zijn artistieke gevoeligheid maakt hem bovendien tot een van de beste leerlingen van Chopin.


Hôtel Gaillard is geïnspireerd op de gevel en versieringen van de galerij van Karel van Orléans in het Loire kasteel van Blois - Foto Wikimedia

 

Zijn kunstcollectie werd te groot voor zijn woonhuis in de rue Daru en daarom gaf hij de architect Jules Février de opdracht tot de bouw van een herenhuis, geïnspireerd op de gevel en versieringen van de galerij van Karel van Orléans in het Loire kasteel van Blois. De bouw ervan nam vier jaar in beslag. Het huis wordt binnen versierd met wandtapijten uit Vlaanderen, faience van Bernard Palissy en rijkelijk versierde badkamers en slaapkamers, riante trappenhuizen en zwaar geornamenteerde deuren. Zelfs de afvoerbuizen op de gevel werden verguld en gedecoreerd. Om zijn investering in het land rendabel te maken bouwde hij nog eens twee aangrenzende herenhuizen. Een met uitzicht op de rue Georges Berger, de andere op rue de Thann. Tesamen vormen zij het Hôtel Gaillard. De service kamers bevinden zich op de begane grond. De privé appartementen op de eerste etage en de tweede etage is gereserveerd voor zijn oudste zoon Eugène.



 Zelfs de afvoerbuizen op de gevel zijn verguld en gedecoreerd

Het ‘Plaine Monceau’ wordt het centrum van de welvaart met de Camondos, Gustav Dreyfus, de Goldschmidts, die allemaal privéwoningen bouwen op deze strategische plek. Daarna volgen ‘les bourgeois’, waaronder Claude Debussy, Sarah Bernhardt en Marcel Proust. In 1885 geven de heer en mevrouw Gaillard een groot gekostumeerd bal voor meer dan 2000 gasten. Hun naam en rijkdom is zo voor altijd gevestigd. Gaillard sterft op 5 mei 1902 en de familiebank wordt verkocht aan de Crédit Lyonnais. Zijn verzameling wordt, na een veiling gehouden in juni 1904, verspreid over het gehele land. In 1919 wordt het chique woonhuis verkocht aan de Banque de France voor de som van 2 miljoen Franse francs.

 

97 Miljoen koste de verbouwing tot museum. Gelukkig zijn alle monumentale details bewaard gebleven


Sinds het einde van de 19e eeuw heeft de buurt een gigantische metamorfose meegemaakt. De aanwezigheid van de Gaillards trok grootindustrielen aan om zich in deze wijk te  vestigen: Peugeot, Breguet, Guerlain, Michelin en de Haviland wonen nu in deze wijk. De ideale plek voor de Banque de France om zich hier te vestigen voor het verkrijgen van de grootste effectenportefeuilles. De twee andere woonhuizen worden eveneens aangekocht en er volgt een vierjarige verbouwing om het Renaissance kasteel te veranderen in een bankgebouw met aanzien. Het werk wordt toevertrouwd aan de architect Alphonse Defrasse. Op de binnenplaats, gevormd door de drie gebouwen, vindt Defrasse de ruimte om een kluiskamer van gewapend beton te bouwen omringd door een slotgracht tussen de binnenmuren.


De ‘Salle des Coffres’ - de kluiskamer




De kluiskamer wordt geconfigureerd op twee niveaus met een tussenverdieping, imposante pilaren, 112 kledingkasten en 3874 kluizen in verschillende grootten. Dit alle beschermd door een zware ingesloten veiligheidsdeur en omgeven door een gracht gevuld met water. Het is uitsluitend toegankelijk via een soort van ophaal brug en een schuifvloer bewogen door een elektrisch systeem.

Bovenop de kluis komt een houten gewelf waar ramen in worden geplaatst. Het geheel is monumentaal en voor die tijd spectaculair. Met als één doel, de klanten te verleiden en vertrouwen te geven om spaargeld en hun kostbaarheden hier in bewaring te geven. In 1999 wordt het gebouw geclassificeerd als historisch monument. Helaas wordt in 2006 deze vestiging gesloten na een reorganisatie van het kantorennetwerk van de Banque de France.

 

Het interieur van de kluiskamer maar het is niet alles goud wat er blinkt


In 2009, drie jaar na de sluiting wordt een project gelanceerd om het gebouw om te bouwen tot het eerste economie museum van Europa. Het geheel wordt begroot op 47,5 miljoen euro. De initiële planning voorzag in een architectuurwedstrijd en een renovatieperiode van twee jaar. De opening van Citéco, de naam van het nieuwe museum, werd gepland voor 2014. Economisch gezien had het museum de wind niet mee. Het budget explodeerde door enorme tegenvallers tijdens de renovatie tot 97 miljoen euro, meer dan het dubbele. Er moest asbest verwijderd worden. Een bedrijf gespecialiseerd in het verwijderen van loodverven gebruikte een verkeerde techniek waardoor lood zich kon verspreiden door het gehele gebouw. Aangezien het gebouw geclassificeerd was als historisch monument moesten stenen opnieuw worden gemaakt op dezelfde grootte en in dezelfde specifieke rode kleur. Glas in loodramen voorzien van een haast onzichtbare dubbele beglazing en alle vloeren moesten worden verstevigd. Uiteindelijk moest de opening uitgesteld worden 2019.



Een juweel, de hangende mand waar de nachtwaker boven de slotgracht zijn beveiligingsrondje maakte rond de kluis

Uiteindelijk op 14 juni 2019 ging de ‘Cité de l’Economie’ of Citéco open voor het publiek. Uit meerdere onderzoeken bleek dat de Fransen weinig kennis hebben van economie. “Met dit nieuwe interactieve museum willen we economie aantrekkelijk maken en zo de kennis van de bezoekers vergroten”, aldus Nicolas Vinci. “Citéco kent in de wereld maar een gelijke. Je moet de Atlantische Oceaan oversteken om het equivalent van Citeco te vinden. Helemaal in Mexico is het MIDE; Museo Interactivo de Economia, gecreëerd door de Centrale Bank van Mexico. Dit museum bleek het inspirerend voorbeeld te zijn voor de Banque de France”. Het parcours is opgedeeld in vijf onderwerpen: Ruilhandel of valuta, de actoren (staten, bedrijven, banken), markten, instabiliteit (depressie, recessie, financiële crisis) en regelgeving. Interactief gaat de bezoeker hier in het Frans of Engels mee aan de slag. We leggen bij elk onderdeel de klassieke theorie uit, vervolgens komen verschillende invalshoeken aan bod zoals die van Keynes, het marxisme en het kapitalisme”.

 

De beroemde pers van Nicolas Thonnelier, die handmatige balanceerpersen heeft verdrongen voor het slaan van munten


Wat tijdens de rondleiding meteen opvalt is de pracht en praal van dit indrukwekkende stadspaleis. Wanneer krijg je de kans om rond te lopen in een bankgebouw dat bijna honderd jaar historie uitademt? Waar je in de ‘Salle des Coffres’ de kluis een goudstaaf kunt aanraken, de levensduur van een bankbiljet kunt ontdekken en waar te zien is hoe het geld door de tijd evolueerde. Drie grote machines getuigen van veranderende technieken om geld te drukken. Waaronder de beroemde pers van Nicolas Thonnelier, die handmatige balanceerpersen heeft verdrongen voor het slaan van munten. In de hal ontdek je nog een juweel. De hangende mand waar de nachtwaker boven de slotgracht zijn beveiligingsrondje maakte rond de kluis.

 


De majestueuze trappenhal van het museum


De grote centrale trap brengt je naar de verschillende etages. Een spectaculaire ‘son et lumière’ een grafische projectie op de arcades en kolommen geven een illustratie van de belangrijkste problemen van de economie. Je doorloopt 2400 m² aan expositieruimtes verdeeld over zes ruimtes  die vroeger de monumentale privékamers waren van de familie Gaillard. De bovenste etage is ingeruimd voor tijdelijke tentoonstellingen maar door het glas heb je een prachtig uitzicht op het leien dak met onderbroken lijnen door torentjes en dakramen. Tevens is er een terras dat gevormd wordt door een glazen dak boven de binnenplaats.



Vanaf  dakterras heb je een prachtig uitzicht op het leien dak met onderbroken lijnen door torentjes en dakramen - Foto Citéco - Charlotte Donker

Dit nieuwe plateau is bestemd voor recepties en laat je genieten van de originele architectuur van de originele daken. Soms waan je je in Hogwarts, de Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus uit de film Harry Potter. Kleine kamers met elkaar verbonden door een doolhof van gangen en monumentale trappen. In alle ruimten zijn borden en foto’s te vinden met daarop de informatie over de architectuur en geschiedenis van Hôtel Gaillard.

 

Soms waan je je in Hogwarts, de Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus uit de film Harry Potter


De uitdaging naar de toekomst is groot: Bezoekers en vooral jongeren, verwacht aantal 130.000 per jaar, vertrouwd maken met de verschillende economische theorieën om zo de belangrijkste mechanismen beter te begrijpen. Een bezoek aan dit nieuwe museum kan ik je zeker aanbevelen al was het alleen al om de schitterende architectuur van een van de mooiste stadspaleizen van Parijs. Een ding moet mij echter van het hart; waarom de algemene esthetiek van dit prachtige pand bederven met materiaal van een bedroevend design. Knalrode meubels, enorme borden die economie spelenderwijs uitleggen.

Maar waarom nou zo lelijk? Gelukkig doet de prachtig gerestaureerde buitengevel mij dat weer onmiddellijk vergeten.



Een minpuntje, de gebruikte meubels van het museum doen absoluut geen recht aan het prachtige interieur - Foto Citéco - Charlotte Donker


Foto Citéco - Charlotte Donker

Dus ga het Cité de l’Economie, Citéco bezoeken en geniet van haar vroegere pracht.

Place du Général Catroux 1, 17e arrondissement. Metro station Monceau – lijn 2, Malesherbes – lijn 3. Maandags gesloten, geopend van dinsdag t/m zondag van 14.00 uur tot 18.00 uur. Zaterdag tot 19.00 uur. Entree € 12