Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label La Defense. Alle posts tonen
Posts tonen met het label La Defense. Alle posts tonen

dinsdag 12 mei 2026

LA DÉFENSE; NOTRE-DAME-DE-PENTECÔTE

 

Een spirituele ontmoetingsplaats voor professionals 

Notre-Dame-de-Pentecôte, de naam zegt je hoogst waarschijnlijk niets, maar dit is ongetwijfeld een van de meest iconische gebouwen in La Défense. Midden in deze Parijse zakenwijk, op de gemeentegrens tussen Puteaux en Courbevoie, staat een kubus van beton en matglas, versierd met een rood kruis. Het gebouw wordt begrensd door het CNIT in het westen, het Maison de la Défense en Calders Rode Spin in het zuiden, de Trinity Tower in het noorden en de Areva Tower in het noordoosten. Tja, er staat een kerk in La Défense, midden op het plein. En geef maar toe, je hebt hem nog nooit opgemerkt. Dat is niet zo gek, want hij gaat discreet op in de achtergrond. De ingang bevindt zich aan een voetgangersstraat tussen het CNIT en het Maison de la Défense, bereikbaar via de Parvis de la Défense  en de Place de la Défense. De voorgevel van het gebouw kijkt uit op de avenue de la Division-Leclerc en de snelwegstroken van de Rout Nationale 192. Ik hoor je denken; “geen wonder dat ik die kerk nooit gezien heb”. Het kerkgebouw lijkt te zijn ontworpen om te passen in de omgeving.

 


Het kerkgebouw lijkt te zijn ontworpen om te passen in de omgeving

De bouw van dit bijzondere kerkgebouw werd in opdracht gegeven door de bisschop van Nanterre, François Favreau. Het ontwerp is van de Franse architect Franck Hammoutène, en de eerste steen werd gelegd op 25 maart 1998. Het feest van de Annunciatie, ook bekend als het feest van Maria-boodschap. Franck Hammoutène (1954) begon zijn carrière met het ontwerp van de Gutenberg-bibliotheek in het 15e arrondissement. In 1989 kreeg hij de opdracht voor het ontwerp van het dak van de Grande Arche voor de G20-top. De meeste van zijn projecten kenmerken zich door hun dominante neo-modernistische stijl, waardoor Hammoutène een van de oorspronkelijke figuren van de nieuwe Franse architectuurscene is.



 

De kerk wordt gekenmerkt door een discreet kruis bij de ingang. De gevel reikt tot een hoogte van 36 meter, gedeeltelijk los van het gebouw, en lijkt op een klokkentoren. Deze gevel herbergt een carillon met acht klokken. Op de betonnen muur, bedekt met ondoorzichtig grijs glas, vormen twee lichter gekleurde lijnen een ander kruis, groot maar discreet, als een filigraan, dat de gehele hoogte en breedte van de muur beslaat. Dit monumentale scherm, 80 cm dik, is ontworpen om de sterke winden die in de open ruimte ontstaan te kunnen weerstaan, door licht mee te bewegen.



 

Het materiaal dat voor de hoofdstructuur is gebruikt, is beton, wat niet nieuw is voor kerken uit de 20e  eeuw. Maar hier is het gebruikt vanwege de complexe constructie onder de vloerplaat van het La Défense-plein. De funderingen van het gebouw vertegenwoordigen alleen al een derde van de totale kosten. Er werden 62 pijlers gebruikt, waarvan sommige tot 20° hellen om ondergrondse obstakels te vermijden. 

Dit is een bijzondere kerk; het is eigenlijk meer dan alleen een kerk. Je vindt de kapel boven, waar de diensten worden gehouden. Maar de charmante vrijwilligster die me begroette, benadrukte subtiel: “het is een thuis, zodat iedereen zich er thuis kan voelen”. Zo is er op de begane grond een boekwinkel en een tentoonstellings- en vergaderruimte, terwijl er op de benedenverdieping een aantal ruimtes zijn ingericht om gelovigen te verwelkomen, maaltijden te serveren en groepen te huisvesten die door vrijwilligers worden geleid, door mensen in nood te verwelkomen door een luisterend oor te bieden en specifieke hulp te verlenen aan werkzoekenden, mensen met psychische problemen, alcoholisten of mensen met een (emotionele) verslaving, daklozen, enzovoort, dit alles in samenwerking met bevoegde organisaties en personen.


De 'bovenkamer' ofwel de kapel
 

De ‘bovenkamer’, bereikbaar via een trap, waarin de kapel zich bevindt, breekt met alle conventies. Hier geen kruisvormige plattegrond, geen traditionele oriëntatie. In plaats daarvan stap je in een kubus van beton en matglas die het natuurlijke licht diffuus binnenlaat. Stoelen die de misboeken verbergen en die uitklappen om plaats te bieden aan maximaal 300 personen.  



Het grote glazen scherm achter het altaar is ontworpen door glaskunstenaar Jacques Loire

Het altaar, de preekstoel en het tabernakel zijn het werk van beeldhouwer Pierre Sabatier en zijn gemaakt van geoxideerd staal. Het is opmerkelijk dat de preekstoel in het midden van de kapel staat, met de rug naar de celebrant tijdens de consecratie; een opstelling die gebruikelijk was in kerken uit het eerste millennium . Het altaar symboliseert Pinksteren en heeft aan elk van de vier zijden drie spleten, in totaal twaalf, net als het aantal apostelen. 




De preekstoel roept de brandende struik in herinnering uit Exodus 3. Het tabernakel symboliseert de onzichtbare aanwezigheid van God. Het grote glazen scherm achter het altaar is ontworpen door glaskunstenaar Jacques Loire. Het Mariabeeld is van de beeldhouwer Étienne; het wordt bekroond door vlammen die Pinksteren symboliseren. Het wandtapijt rechts van de ingangsdeur is gemaakt door broeder Yves van de abdij van Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire en stelt Christus aan het kruis voor.



Het Mariabeeld is van de beeldhouwer Étienne



Het wandtapijt rechts van de ingangsdeur is gemaakt door broeder Yves van de abdij van Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire
 

De kerk is ingewijd op 7 januari 2001 en was de eerste kerk van het 3e millenium en bestaat dus dit jaar 25 jaar. De Notre-Dame-de-Pentcôte opent alleen haar deuren op weekdagen. Een oase van rust te midden van drukke agenda’s, een discrete toevluchtsoord voor managers, werknemers en bezoekers van de zakenwijk La Défense, die op zoek zijn naar rust, ontmoetingen en spiritualiteit. Ook ik ben er regelmatig langsgelopen en nu vond ik het tijd om hier eens uitgebreid aandacht aan te besteden. Hoe bijzonder, een godshuis midden tussen de wolkenkrabbers. Een kerk die er niet uitziet als een kerk.


maandag 4 mei 2026

PARIJS WERELDHOOFDSTAD VAN DE STRAATKUNST; THE ZOO ART SHOW


Het klinkt raar, maar Parijs is de wereld-hoofdstad van de straatkunst. Nergens ter wereld is het aantal kunstenaars hoger. Geschat wordt dat urban art of street art alleen al goed is in Frankrijk voor een omzet van zo’n slordige 150 miljoen euro per jaar. Urban Art kreeg zo rond mei 1968 bekendheid in Frankrijk. De periode die bekend is van de studenten-opstand, de Parijse studentenrevolte genaamd. Maar de beweging is 'officieel' in de vroege jaren 1980, onder invloed van onder meer de mode-ontwerpster Agnès B, tot volle bloei gekomen. In Parijs vindt je op onverwachte plaatsen vaak prachtige 'graffity pieces', die zonder dat wij het weten zijn aangebracht door wereldberoemde graffiti-kunstenaars, waaronder Cope 2 (zijn echte naam is Fernando Carlo) Banksey, Fairey, Jef Aerosol, Speedy Graphito en Rero. Vandaag de dag wordt street art gezien als kunst, gevoed door grote retrospectieven in het Londense Tate Modern, het Los Angeles Museum of Contempory Art, het Palais de Tokyo en zelfs in het Grand Palais.

 

Maar dit keer is het La Défense, waar tot en met 28 juni 2026 Europa’s grootste indoor straatkunsttentoonstelling, de ZOO ART SHOW is te zien. Aan de voet van metrostation ‘La Défense – Grande Arche’ en op een steenworp afstand van Calders spinnensculptuur, opende ZOO ART SHOW op 7 juni 2025 haar deuren voor haar eerste Parijse evenement. 


Op een steenworp afstand van Calders spinnensculptuur, opende ZOO ART SHOW op 7 juni 2025 haar deuren


Een meeslepende tentoonstelling, verdeeld over vier verdiepingen In een voormalig steriel kantoorgebouw. Stel je eens voor. Op een oppervlakte van 4.000 m² kunnen bezoekers werken bewonderen van 500 Parijse, nationale en internationale kunstenaars. Onder de indrukwekkende lijst bevinden zich Darco, Jo Di Bona, Okuda, Gero, One Mizer, Bates en Zenoy. Dit tijdelijke straatkunstmuseum toont ook werk van verschillende Parijse galerieën, waaronder Artkind, Brugier-Rigal en Taxie Gallery. Als je houdt van kunst die bruist en de regels doorbreekt, maak je dan klaar voor een van de coolste evenementen van dit moment in Parijs: de Zoo Art Show, een meeslepende XXL-street art tentoonstelling die La Défense omtovert tot een creatieve stedelijke jungle.



 

Het is iets na 9 uur 's ochtends als ik uitstap bij metrostation ‘La Défense – Grande Arche’ stappen (lijn 1, RER A & E). Zoals altijd wemelt het in het zakendistrict ten westen van Parijs van de mensen. Vooral op dit uur. Gelukkig is de Zoo Art Show maar een paar meter lopen. Maar je moet nog wel de juiste uitgang vinden. Als je met het openbaar vervoer reist, raad ik je aan uitgang 5 (Calder - Miró) te nemen. Vermijd de uitgangen La Grande Arche en Dôme - Valmy Arena in dit immens groot metrostation. Eenmaal buiten spot je onmiddellijk de banners van de expositie.



 

De meeslepende ervaring begint al bij de ingang, waar je wordt verwelkomd in een lobby die doet denken aan de Parijse metro. Zelfs de liftdeuren zijn in de kleuren van de metro. Je gaat meteen naar de 5e verdieping. Wanneer de deuren opengaan, wordt je verrast door de graffiti op de muren, vloer en het plafond. Welkom bij ‘Vandal Squat’, hier begint de tentoonstelling. Op de bovenste verdieping verkent de 1000 m² grote etage de rauwe oorsprong van urban art en dompelt ons onder in een kraakpand-achtige sfeer uit de jaren 80 en 90. Neonlichten aan het plafond, een berg spuitbussen, old-school graffiti met veel tags en hiphopmuziek op de achtergrond.

 

Op de bovenste verdieping verkent de 1000 m² grote etage de rauwe oorsprong van urban art






Op de 4e verdieping neemt de Zoo Art Show je mee in een visueel labyrint dat de straatkunstscene van de jaren 90 en 2000 doet herbeleven, met wederom een aantal prachtige werken van kunstenaars als Mr Chat, Raphaelle Emery, Pimax, Adventis en Le Môme. Van vloer tot plafond, op de trap, op de pilaren en zelfs de ramen, elk oppervlak diende als canvas voor expressie. Calligraffiti, muurschilderingen, gigantische stripverhalen, neonlichten, 3D-installaties. Lokaal of internationaal, de kunstenaars (graffiti-artiesten, kalligrafen, schilders, fotografen of zelfs ontwerpers) speelden met de ruimtes en creëerden zo verrassende werelden. Het is ook een kans om verschillende technieken van urban art te ontdekken.


Op de 4e verdieping neemt de Zoo Art Show je mee in een visueel labyrint dat de straatkunstscene van de jaren 90 en 2000 doet herbeleven






Op de derde verdieping – ‘Urban Playground’: een explosie van vormen, kleuren en vibraties in een ruimte gewijd aan digitale en immersieve installaties van de meest visionaire kunstenaars die je zintuigen volledig omsluiten, en de grens tussen realiteit en simulatie vervaagt. Op de tweede verdieping bevindt zich een kunsttentoonstelling: een ondergrondse galerie met originele werken van kunstenaars die urban art naar de meest prestigieuze culturele instellingen hebben gebracht.



Op de derde etage: ‘Urban Playground’






Sinds 2018, ooit bedacht door Antoine Roblot, heeft de Zoo Art Show zich gevestigd als een belangrijke speler in de urban art-scene. Het in Lyon opgerichte collectief ontwerpt spectaculaire, tijdelijke tentoonstellingen op ongebruikelijke locaties, met een sterke mix van street art, undergroundcultuur en meeslepende scenografie.





 


De Zoo Art Show is eigenlijk meer dan alleen een tentoonstelling; het is een ware stedelijke ontdekkingstocht. En dat is wat ik zo geweldig vond aan deze expositie, het gevoel alsof ik Indiana Jones was die achter elke hoek verborgen schatten ontdekte! De rode draad van de Zoo Art Show? Dieren natuurlijk, maar ook verschillende interpretaties van de Parijse metro, evenals gezichten, installaties en hybride creaties. Soms moet je de kantoordeur sluiten om het hele kunstwerk te kunnen zien, een stapje terug doen, of juist dichterbij komen om een detail te waarderen. Allemaal heel meeslepend. Ik zou zeggen dompel jezelf onder in deze kolossale artistieke speeltuin van 4.000 m².


Banksy


De toegang tot het museum kost €15 (vol tarief), maar het zal liefhebbers van street art en andere nieuwsgierige bezoekers die op zoek zijn naar ongewone en unieke ervaringen zeker bekoren.

 


Zoo Art Show Paris 2026

4 Place de la Défense – 92800 Puteaux (La Défense).

Dinsdag tot en met zondag – nog te zien tot en met 28 juni 2026.

Voor tickets, klik hier.



Wanneer de deuren opengaan, wordt je verrast door de graffiti op de muren, vloer en het plafond



maandag 17 november 2025

DE LIJDENSWEG VAN LA GRANDE ARCHE

 

Voorjaar 1983: Bovenop de Fiattoren, op de 44e verdieping, met uitzicht op de "tête Défense", komt een prestigieuze jury bijeen om een bladzijde in de geschiedenis te schrijven. Aan tafel zitten 13 gerenommeerde architecten, waaronder Richard Meier, een Amerikaans architect uit de tweede helft van de 20e eeuw die vooral bekendstaat om zijn gebruik van de kleur wit, en Richard Rogers, een Brits architect. In 1971 startte hij samen met Renzo Piano het bedrijf Piano & Rogers, dat het Centre Pompidou in Parijs ontwierp. Ze beoordeelden 424 zorgvuldig geanonimiseerde projecten. Elk nummer verbergt een architectonische droom, en daarvan zullen er slechts vier worden geselecteerd voor het definitieve oordeel van president Mitterrand. 

Twee projecten springen eruit. Nummer 210, gepresenteerd door Viguier en Jodry, maakt indruk met zijn gedetailleerde perspectieven en levendige kleuren, een bewijs van hun meesterschap in grootschalige projecten. Nummer 640, daarentegen, van de Deense kunstenaar Johan Otto von Spreckelsen, intrigeert met zijn minimalistische durf: een majestueuze, bijna raadselachtige kubus. De vage, poëtische tekeningen verleidden sommige juryleden, maar lieten anderen sceptisch achter.


Een van de eerste schetsen van Otto von Spreckelsen


Na zes dagen van verhitte discussies koos de jury vier finalisten. De projecten werden in de vorm van maquettes tot leven gebracht in het Élysée, waar Mitterrand ze aandachtig bekeek. Op 25 mei 1983 koos hij voor nummer 640, overtuigd door de monumentale eenvoud van deze kubus. De Deen Johan Otto von Spreckelsen werd zo de ontwerper van een toekomstig symbool voor La Défense.


Johan Otto von Spreckelsen - Foto Wikipedia

 

Maar er is een probleem... niemand weet wie hij is, zelfs Robert Lion niet . Hij is een hoge ambtenaar en wedstrijdorganisator die iedereen in de architectuurwereld kent. Ze bellen met de Deense ambassade - ongelooflijk, niemand heeft van deze man gehoord. Ze zoeken en zoeken, en na een bizar telefoontje naar zijn huis neemt zijn zoon op..... die denkt dat het een slechte grap is. Hij weet niet eens dat zijn vader aan deze wedstrijd in Frankrijk heeft meegedaan!  Met de  hulp van een ambtenaar die naar de diepten van Jutland is gestuurd, waar het echtpaar Von Spreckelsen tussen twee visreizen uitrust, vinden ze eindelijk de held van het verhaal. De onbekende architect wordt uitgenodigd naar Parijs voor een grandioze persconferentie.

 

Aangekomen per trein, vergezeld door zijn vrouw, veroorzaakt hij een sensatie. De lange, charismatische en elegante Von Spreckelsen verovert de menigte journalisten van over de hele wereld en transformeert zijn aanvankelijke anonimiteit in een oogverblindende mediatriomf. Eenmaal door de deuren van het Élysée om François Mitterrand te ontmoeten, is er meteen een klik. De president zou "zijn" architect onvoorwaardelijk steunen. Slank, met wit haar en een onberispelijk zwart pak, had hij zo kunnen opgaan in het stille decor van de macht... ware het niet dat één detail de president meteen opviel: zijn schoenen. Zwarte klompen, of in ieder geval iets wat daarop leek.

Mitterrand houdt zijn ogen er geïntrigeerd op. Deze kledingkeuze, verre van onbeduidend, symboliseert de kloof tussen Deense eenvoud en de verfijning van het Élysée. Het moet gezegd worden: twee culturen botsen, de ene Scandinavisch, protestants en streng; de andere koninklijk en veranderlijk, gewend aan politieke huichelarij en machtsstrijd. Zijn Frans is goed. De 53-jarige Deen legt uit; “ik doceer architectuur…..” “En wat heeft u zoal gebouwd vraagt Mitterand ? “ “Mijn huis en vier kerken !” Wat een humor heeft deze man en er wordt hard gelachen. De Fransen vonden dat hij blijk gaf van een zeldzame elegantie door alleen het begin en het einde van zijn werk te vermelden. Dat was het eerste misverstand maar niet het enige.


Van droom naar werkelijkheid

Eerder dat jaar, op een ijzige ochtend in de sneeuwregen, arriveerde Von Spreckelsen met zijn vrouw in La Défense. Het landschap is grimmig: sobere, imposante torens staan in een stedelijke woestijn, zonder een ziel te bekennen. De uitgestrekte, winderige esplanade leidt hen naar een gapend gat, de toekomstige bouwplaats. De plek is zo desolaat dat hij denkt dat geen enkele bouwactiviteit het erger kan maken.

Toch was het hier, in deze sombere omgeving, dat een visioen ontstond. Tussen windvlagen en sneeuwvlokken kreeg het idee van een perfecte kubus vorm in zijn hoofd: een kubus van leegte, gezet in een kubus van marmer, getransformeerd tot een monumentaal frame. Rillend van de kou zoeken hij en zijn vrouw hun toevlucht in een bistro. Bij een warme kop koffie krabbelt hij zijn idee op een papieren servetje. Het is een hyperkubus, die prachtige vorm waarbij een kubus in een kubus zit. En zo begint de geschiedenis van de ‘Arche de la Défense’ als een haastig getekende tekening op de hoek van een tafel. Deze bescheiden schets zou de omtrek worden van een moderne tempel, gewijd aan openheid en communicatie.

 

Wat volgt is een tumultueuze reis, een race tegen de klok om de deadline van  1989 te halen, de viering van de tweehonderdste verjaardag van de Franse revolutie. Het project begint in een sfeer van wantrouwen en onbegrip. Von Spreckelsen, de Deense architect, geïsoleerd door zijn gebrek aan ervaring met grootschalige projecten, aarzelde lange tijd om een partner te kiezen uit de vele Franse architecten die hem aanboden te helpen, zoals vastgelegd in het wedstrijdreglement. De Franse wet vereiste namelijk dat deze relatief onbekende architect moest samenwerken met het Franse bureau van Paul Andreau, die de luchthaven Roissy had gebouwd. Onvermijdelijk liepen de spanningen al snel op wanneer de academische en visionaire architect tegenover een commercieel bureau  komt te staan. In Von Spreckelsens ogen waren de Fransen niet nauwgezet genoeg, wat zijn wantrouwen aanwakkerde en de voortgang van de technische studies vertraagde.



 

En hoewel La Grande Arche qua vorm rudimentair leek, vereiste die eenvoud complexiteit in detail en uitvoering. Een vierdimensionale ‘hyperkubus’ van maar liefst 110 meter hoog, 108 meter breed en 112 meter diep. De ruimte onder de arcade is ző groot dat de Notre-Dame-kathedraal er met gemak onder zou passen.


De bouw begon in  1985 - Foto: Defense 92 DR Pascal Cornier

 

De werkzaamheden begonnen in 1985. De bouwlocatie was al bezet door een ondergronds metrostation en de snelweg A14, dus het gebouw werd 6,33 graden verschoven en vereiste coördinatie van een betonconstructie van 300.000 ton. De constructie, ontworpen door ingenieur Erik Reitzel, een Deense Ingenieur, was verbluffend: zes, dertig meter hoge funderingspalen aan elke kant van de boog (elke paal kon het gewicht van vier Eiffeltorens dragen) ondersteunden de vloerplaten aan elke kant. Elke zevende verdieping is een serviceverdieping, terwijl de dakbalken, 70 meter lang, 9,5 meter hoog en elk 2000 ton zwaar, betekenen dat het hele gebouw in theorie zijwaarts of ondersteboven kan worden gekanteld en toch kan blijven staan – net als kinderspeelgoed. 7.400 m² aan kantoorruimte voor verschillende gebruikers; 37 verdiepingen boven de grond, vijf eronder; vier hectare Carara wit marmeren gevels en baanbrekende panoramische liften die over dunne stalen rails omhoog glijden.


En dan nog von Spreckelsens "wolken", een poëtische, dampvormige structuur in het hart van de kubus, die lijken te zweven in de ruimte. Deze stuit echter op de beperkingen van de natuurkunde, met name het gevreesde Venturi-effect, dat op deze precieze locatie turbulentie veroorzaakt. De uitdaging is tweeledig: hoe kunnen we de stabiliteit van deze structuur garanderen en zo deze aerodynamische verstoringen beperken?  

Onder leiding van Von Spreckelsen  en de Franse architect Paul  Andreau en met behulp van de ingenieur Peter Rice wordt een gespannen canvasstructuur ontworpen. Een netwerk van stalen verbindingsstangen en gespannen kabels, een systeem dat canvaspanelen van 9 tot 20 m² ondersteunt. 

Glazen ‘patrijspoorten’ laten natuurlijk licht binnen, terwijl indirecte verlichting 's nachts de leegte van de Grande Arche verlicht. De "wolk" zal 12 tot 22 meter boven het plateau hangen. 

De bouw van het bovenste plateau van de Grande Arche was een waar huzarenstukje: het storten van meer dan  30.000 ton beton op 100 meter hoogte, zwevend boven de leegte. Om de stabiliteit van deze monumentale constructie te garanderen, is een megastructuur van voorgespannen beton ontworpen, bestaande uit vier verticale spanten die om de 21 meter met elkaar verbonden zijn door horizontale schoren, schuine steunbalken die constructies verstevigen en stabiliseren door dwarskrachten op te vangen) waardoor de stijfheid van het geheel gewaarborgd is.


De bouw van het bovenste plateau van de Grande Arche was een waar huzarenstukje -  Foto: Foto: Defense 92 DR


Een van de andere uitdagingen van het project was dat Von Spreckelsen de zijwanden van de boog van perfect glad glas wilde maken, waardoor de illusie van een spiegel ontstond. Om dit te bereiken, gaf hij de voorkeur aan het gelijmde glasproces, dat in Engelstalige landen veel wordt gebruikt, maar in Frankrijk verboden was voor hoge constructies, uit angst voor vallende glasplaten. Ondanks bedenkingen over eerdere ongelukken, zoals die met de Hancock Tower in de Verenigde Staten, stond Von Spreckelsen erop om deze techniek toch te proberen. De projectleiding besloot echter, tegen de wil van de architect, af te zien van het idee van gelijmde beglazing voor de gevels van l'Arche, omdat het na talloze mislukte technische experimenten te riskant werd geacht. In plaats daarvan werd een klassieke procedure gevolgd: de glaspanelen zouden met glaslatten worden bevestigd, waardoor een zichtbaar raster ontstond. Experts kregen de opdracht om zo discreet mogelijke glaslatten te ontwerpen, en Saint-Gobain leverde zeer vlak glas om aan de kwaliteitseisen te voldoen.



La grande Arche gehuld in stralend wit marmer


Een andere grote uitdaging was de keuze van het marmer. Von Spreckelsen wilde dat al het marmer voor de La Grande Arche uit één groeve zou komen, met een homogene kleur, zo wit mogelijk en vergelijkbare aders. Hij reisde zeven keer naar Carrara, selecteerde monsters en liet ze in Kopenhagen analyseren. Uiteindelijk vond hij marmer met een uitzonderlijke witheid en hardheid. In Frankrijk betekende de competitieve aanbestedingsprocedure echter dat concurrentie aan de orde van de dag was. De door Von Spreckelsen gekozen steengroeve, Figaia, had een prijs die 60% hoger lag dan die van de andere, omdat deze zeker was van zijn monopolie positie. Na analyse beoordeelde Andreu het marmer als gewoon, wat Von Spreckelsen woedend maakte, die de keuze beschouwde als een zaak van zijn artistieke expertise. 

Bovendien vroegen de experts om het marmer te behandelen door de poriën te sluiten om te voorkomen dat er water in doordringt, aangezien de lucht zuur is voor Parijs. Het marmer zal corroderen. Von Spreckelsen wilde dit niet en bepleit zijn zaak bij de president, die zijn keuze steunt. Helaas had dit compromis gevolgen. Onder invloed van zon, vorst en temperatuurschommelingen begonnen de platen krom te trekken, af te brokkelen en sommige kwamen los. In 2018 werden ze volledig vervangen door dof Amerikaans graniet. Maar daarover later meer.


La Grande Arche gezien vanuit de fontaine Agam een ontwerp van  Yaacov Agam (1977)

 

Uit protest, na zoveel wijzigingen aan ‘zijn’ project besloot Von Spreckelsen het op te geven en nam ontslag. De idealist raakte verstrikt in een strijd tegen compromissen, een storm van bureaucratie en grove machtsspelletjes. Hij weigerde zelfs zijn naam aan het gebouw te verbinden tot woede van François Mitterrand die eiste dat de Deense architect zijn besluit zou terugdraaien. In oktober 1986 reisde de architect nog eenmaal naar Parijs. Niemand weet of hij terugkeerde om de locatie te bezoeken en waarom, maar tijdens deze reis kreeg hij hevige maagpijn, waardoor hij dringend naar huis moest terugkeren. Zes maanden later overlijd Yohan Otto von Spreckelsen op 18 maart 1987 in Kopenhagen aan kanker.  Hij heeft zijn voltooide creatie nooit mogen zien. 

Op 14 juli 1989 was La Grande Arche klaar. De plechtigheden ter ere van de tweehonderdste verjaardag van de Franse Revolutie begonnen met de traditionele militaire parade op de Champs-Élysées. Bij de Grande Arche besloot François Mitterrand een G7-top te houden, het hoogtepunt van de festiviteiten. Alle staatshoofden van de grootmachten waren  hier aanwezig: Helmut Kohl, Margaret Thatcher en George Bush. Voor even was de ark het middelpunt van de wereld.

 

Het verval

Na verloop van tijd verliest de Grande Arche zijn glans. Het dak sloot in 2009. De gevels van wit Carrara-marmer raakten snel in verval. Door temperatuurschommelingen en regen verslechterden de kristallen en kromden de drie centimeter dikke marmeren platen als plastic dat in de zon wordt verhit, wat zowel esthetische als veiligheidsproblemen opleverde.  Om te beginnen werd besloten het witte marmer te vervangen door graniet van ongeveer dezelfde kleur, maar alleen aan de zuidkant. Dit leidde tot een verhitte controverse. In september 2016 ondertekenden vijftien vooraanstaande architecten die aan presidentiële projecten hadden gewerkt – Paul Andreu, Paul Chemetov, Jean Nouvel, Dominique Perrault, Renzo Piano, Christian de Portzamparc en anderen – een opiniestuk in Le Monde getiteld "Laten we de Grande Arche de la Défense niet ontsieren". Ze veroordeelden het als een "tweede dood voor Otto von Spreckelsen" en eisten "behoud van de identiteit van het werk,  dit gebouw is bijna heilig.  Alles wat aangeraakt wordt, wordt gezien als heiligschennis."

 


La Grande Arche na de restauratie

Ondertussen voert het architectenbureau laboratoriumtests uit en speurt de wereld af naar een steen met dezelfde intens witte kleur. Na een bezoek aan zo'n vijftien steengroeven in Italië, Griekenland en Spanje, kozen ze voor een granietsoort uit Vermont (VS). Vervolgens gingen de architecten aan de slag om Paul Andreu en de weduwe van Von Spreckelsen te ‘overtuigen’. De restauratie startte begin 2018 en zou twaalf maanden duren. De kosten werden geraamd op 192 miljoen euro. Zo’n 43% van de totale bouwkosten van het bouwwerk aan het einde van de 20e eeuw die 442 miljoen euro bedroegen.



Een van de glazen 'zwevende'liften van La Grande Arche



De weg naar de 35e etage
 

Op 4 april 2010 vond er een incident plaats met de liften die het dak van de Grande Arche de la Défense bedienen. De oorzaak: een katrol dat was afgescheurd en na een val van 75 meter op de grond werd teruggevonden. Het Ministerie van Ecologie, verantwoordelijk voor  de faciliteiten, besloot om het dak onmiddellijk te sluiten, en zou niet eerder opengaan dan na een grondige restauratie in 2017. De panoramische liften werden opnieuw ontworpen om windsnelheden van 80 km/u te weerstaan, vergeleken met 50 km/u voorheen. 


Het vernieuwde uitzicht platform met 360 graden uitzicht




Ook het 11.000 m² grote dak heeft een transformatie ondergaan. Voorheen bood  het dak van de Arc alleen uitzicht op Parijs, mits je op je tenen liep. Op het dak bevond zich een landingsplatform voor helikopters dat slechts één keer gebruikt lijkt te zijn, om de Amerikaanse president George W. Bush voor de G7-top in de Grande Arche in 1989. Tegenwoordig kunnen helikopters indien nodig probleemloos landen op het La Défense-plein. Het dak van 1 hectare werd volledig omgebouwd tot wandelgebied, met een oost-west georiënteerde loopbrug van 1.000 m² dat een buitengewoon 360-graden uitzicht biedt. Verder een tentoonstellingsruimte van 1.400 m² gewijd aan fotojournalistiek en een restaurant voor 50 personen aan de voet van de belvedèretrap. We verwachten per jaar 1 miljoen bezoekers aldus Corine de Conti, president van de exploitant City One 111.



De schitterende tentoonstellingsruimte van het Musée de la Jounalistique




Op 29 april 2023 verschijnt in de Franse krant Le Monde het volgende bericht: Het dak van de Grande Arche de la Défense is permanent gesloten voor publiek.

Het dak van de schepping van Otto Von spreckelsen sloot op vrijdag 28 april definitief zijn deuren voor bezoekers, zo maakte de exploitant, de City One-groep bekend. De kolossale exploitatiekosten die gepaard gaan met de complexitiet van het gebouw hebben uiteindelijk geleid tot de beslissing om deze uitzonderlijke locatie niet meer open te stellen voor het publiek. Belangrijke oorzaak was de ‘Covid-crisis’. Volgens de exploitant verwelkomde het dak in 2022 iets meer dan 111.300 bezoekers, vergeleken met 230.000 voor de gezondheidscrisis terwijl de originele verwachting bij de opening 1 miljoen bezoekers betrof. Plus nog eens de extreme beveiligingsvereisten van een hoogbouw en een openbaar toegankelijk gebouw, waaronder specificaties voor veiligheid, beveiliging en onderhoud hebben bijgedragen aan de beslissing om een jaar voor de Olympische spelen het dak te sluiten. In totaal verloren 53 medewerkers, die dagelijks voor Le Toit de la Grande Arche werkte, hun baan.



Op vrijdag 28 april sloot Le toit de la Grande Arche definitief zijn deuren voor bezoekers. Gelukkig hebben we van het uitzicht de foto nog

 


Zicht op de Esplanade de la Défense en la Voie Triomphale

De gevolgen van de Covid-crisis zijn nog dagelijks voelbaar. Het zakendistrict ten noordwesten van Parijs loopt leeg. Deze rauwe, zakelijke levensstijl spreekt jonge professionals niet meer aan. De redenen: hun overweldigende voorkeur voor werken op afstand en de – relatieve – isolatie van het economische centrum, waarvan de verticaliteit symbool staat voor een achterhaalde benadering van werken. Hoeveel mensen missen er in wat het grootste zakencentrum van Europa is? Een kwart van de 180.000 mensen die er vóór de pandemie werkten, aldus Paris La Défense, de openbare instelling die het district beheert. Het Sodexo-restaurant, gevestigd in het winkelcentrum ‘Les Collines de l'Arche’, ontworpen voor 2.000 personen, bedient nu slechts de helft daarvan, "en zelfs dat is nog aan de hoge kant", aldus een van de managers.

 

Bovenaan de trappen heb je nog steeds een schitterend uitzicht over de Voie Triomphale


De critici zeiden het al in de jaren zestig van de vorige eeuw: La Défense is van meet af aan een dwaasheid geweest. Al sinds de jaren vijftig, toen architecten op het idee kwamen om torens te bouwen langs de toekomstige snelweg Parijs-Saint-Germain-en-Laye en deze vervolgens te bedekken met een betonnen plaat. Zo creëerden ze in deze uithoek van de buitenwijk, bewoond door tuinders en schroothandelaren, het icoon van de Franse moderniteit. De film, ‘Stranger at the Arch’ / ‘l'Inconnu de la Grande Arche’ een film van Stéphane Demoustier, gebaseerd op het boek van Laurence Cossé, vertelt over het Grande Arche-project, dat centraal stond in Mitterrands eerste zevenjarige ambtstermijn, toen Parijs zichzelf opnieuw uitvond volgens de ideeën van een president die dol was op grootse architectonische gebaren en werd geplaagd door de schaduw van zijn voorgangers.

 

Om af te sluiten nog twee indrukwekkende uitzichten op de Esplanade de la Défense en de Voie Triomphale



Op dit moment zijn werkzaamheden bezig om als laatste redding de esplanade de La Défense te transformeren en te vergroenen, dit naar een ontwerp van landschapsarchitect Michel Desvigne. Het is juist deze tuin, aangelegd in 1972 in het westen van de hoofdstad, ‘de derde as van Le Nôtre’, bijna net zo lang als de Tuilerieën en de Champs-Élysées, die landschapsarchitect Michel Desvigne en zijn team tegen 2027 willen omvormen tot een ‘park’. Een gebied dat meer geassocieerd wordt met torens van glas en staal dan met taferelen van jeu de boules-spelers. 

Bronnen: Wikipedia, The Great Arch – Laurence Cossé, Le Monde.


maandag 23 augustus 2021

STADSVERNIEUWING IN PARIJS SINDS HAUSSMANN

Wie in Parijs op zoek is naar vernieuwing vindt die zonder moeite in het 13e arrondissement. Een wijk in beweging of zoals de Fransen zeggen: "Un quartier qui bouge". Wie zo’n 10 jaar geleden op een kaart van Parijs keek zag rond de nationale bibliotheek een groot wit gebied gemarkeerd met 'secteur en travaux'. Zo'n twintig jaar geleden begon men hier met de herinrichting van deze zone, Tolbiac genaamd. En deze werkzaamheden gaan nog door tot 2025. De opening van de Bibliothèque National de France in 1995  en de aanleg van metrolijn 14 was het startsein voor het grootste project op het gebied van stadsvernieuwing in Parijs sinds baron Haussmann. 

Spectaculaire vernieuwingen in Parijs zijn steeds het initiatief geweest van koningen en presidenten. Architectuur uit hogere kringen met als streven, een eigen architectonische nalatenschap. George Pompidou, Giscard d'Estaing en vooral François Mitterrand spanden hierin de kroon. Na de komst van Nicolas Sarkozy werd het wat rustig voor wat betreft presidentiële bouwprojecten in de stad, maar het zijn vooral particuliere prestigeprojecten, initiatieven uit het zakenleven, die de stad opnieuw aanzien geven. In deze blog een aantal spectaculaire bouwprojecten waar op dit moment al aan wordt gebouwd of die in de komende jaren worden opgeleverd.

 


Zichtlijn vanuit de avenue de France op de schepping van Jean Nouvel

Jean Nouvel’s ‘Tours Duo’ zullen zo rond september 2021 het nieuwe hart vormen van een wijk aan de rand van de ringweg, vlakbij Ivry-sur-Seine en het Gare d’Austerlitz. Tien jaar na de start van het project en vier jaar na het leggen van de eerste steen. Toren nummer 1, de grootste van de twee gebouwen, wordt met zijn 180 meter het derde hoogste gebouw in de hoofdstad, na de Eiffeltoren (324 m) en de Tour Montparnasse (209 m). Het zal voornamelijk plaats bieden aan kantoren en woonruimtes. Zijn kleiner broertje, toren nummer 2 met een hoogte van 112 meter, huisvest een 4-sterren hotel met 139 kamers waarvan de inrichting is toevertrouwd aan Philippe Starck. De bovenste 28 etages zijn bestemd voor het hotel met ‘on top’ een restaurant, bar en een panoramische tuin met uitzicht over Parijs. Geplande opening voorjaar 2022.


Schever dan de toren van Pisa

Het unieke van deze twee torens is dat ze samen een V vormen onder een hellingsgraad die oploopt tot 5 graden. Om een idee te geven; de scheve toren van Pisa helt slechts 4,5 graden.

Op de begane grond komen terrassen die uitzicht bieden op Ivry, verder een grote brasserie met een terras, plus winkels in de vorm van kiosken. De groene ruimtes zullen toegankelijk zijn voor het publiek evenals een auditorium met 270 zitplaatsen op de begane grond.


La Tour duo uitgevoerd met speciale energie opwekkende gevelpanelen van Solar Visuals
 

De werkzaamheden gingen van start in april 2017. Vanzelfsprekend weer onder protesten alom, alleen al gezien het feit, dat er jarenlang een leegstand was van 3,9 miljoen m² aan kantoorruimte in het gehele Île-de-France. In eerste instantie werd het bouwvoorstel ook door de Parijse gemeenteraad getorpedeerd. De Tour Duo zouden de vier torens van de Bibliothèque François Mitterrand overschaduwen. Vanuit het westen van Parijs zouden de torens in een lijn staan met het Pantheon, een gruwel volgens de burgemeester van het 14e arrondissement. Bovendien staat het lijnrecht tegenover het voorstel van de Gemeente Parijs om sociale woningbouw in Parijs voorrang te geven. Maar onderschat de macht van Hidalgo niet. 600 miljoen euro investering uit private fondsen, verbetering van de infrastructuur in het 13e arrondissement, werkruimte voor 7000 mensen en extra hotelkamers voor het toerisme. Alle protesten ten spijt; de commissaris van het  onderzoeksteam; Marie-Claire Eustace, gaf uiteindelijk een positief advies over het verzoek voor een bouwvergunning.  


 

Tolbiac; Een wijk in beweging of zoals de Fransen zeggen: "Un quartier qui bouge"


Ruim 18 maanden bleven de werkzaamheden uit het zicht om plaats te maken voor de funderingen op meer dan vijftig meter diepte. Sowieso al een technische hoogstandje, aangezien het Parijse landschap onder de grond bezaaid is met leidingen, netwerken en tunnels. Bovendien ligt de bouwplaats ook nog eens op een steenworp afstand van de Seine. De ruimtes onder de beide torens hebben negen kelderverdiepingen die plaats moeten bieden aan 500 auto’s. Daarnaast is er 2.200 m² gereserveerd als fietsenstalling. Begin 2019, toen de fundamenten stevig genoeg waren, kon begonnen worden met de bouw van de twee torens. Net als vele andere bouwwerken werd de bouw ook vertraagd door de Covid, maar nu werken meer dan 600 bouwvakkers elke dag op kruissnelheid om de bouw in september van dit jaar te voltooien.  Daarna volgen de huurders, waaronder de werknemers van de Natixis-bank die hier zijn hoofdkantoor zal vestigen. De eerste bewoners van de appartementen worden verwacht in april 2022. Totaal zullen er elke dag ruim 7.000 mensen aan het werk zijn in de beide gebouwen en brengen zo de economische activiteit tussen het westen van Parijs, La Défense, en het oosten, Tolbiac’ wat meer in evenwicht. De constructie maakt deel uit van een toch al dynamische wijk met veel bedrijven gevestigd langs de Avenue de France. 


Zuinig met energie

Het gebouw wordt voorzien van diverse terrassen, zo’n 5.800 m², met bomen en energie opwekkende gevelpanelen van Solar Visuals. In totaal 825 panelen verdeeld over de beide torens die het gebouw een ‘gouden look’ zullen geven, zodanig geplaatst dat ze de automobilisten op de ringweg niet zullen verblinden. Ze vormen een dubbele huid tussen de muren. Omdat zo zonnestralen worden gebroken circuleert de lucht tussen de muren en de panelen waardoor wordt voorkomen dat de warmte het gebouw binnendringt. Een van de zijkanten van de westtoren wordt ook deels begroeid. Een intern koelsysteem met leidingen gevuld met water moet er voor zorgdragen dat er in de zomer zo min mogelijk airconditioning wordt gebruikt. Bovendien zal het ‘grijze water’ afkomstig uit gootstenen of douches worden hergebruikt om toiletten en beplanting van water te voorzien. Op de daken komen nog eens 1500 zonnepanelen.

 

Tour de la Biodiversité.

Wonen in een reusachtige boom. In 2010 won de Franse architect Édouard François de eerste opdracht om een appartementencomplex te mogen bouwen in Parijs met een hoogte van 50 meter de ‘M6B2 Tour de la Biodiversité’. De buitenzijde van dit 17 verdiepingen tellende gebouw, aan de overzijde van de ‘Tours Duo’ ziet er uit als een reusachtige boom en hiermee slaat de architect twee vliegen in een klap: Sociale woningbouw en vergroening van de stad. Het idee van een verticale tuin werd voor het eerst in Parijs toegepast door botanicus Patrick Blanc bij de bouw van het Musée Quai Branly. Op de noordelijke muur van het museum zijn op een vilten ondergrond van 800 m², die doordrenkt is met een voedzame stof, 15.000 planten gepland. Voor Édouard François is dit het tweede gebouw met een groene uitstraling in Parijs. Zijn eerste project met een 'groene' uitstraling was de 'Tower-Flower in het 17de arrondissement, waarvan de gevels bedekt zijn met bamboepotten met begroeiing. Zijn nieuwe project moet er uiteindelijk uit komen te zien als een tweede Mont Valérien, een heuvel van 162 meter ten westen van Parijs, gelegen in het departement Hauts-de-Seine in de gemeenten Suresnes, Nanterre en Rueil-Malmaison. Het dak wordt bedekt met 180 cm. aarde waar de vegetatie langzaam kan gedijen met als doelstelling een soort van heli-haven voor insecten en vogels. In plaats van planten op de gevels, die uiteindelijk verdorren, wordt het gebouw bezaaid met bomen. Samen met dè tuinbouwschool van Parijs, de l'école Du Breuil, werden zaden opgekweekt, afkomstig uit de 'forêts franciliennes', in 3,5 meter lange roestvrijstalen buizen in de kwekerijen van Vincennes. Drie jaar kregen de bomen de tijd om te groeien voordat de stalen buizen met eiken, dennen en wilde rozen aan de gevels werden gemonteerd. Om de 'groene' uitstraling van het gebouw te accentueren werden de gevels voorzien van een titanium coating, waarvan de kleur gelijk is aan de mossen van de beroemde Kyoto Tempels. Groen is tevens de kleur van hoop.

 

Met het Klimaat Energie Plan wil het Parijse stadsbestuur de uitstoot van broeikasgassen tegen het jaar 2050 verminderen met 75%

"Sneller dan het hart van een sterfelijke verandert de stad, het oude Parijs is verdwenen"; Aldus treurde Baudelaire in de 19e eeuw - en zo horen we nostalgische mensen nog tot op de dag van vandaag klagen. Echter, in de loop der eeuwen stapelden de gebouwen zich in Parijs op als een gigantische puzzel. Elke wijk, elk bouwwerk draagt de sporen van voorbije tijden en levert een bijdrage aan de toekomst. 


De Franse hoofdstad is absoluut geen museumstad meer. De nieuwe architectuur van de stad getuigt van respect voor het verleden én van bruisende creativiteit. Voorbeelden waren de plannen omtrent de revival en de verbouwing van het in 2005 gesloten warenhuis La Samaritaine, een project van het Japanse bureau Sanaa. De herinrichting van het Forum des Halles, de nieuwe Philharmonie de Paris van Jean Nouvel en de Fondation Louis Vuitton, een schepping van Frank Gehry, aan de rand van het Bois de Boulogne. En dan is er nog het 160 meter hoge Cité Judiciaire (17e arrondissement), dat onderdak biedt aan een groot aantal rechtbanken. Het verleden heeft voor goede fundamenten gezorgd en Parijs blijft groeien maar nu ook in de hoogte. Jawel, Parijs laat mensen nog altijd dromen!



Om de unieke skyline van Parijs te behouden mogen wolkenkrabbers alleen gebouwd worden aan de rand van de stad
 

Hoogbouw; de Parijzenaars zijn hier als vanouds niet enthousiast over. Volgens peilingen is 62% tegen hoogbouw. Wolkenkrabbers zijn on-Parijs vinden de tegenstanders. Haussmann legde in de 19de eeuw de basis voor een horizontale stad met brede boulevards en die laat zich moeilijk combineren met verticale elementen. Sterker nog, in 1973 bepaalde het gemeentebestuur van Parijs dat er een hoogtelimiet moest worden ingesteld. Om de unieke skyline van de Franse hoofdstad te waarborgen mochten er geen gebouwen of kunstwerken hoger dan 37 meter worden gebouwd. Aanleiding hiertoe was de bouw van de 210 meter hoge en nog steeds verguisde Tour Montparnasse. Tot grote schrik van de stadsbewoners werden de hoogtebeperkingen in 2010 opgeheven en de stad ondergaat een enorme verstedelijking en vergroening. Veel van deze projecten zijn te danken aan de visionaire blik van Anne Hidalgo, voormalig staatssecretaris van cultuur, vervolgens eerste assistent van de vorige Parijse burgemeester Bertrand Delanoë, toen verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening in de regio Parijs, en sinds 5 april 2014 zelf burgemeester van de Franse hoofdstad.

 

La Tour Triangle in het 15e arrondissement wacht al sinds 2011 op uitvoering


Sommige geplande gebouwen laten wel heel lang op zich wachten. Zoals ‘La Tour Triangle’. Op maandag 25 juli 2011 schreef ik het volgende in mijn blog: Kort geleden heeft de Parijse gemeenteraad toestemming verleend voor het bouwen van het derde hoogste gebouw binnen de boulevard périphérique, na de Eiffeltoren en de Tour Montparnasse. De Tour Triangle wordt gebouwd aan de zuidkant van Parijs, in het hart van het Parc des Expositions porte de Versailles, in het 15e arrondissement. De start van de bouw van het 180 meter hoge glazen gebouw, in de vorm van een driehoek, staat gepland voor 2012-2013 en de oplevering moet plaatsvinden in 2016-2017. Het is ontworpen door het Zwitserse architectenduo Herzog & de Meuron en wordt gefinancierd door het bedrijf Unibail-Rodamco Europe. Doelstelling van de opdrachtgevers, een hoogte van 179,8 meter. De Parijse burgemeester Bertrand Delanoë was zo lyrisch over dit unieke gebouw dat hij speciale toestemming verleende voor de bouw. 

Zoals altijd gooiden protesten van de omwonenden maar ook de economische crisis roet in het eten. Het had de eerste wolkenkrabber van Parijs sinds de jaren zeventig moeten worden en als klap op de vuurpijl stemde een krappe meerderheid van de gemeenteraadsleden op 17 november 2014 tegen. Dat de bouw van de Tour Triangle, eind juni 2015, alsnog door de gemeenteraad werd goedgekeurd, was grotendeels te danken aan Anne Hidalgo.

 


De Tour Triangle is ontworpen door het Zwitserse architectenduo Herzog & de Meuron en wordt gefinancierd door het bedrijf Unibail-Rodamco Europe


De 42 verdiepingen tellende toren zou moeten verrijzen aan de Porte de Versailles in het zuidwesten van Parijs. Gelegen op de historische as tussen het 15e arrondissement en de omliggende gemeenschappen van Issy-les-moulineaux en Vanves. In de piramide vormige glazen toren vestigt zich onder meer een viersterrenhotel met 120 kamers, een panoramisch restaurant, een sky Bar, 70.000 m² aan kantoorruimte, waarvan 2.200 m² is gereserveerd voor start-ups en nog eens 10.000 m² voor traditionelere werkplekken. Bij elkaar moet dit ruim 5.000 arbeidsplaatsen opleveren. De bouw van de Tour Triangle zou een signaal aan buitenlandse investeerders en internationale architecten zijn, aldus Hidalgo. 

Maar nog steeds blijven tegenstanders zich roeren. "Dit project, ook wel de 'Tobleronetoren' genoemd, voorziet niet in de huidige behoeften van Parijzenaars; zoals woningnood, problemen met openbaar vervoer, milieu en leefbaarheid, er is geen tekort aan kantoren", aldus het burgeractiecomité Collectief tegen de Tour Triangle. Ook UNESCO is kritisch. "Als Parijs gezien wil worden als een stad met historische waarde en als erfgoed dan is het een heel slecht idee om wolkenkrabbers neer te zetten aan de poorten van Parijs". Harde woorden van UNESCO onderdirecteur Francesco Bandarin. Maar kun je een wereldstad zijn zonder wolkenkrabbers? Kan Parijs zich blijven koesteren in haar 19de eeuwse schoonheid terwijl in alle grote wereldsteden de ene iconische toren na de andere verrijst? Anne Hidalgo's reactie hierop was simpel: "We leven niet in een museum"! De hoop is nu dat Le Tour Triangle opgeleverd wordt voor het begin van de Olympische Spelen in 2024, maar ook dat is nog onzeker. Ik blijf het volgen.

 

Hermitage Plaza, twee torens van 323 meter hoogte


En dan is er nog Hermitage Plaza.

Hermitage Plaza is een hoogbouwproject, bedacht door de Russische vastgoedgroep Hermitage, waarvan de ontwikkeling in 2009 werd toevertrouwd aan het beroemde architectenbureau foster+partners. Zij zijn ook de architecten de ‘augurk’ in Londen en de Commerzbank in Frankfurt. Het idee is om een soort World Trade Center te bouwen, maar dan aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, hier in Parijs, aan de voorkant van de Seine, net bij de ingang van het zakendistrict La Défense. Twee twin towers met een hoogte van 323 meter. De hoogte is gekozen met de nodige symboliek, want ze zijn precies een meter korter dan de Eiffeltoren inclusief haar antenne. Zo behoudt de Franse ‘Iron Lady’ haar trots; de eerste plaats in het klassement van de hoogste torens van Frankrijk. Dit gigantische project moet Parijs en Frankrijk weer internationaal op de kaart te zetten. Deze torens zorgen er voor dat Parijs niet langer achterblijft in de mondiale concurrentie op het bouwen op grote hoogten. Want het is nog steeds een kwestie om buitenlandse investeerders aan te trekken door het spel van ‘urban marketing’ goed te spelen. 


Een prachtig uitzicht over de stad vanuit het panoramisch restaurant

Ambitieus en gericht op de toekomst, deze twee torens moeten kantoren, woningen, winkels en luxueuze restaurants herbergen. Er komt ook een vijfsterrenhotel met 201 kamers, een spa en panoramische appartementen. Culturele en recreatieve voorzieningen zijn ook gepland: twee auditoria, een concertzaal met 1300 plaatsen, een kunstgalerie en zelfs een studentenresidentie. Deze nieuwe torens komen op een openbaar plein dat uitkijkt over de Seine. Nu nog de plek van nog bestaande woningen. Dit is dan ook de oorzaak dat het project herhaaldelijk wordt uitgesteld. De sloop van deze gebouwen zou immers aanvankelijk in 2012 starten na het verkrijgen van de bouwvergunning. Behalve dat de werken niet voor september 2019 konden beginnen, dat wil zeggen zeven jaar later, werd deze eindeloze vertraging tevens veroorzaakt door tal van juridische beroepen van bepaalde huurders in de te slopen woonblokken, die sterk gekant waren tegen hun uitzetting. Daarnaast speelden er diverse geschillen tussen de ontwikkelaar, Paris La Défense en de Russische Hermitage groep, waaronder claims, dreigementen en financiële sancties. Echter volgens de laatste berichten is de oplevering nu gepland voor 2024, dat wil zeggen net op tijd voor het begin van de Olympische spelen in Parijs - Waar heb ik dit eerder gehoord?


Aan de voet van Hermitage Plaza een plein met uitzicht op de Seine

Maar gezien wat er tot dusver is gerealiseerd is het beter om voorzichtig te blijven met de prognoses. Een ding is zeker; zodra deze nieuwe torens zijn opgetrokken, zullen ze nieuwe landschap oriëntatiepunten vormen die volgens kenners nodig zijn voor de creatie en vernieuwing van de Parijse skyline. Er zullen dan, samen met de Eiffeltoren, drie torens van meer dan 300 meter in de Franse hoofdstad staan. Hierdoor wordt Parijs de stad met de hoogste wolkenkrabbers in West-Europa. La Tour Montparnasse is momenteel de hoogste wolkenkrabber van Frankrijk. De hoogste toren ter wereld is momenteel de Burj Khalifa, met een hoogte van 828 meter. In Parijs staan zo’n tachtig wolkenkrabbers met een hoogte van minstens 100 meter.



2024 de nieuwe skyline van La Défense