Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Theater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Theater. Alle posts tonen

dinsdag 14 juli 2020

HET PARIJSE OH LA LA


Oh la la! Van oudsher staat deze uitroep voor de droom van verboden vruchten, de magie van ondeugende dansen van exotische meisjes, bananenrokjes en het wilde ‘vie de bohème’. Uiteraard begon het allemaal in Parijs. De negentiende eeuw, Parijs barstte van de folies, cabarets en dance halls die dienden als ontmoetingsplaatsen voor bohemiens en kunstenaars. Dans en prostitutie liepen in die tijd naadloos in elkaar over. Achter de vrolijkheid en het optimisme van la belle époque ging een seksuele economie schuil. Destijds werden keurige burger dames niet geacht seksuele wezens te zijn, waardoor de bourgeoisie-heren hun toevlucht zochten tot danseressen, wasvrouwen en arbeidsters.

Achter de vrolijkheid en het optimisme van la belle époque ging een seksuele economie schuil - Le bar de Maxim's  van Pierre-Victor Galland

“Getrouwde vrouwen waren veroordeeld tot de deugd, erotiek werd een specialiteit van professionals”, schreef Bernard Marchand in ‘Paris, histoire d’une ville’. Zeer beroemd zijn de dagboeken die de gebroeders De Goncourt, Edmond en Jules, vanaf 1851 bijhielden. De gebroeders schiepen tijdens hun leven een enorm oeuvre dat als literair zeer waardevol gold en grote invloed uitoefende. In het diepste geheim hielden zij echter een dagboek bij dat hen na hun dood nog veel beroemder zou maken. Ze noteerden nauwgezet wat ze op bijeenkomsten zagen, wat ze in clubs en bordelen hoorden, bij diners waar ze aanzaten, onder de vrienden uit het artistieke en politieke milieu waarin ze verkeerden. Zo creëerden zij zowel een onthullende autobiografie als een monumentaal verslag van het sociale en literaire leven in het 19de-eeuwse Parijs. In die tijd hadden alle grote schrijvers een of meer maîtresses of demi-mondaines. Baudelaire met zijn exotische negerin Jeanne Duval die eerder werd ‘beklommen’ door de fotograaf Nadar. Flaubert had een latrelatie met Louise Colet. Guy de Maupassant bleek volgens de dagboeken van Goncourt de meest seksueel geobsedeerde figuur. Alles buitenechtelijk uiteraard, want al deze schrijvers waren het over een ding van harte eens; trouw nooit, want dat is de dood van de creativiteit.

Getrouwde vrouwen waren veroordeeld tot de deugd, erotiek werd een specialiteit van professionals - Cocottes de Paris, schilder onbekend

De aantrekkingskracht van de lichtstad was grotendeels te danken aan haar reputatie als oord van plezier en algehele tolerantie. Misschien begon de reputatie van Parijs als ‘ondeugende’ stad wel met de kunst van Henri de Toulouse Lautrec, de schilder die een groot deel van zijn korte leven doorbracht in louche uitgaansgelegenheden tussen de dames met een wat dubbelzinniger profiel: de actrices, danseressen en modellen, de onderhouden vrouwen, de courtisanes, de ‘grandes cocottes’, de ‘demi-mondaines’, de ‘horizontales’, de ‘amazones’, de ‘manneneters’ of de ‘lorettes’, een benaming voor courtisanes wier succes was af te leiden van hun adres en het arrondissement. Zoals vele schilders voelde Henri De Toulouse-Lautrec zich aangetrokken tot de wereld van de prostitutie. In het nachtelijk leven vindt De Toulouse-Lautrec de vrijheid om te schilderen wat hem boeit: het leven zelf, de mensen die hem interesseren, in een omgeving waarin hij zich thuis voelt. Hij schildert de milieus die pas opbloeien bij kunstlicht, wanneer Parijs zich in het duister hult. Vooral in cabarets als Le Chat Noir, de Boule Noir en de Moulin Rouge vindt hij de mensentypes die hem boeien. De meisjes van plezier aanvaardden de kleine misvormde schilder en duldden hem als één van hen. De Toulouse-Lautrec leed aan Pycnodysostose, een kwaal die dwerggroei tot gevolg had en waarschijnlijk wordt veroorzaakt door incest of inteelt. Kleiner dan anderhalve meter, met een normaal volgroeide romp en hoofd maar met te korte armen en benen, brede neusvleugels, een ingevallen kin, felrode en getuite lippen, en een veel te grote tong waardoor hij onophoudelijk lispelt en kwijlt. (Bron Wikipedia).

Henri de Toulouse Lautrec schildert de milieus die pas opbloeien bij kunstlicht, wanneer Parijs zich in het duister hult - Salon de la rue des Moulins - Toulouse-lautrec

Folies-Bergère (1869)
Velen onder jullie denken dat de Moulin Rouge het eerste ‘cabaret’ van Parijs was, maar dat is niet zo. In een reisgidsje van Parijs uit 1887 (Paris-diamant Collection des guides – Joanne) komt alleen de Folies-Bergère voor aan de rue Richer 32. Beschrijving: Salle très fréquentée – concerts, ballets, pantomimes, spectacle varié. Prix d’entrée unique, 2 francs (les consommations se payent à part).

In september 1872 werd de vernieuwde Folies geopend met de nieuwe naam Folies Bergère 

Aan de vooravond van de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) opende de heer Boisleve in het verbouwde pand van een beddenwinkel de Folies Tréviso. De nieuwe hal werd op 2 mei 1869 met veel publiciteit geopend, de zaal was een van de mooiste in zijn soort en ontworpen in de stijl van het Alhambra in Londen. De Frans-Duitse oorlog bracht echter een enorme verandering teweeg en de zaal werd gebruikt voor het houden van politieke bijeenkomsten. Na een mislukte herstart begin 1871 sloot de zaal op 31 maart 1871. Leon Sari  directeur van het theater aan de Boulevard du Temple die daar een fortuin had verdiend, kocht het geheel en liet een loopbrug bouwen en een wintertuin met fontein aanleggen. In september 1872 werd de vernieuwde Folies met de nieuwe naam Folies Bergère geopend. Het publiek kon komen en gaan tussen de hal, de wintertuin, de verschillende bars en de promenade die vooral werd gebruikt door prostituees om hun klanten te werven. In 1882 schilderde Manet hier één van zijn beroemdste impressionistische schilderijen: ‘Un Bar aux Folies Bergère’, het schilderij komt overigens niet overeen met de werkelijkheid.


De Folies-Bergère kreeg een zekere wereldfaam door de optredens van Josephine Baker tijdens ‘The Roaring Twenties’. Josephine was een prachtige, wulpse zwarte danseres afkomstig uit Amerika die topless danste en kokette liedjes zong met een zwaar Amerikaans accent. Ze trad op in een verenpak of bananenrokje, met een witte luipaard als sidekick.


Paradis Latin (1889)
De geschiedenis van het pand waar Paradis Latin is gevestigd gaat terug tot 1803, toen Napoleon besloot om een theater te bouwen in de rue des Fosses-Saint-Victor op de fundamenten van de stadsmuur van  Philippe Auguste. Het theater kreeg de naam ‘Théâtre Latin’, genoemd naar het Quartier Latin. De wijk rondom de Sorbonne op de linkeroever van de Seine. waar bohemiens, intellectuelen, artiesten, schrijvers en studenten elkaar ontmoeten. De sfeer is die van de ‘Comédie Humaine van Honoré de Balzac’ een broedplaats van literaire, politieke en poëtische fauna. Daar ontmoeten we Balzac, maar ook Alexandre Dumas. Pas in 1830 begon het theater zijn eerste hoogtepunten te kennen in het nachtleven van Parijs. Helaas wordt het theater tijdens de opstand van 1870 door brand verwoest en duurt het tot 1887 dat naar een ontwerp van Gustave Eiffel een nieuw theater verrijst dat zijn deuren opent op 20 januari 1889.

Het allereerste affiche van Paradis Latin. De show toentertijd, was gebouwd rond vier hoofdpunten: Operette, ballet, pantomime en buitenissigheden - © Paradis Latin



Eiffel besluit de overblijfselen van het oude theater opnieuw te gebruiken. Het gebouw werd geopend twee maanden voordat de Eiffeltoren werd voltooid. Net als de Eiffeltoren bestaat het nieuwe cabaret uit metalen structuren, waarvan de originaliteit verrassend is en bezoekers verbaasd zijn over het indrukwekkende volume van de zaal, die associaties oproept met een kathedraal. De centrale koepel is werkelijk oogverblindend. Het ‘Théâtre Latin’ is dood, lang leve Paradis Latin. De show toentertijd, was gebouwd rond vier hoofdpunten: Operette, ballet, pantomime en buitenissigheden.

Le bal du Moulin Rouge - Henri Toulouse de Lautrec

Moulin Rouge (1889)
Maar aan de andere kant van de Seine, aan de noordkant van Parijs groeide de concurrentie. Door de geografische afscheiding van de stad kon Montmartre zich in de 19e eeuw ontwikkelen tot het meest decadente deel van de stad. Bekende artiesten woonden er: Henri Toulouse de Lautrec, Auguste Renoir, Georges Bracque, Guillaume Appolinire, Pablo Picasso, Van Gogh en meer. Medeplichtig hieraan waren de zogenaamde cocottes, de courtisanes of de talrijke prostituees.  Een van de meest beroemde 'Cocottes' was uit die tijd Coca Pearl die liefkozend 'la grande horizontale' of 'plat du jour' werd genoemd. Geen wonder dat op de plek van een dance hall genaamd 'La Reine Blanche', Joseph Oller en Charles Zidler op 6 oktober 1889 de Moulin Rouge openden, op de Place Blanche, aan de voet van Montmartre. Hèt mekka van het Parijse nachtleven. Joseph Oller (1839-1922) een in Catalonië geboren zakenman die zijn fortuin maakte in Parijs als uitvinder van een nieuw soort wedsysteem; 'Pari Mutuel', en zo indruk maakte als bookmaker bij het paardrennen. Dit gaf hem de middelen om samen met zijn compaan Charles Zidler (1830-1897) niet alleen de Parijse muziektempel Olympia, de Jardin de Paris, maar ook de Moulin Rouge te bouwen. Bij dat laatste kwam hun perfectionisme naar boven. Zij wilden het grootste en mooiste cabaret creëren. Een tempel opgericht als ode aan de vrouw en de dans.

De Moulin Rouge rond 1900

Het gebouw van de Moulin Rouge diende als eerbetoon aan de ongeveer 30 windmolens die jarenlang de heuvel van Montmartre hadden gesierd. Dankzij het bijzondere interieur, ontworpen door Adolphe Willet, met een gigantische dansvloer, alomtegenwoordige spiegels, elegante gaanderijen met privé loges, wisten Zidler en Oller de allerrijksten zich te laten mengen met de inwoners van het hippe Montmartre. De grootste verrassing bevond zich in de tuin. Een enorme olifant, oorspronkelijk ontworpen voor de wereldtentoonstelling van 1889 waar je voor een oude Franse franc, een wenteltrap kon beklimmen en kon genieten van een zeer sensueel buikdansspektakel. De 'Bals de Moulin Rouge' groeiden in ijltempo uit tot hooggeprezen en drukbezochte evenementen, waar de meisjes mede dankzij het onstuimige ritme van de cancan even flexibel omsprongen met hun ledematen als met hun moraal. Oller en Zidler beloofden niet voor niets goud en vrouwenbenen aan het publiek. Al gauw kreeg het cabaret de bijnaam Le Premier Palais de la Femme'. Onder het bewind van Zidler werden heel wat legendarische sterren naar de molen gelokt zoals; La Goulue (danseres), Colette (mime), Yvette Guilbert (zangeres) en Jane Avril (danseres). Hij was het bovendien die de cancan invoerde als belangrijke attractie.



Lido de Paris (1946)
Twee Wereldoorlogen gaan inmiddels voorbij. In 1946  openen de gebroeders Joseph en Louis Clerico een theater voor revue en cabaret aan de Champs Élysées. Het Lido de Paris. Met enorm succes. In 1977 verhuisde het naar het Normandy gebouw, aan dezelfde avenue op nummer 116 en werd daarmee het grootste panoramische theater ter  wereld waar elke twee minuten het decor verandert. Het biedt plaats aan 1150 gasten en heeft een oppervlakte van zo'n 7500 m². Het interieur is ontworpen door de Italiaanse architecten Giorgio Vecchia en Franco Bartoccini. Een enorme liftinstallatie kan een gedeelte, met plaats voor 300 gasten, 80 cm in de vloer laten zakken om ervoor te zorgen dat het zicht op het podium optimaal blijft. De prachtige kristallen kroonluchters verdwijnen in het plafond en alle andere lampen die het zicht op het toneel wegnemen zakken in de vloer.

1948 het debuut van de Bluebell girls (l) - Margret Kelly Miss Bluebell (r)

Dagelijks twee shows met meer dan 110 dansers en danseressen (waaronder de wereld beroemde Bluebell Girls) in 600 verschillende kostuums voorzien van 2 miljoen kristallen en 200 kilo veren. Verder 1 ijsbaan, fonteinen en watervallen die meer dan 23.000 liter water per minuut wegpompen, lasereffecten, 700 speakers met surround sound, aangestuurd door 25 versterkers met een totaal vermogen van 20.000 watt, 600 meter neon en meer dan 100.000 lampen aangestuurd via 32 kilometer glasvezelkabel. 100 m² aan LED schermen, 300 lichtprojectoren en een magisch orkest bestaande uit 45 instrumenten.

Crazy Horse (1951)
Le Crazy Horse Saloon of gewoon Le Crazy Horse de Paris is vernoemd naar de Sioux hoofdman, Crazy Horse. Sinds 1951 behoort dit theater aan de chique Avenue Georges V tot een van de beroemdste ter wereld. Een tempel van sublieme, 'womenhood' - vrouwelijkheid, die bekend staat om zijn optredens van fraaie, oogverblindende, bijna ongeklede dames in stijlvolle dansnummers. Dat dit amusement al jaren op zo'n hoog peil staat is uitsluitend te danken aan Alain Bernardin, een avant-gardekunstenaar en hartstochtelijke bewonderaar van vrouwen. L’Art NU, dit is bijna kunst en terecht !

De danseressen van de Crazy Horse worden geselecteerd op hun lengte, figuur en omvang van borstgrootte - foto Crazy Horse © Alberto Baracchini

Bijna zeventig jaar gevestigd in een indrukwekkend-Haussman gebouw op de avenue George V no. 12, samengevoegd uit twaalf voormalige wijnkelders en al die tijd een essentieel element van de cultuur van Parijs. Nog steeds weet 'Le Crazy' het onuitputtelijke onderwerp, vrouwen, opnieuw uit te vinden. Met nieuwe ritmen, dynamische tempo's, geraffineerde en zeer gecompliceerde verlichting, uitbundige zang en dansroutines, weet men het publiek, twee keer en op zaterdag drie per avond, 365 dagen lang, te verbazen en in verrukking te brengen. Uitgevoerd door een zeer select gezelschap van slechts 18 klassiek geschoolde danseressen. Geselecteerd op hun lengte, figuur en omvang van borstgrootte.
Het succes van 'Le Crazy' had ook zijn keerzijde. In 1994 maakte Alain Bernardin een einde aan zijn leven door zichzelf door het hoofd te schieten in zijn kantoor, hij was 78 jaar.

Michou; zijn beroemde cabarettheater ‘Chez Michou’ was een inspiratiebron voor de film "La cage aux folles" uit 1973

Michou (1956)
Michou werd geboren in 1931 als Michel Catty in Amiens en vertrok op 17-jarige leeftijd naar Parijs om zoals hij dat zelf zei Parijs te veroveren. Na zo’n twaalf ambachten en dertien ongelukken werd hij uitbater van een bar aan de Rue des Martyrs nummer 80. In de jaren ’50, verkleedde hij zich als vrouw, samen met twee vrienden; Michou was Brigitte Bardot. Het travestie-cabaret was geboren en zo opende hij op 13 juli 1956 Michou, waar bekende vrouwelijke sterren van destijds door mannen werden geïmiteerd. "Het was een kleine bistro en ik heb er een instituut van gemaakt", zei Michou ooit zelf. Zijn beroemde cabarettheater ‘Chez Michou’ was een inspiratiebron voor de film "La cage aux folles" uit 1973. Tot op hoge leeftijd kwam de extravagante ‘blauwe prins van Montmartre’ persoonlijk, elke avond het publiek in zijn theater begroeten. Hij kleedde zich altijd van top tot teen in het blauw en droeg daar een dikke donkere blauwe bril bij. Hij overleed op 26 januari 2020 op 88-jarige leeftijd. Kranten openden met koppen als “Parijs rouwt om de blauwe prins van Montmartre’ – Frankrijk heeft dit weekend een van zijn meest kleurrijke figuren verloren – zijn derrière was mooier dan die van Brigitte Bardot”
Michou vond dat zijn cabaret hem niet zou moeten overleven. In zijn memoires, gaf hij aan dat hij begraven wilde worden in een blauwe kist en dat het cabaret stopte bij zijn dood. ‘Ik wil dat dit huis met mij verdwijnt. Het lijkt misschien pretentieus, maar het cabaret zal me niet overleven’, schreef hij in 2017.

Sinds de opening van deze Parijse instituten klinkt hier tweemaal per avond het poppen van de flessen champagne en het applaus na een daverende show, tot…. het begin van de ‘Corona lockdown’. Het is nog steeds oorverdovend stil en voor sommige theaters onbekend wanneer zij weer open kunnen gaan. Dat ze opnieuw opengaan is zeker want Parijs kan nu eenmaal niet zonder deze wereldberoemde cabarets.

Folies Bergère, rue Richer 32 in het 9e arrondissement met verschillende shows. Voor programma, prijzen en openingstijden verwijs ik naar de website.



Paradis Latin,  28 rue du Cardinal Lemoine, 5e arrondissement.
De huidige show heet l’Oiseau Paradis. De show wordt gedragen door een groep van 35 dansers, die behoren tot de mooiste en meest getalenteerde ter wereld. Het schijnt dè show te zijn in Parijs waar het meest gedanst wordt. 15 tableaus met natuurlijk als grande finale de Franse cancan. De hoofdrollen is weggelegd voor Iris Mittenaere, Miss France en Miss Universe 2016. Voor prijzen en openingstijden verwijs ik naar de website.



Moulin Rouge, boulevard de Clichy 82, Montmartre 18e arrondissement.
De Moulin Rouge; lang een belangrijke inspiratiebron voor schilders, afficheontwerpers, filmmakers en fotografen. De nachtclub staat nog steeds symbool voor de bruisende Belle Époque en de levensstijl die de vrijgevochten bohemiens van Parijs zich aan het einde van de negentiende eeuw hadden aangemeten. Nu is het de plek van prachtige shows met half naakte tableaux vivants. De huidige show Féerie loopt nog steeds en kostte de lieve som van 8 miljoen euro. Zeven dagen per week, met twee shows per dag (21.00 uur en om 23.00 uur), wordt u ontvangen door een zwarte brigade van 120 medewerkers. Het prachtige theater, geheel in de sfeer van de Belle Époque, biedt plaats aan 900 gasten, die overal goed zicht hebben op het toneel. De choreografie is van Bill Goodson en verder bestaat 'Féerie' uit een groep van 100 artiesten, waaronder 60 langbenige Doriss Girls bestaande uit 17 nationaliteiten. 1000 Kostuums met veren, bergkristallen en pailletten, ontworpen door Corrado Collabucci en vervaardigd in de beroemdste Parijse ateliers, schitterende settings met stralende kleuren en unieke ontwerpen van Gaetano Castelli, gemaakt door Italiaanse kunstenaars. Verder de beste internationale en opzienbarende acts en dit alles met muziek van Pierre Porte, uitgevoerd door zo'n 80 muzikanten. Dit alles onder het genot van een goed glas champagne. En nu we toch met cijfers bezig zijn. Per jaar worden hier meer dan 240.000 flessen champagne geschonken. Voor prijzen en openingstijden verwijs ik naar de website.



Lido de Paris, Champs-Elysées116 Bis, 8e arrondissement.
Twee jaar is er gewerkt aan dit meesterwerk van Franco Dragone, de nieuwe Lidoshow Paris Merveilles. Dragone en zijn team van 11 mensen, samen met die van het Lido, hebben de wereld afgereisd op zoek naar de meest prestigieuze acts en talenten. Totale investering 25 miljoen euro. In een weelderige gouden en koningsblauwe setting heeft showmaker en theaterregisseur Franco Dragone een superproductie gecreëerd die een geheel nieuwe draai geeft aan de cabaretkunstvorm. Het draait om een ​​denkbeeldige Parisienne in een stad die zowel intiem als spectaculair is, van de emblematische daken van zink tot de Eiffeltoren. Maar liefst 45 dansers en 70 artiesten verschijnen op een enorme art nouveau-trap, terwijl een decor met vlammen, schaduwen en licht het publiek meeneemt naar een onvergetelijke en droomachtige visie op Parijs. Met 600 kostuums, versierd met twee miljoen Swarovski-kristallen en 200 kilo pauwen-, haan-, fazant- en struisvogelveren; 'Paris Merveilles' is extravagant, gedurfd en betoverend. 35 koks en patissiers onder leiding van Philippe Lacroix zorgen voor een diner op sterrenniveau. Jaarlijks bezoeken 500.000 bezoekers dit cabaret en consumeren 300.000 flessen champagne. Na shows als Allez Lido (1977), Cocorico (1981), Panache (1985) Bravissimo (1990), C'Est Magique (1994), Bonheur (2003) is het nu tijd voor Paris Merveille, inmiddels alweer de 27e show in bijna 70 jaar. Voor prijzen en openingstijden verwijs ik naar de website.



Crazy Horse, Avenue George V 12, 8e arrondissement.
Nog altijd weet 'Le Crazy' het onuitputtelijke onderwerp, vrouwen, opnieuw uit te vinden. Met nieuwe ritmen, dynamische tempo's, geraffineerde en zeer gecompliceerde verlichting, uitbundige zang en dansroutines, weet men het publiek, twee keer en op zaterdag drie per avond, 365 dagen lang, te verbazen en in verrukking te brengen. ‘Totally Crazy’, met nummers zoals 'Lecon d'Erotisme', Vestal's desire', 'Teasing' en You turn me on'. Uitgevoerd door een zeer select gezelschap van slechts 18 klassiek geschoolde danseressen. Geselecteerd op hun lengte, figuur en omvang van borstgrootte. Sinds 1951 hebben ruim 6 miljoen toeschouwers genoten van 45.000 optredens. In de afgelopen jaren hebben meer dan 650 verschillende danseressen hier opgetreden en per jaar solliciteren 500 danseressen ongevraagd om in de Crazy Horse te mogen dansen. Slechts 20 per jaar worden geselecteerd, geheel volgens de strenge criteria opgelegd door Alain Bernardin. Elke woensdag vinden er audities plaats. Wist u dat al die jaren de kleedkamers van de dames verboden gebied zijn voor mannen en zij jaarlijks 2500 paar nylon kousen verslinden, 500 liter body make-up en meer dan 300 lipsticks in de speciaal ontworpen kleur 'Crazy Red'. Totally Crazy! Voor prijzen en openingstijden verwijs ik naar de website.



Cabaret Michou, Rue des Martyrs 80, 18e arrondissement.
Het is 20.00 uur als de gasten aankomen bij het cabaret, begroet door de butler die je vervolgens naar je  tafel brengt voor een heerlijk diner uit eigen keuken. Zo rond 22.15 uur begint de show waar je kennis gaat maken met de ‘Michettes’. Artiesten die je laten kennismaken met de ongelooflijke wereld van transformatie, een vakkundig georkestreerde show vol glamour, gelijkenis en emoties,  burlesk en komisch. Je ziet de verbazende optredens van Patricia Kass, een sensuele Vanessa Paradis, een dynamische Michael Jackson, een fantastische Nolwenn Leroy, een verontrustende Mylene Farmer, een energieke Celine Dion, een ongelooflijke Dalida, een opgewonden Maria Callas, een jazzy Liane Foly, een totaal ongekende tango met Sylvie Vartan, een meer dan levensechte Stromae, een imposante Barbra Streisand, Bette Midler, of zelfs het spook van de opera. Kortom het mooiste en grappigste travestie cabaret van het hele universum waar nog steeds de geest van Michou, de kleine blauwe prins van Montmartre voelbaar aanwezig is. Voor prijzen en openingstijden verwijs ik naar de website.






maandag 14 oktober 2019

MOULIN ROUGE, 130 JAAR EEN ODE AAN DE VROUW


Vrijdag 4 oktober kreeg ik het volgende mailtje:

Nogmaals fijn dat we je mogen bellen zondagochtend! Ik zal je bellen om 5.15 uur. Zoals gezegd, dat doe ik met een onbekend nummer omdat we vanuit de studio bellen. Dan zal er een gesprek van ongeveer 10 minuten volgen met onze presentatrice Emmely de Wilt. Tussendoor zullen we wat geluidsfragmenten van de Nederlandse Moulin Rouge-danseres Julia Graveland laten horen.

Zondagochtend 6 oktober gaf ik een live interview op NPO 1, voor het programma ‘FRIS’ over de Moulin Rouge. Op 6 oktober 1889, precies 130 jaar geleden, opende aan de voet van Montmartre een bijzondere attractie, een danszaal van, een in die tijd, ongekende allure.

Tot op de dag van vandaag heeft Parijs een aantrekkingskracht die, zelfs voor mensen die er nog nooit zijn geweest, duizelingwekkend is. Met zijn vele bezienswaardigheden is het dè bestemming voor toeristen afkomstig uit alle landen van de wereld. De wijdverbreide clichés over de stad der liefde bevatten. zoals elke gemeenplaats, een deel waarheid: zoals de langbenige maar stuurse Parisiennes, de man met zijn baguette en alpinopet, de norse maar oh zo efficiënte obers, de kunstenaars en bohemiens, de absint, de cancan en bovenal een bruisend nachtleven. Als je Parijs bij nacht hebt gezien, dan pas begrijp je de bijnaam lichtstad. Vooral als je staat op de heuvel van Montmartre in de schaduw van de machtige kerk van het Heilig Hart; de Sacré Cœur. Dan zie je de lichtjes en voel je de adem van deze nooit slapende stad. Beneden op de place Blanche staat al sinds 1889 de Moulin Rouge, als baken in de nacht, de helrode molen, het centrum van een bruisend Parijs. Of niet? Zelfs de meest trotse Parijzenaars zien hun Moulin Rouge als een deel van het verleden, een attractie, een toeristenval. Wanneer en waarom is deze ommekeer eigenlijk gekomen en is het cabaret de naam van icoon nog waard? Je leest er alles over in deze blog.

Baz Luhrmann's Moulin Rouge uit 2001

Moulin Rouge is groots geworden door het eigenwijze karakter van Montmartre. In de film van Baz Luhrmann's Moulin Rouge uit 2001, de film werd bekroond met twee Golden Globes en genomineerd voor acht Oscars, werd Montmartre door de hoofdpersoon afgeschilderd als "center of the bohemian world" maar ook als "a village of sin". Beide uitdrukkingen zijn van toepassing, Montmartre staat ook vandaag nog los van de rest van Parijs.

Allereerst een stukje geschiedenis: Door de geografische afscheiding van de stad kon Montmartre zich in de 19e eeuw ontwikkelen tot het meest decadente deel van de stad. Bekende artiesten hebben er gewoond: Henri Toulouse de Lautrec, Auguste Renoir, Georges Bracque, Guillaume Appolinire, Pablo Picasso, Van Gogh en meer.
Al sinds 1860 is de Franse hoofdstad een toeristische trekpleister en vanwege het buitensporige nachtleven in Montmartre werd Parijs in de 19e eeuw de hoofdstad van plezier. Medeplichtig hieraan waren de zogenaamde cocottes, de courtisanes of de talrijke luxeprostituees.  Een van de meest beroemde 'Cocottes' was uit die tijd Coca Pearl die liefkozend 'la grande horizontale' of 'plat du jour' werd genoemd.

Charles Zidler & Joseph Oller

Parijs 1889, het begin van de industriële revolutie en de komst van vele wereldtentoonstellingen naar Parijs. De mooie eeuw of de Belle epoque, de sfeer van nonchalance, het onbezorgde leven of zoals de Fransen het benoemen; 'joie de vivre'. Het was de tijd van de automobiel, de telefoon, het elektrisch licht, de fotografie en de film, maar ook de fysica, geneeskunde en de haute couture. Parijs als centrum van de wereld.
Parijs barstte van de cafés, cabarets en dance halls, die dienden als ontmoetingsplaats voor de bohemiens en de kunstenaars. Het neveneffect van al deze ontwikkelingen was een scepsis tegenover het belang van geloof en andere morele waarden. Geen wonder dat op de plek van een dance hall genaamd 'La Reine Blanche', Joseph Oller en Charles Zidler op 6 oktober 1889 de Moulin Rouge openden, op de Place Blanche, aan de voet van Montmartre. Hèt mekka van het Parijse nachtleven. 
Joseph Oller (1839-1922) een in Catalonië geboren zakenman die zijn fortuin maakte in Parijs als uitvinder van een nieuw soort wedsysteem; 'Pari Mutuel', en zo indruk maakte als bookmaker bij het paardrennen. Dit gaf hem de middelen om samen met zijn compaan Charles Zidler (1830-1897) niet alleen de Parijse muziektempel Olympia, de Jardin de Paris, maar ook de Moulin Rouge te bouwen. Bij dat laatste kwam hun perfectionisme naar boven. Zij wilden het grootste en mooiste cabaret creëren. Een tempel opgericht als ode aan de vrouw en de dans. 

1889 Het openingsaffiche van de Moulin Rouge

Het gebouw van de Moulin Rouge diende als eerbetoon aan de ongeveer 30 windmolens die jarenlang de heuvel van Montmartre hadden gesierd. Dankzij het bijzondere interieur, ontworpen door Adolphe Willet, met een gigantische dansvloer, alomtegenwoordige spiegels, elegante gaanderijen met privé loges, wisten Zidler en Oller de allerrijksten zich te laten mengen met de inwoners van het hippe Montmartre. De grootste verrassing bevond zich in de tuin. Een enorme olifant, oorspronkelijk ontworpen voor de wereldtentoonstelling van 1889 waar je voor een oude Franse franc, een wenteltrap kon beklimmen en kon genieten van een zeer sensueel buikdansspektakel.


De 'Bals de Moulin Rouge' groeiden in ijltempo uit tot hooggeprezen en drukbezochte evenementen, waar de meisjes mede dankzij het onstuimige ritme van de cancan even flexibel omsprongen met hun ledematen als met hun moraal. Oller en Zidler beloofden niet voor niets goud en vrouwenbenen aan het publiek. Al gauw kreeg het cabaret de bijnaam Le Premier Palais de la Femme'. Onder het bewind van Zidler werden heel wat legendarische sterren naar de molen gelokt zoals; La Goulue (danseres), Colette (mime), Yvette Guilbert (zangeres) en Jane Avril (danseres). Hij was het bovendien die de cancan invoerde als belangrijke attractie.

Een reclameaffiche voor de cancan, getekend door  Henri Toulouse-Lautrec


De Cancan
De cancan, of coincoin, was oorspronkelijk de laatste figuur van de Quadrille, een modieuze ballroomdans uit Frankrijk van de negentiende eeuw tot de Eerste Wereldoorlog. Het was een levendige country dance, verwant aan de wals en voorloper van de polka. Door al deze opwindende eigenschappen werd hij voornamelijk populair als laatste dans van de avond. De cancan werd eerst ‘chahut’ (lawaai) genoemd, alvorens de meer  bekende naam in gebruik kwam. Cancan, tevens een ander woord voor schandaal of roddelpraat was letterlijk een buitenbeentje in de danswereld. Zoals wel vaker bij gewoonten uit de populaire cultuur is het moeilijk om het juiste beginmoment te achterhalen. Danseres Nini-Pattes-en-l’air zou bijvoorbeeld de cancan hebben uitgevonden, net als Charles Mazurier, populair entertainer uit de jaren 1820, die de dans zou hebben beïnvloed door zijn acrobatische toeren. Volgens de Nederlandse Wikipedia komt de dans oorspronkelijk uit Algerije en volgens anderen was het de Britse grootmeester van de Music-Hall Charles Morton, die in 1861 in London de cancan uitvond door zich te laten inspireren door de Quadrille. Elf jaar eerder, in het Parijs van 1850 zou sterdanseres Céleste Mogador de naturalistische Quadrille hebben uitgedacht, dè rechtstreekse voorloper van de cancan. Algemeen wordt echter aangenomen dat de cancan voor het eerst werd gedanst in de balzalen van de arbeidersklasse op Montparnasse in Parijs rond 1830 een soort van lokdans met een erotische functie, waarin een aantal vrouwen in een rij naast elkaar staan en tegelijk bewegen op de maat van de muziek. Hierbij tillen zij hun rok op of tillen ze hun been zo hoog in de lucht dat hun benen, de jarretellen en het witte ondergoed te zien waren. Dit laatste werd destijds als zeer aanstootgevend beschouwd. Zowel de overheid als de kerk ergerden zich in die tijd zeer aan deze dans. De energieke en fysiek uitputtende manoeuvres gaven gestalte aan de frivole en beetje vulgaire Parijse samenleving die in die tijd teerde op provocatie.

In 1891 kreeg Toulouse-Lautrec van Charles Zidler de opdracht om een promotieposter te maken voor de Moulin Rouge

Henri de Toulouse-Lautrec
Het was in die periode dat de kunstenaar Henri de Toulouse-Lautrec er een veelgeziene gast was. Zoals vele schilders voelde Henri De Toulouse-Lautrec zich aangetrokken tot de wereld van de prostitutie. In het nachtelijk leven vindt De Toulouse-Lautrec de vrijheid om te schilderen wat hem boeit: het leven zelf, de mensen die hem interesseren, in een omgeving waarin hij zich thuis voelt. Hij schildert de milieus die pas opbloeien bij kunstlicht, wanneer Parijs zich in het duister hult. Vooral in cabarets als Le Chat Noir, de Boule Noir en de Moulin Rouge vindt hij de mensentypes die hem boeien.
De meisjes van plezier aanvaardden de kleine misvormde schilder en duldden hem als één van hen. De Toulouse-Lautrec leed aan Pycnodysostose, een kwaal die dwerggroei tot gevolg had en waarschijnlijk wordt veroorzaakt door incest of inteelt. Kleiner dan anderhalve meter, met een normaal volgroeide romp en hoofd maar met te korte armen en benen, brede neusvleugels, een ingevallen kin, felrode en getuite lippen, en een veel te grote tong waardoor hij onophoudelijk lispelt en kwijlt. (Bron Wikipedia).

In 1891 kreeg Toulouse-Lautrec van Charles Zidler de opdracht om een promotieposter te maken voor de Moulin Rouge. Dit werd voor beide partijen een winstgevende onderneming. Het succes van de poster bracht onmiddellijke bekendheid aan de schilder en een nieuw publiek naar de Moulin Rouge. Het affiche toont La Goulue in volle beweging met een been in de lucht en haar onderrokken zichtbaar vergezeld door Valentin le Décossé, de enige mannelijke danser uit de periode.
Hij trouwde nooit, scheidde liefde en seks en had ontelbare verhoudingen, maar meestal van korte duur. Zijn chronisch gebrek aan nachtrust ging gepaard met alcoholmisbruik. Bovendien leed hij aan syfilis. In 1901 stierf hij als gevolg van een beroerte.

In 1907 maakte een charmante nieuwelinge Mistinguett haar debuut

De overweldigende bloei uit de beginjaren verloor na verloop van tijd zijn glans en eind 1902 werd het laatste bal op een algemene onverschilligheid onthaald. Zelfs de cancan was uit de mode. Wat weinigen weten is dat de Moulin Rouge ook een Nederlands tintje kende. Het was de Nederlander Eduard Niermans die in 1903 de danszaal van de Moulin Rouge ombouwde tot concertzaal. Tot aan de Eerste Wereldoorlog wist het etablissement zich te transformeren tot een echte tempel van de operette met spektakels al: Voluptata, la Feuille de Vigne en le Rêve d'Egypte. 

In 1907 maakte een charmante nieuwelinge Mistinguett haar debuut. Jeanne Florentine Bourgeois werd door een liedjesschrijver ontdekt als zingend bloemenmeisje die haar de naam Miss Tinguette gaf. Ze eigende zich de naam toe en maakte er een woord van en liet de 'e' aan het einde vallen. Haar aanwezigheid zouden de shows voor een lange tijd doen veranderen en haar creatie van het concept Music-Hall was het begin van een nieuw succesverhaal. De mix van populaire liedjes, komedie en uiteenlopende acts vol pluimen, pailletten, dansers en danseressen, vormde een onnavolgbaar spektakel.

In 1915 verwoeste een grote brand de grote zaal van de Moulin Rouge en het duurde tot 1925 voor het nieuwe gebouw compleet met wintertuin, cabaret en art déco gehoorzaal werd geopend. Nieuwe revues volgde elkaar snel op, allemaal geïnspireerd door de stijl van Broadway. Legendarische creaties als Revue Mistinguett (1925) en Ça c'est Paris (1926). In 1929 verliet de ster de Moulin Rouge en werd het theater met 1500 zitplaatsen overgenomen door Pathé,  die er één van de grootste bioscoopzalen van Europa van maakte.
Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in Parijs niet veel plezier gemaakt, al waren er wel wat glamoureuze shows die werden opgevoerd voor een publiek van hoofdzakelijk Duitse soldaten. Het enige noemenswaardige optreden in de Moulin Rouge was dat van Édith Piaf, een paar dagen voor de bevrijding in 1944.

1951

De heropleving van de Moulin Rouge liet ruim 6 jaar op zich wachten na de overname, in 1951, door George France, alias Jo France de eigenaar en oprichter van Balajo. Hij startte onmiddellijk met renovatiewerkzaamheden om de Moulin Rouge zijn oude grandeur te laten herwinnen. Het huidige interieur van de zaal danken we aan Henri Mahé. Zijn geschilderde ontwerpen verrukken tot vandaag de duizenden bezoekers. Jo France herintroduceerde bovendien de French cancan en de soirées dansantes. Succesvolle sterren uit die tijd verdrongen elkaar om op te mogen treden in de rode molen: Luis Mariano, Charles Trenet, Charles Aznavour, Bourvil en Lena Horne.

Frisson 1965 & Fascination 1967


Follement 1976 & Frénésie1979

In 1955 kwam de Moulin Rouge in handen van de eigenaars van Le Lido, gevestigd aan de Champs Elysées. De gebroeders Joseph en Louis Clérico transformeerden de Moulin Rouge helemaal. Onder andere door  de inrichting van een grote keuken om aan het meer en meer internationale publiek een dinerspektakel te kunnen bieden. De dinner-shows werden een van de meest begeerde Parijse attracties. In 1962 volgde nog een verbouwing onder leiding van Jacki Clérico de zoon van Joseph. Hij vergrootte de zaal en installeerde een reusachtig aquarium dat vanuit het niets op het toneel verscheen vol met schaars geklede danseressen die bewogen als bekoorlijke zeemeerminnen. Na het succes in 1963 van de show Frou Frou koos Jacki Clérico als gevolg van bijgeloof, alleen nog voor titels met een 'F'. De effen volgden elkaar snel op: Frisson (1965), Fascination (1967), Fantastic (1970), Festival (1973, Follement ( 1976) Frénésie (1979), Femmes Femmes Femmes (1983).

Femmes Femmes Femmes 1983 & Formidable 1988

Het honderdjarig bestaan van de Moulin Rouge werd gevierd met de show 'Formidable', die tussen 1988 en 1999 door meer dan 4,5 miljoen bezoekers werd bezocht. Op 23 december 1999 vond de première plaats van de nieuwe extravagante show die nu nog steeds te zien is 'Féerie'.

Féerie 1999

In 2012 heeft een team van internationale kunstrestaurateurs nog een historische fresco met zeer veel zorg verwijderd, schoongemaakt en gerestaureerd. De fresco, geschilderd op jute door Henri Mahé in 1951, is een nauwkeurige replica van het origineel, dat geschilderd was door Henri de Toulouse-Lautrec op de zijkanten van de woonwagen van de beroemde cancan danseres Louise Weber, beter bekend onder haar artiestennaam La Goulue. Het origineel is nog steeds te zien in het Parijse Musée d'Orsay. De fresco van Mahé is inmiddels al weer in al zijn glorie hersteld en terug op zijn oude plek, in de grote zaal beschermd achter veiligheidsglas. Goed voor de volgende zestig jaar.

De nachtclub staat nog steeds symbool voor de bruisende Belle Époque

De Moulin Rouge is al decennia lang een belangrijke inspiratiebron voor schilders, afficheontwerpers, filmmakers en fotografen. De nachtclub staat nog steeds symbool voor de bruisende Belle Époque en de levensstijl die de vrijgevochten bohemiens van Parijs zich aan het einde van de negentiende eeuw hadden aangemeten. Nu is het de plek van prachtige shows met half naakte tableaux vivants. De huidige show Féerie loopt nog steeds en kostte de lieve som van 8 miljoen euro.

130 jaar een icoon van de stad Parijs

Zeven dagen per week, met twee shows per dag (21.00 uur en om 23.00 uur), wordt u ontvangen door een zwarte brigade van 120 medewerkers. Het prachtige theater, geheel in de sfeer van de Belle Époque, biedt plaats aan 900 gasten, die overal goed zicht hebben op het toneel. De choreografie is van Bill Goodson en verder bestaat 'Féerie' uit een groep van 100 artiesten, waaronder 60 langbenige Doriss Girls bestaande uit 17 nationaliteiten. 1000 Kostuums met veren, bergkristallen en pailletten, ontworpen door Corrado Collabucci en vervaardigd in de beroemdste Parijse ateliers, schitterende settings met stralende kleuren en unieke ontwerpen van Gaetano Castelli, gemaakt door Italiaanse kunstenaars. Verder de beste internationale en opzienbarende acts en dit alles met muziek van Pierre Porte, uitgevoerd door zo'n 80 muzikanten. Dit alles onder het genot van een goed glas champagne. En nu we toch met cijfers bezig zijn. Per jaar worden hier meer dan 240.000 flessen champagne geschonken. Verder nog een Nederlands tintje: 12 jaar lang tot 2014 danste er ook Nederlandse vrouwen mee namelijk Els Reuver (als soliste) en in 2018 nam de Nederlandse Julia Graveland, ook wel het slangenmeisje genoemd, omdat zij een act deed met 4 pythons in een levensgroot aquarium afscheid van het podium.

Eigenlijk mogen we vaststellen dat de Moulin Rouge nog steeds een icoon is van deze stad.

Achter deze deuren gaat een wereld voor je open

Bron en fotografie: Moulin Rouge Paris
Bal du Moulin Rouge, boulevard de Clichy 82, Montmartre 18e arrondissement, metro Blanche
7 dagen per week dinner & show 19.00 uur, start show 21.00 uur vanaf € 185 per persoon, 2e show start 23.00 uur vanaf  € 87 per persoon. Voor Informatie en reserveringen Moulin Rouge 00.31.1.53.09.82.82

Wilt je het interview terugluisteren? Klik hier

donderdag 22 juni 2017

ÎLE SEGUIN; DE NIEUWE HOTSPOT AAN DE SEINE

Parijs breidt haar culturele aanbod uit met een gloednieuwe muziektempel; 'La Seine Musicale'. Het gebouw ligt als een schip in de Seine op de kop van Île Seguin. Opnieuw is het Parijs en zijn regio gelukt om de stad te verrijken met een architectonisch hoogstandje. Voor wie binnenkort naar Parijs gaat is dit zonder twijfel een 'must see!'

Parijs is weer een hotspot rijker: La Seine Musicale

l'Île Seguin
In haar vorige leven was het Île Seguin de thuisbasis van leerlooierijen, guingettes in de Belle Époque en vervolgens van 1929 tot 1992 de thuisbasis van de Renault autofabrieken. Op het hoogtepunt werkten hier 30.000 mensen. Eens het symbool van de industriële macht van Frankrijk in de jaren 1950 en het bolwerk van de machtige Franse vakbonden die hier de arbeiders mobiliseerden voor de stakingen van 1968. Deze proteststakingen waren vooral gericht tegen de 'oude maatschappij' en traditionele moraliteit, waarbij vooral het onderwijs-systeem en werkgelegenheid bekritiseerd werden. In Parijs namen deze opstanden zulke enorme vormen aan dat er straatgevechten ontstonden tussen betogers en politie. De Gaulle, toen president, hield een spoedvergadering om de onrust op te lossen en schreef uiteindelijk op 23 juni 1968 nieuwe parlementsverkiezingen uit. De protestacties namen af, en tegen alle verwachtingen in scoorde de Gaulle hoger dan ooit tijdens de verkiezingen.

Het eiland, met een oppervlakte van 11,5 hectare, bevindt zich ten westen van Parijs, in het departement Hauts-de-Seine net stroomafwaarts van het Île Saint-Germain, tegenover Meudon en Sèvres. Het ligt op de grens van de gemeenten Boulogne-Billancourt en Sèvres, echter administratief behoort het aan de gemeente Boulogne-Billancourt.

Eens het symbool van de industriële macht van Frankrijk; Renault op het Île Seguin

Tussen 1929 en 1934 bouwde Louis Renault, baas van de Société Renault hier zijn nieuwe fabriek. Volledig zelfvoorzienend, met een eigen energiecentrale, ondergronds spoor en een aanlegsteiger voor vervoer van voertuigen over water. Het was zijn grootste fabriek in Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceert de fabriek vrachtauto's voor de Duitse bezetter. Hevige bombardementen door de geallieerden in 1942 en 1943 zijn het gevolg. Na de oorlog wordt Louis Renault beschuldigd van collaboratie met de vijand en overlijdt, ernstig verzwakt, in 1944, in de gevangenis kort voor zijn proces. Zijn echtgenote claimde tot haar dood dat haar man is vermoord.

De stad evolueert; 1898 - 2017

Louis Renault bezat toen 96% van het kapitaal van zijn onderneming die een jaar later werd geconfisqueerd door de Franse staat. De naam veranderde in 'Société Anonyme des Usines Renault' (SAUR) in 'La Régie Nationale des Usines Renault' (RNUR). Vele succesmodellen werden op dit eiland geproduceerd waaronder de 4CV. De auto was in het geheim tijdens de oorlog ontworpen en was het eerste voertuig met een achterin geplaatste motor. Door zijn gewicht, de auto woog slechts 560 kilo, konden gemakkelijk vier personen vervoerd worden.

De Renault Dauphine: Dit model vertegenwoordigde een nieuwe tijdgeest, waarbij alle hedendaagse moderne accessoires, zoals verstelbare stoelen, verwarming en een automatische versnellingsbak waren inbegrepen. Met 2.150.738 eenheden was dit toen de meest geproduceerde auto in de Franse geschiedenis.

In 1961 volgde de lancering van de Renault 4. Deze vijfdeurs kenmerkte zich door een vijfde deur die toegang gaf tot een modulaire ruimte waarin de achterbank naar beneden kon worden geklapt. Van dit type werden meer dan 8 miljoen eenheden geproduceerd en geëxporteerd naar meer dan 100 landen.

Onder codenaam 122 werd de iconische Renault-5 ontworpen die in 1972 het levenslicht zag. Ondanks het gigantische succes werd het de directie duidelijk dat de Billancourt-site niet meer kon worden aangepast aan de nieuwe productieprocessen, noodzakelijk om de Japanse concurrentie blijvend het hoofd te kunnen bieden. Uiteindelijk leidt dit tot sluiting van de fabriek op 31 maart 1992. Het eiland wordt uiteindelijk door Renault verkocht voor de som van 580 miljoen.

Boulogne-Billancourt; een moderne voorstad in wording

Schoonmaakbedrijven beginnen vrijwel direct aan de sanering van de bodem en het verwijderen van gigantische hoeveelheden asbest in de constructies van beton en staal. De sloop van de fabriek begon op 29 maart 2004 en eindigde een jaar later in 2005 toen de Franse zakenman, miljardair, François Pinault zijn oog liet vallen op het Ïle Seguin voor de bouw van een kunstmuseum. Pinault, eigenaar van onder meer de merken Gucci, Yves Saint Laurent en Puma, kondigde in 2000 al aan een museum te willen bouwen. Maar gesprekken over een locatie op het Île Seguin, liepen uiteindelijk stuk. Uit boosheid bracht hij daarop, vanaf 2005, een deel van zijn verzameling onder in drie gebouwen van het Palazzo Grassi in Venetië. Zo was het werk „Frankrijk ontsnapt”, zei Anne Hidalgo. „Als ik destijds burgemeester was geweest, dan had ik dat niet laten gebeuren.” Pinaults kunstverzameling is één van de belangrijkste privé-collecties in Europa. Zij bevat naast kunstfoto's en -video's werk van Piet Mondriaan, Robert Rauschenberg en Andy Warhol, en van de beeldhouwers Eduardo Chillida, Henry Moore en Richard Serra. Een van zijn laatste aankopen is een monumentaal hybride hoofd van een paard en een dinosauriër, gemaakt door kitschkoning Jeff Koons.

Uitzicht vanaf het terras van La Seine Musicale op Boulogne-Billancourt

In de tussentijd slaagde Pinaults grote rivaal Bernard Arnault van concurrent LVMH (Dior, Louis Vuitton, Moët & Chandon) er wél in om in Parijs een museum te bouwen. Eind 2014 opende hij met veel spektakel de door Frank Gehry ontworpen Fondation Louis Vuitton in het Bois de Boulogne. Maar zijn inspiratie voor een culturele herbestemming had inmiddels ingang gevonden. De Franse architect Jean Nouvel kreeg uiteindelijk de opdracht om toezicht te houden op de vernieuwing van het eiland. Zijn visie? Behoud van het beeld van de oude fabriek en de schoonheid van het eiland georganiseerd rond twee punten gewijd aan hedendaagse kunst, muziek en entertainment.

De ingang naar de nieuwe muziektempel van Parijs

Op 22 april opende de nieuwe hotspot voor muziekfans 'La Seine Musicale' haar deuren met een concert van de Amerikaanse zanger Bob Dylan. Daarmee groeit het westen van Parijs uit tot een cultureel stadsdeel. Het project werd ontwikkeld door de architecten Shigeru Ban (Pritzkerprijs 2014) en Jean de Gastines en won op de MIPIM Awards 2015 de prijs in de categorie beste toekomstproject. Het wordt nu al erkend als een groot architecturaal gebaar met respect voor het milieu. La Seine Musicale staat in de nieuwe cultuurvallei, die werd ontwikkeld door het departement Hauts-de-Seine. Het centrum, met verschillende activiteiten op het gebied van dans en muziek, moet als een van de nieuwe trekpleisters de harten van het publiek veroveren.

Trappen en liften brengen je naar een terras met een schitterend uitzicht over Parijs

Het gebouw, dat een derde van het eiland beslaat is hèt symbool van de metamorfose van Île Seguin. Het is dan ook een intrigerend gebouw, dat op ieder moment van de dag anders oogt vanwege het effect van de zon op de ronde glazen constructie.  Een enorm zonnezeil, bedekt met 470 zonnepanelen, beweegt zich gedurende de dag over een rails om zo de blootstelling aan de zon te maximaliseren.

La Seine Musicale ontworpen door de Japanse architect Shigeru Ban

In de ei-vormige koepel van het gebouw is de concertzaal voor klassieke muziek ondergebracht. Daar is plaats voor 1.150 bezoekers. De luisteraars zitten op terrasvormige verdiepingen waardoor geen enkele stoel zich verder dan negentien meter bevindt van de uitvoerders. Voor de akoestiek heeft de Japanse architect Shigeru Ban het plafond en de wanden bekleed met kartonnen buizen waar hij alleen het patent op heeft. Achter de kop strekt het gebouw zich uit als een soort van oceaanstomer langs de kades van de Seine. Een interne straat van 280 meter lang rijgt op de begane grond alle commerciële functies aan elkaar. Daarboven weer repetitielokalen en opnamestudio's. In de uitloper ligt de grote concertzaal, die 4.000 zittende en 2.000 staande toeschouwers kan ontvangen. Daar zullen dan ook grootschalige dans-voorstellingen, musicals en spektakels gaan plaatsvinden. Via trappen aan de voorzijde van het pand, naast een mega groot beeldscherm, bereik je op 18 meter hoogte het 2.000 m² grote terras dat weer een prachtig uitzicht biedt over de Seine, Saint Cloud, Boulogne-Billancourt en Parijs. Een creatie van landschapsarchitect Michel Desvigne.

Op 18 meter hoogte bereik je het 2.000 m² grote terras dat een prachtig uitzicht biedt over de Seine

La Seine Musicale is tevens de thuisbasis van twee opleidingen: La Maîtrise des Hauts-de-Seine, het kinderkoor van de opera van Parijs, en Insula Orchestra, onder leiding van Laurence Equilbey. Het project kostte 170 miljoen euro, waarvan 50 miljoen werd opgebracht door privé-investeerders.

Het is heerlijk wandelen langs de oevers van de Seine met steeds verrassende doorkijkjes

Over enkele jaren volgt een muziekcampus waar Canal-Plus, Vivendi en Universal Music een onderkomen zullen vinden. Aan de andere kop van het eiland komt een museum voor hedendaagse kunst. Daar wil de projectontwikkelaar, Laurent Dumas, zijn kunstverzameling exposeren met daarin werk van o.a. Alberto Giacometti, Henri Matisse, Anselm Kiefer en bill Viola. Verder komt er nog een hotel met 220 kamers.

'Artist impression' van het nieuwe museum voor hedendaagse kunst

Oh ja, en met de Franse miljardair François Pinault (vermogen $ 20,7 miljard) gaat het ook nog goed komen: Mede dankzij de initiatieven van de huidige burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, heeft hij na jaren touwtrekken, een akkoord bereikt met de gemeente Parijs over onderdak voor zijn omvangrijke kunstcollectie. Voor het eind van 2018 opent de topman van het luxebedrijf Kering, in de oude korenbeurs bij Les Halles, een nieuw privaat museum waar een deel van zijn ongeveer 3.500 stukken contemporaine kunst voor het publiek tentoongesteld zullen worden. Een nieuwe naam voor het museum is er nog niet. Hij laat het ronde beursgebouw eerst voor circa 100 miljoen verbouwen. Hij heeft daarvoor een beroep gedaan op de Japanse architect Tadao Ando.

Fase 2 van l'Île Seguin, de muziekcampus, museum en hotel - 'Artist impression'

La Seine Musicale, Cours de l'Île Seguin, Boulogne-Billancourt, Metro Pont de Sèvres - lijn 9