Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen

donderdag 24 augustus 2023

DE PARIJSE GROT VAN ALI BABA

Het Hôtel Drouot, het beroemde Hôtel des Ventes, is een van de magische plekken in Parijs die je achter de schermen moet ontdekken. Je moet minstens één keer in je leven naar Drouot om te zien hoe dit unieke veilinghuis er uit ziet, hoe het werkt, zijn codes, zijn rituelen en zijn ambachten. Het Hôtel Drouot-Richelieu, zo heet de hoofdvestiging, gevestigd op nummer 9 in de rue Drouot in het 9e arrondissement, is al meer dan 170 jaar een magische plek voor een fascinerende fauna van verzamelaars, kunstliefhebbers, eenvoudige koopjes- jagers of gewoon nieuwsgierigen. Bij Drouot wordt alles verkocht en kan alles gekocht worden. Van het doek van een grootmeester tot het servies van grootmoeder. Je vindt er objecten voor € 10 maar ook complete nalaten- schappen van beroemde personen.

 

Weinigen weten dat Hôtel Drouot, opgericht in 1852, het oudste veilinghuis ter wereld is. Het beroep van veilingmeester is ook een van de oudste. Het was Lodewijk IX, genaamd De Heilige (in Frankrijk Saint Louis), die in 1254 de basis legde voor het beroep van veilingmeester. Dit werd nog eens bevestigd dankzij een edict van Hendrik II van Frankrijk uit 1556, dat stelde dat een veilingmeester een door de staat aangestelde ambtenaar moet zijn. In 1801 werd de ‘Chambre du commissaires-priseurs’ (Kamer van veilingmeesters) opgericht. Twee eeuwen lang van 1801 tot 2001, waren zij de houder van het monopolie van openbare verkopen. In totaal waren 260 veilingmeesters vertegenwoordigd. Zij produceerden ook de verkooprapporten die het heden ten dage nog mogelijk maken om de identiteit van verkopers en kopers te achterhalen en in het bijzonder om de schommelingen in verkoopprijzen van een betreffende kunstenaar te volgen. Deze rapporten zijn nog steeds van groot belang voor de geschiedenis van de kunst en de kunstmarkt in Parijs. Ze worden nog altijd aangevuld door de archieven van de veilingkamer en door een reeks catalogi van Parijse veilingen, samengesteld uit schenkingen van het Hôtel Drouot.


Foto: Benjamin Eugène Fichel  (1826-1895), Veiling in het Hôtel Drouot , olieverf op doek, 61 cm. x 90 cm, verkocht voor € 100.000 door Drouot-Richelieu, op donderdag 22 juni. Beaussant Lefèvre OVV. Kopers mevrouw Sevestre-Barbé, de heer de Louvencourt

 


Het veilinghuis en de straat waar het zich bevindt ontlenen hun naam aan graaf Antoine Drouot, een generaal van Napoleon

Parijs was in de 19e eeuw al de wereldhoofdstad van de kunstmarkt. Om kopers in staat te stellen deel te kunnen nemen aan alle veilingen, zonder naar alle uithoeken van Parijs te hoeven reizen, besloot de kamer om één ruimte te verwerven specifiek gewijd aan openbare veilingen. Het toenmalige Hôtel des Ventes bleek al snel te klein en omdat de Compagnie Parisienne in de Beurswijk wilde blijven verwierf zij in 1850 de grond van de voormalige hoeve Grange Batelière (nu de rue Drouot). Zij gaven de opdracht tot de bouw van Hôtel Drouot. Het veilinghuis opende zijn deuren op 1 juni 1852. Het veilinghuis en de straat waar het zich bevindt ontlenen hun naam aan graaf Antoine Drouot, een generaal van Napoleon.


Het oude gebouw heeft tot 1976 gefunctioneerd en is toen volledig afgebroken - Foto: Wikipedia


In 1869 installeerde de ingenieur Félix Léon Edoux hier een van de eerste hydraulische liften in Parijs. In navolging hiervan bestelde Gustave Eiffel in 1884 bij Edoux de lift die de tweede verdieping met de top van de toekomstige Eiffeltoren moest verbinden en die tot 1983 zijn werk zou blijven doen. Aan het eind van de eeuw werd het veilinghuis als eerste voorzien van gasverlichting. 

Het oude gebouw heeft tot 1976 gefunctioneerd en is toen volledig afgebroken. Tijdens de bouwwerkzaamheden gingen de veilingen gewoon door in de gebouwen van het vroegere Gare d’Orsay, nu het Musée d’Orsay.




Het huidige gebouw, opgeleverd in 1980, is te danken aan de Franse architecten Jean-Jacques Fernier en André Biro. Een soort retro-eclectische stijl van de jaren zeventig, bedoeld als een surrealistische herinterpretatie van de Haussmann-architectuur. Gelukkig zijn aan de kant van de rue Rossini, de gietijzeren kozijnen van het oude gebouw bewaard gebleven. De gegoten aluminium frontpanelen zouden het macramé van de gordijnen van de oude conciërgeloges moeten oproepen.


In 2000 gebeurde het onvermijdelijke. De hervorming van de monopolistische Franse veilingwetten die werden gereguleerd door de ‘Chambre du commissaires-priseurs’. Drouot werd gedwongen zijn statuten te wijzigen en kreeg voor het eerst internationale concurrentie. Sommige van de aangesloten veilingmeesters wilden zich terugtrekken in plaats van de concurrentie aan te gaan met de twee wereldkampioenen: Sotheby’s en Christie’s met hoofdkantoren op prestigieuze plaatsen. De een gevestigd op nummer 76 van de rue du Faubourg Saint-Honoré, de ander op nummer 9 van de avenue Matignon, beiden in het achtste arrondissement.

Voor het eerst waren er kapers op de kust om het Franse veilinghuis over te nemen. De eerste die zich meldde was de Franse ondernemer, mecenas, actievoerder en schrijver; Pierre Bergé, ex rechterarm en echtgenoot van Yves Saint Laurent. Vervolgens probeerden financiers van ABN AMRO en Axa het veelbelovende veilinghuis over te nemen. Maar het was Georges Delettrez die samen met de overgebleven 94 veilingmeesters en de steun van BNP Paribas, geadviseerd door Rothschild, voor 52 miljoen euro de Drouot-holding wisten terug te kopen van de collega’s die ervoor hadden gekozen om Drouot te verlaten. De huidige voorzitter van Drouot-Patrimoine is Maître Alexandre Giquello. 

Het Hôtel Drouot is nog steeds het grootste veilinghuis in Parijs en nog steeds een van de belangrijkste knooppunten van de kunstmarkt wereldwijd, met name voor antiek, boeken, art nouveau, art deco en primitieve kunst. Niet qua omzet maar wel qua omvang. Hier vinden per jaar zo’n 2.000 veilingen plaats waarop naar schatting 800.000 objecten worden verkocht met een totale omzet van 520 miljoen euro (in vergelijking met Christie’s 1,9 miljard euro en Sotheby’s 1, 61 miljard euro).

 


Hier vinden per jaar zo’n 2.000 veilingen plaats waarop naar schatting 800.000 objecten worden verkocht - Foto: La Gazette de l’Hotel Drouot

Deze plek aan de rue Drouot nummer 9 is er een met een rijke geschiedenis. Een soort kortstondig museum dat voor iedereen gratis toegankelijk is. Je kunt er voor etalages slenteren, schilderijen, meubels, sieraden, munten, primitieve kunst en kunstwerken bewonderen, ja zelfs jachttrofeeën. Dagelijks gaan 6.000 bezoekers je voor. 16 verkoopruimten verdeeld over 10.000 m² en 3 verdiepingen verbonden met enorme roltrappen. De veilingmeesters die gebruik maken van deze grote Parijse veiling zijn allemaal aandeelhouders.


16 verkoopruimten verdeeld over 10.000 m² en 3 verdiepingen

 

Achter de naam Drouot gaan in feite twee bedrijven schuil. Drouot Patrimoine, dat eigendom is van 110 veilingmeesters en de Drouot holding die zorgdraagt voor het beheer van Drouot Richelieu en zijn ‘filialen’; Drouot Montaigne, Drouot Nord en Drouot Véhicules. Drouot Richelieu is de oudste en belangrijkste. Op nummer 15 van de avenue Montaigne worden de prestige veilingen gehouden. In Montmartre, rue Doudeauville 64 worden meubels en alledaagse voorwerpen verkocht en tot slot in de voorstad La Plaine Saint-Denis, zit Drouot Véhicules, een ruimte die gereserveerd is voor de verkoop van lichte- en bedrijfsvoertuigen, vrachtwagens en materieel voor openbare werken.



 Foto: La Gazette de l’Hotel Drouot

Het bijwonen van een openbare veiling is een waar spektakel waar elke veilingmeester zijn opperste best doet om de belangstelling van zijn publiek te wekken, of het nu gaat om meesterwerken of eenvoudige snuisterijen. De verkopen worden voorafgegaan door openbare kijkdagen die doorgaans plaatsvinden de dag voor de veiling van 11.00 uur tot 18.00 uur en de ochtend van de veiling van 11.00 uur tot 12.00 uur. Op alle zalen liggen verkoopcatalogi ter inzage om je te oriënteren over de richtprijzen alvorens zelf te gaan bieden. Details van aanstaande veilingen worden ook gepubliceerd online en in de wekelijkse Gazette de l’Hôtel Drouot, dat verkocht wordt bij kiosken en verkrijgbaar is per abonnement. Sinds 1999 informeren beeldschermen bij alle zalen de bezoekers over de verkoopveilingen, locaties en de tijdstippen van die dag. De veiling zelf start om 14.00 uur.



Alle zalen worden, vaak op thema, steeds opnieuw ingericht door de verschillende aangesloten veilinghuizen

Al in de 19e eeuw maakten de veilingmeesters reclame via de pers, posters die rechtstreeks op de gevel van het gebouw geplakt werden of veilingen die werden aangekondigd in gespecialiseerde kranten zoals ‘Le Gratis’, opgericht in 1834, en werd later ‘Le Moniteur des Ventes’. Het was in 1891 toen ‘La Gazette de l’Hotel Drouot’ werd geboren, gemaakt door meester Charles Oudart.


Elk veilingstuk heeft een uniek nummer waardoor richtprijzen makkelijk te vinden zijn in de catalogi
 

Inmiddels 171 jaar historie. Volgens de huidige directeur: “De kracht van Drouot ligt in zijn veelzijdigheid. In tegenstelling tot de Angelsaksische huizen, die slechts datgene verkopen wat zeer veel geld opbrengt, is Drouot aanwezig op de volledige kunstmarkt. Wij zijn niet elitair, wij zijn een doorgeefluik van emoties en gedachten. Als ik mij met de geschiedenis van een object vereenzelvig, leef ik met het verleden dat het heden rijker maakt”.

 

Zomaar een greep uit belangrijke veilingen uit de 171 jarige geschiedenis:

In 1852 veilde Drouot de complete eigendommen van Louis-Philippe 1 van Frankrijk.

In 1864 en 1867, verkoop van de ateliers van de kunstschilders Delacroix en Ingres en in 1875 de eerste verkoop van impressionistische werken van onder meer Berthe Morisot, Claude Monet, Édouard Manet en Alfred Sisley.

In 1884 werden alle werken geveild uit de nalatenschap van Édouard Manet gevolg door die van Guy de Maupassant.

In 1887 de complete inboedel van Émile Zola.

In 1918 de verkoop van het atelier van Edgar Degas en in 1923 het meubilair van Sarah Bernhardt.

Ook de juwelen en souvenirs van Tsaar Alexander II kwamen hier onder de hamer.

In 1990 werd een verzameling van Alain Delon geveild en in 2002 de nalatenschap van princes Soraya, echtgenote van Mohammed Reza Pahlavi, de shah van Iran.

In 2003, 5.000 stukken uit de collectie André Breton uit de prestigieuze collectie van Paul-Louis Weiller, een Franse industrieel en filantroop.

Op 14 december 2009 werd een deel van de wenteltrap van de Eiffeltoren geveild. Het stuk van 18 meter werd verkocht voor € 180.000!

Op 14 december 2016 werd een keizerlijke postzegel uit de Qianlong-periode verkocht voor 21 miljoen euro, een wereldrecord voor een postzegel. De verkoper was Pierre Bergé, inderdaad de weduwnaar van Yves Saint Laurent.


Een aparte zaal voor designstukken


Tas van Gucci

 

Nog elke dag vinden er bijzondere verkopen plaats en zij maken de reputatie van Hôtel Drouot keer op keer waar. Het veilinghuis kent ook een zwart randje. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er meer dan een miljoen, van Joden geroofde voorwerpen, verkocht.



Tekening voorstellende een naakte Jane Birkin gezien door de ogen van cinéast Michelangelo Antonioni


In 2014 werden onder andere Indiaanse, Eskimo- en precolumbiaanse artefacten geveild. Ondanks smeekbeden van de Amerikaanse ambassade, die aandrong op de stopzetting van de veiling van items die door de Navajo- en Hopi indianen werden gekoesterd, werden de items toch verkocht. De Navajo Nation kon slechts 7 van de 270 verkochte items terugkopen.



 Alle items die je op de diverse foto's ziet zijn inmiddels verkocht

De buurt rond het veilinghuis ademt ook de activiteiten van het Hôtel Drouot. Rondom het veilinghuis en in de rue Drouot vind je vele kunsthandelaars, experts, antiquairs, filatelisten en verzamelaars van munten. Kortom een bezoek aan deze grot van Ali Baba is een absolute must en een prachtige invulling van een dagdeel in Parijs.



 

Hôtel Drouot, rue Drouot 9, 9e arrondissement, metro : Le Peletier, lijn 7 – Richelieu-Drouot, lijn 8 & 9. 



dinsdag 8 augustus 2023

DE BEWAARPLAATS VAN HET ERFGOED VAN FRANKRIJK

Ateliers d'art de la reunion des musées nationaux Grand Palais; het is een hele mondvol, maar het is een van de meest indrukwekkende instituten die ik ooit heb mogen bezoeken als blogger en journalist. De kunst-ateliers van het Rmn (Réunion des musées nationaux) ge- vestigd in Saint-Denis. Al meer dan twee eeuwen, om precies te zijn 229 jaar, reproduceert deze giet- werkplaats meester- werken van de oudheid tot nu. Opgericht in 1794 als onderdeel van het Louvre Museum om natuur- getrouwe replica’s te maken als bescherming van het internationale erfgoed. Heel veel beelden die wij buiten zien staan zijn perfecte kopieën waarvan de originelen zich bevinden in een van de 18 nationale- en internationale musea in de wereld waar het Rmn voor werkt. Het instituut bewaart en beheert een van de grootste collecties ter wereld, bestaande uit meer dan 6.000 mallen gemaakt van originele sculpturen die worden getoond in de grootste Franse en Europese collecties.

 De beeltenis van Catherine Deneuve als het nationale symbool van Frankrijk


De collectie omvat een selectie afkomstig uit alle tijdperken, variërend van de prehistorie tot de 20e eeuw en diverse beschavingen: Griekse, Etruskische, Egyptische, Romeinse en oosterse oudheden,  Islamitische kunst, kunstwerken en sculpturen uit de middeleeuwen, de renaissance en de moderne tijd. Met een rijke geschiedenis van twee eeuwen, is de gieterij van het ‘Rmn-Grand-Palais’ een instelling zonder zijn gelijke in de wereld, unaniem erkend en wereldvermaard voor zijn knowhow. De werkplaats combineert het ambachtelijke werk met geavanceerde technieken. Van vervaardiging van een traditionele mal tot het maken van afdrukken door middel van 3D-scanning en de knowhow van het aanbrengen van patina, die een op een overeenkomen met de weergave van het origineel. Deze werkplaats, gelegen in Saint-Denis in de schaduw van het Stade-de-France, is een conservatorium van uitmuntendheid geworden.


De collectie van meer dan 6000 mallen omvat een selectie afkomstig uit alle tijdperken, variërend van de prehistorie tot de 20e eeuw


Vandaag de dag draaien de werkzaamheden van het Rmn-GP om drie assen. Het behouden en kopiëren van sculpturen die staan in de openbare ruimtes, onderhevig aan de tand des tijds, te denken bijvoorbeeld de tuinen van Versailles. De conservering van oude mallen van inmiddels verdwenen of onherstelbaar verminkte werken. Commer-ciële bestellingen voor galerieën, museum- winkels en particuliere verzamelaars. Maar ook samenwerking met grote internationale hedendaagse kunste- naars waaronder bijvoorbeeld Daniel Arsham. Daniel Arsham is een pionier in zijn multidisciplinaire bena-dering van moderne en klassieke kunst. 

Voor zijn tentoonstelling ‘Moonraker’ in het Musée Guimet (Musée national des arts asiatiques Guimet) te Parijs zocht de kunstenaar samenwerking met het Rmn waardoor de kunstenaar kon putten uit de omvangrijke matrijzencollectie, om zo een dialoog tot stand te brengen tussen zijn creaties en museale werken.  

Voor zijn nieuwe tentoonstelling ‘Sands of Time heeft Arsham iconische kunstwerken opnieuw bekeken, waarbij wederom mallen van originele sculpturen werden gebruikt om nieuwe stukken te maken met zijn kenmerkende stijl van geërodeerd kristal. Om deze werken te maken, kreeg Arsham ongekende toegang tot van het Rmn, waar hij gebruik mocht maken  van de mallen van sculpturale meesterwerken die onder meer te vinden zijn in de collecties van het Louvre en de Vaticaanse Musea. De in Saint-Denis vervaardigde kunstwerken waren in 2021 te zien in het UCCA Dune Art Museum in Qinhuangdao, China. 



 De Hercules Farnese 

Maar niet alleen Arsham zocht samenwerking met het Rmn-GP, ook de beroemde Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons. Hij maakte in 2013 gebruik van de kennis, de expertise en de mallen van het Rmn-GP voor onder andere ‘Gazing Ball’, zijn versie van de Hercules Farnese, waarvan het origineel te vinden is in het Nationaal Archeologisch Museum te Napels en een kopie bedekt met bladgoud, werd door André Lenôtre geplaatst in de tuinen van het château Vaux-le Vicomte.

 

De Hercules Farnese in de tuinen van het château Vaux-le Vicomte


Bij aankomst word ik verwelkomd door mijn gids Camille die mij vervolgens in een van de enorme ateliers direct confronteert met een levensechte kopie van De Venus van Milo of De Aphrodite van Melos, waarvan het origineel, vervaardigd uit Grieks Paros marmer, te vinden is in het Louvre. Het beeld werd in 1820 door een boer in een veld gevonden op het Egeïsche eiland Melos (Italiaans: Milo) in de Cycladen en dateert vermoedelijk van 130 voor Christus. De Venus van Milo wordt beschouwd als een symbool van eeuwige schoonheid.

 

De Venus van Milo of De Aphrodite van Melos


Even verderop zijn medewerkers bezig met de mallen van nog een enorm beeld namelijk de gevleugelde Nikè van Samothrake. Het beeld werd in stukken gevonden op 15 april 1863 op het Egeïsche eiland Samothrake door de Franse viceconsul van het Ottomaanse Rijk en amateur- archeoloog Charles Champoiseau. Champoiseau identificeerde de buste en het lijf als een voorstelling van Nikè, die meestal wordt afgebeeld als een gevleugelde vrouw. De fragmenten werden ter plaatse samengevoegd en in 1863 naar het Louvre verstuurd. Het beeldhouwwerk staat sinds 1884 tentoongesteld in het Louvre in Parijs. Het is een van de beroemdste beelden uit de klassieke oudheid en een van weinige die in oorspronkelijk Griekse vorm, en niet via Romeinse kopieën, is overgeleverd. Met behulp van de verschillende originele stukken maakte men in 1884 in de ateliers van het Louvre (voorganger van het huidige Rmn-GP) een gespiegeld afgietsel van de rechtervleugel van het beeld, en tevens reconstructies van de linkerborst en de rug van de buste.

 

Medewerkers bezig met de mallen van de gevleugelde Nikè van Samothrake



Een getrouwe reproductie van een gebeeldhouwd werk gieten is het resultaat van een lang en nauwgezet proces, dat gebaseerd is op het maken van een mal en vervolgens het gebruik ervan om meerdere afdrukken te verkrijgen. Bij zeer kwetsbare originelen wordt gebruik gemaakt van 3D-afdrukken door middel van digitale technologie die het dubbele voordeel hebben dat ze direct contact met het kwetsbare kunstwerk vermijden maar ook de mogelijkheid bieden on vergrotingen en verkleiningen te maken. Nadeel is dat het minder precies is dan bij het werken met siliconenelastomeer.

 

Monnikenwerk het weg retoucheren van de naden van de verschillende delen van de mallen



In het volgende atelier zijn medewerkers bezig met het wegwerken van de naden die overeenkomen met het verbindingsvlak van de verschillende delen van de mallen. Deze worden geretoucheerd en vervolgens opnieuw bewerkt om elk spoor van het productieproces onzichtbaar te maken. Een waar monnikenwerk.  De laatste stap bestaat uit het patineren om het effect te creëren dat zo dicht mogelijk bij het origineel ligt. De patineurs van het Rmn-GP werken samen met museumconservatoren om het referentiemodel te valideren. 



De meester patineur aan het werk

De patineurs van het Rmn-GP werken samen met museumconservatoren om het referentiemodel te valideren


In de ateliers worden ook diverse Mariannes vervaardigd. Zij is vaak het evenbeeld van één van de mooiste vrouwen van Frankrijk!  Ze symboliseert de ‘triomf van de Republiek’. Zij is zelfs de personificatie van de Franse Republiek. De eerste officiële bustes waren afbeeldingen van anonieme vrouwen van het volk. Het model van Marianne zou een meisje afkomstig uit Sigolsheim, Elzas, zijn geweest. Daar kwam in 1969 verandering in toen Marianne het uitdagende evenbeeld kreeg van niemand minder dan de actrice Brigitte Bardot, ten tijde van de eerste feministische gevechten waar de vrouwen hun beha verbrandden.


De buste van Brigitte Bardot siert menig Frans stadhuis

 

Nog een symbool van de vrijheid. In 1972 opgevolgd door de actrice Michèlle Morgan. In 1978 volgde de zangeres Mireille Mathieu (een misser), Catherine Deneuve in 1985 en Inès de la Fressange, model en Chanel muze in 1989. Het was voor de eerste keer dat er voor een model werd gekozen. Deze gebeurtenis zal ertoe leiden dat Inès haar exclusiviteitscontract met Chanel verliest. Karl Lagerfeld wilde geen monument aankleden, “het is te vulgair”, aldus de keizer van de mode. Ze zal elf jaar het officiële model blijven tot de aanstelling in 2000 van weer een Frans topmodel. In 1999 werden voor het eerst 36.000 burgemeesters betrokken bij de keuze van Frankrijks icoon. Geholpen door een kleine groep van lobbyisten; ‘Le comité de la Marianne d'Or’, werd met een score van 36% het Franse topmodel Laetitia Casta, hoe kan het ook anders, gekozen uit een shortlist van vijf kandidaten. De andere kandidaten waren Estelle Hallyday - model, Patricia Kaas - zangeres, Daniela Lumbroso - televisiepresentatrice , Laetitia Milot - actrice en mannequin en Nathalie Simon - sportvrouw en televisiepresentatrice. 

Een minischandaal maakte in 2003 een einde aan haar status als Marianne toen Laetitia uit Frankrijk vertrok en haar woonplaats Parijs verruilde voor London, op zoek naar een beter belastingklimaat. De beroemdheid die volgde om model te staan voor de Marianne was de Franse Talkshow host Evelyne Thomas in 2003. Bekend van het televisieprogramma ‘C’est mon choix’. Evelyne Thomas had de voorkeur van de burgemeesters boven de runners-up Laure Manadou, Rama Yade of zelfs Carla Bruni-Sarkosy. De beeldhouwer was Daniel Druet. 

Vanaf 2012 was Frankrijk weer toe aan een nieuwe persoonlijkheid om de nationale Marianne te belichamen. Opiniepeilingen gaven de voorkeur aan Sophie Marceau (44% van de stemmen). Verder aan Marion Cotillard (40%), Vanessa Paradis (33%), Florence Foresti (28%) en Anne Roumanoff (23%). Echter Sophie Marceau is alleen kandidaat geweest, er is nooit een buste van haar gemaakt. Het klinkt raar maar in het streng gereguleerde Frankrijk is er geen officieel Marianne-model. Geen enkele wetgevende of regelgevende tekst legt burgemeesters een specifiek model op, en verplicht hen zelfs niet om een Marianne in hun gemeentehuis te plaatsen. Wel kiest de vereniging van burgemeesters van Frankrijk regelmatig beroemde Franse vrouwen. Gekozen beeldhouwers hebben vervolgens de vrije hand om het beeld vorm te geven. De figuren die het populairst zijn bij de huidige gemeentehuizen zijn gemodelleerd naar de kenmerken van Brigitte Bardot, Catherine Deneuve en Laetitia Casta.

 


Een wandeling door ellenlange gangen bevolkt met honderden beelden en bustes  brengt mij naar gigantische stellingen vol met mallen, alles keurig gecodeerd en voorzien van foto’s van het originele beeld. Camille vertelt mij dat op nog een andere locatie mallen liggen opgeslagen.



 La Chalcographie du Louvre - een medewerkster werkt aan de ‘Study of the figure of a man’ van Andrea del Sarto (1487-1530) (inzet)

Maar het houdt nog niet op, Camille leidt mij naar nog een afgeleide van het Musée du Louvre in Saint-Denis. Hier bewaart en drukt ‘La Chalcographie du Louvre’, gecreëerd in 1797, uit een collectie van meer dan 13.000 kopergravures prints bestemt voor de verkoop. De collectie bestond oorspronkelijk uit kopergravures van het ‘Cabinet du Roi’ bestaande uit 900 platen van de beschrijving van Egypte aangekocht in opdracht van Colbert in 1662. De oudste kopergravures dateren dan ook uit de zeventiende eeuw. De Chalcographie du Louvre collectie omvat ook ongeveer honderd houten- (houtsnede) en steen- (lithografie) matrijzen. Om technische redenen worden deze platen niet meer gebruikt.



 La Chalcographie du Louvre’, gecreëerd in 1797, bezit een collectie van meer dan 13.000 kopergravures

Al meer dan twintig jaar werkt het Chalcographie du Louvre samen met een groot aantal hedendaagse kunstenaars om zo de collectie uit te breiden met een collectie moderne kunst van onder andere Raoul Dufy, Léonard Foujita, Jacques Villon tot Chas Laborde, Eugène Véder en Cecile Reims. Sommigen van hen komen naar de werkplaats om te graveren. Ze worden hierbij ondersteund door de ambachtslieden van het atelier die experts zijn in de technieken van etsen en aquatint. De afdrukken die voortvloeien uit deze samenwerkingen worden zo vaak afgedrukt als de plaat het toestaat, zonder beperkingen op reproductie of handtekening. Dit principe, dat weliswaar in strijd is met de praktijken van de hedendaagse kunstmarkt, bestendigt de traditie van verspreiding die uniek is voor de Chalcographie du Louvre. Het maakt het mogelijk om prints, gemaakt door internationaal gerenommeerde kunstenaars, te verkopen tegen betaalbare prijzen.

 


Op het moment van mijn bezoek was een van de drukkers bezig met de ‘paumage’ (het met de handpalm verwijderen van de laatste overtollige inkt) van een kopergravure van Auguste Boucher-Desnoyers (1779-1857) voorstellend Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord. Hertog van Talleyrand, vorst van Benevento en Frans diplomaat. Hier worden nog slechts 10 afdrukken van gemaakt aangezien het Louvre museum besloten heeft geen prints meer te maken van platen van voor het jaar 1848.



 

Een kopergravure van Auguste Boucher-Desnoyers (1779-1857)


Bij het verlaten van het pand realiseer ik mij dat hier de ‘negatieven’ liggen van het belangrijkste erfgoed van Frankrijk, om stil van te worden. 

Ateliers d'art de la Réunion des musées nationaux – Grand Palais is uitsluitend op afspraak te bezoeken. Voor meer informatie verwijs ik naar de website. 

Adres: Impasse du Pilier 1, 93217 Saint-Denis. Bereikbaar via de RER-B station La Plaine-Stade de France.

 

donderdag 22 december 2022

PARIJS MODEMUSEUMSTAD

Hoe je de titel ook leest, het is beiden van toepassing; Parijs als modestad, Parijs als museumstad of de samenstelling Parijs modemuseumstad. Ik begin aan mijn laatste blog voor jullie in 2022, nummer 35. Met mijn blog Pars FvdV heb ik inmiddels meer dan 1,4 miljoen lezers kunnen bereiken en natuurlijk ga ik daar in 2023 gewoon mee door. Begin januari 2023 verschijnt de achtste druk van mijn eerste Parijsgids, ‘Ongewoon Parijs’ en daar ben ik natuurlijk hartstikke trots op. In het voorjaar weer een nieuwe reisgids; ‘Parijs, anders bekeken’. Er zit dus weer voldoende in het vat voor weer een mooi en succesvol 2023.



Is Parijs nog steeds de hoofdstad van de mode, creatie en vooral die van luxe?

Laten we het eerst eens bekijken aan de hand van de geschiedenis. Voor de Zonnekoning Lodewijk XIV (1638-1715) was niets belangrijker dan zijn uiterlijk. Om indruk te maken op zijn vijanden besloot hij allereerst een paleis te bouwen dat synoniem stond voor zijn puissante rijkdom en grootsheid: het Paleis van Versailles. Gepassioneerd door luxe richtte hij de eerste fabrieken op voor wandtapijten en goudsmeden. Ook je rijkdom laten zien door middel van je kleding dateert uit die tijd. Lodewijk kleedde zich drie keer per dag om in het bijzijn van zijn hovelingen. Hovelingen, en vooral de courtisanes, moesten de mooiste outfits dragen om hun plaats in de samenleving te laten zien. In Versailles was alles luxe en wellust en de kleding van de koning en zijn hofhouding vormde geen uitzondering op de regel. Hij haalde de beste kleermakers binnen om de edelen van zijn hof te kleden. Onder het bewind van koning Lodewijk XVI was het zijn echtgenote, Marie-Antoinette, die Rose Bertin benoemde tot minister van Mode. Marie-Jeanne Rose Bertin was een Franse modeontwerpster die als ‘ministre des modes’ de basis zou leggen voor de Franse haute couture. Volgens de gegevens van de koninklijke huishouding gaf Marie-Antoinette in 1785 87.597 livres uit aan de diensten van Rose Bertin. Over luxe gesproken.


De voorlopers van de haute couture zijn ongetwijfeld Lodewijk XIV en Marie-Antoinette

 

Het eerste haute couture-huis werd opgericht door Charles Frederick Worth, een echte pionier in de modewereld. In 1858 kwam hij op het idee om de kleding die hij maakte te voorzien van een etiket met zijn eigen naam. Hij was ook de eerste die modeshows en het systeem van collecties opzette. Als protectionist richtte hij in 1868 de ‘Chambre Syndicale de la Haute Couture’ op. Vanaf dat moment was de haute couture nauw verbonden met de stad Parijs. Jeanne Lanvin volgde in 1885, eerst met een hoedenatelier en later met haar eigen modehuis. De drie wereldtentoonstellingen die tot 1900 in Parijs plaatsvonden lieten de plaatselijke modehuizen internationaal schitteren. De fundamenten waren gelegd door Worth, maar het tijdperk zag ook de komst van juweliers, parfumeurs, koffermakers; Cartier, Guerlain, Goyard, Moynat, Hermès en Vuitton.



Creaties van Charles Frederick Worth - Foto's: St Edmundsbury Borough Council -Indianapolis Museum of Art


In het jaar 1910 kende Parijs maar liefst 300.000 modeontwerpers. De stad domineerde het modebeeld en kopers van over de hele wereld reisden naar Parijs om hun ‘boodschappen’ te doen. Na de Eerste Wereldoorlog vertegenwoordigde de mode maar liefst 15% van de waarde van de Franse export.

 

De 20e eeuw

Gabrielle Chanel verscheen in 1919 aan de modehorizon en was zo moedig de naweeën van de cultuur der korsetten en hoepelrokken de genadeklap te geven, gevolgd door Elsa Schiaparelli die in 1931 de tenniswereld choqueerde met haar ontwerp voor een tennisrokje voor sterspeler Lili de Alvarez.  Nina Ricci, een ervaren coupeuse, waagde het erop om in 1932, toen de wereldeconomie was ingezakt na de Amerikaanse beurskrach in 1929, een modehuis te openen in de rue des Capucines. In de jaren vijftig volgden Dior, Givenchy, Cardin en Chanel. Halverwege de jaren ’50 creëerde Coco Chanel in de rue Cambon wat een icoon van de Parisienne zou worden; een meesterwerk, het ‘Chanel Pak’. 

 

Creaties van Coco Chanel tijdens een retroperspectief in het Palais Gailliera 2021


Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog openden Balmain en Carven hun modehuizen in Parijs. In 1946 lanceerde madame Carven haar eerste geur, ‘ma griffe’. De eerste bikini werd gelanceerd. En in dat zelfde jaar begon Christian Dior zijn modeatelier aan de Avenue Montaigne. Ook hij deed de modewereld opschudden met zijn iconische ‘New Look’ en de introductie van het parfum Miss Dior. Parijs had inmiddels meer dan honderd modehuizen.



Christian Dior introduceert in 1947 zijn iconische 'New Look' en het parfum Miss Dior

Toen Dior in 1957 stierf, kreeg Yves Saint Laurent op 21-jarige leeftijd de leiding over het toen slecht lopende modehuis Dior. De ontwerpen van Saint Laurent waren zo vernieuwend, dat ze tot grote successen leidden. Bijvoorbeeld de trapeziumjurk uit 1958, die ruim viel om de taille in plaats van deze in te snoeren. In 1962 verliet de piepjonge Saint Laurent het couturehuis Dior en presenteerde zijn eerste eigen collectie. In de jaren zestig en zeventig zette Yves Saint-Laurent trends zoals het broekpak en de ‘beatnik look’ en de puntlaarzen die tot dijhoogte de benen omsloten. André Courrèges opende zijn eigen modehuis, "Maison de Courreges", in 1961 en vijf jaar later gevolgd door Paco Rabanne.

 

Yves Saint Laurent



Jean Paul Gaultier - Foto Kunsthal Rotterdam 'Face Me PLS'


In 1976 bracht Jean-Paul Gaultier zijn eerste collectie onder zijn eigen naam uit. Hij volgde een trend die tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat; de Marinière, het matrozenhemd. Het matrozenhemd werd voor het eerst geïntroduceerd in 1916 door Coco Chanel. In 1980 volgde Azzedine Alaia. De modeontwerper stond bekend om zijn hedendaagse ontwerpen en voor het bewandelen van zijn eigen weg in de mode-industrie. Alaïa weigerde, enigszins rebels, mee te doen aan internationale modeweken en zijn collecties gelijktijdig met andere toonaangevende modehuizen te presenteren. Hij gaf pas een show wanneer zijn collectie klaar was. Het was ook de tijd dat een jonge generatie zoals Claude Montana, Kenzo Takada, John Galliano en Christian Lacroix de Parijse en vervolgens de wereldmode zou opschudden.



Azzedine Alaia

In 1983 wordt Karl Lagerfeld hoofdontwerper van het modehuis Chanel en profileert zich tot een van de invloedrijkste couturiers aan het einde van de twintigste en in het begin van de eenentwintigste eeuw, Maar ook is hij op andere creatieve terreinen actief, met name de fotografie.


Chanel onder leiding van Karl Lagerfeld

 

Conclusie

Parijs is dus nooit opgehouden zijn invloed uit te oefenen, maar deelt vandaag zijn status met London, Milaan, New York en zelfs Tokio. De Franse hoofdstad, met zijn eeuwenoude modegeschiedenis, wordt echter als de meest prestigieuze beschouwd. Bovendien heeft Parijs, met de exclusiviteit van haute couture sinds de uitvinding ervan in het midden van de 19e eeuw, het alleenrecht van het houden van de haute couture-shows. Maar niet alleen op het gebied van mode; gastronomie, kunst, luxe en toerisme, ze hebben er allemaal toe bijgedragen dat Parijs nog steeds een van de belangrijkste steden ter wereld is. Geroemd door zijn virtuositeit op het gebied van mode, innovatie en design.



Jean Paul Gaultier 

Een Britse studie meldt dat Parijs inderdaad de meest 'modieuze' stad ter wereld is - op de voet gevolgd door Londen en New York. Van Carrie Bradshaw in Sex and The City tot de heldinnen van Gossip Girl, alle fashionista's van het kleine scherm haasten zich voor een aflevering of twee naar Parijs. Emily In Paris zette zelfs haar koffers daar neer. Wat betreft de film The Devil Wears Prada , deze presenteerde Paris Fashion Week als een paradijs voor fashion lovers. Parijs komt vooral op de eerste plaats, dankzij het aantal designermerken en scholen die opleidingen in modeberoepen aanbieden. Londen met grote ontwerpers, zoals Vivienne Westwood samen met Andreas Kronthaler en Marc Jacobs, komt op de tweede plaats. New York completeert het podium, gestimuleerd door het aantal modebladen, waaronder Vogue en Harper's Bazaar.

 


100 jaar Franse Vogue 1920-2020 wordt gevierd met een overzichtstentoonstelling in het Palais Gailliera in 2021




Een ander fenomeen dat van Parijs de hoofdstad van mode en luxe heeft gemaakt was het ontstaan van warenhuizen. Weinigen weten dat het warenhuis een Franse vinding is. Eigenlijk moet ik zeggen een Parijse vinding. Het begon allemaal in 1852 toen Aristide Boucicaut zijn warenhuis Bon Marché opende. Een zogenaamd Grand Magasin. In 1855 volgt le Bazar Napoléon, dat later wordt getransformeerd in le Bazar de l’Hôtel de Ville, kortweg BHV. Kort daarop in 1865 volgen Jules Laluzot en Jean-Alfred Duclos met Au Printemps en vier jaar later, in 1869 opende Samaritaine, het warenhuis van Ernest Cognacq en Marie-Louise Jaÿ. Parijs kreeg de smaak te pakken. In 1893 openden de Galeries Lafayette hun deuren. Het is la Belle Époque, wat duidelijk te zien is aan de buitenkant van de 'paleizen van de handel'. Prachtige gevels die bol staan van beelden, verguld stucwerk en andere pompeuze decoraties.

 

Parijs als centrum van de mode volgens Dior


De ongekende grootsheid van de Franse luxe komt uitsluitend op het conto van twee Franse zakenlieden: Bernard Arnault en François Pinault, juist doordat zij er hun stokpaardje van hebben gemaakt. Nadat ze het immense economische potentieel van luxe en mode hadden gezien, creëerden ze de twee belangrijkste Franse luxegroepen, LVMH en Kering.

Louis Vuitton Moët Hennessy met het hoofdkantoor in Parijs is het grootste conglomeraat ter wereld van luxeproducten, waaronder wijnen en sterke dranken, mode en lederwaren, horloges en sieraden, parfums en cosmetica, luxe warenhuizen en de bouw van motorjachten.

Kering is eveneens een Franse multinationale holding van luxegoederenmerken met het hoofdkantoor in Parijs. Beroemde merken in de portefeuille van Kering zijn Alexander McQueen, Balenciaga, Brioni, Gucci en Yves Saint Laurent.



 Gucci experience store in Parijs

De Franse uitzondering betreft ook andere sectoren dan de mode. De hotelindustrie draagt ook bij aan de invloed van het land wanneer de naam "Palace hotels", gecreëerd wordt in 2010, en alleen is voorbehouden aan bepaalde Franse etablissementen, waarvan de meeste duidelijk Parijse etablissementen zijn, zoals Hôtel de Crillon, Hôtel Lutétia, Hotel Plaza Athénée, Le Bristol, Le Meurice, Mandarin Oriental Paris, Park Hyatt Paris Vendôme, Royal Monceau, Shangri-La Hotel Paris en het Peninsula Paris. Last but not least de Franse ‘Haute Joaillerie’ waaronder : Chaumet (1780), Cartier (1847), Boucheron (1858) en Van Cleef & Arpels (1896).



La Galerie Dior

 

Bovenstaande komt ook nog eens samen in de mooiste modemuseums van de stad. 

Musée de la Mode de la Ville de Paris

Sinds 1977 is in het Palais Galliera, aan de avenue Pierre 1er de Serbie, het Musée de la Mode de la Ville de Paris gevestigd. Een paleisje met een elegante zuilengalerij, grote hoge zalen met plafonds versierd met fresco's. De mozaïekvloeren en koepels zijn het werk van Giandomenico Facchina (1826-1904). In 1916 werd een fontein aan de voorkant van het museum gesitueerd in een weelderige tuin. Het museum diende ook als decor in de film The Devil Wears Prada.  Tot 5 maart 2023 toont het museum een collectie uit de garderobe van Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo.



Palais Gailliera

 

Musée Yves Saint Laurent

Ook Yves Saint Laurent heeft sinds 3 oktober 2017 een eigen museum in Parijs. Het atelier van de overleden modeontwerper, aan de Avenue Marceau 5, werd omgebouwd tot museum en zal in wisselende tentoonstellingen meer dan twintigduizend stukken uit zijn collecties door de jaren heen tentoonstellen. Het museum is een eerbetoon aan het oeuvre van de grote Franse modeontwerper, die in 1957 bij Dior debuteerde. Op 8 september 2017, krap een maand voor de opening, overleed de zakenpartner en grote liefde van Saint Laurent - Pierre Bergé - op 86-jarige leeftijd. Zijn grootste droom was het realiseren van twee bijzondere musea voor het tentoonstellen van het levenswerk van Saint Laurent. Die wens is gerealiseerd in zowel Parijs als Marrakesh. Tot en met 15 mei 2023 staat het museum in het teken van de kleur goud, de favoriete kleur van Saint Laurent. Een van de hoogtepunten en misschien wel de grootste troef van het museum is de kamer waarin Saint Laurent werkte. Bij binnenkomst lijkt het of de iconische modeontwerper de ruimte net heeft verlaten. Zowel het bureau van zijn naaste medewerkers als dat van hemzelf is gelaten zoals ze in 2002 na zijn pensionering werden achtergelaten.

 

Musée Yves Saint Laurent


De werkkamer van de 'meester'


Fondation Azzedine Alaïa

Het is even zoeken in de Marais naar het museum van Azzedine Alaïa. De ingang is slechts een onopvallende poort op nummer 18 van de rue de Verrerie in het vierde arrondissement van Parijs. Het pand is het voormalige woonhuis van Monsieur Azzedine en kwam in 1988 in zijn bezit. Daarvoor was het een magazijn van het warenhuis BHV. Vervolgens werd het volledig gerenoveerd en ingericht door de Amerikaanse schilder en filmmaker Julian Schnabel. Het pand bestaat uit twee gebouwen met meerdere verdiepingen, gescheiden door een binnenplaats met een glazen dak en werd sindsdien gebruikt als woonhuis, expositieruimte en voor zijn modeshows. Azzedine Alaïa was een groot liefhebber en verzamelaar van mode, kunst, design, architectuur en theater. De Tunesische Alaïa begon al met het verzamelen van couture in de jaren zestig, in een tijd dat de meeste verzamelaars investeerden in moderne en hedendaagse kunst. Tien jaar voor zijn overlijden richtte hij de Association Azzedine Alaïa om zijn werk en collectie te behouden voor de toekomst. Deze verzameling is tot 31 december 2022 te zien in de tentoonstelling ‘Alaïa avant Alaïa’.

 

Fondation Azzedine Alaïa 




Musée des Arts Décoratifs

Het Musée des Arts Décoratifs is een Frans museum voor toegepaste kunst mode en design.

Het museum werd 29 mei 1905 geopend in de westelijke vleugel van het Louvre. Tot en met 22 januari 2023 is de tentoonstelling ‘Shocking’ te zien; de surrealistische werelden van Elsa Schiaparelli. De surrealistische werelden van Elsa Schiaparelli brengt 520 werken samen, waaronder 272 kostuums en modeaccessoires, tegenover 248 schilderijen, sculpturen, juwelen, parfumflesjes, keramiek, posters en foto's. Dit retrospectief belicht ook het erfgoed van de Schiaparelli-stijl met silhouetten die zijn geïnterpreteerd door beroemde couturiers die er hulde aan brengen: Yves Saint Laurent, Azzedine Alaïa, John Galliano, Christian Lacroix. Het museum bevindt zich aan de rue de Rivoli 107-111 in het 1e arrondissement.

 


Schiaparelli in het Musée des Arts Décoratifs - Foto: Musée Les Arts Décoratifs Christophe Dellière


La Galerie Dior

Gevestigd aan de Avenue Montaigne nummer 30. La Galerie Dior, geopend in het voorjaar 2022, na een verbouwing van twee jaar. Het hôtel particulier dat in 1865 werd gebouwd voor Napoleon’s onwettige zoon, de graaf Walewski. Het is achter deze emblematische gevel, ontworpen in de puurste Franse stijl van de tweede helft van de 19e eeuw, dat meer dan zeventig jaar geleden de mooiste collecties van het modehuis Dior werden geboren. Gelegen in hetzelfde gebouw als de legendarische winkel, maar met een aparte ingang aan de rue François 1er, is La Galerie Dior gevestigd, als een culturele attractie op zich,  een opslagplaats van modeherinneringen, waarover, sinds 1946, de geest van Monsieur Dior heerst en waar mode zelfs tot kunst is verheven. Wisselende tentoonstellingen van de ontwerpen van Dior zelf maar ook die van zijn opvolgers; Yves Saint Laurent, Marc Bohan, Gianfranco Ferré, John Galliano, Raf simans en Maria Grazia Chiuri die nu de leiding heeft over het modehuis.

 

 

La Galerie Dior



Cité de la Mode et du Design

Een creatief centrum dat ook het befaamde Institut Français de la Mode (IFM) huisvest. In 1986 opgericht door het Franse Ministerie van Industrie voor de ontwikkeling en de bescherming van de Franse mode- en designindustrie. Het gebouw is ontworpen door de Franse architect DominiqueJakob en de Nieuw Zeelander Brendan Macfarlane en heeft nu al de bijnaam de ‘groene gifslang’. Het is gebouwd rondom het karkas van de oude entrepots van het treinstation Austerlitz uit 1907 (les Magasins Généreaux d'Austerlitz). Kosten grofweg zo'n 44 miljoen euro. Aan de zijde van de Seine is een futuristische constructie bevestigd van groen getinte glasplaten die als een gifslang langs het gebouw kronkelt. Door de weerspiegeling van het groene glas kleurt de Seine smaragdgroen. De opening vond plaats in het voorjaar van 2011. Een derde van het gebouw is in gebruik als expositieruimte, inclusief studio’s voor muziekproducties, cafés, restaurants, mode- en boekenwinkels. Op het dak bevindt zich een park. Quai d'Austerlitz 34, 13e arrondissement, metro Gare d'Austerlitz.



Institut Français de la Mode
 

Welnu, is Parijs nog steeds de hoofdstad van de mode, creatie en vooral die van luxe? Ik denk dat we hier met een volmondig ja op kunnen antwoorden.

 

Zoals ik al aan het begin schreef is dit mijn laatste blog van 2022. Rest mij jullie een kleurrijk, bloemrijk en een liefdevol 2023 toe te wensen met de hoop jullie weer te treffen als trouwe lezers van mijn weblog Paris FvdV. Tot 2023.


Mijn wensen voor jullie in het nieuwe jaar