Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Parijs anders bekeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Parijs anders bekeken. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2025

METRODESIGN DOOR DE JAREN HEEN


Laatst bladerde ik weer door mijn fotoarchief met honderden foto's waarop ik de diversiteit, de bijzondere vormgeving en de sfeer van de Parijse metro heb vastgelegd. Dit bracht mij op het idee om u eens door een andere bril naar de metro te laten kijken, want al sinds 1900 speelt het design en de architectuur een belangrijke rol in het ontwerp van de hoofdstedelijke metro. Bij mijn bezoeken aan Parijs breng ik veel tijd onder de grond door. Het liefst laat in de avond, wanneer de perrons en metrogangen verlaten zijn. Dan pas valt het op hoeveel moois er is te ontdekken aan kunst, bijzonder tegelwerk en design. Zonder dat je er erg in heb passeer je 125 jaar historie. Parijs heeft vreemd genoeg nog geen Metromuseum. Maar gelukkig is de RATP van plan om in 2032 een museum voor het Parijse stedelijk vervoer te openen in de onderhoudswerkplaatsen van Championnet, in het 18e arrondissement op nummer 11 van de rue Belliard. Dit werd hoog tijd, want Parijs kent 308 metrostations en allemaal vertellen ze hun eigen geschiedenis. 




Elke dag nemen meer dan 4 miljoen mensen de metro in Parijs om hun werkplek te bereiken, hun vrienden te bezoeken, of om gewoon door Parijs te toeren. Totaal maken 1,5 tot 1,9 miljard mensen per jaar gebruik van de metro. De populaire Franse uitdrukking "métro, boulot, dodo", (metro, werken, slapen) symboliseert het belang van dit vervoermiddel voor het leven in een stad als Parijs. Met zowat elke 500 meter een metrostation heeft Parijs het meest geconcentreerde en dus ook het beste netwerk van de wereld.



 Aanleg van lijn 1 onder de rue de Rivoli 1898

Even wat geschiedenis

Het waren de Franse ingenieurs Brame en Flachat, van de spoorwegmaatschappij Paris-Saint-Germain, die in 1855 met het idee kwamen, om een gesloten ondergronds netwerk aan te leggen van Gare du Nord naar de markthallen in het centrum van Parijs. Dit om de aanvoer van goederen naar de 'Buik van Parijs' efficiënter te laten verlopen. Waren deze plannen direct uitgevoerd, dan was Parijs de eerste stad in de wereld met een metro. Echter, het duurde een halve eeuw voordat de eerste metrolijn werd geopend en wel op 19 juli 1900. Speciaal aangelegd voor de wereldtentoonstelling.  London was in 1863 de eerste stad met een metro, gevolgd door New York in 1868 en Glasgow en Budapest in 1896.

 

Het logo van de CMP; de Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris


Tijdens de 'Exposition Universelle' van 1900 werd de eerste lijn van de 'Métro de Paris' in gebruik genomen. Lijn 1, geopend op 19 juli 1900, 10,3 kilometer lang en liep geheel ondergronds van Porte Vincennes naar Porte Maillot. Het project stond onder leiding van ingenieur Fulgence Bienvenüe, die later geëerd is met een metrostation: Montparnasse-Bienvenüe. 17 Maanden lang werd door 2000 arbeiders gewerkt om een traject van 10,3 kilometer ondergronds aan te leggen. De lijn was eigendom van de 'Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris' de CMP. Deze metro was vanaf dag een een hit. Een kaartje 2e klasse koste in die tijd 0,15 Franse Franc en 0,25 Franse Franc voor reizen in de 1e klasse. Nu loopt de metro van Porte Vincennes naar La Défense en is meteen de drukste metrolijn van Parijs. Ruim 700.000 passagiers per dag, met een jaartotaal van 168 miljoen per jaar.  Al snel volgden er meerdere lijnen: Lijn 2 in 1900, lijn 3 in 1904, lijn 5 in 1906, Lijn 6 in 1907 en lijn 4 in 1908.



 Het interieur van een van de treinen van de CMP

In 1902 was het een visionair uit Lyon, de ingenieur Jean-Baptiste Berlier, die op het idee kwam om in Parijs een metro aan te leggen met een techniek die ook werd gebruikt voor de Londense metro. Daarvoor richtte hij de 'Société du chemin de fer électrique souterrain du Nord-Sud de Paris' op. Een concurrent voor de CMP. Hij wilde met twee lijnen. A en B, het zuiden met het noorden van Parijs verbinden. De eerste lijn A kun je het beste vergelijken met de huidige lijn 12 van Porte de Versailles naar Porte de la Chapelle. De tweede, lijn B, met de huidige lijn 13 van Saint-Lazare naar Porte de Saint-Ouen. Een deel van de bouw van  metrolijn 12, namelijk het traject onder Butte Montmarte, tussen Abbesses en Lamarck-Caulaincourt. heeft 24 jaar geduurd. Het station Abbesses is het diepst gelegen station van Parijs, 36 meter onder de grond en Lamarck-Caulaincourt, 25 meter onder de grond. De aanleg van de twee Nord-Sud-lijnen kwam mede tot stand dankzij de stad Parijs, die de kosten van het omleggen van alle riolen voor haar rekening nam.


Het logo van de Société du chemin de fer électrique souterrain du Nord-Sud de Paris terug te zien in al het tegelwerk

 

In 1910 werd een nieuwe concessie uitgereikt aan de 'Société Berlier-Janicot ligne Nord-Sud' (lijn 12 Mairie d'Issy - Porte de la Chapelle). Uiteindelijk ontstaat er in 1949 - 1950 één vervoersmaatschappij voor de regio Parijs voor zowel metro als bus, de 'Régie autonome des transports parisiens', de RATP. Tot en met vandaag is de RATP verantwoordelijk voor heel het vervoer in de Parijse regio per metro, tram en bus. De RATP is weer een onderdeel van de STIF 'le Syndicat des transports d'Îlle-de-France'.


Metrostation Sèvres-Babylone, lijn 10 & 12 met prachtig tegelwerk

 

Design

Decoratieve elementen verschenen al in 1900 in stationsgangen. Ze dienden als leidraad en waren bedoeld om reizigers te helpen hun weg te vinden, van de stationsingang naar het perron en vice versa naar de uitgang. Deze oorspronkelijke functie is nog steeds actueel, ondanks enkele aanpassingen in het kader van de metrovernieuwing.




De meeste stations hebben een elliptisch gevormd gewelf met een hoogte van 5,7 meter. De perrons waren oorspronkelijk 75 meter lang . Na 1930 kregen ze een lengte van 105 meter en de nieuwe stations hebben een lengte van 90 meter. Diverse materialen werden getest voor de afwerking van de stations. In de stations Porte de Vincennes en Porte Dauphine kun je nog de eerste gebakken tegels ontdekken. Uiteindelijk koos men, vanwege de hoge lichtreflectie, voor de beroemde witte, vierzijdig afgeschuinde, geglazuurde metrotegels van zandsteen die werden gefabriceerd door het bedrijf Boulenger in Choisy-le-Roi, Val-de-Marne.



De beroemde witte, vierzijdig afgeschuinde, geglazuurde metrotegels van zandsteen werden gefabriceerd door het bedrijf Boulenger in Choisy-le-Roi, Val-de-Marne

 

Al in 1898 werd er door de Gemeente Parijs een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van de ingangen van de metrostations in Parijs. Hoewel architect Hector Guimard niet had deelgenomen aan de prijsvraag, kreeg hij door tussenkomst van een vriend, die tevens voorzitter was van de Parijse gemeenteraad, toch de opdracht voor deze 'bouches de métro'. Mede onder druk van Edouard Empain, die de architectuur ervan wilde toevertrouwen aan een adept van de art nouveau en volgeling van Victor Horta, Hector Guimard (1867-1942).



De ingang van Porte Dauphine ontworpen door Hector Guimard

Guimard ontwierp vreemde ijzeren ingangen, met beschuttende glazen luifels die op libellenvleugels leken en groen geverfde gietijzeren staanders met organisch gevormde lampen als bloemknoppen, op slanke metalen stengels. De uit steen en smeedijzer opgebouwde zwierige werken waren gedeeltelijk geïnspireerd door de Japanse kunst en door de plantenwereld. 



Zichtbare details gedeeltelijk geïnspireerd door de Japanse kunst en door de plantenwereld




Het hekwerk bestond uit vijf verwisselbare ijzeren standaard elementen, die in naturalistische vormen waren gegoten. Zij vormen tevens de omlijsting voor geëmailleerd glas en staal. Let eens op de hekken aan de buitenzijde; zijn deze voorzien van volle en bolle schermen met een sierlijke M dan bent u bij de hoofdingang van het metrostation. Zijn de schermen opengewerkt zonder M dan bent u bij een van de zij-ingangen van het station. De ingangen, 167 in totaal, doken in vier jaar tijd overal op in de straten van Parijs en bezorgden Guimard zowat eeuwige roem. De allermooiste zijn die van Porte Dauphine (in 1999 volledig gerestaureerd) en Place Abbesses. De vernieuwingsdrang tussen 1920 en 1960 zorgde er voor dat veel van deze iconische ingangen zijn verdwenen. Op 27 juli 1965 werden de ingangen verklaard tot cultureel erfgoed, wat de redding bleek voor de overgebleven 67 ingangen die nu gelukkig voor het nageslacht bewaard blijven.



 Gelukkig zijn 67 ingangen ontworpen door Hector Guimard bewaard gebleven



Kenmerkend voor de ontwerpen van Guimard gegoten in naturalistische vormen

Opvallend bij alle stations van de vroegere Nord-Sudlijn is de luxe aankleding van de stations, herkenbaar aan de signatuur van de beide architecten; Lucien Bechmann en later die van Adolphe Derveaux. De interieurs voorzien van rijk geornamenteerd tegelwerk op de muren. Esthetische smeedijzeren ingangen voorzien van geglazuurd tegelwerk, mooi oker van kleur met ingebakken sjablonen van guirlandes met bloemen. Nog steeds zie je op vele plaatsen de smeedijzeren totems voorzien van witte letters op rode panelen met de woorden Metro of Metropolitain. Hieraan herken je onmiskenbaar de vroegere stations van de Société Nord-Sud. Prachtige voorbeelden zijn te zien bij de stations van Porte de Versailles, Sèvres-Babylone, Vaneau. Voor het interieur van de stations werd een beroep gedaan op de beste fabrikanten van geglazuurd aardewerk in Frankrijk. 



De interieurs van de Nord-Sudlijn zijn voorzien van rijk geornamenteerd tegelwerk op de muren





De gangen van de stations werden voorzien van banen met gekleurde tegels, met een golvend motief op ooghoogte, die de reizigers als het ware naar de perrons toe leiden. De gekleurde tegels hadden ook een betekenis: Groen voor de belangrijkste stations met verbindingen naar andere stations. Bruin voor de tussenstations. De enige uitzondering is het station Madeleine (lijn 12) met banen van blauwe tegels. De omlijsting van de reclameborden werden rijkelijk voorzien van fraai geornamenteerde tegels met bovenaan en in de hoeken de initialen N & S, Nord-Sud. De namen van de stations op de perrons, uitgevoerd in witte tegels, ingelegd weer in blauw tegelwerk, eveneens omrand door de kleur groen of bruin afhankelijk van de belangrijkheid van de stations. 








Veel geglazuurd aardewerk werd geleverd door les faïenciers de Gien en H. Boulenger & Cie de Choisy-le-Roi. Prachtige voorbeelden zijn de perrons van de stations Solferino (lijn 12), Sèvres-Babylone (lijn 12), het onlangs gerestaureerde Notre-Dame des Champs (lijn 13) en de rotonde van het station Saint-Lazare waar twee lijnen bij elkaar komen, lijn 12 en 13. De signatuur werd zo mooi gevonden door de concurrent CMP dat deze al snel werd overgenomen.



Tegelwerk te zien in het metrostation Gare d'Austerlitz




Parijs kent drie metrolijnen waarvan een deel 5,2 meter boven de grond loopt. Lijn 2 geopend in 1900, een deel van lijn 5 geopend in 1907 en lijn 6 geopend in 1908. Wat meteen opvalt is het werkelijk bijzondere ontwerp van de bovengrondse stations, allemaal 75 meter lang en gebouwd hoog boven de grond, op grote neoklassieke ijzeren pilaren. Dit alles naar een ontwerp van de Franse architect Jean Camilla Formigé en verwezenlijkt door de werkplaatsen van J. Leclaire in Montreuil, die ook de opdracht kregen voor alle 22 meter lange viaducten van metrolijn 6 en het viaduct van het station Austerlitz. Alle hoog boven de weg gelegen stations van lijn 2, links en rechts geflankeerd door betonnen steunen voorzien van het wapen van de stad Parijs, zijn aan de voorzijde en de achterzijde voorzien van glas met daaronder sierlijke bouwelementen voorzien van guirlandes en afbeeldingen van stoomtreinen en bijenkorven.  De perrons overdekt met als het ware gedrapeerd glas, gelijkend gordijnen. Deze oplossing werd later te duur gevonden. Bij lijn 6, gebouwd tussen 1900 en 1909 werden de bovengrondse stations opgetrokken in tweekleurig baksteen. Sommige viaducten van lijn 6 zijn voorzien van schilden met de initialen VP wat staat voor 'Ville de Paris'.



 Een van de bovengrondse stations van lijn 2



De bovengrondse stations van lijn 6 zijn uitgevoerd in tweekleurig baksteen

 

Heel bijzonder is het metrogedeelte van lijn 5 tussen Gare de Lyon en Saint Marcel. De bovengrondse metro, gebouwd in 1903-1906 loopt dwars door het station Austerlitz (gebouwd in 1888 door de Compagnie du Chemin de fer de Paris à Orleans) over metalen viaducten elk 50 meter lang en 10 meter boven de grond. Om deze verbinding tot stand te brengen was een viaduct noodzakelijk dat de Seine moest overspannen over een lengte van 140 meter. Tot 1996 de grootste brug van Parijs. In het metrostation van Austerlitz vind je een van de mooiste voorbeelden van de rijkdom van de Ligne Nord-Sud; Grote pilasters uitgevoerd in zacht groen geglazuurd aardewerk.




De ontdekking van de kracht van reclame

 

Periode 1952 - 1967

Net na de Tweede Wereldoorlog, na de samenvoeging in 1949 van de 'Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris' met de 'Société Berlier-Janicot ligne Nord-Sud', tot één vervoersmaatschappij voor de regio Parijs voor zowel metro als bus, de 'Régie autonome des transports parisiens', de RATP, begon ook meteen de eerste vernieuwingsdrang. Men ontdekte het grote geld van de reklame. Tussen 1952 en 1960 werden de prachtige tegelwanden op de perrons voorzien van een metalen voorzet structuur met grote billboard wanden, geschikt voor posters met een afmeting van vier bij drie meter. Verlichting maakte plaats voor TL-buizen. Houten bankjes werden vervangen door metalen stoeltjes. Het eerste station dat volledig op de schop ging was Franklin D. Roosevelt (lijn 9) 72 andere stations volgden snel. In 1957 kreeg dit station een designprijs voor het interieur van gekleurd metaal, glas en roestvrij staal, om op 2011 weer volledig op de schop te gaan.


Het oude en het nieuwe metrostation Franklin D. Roosevelt, lijn 1




Periode 1965 - 1974

Flowerpower was in late jaren 60 en vroege jaren 70 een jeugdcultuur afkomstig uit de Verenigde Staten. Flowerpower drukte zich uit in kleding en haardracht: fleurige patronen en kleuren, haarbanden, slippers, ruw katoenen hemden, wijdvallende kleding (vaak naar Indiase snit), of juist superstrakke kleding: de hotpants en de minirok deden hun intrede om de onafhankelijkheid van de vrouw te benadrukken. Een dertigtal metrostations kleurden oranje. Men koos voor de kleur oranje omdat die kleur in die tijd stond voor warmte, dynamiek en moderniteit. Het station Mouton-Duvernet (lijn 4) was het eerste station dat onder handen werd genomen. Wanden werden betegeld met gele en oranje tegels en de verlichting maakte plaats voor lange goten voorzien van TL-buizen en het licht werd geconcentreerd op de grote reklame panelen.  Zelfs de metrokaartjes werden oranje. Men introduceerde de Carte Orange. Toch werd deze stijl snel verlaten. Onderzoek wees uit dat de kleur oranje te veel licht absorbeerde en als te agressief werd ervaren.  Havre-Caumartin (lijn 9) is nog een van de weinige stations waar de zogenaamde 'Moutonstijl' nog zichtbaar is.

 

Gangen worden voorzien van lange goten met TL-buizen en het licht werd geconcentreerd op de grote reklame panelen


Periode 1974 - 1984

Onder de leiding van Pierre Giraudet, een vroegere CEO van de Luchthaven Parijs presenteerde de ontwerper Joseph-André Motte een geheel nieuwe stijl aan de daarvoor aangestelde commissie; La commission esthétique van de RATP. In de voor restauratie in aanmerking komende stations moest weer eenheid komen. Op de perrons de terugkeer van de originele witte metrotegels, twee banen verlichting die zowel de perrons als de plafonds verlichten en nieuw meubilair, dit alles in één steunkleur.  De verlichting werd verpakt in lange bakken die tevens de mogelijkheid gaven om kabels voor verlichting en techniek onzichtbaar weg te werken. Het aantal lux werd verdubbeld van 100 naar 200 en de lichtkleur veranderde van wit naar warm wit. Stoeltjes werden geplaatst op betegelde plateaus en de toegangen werden betegeld in dezelfde (steun) kleuren met bijzondere namen: Blauw - bleu Motte, groen - vert d'Alsace en lila - rose tyrien. voorbeelden van deze stijl zijn te zien in de stations Alma-Marceau, Gare du Nord, Porte de Charenton en Ledru-Rollin. 98 stations werden in die periode gerestyled.


Op de perrons de terugkeer van witte metrotegels

 

Periode 1985 - 1992

De stijl 'Ouïdire'; deze stijl markeert een dertigtal stations. Een strakke witte vormgeving met lichtbanen die de gewelven indirect verlichten in de kleuren van de regenboog.  Een andere innovatie uit die tijd zijn bankjes waar je niet op gaat zitten maar staand plaatsneemt. Randen om de billboards, meubilair en verlichting worden uitgevoerd in een kleur per station. Bijvoorbeeld blauw voor Pigalle (lijn 2), rood voor station Ourq (lijn 5), geel voor station Alésia (lijn 4) en groen voor station Cité (lijn 4). 

Periode na 1998

Het programma voor de vernieuwing van de metro, dat in 1998 van start ging, bestaat uit een eigentijdse herinterpretatie van de bestaande identiteit en stijl van de historische metro (bewegwijzering op geëmailleerde platen, afgeschuinde witte tegels, gekleurde friezen op de gangen), zij het in een vereenvoudigde vorm. De decoratieve verscheidenheid aan patronen en kleuren van de aardewerktegels die in de eerste 50 jaar van het netwerk verschenen, wordt aldus samengevat in twee patronen (ruit en golf voor het oude Noord-Zuidnetwerk) en drie kleuren (bruin, groen, blauw). Van de stationsingangen tot de perrons behoudt het vernieuwingsprogramma de fries op ooghoogte om reizigers te begeleiden, met enkele specifieke kenmerken voor de grotere stations. Nation en Bastille zijn daarom voorzien van een specifieke fries in respectievelijk metaaltinten zilver en goud, en in Châtelet–Les Halles zijn nieuwe patronen gekozen om de verschillende sectoren van dit enorme overstapknooppunt te onderscheiden: Seine (blauw), Rivoli (goud) en Canopée (zilver).


De decoratieve verscheidenheid aan patronen en kleuren van de aardewerktegels die in de eerste 50 jaar van het netwerk verschenen, wordt aldus samengevat in twee patronen, ruit en golf voor het oude Noord-Zuidnetwerk 


Ik hoop, mede door deze blog, dat je straks met heel andere ogen de metro in gaat. 


Onderstaand nog een aantal voorbeeldenvan  metrosignatuur die gelukkig in stand zijn gebleven.
















woensdag 24 september 2025

PARIJS 10 JAAR NA DE AANSLAGEN VAN 2015


Tien jaar geleden dompelde een reeks terroristische aanslagen de hoofdstad in diepe rouw. Op 7 januari 2015 werd de redactie van Charlie Hebdo gedecimeerd en werd politieagent Ahmed Merabet doodgeschoten; op 8 januari werd politieagente Clarissa Jean-Philippe vermoord in Montrouge; en op 9 januari werden vier klanten van de Hyper Cacher aan de Porte de Vincennes gedood. Negen maanden later, volgden de aanslagen van 13 november bij de Stade de France, vervolgens bij Le Carillon, Le Petit Cambodge, La Bonne Bière, Le Casa Nostra, La Belle Écuipe, Le Comptoire Voltaire en Le Bataclan. Tijdens die aanslagen van 13 november 2015 vielen 130 doden en meer dan 350 gewonden. Onder hen bevonden zich drie Nederlanders. Een van hen raakte lichtgewond, twee anderen zwaargewond. Een jaar na de aanslagen lagen er nog steeds 20 mensen in het ziekenhuis. Zeker 50 kinderen groeien door de aanslagen op met het gemis van een of twee ouders, en meer dan 1000 mensen verloren een familielid. Er waren acht aanslagplegers, zes kwamen om door eigen toedoen, een zevende door een politiekogel en de achtste, Salah Abdeslam, kon of wilde zijn bomgordel niet tot ontsteking brengen. Hij werd na 126 dagen opgepakt in de wijk Molenbeek te Brussel.


Tien jaar geleden dompelde een reeks terroristische aanslagen de hoofdstad in diepe rouw


Negen maanden is doorgaans de tijd die een samenleving nodig heeft om weer 'normaal' te worden na een grote terroristische aanslag. Nu werden de Parijzenaars opnieuw aangevallen, net nu ze begonnen te herstellen van de schokgolven van de aanslagen in januari. Dit creëerde een ongekende situatie, met bijzonder ernstige gevolgen voor de inwoners van oost-Parijs. De impact van deze aanslagen kunnen niet worden gegeneraliseerd naar de gehele stad: het hangt er helemaal vanaf waar je woont, hoe lang je er woont en welke wijken je vaak bezoekt.


Elke ochtend, op weg naar hun werk of terwijl ze hun kinderen naar school brachten, liepen ze langs een enorme bloemenzee en gedenktekens aan de slachtoffers


De eerste aanslag op het kantoor van Charlie Hebdo veroorzaakte een schokkende gebeurtenis. Al snel gingen duizenden mensen de straat op om hun emoties te uiten. De slogan ‘Je suis Charlie’ ging viraal en op 11 januari 2015 vond de grote republikeinse mars plaats, waaraan tientallen staatshoofden deelnamen. In november werden de inwoners geconfronteerd met politie- en ambulance-sirenes en zichtbare littekens zoals kogelgaten. Daarna elke ochtend, op weg naar hun werk of terwijl ze hun kinderen naar school brachten, liepen ze langs een enorme bloemenzee en gedenktekens aan de slachtoffers. Wat zorgt er dan voor dat een gemeenschap na zulke trauma’s weer kan opbouwen? Welke monumenten moeten er worden opgericht? Welke plaquettes moeten er worden aangebracht? En moeten fysieke sporen van de gebeurtenissen (kogelinslagen, verwoesting van gebouwen, etc), moeten die bewaard blijven of uitgewist worden?



 De voormalige redactie van Charlie Hebdo in de rue Nicolas-Appert anno 2025

De stad Parijs plantte als eerste een eik met een gedenkplaat op de Place de la République. Ook in de rue Nicolas-Appert (de redactie van Charlie Hebdo in het 11e arrondissement) en bij de Porte de Vincennes (de Hyper Cacher in he t20e arrondissement), zijn plaquettes ter nagedachtenis aan de slachtoffers geplaatst. Wat de redactie van Charlie Hebdo betreft, die werd niet verwoest en behoorde toe aan een particuliere eigenaar, dus de vraag naar een heiligdom in de vorm van een gedenkteken was niet echt aan de orde. De sporen van de tragedie werden uitgewist en elders werden herdenkingsplekken gecreëerd, in overleg met de slachtoffers. Vervolgens was street art een belangrijke drager van de reacties op de aanslagen van januari 2015. Getuigen hiervan zijn nog steeds te zien zoals het fresco ter ere van de politieagent Ahmed Merabet van graffitikunstenaar C215. op de boulevard Richard-Lenoir tegenover nummer 62, op de plek waar hij werd vermoord.  Of de mural van de omgekomen redactieleden op een van de muren in de rue Nicolas-Appert.



 De mural van de vermoorde redactieleden van Charlie Hebdo



Fresco ter ere van de politieagent Ahmed Merabet van graffitikunstenaar C215 op de plek waar hij werd vermoord



De littekens van de stad herinneren aan de aanslagen van 13 november 2015

 

Jardin du 13 Novembre 2015 

Dan wordt het stil tot 2016. Het idee wordt geboren om een herdenkingstuin aan te leggen ter nagedachtenis en als eerbetoon aan de 130 slachtoffers van de terroristische aanslagen van vrijdag 13 november 2015. Het idee wordt uitgewerkt in samenwerking met twee verenigingen in Parijs die alle slachtoffers en hun familieleden vertegenwoordigen: “13 onze 15 Fraternité et Vérité” en Life for Paris en de Stad Parijs. Zij definieerden eerst de hoofdlijnen van het herdenkingsproject en daarna spraken zij hun wens uit voor een tuin die de herinnering aan de overledenen, gewonden en overlevenden van de aanslagen levend houdt. Maar ook een plek die mensen samenbrengt en in staat stelt om te gedenken en te mediteren. Om deze tuin te ontwerpen lanceerde de stad Parijs een oproep aan erfgoedarchitecten en landschapsarchitecten voor het inbrengen van ideeën. Uiteindelijk viel de keuze op 12 november 2019 op de hoveniers van ‘Wagon Landscaping’. In 2021 onthulde de burgemeester van Parijs Anne Hidalgo de locatie van de herdenkingstuin, op het plein voor de Église Saint-Gervais-Saint-Protais in het 4e arrondissement, achter het stadhuis en in het hart van Parijs omgeven door historisch erfgoed uit de 19de en 17de eeuw, en in onmiddellijke nabijheid van de Seine. Belangrijk was dat de gekozen locatie geen plaats is die getekend was door de aanslagen.

 

In 2021 onthulde de burgemeester van Parijs Anne Hidalgo de locatie van de herdenkingstuin, op het plein voor de Église Saint-Gervais-Saint-Protais 



Het bekroonde ontwerp van ‘Wagon Landscaping’


Het creëren van een gedenkplek, waar ook ter wereld, is altijd een uitdaging. Want een gedenkplek bereikt zijn doel pas als het erin slaagt emotie op te roepen. Dat is het startpunt voor elke heropleving van een herinnering. Lukt dat niet, dan is het werk mislukt. Manhattan's "9/11 Memorial" weet bezoekers onmiskenbaar te raken. Het Holocaustmonument in Berlijn, vlak bij de Brandenburger Tor, is problematischer omdat het een speeltuin voor instagrammers is geworden. Het monument voor de aanslagen van 13 november moet zijn missie nog vervullen. Het monument in New York, dat uit steen en water bestaat, is ronduit mineraal; de Parijse herdenkingstuin, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de islamitische waanzin, zal meer plantaardig zijn.

 

De werkzaamheden aan de tuin begonnen eind 2024


Sinds juni van dit jaar kan in een tuin achter het stadhuis van Parijs (het Hôtel de Ville) een eerbetoon worden gebracht aan de slachtoffers van de aanslagen van 13 november 2015. Maar weinig voorbijgangers zijn zich bewust van het belang van deze plek, die dit jaar, ter gelegenheid van de tiende verjaardag van deze gebeurtenissen in november officieel zal worden ingehuldigd. De tuin van 13 november 2015 is georganiseerd rond twee bomen die doordrenkt zijn van geschiedenis: de Saint-Gervais-iep, waaronder in de middeleeuwen rechtspraak plaatsvond, en de nieuw geplante Vredes-olijfboom. Aan de voet kunnen families van de slachtoffers en overlevenden bloemen neerleggen en kleine briefjes ophangen. De tuin zal het ritme van de seizoenen volgen. In de herfst zorgen kerstrozen, cyclamen, anemonen en kornoelje vruchten voor een welkome afwisseling op de gebruikelijke bloei in de winter.


De tuin van 13 november 2015 is georganiseerd rond twee bomen die doordrenkt zijn van geschiedenis

 

Verder bestaat de tuin uit zes delen die ieder symbool staan voor de plekken waar de gebeurtenissen van die rampzalige dag plaatsvonden: Het Stade de France, Le Carillon, Le Petit Cambodge, À la Bonne Bière, La Belle Équipe, en de Bataclan.  



Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia



Blokken steen van onregelmatige hoogte, die uit de grond steken, stellen de gewelddadigheden van de gebeurtenissen voor - Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia



De prachtig aangelegde tuin met op de achtergrond de façade van het Hôtel de Ville - Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia


Bovendien zullen de zes steles, die overeenkomen met de aangevallen plaatsen, de gegraveerde namen van de slachtoffers dragen. Voor elk van hen zal een granieten bank een ieder in staat stellen om te gedenken. De aanwezigheid van water in de holtes van de rotsen en planten draagt bij aan de ontwikkeling van de biodiversiteit in de tuin, waardoor het eerbetoon eeuwigdurend en levend blijft. 


Meer dan honderd lampjes, die symbool staan voor "herinneringslampjes", zijn in de tuin geplaatst. Ze wekken de indruk van flikkerende kaarsen in de nacht, ter nagedachtenis aan de slachtoffers - Foto's Stadhuis van Parijs - Wikimedia




Jardin du 13 Novembre 2015, Place Saint-Gervais. Toegang via de rue Lobau, aan de kant van het Hôtel de Ville en aan de rue François Mirron, aan de voorzijde van de kerk Saint-Gervais in het 1e arrondissement. Metrostation Hôtel de Ville, lijn 1 & 11. 



Foto Stadhuis van Parijs - Wikimedia