Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Begraafplaatsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Begraafplaatsen. Alle posts tonen

woensdag 27 november 2024

PANTHÉON, TEMPEL DER FAAM


Onlangs ontving ik een speciale uitnodiging om een bezoek te brengen aan de ‘Tempel der Faam’, het Panthéon. Parijs is een charme offensief begonnen om de lichtstad na de Olympische Zomerspelen weer extra onder de aandacht te brengen. Voor het Panthéon reden om Paris FvdV uit te nodigen om aandacht te vragen voor de vrouwen die zijn bijgezet in deze tempel der grootheden. De voorlaatste bijzetting was op 30 november 2021; de Amerikaans-Franse danseres, zangeres, actrice, spionne en burgerrechtenactiviste Joséphine Baker. Ze is de eerste zwarte vrouw die deze ereplaats toekomt (overigens was Felix Éboué, gouverneur van Franse koloniën, in 1949 de eerste zwarte man) en na Sophie Berthelot (1907), Marie Curie (1995) Germaine Tillion en Geneviève de Gaulle-Anthoniozen (2015) en Simone Veil (2018) de zesde vrouw die een graftombe krijgt in de Tempel der Faam. Twee jaar geleden werd daarvoor een petitie gelanceerd onder meer door Brian Baker, een van de twaalf kinderen die Baker adopteerde. Brian strijdt al langere tijd voor herdenking van het werk van zijn moeder. De petitie werd door zo’n 38 duizend Fransen ondertekend. Haar lichaam werd overgebracht vanuit Monaco waar zij In 1975 in een coma geraakte door een hersenbloeding. Ze werd in bed gevonden, omringd met kranten waarin ze gloeiende recensies had gelezen over haar gouden jubileumshow ‘Joséphine à Bobino’, die was gefinancierd door de Grimaldi's en Jackie Kennedy. Ze stierf een paar dagen later in het ziekenhuis, werd begraven met militaire eer en vond een laatste rustplaats op het Cimetière de Monaco.


De rue Soufflot met aan het einde het Panthéon, de Franse tempel der faam


Joséphine Baker was een ‘exceptionele persoonlijkheid’, die ‘haar hele leven streed voor vrijheid en emancipatie’. Met die woorden bevestigde het Élysée de berichtgeving over het eerbetoon aan de Amerikaans-Franse artieste en activiste. De datum van 30 november is gekozen omdat dit de dag was waarop ze in 1937 de Franse nationaliteit kreeg toen ze trouwde met Jean Lion. Emmanuel Macron prees Joséphine Baker als ‘de belichaming van de Franse geest’. 


Het eerbetoon aan haar wordt in Frankrijk verwelkomd als een boodschap van broeder-schap en de terechte erkenning van een icoon. Een boodschap die volgens verschillende Franse media overigens niet los gezien kan worden van politiek, met de presidentsverkiezingen in april volgend jaar. Zo spreekt dagblad Le Monde van een ‘politieke zet’ van Macron die Frankrijk wil ‘verzoenen’, een boodschap waarmee hij zich in de presidents-campagne van 2017 al probeerde te onder-scheiden van Marine Le Pen. Overigens is het alleen aan de President van Frankrijk om mensen te ‘panthéoniseren’. Daar horen sinds 1789 heel wat voorwaarden bij. Je moet allereerst de Franse nationaliteit bezitten, verder moet je worden voorgedragen, minstens 10 jaar dood zijn én verdienstelijk zijn geweest voor het land. Er moet een lichaam zijn of minstens een fragment ervan of de as. Zet de familie het licht op groen, dan moet de plaatselijke burgemeester nog zijn fiat tot opgraving verlenen. Ten slotte is de handtekening van de president vereist. Op 21 februari 2024 werden Missak Manouchian, vergezeld van zijn vrouw Mélinée en zijn verzetskameraden, het Pantheon bijgezet.


Uitzicht vanaf het Panthéon op de Montagne Sainte Geneviève


Panthéon

Het Griekse woord ‘panthéon’ betekent tempel gewijd aan alle goden en in 1791 kreeg het ook de bestemming als nationaal mausoleum: ‘Pour les grands hommes de l’époque de la liberté francaise’, nadat eerst Honoré  Gabriel Mirabeau was bijgezet. Maar dat verhaal krijgt later nog een staartje.


De architect Jacques Germain Soufflot ontwerpt een enorme kruiskoepelkerk die moest concurreren met kerkgebouwen in het buitenland


Duidelijk zichtbaar ligt het Panthéon op de Montagne Sainte Geneviève. Het kruis op de 83 meter hoge koepel verraadt het kerkverleden van dit gebouw. Sainte Geneviève; in de vijfde eeuw redt deze maagd, met het gebed als wapen, Parijs op een miraculeuze wijze van de Hunnen en de hongersnood en wordt de patrones van de stad. Gevolg: In de 6de eeuw wordt er een christelijke kerk gebouwd die naar haar wordt vernoemd en waar zij dan ook wordt begraven. De kerk raakt in verval en de ernstige zieke Lodewijk XV belooft bij genezing een nieuwe kerk te bouwen ter ere van de heilige. De architect Jacques Germain Soufflot ontwerpt een enorme kruiskoepelkerk die moest concurreren met kerkgebouwen in het buitenland. Het voorportaal gaat schuil onder een woud van Korintische zuilen die zich binnen weer voortzetten. 52 Gecanneleerde zuilen en maar liefst 76 pilasters, die op een rondlopend platform staan, structureren het gebouw.  De bronzen toegangsdeuren wegen elk 6 ton.  Soufflot heeft zijn schepping helaas nooit af gezien. 10 Jaar na zijn dood, midden in de chaos van de revolutie, wordt de kerk in 1789 opgeleverd. De revolutionairen maken er meteen een tempel van voor hun overleden voorvechters. Het Panthéon is geboren. Mirabeau kreeg als eerste de eer. Honoré Gabriel de Riqueti, graaf van Mirabeau of gewoon Mirabeau (1749 - 1791) was een Frans revolutionair, charmeur en een broodschrijver, die bekendstond om zijn lelijkheid en niet voor plagiaat terugdeinsde. Echter op initiatief van Robespierre werden de overblijfselen van Mirabeau weer snel verwijderd, toen bekend werd dat hij in zijn laatste maanden in het geheim had samengespannen met het hof van Lodewijk XVI. Uiteindelijk was het Napoléon die 42 mannen de eer tot bijzetting verleent. De ‘groten van Napoléon’ liggen in de westvleugel van de crypte aan de rechterkant, in de grafkamers II t/m V. Grafkamer IV was gereserveerd voor protestanten. Onder hen ook een Nederlander!


De graftombe van de enige Nederlander in het Panthéon


Jan-Willem de Winter

Jan-Willem de Winter uit Kampen, een patriot die naar Frankrijk vluchtte en in 1795 als Jean-Guillaume de Winter aan het hoofd van de Franse troepen de Nederlanden weer betrad. Daarmee begon voor hem een glanzende carrière. Tijdens de hoogtij dagen van Napoléon werd De Winter ernstig ziek en moest hij het opperbevel overdragen. Keizer Napoléon gaf hem het Grootkruis van het legioen van Eer en verhief hem op 4 mei 1810 tot Comte de l’Empire, Comte de Huessen, Graaf van Huessen. Op 2 juni 1812 overleed hij in Parijs. Bij zijn grafkamer (grafkamer IV) staat op een zuil de volgende toelichting: Nederlands marineofficier die de Revolutie steunt, vervolgens Holland moet ontvluchten en naar Frankrijk uitwijkt. In 1795 keert hij terug in de Nederlandse provincies aan het hoofd van het Franse leger, en wordt vervolgens gevolmachtigd minister van de Bataafse Republiek bij de Franse regering. Lodewijk Bonaparte, koning van Holland, benoemt hem tot maarschalk, graaf en bevelhebber van land- en zeemacht. Napoleon verheft hem achtereenvolgens tot grootofficier in het Legioen van eer, inspecteur-generaal van de noordelijke zeekusten en commandant van de verenigde zeestrijdkrachten op Texel, en tenslotte graaf van het Keizerrijk. Net als bij sommige ‘groten der aarde’ worden hart en andere stoffelijke resten niet altijd op dezelfde plaats bewaard (ik kom daar later nog op terug). Zo ook bij De Winter. Bij zijn stoffelijke resten in het Panthéon ontbreekt het hart. Het bevindt zich in de Bovenkerk in Kampen. Al in augustus 1813 werd voor deze hoog gestegen plaatsgenoot een monumentje geplaatst in de kerk. Op de rood marmeren console werd in 1821 een vaas geplaatst met daarin het hart van De Winter. De console met vaas bevindt zich nu hoog aan de zuidelijke muur van de kerk. Een inscriptie in het Latijn stelt: 'Isala nascentum, morientem Sequana vidit - Utraque victuro nomen honore colit', wat zoveel betekent als 'Aan de IJssel werd hij geboren, aan de Seine stierf hij’. In Kampen geëerd, maar in de rest van Nederland afgeschilderd als verrader, werd Jan Willem de Winter uiteindelijk vergeten.


Ik moet zeggen dat je ontzettend nederig wordt wanneer je dit immense gebouw betreedt


De nationale begrafenis van Victor Hugo in 1885 luidt de definitieve bestemming van het Panthéon in als Tempel der Faam. En ik moet zeggen dat je ontzettend nederig wordt wanneer je dit immense gebouw betreedt. Het bouwwerk heeft de vorm van een Grieks kruis, waarbij de vleugels naar het oosten langer zijn dan de vleugels die daar dwars op staan. Zo ontstaat een lengte van 110 meter en een breedte van slechts 84 meter. Met recht dè necropolis voor de groten van Frankrijk. In het hiërarchische Frankrijk kan iemand zelfs na de dood promotie maken. Zijn of haar resten worden opgegraven en naar Parijs gebracht, waar ze na een luisterrijke ceremonie worden bijgezet in de crypte van het Panthéon, naast grote geesten als Voltaire, Rousseau, Zola en Hugo. Zo kent het seculiere Frankrijk zijn eigen vorm van heiligverklaring.

Het bouwwerk doet even koel als verheven aan, mede door het dichtmetselen van de vensters en het verdwijnen van de sacrale functie. De beschildering van het interieur stamt uit de 19e eeuw en toont onder andere scènes uit het leven van de heilige Geneveva en belangrijke gebeurtenissen uit de Franse geschiedenis waaronder de doop van Clovis, Karel de Grote die tot keizer wordt gekroond, Koning Lodewijk de Heilige, geschiedenis van Jeanne d’Arc en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan.


De beschildering van het interieur stamt uit de 19e eeuw


Monument voor Jean-Jacques Rousseau van Albert Bartholome


Midden in de ruimte slingert traag de metalen bol waarmee Foucault de rotatie van de aarde aantoonde. Een dunne metalen draad, circa 67 meter lang, een gewicht van 28 kilo en een zak fijn zand. De uitrusting voor een sensationeel experiment uit 1851 was eigenlijk heel eenvoudig. De slinger, die als hij eenmaal in beweging is gezet, blijft draaien door een magneet in de vloer, zwaait majestueus door de ruimte, van de ene kant naar de andere. Nauwelijks merkbaar verandert beetje bij beetje het slingervlak van de pendel, die als de wijzers van een klok heel langzaam een andere baan zoekt. De slinger in het Panthéon is overigens een kopie. Het origineel ‘slingert’ in het Musée des Arts et Métiers.


De slinger van Foucault in het midden onder de 83 meter hoge koepel


Helemaal achterin, naast de beeltenis van Marianne voert een wenteltrap naar de crypte voor een horizontaal rendez-vous met meer dan zeventig illustere Fransen. De stemmige verlichting maakt het aangenamer dan boven. De graftombes staan in nissen en zijn via gaanderijen in de crypte met elkaar verbonden. Waar de tijd stil staat voor dit illustere volk draait de wereld verder door. De slinger van Foucault boven in de grote hal beaamt dit.


Marianne omringd door afgevaardigden die de eed afleggen, wapens geheven naar de Grondwet en de soldaten symboliseren het leger van de Republiek. Opschrift: "Leef vrij of sterf". Sculptuur van François Sicard (1920)


De wenteltrap naar de crypte


Door de eeuwen heen is het ‘panthéoniseren’ een politieke kwestie gebleven. Zo wilde president Sarkozy de schrijver Albert Camus in de crypte laten bijzetten. De zoon van Camus wilde niet dat de rechtse president goede sier maakte met de nagedachtenis van zijn vader. De Gaulle bepaalde in zijn testament absoluut niet bijgezet te willen worden in de Tempel der Faam. Hij stierf in zijn woonplaats Colombey-les-Deux-Églises. Daar werd hij op het plaatselijke kerkhof begraven, niet alleen omdat hij een staatsbegrafenis had geweigerd, maar vooral omdat hij begraven wilde worden bij zijn dochter Anne, die op jonge leeftijd was overleden. Eerder had hij alle onderscheidingen en eerbewijzen afgewezen.


De graftombes staan in nissen en zijn via gaanderijen in de crypte met elkaar verbonden


Feministen hopen nog steeds dat er gekozen wordt voor voorvechters van vrouwenrechten zoals de filosofe Simone de Beauvoir, of de 18e eeuwse feministische pionier Olympe de Gouges of Louise Michel de heldin van de Parijse Commune uit 1871 en George Sand, pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, Frans schrijfster en feministe avant la lettre. President Hollande kreeg de kans in 2015 maar maakte een veilige keuze door twee mannen en twee vrouwen te ‘panthéoniseren’: drie verzets- strijders - Geneviève de Gaulle-Anthonioz (nicht van President De Gaulle), Germaine Tillon en Pierre Brossolette - en de politicus Jean Zay, die in 1944 door collaborerende Fransen werd vermoord.

Maria Sklodowska beter bekend als Marie Curie heeft de weg geopend voor vrouwelijke kandidaten; ze wachtte maar liefst eenenzestig jaar op deze eer (1995). Haar man met wie ze samen begraven was, mocht mee verhuizen. Zo’n Poolse, dubbele Nobelprijswinnares adopteren en naturaliseren de Fransen maar al te graag. Getrouwd met Pierre Curie en beiden kregen in 1903 de Nobelprijs voor natuurkunde. Daarmee was Marie de eerste vrouw die een Nobelprijs won. Pierre overleed in 1906 toen hij de drukke rue Dauphine overstak ter hoogte van de quai de Conti. Hij gleed uit door de regen en kwam met zijn hoofd onder de wielen van een paard en wagen. In 1911 ontving Marie opnieuw een Nobelprijs voor scheikunde. Ze kreeg deze voor het isoleren van radium. Dit onderzoek was het voorstadium van haar dood. Zij stierf in 1934 aan leukemie door de jarenlange blootstelling aan radium. Klein detail, toen in 1995 haar kist werd bijgezet in het Panthéon naast die van Pierre was háár kist bedekt met lood.




Kenners onder jullie zullen mij onmiddellijk verbeteren. Sophie Berthelot was de eerste vrouw! Zij mocht echter testamentair niet gescheiden worden van haar echtgenoot, de Franse scheikundige en politicus Macellin Berthelot die in 1907 werd ‘gepanthéoniseerd’. Door de Fransen wordt dit gezien als ‘bijvangst’, niet op ‘eigen kracht’ en dus wordt zij niet gerekend onder de ‘groten der aarde’. Geneviève de Gaulle-Anthonioz (nicht van President De Gaulle / 1920 – 2202) en Germaine Tillon (1907- 2008) weer wel. Simone Veil was de volgende vrouw. Nou weten we ook dat Fransen regels maken maar ze weer even snel breken. Het was President Macron die besliste dat deze ‘grande dame’ van de Franse politiek geen 10 jaar hoefde te wachten om te worden ‘gepanthéoniseerd’.


De graftombe van Simone Veil en haar echtgenoot Antoine Veil


“We wilden Simone Veil in het Panthéon bijzetten zonder generaties te hoeven wachten. Zo kunnen haar strijd, waardigheid en hoop een kompas blijven in deze moeilijke tijden”, aldus Macron is zijn discours tijdens de plechtigheid.

Het echtpaar rust in Caveau VI in gezelschap van Jean Moulin, een belangrijk persoon in het Franse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, Jean Monnet, één van de grondleggers van een Verenigd Europa en schrijver André Malreaux, Frans schrijver en politicus. Op de sobere stenen sarcofaag staat nr. 78651. Macron noemde dit nummer als een symbool van ‘onaanraakbare waardigheid’.


De graven van Voltaire en Rousseau


Overigens zijn er door de eeuwen heen ook weer ‘groten der aarde’ uit het Panthéon verwijderd nadat zij later weer van hun voetstuk waren gevallen. Ik noemde al Honoré Gabriel Mirabeau, zo ook Louis-Michel le Peletier de Saint-Fargeau. Zijn lichaam werd op 14 februari 1795 door zijn familie verwijderd. Auguste Marie Henri Picot de Dampierre werd weer verwijderd wegens beschuldiging van verraad. Zijn naam staat nog wel gegraveerd aan de noordkant van de Arc de Triomphe. Louis-Joseph-Charles-Amable d’Albert de Luynes, in 1807 weer verwijderd uit het Panthéon en herbegraven in de Chapelle de Saint Jean l'Évangeliste in de Église Saint-Sulpice van Parijs. Reden onbekend.

Van een aantal grootheden is niet het gehele lichaam herbegraven in het Panthéon maar alleen een urn waarin het hart aanwezig is zoals: Generaal Jean-Pierre Firmin Mahler (1808, Frans politicus Jean-Pierre Sers (1809), Italiaans politicus Girolamo-Luigi Durazzo, toen hij stierf in Genua op 21 januari 1809, verleende Napoleon hem de eer van het Panthéon. Marineofficier en admiraal Justin Bonaventure Morard de Galles (1809), Militaire commandant Alexandre-Antoine Hureau de Sénarmont (1811) en Frans staatsman Leon Gambetta (1920). Bij brigade generaal Jan Willem de Winter, graaf van Huessen (1812), ontbreekt juist het hart.


De klim van 206 treden naar de collonade van de koepel wordt beloond met een fantastisch 360 graden uitzicht over Parijs


Mijn gids neemt mij richting de uitgang waar wij stoppen bij een grote deur die haast ceremonieel met een enorme bos sleutels wordt geopend. Na drie jaar van renovatie is het weer mogelijk om van april tot en met oktober, vier keer per dag de koepel van het Panthéon te beklimmen. Om er te komen, moet je wel zo'n 206 treden beklimmen maar eenmaal boven wordt de architectuur van deze mythische plek onthuld, evenals een 360° perspectief op Parijs. Tot 1889 was dit gebouw ook het hoogste punt van Parijs voordat het werd onttroond door de bouw van de Eiffeltoren. De koepel verbergt eigenlijk drie boven elkaar liggende koepels en weegt maar liefst 17.000 ton. Bij de eerste stop heb je een prachtig uitzicht over het interieur van het mausoleum. Bij de tweede stop, sta je onder de immense colonnade van de koepel en heb je zicht op het stadhuis van het 5e arrondissement en over de place du Panthéon, de rue Soufflot en de jardin du Luxembourg. Vervolgens de laatste trappen richting de colonnade van de koepel voor een adembenemend uitzicht over Parijs. Kaarten voor de beklimming moet je vooraf online bestellen. De beklimming en de afdaling nemen zo’n 45 minuten in beslag. Die middag ben ik weer een geweldige Parijservaring rijker.


Zicht op het stadhuis van het 5e arrondissement aan de place du Panthéon


Eglise Saint-Étienne-du-Mont


De oude sterrenwacht van de Sorbonne universiteit, gelegen op het dak van de universiteit aan de rue Saint-Jacques. Deze sterrenwacht stamt uit de tijd dat studenten van de Sorbonne Astronomie konden studeren


De Universiteit van Parijs, ook bekend onder de naam Sorbonne, was tot 1970 de universiteit van Parijs. Na de gebeurtenissen in mei 1968 werd de universiteit gesplitst in dertien afzonderlijke universiteiten. In het midden de voormalige Sint-Ursulakapel deze kapel werd in 1642 voltooid.


Montmartre met op de voorgrond de Saint Eustache



vrijdag 14 april 2023

CIMETIERE PASSY; DE NECROPOOL VAN DE ARISTOCRATIE

Al jaren heeft Ferdinand Foch een van de mooiste uitzichten in Parijs. Gezeten op zijn paard, hoog boven op de heuvel van Chaillot, kijkt hij uit over het place du Trocadéro, officieel place du Trocadéro et du 11 Novembre, de officiële datum van de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog. Foch speelde daarin, als geallieerd opperbevelhebber, een belangrijke rol. Hij was niet alleen maarschalk van Frankrijk, Brits veldmaarschalk maar ook maarschalk van Italië en Polen. Hij was de meest gelauwerde generaal van de Eerste Wereldoorlog met de hoogste onderscheidingen van vrijwel alle geallieerde landen. Vóór hem twee vleugels van het Palais de Chaillot, een overblijfsel van de Wereldtentoonstelling van 1937,  op de plek waar eerder het Palais du Trocadéro stond. Dat gebouw was indertijd gebouwd voor de Wereld-tentoonstelling van 1867. In de linkervleugel is het Cité de l'Architecture et du Patrimoine gevestigd en de ingang naar het Théatre national de Chaillot, een theater onder de esplanade. In de rechter vleugel het Musée national de la Marine en het Musée de l'Homme.



Het uitzicht van Ferdinand Foch

In het midden de esplanade Joseph Wresinski, met een ongekend uitzicht op de Eiffeltoren. De acht vergulde figuren op het terras worden toegeschreven aan de beeldhouwers Alexandre Descatoire, Marcel Gimond, Jean Paris dit Pryas, Paul Cornet, Lucien Brasseur, Robert Couturier, Paul Niclausse en Félix-Alexandre Desruelles. Het paleis zelf in neoclassicistische architectuur  is een ontwerp van de Franse architecten Louis-Hippolyte Boileau, Jacques Carlu en Léon Azéma.


Het monument voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog

 

Een groots monument aan mijn rechter zijde, met daarachter indrukwekkend hoge steunmuren, trekt mijn aandacht. Op een van die muren bevindt zich namelijk het monument voor de Franse soldaten, gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog. Het is een creatie van de beeldhouwer Paul Landowski en het was de Franse President Coty die op 11 november 1954, 36 jaar na de wapenstilstand, de eerste steen legde. Het monument werd officieel ingewijd op 13 mei 1956. Het resultaat: een minimalistisch kale stenen gevel, onderbroken door twee inscripties, een aan de linkerkant, ‘A NOS HEROS’ en een aan de rechterkant, ‘A NOS MORTS’. In het midden een groep gebeeldhouwde figuren, met de tekst ‘À LA GLOIRE DE L’ARMEE FRANÇAISE 1914 – 1918’.  Zij getuigen van het prachtige ambacht van Landowski, een bekwame en ervaren meester in de uitoefening en vervaardiging van herdenkingsmonumenten. Veel van zijn werken en studies zijn te zien in Le Musée des Années Trente, het Museum van de jaren 1930 gevestigd in het Espace Landowski aan de avenue André Morizet 28 in Boulogne-Billancourt.

 

Cimetière de Passy


De necropool van de aristocratie

Achter die hoge steunmuren, ligt verheven boven de place du Trocadéro, een kleine begraafplaats: de cimetière de Passy. De muren zijn ooit gebouwd zijn door de Franse industrieel François Coignet een Franse uitvinder. Coignet, begon aan het begin van de 19e eeuw te experimenteren met gewapend beton.

In het begin van de 19e eeuw werden in de Franse hoofdstad verschillende nieuwe begraafplaatsen aangelegd. Na Père Lachaise, de begraafplaats van Montmartre en de begraafplaats van Montparnasse, werd de begraafplaats van Passy in 1820 geopend als vervanging van de oude gemeenschappelijke begraafplaats van Passy, gesloten in 1802. De centrale ligging in het centrum van een van de duurste arrondissementen van Parijs en vlakbij de wereldberoemde avenue des Champs Elysées, verklaart waarschijnlijk waarom de begraafplaats de bijnaam heeft als de necropool van de aristocratie.


Meer dan 290 bomen, voornamelijk kastanjebomen, dragen bij aan een romantische sfeer

 

Binnen de ringweg kent Parijs vijftien begraafplaatsen, allemaal gesitueerd in de buitenste arrondissementen; het 12e tot en met het 20e arrondissement. Gek genoeg is er geen begraafplaats in het 13e arrondissement. Zou dat te maken hebben met bijgeloof met betrekking tot het ongeluksgetal?

De unieke toegang tot deze begraafplaats, aan de rue du Commandant Schlœsing 2, is een monumentale ingang in art-decostijl, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Franse architect en decorateur René-Félix Berger werd ontworpen. De kroonlijst van het elegante paviljoen is versierd met drie bas-reliëfs van beeldhouwer Janthian.

Cimetière de Passy heeft een oppervlakte van 1,7 hectare en omvat ongeveer 2.615 begraafplaatsen die voor altijd worden gehouden, verdeeld over 15 divisies. Sommige zijn eenvoudige grafstenen, andere weer monumentale graven en familiemausoleums. Meer dan 290 bomen, voornamelijk kastanjebomen, dragen bij aan een romantische sfeer. Net als bij andere Parijse begraafplaatsen is het erg moeilijk om hier begraven te worden. Er zijn strikte regels; alleen mensen die in Parijs zijn gestorven of daar hebben gewoond, mogen hier worden begraven. Tegenwoordig maakt de begraafplaats van Passy administratief deel uit van de begraafplaats Montparnasse.


De intieme begraafplaats staat vol met monumentale graven en familiemausoleums




Begraafplaatsen in Parijs zijn het honderste-en-een museum, volgens de Franse kunst-historicus Marcel le Clère, die in 1978 alle Parijse kerkhoven in kaart bracht en er een boek over schreef: ‘Cimetières et sépultures de Paris’ - Begraafplaatsen en begrafenissen in Parijs. En inderdaad, het ligt misschien niet zo voor de hand, maar begraafplaatsen zijn ware vindplaatsen van kunst en kunstenaars. Op hun laatste rustplaatsen zijn soms uitzonderlijke staaltjes van beeldhouwkunst te zien.


Cimetière de Passy is een ware vindplaats van kunst en kunstenaars


Op de begraafplaats van Passy zijn bepaalde beroepsgroepen goed vertegenwoordigd, zoals bijvoorbeeld de vliegerij en de industrie. Vliegtuigbouwer Marcel Dassault ligt hier sinds zijn dood in 1986, maar ook Maurice Bellonte (1896 – 1984), die in 1930 als eerste Fransman de Atlantische Oceaan overstak, samen met zijn co-piloot Dieudonné Costes. Een inmiddels vergeten Franse vliegenier, vliegtuigontwerper en -bouwer Henry Farman (1874 – 1958) is eveneens op Passy te vinden.



Het graf van Maurice Bellonte die in 1930 als eerste Fransman de Atlantische Oceaan overstak

Marcel Renault (1872 – 1903), coureur en medeoprichter van Renault, ligt hier samen met zijn broers Fernand en Louis. Verder Jacques Guerlain (1874 – 1963), een van de meest productieve en invloedrijke parfumeurs van de 20e eeuw. Meer dan tachtig van Guerlain's parfums zijn nog steeds bekend, hoewel bepaalde schattingen suggereren dat hij er zo'n vierhonderd heeft gecomponeerd.

 

Volgens de gedenksteen rust hier Harry Sharon


Ook de Franse politiek en het leger zijn goed vertegenwoordigd. Generaal Huntziger, die in 1940 de smadelijke overgave van de Fransen aan de Duitsers in het bos van Compiègne (in het zelfde treinrijtuig waarin de Duitsers in 1918 hun overgave ondertekenden) moest accepteren, heeft er een monumentaal graf. Hij kwam een jaar na de Duitse invasie om bij een vliegongeluk. Van de ministers vallen de graven op van Georges Mandel die in 1944 in Fontainebleau werd vermoord en dat van Gabriel Hanotaux, Frans diplomaat, historicus en politicus, die in hetzelfde jaar stierf.



De laatste rustplaats van de burgemeester van het 16e arrondissement

Pierre-Christian Taittinger (1926 – 2009) was een Frans politicus voor de Républicains Indépendants en vervolgens voor de UMP. Hij was senator voor Parijs, staatssecretaris voor buitenlandse zaken in de regeringen van Raymond Barre en ten slotte burgemeester in het 16e arrondissement van Parijs.


Pierre-Christian Taittinger

 

Niet te vergeten de graven van de vele componisten, als Claude Debussy, Andre Messager en Gabriel Faure, de schrijvers Octave Mirbeau en Jean Giraudoux of de acteurs Tristan Bernard en Fernandel. Dat zijn weliswaar geliefde namen, maar hun graven zien er weinig interessant uit. Kunstenaars met visie worden zelden begraven en geëerd door andere kunstenaars met visie.



De eenvoudige grafsteen van Fernandel

Ook een groot deel van de familie Manet ligt hier begraven waaronder Frankrijk’s grootste impressionist Édouard Manet (1832-1883). De kunstschilder Manet stierf aan de ziekte locomotorische ataxie, die het centraal zenuwstelsel aantast en verlamming veroorzaakt. De oorzaak was syfilis, die Manet mogelijk al in 1848 had opgelopen. Vlak voor zijn dood in 1883 kreeg hij ook nog koudvuur in zijn been, dat afgezet moest worden. Antonin Proust sprak op de begrafenis en Monet en Zola droegen de kist. Verder waren onder meer Alfred Sisley, Camille Pissarro, Pierre Renoir en Eugène Boudin aanwezig.

 

Frankrijk’s grootste impressionist Édouard Manet


Weinigen weten dat Manet getrouwd was met de Nederlandse Suzanne Leenhoff, concertpianiste, die opgroeide in Zaltbommel. Haar vader was daar beiaardier. Aan het eind van 1840 vertrok zij met haar moeder en broers en zussen naar Parijs, waar haar oma woonde. Het was zelfs Franz Liszt die haar zou  hebben aangeraden haar pianostudie in Parijs voort te zetten, toen hij haar in 1842 had horen spelen tijdens een reis door Nederland.

In Parijs gaf Leenhoff pianolessen aan onder anderen de jongere broers van Édouard Manet. Rond 1849 kreeg zij een relatie met deze schilder. In 1852 beviel Suzanne Leenhoff van een zoon, Léon. Als vader gaf zij ene Koëlla op, over wie verder niets bekend is. Er zijn theorieën dat Manet, die peetoom van het kind werd, de vader was. Er zijn ook vermoedens dat het kind van Manets vader, Auguste, was. Leenhoff en Manet trouwden op 28 oktober 1863 in Zaltbommel. Suzanne Manet stierf in 1906 en ligt ook hier begraven. (bron wikipedia)

Ook Eugène Manet (1833-1892 zijn broer en tevens kunstschilder. Zijn echtgenote Berthe Morisot (1841-1895), impressionistische kunstschilderes en Julie Manet (1878-1966), model, kunstschilder, kunstverzamelaar en de dochter van Eugène Manet en Berthe Morisot. Na de dood van haar vader is zij een dagboek gaan bijhouden. Het werd na haar dood uitgegeven en in het Nederlands gepubliceerd als ‘De impressionistische wereld van Julie Manet’. Gevieren rusten ze in een familiegraf dat bekroond wordt door de buste van Edouart Manet, die nog door Suzanne Leenhoff is gebeeldhouwd.

 

Marie Bashkirtseff, of haar echte naam Maria Konstantinovna Bashkirtseva


Marie Bashkirtseff

Vlak na binnenkomst op de begraafplaats kom je oog in oog te staan met iets wat er uit ziet als een klein Russisch kerkje. Het is een mausoleum opgedragen aan de Oekraïense kunstenares Marie Bashkirtseff.

“Als ik niet jong sterf, hoop ik voort te bestaan als een groot kunstenares; maar als ik jong sterf, wil ik mijn dagboek, dat alleen maar interessant kan zijn, in de openbaarheid laten brengen maar gaat u maar uit van de veronderstelling dat ik beroemd ben”; schreef de ambitieuze jonge Oekraïense Marie Bashkirtseff. Helaas stierf ze jong en de roem, die ze had willen vergaren, is dan ook min of meer uitgebleven. Ze stierf op 25-jarige leeftijd als gevolg van tuberculose. Haar moeder zorgde ervoor - geheel volgens de eerdergenoemde wensen van de kunstenares - dat haar openhartige dagboek inderdaad gepubliceerd werd.  “Waarom zou ik liegen en me anders voordoen dan ik ben?’' Zo luidt de eerste zin van het dagboek dat zij op haar twaalfde jaar begon en voortzette tot tien dagen voor haar dood.

 

Het mausoleum opgedragen aan de Oekraïense kunstenares Marie Bashkirtseff


Maria Konstantinovna Bashkirtseva, haar echte naam (1858-1884) was een Oekraïens - Franse dagboekschrijver, schilder en beeldhouwer, woonde en werkte vele jaren in Parijs. Bashkirtseff zou in haar korte leven een opmerkelijk, zij het vrij conventioneel oeuvre produceren, dat al in 1880 en daarna elk jaar tot haar dood op de Parijse Salon zou worden tentoongesteld. Schilderijen van Marie Bashkirtseff bevinden zich o.a. in het Louvre en het Musée d’Orsay in Parijs, in het Musée des Beaux-Arts Jules Chéret in Nice, het Staatsmuseum Dnepropetrovsk en het Kunstmuseum Kharkov (beide in Oekraïne), het Russisch Museum in Sint Petersburg, en het Rijksmuseum Amsterdam. Marie Bashkirtseff maakte geen groot oeuvre. Zij liet ongeveer honderd schilderijen na. Haar grote vriend Prins Bojidar Karageorgevitch was bij haar sterfbed aanwezig. Haar monument is door de Franse regering tot historisch monument verklaard, reden: Binnen in het mausoleum hangt haar laatste werk, te weten, ‘De Heilige Vrouwe bij het graf’. Dit om te voorkomen dat het schilderij kan worden opgeëist door de familie in het buitenland.

 

Het familiegraf van Baron de Perény met een prachtige wit marmeren kopie van Michelangelo’s Piëta



Het is van hier een kleine wandeling naar een graf met een prachtige wit marmeren kopie van Michelangelo’s Piëta. Wandelen over deze Parijse dodenakker is meer dan een ontdekkingstocht van versteend verdriet. Alle graven hebben zo hun eigen verhaal. De een leeft voort door zijn schilderkunst, films, boeken en muziek. De ander blijft in herinnering, bekend of onbekend. Verse bloemen geven aan dat zij in ieder geval niet onopgemerkt zijn gebleven.



Wandelen over deze Parijse dodenakker is meer dan een ontdekkingstocht van versteend verdriet




Één graf wordt wekelijks bedolven onder verse bloemen, dat van Leila Pahlavi. Prinses Leila was de jongste van wijlen Shah van Iran, vijf kinderen, en de vierde van zijn derde vrouw, koningin Farah. De sjah en zijn familie werden in 1979, na de islamitische revolutie, gedwongen tot ballingschap. Na de dood van de sjah door kanker in 1980 vestigde de familie zich in Amerika. Leila was ooit topmodel voor Valentino en leed later aan anorexia nervosa. Als gevolg van een laag zelfbeeld en een zware depressie, ze werd vaak behandeld in klinieken in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, pleegde zij op 10 juni 2001 vermoedelijk zelfmoord in een Londense hotelkamer. Er waren 16 soorten medicatie in haar luxe suite gevonden waaronder krachtige opioïdes zoals Palfium, Rohypnol en Seconal. Ook was er een kleine hoeveelheid cocaïne aanwezig. Er was geen briefje, alleen een ongedateerd stukje papier met wat gekrabbelde poëzie. In een la lag de foto van de sjah en haar moeder en de kinderen die allemaal televisie zaten te kijken in het paleis in Teheran. Leila, de kleine prinses, zit bij haar vader op schoot. Hoewel een autopsie de oorzaken van Pahlavi's dood niet aan het licht bracht, gaf haar moeder, de voormalige keizerin Farah Pahlavi, een verklaring uit waarin stond dat haar dochter in haar slaap was gestorven en dat ze 'erg depressief' was geweest.



Één graf wordt wekelijks bedolven onder verse bloemen, dat van Leila Pahlavi

Ongeveer 3.000 rouwenden, waaronder leden van de voormalige Iraanse keizerlijke familie, Frederic Mitterand, de neef van de wijlen Franse President François Mitterand en vrouwen gekleed in zwarte kanten hoofdbedekking, verzamelden zich die zaterdag, in juni 2001, in Passy voor de begrafenis van de dochter van de overleden Sjah van Iran. Haar moeder, de voormalige Keizerin Frah, was in het zwart gekleed en liep achter de lijkwagen. Leila Pahlavi  ligt begraven in de buurt van haar grootmoeder Farideh Ghotbi Diba. Ze werd slechts 31 jaar.

Op haar website staat vermeld: ‘Speciale dank aan Mylene Farmer voor het opdragen van dit lied ter nagedachtenis aan onze geliefde ‘Leila’’ .

 

Voor Leïla

In de tuin

bij de rozen

staat geschreven

"Alsjeblieft pluk de bloemen niet"

Maar...

De wind kan niet lezen

 

Een andere wat minder bekende grootheid is Bảo Đại, de 13de en laatste keizer van de Nguyen-dynastie in Vietnam. Op 23 augustus 1945 trad hij af en leefde vervolgens in ballingschap in Hongkong en Frankrijk. In 1949 werd hij door de Fransen weer als staatshoofd geïnstalleerd, ditmaal als president. In 1955 werd hij bij verkiezingen verslagen en sindsdien woonde hij in Parijs, waar hij op 30 juli 1997, op 83 jarige leeftijd, gestorven is in het militaire ziekenhuis Val-de-Grâce.

 


Nog een zwart marmeren grafzerk trekt mijn aandacht met de simpele tekst ‘GHISLAINE’. Ghislaine Princesse de Monaco, 1900 -1991. En wat blijkt? Ghislaine Marie Françoise Dommanget was een Franse actrice en de prinses-gemalin van Monaco van 1946 tot 1949. 


In eerste instantie trouwt ze op 17 juli 1923 in Parijs met Paul Diey, beeldhouwer, schilder en zangleraar, van wie ze in 1925 scheidde. Haar huwelijk bleef kinderloos. Vervolgens krijgt ze als weduwe in 1931 een relatie met André Brulé, acteur, theaterregisseur, met wie ze een zoon kreeg, Jean-Gabriel, geboren in 1934 in Nice. Vervolgens dumpt ze Brulé om op 24 juli 1946 te kunnen trouwen met de regerende prins van Monaco, Louis II, lid van het Huis van Grimaldi.  Louis II had uit een vorig huwelijk twee kinderen, namelijk prins Rainier III en zijn zus Antoinette. Louis II sterft drie jaar later. In zijn testament had Louis de helft van zijn landgoed aan Ghislaine nagelaten maar dit werd betwist en gewonnen door Rainier en zijn zus. Ghislaine wordt afgescheept met een klein pensioen van de Monegaskische regering, al werd dat later stopgezet door prins Rainier. Ze handhaaft wel haar positie als ‘Princesse de Monaco’. Eind jaren vijftig keert ze terug naar het podium waar het vorstendom haar toestemming geeft om op te treden zonder de naam prinses van Monaco te gebruiken. Simpel aangekondigd als Ghislaine. Later trekt ze zich terug in Parijs , waar ze in 1960 haar memoires schrijft, ‘Sois princesse… dit-il’ – Wees een prinses…. zei hij’, opgedragen aan prinses Grace van Monaco met wie zij een goede band onderhoud. Ze overlijdt op 30 april 1991 in Neuilly-sur-Seine. Op haar overlijdensakte staat ‘Prinses-weduwe van Monaco’. Ze wordt begraven in haar trouwjurk.


 

Cimetière de Passy, rue du Commandant Schlœsing 2, 16e arrondissement, metrostation Trocadéro, lijn 6 & 9. Voor openingstijden raadpleeg de website.