Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Tentoonstelling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tentoonstelling. Alle posts tonen

maandag 11 november 2024

STAD VAN KUNST EN GESCHIEDENIS: BOULOGNE-BILLANCOURT

Boulogne-Billancourt is een van de westelijke buitenwijken van Parijs, een sub prefectuur van het departement Hauts-de-Seine op de rechteroever van de Seine. Het was vroeger een belangrijke industriële site, maar is met succes omgevormd tot zakelijke dienstverlening en is nu de thuisbasis van grote bedrijven, maar ook een stad van kunst en geschiedenis. Met zijn 3 grote buren: de Seine, Parijs en het Bois de Boulogne trekt de voorstad jonge werkende mensen en hun gezinnen aan dankzij haar dynamiek.

 

Boulogne-Billancourt, stad van kunst en geschiedenis

 

Deze voorstad van Parijs staat vol met (architectonische) juweeltjes uit de jaren '30 van de vorige eeuw

 

De voorstad vertoont vandaag nog steeds contrasten tussen Haussmann-woonwijken in het noorden en meer architectonische juweeltjes in het zuiden, waaronder vele schatten. Prachtige huizen van de hand van beroemde architecten waaronder Mallet-Stevens, Le Corbusier, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson,  en vele anderen. Door de verschillende wijken kun jij als liefhebber van culturele uitstapjes vele monumenten ontdekken, zoals de kerk Notre-Dame des Menus, het stadhuis ontworpen door Tony Garnier, ingehuldigd in 1934, het museum uit de jaren 1930, het Albert-Kahn-museum met zijn prachtige tuinen, De Bibliothèque Marmottan, die in 1932 werd nagelaten aan de Académie des beaux-arts door de oprichter Paul Marmottan. het Musée Paul Belmondo, het Parc Edmond-de-Rothschild aan de zuidpunt van het Bois de Boulogne en het huidige Ïle Seguin, nu een plaats van cultuur op zich. Het profiteert van een uitzonderlijke geografische ligging tussen Boulogne-Billancourt en Sèvres, herbergt La Seine Musicale en een stichting voor hedendaagse kunst. Andere internationale projecten gewijd aan cultuur en kunst zullen er binnenkort het daglicht zien. 

 

Het museum van de jaren 1930 is gevestigd in het Espace Landowski

 


Le Musée des Années Trente 

In deze blog neem ik je mee naar slechts één van de juweeltjes in deze stad: Le Musée des Années Trente, het Museum van de jaren 1930 gevestigd in het Espace Landowski aan de avenue André Morizet 28, naast het prachtige stadhuis ontworpen door Tony Garnier in 1931 – 1934. Het metrostation Marcel Sembat komt rechtstreeks uit op deze avenue. Het gebouw is een schepping van architectenbureau Lobjoy Bouvier Boisseau in samenwerking met Yovan Josic, opgeleverd in 1998. Duidelijk een ode aan de architectuur van Le Corbusier en Malet-Stevens. Het herbergt tijdelijke tentoonstellingsruimtes, een amfitheater, een arthouse-bioscoop, de collecties van het museum uit de jaren dertig en het Paul Landowski-museum, een enorme mediabibliotheek, evenals ruimtes voor digitale creatie en initiatie tot multimedia. Het hart van dit gebouw vormt het schip als permanent kruispunt van ontmoetingen, ontdekkingen en regelmatig hernieuwde confrontaties.

 

Het beeld 'Trinité'  uit 1929 - Jean en Joël Martel 

 

Jaro Hilbert - 'La dame en bleu', 1929 - het museum staat vol met de mooiste voorbeelden van art-deco 

 

Het Musée des Années Trente herbergt ongeveer 800 sculpturen, 2.000 schilderijen, maar ook decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek en ook maquettes van herenhuizen en gebouwen uit de jaren dertig gegroepeerd op 3.000 m² en verdeeld over vier etages. Deze collecties benadrukken de kenmerken van de esthetische wereld van de jaren dertig: een terugkeer naar realisme en classicisme. Zeldzame werken van Bernard Boutet de Monvel, Alfred Courmes, Maurice Denis, Georges Desvallières, Amédée La Patelière, Eugène Poughéon, Henry de Waroquier, Joseph Bernard, Marius de Buzon en Tamara de Lempicka en Paul Landowski. De collecties van de beeldhouwer Paul Landowski (1875-1961), die sinds september 2017 in de Espace Landowski zijn ondergebracht, werden in 1982 door zijn erfgenamen geschonken aan de stad Boulogne-Billancourt. De kunstenaar staat bekend als de auteur van het standbeeld van Christus van Corcovado uit Rio de Janeiro.



Anne Carlu 'Diane chasseresse', 1927 - Tempera sur isorel 


 Het Musée des Années Trente herbergt decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek

 

'Clown', 1930 - Jean Lambert-Rucki / 'Paravent', 1930 - Louis Barillet, Jacques Le Chevallier 

 

Een lift brengt je naar de start van de permanente tentoonstelling op de vierde etage van het gebouw, die geheel gewijd is aan zijn gehele oeuvre. De tentoongestelde sculpturen zijn representatief voor het werk van Paul Landowski. Het kleine beeldhouwwerk weerspiegelt zijn intieme kunst. De modellen tonen de omvang van zijn monumentale werk, vooral aanwezig in Parijs (Jardins des Tuileries, het Panthéon, Trocadéro, Invalides, enz.). De muren van de Tempel van de Mens geven de dimensie aan van een groot project, een niet-gerealiseerde droom, die de geschiedenis van de mensheid in bas-reliëf en in het rond beschrijft. Vier volledig gebeeldhouwde muren die het verhaal van de mensheid vertellen. Landowski presenteerde zijn plannen in 1925 op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes. Helaas bleef de tempel een prachtige utopie en dit falen werd pijnlijk gevoeld door de beeldhouwer.

 

De nooit uitgevoerde 'Tempel van de Mens' 1925 - Paul Landowski 

 

Voorstudie van 'La Nature 'Eternelle', 1943 - nu te bewonderen in het colombarium van het cimetière du Père Lachaise - Paul Landowski 

 

Landowski werd geboren in 1875 in Parijs als zoon van een Poolse immigrant, die naar Frankrijk was gevlucht tijdens de Januariopstand (1863-1865). Hij studeerde aan de Académie Jullian waar hij les kreeg van Jules Lefebvre en aan de École nationale supérieure des beaux-arts. Lefebvre een geleerd schilder en veeleisende professor aan wie Paul zijn bijzondere beheersing van portretten en naakte te danken heeft. Tegelijkertijd werd hij door professor Faraboeuf geïnstrueerd om anatomische platen te tekenen die hij gebruikte voor zijn colleges aan de medische faculteit. Zo verwierf Landowski een uiterst nauwkeurige kennis van de anatomie, die in zijn ogen altijd het fundament zou vormen van zijn beeldhouwkunst. De honneurs beginnen vroeg voor Landowski. In 1900, hij was toen pas 25 jaar, ontvangt hij de Prix de Rome voor zijn beeldhouwkunst, wat hem vier jaar oplevert in de Villa Medici waar hij het oude Italië ontdekt en de Renaissance. Door zijn succes kreeg Landowski te maken met meerdere grote openbare opdrachten zoals de zonen van Kaïn, aangekocht door de staat en nu te zien in de tuinen van de Tuilerieën. Hij stierf in zijn huis in Boulogne-Billancourt op 31 maart 1961, op vijfentachtigjarige leeftijd.

 

'La France' 1919 - het monument werd ingehuldigd in 1935 - Paul Landowski

 


Een kleine kopie van 'Christus de Verlosser' te zien in Rio de Janeiro - Het origineel is 38 meter hoog en staat op de 710 meter hoge berg Corcovado, 1931 - Paul Landowski - Het gezicht van het beeld werd uitgevoerd door de Roemeense beeldhouwer Gheorghe Leonida



'Nocturne', 1926 - onderdeel van het graf van de componist Gabriel Fauré - Paul Landowski

 

Op de andere etages krijg je topstukken te zien van fascinerende art deco-stijl. De art deco stijl heeft enorme invloed gehad op de architectuur in en rond Parijs in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw. Maar wat is nu precies het verschil tussen art nouveau en art deco? Veel mensen vragen zich dat af, en zelfs kunstkenners vergissen zich nog wel eens. En toch kunnen de twee stijlen als dag en nacht van elkaar verschillen. Sterker nog, de ene stijl komt zelfs uit de andere voort. Art nouveau ontstond aan het eind van de 19e eeuw en duurde voort tot het begin van de 20e eeuw. Het is de stijl van de Franse Belle Epoque, met veel kleuren, glas in loodramen en rijkelijk gedecoreerd met zwierige lijnen geïnspireerd op natuurlijke vormen zoals bloemen en planten. Art deco daarentegen komt tot bloei in de jaren 20 - de zogenoemde Années Folles, een soort Franse Roaring Twenties - die zich kenmerkt door modernisme, symmetrie en ingetogenheid. Dit is vooral terug te zien in de rechte lijnen, afgestompte hoeken, cirkels en achthoeken. De eerder genoemde architecten; Le Corbusier, Mallet-Stevens, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson die in dezelfde stijl bouwden hadden hun werkterrein niet alleen in het 16e arrondissement maar ook in Boulogne-Billancourt. Bij de plaatselijk VVV kun je een brochure halen met daarin wandelroutes langs architectonisch interessante huizen. 

 


Mannequin hoofden van het warenhuis Siegel, 1925 - René Herbst en Pierre Petit 

 

'Instruments de musique of Pastorale' 1923 - Jaques Lipchitz


Zoals je aan de foto’s kunt zien is een bezoek aan het Musée des Années Trente absoluut de moeite waard. 

 

TIP:

Lunch op het terras van het mythische Piscine Molitor, een prachtig art deco zwembadcomplex uit 1929. Ooit de locatie van avantgarde pool-parties, vandaag de dag een uniek vijfsterren hotel van de keten M-Gallery (onderdeel van de Accor groep) genaamd Hotel Molitor Paris. Een luxe hotel met 124 kamers en suites, een restaurant, dakterras en een spa van Clarins. Klassiek van buiten, modern en artistiek van binnen – met diverse verwijzingen naar het graffiti-verleden. De mosterdgele en kobaltblauwe façade, de mozaïeken op de vloer en de lange rijen badhokjes rond het water zien er uit als een filmdecor. Mede dankzij de spectaculaire opening in 1929 door niemand minder dan olympisch zwemkampioen Johnny Weismuller (bekend en wereldberoemd door zijn filmrol als Tarzan) werd Piscine Molitor al snel the place-to-be in Parijs. Nog een leuk weetje; zo werd in 1946, aan de rand van dit zwembad, een revolutionair nieuw kledingstuk gepresenteerd: de bikini. Een Franse uitvinding van Louis Réard, een Franse auto-ingenieur en kledingontwerper.



 Hotel Molitor Paris, 2 avenue de la porte Molitor, metrostation Porte d’Auteuil, metrolijn 10 / Exelmans lijn 9.



woensdag 19 oktober 2022

PARIJS HEEFT EEN NIEUWE MODETEMPEL

Het is geen geheim dat Parijs al sinds de zeventiende eeuw de hoofdstad is van de mode. De stad is de speeltuin voor prestigieuze ontwerpers en couturemerken zoals Chanel, Dior, Givenchy, Balmain, Cardin en Saint Laurent. Tegenwoordig is de Parijse stijl niet alleen een esthetische keuze, maar ook een filosofie. Het omarmt elegantie en tijdloosheid. De focus ligt op de snit en de kwaliteit van de materialen. En wat is een betere manier om Parijse mode te begrijpen dan door verschillende musea te bezoeken die eraan zijn gewijd: Het Palais Galliera of wel het musée de la Mode de la Ville de Paris, het musée Yves Saint Laurent, het musée des Arts décoratifs met regelmatig indrukwekkende modetentoonstellingen zoals 70 jaar Dior in 2017, die van Thierry Mugler in 2021 en Elsa Schiaparelli in 2022. Maar onlangs opende een nieuwe modetempel in Parijs in het hart van de ultra chique ‘gouden driehoek’; de Champs Elysées, avenue George V en de avenue Montaigne.



De ingang naar Galerie Dior aan de rue François 1er
 

La Galerie Dior

Ik neem je mee naar de Avenue Montaigne nummer 30, naar La Galerie Dior, geopend in het voorjaar 2022, na een verbouwing van twee jaar. Het hôtel particulier dat in 1865 werd gebouwd voor Napoleon’s onwettige zoon, de graaf Walewski. Het is achter deze emblematische gevel, ontworpen in de puurste Franse stijl van de tweede helft van de 19e eeuw, dat meer dan zeventig jaar geleden de mooiste collecties van het modehuis Dior werden geboren. Gelegen in hetzelfde gebouw als de legendarische winkel, maar met een aparte ingang aan de rue François 1er, is La Galerie Dior gevestigd, als een culturele attractie op zich,  een opslagplaats van modeherinneringen, waarover, sinds 1946, de geest van Monsieur Dior heerst en waar mode zelfs tot kunst is verheven.

 

Foto : Artist impression Maison Dior en Galerie Dior - © Galerie Dior


Toen het huis Christian Dior voor het eerst werd geopend, had het drie werkkamers onder de dakrand van Avenue Montaigne 30, een kleine studio, een salon om de jurken te tonen, een cabine of kleedkamer voor de mannequins, een kantoor en zes kleine paskamers, zo lees je in Monsieur Dior’s memoires. La Galerie genoemd omdat Christian Dior zijn carrière als kunstgaleriehouder in 1928 begon - hij was toen 23 jaar oud - waar hij kunstenaars exposeerde als Picasso, Max Ernst, Matisse, Miro en Salvador Dali lang voordat hij couturier werd. De financiële crisis van 1929 bracht al snel een einde aan het fortuin van zijn familie - en de galerie. Hij interesseerde zich voor architectuur, en schetste in zijn vrije tijd onder meer kleding. Die ontwerpen werden zo goed bevonden dat hij ze verkocht aan couturehuizen. Ook illustreerde hij voor de modebijlagen van Le Figaro. Dit talent leidde ertoe dat hij in 1938 als ontwerper werd aangenomen bij Robert Piguet. In 1941 stapte hij over naar Lucien Lelong. Marcel Boussac, een textiel-tycoon, besloot vijf jaar later om Diors modehuis te financieren, en kocht het huis aan de Avenue Montaigne waar Dior nu nog altijd zijn thuisbasis heeft. Het ‘Maison Dior’ had toen drie ateliers en maar liefst 85 werknemers. Een jaar later, 1947 werd het parfum Miss Dior gelanceerd.


"My dream is to dress a 'Christian Dior' Woman from head to toe"

Christian Dior 


Het museum neemt je mee door de relatief korte geschiedenis van Christian Dior – hij stierf onverwachts tijdens een vakantie in Italië, in oktober 1957 op 52 jarige leeftijd, dus amper een decennium na zijn eerste haute couture -show – en vervolgens door de evolutie van het merk Dior, de geschiedenis, het erfgoed en het DNA van het luxe merk, zoals het verder ging onder zes andere artistieke regisseurs, waaronder: Yves Saint Laurent – 1957 (die oorspronkelijk de assistent van Dior was), Marc Bohan - 1960, Frédéric Castet – 1968, Gianfranco Ferré - 1989, John Galliano – 1996 (uiteraard wordt er geen melding gemaakt van zijn carrière instorting en ontslag), Raf Simons – 2012 en de Italiaanse couturier, Maria Grazia Chiuri - 2016, die vandaag aan het roer staat.

 

 Het modemuseum van Dior is opgebouwd rond dertien thema's


Een viering van het erfgoed en ‘savoir faire’

Via een boeiend scenografisch verhaal ontworpen door Nathalie Crinière, vertelt en symboliseert La Galerie Dior het Parijse epos van haute couture, schoonheid en parfum. Dertien thema's brengen de herinnering aan dit historische adres naar boven door boeken, originele schetsen, archiefdocumenten, originele covers van modebladen, accessoires en top stukken, opgespoord en teruggekocht van klanten, welke voor het eerst worden tentoon-gesteld. Pietro Beccari, de CEO van Dior, begon al in mei 2018 te praten over het idee van een Dior-museum en koos daarvoor Crinière, als Dior-kenner.


 “Fashion designers offer one of the last refuges of the marvelous.

They are, in a way, the masters of dreams...”

Christian Dior, Dior by Dior, 1958


Als je het gebouw binnenkomt, word je verwelkomd door een eigentijds kunstwerk ontworpen door de Britse kunstenaar Marc Quin, dat een van de vingerafdrukken van de grote modeontwerper weergeeft en een portret van Christian Dior van de Frans-Chinese kunstenaar Yan Pei-Ming. Vervolgens de eerste blikvanger van jewelste; een hoge wenteltrap omringd door vitrines toont 452 jurken, 1422 accessoires, allemaal 3d-geprint en gerangschikt op kleur, die in het begin wit en bleekroze zijn om dan via rood en oranje naar geel, groen, blauw en paars te verschieten. Tassen, schoenen, parfums en kleine voorwerpen, een diorama vol getuigenissen van de Dior-stijl. Een lift brengt je naar de derde etage, naar het begin van de tentoonstelling. De trap vol met Instagramable momenten neem je later weer naar beneden.

 

De eerste blikvanger van jewelste; een hoge wenteltrap omringd door vitrines toont 452 jurken, 1422 accessoires


Het modemuseum van Dior is opgebouwd rond dertien thema's en combineert projecties, foto's en archiefjurken in dromerige omgevingen. De hypermoderne enscenering, gearrangeerd door Nathalie Crinière, is een puur wonder, theatraal en magisch te noemen. De eerste kamer neemt je mee door het leven van Dior aan de hand van zwart-wit foto’s en filmpjes waar je een impressie krijgt van zijn gelukkige jeugd in het Normandische Granville. Vervolgens zien we zijn eerste professionele stappen als galeriehouder, als illustrator en uiteindelijk als modeontwerper, met vanaf 1946 een eigen modehuis. De laatste beelden zijn die van zijn uitvaart in oktober 1957 en die van de iconische New Look die Dior in 1947 op de kaart zette. Een strak wit jasje met een wijd uitlopend schootje op een wijde zwarte rok. Het befaamde zandloper-silhouet was geboren.



 Diorama perfum, 1949 (l) de iconische New Look die Dior in 1947 op de kaart zette (r)

Een volgende kamer toont jurken met de mooiste bloemenpatronen, een overblijfsel van Diors liefde voor de rozentuin bij het ouderlijk huis in Normandië. Overigens elke jurk die in het museum wordt getoond heeft een beschrijving van wie hem heeft ontworpen en wanneer, maar ook wie hem droeg voor welk evenement. Bij het zien van zoveel luxe bewerkte stoffen besef je pas wat een werk en geduld er nodig is voor het tot stand komen van zoveel exclusiviteit. Er is een eregalerij voor alle ontwerpers die na het overlijden van Christiaan Dior de scepter hebben gezwaaid, maar ook voor de vrouwen, van Marylin Monroe tot Grace Kelly, van Sophia Loren tot Ingrid Bergman, Lady Di of meer recentelijk Charlize Theron, Nicole Kidman of zelfs Rihanna die de Dior-stijl hebben belichaamd en tentoongesteld op de rode lopers over de gehele wereld. De route loopt verder via de kamers waar vroeger de administratie van het Maison Dior werd gedaan en perspresentaties werden gehouden. De werknemers die er vroeger zaten zijn inmiddels verhuisd naar een nieuw kantoor aan de Champs Elysées. 



Baljurk; Maria Grazia Chiuri voor Christian Dior 2017 (l) John Galliano voor Christian Dior 2010 (r)


Sommige kamers zijn ingericht alsof je 'front row' zit bij een van zijn modeshows

 

Het allermooiste is misschien toch wel het hart van La Galerie, waar de werkplek van Christian Dior is nagebouwd, compleet met het originele houten bureau, schetsen, bakelieten telefoon en asbak, en de kleedkamers waar de modellen zich vroeger voorbereidden op de shows. Op kaptafels liggen poederdonsjes, handschoenen en parels, terwijl schoenen en hoeden uit dozen over de parketvloer stromen. Petticoats en japonnen hangen aan hangers en rekken. Je kunt die ruimte ongestoord bekijken door de glazen vloer van de verdieping erboven, wat een in alle opzichten bijzonder inkijkje in het verleden oplevert. Aan de wand wordt een oude film afgespeeld waarin de modellen zich in diezelfde ruimte opmaken en kappen, en lachen en kletsen, onderwijl gadegeslagen door de guitig lachende Christian Dior.



De werkkamer van Christian Dior - Foto © Galerie Dior – Kristen Pelou

 

Een van de kamers is speciaal gewijd aan de Parijse invloed op het werk van de Franse couturier. Getiteld ‘Parijs’ is de kamer zwart geverfd en voorzien van een verlichte skyline van de Franse hoofdstad gecentreerd op de muren. Verder een kamer over de vriendschap van Dior met verschillende kunstenaars die het tijdperk markeerden, zoals Picasso, Dali, Man Ray of Giacometti.


“My childhood home was rendered in a very soft pink, combined with grey gravel, and these two shades have remained my favourite colours in couture.”

Christian Dior, Dior by Dior, 1958


De hypermoderne enscenering, gearrangeerd door Nathalie Crinière, is een puur wonder, theatraal en magisch te noemen


Een van de meest adembenemende kamers is ‘Le Bal Dior’. Hier is een kolossale, gelaagde weergave van enkele van de meest luxueuze couture-jurken van het huis, met een lichtshow als achtergrond die als het ware door glorieuze fresco's en glinsterende luchten drijft, die nog eens het bovenaardse gevoel van La Galerie Dior doen versterken.



'Le Bal Dior’



Dior wilde een vrouw van top tot teen kleden, dus parfum is altijd een groot onderdeel van het merk geweest en is vertegenwoordigd in de laatste kamer gewijd aan de kleur goud en het parfum J’adore, met adembenemende jurken gedragen door supermodellen zoals  Carmen Kass en Charlize Theron in alle commercials.



Parfum is altijd een groot onderdeel van het merk Dior geweest


De laatste kamer is gewijd aan Miss Dior dat in 1999 werd introduceert

Aan het einde is er een café dat alleen geopend is voor museumbezoekers. Let wel een simpele koffie kost € 8 en een glas wijn € 20. 

Ze noemen het een museum, maar ik noem het een regelrechte hommage aan Christian Dior – de man die 65 jaar na zijn overlijden nog steeds een legende is. La Galerie Dior is een verkenning door de geschiedenis van het modehuis, een onderzoek van zijn DNA, plus een showcase van zijn tijdloze stijl die je op veel punten de adem beneemt. Een must voor alle modeliefhebbers.


Een mooiere hommage aan Christian Dior is niet denkbaar


Het is nu nog wachten op een museum gewijd aan een andere modelegende, namelijk Karl Lagerfeld. 

 

Praktische informatie

Galerie Dior, 11bis rue François 1er, 8e arrondissement.

Dagelijks geopend behalve dinsdag van 11.00 tot 19.00 uur, laatste toegang om 17.30 uur.

Tickets € 12 - Vooraf online reserveren voor een tijdslot wordt zeer aanbevolen dit om teleurstellingen te voorkomen.



vrijdag 24 juni 2022

BRANCUSI DE MAN DIE DE DEFINITIE VAN BEELDHOUWKUNST VERANDERDE

Atelier Brancusi

Parijs kent vele kunstenaarsateliers die er nog zo uitzien dat het lijkt of de kunstenaar heel even zijn atelier heeft verlaten. Voorbeelden zijn het schildersatelier van Susanne Valadon in het musée Montmartre, musée (Antoine) Bourdelle, fondation (Alberto) Giacometti en het musée (Ossip) Zadkine. Zo ook het Atelier Brancusi dat een inkijkje geeft in de werkruimte van een van Europa’s grootste modernistische beeldhouwers; Constantin Brancusi (Brâncuși in het Roemeens). Hij woonde van 1904 tot 1957 in Frankrijk en maakte de meeste van zijn kunstwerken in zijn ateliers in het 15e arrondissement op nummer 8 aan de Impasse Ronsin daarna op nummer 11. Hij gebruikte eerst twee en later drie ateliers, maar verwijderde de muren om zo ruimtes te creëren waar hij zijn werk kon tentoonstellen. Zijn atelier groeit in de loop der jaren uit tot zijn persoonlijk museum. Alles is er zelf gemaakt, van de stoelen tot zijn bed.  In 1936 en 1941 voegde hij twee aangrenzende panden toe die hij gebruikte om te werken en om zijn werkbank en gereedschappen te huisvesten. Brancusi vond de relatie tussen zijn sculpturen en de ruimte die ze innamen van cruciaal belang. Zo vormden de ruimtes en de werken, die hij ‘mobiele groepen’ noemde, een kunstwerk op zich. Als hij een werk verkocht verving hij het door een gipsen model om de eenheid van de groep niet te vernietigen. Hij ontvangt tijdgenoten, zoals Duchamp, Léger en Man Ray. Maar ook vrienden vanuit de muziek en de architectuur zoals Satie en Le Corbusier, die geïnteresseerd zijn in zijn werk.

 

De ateliers van Brancusi zijn gratis te bezichtigen


In 1956 liet Brancusi 137 sculpturen, 87 sokkels, 41 tekeningen, 2 schilderijen en meer dan 1.600 glazen negatieven en originele foto’s na aan de Franse staat. De kunstenaar fotografeerde zijn sculpturen op de manier waarop Brancusi wilde dat ze gezien werden; steeds vanuit een bepaalde zichthoek, met een precieze lichtinval.  Ook nam hij foto’s van zichzelf in zijn atelier, als trotse kunstenaar tussen zijn werken. Het was de fotograaf Man Ray die hem leerde hoe hij grootformaat negatieven moest gebruiken. Ze kochten een statief, een houten camera en glasplaten waarmee Brancusi zijn foto’s maakte. Omdat de beeldhouwer de negatieven zelf wilde ontwikkelen en afdrukken beschikte hij ook over een donkere kamer.


Het huidige Atelier Brancusi is een exacte kopie van zijn atelier in de  impasse Ronsin

 

Over de nalatenschap bestaan twee versies: Volgens de testamentaire beschikkingen van de beeldhouwer waren zijn enige erfgenamen, Natalia Dumitresco en Alexandre Istrati, en zij schonken de gehele inventaris van zijn atelier, met uitzondering van de contanten, waardepapieren en aandelen, aan de Franse staat ten bate van het Musée National d”Art Moderne, dus niet Brancusi zelf. Voorwaarde was wel dat de Franse Staat zich ertoe verbond het atelier zodanig te reconstrueren zoals het was bij de dood van de kunstenaar.


Het was de fotograaf Man Ray die hem leerde hoe hij grootformaat negatieven moest gebruiken


Na een gedeeltelijke reconstructie in 1962, binnen de muren van het Palais de Tokyo, werd in 1977 een exacte replica van zijn atelier geconstrueerd door architect Renzo Piano, tegenover het Centre Pompidou. Het probleem voor Piano lag in het openstellen van de ruimtes voor het publiek met respect voor de wensen van de kunstenaar. De huidige reconstructie wordt gepresenteerd als een lichte museumruimte met daarin het atelier. Een intieme ruimte waar bezoekers worden geïsoleerd van de straat en het plein. In het bijzonder door een omheinde plaats, van waaruit een deel van het atelier kan worden gezien door een glazen wand.


Mede dankzij de nauwkeurige reconstructie van zijn atelier krijg je een prachtig overzicht van zijn gehele oeuvre


Het lijkt net of de kunstenaar even zijn werkplaats heeft verlaten

 

Constantin Brancusi

Ingekleurd portret van Constantin Brancusi

Je zult maar geboren worden tijdens een barre winter in Roemenië, in een gehucht Hobita Gorj, in de buurt van Târgu Jiu, ergens op het platteland midden in de Karpaten. Het is 19 februari 1876 wanneer Constantin Brancusi het levenslicht ziet in een boerengezin. De vader was een rijk man die de landerijen rond het Tismana klooster beheerde. Hij had reeds drie zonen uit zijn eerste huwelijk en twee zonen uit zijn tweede huwelijk. 

Op zijn zevende hoedde hij al de schapen van zijn familie. Zijn vader sterft als hij nog maar negen jaar oud is, wat betekende dat het gezin zijn schoolkosten niet meer kon betalen. Amper negen was hij toen hij naar het naburige stadje Târgus Jiu trok, waar hij aan de slag ging als winkel-bediende en huisknecht. Op elfjarige leeftijd verliet hij zijn ouderlijk huis om waar dan ook klusjes op te knappen. Hij werkt bij een tonnenmaker, een pottenbakker en in een ververij. Hij verblijft een tijdje in een herberg. De herbergier ziet dat de jongen talent heeft en moedigt hem aan om naar de lokale kunstnijverheid school te gaan. Hier leert hij houtsculpturen maken en al snel wordt zijn artistiek talent opgemerkt door een rijke industrieel die er voor zorgt dat hij een studiebeurs krijgt aan de School der Schone Kunsten in Boekarest waar hij beeldhouwkunst studeert en waar hij, achttien jaar oud, zichzelf lezen en schrijven. Op 24 september 1902 behaalt hij zijn diploma.

 

Parijs

Eenmaal afgestudeerd en zijn legerdienst gedaan stelt hij vast dat Roemenië hem geen toekomst meer kan bieden. Hij wil naar Parijs, hèt kunstcentrum van Europa. Wegens geldgebrek zou Brancusi te voet naar de Franse hoofdstad zijn gereisd, maar dat is een zelf gecreëerde legende. Hij reist via München, Rorschbach, Zürich en Bazel naar Parijs. Hier en daar blijft hij plakken om geld te verdienen en af en toe neemt hij de trein. Als hij op 14 juli 1904 in Parijs aankomt zet hij zichzelf graag in de markt als de pelgrim die te voet van Roemenië naar de lichtstad vertrok. Hier pakt hij zijn studie op aan de École des Beaux-Arts in de beelhouwklas van Antonin Mercié. In korte tijd vertoeft hij in de kringen van plaatselijke kunstenaars waaronder Léger, Modigliani en Rousseau. Zo leert hij ook Auguste Rodin kennen die op dat moment al bekend was in het binnen- en buitenland. Rodin maakt kennis met het werk van Brancusi op de 17e Salon van de Société nationale des Beaux-Arts en vraagt hem zijn assistent te worden. Maar omdat hij zich geremd voelt in zijn creativiteit beslist hij al na een maand om alleen verder te gaan. Hij wil zelf bewijzen dat hij een groot kunstenaar is, de grenzen van de beeldhouwkunst verleggen en zelf een grootmeester worden. Zijn eigen visie uitwerken en dat kan niet in de schaduw van een artistieke reus. “Rien ne pousse à l’ombre d’un grand arbre” – er kan niets groeien in de schaduw van een grote boom. Hij heeft er genoeg van om zijn werken eerst waarheidsgetrouw te boetseren naar model en dan af te gieten in brons of uit te kappen. Hij wil direct het blok te lijf gaan.

 


Aanvankelijk werkt Brancusi voornamelijk in hout. Hij had aandacht voor de natuur maar ook voor de karakteristieke vormen van de Roemeense boerencultuur. Voorwerpen zoals deurposten, balken, wijnpersen, handmolens en gegroefde molenstenen die hij soms onveranderd gebruikte in sommige sokkels. Maar in 1907 verandert hij zijn manier van werken drastisch. In dat zelfde jaar vervaardigt Picasso ‘Les Mademoiselles d’Avignon’dat een stijlbreuk betekent met zijn oeuvre. Net als Picasso verandert ook Brancusi zijn werkwijze ingrijpend. Voor het eerst gaat hij rechtstreeks in steen werken.



 Auguste Rodin (l) Constantin Brancusi (r)

De Kus

“Eenvoud is de oplossing van complexiteit”, was een van zijn slogans. In 1907 maakte hij op die manier ‘De Kus’. Als je zijn werk naast ‘De Kus’ van Rodin zet zie je meteen wat Brancusi anders wil doen.  Breken met de realistische weergave van voorwerpen door middel van reductie. Hij gaat voor de meest pure vorm die symbool staat voor de eeuwige liefde. Hier komt zijn streven naar minimalisme duidelijk tot uiting. Met slechts een paar lijnen geeft hij een koppel weer dat innig verstrengeld is in een omhelzing. Hij probeert daarbij zo veel mogelijk de oorspronkelijke kubusvorm van het materiaal te behouden. Hiermee bereikt hij het omgekeerde van wat beeldhouwers eeuwen nastreefden: In plaats van een vorm te scheppen waar bij nader inzien het materiaal in te herkennen is, schept hij een kunstwerk dat op het eerste gezicht een steen lijkt en vervolgens de minimale eigenschappen van het uitgebeelde onderwerp toont. Zo werkt hij veertig jaar lang zijn eeuwige zoektocht naar de essentie. Bij De Kus blijft op den duur enkel een lijnenspel over dat hij gebruikt om zijn liefdesbrieven te ondertekenen. Na ‘De Kus’ werden zijn beelden steeds abstracter.



'De Kus' volgens Rodin en Brancusi - "Eenvoud is de oplossing van complexiteit"


De Slapende Muze 

Een ander vaak terugkerend thema in het werk van Brancusi is het liggende eivormige hoofd. In 1908 stemt hij bij hoge uitzondering toe om een portret te maken van barones Renée Irana Franchon. Hij probeert eerst nog min of meer een gelijkend portret te maken, maar hij is niet tevreden. Dan komt hij op het idee om het hoofd neer te leggen, de hals weg te laten en maar een paar gelaatstrekken over te houden. Wat nog overblijft is een perfect gepolijste eivorm in marmer, een symbool van zuiverheid. Het werk wordt gepresenteerd op een spiegelende schijf, waardoor het lijkt te zweven boven zijn stenen sokkel. Brancusi wil hiermee een spiritueel effect bereiken. Hij wil zijn sculpturen laten opstijgen en losmaken van de realiteit. Zijn ‘slapende muze’ is geboren.


Studies en eindresultaat van de 'Slapende Muze'

 l’Oiseau d’Or

In 1912 reist hij met Fernand Léger, kunstschilder en beeldhouwer, hij wordt beschouwd als een belangrijke vertegenwoordiger van het kubisme en Marcel Duchamp, eveneens kunstschilder en beeldhouwer, naar de Verenigde Staten. Hij hoopt op een roemrijk leven, maar de Amerikaanse kunstliefhebbers zijn ‘gechoqueerd’ door zijn pure vormen. Teleurgesteld keert hij terug. Met Duchamp bezoekt hij een luchtvaarttentoonstelling in het Grand Palais. Deze wandelt zwijgend langs alle vliegtuigmodellen, totdat hij plotseling uitroept: “Het is gedaan met de schilderkunst, wie kan er nog iets mooier maken dan een propeller?” Het antwoord gaf Brancusi stilzwijgend in 1919 met het beeld l’Oiseau d’Or - “mijn ‘vogels’ zijn een gestroomlijnde vlucht door de lucht”. 


Misschien wel een van zijn beroemdste sculpturen waarvan hij ongeveer zeventien versies maakte. Het beeld heeft niet letterlijk een vogelachtige vorm, maar moet eerder gezien worden als een gestroomlijnde opgaande beweging van het vliegen. Vleugels en veren zijn weggelaten, het lichaam is langgerekt, de kop en de snavel zijn gereduceerd tot een schuin ovaal oppervlak. Hij balanceert op een slanke kegelvormige voet, de opwaartse beweging is vloeiend. Zijn vogels zien eruit alsof ze machinaal zijn vervaardigd maar de zorgvuldig gladgepolijste beeldhouwwerken zijn echter volledig handwerk. “Een ware vorm moet oneindigheid suggereren. De oppervlakte moet eruit zien alsof hij altijd doorgaat, alsof hij uit een concrete massa overgaat naar een volkomen bestaan”, aldus Brancusi. 

Zijn abstracte vogel was zo puur dat de Amerikaanse douane zijn ‘’ l’Oiseau d’Or’ niet als kunstwerk beschouwde en beschuldigde de kunstenaar van metaalsmokkel. Het kunstwerk zou daar tentoongesteld worden op een grote overzichtstentoonstelling in New York 1926. Voor import van kunstwerken gold in de VS toen een vrijstelling van invoerrechten. De douane kwalificeerde zijn werk echter onder de categorie ‘kitchen utensils and hospital supplies’, en legde een importheffing op van $ 600. Brancusi is kwaad en start een proces dat ruim twee jaar voort sleept. Het proces doet veel stof opwaaien en zorgt voor een pittige discussie over wat kunst is en wat niet. In de Amerikaanse kranten staan titels zoals, "Whatever this may be, it is not art" - Wat dit ook mag zijn, het is geen kunst, "Don't laugh, now! This is art with a capital A" -Niet lachen nu!  Dit is kunst met een grote K en "How they know it's "A bird" and are sure it is art" - Hoe ze weten dat het "Een vogel" is en zeker zijn dat het kunst is. - waarbij "ze", kunstenaars en bewonderaars zijn die het op het proces opnemen voor Brancusi.

 

Uiteindelijk beslist de rechter dat het werk wel degelijk kunst is. Het voldoet dan wel niet aan de historische definitie van beeldhouwkunst, zoals die in de Amerikaanse wetgeving staat, maar de rechter erkent dat er ondertussen een nieuwe stroming ontstaan is in de kunst.

“The object now under consideration is shown to be for purely ornamental purposes, its use being the same as that of any piece of sculpture of the old masters. It is beautiful and symmetrical in outline, and while some difficulty might be encountered in associating it with a bird, it is nevertheless pleasing to look at and highly ornamental, and as we hold under the evidence that is the original production of a professional sculptor and is in fact a piece of sculpture and a work of art according to the authorities above referred to, we sustain the protest and find that it is entitled to free entry.”

“De Amerikanen zijn de enigen die mij begrijpen”, roept de kunstenaar uit. Dankzij al deze publiciteit zijn het in eerste instantie Amerikaanse musea en verzamelaars die zijn werk aankopen.


Studies van barones Franchon en l'Oiseau d'Or in het atelier Brancusi


 

Princesse X

Een ander Incident met een beeld van Brancusi deed zich voor in januari 1920 tijdens de Salon des Independants waar een werk van hem werd afgewezen nadat Henri Matisse tijdens de installatie had uitgeroepen: “Kijk een fallus”! Het betrof het beeld ‘Princesse X’. Het beeld wekt met haar ronde borsten en lange haar de indruk van een mannelijk geslachtsdeel, een fallus. Volgens Brancusi was het de beeltenis van een Roemeense prinses wier naam hij geheim hield. Er wordt gespeculeerd dat het ging om prinses Marie Bonaparte, een psychoanalyticus en een kennis van Sigmund Freud. Paul Signac, de toenmalige voorzitter van de Salon zei tegen Brancusi dat hij problemen met de politie zou krijgen als het beeld geplaatst zou worden. Brancusi dreigde toen hoogst persoonlijk naar het bureau van de commissaris te stappen.  Het liep met een sisser af en het beeld werd alsnog geplaatst.

 

Nee het is geen fallus maar een beeltenis van een Roemeense prinses


De Eindeloze Zuil

Brancusi was al sinds 1917 bezig met het motief van een eindeloze zuil en zijn ideel zou pas in november 1937 vorm krijgen. Een gietijzeren zuil met 15 ruitvormige elementen alsmede een half element en een driekwart element. De zuil is 29,33 meter hoog en heeft een totaalgewicht van 29 ton. De stalen kern weegt alleen al 15 ton. In juli 1938 werd de zuil, die staat in een park te Targu Jiu door een Zwitsers bedrijf met verguld messing bekleed. In de jaren vijftig zou de Eindeloze Zuil, die door de communistische regering als ‘te bougeois’ werd beschouwd, worden afgebroken.  Inmiddels is het beschermd erfgoed.


Brancusi was al sinds 1917 bezig met het motief van een eindeloze zuil 

 

Het begin van de Wereld

Het beroemdste werk van Brancuși dat in Nederland te zien is, is ‘Het begin van de wereld’ ook wel ‘Het ei van Brancuși’ genaamd. Een bronzen sculptuur in de vorm van een ei, dat bij nader inzien volledig asymmetrisch blijkt te zijn. Volgens de kunstenaar stelt deze vorm de volmaakte schoonheid voor. Zowel in ruimtelijke als in overdrachtelijke zin, omdat al het leven uit een ei(cel) voortkomt. Deze gedachte wordt benadrukt door de sculptuur van een kinderhoofdje dat hij tegelijkertijd maakte, en dat samen met het ei tentoongesteld wordt. Het kunstwerk behoort tot de vaste collectie van het Kröller-Müller Museum in het Nationaal Park De Hoge Veluwe. In dat museum staan nog meer van zijn werken.

 

'Het begin van de Wereld' in bezit van het Kröller-Müller Museum


Kort voor zijn dood, op 13 juni 1952 wordt Brancusi genaturaliseerd tot Fransman. Hij sterft kinderloos op 16 maart 1957 in zijn atelier aan de Impasse Ronsin in Parijs. Brancusi was een overtuigd vrijgezel maar toch gaan er geruchten dat de beeldhouwer een lange verhouding had, zoals blijkt uit brieven van 1911 tot 1937, met Margit Pogány, een Hongaarse schilderes met wie hij in een pension woonde. Zij stond model voor de sculptuur ‘Mademoiselle Pogany I’ uit 1912.

Op 19 maart wordt Brancusi begraven op het kerkhof van Montparnasse, divisie 18. In zijn graf rusten ook de Roemeense schilders Alexandre Istrati (1915-1991) en Natalia Dumitresco (1915-1997).


Het graf van Brancusi op de begraafplaats van Montparnasse - Foto Wikimedia

 

Eindig je bezoek aan de begraafplaats Montparnasse met een graf voor de buitenmuur in de hoek van de 19e en 22e divisie. Drie beveiligingscamera’s houden de laatste rustplaats van Tanioucha Rachevskaïa in de gaten. Geboren op 6 april 1887, overleden 22 november 1910. De beeldhouwer graveerde haar naam en de woorden dierbaar, beminnelijk en geliefd in Cyrillische letters in de voet van de tombe. Het beeld op het graf van de onbekende Russin die zichzelf van het leven beroofde wegens een ongelukkig huwelijk blijkt tientallen miljoenen euro’s waard te zijn en is de inzet van een hooglopende ruzie tussen haar familieleden en de Franse staat. In een vierkant blok zijn net voldoende inkepingen aangebracht om er een kussend paartje in te zien. Nog nooit werd een kus zo mooi en minimalistisch voorgesteld.

 

De laatste rustplaats van Tanioucha Rachevskaïa


De ouders van het 23-jarige meisje kochten dit beeld voor het graf van hun dochter van Brancusi voor slechts 200 Franse franc.  Inmiddels is de geschatte waarde van ‘De Kus’ tussen de 40 en 50 miljoen euro. In 2005 meldden zich ineens familieleden van de overledene bij de gemeente Parijs. Zij waren opgespoord door de Franse kunstkenner Guillaume Duhamel die de familie aanbood om het beeld terug te halen. Eerder dat jaar ging bij Christie’s een Brancusi van de hand voor een record bedrag van 27,5 miljoen euro. Echter de toenmalige minister van Cultuur gooide roet in het eten en verklaarde ‘De Kus’ tot nationale kunstschat, wat betekende dat het beeld niet het land uit mag. In 2010 werd de hele tombe nog eens tot historisch monument benoemd. Sinds die tijd vindt er een gerechtelijk gevecht plaats tussen de familie en de stad Parijs over wie het werk mag behouden. Bij mijn laatste bezoek was het beeld afgedekt met een houten kist zogenaamd om het te beschermen voor invloeden van het milieu. Gelukkig had ik de foto’s nog van een eerder bezoek.

 

'De Kus' van Brancusi op de begraafplaats van Montparnasse voor het werd afgedekt


Atelier Brancusi, Place Georges Pompidou. Alle dagen geopend van 14.00 uur tot 18.00 uur met uitzondering van dinsdag. Op dinsdag gesloten. Toegang gratis. Metrostation Rambuteau – lijn 11. 

Cimetière Montparnasse, 3 Boulevard Edgar Quinet, 14e arrondissement, Metrostation Edgar Quinet – lijn 6, Raspail – lijn 4 & 6