Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Asnières sur Seine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Asnières sur Seine. Alle posts tonen

donderdag 17 augustus 2017

HET VERBORGEN PARIJS

In een van mijn Parijsboeken kwam ik de volgende zin tegen: "Parijs is een verleidelijke stad, die permanent wil worden bekeken en aandacht eist, en gezien wil worden door de ogen van een liefhebbende, verlangende en jaloerse minnaar". Ik moet bekennen dat ik zo naar mijn favoriete stad kijk. Altijd zoekend als een ware vrijbuiter, naar verborgen plekken, oases van stilte, onvermoede paradijsjes in anonieme straatjes, in miskende wijken, waar mijn fantasie het rijk alleen heeft. Op sommige van deze verschijningen ben ik voorbereid, maar de meeste charmante kleinigheden van Parijs ontdek ik toevallig. Op iedere willekeurige wandeling door de stad kom ik er waarschijnlijk tientallen tegen. Het is een klein wonder dat Parijs zo'n overvloed aan verborgen juweeltjes heeft kunnen bewaren, ondanks het verslindende moderne stadsleven. Het is zeker een compliment voor de smaak en geestkracht van de Parijzenaars.

Een verborgen juweeltje in het 20e arrondissement met tuinen vol met blauwe regen, rozen en geurende stefanotis

La Campagne à Paris
In het 20e arrondissement bezocht ik een unieke en ongewone plaats in Parijs. Een charmant volksbuurtje gelegen in de buurt van de Porte de Bagnolet ingesloten tussen de boulevard Maréchaud, rue Geo Chavez, rue du Capitaine Ferber en de rue Pierre Mouillard, totaal geïsoleerd van de rest van de stad. Drie straten gelegen, op een kleine heuvel, en elk bereikbaar met een betonnen trap voorzien van een hout-relief. Eind 19e eeuw waren hier de gipsgroeven die, nadat ze waren leeggehaald, werden opgevuld met de vrijgekomen grond voor de bouw van een deel van metrolijn 3, van metrostation Gambetta naar Republique. Op initiatief van Pastor Sully Lombard werd het grondgebied ter grootte van zo'n 15.800 m² 'bouwrijp' gemaakt voor sociale woningbouw. In 1907 wordt hiervoor een coöperatie opgericht en in de zomer van 1914 wordt de eerste tranche van 45 woningen opgeleverd. Door toedoen van de Eerste Wereldoorlog start de tweede fase pas in 1922. 

Hier herleeft het oude dorp Charonne van voor de annexatie door Parijs in 1860

Op 20 juni 1926 wordt de 'La Campagne à Paris', zoals het wijkje heet ingehuldigd. De huisjes zijn allemaal verschillend omdat ze zijn ontworpen door verschillende architecten. Voor die tijd voorzien van redelijke luxe zoals een badkamer, toilet, stromend water en met veel groen. 92 huisjes voorzien van prachtige luifels, idyllisch gelegen langs meanderende straatjes, met namen als rue Paul Strauss, rue Jules Siegfried en rue Irénée Blanc, met tuinen vol met blauwe regen, rozen en geurende stefanotis. Hier herleeft het oude dorp Charonne van voor de annexatie door Parijs in 1860. Een stukje platteland in Parijs. 
Verlaat je dit kleine paradijselijke stukje Parijs via de trappen aan het einde van de rue Irénée Blanc, via de place Octave Chanute en de rue du Capitaine Ferber kom je uit op de Place Edith Piaf met het bronzen standbeeld van een van de grootste chansonnières die Frankrijk ooit heeft voortgebracht. Helaas is de gekozen plek even armzalig als de jeugd die zij hier in deze wijk heeft gekend.
Metrostation: Porte de Bagnolet

92 Huisjes voorzien van prachtige luifels, idyllisch gelegen langs meanderende straatjes

Impasse des Deux-Néthes
Zomaar een doodlopende steegje in het dorp Clichy. Alle woorden zijn van toepassing, rustiek, landelijk, pittoresk en vervallen. Ooit droeg het de naam Impasse Antin maar het werd vernoemd naar de eigenaar van het grondgebied wiens eigendom door Haussmann in 1860 werd geannexeerd: Impasse Béranger en onderdeel werd van het 18e arrondissement. In 1877 kreeg het zijn huidige naam Impasse des Deux-Néthes. Dit maakte deel uit van een golf van herbenoemingen van straten waarbij straten de naam kregen van plaatsen in Elzas-Lotharingen. Het gebied dat Frankrijk na de Frans-Duitse oorlog van 1870 was kwijtgeraakt. De naam bevat in het Frans een spelfout, een accent aigu waar het een accent grave hoort te staan: Deux-Nèthes in plaats van Deux-Néthes maar aangezien de naam per decreet was vastgesteld liet men het maar zo. De Impasse ligt te midden van 19e-eeuwse lelijke hoogbouw die in dit deel van Parijs altijd nog zo'n € 6059 per m² doet. Na de sloop van enkele gebouwen aan het einde van de 20e eeuw is er in het midden een binnentuin ontstaan, het square des Deux Nèthes (hier is het wel goed) waarvan een wand gesierd wordt met een enorme graffiti voorstellend Abbé Pierre.

Impasse des Deux-Néthes, alle woorden zijn van toepassing, rustiek, landelijk, pittoresk en vervallen

Ik zou voor deze impasse niet speciaal een omweg maken maar het combineren als u toevallig 'Le Bal' bezoekt, gelegen in een doodlopend straatje een stukje verder, de Impasse de la Défense, aan de Avenue de Clichy. Hier is in september 2010 'Le Bal' geopend. Ooit een achteraf danszaaltje onder de naam Chez Isis, een bordeel, restaurant en feestzaal. Mede dankzij particulier initiatief getransformeerd in een centrum voor beeld- en fotodocumentatie. Een van de initiatiefnemers schijnt Magnum Photos Paris te zijn. Het fameuze fotopersbureau van Henri Cartier-Bresson. 'Le Bal' heeft ook nog een café met terras en een kleine boekwinkel. Hou er rekening mee dat Le Bal op maandag èn dinsdag gesloten is. Impasse de la Défense 6, métro place de Clichy.

De Cité des Fleurs is een oase van rust

La Cité des Fleurs
Als je nog steeds bewondering koestert voor Catherine Deneuve dan is La Cité des Fleurs tussen de rue de Clichy en nr, 59 van de rue de la Jonquière een 'must see' en niet alleen omdat Catherine Deneuve er is geboren! De Cité des Fleurs is een oase van rust. Deze 320 meter lange privéstraat midden in een drukke volksbuurt werd aangelegd in 1847. Links en rechts staan bomen en overal zie je fraaie gevels en charmante woningen, met mini-tuintjes. Volgens de overlevering waren huisbezitters hier ooit verplicht om in die tuin minimaal drie bomen te planten, vandaar de naam. Rijke industriëlen kochten hier een optrekje voor hun maîtresses. Je waant je hier op het platteland, kalmte, vogeltjes en vallende kastanjes in de herfst.. De straat is alleen overdag toegankelijk voor niet-bewoners. Ingang tegenover de avenue Clichy nummer 41. Het dichtstbijzijnde metrostation is Brochant.

Volgens de overlevering waren huisbezitters hier ooit verplicht om in die tuin minimaal drie bomen te planten

Galerie Argentine
Een passage die ik nog in geen enkel Parijsboekje ben tegengekomen is Galerie Argentine. Toevallig passeerde ik deze bijzondere passage op weg naar het Réservoir de Passy (zie ook mijn blog van 31 juli 2015). Aan de avenue Victor Hugo 111 ligt een decorstuk dat zo in de film 'Hugo' van Martin Scorsese zou passen. Een prachtig voorbeeld van de Parijse art-nouveau, ontworpen door Henri Sauvage en Charles Sarazin. Een statig gebouw met veel glas en ijzer, symmetrisch van vorm, met bij de ingang twee krachtige pilaren en hoge boogramen. De passage toont hoog en rank mede dankzij een loggia en een gebogen glazen dak, geheel gevat in metaal. Links en rechts, boven en onder, kleine winkeltjes. Het geheel een toonbeeld van eenvoud. De bouwvergunning voor de winkelgalerij werd in 1904 afgegeven op aanvraag van de Argentijn Mayol Senillosa. De oplevering vond plaats in 1907. De architect Henri Sauvage kennen we ook van het op renovatie wachtende warenhuis Samaritaine aan de oever van de Seine tegenover de Pont Neuf. La Galerie Argentine ligt verborgen in het 16e arrondissement.

Galerie Argentine: Een prachtig voorbeeld van de Parijse art-nouveau, ontworpen door Henri Sauvage en Charles Sarazin

La cour de Rohan
Via de rue Saint André des Arts (metro Saint-Michel) loop ik in westelijke richting. Bijna aan het einde van de straat aan de linkerkant loopt de deels overdekte, 18e eeuwse, cour du Commerce Saint-André, gebouwd in 1776 op een voormalige tennisbaan. Toen nog jeu de paume, de voorloper van tennis. Rechts de achterzijde van het oudste café van Parijs, Le Procope, geopend in 1686. Hier schonk een zekere Francesco Procopio dei Coltelli een nieuw, modieus drankje, dat men café noemde. Tegenover Le Procope bevindt  zich een poort (voie privé) en achter deze poort vindt u een drietal binnenplaatsen die u terug brengen naar voorbije eeuwen. La cour de Rohan met een toren nog intact, als onderdeel van de omwalling van Parijs, gebouwd door Philippe-Auguste. Hendrik II liet hier in de 16e eeuw huizen bouwen voor zijn maîtresse. Kunstschilder Balthus had hier 80 jaar geleden zijn atelier. De Cour de Rohan is het oude en verborgen Parijs. Door de volgende poort, met links en rechts een 'pas-de-mule': Stenen bedoeld om gemakkelijk een paard te kunnen bestijgen. Het derde binnenhofje met een oude put omgeven door elegante huizen. Het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis. La cour de Rohan ligt verborgen in het 6e arrondissement.

De Cour de Rohan is het oude en verborgen Parijs

Cimetière des chiens
Voor het laatste stukje 'verborgen Parijs' maken we een klein zijsprongetje naar een buitenwijk van Parijs, namelijk naar Asnières sur Seine.  Aan de noordwestkant van Parijs, langs de Seine, ligt het oudste dierenkerkhof ter wereld. Ik moet u eerlijk bekennen, zelfs ik kende deze plek niet. Het was dan ook letterlijk en figuurlijk hondenweer toen ik een bezoek bracht aan het 'Cimetière Animalier' beter bekend als het 'Cimetière des Chiens'. Het hele weekend regende het al pijpenstelen en ik besloot het kerkhof te bezoeken op mijn terugweg naar huis. Je kunt het beste metrolijn 13 nemen naar het metrostation Gabriel Péri - Asnières Gennevilliers.

Marquise en Tony; de honden van prinses Lobanof

De dierenbegraafplaats ligt op loopafstand van het metrostation, onder de Pont de Clichy op een langgerekte strook direct aan de Seine. Dit kerkhof, een initiatief van de Parijse journaliste en dierenliefhebster Marguerite Durand, bestaat al sinds1899. In het begin was dit het dierenkerkhof voor de Parijse elite, niet alleen voor huisdieren, waaronder honden en katten, maar ook voor konijnen, paarden en ezels. In 1958 werd hier het veertigduizendste kadaver ten grave gedragen.

Het graf van de bekendste TV-hond; Rin Tin Tin

Onder het merendeel van de grafstenen liggen echter honden begraven, waaronder de bekendste TV-hond (na Lassie) Rin Tin Tin.  Een plaquette herdenkt Barry, de Sint Bernardshond, die zelf tragisch om het leven kwam tijdens een reddingsoperatie waarbij hij 40 mensenlevens redde. Een andere getuige van de relatie tussen mens en dier is het monument, opgericht in 1912, ter nagedachtenis aan alle politie reddingshonden, waaronder Dora en Papillon, omgekomen bij het uitvoeren van hun plicht. Vertederend is het graf van de kat Kroumir, van de beroemde Franse journalist en politicus Henri De Rochefort, waarvan verteld wordt dat ze uit verdriet vier dagen na haar meester stierf. Ik hoop dat ik je tot een bezoek kan verleiden want ik heb tenslotte niet voor niets twee uur in de stromende regen staan fotograferen, schuilend onder een grote paraplu. Door en door nat, maar het was en is zeker de moeite van een bezoek waard.

En hier rust 'Plume'


Openingstijden 10.00 uur tot 16.30 uur (zomers tot 18.00 uur) Entree € 3,50 inclusief plattegrond. Gesloten op maandag en feestdagen.

maandag 2 november 2015

ALLERZIELEN EN PARIJSE DODENAKKERS

'De la Toussaint à l'Avent,
jamais trop de pluie ou de vent'
'Van Allerheiligen tot adventstijd,
zijn we wind en regen kwijt'

'Geef Allerzielen zonneschijn,
dan zal het spoedig winter zijn'

'Na helder weer, nu sombere mist,
heeft zeker ook nog vorst in de kist'

Parijs is in de ban van Halloween, Allerheiligen en Allerzielen. De maand november, wanneer de stad in de greep is van de herfst. Duizenden bomen kleuren roodbruin en goudgeel. Moedig houden de bladeren stand en ruisen op het ritme van de wind. De grond bezaaid met eikels, kastanjes en eerder gevallen blad. De eeuwige mythe in een alledaagse verschijningsvorm; de melancholiek stemmende bruinrode herfsttinten van het dichte kastanjeloof en verliefde stellen op bankjes, in het openbaar groen. Links en rechts smeedijzeren stoelen met bladderende verf. In de lucht hangt iets ondefinieerbaars dat wel iets weg heeft van de geur die in een theater tussen de coulissen hangt. Het is een bedwelmend parfum van de harmonie om je heen.

Halloween een verbastering van 'Hallows Eve' oftewel Allerheiligenavond
Photo courtesy of Alex Timmermans

Het klinkt misschien gek maar aan het begin van november breng ik het liefst mijn tijd door op een van de vele begraafplaatsen binnen de ringweg van Parijs, want vroeg of laat krijgt iedereen te maken met het mysterie van de dood. De vaak indrukwekkende en vervallen graftombes passen zo mooi bij het decor dat hoort bij Halloween, Allerheiligen en Allerzielen. Nou denkt iedereen dat Halloween is overgewaaid uit de Verenigde Staten. Maar niets in minder waar, wel de commercie er om heen. Het is van oorsprong een Keltische viering. De Kelten vierden oudjaar op 31 oktober. Ze geloofden dat slechte geesten op die dag verdreven moesten worden. Halloween is dan ook een verbastering van 'Hallows Eve' oftewel Allerheiligenavond.

Allerzielen werd voor het eerst gevierd in een Franse Benedictijnenabdij in 998 gelegen bij de plaats Cluny, ongeveer 90 kilometer ten noorden van Lyon. De abdij werd in 909 of 910 gesticht door Willem I van Aquitanië, hertog van Aquitanië en graaf van Mâcon, bijgenaamd Willem de Vrome. Volgens de overlevering was het Odilo van Cluny, abt van Cluny, die in 998 besloot dat de overleden gelovigen herdacht moesten worden. Hij was daarmee de grondlegger van het kerkelijke feest van Allerzielen, dat echter pas in de 14e eeuw in de gehele Latijnse Kerk werd ingevoerd. Allerheiligen en Allerzielen staan aan het begin van de maand november omdat dan ook de natuur afsterft. Men zag het als een soort 'liturgische herfst' die samenviel met de oogsttijd. Allerheiligen wordt in het Frans La Toussaint genoemd en voor Allerzielen kent met meerdere vertalingen zoals la fête des Trépassés, le Jour des Morts, of commémoration des fidèles défunts. Vaak plaatsen de nabestaanden bloemen op het graf. In veel parochies is het gebruikelijk dat, als er een parochiaan uit de kerk wordt begraven, er een kruisje wordt opgehangen met daarop de naam van de overledene. Op de eerstvolgende Allerzielen komt de familie van de overledene naar de mis om het kruisje in ontvangst te nemen. Allerzielen is volgens de katholieken dan ook een dag om speciaal te bidden voor alle zielen die nog niet in de hemel zijn, maar in het vagevuur. Maar vaak dient het ook om het gedachtegoed en de betekenis van de overledenen levend te houden. De doden niet verzwijgen maar vieren om wie ze waren en wat ze te vertellen hebben.

Ode aan Jim Morrison door een anonieme fan

En waar komt dat mooier tot zijn recht als op de dodenakkers van Parijs, verstild en tijdloos. Waarbij schoonheid en verval, grafkunst en grafkitsch hand in hand lijken te gaan. Parijs kent 15 kerkhoven binnen de périphérique, oases van rust en schoonheid. Eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood. Bemoste granieten grafzerken, afgewisseld met glanzend marmeren grafstenen, waar het verdriet nog voelbaar is. Grafkelders, bewaakt door de mooiste beelden, vaak van wenende vrouwen, uitgevoerd in marmer of brons of gewoon uitgehouwen in steen. Boven aan de deur van deze 'minikerkjes' staat de naam van de familie gegraveerd. Soms staat de deur gewoon op een kier of kun je door de kleine raampjes naar binnen gluren. Een stoffig interieur met een klein altaar, altijd voorzien van een kruisbeeld, omgevallen kandelaars en twee vergane bidstoeltjes. In een vaas een verwelkt boeket of plastic rozen.

Marmeren grafkelders bewaakt door beelden van wenende vrouwen

De dodenakkers van Parijs kennen een macabere geschiedenis. Ik neem u even terug in de tijd, toen onder het bewind van Filips II in het jaar 1183, de eerste markthallen van Parijs werden gebouwd, aan de rand van het Cimetière des Innocents. Tweeëntwintig parochies borgen er hun doden. Het had de bijnaam van 'mange-chair', vleeseter, omdat de lichamen, zo ging het verhaal, er in een mum van tijd tot ontbinding overgingen. In een gat van tientallen meters diep, ingesloten tussen hoge muren, werden de lijken op elkaar gestapeld met een dun laagje zand erover, gewoon in de open lucht. Vijf eeuwen lang hing hier een lijkenlucht, afgewisseld met de geuren van kruiden en verse groenten.

Rond 1780, toen de lijken twee meter boven straatniveau lagen opgestapeld, werd besloten om de beenderen en overblijfselen te vervoeren naar de catacomben van Denfert-Rochereau. Voor het 'vervoer' van de bijna twintigduizend karretjes gevuld met beenderen had men drie jaar nodig. Dag en nacht trok een bonte stoet door de straten van Parijs over de Seine naar de steengroeven van Tombe Issoire, nu het 14e arrondissement. Op 21 februari 1801 besluit het Parijse stadsbestuur dat geen enkele stadsbegraafplaats meer mag worden gebruikt. De regenten laten drie nieuwe begraafplaatsen openen, allen buiten de stadsmuren. Een in het noorden op de Mont Martis, een in het zuiden op de Mont Parnasse en een in het oosten op het oude domein van Mont Louis.  In 1804 worden de eerste doden begraven in het oosten van Parijs op Père Lachaise. Op 25 juli 1824 volgde de eerste teraardebestelling in het zuiden op het kerkhof van Montparnasse en 1 januari 1825 opende het Cimetière de Montmartre officieel Cimetière du Nord. Andere gebruikte namen voor dit kerkhof waren Cimetière des Grandes-Carrières en Cimetière de la Barrière-Blanche. Maar de stadsplanologen bleken niet gezegend te zijn met een vooruitziende blik. Parijs breidt zich uit en een eeuw later liggen de drie kerkhoven opnieuw in de stad om nooit meer weg te gaan; 'de levenden halen zo de doden weer in'.

"Wees welkom, gij stervelingen. Heden ik, morgen gij"

Een luguber verhaal dat past bij de huidige sferen van Halloween is, dat aan het begin van de negentiende eeuw de lijken nog steeds zonder kisten in de grond werden gestopt en de grond op de begraafplaats was, vooral in de herfst, tè vochtig. De vers gegraven kuilen waren regelmatig gevuld met grondwater zodat het lijk in een plas water belandde waardoor schuimig ontbindingswater aan de oppervlakte kwam. Daardoor leek het of de doden door de drassige grond uit kun graven kwamen gisten. De problemen van de lugubere woekeringen werden pas definitief opgelost toen in de tweede helft van de negentiende eeuw àlle doden in een kist begraven werden en de graven voor de teraardebestelling werden leeggepompt.

Verstild en tijdloos

Wandelen over de Parijse dodenakkers is meer dan een ontdekkingstocht van versteend verdriet. Alle graven hebben zo hun eigen verhaal. De een leeft voort door zijn schilderkunst, films, boeken en muziek. De ander blijft in herinnering, bekend of onbekend. De bloemen en kleine gedenksteentjes geven aan dat zij in ieder geval niet onopgemerkt zijn gebleven. Bovendien krijgt het nog een extra dimensie voor diegene die gevoelig is voor grafsymboliek.  Op de eerste plaats is er natuurlijk het kruis symbool van dood en verlossing. Een engel wordt vaak gezien als de aanzegger van de dood of van wederopstanding. Een opengeslagen boek verwijst naar de bijbel, maar een boekenlegger in het boek geeft aan dat de overledene voortijdig uit het leven is weggenomen. De schelp als teken van vruchtbaarheid en liefde, een anker van standvastigheid en trouw en een fakkel is het symbool van vrijzinnigheid. Wenende vrouwen wijzen op het verdriet van geliefden en bewonderaars en een geknakte zuil is vaak een aanduiding van een plots afgebroken leven. Een boven het graf geplaatste lege sarcofaag onderstreept de rijkdom en het maatschappelijk belang van de dode.  Behalve christelijke symbolen zijn er ook veel joodse graven te vinden elk met hun eigen beeldtaal.  De kleine steentjes,  ten teken dat men er is geweest en de doden heeft herdacht, vind je op vele joodse graven. Het is een gebruik uit de woestijn. Nomaden accentueren hun graven met een hoopje stenen. In Bijbelse tijden werden geen grafstenen gebruikt; graven werden gemarkeerd met hopen stenen, dus door deze te plaatsen (of te vervangen), verzekerde men het voortbestaan van de begraafplaats. Briefjes tussen de stenen bevatten vaak vrome wensen.

Verlaten maar niet vergeten, een anonieme groet

De vijftien begraafplaatsen liggen allemaal in de buitenste arrondissementen respectievelijk in het 12e, 14e, 15e, 16e, 17e, 18e, 19e en het 20e.
In het 18e arrondissement, Butte-Montmartre, liggen zelfs drie begraafplaatsen die de moeite van een bezoek waard zijn. Het cimetière Montmartre, deze begraafplaats ten westen van de Butte Montmartre, vond een natuurlijk onderkomen in een oude gipsgroeve, waardoor ze iets lager ligt dan het straatniveau. Juist door haar ligging diende deze plek vooral om artiesten te begraven die actief waren op en rond de ‘butte’. Meest bekende graven zijn die van de componist en schrijver Berlioz (1803-1869), zangeres Dalida (1933-1987), kunstschilder Degas (1834-1917), wetenschapper Foucault (1819-1868), danser Vaslav Nijinsky (1889-1950) en schrijver Alexandre Dumas junior (1824-1895). Oorspronkelijk lag ook schrijver Emile Zola hier begraven, vóór dat zijn stoffelijke resten in 1908 werden verplaatst naar het Panthéon. Émile Zola stierf, onverwacht, in Parijs op 29 september 1902 in zijn woning aan de Rue de Bruxelles door koolmonoxidevergiftiging. Zijn lege graf is nog altijd te bezichtigen in divisie 19. In een van de schilderachtigste straatjes van la Butte, de rue Vincent ligt de pittoreske begraafplaats cimetière Saint-Vincent, waar onder andere de kunstschilder Maurice Utrillo (1883-1955) is begraven.
Het Calvaire kerkhof, aan de noordzijde van de kerk van Saint-Pierre de Montmartre, is helaas voor het publiek gesloten. Geopend op slechts één dag in het jaar, 1 november Allerheiligen, kun je de nog 87 aanwezige graven bekijken. Met een oppervlakte van ongeveer 600 m², is dit de kleinste van de Parijse begraafplaatsen. In 1831 werd het definitief gesloten in verband met de oprichting van de begraafplaats Saint-Vincent door de gemeente Montmartre. Belangrijke namen die hier begraven liggen zijn: Le Duc de Crillon, naamgever van het beroemde vijfsterren hotel, l'Hôtel de Crillon aan de place de la Concorde. Felix Desportes, de eerste burgemeester van Montmartre, en de familie Debray, eigenaars van 10 molens op Montmartre. Het graf is dan ook zeer herkenbaar door de plaatsing van een een windmolen.

Eens de sterren van het witte doek

De bekendste kerkhoven van Parijs zijn natuurlijk die van Père Lachaise in het 20e arrondissement en cimetière du Montparnasse in het 14e. Maar een jaartje of zo geleden ontdekte ik in de schaduw van de Eifeltoren een voor mij onbekende dodenakker. Verscholen achter hoge muren, verheven boven place du Trocadéro ligt de kleine begraafplaats van Passy; de cimetière de Passy. Bekende personen die hier begraven liggen zijn o.a. Bảo-Dại (1913-1997), laatste keizer van Vietnam, Claude Debussy (1862-1918), componist, Édouard Manet (1832-1883), kunstschilder, Fernandel (1903-1971) de Franse komiek en Leila Pahlavi (1970-2001), die in 2001 een einde maakte aan haar leven, in een Londense hotelkamer. Zij was de dochter van de Sjah van Iran en ligt begraven in de buurt van haar grootmoeder Farideh Diba. Dit kerkhof werd geopend in 1820 en werd al snel de necropool van de aristocratie.

Voor Leila Pahlavi is het altijd Allerzielen. Haar graf bedolven onder bloemen

Als afsluiting neem ik u nog even mee naar een buitenwijk van Parijs, namelijk naar Asnières sur Seine. Aan de noordwestkant van Parijs, langs de Seine, ligt het oudste dierenkerkhof ter wereld. Ik moet u eerlijk bekennen, zelfs ik kende deze plek niet maar dit bijzondere dierenkerkhof bestaat sinds 1899. Het was dan ook letterlijk en figuurlijk hondenweer toen ik  een bezoek bracht aan het 'Cimetière Animalier' beter bekend als het 'Cimetière des Chiens'. Het hele weekend regende het al pijpenstelen en ik besloot het kerkhof te bezoeken op mijn terugweg naar huis.

Politiehonden Dora en Papillon, omgekomen bij het uitvoeren van hun plicht

U kunt het beste metrolijn 13 nemen naar het metrostation Gabriel Péri-Asnières-Gennevilliers. De dierenbegraafplaats ligt op loopafstand van het metrostation, onder de Pont de Clichy op een langgerekte strook direct aan de Seine. Dit kerkhof, kwam er op initiatief van de Parijse journaliste en dierenliefhebster Marguerite Durand. In het begin was dit het dierenkerkhof voor de Parijse elite, niet alleen voor huisdieren, waaronder honden en katten, maar ook voor konijnen, paarden en ezels. In 1958 werd hier het veertigduizendste kadaver ten grave gedragen.

Barry, de Sint Bernardshond, die zelf tragisch om het leven bij het redden van 40 mensenlevens

Onder het merendeel van de grafstenen liggen echter honden begraven, waaronder de bekendste TV-hond (na Lassie) Rin Tin Tin. Een plaquette herdenkt Barry, de Sint Bernardshond, die zelf tragisch om het leven kwam tijdens een reddingsoperatie waarbij hij 40 mensenlevens redde. Een andere getuige van de relatie tussen mens en dier is het monument, opgericht in 1912, ter nagedachtenis aan alle politie reddingshonden, waaronder Dora en Papillon, omgekomen bij het uitvoeren van hun plicht. Vertederend is het graf van de kat Kroumir, van de beroemde Franse journalist en politicus Henri De Rochefort, waarvan verteld wordt dat ze uit verdriet vier dagen na haar meester stierf.

Bij elk afscheid wordt een herinnering geboren


Cimetière Montmartre, avenue Rachel 20, 18e arrondissement, métro: Blanche or Place de Clichy.
Cimetière Saint-Vincent, rue Lucien Gaulard 6, 18e arrondissement, métro Lamarck Caulaincourt
Cimetière de Passy, rue du Commandant Schlœsing 2, 16e arrondissement, métro Trocadero.

Cimetière des Chiens et Autres Animeaux Domestiques, Pont de Clichy 4, Asnières sur Seine, métro Gabriel Péri - Asnières Gennevilliers. Openingstijden 10.00 uur tot 16.30 uur (zomers tot 18.00 uur) Entree € 3,50 inclusief plattegrond. Gesloten op maandag en feestdagen.

zaterdag 4 oktober 2014

GARE CHAMPS DE MARS - GARE LISCH

In deze blog vraag ik aandacht voor een bijzonder gebouw. Parijs heeft vele monumentale gebouwen te danken aan diverse wereldtentoonstellingen.
Het idee van het houden van een wereldtentoonstelling is geboren tijdens de industriële revolutie in Engeland. Daar werd in 1851, in London, de eerste wereldtentoonstelling georganiseerd. Het succes overtrof alle verwachtingen, met meer dan 6 miljoen bezoekers en bijna 14.000 exposanten en werd vervolgens een traditie. 

Natuurlijk kon Parijs niet achterblijven en de tweede wereldtentoonstelling werd hier gehouden in 1855, op de daarvoor speciaal aangelegde Champs de Mars. Volgens het officiële rapport zouden 5,1 miljoen mensen de tentoonstelling hebben bezocht. De tentoonstelling besloeg een gebied van 16 hectaren en er waren 34 landen vertegenwoordigd. Vandaag de dag is het théâtre du Rond-point des Champs-Élysées, ontworpen door Gabriel Davioud, het enige gebouw dat nog herinnert aan deze tentoonstelling.

Wereldtentoonstelling 1889 - Station Champs de Mars naar een ontwerp van Juste Lisch (Photo: Collection Pierre Tullin)

Zoals ik al zei kent Parijs vele indrukwekkende gebouwen, die overblijfselen zijn van de diverse wereldtentoonstellingen. Het bekendste gebouw is natuurlijk de Eiffeltoren. Parijs was velen malen de gastheer van de "Exposition Universelle". In totaal acht keer in de periode tussen 1855 en 1937. In 1867 werd wederom het Champs de Mars als locatie gekozen, met als extra toevoeging het eiland Billancourt in de Seine, aan de zuidkant van Parijs. Deze tentoonstelling was een ongekend succes in die tijd, met 9,2 miljoen bezoekers en meer dan vijftigduizend exposanten. Twee markante gebouwen, waaronder het Palais de l'Iindustrie en het Palais Omnibus, hebben bij latere tentoonstellingen helaas plaats moeten maken voor andere gebouwen, maar daarover straks meer.

Gare Champs de Mars wereldtentoonstelling 1889 (Photo: Collection Pierre Tullin)

De Exposition Universelle van 1878 was de derde wereldtentoonstelling die werd gehouden in Parijs. De tentoonstelling was vooral ter viering van de wederopbouw van Frankrijk na de Frans-Duitse Oorlog. Op de noordoever van de Seine werd het Palais du Trocadéro  gebouwd. Het was een "Moors" bouwwerk van de architecten Davioud en Bourdais, met torens van 76 meter hoog. Het gebouw bleef tot 1937 staan en maakte toen plaats voor het huidige Palais de Chaillot. Onder de vele uitvindingen die te zien waren op de tentoonstelling bevond zich ook Alexander Graham Bell's telefoon. Thomas Edison presenteerde er de megafoon en fonograaf. De tentoonstelling werd verlicht door elektrische booglampen, en op 30 juni werd het voltooide hoofd van het Vrijheidsbeeld tentoongesteld in de tuin van het Trocadéro, terwijl andere stukken te zien waren op de Champ-de-Mars. Meer dan 13 miljoen mensen betaalden om de tentoonstelling te bezoeken.

Het station gezien vanaf te Eiffeltoren (1889) - (Photo: Collection Pierre Tullin)

Speciaal voor de overslag van goederen en bouwmaterialen, benodigd voor de bouw van de diverse paviljoens voor Exposition Universelle van 1867, werd op een stuk land op de hoek van de Avenue de Suffren en de Quai Branly, vlakbij de Champs de Mars een station gebouwd. Dit station vormde tevens een verbinding tussen de ringspoorweg; de Petite- Ceinture en de Champs de Mars.
Voor de bouw van de wereldtentoonstelling van 1878 bleek het huidige station veel te klein te zijn en de Franse architect Juste Lisch, ervaren in het bouwen van stations, kreeg de opdracht voor de bouw van een totaal nieuw station Champs de Mars. Het werd een kopstation met vier sporen, vier extra rangeersporen en een aanlegkade aan de Seine, waardoor de functionaliteit van het station sterk werd verbeterd ten opzichte van het vorige station. Het gebouw werd opgebouwd uit metalen frames voorzien van veel glas, en muren van rode baksteen gecombineerd met veel keramiek, en aan de voor en achterzijde geflankeerd door twee torens. De eerste treinpassagiers werden ontvangen bij de inhuldiging van de derde wereldtentoonstelling op 1 mei 1878. Parijs was weer een kopstation rijker dat een verbinding moest gaan vormen met de westelijke voorsteden van Parijs. Een route die tot dan alleen toegankelijk was per paardentram.
  
Ook na de wereldtentoonstelling van 1878 behield het station zijn functie en bewees zijn toegevoegde waarde bij de aanvoer van staal, speciaal bedoeld voor de Eiffeltoren die vlak naast het station werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1889, die in het teken stond van 100-jarig jubileum van de Bestorming van de Bastille. Een symbool dat algemeen gezien wordt als het begin van de Franse Revolutie. Voor de tentoonstelling werd een reconstructie van de Bastille gemaakt, die tijdens de tentoonstelling dienst deed als bijeenkomstpunt en balzaal. Het centrale symbool van de tentoonstelling was natuurlijk de Eiffeltoren, die als toegangspoort diende tot het terrein waar de tentoonstelling plaatsvond.

Verplaatst naar de Carbonnets Impasse op de grens van Asnières-sur-Seine en Bois-Colombes - (Photo: Collection Pierre Tullin)

Midden 1893 wordt, door de bouw van een brug over de Seine, de spoorlijn verbonden met Ligne d'Auteuil, wat tevens het einde betekent voor het station Champs de Mars als eindstation. 15 jaar lang was dit station getuige van twee wereldtentoonstellingen en passeerde er meer dan 6 miljoen reizigers, toch wordt het station gesloten. In de zomer van 1897 wordt het markante gebouw steen voor steen afgebroken en verplaatst naar de Carbonnets Impasse op de grens van Asnières-sur-Seine en Bois-Colombes waar het tot 1936 nog eens dienst doet als station. Uitgebreide werkzaamheden tussen Asnières en Bois-Colombes markeren het einde van het gebouw als station.

In de jaren daarna doet het gebouw nog dienst als atelier voor diverse kunstenaars om in 1972 gebruikt te worden als nationale circusschool geleid door Anna Frattellinis, een loot van de bekende circusfamilie. Rond 1983 komt dit rekwisiet van de derde wereldtentoonstelling opnieuw leeg te staan en dreigt uit het collectief geheugen te verdwijnen, de sloop dreigt.
Gelukkig wordt het pand in 1985 aangemerkt als cultureel erfgoed waardoor het van de sloop gered wordt, echter in 2012 wordt het nog eens door een brand geteisterd. Het Gare Lisch zoals het pand nu word genoemd, naar de naam van de architect, wordt nog eens bedreigd, dit keer door instortingsgevaar.

Gare Lisch anno 2014

Het is een artikel in de Parijse krant Le Figaro, die door een bijzonder particulier initiatief van Pierre Tullin, gewoon een anonieme inwoner van Asnières-sur-Seine, het gebouw opnieuw onder de aandacht brengt. 'Operatie Renaissance" gaat van start en mobiliseert alle inwoners van Asnières en Colombes, de gemeente Parijs, vele architecten, acteurs ,bedrijven en particulieren.

Waarom zoveel aandacht voor dit gebouw? Ontworpen en gebouwd in de Haussmann periode. In dezelfde tijd als de Opéra Garnier waar rijk gebruik gemaakt werd van versieringen en een enorme diversiteit aan materialen. Dit gebouw lijkt door zijn eenvoud verstoken te zijn van enige architecturale creativiteit en dat is uitzonderlijk voor het einde van de 19e eeuw. Misschien ligt in die eenvoud haar schoonheid.

De plannen volgens Pierre Tullin - (Photo: Collection Pierre Tullin)

Inmiddels is 'Operatie Renaissance' onderdeel geworden van het wereldwijde project Inside Out ontworpen door de kunstenaar JR, om geld op te halen d.m.v. crowdfunding.
Paris FvdV ondersteunt dit project om zo mede zorg te dragen voor redding van een klein stukje cultureel erfgoed van Parijs. U kunt ook meedoen voor slechts € 10 en een portretfoto van uw zelf te sturen naar contact@garelisch.fr
Uw portret wordt getoond op hekken rond het Gare de Lisch. Te beginnen met 100 gezichten. Als de collectie het toelaat 200...dan 500...dan 1000 en vervolgens meer en nog meer. Het succes van deze actie heeft zich al bewezen bij het Pantheon en diverse andere (renovatie)projecten over de hele wereld. Het geld wordt gebruikt om het renovatieproject van dit bijzondere station onder de aandacht te brengen van mogelijke sponsoren.

Help mee om het het Gare Lisch te redden van de ondergang (photo: Gare Lisch)

Uw foto dient aan de volgende eisen te voldoen:
  • Slechts een persoon per portret
  • Slechts een menselijk gezicht
  • Geen vermomming
  • Geen reclame (of merk of product)
  • Idealiter een effen achtergrond
  • Maak met uw hand het gebaar van een L ter hoogte van uw schouder
  • Last but not least een grote glimlach.


Gare Lisch historisch erfgoed sinds 1985 - (Photo: Collection Pierre Tullin)

"Iedereen zei dat het onmogelijk was, totdat er iemand langs kwam die dat niet wist"
Marcel Pagnol 


Na het lezen van deze blog wil ik u vragen uw stem uit te brengen voor de Golden Blog Awards 2014. U kunt elke dag stemmen tot 23 oktober 2014. Klik hier voor de pagina van de Golden Blog Awards. U kunt stemmen door op de knop 'Je Vote' te klikken. Wederom dank voor uw stem.

donderdag 13 december 2012

CIMETIÈRE DES CHIENS

De nieuwe EN ROUTE is uit. Dit Nederlandse magazine, met interessante reportages, interviews en wetenswaardigheden over Frankrijk in 't bijzonder, verschijnt vier maal per jaar. Natuurlijk voorzien met interessante artikelen over reizen, kunst, cultuur, gastronomie en Parijs. Mijn goede vriend en tevens hoofdredacteur van En Route, Andy Arnts, neemt ons in het najaarsnummer mee langs historische en experimentele parfumhuizen of zoals hij ze zelf noemt; 'de parels' van de Parijse parfumwereld. Tevens maken we kennis met een van de minder bekende Grands Hôtels in Parijs, het inmiddels 103 jaar oude hotel Lutetia. Dit prachtige art-deco hotel ligt vlakbij het warenhuis Le Bon Marché, dat dit jaar zijn 160 jarig bestaan viert.
 
Marquise en Tony; de honden van prinses Lobanof 

Maar het mooiste artikel gaat natuurlijk over een absoluut onbekend stukje Parijs, waar ik zelf een fotografische bijdrage aan heb mogen verlenen. Een aantal maanden geleden vroeg Andy Arnts mij of ik bij mijn vele bezoeken aan Parijs een zijsprongetje kon maken naar een buitenwijk van Parijs, namelijk naar Asnières sur Seine.  Aan de noordwestkant van Parijs, langs de Seine, ligt het oudste dierenkerkhof ter wereld. Ik moet u eerlijk bekennen, zelfs ik kende deze plek niet. Het was dan ook letterlijk en figuurlijk hondenweer toen ik op 14 oktober 2012 een bezoek bracht aan het 'Cimetière Animalier' beter bekend als het 'Cimetière des Chiens'. Het hele weekend regende het al pijpenstelen en ik besloot het kerkhof te bezoeken op mijn terugweg naar huis. U kunt het beste metrolijn 13 nemen naar het metrostation Gabriel Péri - Asnières Gennevilliers.
Dit bijzondere dierenkerkhof bestaat sinds 1899
De dierenbegraafplaats ligt op loopafstand van het metrostation, onder de Pont de Clichy op een langgerekte strook direct aan de Seine. Dit kerkhof, een initiatief van de Parijse journaliste en dierenliefhebster Marguerite Durand, bestaat al sinds1899. In het begin was dit het dierenkerkhof voor de Parijse elite, niet alleen voor huisdieren, waaronder honden en katten, maar ook voor konijnen, paarden en ezels. In 1958 werd hier het veertigduizendste kadaver ten grave gedragen.
Het graf van de bekendste TV-hond; Rin Tin Tin
Onder het merendeel van de grafstenen liggen echter honden begraven, waaronder de bekendste TV-hond (na Lassie) Rin Tin Tin.  Een plaquette herdenkt Barry, de Sint Bernardshond, die zelf tragisch om het leven kwam tijdens een reddingsoperatie waarbij hij 40 mensenlevens redde. Een andere getuige van de relatie tussen mens en dier is het monument, opgericht in 1912, ter nagedachtenis aan alle politie reddingshonden, waaronder Dora en Papillon, omgekomen bij het uitvoeren van hun plicht. Vertederend is het graf van de kat Kroumir, van de beroemde Franse journalist en politicus Henri De Rochefort, waarvan verteld wordt dat ze uit verdriet vier dagen na haar meester stierf.
Barry, de Sint Bernardshond die 40 mensenlevens redde
Ik ga u natuurlijk niet alles verklappen over deze bijzondere plek even buiten Parijs. Wel verras ik u met een aantal foto's die niet geplaatst zijn in En Route, waardoor u nog sneller in de verleiding komt om naar de winkel te lopen voor de aankoop van de 84 pagina's dikke glossy. Ik heb tenslotte niet voor niets twee uur in de stromende regen staan fotograferen, schuilend onder een grote paraplu. Door en door nat, maar het was en is zeker de moeite van een bezoek waard.
En hier rust 'Plume'
Cimetière des Chiens et Autres Animeaux Domestiques, Pont de Clichy 4, Asnières sur Seine, metro Gabriel Péri - Asnières Gennevilliers. Openingstijden 10.00 uur tot 16.30 uur (zomers tot 18.00 uur) Entree € 3,50 inclusief plattegrond. Gesloten op maandag en feestdagen.
Hotel Lutetia, Boulevard Raspail 45, 6e arrondissement, metro Sevres Babylone.
EN ROUTE, Nr. 132, uitgave winter 2012/13, € 5,45