Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Wandeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wandeling. Alle posts tonen

zondag 12 juli 2026

200 JAAR CANAL SAINT-MARTIN


Hoe een waterweg het hart van Parijs veroverde 

De hitte bracht mij naar het Canal Saint-Martin, waarvan de oevers zeker minder indrukwekkend zijn dan die van de Seine, maar vaak genoeg heel liefelijk. Daar vinden we een vertraagd Parijs, dat de tijd neemt om een ander facet van zijn complexe, haast  tegenstrijdige, werkelijkheid te laten zien. Met zijn negen sluizen straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit. De schaduwrijke oevers zijn ideaal voor een romantisch intermezzo, weg van alle drukte. Neem hier rustig de tijd, een kop heerlijke espresso op een terras, een siësta op square Villemin, toekijken hoe een brug wordt geopend, de sluis volloopt.....

Heradem! Dit is Parijs!



Met zijn negen sluizen straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit
 

Het Canal Saint-Martin werd in 1825 ingewijd – zo’n 200 jaar geleden. Was het project al sinds de 16e eeuw in de planning, pas onder Napoleon Bonaparte werd een netwerk van kanalen aangelegd om de Parijzenaars van schoon drinkwater te voorzien. Aan het begin van de 19e eeuw kampte Parijs met een groot probleem: de inwoners dronken water van twijfelachtige kwaliteit, afkomstig uit de zwaar vervuilde Seine en Bièvre. Het gevolg? Dysenterie, cholera en andere onaangename ziekten tierden welig. Om een ramp voor de volksgezondheid te voorkomen, besloot Napoleon Bonaparte in 1802, destijds Eerste Consul, een oud project nieuw leven in te blazen: het water van het Canal de Ourcq, meer dan 100 km ten noordoosten van Parijs, naar Parijs te leiden. Het plan werd officieel bekrachtigd met een wet van 19 mei 1802. Maar door de Napoleontische oorlogen en een gebrek aan financiële middelen sleepte het werk zich voort… totdat Lodewijk XVIII het project nieuw leven inblies. De eerste steen werd gelegd op 3 mei 1822 en drie jaar later, op 4 november 1825, opende Karel X het Canal Saint-Martin. Parijs had eindelijk zijn eigen drinkwaterleiding!



 

Het 4,5 kilometer lange Canal Saint-Martin, waarvan 2 kilometer ondergronds, verbindt het Basin de la Villette met de bovenloop van de Seine en heeft een hoogteverschil van vijfentwintig meter, dat overbrugt wordt door middel van negen sluizen. De voetbruggen werden gebouwd tussen 1860 en 1890. Tegenwoordig kan het Saint-Martinkanaal worden overgestoken via twee draaibruggen, twee vaste bruggen en zes voetgangersbruggen. De eerste concessie van het Canal Saint-Martin was toevertrouwd aan een particulier bedrijf. Pas in 1861 kocht de stad Parijs de concessie voor het kanaal terug en werd daarmee de enige eigenaar van het kanaal en de bijbehorende infrastructuur: bruggen, sluizen en voetbruggen. De stad vertrouwde vervolgens het beheer toe aan de gemeentelijke kanaaldienst.




De unieke sfeer, de mysterieuze ondergrondse gewelven, de poëzie die uitgaat van deze waterweg, onderbroken door romantische voetbruggen en omzoomd met meer dan honderd jaar oude kastanje- en plataanbomen, maken het Canal Saint-Martin tot een hoogtepunt van het toerisme in Parijs. Het vormt een unieke en belangrijke erfgoedlocatie in de buurt.


Ongeveer ter hoogte van de rue Dieu en vlakbij metrostation Jacques Bonsergent gaat het Canal Saint-Martin ondergronds


Het water verdwijnt onder de Boulevard Richard Lenoir en komt pas weer in de open lucht bij de Port de l'Arsenal / Place de la Bastille (zie onderstaande foto)





Hier bereikt het Canal Saint-Martin de bovenloop van de Seine


In de jaren zestig, tijdens de opkomst van de auto, dreigde het kanaal bijna een einde te vinden dat niet zou misstaan in een naargeestige film: het zou worden drooggelegd en geasfalteerd om plaats te maken voor een snelweg met 6 of 8 rijstroken die de Porte d'Aubervilliers met de Porte d'Italie zou verbinden! Een droom van de toenmalige Franse president Georges Pompidou die via het snelwegenplan voor Parijs bedacht om de verkeersdrukte te verlichten en de stad te moderniseren... ten koste van 2650 onteigeningen, destijds voor een bedrag van ongeveer 980 miljoen frank.

Gelukkig liep deze nachtmerrie tegen de muur van gezond verstand. Geconfronteerd met massale protesten van de lokale bevolking, werd het project in 1971 door de gemeenteraad van Parijs stopgezet.


Als het water verdwijnt... 

Toch wordt het kanaal elke 10 tot 15 jaar drooggelegd voor een grote schoonmaakbeurt. De laatste keer in 2016. Het water wordt verwijderd (tot wel 90.000 m³), de vissen worden zorgvuldig gevangen en vervolgens worden schatten naar boven gehaald... of liever gezegd, vreemde stedelijke schatten die getuigen van kleine daden van burgerlijke lafheid. Zo werden al bijna 100 Vélibs bovengehaald, de stadsfietsen van Parijs. De politie kwam ook ter plaatse toen een vuurwapen werd gevonden. Of wat dacht u van gouden munten of een antiek fototoestel? Het doet sommigen wegdromen over de verhalen erachter. 300 ton afval werd naar boven gehaald. Bij eerdere schoonmaakpogingen zijn al ongebruikelijke objecten gevonden, zoals in 2001: twee 75 mm granaten uit de Eerste Wereldoorlog, Bij een eerdere schoonmaakactie werden zelfs 56 auto's aangetroffen. Deze schoonmaakwerkzaamheden bieden ook de mogelijkheid om de vispopulatie in het kanaal in kaart te brengen: nadat het water grotendeels is afgevoerd, blijven er enkele vissen achter die vervolgens worden gevangen en gewogen.



Vreemde stedelijke schatten die getuigen van kleine daden van burgerlijke lafheid
 

De voetgangersbruggen over het kanaal herwinnen geleidelijk aan hun oude glorie 

Wie langs het Canal Saint-Martin wandelt, heeft het ongetwijfeld gemerkt: de voetbruggen worden gerenoveerd. Het project omvat het opnieuw schilderen, het vervangen van beschadigde stenen en het verbeteren van de verlichting om deze architectonische elementen beter tot hun recht te laten komen. De totale kosten van de werkzaamheden bedragen € 5,5 miljoen. De Passerelle Jane-Birkin (Le Pont des Douanes) is als eerste gerenoveerd, gevolgd door de Bichat- en Grange-aux-Belles-voetbruggen.

 


De voetgangersbruggen worden dagelijks door duizenden mensen gebruikt en zijn geliefd bij zowel Parijzenaars als toeristen. Daarom verdienden ze het om gerestaureerd te worden. De werkzaamheden, die tot doel hebben ze in hun oorspronkelijke staat te herstellen, hebben verschillende doelstellingen. Allereerst het waarborgen van de stabiliteit van de constructie en het versterken ervan: hoewel het oversteken van de voetbruggen niet gevaarlijk was, bleek het toch noodzakelijk om de funderingen te versterken door middel van injecties. Verder het behoud en restauratie van de bestaande structuren: ondanks hun hoge leeftijd hebben de voetbruggen de tand des tijds opmerkelijk goed doorstaan. Veel elementen hoefden niet te worden vervangen, maar alleen gerestaureerd. Dit geldt voor de gietijzeren constructies, het metselwerk en de stenen bekleding, en de smeedijzeren leuningen. Ten laatste het herstellen van de oorspronkelijke kleur van de voetbruggen. Na historisch en colorimetrisch onderzoek zullen de voetbruggen lichtgrijs geschilderd worden, zoals in de 19e eeuw het geval was. De structuren worden uitgelicht: het moet weer stralen! De twee ‘kandelaars’ aan weerszijden van de voetbruggen worden teruggeplaatst op hun oorspronkelijke plek en de onderkant van de bogen wordt verlicht.



 

Een van de prioriteiten van de geplande renovaties is het vervangen van de stenen treden van de voetbruggen, die door de tijd en het veelvuldige gebruik zijn versleten. Voor deze restauratie zullen de stenen afkomstig zijn uit dezelfde steengroeve als de oorspronkelijke stenen: gelegen in Seine-et-Marne bij Souppes-sur-Loing. Deze kalksteensoort wordt zeer gewaardeerd vanwege zijn waterbestendigheid. Daarom is deze steensoort ook gebruikt voor de bouw van verschillende monumenten zoals de Sacré-Coeur-basiliek, de Pont Alexandre III en de Arc de Triomphe.

 

Een nieuwe naam voor alle bruggen 

Ze zijn in Parijs geboren, hebben er gewoond of hebben de hoofdstad in hun films laten zien. Negen grote toneel- en filmactrices hebben een voetbrug over het Canal Saint-Martin naar zich vernoemd gekregen, dit ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de stad in 2024. 

Wandel je vanuit Place la Bastille richting het Basin de la Villette kom je de volgende bruggen tegen:

Passerelle Jane-Birkin ( 1946-2023) voorheen de passerelle des Douanes

Passerelle Maria Schneider (1952-2011) voorheen de passerelle Alibert

Pont Bernadette-Lafont (1938-2013) voorheen pont de la rue Dieu

Passerelle Emmanuelle Riva (1927-2017) voorheen de Passerelle Richerand

Pont tournant Hélène Duc (1917-2014) voorheen de pont tournant de la Grange-aux-Belles

Passerelle Arletty voorheen de passerelle de la Grange-aux-Belles

Passerelle Michèle-Morgan (1920-2017) voorheen de passerelle Bichat

Pont Maria Casarès (1922-1996) voorheen de pont Eugène-Varlin

Pont Maria Pacôme (1923-2018 voorheen de pont de la rue Louis-Blanc



Passerelle Michèle-Morgan voorheen de passerelle Bichat
 

Nog altijd het mooiste decor van Parijs 

Vandaag de dag is het Canal Saint-Martin een van de mooiste en gezelligste plekjes van de stad. De Parijzenaars hebben hun kanaal met de negen sluizen, de met bomen beplante oevers, de pleintjes, de sierlijke metalen bruggen, kortom een van de meest romantische plekken van de stad weer herontdekt. Op een zonnige dag picknicken honderden hippe jongeren aan de waterkant en zijn de omliggende cafés en restaurants afgeladen vol.




De mooiste plekjes zijn te vinden ter hoogte van de rue du Faubourg-du-Temple, waar je tussen de meer dan honderd jaar oude bomen een prachtige doorkijk hebt naar de verschillende sluizen en bruggen. Je kunt jouw wandeling vervolgen in noordelijke richting via de twee kades langs het kanaal; de quai de Jemmapes (oostzijde) of de quai de Valmy (westzijde). Op nummer 80 van de quai de Jemappes hebben een aantal sociale ondernemers een paar oude stallen en een steeg omgebouwd in 'Comptoir Général', een mini  'marché aux puces' met tweedehands kleding, boeken en een hippe bar annex Frans-Afrikaans restaurant. Op nummer 102 het befaamde Hôtel du Nord, nu een restaurant dat zeven dagen in de week geopend is. Aan de overzijde ter hoogte van de draaibrug op de kruising van de rue de la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy. Hier domineren de kleurige gevels van caféterrassen, antiekwinkeltjes, boetieks en kunstgaleries. Bij Art'Azart op nummer 83, de meest trendy boekhandel van Parijs, gespecialiseerd in kunst, design en grafische vormgeving. De eigenaars zijn liefhebbers van klassieke fotografie. In 1999 wekten ze opnieuw belangstelling voor de lomo-fotocamera; de Holga een goedkoop plastic toestelletje maar sinds die tijd een rage in vele wereldsteden. 



 

De sluis met de twee sluishuisjes wordt ook wel de 'sluis van de dood' genoemd. Wat niet slaat op het scheepsverkeer, maar lang geleden was de rue de la Grange-aux-Belles een stoffig pad dat langs velden heuvel op liep. Waar nu nummer 53 zit voerde een pad naar de top van een kleine heuvel; de Montfaucon.  Hier werd in 1325, op bevel van de koning, een enorme galg gebouwd. Het ging om een bouwwerk van meerdere verdiepingen dat alleen bestond uit stenen pijlers en houten dwarsbalken waaraan de veroordeelden werden opgehangen. Victor Hugo beschreef het in de slotscène van zijn boek de 'klokkenluider van de Notre Dame'.



Ter hoogte van de rue de la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy, hier domineren de kleurige gevels 

Bronnen: Wikipedia, Hôtel de Ville Paris, eigen onderzoek 



woensdag 13 augustus 2025

PALAIS ROYAL 400 JAAR GESCHIEDENIS

Het Palais-Royal en zijn tuin, op een steenworp afstand van het Louvre, zijn een van die plekken waar Parijzenaars, zowel oud als nieuw, naartoe trekken zodra het mooi weer wordt. In deze prachtige omgeving, omringd door vier eeuwen architectuur, kun je wandelen langs de galerijen waaronder intrigerende boetiekjes nestelen, slenteren tussen de ‘Colonnes de Buren’ en dwalen door de opmerkelijke tuin. Sommigen gaan zitten op de olijfgroene stoelen die kenmerkend zijn voor Parijs om te lezen bij een fontein, anderen vinden zichzelf in de idyllische  ruimten rond de bloemperken, terwijl weer anderen hun geluk vinden in de schaduw van de met bomen omzoomde paden. Maar vergis je niet. Tot aan de 19e eeuw was het een verzamelplaats voor machthebbers, en notabelen en het toneel van een aantal doorslaggevende gebeurtenissen van de Franse geschiedenis.



Een oase van rust, de binnentuin van het Palais Royal
 

Palais-Cardinal

In deze blog neem ik je mee door 400 jaar geschiedenis van dit iconische Parijse monument. Het begon allemaal in 1624 toen Armand du Plessis, ook wel bekend als kardinaal Richelieu, benoemd werd tot hoofd van de Raad van Lodewijk XIII. Diezelfde Lodewijk, bijgenaamd de Rechtvaardige, koning van Frankrijk woonde in het Louvre, en om dicht bij de vorst te wonen kocht hij het tegenover gelegen Hôtel Rambouillet. Als hooggeplaatst persoon, kardinaal, en tevens premier en raadsheer van de koning liet hij de architect Jaques Lemercier de woning transformeren tot een prachtig paleis met twee vleugels, zuidwest en noordwest, voor zijn verzameling kunst. In de zuidwestvleugel huisvestte hij als groot muziekliefhebber een concertzaal, het Palais-Cardinal theater, dat in mei 1635 werd geopend.


Het Palais-Royal door Boissière, in 1679 - Musée Carnavalet

 

Palais-Royal

Kardinaal Richelieu stierf in 1642. Zijn residentie werd in 1643 geschonken aan de regentes Anna van Oostenrijk, die er met haar twee zonen, Lodewijk XIV en Filips van Orléans, naartoe verhuisde. Het Palais-Cardinal wordt dan het Palais Royal. Het theater verwelkomde vanaf 1661 de beroemde toneelschrijver Molière en zijn gezelschap. Noodlottiger wijs gaf hij hier in 1673 zijn laatste opvoering van De ingebeelde zieke. Hij raakte bewusteloos op het podium en overleed enkele uren later. Het theater kreeg door de tijd verschillende gedaanteverwisselingen die helaas allemaal verwoest werden door brand. In 1799 opende een in Italiaanse stijl gebouwd theater, de verblijfplaats van het gezelschap ‘Comédiëns-Français’, opgericht in 1680. Dit was de geboorte van de emblematische Comédie-Française. En…. is sinds 1995 het enige nationale theater in Frankrijk met een vaste toneelgroep, de ‘Troupe des Comédiëns-Français’.



 Comédie-Française

We gaan weer even terug in de tijd. Een opstand, geleid door de magistraten van het Parlement van Parijs, zorgde ervoor dat de koninklijke familie in de nacht van 5 januari 1649 halsoverkop moest vluchten naar Saint-Germain-en-Laye. De nog jonge Lodewijk XIV zou deze angstaanjagende nacht nooit meer vergeten. Het zou hem later aanzetten om het Palais-Royal en Parijs in te ruilen voor het château de Vincennes en later voor Versailles.



 Het was hier dat de journalist Camille Desmoulins in 1789 op de tafel klimt en de revolutie aankondigt

In 1692 wordt het Palais-Royal, na de terugkeer van de hertog van Orléans, de residentie van de familie Orléans.  Toen hij stierf in 1715 werd zijn neef Philippe d’Orléans benoemd tot regent van het koninkrijk tijdens de minderjarigheid van Lodewijk XV. Tot 1722, het jaar van de kroning van Lodewijk XV, was het gebouw hèt middelpunt van het politieke en artistieke leven. Er worden doorlopend feesten en uitgebreide diners georganiseerd. Het Paleis beleefde gouden tijden. De huizen en galerijen, elk vernoemd naar een zoon van de hertog: Montpensier, Beaujolais en Valois, werden in 1780 toegevoegd door Graaf Lodewijk-Filips van Orléans. De galerijen voorzien van winkels waren eigenlijk de eerste overdekte passages in Parijs en oefenden een niet te onderschatten aantrekkingskracht uit om een kijkje te komen nemen in het privéleven van de groten der aarde. Men kocht er frivole spullen, er werd gedineerd in restaurants die snel de nodige faam kregen en men verkeerde in aangenaam gezelschap van hen die naar verluidt het oudste beroep ter wereld uitoefenden. Napoleon schijnt er zijn eerste seksuele ervaring te hebben opgedaan. Duels werden uitgevochten in de tuin en men verloor er al zijn geld op de groene lakens van de louche speelholen. Aangezien de politie geen toegang had tot het bezit van de graaf groeide het Paleis uit tot een soort van ‘liberale vrijhaven’, een ontmoetingsplaats waar alles mocht wat God verboden had. Het was hier dat de journalist Camille Desmoulins in 1789 op de tafel klimt en de revolutie aankondigt en de menigte aanspoort om de wapens op te nemen. De woede laait op en verspreidt zich door de stad. Twee dagen later neemt het volk de Bastille in. 

In 1814 behoorde het landgoed toe aan de toekomstige koning Lodewijk Filips I. Hij liet de luxueuze Orléans-galerij bouwen en sloot alle speelholen. In 1848 brak de revolutie uit en werd koning Lodewijk Filips afgezet. Het Palais-Royal werd geplunderd en nog eens geplunderd voordat het staatseigendom werd. In 1871 verwoestte een brand de gebouwen tijdens de Commune van Parijs. Vier jaar later werd het gebouw weer gerestaureerd en werd een zetel van de Raad van State.



La Place du Palais Royal anno 1910

In de 20e eeuw, door de charme van de plek, werd het een ontmoetingsplaats voor schrijvers en kunstenaars, zoals de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, die in 1912 op nummer 15, rue de Beaujolais, verbleef. Colette verhuisde in 1926 naar nummer 9. In 1938 keerde ze daar definitief terug en schreef daar het grootste deel van haar werk. Jean Cocteau woonde van 1940 tot 1947 samen met Jean Marais op nummer 36 rue de Montpensier.



Het Palais Royal vandaag de dag. La cour d'Honneur met de kinetische fontein van beeldhouwer Pol Bury
 

Jardin Remarquable

Aan het einde van de 20e eeuw kreeg de tuin van het Palais-Royal een nieuwe dimensie door de plaatsing van hedendaagse kunstwerken. De beeldhouwer Pol Bury creëerde zo twee kinetische fonteinen, les Sphérades, die het paleis weerspiegelen. Met Les Confidents maakt Michel Goulet van tuinobjecten poëtische dragers die uitnodigen tot mijmeren. Een ervan herbergt een vreemd bronzen kanon dat vroeger op het middaguur tot ontploffing werd gebracht om voorbijgangers in staat te stellen hun horloge te zetten. Op de sokkel staat ‘Horas non numero nisi serenas’, een Latijns motto dat betekent dat ik alleen de gelukkige uren tel.


Les Deux Plateaux van Daniel Buren



De collones zijn een hit op instagram




In 1985 besliste de toenmalige minister van Cultuur Jack Lang om in de Cour d’Honneur van het paleis, dat tot dan toe als parkeerplaats werd gebruikt, een monumentaal beeldhouwwerk aan te brengen. Het werd Les Deux Plateaux van Daniel Buren (beter bekend als ‘les colonnes de Buren’), een geheel van 260 zwart-wit gestreepte afgekapte zuilen, die over de 3000 m² grote binnenplaats verspreid zijn. Het moderne werk zorgde voor veel ophef, omdat velen vonden dat het niet paste bij  het classicistische gebouw. Deze zuilen zijn nu een van de symbolen van Parijs!



De tuin staat sinds 2005 geregistreerd als een ‘Jardin Remarquable’


Het label werd in 2004 door het ministerie van Cultuur en Communicatie gelanceerd om parken en tuinen beter te beschermen en om dit karakteristiek en bijzonder kwetsbaar erfgoed beter bekend te maken bij het publiek. Er zijn momenteel 289 bijzondere tuinen geregistreerd in Frankrijk waarvan 22 in de regio Ȋle de France.






De paleistuinen hebben een totale oppervlakte van 350m bij 150m. Ze werden ontworpen door onder andere Pierre Desgots die de tuinen tijdens de winter 1635 - 1636 aanlegde met evenwijdige rijen wilde kastanjebomen, zes sierbloemperken en met marmeren en bronzen beelden verfraaide waterpartijen. In 1674 begon André Le Nôtre, de bekende tuinarchitect van Lodewijk XIV, met wederom een metamorfose van de tuin.  In 1730 verving zijn neef, Claude Desgots, de haagbeuken en de bowlingbanen door een gazon. Hij liet rondom iepen en twee rijen lindebomen planten. De indeling van de tuin van het Palais-Royal werd in de 19e eeuw nog een keer gewijzigd. 


In 1910 werden in het noorden rode kastanjebomen geplant, in de jaren 1970 gevolgd door lindebomen


De architect Pierre Fontaine liet in 1817 eerst een vijver met een diameter van 25 meter graven en liet deze in 1824 omringen met twee bloemperken. Vier dubbele rijen iepen omlijsten het circus en de vier kiosken, van de Houten Galerij tot de Beaujolais Galerij. In 1910 werden in het noorden rode kastanjebomen geplant, in de jaren 1970 gevolgd door lindebomen. In 1992 stelde Jack Lang, de toenmalige minister van Cultuur, voor om de tuinen te vernieuwen. Rondom de centrale vijver werden grasperken aangelegd, omzoomd met door tuinarchitect Mark Rudkin ontworpen bloembedden. Hij behield de 18e eeuwse structuur met twee grote bloemperken en bomenrijen, maar gaf de tuinen hun oorspronkelijke diversiteit en kwaliteit van bloemen en planten terug.



 

‘Les chaises-poèmes’

Tien loveseats die in de tuin van het Palais-Royal zijn geïnstalleerd, weerspiegelen de traditionele stoelen die in de vorige eeuw in de Parijse tuinen werden geïntroduceerd. De uit Quebec (Canada) afkomstige beeldhouwer Michel Goulet kwam op het idee om samen met de ‘koninklijke’ tuinman deze stoelen te doen herleven en ze ‘les confidents’ te noemen, de vertrouwelingen. Plaatsen van ontmoeting en uitwisseling. Elke rugleuning is voorzien van een stukje poëzie. Door je ‘earplugs’ op de centrale eenheid aan te sluiten kun je luisteren naar gedichten van hedendaagse dichters. Regelmatig zullen andere gedichten en andere dichters uit alle lagen van de bevolking hun stem toevoegen om zo een symfonie van gevoelige en originele woorden te creëren in het hart van de Palais Royal-tuin. 


Colette en Jean Cocteau


Sinds februari 2019 dragen twee steegjes grenzend aan de tuin van het Palais Royal de namen van Colette en Jean Cocteau, omdat beide schrijvers regelmatige bezoekers waren van deze tuin. Sidonie-Gabrielle Colette (1873-1954) schreef onder haar achternaam Colette, zonder voornaam of voorletters. Jean Maurice Eugène Clément Cocteau (1889-1963) was een Frans dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker.



 

In verschillende films diende het Palais-Royal als decor. Onder andere in de film ‘Midnight in Paris’, waar Gil de schrijver (gespeeld door Owen Wilson) en zijn verloofde Inez (gespeeld door de charmante Rachel McAdams) worden uitgenodigd voor een etentje in Le Grand Véfour gelegen aan de prachtige binnentuin van het Palais Royal onder een van de bogengalerijen die gebouwd zijn tussen 1781 en 1784. 




De bogen 79 tot 82 werden in die tijd verhuurd aan een zekere Aubertot eigenaar van het Café Chartres. In 1820 werd dit Café overgenomen door Jean Véfour, die er een chique restaurant van maakte. Tot op de dag van vandaag is dit sterrenrestaurant niet alleen beroemd voor zijn gastronomische keuken maar ook voor het gracieus gestileerde interieur vol met art nouveau panelen van glaspasta, spiegels en mahoniehouten lambriseringen. Hier waart nog steeds de geest rond van de 18e eeuw. 




Een bezoek aan de tuinen van het Palais Royal is een must en, afhankelijk van uw portemonnee,  kun je Le Grand Véfour binnengaan of door het raam binnenkijken. Palais-Royal; in de 18e en 19e eeuw het middelpunt van het bruisende Parijs, nu een oord waar beschouwing een kans krijgt.



 Genieten van deze oase van rust in het centrum van Parijs







Ingangen zijn te vinden in de rue Saint Honoré, rue de Montpensier, rue de Beaujolais en de rue Valois.




Openingstijden van de tuin: 

Oktober t/m maart, elke dag van 08.30 uur tot 20.30 uur.

April t/m September, elke dag van 08.30 uur tot 22.30 uur.

Toegang gratis.

Eerste arrondissement, metrostation Palais-Royal Musée du Louvre, lijn. 

Bron: Centre des Monuments Nationaux, Atout France.


zaterdag 7 juni 2025

ONBEKEND PARIJS PARC KELLERMANN

 

Wat ik iedereen kan adviseren is om Parijs te bekijken, te ontdekken door middel van de trams die de stad binnen de Périphérique bijna omcirkelen: Tramlijn T3a, T3b. Laatst zat ik in tramlijn T3a die de zuidkant van Parijs bedient, vanaf Pont du Garigliano tot aan Porte de Vincennes. Zo reis je ongestoord door het autoverkeer, bovengronds, van het 15e arrondissement, door het 13e en het 12e arrondissement. En zo kwam ik langs het Parc Kellermann, vrijwel onbekend bij elke Parijzenaar. Reden voor mij om op onderzoek uit te gaan.



De ingang naar het bovenste park is een voorbeeld van de typische art-deco landschapstijl uit de jaren ’30 
 

Parc Kellermann

Oorspronkelijk de locatie van verschillende paviljoens van de Wereldtentoonstelling van Parijs van 1937 waarvan de belangrijkste locatie zich op de place du Trocadéro bevond tegenover de Eiffeltoren die toen 48 jaar bestond. Na de tentoonstelling transformeerde de hoofdarchitect van de Wereld-tentoonstelling, Jacques Gréber, het tot een openbaar park. Net als de square René Le Gall werd het Parc Kellermann in 1937 over de Bièvre aangelegd en gebouwd op de voormalige Thiers-muur; de ‘Enceinte de Thiers’, de laatste verdedigingsmuur van Parijs, gebouwd tussen 1841 en 1844. Diepe loopgraven en muren tot wel 10 meter hoog omringden de hele stad, met poorten, portes, die er nog steeds zijn. Ze werden uiteindelijk vernietigd en grotendeels verwijderd in de jaren 1920, maar sommige delen zijn nog steeds aanwezig in het Parc Kellermann.



Het 87 jaar oude park is omzoomd door moderne architectuur



Het park beslaat een oppervlakte van 5,5 hectare en bestaat uit twee delen in twee verschillende stijlen. Het bovenste park is een voorbeeld van de typische art-deco landschapstijl uit de jaren ’30 en het onderste park, langs de rivierbedding, heeft de meer pittoreske stijl van Napoleon III. Hoewel sommige delen de geometrische vormen weerspiegelen die typisch zijn voor art-deco tuinen, was dit park niet bedoeld om te ontspannen en te wandelen. Het werd aangelegd om sport te promoten, iets wat sinds een decreet uit 1920 van het 'Ministère de l'Hygiène et de la Prévoyance' verplicht was geworden voor schoolkinderen. 



Twee neoclassicistische bas-reliëfs, kenmerkend voor de jaren 30 van de hand van Élie Ottary, verbeelden dit ideaal bij de ingang van het park van rode baksteen – één met atleten en de andere met dansers. Deze ingang leidt je naar een brede laan omzoomd door rijen lindebomen. Het bovenste plateau biedt een prachtig uitzicht over het  onderste park en de stad, maar kijkt ook uit over de Périphérique waarvan het geluid tot in het park doordringt.


 




Een beekje stroomt vanaf het bovenste niveau door vijvers en een waterval van kunstmatige rotsen naar het onderste park waar het uitkomt in een groot bassin met een fontein. Een eerbetoon aan de inmiddels verdwenen Bièvre. Het westelijke deel is gewijd aan speeltuinen en sport. Sinds 2017 is het park ook de thuisbasis van een educatieve stadsboerderij waar kinderen en gezinnen allerlei dieren kunnen ontdekken, waaronder schapen, dwerggeiten, kippen, kalkoenen en konijnen. Het park ligt tussen de boulevard Kellermann, de rue de la Poterne-des-Peupliers en de rue Max-Jacob. Het dichtstbijzijnde metro- en tramstation is Porte-d'Italie.


Een oase van rust in het 13e arrondissement onbekend bij menig Parijzenaar




Een monument voor het moederschap

Ik verlaat het park daar waar ik het ook ben binnengegaan en sla linksaf naar de boulevard Kellermann. Aan de linkerkant ontwaar ik een tuin met een paar lindebomen en een grindpad dat de aandacht vestigt op een immens monument.


Jardin du Monument aux Mères Françaises


De schaal is haast Stalinistisch, het lijkt net of je in de tuin staat van een obscuur Oost-Europees land. Raar, dit voelt helemaal niet als Parijs. Het is zwaar en sober, maar ook plechtig met grijze, grauwe verweerde gezichten van enorme beelden. Het monument bestaat uit een lange muur, versierd met beelden van vrouwen, verstijfd van bewondering voor hun kinderen van verschillende leeftijden. Aan weerszijden van het hoofdbeeld staan beelden van dankbare mannen en vrouwen, die respectvol naar de moeders kijken. Op de muur de tekst ‘Aux Mères Françaises’ , aan Franse moeders.

 


Aan weerszijden van het hoofdbeeld staan beelden van dankbare mannen en vrouwen




Later onderzoek leert mij dat ik terecht ben gekomen in de ‘Jardin du Monument aux Mères Françaises’. Het monument is ontworpen in 1938 door architect Paul Bigot. De beelden zijn gehouwen uit zogenaamd Euville kalksteen, afkomstig uit het departement Meuse. Sculpturen gemaakt door Henri Bouchard en Alexandre Descatoire. In het midden staat een moeder die een baby in haar armen draagt met links en rechts een knielende zoon en een dochter, waarbij de een haar boeken aanbiedt, de ander bloemen. Aan elke kant weer beelden van moeders van verschillende generaties met hun kinderen.


In het midden staat een moeder die een baby in haar armen draagt met links en rechts een knielende zoon en een dochter



Aan elke kant weer beelden van moeders van verschillende generaties met hun kinderen




Het monument schijnt te zijn opgericht ter bevordering van het Franse geboortecijfer door al die moeders te eren, die tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, hun kinderen alleen moesten opvoeden nadat hun echtgenoten waren gesneuveld.  De tuin werd geopend op 25 oktober 1938 door de Franse president Albert Lebrun. Op het monument staat veel tekst gebeiteld: citaten van Edmont Labbé (adviseur van het Ministerie van Nationaal Onderwijs), president Albert Lebrun en een vers van Victor Hugo: “Oh l'amour d'une mère, amour que nul n'oublie” – “Oh, de liefde van een moeder, liefde die niemand vergeet", afkomstig uit het gedicht ‘Ce siècle avait deux ans’, uit de bundel Les Feuilles d'automne. Tijdens de inauguratie demonstreerden suffragettes van de Ligue Française du Droit des Femmes, de Liga voor Vrouwenrechten, om het stemrecht voor vrouwen op te eisen door een krans te leggen met de tekst: “Ter ere van de Franse moeders, subliem, maar nog geen kiezers”.

 


Tot 2006 was de tuin van het Monument voor de Franse Moeders slechts één dag per jaar geopend, namelijk op Moederdag. Nu kan het publiek er het hele jaar terecht. Officieus is de tuin nu omgedoopt tot Tuin van de Moeders van Gezinnen. De oude naam prijkt echter nog steeds op de tuinhekken. Tegenwoordig heeft het Monument aux Mères Françaises een ietwat zieltogende uitstraling. De gevel is verweerd en het kleine park waarin het staat, lijkt weinig gebruikt. Toch is het een stukje onbekende geschiedenis van Parijs.