Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

Posts tonen met het label Juweeltjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Juweeltjes. Alle posts tonen

maandag 11 november 2024

STAD VAN KUNST EN GESCHIEDENIS: BOULOGNE-BILLANCOURT

Boulogne-Billancourt is een van de westelijke buitenwijken van Parijs, een sub prefectuur van het departement Hauts-de-Seine op de rechteroever van de Seine. Het was vroeger een belangrijke industriële site, maar is met succes omgevormd tot zakelijke dienstverlening en is nu de thuisbasis van grote bedrijven, maar ook een stad van kunst en geschiedenis. Met zijn 3 grote buren: de Seine, Parijs en het Bois de Boulogne trekt de voorstad jonge werkende mensen en hun gezinnen aan dankzij haar dynamiek.

 

Boulogne-Billancourt, stad van kunst en geschiedenis

 

Deze voorstad van Parijs staat vol met (architectonische) juweeltjes uit de jaren '30 van de vorige eeuw

 

De voorstad vertoont vandaag nog steeds contrasten tussen Haussmann-woonwijken in het noorden en meer architectonische juweeltjes in het zuiden, waaronder vele schatten. Prachtige huizen van de hand van beroemde architecten waaronder Mallet-Stevens, Le Corbusier, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson,  en vele anderen. Door de verschillende wijken kun jij als liefhebber van culturele uitstapjes vele monumenten ontdekken, zoals de kerk Notre-Dame des Menus, het stadhuis ontworpen door Tony Garnier, ingehuldigd in 1934, het museum uit de jaren 1930, het Albert-Kahn-museum met zijn prachtige tuinen, De Bibliothèque Marmottan, die in 1932 werd nagelaten aan de Académie des beaux-arts door de oprichter Paul Marmottan. het Musée Paul Belmondo, het Parc Edmond-de-Rothschild aan de zuidpunt van het Bois de Boulogne en het huidige Ïle Seguin, nu een plaats van cultuur op zich. Het profiteert van een uitzonderlijke geografische ligging tussen Boulogne-Billancourt en Sèvres, herbergt La Seine Musicale en een stichting voor hedendaagse kunst. Andere internationale projecten gewijd aan cultuur en kunst zullen er binnenkort het daglicht zien. 

 

Het museum van de jaren 1930 is gevestigd in het Espace Landowski

 


Le Musée des Années Trente 

In deze blog neem ik je mee naar slechts één van de juweeltjes in deze stad: Le Musée des Années Trente, het Museum van de jaren 1930 gevestigd in het Espace Landowski aan de avenue André Morizet 28, naast het prachtige stadhuis ontworpen door Tony Garnier in 1931 – 1934. Het metrostation Marcel Sembat komt rechtstreeks uit op deze avenue. Het gebouw is een schepping van architectenbureau Lobjoy Bouvier Boisseau in samenwerking met Yovan Josic, opgeleverd in 1998. Duidelijk een ode aan de architectuur van Le Corbusier en Malet-Stevens. Het herbergt tijdelijke tentoonstellingsruimtes, een amfitheater, een arthouse-bioscoop, de collecties van het museum uit de jaren dertig en het Paul Landowski-museum, een enorme mediabibliotheek, evenals ruimtes voor digitale creatie en initiatie tot multimedia. Het hart van dit gebouw vormt het schip als permanent kruispunt van ontmoetingen, ontdekkingen en regelmatig hernieuwde confrontaties.

 

Het beeld 'Trinité'  uit 1929 - Jean en Joël Martel 

 

Jaro Hilbert - 'La dame en bleu', 1929 - het museum staat vol met de mooiste voorbeelden van art-deco 

 

Het Musée des Années Trente herbergt ongeveer 800 sculpturen, 2.000 schilderijen, maar ook decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek en ook maquettes van herenhuizen en gebouwen uit de jaren dertig gegroepeerd op 3.000 m² en verdeeld over vier etages. Deze collecties benadrukken de kenmerken van de esthetische wereld van de jaren dertig: een terugkeer naar realisme en classicisme. Zeldzame werken van Bernard Boutet de Monvel, Alfred Courmes, Maurice Denis, Georges Desvallières, Amédée La Patelière, Eugène Poughéon, Henry de Waroquier, Joseph Bernard, Marius de Buzon en Tamara de Lempicka en Paul Landowski. De collecties van de beeldhouwer Paul Landowski (1875-1961), die sinds september 2017 in de Espace Landowski zijn ondergebracht, werden in 1982 door zijn erfgenamen geschonken aan de stad Boulogne-Billancourt. De kunstenaar staat bekend als de auteur van het standbeeld van Christus van Corcovado uit Rio de Janeiro.



Anne Carlu 'Diane chasseresse', 1927 - Tempera sur isorel 


 Het Musée des Années Trente herbergt decoratieve voorwerpen zoals meubels, keramiek

 

'Clown', 1930 - Jean Lambert-Rucki / 'Paravent', 1930 - Louis Barillet, Jacques Le Chevallier 

 

Een lift brengt je naar de start van de permanente tentoonstelling op de vierde etage van het gebouw, die geheel gewijd is aan zijn gehele oeuvre. De tentoongestelde sculpturen zijn representatief voor het werk van Paul Landowski. Het kleine beeldhouwwerk weerspiegelt zijn intieme kunst. De modellen tonen de omvang van zijn monumentale werk, vooral aanwezig in Parijs (Jardins des Tuileries, het Panthéon, Trocadéro, Invalides, enz.). De muren van de Tempel van de Mens geven de dimensie aan van een groot project, een niet-gerealiseerde droom, die de geschiedenis van de mensheid in bas-reliëf en in het rond beschrijft. Vier volledig gebeeldhouwde muren die het verhaal van de mensheid vertellen. Landowski presenteerde zijn plannen in 1925 op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes. Helaas bleef de tempel een prachtige utopie en dit falen werd pijnlijk gevoeld door de beeldhouwer.

 

De nooit uitgevoerde 'Tempel van de Mens' 1925 - Paul Landowski 

 

Voorstudie van 'La Nature 'Eternelle', 1943 - nu te bewonderen in het colombarium van het cimetière du Père Lachaise - Paul Landowski 

 

Landowski werd geboren in 1875 in Parijs als zoon van een Poolse immigrant, die naar Frankrijk was gevlucht tijdens de Januariopstand (1863-1865). Hij studeerde aan de Académie Jullian waar hij les kreeg van Jules Lefebvre en aan de École nationale supérieure des beaux-arts. Lefebvre een geleerd schilder en veeleisende professor aan wie Paul zijn bijzondere beheersing van portretten en naakte te danken heeft. Tegelijkertijd werd hij door professor Faraboeuf geïnstrueerd om anatomische platen te tekenen die hij gebruikte voor zijn colleges aan de medische faculteit. Zo verwierf Landowski een uiterst nauwkeurige kennis van de anatomie, die in zijn ogen altijd het fundament zou vormen van zijn beeldhouwkunst. De honneurs beginnen vroeg voor Landowski. In 1900, hij was toen pas 25 jaar, ontvangt hij de Prix de Rome voor zijn beeldhouwkunst, wat hem vier jaar oplevert in de Villa Medici waar hij het oude Italië ontdekt en de Renaissance. Door zijn succes kreeg Landowski te maken met meerdere grote openbare opdrachten zoals de zonen van Kaïn, aangekocht door de staat en nu te zien in de tuinen van de Tuilerieën. Hij stierf in zijn huis in Boulogne-Billancourt op 31 maart 1961, op vijfentachtigjarige leeftijd.

 

'La France' 1919 - het monument werd ingehuldigd in 1935 - Paul Landowski

 


Een kleine kopie van 'Christus de Verlosser' te zien in Rio de Janeiro - Het origineel is 38 meter hoog en staat op de 710 meter hoge berg Corcovado, 1931 - Paul Landowski - Het gezicht van het beeld werd uitgevoerd door de Roemeense beeldhouwer Gheorghe Leonida



'Nocturne', 1926 - onderdeel van het graf van de componist Gabriel Fauré - Paul Landowski

 

Op de andere etages krijg je topstukken te zien van fascinerende art deco-stijl. De art deco stijl heeft enorme invloed gehad op de architectuur in en rond Parijs in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw. Maar wat is nu precies het verschil tussen art nouveau en art deco? Veel mensen vragen zich dat af, en zelfs kunstkenners vergissen zich nog wel eens. En toch kunnen de twee stijlen als dag en nacht van elkaar verschillen. Sterker nog, de ene stijl komt zelfs uit de andere voort. Art nouveau ontstond aan het eind van de 19e eeuw en duurde voort tot het begin van de 20e eeuw. Het is de stijl van de Franse Belle Epoque, met veel kleuren, glas in loodramen en rijkelijk gedecoreerd met zwierige lijnen geïnspireerd op natuurlijke vormen zoals bloemen en planten. Art deco daarentegen komt tot bloei in de jaren 20 - de zogenoemde Années Folles, een soort Franse Roaring Twenties - die zich kenmerkt door modernisme, symmetrie en ingetogenheid. Dit is vooral terug te zien in de rechte lijnen, afgestompte hoeken, cirkels en achthoeken. De eerder genoemde architecten; Le Corbusier, Mallet-Stevens, Faure-Dujarric, Niermans, Pingusson die in dezelfde stijl bouwden hadden hun werkterrein niet alleen in het 16e arrondissement maar ook in Boulogne-Billancourt. Bij de plaatselijk VVV kun je een brochure halen met daarin wandelroutes langs architectonisch interessante huizen. 

 


Mannequin hoofden van het warenhuis Siegel, 1925 - René Herbst en Pierre Petit 

 

'Instruments de musique of Pastorale' 1923 - Jaques Lipchitz


Zoals je aan de foto’s kunt zien is een bezoek aan het Musée des Années Trente absoluut de moeite waard. 

 

TIP:

Lunch op het terras van het mythische Piscine Molitor, een prachtig art deco zwembadcomplex uit 1929. Ooit de locatie van avantgarde pool-parties, vandaag de dag een uniek vijfsterren hotel van de keten M-Gallery (onderdeel van de Accor groep) genaamd Hotel Molitor Paris. Een luxe hotel met 124 kamers en suites, een restaurant, dakterras en een spa van Clarins. Klassiek van buiten, modern en artistiek van binnen – met diverse verwijzingen naar het graffiti-verleden. De mosterdgele en kobaltblauwe façade, de mozaïeken op de vloer en de lange rijen badhokjes rond het water zien er uit als een filmdecor. Mede dankzij de spectaculaire opening in 1929 door niemand minder dan olympisch zwemkampioen Johnny Weismuller (bekend en wereldberoemd door zijn filmrol als Tarzan) werd Piscine Molitor al snel the place-to-be in Parijs. Nog een leuk weetje; zo werd in 1946, aan de rand van dit zwembad, een revolutionair nieuw kledingstuk gepresenteerd: de bikini. Een Franse uitvinding van Louis Réard, een Franse auto-ingenieur en kledingontwerper.



 Hotel Molitor Paris, 2 avenue de la porte Molitor, metrostation Porte d’Auteuil, metrolijn 10 / Exelmans lijn 9.



dinsdag 24 september 2024

MIJN PARIJSE JUWEELTJES PER ARRONDISSEMENT (DEEL 2)

Voor deel1 met de juweeltjes uit de eerste 10 arrondissementen; klik hier.



 

La Cour Damoye (11e)

Het verborgen steegje van de place de la Bastille. De Cour Damoye is een van de meest westelijk gelegen geheime passages van de Faubourg Saint Antoine. Discreet verscholen achter de drukke terrassen van de place de la Bastille ligt een van de mooiste passages van Parijs. De entree vind je op nummer 12. Een smalle poort die toegang biedt tot een van de meest charmante en rustige steegjes op de rechteroever. Iets meer dan 120 meter lang en 6 meter breed vormt de cour Damoye de verbinding tussen de place de la Bastille en rue Daval. De geschiedenis gaat terug naar 1778.  Een geplaveide enclave volledig gerenoveerd met respect voor de oorspronkelijke architectuur. Winkels en werkplaatsen met daarboven gelegen woningen getuigen van een architecturale homogeniteit. Blauwe regen langs de huizen zorgt voor een immense schoonheid en betovering. Niet toegankelijk voor autoverkeer maar als je je ogen sluit zou je bijna het geschreeuw van de koetsiers en hun door paarden getrokken koetsen kunnen horen. Deze straat speelt verstoppertje tussen smeedijzeren hekken en is een van mijn mooiste ontdekkingen van de Franse hoofdstad. Place de la Bastille 12, metrostation Bastille, lijn 1, 5 & 8.


 

Het binnenwerk van de klokkentoren van het Gare de Lyon




De klokkentoren van het Gare de Lyon (12e)

De bijzonderheid van dit gebouw blijft de vierzijdige klokkentoren die 67 meter boven Seine-niveau uitsteekt. Gebouwd tussen 1895 en 1902 en vaak vergeleken met de Elizabeth toren in London, beter bekend als de Big Ben. De monumentale klok is een ontwerp van de beroemde horlogemaker Paul Garnier.  Paul Garnier werd geboren in november 1801 in de Vogezen en is beroemd omdat hij vrijwel alle stations in Frankrijk heeft voorzien van een stationsklok. Op de vierde verdieping, 400 traptreden verder, een van de eerste kamers met gebrandschilderde ramen, waar een oude tentoonstelling te zien is van originele posters, die vertellen over het rijke verleden van 'Compagnie du Paris-Lyon-Méditerranée'. In het midden een prachtige wenteltrap van hout en metaal waarmee je vervolgens de twee niveaus bereikt achter de vier grote wijzerplaten, elk met een doorsnede van 6,5 meter. De grote wijzers hebben een lengte van 4 meter en wegen zo'n 38 kilo per stuk; een constructie à la Eiffel van ijzer en glas. Het uitzicht vanuit deze hoge belfort is ronduit adembenemend. Place Louis Armand, metrostation Gare de Lyon, lijn 1 & 14 RER A, D & R.

 


Hoe bijzonder, een Chinese tempel verborgen in een parkeergarage







Les Olympiades, Chinese tempel (13e)

Alles wat je hier ziet lijkt rechtstreeks vanuit Hong Kong of Shanghai te zijn overgevlogen. Op zondag is de wijk het drukst, als de Chinese families hun overbevolkte appartementen ontvluchten om te lunchen in de talrijke restaurants. Er zijn twee boeddhistische tempels. Eentje in de ondergrondse straat, rue du Disque, ter hoogte van nummer 81 avenue d'Ivry en de ander op het niveau van de woontorens, de Amicale des Teochew. Aan dezelfde kant van het trottoir, ter hoogte van de Tang-supermarkt ga je door het koopcentrum. Rechtdoor en dan links en je komt uit op een terras. Rechts zie je een grote tempel. Vergeet niet je schoenen uit te trekken. Een kleurenpalet van goud, rood en oranje, geurende wierookstokjes, offergaven en bloemenkransen vullen de gebedsruimte. Metrostation Olympiades, lijn 14 




 Passage d’Enfer (14e)

Nee niet het beroemde parfum van parfumeur Olivia Giacobetti, maar een afgesloten straatje, beginnend aan de boulevard Raspail en parallel aan de rue Campagne-Première naar het zuidwesten. Aan de achterzijde maakt het een bocht van 90° naar een poort die weer uitkomt op de laatst genoemde straat. De Passage d’Enfer, Een privé weg, afgesloten door poorten. Het ontleent zijn naam aan de boulevard d’Enfer, de oude naam van de boulevard Raspail die leidt naar Place Denfert-Rochereau. Volgens verschillende bronnen komt de benaming van het ‘Bois d’Enfer’ dat dit plateau vroeger bedekte. Wat dit straatje zo bijzonder maakt is de on-Parijse sfeer en de symmetrie. Eigenlijk lijkt het meer op een filmdecor. Een autovrij straatje vol met kasseien, mooi gepleisterde huizen in pasteltinten, met houten raamluiken en authentieke straatlampen aan de huizen. De naam wekt misschien verwarring want waarom zou dit een verbinding naar de hel zijn. Misschien de verwijzing naar de vroegere naam van de boulevard Raspail, maar er wordt ook een verbinding gelegd dat de naam zou verwijzen naar ingestorte mijngroeves, Veelvuldig deden in het verleden zogenaamde sinkholes hele straten en huizenblokken inclusief bewoners verdwijnen in diepe gaten, wel degelijk een hel. Metrostation Raspail, lijn 4 & 6.



 


Ballon Air de Paris, Parc André Citroën (15e)

Midden in het Parc André Citroën vind je een van de leukste attracties van Parijs en bij velen nog steeds onbekend: De Ballon Air de Paris. Een luchtballon gevuld met 6000 m3 helium die bij kalm weer regelmatig stijgt tot een hoogte van 150 meter. Een vlucht met deze verankerde luchtballon is uniek. Al sinds 1999 maken zo'n 50.000 toeristen per jaar een ballonvaart die zo'n 10 minuten duurt, een beleving die ik je zeker kan aanbevelen. 's Nachts licht de ballon die voorzien is van 6.400 led's, fraai op. In de mand onder de ballon kunnen steeds 30 personen mee om op 150 meter te genieten de stilte en van een ongekend uitzicht boven Parijs. Metrostation Javel-André Citroën, lijn 10, Balard, lijn 8.



 

Parc de Bagatelle (16e)

Het Bois de Boulogne is hèt wandelgebied voor vele Parijzenaars. Diep in het bos beschermt een oude stenen muur een luxueuze botanische tuin die, wanneer ontdekt, aanvoelt als een echte ontdekking. Ik heb het over het Parc de Bagatelle. Een parel die zelfs door de Parijzenaars vaak over het hoofd wordt gezien. Als gevolg hiervan behoudt het het gevoel van een geheime tuin, een mysterie dat nog eens versterkt wordt door de locatie; verborgen in het uitgestrekte areaal van de bossen van Boulogne. In 1905 vertrouwde de stad Parijs de herontwikkeling van de tuinen toe aan de curator van ‘Les Jardins de Paris’: Jean-Claude-Nicolas Forestier (wel een toepasselijke naam). Aan hem zijn we het huidige ontwerp van het park verschuldigd met respect voor het verleden. Hij transformeerde  het terrein in weelderige, romantische botanische tuinen met behoud van de oorspronkelijke 18e-eeuwse rococo-tempels, grotten en meren. Er werden rozentuinen geplant en de ‘Roserie de Bagatelle’ werd opgericht met een collectie die nu 10.000 rozenplanten omvat, samengesteld uit 1.500 verschillende soorten. Het is inmiddels een van de oudste en belangrijkste rozentuinen in Frankrijk. Er is ook een iristuin, tuinen vol met pioenrozen en clematissen, waterspiegels en vijvers vol met waterplanten en waterlelies zoals wij die kennen van de schilderijen van Monet.

Allée de Longchamp, Route de Sèvres à Neuilly, Bois de Boulogne. Om daar te komen neem je de metro naar Pont de Neuilly, lijn 1 en vervolgens buslijn 43 of de metro naar Porte Maillot, lijn 1 en vervolgens buslijn 244. TIP: Buslijn 43 die vertrekt vanaf het Gare du Nord stopt voor de ingang van het park.

 

Square des Batignolles




Het dorp Batignolles (17e)

Begrensd door de spoorlijnen en rangeerterreinen van Saint-Lazare en de avenue Clichy ligt in het 17e arrondissement het ‘dorp’ Batignolles. De dichter Verlaine groeide er op. De zangeres Barbara, altijd in het zwart gekleed, werd er geboren. De kunstschilder Éduard Manet en zijn vrienden, bekend als de ‘le groupe des Batignolles, hadden hier hun uitvalsbasis. Ze verzamelden zich in het Café Guerbois. De groep bestond uit schilders als Auguste Renoir, Claude Monet, Frédéric Bazille en anderen. Ze schilderden vele scènes van het caféleven. Hun oude ateliers zijn vervangen door kunstgalerijen. Ook de beroemde schrijver Émile Zola woonde tijdelijk in het dorp Batignolles. Traditioneel een arbeiderswijk met een diverse etnische bevolking, maar inmiddels een modieuze enclave, een wijk in wording voor de opkomende klasse beter bekend als ‘bobos’ oftewel les bourgeois bohemiens. Vol jonge créateurs en kunstenaars op zoek naar goedkope werkruimte. Een heerlijke buurt met een gemengde persoonlijkheid waarin verleden, heden en toekomst zij aan zij leven, tamelijk harmonieus. In de ogen van de meeste Parijzenaars is dit vooral een quartier résidentiel, onbekend bij de toerist en eigenlijk willen de inwoners dat ook zo houden, maar beslist de moeite waard om er eens een kijkje te nemen. In het hart ligt een prachtig park, Square des Batignolles, ontworpen door Jean-Charles Alphand in de naturalistische Engelse tuinstijl vol met oude platanen. Alle typische landelijke elementen uit die periode zijn aanwezig, een vijver, watervallen, een meanderende kunstmatige rivier, kronkelende zacht glooiende wandelpaden, zitbankjes en voor de kinderen is er een oude draaimolen. Een oase in de stad. Metrostation Pont Cardinet, lijn 14.




 

Dit intieme museum ligt verscholen in een tuin vol met betoverende geuren- en kleurenpracht



Het atelier van Susanne Valadon



Musée de Montmartre (18e)

Dit intieme museum, dat eens het oudste hotel was op de heuvel, ligt verscholen in een tuin vol met betoverende geuren- en kleurenpracht. Hier zien we dat stenen een ziel hebben, want hoe had deze plek anders zo'n groot aantal vooraanstaande gasten kunnen trekken. Eigendom van Claude de la Rose of Rosimond, een acteur bij het Théâtre de Molière waar ook Molière deel van uitmaakte. Renoir had hier in 1875 zijn eerste Parijse adres en schilderde hier tal van meesterwerken, waaronder de absolute uitschieter Le Bal du Moulin de la Galette. Het doek hangt nu in het Musée d'Orsay en Le Balançoire – de Schommel, die nog steeds te zien is in de tuin. Van Gogh en Gauguin waren hier regelmatig te gast bij Émile Bernard. Vincent van Gogh woonde een stukje verderop in een uitspanning met de naam 'Aux Billards en Bois'. Hier schilderde Van Gogh in 1886 'La Guinguette', eveneens te vinden in het Musée d'Orsay. Op de tweede verdieping woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo. Haar atelier is nog steeds te bezichtigen in het museum, in de staat of zij heel even haar atelier heeft verlaten. Als ongetrouwde moeder van de latere schilder Maurice Utrillo verdiende ze geld als model voor Renoir en Henri de Toulouse-Lautrec om in haar onderhoud te voorzien. Ze schilderde zelf ook. Rue Cortot 12, metrostation Abesses, lijn 12.

 

Rusland in Parijs




Église Saint-Serge-de- Redonège (19e)

De rue de Crimée nummer 93 vlakbij het prachtige parc des Buttes-Chaumont. Een eenvoudig hek met rechts een koperen plaat met opschrift: ‘Institut de Theologie Orthodoxe et Église Saint-Serge’ trekt hier de aandacht. De poort staat op een kier dus nodigt uit om naar binnen te gaan. Een klein steegje omzoomd met oude muren waarover een oude wijnstok kronkelt leidt naar een klein kleurrijk huisje versierd met een fresco. Onderzoek later leert mij dat dit een afbeelding is van Saint-Serge de Radonège. Links van het huisje loopt een verlaten, langzaam glooiend pad naar boven. Ik passeer een vervallen houten constructie met het opschrift librairie en plotseling ontdek ik aan de rechterzijde, hoog gelegen op een heuvel een houten kerk. De église Saint-Serge-de- Redonège, dat een Russische  Orthodoxe kerkje schijnt te zijn. Het kerkje is gebouwd zo rond 1850 en werd vernoemd naar een Russische monnik die leefde in de 14e eeuw. De muren langs de trap werden beschilderd tussen 1925 en 1927 door Dimitri Semionovich Stelletsky, voorstellend heiligen die het Orthodoxe geloof vertegenwoordigen. Binnen in de kerk zijn de muren bedekt met fresco’s, maar het juweel van de kerk is ongetwijfeld de iconostase (een wand samengesteld uit iconen die de altaar ruimte afschermt voor blikken van gelovigen). De narthex (voorportaal), is versierd met scenes uit het Oude Testament. Een stukje Rusland in Parijs. Metrostation Laumière, lijn 5.



 



Le mur aux victimes des Révolutions (20e)

We stappen uit bij metro Père Lachaise, bij de uitgang aan de place Auguste Mérivier en gaan rechts de avenue de Gambetta in. Na ongeveer honderdvijftig meter aan de rechterkant, komt u aan bij een van de mooiste en rustigste tuinen van Parijs: Le jardin du Samuel de Champlain. Slechts 13192 m² groot. Een langgerekte strook, die loopt langs de noordwest muur van het kerkhof Pére Lachaise. Deze serene openbare tuin, aangelegd in 1889, is genoemd naar de vader van het nieuwe Frankrijk, de Fransman Samuel de Champlain; navigator, cartograaf, ontdekker, geograaf en etnoloog. Hij stichtte in 1608 de Canadese stad Quebec. Vrijwel onmiddellijk voert een steile helling je naar boven, met als beloning, boven aan de top, een prachtig uitzicht over typische Haussmann gebouwen van de Avenue Gambetta en de noordwestzijde van Parijs. De steile klim wordt beloond door een bijzonder monument uit 1909, gemaakt door de Franse beeldhouwer Paul Moreau-Vauthier (1871-1936); 'Le mur aux victimes des Révolutions'. Een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Franse revoluties. Linksonder, als inscriptie, een uitspraak van  Victor Hugo: “Ce que nous demandons à l’Avenir. Ce que nous voulons de Lui. C’est la Justice. Ce n’est pas la Vengeance” (Vrij vertaald; Wat wij in de toekomst vragen, wat wij willen, is rechtvaardigheid, geen wraak). Geraakt door dit monument en de prachtige tekst, loop je verder en passeer je een oude gesloten toegangspoort, vol met graffiti, die vroeger leidde naar de grootste necropool van Parijs, Père Lachaise, wetende, dat achter deze muur, ook de beeldhouwer zelf begraven ligt. Metrostation Gambetta, lijn 3 & 3B.

 

Lees ook mijn reisgids ‘Ongewoon Parijs’, een boek vol met mijn Parijse juweeltjes.




dinsdag 17 september 2024

MIJN PARIJSE JUWEELTJES PER ARRONDISSEMENT (DEEL 1)

Zoals waarschijnlijk iedereen weet publiceer ik al sinds april 2011 over de Franse hoofdstad. Mijn blogs bevatten de observaties van een nieuwsgierige reiziger die het Parijs van de Parijzenaars wil leren kennen en steeds op zoek gaat naar de couleur locale. Bijna wekelijks neem ik je mee buiten de gebaande paden en langs verborgen schatten, alsof je wordt rondgeleid door een bevriende gids. Dat mooie straatje, die verborgen passage, die prachtige wandeling of fietstocht, dat ene restaurant , de vergeten spoorlijn, het onbekende Parijs, dat is wat mij steeds verbaast en boeit. Ik noem ze mijn juweeltjes en dat is waar mijn blogs over gaan. Inmiddels heb ik al 658 blogs geschreven die door meer dan 1,6 miljoen lezers zijn bekeken.

Vaak krijg ik de vraag; “wat zijn jouw favoriete plekken in Parijs?”

Teveel voor een blog en daarom zal ik mij beperken tot één favoriet per arrondissement, verdeeld over twee blogs.

 


Place Dauphine (1e)

Verscholen tussen de Pont Neuf, quai de l'Horloge, Palais de Justice en de quai des Orfèvres ligt een van de mooiste oases van Parijs. Een pleintje waar ik regelmatig terugkeer; het place Dauphine. Als een van de weinige buurten aan Haussmanns drastische stadsplanning ontsnapt. Werkelijk een van de mooiste pleintjes in de stad en bijna 40 jaar lang, op nummer 15, het domicilie van Yves Montand en Simone Signoret. Aan de randen van het plein zijn bomen geplant om zo het gesloten uiterlijk van het plein te behouden. In de fraaie panden er omheen zijn veel kunsthandels en kleine restaurants te vinden. Het gehele plein staat geclassificeerd als historisch monument, eveneens de gebouwen aan de oneven zijde aan de zuidkant; de nummers 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 27, 29 en 31. En de even nummers aan de noordkant; 12,14, 16, 24, 26 en 28. Metrostation Pont Neuf, lijn 7.



 

Bibliothèque Nationale de France - Site Richelieu (2e)

Al in de middeleeuwen verzamelden de Franse koningen manuscripten. De boekencollectie van Karel de V bevatte al meer dan duizend werken die bewaard werden in het Louvre. Kort na de ontdekking van de boekdrukkunst verordonneerde Frans I, met het decreet van Montpellier,  dat van elk in Frankrijk gedrukt boek één exemplaar naar Parijs moest worden gestuurd. De boeken werden gearchiveerd in de officiële opslagplaats, de Bibliothèque Nationale Richelieu die in 1692 haar deuren opende. De beroemde grote leeszaal; 'La Salle de lecture des Imprimés', is een technisch hoogstandje uit het tweede keizerrijk, vanwege de revolutionaire toepassing van gietijzer, het werk van Henri Labrouste (1854). Slanke ijzeren zuilen die negen koepels dragen. Rue de Richelieu 58, metrostation Bourse, lijn 3



 

Musée  des Arts et Métiers (3e)

Het herbergt de collectie van het Conservatoire National des Arts et Métiers en is gevestigd in de oude abdij van Saint-Martin-des-Champs, en werd in 1794 opgericht door Abbé Grégoire. Aanvankelijk fungeerde het als een soort opslagplaats van nieuwe uitvindingen. Het museum bezit een collectie van meer dan 80.000 voorwerpen, waarvan er slechts 8.000 worden geëxposeerd. Je krijgt zo een uniek en historisch overzicht van allerlei technieken en uitvindingen.  De rekenmachine van Pascal, de fonograaf van Edison, de lens waar vuurtorens mee zijn uitgerust, een vinding van ene monsieur Soleil. De eerste Cray 2 computer uit 1985, de camera van Daguerre, uitvinder van de fotografie maar ook de eerste filmprojector van de gebroeders Lumière. Verder ook uitvindingen van de 21 eeuw, waaronder de TGV, de Velib, en lijn 14, de eerste metro zonder machinist. Rue Réaumur 60, metrostation Arts et Métiers, lijn 3&11.

 

Zicht op de Saint-Gervais et Saint Protais vanuit de rue de Barres


Saint-Gervais-et-Saint-Protais (4e)

Deze kerk is gebouwd op de resten van het eerste gebouw aan de Rive Droite; een basiliek die voor het eerst wordt vermeld in documenten uit het eind van de 4e eeuw. Een basiliek gewijd aan de broers Gervasius en Protasius, twee Romeinse officieren die onder Nero de marteldood stierven. Deze prachtige kerk, een van de mooiste van Parijs,  staat op een zachte helling, wat nog eens wordt benadrukt door de traptreden aan de voorgevel en in de rue François-Miron. Begin je bezoek aan de kerk aan de zijde van de Seine in een van de mooiste straatjes van Parijs, de rue des Barres, schuin tegenover het café-restaurant Louis Phillipe. Let ook op het vakwerkhuis op de hoek van de rue Grenier sur l’eau  waarschijnlijk afkomstig uit de 14e eeuw. Het hout aan de buitenkant is duidelijk te zien ondanks het feit dat toentertijd houtbouw verboden was vanwege het brandgevaar. Tegenover dit straatje ligt de zijingang naar de kerk. Rue des Barres 13, metrostation Hôtel de Ville, lijn 1&11.

 


Val de Grâce



Val-de-Grâce & Musée du Service de Santé des Armées (5e)

Het museum van de Gezondheidsdienst der Strijdkrachten, het ‘Musée du Service de Santé des Armées’, gehuisvest in het klooster van de voormalige koninklijke abdij van Val-de-Grâce.

Na de aankoop van je toegangskaartje sla je twee vliegen in een klap. Je krijgt niet alleen toegang tot het museum maar ook nog eens toegang tot de voormalige kapittelzaal van de nonnen en de kerk van Val-de-Grâce. Het interieur van de kerk is geïnspireerd op de Basiliek van Sint Pieter te Rome. De 40 meter hoge koepel is rijk versierd met beelden, religieuze voorstellingen en medaillons. Het museum, opgericht in 1916, geeft een boeiende inkijk in drie eeuwen geschiedenis van de verschillende componenten van de militaire geneeskunde. , Place Alphonse Laveran 1, metrostation Port-Royal, lijn RER-B.

 


Musée de l'Histoire de la Médecine, (6e)

Achter een immense zuilengalerij van de ‘Université Paris Cité’ bevindt zich de voormalige Faculteit Geneeskunde, opgericht in 1803. Een klein museum; 25 meter lang en 8 meter breed – een enkele ruimte met twee niveaus – versierd met houtwerk waarin portretten zijn geplaatst van beroemde doctoren en chirurgen, meestal geschilderd in de 18e-eeuw. De collectie is verbazingwekkend en laat ons zien hoeveel de chirurgische en medische technieken door de jaren heen zijn geëvolueerd. De zeldzame collectie is de oudste in Europa en werd in de 18e eeuw bijeengebracht door ene Dean Lafaye. Later werden nog belangrijke stukken toegevoegd die de verschillende taken van de operatieve kunst tot het einde van de 19e-eeuw bestrijken. Rue de l’École de la Médicine 12, metrostation Odeon, lijn 4 & 10.

 


‘Le cantonnement’, een geheime bunker onder de Champs de Mars (7e)

Een mysterieuze bunker onder de Champs-de Mars. Discreet verborgen met een ingang halverwege het grasveld, tussen de Eifeltoren, het tijdelijke Grand Palais Éphémère en de École Militaire. Het ‘cantonnement’ is een ruimte enkele honderden vierkante meters groot. Een strategische plek met een rijke geschiedenis en niet toegankelijk voor het publiek. Nee, geen officiële bunker die de president van de republiek beschermt in geval van een vijandelijke aanval, nee, het is / was een militair radiostation. 

Gebouwd tussen 1903 en 1908 om de profiteren van de hoogte van de IJzeren Dame. Toen werd op de top een telegraaf gemonteerd en om ontdekking te voorkomen begroef het leger zijn radiotelegraafstation onder de Champs-de-Mars, verbonden met een tunnel naar de zuidelijke pijler, die onder de wandelpaden doorloopt. Sinds het begin van de 20e eeuw tot het jaar 2000 deed het dienst als het draadloze telegraafstation (TSF) van de Eiffeltoren. De ingang bevindt zich halverwege de Champs-de-Mars, metrostation École Militaire, lijn 8.

 


Lavatory de la Madeleine’ (8e).

Meer dan honderd jaar deed dit toilet, misschien wel het mooiste van Europa, trouwe dienst. In maart 2011 werd de ‘Lavatory de la Madeleine’ geclassificeerd als Historisch monument. Zodra je binnenkomt bevindt zich aan de linkerkant de ontvangstcabine van de hôtesse, een elegantere benaming voor ‘madame pipi’ of zoals bij ons juffrouw van de retirade. De cabine is volledig origineel en registreert nog steeds automatisch het aantal klanten dat passeert. Midden in de ruimte de originele schoenpoetsstoel, bovenop een podium van vier treden, omgeven door een rood koord om beklimming te voorkomen. Een schoenpoetser zal er niet zijn aangezien dat beroep in Europa niet meer bestaat. In een etalage hangen enkele posters uit de Belle Époque. Zeven toilethokjes zijn beschikbaar voor zowel vrouwen als mannen. Ik kan je vertellen, in de hoofdstad is er geen mooiere en luxueuzere plek om van plotselinge aandrang af te komen. Place de la Madeleine, metrostation Madeleine, lijn 8, 12 & 14.

 




La Coupole de Galeries Lafayette (9e)

Om het een wereldwonder te noemen is misschien iets te veel van het goede, maar de majestueuze koepel van Galeries Lafayette Haussmann is een van de meest iconische architectonische monumenten van Parijs. Een technisch hoogstandje en een juweel van art nouveau,  jaarlijks bewonderd door zo’n 37 miljoen bezoekers. Dit monument is het resultaat van de samenwerking van drie iconische kunstenaars: Ferdinand Chanut voor de geometrie en structuur, Jacques Grüber voor de glas-in-loodramen en Louis Majorelle voor het ijzerwerk. Het heeft zich in de loop van de tijd gepositioneerd als een emblematisch element van de Franse hoofdstad. Deze enorme koepel werd ingehuldigd op 8 oktober 1912. Het binnenwerk van de koepel kun je bezoeken tijdens een rondleiding. Boulevard Haussmann, metrostation Chaussée d’Antin La Fayette, lijn 7&9.



 

Bouillon Julien (10e)

Julien is een overblijfsel uit de voorbije tijd. Persoonlijk vind ik dit de mooiste bouillon. Een monument uit de begintijd van de art-nouveau. Hoge, immens grote spiegels worden omgeven door sierstucwerk met links en rechts prachtige panelen van glaspasta, gemaakt door glaskunstenaar Louis Trézel en geïnspireerd op het werk van de kunstschilder Alfons Mucha. Afgebeeld zijn vier jonge vrouwen, die de vier seizoenen symboliseren. De plafonds zijn voorzien van glas in lood en de vloeren rijk versierd met plantenmotieven in mozaïek. In het midden koperen kapstokken voorzien van lampen met witte bollen. Elke keer als ik weer een bezoek breng aan dit restaurant vallen mij weer nieuwe details op in dit adembenemende decor, dat je steeds weer meeneemt in een reis terug naar de Belle Epoque. De 23 koppige bediening, altijd smetteloos gekleed in zwart-wit maakt de simpele en betaalbare maaltijd hier tot een feest. Rue du Faubourg Saint Denis 16, metrostation Strasbourg Saint Denis, lijn 4, 8 & 9.

 


Lees ook mijn reisgids ‘Ongewoon Parijs’, een boek vol met mijn Parijse juweeltjes.