Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 23 februari 2014

CIMETIÈRE DE MONTMARTRE; VERSTEEND VERDRIET

Elk boek dat ik in mijn bezit heb over Parijs begint met lyrische woorden, waarin de schoonheid van de stad wordt bezongen. De ene overtreffende trap na de andere; romantisch, legendarisch, groots, beroemd, overweldigend. Victor Hugo schreef in Les Miserables: "Alles wat ergens anders bestaat, bestaat ook in Parijs". Of Hemmingway: "Als je zo gelukkig bent om als jongeman in Parijs gewoond te hebben, dan blijft dat je voor altijd bij, waar je in je leven ook naar toegaat, want Parijs is een doorlopend feest". De stad waar het leven nooit stopt, dat is het Parijs van 'la vie continue'.

Maar er is ook nog een ander Parijs; verstild en tijdloos. Dat is het Parijs van de dodenakkers, waarbij schoonheid en verval, grafkunst en grafkitch hand in hand lijken te gaan. Parijs kent vele kerkhoven, oases van rust en schoonheid. Eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood. Bemoste granieten grafzerken, afgewisseld met glanzend marmeren grafstenen, waar het verdriet nog voelbaar is. Grafkelders, bewaakt door de mooiste beelden, vaak van wenende vrouwen, uitgevoerd in marmer of brons of gewoon uitgehouwen in steen. Boven aan de deur van deze 'minikerkjes' staat de naam van de familie gegraveerd. Soms staat de deur gewoon op een kier of kun je door de kleine raampjes naar binnen gluren. Een stoffig interieur met een klein altaar, altijd voorzien van een kruisbeeld, omgevallen kandelaars en twee vergane bidstoeltjes. In een vaas een verwelkt boeket of plastic rozen.

Oases van rust en schoonheid, eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood

Wat is het toch met die aantrekkingskracht die kerkhoven uitoefenen op mensen in het buitenland? Ik kan mij niet herinneren dat ik in mijn woonplaats ooit begraafplaatsen bezocht. Uitzondering is natuurlijk, als er dierbaren begraven liggen. Waarschijnlijk is het de unieke combinatie van bijzondere grafkunst, l'art funèbre, in combinatie met een romantische, eerbiedwaardige, groene omgeving. Maar zeker ook de aanwezigheid van de grafstenen van beroemde namen.

Ik neem u even terug in de tijd, toen onder het bewind van Filips II in het jaar 1183, de eerste markthallen van Parijs werden gebouwd, aan de rand van het Cimetière des Innocents. Tweeëntwintig parochies borgen er hun doden. Het had de bijnaam van 'mange-chair', vleeseter, omdat de lichamen, zo ging het verhaal, er in een mum van tijd tot ontbinding overgingen. In een gat van tientallen meters diep, ingesloten tussen hoge muren, werden de lijken op elkaar gestapeld met een dun laagje zand erover, gewoon in de open lucht. Vijf eeuwen lang hing hier een lijkenlucht, afgewisseld met de geuren van kruiden en verse groenten. Rond 1780, toen de lijken twee meter boven straatniveau lagen opgestapeld, werd besloten om de beenderen en overblijfselen te vervoeren naar de catacomben van Denfert-Rochereau. Voor het 'vervoer' van de bijna twintigduizend karretjes gevuld met beenderen had men drie jaar nodig. Dag en nacht trok een bonte stoet door de straten van Parijs over de Seine naar de steengroeven van Tombe Issoire, nu het 14e arrondissement. Op 21 februari 1801 besluit het Parijse stadsbestuur dat geen enkele stadsbegraafplaats meer mag worden gebruikt. De regenten laten drie nieuwe begraafplaatsen openen, allen buiten de stadsmuren. Een in het noorden op de Mont Martis, een in het zuiden op de Mont Parnasse en een in het oosten op het oude domein van Mont Louis.  Maar de stadsplanologen bleken niet gezegend te zijn met een vooruitziende blik. Parijs breidt zich uit en een eeuw later liggen de drie kerkhoven opnieuw in de stad om nooit meer weg te gaan; 'de levenden halen de doden weer in'.

Op 1 januari 1825 opende het Cimetière de Montmartre officieel Cimetière du Nord

In 1804 worden de eerste doden begraven in het oosten van Parijs op Père Lachaise. Op 25 juli 1824 volgde de eerste teraardebestelling in het zuiden op het kerkhof van Montparnasse en 1 januari 1825 opende het Cimetière de Montmartre officieel Cimetière du Nord. Andere gebruikte namen voor dit kerkhof waren Cimetière des Grandes-Carrières en Cimetière de la Barrière-Blanche.

Deze begraafplaats ten westen van de Butte Montmartre, vond een natuurlijk onderkomen in een oude gipsgroeve, waardoor ze iets lager ligt dan het straatniveau. Het ontstaan gaat terug tot de executie van tientallen leden van de Zwitserse Garde die de wacht hielden bij het Koninklijk Paleis in de Tuileries, door de opstandelingen van de Franse revolutie op 10 augustus 1792. Hun lichamen werden daar in massagraven gedumpt. Maar het werd pas in 1825 officieel een begraafplaats. Het kerkhof is minder groot dan het bekendere kerkhof Père-Lachaise, maar ook hier liggen vele bekende kunstenaars begraven.

Versteend verdriet, 'À notre bonne mère'

Juist door haar ligging diende deze plek vooral om artiesten te begraven die actief waren op en rond de ‘butte’. Meest bekende graven zijn die van de componist en schrijver Berlioz (1803-1869), zangeres Dalida (1933-1987), kunstschilder Degas (1834-1917), wetenschapper Foucault (1819-1868), danser Vaslav Nijinsky (1889-1950) en schrijver Alexandre Dumas junior (1824-1895). Oorspronkelijk lag ook schrijver Emile Zola hier begraven, vóór dat zijn stoffelijke resten in 1908 werden verplaatst naar het Panthéon. Émile Zola stierf, onverwacht, in Parijs op 29 september 1902 in zijn woning aan de Rue de Bruxelles door koolmonoxidevergiftiging. Zijn lege graf is nog altijd te bezichtigen in divisie 19

De begraafplaats is 11 hectaren groot en onderverdeeld in 32 divisies. De hoofdingang bevindt zich aan de avenue Rachel. Een viaduct van de drukke rue de Caulaincourt, ooit aangelegd door Baron Haussmann, deelt de dodenakker van Montmartre in tweeën. Ondanks het kabaal van het langsrazend verkeer heerst hier dezelfde rustieke sfeer als op Père Lachaise. Dezelfde dichtheid aan vervallen grafhuisjes en verweerde zerken, omgeven door ruim 750 bomen; hoofdzakelijk esdoorns, evenals een klein aantal cipressen, kastanjebomen, en lindebomen.

Het viaduct van de drukke rue de Caulaincourt, deelt de dodenakker van Montmartre in tweeën

Een van de opvallendste en meest bezochte graven van Cimetière Montmartre is dat van de chansonnièrre Yolande Gigliotti beter bekend als Dalida. Een levensgroot (even)beeld van haar staat op haar graf, met op de achtergrond een grote goudkleurige zon. Ondanks haar successen, meer dan 50 miljoen langspeelplaten verkocht, blijft Dalida een tragisch persoon. Op 3 mei 1987 stond de volgende merkwaardige advertentie in een Franse krant: "Dalida laissera le souvenir d'une femme de cœur généreuse et malheureuse.... Le souvenirs d'une grande artiste qui a marqué la chanson Française". Vrij vertaald: "Dalida zal worden herinnerd als een vrouw met een hart van goud maar diep ongelukkig. Rest ons de herinnering aan een groot artieste die een belangrijke bijdrage leverde aan het Franse chanson". De advertentie was ondertekend door François Mitterrand, Président de la République. Die avond daarvoor werd Dalida, een van de grootste Franse zangeressen, dood gevonden in haar huis aan de Rue d'Orchampt 11bis op Montmartre. Naast haar een kort afscheidsbriefje met de woorden: "Pardonnez-moi, la vie m'est insupportable - Vergeef mij, het leven is voor mij ondraaglijk". Zij stierf als gevolg van een overdosis kalmeringsmiddelen. Het gerucht doet nog steeds de ronde, dat filmster en persoonlijke vriend Alain Delon, haar grafmonument betaald heeft.

Een doorkijkje naar het graf van Yolande Gigliotti, beter bekend als Dalida

Cimetière de Montmartre is heerlijk om de drukte van de grootste toeristenval van Parijs, het schilderspleintje (place du Tertre), te ontvluchten. Geniet hier in deze oase van rust en versteend verdriet, van eeuwenoud cultuurbezit. Dankzij de lage ligging en de hoge muren blijft het straatrumoer buiten. En slenterend langs graftempels en grafzerken, die op zonnige dagen schijnbaar fonkelen in de zon, schrik dan niet van plotseling wegrennende katten, want sinds eeuwen is dit ook hun domein. Zij nestelen zich in de verdorde kransen en vermolmde bidstoelen en worden dagelijks verzorgd door oude vrouwen, die ze voorzien van water en voer. Er bestaat zelfs een speciale website voor de katten van deze bijzondere Parijse dodenakker: Les chats du cimetière Montmartre.

Cat, Chat, Kat; katten al sinds eeuwen de 'bewakers' van de dodenakker

Deze blog dient er niet toe om u te leiden langs alle beroemdheden die hier begraven liggen, maar om u kennis te laten maken met de achttiende-eeuwse visie van de stadsarchitect  Alexande Brongiart. "Dodenakkers worden parkachtige begraafplaatsen met gastvrije natuur, waar men in alle rust lang en intens kan treuren om de overledene. Iedere dode krijgt zijn eigen huisje, steen of kruis waarop staat aangegeven waar en wanneer hij of zij geleefd heeft. De 'moderne' dode moet mooi worden opgeborgen in feeërieke landschapjes te midden van het prachtige groen". Brongiart zelf ligt begraven op Père Lachaise. Dankzij mijn zelf geprint kaartje (klik hier), wat ik vond op de website van het Parijse stadhuis, loop ik langs de statusmonumenten van de voor mij bekende maar ook onbekende 'beroemdheden'. Bij de 32e divisie hoor ik het geluid van spelende schoolkinderen: dood en leven blijken maar moeilijk van elkaar te scheiden.


Wo

Wo wird einst des Wandermüden
 Letzte Ruhestätte sein ?
 Unter Palmen in dem Süden ?
 Unter Linden an dem Rhein ?

 Werd ich wo in einer Wüste
 Eingescharrt von fremder Hand ?
 Oder ruh ich an der Küste
 Eines Meeres in dem Sand ?

 Immerhin ! Mich wird umgeben
 Gotteshimmel, dort wie hier,
 Und als Totenlampen schweben
 Nachts die Sterne über mir.


Where

Where at last will this wandering end
and a quiet place be marked as mine?
Under palms in the Southern sun?
Under lindens on the Rhine?

Will I be laid in a shallow grave
in a wilderness, by strangers’ hands?
Or find my rest near breaking waves
under a long expanse of sand?

It makes no difference. God will wind
his heaven round me there as here,
and like the lanterns of the dead,
at night the stars will hover near.

Heinrich Heine (Cimetière Montmartre divisie 27)


Cimetière Montmartre, avenue Rachel 20, 18e arrondissement, métro: Blanche or Place de Clichy.


Met dank aan Ralf Bodelier. Zijn (reis)gids 'Wandelen over Père Lachaise, Montmartre & Montparnasse' is een fascinerende biografische aanvulling op de geschiedenis van Parijs en Frankrijk vanaf de 18e eeuw tot nu. ISBN 90-389-0414-2

2 opmerkingen:

  1. Prachtige foto's weer, Ferry, vooral die ene natuurlijk, met die zwarte kat en dito steen met de familie Mercat. Niet omdat het allemaal kat/cat is, maar ook om de rake foto zelf, de pose van die kat, en al dat zwart. Prachtig. In één woord. Ik herinner me wel eens over die weg gelopen te hebben met die begraafplaats onder me. Dat moet dus Cimetière Montmartre geweest zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Die foto van Dalida is ook prachtig, zeg!

    BeantwoordenVerwijderen