Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

vrijdag 31 juli 2015

EAU DE PARIS; DE WATERWERKEN VAN PARIJS

Jacques Dutronc schreef er een chanson over; Il est cinq heures, Paris s'éveille. De buik van Parijs, Rungis, is al ruim vijf uur open om de duizenden restaurants, ja u leest het goed, en de even zovele winkels en kruideniers van vooral vers voedsel te voorzien. Elke ochtend, ook op zondag, word je gewekt door de dynamiek van de stad. De schoonmakers in hun gifgroene lichtgevende pakken, ontworpen door de Franse modelegende Pierre Cardin, zijn al druk in de weer. De straten van Parijs worden gereinigd door water uit de riolering langs de goten te laten stromen, gekanaliseerd door strategisch geplaatste hoopjes vodden. Een inventief systeem.... Il est cinq heures, Paris se lève. Il est cinq heures, Je n'ai pas sommeil.

Het stadswapen van Parijs: Fluctat nec mergitur - het schommelt op de golven, maar gaat niet onder - te zien op de muren van het Réservoir de Passy

De waterwerken van Parijs vormen een minder bekende bezienswaardigheid. De eerste open rioolnetwerken in Parijs stammen uit de Middeleeuwen. Het schoonmaken van de poelen en het afvoeren van het afval was een vieze en zware klus, die vooral door galeislaven werd uitgevoerd. Velen legden het loodje door de verstikkende gassen, opstijgend uit de 'rottende' meren in de stad. De stank was vaak ondragelijk. Het is aan Huges Aubriot, provoost onder Karel V (die regeerde van 1322-1328) te danken, dat Parijs zijn eerste gewelfde riool kreeg in de buurt van de Hallen, die vervolgens het afvalwater afvoerde naar de Seine.  In 1789, ruim vier eeuwen later, was er pas 26 kilometer riool terwijl de Parijse bevolking excessief groeide. De gevolgen van de cholera- en de pestepidemie van 1832 noodt het stadsbestuur iets te doen aan de gezondmaking van de watervoorziening. Pas in 1855 kreeg Parijs een coherent systeem voor zowel de drinkwatervoorziening als de afvoer van afvalwater, naar een ontwerp van de Franse ingenieur Eugène Belgrand, die ook wel de grondlegger van het huidige rioleringssysteem wordt benoemd. Van hem kwam ook het idee om een grote buis vanuit de Rive Droite aan te leggen, naar het dorpje Asnières, om zo de als maar vervuilende Seine te ontzien. Het afvalwater werd weer hergebruikt als irrigatie van de landbouwgronden in de voorsteden. Al snel bleken de vloeivelden te klein om het totale aanbod van afvalwater aan te kunnen, vandaar dat men in 1910 in Yvelines een zuiveringsinstallatie bouwde, die tot op de dag van vandaag zorg draagt voor de afvoer van de ingewanden van Parijs.

De ingewanden van Parijs

De ingewanden van Parijs kennen we natuurlijk uit het meesterwerk van Victor Hugo's Les Misérables, dat zich afspeelt voor en tijdens de opstand van 1848 in Parijs. Op een gegeven moment komen de opstandelingen in het nauw en raakt een van hun leiders Marius Pontmercy gewond. De ex-gevangene Jean Valjean neemt hem over zijn schouder en vindt in het riool een veilige schuilplaats. De inspiratie van deze scene zal Victor Hugo gekregen hebben van zijn vriend Brusneseau, die in de 19e eeuw besloot het rioleringssysteem in kaart te brengen. Dat was vóór die tijd namelijk nog nooit gebeurd. De populariteit van de riolen inspireerde meerdere film- en musicalmakers. In 2012 werd Les Misérables opnieuw verfilmd met in de hoofdrollen Hugh Jackman, Russell Crowe, Anne Hathaway en, Amanda Seyfried.

Les Miserables: Filmposter ontworpen door Ignition Print - Courtesy Universal Pictures

Momenteel strekt het netwerk van riolen zich uit over meer dan 2400 kilometer. Elke straat heeft zijn eigen riool. Straten breder dan twintig meter hebben er zelfs twee. Parijs kent ook nog ruim 63.000 'privé-riolen'. De hoogte van de rioolbuizen variëren van 5 meter (hoofdriool) tot  3,8 meter en 2,6 meter (basisriool). Fraaie porseleinen bordjes geven de naam van het riool aan, die overigens overeenkomt met de naam van de straat, boulevard, avenue of plein waaronder het riool loopt. Dagelijks stroomt er 1,8 miljoen kubieke meter aan afval- en regenwater door dit bijzondere buizensysteem. Nog een andere wetenswaardigheid; per dag wordt er in Parijs 359.002 m³ drinkwater verbruikt. (De actuele stand kunt u per dag bekijken op de website van 'Eau de Paris')

Een van de waterpompen van het Réservoir Montsouris

Het is een stad onder een stad met trottoirs, bruggen, kanalen en kades waarover de égoutiers zich verplaatsen. In Parijs werken zo'n 1000 égoutiers, het corps dat toezicht houdt op de riolen.  Zo'n 330 zijn er in dienst bij de gemeente Parijs, de overigen werken in de privé sector. Geen ongevaarlijk werk, vanwege infectierisico's van open wondjes of rattenbeten, gezien de grote kolonie ratten die in de riolen huist. Men schat dat er op elke Parijzenaar (rond de 2,2 miljoen) een tot drie ratten beneden wonen. Een rekensom is nu snel gemaakt. Gemiddeld brengt een égoutier 22 jaar van zijn werkzame leven door onder de grond. Ze gaan dan ook rond hun 52e met pensioen.

Een duif zoekt verkoeling bij een van de 12.000 'bouches de lavage'

Parijs kent al sinds 1860 een gescheiden watersysteem voor drinkbaar en niet-drinkbaar water. Een 1700 kilometer lang netwerk met een dubbel systeem van buizen. Je hoeft maar wat vaker naar de grond te kijken en je ziet stromend water langs de Parijse stoepranden lopen mede dankzij een uiterst ingenieus systeem. Tussen 6 uur 's morgens en 4 uur 's middags worden met een steeksleutel de zogenaamde 'bouche de lavage' opengezet. Vaak gelegen op een hoger punt in de straat en via een opgerold stuk stof of tapijt wordt de waterstroom naar een lager punt geleid. Aan het einde van de straat vangt een ander opgerold stuk stof of tapijt het vuil op en het water verdwijnt weer via de brede opening van een afvoerput richting riool. Straten worden op die manier schoongespoeld, zwerfvuil wordt meegenomen en tevens zorgt het water voor verkoeling. Daar waar de opening dreigt te verstoppen, komen gemeentereinigers in actie, die trouwens ook de stoepen vegen, de waterspuit hanteren én de watertaps open en dicht zetten. Parijs kent zo'n 12.000 'bouches de lavage'. Met het niet drinkbare water, eau non potable, worden ook de parken, publieke tuinen, fonteinen en de ruim 478.000 bomen van water voorzien. Tevens wordt het water van de riviertjes en meren in het Bois de Vincennes en Bois de Boulogne ermee ververst. Per dag verbruikt Parijs 170.000 m³ water om de stad schoon te houden en de planten van water te voorzien.

Hoog boven straatniveau en 55 meter boven de Seine ligt het Réservoir de Passy

Je vraagt je af waar komt al dit water vandaan. Er zijn 5 grote hoofdreservoirs die Parijs voorzien van schoon drinkwater. 3 Liggen er binnen de périphérique; Porte des Lilas (1963), Ménilmontant (1865) en Montsouris (1858 - 1874), en 2 liggen in de voorsteden Saint-Cloud (1891 - 1938) en de Hay-les-Roses (1969). Deze enorme waterreservoirs midden in de stad zijn vaak alleen zichtbaar vanuit de lucht en verborgen achter metershoge muren.  De reservoirs liggen meestal ook ondergronds, bedekt met gras. Vanuit de lucht lijken het dan ook vaak grote gazons of voetbalvelden.

Het Réservoir de Passy is in 1858 aangelegd door Eugène Belgrand

De reservoirs met niet drinkbaar water zijn die van Charonne (1898), Passy, Grenelle (1833 - 1841) en Villejuif (1893 - 1910). Speciaal voor deze blog ging ik op zoek in het 16e arrondissement naar een van de grootste waterreservoirs. Gelegen op de Chaillot heuvel, 55 meter boven het waterniveau van de Seine, ingeklemd tussen de rue Copernic, rue Lauriston, rue Paul Valéry en de avenue Victor Hugo. Le Réservoir de Passy; gebouwd door Eugène Belgrand in 1858 en in gebruik genomen in 1866. Samengesteld uit meerdere ondergrondse gewelfde kamers en drie grote open vijvers die schuil gaan achter indrukwekkende metershoge muren. Totale opslagcapaciteit 57.000 m³. Een smalle poort en een lange trap ontsluiten een heel andere wereld, niet zichtbaar vanaf straatniveau en ik realiseer mij dat Parijs een onzichtbaar ondergronds leven bezit dat even actief is als het bovengrondse en met een gescheiden rioolsysteem was Belgrand zijn tijd ver, ver vooruit.

Parijs kent 409 Wallace fonteinen die de toeristen voorzien van vers drinkwater


Musée des Egouts (de riolering van Parijs), quai d'Orsay 93 / Pont de l'Alma (naast de Seine) 7de arrondissement, métro Alma Marceau. Geopend op maandag, dinsdag, woensdag, zaterdag en zondag: 11.00 uur tot 17.00 uur. Entree € 4,20

Eau de Paris - Pavillon de l'eau, Avenue de Versailles 77, 16e arrondissement, métro Mirabeau. Geopend maandag t/m vrijdag van 10.00 uur tot 18.00 uur - Zaterdag (behalve in de maand augustus) van 11.00 uur - 19.00 uur. Toegang gratis 

Eau de Paris - Drinkwaterbedrijf, rue Neuve Tolbiac 19, 13e arrondissement, métro Bibliothèque François Mitterrand.

1 opmerking:

  1. Reacties van Nederlanders in Frankrijk via de website Nederlanders.Fr

    Reactie van Suzanne
    Ha wat een prachtig interessant verhaal, eigenlijk nooit bij stilgestaan.
    Dank.

    Reactie van Boudewijn Bolderheij
    En dit was weer een echte Ferry !
    Ik heb genoten !

    Reactie van christian-le-bricoleur
    Vergeten bij mijn reactie gisteren:
    Goed stuk, geeft inzicht in een aantal prestaties van ingenieurs.
    Verder zo, Ferry.

    Reactie van Hans R
    Dank, interessant.

    BeantwoordenVerwijderen