Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

maandag 31 maart 2025

DE MAKERS; KUNSTENAAR IN PARIJS.

 

Regelmatig schrijf ik in mijn blog over Nederlanders die wonen en werken in Parijs en op hun manier een bijdrage leveren om de Nederlandse cultuur te promoten in Frankrijk. En met succes! Ik noem ze daarom DE MAKERS. Zij zijn de creatieven, de mensen met ideeën, kunstenaars, dromers, en de durfallen met  verbeelding, energie, ambitie en intuïtie om iets te creëren vanuit het niets. Ze brengen Parijs tot leven. Want wat zijn steden anders dan menselijke ecosystemen – netwerken. Deze blog brengt een deel van het creatieve DNA van Parijs in kaart en beschrijft een stukje van deze dynamische keten, en van mensen die gebouwen, monumenten, tuinen en straten tot leven brengen. 

Ik neem je mee naar een van die Nederlandse stakeholders in het meest opwindende menselijke netwerk van Parijs: Je maakt kennis met een van hen en ontmoet hem/haar als het ware backstage, om zo getuige te zijn van hun werkzame leven. Het mooiste van alles is dat het geen geheim genootschap is. Deze mensen zijn de motoren van enkele van de meest opwindende plaatsen van de stad. Geen cynische imitaties of het resultaat van berekende carrière moves, geen Instagram influencers of concepten uitgevonden door algoritmes; dit zijn mensen van vlees en bloed die een verlengstuk zijn van hun passie en persoonlijkheid.

 

Dit keer in de hoofdrol de Nederlandse beeldend kunstenaar Michèle van de Roer - Foto Ianna Andreadis.


Kunstenaar in Parijs

Dit keer in de hoofdrol Michèle van de Roer, geboren in Delft, een multidisciplinair beeldend kunstenares die schilderkunst, gravures, beeldhouwkunst, fotografie, installaties en video gebruikt. Ze is winnaar van de Fulbright-beurs (Pratt Institute, New York) en verwoordt haar gedachten rondom het begrip ruimte en de perceptie van de natuur. Aanwezig in talrijke particuliere en openbare collecties - het Musée Rodin (Parijs), het Zimmerli Art Museum in de Rutgers University Archives (New Jersey, VS), de Cathy Caraccio Collection, New York, en andere instellingen - waar ze werken hebben verworven voor hun permanente collecties. Benoemd tot ‘artist-in-residence’ bij La Ruche-Seydoux in Parijs, in feite dè artistieke thuisbasis in Montparnasse van kunstenaars als Marc Chagall, Fernand Léger, Chaïm Soutine, Amedeo Modigliani, Constantin Brâncuși en Diego Rivera. Over dit bijzondere gebouw straks meer.


Michèle is ‘artist-in-residence’ bij La Ruche-Seydoux in het 15e arrondissement een overblijfsel van de Wereld Tentoonstelling 1900

 

Als Fulbright-beurswinnaar had je de kans om in New York te werken. Hoe heeft deze ervaring jouw werk en visie beïnvloed? 

In 1982/1983 kreeg ik heel jong de kans om met een Fulbright-beurs mijn onderzoek naar culturele toe-eigening voort te zetten, een onderwerp dat destijds nog niet de populariteit genoot die het nu heeft. Mijn eerste onderzoeksobject was The Cloisters in New York City, wat resulteerde in een ets getiteld "Eva's Magic World". Die werd uitgekozen door een jury en was deel van mijn eerste groepstentoonstelling in New York, Architecture in the Contemporary Print, in Pratt Manhattan Gallery. Werken van Christo en Rauschenberg hingen in diezelfde tentoonstelling.  De naam “Eva’s Magic World” was omdat mijn 4 jaar oude dochter, Eva, mij vergezelde naar New York. Ik was net gescheiden van haar Franse vader dus het was best wel even moeilijk in het begin in NY met een klein kind onder je arm! 

De Fulbright-ervaring opende een compleet nieuwe wereld voor mij en gaf me een ander perspectief op de mensheid. De vroege jaren '80 waren een fascinerende periode om in New York te zijn. De kunstscene bruiste, culturele veranderingen waren voelbaar, en de stad zelf was een levend kunstwerk van contrasten en mogelijkheden.

Deze ervaring heeft niet alleen mijn werk als onderzoeker en kunstenaar verrijkt, maar ook mijn leven als moeder en wereldburger. De Fulbright-beurs gaf me meer dan academische kennis; het gaf me een nieuw inzicht in culturele uitwisseling en de vele manieren waarop we als mensheid verbonden zijn.

Hoewel het dagelijks leven zeker zijn uitdagingen had, werd de kunstenaarsgemeenschap die ik vond, mijn redding. Veel van de kunstenaars en collega's die ik toen ontmoette, zijn tot op de dag van vandaag dierbare vrienden gebleven.

 

Haar prachtige atelier in La ruche


Waarom de keuze voor Parijs en bijvoorbeeld niet voor New York? 

Dit is een vraag die ik mezelf vaak heb gesteld. Ik probeerde de band met New York te onderhouden door er tijdens de zomermaanden naar toe te gaan en te experimenteren met druk-technieken en andere kunst-vormen. 

Maar Parijs was ook een keuze geboren uit verantwoordelijkheid. Ik had mijn dochter en ook al was ik gescheiden van haar Franse vader, ik vond het niet eerlijk om haar van hem te scheiden. De band tussen een kind en beide ouders leek me te belangrijk om te verbreken, zelfs als dat betekende dat ik mijn eigen dromen en ambities moest aanpassen.

Dus Parijs werd mijn basis, mijn thuis. En eerlijk gezegd, ik ben het nu gewend. De stad heeft een eigen artistieke energie die misschien anders is dan die van New York, maar niet minder rijk of inspirerend. Parijs heeft een lange geschiedenis van kunstenaars en intellectuelen, van gemeen-schappen zoals La Ruche, die een unieke voedingsbodem voor creativiteit vormen.

Misschien is het juist die balans tussen mijn persoonlijke verantwoordelijkheden en mijn artistieke ambities die mijn werk heeft gevormd. De zomers in New York gaven me nieuwe perspectieven en technieken, terwijl het dagelijks leven in Parijs me een andere vorm van stabiliteit en inspiratie bood. 


La Ruche heeft een rijke geschiedenis als ontmoetingsplek voor iconische kunstenaars. Hoe heeft de geschiedenis van deze plek, met zijn verbondenheid aan grote namen als Chagall en Léger, jouw eigen werk beïnvloed? 

De artistieke gemeenschap van La Ruche, met haar rijke en beroemde geschiedenis, heeft mij hoogst waarschijnlijk onbewust beïnvloed. Wanneer je het complex betreedt, voel je een bijna tastbare ervaring van tijdloosheid - alsof je een wereld van een eeuw geleden binnenstapt, waar Chagall nog steeds zou kunnen rondhangen.

La Ruche, met haar bijenkorf structuur en rijk artistiek erfgoed, draagt een onzichtbare wereld van vibraties en energie met zich mee die moeilijk in woorden te vatten is, maar die onmiskenbaar aanwezig is voor degenen die er gevoelig voor zijn. De "onzichtbare wereld" waar ik naar verwijs - het gevoel van continuïteit met het verleden en de aanwezigheid van creatieve geesten die er eerder werkten - kan zich misschien manifesteren in subtiele aspecten van mijn werk. Ik voel mij volkomen verbonden met deze plek; alsof het “my second skin” is. (sorry even in het Engels) en mijn “destiny”.



De artistieke gemeenschap van La Ruche, met haar rijke en beroemde geschiedenis, heeft mij hoogst waarschijnlijk onbewust beïnvloed

 

Wat waren de belangrijkste lessen of inspiratiebronnen die je hebt opgedaan als ‘artist-in-residence’ bij La Ruche? 

Dat het een experiment op zich is om in zo een kleine community te werken en af en toe ook hier te slapen. Behalve andere artiesten in la Ruche die ook nacht uilen zijn, is er duidelijk een band tussen alle mensen die hier artiest zijn. Er heerst een goede sfeer. Heel internationaal, bijna een kleine planeet. Ik noem deze plek ook “La Planète Ruche” en heb voor de grap zelfs mijn naam veranderd in e-mails die we elkaar sturen in deze communauteit, naar “Michèle van de Ruche”, wat iedereen aan het lachen maakt!

Wat ook interessant is dat als één van de artiesten van buitenaf negatief wordt bejegend door wie of wat dan ook, dan komt de hele bijenkorf groep in actie. Het is echt bondgenootschap!


Heeft de aanwezigheid van andere kunstenaars in La Ruche invloed gehad op jouw eigen werk? 

Absoluut. Want je ziet elkaar, praat met elkaar en ziet ook werk van anderen of hun technieken. Maar we hebben allemaal onze eigen stijl. Het is natuurlijk een dynamiek.

 

Heb jij samenwerkingsprojecten gehad of inzichten opgedaan door het uitwisselen van ideeën met andere residenten? 

We hebben vaak een tentoonstelling samen met diverse artiesten van de La Ruche en één keer per jaar een grote groeps-tentoonstelling en natuurlijk praten we vaak met elkaar vooral over kunst! We hebben hier ook de vroegere directeur van de l’Opéra van Parijs, Nicky Rieti. Hij is een ongelofelijke interessante persoonlijkheid en helpt ons vanuit zijn expertise bij het inrichten van diverse tentoonstellingen.  We organiseren ook regelmatig solo-tentoonstellingen. 

Note: Van 3 tot en met 13 april 2025 ‘Mind Scapes’. Michèle van de Roer heeft drie vrouwelijke artiesten uitgenodigd voor deze tentoonstelling; Sarah Plimpton, Janet Bruce en Gail Rodney die plaats vindt in de Fondation La Ruche-Seydoux, Passage de Dantzig 2, in het 15e arrondissement. Openingstijden van 14.30 uur tot 19.00 uur.

 

 'Mind Scapes' haar expositie in La ruche van 3 tot en met 13 april 2025


La Ruche heeft altijd kunstenaars uit verschillende hoeken van de wereld aangetrokken. Hoe zou je de artistieke gemeenschap daar nu vergelijken met de gemeenschap die in het begin van de 20e eeuw in La Ruche werkte? 

Alfred Boucher's visie was om een “ideaal kunstenaarsdorp” te bouwen - een plek waar kunstenaars betaalbaar konden wonen en werken in een omgeving die creativiteit stimuleerde. Deze kerngedachte is in een paar opzichten bewaard gebleven. La Ruche functioneert nog steeds als een gemeenschap waar kunstenaars kunnen werken in een omgeving,  maar niet zozeer afgezonderd van de commerciële druk van de kunstmarkt. En de condities zijn veranderd. Je kunt er niet meer echt wonen.



La Ruche, de bijenkorf verscholen in het 14e arrondissement
 

De fysieke structuur - het iconische bijenkorf gebouw - staat er nog steeds, wat een directe fysieke verbinding met het verleden biedt.

Echter, de context waarin La Ruche bestaat is drastisch veranderd. De vroege 20e-eeuwse La Ruche huisvestte immigranten-kunstenaars zoals Chagall, Soutine en Modigliani in een tijd van enorme artistieke revolutie. Ze werkten vaak in extreme armoede, maar te midden van een ongekende creatieve explosie. Montparnasse was toen het epicentrum van de avant-garde. 

De hedendaagse La Ruche opereert in een volledig andere kunstwereld. De kunstmarkt is nu geglobaliseerd, gedigitaliseerd en sterk gecommercialiseerd. De Foundation moet nu actief werken aan het behoud van Boucher's visie in een Parijs dat veel duurder is geworden en waar ruimte voor kunstenaars steeds schaarser wordt.

 


Mijn atelier is mijn laboratorium - Foto Ianna Andreadis.


In andere opzichten is er nog niks veranderd want deze artistieke gemeenschap die uit vele nationaliteiten bestaat (Syrië, Irak, Griekenland, Iran, Duitsland, Amerika, om maar een paar voorbeelden te geven) heeft nog steeds de behoefte om rustig te kunnen werken en is een beetje verscholen in die grote tuin en achter deuren.  Ook vormen wij een exceptionele community die niet makkelijk ergens anders te vinden is. Zeer oude kunstenaars van 98 die hier geboren zijn, lopen tussen hele jonge kunstenaars rond en dat geeft een bijzondere sfeer. Je verveelt je hier nooit. 

 

Heeft het je aangemoedigd om nieuwe media of technieken te verkennen die je voorheen misschien niet had overwogen? 

Absoluut ja. Mijn atelier is meer een laboratorium waar ik, “de knutselaar”, experimenteer met vele verschillende materialen, picturale technieken van de Primitifs Flamands of van Vermeer (oude meesters) of een etsplaat die ik met een vork bewerk of hout met spijkers erop of foto’s op hout afgedrukt of gewoon een schilderij /doek af en toe. En het leren van ceramiek maken.

 

Sfeerbeeld van haar atelier met eigen werk

 

Waar hoop jij dat jouw werk in de komende jaren heen evolueert? Zijn er nieuwe thema’s of ideeën die je in de toekomst wilt onderzoeken? 

Artistieke vrijheid vind ik essentieel. Het stelt me in staat om regelmatig van onderwerp te veranderen (nieuwe thema’s) waardoor de visuele resultaten zo verschillend zijn dat sommige mensen niet eens herkennen dat deze beelden door een dezelfde kunstenaar zijn gemaakt. 

Ik geloof dat we tegenwoordig meer dan ooit worden gebombardeerd met beelden uit de buitenwereld. Als hedendaags kunstenaar voel ik dat ik eigenlijk vaak de talloze beelden vertaal die ik ontvang, verwerk en vervolgens probeer te visualiseren. Net alsof ik zelf de media of de tolk ben en van mijzelf.  En natuurlijk is het fijn als mensen mijn werk interessant vinden of er zich mee verbonden voelen. En het is ook belangrijk als galeries en instituties je volgen waarmee je iets mee kunt opbouwen.

 

Hoe zie je de rol van kunst in de maatschappij vandaag de dag? 

Veelzijdig en steeds evoluerend, maar ik zie enkele essentiële functies: Ik denk dat kunstenaars functioneren als culturele spiegels die de maatschappij met zichzelf confronteert. Ze reflecteren onze collectieve zorgen, vreugdes, angsten en hoop. In een tijd van overweldigende informatiestromen, zoals ik al eerder schreef, vertalen kunstenaars deze input naar werken die ons helpen de wereld te begrijpen of te verdragen.



Kunstenaars zijn ook vaak pioniers in het uitdagen van bestaande structuren en normen. Ze stellen vragen die anderen misschien vermijden, en onderzoeken onderwerpen zoals culturele toe-eigening, kwesties die belangrijk zijn maar vaak ongemakkelijk of complex.

De hedendaagse kunstenaar heeft ook de taak om verbindingen te leggen tussen verschillende tijdperken, culturen en perspectieven. Zoals mijn ervaring in La Ruche aantoont, staat kunst nooit op zichzelf maar is altijd in dialoog met het verleden, heden en de toekomst.

Een andere cruciale rol is die van vernieuwer. Kunstenaars experimenteren met nieuwe technieken, materialen en concepten, waardoor ze ons voorstellingsvermogen verruimen en mogelijkheden openen die we anders niet hadden gezien.

Tenslotte geloof ik dat kunstenaars een essentiële menselijke functie vervullen: ze creëren ruimtes voor contemplatie, emotie en betekenis in een wereld die steeds mechanischer en gecommercialiseerder wordt. Ze herinneren ons eraan dat er waarde zit in het maken van werk dat niet per se verkoopt, maar dat resonantie vindt in de menselijke geest.

 


 

Jij hebt als beeldend kunstenaar een indrukwekkend CV, Waarom jouw keuze om ook nog een lid te worden van het Atelier Néerlandais? 

Dank je wel voor dit compliment. Mijn CV is door de tijd heen zo gegroeid. Het Atelier Néerlandais is een institutie met dynamische mensen -een goed team- die het beheren en die vele creatieve events organiseren, dus ik vind het fijn om lid te zijn bij hen want het is een heel actief en interessant ontmoetingspunt in Parijs zeker als Nederlandstalige kunstenaar!


La Ruche; een geboorte onder het teken van filantropie

De verscholen ingang van La Ruche met de kariatiden afkomstig van het Indonesische paviljoen




Aan het begin van de 20e eeuw was de wijk Vaugirard in Parijs, in het 15e arrondissement, een vuile, verarmde wijk met ellendige leefomstandigheden. De stank van bloed, afkomstig van de nabijgelegen slachthuizen, hing in de lucht en er was weinig respijt voor het klagelijk geloei van het vee overdag, of de dronken plunderingen van ‘les tueurs’, de moordenaars die in de slachthuizen werkten en die 's nachts de buurt terroriseerden.



Rond de rotonde liet Alfred Boucher kleine werkplaatsen bouwen

Het was aan het einde van de 19e eeuw, in 1895, dat het idee voor een werkplek voor jonge, berooide kunstenaars ontstond in het hoofd van de beeldhouwer Alfred Boucher. Ondanks zijn eigen moeilijke start wilde hij beginnende kunstenaars een plek bieden waar ze konden floreren en inspiratie konden opdoen in een gemeenschap, zonder dat zij zich zorgen hoefden te maken over praktische en financiële aspecten. Boucher, de man die de eerste leermeester was van Camille Claudel, begon met de aankoop van een enorm stuk land van 4.033 m² in het 15e arrondissement van Parijs. Vervolgens recupereerde hij elementen van de Wereldtentoonstelling van 1900, waaronder de toegangspoort tot het ‘Palais des Femmes’, het wijnpaviljoen van de Gironde, ontworpen door Gustave Eiffel en de kariatiden van het Indonesische paviljoen.


Kleine werkplaatsen opgebouwd uit losse onderdelen en omringd door tuinen. Een theater met 300 zitplaatsen ‘La Ruche des Arts’ en een tentoonstellingsruimte ‘Le Salon de la Ruche’ maakten het geheel compleet. Voor de kleine wigvormige studio's die uitstraalden van de centrale trap werd een peperkorrelhuur gerekend. 

Deze studio's werden door hun bewoners 'doodskisten' genoemd, waarvan de meesten zich de bescheiden huur nauwelijks konden veroorloven en vaak geholpen moesten worden door de vriendelijke conciërge, Madame Segondet. De meesten van hen waren buitenlanders , of météques zoals de Parijzenaars hen minachtend noemden: Russen, Polen, Spanjaarden, Italianen en Duitsers. 

La Ruche werd een toevluchtsoord voor Joodse emigranten die aan vervolging door de politie en de pogroms — bloedbaden in de Russische getto 's — wisten te ontkomen. Als ze honger hadden liepen velen naar de gaarkeuken van de kunstenaar Marie Vassilieff aan de Chemin du Montparnasse.

Beeldhouwers en schilders kwamen uit heel Europa. Sommigen waren Frans, bijvoorbeeld Fernand Léger; de meesten waren echter migranten uit Oost-Europa, bijvoorbeeld Ossip Zadkine, Marc Chagall, Jacques Lipchitz, Pinchus Kremegne. In 1906 verruilde Pablo Picasso Montmartre voor La Ruche. In 1908, het jaar dat het kubisme begon,  verhuisde Fernand Léger  naar La Ruche en daar bevond hij zich al snel in het centrum van de avant-garde kunstkringen. Léger leerde al snel de kunstenaars Robert Delaunay, Chaim Soutine, Henri Laurens en de dichters Guillaume Apollinaire en Max Jacob kennen. Ook Amadeo Modigliani bezocht La Ruche regelmatig. Andere grote legendes van La Ruche zijn Joë Bousquet, styliste Jeanne Lanvin die uitgroeide tot een van de belangrijkste modeontwerpsters van Frankrijk. Zij allen droegen bij tot wat nu wordt beschouwd als een instituut van creativiteit en moderniteit. Marc Chagall zei ooit; “La Ruche, of je sterft er of je wordt er beroemd”.

 

De tuin is een klein museum van beeldende kunst




Na de Eerste Wereldoorlog is Alfred Boucher niet meer succesvol en is er geen geld meer om La Ruche te ondersteunen, dat in grote problemen verkeert. Alfred Boucher sterft in 1934 en wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, verzet La Ruche zich, hoewel gammel en vecht het tegen de nazi-bezetting. Eind jaren 60 verkeert La Ruche in zo'n vervallen staat dat de erfgenamen van Alfred Boucher besluiten het te verkopen. Vastgoedontwikkelaars liggen op de loer. De bewoners richtten een verdedigingscommissie op. Intellectuelen en kunstenaars waaronder Jean-Paul Sartre, Jean Renoir, Gisèle Halami, René Char, Marc Chagall, Sonia Delaunay mobiliseren André Malreaux, destijds minister van Cultuur die de verkoop blokkeerde om zo La Ruche te kunnen behouden. Om de nodige fondsen te werven werd een veiling georganiseerd en vooral de familie René en Geneviève Seydoux-Schlumberger, die haar fortuin verdiende in de olie en later in de filmindustrie, stak er in 1971 geld in. La Ruche staat sinds 1972 op de lijst van historische monumenten.



 



La Ruche is, net als Bateau-Lavoir in Montmartre, een van de beroemdste kunstenaarsplaatsen van Parijs. Honderddertien jaar na de opening  verwelkomt dit complex van ateliers, gelegen op een steenworp afstand van de wijk Montparnasse, nog steeds kunstenaars van over de hele wereld. De plek ligt verborgen achter een hoge toegangspoort bedekt met klimop en bezoeken zijn niet toegestaan. Echter voor uw blogger werd een uitzondering gemaakt.





maandag 24 maart 2025

WERELDSE STRAATKUNST EXPO 150


Of het nu op de muren van de straten van Parijs is of daarbuiten, straatkunst trekt massa’s mensen aan in de Lichtstad. En wat zou je ervan zeggen als urban art en de geest van een beroemd cabaret elkaar zouden kruisen in de hoofdstad?




Op dit moment, tot en met eind maart 2025, doet de enorme gratis tentoonstelling Expo 150 het Cabaret du Chat Noir herleven. Dit legendarische cabaret werd opgericht in 1881, onder invloed van Rodolphe Salis. Met de opening van Le Chat Noir zorgde Rodolphe Salis voor een revolutie in de Parijse kunstscene. Een plek waar visionaire kunstenaars en vrije geesten samenkwamen en Montmartre uitgroeide tot wereldhoofdstad van de Bohemen. Gebaseerd op de Salon des Refusés van 1863 , waar schilders als Édouard Manet de officiële conventies van het Palais de l'Industrie trotseerden door een alternatieve tentoonstelling aan te bieden.



350 kunstenaars weken mee aan de expositie Expo 150 - Cabaret du Chat Noir
 

Ruim 140 jaar later wordt de ziel van dit legendarische Parijse cabaret, dat ooit letterlijk een revolutie betekende voor de Parijse artistieke scène, weer tot leven gebracht, in het hart van een ongebruikelijke locatie. Het decor voor deze monumentale tentoonstelling? Een oude telefooncentrale! En hier, op bijna 3.000 m2, kruisen 350 stadskunstenaars hun penselen en spuitbussen. Op de muren, van vloer tot plafond zijn tags, stencils, graffiti, sculpturen, trompe-l’oeil, collages en andere XXL installaties van kunstenaars uit de Franse stadsscene naast elkaar te bewonderen. 




Op de rand van het 9e en 10e arrondissement, op nummer 17 van de rue du Faubourg-Poissonnière, krijgen kunstliefhebbers en nieuwsgierigen alle tijd kennis te maken met muurschilderingen van onder andere Dawai, stencils van Heartcraft, graffiti van Les Murs ont des Oreilles, de abstracte lijnen van Jordane Saget, Lady K; een sleutelfiguur in vrouwelijke graffiti in Frankrijk, of het oog van CyKlop, suggestief minimalisme van Little Luxuries, om er maar een paar te noemen. Hun werk wordt vergezeld door dat van meer dan 300 collega-kunstenaars, elk met zijn of haar eigen artistieke universum.

 

In deze blog een willekeurige selectie van diverse Street art kunstenaars die exposeren tijdens de Expo 150




























Dit alles is het resultaat van ‘L’EXPO DES 150’. Een uniek evenement in Parijs dat een uitzonderlijk aantal street art kunstenaars samenbrengt op één plek. Achter de muren van een uniek complex, een verlaten telefooncentrale. Een interessant voorbeeld van industriële architectuur ontworpen aan het begin van de vorige eeuw. Ontworpen door architect François Le Coeur en gebouwd tussen 1911 en 1914. Het gebouw is gebouwd van gewapend beton en bekleed met rode baksteen. Op de muur zijn verschillende decoratieve elementen aangebracht die de uniformiteit van de bakstenen doorbreken; een grote smeedijzeren klok van de beeldhouwer en ijzerbewerker Szabo, versierd met tekens van de dierenriem, en golvend smeedijzeren roosters voor de ramen. De portiek is voorzien van een ovale koepel van glazen plaveisel, versierd met geel en blauw mozaïek, die weer herhaald wordt op de kroonlijsten van het gebouw. De gevel is sinds 26 mei 1990 aangemerkt als historisch monument.

 

De verlaten telefooncentrale, een rijksmonument, en ingang naar de Expo 150


Op de bijzondere gevel een grote smeedijzeren klok van de beeldhouwer en ijzerbewerker Szabo


De l’Expo des 150 – Cabaret du Chat Noir is nog te zien tot en met zondag 30 maart 2025, Elke dag van 10.00 uur tot 21.00 uur. Geheel gratis na registratie op de website. Klinkt als een goede deal toch?




dinsdag 18 maart 2025

HET ANDERE PARIJS

 

La rue n'ést pas une fatalité

Leur vie devait-elle s'achever là

 

De straat is geen noodlot

Hun leven moest daar ten einde lopen

 

In de kolom kennismaking naast mijn wekelijkse blog komt de volgende zinsnede voor: 'Mijn blogs bevatten de observaties van een nieuwsgierige reiziger die het Parijs van de Parijzenaars wil leren kennen en steeds op zoek gaat naar de couleur locale'. Die couleur locale heeft helaas ook een lelijke kant; de honderden sterfgevallen onder de daklozen van Parijs. 

Jarenlang hoorden zij bij het geromantiseerde beeld van Parijs. Vastgelegd door bekende fotografen als Eugène Atget, Brassaï en Robert Doisneau. In de jaren dertig telde Parijs al zo'n twaalfduizend 'vagabonds', de eveneens geromantiseerde benaming voor clochards. Balzac noemde ze 'Peau de Chagrin', Atget sprak over Chiffonnier (lompenboeren), het Parijse stadsbestuur heeft een officiële benaming: S.D.F. 'Sans Domicile Fixe' of zoals wij zeggen; 'zonder woon- en verblijfplaats', de daklozen. Clochards zijn onlosmakelijk verbonden met het beeld van Parijs. Een roman of film over de stad is niet compleet als er niet ergens een clochard  in figureert. En in het straatbeeld zijn ze net zo talrijk als de monumenten. Parijs hoort bij de clochards net zoals de clochards horen bij het Parijse straatbeeld.

 

'Sans Domicile Fixe' of zoals wij zeggen; 'zonder woon- en verblijfplaats'


De clochards zijn de bezitlozen, de armsten der armen. In de jaren dertig beschouwden de clochards het clochard zijn, als een beroep. Het verhaal doet nog steeds hardnekkig de ronde, dat vele clochards vrijwillig gekozen hebben voor dit bestaan. Weggevlucht uit de zware last van het dagelijkse bestaan. Een echte clochard is trots en staat op zijn vrijheid. Het hoort bij zijn levensopvatting dat hij niet gebonden wil zijn en geen verplichtingen erkent. De clochards hebben maar weinig nodig om van te leven. Ze struinen de markten af, waar ze genoegen nemen met het restafval. Van de weinige euro's die zij bij elkaar bedelen 'kopen' ze alcohol. Vaak rode wijn, want wijn voedt.  Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar. 


Het geromantiseerde beeld van de clochard is voor altijd verdwenen

 

Toch, in de vele boeken over Parijs die ik in mijn bezit heb, wordt nauwelijks of geen aandacht besteed deze 'Sans Domicille Fixe'. Parijs kent ongeveer 3500 daklozen. Steeds meer mensen komen door schulden op straat te staan. En een welvarende stad als Parijs trekt ook veel professionele bedelaars aan uit het Oostblok. Je vindt de hele samenleving op straat: Zigeunerfamilies, losgeslagen jongeren, gescheiden mannen, alcoholisten, vluchtelingen, psychiatrische gevallen en ook steeds meer vrouwen.


Loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat

 

Een keer per jaar worden in Parijs alle 'straatdoden' van Frankrijk plechtig herdacht door het 'Collectief Les Morts de la Rue' onder leiding van de Fransman Christophe Louis. Zijn collectief, opgericht in 2002, bestaande uit 150 vrijwilligers, voert actie voor daklozen, maar bekommert zich vooral om hen na hun dood. Dan wordt de begrafenis georganiseerd en nabestaanden worden opgezocht. De gemiddelde leeftijd van een straatdode is 48,8 jaar (2023) 

Vorig jaar (2024) stierven in Frankrijk meer dan 800 daklozen op straat. Om precies te zijn 826 daklozen of mensen die in een dergelijke situatie terecht zijn gekomen, waarvan maar liefst 42,4 % in de regio Parijs. Nog nooit eerder had de vereniging zoveel aanmeldingen geregistreerd. In 2023 waren dat er 735 mensen en dit was al een sterke stijging ten opzichte van de voorgaande jaren: 623 sterfgevallen in 2021 en 638 in 2022.


Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar

 

Het hoofdkantoor van het Collectif Les Morts de la Rue bevindt zich in het 19e arrondissement aan de rue Léon Giraud 5. Door hier te klikken komt u rechtstreeks op hun website als u een donatie zou willen doen.

Ook de Parijse RATP toont veel compassie voor “haar” clochards. Het Parijse vervoersbedrijf heeft speciale ordebewakers in dienst die ’s nachts de metrogangen afstruinen om de clochards, die zich hebben laten insluiten, na middernacht uit de metro te verwijderen. Deze nachtploegen, zogenaamde 'Outreach' teams, gaan met zaklantaarns de gangen in, nemen koffie, broodjes en sigaretten mee om het contact met de clochards te vergemakkelijken. Ze worden aangesproken met “mijnheer” en “u” en begeleid naar een gratis bus van de RATP, die ze vervolgens naar een opvanghuis brengt. Vorig jaar transporteerden de RATP medewerkers in totaal ruim 35.000 daklozen uit de metrogangen naar de opvangvoorzieningen.


Vorig jaar transporteerden de RATP medewerkers in totaal ruim 35.000 daklozen uit de metrogangen naar de opvangvoorzieningen 

 

Serge

Onwillekeurig moet ik terug denken aan mijn blog die ik 24 juli 2014 schreef over een van de clochards die ik vaak tegenkwam bij mijn bezoeken aan Parijs. Ik noemde hem Serge en dat kwam omdat hij zo leek op Serge Gainsbourg. Gekleed in een vale, versleten regenjas. De kraag hoog opgetrokken en in de ene hand altijd een peuk en in de andere hand steevast een blikje bier. Hooguit achter in de dertig, maar met zijn verlopen gezicht leek hij eerder de vijftig gepasseerd. Soms luid aan het zingen dan weer druk met zichzelf in gesprek. Toujour;  “bonjour” bij het passeren van voorbijgangers. Schijnbaar had hij niets meer nodig dan zijn kartonnen dozen, plastic boodschappentassen en een vriendelijk woord. Hij was er altijd, weer of geen weer, als ik mij weer eens nestelde voor de lunch op een van de terrassen, onder de arcades van de place des Vosges.

 

Serge


Was..., want Serge is niet meer. Eigenwijs als hij was weigerde hij afgelopen winter zijn vaste stek te verlaten om de nacht door te brengen in een opvangvoorziening. De oude slaapzak en de valse veiligheid van alcohol boden geen bescherming tegen de ijskoude nacht. Hij heeft daar zelfs twee dagen gelegen voordat iemand door had dat Serge toch echt niet sliep. De tol van eenzaamheid. Anoniem en waarschijnlijk zal niemand hem missen. Of toch wel, want bij het lopen langs zijn vaste stek mompel ik;  “au revoir mon amis”.

 

Op YouTube zoek ik nog even naar de woorden van Guus Meeuwis; 'Op straat':

 

Zie je daar die oude man

graaiend in een vuilnisbak

zoekend naar iets bruikbaars voor in zijn oude plasticzak

net iets te veel meegemaakt

waardoor die dakloos is geraakt

praat in zichzelf

over hoe het vroeger was

 

en dan zeg jij

dat je eenzaam bent

omdat het even tegen zit

loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat

dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat



 De straat is geen noodlot - Hun leven moest daar ten einde lopen

zie je daar dat meisje

ze is net zeventien

en heeft nu al zo'n 10 jaar haar ouders niet gezien

muurtje om zich heen gebouwd

omdat ze niemand meer vertrouwt

vraag je haar wat liefde is

dan noemt ze jou de prijs

 

en dan zeg jij,

dat je eenzaam bent .

omdat het even tegen zit,

loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat

dan zul je zien dat het met jouw zo slecht niet gaat



 De clochards zijn de bezitlozen, de armsten der armen

zie je daar die oude vrouw

die rustig voor de regen schuilt

deze bui is minder

dan de tranen die ze heeft gehuild

die vroeger een gezin bezat

maar later klap op klap gehad

nu sjouwt ze haar verleden

in een zelf gemaakte tas

 

en dan zeg jij

dat je eenzaam bent

omdat het even tegen zit

loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat

dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat

 

Het enige wat soelaas biedt is de warmte van de metro


zie je daar die jonge man

hij is bijna al zijn tanden kwijt

hij beet zich stuk op het vergif van deze tijd

elk uur een marteling

altijd zoekend naar een ding

kruipt eens per dag door het oog van de naald

en dan zeg jij

dat je eenzaam bent

omdat het even tegen zit

loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat

dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat


 

Collectief Morts de la Rue kun je telefonisch bereiken voor een donatie onder telefoonnummer 00 31 1 42 45 08 01 maar je kunt ook geld overmaken naar 'Collectif Les Morts de la Rue'.