Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

zondag 8 december 2019

DE SCHADUWZIJDE VAN PARIJS


Inderdaad, deze stad, vaak geroemd als de mooiste stad van de wereld, kent ook zijn schaduwzijde. Het begint al als je de A1 richting Parijs neemt en je rijdt de boulevard Périphérique op vlak voor Porte de la Chapelle. Links en rechts geplakt tegen de viaducten schamele hutten, tenten, eigenlijk complete kleine sloppenwijken die je vaak ziet bij grote steden in het Verre Oosten of Midden Amerika. In en rond Parijs liggen er zo'n 120. Daar wonen 7000 tot 9000 mensen. Dit blijkt uit cijfers die NOS correspondent Frank Renout onlangs verzamelde Ze staan op een oude spoorbaan: honderden krotten van planken en plastic zeilen. Honderden migranten met kleine tentjes. Ze zijn gebouwd langs de snelweg: bijna een kilometer aan krotjes, waar kinderen spelen langs voorbijrazende auto's.

Terwijl de auto's voorbij razen vindt een migrant de rust om te schrijven

Begin deze maand werd aan de noordrand van de stad zo'n kamp ontruimd. De politie kwam en verwijderde honderden tenten van het trottoir en uit de berm. De 2700 migranten die er woonden, werden naar een tijdelijk opvangadres gebracht. Nu, drie weken later, zijn zo'n 500 migranten terug, precies op dezelfde plek. President Emmanuel Macron beloofde in juli 2017 dat hij aan die situatie een einde wil maken. "Vóór het eind van het jaar (2017) slaapt niemand meer op straat of in bossen", zei hij. "Overal komt noodopvang”. Volgens hulporganisaties en ook burgemeester Anne Hidalgo is de situatie onhoudbaar. Maar plannen voor een concrete en structurele oplossing zijn er nog steeds niet.

Alles wordt in stelling gebracht voor een beschut plekje tijdens de nacht

Hing aan de Parijse clochard vroeger nog een zweem van romantiek, hoe onterecht ook, vandaag de dag is de Parijse clochard gemondialiseerd. Meer dan de helft, zo’n 56%, komt uit het buitenland. Vroeger waren het arme sloebers afkomstig uit Bretagne of uit Auvergne maar nu zijn het vooral migranten uit Oost-Europa, Afghanistan, Soudan, Irak, Eritrea en Ethiopië. Parijs telt tien- tot vijftienduizend mensen zonder vaste woon- en verblijfplaats. Deze Sans Domicille Fixe, kortweg SDF, bevinden zich vooral in de binnenstad. ’s Nachts trekken ze zich terug naar de vele krottenwijken. Overdag trekken ze de stad in om te bedelen bij supermarkten, de boulangerie, onder een geldautomaat of bij de ingangen of de gangen van de metro. Sommigen maken vriendelijk een praatje, anderen kijken stil voor zich uit met een bekertje of een omgekeerde pet voor zich en een bordje “J’ai Faim”, ik heb honger.

Parijs telt zo'n tien- tot vijftienduizend mensen zonder vaste woon- en verblijfplaats

Dan zijn er ook nog de professionele bedelaars, vaak Roma’s die overdag in Mercedessen over de stad worden verspreid. Vrouwen, jong en oud,  met slapende, vaak gedrogeerde, kinderen. Zij worden weer geposteerd bij de ingangen van kerken en in de diverse metrostations meestal met een bord “Famille Syrienne”. Maar ook bij de toegangsweg bij porte de la Chapelle. Tussentijds worden ze door mannen voorzien van eten en drinken om later op de dag weer te worden opgehaald en vervoerd naar de boulevard Ney in het 18e arrondissement. Deze sloppenwijk is niet zichtbaar vanaf de weg maar is gebouwd langs een lager liggend, sinds 1934, ongebruikt traject van de Petite Ceinture. Als er geen dikke rookpluimen opstegen vanuit het ongebruikte treinspoor zou je nooit weten dat hier een van de grootste krottenwijken schuil gaat van de Franse Hoofdstad. Veel bewoners zijn Roma afkomstig uit het zuiden van Roemenië of uit Boekarest.

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen van de Parijse burgemeester Anne Hidalgo kampt Parijs met een groot tekort aan opvangplaatsen voor daklozen

In de jaren dertig beschouwden de clochards het clochard zijn, als een beroep. Het verhaal doet nog steeds hardnekkig de ronde dat vele clochards vrijwillig gekozen hebben voor dit bestaan. Weggevlucht uit de zware last van het dagelijkse bestaan. Een echte clochard is trots en staat op zijn vrijheid. Het hoort bij zijn levensopvatting dat hij niet gebonden wil zijn en geen verplichtingen wil. De clochards hebben maar weinig nodig om van te leven. Ze struinen de markten af waar ze genoegen nemen met het restafval. Van de weinige euro's die zij bij elkaar bedelen 'kopen' ze alcohol. Vaak rode wijn, want wijn voedt.  Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar. Een clochard zei eens tegen mij op de vraag, “heb je een probleem met alcohol?” “Nee, ik heb een probleem zonder alcohol!” Zo gauw het avond wordt zie je een komen en gaan van gekaapte winkelwagentjes, oude kinderwagens en worden posities ingenomen in portieken van winkels, bus huisjes en zelfs telefooncellen. 's Winters als het koud is liggen ze op straat op de roosters van de metro.

Volgens hulporganisaties en ook burgemeester Anne Hidalgo is de situatie onhoudbaar

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen van de Parijse burgemeester Anne Hidalgo kampt Parijs met een groot tekort aan opvangplaatsen voor daklozen. Er is hooguit opvang voor 4500 personen en daarmee heeft nog niet eens de helft onderdak. Parijs legt veel interesse aan de dag voor het daklozenvraagstuk. Maar die compassie strekt zich niet uit  naar de andere categorieën, zoals bedelende zigeuners of ontheemde illegalen. Ook notoire harddrugverslaafden, die eveneens rondzwerven en in een deplorabele toestand verkeren, worden uitdrukkelijk niet aangemerkt als daklozen. Zij worden weer opgevangen door vrijwilligers van het ‘Secours Catholique’, de 'Samu Social', of de liefdadigheidsinstelling Abbé Pierre. Dit jaar stierven er, tot en met november, 222 mensen op straat in Parijs. De medemenselijkheid in Parijs is mede door de migrantencrisis verhard.

'Het is niet alleen de regen die dodelijk kan zijn'; liefdadigheidsinstellingen vragen aandacht voor de vele daklozen in de stad

In de kolom kennismaking naast mijn wekelijkse blog komt de volgende zinsnede voor: 'Mijn blogs bevatten de observaties van een nieuwsgierige reiziger die het Parijs van de Parijzenaars wil leren kennen en steeds op zoek gaat naar de couleur locale'. Die couleur locale heeft helaas ook een lelijke kant; de honderden sterfgevallen onder de daklozen van Parijs.

Er is hooguit opvang voor 4500 personen en daarmee heeft nog niet eens de helft onderdak

Collectif Les Morts de la Rue
Een keer per jaar worden in Parijs alle 'straatdoden' van Frankrijk plechtig herdacht door het 'Collectief Les Morts de la Rue' onder leiding van de Fransman Christophe Louis. Zijn collectief, opgericht in 2002, bestaande uit 150 vrijwilligers, voert actie voor daklozen, maar bekommert zich vooral om hen na hun dood. Dan wordt de begrafenis georganiseerd en nabestaanden worden opgezocht. "Toen we begonnen lag de gemiddelde leeftijd van een straatdode op 49 jaar", vertelt Christophe Louis in een interview aan Le Figaro. "Dat is nu nog steeds onveranderd terwijl de gemiddelde levensverwachting in Frankrijk 80 jaar is.

Notoire harddrugverslaafden, die eveneens rondzwerven en in een deplorabele toestand verkeren, worden niet aangemerkt als daklozen

Dinsdag 2 april 2019 was het weer zover. 566 geregistreerde sterfgevallen in 2018 in geheel Frankrijk, waaronder 199 in Parijs, werden herdacht in de Jardin Villemin in het 10e arrondissement. Onder hen 50 vrouwen, 13 minderjarigen waarvan 6 minder dan 5 maanden oud, 2 in de leeftijd van 5 tot 9 jaar en 6 tussen de 15 en 18 jaar.
Meer dan 50% van alle 566 doden vonden plaats voor onze ogen, gewoon op straat of in geïmproviseerde schuilplaatsen. Een ander opmerkelijk feit is dat minder dan de helft van de daklozen Franse staatsburgers zijn. 14% is Europees, 20% komt uit een land buiten de Europese Unie en 25% zijn van onbekende oorsprong. Er is ook een zelfmoordcijfer van 5%, tegen 0,0001% in de rest van de Franse bevolking. Sinds 2013 worden ook de cijfers bijgehouden over gender. 280 dakloze vrouwen stierven in de periode 2013 tot en met 2018. De gemiddelde leeftijd: 45,6 jaar.

In 2018 stierven 199 daklozen in de straten van Parijs. Dit jaar tot en met november staat de teller al op 222. Binnen 40 uur sterft er weer iemand op straat

Het hoofdkantoor van het Collectif Les Morts de la Rue bevindt zich in het 20e arrondissement aan de rue Orfila 72. Door hier te klikken komt u rechtstreeks op hun website als u een donatie zou willen doen. Dit jaar verstuur ik geen kerstkaarten. De uitgespaarde kosten voor kaarten en postzegels maak ik over naar dit bijzondere doel. Doe je mee?

Schoonheid en verval, het ligt dicht bij elkaar



maandag 2 december 2019

RONDOM PARIJS: VINCENT, STERREN, STERRENNACHT


‘Ik kan er niets aan doen dat mijn schilderijen niet worden verkocht. Toch zal de dag komen dat men zal zien dat ze meer waard zijn dan wat wij erin steken voor de verf en al met al zeer schamele levensonderhoud’.
Vincent van Gogh aan zijn broer Theo.

Hij kreeg gelijk in het feit dat velen wereldwijd zijn schilderijen gingen waarderen, alleen maakte Vincent het niet meer mee, en ook zijn broer Theo niet. Vincent van Gogh, de arme kunstenaar die niet werd begrepen zo mooi weergegeven in de chanson ‘Vincent’ van Don Mclean uit 1971.

Now I understand
What you tried to say to me
And how you suffered for your sanity
And how you tried to set them free
They would not listen, they did not know how
Perhaps they'll listen now

Nu begrijp ik,
wat je mij probeerde te zeggen.
Hoe je leed om bij je verstand te blijven,
hoe je ze probeerde vrij te laten.
Ze wilden niet luisteren, ze wisten niet hoe,
misschien dat ze je nu wel horen.

 Museum of Modern Art, New York, Verenigde Staten - Kunstenaar Vincent van Gogh 1889

Vincent kwam uit een gegoede familie. Zijn moeder, Anna Cardentus, kwam uit het chique Den Haag en vader Theodorus was dominee. Geboren in het Brabantse dorp Zundert en van 1853 tot 1869 woonde hij bij zijn ouders in de pastorie van de Nederlands-hervormde kerk omringd door flink wat personeel; een dienstmeisje, twee koks, een tuinman en een gouvernante. In dit huis werden ook zijn broers en zusters, Anna, Theo, Lies, Willemien en Cor geboren. De eerste tekenlessen kreeg hij van zijn moeder. Zij bracht hem ook de liefde voor de natuur bij. Op de hbs in Tilburg, die hij overigens niet afmaakte kreeg hij tekenlessen van Constant Huysmans die zijn inspiratie opdeed bij diverse Belgische Kunstinstituten. 

De jonge Vincent bleek een nieuwsgierig maar vooral een onrustig mens. Na zijn middelbare schooltijd in Tilburg vertrok hij op 16 jarige leeftijd naar Den Haag en kreeg een baantje als jongste bediende bij zijn oom, de eigenaar van de Haagse kunsthandel Goupil & Cie. Zijn broer Theo kreeg ook een baan in het filiaal te Brussel. Daar begon ook de briefwisseling tussen Vincent en Theo. De oudste brief dateert uit 29 september 1872 en in totaal zijn er 820 brieven bewaard gebleven. 658 zijn gericht aan zijn broer Theo de overige aan andere familieleden en vrienden. Van Theo aan Vincent zijn helaas maar 41 brieven bewaard gebleven. Vincent had de gewoonte om brieven meteen te verbranden nadat hij ze gelezen had.



Vincent - Photo Credits: Van Gogh museum Amsterdam

Na vier jaar Den Haag werd Vincent overgeplaatst naar het filiaal van Goupil in London om te gaan werken op de prentenafdeling waar hij een fervent verzamelaar van was. Op alle kamers waar hij woonde prikte hij prenten aan de muur om zich thuis te voelen. Dit tot grote ergernis van de huisbazen de als Vincent weer was vertrokken achterbleven met een muur vol met gaten. Het verblijf aldaar was echter van korte duur. Eugenie, de dochter van zijn hospita, aan wie hij een huwelijksaanzoek had gedaan, bleek al verloofd te zijn. Liefdesverdriet was de reden dat, door inbreng van zijn moeder, hij na twee jaar al werd overgeplaatst naar een vestiging van Groupil & Cie aan de place de l’Opéra in Parijs. Hier huurde hij, op een onbekend adres, een kamer op Montmartre. Op 1 april 1876 werd hij ontslagen omdat hij zonder toestemming op kerstvakantie was gegaan. De eigenlijke reden was dat Vincent niet vriendelijk genoeg was tegen klanten. Vincent’s echte reden van zijn onvriendelijkheid was dat klanten alleen kunst kochten om te speculeren en niet omdat zij de kunstwerken ook daadwerkelijk waardeerden.

Omzwervingen naar Engeland (Ramsgate & Isleworth) brachten hem vervolgens terug naar Nederland (Dordrecht en Amsterdam) België (Laken, Brussel, Borinage), weer terug naar Nederland (Etten, Den Haag, Drenthe, Nuenen) en Antwerpen om vervolgens 10 jaar later weer terug te gaan naar Parijs. Gedurende die omzwervingen had Vincent inmiddels ontdekt dat theologie niet zijn ding was maar dat hij zich steeds meer kunstenaar ging voelen. Het was Anton Mauve, een aangetrouwde neef en zelf kunstschilder, die Vincent aanraadde om met olieverf te gaan schilderen. Mauve maakte deel uit van de Haagse School en zijn landschappen waren erg gewild bij kunstverzamelaars in het verre Amerika. De uitvinding van de verftube in 1841 gaf Vincent ook de mogelijkheid om op locatie te schilderen in plaats van in een atelier.

De plaquette in de rue Lepic 54 te Parijs

Parijs
In de vroege ochtend van 28 februari 1886 kwam Vincent aan in Parijs op het station Gare du Nord. Het station, een creatie van de Duitse architect Jakob Ignaz Hittorf en gebouwd tussen 1861 en 1865 was nog maar net een jaar open. Hij had de geldzorgen en de ruzies uit de Antwerpse maanden achter zich gelaten en was vol goede moed. 'De Franse lucht houdt de geest helder en doet je goed, oneindig veel goed', schreef hij een kennis. Daar voegde hij zich bij zijn broer Theo. Eerst op een etagewoning aan de rue Laval nr. 25 (tegenwoordig rue Victor Massé), om vervolgens te verhuizen naar de rue Lepic 54 in de wijk Montmartre die Vincent kende van tien jaar geleden. Het nieuwe appartement was voor Parijse begrippen ruim en Vincent had er in ieder geval zijn eigen atelier: een kamer met een klein raam aan de achterkant van het pand. Vanaf de vierde etage van het appartementencomplex in Montmartre keken ze uit over de stad: een uitzicht dat Vincent meerdere malen vastlegde op doek. Maar het liefst stond hij buiten op straat in Montmartre, waar de onderwerpen zich voor hem aandienden: straatgezichten, de molens op Montmartre cafés. In zijn atelier schilderde hij verder aan de doeken waarmee hij buiten was begonnen, werkte hij aan (zelf)portretten, maakte hij, geïnspireerd door de kunstenaar Monticelli, talloze bloemstillevens en werkte hij naar afgietsels van klassieke sculpturen die hij bezat.

Montmartre - Vincent van Gogh - Photo credits - Van Gogh museum Amsterdam

Spoedig na zijn aankomst maakte hij kennis met tal van grote impressionisten uit die tijd, onder wie Camille Pissarro, Paul Gauguin, Émile Bernard en Paul Signac. Hij was erg onder de indruk van hun werken. Ook Japanse prentmakers, zoals Hiroshige, zouden hem sterk beïnvloeden. Al snel waren deze invloeden ook in zijn eigen werk terug te zien. Vincent begon met kleur te experimenteren in vegen en stippen. Weg van de sombere Hollandse school. Zijn werk werd lichter en lichter. Ook schroomde hij niet om steeds fellere kleuren te gebruiken. Veel van zijn kunstenaarsvrienden zochten hun onderwerpen in de uitgaanswereld; cafés, danszalen, restaurants, theaters en bordelen. Daar ontmoette hij Toulouse-Lautrec die het uitgaansleven van Montmartre vastlegde op doek en op affiches. Maar Vincent bleef meer de voorkeur houden voor stadsgezichten en landschappen vooral om en rond La Butte van Montmartre. Verder was hij vaak te vinden in het café Le Tambourin aan de rue Richelieu 27, samen met zijn vriend Paul Gauguin, waar hij een affaire kreeg met de eigenares, een voormalig schildersmodel met de betoverende naam Agostina Segatori, die hij in 1887 portretteerde. Hier had hij zijn eerste tentoonstelling die eindigde in een ruzie met Agostina en het faillissement van het café inclusief de daar aanwezige schilderijen.

Omdat Vincent geen geld had voor de benodigde materialen ruilde hij zijn doeken voor nieuwe tubes of schilderdoek. Niet ver van zijn appartement zat de winkel van Julien Tanguy, door iedereen 'père Tanguy' genoemd. Een verfhandelaar en kunstverzamelaar, die hij een paar keer heeft geschilderd. Een van de meest bekende portretten van Tanguy, met een schort voor want Tanguy vulde zelf zijn tubes met verf, hangt in het Musée Rodin in Parijs. De dochter verkocht het werk na zijn dood aan Auguste Rodin en lange tijd bleef het in diens persoonlijke collectie.

Avenue de Clichy - Vincent van Gogh - Photo credits - Van Gogh museum Amsterdam

Een tweede tentoonstelling samen met zijn vrienden Toulouse-Lautrec en Gauguin in de Grand Bouillon restaurant du Chalet aan de avenue de Clichy, waar Vincent regelmatig at, werd ook geen succes en na klachten van klanten kon hij ook daar zijn biezen pakken. Vincent vertrok uiteindelijk op 19 februari 1888 naar Arles: hij was moe van het drukke leven in de stad, de middelmatige wijn de vieze vette biefstukken en ging in het zuiden op zoek naar helderder licht en de rust van het platteland. De ruim 200 schilderijen die hij in twee jaar tijd in Parijs had gemaakt liet hij bij Theo achter inclusief zo’n 25 zelfportretten. Theo zou nog ruim een jaar in het appartement aan de rue Lepic wonen. Op 20 april 1888 verliet ook Theo het appartement. Hij betrok toen met zijn kersverse vrouw Jo Bonger een appartement aan Cité Pigalle.
Andere landgenoten namen zijn plek in. Sommigen, zoals de in het Bateau-Lavoir gevestigde Kees van Dongen, absorbeerden typisch Parijse thema's (ballerina's, verlichte danslokalen) om ze later in Nederland te introduceren; anderen sloegen hun vleugels uit en gebruikten Parijs als springplank naar een internationale schilderscarrière.

Vincent woonde ruim een jaar in het Zuid-Franse Arles. Hij was daar zeer productief en hier ontwikkelde hij een eigen, expressieve schilderstijl in krachtige kleuren en dynamische penseelstreken. Van Gogh schilderde in augustus en september 1888 een viertal versies van een vaas met zonnebloemen met de bedoeling om met deze schilderijen de kamer op te fleuren van kunstenaar Paul Gauguin, die in de periode van oktober tot en met december 1888 bij hem zou logeren in Arles. Ze werkten die korte periode samen, maar zoals bekend ontaardde dit in ruzie. Eind december 1888 belandde Vincent in een psychische crisis waarbij hij een deel van zijn linker  oor afsneed en het vervolgens naar een prostituee bracht. Opgenomen in het ziekenhuis aldaar werd hij op 7 januari weer ontslagen. Maar eind januari en februari herhaalden de aanvallen zich en verbleef hij langdurig in het ziekenhuis. In 1889 maakte Van Gogh nog enkele andere versies van hetzelfde thema. Nu behoort de versie uit 1888 tot de kostbaarste schilderijen uit de collectie van The National Gallery in Londen.

Vincent verliet Arles op 8 mei 1889 om zich vrijwillig op te laten nemen in een psychiatrische inrichting in Saint-Rémy-de-Provence. Volgens de dokter was de heer van Gogh’ onderhevig aan aanvallen van epilepsie die zich met lange tussenpozen voordoen. Tussen zijn aanvallen door schilderde en tekende Vincent veel; in eerste instantie in de (tuin van de) inrichting, later ook daarbuiten. Hier schilderde hij de beroemde Irissen die nu hangen in het J. Paul Getty museum in Los Angeles.

Auberge Ravoux 1890

Nadat hij ontslagen was uit de inrichting in Saint-Rémy kwam hij op 20 mei 1890 aan in Auvers-sur-Oise, 30 kilometer ten noordwesten van Parijs. Samen met Theo had hij al plannen gesmeed om dicht bij zijn broer in of bij Parijs te komen wonen. Hij zou Theo dan regelmatig kunnen zien en zou, onder toezicht van een arts, weer op zichzelf kunnen gaan wonen. In Auvers huurde hij een kamer in Auberge Ravoux en bezocht hij regelmatig dokter Paul Gachet, met wie hij bevriend raakte. Productief als hij was  trok hij veel de natuur in om buiten te werken en schilderde vele indrukwekkende landschappen. Hij voelde zich goed en van een in aantocht zijnde psychische crisis leek geen sprake te zijn. Toch besloot Vincent een einde aan zijn leven te maken: op 27 juli 1890 schoot hij in een veld zichzelf in zijn borst. Hij strompelde nog terug naar de herberg en werd daar verzorgd dokter Gachet. Theo snelde vanuit Parijs naar Auvers. Het mocht niet baten. Vincent overleed twee dagen daarna aan zijn verwondingen, in het bijzijn van Theo. Op 30 juli werd hij begraven op de begraafplaats van Auvers.

Auberge Ravoux 2019

Zes maanden na Vincents overlijden stierf ook Theo aan de gevolgen van syfilis. In zijn huis stonden zo’n 500 schilderijen en lagen er 350 tot 400 tekeningen. Alles ging over naar de jonge weduwe van Theo; Johanna van Gogh Bonder. Het duurde echter nog jaren voordat de kunstwereld belangstelling toonde voor het werk van deze excentrieke Nederlander. Het waren de beroemde galeriehouders Ambroise Vollard in Parijs en Paul Cassirer in Berlijn, die in een vroeg stadium werken van Van Gogh uit het stof van de zolderkamer bevrijden en aan de buitenwereld presenteerden. 

Vincent's kamer in Auberge Ravoux

Vooral in Duitsland zijn er na 1900 belangrijke privé-verzamelaars en progressieve museumdirecteuren die de kunstwerken van Van Gogh opmerkten en de eerste aankopen deden. In Nederland was het Helene Kröller-Müller die tussen 1908 en 1929 in totaal 91 schilderijen en 180 werken op papier aankocht. In grootte is het, naast de collectie van Vincents familie, de tweede Van Gogh verzameling ter wereld  De collectie van de familie is ondergebracht in een Vincent van Gogh stichting en de werken worden tentoongesteld in het Van Gogh Museum te Amsterdam. Het Musée d’Orsay heeft 25 olieverfschilderijen in zijn bezit. Enkele hoogtepunten zijn Van Goghs Sterrennacht boven de Rhône (1888), Vincents slaapkamer in Arles (1889) Zelfportret (1889) en La Guinguette. Een zeer belangrijke rol hierin had dokter Paul Gachet, de arts uit auvers-sur-Oise. Gachet had in zijn verzameling behalve werken van Cézanne en Renoir ook 26 doeken van Vincent van Gogh.

Het overlijdensbericht van Vincent van Gogh

Vincents voorspelling kwam dus uit. Zijn schilderijen zijn meer waard geworden dan ze aan werk hebben gekost. In mei 1990 werd een van de twee portretten van docteur Gachet verkocht voor 82,5 miljoen dollar door papiermagnaat Ryoei Saito. Het schilderij zou samen met de eigenaar gecremeerd zijn maar in 2007 zou het schilderij bij een Oostenrijkse fondsmanager, Wolfgang Flöttl weer zijn opgedoken. In november 2017 werd een ander schilderij; ‘Laboureur dans un champ’ voor 81,3 miljoen dollar verkocht door veilinghuis Christies te New York. En zo kunnen we nog een hele tijd doorgaan.

Op 19 juni 2019 verscheen er een opmerkelijk bericht in de kranten: Het wapen waarmee Vincent van Gogh zich in 1890 mogelijk van het leven heeft beroofd wordt in Parijs geveild. De revolver van het merk Lefaucheux, ‘het meest beroemde wapen in de geschiedenis van de kunst’, moet naar verwachting tussen de 40.000 en 60.000 euro opleveren. De revolver wordt aangeboden bij Auction Art, een veilinghuis in Parijs. Het Van Gogh Museum stelde het tentoon in 2016. Het wapen werd in 1965 gevonden door een boer in Auvers-sur-Oise, het Franse dorp waar Van Gogh de laatste dagen van zijn leven verbleef. De boer vond de verroeste revolver op een akker en gaf het aan de eigenaar van wie Van Gogh het had geleend, de cafébaas en eigenaar van Auberge Ravoux waar Van Gogh een kamer huurde. De familie bewaarde het wapen jarenlang.

Op het kerkhof staar ik zwijgzaam naar de grafstenen van Vincent en zijn broer Theo

Zoals elk dramaverhaal eindigt ook onze blog op trieste wijze. Op het kerkhof staar ik zwijgzaam naar de grafstenen van Vincent en zijn broer Theo, nadat ik een bezoek heb gebracht aan zijn kamer van slechts 7 m² in de Auberge Ravoux.
Zelf de trip ondernemen vanuit Parijs? Neem de TER-H vanaf Gare du Nord naar Pontoise. Daar stap je over op de volgende RER, richting Persan-Beaumont of Creil en stap je uit in Auvers-sur-Oise. In het weekend rijdt er vanaf Gare du Nord een rechtstreekse trein naar Auvers om 9.38 uur, retour om 18.25 uur.
Met de auto is het slechts 30 kilometer maar kost je wel 1,5 uur aan reistijd.



maandag 18 november 2019

PARIS PHOTO DE PAREL IN DE KROON VAN DE FOTOGRAFIE


Het persbericht van Paris Photo begint met: “Booming sales at Paris Photo’s 23rd edition”.  Geen wonder, want ik heb het zelden zo druk meegemaakt. In vier dagen tijd, de VIP-dag niet meegerekend, bezochten 70.598 bezoekers ‘s werelds grootste fotobeurs. 2,5% Meer bezoekers dan het jaar daarvoor. Dit jaar kwam mijn perskaart plus VIP-pas goed van pas. Het is bijna de enige mogelijkheid om goed te zien wat Paris Photo te bieden heeft. Niet alleen aan fotografie ook voor bijzondere bezoekers, collectioneurs, particuliere verzamelaars maar ook curatoren en directeuren van meer dan 125 grote museums van over de gehele wereld. Het MOMA, J. Paul Getty Museum, Smithsonian Institute, Guggenheim, Foam Amsterdam,  Centre Pompidou, Rijks Amsterdam, Palais de Tokyo, Jeu de Paume, Fondation Cartier en nog vele andere gerenommeerde instituten. 

Fotografie van Peter Lindbergh gepresenteerd door Galerie Bene Taschen

Totaal 213 exposanten inclusief 33 uitgevers lieten ook dit jaar de crème de la crème zien van wat er zoal te koop is in vintage- en contemporaine  fotografie: Charles Lindbergh, Man Ray, Sam Haskins, Patrick Demarchelier, Helmut Newton, Irving Penn, Steven Klein, Steven Meisel en Richard Avedon.  Grote internationale galeries waaronder, Camera Obscura Parijs, Camera Work Berlijn, Danziger New York, Agnès B. Parijs, Fraenkel San Francisco, Gagosian, Hamiltons Londen, Howard Greenberg New York, In Camera Parijs, Les Filles du Calvaire Parijs, Magnum Parijs en Kahmann Amsterdam. 29 Soloshows en 13 duo shows. Diverse galeries lieten weer topverkopen zien waaronder Thomas Zander Gallery, die werken verkocht van Renger Patzch voor € 160.000 en daarbij trots verkondigde dat 60% van alle getoonde werken in optie zijn genomen of gereserveerd. Meer dan 330 kunstenaars waren aanwezig voor het signeren van boeken waaronder onze Nederlandse trots Erwin Olaf.

Bastiaan Woudt gepresenteerd door Kahmann Galerie Amsterdam

Haute Photographie
Ook de enige aanwezige Nederlandse galerie, Kahmann uit Amsterdam, toonde zich uiterst tevreden. De galerie werd in 2005 opgericht door Roy Kahmann met de focus op Nederlandse vintage fotografie. In Parijs toonde hij en zijn team werk van twee ‘vintage’ fotografen Sanne Sannes (1937 – 1967) en Gerard Fieret (1924 – 2009). Daarnaast werk van ‘nieuwkomers’;  Bastiaan Woudt en Paul Cupido. Tevens was Roy druk bezig met de promotie van al weer de vijfde editie van Haute Photographie. Voor de eerste keer in Nederland te zien in 2016, groeide deze beurs uit tot dè belangrijkste fotobeurs in Nederland. Haute Photographie is ook de enige beurs ter wereld die zijn eigen talenten programma kent. In de 2020 show mogen zes talenten hun werk tonen tussen werken van 42 gerenommeerde fotografen. Lotte Ekkel, Joep Hijwegen David Hummelen en Sara Punt, allen afkomstig uit Nederland en Victoire Eouzan uit Frankrijk en Ana Zibelnik uit Slovenië. De 2020 editie wordt weer gehouden in LP 2 te Rotterdam van 5 tot en met 9 februari.

Roy Kahmann en zijn enthousiast verkoopteam tijdens Paris Photo

Fotofever
Fotofever in het Carrousel du Louvre is dè fotobeurs voor de wat kleinere portemonnee en de beginnende verzamelaar. Dit jaar, inmiddels al weer de achtste editie, zijn de bezoekersaantallen opnieuw overtroffen. 100 Galeries, waarvan 60% buiten Frankrijk, konden zich verheugen op ruim 13.000 bezoekers. waaronder 4500 VIP’s en verzamelaars.  Met name zichtbaar waren de Aziatische galeries die schijnbaar de Europese kunstmarkt hebben ontdekt. Vorig jaar schreef ik al (en dat is nog steeds onveranderd), dat er grote verschillen zijn tussen de verzamelaars daar en de Europese. Een portret aan de wand is ‘not done’ omdat die plaats alleen bezet wordt door overleden familieleden. Naakt is geen tabou maar zul je niet snel aan de wand zien in een Aziatisch huis. Wel is hiervoor grote interesse bij verzamelaars, maar die foto’s blijven in een lade om er op een eenzaam moment van te kunnen genieten.

Fotofever, Julia Amarger - série 'Ceci est un secret'

Paris Photo maakt zich nu op voor de eerste editie in New York van 2 tot en met 5 april 2020. Deze beurs belooft de duurste te worden van alle fotobeurzen ter wereld. Locatie Pier 94, 711 12th Avenue.
De volgende editie in Parijs is dan voor het laatst te zien in het Grand Palais van 12 tot en met 15 november 2020. Het Grand Palais sluit dan voor restauratie en gaat weer open in 2024 als onderdeel van de Olympische Spelen 2024 in Parijs.
Fotofever opent haar deuren, wederom in het Carrousel du Louvre van 13 november tot en met 15 november 2020.
Ik maak mij op voor de PAN in Amsterdam en laat jullie genieten van een kleine foto impressie.
Het was weer een koortsachtig weekje Parijs.

Totaal 213 exposanten inclusief 33 uitgevers lieten ook dit jaar de crème de la crème zien 


William Klein, Antonia, Tuffeau and Bush, New York 1962 - Polka Galerie


Dior by Peter Lindbergh gepresenteerd door Taschen

De volgende editie in Parijs is weer te zien in het Grand Palais van 12 tot en met 15 november 2020







dinsdag 12 november 2019

PARIJS, 13 NOVEMBER 2015, EEN DAG OM NOOIT TE VERGETEN


Van donderdag 7 november 2019 tot en met zondag 10 november 2019 stond Parijs weer in het teken van Paris Photo en onwillekeurig moet ik dan weer terugdenken aan vrijdag 13 november 2015. Juist die dag ging de boeken in als een van de zwartste dagen uit de Franse geschiedenis. Het beloofde een zachte herfstdag te worden en Parijs was druk met de Parijse fotoweek waar elk jaar weer duizenden fotoliefhebbers Paris Photo, Fotofever en Photo Saint Germain bezoeken.

Al weer vier jaar geleden, en ook dit jaar zullen vele kransleggingen volgen bij de plekken waar al die aanslagen op die verschrikkelijke avond plaatsvonden. Op TV zal zeker de documentaire 13 Novembre: Fluctuat Nec Mergitur worden herhaald waar overlevenden en hulpverleners hun verhaal vertellen over angst, saamhorigheid en moed tijdens de terreuraanslagen in Parijs op die bewuste vrijdag. Een uiterst beklemmende reportage van de gebroeders Naudet die al eerder verschillende prijzen kregen voor de documentaire 9/11 die ze maakten over de aanslag op de Twin Towers in New York, waar ze destijds bij toeval aanwezig waren.

Vrijdag 13 november 2015 zal de boeken ingaan als een van de zwartste dagen uit de Franse geschiedenis

Een tijd geleden heb ik alle plaatsen opnieuw bezocht waar de littekens en stille getuigenissen van deze laffe aanslagen nog steeds zichtbaar en voelbaar zijn door middel van graffiti, muurschilderingen en gedenkplaten met namen van alle slachtoffers. Bij het nalopen van de gebeurtenissen van vrijdag 13 november 2015 valt mij de volslagen willekeur op van de dodenrit die de terroristen maakten langs de diverse terrassen in het 10e en 11e arrondissement. Voor alle slachtoffers gold; ‘op het verkeerde moment op de verkeerde plaats’. Op een mooie herfstavond genietend op een terras van een vriendschap en een vriendschappelijke voetbalwedstrijd op tv.

Een verslag van die verschrikkelijke avond en nacht
Die avond speelt het Duitse elftal een vriendschappelijke wedstrijd tegen de Fransen in het Stade de France in de voorstad Saint-Denis, waar het Franse team eens het nationale elftal van Brazilië versloeg in de WK-finale van 1998. De terrassen van de cafés in de stad, voorzien van grote beeldschermen, vullen zich met voetballiefhebbers om niets te missen van de wedstrijd die om 21.00 uur begint. Het stadion is totaal uitverkocht met 80.000 mensen waaronder de Franse President François Hollande. Vier mannen; Salah Abdeslan, Bilal Hadfi, Mohamed Al-Mahmod en Ahmad al Mohammad (mogelijk een valse naam) proberen zich toegang te verschaffen, maar worden bij de controle opgemerkt doordat zij niet in het bezit zijn van toegangskaarten voor de wedstrijd. De eerste felle explosie klinkt in de 20e minuut van de wedstrijd. Bilal Hadfi blaast zich buiten het stadion op, bij ‘porte H’ aan de avenue Jules Rinet, met zijn eigen bomgordel. In eerste instantie wordt gedacht aan een gasexplosie. 10 Minuten later, 21.30 uur, volgt een tweede knal bij ‘Porte D’ en om 21.53 uur volgt een derde explosie. Drie daders hebben zichzelf opgeblazen waarvan een bij een McDonald’s, aan de rue de la Cokerie, net buiten het stadion. Er vallen in totaal vijf doden waaronder drie terroristen en negen zwaargewonden. De president wordt onmiddellijk naar zijn Elysee-paleis gebracht en zijn eveneens aanwezige minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve, naar diens eigen ministerie op de Place Beauvau. Niemand kan dan nog vermoeden welke drama’s er zich die nacht en de daar op volgende ochtend zullen afspelen.

Le Petit Cambodge en Le Carillon aan de rue Bichat in het 10e arrondissement

In de tussentijd rijdt een zwarte Seat Leon de rue Bichat in, in het 10e arrondissement. In de auto drie mannen: Abdelhamid Abaaoud, Shakib Akrouh en Brahim Abdeslam. Het is 21.25 uur. De rue Bichat grenst aan het Hôpital Saint-Louis. De auto stopt op de hoek bij de rue Alibert. Twee mannen met Kalasjnikovs stappen uit en beginnen te schieten. Eerst nemen ze het terras van Le Carillon onder vuur tot er niemand meer beweegt. Daarna is het tegenoverliggende Le Petit Cambodge aan de beurt. In blinde paniek vluchten de mensen van het terras naar binnen. Koelbloedig worden de nodige salvo’s afgevuurd door de open deur. Er vallen vijftien doden en tien zwaargewonden.

Ik noem ze de littekens van de stad, de gedenkplaten van de slachtoffers van 13 november 2015. Hier aan de muur van het Hôpital Saint-Louis aan de rue Bichat

De twee terroristen stappen in of er niets aan de hand is en zetten koers richting het Canal Saint Martin, naar de rue de la Fontaine-au-Roi. Hooguit vijf minuten lopen vanaf Le Carillon en Le Petit Cambodge. Ze stoppen opnieuw bij pizzeria La Casa Nostra en de tegenover gelegen bar À la bonne bière op de hoek van rue Faubourg du Temple. 7 minuten later, 21.32 uur. Opnieuw worden honderden schoten gelost, Vijf mensen komen om het leven waaronder twee meisjes die net uit een nabijgelegen jeugdherberg zijn gelopen.

À la bonne bière op de hoek van rue Faubourg du Temple waar vijf slachtoffers vallen te betreuren

De dodenrit zet zich voort richting Bastille. Om 21.36 uur stopt de Seat voor het terras van La Belle Équipe. Het terras zit vol met jonge mensen die hier graag afspreken voor een koffietje of een goed glas wijn. Er wordt op dat moment een verjaardag gevierd. De Kalasjnikovs vuren ongenadig honderden kogels af.  Net zolang tot iedereen is omgevallen. Er vallen twintig doden in het restaurant dat slechts plaats biedt aan 28 mensen en negen zwaargewonden. Onder de doden Djamila, de vrouw van de eigenaar Gregory Reibenberg. Ze overlijd in zijn armen. Een jaar later heeft hij een boek geschreven over die avond in november en de tijd erna: ‘Une belle Équipe’.

De dodenrit zet zich voort richting Bastille. Om 21.36 uur stopt de Seat voor het terras van La Belle Équipe

Het is 21.39 uur. De Fiat Leon stopt op de Boulevard Voltaire 253. Een van de mannen loopt rustig het restaurant Comptoir Voltaire binnen. Bij de bar loopt een vriendelijke serveerster op hem af. Op dat moment detoneert de man zijn bomgordel. De aanwezige bewakingscamera’s filmen het ongenadig. De serveerster raakt zwaar gewond. De terrorist Brahim Abdeslam,  de oudere broer van Salah Abdeslam, wordt nog gereanimeerd door de eigenaar die stopt op het moment dat hij de resten van de bomgordel ontdekt.

Comptoir Voltaire waar een van de terroristen zichzelf opblaast in het volle restaurant

21.50 uur. Op dat moment parkeert iemand een zwarte VW-Polo bij de concertzaal Bataclan aan de boulevard Voltaire 50. Daar wordt op dat moment een concert gehouden van de Amerikaanse band Eagles of Death Metal, als onderdeel van hun Zipper Down tour. Het concert dat om 21.00 uur was begonnen was die avond met 1.500 man afgeladen vol. Ondanks de naam speelt de groep geen metal maar blues rock. Het publiek is divers, van jong tot oud, er zijn ouders met hun tienerkinderen. "De sfeer was uiterst gemoedelijk, de zanger maakte grapjes en er werd gedanst. Bij het liedje ‘Kiss the devil, op de gitaarsolo’s, hoorde ik achter me een reeks ontploffingen. Ik zag dat de gitarist zich vreemd gedroeg. Hij keek op een onnatuurlijke wijze naar de deuren van de zaal. Instinctief draaide ik mijn gezicht ook naar die richting. Twee deuren gingen plots open, het werd helemaal donker. Ik zag drie silhouetten de zaal binnenkomen”, aldus een ooggetuige.

Het Bataclan theater aan de boulevard Voltaire 50

Het zijn drie zwaar bewapende terroristen, Omar Ismail Mostefai, Samy Aminour en Foued Mohamed-Aggad die de concertzaal binnendringen. De verkoper van cd's en T-shirts van Eagles of Death Metal, die vlak bij de ingang zit, wordt als een van de eersten doodgeschoten. Er zijn drie beveiligers, die machteloos staan tegenover machinegeweren - ook zij worden meteen gedood. Met automatische vuurwapens wordt vanaf het balkon geschoten op de bezoekers. Verschillende malen herlaadden ze hun wapens ondertussen roepend "Allahoe akbar". De paniek is groot en bezoekers proberen weg te komen via de twee nooduitgangen die, met gevaar voor eigen leven, geopend zijn door Didi, hoofd van de beveiliging.

Een van de nooddeuren van de Bataclan voorzien van een mural door Banksy en het raam met daaronder de voetafdrukken van de zwangere vrouw die in blinde paniek probeerde te vluchten

We kennen allemaal de beelden van Daniel Psenny, redacteur van Le Monde, die nog steeds op ons netvlies staan gebrand. Bezoekers van theater Bataclan die in blinde paniek het gebouw ontvluchten, via de nooduitgangen in de passage Saint-Pierre Amelot, terwijl de terroristen hun wapens aan het herladen zijn. Sommigen hun zwaar gewonde vrienden achter zich aanslepend. Of de zwangere vrouw die uit het raam bungelt en zich vastklampt aan een vensterbank. De Française wist gelukkig ongedeerd te blijven dankzij een onbekende man die haar omhoog hielp. Minder dan drie uren later hebben de drie terroristen 90 mensen gedood en 99 anderen zwaar verwond. 00.20 uur; op dat moment vallen commando’s van de BRI (Brigades de Recherche et d’Intervention) en RAID (Recherche, Assistance, Intervention, Dissuasion) de Bataclan binnen. Een terrorist komt om door politiekogels waardoor zijn bomgordel ontploft.  De twee overige terroristen blazen zichzelf op met hun bomgordel. Een minuut en zes seconden, langer duurt de aanval niet. Overal in de zaal en op de trappen liggen zielloze lichamen in grote plassen bloed terwijl onophoudelijk mobiele telefoons blijven rinkelen.

In minder dan drie uren hebben de drie terroristen in de Bataclan 90 mensen gedood en 99 anderen zwaar gewond

Tijdens de aanslagen van 13 november 2015 vielen 130 doden en meer dan 350 gewonden. Onder hen bevonden zich drie Nederlanders. Een van hen raakte lichtgewond, twee anderen zwaargewond.
Een jaar na de aanslagen lagen er nog steeds 20 mensen in het ziekenhuis. Zeker 50 kinderen groeien door de aanslagen op met het gemis van een of twee ouders, en meer dan 1000 mensen verloren een familielid.
Er waren acht aanslagplegers, zes kwamen om door eigen toedoen, een zevende door een politiekogel en de achtste, Salah Abdeslam, kon of wilde zijn bomgordel niet tot ontsteking brengen. Hij werd na 126 dagen opgepakt in de wijk Molenbeek te Brussel.

Laten we hopen dat 'pas' staat voor nooit meer


Frankrijk won de wedstrijd met 2-0 en de toeschouwers konden na de wedstrijd het stadion veilig verlaten. Het Duitse elftal heeft uit veiligheidsoverwegingen de nacht in het stadion doorgebracht.


Een jaar later opende de Bataclan weer zijn deuren met een concert van Sting. De zanger begon zijn optreden met een minuut stilte ter nagedachtenis aan de negentig mensen die hun leven in de zaal verloren. Sting vroeg geen vergoeding voor zijn optreden.


In de jaren daarna maken geheime operaties een einde aan de levens van nog eens zeven terroristen die gezien werden als het brein achter deze aanvallen. Parijs riep hierbij de hulp in van Amerikaanse, Britse en zelfs Russische en Chinese collega’s.


Op 25 juni 2018 wordt een stencil-graffiti van Banksy ontdekt op een van de nooddeuren van de Bataclan, echter op zaterdag 26 januari 2019 verscheen de volgende tweet van de uitbaters van de zaal: "Het werk van Banksy, een symbool van herdenking dat iedereen toebehoort - burgers, Parijzenaars, wereldburgers - is ons ontnomen". De dieven zouden in de nacht van vrijdag 25 op zaterdag 26 januari 2019 met slijpmachines hebben toegeslagen. Op camerabeelden zou te zien zijn geweest hoe het kunstwerk met deur en al in een vrachtwagen werd geladen.


Op 4 oktober 2019 werd in Parijs het ‘Bouquet of Tulips’  -Tulpenboeket - van Jeff Koons onthuld in aanwezigheid van de kunstenaar en de Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk. Het werk is een eerbetoon aan de slachtoffers van de aanslagen op 13 november 2015 in het Bataclan theater. De sculptuur zou eigenlijk voor het Palais de Tokyo komen te staan. Maar het ontwerp, een reusachtige hand met elf kleurige tulpen, kreeg heel wat kritiek te verduren. Het twaalf meter hoge, dertig ton zware kunstwerk. staat nu op een wat discretere plek achter het Petit Palais aan de Champs-Elysées. Koons heeft het ontwerp geschonken, de bouwkosten van ongeveer 3,5 miljoen dollar komen van private schenkers. De bronzen tulpen hebben een polychrome aluminium coating en worden gekenmerkt door hun heldere kleuren. De Parijse burgemeester Anne Hidalgo, die de sculptuur in het bijzijn van de kunstenaar mocht onthullen, toonde zich content met Koons’ geschenk. Hidalgo noemde het ‘een mooi cadeau van het Amerikaanse volk aan Parijs’ en ‘een magnifiek symbool van vrijheid en vriendschap’.

‘Bouquet of Tulips’  -Tulpenboeket - van Jeff Koons 

Op 12 november 2019 werd bekend gemaakt dat er ook nog een herdenkingstuin gaat komen in Parijs ter nagedachtenis voor alle slachtoffers van de aanslagen op 13 november 2015. De locatie moet nog worden bepaald. Het voorstel kwam van de huidige burgemeester van Parijs Anne Hidalgo en werd aan de raad gepresenteerd door de locoburgemeester Emmanuel Grégoire. Het voorstel werd unaniem aangenomen.

Bronnen: 13 Novembre: Fluctuat Nec Mergitur, Le Parisien, Le Monde, Le Figaro, AD, NRC, Liberation, La Depeche, l’Express, De Telegraaf.