Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

zondag 5 juli 2020

PARISIENNES HERKEN JE AAN HUN BENEN


Mijn vader vond het maar niets dat ik in Parijs wilde gaan studeren en probeerde me met allerlei praatjes in Boulogne te houden. Parijs was een verschrikkelijke stad, volgens hem. Ook de vrouwen stelden daar niets voor. “weet je waar je Parisiennes aan herkent?” vroeg hij. “Aan hun benen! Kijk hier maar eens om je heen. Bij ons heb je vrouwen met mooie, stevige kuiten. Daar kun je wat mee. Parisiennes hebben allemaal dunne, vormloze beentjes. Dat komt omdat ze voortdurend op dieet zijn.” Zo voerde mijn vader nog meer argumenten aan. Maar hoe meer hij de Parisiennes afkraakte, des te nieuwsgieriger ik naar hen werd. Ik begon te verlangen naar hun ranke lichamen en hun slanke benen. Toen ik op een dag een tijdschrift onder ogen kreeg waarin vijf Parijse pin-ups hun tengere lijven toonden, stond mijn besluit vast: Ik zou naar Parijs gaan.
Deze intrigerende tekst is van Andy Arnts uit zijn boek ‘Parisiennes herken je aan hun benen’. Een prachtige verzameling verhalen, die niet alleen zijn liefde voor Frankrijk en Parijs kenmerken, maar vooral getuigen van zijn rijke fantasie, aanstekelijke humor en buitengewone verteltalent.

Tijdens mijn verblijf in Frankrijk de afgelopen week, voor het eerst weer na de Covid-19 opsluiting, besloot ik een aantal boeken te herlezen. Waarom, hoor ik u denken. Omdat die Franse tegenstellingen mij zo intrigeren. Voorbeeld: Wandelend door Parijs kom ik het beeld, dat ons in boeken, tijdschriften, wordt neergezet over ‘De Parisienne’, maar bitter weinig tegen. Eugénie Goldschmeding, zelf werkende moeder in Parijs schreef er een heel boek over. In het kort, een Parisienne is de volmaakte imperfectie. Ze is slank tot dun en dat lijkt haar ook helemaal geen moeite te kosten. ‘Effortless chic’ noemen ze dat.  Ze is doorgaans nauwelijks te vinden in de sportscholen. Zou dan dat verhaal van Andy toch kloppen; dat ze voortdurend op dieet zijn?

Parisiennes herken je aan hun benen volgens Gucci

Volgens Eugénie is aan een Parisienne alles subtiel. Heeft ze haar haar geverfd, dan zie je dat niet. Ze draagt make-up maar ook dat is nauwelijks zichtbaar. Een Parisienne vertoont ook durf; ze combineert ongewone kleurencombinaties zoals zwart met donkerblauw, grijs met toffeekleur of verschillende kleuren kaki met donkerpaars. Als geen ander kent de Parisienne de magie van contrast en ze kan van iets doorgaans vulgairs iets chics maken. Waarschijnlijk dwalen jouw gedachten nu al af. Die van mij ook, want dan denk ik, waar bevinden die Parisiennes zich dan? Niet ’s morgensvroeg in de metro op weg naar hun werk. Niet in de top modestraten van Parijs zoals de Faubourg-Saint-Honoré of de Avenue Montaigne. Maar waar dan wel?

De Parisienne volgens Armani

Het beeld van een vrije, achteloos elegante vrouw, die typerend zou zijn voor Parijs spreekt wereldwijd tot de verbeelding. Het gegeven is vaste prik in reclamecampagnes van de luxe-industrie. Op die manier blijft de consument Frans fabricaat associëren met ultieme vrouwelijkheid en raffinement. Toch is de Parisienne meer dan een succesvol marketing-concept. Onconventionele kleding bedenken voor een breed publiek is nog steeds een Parijse traditie.

De Parisienne volgens Dior

De (haute) couture is ontstaan in de tweede helft van de 19e eeuw, in 1858, toen de Engelse couturier Charles Frederick Worth in Parijs op het geniale idee kwam om de kleding die hij vervaardigde te voorzien van zijn naam. Hij naaide etiketten met het opschrift ‘C Worth’ in zijn jurken en bevrijdde zichzelf daarmee uit de anonimiteit van de destijds gebruikelijke maatkledij en verhief die daarmee tot de adelstand van de Haute Couture. Vanouds komt de haute couture uit Frankrijk (Parijs), maar tegenwoordig ook steeds meer uit steden als New York, Londen en Milaan. Toch is couture nog steeds big business in Parijs. Les Créateurs de Mode, een industrie van miljarden euro's waarvan 67 procent wordt geëxporteerd. Het is niet verwonderlijk dat de meeste van de slechts 3000 haute couture klanten buitenlanders zijn. De prijzen zijn zo hoog, dat alleen de vrouwen van Arabische sjeiks, Amerikaanse-, Russische, Chinese, Indiase multi-miljonairs en topartiesten zich dit nog kunnen veroorloven.

De Parisienne is vaste prik in reclamecampagnes van de luxe-industrie

Parijs, daar en alleen daar, weten ze met succes een band te smeden tussen hoogwaardig handwerk en adembenemende creativiteit. Hoezeer andere steden ook hun best doen, ze zullen Parijs nooit van haar modetroon kunnen stoten, ook al kwamen ‘swinging London’, het ‘luxueuze Milaan’ en het ‘coole New York’ zo rond de eeuwwisseling een heel eind. Modehart Parijs klopt, het komt er vandaan en keert er altijd weer naar terug. Het is natuurlijk niet dat de Fransen betere modemakers zijn, het zijn immers vaak buitenlanders die de beslissende impulsen geven. Denk aan de geniale kleine man uit Tunesië Azzedine Alaïa (1935-2017), John Galliano afkomstig uit Gibraltar, Alexander McQueen uit Engeland, Karl Lagerfeld (Chanel) uit Duitsland, Anthony Vaccarello (YSL) uit België, Clare Waight Keller (Givenchy) uit Engeland, en Maria Grazia Chiuri (Dior) uit Italië. In de Franse hoofdstad bloeit op wat in toenemende mate elders is gezaaid.


De Parisienne volgens het juwelenmerk Mauboisson


Maar waarom Parijs? Er is nauwelijks een ander land waar de staat zo zijn best doet voor de mode als in Frankrijk, waar haute couture wordt beschouwd als een deel van de cultuur en dienovereenkomstig wordt gesteund, maar ook streng gereglementeerd. Haute couture is meer dan een vak, het is een 'métier'. Eind negentiende eeuw werd de 'Chambre Syndicale de la Couture Parisienne' gestart als een soort vakbond die opkwam voor de rechten van de couturiers. De 'Chambre' beschermde de originele ontwerpen van de couturiers tegen namaak. Vandaag bestaat deze Kamer nog altijd maar onder een nieuwe naam; ‘Fédération de la Haute Couture et de la Mode’ (FHCM). Zij regelt onder meer de twee haute couture weken in Parijs: een in januari (voor de zomercollecties), een in juli (voor de wintercollecties) en zij houdt nauwkeurig in het oog of de ontwerpers zich wel degelijk aan de regels houden.



Slechts vijftien merken mogen zeggen dat ze haute couture maken. Haute couture is een wettelijk beschermde benaming in Parijs, onderworpen aan strenge criteria. Mode-ontwerpers mogen zichzelf pas haute couturiers noemen als ze vijf jaar gastlid zijn geweest van het FHCM, het instituut dat ontwerpers benoemt tot haute couturiers en de leden van het instituut daarmee instemmen. Zij kent de titel haute couturier slechts toe wanneer de ontwerper voldoet aan de volgende voorwaarden: De kleding moet met de hand op maat worden gemaakt en vervaardigd worden in eigen ateliers. In de ateliers moeten minimaal twintig personen werken. Twee keer per jaar moet hun collectie gepresenteerd worden op een catwalk, met ten minste 50 verschillende, nieuwe ensembles. Er moet een speciale ruimte zijn waar kleding aan vaste klanten getoond kan worden. Gemiddeld komt een 'cliënt' zo’n drie keer langs, voor wat heet: een 'essayage’. De meest bekende Haute Couture huizen in Parijs zijn die van Chanel, Christian Dior, Givenchy, Jean Paul Gaultier en Shiaparelli.

De Parisienne volgens Jean-Paul Gaultier

Elk jaar publiceert het Amerikaanse opinieblad TIME een lijst met de honderd 'all-time fashion icons' sinds 1923, toen het blad werd opgericht. In vijf categorieën valt een plek te veroveren: ontwerpers, muzes, modellen, fotografen en editors & stylisten. Opvallend is de aanwezigheid van de hoeveelheid namen van reeds overleden 'iconen', zoals Jeanne Lanvin, oprichter van modehuis Lanvin dat sinds 2016 door Bouchra Jarrar wordt geleid, tot Richard Avedon - de fotograaf die in 2004 overleed. Aan bod komen unieke couturiers die baanbrekend werk hebben verricht. Het zijn dè namen die ons collectieve idee over mode hebben bepaald. Creatieve talenten die niet onderdoen voor schilders, beeldhouwers of musici, en daar soms ook mee samenwerken.

De enige Parisienne is te zien in de mondaine etalages van de modehuizen

Paul Poiret, de grote pionier, schafte het corset af. Coco Chanel creëerde na de eerste wereldoorlog een nieuwe lijn voor de vrouw met soepele, jongensachtige modellen en het beroemde kleine zwarte jurkje - 'The Little black Dress'. Elsa Schiaparelli, die de crisis van de jaren dertig bestreed met humor. Zij introduceerde de schoudervulling. Christian Dior, die de naoorlogse wereld verraste met zijn 'new look' die vrouwen hulde in ruim bemeten stoffen. Yves Saint Laurent; in de jaren zestig en zeventig zette hij trends zoals het broekpak en de 'beatnik look' en de puntlaarzen die tot dijhoogte de benen omsloten. Jean Paul Gaultier, hij staat bekend om de korsetten met puntige beha-cups die hij ontwierp voor popartieste Madonna tijdens haar 'Blonde Ambition Tour' in de jaren '90. Maar ook buitenlandse couturiers zoals Viktor & Rolf, Alexander McQueen, Karl Lagerfeld, Kenzo, Miyake en Yamamoto. Zij zijn allemaal naar Parijs gekomen en bevestigen de tweeledige rol van de stad als bewaarder van de traditie en als jeugdige herrieschopper.

De Parisienne volgens Karl Lagerfeld

Maar op die lijst staan ook de muzes en de meest invloedrijke personages uit de modewereld. Alles wat zij droegen in hun glorietijd werd een modehit. Van de smoking van Marlene Dietrich tot het streepjesshirt van Brigitte Bardot. Top modellen zoals Heidi Klum, Kate Moss, Claudia Schiffer, Naomi Campbell, Elle Macpherson, en Gisele Bündchen, het best verdienende model ter wereld. Muzes zoals Andy Warhol, David Bowie en Lady Gaga. Ook fotografen Ellen van Unwerth en Helmut Newton, Irving Penn, Mario Testino en hoofdredactrice Anna Wintour komen voor in de lijst. Het tijdschrift beschrijft per icoon de hoogtepunten en invloed van diens carrière. Velen hebben problemen met het gebrek aan etnische diversiteit in de lijst van Time Magazine. Slechts 8 donkere en 2 Aziatische iconen haalden de top 100.

De Parisienne volgens ex top model Inès de la Fressange


Opvallend is het hoe snel de couture huizen wisselen van Creative Directors. Door geduchte concurrentie uit Milaan, New York, Londen en Tokio  maakt de haute couture moeilijke tijden door. Parfum en prêt-à-porter collecties zijn vaak de sponsoren van het 'métier'. Een krengerige achterbakse wereld, maar met een glamoureuze uitstraling. Het houdt al jaren een arrogante greep op de kledingvoorkeuren van vrouwen over de hele wereld. 

Opvallend is het ook hoe snel de couture huizen wisselen van Creative Directors. De verbintenis van Raf Simons als creatief directeur bij het modehuis Dior was van zeer korte duur. In een persverklaring zei Simons de beslissing te hebben genomen op basis van zijn verlangen de focus te verleggen naar andere interesses in zijn leven. Waarschijnlijker is het dat hij niet meer wilde en kon leven met de enorme druk die zijn werk met zich meebracht. In augustus 2016 werd Simons creatief directeur bij Calvin Klein, echter dit contract werd in december 2018 voortijdig verbroken wegens tegenvallende resultaten. Vanaf april 2020 mag Simons het opnieuw proberen als creatief directeur van de Italiaanse modeketen Prada.

De 59-jarige John Galliano zei eens in een interview dat hij verslaafd was aan drank en drugs en dat hij 'gevangen zat in een neerwaartse spiraal' door de permanente druk te moeten presteren. Hetzelfde gebeurde met Marc Jacobs toen hij in 1997 werd gevraagd om het Franse modehuis Louis Vuitton af te stoffen. Het werd een triomf, maar privé groeide het succes hem boven het hoofd. Drank, cocaïne en zelfs heroïne hielden hem op de been, zo dacht hij. In 1999 liet hij zich opnemen in een afkickkliniek en vervolgens nog eens een keer in 2007. Hetzelfde overkwam Yves Saint Laurent in 2002. Drugsmisbruik, depressie, alcoholisme, kritiek op de YSL-ontwerpen en problemen met Tom Ford, was voor eigenaar Gucci de reden om het haute couturehuis van YSL te sluiten. Hierna trok Saint Laurent zich meer en meer terug in zijn huis in Marrakesh, Marokko, waar hij op 71-jarige leeftijd overleed. Hij werd begraven in Marrakesh. In oktober 2014 laat ook Jean-Paul Gaultier weten zijn laatste prêt-à-porter collectie te tonen, hij gaf aan dat hij genoeg heeft van het hoge tempo en de commerciële druk van de hedendaagse mode. Op 17 januari 2020 kondigde Gaultier aan, na een 50-jarige carrière, te stoppen met ontwerpen. Zijn laatste show vond plaats op 22 januari 2020. 

Hoe Elle afscheid nam van Karl Lagerfeld

En zo zijn fans

Karl Lagerfeld was een van de invloedrijkste couturiers aan het einde van de twintigste en in het begin van de eenentwintigste eeuw, en was ook op andere creatieve terreinen actief, met name de fotografie. In 2000 verloor hij door een zelf ontwikkeld dieet (geen drank, geen drugs, geen seks) 47 kg aan gewicht. Lagerfeld overleed uiteindelijk aan de gevolgen van alvleesklierkanker op 19 februari 2019 te Neuilly-sur-Seine, hij werd 85 jaar.


Eigenlijk bestaat de Parisienne en haar Parisian chic alleen in boeken van onder andere styliste Isabelle Thomas; ‘You’re so French’ of ex top model Inès de la Fressange met haar style guide ‘Parisian Chic’ en ‘La Parisienne’ of ‘Parijs hotspots voor Fashion lovers van Megan Hess. Een boek vol met werkelijk de mooiste illustraties en dat is logisch want Hess is mode-illustrator die werkt voor de Iconische Franse luxemerken waaronder Dior, Chanel, Louis Vuitton, Givenchy en Balmain. Voor Cartier illustreerde zij de Paris nouvelle Vague-collectie, de ramen van Bergdorf Goodmann in New York en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Volgens haar en de echte fashionistas moet je voor mode nog steeds naar Parijs. Dat is vandaag de dag nog net zo als in de 19e eeuw.

Eigenlijk bestaat de Parisienne en haar Parisian chic alleen in boeken 


Parisiennes herken jeaan hun benen, Andy Arnts – ISBN 978 94 61851 017 – Batavia Publishers € 12,50

Parisian Chic, Ines de la fressange – ISBN 978 208 020073 0 – Flammarion

Parijs in Stijl, Elodie Rambaud – ISBN 978 90 215 5724 3 - Kosmos

vrijdag 26 juni 2020

DE NECROPOOL VAN DE ARISTOCRATIE; CIMETIÈRE DE PASSY


Elk boek wat ik in mijn bezit heb over Parijs begint met lyrische woorden waarin de schoonheid van de stad wordt bezongen. De ene overtreffende trap na de andere; romantisch, legendarisch, groots, beroemd, overweldigend. Victor Hugo schreef in Les Miserables: "Alles wat ergens anders bestaat, bestaat ook in Parijs". Of Hemingway: "Als je zo gelukkig bent om als jongeman in Parijs gewoond te hebben, dan blijft dat je voor altijd bij, waar je in je leven ook naar toegaat, want Parijs is een doorlopend feest". De stad waar het leven nooit stopt, dat is het Parijs van 'la vie continue'.

Minikerkjes met een stoffig interieur, een klein altaar, altijd voorzien van een kruisbeeld



Maar er is ook nog een ander Parijs; verstild en tijdloos. Dat is het Parijs van de dodenakkers, waarbij schoonheid en verval, grafkunst en grafkitsch hand in hand lijken te gaan. 

Parijs kent vele kerkhoven, oases van rust en schoonheid. Eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood. Bemoste granieten grafzerken, afgewisseld met glanzend marmeren grafstenen, waar het verdriet nog voelbaar is. Grafkelders, bewaakt door de mooiste beelden, vaak van wenende vrouwen, uitgevoerd in marmer of brons of gewoon uitgehouwen in steen. Boven aan de deur van deze 'minikerkjes' staat de naam van de familie gegraveerd. 

Soms staat de deur gewoon op een kier of kun je door de kleine raampjes naar binnen gluren. Een stoffig interieur met een klein altaar, altijd voorzien van een kruisbeeld, omgevallen kandelaars en twee vergane bidstoeltjes. In een vaas een verwelkt boeket of plastic rozen.

Binnen de ringweg kent Parijs 15 begraafplaatsen, allemaal gesitueerd in de buitenste arrondissementen; 12e tot en met het 20e. Gek genoeg is er geen begraafplaats in het 13e arrondissement. Zou dat te maken hebben met bijgeloof met betrekking tot het ongeluksgetal? Wie weet. De bekendste kerkhoven van Parijs zijn natuurlijk Père Lachaise in het 20e arrondissement, cimetière Montmartre in het 18e en cimetière du Montparnasse in het 14e.

In de schaduw van de Eiffeltoren; cimetière de Passy, de necropool van de aristocratie

In het 16e, verscholen achter hoge muren, verheven boven place du Trocadéro ligt de kleine begraafplaats van Passy; de cimetière de Passy. In het begin van de 19e eeuw werden in de Franse hoofdstad verschillende nieuwe begraafplaatsen aangelegd. Na Père Lachaise, de begraafplaats van Montmartre en de begraafplaats van Montparnasse, werd de begraafplaats van Passy in 1820 geopend als vervanging van de oude gemeenschappelijke begraafplaats van Passy, gesloten in 1802. De centrale ligging in het centrum van de duurste arrondissementen van Parijs verklaart waarschijnlijk waarom de begraafplaats de bijnaam heeft als de necropool van de aristocratie.




De familiegrafkelder van de Comte en Comtesse Delaire Cambacérés

De unieke toegang tot deze begraafplaats, aan de rue du Commandant Schlœsing 2, is een monumentale ingang in art-decostijl die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Franse architect en decorateur René-Félix Berger werd ontworpen. De kroonlijst van het elegante paviljoen is versierd met drie bas-reliëfs van beeldhouwer Janthian. Cimetière de Passy heeft een oppervlakte van 1,70 hectare en omvat ongeveer 2.615 begraafplaatsen die voor altijd worden gehouden. Het is verdeeld in 15 divisies genoemd. Sommige zijn eenvoudige grafstenen, andere zijn monumentale graven en familiemausoleums. Meer dan 290 bomen, voornamelijk kastanjebomen, dragen bij aan een romantische sfeer. Net als bij andere Parijse begraafplaatsen is het erg moeilijk om hier begraven te worden. Er zijn strikte regels; alleen mensen die in Parijs zijn gestorven of daar hebben gewoond, mogen hier worden begraven. Tegenwoordig maakt de begraafplaats Passy administratief deel uit van de begraafplaats Montparnasse.

Meer dan 290 bomen, voornamelijk kastanjebomen, dragen bij aan een romantische sfeer


Bekende personen die hier begraven liggen zijn o.a. Bảo Đại, de 13de en laatste keizer van de Nguyen-dynastie in Vietnam. Op 23 augustus 1945 trad hij af en leefde vervolgens in ballingschap in Hongkong en Frankrijk. In 1949 werd hij door de Fransen weer als staatshoofd geïnstalleerd, ditmaal als president. In 1955 werd hij bij verkiezingen verslagen en sindsdien woonde hij in Parijs, waar hij op 30 juli 1997, op 83 jarige leeftijd, gestorven is in het militaire ziekenhuis Val-de-Grâce.


Ook een groot deel van de familie Manet ligt hier begraven. Édouard Manet (1832-1883) de kunstschilder. Manet stierf aan de ziekte locomotorische ataxie, die het centraal zenuwstelsel aantast en verlamming veroorzaakt. De oorzaak was syfilis, die Manet mogelijk al in 1848 had opgelopen. Vlak voor zijn dood in 1883 kreeg hij ook nog koudvuur in zijn been, dat afgezet moest worden. Antonin Proust sprak op de begrafenis en Monet en Zola droegen de kist. Verder waren onder meer Alfred Sisley, Camille Pissarro, Pierre Renoir en Eugène Boudin aanwezig.
Weinigen weten dat Manet getrouwd was met de Nederlandse Suzanne Leenhoff, concertpianiste, die opgroeide in Zaltbommel. Haar vader was daar beiaardier. Aan het eind van de jaren 1840 vertrok zij met haar moeder en broers en zussen naar Parijs, waar haar oma woonde. Het was zelfs Franz Liszt die haar zou  hebben aangeraden haar pianostudie in Parijs voort te zetten, toen hij haar in 1842 had horen spelen tijdens een reis door Nederland.
In Parijs gaf Leenhoff pianolessen aan onder anderen de jongere broers van Édouard Manet. Rond 1849 kreeg zij een relatie met deze schilder. In 1852 beviel Suzanne Leenhoff van een zoon, Léon. Als vader gaf zij ene Koëlla op, over wie verder niets bekend is. Er zijn theorieën dat Manet, die peetoom van het kind werd, de vader was. Er zijn ook vermoedens dat het kind van Manets vader, Auguste, was. Leenhoff en Manet trouwden op 28 oktober 1863 in Zaltbommel. Suzanne Manet stierf in 1906 en ligt ook hier begraven. (bron wikipedia)
Ook Eugène Manet (1833-1892 zijn broer en tevens kunstschilder. Zijn echtgenote Berthe Morisot (1841-1895), impressionistische kunstschilderes en Julie Manet (1878-1966), model, kunstschilder, kunstverzamelaar en de dochter van Eugène Manet en Berthe Morisot. Na de dood van haar vader is zij een dagboek gaan bijhouden. Het werd na haar dood uitgegeven en in het Nederlands gepubliceerd als ‘De impressionistische wereld van Julie Manet’.

Het mausoleum van Marie BashkirtseffFoto Wikimedia, © Martin Ottmann

Marie Bashkirtseff
“Als ik niet jong sterf, hoop ik voort te bestaan als een groot kunstenares; maar als ik jong sterf, wil ik mijn dagboek, dat alleen maar interessant kan zijn, in de openbaarheid laten brengen maar gaat u maar uit van de veronderstelling dat ik beroemd ben”; schreef de ambitieuze jonge Oekraïense Marie Bashkirtseff. Helaas stierf ze jong en de roem, die ze had willen vergaren, is dan ook min of meer uitgebleven. Ze stierf op 26-jarige leeftijd als gevolg van tuberculose. Haar moeder zorgde ervoor - geheel volgens de eerdergenoemde wensen van de kunstenares - dat haar openhartige dagboek inderdaad gepubliceerd werd.  “Waarom zou ik liegen en me anders voordoen dan ik ben?' Zo luidt de eerste zin van het dagboek dat zij op haar twaalfde jaar begon en voortzette tot tien dagen voor haar dood.
Maria Konstantinovna Bashkirtseva, haar echte naam (1858-1884) was een Oekraïens - Franse dagboekschrijver, schilder en beeldhouwer, woonde en werkte vele jaren in Parijs. Bashkirtseff zou in haar korte leven een opmerkelijk, zij het vrij conventioneel oeuvre produceren, dat al in 1880 en daarna elk jaar tot haar dood op de Parijse Salon zou worden tentoongesteld. Schilderijen van Marie Bashkirtseff bevinden zich o.a. in het Louvre en het Musée d’Orsay in Parijs, in het Musée des Beaux-Arts Jules Chéret in Nice, het Staatsmuseum Dnepropetrovsk en het Kunstmuseum Kharkov (beide in Oekraïne), het Russisch Museum in Sint Petersburg, en het Rijksmuseum Amsterdam. Marie Bashkirtseff maakte geen groot oeuvre. Zij liet ongeveer honderd schilderijen na. Haar grote vriend Prins Bojidar Karageorgevitch was bij haar sterfbed aanwezig. Haar monument is door de Franse regering tot historisch monument verklaard, reden: Binnen in het mausoleum hangt haar laatste werk, te weten, ‘De Heilige Vrouwe bij het graf’.

Altijd bedekt met bloemen het graf van prinses Leila Pahlavi

Wandelen over deze Parijse dodenakker is meer dan een ontdekkingstocht van versteend verdriet. Alle graven hebben zo hun eigen verhaal. De een leeft voort door zijn schilderkunst, films, boeken en muziek. De ander blijft in herinnering, bekend of onbekend. Verse bloemen geven aan dat zij in ieder geval niet onopgemerkt zijn gebleven. Een graf wordt wekelijks bedolven onder verse bloemen, dat van Leila Pahlavi. Prinses Leila was de jongste van wijlen Shah van Iran, vijf kinderen, en de vierde van zijn derde vrouw, koningin Farah. De sjah en zijn familie werden in 1979, na de islamitische revolutie, gedwongen tot ballingschap. Na de dood van de sjah door kanker in 1980 vestigde de familie zich in Amerika. Leila was ooit topmodel voor Valentino en leed later aan anorexia nervosa. Als gevolg van een laag zelfbeeld en een zware depressie, ze werd vaak behandeld in klinieken in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, pleegde zij op 10 juni 2001 zelfmoord in een Londense hotelkamer. Zij ligt begraven in de buurt van haar grootmoeder Farideh Ghotbi Diba.

Passy heeft een oppervlakte van 1,70 hectare en omvat ongeveer 2.615 begraafplaatsen die voor altijd worden gehouden


Andere bekende of beroemde graven zijn die van Fernandel (1903-1971) de belangrijkste Franse filmkomiek, met als handels-merk zijn Provençaalse accent en zijn grote tanden. Hij is het meest bekend door zijn rol van pastoor in de reeks van de Italiaanse dorpspastoor Don Camillo – films.

Marcel Dassault, geboren als Marcel Bloch, Industrieel en luchtvaartpionier. De Société des Avions Marcel Dassault, later Dassault Aviation groeide uit tot een groot militair-industrieel conglomeraat. In 1981 werd het genationaliseerd, maar Dassault bleef het bedrijf leiden tot aan zijn dood in 1986.

De componisten Claude Debussy, Gabriel Fauré en Marcel Renault, coureur en medeoprichter van Renault, samen met zijn broers Fernand en Louis.

Op een van de muren bevindt zich ook een monument voor de Franse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog zijn gevallen van beeldhouwer Paul Landowski (1875-1961). President Coty legde de eerste steen van het monument op 11 november 1954. Het werd ingewijd op 13 mei 1956.

De Nederlander Andy Arnts heeft een aantal series gemaakt over het 'onvergankelijk Parijs', waar hij op verschillende Parijse begraafplaatsen op zoek gaat naar verhalen over bekende en minder bekende personen uit de Franse geschiedenis. Klik hier voor zijn filmimpressie over de begraafplaats van Passy. Zeker even bekijken!


Cimetière de Passy, rue du Commandant Schlœsing 2, 16e arrondissement, metro Trocadero. Voor openingstijden in verband met de Covid-19 raadpleeg de website.




vrijdag 19 juni 2020

PARIS PROMENADE


Vaak krijg ik de vraag: “Doe jij ook rondleidingen door Parijs?” Mijn antwoord is dan; “de enige rondleidingen die ik doe zijn de blogs die ik wekelijks publiceer over de stad Parijs”. Tevens adviseer ik mijn lezers om gebruik te maken van mooie Nederlandse initiatieven van creatieve jonge ondernemers in Parijs. Die krijgen dan ook altijd de ruimte in mijn weblog om hun onderneming te promoten. Zo zagen jullie al Freaky Tours voorbij komen. Freaky Tours Paris is opgericht door actrice Rachella Kingswijk. Zodra de lichtstad duister wordt brengt zij de obscure tijden van weleer tot leven tijdens een twee uur durende wandeling door het centrum van Parijs. Je gaat de stad bekijken door de ogen van seriemoordenaars, kannibalen, duivelaanbidders en ander gespuis. Maar ook Paris by Bike, want als je kunt fietsen in Amsterdam dan kun je het zeker in Parijs, dat is nog steeds het motto van een Nederlands cabaretière  die in 2011 haar theaterambities aan de wilgen hing. Het bleek uiteindelijk niet haar gekoesterde droom. Tja, en wat dan. Dit was de start van een mooi oer-Nederlands succesverhaal. Sinds april 2012 heeft de nu 27 jarige Yvonne America haar eigen fietstour bedrijfje Paris By Bike, maar dan met een Nederlands tintje.

Deze foto behoeft geen onderschrift

Dit keer geef ik de kans aan Dominique Verschuren om zijn bedrijfje ‘Paris Promenade’ aan jullie voor te stellen. En hoe kun je dat beter doen dan samen met hem, bij een goed glas wijn een interview te doen. Helaas nog niet op een Parijs terras maar middels de digitale techniek van Microsoft teams.

Dominique Verschuren van ‘Paris Promenade’


Dominique, hoe ben jij in Parijs terecht gekomen ?

Het grootste cliché bracht mij jaren geleden in Parijs; de liefde voor Parijs Niet alleen het aloude cliché, maar ook de keerzijde van die liefde bracht mij naar deze stad. Parijs is net zo goed een stad van eenzamen, van verlangen en van dromen. Het is de mijn passie voor Parijs die mij hier houdt.


Vertel dan eens wat jou zo boeit?

Ik hou ervan om me te omringen met schoonheid. Er is veel lelijkheid in de wereld; de wereld is verre van perfect. Maar in het Parijs tussen de ringweg is veel authentieke schoonheid te vinden. Als je de achtergronden kent wordt die schoonheid nóg intenser. Misschien ben ik in Parijs wel op zoek naar schoonheid en de verstening van de tijd als troost. Maar tegelijkertijd, in het heden, is het een keiharde jungle waar je probeert je hoofd boven water te houden. Dat maakt de stad zo fascinerend. Al die mensen uit het verleden die probeerden het te maken, zovelen die boven het maaiveld uitstaken en die hun hoofd verloren (al dan niet door de guillotine). Zo weinigen die het echt maakten en ook zij, zoals wij allemaal, betaalden daarvoor een prijs.

Vroeger was ik eerder Londen minded. Ik ging daar regelmatig naartoe. Maar het lot bracht mij naar Parijs. Sinds ik hier woon heb ik geprobeerd om zo veel mogelijk de stad te exploreren.
Als je door Parijs fietst of loopt dan ontstaan de dromen vanzelf. Dromen over vervlogen tijden. Mannen met hoge hoeden, vrouwen in hoepelrokken die de Eiffeltoren bezoeken tijdens de Exposition Universelle van 1889. Place de la Concorde, nu vol met auto’s maar ooit de plek van een woedende menigte die de oude koningin Marie Antoinette uitjouwde, bespoog en bekogelde op weg naar de quillotine. Op Île de la Cité begint de geschiedenis echt te wegen: gebouwen die er acht honderd jaar geleden ook al stonden, zoals Saint Chapelle, Congiergerie en natuurlijk Notre-Dame. Maar het ziekenhuis Hôtel de Dieu, spant de kroon met de oudste betrouwbare bron uit 829. En nog altijd worden buurtbewoners, indien nodig, hier geopereerd! Voor een historicus is Parijs een lusttuin zoals er geen tweede bestaat. Vanaf de twintigste eeuw (Centre Pompidou) tel je in Parijs architecturaal terug om uiteindelijk in de eerste eeuw terecht te komen (Arènes de Lutèce). Dat vind je in geen enkele andere stad!

Op Île de la Cité begint de geschiedenis

Maar zoals gezegd ook voor het dagelijkse leven geldt: ‘never a dull moment’. Parijs is een chaos, maar zoals bij alles, zit er structuur in. Symbool daarvoor vind ik Place d’Étoile waar alle auto’s, hevig claxonnerend, door elkaar rijden. Maar schijn bedriegt. En in Parijs is het net zoals in al die andere metropolen: de immense stad van elf miljoen inwoners wordt uiteindelijk toch teruggebracht tot de menselijke maat. Er zijn niet minder dan tachtig ‘quartiers’. Sommige amper tien straten groot.

Banksy herdenkt de aanslagen van november 2015

Sinds ik hier woon heeft Parijs aanslagen te verwerken gehad; de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo (januari 2015) en de concertzaal Bataclan en de vele daar omheen gelegen cafe’s (november 2015). Alle aandacht was gericht op het indammen van dit gevaar. Vervolgens kwamen gele hesjes de straat op met enorme ravage tot gevolg op en rond de Champs-Elysées. Die wind is niet echt gaan liggen, maar werd wel overschaduwd door de Kerst-stakingen toen zelfs de metro zes weken buiten dienst was. Dit jaar hebben we acht weken lang letterlijk ons huis niet verlaten in een heuse ‘confinement’. In dat tijdperk leef ik dus: het tijdperk van aanslagen, protesten en opsluiting vanwege het Corona virus, maar ook van grootscheepse ecologische metamorfoses die de stad onherkenbaar groener gaan maken waarbij de Olympische Spelen van 2024 de eerste deadline vormen.

Het geluid van de accordeon begint zeldzamer en zeldzamer te worden in Parijs

Dat kan ik nog doortrekken. Mijn eigen verleden, de jaren tachtig, negentig. Het Parijs, waarmee ik in mijn jeugd vanop een afstand ben opgegroeid – het Franse chanson, accordeonmuziek, bistro’s –, verdwijnt langzaam. Het geluid van de accordeon begint zeldzamer en zeldzamer te worden in de straten van Parijs. In Montmartre, op de stoep voor het oude atelier van Picasso, zit wel eens een accordeonist te spelen. Ik attendeer altijd mijn gasten op dit verdwijnende geluid. De meeste straatartiesten spelen gitaar of vermaken een menigte met acrobatiek en grappen, zoals je die in zoveel andere westerse metropolen ook ziet. En dat niet alleen. Parijs lijkt met al haar duizenden pizzeria’s, Engels als voertaal, en internationale ketens in de winkelstraten in snel tempo stukjes eigenheid in te leveren. Er is geen ontkomen aan: de stad is geglobaliseerd.

Ik vind het ook leuk om tijdens de tours te reflecteren over de huidige inwoners, hun gebruiken, paradoxen, etc. 'Last Tango in la Villette'


Wat voegen jouw wandelingen met Paris Promenade toe?

Tot nu toe bestaan er weinig Nederlandstalige wandeltours in Parijs. Je kunt je wel aansluiten bij een fietstour zoals die van Paris by Bike van de Nederlandse Yvonne America, of een thematische wandeltour zoals die van Montmartre of Freaky Tours van de eveneens Nederlandse Rachella Kingswijk. Het voordeel van een fietstocht is dat je een groot gebied bestrijkt, maar met een wandeltour zoom je in op details. En dan begint een stad pas ècht te leven. Het leven om je heen gaat minder vluchtig aan je voorbij, waardoor je het gevoel krijgt veel meer onderdeel van de stad te worden. Je absorbeert Parijs, je staat even stil bij de stad. Zo creëren wij veel meer diepgang in onze tours: we duiken een hotel in of het warenhuis Lafayette om de pracht en praal te laten zien.
Ik vind het ook leuk om tijdens de tours te reflecteren over de huidige inwoners, hun gebruiken, paradoxen, etc. Ik ben analytisch ingesteld en tegelijkertijd poëtisch, dat levert mooie overpeinzingen op die mensen amuseren, verbazen of ontroeren. Dat is het verschil dat ik maak als je met mij meegaat. Op die manier kan ik een deel van mijn persoonlijkheid erin leggen.

 ‘Paris Promenade’ laat een ander stukje Parijs zien, het Parijs zoals ze werkelijk is


En hoe ben je onderscheidend?

Wij houden niet van toerisme als een platte industrie; het draait bij ‘Paris Promenade’ om klasse. Daarom houden we groepen graag zo klein mogelijk, zodat we iedereen persoonlijke aandacht kunnen geven tijdens onze wandelingen.
Het team van Paris Promenade reflecteert over wat ze inhoudelijk doet. Die klasse komt terug in het realistische beeld dat we geven van Parijs. De stad zoals ze nu eenmaal is. We tonen graag haar schoonheid, maar lopen niet weg voor de onvermijdelijke, minder fraaie werkelijkheid. Dat is ook een deel van de liefde die we voelen voor deze ongrijpbare stad. We tonen onze passie door de verwondering te laten prevaleren, maar net zo goed de kritische zin (niet te verwarren met cynisme). ‘Paris Promenade’ laat een ander stukje Parijs zien, het Parijs zoals ze werkelijk is.


Wat zijn je Parijse zonden?

Éclaires en pain chocolat aux amendes. Ik heb ook een Macaron-periode gekend. Van die grote van boulangerie Paul zijn mijn favorieten. Die zijn erg overheerlijk en zeker zo goed als die van Ladurée, juist omdat ik mij heb laten vertellen, dat de eigenaar van Ladurée dezelfde is als die van Paul.

Place de Fürstemberg


Je favoriete plekken en waarom?

Voor de liefhebbers van lijstjes, mijn 3 favoriete plekken in Parijs zijn:
      Rue de Fürstemberg, in het bijzonder wanneer de lantaarn brandt. Vorig jaar was ik moe van een dag hard werken. Maar ik had afgesproken in Cafe de Flore met een vriend. Hij vond dat ik er zo sprankelend uitzag. En dat terwijl ik me afgepeigerd voelde. Wat had ik gedaan? Niets anders dan tien minuten om de hoek gestaan, op Place de Fürstemberg. (Het heet officieel Rue de Fürstemberg, maar ik noem het in mijn volksmond: Place Fürstemberg, omdat het vooral een pleintje is.) De lantaarns brandden en ik werd spontaan weer verliefd op dit stukje Saint-Germain. Dat gaf mij enorm veel energie.

Een van de mooiste uitzichten van Parijs

    Montmartre. Als je een kleine omweg maakt door de square met het standbeeld van St. Denis - die onthoofd is, niet door de guillotine maar door een Romeinse soldaat – passeer je een smalle corridor langs prachtige privé-tuinen. Op het einde van dat pad kom je uit bij de buste van Dalida. Als je voor je kijkt zie je een van de mooiste uitzichten van Parijs: groene kleuren van het rurale gedeelte van Montmartre, roze muren geschilderd door de kunstenaar Maurice Utrillo en op de achtergrond van het tableau de torens van de Sacre Coeur. Dat is wat men op z’n Frans noemt: een cliché. Een fraaie foto dus!

         Rue Rembrandt is een schitterende straat in een rustige buurt. Op de hoek staat zo’n beetje de laatst overgebleven Pagode, in prachtig rood. De straat staat vol met gigantische Haussmaniaanse huizen. Deze straat ademt de sfeer van de Proustiaanse wereld; de schrijver Marcel Proust woonde immers om de hoek. En dan als klap op de vuurpijl loop je zo het Parc Monceau binnen. Dat is mijn favoriete park in Parijs, omdat het zo subtiel is. Als je voor de eerste keer in Parijs bent adviseer ik net zo graag Parc des Buttes Chaumont, waar ik om de hoek woon. Die is veel sensationeler, inclusief een grot en een heuvel met daarop een tempeltje en een prachtig uitzicht op de Sacre Coeur die bijna voor het grijpen ligt. Maar als je Parijs wat beter kent dan herbergt Monceau een veel fijnzinnigere schoonheid, meer in balans en harmonieuzer. Met prachtige bomen.

Parc Monceau 

     En dan nog een geheim van Parijs. Een hotel dat even simpel als onpraktisch l’Hôtel heet. Hôtel d’Alsace en hun beroemdste bewoner was Oscar Wilde. In die tijd een aftands hotel, Wilde was in zijn laatste levensjaren tot de bedelstaf veroordeeld. Nu is het echter enorm chic. Maar het mooie is: voor een gemiddelde Parijse prijs kun je daar iets drinken in de schitterde serre. Dan krijg je een glimp van de authentieke rijkdom van Saint-Germain.


Aan welke ideeën ben je aan het werken?

Zo zou ik ook graag een tour over de zonden van de stad willen ontwikkelen: de oude hoerenbuurt, die meer in het negende arrondissement was gelegen (Quartier de Breda, heette dat vroeger), de alcoholische geschiedenis van absint en de guinguettes waar goedkope wijn werd geserveerd. Maar ook de maffia (de Apaches) had zijn eigen district... Of wat denkt u van de zinken daken met de typische schoorstenen?!

De alcoholische geschiedenis van absint


Waar haal je je inspiratie vandaan?

Mijn inspiratie komt van wat ik observeer, wat ik voel, en van wat ik lees (een hele concrete inspiratiebron is het boek ‘Het Andere Parijs’ van Luc Santé, waarin vooral het volkse Parijs uit de negentiende en twintigste eeuw de revue passeert). Ik twijfel alleen of andere mensen daar ook in geïnteresseerd zijn? Soms is het erg specialistisch. Een maand geleden, toen we weer naar buiten mochten na de Corona opsluiting heb ik een prachtig pleintje, eigenlijk een square (een klein parkje) ontdekt. Het parkje is gesitueerd een straat of twee achter het stadhuis van het achttiende arrondissement (Clignancourt). Maar om het te bereiken vanaf de Sacre Coeur moet je wel een kwartier door minder fraaie straten lopen. Tja, is dat de moeite waard voor mensen die de stad minder goed kennen?

'Het Andere Parijs’ van Luc Santé

‘La Zone’ is zo’n ander voorbeeld. Dit getto van honderd jaar geleden ten hoogte van waar nu de Périphérique ligt, spreekt zó tot mijn verbeelding. Maar er is geen grassprietje of kassei dat er nog aan herinnert. Of ik moet me vergissen. Twee jaar geleden heb ik een kleine overzichtstentoonstelling gezien in een veredelde bouwkeet in de banlieue bestaande uit tientallen foto’s. Die locatie zei alles: het is een vergeten stukje Parijs.
Als er geïnteresseerden zijn voor deze kleinere krentjes uit de pap, dan mogen zij dat altijd aan mij laten weten: parispromenade20@gmail.com

Kortom: Wat ik vooral wil creëren, in alles wat ik doe, is een combinatie van concentratie en interesse dat leidt tot magische momenten. Ook in mijn andere werk als trainer gaat het om je te concentreren waar je mee bezig bent en dat serieus te nemen, èn interesse te tonen in je gasten met wie je samen bent. Het is altijd fantastisch om te weten waar mijn gasten vandaan komen: of dat nu Californië of Oude Pekela is. Om het in een Einsteiniaanse formule uit te drukken: Concentratie + interesse = magic.


Vertel wat over je tours en de kosten?

Niets is te gek of te veel voor Paris Promenade. Wij leren zelf ook graag bij. We duiken graag in het ‘verdwenen’ Middeleeuwse Parijs.
Ook aan eten besteden wij heel graag aandacht. Wij serveren jou de beste patisserie, charcuterie èn… fromage! Prikkel al je zintuigen: zie, voel, ruik, hoor èn vooral… proef de stad tijdens deze heerlijke Tour de Dégustation! Inclusief mijn persoonlijke zondes Jammie!
Een andere ontdekkingstocht vindt plaats op de beroemdste begraafplaats van Parijs die de allures heeft van een ondergronds dorp. En als levende stervelingen zien wij slechts de 70.000 bovengrondse tombes. Père Lachaise is het verhaal van de laatste verblijfplaats van vele Franse en internationale legendes, waaronder Jim Morrison, Edith Piaf, Oscar Wilde, Marcel Proust en Molière. Ook staan wij stil bij het monument voor de gevallen Communards, een van de bloedigste weken uit de Parijse geschiedenis. Een tour om stil van te worden. Wij bezoeken als enige Nederlandstalige tour Père Lachaise. 


 Wij bezoeken als enige Nederlandstalige tour Père Lachaise

Maar net zo goed lopen we door de ‘posh en glamour’ rond Place de Vendôme. Doen we ook; etalages zonder prijskaartje omdat dat dat zó ordinair is. Hotelsuites voor 45.000 euro per nacht. Wij nemen een kijkje. Een tour om van te dromen. Want, je weet het misschien niet, in Parijs is dromen gratis!

Wat we zelf heel leuk vinden om te doen is een tour samenstellen naar aanleiding van jullie persoonlijke wensen. Misschien wil je meer weten over de schrijvers van Parijs, een tour over de chansons van de stad, een kijkje nemen in Butte-aux-Cailles, of rond Parc Monceau, of het vergeten, statige negende arrondissement.
De prijs van de tours zijn vanaf 25 euro per persoon. Bijzondere tours kosten 35 euro per persoon. Je kunt ook een privétour boeken. Dan is alle aandacht voor jou en jouw groep geheel aangepast aan jouw persoonlijke wensen: ‘Your wish is our command’!


Meer informatie vind je op: https://www.parispromenade.org/