Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zaterdag 18 februari 2017

GARE DE LYON

Langzaam begint het tot mij door te dringen. Het wekelijks bloggen over Parijs heeft zo zijn voordelen. Niet alleen de vreugde die je geeft aan de vele Parijs liefhebbers, maar ook de vele spontane reacties en tips die ik wekelijks mag ontvangen van mijn trouwe lezers. Een van de tips die ik eind vorig jaar mocht ontvangen was om een contact op te nemen met 'À Suivre Productions'. Een bedrijf dat zeer bijzondere rondleidingen organiseert. En zo had ik, op een koude maar zonnige ochtend in januari, een rendez-vous met madame Caroline Loire, die er die ochtend voor ging zorgen dat een lang gekoesterde wens in vervulling zou gaan. 10 Uur stipt stond ik voor de Tour d'Horloge van het Gare de Lyon. Als toerist is het helaas niet mogelijk om deze klokkentoren te bezoeken. Voor uw blogger werd een uitzondering gemaakt echter, mijn bezoek heb ik wel ruim van te voren moeten aanvragen.

Gare de Lyon, gezien vanuit mijn hotelkamer in het Holliday Inn Bastille

Sinds 1850, toen in Frankrijk het spoorwegennet is gebouwd, schoten in Parijs de monumentale stations als paddenstoelen uit de grond. Het waren de kathedralen van de 19e eeuw. Spectaculaire constructies van ijzer en glas met luxueuze interieurs. De stad beschikt over zes grote treinstations die allemaal  een begin- of eindpunt vormen. Gare Saint Lazare voor treinen naar Normandië. Gare du Nord voor het noorden en Gare Montparnasse voor Bretagne. Het Gare de Lyon is het belangrijkste station van de stad en verbindt u met alle bestemmingen naar Zuid Frankrijk. Het Gare de l'Est is er voor treinen naar het oosten en als laatste Gare Austerlitz. Hier brengen de treinen u naar het zuidwesten van Frankrijk.

De 'Big Ben' van Parijs, onderdeel van een bijzondere excursie

Gare de Lyon
De Belle Epoque werd gekenmerkt door een enorme toestroom van bezoekers. Met de wereldtentoon-stelling van 1900 in het vooruitzicht, liet de machtige 'Compagnie du Paris-Lyon-Méditerranée' - de PLM -, een nieuw station bouwen om toestroom van de vele duizenden bezoekers te kunnen verwerken; het Gare de Lyon. Met zijn 100 meter brede rijkversierde gevel en bekroond met een barokke klokkentoren van 67 meter hoog is het Gare de Lyon een hoogtepunt in de Parijse spoorwegarchitectuur ge-worden. Het station verdient absoluut een bezoek, al was het maar voor zijn werkelijk adembenemend restaurant 'Le Train Bleu'. Er bestaat in Parijs geen mooier restaurant, maar daarover straks meer.

Oorspronkelijk werd het station gebouwd in 1855 en vervolgens bijna geheel door brand verwoest in 1871 tijdens de Parijs Commune. Het huidige iconische gebouw werd ontworpen door de Franse architect Marius Toudoire en ingehuldigd op 6 april 1901. Dè bijzonderheid van dit gebouw blijft de vierzijdige klokkentoren die 67 meter boven Seine-niveau uitsteekt. Gebouwd tussen 1895 en 1902 en wordt vaak vergeleken met de Elizabeth toren in London, beter bekend als de Big Ben. Vernoemd naar de politicus Benjamin Hall (1802-1867) die aanzet gaf tot de bouw van de toren. Dit is de eerste les die ik die ochtend krijg van mijn gids als we beiden naar boven kijken, onder aan die immense klokkentoren.

"Hoe is het met uw gezondheid"? Na het beklimmen van deze eerste horde begreep ik de vraag

Hoe is uw gezondheid was de volgende vraag. Met toch enige twijfel in mijn ogen antwoord ik; "prima, maar waarom? "Als u een goede gezondheid heeft pakken we niet de lift maar nemen we de trap met 400 treden naar boven". De onderkant van de toren is namelijk gereserveerd voor kantoren. We bestijgen een marmeren trap met in het midden een glazen lift. In de tussentijd informeert Caroline mij over de bijzonderheid van de toren. De monumentale klok is een ontwerp van de beroemde horlogemaker Paul Garnier.  Paul Garnier werd geboren in november 1801 in de Vogezen en is beroemd omdat hij vrijwel alle stations in Frankrijk heeft voorzien van een stationsklok. Tegenwoordig zijn zijn klokken verzamelobjecten. Na zijn dood schonk Garnier zijn hele collectie van horloges en klokken aan het Louvre. Er is zelfs een kamer naar hem vernoemd in dit museum. Alle vier de uurwerken in de Tour d'Horloge hebben ieder een oppervlakte van 140 m² gebrandschilderd glas. Tot 1929 werden de wijzerplaten van binnenuit verlicht door 240 olielampen die later werden vervangen door elektrisch licht. De klok heeft nog steeds zijn oorspronkelijke mechanisme. Echter in 2005 volledig gemotoriseerd en gesynchroniseerd. Een restauratie die bijna zes jaar in beslag nam, nadat het uurwerk behoorlijk beschadigd raakte na een storm in 1999.

Via een prachtige wenteltrap van hout en metaal kom ik achter de wijzerplaten

Inmiddels gearriveerd op de vierde verdieping in een van de eerste kamers met gebrandschilderde ramen, waar een oude tentoonstelling te zien is van originele posters, die vertellen over het rijke verleden van 'Compagnie du Paris-Lyon-Méditerranée'. Sommige zijn met de hand beschilderd. In het midden een prachtige wenteltrap van hout en metaal waarmee we vervolgens de twee niveaus bereiken achter de vier grote wijzerplaten, elk met een doorsnede van 6,5 meter. De grote wijzers hebben een lengte van 4 meter en wegen zo'n 38 kilo per stuk. Met open mond bekijk ik de constructies à la Eiffel van ijzer en glas.

Een bijzondere constructie à la Eiffel, van ijzer en hout, brengt mij naar het hoogste punt van de klokkentoren

Het uitzicht vanuit deze 67 meter hoge belfort is adembenemend. Aan de voorzijde zicht op de rue de Lyon, die uitkomt op de place de la Bastille en een stuk verder Montmartre. Aan de rechterzijde zicht op boulevard Diderot, die verbinding vormt met de place de Nation. De achterzijde kijkt uit op het station zelf en de linkerzijde, tussen de lelijke kantoortorens door, het Station Austerlitz.

Het uitzicht vanuit deze 67 meter hoge belfort is adembenemend

Na deze privé rondleiding kan ik er natuurlijk niet omheen om mijn gids uit te nodigen voor een 'versnapering' in het beroemde restaurant Le Train Bleu. Vanaf 07.30 uur kun je hier ook gewoon terecht voor een café of een heerlijke chocolat chaud. Er bestaat in Parijs geen mooier restaurant, vol met rijk gedecoreerde zalen, salons en antichambres, waarvan het plafond twee meter boven de vloer lijkt te beginnen. De architect, Marius Toudoire, liet door 27 schilders 41 doeken maken om er de muren en het plafond mee te versieren, met als voorstelling de Franse steden en streken die de PLM aandeed. Ze kregen er vijf maanden de tijd voor en het honorarium bedroeg 2500 francs. Behalve aan de monumentale schilderijen dankt het restaurant zijn weelderige karakter aan de rijke ornamenten, beelden, sierlijsten, kroonluchters en meubels.

Tja, mijn fotografisch oog heeft nou eenmaal een zwak voor trappen

De 'stationsrestauratie' onder de naam 'Buffet de la Gare de Lyon' werd op 7 april 1901 geopend door de toenmalige President van de Franse Republiek Émile Loubet. De laatste schilderingen werden pas in 1905 aangebracht.
In 1963 werd het Buffet de la Gare de Lyon omgedoopt in Le Train Bleu, als eerbetoon aan de legendarische blauwe exprestrein 'Paris - Ventimiglia' van 1922. Vertrek uit Parijs om 20.00 uur via, Marseille, Monaco en aankomst de volgende dag in Ventimiglia om 11.22 uur.

Elke wijzerplaat heeft een oppervlakte van van 140 m² verdeeld over twee etages

De ingang van dit spoorwegpaleis bevindt zich aan de perronzijde midden in het station via een grote dubbele trap. Zodra je hier binnenstapt, ga je terug naar de Belle Epoque. De ontvangst is in de Grote Zaal, 26 meter lang, 13 meter breed en 11 meter hoog. Het plafond is versierd met zes landschappen met helemaal bovenin drie macarons, voorstellend de steden Marseille, Lyon en Parijs. Rechts achterin de Gouden Zaal. Deze 18,5 meter lange en 9 meter brede zaal dankt haar naam aan het vergulde sierstucwerk op de muren. De hoogte is gelijk aan die van de Grote Zaal. De plafondschilderingen stellen landschappen in zuidoost-Frankrijk en langs de Middellandse Zee voor. Tussen de beiden zalen liggen de antichambres waar schilderingen zijn aangebracht die andere steden uit zuidoost Frankrijk symboliseren waaronder; Avignon, Nice, Évian, Nîmes en Grenoble. Twee grote salons maken de ontvangst in Le Train Bleu compleet; de Tunesische- en Algerijnse Salon, de muren rijk versierd met Arabische motieven.

Le Train Bleu één van de best bewaarde plaatsen van het beroemde Parijs van 1900

De PLM werd in 1937 ondergebracht bij de SNCF; de Société Nationale des Chemins de fer Français. De stationsrestauratie werd in de Tweede Wereldoorlog gesloten en deed, u zult het niet geloven, lange tijd dienst als opslagplaats. In 1950 wilde de SNCF de restauratie slopen. Met name door toedoen van de toenmalige minister van cultuur André Malraux werd het monumentale restaurant alsnog gered van de sloop in 1966. Albert Chazal, die in 1963 de leiding kreeg over Le Train Bleu, liet het restaurant in 1968 renoveren. De schilderijen werden gereinigd, de stucornamenten opnieuw met bladgoud bekleed en de meubels gerestaureerd. In 1972 belandde het uiteindelijk op de monumentenlijst en het is nu beschermd erfgoed.

Het restaurant telt 250 zitplaatsen en chef-kok Jean-Pierre Hocquet en zijn team van ruim 50 medewerkers serveren ruim 500 maaltijden per dag

De enorme eetzalen hebben nog steeds hun oorspronkelijke kenmerken, gepolijste vloeren, houten lambrisering, koper, lederen banken en mahoniehouten meubelen. Voor ons kwamen hier al Coco Chanel, Sarah Bernhardt, Colette, Dali, Jean Gabin en tal van andere beroemdheden. Het diende regelmatig als filmlocatie, van Nikita tot Mr. Bean's Holiday. Hilarisch is zijn worsteling met een schaal 'Fruits de Mer'. Een van Frankrijks grootste acteurs, Jean Rochefort, die zijn grootste roem verwierf met Un éléphant ça trompe énormément, speelt de uitgestreken ober. (Klik hier voor het filmpje)

Het restaurant telt 250 zitplaatsen en chef-kok Jean-Pierre Hocquet en zijn team van ruim 50 medewerkers serveren ruim 500 maaltijden per dag. Geserveerd worden Franse klassiekers als sole meunière, lamsbout en crème brûlée. Een traditionele verfijnde Franse keuken in de hogere prijsklasse, waar de menukaart een paar maal per jaar wisselt op basis van de seizoenen. Geopend voor lunch en diner. De prijzen variëren vanaf € 21 voor een voorgerecht,  vanaf € 35 voor een hoofdgerecht en € 15 voor een nagerecht.

Eten in een orgie van rood pluche, koper en goud

Tot op heden is Le Train Bleu één van de best bewaarde plaatsen van het beroemde Parijs van 1900. Eten in een orgie van rood pluche, koper en goud, waar u als het ware eerste klas reist en kijkt door de kanten gordijnen naar de rails van nu.

Eenmaal weer buiten neem ik afscheid van mijn gids maar niet zonder omhoog te kijken naar die enorme klok die 13.10 uur aangeeft. Voor de zekerheid stel ik mijn horloge bij en denk; het is eigenlijk tijd voor lunch. Terug naar le Train Bleu? Uiteindelijk kies ik voor een ander stationsrestaurant: Terminus Nord tegenover het Gare du Nord. 

Paris Gare de Lyon, Place Louis Armand, 12e arrondissement, métro Gare de Lyon.

Vanaf Gare de Lyon heeft u een rechtstreekse verbinding met Genève (3 uur 30 min.), Lausanne (3 uur en 40 min.), Lyon (2 uur), Marseille (3 uur), Barcelona (6 uur en 27 min.), Milaan (7 uur en 10 min.), Rome (11 uur en 34 min.) en Zürich (4 uur en 3 min.) Het station verwerkt 83 miljoen reizigers per jaar en behoort daarmee tot de drie drukste stations van Parijs.

vrijdag 10 februari 2017

VERBORGEN PASSAGES IN BELLEVILLE

Passages zijn een Parijse specialiteit. Dat wil niet zeggen dat ze in andere grote Europese steden niet te vinden zijn, maar hier hebben ze een ander, knusser, minder opzichtig karakter, en vaak zijn het kleine centra gebleven. De meeste passages stammen uit de 19e eeuw. Ze zijn misschien achteruit gegaan, maar het verleden galmt zeker nog na.

Mijn wandeling begint in de rue Faubourg du Temple 

Deze wandeling in het 11e arrondissement hebben u en ik te danken aan de bloggers van Puur Parijs die mij wezen op een voor mij nog onbekend stukje Parijs aan de rand van de rue du Faubourg du Temple. In verborgen passages geplaveide binnenplaatsen of aanpalende straatjes vind je nog restanten van de rijke industriële geschiedenis, in ateliers waar jonge designers, modeontwerpers actief zijn en waar eigenzinnige kunstenaars open huisdagen organi- seren. In de Faubourg woonden ontzettend veel arbeiders-gezinnen maar ook vele ambachtslui. Dat was weer te danken aan Lodewijk XI die de Faubourgs totale vrijheid gaf voor het vestigen van beroepen en gilden. In de Faubourg Saint-Antoine konden ambachtslieden vrij werken, zonder de toen geldende verplichtingen, te werken volgens genormaliseerde technieken zoals het werken 'à boutique ouverte'. Voorbijgangers konden zo oordelen over de kwaliteit van de gebruikte materialen. Nachtwerk werd zwaar gestraft want dat zou geknoei in de hand werken.

Ik stap uit bij metrostation Goncourt, lijn 11 tussen République en Belleville en volg de rue du Faubourg du Temple die de scheidingslijn aangeeft tussen het 10e en 11e arrondissement. Het is een kosmopolitische wijk waar veel immigranten wonen. Maar deze wijken zijn  de laatste tijd steeds populairder aan het worden onder de voornamelijk jonge Parijzenaars. Dat is ook de reden dat dit arrondissement steeds meer opduikt in reisgidsen en trendy modebladen. Naast het oude volkse Parijs, is het ook het thuis van een exotische gemeenschap van Arabieren, Chinezen en Vietnamezen, maar ook van kunstenaars, jonge startende ondernemingen en studenten, die de dure universiteitsbuurten zijn ontvlucht. Hier kunnen we nog de ruwe kant van Parijs aanschouwen. Geef dit arrondissement nog 10 jaar de tijd en dan is het net zo in trek als de Marais.

Een van de mooiste passages in het 11e arrondissement op nummer 105, rue Faubourg du Temple

Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we op nummer 105, Faubourg du Temple. Een prachtige lift aan het einde van een bijzondere passage trekt onmiddellijk mijn aandacht met grote letters; 'La Java'. La Java is een concertzaal gevestigd in de kelders van de galerie 'le Palais du Commerce', ooit geopend in 1923, en was in die tijd een van de meest swingende nachtclubs van Parijs, waar grote namen optraden als Django Reinhardt, Jean Gabin, Fréhel en helemaal in het begin Maurice Chevalier en Edith Piaf. Nu is La Java gespecialiseerd in Latijs Amerikaanse- en allerlei soorten elektronische muziek en mateloos populair bij jongeren.

Statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen

Van dichtbij bekeken dienen voormalige 'liftdeuren' als ingang naar de nachtclub. Aan weerszijden trekken de statige trappen langs prachtige glas-in-loodramen vervolgens mijn aandacht. Bovenaan een gesloten hek dat op mijn vraag vriendelijk wordt geopend door twee jonge mensen die schijnbaar hier hun bedrijfje hebben. Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers. Mijn eerste passage van die dag is adembenemend mooi. Ik laat het oordeel graag aan u over na het zien van de foto's.

Twee etages met rondlopende galerijen waar links en rechts ateliers zijn ingericht voor jonge ondernemers

Schuin tegenover 105 ligt de ingang naar Passage Piver, een onderdoorgang die mij voert door een nietszeggend straatje. Alhoewel; halverwege, op nummer 5, stuit ik op een poort die toegang geeft tot een prachtig industrieel pand van de Societé Th. Grimmeisen. Theodore Grimmeisen afkomstig uit de Elzas , kuiper van beroep, besloot in 1870 te verhuizen naar Parijs. Hier bouwde hij een fabriek aan de rand van Belleville. Zijn zoon werkte daar aan een manier om de houten vaten beter luchtdicht af te sluiten en kwam zo op de vinding van de rubber stop. De kleinzoon van Theodore, George Grimmeisen bedenkt in 1930 de colibri-laars geheel vervaardigd uit een stuk rubber in vorm geblazen met perslucht. In 1936 ontwikkelt hij, vanuit zijn favoriete hobby tennis, een speciale tennisschoen met een gevulkaniseerde rubberen zool en ventilerend katoen. 

Impasse Piver 5, de ingang naar een prachtig stukje industrieel erfgoed

Het merk Spring Court is geboren. Georges overlijdt in 1956 en zijn broer Theodore Louis neemt het bedrijf over. De schoenen zijn vooral bekend door de legendarische platenhoes van Abbey Road waar John Lennon loopt op de schoenen van Spring Court. Later bleken het ook de favoriete schoenen van Serge Gainsbourg te zijn. Sinds haar oprichting heeft Spring Court meer dan 25 miljoen paar  tennisschoenen verkocht.

De Societé Th. Grimmeisen nog zichtbaar in de cour. Lunchen kun je bij het Atelier des Mélanges

De fabriek bestaat nog steeds, echter niet meer op deze plek. Wel is er het hoofdkantoor gevestigd en verder kleine creatieve bedrijfjes, een boetiek, een sportschoenenwinkel en een charmant restaurant. Bij goed weer kun je buiten op het terras lunchen tussen de Fransen, want bij Atelier des Mélanges komen nauwelijks toeristen. De gebogen stalen balken aan ’t plafond verraden nog altijd de industriële afkomst van ’t gebouw.

'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum

Vanuit de Passage Piver slaan we links de rue de l'Orrillon in om meteen rechts de rue Morand in te gaan. Deze lopen we helemaal af tot de rue Jean-Pierre Tibaud. Tegenover het beeld met een vermoeiend ogende 'Le Penseur' zien we de ingang naar het 'Maison des Métallos', nu ’n hip cultureel centrum, maar vroeger een fabriek van koperen muziek-instrumenten, van ’t bedrijf Couesnon, dat zich hier in 1881 vestigde. Boven de ingang zie je in het stalen hekwerk een luit, welke symbool staat voor de geschiedenis van het gebouw. De fabriek produceerde muziekinstrumenten die wereldberoemd werden door onder andere Amerikaanse jazzmuzikanten, waaronder Sydney Bechet (klarinet en sax) en Bill Coleman (trompet). Het merk bestaat nog steeds onder PGM Couesnon en is nu gevestigd in Aisne, in Etampes-sur-Marne zo'n 90 km van Parijs.

Een catalogus van Couesnon uit 1912

Het is tijd voor lunch en mijn oog valt op een luifel met de intrigerende naam 'La Cerise sur la Pizza', vrij vertaald; de kers op de taart. Dit is het restaurant van de sympathieke Hussain Baber. Hier laat ik mij een verse pizza smaken, met olijven, kerstomaatjes, verse basilicum, pesto en overheerlijke buffelmozzarella, onder het genot van een mooi glas Valpolicella Ripaso. De koffie is van het huis. Dit restaurant, dat ik ten zeerste kan aanbevelen, zit op nummer 96 van de rue Jean-Pierre Timbaud en is alle dagen geopend.

Kok Hussain Berber in zijn restaurant  'La Cerise sur le Pizza'

Nog zin in een wandeling? Dan lopen we nu in zuidelijke richting over het verlengde van de Avenue Parmentier tot aan de rue de Montreuil. Hier kom je in het gebied van Faubourg Saint Antoine. Deze buurt is al 300 jaar ’t hoofdkwartier van de meubelmakers van Parijs. Hier ontdekt u, achter de grote poorten, bijna geheime binnenplaatsen, het antieke Parijs. Doodlopende steegjes en passages, die uitsluitend toegankelijk zijn voor voetgangers. Op sommige plaatsen lijkt het of de tijd stil is blijven staan en of u zo de foto's van Eugène Atget binnenloopt. In deze nog authentieke binnenplaatsen zetelen de laatste ambachtslui, de schrijnwerkers van de hoofdstad. Zij illustreren de teloorgang van een eens zo welvarende bedrijfstak. In 1806 werkten in deze wijk meer dan 46.000 arbeiders in de houtnijverheid. De afschaffing van de gilden tijdens de revolutie en de mechanisering zorgden voor een totale ommekeer in deze wijk.

Cour du l'Industrie - Photo courtesy of Wikimedia

Op nummer 37bis van de rue de Montreuil liggen drie verscholen binnenplaatsen die onlangs nog door de stad Parijs zijn gered van de ondergang en nu zelfs op de lijst staan van historisch erfgoed. De Cour de l’Industrie; sinds de 17e eeuw was hier een heel houtbewerkers gilde gevestigd. Dit was voor eeuwen dé plek wanneer je nieuwe meubels nodig had voor je Parijse appartement. Na een periode van ernstig verval in de vorige eeuw en intensieve restauratie is de Cour nu in haar volle glorie hersteld. De Cour bestaat uit 8 gebouwen verdeeld over drie gangen, met een totale oppervlakte van bijna 5.000 vierkante meter. Sinds 2016 hebben zo’n 50 kunstenaars en handwerkslieden hier hun ateliers. De meeste ambachtslieden trainen hier zelf hun leerlingen en vele kunstenaars bieden cursussen aan in hun werkplaatsen. De binnenplaatsen hebben weer het originele plaveisel, de gebouwen zijn van baksteen in combinatie met houten balken waardoor ze iets weg hebben van vakwerkhuisjes. Een absoluut unicum in de stad en zeker een bezoek waard. 
Meer over de wijk Faubourg Saint-Antoine en haar ambachtelijke geheimen lees dan mijn blog gepubliceerd in april 2014


La Cerise sur le Pizza, rue Jean-Pierre Timbaud, 11e arrondissement, Alle dagen geopend voor afhalen, lunch (12.00 - 14.30 uur) en diner (19.00 - 22.30 uur) - zaterdag en zondag alleen diner.

zaterdag 4 februari 2017

MUSÉE FRAGONARD - EEN VLUCHT DOOR DE GESCHIEDENIS VAN HET PARFUM

Vanuit mijn hotel in het 19e arrondissement kan ik met één lijn, lijn 7, direct naar het centrum van Parijs. Ik stap uit op Opéra en loop de trappen op die uitkomen op place de l'Opéra. Normaal ben ik geen ochtendmens, maar in Parijs ben ik altijd vroeg op. Nog te vroeg voor mijn afspraak van die ochtend, dus ik besluit mijzelf te verwennen met een zwaar overprijsde 'double espresso' op het terras van het beroemde Café de la Paix. Heerlijk om zo de dynamiek van de stad in alle rust te observeren. Het metrostation Opéra is een station waar vier lijnen op uitkomen;  3, 7, 8, en RER-A. Elke minuut braakt de uitgang op place de l'Opera honderden mensen uit, de meesten op weg naar hun werk. Je ziet precies het verschil tussen de mensen op weg naar hun werk of de tijdelijke toerist. Zij staan altijd wat onwennig om zich heen te kijken, aarzelend bovenaan de trap, terwijl de gestreste Parijzenaar zig- zaggend deze obstakels probeert te ontwijken, en dan de grote verbazing als zij zich omdraaien en zicht krijgen op de Opéra Garnier.

Een van de mooiste binnenstraatjes van Parijs, square de l'Opéra Louis Jouvet, dat weer grenst aan de square Eduart VII

Het is vrijdagochtend en ik ben op weg naar een nieuw museum dat sinds kort is opengesteld voor het publiek. Gelegen aan een van de mooiste binnenstraatjes van Parijs, square de l'Opéra Louis Jouvet, dat weer grenst aan de square Eduart VII. Mijn bezoek begint met een les over de beruchte zweetvoeten van Koning Lodewijk XIV en de man die bloedmooie maagden ging vermoorden om hun geur te verkrijgen. Ik ben te gast in een van de nieuwe aanwinsten van Françoise en Agnes Costa, achterkleindochters van Eugène Fuchs. Het zegt u waarschijnlijk niets, maar zij zijn al sinds 1926 een van de grootste familiebedrijven in parfum in Frankrijk. Hun geuren zijn alleen en exclusief te koop in hun eigen winkels tegen fabrieksprijzen. Deze ochtend krijg ik een privé rondleiding in Musée du Parfum Haussmann Fragonard. Inmiddels het derde Fragonard parfummuseum in Parijs.

Ingang van het Musée du Parfum Haussman Fragonard

Fragonard, een familieverhaal
Het is kort voor de Eerste Wereldoorlog dat de voormalige Parijse advocaat, Eugène Fuchs, een geboren ondernemer, in de ban raakt van de magie van parfum. Hij besluit om zijn eigen bedrijf te beginnen op basis van een uniek concept, zeker in die tijd, namelijk rechtstreekse verkoop van geparfumeerde producten aan toeristen, op vakantie aan de Côte d'Azur. Zo is in 1926 het merk Fragonard parfum geboren. De keuze voor de naam van de beroemde, in Grasse geboren, kunstschilder Jean-Honoré Fragonard (1732-1806), zelf de zoon van een meester parfumeur aan het hof, is tevens een eerbetoon van Eugène Fuchs aan de stad Grasse, die hem met zijn familie verwelkomde, de kneepjes en de verfijning van een ambachtelijk distillatieproces bijbracht, stammend uit de achttiende eeuw. Zijn fabriek wordt gevestigd in een van de oudste fabrieken in de stad, gebouwd door parfumeur Claude Mottet in 1841.

90 jaar familiegeschiedenis

De geest van het huis Fragonard is bestendigd door inmiddels drie generaties, die de leiding hebben over het bedrijf. Op hun initiatief werden nieuwe productie-eenheden toegevoegd maar ook diverse verkooppunten voor parfums, cosmetica en zeep. In Grasse, Eze, Saint-Paul de Vence en vanzelfsprekend in Parijs. Het was de schoonzoon, Jean-François Costa, die zorgde voor de nodige modernisering van het bedrijf. Vandaag de dag zijn het zijn dochters, Agnes, Anne en Françoise die de touwtjes strak in handen hebben. Het huis Fragonard heeft tot op de dag van vandaag 81 parfums gecreëerd. Het eerste parfum werd gelanceerd in 1928.

De wieg van het parfumhuis mag dan staan in Grasse, de glamour van het product wordt geassocieerd met de stad Parijs. In 1936 opent Fragonard haar eerste boetiek in Parijs op de rue Scribe 9, tegenover de Opéra Garnier, in een prachtig herenhuis uit de achttiende eeuw. Gebouwd door architect Lesoufaché, een leerling van de architect Garnier, beroemd om de Opéra die zijn naam draagt. Beschilderde plafonds, prachtige parketvloeren, stucwerk, open haarden en kroonluchters die dateren uit de oprichting van het gebouw. Het Huis Fragonard neemt je mee in een reis langs een prachtige collectie van parfum objecten van de oudheid tot aan het begin van de 20e eeuw.

In 1984 volgt de aankoop van het Théatre des Capucines aan de boulevard des Capucines 39, een theater uit 1895. Ook hier fascinerende parfumparafernalia variërend van flesjes, branders tot schilderijen en foto's. Verder zijn er oude orderboeken te zien en recepturen uit 1870 met notities zoals: Huiles Composées - 'Héliotrope': Vanille 220, Cassie 220, Orange 200, Jasmin 200, Rose 180 - de getallen geven de verhoudingen aan. In het 'musée' staat ook een koperen distilleermachine uit de 19e eeuw ooit gebruikt voor het verkrijgen van de essence.

Inkijkje in het museum vanaf square de l'Opéra Louis Jouvet

En vorig jaar, 2016, volgt een derde locatie in het hart Parijs. De Engelse meubelzaak Maple & Co sluit in 2014 zijn deuren aan de square de l'Opéra Louis Jouvet. Het prachtige pand uit 1880 was eens het Eden theater, hèt centrum van entertainment in Parijs, daarna een 'manege-de-velocipedes', een wielrenbaan voor de eerste fietsen met een groot voorwiel. Met behoud van de rijke historie werd het pand totaal gerenoveerd door de Franse architect François Muracciole met veel glas, Eiffel balken, stucwerk en hout.

Dankzij mijn gids krijg ik inzicht in de productiemethodes van het Huis Fragonard, die sinds het ontstaan van het huis onveranderd zijn gebleven. Het plukken en selecteren van de bloemen,  de enfleurage, een methode om de geur van planten te extraheren en uiteindelijk de destillatie.
Ze neemt mij mee in een reis langs het oude Egypte waar de oudste parfums zijn gevonden, gemaakt van geïmporteerde hars van naaldbomen en plantaardige vetten, om uiteindelijk terecht te komen bij de industrialisatie van de 19e eeuw.
Vervolgens het plukken en selecteren van de bloemen. De belangrijkste bestanddelen zijn nog steeds de roos, jasmijn, sinaasappelbloesem, mimosa en ylang ylang. Er zijn ontzettend veel bloemblaadjes nodig om parfum te maken. Tegenover 1 kilo staat 5 ton bloemen. De jasmijn is afkomstig uit midden Azië en werd rond 1560 door de Spanjaarden naar Grasse gebracht. De jasmijn wordt voor zonsondergang geplukt van augustus tot eind oktober. De ylang ylang is een apart verhaal. Deze is afkomstig uit Indonesië en de Filippijnen. Geplukt van een hoge boom met kronkelige takken die slechts 10 kg bloemen per jaar leveren. Voor een gram olie is 0,5 kilo nodig. Langzaam dringt het tot mij door waarom parfum zo kostbaar is.

Dankzij mijn gids krijg ik inzicht in de productiemethodes van het Huis Fragonard

Tot ongeveer de 12e eeuw is er weinig veranderd aan de bereiding van parfum. Pas toen is het parfum zich gaan ontwikkelen tot zoals wij hem nu kennen. Dit is te danken aan de Arabieren, die de distillatietechniek ontwikkelden. Mirre en wierook waren in die tijd belangrijke geuren. Pas in de 14e eeuw werd de parfum vloeibaar op basis van alcohol en etherische oliën. Het bewaren van de parfum werd ook steeds belangrijker en functioneler. Het musée Fragonard toont een oogverblindende verzameling van fiolen, ampullen van geblazen glas. Betoverende flacons van wit melkglas, Venetiaans glas en kristal gemaakt door meester-glasblazers. En dan plotseling zijn er de beruchte zweetvoeten van Lodewijk de XIV.

Beruchte zweetvoeten
In de 16de eeuw verschoof het zwaartepunt van de handel en fabricage van parfum naar Frankrijk, waar steden als Grasse de toon zetten. Aan het hof van koning Lodewijk XIV bereikte de populariteit van het reukwater grote hoogte. Persoonlijke hygiëne was in die tijd ver te zoeken, algemeen heerste de opvatting dat baden ongezond was en daarom tot het minimum moest worden beperkt. Lodewijk pochte dat hij in zijn leven maar drie keer een bad had genomen. Kortom, niemand rook erg fris, terwijl toch kwalijk riekende dampen ervan werden verdacht mensen ziek te maken. Aan het hof werd de stank bestreden met liters zware parfum. En niet alleen op het lichaam, maar op alles wat los of vast zat. Lodewijk zelf stond, ondanks zijn beruchte zweetvoeten, al snel bekend als de ‘zoetst ruikende vorst’ ter wereld.

Een originele distillatieketel. De distillatietechniek hebben we te danken aan de Arabieren

Napoleon daarentegen was verslaafd aan ‘Keuls water’ - Eau de Cologne. Toen in 1798 de Franse Revolutie uitbrak raakte parfum even uit de gratie. Een al te zwaar aangebrachte geur kon je adellijke afkomst verraden met alle risico’s van dien. Lang duurde dat niet. Napoleon ontpopte zich als een onmatige parfumverslaafde. Hij was vooral gek op Eau de cologne, waarvan hij er maandelijks zo’n vijftig flessen liet aanrukken. Dit reukwater was een creatie uit 1709, van de in Keulen werkzame Italiaan Johann Maria Farina (1685-1766). Het ‘Keuls water’ werd oorspronkelijk verkocht als een wondermiddeltje (aqua mirabilis) tegen allerlei kwalen, maar werd al snel door zijn frisse geur geliefd bij de Europese vorstenhuizen. Zware sensuele geuren raakten uit de gratie en werden geassocieerd met het verbloemen van slechte hygiëne en onbetamelijk seksueel gedrag. In de 19de eeuw rook een braaf burgermeisje naar bloemetjes en niet naar wellust.

De functie van parfum is heden niet alleen meer om lekker te ruiken. Het product parfum is een essentieel onderdeel geworden van ons zelfbewustzijn, onze "ik". Mode en marketing zijn doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking en bepalen voor een klein deel hoe je wilt laten zien wie je bent. Een trend die je de afgelopen jaren ziet is dat het product steeds modegevoeliger wordt. Vroeger voldeed het om eens in de paar jaar met een nieuwe geurlijn op de markt te komen. Tegenwoordig zijn er al merken die vrijwel elk jaar, meestal vlak voor de feestdagen, een nieuwe geur of geurlijn introduceren. Een markt die in 2017, naar verwachting de grens van 36 miljard dollar zal overschrijden.

Napoleon was verslaafd aan ‘Keuls water’ - Eau de Cologne

Een zeer belangrijk aspect in de ontwikkeling van parfum is de neus, in het Frans 'nez' ofwel de parfumeur. De wereld telt nu ongeveer een kleine 400 neuzen. De meerderheid van 'neuzen' komt vanzelfsprekend uit Grasse, dé parfumstad bij uitstek. Om de sterke geur van leerlooierijen te verdrijven verschenen rond 1600 in Grasse de mooiste rozenvelden. Later werd in Grasse ontdekt dat de roos het belangrijkste ingrediënt voor parfum is. Daarom gingen parfumhuizen zich hier vestigen. De drie grootste parfum- huizen daar zijn: Fragonard, Galimard en, Moulinard. Meer dan 60% van de productie van natuurlijke aroma’s in Frankrijk komt uit deze plaats. Het creëren van een parfum houdt meer in dan het mengen van allerlei geuren. Het omschrijft ook een gevoel en zelfs een herinnering. Zo moet een parfumeur natuurlijk scheikundig onder-legd zijn, maar ook smaak en intuïtie hebben. Vroeger ging de kennis over het creëren van parfum over van vader op zoon en soms op dochter. Vrouwen werden lang als een onbetrouwbare neus gezien, omdat tijdens de maandelijkse cyclus het reukvermogen minder constant zou zijn. Tegenwoordig worden de vrouwelijke neuzen juist geroemd om hun veelzijdigheid.
Als je niet via familie in het vak terecht kan komen, zijn er gespecialiseerde opleidingen om een 'neus' te worden. De meest bekende opleiding volg je aan het ISIPCA; International du Parfum de la Cosmetique et de L’Aromatique Alimentaire te Versailles. en vergis je niet, het is een goed betaalde baan. Een beetje 'neus' verdient zo’n 300.000 euro per jaar.

De werktafel van de parfumeur. Een beetje 'neus' verdient zo’n 300.000 euro per jaar

Een trap leidt ons naar boven, waar we terecht komen in de prachtige winkel waar producten opvallend laag geprijsd zijn. Parfums met prachtige namen zoals Emilie, Eclat, Etoile, Frivole, Ile d'Amour hebben hier prijzen, waarvoor je in parfumerieën niet eens een eau de toilette kunt kopen variërend van € 27 tot € 89. Verwonderd over de prijzen wijst mijn gids er nogmaals op dat je bij Fragonard rechtstreeks af-fabriek verkoopt en dat er geen dure marketing wordt gepleegd met even zo dure 'bekende gezichten' die weer nodig zijn voor de herkenbaarheid van het product.
Elk jaar kiest Fragonard de bloem van het jaar, een thema van waaruit diverse producten worden ontwikkeld. In 2015 was dat jasmijn, de iris in 2016 en de pioenroos voor 2017.

Een trap leidt ons naar boven, waar we terecht komen in de prachtige winkel, maar eerst nog even een stukje geschiedenis

Wat een kleur- en geurrijk begin van de dag was dit en wat een verschil met het moment dat ik mij in de metro begeef. Het brengt mij weer terug naar een ander verhaal van mijn gids: Naar de man die bloedmooie maagden ging vermoorden om hun geur te verkrijgen. Het heeft betrekking op het boek van Süskind wat zich afspeelt in het Parijs van de 18e eeuw. Süskind vertelt het levensverhaal van Jean-Baptiste Grenouille die op 17 juli 1738 wordt geboren op de Parijse vismarkt. Grenouille groeit op in Parijs waar hij alle geuren van de stad leert kennen. De straten stinken naar mest, de binnenplaatsen naar urine, de slaapkamers naar vette lakens en de doordringend weeë geur van po's. Mensen stinken naar zweet en ongewassen kleren, in hun mond meuren rotte tanden en uit hun maag stinken ze naar uiensap. Wanneer Grenouille zijn eigen geurloosheid ontdekt, besluit hij dat het per direct zijn levenswerk moet worden om een geweldige, hartstochtelijk fantastische geur te creëren die de hele wereld kan veroveren, die zijn lichaamsgeur kan worden en ervoor kan zorgen dat iedereen hem onmiddellijk liefheeft. En wat doe je als je dat wilt bereiken? Juist… je gaat jonge, bloedmooie maagden vermoorden om hun geur te verkrijgen.

Met behoud van de rijke historie is het pand totaal gerenoveerd door de Franse architect François Muracciole met veel glas, Eiffel balken, stucwerk en hout

In mijn bezit nog een krantenknipsel uit 'De Telegraaf' van zaterdag 19 december 1998 met de kop: 'Madeleine verfrist te metro'.
De penetrante stank van rioleringen, menselijk zweet, knoflook, verschraald bier en verbrand rubber, die zo karakteristiek was voor de Parijse metro heeft sinds gisteren plaats gemaakt voor de frisse geur van bos, bloemen en fruit.
Vijf jaar is er gewerkt aan een parfum dat krachtig genoeg is om de typische Parijse metro-stank te verdrijven. Het resultaat, 'Madeleine', genoemd naar een van de metrostations nabij een kruispunt van rioleringen, mag er wezen.
Metro-directeur Jacques Rapoport: "We zochten naar een zoete en tegelijkertijd frisse geur die minstens twee weken in het gangenstelsel blijft hangen. Maandelijks zullen we zo'n anderhalve ton 'Madeleine' toevoegen aan de schoonmaakmiddelen die we normaal gebruiken".
De metro-directie introduceerde reeds in 1993 het parfum 'Francine' op basis van lavendel, eucalyptus en mint. Duizenden metro-reizigers klaagden daarop over hoofdpijn en prefereerden de oude vertrouwde stank. Wellicht is 'Madeleine' een langer leven beschoren dan 'Francine'. Inmiddels weet ik beter en verlang terug naar Fragonard.

Wilt u ook zo'n VIP behandeling en je laten rondleiden door een gids; dat kan vrijwel elke dag, gratis, in al de drie de musea van Fragonard van 9.00 uur tot 18.00 uur.

Le Musée du Parfum Fragonard, Rue Scribe 9, 9e arrondissement, métro Opéra.
Openingstijden: maandag t/m zaterdag 9.00 - 18.00 uur, zondag 9.00 - 17.00 uur,  toegang gratis.

Le nouveau Musée du Parfum Fragonard Paris Haussman, Square de l'Opéra Louis Jouvet 3-5, 9e arrondissement, métro Opéra
Openingstijden: maandag t/m zaterdag 9.00 - 18.00 uur, laatste rondleiding om 17,30 uur. zondags gesloten,  toegang gratis.

Le théâtre musée des Capucines, boulevard des Capucines 39, 2e arrondissement, metro Auber, Opéra.
Openingstijden: maandag t/m zaterdag 9.00 - 18.00 uur, laatste rondleiding om 17,30 uur. zondags gesloten,  toegang gratis

TIP 1
Voor nog een prachtige collectie oude parfumflessen zie mijn blog over het Musée Baccarat.
Musée Baccarat, place des Etats-Unis 11, 16e arrondissement, metro Boissiere

TIP 2
Van jongs af aan is de Nederlandse Roos Lubbers (1969) in de ban van geuren. Zij is auteur van de de Parfumgids die je helpt om makkelijker tot een juiste geurkeuze te komen. Bovendien geeft de gids achtergrondinformatie en wetenswaardigheden over de parfumindustrie, zestig parfumhuizen en twintig neuzen. Wil je een parfumgids bestellen of kado doen? Neem contact op met Roos Lubbers en zij signeert elke gids met een persoonlijke noot. Mail naar roos@parfumconsult.nl.

Prijs: € 14,95 exclusief verzendkosten.

De Parfumgids van de Nederlandse Roos Lubbers

zaterdag 28 januari 2017

LE MUSÉE GUSTAVE-MOREAU, 'UN MUSÉE SENTIMENTAL'

De middag voor de 'Cocktail de Nouvel An' 2017, georganiseerd door de Nederlandse ambassade in Frankrijk brengt mij naar een museum dat al geruime tijd op mijn Parijse 'To-Do' lijstje' staat. Een geheime Parijse parel in de wijk Nouvelle Athènes, tegenwoordig 'SoPi' genoemd of te wel 'South-Pigalle'.

Musée Gustave Moreau in de wijk Nouvelle Athènes

Parijs maakte in de tweede helft van de 19e eeuw een enorme groei door. Er moesten dus appartementen worden gebouwd. Projectontwikkelaars besloten om de vele acteurs, kunst-schilders, musici en schrijvers onder te brengen rond de Opéra Garnier, waar veel theaters lagen. Zo ontstond in de wijk Nouvelle Athènes een opvallende architecturale eenheid, die je zelfs stijlvol kunt noemen. Gebouwen gebaseerd op de oudheid met veel zuilen en frontons. Zowel rond de Église de la Trinité, tot aan Pigalle, als achter de Notre-Dame-de-Lorette.

Mede dankzij de journalist Adolphe Dureau de la Malle kreeg deze wijk in 1823 grote bekendheid door de keuze van een groot aantal schrijvers, acteurs, muzikanten en schilders, die de elite van de Parijse romantische beweging vormden, om zich hier te vestigen. Grote namen waaronder Ary Scheffer, Eugène Delacroix, George Sand, Alexandre Dumas, Frederic Chopin, Victor Hugo, Pissarro, Claude Monet, Paul Gauguin, Horace Vernet, Paul Delaroche en vele anderen.


Een museum waar de tijd stilstaat
Zo ook de kunstschilder Gustave Moreau (1826-1898). In 1851 vestigde hij zich in de wijk in een studio aan de avenue Frochot, een van de mooiste privé straatjes van Parijs. Later, in 1852, kochten zijn ouders, Louis en Pauline Moreau, voor hem het huis aan de rue de la Rochefoucauld nummer 14, waar nu ook het Musée Gustave Moreau is gevestigd. Woningen van kunstenaars spreken altijd tot mijn verbeelding. In Parijs zijn er heel wat maar de bijzonderste plek is ongetwijfeld dit museum. In januari 2015 opnieuw geopend, na een anderhalf jaar durende restauratie. Het interieur werd teruggebracht naar zijn originele staat. In tegenstelling tot wat je zou vermoeden, waren de wanden destijds niet effen geschilderd maar voorzien van rijk behang. Natuurlijk waren deze oude behangpapieren niet meer te verkrijgen. Maar de echte kleuren en reliëfs werden herontdekt achter een kast die sinds mensenheugenis niet meer was verschoven. Gelukkig vond men een soortgelijk papier weer terug in de beroemde collectie van het Londense bedrijf 'Watts of Westminster', al sinds 1874 een van de oudste behangfabrikanten van Europa. Hierdoor alleen al is het interieur een bezoek waard.

Iedere vierkante centimeter van de muren is hier benut om de enorme collectie te tonen

De grote verrassing is de enorme diversiteit in de werken en de gigantische hoeveelheid schetsen die er te zien zijn. Verdeeld over drie verdiepingen krijgt u om en de nabij 1200 schilderijen en aquarellen en nog eens meer dan 4000 tekeningen te zien. Zo'n 9000 tekeningen van Moreau zitten nog in depot, omdat de plaats ontbreekt om ze allemaal tentoon te stellen. Iedere vierkante centimeter van de muren is benut om de enorme collectie te tonen. Geen overdreven gedoe van wanden in perfecte grijstinten maar gewoon opmeten waar we nog een portretje of landschapje kunnen toevoegen. Soms in drie, vier of vijf rijen boven elkaar. Nadeel is tevens het voordeel, alles is nog zoals het destijds was. Het licht is er niet ideaal waardoor sommige werken moeilijk zijn te bestuderen, maar ook dat heeft weer zijn charme.

 Drie jaar voor zijn dood besloot Gustave Moreau van zijn huis een museum te maken

Het huis in een vrij nauwe straat ziet er van buiten niet zo imposant uit, maar is van binnen enorm. Hoewel zijn kunst heel opvallend is, heeft de 19e eeuwse kunstschilder nooit echt beroemdheid gekend. Moreau bleef ongehuwd en zijn moeder die tot 1894 leefde en met wie hij samenwoonde, was zijn idool en de enige met wie hij vertrouwelijk was. Dit verklaart waarschijnlijk de zeer grote plaats die vrouwen in zijn werk innemen. Hier woonde en schilderde hij in afzondering tot zijn dood in 1898. Drie jaar voor zijn dood besloot hij van het huis een museum te maken. Gustave Moreau, een onbegrepen schilder, die zijn thema's voor het belangrijkste deel aan Griekse mythen, sagen en Bijbelse vertellingen ontleende, liet op zijn visitekaartjes 'peintre d'histoire' vermelden. Vanaf 1892 professor aan de École des Beaux-Arts. Onder zijn leerlingen waren Matisse, Marquet, Manguin, Camoin, die in 1905 als 'Les Fauves' bekend werden.


























Op de eerste verdieping de woonruimtes van de kunstenaar. De ontvangstkamer, vol met zeldzame boeken en een antiquiteitenverzameling van zijn vader. Het woonvertrek met portretten en souvenirs van verre reizen. Het boudoir staat weer vol met herinneringen aan zijn vriendin Alexandrine Durieux. Let in de eetkamer vooral op de mooie collectie keramiek.

Het eerst wat direct opvalt is de werkelijk adembenemende wenteltrap uit 1895

De smalle eerste verdieping vormt een groot contrast met de twee bovenliggende zalen, zijn ateliers. Het eerst wat direct opvalt is de werkelijk adembenemende wenteltrap uit 1895 die de verbinding vormt tussen de tweede en derde verdieping. Het is een van de mooiste trappen die ik in Parijs ben tegengekomen. Ook hier kom je ogen te kort. Elke centimeter wand is benut. Overal kasten met dubbele lagen waar diverse werken achter elkaar hangen. Deze twee enorme ateliers stelde hem in staat om grote werken te produceren. Op de derde etage zie je ook de originele kachels uit die tijd en langs de ramen kasten, verscholen achter gordijntjes, vol met draaipanelen met studies en tekeningen, geïnventariseerd, gedateerd en getekend door de schilder zelf. U mag in alle rust zelf al deze prenten bekijken.

Een fascinerend lijnenspel

Moreau wijdde zijn laatste levensjaren aan dit museum en schonk het na zijn dood aan de Franse staat onder voorwaarde dat alles in de oude toestand bewaard moest blijven. Het museum werd pas vijf jaar na zijn dood in 1903 opengesteld voor het publiek. Zijn favoriete leerling, Georges Rouault, werd de eerste conservator van het museum. Schrijf dit museum maar op uw 'To-Do' lijstje van 2017.

Achter gordijntjes, vol met draaipanelen met studies en tekeningen, geïnventariseerd, gedateerd en getekend door de schilder zelf. U mag in alle rust zelf al deze prenten bekijken.

Klik hier voor zijn biografie. Gustave Moreau ligt begraven op  Cimetière de Montmartre.


Musée Gustave Moreau, 4 rue de La Rochefoucauld, 9e arrondissement, métro Trinité, Saint-Georges.
Dagelijks geopend behalve op dinsdag. Maandag, woensdag, donderdag: 10:00-12:45 en van 14u tot 17.15 uur -  vrijdag, zaterdag, zondag: 10u tot 17u15 zonder onderbreking.
Helaas niet geschikt voor bezoekers in een rolstoel.






Wilt u op bezoek bij andere kunstenaars?
Maison de Balzac, 47 rue Raynouard, métro Passy, La Muette - entrée gratis
Musée Bourdelle, 18 rue Antoine Bourdelle, métro Falguière - entrée gratis
Musée Delacroix, 8 rue de Fürstenberg, métro Saint-Germais-des-Prés - entrée gratis
Maison de Victor Hugo, 6 Place des Vosges, métro Saint-Paul, Bastille - entrée gratis
Musée Maillol, 61 rue de Grenelle, métro rue du Bac - entrée gratis
Musée de la Vie Romantique, 16 rue Chaptal, métro Blanche, Pigalle - entrée gratis
Musée Edith Piaf, 5-7 rue Crespin-du Gast, métro Menilmontant - uitsluitend op afspraak
Musée Zadkine, 100 bis rue d'Assas, métro Notre-Dame-des-Champs - entrée gratis
Musée Rodin, 79 rue de Varenne, méto Invalides, Varenne - entrée € 10 (2017)

Zelfportret van Gustave Moreau op 50-jarige leeftijd (circa 1876)