Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 28 augustus 2016

CANAL SAINT- MARTIN, PARIS AU MOIS D'AOÛT

"Si vous voulez visiter Paris, le mieux est d'y aller en août, lorsqu'il n'y a pas de Français".  Een mooi begin voor een blog is deze quote van Kenneth Stilling: "Als u Parijs wilt bezoeken kunt u het beste in augustus gaan, omdat er dan geen Fransen zijn". En ik moet dat beamen. Het is zo heerlijk rustig in Parijs. Geen gestreste Parijzenaars, geen overvolle boulevards, geen filerijden op de avenues en overal een parkeerplek. Parijs in augustus is een beetje zoals Parijs op zondag, heerlijk relaxed. Daarbij komt ook nog eens dat er in de afgelopen maanden van 2016 ruim een miljoen minder toeristen de stad bezocht hebben.

Ik schrijf deze blog heerlijk in de schaduw, op een terrasje aan de achterzijde van Montmartre, juist, dat deel waar weinig toeristen komen. Aan de overzijde staat een zwarte Audi met achter het stuur een elegante vrouw, blond, blauwe ogen en ik schat zo midden dertig. Waarom zoveel details hoor ik u haast denken? Vanwege de muziek die via het open portierraam naar buitenkomt, hoe toepasselijk, Aznavour met 'Paris au mois d’Août'. Mijn hersenen maken overuren waarin vele mooie herinneringen naar boven komen. Het chanson begint met vlammende strijkers en Aznavour zingt vol dramatiek over z’n liefde, voor eeuwig verbonden met Parijs, én voor eeuwig verbonden met de maand augustus. De chansonnier schreef het samen met Georges Garvarentz. Ook van Armeense afkomst, bovendien z’n zwager. 'Paris au mois d’août' is geschreven voor een film met dezelfde titel. De film is op zijn beurt weer gebaseerd op de roman van René Fallet. Aznavour zingt niet alleen de titelsong, maar speelt ook de hoofdrol. De film handelt over een getrouwde, veertigjarige man wiens hoofd op hol wordt gebracht door een model, dat voor een photoshoot in Parijs verblijft. Hij is alleen in Parijs, het warme zomerweer doet de rest en de afloop...... laat zich raden.

Balayé par septembre
Notre amour d'un été
Tristement se démembre
Et se meurt au passé
J'avais beau m'y attendre
Mon coeur vide de tout
Ressemble à s'y méprendre
A Paris au mois d'août

Verjaagd door september
onze liefde van een zomer
Jammer genoeg verbrokkelt
en verleden tijd
Ik had zulke mooie verwachtingen
Mijn hart, leeg
heeft zich schijnbaar vergist
die augustus in Parijs




De hitte bracht mij eerder op de dag naar het Canal Saint-Martin waarvan de oevers zeker minder indrukwekkend zijn dan die van de Seine, maar vaak genoeg heel liefelijk. Daar vinden we een vertraagd Parijs, dat de tijd neemt om een ander facet van zijn complexe, haast  tegenstrijdige, werkelijkheid te laten zien. Met zijn negen sluizen straalt het kanaal een onweerstaanbare charme uit. De schaduwrijke oevers zijn ideaal voor een romantisch intermezzo, weg van alle drukte. Neem hier rustig de tijd, een kop heerlijke espresso op een terras, een siësta op square Villemin, toekijken hoe een brug wordt geopend, de sluis volloopt.....heradem! Dit is Parijs.
De wijk rondom het Canal Saint-Martin heeft iets poëtisch en is in 1938 al onsterfelijk gemaakt door Arletty en Louis Jouvet in de film Hôtel du Nord. In de film zie je het beroemde hotel en de al even beroemde loopbrug. Echter deze scene werd niet ter plaatse gedraaid, maar in een decor, gereconstrueerd in de filmstudio's van Boulogne-Bilancourt. Het reusachtige decor met echt water, was zo'n 70 meter diep.

De wijk rondom het Canal Saint-Martin heeft iets poëtisch en is in 1938 al onsterfelijk gemaakt de film Hôtel du Nord

De bouwwerkzaamheden voor het kanaal, een concept bedacht in 1802 door Napoleon Bonaparte, om de Ourcq te verbinden met de Seine, vooral bedoeld om de drinkwatervoorziening te verbeteren, begonnen in 1805 en duurden twintig jaar. In die dagen was het verbruik circa 1 liter per persoon, tegen de bijna 200 liter vandaag de dag. Parijs moest de mooiste stad van de wereld zijn, maar uit de openbare fonteinen en waterpunten kwam vaak slechts mondjesmaat water. Door een gebrek aan goed drinkwater bestond bovendien een grote kans op cholera, dysenterie en andere ziektes.

Het Canal Saint-Martin is overigens  het enige kanaal ìn de stad en begint eigenlijk bij de Rotonde de la Villette, een overblijfsel van de 'Murs des Fermiers-Généraux' en gaat vervolgens door negen sluizen en onder elegante ijzeren voetgangersbruggen door - waarop nog kisten staan met het opschrift 'hulp aan drenkelingen' - dwars door Parijs richting de Seine. Het is 4,5 kilometer lang, waarvan de helft ondergronds en 2,2 meter diep. 

De Rotonde de la Villette, schakel tussen het Canal Saint-Martin en het Basin de la Villette

Het is een vreemd kanaal, een schakel in de ononderbroken waterweg van Amsterdam naar Marseille. Het bijzondere eraan is dat het kanaal op deze korte afstand een kleine 25 hoogtemeters overwint. De schepen moeten dus ongeveer de hoogte van een huis met zeven verdiepingen overwinnen. Het donkere deel ervan stroomt via een grote overwelfde galerij onder de boulevard Richard-Lenoir door, die bovengronds het toneel is van een groot scala aan markten. Hier woonde ook de schepping van George Simenon, commissaris Maigret. Het kanaal speelt ook een hoofdrol in 'Maigret et le Corps sans tête', Maigret en het lijk zonder hoofd en was altijd een bron van inspiratie voor dichters, schrijvers en kunstenaars. Naargelang het seizoen en het uur van de dag, lijkt deze plek op het decor van een romantische film of op de setting van een detective story.

Langs de waterkant veel pakhuizen die zijn omgebouwd tot chique appartementen

Aan de waterkant was er lange tijd veel bedrijvigheid. Tientallen aken zorgden dagelijks voor het transport van zand en steenkool. Lange tijd werden te boten getrokken door mannen die met een snelheid van 2 kilometer per uur over de kade liepen. De sluizen werden toen nog met de hand bediend. Voor hen was dat een rustpunt om te genieten van een heerlijk glas wijn. Hier komt ook het Franse werkwoord écluser vandaan, met een dubbele betekenis; afsluiten met een sluis en zuipen. De mannen en de schippers lieten zich graag vollopen terwijl de sluis volliep. Deze menselijke lastdieren verdienden zo weinig dat ze goedkoper waren dan trekpaarden.
Door alle bedrijvigheid verschenen rondom het kanaal veel pakhuizen, fabrieken en werkplaatsen. Het kanaal vormde een barrière tussen het welvarende centrum en de oproerige arbeiderswijken. Dat was ook de reden dat Napoleon III een deel van het kanaal liet overdekken, zodat ordetroepen de rebelse wijken gemakkelijk konden schoonvegen. Zo heeft het kanaal een geschiedenis van revolutie, industrie, armoede, bloed, zweet en tranen. Vanaf de jaren zestig nam het belang van transport over water sterk af en raakten de industrieën langs het kanaal in verval. In de jaren 1970 stelde het Parijse stadsbestuur voor om het kanaal te dempen en een vierbaans autoweg aan te leggen dwars door de stad. De mobilisering van de oeverbewoners en de flagrante stupiditeit van het project verhinderden gelukkig de uitvoering hiervan.

Canal Saint-Martin een van de mooiste en gezelligste plekjes van de stad

Wandeling
Vandaag de dag is het Canal Saint-Martin een van de mooiste en gezelligste plekjes van de stad. De Parijzenaars hebben hun kanaal met de negen sluizen, de met bomen beplante oevers, de pleintjes, de sierlijke metalen bruggen, kortom een van de meest romantische plekken van de stad weer herontdekt. Op een zonnige dag picknicken honderden hippe jongeren aan de waterkant en zijn de omliggende cafés en restaurants afgeladen vol.
De mooiste plekjes zijn te vinden ter hoogte van de rue du Faubourg-du-Temple, waar u tussen de meer dan honderd jaar oude bomen een prachtige doorkijk heeft naar de verschillende sluizen en bruggen. U kunt uw wandeling vervolgen in noordelijke richting via de twee kades langs het kanaal; de quai de Jemmapes (oostzijde) of de quai de Valmy (westzijde). Op nummer 80 van de quai de Jemappes hebben een aantal sociale ondernemers een paar oude stallen en een steeg omgebouwd in 'Comptoir Général', een mini  'marché aux puces' met tweedehands kleding, boeken en een hippe bar annex Frans-Afrikaans restaurant. Op nummer 102 het befaamde Hôtel du Nord, nu een restaurant dat zeven dagen in de week geopend is. Aan de overzijde ter hoogte van de draaibrug op de kruising van de rue de la Grange-aux-Belles, de chiquere kant de quai de Valmy. Hier domineren de kleurige gevels van caféterrassen, antiekwinkeltjes, boetieks en kunstgaleries. Bij Art'Azart op nummer 83, de meest trendy boekhandel van Parijs, gespecialiseerd in kunst, design en grafische vormgeving. De eigenaars zijn liefhebbers van klassieke fotografie. In 1999 wekten ze opnieuw belangstelling voor de lomo-fotocamera; de Holga een goedkoop plastic toestelletje maar sinds die tijd een rage in vele wereldsteden.  

De chiquere kant de quai de Valmy

De sluis met de twee sluishuisjes wordt ook wel de 'sluis van de dood' genoemd. Wat niet slaat op het scheepsverkeer, maar lang geleden was de rue de la Grange-aux-Belles een stoffig pad dat langs velden heuvel op liep. Waar nu nummer 53 zit voerde een pad naar de top van een kleine heuvel; de Montfaucon.  Hier werd in 1325, op bevel van de koning, een enorme galg gebouwd. Het ging om een bouwwerk van meerdere verdiepingen dat alleen bestond uit stenen pijlers en houten dwarsbalken waaraan de veroordeelden werden opgehangen. Victor Hugo beschreef het in de slotscène van zijn boek de 'klokkenluider van de Notre Dame'.

Notre amour d'un été - onze liefde van een zomer

Heb je even tijd, maak dan even een buiging naar rechts via de Avenue Richerand naar het Hôpital Saint Louis. Ingesloten tussen rue de la Grange-aux-Belles, rue Juliette-Dodu, avenue Claude-Vellefaux, rue Alibert en de rue Bichat ligt het meer dan 400 jaar oude ziekenhuis Saint-Louis. De eerste steen werd gelegd door koning Henri de IV en hij vernoemde het ziekenhuis naar Saint Louis omdat die aan de pest was overleden. Het gebouw werd gefinancierd uit een deel van het koninklijk monopolie op de handel in zout. We schrijven de 16e en 17e eeuw. De Zwarte Dood  ook wel bekend als de oosterse pest of builenpest, ontleende haar naam aan het oosten. Verondersteld werd dat de ziekte ontstaan was in het oosten en vanuit Nederland naar Londen en Parijs was gebracht. Dit ziekenhuis, gelegen buiten de stad, diende om het Hôtel Dieu op Ile de la Cité in tijden van de pest  te ontlasten.  Midden in de nacht werden de zieken, herkenbaar aan een zwarte tong,  ontstoken builen, klierzwellingen en zwarte vlekken, met karren en kruiwagens vervoerd. Oorspronkelijk had het Hôpital Saint-Louis slechts 300 bedden. Als de pest woedde, deelden twee of drie slachtoffers een bed. Tussen de epidemieën door werd het ziekenhuis gebruikt als verblijf voor bedelaars en vagebonden. Van 1731 tot 1740 als tarweopslag en sinds 1773 is het permanent in gebruik als ziekenhuis en een van de 22 openbare ziekenhuizen binnen de grenzen van Parijs. Aan de pest heeft het ook zijn specialisatie te danken. Het was het eerste ziekenhuis in de wereld gespecialiseerd in dermatologie.

De prachtige binnentuin van het Hôpital Saint-Louis

Het oude gedeelte lijkt sinds zijn bouw in 1607 praktisch onveranderd. In het centrum een prachtige binnentuin met veel bomen, gras, verharde paden en bloemperken. Het Carré Saint-Louis, omgeven door gebouwen opgetrokken uit natuursteen en baksteen met steile daken en dakkapellen. De tijd lijkt hier stil te staan. Deze voor Parijs bijzondere bouwstijl is ook te zien op de place Dauphine en de place des Vosges.  Dit nauwelijks bekende complex uit de 17e eeuw is een bezoek meer dan waard. Bezoek ook de kapel, open op woensdag, donderdag en vrijdag van 14.30 uur tot en met 16.30 uur. In het weekend is de binnentuin niet toegankelijk. (Metro Goncourt, lijn 11)

Liefhebbers kunnen nog een bezoek brengen aan het Musée des Moulages Dermatologiques (museum van dermatologische afgietsels) binnen de muren van het Hôpital Saint-Louis. Een buitengewone ervaring, maar zeker niet een die ik zou aanraden aan iedereen! Het zicht dat u begroet als u de deuren open duwt is opmerkelijk. Een grote rechthoekige kamer met aan alle vier de kanten een dubbel niveau van houten vitrines met letterlijk duizenden afgietsels. De vroegste dateert uit 1867 en de meest recente uit 1958, maar alle delen zijn gruwelijk gedetailleerd. De collectie bevat volledige hoofden, mond, tongen, neuzen (of gebrek aan), armen, voeten... en meer intieme delen van het lichaam. Voor een bezoek wendt u zich tot de website van het museum of telefonisch via +33 1 42 49 99 15.

Altijd een prachtig gezicht het vollopen van de sluis

Toe aan een 'slok'? In de rue de la Grange-aux-Belles liggen twee beroemde chansoncafés voor bier, wijn en muziek. 'Chez Adel' op nummer 10 en café Artistique l'Apostrophe op nummer 23. Toch in de buurt, loop dan nog even door de rue Saint-Marthe. Tien jaar geleden nog een vervallen achterbuurt nu een hotspot met vele gekleurde gevels. U waant zich in de Provence, een dorpstraatje een pleintje en heerlijke restaurants. La Tête des Olives op nummer 2 levert de beste olijfolie van Parijs en heeft ook nog een 'table d'hôte' voor maximaal vijf personen. Braziliaans eten op nummer 7, tapas eten op nummer 32 bij la Sardine.

We keren terug naar het Canal Saint-Martin en vervolgen onze weg stroomopwaarts. Van januari 2016 tot mei 2016 is het kanaal in zijn geheel leeggepompt en zijn alle sluizen en bruggen gerenoveerd. 4,5 ton vis werd gevangen en onder toezicht van de Fédération pour la Pêche et la Protection du Milieu Aquatique, een hele mond vol, verder op weer uitgezet. Eenmaal het water weggepompt kwamen de gestolen scooters, velib fietsen, wijnflessen en bierblikjes aan de oppervlakte, het toonbeeld van het kanaal als afvalbak van crimineel en feestend Parijs. Gelukkig ziet alles er weer piekfijn uit.

Het Canal Saint-Martin bij nacht

U komt nu uit bij Point Éphémère, een café-restaurant dat is gevestigd in een voormalig pakhuis voor bouwmaterialen. Op het terras voor de met graffiti bespoten gevels kan men lekker brunchen - als er tenminste een tafeltje vrij is. Point Éphémère wordt gesubsidieerd door de stad Parijs en biedt ateliers en expositieruimtes voor kunstenaars, Er vinden ook vaak concerten plaats. vlak naast de Point Éphémère ligt een grote brandweerkazerne. De goed getrainde, kortgeschoren brandweerlieden gelden in de hoofdstad als pure sekssymbolen. De muurkalender die ze aan het eind van ieder jaar verkopen, vindt altijd aftrek bij een grote schare gretige fans.

We volgen nu gewoon de indrukwekkende viaducten langs de place de la Bataille de Stalingrad. Rechts ziet u een neoklassiek gebouw; de Rotonde de la Villette, een fraai rond stenen gebouw geïnspireerd door Palladio's Villa Rotonda in Vicenza. Dit was een van de vroegere tolhuizen van Parijs, gebouwd als onderdeel van het plan van Lodewijk XVI om alle goederen die de stad binnenkwamen te belasten. Het fraai gerestaureerde gebouw heeft een restaurant en een zonneterras aan het Basin de la Villette.

Het Basin de la Villette met aan de overzijde het visrestaurant la Criée

Zin in een mooie vismaaltijd, loop dan even door, naar het einde van het Bassin de la Villette. Onder het nieuwe Holliday Inn ligt een prima visrestaurant met een zonneterras aan het water; La Criée. Zicht op oude gerenoveerde loodsen en de laatste ophaalbrug van Parijs, Pont de la Crimée die dateert uit 1885. Het hefsysteem met de grote wielen is ontworpen door het zelfde bedrijf dat de hydraulische liften van de Eiffeltoren ontwierp.

Een ontspannen manier om het Canal Saint-Martin te bekijken is per boot. De tocht duurt ongeveer drie uur gezien de negen sluizen. Opstappunten zijn aan het Bassin de la Villette ter hoogte van quai de la Loire 13 of bij de Port d'Arsenal tegenover boulevard de la Bastille 50. Spannend onderdeel van de boottocht is het deel door de ondergrondse gewelven (2,5 km.)  Om de 50 meter heb je lichtschachten, zodat het zonlicht even de grauwe duisternis doorprikt. Zorg wel dat je een trui of vest meeneemt. Meer informatie op de website van Canauxrama

Spannend onderdeel van de boottocht is het deel door de ondergrondse gewelven

Fietsen kan ook, want langs het gehele traject is een fietspad aangelegd. Op zon- en feestdagen is de weg langs het kanaal verboden voor auto's en wordt bevolkt door fietsers, inlineskaters en spelende kinderen. Meer informatie op de website van Paris Respire.

Boulevard Richard-Lenoir
De brede boulevard over het overdekte deel van het kanaal is in zijn geheel fraai aangelegd. Vooral op donderdag van 07.00 uur - 14.30 uur en op zondag van 07.00 uur tot 15.00 uur, is de boulevard de moeite van een bezoek waard, vanwege de grote traditionele markt; Le marché de la Bastille, die vlakbij de place de la Bastille plaatsvindt en die bekend staat om het grote aanbod van regionale producten.

Elke zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur is hier de marché de la Creation een kunstmarkt waar kunstenaars hun werken rechtstreeks aanbieden aan de kunstliefhebber.

zondag 21 augustus 2016

HET PARIJS VAN DE GROENE FEE

Metrolijn 1 brengt mij naar het Station Saint Paul in de Marais voor mijn afspraak met de 'Groene Fee', wonend aan de rue d'Ormesson 11. Ik steek de drukke rue Saint-Antoine over, die als het ware het vierde arrondissement dwars door midden deelt. Het was vroeger de hoofdstraat van de Marais en eeuwenlang de breedste straat van Parijs. Vervolgens de rue  de Sévigné. De eerste straat rechts is de rue d'Ormesson. Niet alleen bevindt zich hier een van de meest bijzondere lokaaltjes van Parijs, ook bevindt zich aan de overzijde een van de intiemste pleintjes van Parijs, de place du Marché-Sainte-Catherine. Hier stonden aan het einde van de 18e eeuw, de priorij en de kerk van Sainte-Catherine-du-Val-des-Écoliers, ooit gesticht door de sergeanten van de Koninklijke Garde (Les Sergents d'Armes de la Garde du Roi) ter herinnering aan de slag van Bouvines. Deze dependance verzorgde het kerkhof op de hoek van de rue Neuve-Saint-Pierre en de rue Saint Paul; het cimetière Saint-Éloi. Deze begraafplaats werd in 1791 gesloten, maar de graven zijn nooit overgebracht,  zodat de geesten van bekende personen er nu nog steeds ronddwalen. De man met het ijzeren masker, Jean Nicot aan wie wij het woord nicotine te danken hebben en Madeleine Béjart, de maîtresse van Molière.

Place du Marché-Sainte-Catherine verborgen in de Marais

Het pleintje, een van mijn lievelingspleintjes, is een paar jaar geleden geheel voorzien van een nieuwe bestrating en vrijwel afgesloten voor het autoverkeer. Hier is het heerlijk toeven op de bankjes onder de bomen of op de terrassen van de diverse restaurants die het plein omzomen. Ik ben te vroeg voor mijn afspraak dus ik neem plaats op een van de bankjes en geniet meteen van een man, rustig tekenend in zijn schetsboek. Heerlijk, ik zou willen dat ik zo goed kon tekenen. Ik probeer zijn zichtlijn te volgen, hou mijn vinger omhoog zoals hij zijn kroontjespen. In mijn ooghoek zie ik het rolluik bij de nering van mijn 'Groene Fee' omhoog gaan. Vert d'Absinthe staat er boven de deur en in de deuropening niet Kylie Minogue maar Monsieur Luc-Santiago Rodriguez.

Ik geniet meteen van een man, rustig tekenend in zijn schetsboek

Het laatste gebied enige uitleg. In mijn blog neem ik u mee naar de wereld van een verraderlijke verleidster. Kylie Minogue verbeelde de Groene Fee in de film Moulin Rouge van Baz Luhrman die zich afspeelt in de 'poel des verderfs', Montmartre, in het midden van de 19e eeuw, de komst van de absint. In 1830 was onder de in Algerije gelegerde Franse militairen, die door malaria en dysenterie werden gekweld, behoefte ontstaan aan zuiver drinkwater. De oplossing bestond uit de toevoeging van absint aan het verontreinigde water. Deze zuiveringsmethode werd door de soldaten dermate gewaardeerd dat ze na thuiskomst in hun café om absint vroegen. Met name in Parijs deden de boulevardcafés goede zaken met de verkoop van het aperitief aan militairen. Hun enthousiasme sloeg over op de burgerij, waarmee het 'Groene Uur' was geboren: van vijf tot zeven in de vooravond was de lucht op de boulevards doordrongen van de geur van de Groene Fee.

Monsieur Luc-Santiago Rodriguez eigenaar Vert d'Absinthe

Eeuwenlang kwam drinken in een openbare gelegenheid in Parijs neer op een bezoekje aan een 'marchand de vin', een wijnkoopman die doorgaans alleen witte en rode wijn verkocht en als je geluk had een 'marc', een distillaat uit de schillen en pitten van geperste druiven. Kroegen in de volksmond bekend met termen als bibine, boc, bouchon, bouf-fardière, bousin, cabermon, cabremont, cargot of een abreuvoir waren niet meer dan een drankhol waar men alle vormelijkheid kon laten varen. De assommoir, een zaak om buiten westen te raken of een estaminet  weer een treetje hoger. De kroegen rond de hallen hadden een speciale ontheffing van de normale sluitingstijd - twee uur 's nachts - die voor de gehele stad gold. Er waren twee ruimtes, waarvan de voorste was voorzien van twee zinken togen en een lange houten bank, terwijl het achterzaaltje alleen toegankelijk was voor stamgasten. Vaak kon je kiezen uit drie glasformaten; monsieur (groot), mademoiselle (klein) en misérable (een vingerhoedje). Sommige kroegen hadden een bordeel in het achterzaaltje, sommige verstrekten leningen tegen woekerrentes. Cafés bij de Hallen gaven marktvolk 's nachts krediet dat om tien uur 's morgens, wanneer de arbeiders hun loon kregen, weer moest worden terugbetaald.

Het 'Groene Uur'; van vijf tot zeven in de vooravond

Ondertussen werden de wijngaarden geteisterd door Phylloxera, de druifluis. Absint werd hierdoor mede populair als een betaalbaar alternatief voor schaarse en dure wijn. In de jaren die volgden werd in bijna iedere Franse provinciestad een absintstokerij opgericht. Maar de vaak overmatige alcoholconsumptie in de avonduren, op de drempel van de twintigste eeuw, bezorgde de Groene Fee een slecht aanzien. De groene kleur van absint was afkomstig van chlorofyl, uit een extract van bladeren van Artemisia Pontica, citroenmelisse, hyssop en soms veronica. Daar kwam bij dat onzorgvuldig gestookte absint methanol kon bevatten en vaak gekleurd werd met metaalverbindingen (het giftige koper en indigo), met blijvende schade aan het centrale zenuwstelsel als mogelijk gevolg. Absint zou waanzinnig maken en een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. De oorzaak daarvan zou voornamelijk in het terpeen thujon zijn gelegen.

De Fee een belangrijke bron van artistieke inspiratie (affiches uit de Belle Epoque)

De Fee zou een belangrijke bron van artistieke inspiratie zijn. Deze veronderstelling heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de mythe rond de hallucinerende effecten van absint. Vincent van Gogh zou er zijn gele periode aan te danken hebben. In de tweede helft van de negentiende eeuw waren de impressionisten, alsook de symbolistische schilders en dichters, de illustere minnaars van de Groene Fee in de Parijse café's. Ze putten inspiratie uit haar, hielden van haar gezelschap tijdens hun felle kroegdiscussies of hun momenten van reflectie, en maakten haar soms tot thema van hun werk. Beroemde absintdrinkers waren Paul Gauguin, Henri de Toulouse-Lautrec, Charles Baudelaire, Guy de Maupassant, Édouard Manet, Oscar Wilde, Paul Verlaine, Edgar Allan Poe. Diversen van hen, zoals Edgar Degas, Édouard Manet en ook Henri de Toulouse-Lautrec vereeuwigden de absintdrinkers op hun schilderijen.

 Absint zou waanzinnig maken en een bedreiging vormen voor de volksgezondheid

Nadat de Fee schuldig was bevonden aan de moord van de Zwitser Jean Lanfray op zijn hele gezin, liet in diverse landen het verbod op absint, aan het begin van de twintigste eeuw, niet lang op zich wachten. Tot die landen behoorden Zwitserland, België en Nederland. Frankrijk volgde definitief in 1915, toen de minder goede prestaties van de frontsoldaten werden toegeschreven aan de schadelijke werking van de Groene Fee.

Zwitserland verbood het gebruik van absint in 1910, Frankrijk in 1915

Ruim een eeuw daarvoor, in 1798, stichtte likeurstoker Henri-Louis Pernod, samen met een vertegenwoordiger in kant Daniel-Henri Dubied, een absintdistilleerderij in het Zwitserse Couvet (Val-de-Travers). Het huis Dubied Père & Fils begon als eerste met het commercieel produceren van absint. Maar waar kwam het recept vandaan? Dubied zou het gekocht hebben van ene Henriette Henriod uit Couvet, die het voorschreef ter behandeling van vrouwenkwalen. Er werd ooit gedacht dat zij het had overgenomen van de Franse arts Pierre Ordinaire, die te paard door Zwitserland trok om zijn panacee te slijten, maar dat is niet aannemelijk omdat het recept al halverwege de achttiende eeuw in Zwitserland bekend was, terwijl Ordinaire er pas vanaf 1771 verbleef. Bovendien zou hij zijn drank niet uit de Grote Absint (Artemisia absinthium) hebben vervaardigd, maar uit cichorei. De oorsprong van het aperitief van Pernod & Dubied blijft daarmee onduidelijk; het is het begin van een mythe.

Het kleine winkeltje staat vol met gebruiksartikelen behorend bij een bijzonder ritueel

Omdat het grootste afzetgebied zich aan de andere kant van de grens bevond, en de invoerrechten aardig konden oplopen, vestigde Pernod zich in 1805 te Pontarlier. Het door hem gestichte huis 'Pernod Fils' zou uitgroeien tot de wereldmarktleider in absint, al zou het nog een kwart eeuw duren eer de absint meer werd dan de streekdrank van Franche-Comté en Frans-Zwitserland.

Absint heeft ook nog bijgedragen aan een bijzondere ontdekking. Op een stralende zomerdag in 1901 maakte André Berthelot - zoon van de beroemde chemicus Marcelin Berthelot - een wandeling naar de bron van de rivier de Loue. De Loue ontspringt in een donkere grot aan de voet van een duizelingwekkende, U-vormige rotswand, even ten noordwesten van Pontarlier. Tot zijn grote verbazing merkte hij op dat het water die dag de kleur en de geur van absint had. Hij proefde ervan, en inderdaad, uit de bron vloeide niets anders dan het populairste aperitief van zijn tijd. Wat bleek, twee dagen eerder was de Pernodfabriek in de garnizoensstad Pontarlier ten prooi gevallen aan een uitslaande brand, veroorzaakt door een blikseminslag. Om een ramp te voorkomen hadden de medewerkers alle opgeslagen absint in de rivier de Doubs laten stromen. Men spreekt van een miljoen liter. De soldaten schepten hun aperitief uit de rivier met hun helm. En Berthelot had met zijn ontdekking een oud raadsel opgelost: het water uit de karstbron* van de Loue (*een bron waar een rivier na een ondergrondse loop weer aan de oppervlakte komt) bleek afkomstig van de Doubs. Zij ontspringt bij het dorp Mouthe in de Franse Jura, dicht bij de grens met Zwitserland.

Het suikerklontje begiet je uiterst voorzichtig en tergend langzaam met een heel fijn straaltje ijswater uit een karaf

De stevige handdruk van Monsieur Rodriguez, de eigenaar van Vert d'Absinthe, doen het beeld van Kylie Minogue onmiddellijk verdwijnen. Het kleine winkeltje hangt vol met prachtige posters uit de Belle Epoque, flessen Absint met de mooiste etiketten, glazen, speciale lepeltjes en schitterende karaffen. Het drinken van Absint doe je niet door gewoon het glas te heffen en te slikken, er gaat een heel ceremonieel aan vooraf. Vóór dat het eerste slokje wordt genomen, bekijk je eerst aandachtig het etiket van de fles, om vervolgens je neus toestemming te geven aan de fles te ruiken. Als voorspel stroomt een sterke anijsgeur je hersenen binnen. Na het uitroepen van oh en ah, giet je de groene godendrank voorzichtig in het daarvoor bestemde glas. Naast mijn glas ligt een prachtig vormgegeven zilveren lepeltje dat ik vervolgens heel voorzichtig op mijn glas leg. Het zogenaamde absintlepeltje zit vol met gaatjes. Op het lepeltje komt een klontje suiker te liggen. Het klontje begiet je uiterst voorzichtig en tergend langzaam met een heel fijn straaltje ijswater uit een karaf. Wanneer het klontje verzadigd is, valt het uiteen om zich vervolgens te mengen met de groen godendrank in het glas. Door de ijle dans van suiker, water en absint verspreid zich een heerlijke kruidengeur van anijs en venkel. Bij de eerste slok die mijn gehemelte streelt denk ik aan 'mijn Groene Fee'. De 70% alcohol in mijn slokdarm brengen mij weer snel terug naar de werkelijkheid.

Bij de eerste slok die mijn gehemelte streelt denk ik aan 'mijn Groene Fee'

Ben je 's middags in de buurt van de rue Ormesson, tussen vijf en zeven uur, bedenk dan dat het l'heure verte is en breng een bezoek aan deze bijzondere winkel. Geopend van dinsdag t/m zaterdag van 12.00 uur tot 19.00 uur. Er is witte en groene absint en de prijzen zijn vanaf € 48 voor een 70 cl-fles.
A votre santé.

Bronnen:
WikipédiA, De Groene Fee, 
'Het andere Parijs,stad van het volk' Luc Sante, uitgeverij Polis, ISBN 978 94 6310 114 1
€ 24,95

Kylie Minogue als de Groene Fee in de film Moulin Rouge 

zondag 14 augustus 2016

CIMETIÈRE DE PASSY; DE NECROPOOL VAN DE ARISTOCRATIE

Elk boek wat ik in mijn bezit heb over Parijs begint met lyrische woorden, waarin de schoonheid van de stad wordt bezongen. De ene overtreffende trap na de andere; romantisch, legendarisch, groots, beroemd, overweldigend. Victor Hugo schreef in Les Miserables: "Alles wat ergens anders bestaat, bestaat ook in Parijs". Of Hemmingway: "Als je zo gelukkig bent om als jongeman in Parijs gewoond te hebben, dan blijft dat je voor altijd bij, waar je in je leven ook naar toegaat, want Parijs is een doorlopend feest". De stad waar het leven nooit stopt, dat is het Parijs van 'la vie continue'.
In de schaduw van de Eiffeltoren; cimetière de Passy, de necropool van de aristocratie
Maar er is ook nog een ander Parijs; verstild en tijdloos. Dat is het Parijs van de dodenakkers, waarbij schoonheid en verval, grafkunst en grafkitch hand in hand lijken te gaan. Parijs kent vele kerkhoven, oases van rust en schoonheid. Eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood. Bemoste granieten grafzerken, afgewisseld met glanzend marmeren grafstenen, waar het verdriet nog voelbaar is. Grafkelders bewaakt door de mooiste beelden, vaak van wenende vrouwen, uitgevoerd in marmer of brons of gewoon uitgehouwen in steen. Boven aan de deur van deze 'minikerkjes' staat de naam van de familie gegraveerd. Soms staat de deur gewoon op een kier of kun je door de kleine raampjes naar binnen gluren. Een stoffig interieur met een klein altaar altijd voorzien van een kruisbeeld, omgevallen kandelaars en twee vergane bidstoeltjes. In een vaas een verwelkt boeket of plastic rozen.
De familiegrafkelder van de Comte en Comtesse Delaire Cambacérés
De bekendste kerkhoven van Parijs zijn natuurlijk Père Lachaise in het 20e arrondissement, cimetière Montmartre in het 18e en cimetière du Montparnasse in het 14e. Afgelopen weekend ontdekte ik in de schaduw van de Eifeltoren een voor mij onbekende dodenakker. Verscholen achter hoge muren, verheven boven place du Trocadéro ligt de kleine begraafplaats van Passy; de cimetière de Passy. Bekende personen die hier begraven liggen zijn o.a. Bảo Đại, laatste keizer van Vietnam, Claude Debussy, componist, Édouard Manet, kunstschilder, Fernandel, de Franse komiek en Leila Pahlavi, die in 2001 een einde maakte aan haar leven, in een Londense hotelkamer. Zij was de dochter van de Sjah van Iran en ligt begraven in de buurt van haar grootmoeder Farideh Diba. Dit kerkhof werd geopend in 1820 en werd al snel de necropool van de aristocratie.
Altijd bedekt met bloemen het graf van prinses Leila Pahlavi
Wandelen over deze Parijse dodenakker is meer dan een ontdekkingstocht van versteend verdriet. Alle graven hebben zo hun eigen verhaal. De een leeft voort door zijn schilderkunst, films, boeken en muziek. De ander blijft in herinnering, bekend of onbekend. De bloemen en kleine gedenksteentjes geven aan dat zij in ieder geval niet onopgemerkt zijn gebleven.
Wandelen langs versteend verdriet
De Nederlander Andy Arnts heeft een aantal series gemaakt over het 'onvergankelijk Parijs', waar hij op verschillende Parijse begraafplaatsen op zoek gaat naar verhalen over bekende en minder bekende personen uit de Franse geschiedenis. Klik hier voor zijn filmimpressie over de begraafplaats van Passy.
Grafkelders, kleine minikerkjes vaak bewaakt door de mooiste beelden

Cimetière de Passy, rue du Commandant Schlœsing 2, 16e arrondissement, metro Trocadero. Alle dagen geopend van 8.00 uur (zondag 08.30 uur) tot 18.00 uur. Klik hier voor een kaart met de namen van alle beroemde graven.

zondag 7 augustus 2016

COLLECTIF LES MORTS DE LA RUE

In de kolom kennismaking naast mijn wekelijkse blog komt de volgende zinsnede voor: 'Mijn blogs bevatten de observaties van een nieuwsgierige reiziger die het Parijs van de Parijzenaars wil leren kennen en steeds op zoek gaat naar de couleur locale'.
Die couleur locale heeft helaas ook een lelijke kant; de honderden sterfgevallen onder de daklozen van Parijs.

Een triest record: 2015 - 497 mannen en vrouwen stierven op straat

Jarenlang hoorden zij bij het geromantiseerde beeld van Parijs. Vastgelegd door bekende fotografen als Eugène Atget, Brassaï en Robert Doisneau. In de jaren dertig telde Parijs al zo'n twaalfduizend 'vagabonds', de eveneens geromantiseerde benaming voor clochards. Balzac noemde ze 'Peau de Chagrin', Atget sprak over Chiffonnier (lompenboeren), het Parijse stadsbestuur heeft een officiële benaming: S.D.F. 'Sans Domicile Fixe' of zoals wij zeggen; 'zonder woon- en verblijfplaats', de daklozen. Clochards zijn onlosmakelijk verbonden met het beeld van Parijs. Een roman of film over de stad is niet compleet als er niet ergens een clochard  in figureert. En in het straatbeeld zijn ze net zo talrijk als de monumenten. Parijs hoort bij de clochards net zoals de clochards horen bij het Parijse straatbeeld.

'Sans Domicile Fixe' of zoals wij zeggen; 'zonder woon- en verblijfplaats', 

De clochards zijn de bezitlozen, de armsten der armen. In de jaren dertig beschouwden de clochards het clochard zijn, als een beroep. Het verhaal doet nog steeds hardnekkig de ronde, dat vele clochards vrijwillig gekozen hebben voor dit bestaan. Weggevlucht uit de zware last van het dagelijkse bestaan. Een echte clochard is trots en staat op zijn vrijheid. Het hoort bij zijn levensopvatting dat hij niet gebonden wil zijn en geen verplichtingen erkent. De clochards hebben maar weinig nodig om van te leven. Ze struinen de markten af, waar ze genoegen nemen met het restafval. Van de weinige euro's die zij bij elkaar bedelen 'kopen' ze alcohol. Vaak rode wijn, want wijn voedt.  Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar.

Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar.

Toch, in de vele boeken over Parijs die ik in mijn bezit heb, wordt nauwelijks of geen aandacht besteed deze 'Sans Domicille Fixe'. Parijs kent ongeveer twintigduizend daklozen. Steeds meer mensen komen door schulden op straat te staan. En een welvarende stad als Parijs trekt ook veel professionele bedelaars aan uit het Oostblok. Je vindt de hele samenleving op straat: Zigeunerfamilies, losgeslagen jongeren, gescheiden mannen, alcoholisten, vluchtelingen, psychiatrische gevallen en ook steeds meer vrouwen.

Parijs kent ongeveer twintigduizend daklozen

Een keer per jaar worden in Parijs alle 'straatdoden' van Frankrijk plechtig herdacht door het 'Collectief Les Morts de la Rue' onder leiding van de Fransman Christophe Louis. Zijn collectief, opgericht in 2002, bestaande uit 150 vrijwilligers, voert actie voor daklozen, maar bekommert zich vooral om hen na hun dood. Dan wordt de begrafenis georganiseerd en nabestaanden worden opgezocht. "Toen we begonnen lag de gemiddelde leeftijd van een straatdode op 49 jaar", vertelt Christophe Louis in een interview aan Le Figaro. "Dat is nu 46 jaar. Drie jaar eraf, in tien jaar tijd. Dat gaat veel te snel".

Een keer per jaar worden in Parijs alle 'straatdoden' van Frankrijk plechtig herdacht

Zaterdag 18 juni 2016 was het weer zover. 497 daklozen waaronder 33 vrouwen, in 2015 op straat gestorven, werden herdacht bij de Fontaine des Innocents, hoe toepasselijk, aan de rue Saint-Denis. In 2014 stierven 513 daklozen op straat, in 2013 waren het er 453, in 2012 - 423, 2011 - 402 en in  2010 - 431. De stand tot en met eind mei 2016: 229 doden. Gelukkig ligt de gemiddelde leeftijd dit jaar weer iets hoger 48,7 jaar, maar met een gemiddelde leeftijd in Frankrijk van 80 jaar ruim 31 jaar te vroeg.

Zaterdag 18 juni 2016 was het weer zover. 497 daklozen waaronder 33 vrouwen, in 2015 op straat gestorven, werden herdacht bij de Fontaine des Innocents

Het hoofdkantoor van het Collectif Les Morts de la Rue bevindt zich in het 20e arrondissement aan de rue Orfila 72. Door hier te klikken komt u rechtstreeks op hun website als u een donatie zou willen doen.
Ook de Parijse RATP toont veel compassie voor “haar” clochards. Het Parijse vervoersbedrijf heeft speciale ordebewakers in dienst die ’s nachts de metrogangen afstruinen om de clochards, die zich hebben laten insluiten, na middernacht uit de metro te verwijderen. Deze nachtploegen, zogenaamde 'Outreach' teams, gaan met zaklantaarns de gangen in, nemen koffie, broodjes en sigaretten mee om het contact met de clochards te vergemakkelijken. Ze worden aangesproken met “mijnheer” en “u” en begeleid naar een gratis bus van de RATP, die ze vervolgens naar een opvanghuis brengt. Vorig jaar transporteerden de RATP medewerkers in totaal ruim 35.000 daklozen uit de metrogangen naar de opvangvoorzieningen.

Serge

Onwillekeurig moet ik terug denken aan mijn blog die ik 24 juli 2014 schreef over een van de clochards die ik vaak tegenkwam bij mijn bezoeken aan Parijs. Ik noemde hem Serge en dat kwam omdat hij zo leek op Serge Gainsbourg. Gekleed in een vale, versleten regenjas. De kraag hoog opgetrokken en in de ene hand altijd een peuk en in de andere hand steevast een blikje bier. Hooguit achter in de dertig, maar met zijn verlopen gezicht leek hij eerder de vijftig gepasseerd. Soms luid aan het zingen dan weer druk met zichzelf in gesprek. Toujour;  “bonjour” bij het passeren van voorbijgangers. Schijnbaar had hij niets meer nodig dan zijn kartonnen dozen, plastic boodschappentassen en een vriendelijk woord. Hij was er altijd, weer of geen weer, als ik mij weer eens nestelde voor de lunch op een van de terrassen, onder de arcades van de place des Vosges.

Was..., want Serge is niet meer. Eigenwijs als hij was weigerde hij afgelopen winter zijn vaste stek te verlaten om de nacht door te brengen in een opvangvoorziening. De oude slaapzak en de valse veiligheid van alcohol boden geen bescherming tegen de ijskoude nacht. Hij heeft daar zelfs twee dagen gelegen voordat iemand door had dat Serge toch echt niet sliep. De tol van eenzaamheid. Anoniem en waarschijnlijk zal niemand hem missen. Of toch wel, want bij het lopen langs zijn vaste stek mompel ik;  “au revoir mon amis”.

Op YouTube zoek ik nog even naar de woorden van Guus Meeuwis; 'Op straat':

Zie je daar die oude man
graaiend in een vuilnisbak
zoekend naar iets bruikbaars voor in zijn oude plasticzak
net iets te veel meegemaakt
waardoor die dakloos is geraakt
praat in zichzelf
over hoe het vroeger was

en dan zeg jij
dat je eenzaam bent
omdat het even tegen zit
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat

De clochards zijn de bezitlozen, de armsten der armen

zie je daar dat meisje
ze is net zeventien
en heeft nu al zo'n 10 jaar haar ouders niet gezien
muurtje om zich heen gebouwd
omdat ze niemand meer vertrouwt
vraag je haar wat liefde is
dan noemt ze jou de prijs

en dan zeg jij,
dat je eenzaam bent .
omdat het even tegen zit,
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jouw zo slecht niet gaat

Het geromantiseerde beeld van de clochard is voor altijd verdwenen

zie je daar die oude vrouw
die rustig voor de regen schuilt
deze bui is minder
dan de tranen die ze heeft gehuild
die vroeger een gezin bezat
maar later klap op klap gehad
nu sjouwt ze haar verleden
in een zelf gemaakte tas

en dan zeg jij
dat je eenzaam bent
omdat het even tegen zit
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat

Loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat

zie je daar die jonge man
hij is bijna al zijn tanden kwijt
hij beet zich stuk op het vergif van deze tijd
elk uur een marteling
altijd zoekend naar een ding
kruipt eens per dag door het oog van de naald

en dan zeg jij
dat je eenzaam bent
omdat het even tegen zit
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat

La rue n'ést pas une fatalité, leur vie devait-elle s'achever là

La rue n'ést pas une fatalité
Leur vie devait-elle s'achever là

De straat is geen noodlot
Hun leven moest daar ten einde lopen


Morts de la Rue kunt u telefonisch bereiken voor een donatie onder telefoonnummer 00 31 1 42 45 08 01 maar u kunt ook geld overmaken naar 'Collectif Les Morts de la Rue'.

De straat is geen noodlot - Hun leven moest daar ten einde lopen