Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

donderdag 2 april 2020

NOTRE-DAME, DE ZIEL VAN PARIJS


“Ik herinner me van de avond van de brand een caleidoscoop van beelden, een razendsnelle botsing van emoties. Door mijn keukenraam zag ik felgele spiralen van rook de lucht in kringelen. Ik rende de trappen af naar de Quai de la Tournelle en stond pal tegenover het zuidelijke roosvenster van de Notre-Dame, de rode en oranje vlammen die uit het dak omhoog sprongen, de oorverdovende stilte van de menigte, de verbijsterende blikken in de ogen van de mensen, de afschuwelijke schoonheid van het moment, betraande wangen, lippen die een stil gebed vormden, de exacte, doelgerichte bewegingen van de brandweerlieden die plotseling leken te zijn getransformeerd tot chirurgen op een slagveld, de brandende fakkel van de torenspits die elk moment kon instorten, de middeleeuwse stenen met hun roze teint afgetekend tegen de koningsblauwe hemel, de zwarte rook die opsteeg uit de noordelijke toren. En toen het knagende besef, de ondraaglijke gedachte: Misschien legt Onze Vrouwe het af”. 
Het zijn de beginwoorden van het nieuwe boek van Agnès Poirier; Notre-Dame, de ziel van Parijs.

Net als 9/11 weet iedereen zich te herinneren waar ze waren op de namiddag en avond van 15 april 2019. De volgende ochtend openden de kranten met vetgedrukte koppen: ‘Het hart, de ziel van Parijs en Frankrijk is geraakt’, ‘Hier brandt onze geschiedenis’, ‘De ziel van de natie brandt’. Wereldwijd werden foto's gedeeld en richtten mensen hun steunbetuigingen aan de Fransen terwijl hun Notre-Dame in vlammen opging. Maar waarom raakte specifiek deze brand zoveel mensen? Wat maakt ‘Onze Dame van Parijs' tot de ziel van een land en een symbool van menselijke prestaties?

Agnès Poirier - Foto ©Hannah Starkey

Agnès Poirier (1975), commentator en journalist voor BBC, CNN en verschillende Franse media, dook in de geschiedenis van de Notre-Dame, op zoek naar antwoorden. In haar boek schetst Poirer een indrukwekkend portret van de kathedraal. Niet alleen de brand en de discussies rondom de wederopbouw worden besproken, ook schrijft Poirier over de geschiedenis van de kerk en zoekt ze naar antwoorden op de vraag wat maakt dat een bouwwerk uit de twaalfde eeuw nog altijd zoveel mensen kan ontroeren.

De 'ziel van Parijs' in betere tijden

Elk land heeft wel een of meer symbolen die de ziel en het hart van die samenleving zijn: kerken, tempels, bijzondere gebouwen en zelfs ruïnes. Frankrijk heeft er ook een paar; Parijs heeft er zelfs twee. Is de Eiffeltoren het symbool van de stad, de Notre-Dame is de ziel. Op de kathedraal zijn veel woorden van toepassing: schoonheid, kracht, historie en uiteraard geloof, christendom. Europa is rijk aan hoogwaardig symbolische kerken. Ze vormen nog steeds het imposante uiterlijk van een innerlijk verschrompelend geloofsleven. Kerken van die orde zijn meer musea en bezienswaardigheid geworden dan gebedshuizen. Met duizenden bezoekers per dag staat de Notre-Dame in de top van de meest bezochte en dus ook gefotografeerde monumenten van Europa. Wie Parijs heeft bezocht en de Notre-Dame niet heeft gezien is niet in Parijs geweest…

De Notre-Dame een week na de brand

Maar de Notre-Dame is nochtans niet de meest imposante onder de gotische kathedralen. Ze werd algauw zowel in de hoogte als in rijkdom van decoratie overtroffen door haar ‘rivalen in Chartres’, Bourges en Amiens. De kathedraal werd zelfs in de steek gelaten door Franse Koningen die zich liever in Reims lieten kronen. Alleen Napoleon verkoos haar om zich tot keizer te laten kronen, maar de kerk was er toen zo belabberd aan toe dat de muren voor de gelegenheid achter gordijnen werden verstopt. Toch heeft deze kerk veel te vertellen! Het epos van de kathedraalbouwers die in 1163 samen met paus Alexander III de eerste steen legden, in de wetenschap dat ze het gebouw nooit voltooid zouden zien. De technische hoogstandjes van de steunbogen, de uitvinding van de kruiwagen, het ongelofelijke evenwicht in de rozetten, het labyrintische gebint, bijgenaamd ‘het woud’ waarin 1300 eiken opgingen.

Zicht op de kathedraal vanaf de quai de Montebello een week na de brand. Zal dit nog ooit goed komen?

In 1239 legde de heilige Lodewijk hier blootvoets de doornenkroon van Christus neer. In 1456 begon hier het proces dat Jeanne d’Arc rehabiliteerde.  In 1789 tijdens de Franse Revolutie, de opstand tegen de monarchie en elite, maar ook tegen de kerk joeg een revolutionaire beeldenstorm over en door de Notre-Dame: beelden werden verwoest, schatkamers leeg geroofd, kunstwerken gestolen of vernield. De koningshoofden in de voorgevel moesten het ontgelden en werden afgehakt. Gelukkig zijn die in 1977 weer bij toeval teruggevonden in de kelder van een bank. Frankrijk was niet langer een katholiek land waar roomse koningen en prelaten het voor het zeggen hadden. De scheiding van kerk en staat werd rigoureus doorgevoerd en houdt tot op de dag van vandaag stand. In 1791 werden de klokken verwijderd om ze te recyclen als kanonnen en munten. Eén overleefde; de Emmanuel omdat ze die nodig hadden als noodklok. In 1794 werd de kathedraal door de revolutionairen omgevormd tot de Tempel van de Rede en werden er heidense feesten gevierd. In 1804 werd Napoleon er tot keizer gekroond. In 1831 werd het boek van Victor Hugo; ‘De klokkenluider van de Notre-Dame’, gepubliceerd. Het speelt zich bijna volledig af in en om de Notre-Dame en gaat over de onbeantwoorde liefde van de klokkenluider Quasimodo voor de beeldschone zigeunerin Esmeralda.
In 1945 liet generaal de Gaulle er het Magnificat zingen bij de bevrijding van Parijs. Tal van presidenten, waaronder De Gaulle (1970) en militaire helden werden vanuit de Notre-Dame begraven. Maar óók Abbé Pierre, de stichter van de Emmaüsbeweging. De Marseillaise klonk er na de terroristische aanslagen die Parijs in 2015 deed opschrikken. In de loop van de eeuwen werd de Notre-Dame meer dan een kerk. Het is de levende herinnering aan grootse en minder gelukkige momenten in de geschiedenis van de mensheid.

Een van de drie enorme roosvensters voorzien van glas in lood uit de 13e eeuw is schijnbaar nog in tact. Een wonder

In 1843 speelde dezelfde discussie die nu ook speelt bij de herbouw van de kathedraal. Ook toen was er net als nu een felle strijd om de Notre-Dame te restaureren. Vele architecten willen nu bij de herbouw een vleugje 21e-eeuw toevoegen. Er zit schijnbaar een Corbusier op de loer in elke Franse burger, jeuk om radicaal te zijn en het verleden te vernietigen om een stralende toekomst te creëren. Maar voldoet ons 21e-eeuwse genie echt aan de middeleeuwse bouwers van de Notre Dame? Zijn we zo arrogant om te denken dat we haar pracht kunnen vergroten en iets kunnen herbouwen, zoals president Macron verklaarde, 'nog mooier '?

De kathedraal gezien vanuit de rue de Massillon

In 1843 nam Prosper Mérimée, inspecteur-generaal van monumentenzorg, die erg geïnteresseerd was in middeleeuwse geschiedenis, een zeer begaafde architect in dienst om de restauratie van de kathedraal te leiden; Eugène Viollet-le-duc. De werken duurden ruim twintig jaar. Hij wilde het vernielde herstellen hoewel hij over bijna geen documentatie beschikte. Hij reconstrueerde een spits maar voegde details toe die er aanvankelijk niet waren. De algemeen bewonderde en nagevolgde Viollet-le-Duc kreeg vervolgens zware kritiek van puristen, die vonden dat oude gebouwen ongemoeid moesten worden gelaten. Toch verleende de metselaren, als eerbetoon aan zijn talent, zijn trekken aan drie beelden. In de galerie van de koningen in de patio, en… onder de spits, waar de apostel Thomas, beschermheilige van de architecten, het gezicht kreeg van Viollet-le-Duc.

Square Jean XXIII met de fontaine de la Vierge. Een unieke foto die niet meer gemaakt kan worden door de hoge wanden van de afzettingen

Goede Vrijdag zal ook dit jaar voor de Fransen – en in het bijzonder voor de Parijzenaars – een bijzondere betekenis krijgen. Maar Pasen zèlf ook. Want Frankrijk is al begonnen met de wederopbouw van hun Notre-Dame; een materiële herrijzenis uit de as. Het geld vloeit binnen, diverse inspecties tonen aan dat stabiliteit en structuur van het gebouw niet zijn aangetast en talloze relikwieën en kunstwerken blijken onbeschadigd te zijn. Al blijft er nog twijfel over de gebrandschilderde ramen en het imposante orgel met meer dan zevenduizend pijpen. Maar er kwamen ook kritische vragen. Waren de gulle donateurs gewoon uit op belastingvoordeel? Waren de imponerende voorstellen van gerenommeerde architectenbureaus puur reclame? Kunnen we het bouwwerk niet gewoon in de oude staat opbouwen? De meningen over de wederopbouw van de Notre-Dame liepen en lopen flink uiteen. Volgens Agnès Poirier ligt een heuse culturele oorlog in het verschiet, met de karakteristieke kathedraal als slagveld. Haar nieuwe boek, ‘Notre-Dame, de ziel van Parijs’, verschijnt op twee april in vier talen. Verkrijgbaar bij elke goede boekhandel of online voor € 22,99

Het boek vanAgnès Poirier verschijnt tegelijkertijd in vier talen




woensdag 25 maart 2020

PARIS LES ANNÉES FOLLES DOOR DE LENS VAN BLAISE ARNOLD


De corona ‘lock down’ is een mooie gelegenheid om terug te kijken, te dromen van vervlogen tijden. Velen van u weten dat ik een grote voorliefde heb voor fotografie. 99% Van alle foto’s geplaatst op mijn weblog Paris FvdV zijn door mij zelf gemaakt. Dit keer geef ik aandacht en ruimte aan een fotograaf die ik al jaren bewonder om zijn bijzonder fotografisch werk. Eerst even een kleine inleiding.

Pierrette Filoux - foto Blaise Arnold


Robert Copeau - foto Blaise Arnold

De belle époque of te wel de mooie eeuw verwijst naar de periode tussen 1895 en het begin van de eerste Wereldoorlog in 1914. Industriële misère en anarchistische moorden werden vergeten ten gunste van het goede leven in de opéra, de nieuwe boulevard cafés en de danspaleizen, waaronder de Folies Bergère en de Moulin Rouge. De uitjes van de middenklasse, boottochtjes, picknicks op het land en in de voorsteden, dansen in de guinguettes vormden de thema’s van een nieuwe generatie schilders: Monet, Renoir, Degas, Caillebotte en Sisley. Bohemiens; zij ontmoeten elkaar op Pigalle, Montmartre en later in Montparnasse. De decadenten en symbolisten gaven vorm aan de zonnige onbezorgdheid van het impressionisme. In de jaren negentig kwam een ingewikkelde, decoratieve stijl, de art nouveau, tot bloei in de gebouwen van Guimard die vorm gaf aan de nieuwe metro en de warenhuizen waaronder Galeries Lafayette.

Albert Masson - foto Blaise Arnold

André Jaubert - foto Blaise Arnold

Wereldtentoonstellingen volgden elkaar op en waren niet alleen goed voor het moreel maar leverden ook nieuwe monumenten: Het Palais de Chaillot, de Eiffeltoren, het Grand en Petit Palais, de Pont Alexandre. Parijs werd bekroond tot dè wereldhoofdstad, kosmopolitisch, bruisend. Waar een genotzuchtige aristocratie zich zij aan zij vermaakte met alcoholisten, morfineverslaafden, prostituées en cancan-danseressen in de Moulin Rouge en de maison closes waaronder de  Le Chabanais en de ’One Two Two’. Aan het begin van de 20e eeuw vestigden kunstenaars als Picasso, Braque, Chagall zich in Parijs. In het interbellum volgden veel buitenlandse schrijvers. Onder hen bevonden zich Gertrude Stein, Ernest Hemmingway, Ezra Pound en Henry Miller. Jazz was de muziek, Chanel de mode, Charleston de dans, Art Deco de stijl, Surrealisme de kunst en Montparnasse de wijk die het culturele klimaat van die bijzondere tijd belichaamde.

Amédée Hennion - foto Blaise Arnold

François Dignan, 34éme Régiment d'Infanterie. Blessé en 1915, obus -foto Blaise Arnold

Parijs, ‘les années folles’ door de lens van fotograaf Blaise Arnold. Blaise is een fotograaf die verliefd is op het verleden. Zijn naam doet het niet vermoeden maar hij is een Fransman en woont in Parijs. Al meer dan tien jaar werkt hij aan zijn serie ‘Stories’. Prachtige geënsceneerde beelden over het Parijs op de drempel van de twintigste eeuw. Krachtige portretten van fictieve personen, ieder met hun eigen verhaal, geplaatst in een decor dat zo in elke film uit die tijd zou passen. Zoals films van Henri Verneuil, Denys de La Patellière en Marcel Carné. Nauwkeurig en minutieus bewerkt in Photoshop. Historische reproducties, geraffineerd samengesteld, die ons een inkijk geven in het tijdsbeeld van 'les années folles' zoals gegrift in ons collectieve geheugen.

Marianne Monnestier - foto Blaise Arnold

Victor Castelli & Rose Husson - foto Blaise Arnold

De hoofdpersonen uit de foto’s zijn steeds getuige van een scene die zich afspeelt op de achtergrond, meer dan honderd jaar geleden. Een haast superrealistische constructie van het verleden. Alles klopt en past in het tijdsbeeld, zoals de kentekens van een auto op de achtergrond, de kledingstijl, de reclameschilderingen op muren, oude posters. Hoe langer je kijkt naar de foto’s des te meer details worden zichtbaar. Foto’s die je doen hunkeren naar deze voorbije tijd. Een complete film gevangen in slechts een beeld.

Léon Bichat - foto Blaise Arnold

Alfred Agostinelli - foto Blaise Arnold

Blaise werkt soms maanden aan een foto. Met een enorm historisch besef, steeds op zoek naar beelden uit die tijd, die hij kan verwerken in zijn samengestelde foto’s, om zo de problemen van anachronisme te voorkomen. Zo maakt hij hooguit acht tot tien beelden per jaar. Maar soms duurt het maanden voor hij tevreden is met het resultaat. Dan is er ook nog de tijd die hij besteed op zoek naar geschikte locaties. Blaise fotografeert met een Hasselblad H3D39 of een Nikon D850 en creëert zijn meesterwerken met behulp van Photoshop. Ik vind zijn werk over het Parijs 'les anées folles' zo uniek dat ik hem graag een forum biedt in mijn weblog Paris FvdV. Helaas heeft deze fotograaf nog geen galerie of fotoboek. Wel kun je zijn foto’s bestellen via zijn eigen website. 


Note: voor de goede orde, de meeste beelden hebben betrekking op de periode 1900 tot 1960





woensdag 18 maart 2020

ABBAYE DE PENTHEMONT PARIJS


Donderdag 12 maart 2020, een rare gewaarwording, wandelend door een bijna leeg Parijs vanwege het Corona virus. Ik ben op zoek naar de abdij van Penthement. Ik maak de oversteek via de Place da la Concorde over de Seine, richting het zevende arrondissement. Voor mij, het prachtige Palais Bourbon van de Chambre des Députés of de Assemblée Nationale. De Franse Tweede Kamer is hier gevestigd. Dit paleis, gebouwd in 1722, is genoemd naar de eerste eigenares, de hertogin van Bourbon, een buitenechtelijke dochter van Lodewijk XIV. Het ligt pal tegenover de Madeleine, aan de overkant van de Seine, daar waar de Place de la Concorde wordt verbonden door de sobere Pont de la Concorde met de chique Quai d'Orsay.

De place du Palais Bourbon met op de achtergrond de Assemblée Nationale

Ik begeef mij naar het nobele Faubourg Saint-Germain, de wijk van de adel en de aristocratie, vol met ministeries en ambassades. Tot de 16e eeuw was dit het grondgebied van de machtige Abdij van Saint-Germain-des-Prés. Saint Germain was ooit een raadgever van de Franse koning en vanaf 556 bisschop van Parijs. Des Prés betekent letterlijk 'in de velden'. De abdij werd omgeven door akkers, weiden en jachtterreinen. Deze werden in de achttiende eeuw geconfisqueerd door de universiteit en de Franse adel. De huidige stadspaleizen of hôtels, statige herenhuizen, dateren allemaal uit de eerste helft van de achttiende eeuw, toen de Marais uit de gratie was. Op een gebied van circa tweehonderd hectare vind je er wel honderdvijftig.

Op weg naar een stukje onbekend Parijs: de Abdij van Penthement

Het zevende arrondissement behoort tot 'les beaux quartiers'. Het is een gegoede buurt, waar de huren en koopprijzen behoorlijk hoog zijn. Een groot arrondissement, met lange straten en lanen, die tal van oude hôtels herbergen, vaak met grote tuinen. Hôtel komt van het Latijn; 'hospitum', herberg. In de 17e eeuw oorspronkelijk het huis van een adellijke heer. Later werd het de algemene aanduiding voor paleisachtige gebouwen met een privé of openbaar karakter. Bij de place du Palais Bourbon kom ik in de rue de Bourgogne. De derde zijstraat rechts, de rue de Grenelle. Het is bijna 12 uur en een voorjaarszonnetje verlicht de vanillekleurige gevels van de huizen.

Rue de Grenelle 85 de residentie van onze Ambassadeur in Frankrijk

De rue de Grenelle, met zijn lengte van 2.250 meter, doorkruist zowel het zevende als het zesde arrondissement. Het was de verbindingsweg tussen Parijs en het dorpje Grenelle en werd in de 16e eeuw voornamelijk gebruikt voor het vervoer van koeien, maar ook door justitie voor het overbrengen van veroordeelden op weg naar hun executie door middel van de galg of de guillotine, die opgesteld stonden op de place de la Concorde. De straat herbergt de mooiste stadspaleizen van Parijs, vaak verscholen achter immense poorten. Hier wonen ambassadeurs, hoge functionarissen uit het politieke en of economische leven maar ook erfgenamen van de grote puissant rijke families, gebroederlijk naast elkaar. Ook hebben diverse ministeries hier hun plek gekozen. De maîtresse is een courant verschijnsel in deze chique buurt van Parijs, nog meer dan elders, in dit land van ondeugende Franse presidenten als Jacques Chirac en François Mitterand, die hun minnaressen 's avonds laat per limousine aan de speciale deur van het Elysée lieten afzetten of zoals François Hollande die op regelmatige basis per scooter 'discreet' naar het liefdesappartement van zijn 'amour' trekt, op amper 800 meter van het Elysée.

Zicht op de Temple de Penthement tegenover de residentie

De prachtige ambtswoning van onze Ambassadeur in Frankrijk is gevestigd aan de rue de Grenelle 85 in het voormalige Hôtel d'Avayray. In 1718 kreeg de architect Jean-Baptiste Le Roux van Claude Théophile de Bésiade, markies van Avaray, de opdracht een luxueuze residentie te bouwen, nabij het buurtschap 'près de la justice Saint-Germain'. De bouw nam ongeveer twee jaar in beslag. Directe nazaten van de familie Bésiade d’Avaray verkochten dit herenhuis in 1920 aan de Nederlandse regering en sinds die tijd is het Hôtel d’Avaray de officiële residentie van de ambassadeurs van het Koninkrijk der Nederlanden in Parijs. Juist tegenover de Nederlandse residentie staat een protestantse kerk, ooit onderdeel van de Abdij van Penthemont. Weinigen kennen het gigantische complex achter deze kerk, een reeks gebouwen uit de 18e en 19e eeuw op de hoek van de rue de Grenelle en de rue de Bellechasse.  De Abbaye de Penthemont was een cisterciënzer klooster gesticht in 1217 en verhuisde naar Parijs in 1672 op aandringen van Louis XIV toen de nonnen er hun intrek in namen. Een grote verbouwing van de abdij werd in 1745 geïnitieerd door de abdis Marie-Catherine Béthisy de Mézières en het werk werd voltooid in 1783. De reconstructie van de Abdij werd toevertrouwd aan de architect van de Hertog van Orleans, Constant d’Ivry, bekend vanwege zijn werkzaamheden aan de bouw van het Palais Royal. Gebrek aan financiën verhinderde de decoratie aan de gebouwen.

De prachtige binnenplaats van de voormalige abdij, binnenkort geopend voor het publiek

De abdij diende tot de Franse Revolutie als een klooster voor nonnen maar tijdens de Franse revolutie (1789–1799) werden de gebouwen geconfisqueerd door de ‘Nationale Garde’ en vervolgens door de ‘Keizerlijke Garde’. De kapel werd gebruikt om graan op te slaan en later hooi voor de paarden. Nadat het Concordaat van 1801 de hervormde kerk in Frankrijk officieel erkende, werd besloten om drie voormalige katholieke kerken in Parijs over te dragen aan gereformeerde gemeenten, de Saint-Louis-du-Louvre, de Sainte-Marie-des-Anges en de kapel van de abdij van Pentemont.

Pas in 1844 begon architect Victor Baltard met de ombouw van de kapel tot een protestantse kerk

Het enorme orgel, gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll en geïnstalleerd in 1846

In de late 18e eeuw was de abdij een van de meest prestigieuze onderwijsinstellingen in Parijs voor dochters van de elite. Vele beroemde studenten werden hier opgeleid  waaronder de prinses Louise Adélaïde de Bourbon en Louise d'Esparbès de Lussan, de minnares van de graaf van Artois, de toekomstige Karel X van Frankrijk. Ook de beide dochters van Thomas Jefferson, Martha en Mary volgde hier een opleiding terwijl hij minister van Frankrijk was. Hun entree in de school werd mogelijk mede dankzij de tussenkomst van de vrouw van de markies de Lafayette . De toekomstige first lady Abigail. De omstandigheden waren streng voor de studenten, ondanks de aanwezigheid van drie prinsessen, geen verwarming totdat het water door de winterkou bevroor en een verbod om buiten de les en recreatie te spreken. Haar tijd op de school bracht Martha, bijgenaamd Patsy, ertoe een brief aan haar vader te schrijven waarin ze haar wens uitte om non te worden. De geschrokken Jefferson verwijderde vervolgens snel zijn dochters uit het klooster. De abdij bood ook kamers voor dames met een goede reputatie die op zoek waren naar rust, waaronder Joséphine de Beauharnais (de toekomstige keizerin van Frankrijk) tijdens haar scheiding van haar eerste echtgenoot, Alexandre de Beauharnais.  Zij zou daar 15 maanden hebben verbleven. Een deel van de gebouwen werd afgebroken tijdens de uitbreiding van de rue de Bellechasse.

De kapel werd ingewijd op 11 april 1857

Pas in 1844 begon architect Victor Baltard met de ombouw van de kapel tot een protestantse kerk. Hij isoleerde de kapel van de rest van de gebouwen, voegde nieuwe deuren toe en verbouwde het voormalige koor om tot een schip. Hij sloot ook de oorspronkelijke ingang af door er een enorm orgel toe te voegen, gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll en geïnstalleerd in 1846 voor de opening van de kerk. Het orgel heeft in de loop der jaren verschillende modificaties ondergaan, waaronder een restauratie van 2011 tot 2014 om zo de resterende originele elementen te herstellen. De kerk zelf werd in 2005-2007 gerestaureerd in opdracht van de stad Parijs en uitgevoerd door Benjamin Mouton, de hoofdarchitect van de Parijse monumentenzorg. 


De architectuur en het meubilair van deze protestantse tempel zijn bescheiden. Geen beelden, geen glas in lood, geen schilderijen, bijna geen enkele vorm van religieuze kunst, want voor de protestanten ligt het wezenlijke in de mens. De kapel werd ingewijd op 11 april 1857. Elke zondag om 10.30 uur is er een dienst in de kerk en elke donderdag om 12.30 is er gelegenheid om te bidden; ‘Une pause- prière’.

Artist impression van het nieuwe Hôtel du Génie met vijftig kamers

In 1915 werden de kloostergebouwen toegewezen aan het Ministerie van Defensie en vervolgens aan het Ministerie van Veteranenzaken. Hier regelde men de oorlogspensioenen, bonussen en toeslagen. In 2014 werd dit enorme architecturale complex verkocht door de staat vanwege bezuinigingsmaatregelen aan een vastgoed-beleggingsmaatschappij. Het ministerie bleef huurder tot 2016. Inmiddels ondergaan de gebouwen een complete metamorfose. Een deel is inmiddels al in gebruik als hoofdkantoor van Yves Saint Laurent en in het voorjaar van 2020 opent een 5-sterrenhotel van de Mariott-groep: het Hôtel du Génie met vijftig kamers. Onder de riante binnentuin komt een parkeerkelder voor 28 auto’s. Parijs is weer een stukje gerehabiliteerd erfgoed rijker.

Voorjaar 2020, Parijs is weer een stukje gerehabiliteerd erfgoed rijker




zaterdag 7 maart 2020

DE DODENAKKER VAN MONTPARNASSE


Montparnasse is in de 17e eeuw nog landelijk gebied. Le mont Parnasse, een hoop gruis, ontstaan bij het uitgraven van de catacomben. Hier kwamen de studenten hun gedichten declameren in ruil voor een belastingvrij wijntje in een van de Guingettes. Zelfs de molenaar van de moulin de la Charité vult in zijn vrije tijd de glazen. Er wordt lustig gedanst, gedronken en gefeest in de straat van plezier letterlijk de rue de la Joie, nu de huidige rue de la Gaîté (straat van de vrolijkheid). Het gebied groeide uit tot een levendig Parijs centrum met cafés, bordelen en danstenten. De cancan werd hier eerder gedanst dan in de Moulin Rouge. De stad Parijs besluit echter tot de aanleg van een kerkhof op een naastliggende akker, waar de broeders van de Gemeenschap van Barmhartige Broeders hun overleden confraters al hun laatste rustplaats hebben gegeven. Rond de moulin de la Charité, niet ver van het Charité ziekenhuis. De plaatselijke uitbaters komen in opstand, maar als de stad beloofd om een bedrag te betalen per dode die in de grond wordt gestopt, wordt er naast de nieuwe dodenakker lustig verder gefeest. Oorspronkelijk worden tien hectaren gereserveerd, maar een halve eeuw later wordt het Cimetière du Sud al uitgebreid tot de huidige achttien hectaren. De eerste teraardebestelling vindt plaats op 25 juli 1824. Vijftig jaar later is het de rustplaats van bijna vierhonderdduizend Parijzenaars en is de naam al lang veranderd in Cimetière du Montparnasse.

De liefde voor elkaar spat er vanaf. De schoonheid van de dodenakker van Montparnasse

De beroemde namen op deze begraafplaats zijn vooral te danken aan de periode vanaf 1900 als la bohème, het artiestenwereldje van Montparnasse een begrip wordt. Veel beroemdheden die hier zijn begraven hebben een groot deel van hun leven in deze wijk doorgebracht. Vooraanstaande figuren, dichters, schrijvers en kunstenaars, velen niet van Franse afkomst, politieke vluchtelingen gevlucht voor een dictatuur, om in Parijs te kunnen genieten van de vrijheid van meningsuiting.  Arme migranten op de vlucht voor de ellende in eigen land. Troost zoekend bij de blozende Bretonse meisjes aangevoerd vanuit Bretagne. Montparnasse; eindstation, het symbool van vertrek en aankomst genoemd naar de straten in de omgeving van het station:  de rue du Départ (vertrek) en de rue de l'Arrivee (aankomst)

De cenotaaf van Charles -  Pierre Baudelaire, de beroemdste onder de schrijvers van Montparnasse

Enkele namen: Beeld-houwers waaronder Ossip Zadkine (De Verwoeste Stad - Rotterdam), Constatin Brancusi (De Kus), Cesar Balldacini (Le Pouce - De Duim), Frédéric Auguste Bartholdi (Vrijheidsbeeld van New York). Zanger en componist Serge Gainsbourg. Fotograaf Man Ray en schrijvers waaronder Samuel Beckett (En attendant Godot - Waiting for Godot), Charles Baudelaire (Les fleurs du mal en La révolte), De grondleggers van het existentialisme, Jean-Paul Sartre filosoof en zijn levensgezellin Simone de Beauvoir, filosoof en feministe. Nederlanders: autofabrikant André Citroën (originele naam Limoenman) en cineast Joris Ivens en op 30 september 2019 de Franse oud-president Jacques Chirac.

De hoofdingang van het kerkhof ligt aan de Boulevard Edgar Quinet, vernoemd naar de historicus en filosoof Edgar Quinet. Ook hij werd in 1875 hier op deze begraafplaats ter aarde gesteld. De dodenakker is ingedeeld in het Grand Cimetière en het Petit Cimetière en wordt gescheiden door de rue Émile Richard, de enige straat in Parijs zonder levende bewoners en huizen. Vroeger kwamen hier liefdesparen in hun auto's, met gedoofde lichten, horizontaal de liefde bedrijven. Slagbomen aan het begin en aan het einde van de straat hebben dit nu onmogelijk gemaakt. De eeuwige rust is letterlijk en figuurlijk weer teruggekeerd. De begraafplaats is ingedeeld in 30 divisies waarvan een divisie, divisie 5, plaats biedt aan een Israëlische begraafplaats. En de molen? Die staat er nog steeds, in sectie 9, te midden van de doden, letterlijk gekortwiekt als symbool van het stilstaande leven.

Le Lit Conjugal, Charles Pigeon en zijn vrouw

Een van de meest gefotografeerde graven zijn die van Charles Pigeon en zijn vrouw (divisie 22). De uitvinder van de anti-explosielamp. 'Le Lit Conjugal' stelt Pigeon voor, half opgericht, lezend bij het licht van zijn beroemde lamp, naast zijn rustende vrouw die in een vredige slaap verzonken is.

Het veel bezochte graf van Serge Gainsbourg

Het graf van Serge Gainsbourg (Divisie 1, Carrefour du Rond Point) ademt dezelfde sfeer als dat van Jim Morrison op Père Lachaise. Vol afdrukken van rode lippen, tekeningen en liefdesverklaringen; "Je t'aime moi non plus". Gainsbourg werd geboren in Parijs op 2 april 1928 onder de naam Lucien Ginsburg. Zoon van Joods Russische ouders waarvan de vader piano speelde in diverse Parijse kroegen op Montmartre en zijn moeder muziekles gaf aan het conservatorium. Tot zijn twintigste kwam hij aan de kost door allerlei beroepen maar uiteindelijk kreeg hij succes als crooner in casino's en nachtclubs. Tijdens zijn carrière schreef Serge Gainsbourg soundtracks voor meer dan 40 films en regisseerde er vier. Zijn grootste hit, Je t'aime moi non plus, was zeer erotisch getint. Hoewel bedoeld voor zijn muze Brigitte Bardot, werd het niet met haar stem uitgebracht, maar met die van zijn toekomstige vriendin Jane Birkin. Van de hitsingel worden meer dan zes miljoen exemplaren verkocht. 

Serge, Je t'aime moi non plus

Gainsbourg hield er van om te choqueren zoals met zijn Album Histoire de Melody Nelson gebaseerd op de roman Lolita of met een rock album volledig gewijd aan het Nazisme. In 1978 nam hij in Jamaica een reggaeversie op van het Franse volkslied, de "Marseillaise", "Aux Armes et cetera" , samen met de band van Bob Marley, The Wailers. Op het einde van zijn leven werd Gainsbourg steeds controversiëler. Zijn meest bekende provocatie toen hij  "I want to fuck you" zei tegen Whitney Houston tijdens een tv programma of live op TV een briefje van 500 Franse Francs verbrandde als protest tegen de hoge belastingen. Zijn liedjes werden steeds excentrieker zoals het super-dubbelzinnige "Lemon Incest" opgenomen samen met zijn dochter Charlotte, toen 12 jaar. Gainsbourg was ook niet vies van vrouwen. Na zijn scheiding van Françoise Pancrazzi, van wie hij twee kinderen had, had hij een kortstondige en heftige verhouding met Brigitte Bardot. Tot 1980 leefde hij samen met de veel jongere Jane Birkin. Van haar kreeg hij zijn dochter Charlotte. Daarop volgde de 21 jaar jongere mannequin Bambou bij wie hij een zoon had; Lucien. Na zijn dood werd ook bekend dat hij tegelijk een discrete verhouding onderhield met een zestienjarige fan en een "vriendschappelijke" relatie met een twaalfjarige. Zijn eerste hartaanval kreeg hij toen hij vijfenveertig was. Uiteindelijk stierf hij op 2 maart 1991 als gevolg van een hartinfarct als gevolg van overmatig drankgebruik en het roken van 140 sigaretten per dag van zijn favoriete merk Gitanes. De arts constateert een 'natuurlijke' dood.

Het sobere graf van de Franse president Jacques Chirac

Vlak naast het graf van Gainsbourg ligt het graf van een andere vrouwenliefhebber, dat van de Franse president Jacques Chirac, die bekendstond als een homme à femmes, een rokkenjager. De bijnaam ‘Mr. cinq minutes, douche comprise’ (Meneer 5 minuten, inclusief douche) is in Frankrijk een staande uitdrukking geworden. Tijdens zijn politieke carrière, die meer dan drie decennia omvat, bekleedde hij zowat alle denkbare politiek-bestuurlijke functies. Voordat hij in 1995 president werd, was hij onder meer lid van de Assemblée nationale, staatssecretaris, minister, oprichter en voorzitter van een politieke partij en twee keer premier. Achttien jaar lang was hij burgemeester van Parijs, voordat hij vanaf 1995 twaalf jaar lang Président de la République was. Zijn abrupte koerswijzigingen leverden hem bijnamen op als ‘Kameleon Bonaparte’ en ‘La Girouette’ (de windvaan) maar zijn populariteit dankte Chirac niet alleen aan zijn politieke uithoudingsvermogen, maar ook aan zijn charisma. Chirac was een originele en innemende persoonlijkheid, die mensen gemakkelijk voor zich wist te winnen. Als Chirac aan het woord was, luisterden de Fransen. Dat hij bier dronk, Gitanes rookte en opgroeide in de landelijke Corrèze, werkte in zijn voordeel. Over Chiracs doodsoorzaak is niets bekend. Wel deden al jaren geruchten de ronde dat hij aan de ziekte van Alzheimer zou lijden. Deze geruchten werden door hem en zijn vrouw altijd afgedaan als leugens. De Franse ex-president is op 86-jarige leeftijd overleden. Hij stierf volgens zijn schoonzoon vredig in het bijzijn van zijn naasten. Hij rust nu in een sober graf van grijze granietsteen samen met zijn oudste dochter Laurence.

Jacques Chirac rust nu samen met zijn oudste dochter Laurence

Bij de hoofdingang bevindt zich het graf van de beroemdste existentialisten Sartre en de Beauvoir. Het is een eenvoudig graf, geheel in tegenstelling tot zijn begrafenis waar de begrafenisstoet werd gevormd door meer dan vijftigduizend mensen in een meer dan drie kilometer lange stoet. Het verhaal gaat dat op het moment dat de kist in de groeve zakt, iemand die in een boom geklommen was om alles goed te zien, zijn evenwicht verliest en uit de boom boven op de kist valt. Zes jaar later sterft ook zijn levensgezellin.

Bij de hoofdingang bevindt zich het graf van de beroemdste existentialisten Sartre en de Beauvoir - foto Wikimedia

Een open brief ‘J’accuse’ gepubliceerd door de schrijver Émile Zola, op 13 januari 1898, in de krant l’Aurore en gericht aan de president van de Franse republiek, veroorzaakt een omslag in het leven van Alfred Dreyfus. Deze Frans-joodse officier heeft de geschiedenisboeken gehaald als hoofdrolspeler in een politiek schandaal dat Frankrijk twintig jaar in zijn ban heeft gehouden. Dreyfus is de zoon van een joodse industrieel en doorloopt de militaire academie met glans. Al snel wordt hij bevorderd tot kapitein bij de generale staf. In die functie is hij de enige jood op een zo hoge positie. In 1894 komt aan zijn glansrijke carrière een plotseling einde, als hij door de Inlichtingendienst van het ministerie van Oorlog beschuldigd wordt van spionage in Duitsland. Zijn veroordeling volgt op basis van bewijzen die hij, noch zijn verdediging mogen inzien. Hij krijgt een levenslange gevangenisstraf, wordt gedegradeerd en naar het Duivelseiland nabij Cayenne getransporteerd. Mede dankzij de open brief van Émile Zola wordt het bewijs geleverd in 1898 dat het enige bezwarende document tegen Dreyfus vals is. Nieuwe gerechtelijke procedures volgen, wat er zes jaar later in resulteert dat het Hof van Cassatie het vonnis verbreekt. Dreyfus wordt in zijn rechten hersteld. Zijn loopbaan eindigt als luitenant-kolonel in de Eerste Wereldoorlog. Alfred Dreyfus overlijdt in 1935 op 75-jarige leeftijd en ligt begraven samen met zijn echtgenote en hun twee kinderen. De tombe verwijst ook naar hun kleinkind Madeleine Lévy die op 25 jarige leeftijd omkwam in het vernietigingskamp Auschwitz. Dreyfus ligt begraven in de 28e divisie. Dat zijn graf nog vaak wordt bezocht, bewijzen de vele steentjes die men er als eerbetoon achterlaat.

De laatste rustplaats van Alfred Dreyfus, zijn echtgenote en dochters - Foto Wikimedia

De joodse filmregisseur Roman Polanski maakte in 2019 een film over de Dreyfus-affaire. Een verhaal van spionage, doofpotaffaires, vervalst bewijsmateriaal, brutale Jodenhaat, wilde perscampagnes en een enorme polarisatie in de maatschappij.  De lancering van de film ‘J'accuse’ ging zelfs gepaard met nieuwe controverse. Polanski wordt ervan beschuldigd dat hij in 1975 een vrouw heeft verkracht en twee jaar later in de Verenigde Staten een 13-jarig meisje heeft gedrogeerd en verkracht. Hij pleitte schuldig, maar vluchtte naar Europa nog voor een vonnis kon worden uitgesproken. Ook andere vrouwen beschuldigen hem van misbruik. Een Franse fotografe zegt dat ze in de jaren 70 door regisseur Polanski is verkracht. De film kreeg maar liefst 12 nominaties maar uiteindelijk won de film maar drie prijzen; de César voor beste regisseur. Toen de prijs voor Polanski bekendgemaakt werd, verlieten enkele actrices de show. Naast beste film won ‘J'accuse’ ook de prijzen voor beste bewerking en beste kostuums.

Het graf van Tatiania Rachevskaïa inzet van een miljoenenstrijd

Eindig je bezoek aan een graf voor de buitenmuur in de hoek van de 19e en 22e divisie. Drie beveiligingscamera’s houden de laatste rustplaats van Tatiania Rachevskaïa in de gaten. Het beeld op het graf van de onbekende Russin blijkt tientallen miljoenen euro’s waard te zijn en is nu de inzet van een hooglopende ruzie tussen haar familieleden en de Franse staat. In een vierkant blok zijn net voldoende inkepingen aangebracht om er een kussend paartje in te zien. Of zoals Brancusi ooit zelf citeerde: "Eenvoud is geen doel. Als je de werkelijke betekenis van dingen benadert, bereik je de eenvoud ondanks jezelf". Nog nooit werd een kus zo mooi en minimalistisch voorgesteld. 

'Le Baiser', de kus van Brancusi

De ouders van het 23-jarige meisje dat in 1990 zelfmoord pleegde in Parijs, kochten dit beeld voor het graf van hun dochter van Brancusi voor slechts 200 Franse franc. Inmiddels is de geschatte waarde tussen de 40 en 50 miljoen euro. In 2005 meldden zich ineens familieleden van de overledene bij de gemeente Parijs. Zij waren opgespoord door de Franse kunstkenner Guillaume Duhamel die de familie aanbood om het beeld terug te halen. Eerder dat jaar ging bij Christie’s een Brancusi van de hand voor een record bedrag van 27,5 miljoen euro. Echter de toenmalige minister van Cultuur gooide roet in het eten en verklaarde ‘De Kus’ tot nationale kunstschat, wat betekende dat het beeld niet het land uit mag. In 2010 werd de hele tombe nog eens tot historisch monument benoemd. Sinds die tijd vindt er een gerechtelijk gevecht plaats tussen de familie en de stad Parijs wie het werk mag behouden. Bij mijn laatste bezoek was het beeld afgedekt met een houten kist zogenaamd om het te beschermen voor invloeden van het milieu. Gelukkig had ik de foto’s nog van een eerder bezoek.

Het beeld van Brancusi op het sobere graf van Tatiania Rachevskaïa onttrokken aan het oog en bewaakt door drie camera's

TIP: Combineer een bezoek aan de begraafplaats op zondag met de Marché de la Création Montparnasse gelegen aan de zelfde boulevard Edgar Quinet. Elke zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur exposeren 120 kunstenaars hun werk dat ook te koop is. Zie mijn eerder geschreven blog over deze kunstmarkt.

TIP: Een ongekend uitzicht over Parijs en het Cimetière du Montparnasse heeft u van de 56e en 59e verdieping van de 210 meter hoge Tour Montparnasse. De bouwwerkzaamheden aan deze zwarte monolith duurde van 1961 tot 1973. De ingang zit aan de rue de l'Arrivée en is dagelijks geopend van 09.30 uur tot 22.30 uur. Metrostation Montparnasse-Bienvenue. Bekijk ook zeker de spectaculaire website.

Cimetière du Montparnasse is de laatste rustplaats voor bijna vierhonderdduizend Parijzenaars

Cimetière du Montparnasse, boulevard Edgar Quinet 3, 14 arrondissement, metrostation : Raspail, Gaîté. Helaas geven de conciërges geen plattegronden meer af. Bij elke ingang staat een plattegrond afgebeeld met de graven van bekende personen en de diverse divisies. Voor openingstijden bezoek de website.

Wandelen over de dodenakker van Montparnasse is meer dan een ontdekkingstocht langs versteend verdriet








dinsdag 25 februari 2020

HET ANDERE PARIJS HET PARIJS VAN LES MISÉRABLES


Even buiten de rondweg van Parijs liggen de banlieues, de Parijse voorsteden, onderdeel van het grote Parijs. In de zogeheten achterstands- wijken, die veelal in de banlieues liggen, wonen zo'n vijf miljoen Fransen. De armoede is er gemiddeld drie keer zo hoog als in de rest van Frankrijk en er wonen twee keer zoveel mensen met een bijstandsuitkering. Volgens schattingen is ongeveer de helft van de banlieue-bewoners direct of indirect van buitenlandse afkomst. Wijken herkenbaar aan de hoge troosteloze grauwe flats volgeplakt met schotelantennes. In mei 2018 presenteerde de Franse president Macron zijn langverwachte plannen voor de banlieues, waarmee hij met concrete maatregelen een einde wil maken aan de problemen in de wijken. Want die zijn groot en bestaan al veel te lang. "Er is hier minder politie, minder justitie en er zijn minder leraren voor op scholen dan in de rest van het land". Hij vergat er bij te zeggen dat de problemen het directe gevolg zijn van het regeringsbeleid. "Ze zijn gewoon niet bereid om de getto's van Frankrijk af te breken”, zegt oud-burgemeester Gatignon van de Parijse voorstad Sevran. In 2019 zegt Macron weer geschokt te zijn na het zien van de film ‘Les Misérables’ van Ladj Ly die zelf opgroeide in een achterstandswijk in de Parijs voorstad Montfermeil.



Toch kan het niet écht nieuws zijn voor de Franse president dat de bewoners in de voorsteden van Parijs worstelen met armoede, criminaliteit, vooroordelen, racisme en politiegeweld. Ook in eerdere films werd het leed al geregistreerd; ‘La Haine’, dat de destijds 26-jarige Mathieu Kassovitz in 1995 maakte, geldt nog steeds als een onovertroffen meesterwerk. Ladj Ly was zestien toen hij deze film zag op een VHS-cassette die in Montfermeil van hand tot hand ging. Hij besloot zelf een camera te kopen om het dagelijks leven in zijn wijk te documenteren. De inspiratiebron voor Les Misérables waren de rellen van 2005. “Ik was er getuige van”, zegt Ly, “de rellen begonnen zo’n beetje onder mijn slaapkamerraam”.

In 2005 sloeg letterlijk de vlam in de pan


Wat gebeurde er in 2005?
Drie tieners slaan op 27 oktober 2005 op de vlucht voor de politie nadat die een melding kreeg van een mogelijke inbraak op een bouwterrein. Ze verbergen zich in een stroomverdeelstation in Clichy-Sous-Bois en worden geëlektrocuteerd. Twee van hen overlijden. De derde wordt zwaar verbrand naar het ziekenhuis gebracht. Hij zegt dat de drie aan het voetballen waren en op de vlucht sloegen toen ze de politie zagen, om te vermijden dat ze lang ondervraagd zouden worden over hun identiteitspapieren. De dood van de twee tieners is het startschot voor twee weken van enorme chaos en geweld in de Parijse voorsteden, nog eens extra aangewakkerd door een uitspraak van oud-president Sarkozy, toen minister van Binnenlandse Zaken, die de opstandige jeugd in de voorsteden 'tuig' noemt en rept van een 'oorlog'. Nacht na nacht trekken de jongeren door de wijken. Ze steken auto's in brand en gaan op de vuist met de politie. De rellen breiden zich in hoog tempo uit naar andere Franse steden. In twee weken tijd vallen er drie doden, raken 126 politieagenten en brandweerlieden gewond en gaan zo'n 10.000 auto's in vlammen op. De politie arresteert 6000 mensen. Op 8 november kondigt president Chirac de noodtoestand af. Het duurt tot 17 november voordat de autoriteiten de situatie weer onder controle hebben. De bewoners hadden duidelijk genoeg van hun levenssituatie, de armoede en discriminatie. In 2005 filmde Ly de rellen, de honderd uur materiaal die Ly na deze weken had, resulteerde in de documentaire ‘365 Jours à Clichy-Montfermeil’, waarmee hij in 2007 veel succes oogstte.

Filmposter Les Misérables - © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

Les Misérables laat met dit indringende en explosieve drama zien dat er sinds 2005 en na alle gedane beloftes nog weinig is verbeterd. Het leverde Ladj Ly een gedeelde juryprijs op, op het filmfestival van Cannes 2019 en een Oscarnominatie voor Beste buitenlandse film. Inmiddels weten we dat Ly die Oscar niet heeft gewonnen. De Oscar ging naar Bong Joon-Ho’s ‘Parasite’.

Het toeval wil dat Victor Hugo zijn beroemde roman met dezelfde titel (uit 1862) situeerde in Montfermeil en de maker van de 2019 versie geboren en getogen is in de Parijs voorstad waar zijn vader vuilnisman was. – Ly woont er nog steeds, met zijn gezin. Net als Victor Hugo laat Ly de broeiende sociale ongelijkheid zien in de Parijse periferie, en de daaruit voortvloeiende armoe en ellende. Zo grijpt hij met deze film terug op persoonlijke ervaringen. Tien jaar oud was Ly (nu 40) toen hij voor het eerst door een stel agenten tegen een muur werd gezet en gefouilleerd. Het ene moment was hij, kind van Malinese ouders, nog rustig aan het voetballen met vriendjes  op een pleintje, het volgende moment werd hij hardhandig met zijn neus richting muur gedraaid en kreeg hij beledigingen naar zijn hoofd geslingerd. “Ik herinner me dat een van de agenten ons voor makaak uitmaakte. Later op school vroeg ik de juf wat dat betekende. ‘Aap’, zei ze”. Dit eerste directe contact met de politie leerde Ly dus wat racisme was. “En daarna……. ben ik zeker nog duizend keer door de politie gecontroleerd en gefouilleerd”. Toen hij een jaar of 16  was, besloot hij met een stel vrienden een videocollectief op te richten. Hun korte documentaires en filmpjes plaatsten ze op YouTube, waar ze langzaam maar zeker een steeds groter publiek bereikten. Zo maakte Ly tien jaar lang ‘Cop watch’: als er politie in de wijk kwam en de situatie dreigend werd, wisten buurtbewoners hem te vinden en stond hij er met zijn camera bovenop.  In 2008 filmde hij zo hoe een student door de politie werd geslagen. Het materiaal verscheen online en het was de eerste keer dat een politieagent geschorst werd door zo’n video.

Les Misérables verhaalt over een zeer roerig etmaal in de Parijse voorstad - Agenten vlnr Stéphane (Damien Bonnard), Chris (Alexis Manenti) en Gwada (Djibril Zonga) vormen een team dat door de wijk patrouilleert om de bendes in de gaten te houden. Photo: Les misérables © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

Met Les Misérables, een absolute must see, wil de regisseur de kijker laten ervaren hoe het leven is in een banlieue, in de hoop mensen nu eens ècht wakker te schudden. “Het voordeel was dat ik niets hoefde te verzinnen voor het verhaal van Les Misérables. Elk element heb ik zelf meegemaakt. Het is een biografie en een ooggetuigenverslag ineen.  “We hebben net een jaar lang rellen gehad, met de gele hesjes. Daarbij schoot de politie op iedereen, van heel dichtbij. Er waren verwondingen aan ogen, aan armen, maar er is geen enkele agent verhoord. Ik heb het nog niet eens over een veroordeling, hè? Ze zijn niet eens verhóórd over wat er gebeurd is. Agenten kunnen dus straffeloos handelen, doen wat ze willen en ze worden beschermd door de hiërarchie”, aldus Ly.

Les Misérables verhaalt over een zeer roerig etmaal in de Parijse voorstad. De film begint nog hoopvol, met een proloog waarin het Franse volk de overwinning op het WK voetbal viert (zondag 15 juli 2018), maar die egalité wordt snel verruild voor een reis naar de hel. Reiziger is de politieman Stéphane (Damien Bonnard), op weg naar zijn eerste werkdag in de Parijse voorstad Montfermeil. Het zullen de ergste dagen van zijn leven worden, maar dat weet de agent nog niet wanneer hij kennismaakt met zijn nieuwe collega’s Chris en Gwada. Hij heeft zich laten overplaatsen vanuit Cherbourg om in de buurt van zijn zoon te kunnen wonen. Van overzichtelijk straatwerk naar kronkelige patrouillediensten door de banlieue, waar machtsstructuren gelden die de nieuweling onmogelijk kan overzien. Hier gaat Stéphane deel uitmaken van de anticriminaliteitsbrigade BAC. Samen met Chris (Alexis Manenti) en Gwada (Djibril Zonga) vormt hij een team dat door de wijk patrouilleert om de bendes in de gaten te houden.

Photo : Les misérables © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

In de door armoede, criminaliteit en sociale onvrede geteisterde betonwijken opereren zij als overmoedige sheriffs. Samen met de zelfverklaarde ‘burgemeester’ (Steve Tientcheu), drugsbazen en religieus leiders proberen ze de deksel op de ketel te houden. Dat het systeem op springen staat maakt de schrijver en regisseur voelbaar zodra de drie agenten op patrouille gaan. Ly schetst Montfermeil als een hogedrukpan. Het is een plek waar het traditionele gezag geen grip op krijgt. Waar zich noodgedwongen alternatieve machtsstructuren hebben gevormd, die in stand worden gehouden door mensen die dealtjes met elkaar sluiten om hun eigen belangen te verdedigen. Maar het evenwicht is wankel: als het misgaat, gaat het goed mis. Op het moment dat er in Les misérables een kogel wordt afgevuurd, lijkt een geweldsexplosie onafwendbaar. Ly, die in de wijk zelf filmde, met buurtgenoten als acteurs, zit zijn hoofdrolspelers zo dicht op de huid en filmt met zo veel rauwe energie, dat het je de adem beneemt.

Een klein incident loopt vreselijk uit de hand maar een andere jongen, Buzz (niet toevallig gespeeld door Ly’s zoon Al-Hassan), heeft alles met een drone opgenomen
Photo : Les misérables © SRAB Films - Rectangle Productions - Lyly Films

Les Misérables begint in volle vaart en Ly blijft een uur en drie kwartier het gaspedaal stevig indrukken. De plot wordt in gang gezet door tiener Issa (Issa Perica), die een leeuwenwelpje steelt van de zigeuners wiens circus in Montfermeil is neergestreken. Dat betekent werk aan de winkel voor de drie agenten van dienst. Echter  hun tactloze optreden gooit vooral olie op het vuur. Zij gaan op zoek en stuiten op een handjevol jongens die aan de beschrijving voldoen. Wanneer het vervolgens uit de hand loopt, wordt te snel een rubberkogel afgevuurd, die een van hen, Issa, raakt. Normaal gesproken zou dat met een sisser zijn afgelopen, omdat het Issa’s woord is tegen dat van de politie. Maar een andere jongen, Buzz (niet toevallig gespeeld door Ly’s zoon Al-Hassan), heeft alles met een drone opgenomen. Omdat videobewijs moeilijk te ontkennen is, gaan de agenten vervolgens wanhopig op zoek naar de belastende opnamen.

Les Misérables is een noodkreet uit de banlieues

Opvallend is de nuance die Ly in zijn debuut aanbrengt; zelfs de drie agenten die jagen op het jochie dat de opnames van hun geweld heeft gemaakt, worden niet louter afgeschilderd als hufters. “Een film wordt er niet sterker van als je partij kiest” aldus Ly.

De finale, een eindeloos opgevoerd inferno van vuur en geweld, laat je volkomen verpletterd achter. Vergeten en negeren is er niet meer bij. Les Misérables is een noodkreet uit de banlieues, een explosieve liefdes- verklaring aan een wereld die heden ten dage nog steeds wordt genegeerd. In de banlieu is het Franse gelijkheidsideaal een bittere illusie.

“Mes amis, retenez ceci, il n'y a ni mauvaises herbes ni mauvais hommes. Il n'y a que de mauvais cultivateurs.”
Victor Hugo – Les Misérables

"Vrienden, onthoudt dit, onkruid en slechte mensen bestaan niet, enkel slechte kwekers"
Victor Hugo – Les Misérables

Filmtriailer: klik hier

Bronnen: Le Monde, Le Figaro, Le Parisien