Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

donderdag 10 juli 2014

PORTE DAUPHINE EN HECTOR GUIMARD; PARIJS ANNO 1900

Een tijdje geleden, op 11 juni 2014, schreef ik over mijn bezoek aan het in aanbouw zijnde Fondation Louis Vuitton aan de rand van het Bois de Boulogne. Een wandeling door het bos bracht mij aan de oostzijde, waar ik onverwacht oog in oog kwam te staan met de mooiste metro-ingang van Parijs; die van Porte Dauphine. Vaak heb ik dit prachtige voorbeeld van art nouveau vernoemd in diverse blogs, maar ik moet bekennen dat ik de ingang nog nooit in het echt heb mogen aanschouwen.

Op die prachtige lentedag maakte ik de oversteek van de place du Maréchal de Lattre de Tassigny, (een Franse generaal die het bevel voerde over het Franse Eerste Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog) naar de chique Avenue Foch, om zo oog in oog te komen staan met de enige metro-ingang nog aanwezig in Parijs met dit design.

De ingang naar het metrostation Porte Dauphine

Het begon allemaal aan het einde van de 19e eeuw, met de 'Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris' de CMP, toen Edouard Empain de concessie verwierf voor de aanleg van de metro in Parijs. In 1898 werd er door de Gemeente Parijs een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van de ingangen van de metrostations in Parijs. Hoewel architect Hector Guimard niet had deelgenomen aan de prijsvraag, kreeg hij door tussenkomst van een vriend, die tevens voorzitter was van de Parijse gemeenteraad, toch de opdracht voor deze 'bouches de métro'. Mede onder druk van Edouard Empain, die de architectuur ervan wilde toevertrouwen aan een adept van de art nouveau en volgeling van Victor Horta, Hector Guimard.

Porte Dauphine een art nouveau juweeltje uit 1900

Hector Guimard (geboren in Lyon op 10 maart 1867 en overleden te New York op 20 mei 1942) is een Frans architect die wordt beschouwd als de belangrijkste vertegenwoordiger van de art nouveau in Frankrijk. Zijn eigen woonhuis, Castel Béranger (1897), maakte Guimard van de ene op de andere dag beroemd en het grote aantal opdrachten, waaronder de Parijse metro-ingangen die daarna volgden, stelden hem in staat zijn streven naar schoonheid steeds verder te verfijnen. De harmonie en in het bijzonder de stilistische continuïteit (een van de grote idealen van de art nouveau), leidde bij hem tot een bijna totalitaire opvatting van de inrichting, die zijn hoogtepunt bereikte in 1909 met het Hôtel Guimard (een huwelijksgeschenk aan zijn rijke vrouw) waar de ovale kamers zo hun eigen eisen stelden aan de meubels, die voor een deel geïntegreerd werden in het gebouw. De geniale en veelzijdige Guimard is ook een voorloper op het gebied van de industriële standaardisatie, waarmee hij deze nieuwe kunst op grote schaal wilde verbreiden.

Guimard's befaamde 'Metro Style'

Guimard ontwierp vreemde ijzeren ingangen, met beschuttende glazen luifels die op libellenvleugels leken en groen geverfde gietijzeren staanders met organisch gevormde lampen als bloemknoppen, op slanke metalen stengels. De uit steen en smeedijzer opgebouwde zwierige werken waren gedeeltelijk geïnspireerd door de Japanse kunst en door de plantenwereld. Het hekwerk bestond uit vijf verwisselbare ijzeren standaardelementen, die in naturalistische vormen waren gegoten. Zij vormen tevens de omlijsting voor geëmailleerd glas en staal. De ingangen doken in vier jaar tijd overal op in de straten van Parijs en bezorgden Guimard zowat eeuwige roem.

De sierlijke omlijsting voor glas en staal

Deze metalen constructies waren zo karakteristiek voor de ranke en verfijnde eigenschappen van de art nouveau, dat de stroming algemeen werd aangeduid als de 'metrostijl'. Art nouveau was voorbehouden aan België en Frankrijk, terwijl jugendstil werd gekoppeld aan Oostenrijk en Duitsland. De stijl manifesteerde zich vooral in gebruiksvoorwerpen, waaronder glaskunst, plateel, sieraden, meubels, affiches, en de schilderkunst. De stroming kende een korte maar hevige bloeitijd. In West-Europa was de stijl ruim voor 1910 al verleden tijd, in het oosten kon ze wat langer overleven. Tegen 1914 was men op de art nouveau uitgekeken, maar gelukkig bezit Parijs nog vele herinneringen aan deze kunstrichting van wie Hector Guimard, de belangrijkste vertegenwoordiger is. Samen met Jules Lavirotte en Louis Louvet belichaamde hij de idealen van deze stijl, die romantiek met functionalisme verbond.

Zwierige werken gedeeltelijk geïnspireerd door de Japanse kunst 

Met het verstrijken van de tijd zijn de ingangen een vast onderdeel geworden van het traditionele Parijse stadsbeeld, maar ze waren bedoeld als een bewuste provocatie van het classicisme uit die tijd. Van de 140 ingangen zijn er momenteel nog plus minus 90 over (bron architectenweb). Sinds 1978 zijn alle art nouveau metro-ingangen geregistreerd als nationaal en historisch erfgoed. Een andere prachtige metro-ingang die kan wedijveren met de schoonheid van Porte Dauphine is die van Abbesses op de place Abbesses Montmartre.

Nog zo'n juweeltje de ingang op place Abbesses Montmartre

Nog een aantal wetenswaardigheden die een belangrijke rol speelden bij het ontwerp van de Parijse metro anno 1900. De typische Metropolitain typografie is ontworpen door de Fransman Georges Auriol, en wie kent niet de beroemde witte, vierzijdig afgeschuinde,  geglazuurde metrotegels van zandsteen, die werden gefabriceerd door het bedrijf Boulenger in Choisy-le-Roi, Val-de-Marne of de bijzondere smeedijzeren 'metro-totems' van Aldolphe Derveaux.

Tot 17 augustus kunt u nog de tentoonstelling bewonderen over het Parijs anno 1900 in een van de juweeltjes uit die zelfde tijd, namelijk het Petit Palais. Met historische foto's, posters, kleding, schilderijen en objecten uit die tijd. Van Degas tot Rodin, van Renoir tot Toulouse-Lautrec, van Picasso tot Guimard. Door deze tentoonstelling, een absolute Must See, heeft u een prachtig overzicht van de Belle Époque, het bruisende Parijs en het joie de vivre van die tijd.

Gelukkig bestaan er nog plus minus 90 van deze ingangen in Parijs

Petit Palais, avenue Winston Churchill 2

Nog tot 17 augustus 2014 van dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur (op donderdag tot 20.00 uur. Op maandag gesloten, entree € 11 

1 opmerking:

  1. In één woord: S C H I T T E R E N D ! En niet te vergeten ook nog het metrostation Trocadéro, met ondergronds nog de oude, originele toiletten – http://huizezeezicht.blogspot.nl/2012/03/het-mooiste-uitzicht-op-de-eiffeltoren.html

    BeantwoordenVerwijderen