In deze blog neem ik je mee naar place de Furstemberg,
technisch gezien geen plein. De stad Parijs noemt het officieel rue de la
Furstemberg. Het wordt vaak zo genoemd omdat er een kleine rotonde is aangelegd
voor het verkeer en er vier bomen op staan. Ooit stond dit kleine plein bekend
als de Cour des Ecuries, omdat de straat uitkeek op de stallen van een oude
abdij van Saint-Germain. Vandaag de dag staat er een enkele lantaarnpaal
omringd door vier paulownia's die, afhankelijk van het seizoen, een nog
romantischer tintje geven aan dit charmante geheime plekje. En ik laat het aan
jou over om je een voorstelling te maken van de idyllische omgeving die dit
plein bij het vallen van de avond biedt. Het is dan ook geen verrassing dat
enthousiaste fotografen, zoal ik, er letterlijk verliefd op worden!
Place de Furstemberg, technisch gezien geen plein, officieel rue de la Furstemberg
Een oase van rust in het 6e arrondissement, zeker als er muzikanten spelen
Eugène Delacroix ver-huisde op 28 december 1857, hij was
toen 59 jaar, naar de rue de Furstemberg en verliet daarmee zijn atelier aan de
rue Notre-Dame-de-Lorette, dat te ver verwijderd was van de Saint-Sulpice-kerk,
waar-voor hij al in 1849 de opdracht had gekregen om een kapel te decoreren. De
vermoeide kunstenaar wilde zo dicht mogelijk bij zijn werk zijn, maar hij kon
de lange reis erheen niet meer maken. Hij was dan ook zeer verheugd toen hij
via zijn vriend, de verfhandelaar en kunstrestaurateur Etienne Haro, een rustig
en luchtig appartement vlakbij Saint-Sulpice vond. Toen Delacroix besloot zijn
grote atelier in de toen modieuze wijk Nouvelle-Athènes te verlaten, koos hij
voor de Rue de Furstemberg vanwege de aanwezigheid van een kleine tuin, waarvan
hij exclusief kon genieten en die hij bovendien als atelier kon gebruiken.
Midden in de bruisende buurt Saint-Germain-des-Prés kon hij zo werken in een
oase van groen en rust. In deze tuin van circa 400 vierkante meter, die aan het
zicht van de straat onttrokken is, liet de schilder zijn atelier bouwen.
Eenmaal gesetteld, uitte Delacroix zijn tevredenheid in
zijn dagboek: “Mijn verblijf is ronduit charmant (...). Ik werd de volgende
dag wakker en zag de zonneschijn op de huizen tegenover mijn raam. Het uitzicht
op mijn kleine tuin en de vrolijke aanblik van mijn atelier geven me altijd een
gevoel van plezier”.
(Dagboek, 28 december 1857)
Het appartement, circa 150 vierkante meter groot, omvatte
een voorkamer die toegang gaf tot de slaapkamer van Jenny Le Guillou, zijn
huishoudster die in 1835 bij hem in dienst trad en de enige persoon was die aan
zijn zijde woonde en hem de beslommeringen van het dagelijkese leven bespaarde.
De eetkamer aan de binnenplaatszijde, de slaapkamer van Delacroix en de
woonkamer aan de tuinzijde. Een kleine kamer, die uitkwam op de trap naar het
atelier, deed dienst als bibliotheek. De provisiekamer en keuken, met uitzicht
op de binnenplaats, waren bereikbaar via een smalle gang. De schilder had ook
twee kamers voor zijn bedienden en een kelder. Deze indeling, waar nu het
museum gevestigd is, is nog steeds die van het appartement.
Eugène Delacroix
Hij werd geboren op 26 april 1798 in
Charenton-Saint-Maurice, vlakbij Parijs. Ten tijde van zijn geboorte bekleedde
zijn vader, Charles Delacroix, belangrijke functies. Eerst als minister van
Buitenlandse Zaken en vervolgens als ambassadeur van de Bataafse republiek (Nederland).
Daarna werd hij benoemd tot prefect van Marseille en vervolgens van Bordeaux,
waar hij overleed toen de jonge Eugène slechts zes jaar oud was. Zijn moeder,
Victoire Delacroix, was de dochter van een van de grootste meubelmakers van
zijn tijd, Jean-François Oeben, die in dienst was van koning Lodewijk XV . Eugène, een nakomertje, was de jongste
van vier kinderen; toen hij geboren werd, waren zijn broers Charles en Henri,
en zijn zus Henriette al volwassen. De kleine jongen kampte met terugkerende
gezondheidsproblemen. Na de dood van zijn vader verhuisden hij en zijn moeder
naar Parijs, naar de Rue de l'Université. De jonge Eugène bezocht het Lycée
Impérial, nu het Lycée Louis-le-Grand. Daar sloot hij vriendschappen die hem
zijn hele leven bijbleven. Hij had een leergierige aard en toonde al vroeg een
voorliefde voor tekenen en lezen. De dood van zijn moeder in 1814 liet hem
radeloos en eenzaam achter, ondanks de aanwezigheid van zijn oudere broer en
zus, Charles en Henriette. Dankzij de steun van zijn oom, de schilder
Henri-François Riesener, trad Eugène Delacroix in 1815 toe tot het atelier van
de schilder Pierre-Narcisse Guérin. Destijds een van de grootste ateliers in
Parijs, en dat hoog stond aangeschreven.
Delacroix op oudere leeftijd - borstbeeld in het museum
Op de Salon van 1822, op slechts vierentwintigjarige leeftijd, presenteerde Delacroix zijn eerste grote schilderij, geïnspireerd door de literaire geschiedenis: ‘Dante en Vergilius in de Hel’ (Musée du Louvre). Dit werk trok onmiddellijk de aandacht van critici. Hij werd al snel het toonbeeld van een nieuwe generatie kunstenaars, bekend als de romantici, een term ontleend aan de literatuur. Delacroix was een tijdgenoot van Victor Hugo, Alexandre Dumas, Héctor Berlioz en Alfred de Musset. Net als zij wilde hij zijn eigen weg inslaan en de artistieke expressie vernieuwen. Net als zij was hij ook een groot kenner van de kunst van de Oude Meesters. In het Louvre, dat in 1793 was geopend, ontdekte en bewonderde Delacroix de werken van Rafaël, Michelangelo, Titiaan, Rubens en Poussin.
De vrijheid leidt het volk
Zijn bekendste schilderij is wel ‘La Liberté guidant le peuple’. Het verbeeldt de vrijheid als Marianne, het nationale symbool van Frankrijk, die de revolutionairen aanvoert bij de Julirevolutie van 1830. Het doek heeft een afmeting van 260 bij 325 centimeter. Op 27, 28 en 29 juli 1830 kwam het Parijse volk in opstand, gekant tegen de nieuwe wetten op de persvrijheid en de hardheid van het regime. 29 juli markeerde het einde van de Bourbons op de Franse troon. Louis-Philippe, hertog van Orléans, werd vervolgens de koning van Frankrijk.
Eugène Delacroix - 'La Liberté guidant le peuple'
‘De Vrijheid leidt het volk' werd gepresenteerd op de
Salon van 1831 , een meesterwerk dat klassieke allegorie en hedendaagse
representatie combineert. Het werk werd aangekocht door de staat en
tentoongesteld in het Musée du Luxembourg, het museum voor levende kunstenaars
waar de doeken van hedendaagse kunstenaars werden getoond. Het jaar daarop
maakten de massamoorden door de politie op demonstranten in de rue Transnonain
in Parijs het moeilijk om het schilderij aan het publiek te tonen, het publiek
van de barricades, zoals Delacroix hen noemde. Het schilderij werd teruggegeven
aan de kunstenaar, die het desondanks wist te tonen tijdens zijn
solotentoonstelling op de Wereldtentoonstelling van 1855. Vanaf 1874 werd ‘De
Vrijheid leidt het volk’ in het Louvre tentoongesteld, samen met andere werken
van Delacroix die door de staat waren verworven . Onder de Derde Republiek werd
het een iconisch schilderij.
Marianne, het nationale symbool van Frankrijk
Een aanzienlijk deel van het werk van Eugène Delacroix was
gewijd aan het ontwerpen van grootschalige decoraties voor Parijse burgerlijke
en religieuze gebouwen zoals in de kerk van Saint-Paul Saint-Louis in de wijk
Marais, de Salon des Konings in het
Palais Bourbon, de Kamer van Afgevaardigden, het plafond van de bibliotheek in
dezelfde Kamer van Afgevaardigden, decoraties voor de bibliotheek van het
Palais du Luxembourg, nu de Senaat. Begin jaren 1850 werd Delacroix geëerd met
de opdracht voor de centrale decoratie van de Apollo-galerij van het Musée du
Louvre, die in de 17e eeuw was ontworpen door de schilder Charles Le Brun, maar
onvoltooid was gebleven. De stad Parijs gaf hem de opdracht om de decoratieve
schilderijen te maken voor de Salon de la Paix in het Hôtel de Ville, die
helaas in 1871 door een brand werden verwoest.
Eugène Delacroix - 'Saint-Michel terrassant le Dragon' - Église Saint-Sulpice
Zijn werken zijn ook te vinden in de kerken van Parijs; na
Saint-Paul Saint-Louis schilderde Delacroix een diep ontroerende Piëta in de
kerk van Saint-Denis-du-Saint-Sacrement, aan wat nu de Rue Turenne is. In 1849
kreeg hij de opdracht om een kapel in de immense kerk van Saint-Sulpice te
decoreren, de Kapel van de Heilige Engelen. Aan dit meesterwerk werkte hij tot
1861. Hij creëerde twee grote muurschilderingen tegenover elkaar, Jacob
worstelt met de engel en Heliodorus wordt uit de tempel verdreven , evenals het
plafond, Sint-Michiel overwint de duivel.
Eugène Delacroix overleed op 13 augustus 1863 in zijn
appartement aan de rue de Furstemberg. Jenny Le Guillou was getuige van zijn
laatste ademtocht in de vroege ochtenduren.
Musée Delacroix - Foto musée Delacroix
Musée Delacroix
Het museum bewaart schilderijen, schetsen, tekeningen,
prenten, lithografieën, lithografische stenen, voorwerpen die aan Delacroix
toebehoorden, zijn kleurenpaletten, evenals al zijn geschriften en enkele
brieven uit zijn persoonlijke correspondentie. Want Delacroix was niet alleen
schilder, maar ook een zeer getalenteerd graveur en tekenaar, en schrijver Zijn
liefde voor schrijven blijkt duidelijk uit zijn persoonlijke geschriften, die
buitengewoon doordacht zijn. Delacroix nam soms brieven op in zijn dagboek en
herzag ze ook af en toe. Het is daarom belangrijk te begrijpen dat de
kunstenaar zich ervan bewust was dat zijn geschriften na zijn dood ooit
gepubliceerd zouden worden. De collectie omvat ongeveer 1200 werken, die
roulerend in het museum worden tentoongesteld. Sommige werken mogen niet langer
dan drie maanden aan daglicht worden blootgesteld.
Eugène Delacroix – ‘Mademoiselle
Rose – ou Nu assis’ – ‘Homme Polonais nu’
De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een
omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen,
tekeningen, gravures en literatuur, en werpt tevens licht op zijn historische
context. De collectie omvat boeken over 19e-eeuwse kunst , talloze monografieën over schilders, van
Leonardo da Vinci tot Henri Matisse, en een complete sectie gewijd aan
literatuur uit Delacroix' tijd, waaronder vele werken van en over Baudelaire,
George Sand en Byron. De bibliotheek telt momenteel meer dan 2200 boeken,
voornamelijk in het Frans, maar ook enkele in het Engels en Duits. In 2016
onderging de bibliotheek een ingrijpende reorganisatie op basis van een
thematisch classificatiesysteem, wat het zoeken vergemakkelijkt. De bibliotheek
wordt momenteel gedigitaliseerd.
De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen, tekeningen en gravures
Een ander hoogtepunt van dit museum is de prachtige tuin
van 400 m² die verscholen ligt achter het appartement, waar Delacroix zijn
atelier liet bouwen. De tuin, die in 2012 is gerenoveerd, is opnieuw aangelegd
aan de hand van herontdekte geschriften van de kunstenaar, die een grote passie
had voor de natuur en weelderige bloemenpracht.
En liefde is nooit ver weg in Parijs!
Bronnen: Musée Delacroix, Wikipedia, eigen bezoek

















Geen opmerkingen:
Een reactie posten