Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 26 juni 2026

MUSÉE NATIONAL EUGÈNE DELACROIX

 

In deze blog neem ik je mee naar place de Furstemberg, technisch gezien geen plein. De stad Parijs noemt het officieel rue de la Furstemberg. Het wordt vaak zo genoemd omdat er een kleine rotonde is aangelegd voor het verkeer en er vier bomen op staan. Ooit stond dit kleine plein bekend als de Cour des Ecuries, omdat de straat uitkeek op de stallen van een oude abdij van Saint-Germain. Vandaag de dag staat er een enkele lantaarnpaal omringd door vier paulownia's die, afhankelijk van het seizoen, een nog romantischer tintje geven aan dit charmante geheime plekje. En ik laat het aan jou over om je een voorstelling te maken van de idyllische omgeving die dit plein bij het vallen van de avond biedt. Het is dan ook geen verrassing dat enthousiaste fotografen, zoal ik, er letterlijk verliefd op worden!

 

Place de Furstemberg, technisch gezien geen plein, officieel rue de la Furstemberg


Een oase van rust in het 6e arrondissement, zeker als er muzikanten spelen


Hier bevindt zich het Musée National Eugène Delacroix, beter bekend als het Musée Delacroix, een absolute aanrader voor kunstliefhebbers! Dit museum, gelegen aan de rue de Furstemberg 6, is gewijd aan de beroemde schilder Eugène Delacroix (1798-1863). Deze culturele ruimte is meer dan alleen een museum: het was namelijk het appartement van Delacroix, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde, van 1857 tot zijn dood in 1863. Deze historische woning werd in 1929 gered van de sloop door de Société des Amis d'Eugène Delacroix (Vereniging van Vrienden van Eugène Delacroix ) en werd uiteindelijk in 1971 omgevormd tot een nationaal museum, na een schenking aan de Franse staat in 1954. Sinds 2004 wordt het museum beheerd door het Louvre, wat de prestige en het belang ervan binnen het Parijse culturele landschap verder heeft vergroot. 



Dit kleine museum is meer dan alleen een tentoon-stellingsruimte. Het getuigt van het leven en werk van een van de grootste schilders van Frankrijk. Het appartement dat in originele staat bewaard is gebleven, biedt een intieme blik op zijn dagelijks leven en creatieve proces. Het behoud van deze historische plek weer-spiegelt het belang van Delacroix in de geschiedenis van de Franse kunst en zijn bijdrage aan de 19e-eeuwse kunst. De transformatie van zijn (laatste) woning tot museum toont de toewijding om de nalatenschap van deze iconische kunstenaar te bewaren en te eren.

 

Eugène Delacroix ver-huisde op 28 december 1857, hij was toen 59 jaar, naar de rue de Furstemberg en verliet daarmee zijn atelier aan de rue Notre-Dame-de-Lorette, dat te ver verwijderd was van de Saint-Sulpice-kerk, waar-voor hij al in 1849 de opdracht had gekregen om een kapel te decoreren. De vermoeide kunstenaar wilde zo dicht mogelijk bij zijn werk zijn, maar hij kon de lange reis erheen niet meer maken. Hij was dan ook zeer verheugd toen hij via zijn vriend, de verfhandelaar en kunstrestaurateur Etienne Haro, een rustig en luchtig appartement vlakbij Saint-Sulpice vond. Toen Delacroix besloot zijn grote atelier in de toen modieuze wijk Nouvelle-Athènes te verlaten, koos hij voor de Rue de Furstemberg vanwege de aanwezigheid van een kleine tuin, waarvan hij exclusief kon genieten en die hij bovendien als atelier kon gebruiken. Midden in de bruisende buurt Saint-Germain-des-Prés kon hij zo werken in een oase van groen en rust. In deze tuin van circa 400 vierkante meter, die aan het zicht van de straat onttrokken is, liet de schilder zijn atelier bouwen.



 Eugène Delacroix - 'Roméo et Juliette devant le tombeau des Capulets'

Eenmaal gesetteld, uitte Delacroix zijn tevredenheid in zijn dagboek: “Mijn verblijf is ronduit charmant (...). Ik werd de volgende dag wakker en zag de zonneschijn op de huizen tegenover mijn raam. Het uitzicht op mijn kleine tuin en de vrolijke aanblik van mijn atelier geven me altijd een gevoel van plezier”.

(Dagboek, 28 december 1857)

 


Het Atelier van Delacroix  - 'Portrait d'un homme Européen en tenue orientale'(+/- 1840)


Het appartement, circa 150 vierkante meter groot, omvatte een voorkamer die toegang gaf tot de slaapkamer van Jenny Le Guillou, zijn huishoudster die in 1835 bij hem in dienst trad en de enige persoon was die aan zijn zijde woonde en hem de beslommeringen van het dagelijkese leven bespaarde. De eetkamer aan de binnenplaatszijde, de slaapkamer van Delacroix en de woonkamer aan de tuinzijde. Een kleine kamer, die uitkwam op de trap naar het atelier, deed dienst als bibliotheek. De provisiekamer en keuken, met uitzicht op de binnenplaats, waren bereikbaar via een smalle gang. De schilder had ook twee kamers voor zijn bedienden en een kelder. Deze indeling, waar nu het museum gevestigd is, is nog steeds die van het appartement.

 

 Eugène Delacroix -  'Portrait de l'artiste'


Eugène Delacroix

Hij werd geboren op 26 april 1798 in Charenton-Saint-Maurice, vlakbij Parijs. Ten tijde van zijn geboorte bekleedde zijn vader, Charles Delacroix, belangrijke functies. Eerst als minister van Buitenlandse Zaken en vervolgens als ambassadeur van de Bataafse republiek (Nederland). Daarna werd hij benoemd tot prefect van Marseille en vervolgens van Bordeaux, waar hij overleed toen de jonge Eugène slechts zes jaar oud was. Zijn moeder, Victoire Delacroix, was de dochter van een van de grootste meubelmakers van zijn tijd, Jean-François Oeben, die in dienst was van koning Lodewijk  XV . Eugène, een nakomertje, was de jongste van vier kinderen; toen hij geboren werd, waren zijn broers Charles en Henri, en zijn zus Henriette al volwassen. De kleine jongen kampte met terugkerende gezondheidsproblemen. Na de dood van zijn vader verhuisden hij en zijn moeder naar Parijs, naar de Rue de l'Université. De jonge Eugène bezocht het Lycée Impérial, nu het Lycée Louis-le-Grand. Daar sloot hij vriendschappen die hem zijn hele leven bijbleven. Hij had een leergierige aard en toonde al vroeg een voorliefde voor tekenen en lezen. De dood van zijn moeder in 1814 liet hem radeloos en eenzaam achter, ondanks de aanwezigheid van zijn oudere broer en zus, Charles en Henriette. Dankzij de steun van zijn oom, de schilder Henri-François Riesener, trad Eugène Delacroix in 1815 toe tot het atelier van de schilder Pierre-Narcisse Guérin. Destijds een van de grootste ateliers in Parijs, en dat hoog stond aangeschreven.


Delacroix op oudere leeftijd - borstbeeld in het museum


Op de Salon van 1822, op slechts vierentwintigjarige leeftijd, presenteerde Delacroix zijn eerste grote schilderij, geïnspireerd door de literaire geschiedenis: ‘Dante en Vergilius in de Hel’ (Musée du Louvre). Dit werk trok onmiddellijk de aandacht van critici. Hij werd al snel het toonbeeld van een nieuwe generatie kunstenaars, bekend als de romantici, een term ontleend aan de literatuur. Delacroix was een tijdgenoot van Victor Hugo, Alexandre Dumas, Héctor Berlioz en Alfred de Musset. Net als zij wilde hij zijn eigen weg inslaan en de artistieke expressie vernieuwen. Net als zij was hij ook een groot kenner van de kunst van de Oude Meesters. In het Louvre, dat in 1793 was geopend, ontdekte en bewonderde Delacroix de werken van Rafaël, Michelangelo, Titiaan, Rubens en Poussin.



 Eugène Delacroix - 'La Madeleine dans le désert' (1845)

De vrijheid leidt het volk

Zijn bekendste schilderij is wel ‘La Liberté guidant le peuple’. Het verbeeldt de vrijheid als Marianne, het nationale symbool van Frankrijk, die de revolutionairen aanvoert bij de Julirevolutie van 1830. Het doek heeft een afmeting van 260 bij 325 centimeter. Op 27, 28 en 29 juli 1830 kwam het Parijse volk in opstand, gekant tegen de nieuwe wetten op de persvrijheid en de hardheid van het regime. 29 juli markeerde het einde van de Bourbons op de Franse troon. Louis-Philippe, hertog van Orléans, werd vervolgens de koning van Frankrijk.


Eugène Delacroix - 'La Liberté guidant le peuple'


‘De Vrijheid leidt het volk' werd gepresenteerd op de Salon van 1831 , een meesterwerk dat klassieke allegorie en hedendaagse representatie combineert. Het werk werd aangekocht door de staat en tentoongesteld in het Musée du Luxembourg, het museum voor levende kunstenaars waar de doeken van hedendaagse kunstenaars werden getoond. Het jaar daarop maakten de massamoorden door de politie op demonstranten in de rue Transnonain in Parijs het moeilijk om het schilderij aan het publiek te tonen, het publiek van de barricades, zoals Delacroix hen noemde. Het schilderij werd teruggegeven aan de kunstenaar, die het desondanks wist te tonen tijdens zijn solotentoonstelling op de Wereldtentoonstelling van 1855. Vanaf 1874 werd ‘De Vrijheid leidt het volk’ in het Louvre tentoongesteld, samen met andere werken van Delacroix die door de staat waren verworven . Onder de Derde Republiek werd het een iconisch schilderij.


Marianne, het nationale symbool van Frankrijk

 

Een aanzienlijk deel van het werk van Eugène Delacroix was gewijd aan het ontwerpen van grootschalige decoraties voor Parijse burgerlijke en religieuze gebouwen zoals in de kerk van Saint-Paul Saint-Louis in de wijk Marais,  de Salon des Konings in het Palais Bourbon, de Kamer van Afgevaardigden, het plafond van de bibliotheek in dezelfde Kamer van Afgevaardigden, decoraties voor de bibliotheek van het Palais du Luxembourg, nu de Senaat. Begin jaren 1850 werd Delacroix geëerd met de opdracht voor de centrale decoratie van de Apollo-galerij van het Musée du Louvre, die in de 17e eeuw was ontworpen door de schilder Charles Le Brun, maar onvoltooid was gebleven. De stad Parijs gaf hem de opdracht om de decoratieve schilderijen te maken voor de Salon de la Paix in het Hôtel de Ville, die helaas in 1871 door een brand werden verwoest.


Eugène Delacroix - 'Saint-Michel terrassant le Dragon' - Église Saint-Sulpice 


Zijn werken zijn ook te vinden in de kerken van Parijs; na Saint-Paul Saint-Louis schilderde Delacroix een diep ontroerende Piëta in de kerk van Saint-Denis-du-Saint-Sacrement, aan wat nu de Rue Turenne is. In 1849 kreeg hij de opdracht om een kapel in de immense kerk van Saint-Sulpice te decoreren, de Kapel van de Heilige Engelen. Aan dit meesterwerk werkte hij tot 1861. Hij creëerde twee grote muurschilderingen tegenover elkaar, Jacob worstelt met de engel en Heliodorus wordt uit de tempel verdreven , evenals het plafond, Sint-Michiel overwint de duivel.

Eugène Delacroix overleed op 13 augustus 1863 in zijn appartement aan de rue de Furstemberg. Jenny Le Guillou was getuige van zijn laatste ademtocht in de vroege ochtenduren.


Musée Delacroix - Foto musée Delacroix

 

Musée Delacroix

Het museum bewaart schilderijen, schetsen, tekeningen, prenten, lithografieën, lithografische stenen, voorwerpen die aan Delacroix toebehoorden, zijn kleurenpaletten, evenals al zijn geschriften en enkele brieven uit zijn persoonlijke correspondentie. Want Delacroix was niet alleen schilder, maar ook een zeer getalenteerd graveur en tekenaar, en schrijver Zijn liefde voor schrijven blijkt duidelijk uit zijn persoonlijke geschriften, die buitengewoon doordacht zijn. Delacroix nam soms brieven op in zijn dagboek en herzag ze ook af en toe. Het is daarom belangrijk te begrijpen dat de kunstenaar zich ervan bewust was dat zijn geschriften na zijn dood ooit gepubliceerd zouden worden. De collectie omvat ongeveer 1200 werken, die roulerend in het museum worden tentoongesteld. Sommige werken mogen niet langer dan drie maanden aan daglicht worden blootgesteld.


Eugène Delacroix – ‘Mademoiselle Rose – ou Nu assis’ – ‘Homme Polonais nu’

 

De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen, tekeningen, gravures en literatuur, en werpt tevens licht op zijn historische context. De collectie omvat boeken over 19e-eeuwse kunst  , talloze monografieën over schilders, van Leonardo da Vinci tot Henri Matisse, en een complete sectie gewijd aan literatuur uit Delacroix' tijd, waaronder vele werken van en over Baudelaire, George Sand en Byron. De bibliotheek telt momenteel meer dan 2200 boeken, voornamelijk in het Frans, maar ook enkele in het Engels en Duits. In 2016 onderging de bibliotheek een ingrijpende reorganisatie op basis van een thematisch classificatiesysteem, wat het zoeken vergemakkelijkt. De bibliotheek wordt momenteel gedigitaliseerd.


De bibliotheek van het Delacroix Museum herbergt een omvangrijke collectie geschriften over de kunstenaar, zijn schilderijen, tekeningen en gravures 

 

Een ander hoogtepunt van dit museum is de prachtige tuin van 400 m² die verscholen ligt achter het appartement, waar Delacroix zijn atelier liet bouwen. De tuin, die in 2012 is gerenoveerd, is opnieuw aangelegd aan de hand van herontdekte geschriften van de kunstenaar, die een grote passie had voor de natuur en weelderige bloemenpracht.



De tuin is een oase van rust


En liefde is nooit ver weg in Parijs!

 

Bronnen: Musée Delacroix, Wikipedia, eigen bezoek



Geen opmerkingen:

Een reactie posten