Op het Ȋle Seguin opent in oktober 2026 een nieuwe ruimte
voor hedendaagse kunst. Deze nieuwe culturele instelling, genaamd ‘Le LARGE, is
gevestigd in een gebouw ontworpen door de Catalaanse architecten en 2017 Pritzker
Prize-winnaars RCR Arquitectes, hun eerste project in Parijs’. Het gebouw
bevindt zich op de noordelijkste punt van het Ȋle de Seguin, ‘La Pointe des Arts’ genaamd, een grootschalig
herontwikkelingsproject op ’t terrein van de voormalige Renaultfabrieken tot
een multifunctioneel complex van meer dan 53.000 m², gericht op kunst en
cultuur. RCR Arquitectes is een architectenbureau dat in 1987 werd opgericht
door Rafael Aranda, Carme Pigem en Ramon Vilalta. De architecten ontwierpen een
poëtische structuur die breekt met de conventies van traditionele musea. De
architectonische vormgeving van het project volgt het gelaagde concept uit het
masterplan van Ateliers Jean Nouvel.
Ȋle Seguin
Het eiland, met een oppervlakte van 11,5 hectare, bevindt
zich ten westen van Parijs, in het departement Hauts-de-Seine net
stroomafwaarts van het Île Saint-Germain, tegenover Meudon en Sèvres. Het ligt
op de grens van de gemeenten Boulogne-Billancourt en Sèvres, echter
administratief behoort het aan de gemeente Boulogne-Billancourt. In haar vorige
leven was het Île Seguin de thuisbasis van leerlooierijen, guingettes in de
Belle Époque, en vervolgens van 1929 tot 1992 de thuisbasis van de Renault
autofabrieken. Op het hoogtepunt werkten hier 30.000 mensen. Eens het symbool
van de industriële macht van Frankrijk in de jaren 1950 en het bolwerk van de
machtige Franse vakbonden die hier de arbeiders mobiliseerden voor de stakingen
van 1968.
Tussen 1929 en 1934 bouwde Louis Renault, baas van de Société Renault hier zijn nieuwe fabriek. Volledig zelfvoorzienend, met een eigen energiecentrale, ondergronds spoor en een aanlegsteiger voor vervoer van voertuigen over water. Het was zijn grootste fabriek in Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceert de fabriek vrachtauto's voor de Duitse bezetter. Hevige bombardementen door de geallieerden in 1942 en 1943 zijn het gevolg. Na de oorlog wordt Louis Renault beschuldigd van collaboratie met de vijand en overlijdt, ernstig verzwakt, in 1944, in de gevangenis kort voor zijn proces. Zijn echtgenote claimde tot haar dood dat haar man is vermoord.
Louis Renault bezat toen 96% van het kapitaal van zijn
onderneming die een jaar later werd geconfisqueerd door de Franse staat. De
naam veranderde in 'Société Anonyme des Usines Renault' (SAUR) in 'La Régie
Nationale des Usines Renault' (RNUR). Vele succesmodellen werden op dit eiland
geproduceerd waaronder de 4CV. De auto was in het geheim tijdens de oorlog
ontworpen en was het eerste voertuig met een achterin geplaatste motor. Door
zijn gewicht, de auto woog slechts 560 kilo, konden gemakkelijk vier personen
vervoerd worden. Verder de Renault Dauphine:. Met 2.150.738 eenheden was dit
toen de meest geproduceerde auto in de Franse geschiedenis. In 1961 volgde de
lancering van de Renault 4. Van dit type werden meer dan 8 miljoen eenheden
geproduceerd en geëxporteerd naar meer dan 100 landen.'
Deze Renaultfabriek werd gesloten op 31 maart 1992
Onder codenaam 122 werd de iconische Renault-5 ontworpen die in 1972 het levenslicht zag. Ondanks het gigantische succes werd het de directie duidelijk dat de Billancourt-site niet meer kon worden aangepast aan de nieuwe productieprocessen, noodzakelijk om de Japanse concurrentie blijvend het hoofd te kunnen bieden. Uiteindelijk leidt dit tot sluiting van de fabriek op 31 maart 1992. Het eiland wordt uiteindelijk door Renault verkocht voor de som van 580 miljoen.
Schoonmaakbedrijven beginnen vrijwel direct aan de sanering van de bodem en het verwijderen van gigantische hoeveelheden asbest in de constructies van beton en staal. De sloop van de fabriek begon op 29 maart 2004 en eindigde een jaar later in 2005 toen de Franse zakenman, miljardair, François Pinault zijn oog liet vallen op het Ïle Seguin voor de bouw van een kunstmuseum. Pinault, eigenaar van onder meer de merken Gucci, Yves Saint Laurent en Puma, kondigde in 2000 al aan een museum te willen bouwen. Maar gesprekken over een locatie op het Île Seguin, liepen uiteindelijk stuk. Uit boosheid bracht hij daarop, vanaf 2005, een deel van zijn verzameling onder in drie gebouwen van het Palazzo Grassi in Venetië. “Zo is het werk Frankrijk ontsnapt”, zei Anne Hidalgo. “Als ik destijds burgemeester was geweest, dan had ik dat nooit laten gebeuren”.
In de tussentijd slaagde Pinaults grote rivaal Bernard
Arnault van concurrent LVMH (Dior, Louis Vuitton, Moët & Chandon) er wél in
om in Parijs een museum te bouwen. Eind 2014 opende hij met veel spektakel de
door Frank Gehry ontworpen Fondation Louis Vuitton in het Bois de Boulogne. Met
Pinault is het uiteindelijk toch nog goed gekomen. Op 12 mei 2021 opende in
Parijs de deuren van het zorgvuldig
gerestaureerde 18de eeuwse Bourse de Commerce. Hier triomfeert François Pinault,
nu zijn privé kunstcollectie eindelijk te zien is in Parijs, in zijn eigen
museum, tussen het Louvre en het Centre Pompidou.
La Seine Musicale
Ȋle Seguin de nieuwe cultuurvalei
Op 22 april 2017 opende hier de nieuwe hotspot voor muziekfans 'La Seine Musicale' haar deuren met een concert van de Amerikaanse zanger Bob Dylan. Deze bredere transformatie, bekend als ‘La Pointe des Arts’, begon met de opening van La Seine Musicale. De muziektempel werd ontwikkeld door de architecten Shigeru Ban (Pritzkerprijs 2014) en Jean de Gastines en won op de MIPIM Awards 2015 de prijs in de categorie beste toekomstproject. Het wordt nu al erkend als een groot architecturaal gebaar met respect voor het milieu. Het gebouw, dat een derde van het eiland beslaat is hèt symbool van de metamorfose van Île Seguin.
Le LARGE
En nu is er Le LARGE. Het nieuwe gebouw met een oppervlakte
van 41.000 m², combineert 7.000 m² aan winkel- en horecaruimtes, een
kunstcentrum van 5.000 m², 20.000 m² aan kantoorruimte, een Pathé-bioscoop met
acht zalen en een IMAX-zaal van 6.000 m², verdeeld over zes verdiepingen, een
begane grond aan de rivieroever, een kelder en 1.200 m² aan aangelegde
terrassen. Het gebouw is gericht op het westen, zonder tegenoverliggende
bebouwing, en op het zuiden, richting het park, de Seine en de heuvels van
Meudon. De U-vormige eerste drie verdiepingen zijn gestructureerd rond een
interne straat die uitkomt op het voorplein op brugniveau, met brede
oost-westopeningen die beide oevers van de Seine onthullen: een hoog plein aan
de straat, levendig gemaakt door het kunstencentrum en winkels, en een laag
plein aan de oever, begrensd door winkels en een hotel. Het meest opvallende
volume van het gebouw wordt omsloten door een gevel van Cortenstaal, waarvan de
patina zich in de loop der tijd zal ontwikkelen. De roestkleurige gevel
verwijst naar de industriële esthetiek van de rivieroever en integreert met het
omringende landschap.
Het nieuwe gebouw met een oppervlakte van 41.000 m², combineert 7.000 m² aan winkel- en horecaruimtes, een kunstcentrum van 5.000 m², 20.000 m² aan kantoorruimte, een Pathé-bioscoop met acht zalen en een IMAX-zaal van 6.000 m², verdeeld over zes verdiepingen
De eerste tentoonstelling, getiteld ‘Imaginary Engine: From
Masterpieces of the Collection Renault to Artists of Today’, opent op 17
oktober 2026 in samenwerking met de ‘Fondation Renault pour l'Art et la Culture’.
De tentoonstelling is een eerbetoon aan de industriële geschiedenis van de
locatie en aan de bijdrage van Renault aan de kunstwereld sinds de jaren ‘60,
toen het bedrijf begon samen te werken met kunstenaars om een collectie werken
te creëren die geïnspireerd zijn op de maakindustrie en de automobielindustrie.
De tentoonstelling laat werken zien 55 kunstenaars uit 23 landen waaronder Victor
Vasarely, Jean Dubuffet, Jean Tinguely, Arman en Robert Doisneau, wiens foto’s
van de Billancourt-fabriek teruggaan tot 1934. Sommige van deze werken zijn al
meer dan veertig jaar niet getoond. Verder zijn 17 nieuwe werken besteld bij
kunstenaars zoals Théo Mercier, Sara Sadik, Bianca Bondi, Clément Cogitore,
Bertrand Lavier, Mohamed El Khatib, Oliver Beer, Bertille Bak, Thu Van Tran en
Giulia Andreani. Allen werden uitgenodigd om, ieder op hun eigen manier, de
vraag te stellen wat de Renaultfabriek, de machine en de auto met onze
lichamen, onze identiteit en onze verbeelding hebben gedaan.
Op het eiland is niets meer wat herinnerd aan Renault verleden zoals deze vroegere fronton die de ingang vormde naar de fabriek
Het Ȋle Seguin bezocht ik begin augustus en een belangrijk
element wordt node gemist: Île Seguin was inderdaad niet zomaar een automobielfabriek;
het was een plek die diep verankerd was in het Franse collectieve bewustzijn,
in het bewustzijn van de arbeidersklasse, een locatie die een rol speelde in de
Franse geschiedenis van de 20e eeuw. Natuurlijk kun je nooit alles van een
verlaten fabriek behouden, maar de beslissing om niets te laten staan (behalve
twee frontons naast de Pont Daydé) doet deze plek geen eer aan. Een schande
voor de geschiedenis van de automobielindustrie, een schande voor de
geschiedenis van de arbeidersklasse, een schande dat enkele meesterwerken van
industriële architectuur niet bewaard zijn gebleven.En deze kritiek zou van
toepassing kunnen zijn op alle industriële gebouwen, waarvan sommige
overblijfselen helaas verwaarloosd zijn, maar dat is een ander debat…
Een restje Renault, niet op het eiland maar naast de Pont Daydé
De Pont Daydé vernieuwd en passend bij de architectuur van Le LARGE
Le LARGE Île Seguin,
Centrum voor Hedendaagse Kunst, Pointe des Arts - Île Seguin - 92100
Boulogne-Billancourt, Hauts-de-Seine. Tramhalte T2 Brimborion (ongeveer 5
minuten lopen) of vanaf de metrohaltes van lijnen 9, Pont de Sèvres en 15, Pont
de Sèvres.
Het nieuwe Gauthier Mougin-park - 'Empreinte de pneu', Peter Stȁmpfli
Een park in het hart van Île Seguin
Het nieuwe Gauthier Mougin-park is ontworpen door
landschapsarchitect Michel Desvigne en ligt in het hart van Île Seguin en vormt
een ontmoetingsplek tussen natuur en cultuur. Het park is onderdeel van zowel
de natuurstrategie van het departement Hauts-de-Seine als het uitgesproken
artistieke karakter van Île Seguin.
'Le Pouce', César Baldaccini
Het is een waar openluchtmuseum met een beeldenroute, bestaande uit zo'n twintig werken, verspreid tussen het stroomopwaartse puntje van het eiland, het departementale park en de omgeving van La Seine Musicale en creëert zo een nieuwe artistieke route voor de Vallei van Cultuur en nodigt je uit om al wandelend hedendaagse kunstwerken te ontdekken die in dialoog staan met het park en het landschap.
‘Sphère Coupée’, Marta
Pan
‘Tot'Aime’, Jean-Charles de Castelbajac



















Geen opmerkingen:
Een reactie posten