Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

donderdag 10 januari 2013

LA GOUTTE D'OR - EXOTISCH PARIJS

Zes uur zaterdagochtend op de boulevard de la Chapelle. Een eenzame fietser maakt zijn sportieve ronde. Twee uur later wordt ook hier de rust overstemd door het verkeer en het gekakel in de onmiskenbare accenten van de vroegere kolonies. Dit is de plek waar het Carraïbisch gebied en Afrika elkaar ontmoeten. De immigrantenwijk tussen de boulevard Barbès en de rue la Goutte d’Or. De metro wringt zich langs huizen, die hun beste tijd hebben gehad richting Pigalle. Straks gaan de markten open op de rue Dejean met exotische producten uit Senegal, Haïti, Kameroen en Ghana en de boulevard de la Chapelle onder het verhoogde metrospoor. De stoepen staan vol dozen met etenswaren en eigenlijk heb je maar een paar dozen nodig om een winkel te beginnen. La Goutte d'Or prikkelt alle zintuigen. Het lawaai van de metro, denderend over de stalen bruggen op hun prachtige metershoge fundamenten, en het geroep van de marktlui vermengen zich met de geur van tabak en specerijen.

 Barbès-Rochechouart, zes uur in de ochtend. Een eenzame fietser maakt zijn sportieve ronde

De Goutte d'Or, gelegen in het 18e arrondissement, op de oostelijke helling van Montmartre, is een van de meest cosmopolitische wijken van Parijs. 50% van de bevolking is van vreemde oorsprong. 56 nationaliteiten mengen allerlei kleuren, accenten en gebaren dooreen, een Afrikaans, Aziatische en Europese smeltkroes. De wijk wordt afgebakend door de boulevard Barbès aan de westzijde, de boulevard de la Chapelle aan de zuidzijde, de rue Ordener aan de noordzijde, en de sporen van het Gare du Nord aan de oostzijde. Er wonen ongeveer 20.000 mensen in deze wijk. De naam, letterlijk de gouden druppel, is afkomstig van de kleur van de wijn van de wijngaarden die hier voorheen stonden.

Zaterdagochtend is de beste tijd om hier te komen.  De pret begint al in het metrostation van Barbès-Rochechouart, wanneer de overvolle metrotrein aankomt op het perron, de mensenmassa uitbraakt en u als het ware wordt meegesleurd met de stroom door de lange stationsgangen vol met een wirwar van kraampjes. Wanneer u het station verlaat staat u oog in oog met het grootste filiaal van het warenhuis Tati. Dit is de populairste bestemming voor toeristen uit Noord-Afrika op zoek naar goedkope spullen. Het is een roze gebouw uit 1948 van Jules Ouaki, die het de naam van zijn moeder Tita wilde geven, maar die naam bestond al en daarom heeft hij die naam omgedraaid: Tati. De eigenaar verzon het idee de prijzen aan de buitenkant van het gebouw te laten zien, zodat mensen met drempelvrees toch binnenkwamen. Ook was hij de bedenker van de zelfbediening voor kleding. Welkom in de 'Maghreb' van Parijs het decor van Emile Zola's L'Assommoir (1877). 

Emile Zola's, schrijver van de roman L'Assommoir (1877) - Photo Wikimedia

In de 19e eeuw was dit de arbeiderswijk die Zola gebruikte voor zijn roman l'Assommoir (de nekslag), waarin het verhaal wordt verteld van Gervaise Macquart's weglopen naar Parijs met haar luie minnaar Lantier, om te gaan werken als een wasvrouw in een door alcoholisme geteisterd ghetto, waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Een harde en compromisloze studie van alcoholisme en armoede in de arbeiderswijken van Parijs. Zola wilde een roman schrijven over het grootschalige en schrijnende alcoholmisbruik, wat uiteindelijk een buitengewoon confronterend en duister boek opleverde. De kleurloze kroegen uit de Parijse voorsteden, het morsige volk, de verwaarloosde kinderen, de dronkaards, die vrouw en kroost mishandelden, dat alles afstotend en lelijk, maakte een aller somberste indruk. Weinig schrijvers veroorzaakten zoveel ophef met hun werk als Émile Zola in de negentiende eeuw. Zijn vernieuwende manier van schrijven, en vooral de onderwerpen van zijn schrijven, stuitte veel lezers tegen de borst, en ook veel recensenten, die zijn manier van werken ‘vies’ noemden en zijn werk vernietigend bespraken. Zij trokken fel van leer tegen de schokkende scènes en het platvloerse ‘volkse’ taalgebruik dat Zola bij tijd en wijle hanteerde. Dat het woelige karakter van de buurt nog niet helemaal is verdwenen is blijkt wel uit het feit dat er in begin 2005 nog rellen in de buurt waren (niet te verwarren met de rellen in de banlieue in het najaar van 2005) na een ongelukkig politieoptreden.

Vandaag de dag wordt de Goutte d'Or grondig geherstructureerd. De huizen met de achterkamertjes waar het werkvolk huisde en de 'maison d'abbatage' waar de prostituees hun klanten ontvingen, maken plaats voor nieuwe sociale woningblokken. Gelukkig hebben tal van verenigingen en buurtcomités er voor gezorgd dat het multiculturele- en volkse karakter bewaard is gebleven (smalle straatjes, pleintjes en schilderachtige steegjes). Deze wijk is een van de laatste buurten binnen de peripherique (rondweg) waar middenklasse gezinnen zich een appartement kunnen veroorloven. 

 Welkom in de Maghreb van Parijs 
 
Wandeling
Het loont absoluut de moeite om, op een zaterdagmorgen eens naar de Goutte d'Or te stappen om de authentieke en typische sfeer ervan op te snuiven. Onze wandeling begint op de boulevard de la Chapelle bij het metrostation Barbès Rochechouart. Deze boulevard markeerde tot 1860 de grens tussen de gemeente Parijs en La Chapelle, nu de grens tussen het 10e en 18e arrondissement. Het is hier waar we in de roman van Zola voor het eerst de hoofdpersoon, Gervaise Macquart, tegenkomen, als haar tragische verhaal zich ontvouwt. Aan de zuidkant, daar waar de lucht is gevuld met het onophoudelijke geklepper van de passerende metrotreinen hoog boven het straatniveau, elke zaterdagochtend vindt een kleurrijke voedselmarkt plaats. Ter hoogte van nr. 112 nemen we de rue des Islettes, daar waar Gervaise werkte als wasvrouw in het beroemde washuis van de de Goutte d'Or. Net als 'La Goulue' de beroemde can-can danseres van de Moulin Rouge. Zij was de dochter van een van de wasvrouwen. Zola's personages hebben allemaal echt bestaan. Sla rechtsaf de rue de la Goutte d'Or in. De eerste Noord Afrikanen kwamen hier in de vroege jaren van de 20e eeuw, maar de grote golf van immigranten arriveerde in de jaren vijftig om te werken in de Parijse auto-industrie. De straat is bekleed met voedsel- en textielwinkels, kleine bazaars vol met goedkope snuisterijen en een groot aantal cafés die druk worden bezocht door mannen die domino of triktrak spelen. Op nr. 42 achter een ijzeren hek ligt een romantisch binnenstraatje met dertien huizen uit 1840, de villa Poissonnière, versierd met dezelfde romantische straatlampen als die op de Butte Montmartre. Ooit stond hier in de 15e eeuw een wijngaard vol met wijnranken en werd er de heerlijkste witte wijn gemaakt. De wijn van de Goutte d'Or werd in de middeleeuwen zeer geprezen.  De Franse koning kreeg deze wijn elk jaar voor zijn verjaardag. 

Zaterdagmorgen in de rue de la Goutte d'Or

We keren terug en vervolgen de rue de la Goutte d'Or tot aan de rue Polonceau. Ter hoogte van nr. 52 een aangename schaduwrijke driehoek waar de lokale mannen elkaar sociaal ontmoeten op een zonnige dag. Linksaf de rue Pierre l'Ermite in. Aan het einde van de straat staat de kerk Saint Bernard de la Chapelle (1858) in neogotische stijl. Binnen zijn de pilaren versierd met gezichten van diegene die in de 19e eeuw een belangrijke rol speelde in deze wijk. Maak na het kerkbezoek een rondje om de kerk. De rue Affre vol met winkeltjes met mierzoete gebakjes en opslagplaatsjes vol met koriander en muntbladeren. De rue Saint Luc die je naar het square Léon, brengt waar op hoge gevels enkele mooie fresco's van plaatselijke kunstenaars waaronder die van Geneviève Bachelier. Het square Leon grenst aan de rue des Gardes, een vernieuwde en modern aangelegde modestraat met aan een kant bomen. Je vindt er verschillende, door de gemeente gesubsidieerde, trendy boetieks van kleding en design. We vervolgen de straat in noordelijke richting. U kunt de eerste straat rechts nemen, de rue du Cavé. Aan het einde van deze straat op de hoek van de rue Stephenson heeft u een mooi uitzicht op de Sacré Cœur en de oostelijke helling van de Butte Montmartre. We gaan links af naar de poort van zwart Afrika de rue de Myrha. Hier ziet u bontgeklede slanke Afrikaanse vrouwen, vaak met hun baby vastgebonden op hun rug, met traditionele hoofdtooien en felgekleurde gewaden. Hier zijn alle mogelijke specialiteiten te koop, van zoete aardappels tot exotische kruiden en groenten. Sla rechtsaf de rue des Poissoniers in. Volg deze straat, waarlangs de hoofdstad vroeger van vis werd voorzien, tot aan de eerste straat links, de rue Dejean waar de Marché Dejean is. De voedselstraat waar het Carraïbisch gebied en Afrika elkaar ontmoeten. Grote keuze van diverse vissoorten die je uitnodigen op een culinaire reis: barracuda, kapiteinsvis, meivis. Je kunt er geïmporteerd Afrikaans bier en andere drankjes krijgen maar ook bakbananen, yams en tarowortels. Langzaam kuieren over deze markt is een zegen voor de smaakpapillen. Het schouwspel is fascinerend en dit alles tegen onklopbare prijzen.

Rue de Myrha, de poort van zwart Afrika

Op vrijdagmiddag biedt een gedeelte van de rue des Poissonniers en de rue Polonceau een wel heel speciaal beeld. De daar gevestigde moskee is te klein voor alle moslims in deze wijk en daarom wordt een deel van deze straten rond 14.00 uur afgezet. De bidmatjes worden op straat gelegd en zo is iedereen weer tevreden, zelfs Allah. Op de hoek van de rue Polonceau en Villa Poissonniere is op nummer 36 een kleine Japanse boeddhistische tempel ondergebracht. Ga terug naar de rue des Poissonniers, rechtsaf en u komt uit op de boulevard Barbès waar u zowel links als rechts een metrostation tegenkomt.

TIP: Zaterdagochtend is de beste tijd om deze wijk te bezoeken. Fotograferen wordt niet altijd op prijs gesteld en gezien de drukte met name in de rue Dejean; let op uw spullen. Op zondag maakt de Goutte D'Or een doodse indruk. De Marché Dejean is gesloten op zondagmiddag en maandag.

La Goutte d'Or, 18e arrondissement, metro Barbès Rochechouart.
Marché Dejean, rue Dejean, 18e arrondissement, metro Château Rouge.

1 opmerking:

  1. Wauw, ik woon met veel plezier in La Goutte d'Or, maar er wordt niet vaak iets goeds over gezegd. Onterecht. Wat een goed, waarheidsgetrouw en amuserend artikel! Waren er nog maar een paar wijnstokken...

    BeantwoordenVerwijderen