De hoofdingang bevindt zich op de avenue Marx-Dormoy 45.
Bij de informatie hangt een plattegrond met de 100 belangrijkste graven, te
vinden in de diverse divisies. De persoonlijkheden uit de film en muziek die
hier begraven liggen maken de begraafplaats tot een druk bezochte necropolis.
Verschillende grafmonumenten bewaren een sterke herinnering aan de Eerste en
Tweede Wereldoorlog. Er liggen Franse, Belgische, Engelse maar ook Duitse
soldaten begraven. Maar wat kenmerkend is voor dit kerkhof is het belang van de
joodse stèles en monumenten die met name te vinden zijn op de divisies aan de
linkerzijde van de hoofdingang, parallel aan de avenue de Montrouge. Elke laan
op het kerkhof is beplant met één specifieke boomsoort wiens naam het draagt,
zoals de avenue des Peupliers (populieren), avenue des Poiriers (perenbomen),
avenue des Copalmes (Amerikaanse amberboom) en de avenue Micocoulliers
(zwepenboom). In totaal staan er 5.900 bomen (totaal 49 verschillende soorten).
Vele soorten vogels of rode eekhoorns bevolken deze plek.
Het Cimetière Parisien de Bagneux is groter dan Père
Lachaise
Elke laan op het kerkhof is beplant met één specifieke
boomsoort wiens naam het draagt
Ik ga op zoek naar het graf van Barbara, volgens de plattegrond gelegen in divisie 4 grenzend aan de avenue de Montrouge. Barbara, geboren in Parijs op 9 juni 1930, haar echte naam was Monique Serf, is waarschijnlijk een van de grootste namen van het Franse lied, samen met Brel, Brassens, Piaf en Ferré. Afkomstig uit een joods gezin geteisterd door de Tweede Wereldoorlog, zij was toen nog een tiener. In een boek door haar geschreven, een jaar voor haar dood en dat uitkwam in 1998 onthult ze onder meer dat ze seksueel misbruikt is door haar vader die vervolgens haar familie heeft verlaten. Na de oorlog hoorde een buurvrouw die muzieklerares was, haar zingen en zette zich vervolgens in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kon ontwikkelen. Ze kreeg zang- en pianolessen en schreef zich in bij de École supérieure de musique. Verder zong ze bij ‘La Fontaine des Quatre Saisons’, een populair cabaret in Parijs. Door haar lengte, zwarte kleren, gitzwarte haren en bleek gezicht had ze een spookachtige verschijning die de melancholie van de teleurgestelde liefde weergaf.
Het graf van Monique Serf alias Barbara in de joodse
divisie
In Parijs ontmoette ze Jacques Brel en raakte met hem bevriend. Ze vertolkte verschillende liedjes van hem. Later werd ze voorgesteld aan Georges Brassens. Ze gaf verschillende optredens in kleine zaaltjes en er ontwikkelde zich een trouw publiek, met name vanuit de studenten van het quartier Latin in Parijs, maar pas in 1961 werd ze beroemd door optredens in de muziektempel van ‘Bobino’ bij Montparnasse. Ze ging verder in kleine zaaltjes en twee jaar later in het ‘Théâtre des Capucines’. Ze wist de aandacht te trekken van het publiek en die ook vast te houden met een nieuw repertoire. Vanaf dat moment was haar naam gevestigd en in 1964 tekende ze een contract met de platenmaatschappij Philips Records. Bekende door haar uitgevoerde nummers zijn: L'aigle noir, Nantes, La solitude en Dis, quand reviendras-tu?
Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997. Ongeveer 2.000 mensen waren aanwezig bij haar begrafenis waaronder persoonlijkheden zoals Gérard Depardieu, Yves Duteil, Jean-Claude Brialy, Enrico Macias, Annie Giardot, Fanny Ardant, en Carla Bruni. Gérard Depardieu declameerde enkele verzen uit Verlaines ‘Chanson d’automne’.
Chanson d'automne
Les sanglots longs
Des violons
De l’automne
Blessent mon cœur
D’une langueur
Monotone.
Tout suffocant
Et blême, quand
Sonne l'heure,
Je me souviens
Des jours anciens
Et je pleure
Et je m'en vais
Au vent mauvais
Qui m'emporte
Deçà, delà,
Pareil à la
Feuille morte
Herfstlied
Het lange snikken
van de violen
van de herfst
verwonden mijn hart
In lome
monotonie.
Benauwd
en doodsbleek, als
de klokken luiden
herinner Ik me
dagen van weleer
En ik ween
en ik ga weg
waar kwade wind
me heenvoert
Van hier naar daar
net zoals
een dood blad
(Vertaling van Julien Georges Grandgagnage)
Op de graven staan berichten die herinneren aan
persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele concentratiekampen
Versteend verdriet
Ik vervolg mijn wandeling over het joodse gedeelte van de
begraafplaats langs stèles die namen dragen van verre steden uit Polen of
elders in Oost Europa zoals Warschau, Lodz, Stopnica, Sosnowiec. Sommige stèles
zijn stoffig, gebroken of versleten door de tijd, de letters in het Hebreeuws
of Latijns nog nauwelijks leesbaar. Op de graven staan berichten die herinneren
aan persoonlijke drama’s of het overlijden in een van de vele
concentratiekampen. De medaillons van foto’s van overledenen verwijzen naar een
wereld die weggevaagd is door het leed in de vele kampen. Ze zijn allemaal
verschillend, grijs, zwart, sierlijk, versierd of kaal, voorzien van een
davidster of juist niet, maar ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand
tegen elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet.
Tegenover de derde divisie, voor de avenue de Montrouge,
staat een stèle gewijd aan de slachtoffers van de Shoah die geen graf hebben en
een stukje verder een monument voor alle joodse strijders die tijdens de Tweede
Wereldoorlog voor Frankrijk zijn gesneuveld. Bij dit monument vinden jaarlijks
herdenkingsplechtigheden plaats.
Stèles; ze zijn zo uitgelijnd dat ze van een afstand tegen
elkaar lijken te leunen, elkaar steunen onder het gewicht van verdriet
Een man stapt uit een auto en heeft een keppeltje op Wandelend naar een graf haalt hij een soort van gebedenboekje uit zijn jas en bid hardop, dan weer fluisterend, dan weer mompelend. Een vriendelijke mevrouw die het tafereel ook aanziet vertelt mij dat de man de Kadish leest, het gebed voor de doden.
“Que ton Grand Nom soit glorifié et sanctifié dans le monde qu’il a créé selon sa volonté, et puisse-t-il établir son règne, faire fleurir son salut, et hâter le temps de ton Messie, de votre vivant et de vos jours et des jours de toute la maison d’Israël, dès que possible et dites: Amen”
“Moge zijn grote naam verheven en geheiligd
worden in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil. Moge zijn koninkrijk
erkend worden in uw leven en in uw dagen en in het leven van het gehele huis
van Israël, weldra en spoedig. Zegt nu: Amen”
Als hij weer vertrekt pakt hij een klein steentje van de
grond en legt het op het graf als teken van zijn aanwezigheid. Het is een
gebruik uit de woestijn. Nomaden accentueren hun graven met een hoopje stenen.
In Bijbelse tijden werden geen grafstenen gebruikt; graven werden gemarkeerd
met hopen stenen, dus door deze te plaatsen (of te vervangen), verzekerde men
het voortbestaan van de begraafplaats. Briefjes tussen de stenen bevatten vaak
vrome wensen.
Lang dwaal ik nog wat doelloos langs de vele graven, Bij
het verlaten van dit indrukwekkende kerkhof moet ik denken aan een tweetal
spreuken die ik tegenkwam tijdens mijn zoektochten langs de verschillende
necropoli:
In de catacombes: "Houd er elke morgen rekening mee dat u misschien de avond niet haalt en houd er elke avond rekening mee dat u misschien de morgen niet haalt".
Montfort l’Amaury daar waar Charles Aznavour begraven ligt:
"U die hier voorbij gaat - Bid tot God
voor de overledenen. Wat u bent, zijn zij geweest".













Geen opmerkingen:
Een reactie posten