Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

dinsdag 2 september 2025

EEN VLEUGJE PARIJS IN AMSTERDAM-ZUID

Maandag 1 september was het voor de 13e keer; de uitreiking van HET FIJNSTE FRANSE RESTAURANT 2025. Deze jaarlijkse verkiezing wordt georganiseerd door de glossy Leven in Frankrijk, hét magazine voor iedereen die van la douce France houdt. Zoals altijd een fraai vormgegeven ode aan het Franse leven: reportages over knusse chambres d’hôtes, tips voor culinaire ontdekkingen, interviews met wijnmakers én uiteraard veel aandacht voor de Franse keuken — of die nu in Parijs of in Nederland op je bord ligt. Met hun verkiezing willen zij bistro’s en brasseries eren die de Franse ziel weten te vangen, zonder dat er een Michelinster aan te pas hoeft te komen.

 

Alweer de 13e keer de uitreiking de award Fijnste Franse Restaurant in Nederland door de glossy Leven in Frankrijk


Het chique Hilton Amsterdam aan de Apollolaan, onder leiding van de sympathieke Italiaanse General Manager Alessio Colavecchio, bood weer het perfecte decor. Het gebouw is nog altijd iconisch, met haar rijke geschiedenis. Met de Half Moon Lounge, Garden Terrace en Roberto’s Italiaanse restaurant is het een favoriet van locals en toeristen. John Lennon en Yoko Ono voelden zich er ooit thuis en een prachtige suite herinnert nog steeds aan hun verblijf.

 

De tuin van het chique Hilton Amsterdam aan de Apollolaan, bood weer het perfecte decor



Vlnr Uitgever Eugen van de Pas, General Manager Hilton Alessio Colavecchio en juryvoorzitter het Fijnste Italiaanse restaurant Roberto Payer



Het gastvrije team Hilton zorgde weer voor de nodige ondersteuning


Lezers van de glossy Leven in Frankrijk konden voor 1 april 2025 hun favoriete Franse restaurant aanmelden bij de redactie. En in het derde nummer van dit jaar volgde de shortlist van de 10 genomineerde restaurants: 

·        Café Garçon – Amsterdam

·        Marie – Amsterdam

·        La Parole – Amsterdam

·        Bistrôt Chapeau – Blaricum

·        L'Amour Toujours – Den Haag

·        Lilou – Goes

·        Loulou – Groningen

·        Kawop – Lochem

·        Bistrot du Bac – Rotterdam

·        Le Petit Chef – Rijswijk

 


De Franse ‘consule générale’ in Amsterdam Z.E. Mme Catherine Feuillet (met bloemen) omringd door de vakjury het Fijnste Franse restaurant vlnr hoofdredacteur Leven in Frankrijk Cathelijne van Vliet, hoofdredacteur HP/De Tijd Tom Kellerhuis en Jacques Hermus, Journalist en culinair consultant


Vervolgens kon de vakjury weer onderweg. Cathelijne van Vliet, hoofdredacteur van de glossy Leven in Frankrijk, de Franse chef-kok Alain Caron die we allemaal kennen van het tv programma ‘BinnensteBuiten’, maar ook als auteur van diverse kookboeken en met zijn zoons eigenaar van maar liefst vier restaurants in Amsterdam, Tom Kellerhuis, hoofdredacteur van HP/De Tijd en culinair journalist. Aan hem bewaar ik mooie herinneringen toen ik met hem ben gaan koken bij het grootste culinaire instituut in de wereld namelijk Le Cordon Bleu in Parijs. Last but not least, Jacques Hermus, Journalist en culinair consultant van Chef Rouge Media B.V. Inmiddels zijn een aantal leden van de jury BN’ers dus ik vraag mij af, “hoe anoniem is het dan ?” Lijkt mij toch even schrikken als plotseling een aantal leden van de jury plaatsnemen in je restaurant en dan maar hopen dat alles op orde is.



De redactie van de glossy Leven in Frankrijk


Want de 10 restaurants worden beoordeeld op de volgende criteria: Authentieke Franse gerechten – die je bij elke hap doen terugdenken aan Parijs of Lyon. Goede Franse wijnen, geen poespas, gewoon puur terroir. Franse ambiance met kennis van zaken en een glimlach. Ambacht zonder afstandelijkheid, betaalbaar want gezelligheid en kwaliteit hoeven niet luxe te zijn en last but not least, verse producten bij voorkeur uit Frankrijk want wie zegt dat het allemaal lokaal moet zijn.

 


De gasten in afwachting van het moment Suprême

Het moment Suprême

En daar sta ik dan tussen de 10 restaurateurs met hun teams die stralen of ze zo direct een ster gaan ontvangen, tussen fijnproevers, journalisten en fotografen klaar voor de bekendmaking van wie is het Fijnste Franse Restaurant van Nederland 2025. Tien tafels, tien hartslagen. De spanning is duidelijk voelbaar. Aan iedere statafel een genomineerd restaurant die allemaal hopen op die fel begeerde plaquette als beloning van jaren hard werken. Geroezemoes van “wie gaat het worden?” tot “ach, we zijn al vereerd dat we hier mogen zijn”. Je ziet de gespannen gezichten die iets anders zeggen, want iedereen wil winnen.

 


Voorzitter van de vakjury Tom Kellerhuis die de winnaar bekend zal maken en de Franse consul generaal Z.E. Mme Catherine Feuillet die de felbegeerde plaquette zal uitreiken

Dan is het Tom Kellerhuis die het podium beklimt. Hij roemt de passie en de gastvrijheid van de genomineerden. Ieder van hen is een ambassadeur van Frankrijk in eigen land. Terwijl de naam bekend wordt gemaakt, het applaus losbreekt, valt mij een ding weer op. De Franse keuken draait om warmte, niet om sterren. Hier gaat het niet om wie het duurst kookt maar om wie de Franse keuken en sfeer het best weet te vangen. Een viering van warme gastvrijheid en de kunst van genieten. Een avond waar ‘bistro’s’ niet strijden om Michelinsterren, maar om iets veel beters: de eer om het culinaire Frankrijk het dichtst bij huis te brengen. Frankrijk op zijn mooist en dat gewoon in Amsterdam-Zuid.



De dolblije winnaars bij het afroepen van hun naam
 

En de winnaar is ?

Dit keer een nieuwkomer op de shortlist. Volgens de jury gaf de doorslag de uitmuntende kwaliteit van de gerechten, de fantastische en volledig Franse wijnkaart, de ingetogen en professionele bediening zonder poeha – op het bord daar moet het namelijk gebeuren. Klassiek Frans met een chef die is opgeleid aan een befaamde koksschool. Een steaktartaar – onze benchmark – zoals hij moet zijn. Een perfect gegaard hoofdgerecht met een fabuleuze saus en een dessert als een plaatje, om te zien en te proeven. Het waren de steaktartaar, het piepkuiken met dragonsaus, de clafoutis met rabarber en vanille-ijs die dit restaurant tot het Fijnste Franse Restaurant 2025 bestempelen. Lilou in Goes.



De winnaars; het Fijnste Franse Restaurant 2025: Lilou in Goes samen met de vakjury en de Franse consul generaal


En wie kan er beter de felbegeerde plaquette overhandigen aan de winnaars van 2025, niemand anders dan de Franse ‘consule générale’ in Amsterdam Z.E. Mme Catherine Feuillet. En als zij zegt dat restaurant Lilou in Goes “très charmant” is dan weet je dat je iets bijzonders in handen hebt. De winnaar straalt terwijl de andere genomineerden zich herpakken met oprechte felicitaties èn een klein zuchtje van teleurstelling dat er nu eenmaal bij hoort. Natuurlijk mogen we de winnaar van de publieksprijs niet vergeten met een traditionele keuken in een modern jasje, al 37 jaar hèt Franse restaurant van de Achterhoek: Kawop in Lochem.


 De winnaar van de publieksprijs chef-kok Ronald Bouwhuis van restaurant Kawop in Lochem


Het team van restaurant Kawop met vakjury en de Franse consul generaal


Bistro Le Petit Chef in Rijswijk viel niet in de prijzen maar het team feliciteerde de winnaars van harte


Toen ik later het fameuze restaurant Da Roberto in het Hilton uitliep, nog nagenietend, hoorde ik binnen nog het geroezemoes van mensen die afspraken maakten om elkaars restaurants te bezoeken. Frankrijk was voor één avond neergestreken in Amsterdam-Zuid en Paris FvdV was erbij, met camera, pen en een goed glas wijn in de hand. 



zaterdag 23 augustus 2025

DE REPUBLIEK MONTMARTRE


Montmartre is net als Passy, Belleville en la Butte-aux-Cailles een van de meest karakteristieke wijken van Parijs en zal nooit helemaal van Parijs worden. En dat heeft sterk te maken met het verleden. 

Nog tot halverwege de 19e eeuw was Montmartre een landelijke idylle, een dorpje gelegen voor de poorten van de stad. Het noordelijke stadsdeel werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en is gelukkig verschoond gebleven van de ingrijpende bouwkundige ingrepen van Haussmann. De oude dorps-structuur is er tot op heden bewaard gebleven. De eenvoudige maar gunstige leefomstandigheden en het vrije klimaat op de heuvel, waar in het schimmige café- en cabaretcircuit eenvoudig modellen konden worden benaderd, trokken zo rond de eeuwwisseling talloze kunstenaars en galeriehouders aan. Degas, Renoir, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Braque en Matisse, ze leefden, woonden en werkten allen enige tijd in Montmartre. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met bovengenoemde kunstenaars, die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen.

 

De vrije commune van Montmartre

De eerste burgemeester van het zelfstandige Montmartre was Jacques-Félix Desportes, zoon van een rijke Franse koopman. Hij werd gekozen tot burgemeester van Montmartre op 22 mei 1790 en zetelde in het dorpsraadhuis op de eerste verdieping van de oude pastorie op Place du Tertre nr. 3. Het dorp telde toen slechts 400 inwoners.




Op 11 Mei 1921 richtte  Jules Depaquit de l'Ètat Montmartrois (de Republiek Montmartre of de Vrije Commune van Montmartre) op. Niet te verwarren met de Commune van Parijs, een volksopstand ontstaan in Montmartre in 1871. Ontstaan uit een vriendenclub van voornamelijk kunstenaars, een maffe culturele tegenmacht met als motto: “Voor wat tegen is en tegen wat vóór is”. Met als uiteindelijke doelstelling om de dorpse en feestelijke sfeer in de wijk te behouden.

 

Les Poulbots, de kinderen van Montmartre


De vriendenclub bestond uit Max Jacob (dichter, schrijver, essayist en schilder.). Pierre Mac Orlan (romanschrijver en songwriter), liedjesschrijvers Roger Toziny en Maurice Hallé,  met inbegrip van de beroemde striptekenaar Poulbot, die later zijn naam gaf aan de kinderen (les Poulbots) van Parijs. Geraakt door het leed van deze kinderen opende Poulbot in 1920 een apotheek om hen te helpen. En het was in 1939 dat Lucien Pinoteau, vriend van Poulbot, deze missie overnam en haar de naam ‘Association des P'tits Poulbots’ gaf. Het werd representatief voor Montmartre en de P'tits Poulbots, gekleed in infanteriekostuum uit 1813, maken nu nog steeds deel uit van de folklore. Zij verzorgen entertainment voor feesten, optochten en ceremonies.


De P'tits Poulbots, gekleed in infanteriekostuum uit 1813, maken nu nog steeds deel uit van de folklore. Zij verzorgen entertainment voor feesten, optochten en ceremonies




 

De eerste wet van het vrije Montmartre  was de scheiding van Montmartre en de staat. ‘La Commune Libre de Montmartre’ vestigde zich op Place du Tertre, aan het begin van de rue Norvins Hier werden de eerste verkiezingen gehouden waar men onder andere kon kiezen uit de  ‘Liste cubiste’ van Picasso, Zadkine, Cocteau en Max Jacob of nog beter voor de Dadaïstes van o.a.  Tzara, Breton en Picabia, ‘Liste barbare’, een ‘Liste abstentionniste’, een lijst die geen enkele kandidaat voordroeg, en een ‘Liste anti-grâcimétrique’ met Jules Depaquit, Francisque Poulbot, Fredé van het cabaret Lapin Agile en de schilderes Suzanne Valadon. Het was de laatste partij die won en Jules Dépaquit werd de eerste burgemeester van de Commune.



 

‘République Montmartre’

De huidige ‘République Montmartre’ is een vereniging van meer dan 500 leden bestaande uit een president, ministers en ereministers, ambassadeurs, afgevaardigden, burgers en ereburgers. Er is ook een officiële krant, ‘La Vache Enragée’ (de Razende Koe), vernoemd naar een voormalig cabaret. 


La Vache Enragée. een uitgave uit 1921

Sinds de oprichting in 1921 heeft het haar liefdadigheids- en culturele activiteiten voortgezet waaronder de inzet voor kansarme kinderen, het samenbrengen van beeldend kunstenaars, schrijvers en muzikanten, de jaarlijkse organisatie van de wijnfeesten ((Fète des Vendanges) en dit alles dankzij de vrijwillige inzet van al haar leden. Als hoeder van de tradities van Montmartre onderscheiden de leden zich door het dragen van rode sjaals, zwarte capes en hoeden, de beroemde outfit van Aristide Bruant, vereeuwigd door Henri de Toulouse-Lautrec. Deze prachtige en grote instelling, vastgeklampt aan de hellingen van haar dorp, streeft ernaar de rebelse en menselijke geest te behouden die de legende van Montmartre door de jaren heeft gevormd, trouw aan haar motto: “Goed doen met vreugde”!


Volgens de tradities van Montmartre onderscheiden de leden zich door het dragen van rode sjaals, zwarte capes en hoeden, de beroemde outfit van Aristide Bruant



De ministers van de République Montmartre tijdens het Grand Défilé in de outfits van Aristide Bruant met voorop de Garde Champêtre

 

Garde Champêtre de la République de Montmartre

Deze republiek eert zichzelf ook, zoals het hoort, met een president en een voltallige ministerraad, die, en dat is niet onbelangrijk, een zeer bijzondere minister omvat: de plattelandspolitieagent, veldwachter of de Garde Champêtre de la République de Montmartre Voor zover ik weet is het de enige republikeinse regering die deze functie tot ministeriële rang heeft verheven. Bernard Beaufrère, dichter en volkszanger, is degene die deze rol sinds 2012 vervult. Alain Coquard, is sinds 5 mei 2012 President van de Republiek Montmartre.










De voorganger van Bernard Beaufrère was Robert Schelcher. Hij was Garde Champêtre van 1988 tot maart 2012. Hij overleed na 14 jaar trouwe dienst op 74 jarige leeftijd.


Robert Schelcher


Anatole Garde Champêtre de la Commune Libre van 1953 tot en met 1988


Maar de meest bekende, meest illustere plattelandspolitieagent die Montmartre ooit gekend heeft was Anatole. Hij bekleedde dit ambt maar liefst 35 jaar van 1953 tot en met 1988. Zijn echte naam was Jacques Delarue een naam die voorbestemd was om over de trappen en straten van de Butte te zwerven. Geboren in 1911 en later tamboer-majoor in het eerste Rijn- en Donau leger. Gedecoreerd met vele medailles die altijd zijn borstkas sierden en die hij zo dierbaar vond dat hij ze op zijn graf wilde laten weergeven. 



De graftombe van Anatole op de begraafplaats van Montmartre - Foto's Wikimedia

Hij werd altijd vergezeld door zijn ‘meisje’ waar hij zijn leven mee deelde; Mica Moruzzi. Ze was lid geworden van de band waar Anatole in speelde. Maar Anatole was ook kunstschilder. Geen wonder, gezien hij een groot deel van zijn dagen doorbracht op Place du Tertre en bevriend was met Utrillo. Anatole overleed op 7 januari 1998 en ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre, divisie 21. Zijn partner Mick voegde zich een paar jaar later bij hem.


Anatole was ook kunstschilder. Geen wonder, gezien hij een groot deel van zijn dagen doorbracht op Place du Tertre - Foto's Wikimedia

 

Als eerbetoon aan hem beluister hier de Ballade d’Anatole (tekst van Marielle en muziek van Jean-Luc Houbron).


woensdag 13 augustus 2025

PALAIS ROYAL 400 JAAR GESCHIEDENIS

Het Palais-Royal en zijn tuin, op een steenworp afstand van het Louvre, zijn een van die plekken waar Parijzenaars, zowel oud als nieuw, naartoe trekken zodra het mooi weer wordt. In deze prachtige omgeving, omringd door vier eeuwen architectuur, kun je wandelen langs de galerijen waaronder intrigerende boetiekjes nestelen, slenteren tussen de ‘Colonnes de Buren’ en dwalen door de opmerkelijke tuin. Sommigen gaan zitten op de olijfgroene stoelen die kenmerkend zijn voor Parijs om te lezen bij een fontein, anderen vinden zichzelf in de idyllische  ruimten rond de bloemperken, terwijl weer anderen hun geluk vinden in de schaduw van de met bomen omzoomde paden. Maar vergis je niet. Tot aan de 19e eeuw was het een verzamelplaats voor machthebbers, en notabelen en het toneel van een aantal doorslaggevende gebeurtenissen van de Franse geschiedenis.



Een oase van rust, de binnentuin van het Palais Royal
 

Palais-Cardinal

In deze blog neem ik je mee door 400 jaar geschiedenis van dit iconische Parijse monument. Het begon allemaal in 1624 toen Armand du Plessis, ook wel bekend als kardinaal Richelieu, benoemd werd tot hoofd van de Raad van Lodewijk XIII. Diezelfde Lodewijk, bijgenaamd de Rechtvaardige, koning van Frankrijk woonde in het Louvre, en om dicht bij de vorst te wonen kocht hij het tegenover gelegen Hôtel Rambouillet. Als hooggeplaatst persoon, kardinaal, en tevens premier en raadsheer van de koning liet hij de architect Jaques Lemercier de woning transformeren tot een prachtig paleis met twee vleugels, zuidwest en noordwest, voor zijn verzameling kunst. In de zuidwestvleugel huisvestte hij als groot muziekliefhebber een concertzaal, het Palais-Cardinal theater, dat in mei 1635 werd geopend.


Het Palais-Royal door Boissière, in 1679 - Musée Carnavalet

 

Palais-Royal

Kardinaal Richelieu stierf in 1642. Zijn residentie werd in 1643 geschonken aan de regentes Anna van Oostenrijk, die er met haar twee zonen, Lodewijk XIV en Filips van Orléans, naartoe verhuisde. Het Palais-Cardinal wordt dan het Palais Royal. Het theater verwelkomde vanaf 1661 de beroemde toneelschrijver Molière en zijn gezelschap. Noodlottiger wijs gaf hij hier in 1673 zijn laatste opvoering van De ingebeelde zieke. Hij raakte bewusteloos op het podium en overleed enkele uren later. Het theater kreeg door de tijd verschillende gedaanteverwisselingen die helaas allemaal verwoest werden door brand. In 1799 opende een in Italiaanse stijl gebouwd theater, de verblijfplaats van het gezelschap ‘Comédiëns-Français’, opgericht in 1680. Dit was de geboorte van de emblematische Comédie-Française. En…. is sinds 1995 het enige nationale theater in Frankrijk met een vaste toneelgroep, de ‘Troupe des Comédiëns-Français’.



 Comédie-Française

We gaan weer even terug in de tijd. Een opstand, geleid door de magistraten van het Parlement van Parijs, zorgde ervoor dat de koninklijke familie in de nacht van 5 januari 1649 halsoverkop moest vluchten naar Saint-Germain-en-Laye. De nog jonge Lodewijk XIV zou deze angstaanjagende nacht nooit meer vergeten. Het zou hem later aanzetten om het Palais-Royal en Parijs in te ruilen voor het château de Vincennes en later voor Versailles.



 Het was hier dat de journalist Camille Desmoulins in 1789 op de tafel klimt en de revolutie aankondigt

In 1692 wordt het Palais-Royal, na de terugkeer van de hertog van Orléans, de residentie van de familie Orléans.  Toen hij stierf in 1715 werd zijn neef Philippe d’Orléans benoemd tot regent van het koninkrijk tijdens de minderjarigheid van Lodewijk XV. Tot 1722, het jaar van de kroning van Lodewijk XV, was het gebouw hèt middelpunt van het politieke en artistieke leven. Er worden doorlopend feesten en uitgebreide diners georganiseerd. Het Paleis beleefde gouden tijden. De huizen en galerijen, elk vernoemd naar een zoon van de hertog: Montpensier, Beaujolais en Valois, werden in 1780 toegevoegd door Graaf Lodewijk-Filips van Orléans. De galerijen voorzien van winkels waren eigenlijk de eerste overdekte passages in Parijs en oefenden een niet te onderschatten aantrekkingskracht uit om een kijkje te komen nemen in het privéleven van de groten der aarde. Men kocht er frivole spullen, er werd gedineerd in restaurants die snel de nodige faam kregen en men verkeerde in aangenaam gezelschap van hen die naar verluidt het oudste beroep ter wereld uitoefenden. Napoleon schijnt er zijn eerste seksuele ervaring te hebben opgedaan. Duels werden uitgevochten in de tuin en men verloor er al zijn geld op de groene lakens van de louche speelholen. Aangezien de politie geen toegang had tot het bezit van de graaf groeide het Paleis uit tot een soort van ‘liberale vrijhaven’, een ontmoetingsplaats waar alles mocht wat God verboden had. Het was hier dat de journalist Camille Desmoulins in 1789 op de tafel klimt en de revolutie aankondigt en de menigte aanspoort om de wapens op te nemen. De woede laait op en verspreidt zich door de stad. Twee dagen later neemt het volk de Bastille in. 

In 1814 behoorde het landgoed toe aan de toekomstige koning Lodewijk Filips I. Hij liet de luxueuze Orléans-galerij bouwen en sloot alle speelholen. In 1848 brak de revolutie uit en werd koning Lodewijk Filips afgezet. Het Palais-Royal werd geplunderd en nog eens geplunderd voordat het staatseigendom werd. In 1871 verwoestte een brand de gebouwen tijdens de Commune van Parijs. Vier jaar later werd het gebouw weer gerestaureerd en werd een zetel van de Raad van State.



La Place du Palais Royal anno 1910

In de 20e eeuw, door de charme van de plek, werd het een ontmoetingsplaats voor schrijvers en kunstenaars, zoals de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, die in 1912 op nummer 15, rue de Beaujolais, verbleef. Colette verhuisde in 1926 naar nummer 9. In 1938 keerde ze daar definitief terug en schreef daar het grootste deel van haar werk. Jean Cocteau woonde van 1940 tot 1947 samen met Jean Marais op nummer 36 rue de Montpensier.



Het Palais Royal vandaag de dag. La cour d'Honneur met de kinetische fontein van beeldhouwer Pol Bury
 

Jardin Remarquable

Aan het einde van de 20e eeuw kreeg de tuin van het Palais-Royal een nieuwe dimensie door de plaatsing van hedendaagse kunstwerken. De beeldhouwer Pol Bury creëerde zo twee kinetische fonteinen, les Sphérades, die het paleis weerspiegelen. Met Les Confidents maakt Michel Goulet van tuinobjecten poëtische dragers die uitnodigen tot mijmeren. Een ervan herbergt een vreemd bronzen kanon dat vroeger op het middaguur tot ontploffing werd gebracht om voorbijgangers in staat te stellen hun horloge te zetten. Op de sokkel staat ‘Horas non numero nisi serenas’, een Latijns motto dat betekent dat ik alleen de gelukkige uren tel.


Les Deux Plateaux van Daniel Buren



De collones zijn een hit op instagram




In 1985 besliste de toenmalige minister van Cultuur Jack Lang om in de Cour d’Honneur van het paleis, dat tot dan toe als parkeerplaats werd gebruikt, een monumentaal beeldhouwwerk aan te brengen. Het werd Les Deux Plateaux van Daniel Buren (beter bekend als ‘les colonnes de Buren’), een geheel van 260 zwart-wit gestreepte afgekapte zuilen, die over de 3000 m² grote binnenplaats verspreid zijn. Het moderne werk zorgde voor veel ophef, omdat velen vonden dat het niet paste bij  het classicistische gebouw. Deze zuilen zijn nu een van de symbolen van Parijs!



De tuin staat sinds 2005 geregistreerd als een ‘Jardin Remarquable’


Het label werd in 2004 door het ministerie van Cultuur en Communicatie gelanceerd om parken en tuinen beter te beschermen en om dit karakteristiek en bijzonder kwetsbaar erfgoed beter bekend te maken bij het publiek. Er zijn momenteel 289 bijzondere tuinen geregistreerd in Frankrijk waarvan 22 in de regio Ȋle de France.






De paleistuinen hebben een totale oppervlakte van 350m bij 150m. Ze werden ontworpen door onder andere Pierre Desgots die de tuinen tijdens de winter 1635 - 1636 aanlegde met evenwijdige rijen wilde kastanjebomen, zes sierbloemperken en met marmeren en bronzen beelden verfraaide waterpartijen. In 1674 begon André Le Nôtre, de bekende tuinarchitect van Lodewijk XIV, met wederom een metamorfose van de tuin.  In 1730 verving zijn neef, Claude Desgots, de haagbeuken en de bowlingbanen door een gazon. Hij liet rondom iepen en twee rijen lindebomen planten. De indeling van de tuin van het Palais-Royal werd in de 19e eeuw nog een keer gewijzigd. 


In 1910 werden in het noorden rode kastanjebomen geplant, in de jaren 1970 gevolgd door lindebomen


De architect Pierre Fontaine liet in 1817 eerst een vijver met een diameter van 25 meter graven en liet deze in 1824 omringen met twee bloemperken. Vier dubbele rijen iepen omlijsten het circus en de vier kiosken, van de Houten Galerij tot de Beaujolais Galerij. In 1910 werden in het noorden rode kastanjebomen geplant, in de jaren 1970 gevolgd door lindebomen. In 1992 stelde Jack Lang, de toenmalige minister van Cultuur, voor om de tuinen te vernieuwen. Rondom de centrale vijver werden grasperken aangelegd, omzoomd met door tuinarchitect Mark Rudkin ontworpen bloembedden. Hij behield de 18e eeuwse structuur met twee grote bloemperken en bomenrijen, maar gaf de tuinen hun oorspronkelijke diversiteit en kwaliteit van bloemen en planten terug.



 

‘Les chaises-poèmes’

Tien loveseats die in de tuin van het Palais-Royal zijn geïnstalleerd, weerspiegelen de traditionele stoelen die in de vorige eeuw in de Parijse tuinen werden geïntroduceerd. De uit Quebec (Canada) afkomstige beeldhouwer Michel Goulet kwam op het idee om samen met de ‘koninklijke’ tuinman deze stoelen te doen herleven en ze ‘les confidents’ te noemen, de vertrouwelingen. Plaatsen van ontmoeting en uitwisseling. Elke rugleuning is voorzien van een stukje poëzie. Door je ‘earplugs’ op de centrale eenheid aan te sluiten kun je luisteren naar gedichten van hedendaagse dichters. Regelmatig zullen andere gedichten en andere dichters uit alle lagen van de bevolking hun stem toevoegen om zo een symfonie van gevoelige en originele woorden te creëren in het hart van de Palais Royal-tuin. 


Colette en Jean Cocteau


Sinds februari 2019 dragen twee steegjes grenzend aan de tuin van het Palais Royal de namen van Colette en Jean Cocteau, omdat beide schrijvers regelmatige bezoekers waren van deze tuin. Sidonie-Gabrielle Colette (1873-1954) schreef onder haar achternaam Colette, zonder voornaam of voorletters. Jean Maurice Eugène Clément Cocteau (1889-1963) was een Frans dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker.



 

In verschillende films diende het Palais-Royal als decor. Onder andere in de film ‘Midnight in Paris’, waar Gil de schrijver (gespeeld door Owen Wilson) en zijn verloofde Inez (gespeeld door de charmante Rachel McAdams) worden uitgenodigd voor een etentje in Le Grand Véfour gelegen aan de prachtige binnentuin van het Palais Royal onder een van de bogengalerijen die gebouwd zijn tussen 1781 en 1784. 




De bogen 79 tot 82 werden in die tijd verhuurd aan een zekere Aubertot eigenaar van het Café Chartres. In 1820 werd dit Café overgenomen door Jean Véfour, die er een chique restaurant van maakte. Tot op de dag van vandaag is dit sterrenrestaurant niet alleen beroemd voor zijn gastronomische keuken maar ook voor het gracieus gestileerde interieur vol met art nouveau panelen van glaspasta, spiegels en mahoniehouten lambriseringen. Hier waart nog steeds de geest rond van de 18e eeuw. 




Een bezoek aan de tuinen van het Palais Royal is een must en, afhankelijk van uw portemonnee,  kun je Le Grand Véfour binnengaan of door het raam binnenkijken. Palais-Royal; in de 18e en 19e eeuw het middelpunt van het bruisende Parijs, nu een oord waar beschouwing een kans krijgt.



 Genieten van deze oase van rust in het centrum van Parijs







Ingangen zijn te vinden in de rue Saint Honoré, rue de Montpensier, rue de Beaujolais en de rue Valois.




Openingstijden van de tuin: 

Oktober t/m maart, elke dag van 08.30 uur tot 20.30 uur.

April t/m September, elke dag van 08.30 uur tot 22.30 uur.

Toegang gratis.

Eerste arrondissement, metrostation Palais-Royal Musée du Louvre, lijn. 

Bron: Centre des Monuments Nationaux, Atout France.