Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 5 juli 2015

L’ESPRIT DE MONTMARTRE - MUSÉE DE MONTMARTRE

De naam Montmartre, meestal door de Parijzenaars kortweg la butte genoemd, heeft een dubbele oorsprong. Martre herinnert aan de Mercuriustempel die in de Romeinse tijd op de heuvels stond, anderzijds herinnert het ons ook aan het woord martyrs (martelaren) en specifiek aan de heilige Dionysius. Dionysius, de eerste bischop van Parijs,  staat bekend als de 'hoofddrager'. Op last van een speciale gezant van de keizer wordt hij voor de rechter gedaagd en met zijn beide gezellen op een berg buiten de stad ter dood gebracht. Sindsdien heet die berg de Martelarenberg ('Mons Martyrum' later verbasterd tot Montmartre). Maar Dionysius richt zich op, en met zijn hoofd in de handen loopt hij twee mijl verder tot hij stilhoudt op de plek waar hij begraven wenst te worden. Op die plek bevindt zich nu de basiliek van St-Denis.

De Martelarenberg; 'Mons Martyrum' later verbasterd tot Montmartre

Nog tot halverwege de 19e eeuw was la butte een landelijke idylle, een dorpje gelegen voor de poorten van de stad. Het noordelijke stadsdeel werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en is gelukkig verschoond gebleven van de ingrijpende bouwkundige ingrepen van Haussmann. De oude dorpsstructuur is er tot op heden bewaard gebleven. De eenvoudige maar gunstige leefomstandigheden en het vrije klimaat op de heuvel, waar in het schimmige café- en cabaretcircuit eenvoudig modellen konden worden benaderd, trokken zo rond de eeuwwisseling talloze kunstenaars en galeriehouders aan. Degas, Renoir, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Braque en Matisse, ze leefden, woonden en werkten allen enige tijd in Montmartre. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met bovengenoemde kunstenaars, die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen. Toulouse de Lautrec heeft hier de danseressen van de Moulin Rouge geschilderd. Picasso schilderde in 1907 een van zijn beroemdste schilderijen, 'Les Demoiselles d'Avignon', dat zich momenteel in het MoMa in New York bevindt.

De ingang van het Musée de Montmartre aan de rue Cortot 12

In Montmartre staat op nummer 12 in de rue Cortot het Musée de Montmartre, een huis met mansardedak, dat zijn schilderachtige verleden opmerkelijk trouw is gebleven. La Maison du Bel Air, gebouwd in de zeventiende eeuw, eens het oudste hotel op de heuvel, weggedoken in een tuin vol met betoverende geuren- en kleurenpracht. Hier zien we dat stenen een ziel hebben, want hoe had deze plek anders zo'n groot aantal vooraanstaande gasten kunnen trekken. Eigendom van Claude de la Rose of Rosimond, een acteur bij het Théâtre de Molière waar ook Molière deel van uitmaakte. Renoir had hier in 1875 zijn eerste Parijse adres en schilderde hier tal van meesterwerken, waaronder de absolute uitschieter Le Bal du Moulin de la Galette. Het doek hangt nu in het Musée d'Orsay. Van Gogh en Gauguin waren hier regelmatig de gast van Émile Bernard. Vincent van Gogh woonde een stukje verderop in een uitspanning met de naam Aux Billards en Bois. Hier schilderde Van Gogh in 1886 "La Guinguette", eveneens te vinden in het Musée d'Orsay. Op de tweede verdieping woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice die daar ook hun schildersatelier hadden.

Door toevoeging van het oude Hôtel Demarne werd de expositieruimte verdubbeld

In juli 2011 lanceerde de geldschieter; 'La société Kléber-Rossillon', het idee om het museum geheel te verbouwen en door toevoeging van het oude Hôtel Demarne, de expositieruimtes te verdubbelen. Na jaren fors in de renovatie te zijn geweest opende het museum eind oktober 2014 weer haar deuren. Het interieur en exterieur hebben een enorme face lift ondergaan en het is nu gewoonweg een heerlijk museum om rond te lopen. Extra attracties zijn de Jardin Renoir met een prachtig uitzicht over de wijngaard van Montmartre, waarvan de jaarlijkse oogst maar liefst zo'n 1500 flessen oplevert. En het beroemde cabaret Au Lapin Agile, ooit de stamkroeg van Apollinaire, Utrillo, Bruant en andere kunstenaars van Montmartre. Tegenwoordig is 'In het behendige Konijn' een club chanson waar bezoekers kunnen genieten van cabaret, dichtkunst, maar vooral van la chanson Française.

Maison du Bel Air, gebouwd in de zeventiende eeuw met bovenin het atelier van Suzanne Valadon

Ook kunt u een bezoek brengen aan de woonetage en het atelier van de kunstenares Suzanne Valadon. Suzanne Valadon geboren op 23 september 1865 was het kind van een ongehuwde wasvrouw. In 1870 was ze met haar moeder naar Parijs vertrokken en vestigde zich in Montmartre. Op haar achttiende werd zij zelf ongehuwd zwanger van zoon Maurice, die dankzij haar aanmoediging en lessen eveneens kunstschilder werd. Om in haar onderhoud te voorzien werd Suzanne schildersmodel. Zo leerde ze diverse kunstenaars kennen en werd zelfs minnares van Puvis de Chavannes en Pierre-Auguste Renoir. Mede dankzij aanmoediging en lessen van niemand minder als Henri de Toulouse-Lautrec, Edgar Degas en Renoir begon zij zelf met schilderen. In 1894 exposeerde ze voor het eerst op de Parijse Salon, voornamelijk met portretten, waaronder een portret van Erik Satie. Ook met deze componist had zij een kortstondige verhouding. De werken van Suzanne Valadon zijn te zien in onder meer het Centre Georges Pompidou, het Metropolitan Museum of Art in New York en het Musée de Montmartre. Haar zoon, Maurice Valadon, werd later zelf als kunstschilder bekend onder de naam Utrillo.

Het atelier van Suzanne Valadon

Van alle beroemde kunstschilders die in Montmartre gewoond en gewerkt hebben is Maurice Utrillo de enige die er ook daadwerkelijk is geboren en begraven. Tijdens zijn studentenjaren raakte Utrillo verslaafd aan de absint en overnachtte derhalve regelmatig op het politiebureau, waar men hem in ruil voor enkele schilderijen of tekeningen weer liet gaan. Overigens, de meeste kunstenaars betaalden hun schulden in de kroegen met eigen werken. Een anekdote doet nog steeds de ronde over de bazin van de kroeg 'La Belle Gabriëlle' in de rue Saint Vincent, die Utrillo verplichtte om alle landschappen die hij op de toiletmuren had geschilderd - hij was namelijk verliefd op de bazin - weer uit te vegen. Later kon ze wel al haar haren uit de kop trekken. Hij ligt begraven op loopafstand van zijn geboortehuis de pittoreske begraafplaats; Cimetière Saint Vincent, aan de rue Vincent. Suzanne Valadon ligt begraven op Cimetière de Saint-Ouen in Parijs. Op haar begrafenis waren vele beroemdheden aanwezig, onder wie André Derain, Pablo Picasso, en Georges Braque.

Het lijkt of de kunstenares zo kan binnenlopen

De permanente collectie is ondergebracht in het Maison du Bel Air. Ze bestaat ​​uit schilderijen, affiches en tekeningen van Toulouse-Lautrec, Modigliani, Kupka, Steinlen, Valadon en Utrillo. De memorabilia van het museum herscheppen de unieke atmosfeer van Montmartres verleden, de Bohemiens. Foto's, prachtige affiches onder andere van Toulouse-Lautrec, van diverse cabarets, tekeningen, schilderijen, karikaturen en sculpturen. Je vindt hier ook een reproductie van een van de mooiste artiestengrappen uit Montmartres kunstverleden. De schrijver Roland Dorgelès - die moderne kunst verafschuwde - bond een penseel aan de staart van de ezel van de eigenaar van het Cabaret Au Lapin Agile. Het resulteerde in een schilderij alom bewonderd door de kunstpers. Het schilderij kreeg de titel mee; 'Zonsondergang boven de Adriatische Zee'. Bovendien staat hier de oude tapkast van het Café de l'Abreuvoir waar Utrillo regelmatig zijn geliefde absint nuttigde.

Le Lapin Agile

Eén kamer is gewijd aan de Franse Cancan, en een andere aan het befaamde cabaret Le Chat Noir. Le Chat Noir, in het Nederlands De Zwarte Kat, was een theatercafé en cabaret in 1881 opgericht door Rodolphe Salis, een zoon van een limonadefabrikant en leider van een klein theatergezelschap. Het etablissement was eerst gevestigd aan de Boulevard de Rochechouart en had zijn naam te danken aan een kat die Salis tijdens de inrichting van het café op straat had gevonden. In 1885 verhuisde Le Chat Noir naar Rue Victor Massé 12. en werd een populaire ontmoetingsplaats van artiesten en cabaretiers. Tot de klanten hoorden onder meer Émile Zola, Georges Rodenbach, en Léon Bloy. De chansonniers Aristide Bruant, Maurice Mac-Nab, Jules Jouy, Jean Goudezki traden er op, de schrijvers en dichters Georges Lorin, Charles Cros, Albert Samain, Maurice Rollinat en Jean Richepin hielden voordrachten en Erik Satie speelde er piano. Rodolphe Salis introduceerde ook het succesvolle Theatre d’Hombres, het schaduwspel. Het schaduwspel was een idee van de uitgever van het blad Le Chat Noir, Henri Riviére. Hij plaatste een doek over de opening van zijn marionettenkast en sneed silhouetten van bekende politie-agenten uit de buurt. De originele doeken zijn eveneens te bewonderen in dit bijzondere museum.  Het meest bekende beeld van Le Chat Noir dat bewaard is gebleven is het affiche van Théophile-Alexandre Steinlen, getiteld Tournée du Chat Noir uit 1896.

De oude tapkast van het Café de l'Abreuvoir waar Utrillo regelmatig zijn geliefde absint nuttigde

Nog tot september 2015 heeft Musée de Montmartre de expositie L’Esprit de Montmartre et l’Art Moderne, 1875 – 1910 waarmee een mooi overzicht wordt gegeven van de culturele bloei op Montmartre eind 19e eeuw en begin 20ste eeuw. Je ziet er schilderwerken van Valadon, Toulouse Lautrec, Maurice Utrillo, tekeningen van Grun en Legrand je hoort muziek van Erik Satie. En er is ook een mooie serie historische foto’s van Montmartre te zien.

Originele decorstukken van het Theatre d’Hombres, het schaduwspel in het cabaret Le Chat Noir

Musée de Montmartre, rue Cortot 12, 18e arrondissement, metro Abbesses.
Dagelijks geopend van 10.00 tot 18.00 uur, entree € 9,50,


TIP: In 1909 opende Père Delcroix zijn restaurant à la Pomponnette aan de rue Lepic nummer 42. Al snel werd het restaurant hèt stamcafé voor marktkooplieden en kunstschilders, waaronder de befaamde tekenaar Francisque Poulbot, die zich er op toelegde om de kinderen van Montmartre te tekenen, en de Franse kunstschilder Eugène Paul. Originele tekeningen en schilderijen hangen in het café en restaurant. Waarschijnlijk als betaling voor de vele drankjes en genoten maaltijden. Het interieur van het café en restaurant is sinds 1908 ongewijzigd en het etablissement wordt inmiddels gerund door Claude Moureau en zijn dochters Dominique en Catherine, de vierde generatie. De vijfde generatie is nog klein en wordt gevormd door de kinderen Julien, Arnaud, Laura en Gregory. Dit familierestaurant, meer dan 100 jaar oud is een van mijn juweeltjes. Een eenvoudige, echt Franse keuken. Bar en restaurant met veel spiegels, marmer, donker hout, ingewerkte granieten vloer, tafeltjes gedekt met roodwit geblokt linnen en wanden bedekt met tekeningen, foto's  en schilderijen die de sfeer van het aloude Montmartre doen herleven. Geen kitch zoals je die vindt in alle restaurants rond place du Tertre. Hier ben je te gast in het authentieke Montmartre zoals bezongen door o.a. Joe Dassin, Gilbert Bécaud en Yves Montand, in de befaamde chansons: "Au Temps des Cerises" en rue Lepic. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten