Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

dinsdag 23 november 2021

BETOVERENDE KUNST IN HET MUSÉE DES BEAUX-ARTS DE LA VILLE DE PARIS

Ik herinner me nog mijn eerste kennismaking met het Musée des Beaux-arts de la ville de Paris in het Petit Palais. Het was de tentoonstelling l'Art de Cartier van 20 oktober 1989 tot 28 januari 1990. Het was, denk ik, een van de best bewaakte tentoonstellingen van de stad Parijs. De opening werd verricht door de toenmalige burgemeester van Parijs Jacques Chrirac en toonde een overzicht van Cartier in de periode van 1860 tot 1986 met meer dan 600 juwelen uit de genoemde periode. Echter het mooiste getoonde juweel was het gebouw zelf.


Exposition Universelle 1900

Het Petit Palais is een overblijfsel van de Exposition Universelle van 1900 en die werd door meer dan 50 miljoen mensen bezocht, wat destijds een wereldrecord was. De Franse overheid verdiende 7 miljoen frank aan deze tentoonstelling. In totaal stonden er 76.000 exposanten, verspreid over een gebied van 1.12 km². Een aantal andere bouwwerken die Parijs heeft overgehouden aan deze wereldtentoonstelling zijn de treinstations Paris Lyon, d'Orsay, de Pont Alexandre III en het Grand Palais. De eerste twee lijnen van de metro werden tijdens de tentoonstelling in gebruik genomen. Lijn 1 liep van Vincennes naar Maillot met acht stations en een lengte van 10,3 km en lijn 2, van Etoile naar Dauphine met een lengte van 1,5 km. Op de tentoonstelling demonstreerde Rudolf Diesel zijn dieselmotor, die liep op puur plantaardige olie. De tentoonstelling van 1900 noteerde ook een triest feitje; tijdens de wijnwedstrijd die op de tentoonstelling werd gehouden, versloeg een Russische wijn alle Franse wijnen voor de titel 'Grand Prix de Champagne'.

 

Het Petit Palais is een schoolvoorbeeld van eclectische architectuur


Het Petit Palais, dat na de wereldtentoonstelling direct in handen kwam van de stad Parijs, is gebouwd door Charles Girault, die overigens ook tekende voor het ontwerp van het Grand Palais. Beide 'paleizen' zijn het schoolvoorbeeld van eclectische architectuur. Een slimme combinatie van stijlen die zijn gecombineerd tot een nieuw geheel. Dit keer werden elementen gecombineerd uit historische Parijse architectuur, zoals de colonnade van het Louvre, de dome van de Dôme des Invalides en de spiegelzaal van het Louvre. Zo ontstond een buitengewoon elegant bouwwerk met een indrukwekkende voorgevel. Vanaf 1902 werd het Petit Palais het Musée des Beaux-Arts de la Ville de Paris. Girault bleek bij de bouw over visie te beschikken, want hij zorgde voor enorme glazen vlakken, extra hoge ramen en een naar de binnentuin gerichte zuilengalerij, zodat het daglicht overal overvloedig naar binnen kan, zelfs door de immense koepel in de entreehal.

Monumentale trappen, rijkelijk voorzien van smeedwerk sieren het Paleis



Het gebouw is in 2005 nog eens voor de lieve som van 264 miljoen gerestaureerd en is nu een van de architecturale parels van Parijs. Monumentale trappen, rijkelijk voorzien van siersmeedwerk, mozaïeken vloeren en beschilderde koepels. Een groot bordes aan de voorzijde leidt je naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers en een immense zuilengang. Deze grenst weer aan een halfronde weelderige binnentuin met een prachtige colonnade met rondlopende fresco's en een grote vijver. Hier zit ook het museumcafé dat je zeker moet bezoeken, een oase van rust.

 

De weelderige binnentuin van het Paleis die vrij is om te bezoeken

De colonnade met rondlopende fresco's


De Cours de la Reine-vleugel (rechts) wordt vooral gebruikt voor tijdelijke tentoonstellingen. Hier was onder andere ook, in 2010,  de overzichtstentoonstelling van het werk van Frankrijks grootste couturier: Yves Saint Laurent te zien, Hij heeft sinds 2017 zijn eigen museum. De zijde van de Champs Elysées (links) wordt gebruikt voor meer permanente tentoonstellingen. Deze zijn verdeeld in secties met een tijdspanne van de klassieke oudheid tot begin 20e eeuw. Wie een chronologische volgorde wil maken kan het beste beginnen in het souterrain. Zo doorloop je de (kunst)geschiedenis van de Griekse- en Romeinse tijd naar de middeleeuwen, de Renaissance en de 19e eeuw. Delacroix, Jan Steen, Rembrandt, maar ook meesterwerken van Rodin, Maillol, Bonnard, Renoir, en Cézanne. Een prachtige veelzijdige collectie die vooral te danken is aan privéschenkingen en nalatenschappen. Zo ontstaat een volledig beeld van wat er door de eeuwen heen op artistiek niveau werd bereikt. Dit in een overtuigend en betoverend samenspel met de rijke, maar vooral overvloedige architectuur.



Betoverende kunst
 

Voor mij hoog tijd om weer eens een bezoek te brengen aan dit Parijse pareltje. Dit keer viel mijn oog op de tijdelijke tentoonstelling, 'Le Théorème de Narcisse', van de Franse glaskunstenaar Jean-Michel Othonel, die nog te zien is tot en met 02 januari 2022. Dit is de grootste solotentoonstelling van de kunstenaar in Parijs sinds zijn retrospectief ‘My Way’in het Centre Georges Pompidou in 2011. Deze, voor het publiek gratis te bezoeken tentoonstelling, met maar liefst 70 nieuwe werken, kwam tot stand met de steun van de beroemde Parijse kunstgalerie Perrotin en het parfumhuis van Christian Dior.

 

De ingang van de tentoonstelling 'Le Théorème de Narcisse', van de Franse glaskunstenaar Jean-Michel Othonel


Jean-Michel Othonel werd geboren in 1964 in Saint-Étienne, is afgestudeerd aan de École des Beaux-arts in Cergy-Pontoise en woont en werkt in Parijs. Sinds 1980 varieert hij van tekenen tot beeldhouwen en fotografie. In 1993 begint hij te werken met glas. Het markeert een belangrijk keerpunt in zijn werk waar hij samenwerkt met ambachtelijke glasblazers uit het Italiaanse Murano. De kwetsbaarheid en de subtiele kleuren van het glas passen bij het verlangen van Jean-Michel om te wereld te romantiseren en opnieuw te betoveren. Grootse tentoonstellingen volgen zoals in 1994, waar hij deelneemt aan de tentoonstelling ‘Feminin - Masculin’ in het Centre Georges Pompidou. Vervolgens begint hij met het maken van werken die integreren met het landschap zoals in 1996 toen hij gigantische kettingen van glas ophing in de tuinen van de Villa Medicis te Rome. Het zelfde deed hij in 1997 in de bomen buiten bij de Peggy Guggenheim Collection in Venetië of in het Alhambra in Granada (1999). Als verboden vruchten gaan zijn werken op in het landschap en gebladerte. Alsof ze organisch groeien, schaduwen absorberen en het licht verspreiden.



De kunstenaar weeft als het ware een web van onwerkelijkheid, betovering en illusie, sculpturen die de schoonheid van een plek weerspiegelen
 

In Parijs kennen we zijn werk onder andere van de ingang van het metrostation Palais Royal, op de place Colette voor La Comédie Française. In 2000, precies 100 jaar na de ingangen van Hector Guimard, kreeg Jean-Michel Othonel zijn eerste openbare opdracht; het omvormen van de ingang van het Parijse metrostation in het 1e arrondissement. Met zijn installatie: ‘Le Kiosque des Noctambules – de kiosk van de nachtwandelaars – verbergen twee kronen, een van glas en een van aluminium. een bankje dat uitnodigt tot willekeurige ontmoetingen terwijl de stad slaapt. Zijn creaties sieren sindsdien zowel openbare pleinen, tuinen en museumzalen.


Ingang van het metrostation Palais Royal


In 2003 volgt de tentoonstelling ‘Crystal Palace’ in de Fondation Cartier te Parijs, het MOCA - Museum of Contemporary Art North Miami, gevolgd in 2004 door een tentoonstelling ‘Contrepoint’id de spectaculaire Mesopotamische kamers van het Louvre. Het daar getoonde kunstwerk ‘Rivière Blanche’, gemaakt van kralen versierd met tepels werd aangekocht door het Museum van Moderne Kunst van de stad Parijs.


 

De huidige tentoonstelling in het Petit Palais is een absolute aanrader. De kunstenaar weeft als het ware een web van onwerkelijkheid, betovering en illusie, sculpturen die de schoonheid van een plek weerspiegelen: Rivieren van blauw glazen stenen, gouden lotussen en kettingen en kostbare glinsterende muren. Dit allemaal ingebed in het paleis of in de exotische tuin tussen de planten en op het water. Zijn kunstwerken integreren met de rijke architectuur van het Petit Palais en de theorie van reflecties die Jean-Michel in bijna tien jaar heeft ontwikkeld met de hulp van de Mexicaanse wiskundige Aubin Arroyo. Othonel wordt vaak ingeschakeld door hedendaagse architecten, waaronder Peter Marino en Jean Nouvel om speciale on-site kunstwerken te maken op historische locaties zoals de ‘Schatkamer’ van de kathedraal van Angoulême, een monumentaal kunstwerk waar de kunstenaar acht jaar aan heeft gewerkt.


Gouden lotusbloemen ingebed in de toch al weelderige paleistuin



Jean-Michel Othoniel wordt vertegenwoordigd door verschillende galeries waaronder Perrotin (Parijs, New York en Hong Kong); Karsten Greve (Keulen en Sankt Moritz); Kukje (Seoel). Zijn werken zijn tevens te vinden in belangrijke musea voor hedendaagse kunst, stichtingen en privécollecties over de gehele wereld. 

Neem, eenmaal weer buiten, de moeite om een rondje om het Petit Palais te lopen. Aan de rechter zijde wordt het Paleis 'bewaakt' door een bronzen beeld van een grimmig kijkende Winston Churchill. Aan de achterzijde het eeuwenoude driesterren Michelin restaurant Ledoyen (1791). Ooit was Ledoyen, een uitspanning waar melk vers van de koe gedronken kon worden. Nu is het een restaurant in een parkachtige omgeving, waar Robespierre in 1791 al kind aan huis was en u heerlijk kunt dineren onder de kastanjebomen met uitzicht op een sprookjesachtig paleis.



Jeff Koons 'Bouquet of Tulips'

Achter het paleis werd op 4 oktober 2019 het ‘Bouquet of Tulips’  -Tulpenboeket - van Jeff Koons onthuld in aanwezigheid van de kunstenaar en de Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk. Het werk is een eerbetoon aan de slachtoffers van de aanslagen op 13 november 2015 in het Bataclan theater. De sculptuur zou eigenlijk voor het Palais de Tokyo komen te staan. Maar het ontwerp, een reusachtige hand met elf kleurige tulpen, kreeg heel wat kritiek te verduren. Het twaalf meter hoge, dertig ton zware kunstwerk. staat nu op een wat discretere plek achter het Petit Palais. Koons heeft het ontwerp geschonken, de bouwkosten van ongeveer 3,5 miljoen dollar kwamen van private schenkers. De bronzen tulpen hebben een polychrome aluminium coating en worden gekenmerkt door hun heldere kleuren. De Parijse burgemeester Anne Hidalgo, die de sculptuur in het bijzijn van de kunstenaar mocht onthullen, toonde zich content met Koons’ geschenk. Hidalgo noemde het ‘een mooi cadeau van het Amerikaanse volk aan Parijs’ en ‘een magnifiek symbool van vrijheid en vriendschap’. 

Musée des Beaux-arts de la ville de Paris Petit Palais, Avenue Winston-Churchill, 8e arrondissement, metro Champs Elysées Clémenceau, geopend van dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur en op vrijdag tot 21.00 uur. Toegang gratis, geen reservering noodzakelijk. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten