Regelmatig schrijf ik in mijn blog over Nederlanders die wonen en werken in Parijs en op hun manier een bijdrage leveren om de Nederlandse cultuur te promoten in Frankrijk. En met succes! Ik noem ze daarom DE MAKERS. Zij zijn de creatieven, de mensen met ideeën, kunstenaars, dromers, en de durfallen met verbeelding, energie, ambitie en intuïtie om iets te creëren vanuit het niets. Ze brengen Parijs tot leven. Want wat zijn steden anders dan menselijke ecosystemen – netwerken. Deze blog brengt een deel van het creatieve DNA van Parijs in kaart en beschrijft een stukje van deze dynamische keten, en van mensen die gebouwen, monumenten, tuinen en straten tot leven brengen.
Ik
neem je mee naar een van die Nederlandse stakeholders in het meest opwindende
menselijke netwerk van Parijs: Je maakt kennis met een van hen en ontmoet
hem/haar als het ware backstage, om zo getuige te zijn van hun werkzame leven.
Het mooiste van alles is dat het geen geheim genootschap is. Deze mensen zijn
de motoren van enkele van de meest opwindende plaatsen van de stad. Geen
cynische imitaties of het resultaat van berekende carrière moves, geen
Instagram influencers of concepten uitgevonden door algoritmes; dit zijn mensen
van vlees en bloed die een verlengstuk zijn van hun passie en persoonlijkheid.
Dit keer in de hoofdrol de Nederlandse beeldend kunstenaar Michèle van de Roer - Foto Ianna Andreadis.
Kunstenaar in Parijs
Dit keer in de hoofdrol Michèle van de Roer, geboren in Delft, een multidisciplinair beeldend kunstenares die schilderkunst, gravures, beeldhouwkunst, fotografie, installaties en video gebruikt. Ze is winnaar van de Fulbright-beurs (Pratt Institute, New York) en verwoordt haar gedachten rondom het begrip ruimte en de perceptie van de natuur. Aanwezig in talrijke particuliere en openbare collecties - het Musée Rodin (Parijs), het Zimmerli Art Museum in de Rutgers University Archives (New Jersey, VS), de Cathy Caraccio Collection, New York, en andere instellingen - waar ze werken hebben verworven voor hun permanente collecties. Benoemd tot ‘artist-in-residence’ bij La Ruche-Seydoux in Parijs, in feite dè artistieke thuisbasis in Montparnasse van kunstenaars als Marc Chagall, Fernand Léger, Chaïm Soutine, Amedeo Modigliani, Constantin Brâncuși en Diego Rivera. Over dit bijzondere gebouw straks meer.
Michèle is ‘artist-in-residence’ bij La Ruche-Seydoux in het 15e arrondissement een overblijfsel van de Wereld Tentoonstelling 1900
Als Fulbright-beurswinnaar had je de kans om in New York te werken. Hoe heeft deze ervaring jouw werk en visie beïnvloed?
In
1982/1983 kreeg ik heel jong de kans om met een Fulbright-beurs mijn onderzoek
naar culturele toe-eigening voort te zetten, een onderwerp dat destijds nog
niet de populariteit genoot die het nu heeft. Mijn eerste onderzoeksobject was
The Cloisters in New York City, wat resulteerde in een ets getiteld "Eva's
Magic World". Die werd uitgekozen door een jury en was deel van mijn
eerste groepstentoonstelling in New York, Architecture in the Contemporary
Print, in Pratt Manhattan Gallery. Werken van Christo en Rauschenberg hingen in
diezelfde tentoonstelling. De naam
“Eva’s Magic World” was omdat mijn 4 jaar oude dochter, Eva, mij vergezelde
naar New York. Ik was net gescheiden van haar Franse vader dus het was best wel
even moeilijk in het begin in NY met een klein kind onder je arm!
De
Fulbright-ervaring opende een compleet nieuwe wereld voor mij en gaf me een
ander perspectief op de mensheid. De vroege jaren '80 waren een fascinerende
periode om in New York te zijn. De kunstscene bruiste, culturele veranderingen
waren voelbaar, en de stad zelf was een levend kunstwerk van contrasten en
mogelijkheden.
Deze
ervaring heeft niet alleen mijn werk als onderzoeker en kunstenaar verrijkt,
maar ook mijn leven als moeder en wereldburger. De Fulbright-beurs gaf me meer
dan academische kennis; het gaf me een nieuw inzicht in culturele uitwisseling
en de vele manieren waarop we als mensheid verbonden zijn.
Hoewel
het dagelijks leven zeker zijn uitdagingen had, werd de kunstenaarsgemeenschap
die ik vond, mijn redding. Veel van de kunstenaars en collega's die ik toen
ontmoette, zijn tot op de dag van vandaag dierbare vrienden gebleven.
Haar prachtige atelier in La ruche
Waarom de keuze voor Parijs en bijvoorbeeld niet voor New York?
Dit is een vraag die ik mezelf vaak heb gesteld. Ik probeerde de band met New York te onderhouden door er tijdens de zomermaanden naar toe te gaan en te experimenteren met druk-technieken en andere kunst-vormen.
Maar Parijs was ook
een keuze geboren uit verantwoordelijkheid. Ik had mijn dochter en ook al was
ik gescheiden van haar Franse vader, ik vond het niet eerlijk om haar van hem
te scheiden. De band tussen een kind en beide ouders leek me te belangrijk om
te verbreken, zelfs als dat betekende dat ik mijn eigen dromen en ambities
moest aanpassen.
Dus
Parijs werd mijn basis, mijn thuis. En eerlijk gezegd, ik ben het nu gewend. De
stad heeft een eigen artistieke energie die misschien anders is dan die van New
York, maar niet minder rijk of inspirerend. Parijs heeft een lange geschiedenis
van kunstenaars en intellectuelen, van gemeen-schappen zoals La Ruche, die een
unieke voedingsbodem voor creativiteit vormen.
Misschien is het juist die balans tussen mijn persoonlijke verantwoordelijkheden en mijn artistieke ambities die mijn werk heeft gevormd. De zomers in New York gaven me nieuwe perspectieven en technieken, terwijl het dagelijks leven in Parijs me een andere vorm van stabiliteit en inspiratie bood.
La Ruche heeft een rijke geschiedenis als ontmoetingsplek voor iconische kunstenaars. Hoe heeft de geschiedenis van deze plek, met zijn verbondenheid aan grote namen als Chagall en Léger, jouw eigen werk beïnvloed?
De
artistieke gemeenschap van La Ruche, met haar rijke en beroemde geschiedenis,
heeft mij hoogst waarschijnlijk onbewust beïnvloed. Wanneer je het complex
betreedt, voel je een bijna tastbare ervaring van tijdloosheid - alsof je een wereld
van een eeuw geleden binnenstapt, waar Chagall nog steeds zou kunnen
rondhangen.
La
Ruche, met haar bijenkorf structuur en rijk artistiek erfgoed, draagt een
onzichtbare wereld van vibraties en energie met zich mee die moeilijk in
woorden te vatten is, maar die onmiskenbaar aanwezig is voor degenen die er
gevoelig voor zijn. De "onzichtbare wereld" waar ik naar verwijs -
het gevoel van continuïteit met het verleden en de aanwezigheid van creatieve
geesten die er eerder werkten - kan zich misschien manifesteren in subtiele
aspecten van mijn werk. Ik voel mij volkomen verbonden met deze plek; alsof het
“my second skin” is. (sorry even in het Engels) en mijn “destiny”.
Wat waren de belangrijkste lessen of inspiratiebronnen die je hebt opgedaan als ‘artist-in-residence’ bij La Ruche?
Dat
het een experiment op zich is om in zo een kleine community te werken en af en
toe ook hier te slapen. Behalve andere artiesten in la Ruche die ook nacht uilen
zijn, is er duidelijk een band tussen alle mensen die hier artiest zijn. Er
heerst een goede sfeer. Heel internationaal, bijna een kleine planeet. Ik noem
deze plek ook “La Planète Ruche” en heb voor de grap zelfs mijn naam veranderd
in e-mails die we elkaar sturen in deze communauteit, naar “Michèle van de
Ruche”, wat iedereen aan het lachen maakt!
Wat
ook interessant is dat als één van de artiesten van buitenaf negatief wordt
bejegend door wie of wat dan ook, dan komt de hele bijenkorf groep in actie. Het
is echt bondgenootschap!
Heeft de aanwezigheid van andere kunstenaars in La Ruche invloed gehad op jouw eigen werk?
Absoluut. Want je ziet elkaar, praat met elkaar en ziet ook werk van anderen of hun technieken. Maar we hebben allemaal onze eigen stijl. Het is natuurlijk een dynamiek.
Heb jij samenwerkingsprojecten gehad of inzichten opgedaan door het uitwisselen van ideeën met andere residenten?
We hebben vaak een tentoonstelling samen met diverse artiesten van de La Ruche en één keer per jaar een grote groeps-tentoonstelling en natuurlijk praten we vaak met elkaar vooral over kunst! We hebben hier ook de vroegere directeur van de l’Opéra van Parijs, Nicky Rieti. Hij is een ongelofelijke interessante persoonlijkheid en helpt ons vanuit zijn expertise bij het inrichten van diverse tentoonstellingen. We organiseren ook regelmatig solo-tentoonstellingen.
Note:
Van 3 tot en met 13 april 2025 ‘Mind Scapes’. Michèle van de Roer heeft
drie vrouwelijke artiesten uitgenodigd voor deze tentoonstelling; Sarah Plimpton,
Janet Bruce en Gail Rodney die plaats vindt in de Fondation La Ruche-Seydoux, Passage
de Dantzig 2, in het 15e arrondissement. Openingstijden van 14.30
uur tot 19.00 uur.
La Ruche heeft altijd kunstenaars uit verschillende hoeken van de wereld aangetrokken. Hoe zou je de artistieke gemeenschap daar nu vergelijken met de gemeenschap die in het begin van de 20e eeuw in La Ruche werkte?
Alfred Boucher's visie was om een “ideaal kunstenaarsdorp” te bouwen - een plek waar kunstenaars betaalbaar konden wonen en werken in een omgeving die creativiteit stimuleerde. Deze kerngedachte is in een paar opzichten bewaard gebleven. La Ruche functioneert nog steeds als een gemeenschap waar kunstenaars kunnen werken in een omgeving, maar niet zozeer afgezonderd van de commerciële druk van de kunstmarkt. En de condities zijn veranderd. Je kunt er niet meer echt wonen.
De
fysieke structuur - het iconische bijenkorf gebouw - staat er nog steeds, wat
een directe fysieke verbinding met het verleden biedt.
Echter,
de context waarin La Ruche bestaat is drastisch veranderd. De vroege 20e-eeuwse
La Ruche huisvestte immigranten-kunstenaars zoals Chagall, Soutine en
Modigliani in een tijd van enorme artistieke revolutie. Ze werkten vaak in
extreme armoede, maar te midden van een ongekende creatieve explosie.
Montparnasse was toen het epicentrum van de avant-garde.
De
hedendaagse La Ruche opereert in een volledig andere kunstwereld. De kunstmarkt
is nu geglobaliseerd, gedigitaliseerd en sterk gecommercialiseerd. De
Foundation moet nu actief werken aan het behoud van Boucher's visie in een
Parijs dat veel duurder is geworden en waar ruimte voor kunstenaars steeds
schaarser wordt.
In andere opzichten is er nog niks veranderd want deze artistieke gemeenschap die uit vele nationaliteiten bestaat (Syrië, Irak, Griekenland, Iran, Duitsland, Amerika, om maar een paar voorbeelden te geven) heeft nog steeds de behoefte om rustig te kunnen werken en is een beetje verscholen in die grote tuin en achter deuren. Ook vormen wij een exceptionele community die niet makkelijk ergens anders te vinden is. Zeer oude kunstenaars van 98 die hier geboren zijn, lopen tussen hele jonge kunstenaars rond en dat geeft een bijzondere sfeer. Je verveelt je hier nooit.
Heeft het je aangemoedigd om nieuwe media of technieken te verkennen die je voorheen misschien niet had overwogen?
Absoluut
ja. Mijn atelier is meer een laboratorium waar ik, “de knutselaar”,
experimenteer met vele verschillende materialen, picturale technieken van de
Primitifs Flamands of van Vermeer (oude meesters) of een etsplaat die ik met
een vork bewerk of hout met spijkers erop of foto’s op hout afgedrukt of gewoon
een schilderij /doek af en toe. En het leren van ceramiek maken.
Waar hoop jij dat jouw werk in de komende jaren heen evolueert? Zijn er nieuwe thema’s of ideeën die je in de toekomst wilt onderzoeken?
Artistieke vrijheid vind ik essentieel. Het stelt me in staat om regelmatig van onderwerp te veranderen (nieuwe thema’s) waardoor de visuele resultaten zo verschillend zijn dat sommige mensen niet eens herkennen dat deze beelden door een dezelfde kunstenaar zijn gemaakt.
Ik geloof dat we tegenwoordig meer dan ooit worden
gebombardeerd met beelden uit de buitenwereld. Als hedendaags kunstenaar voel
ik dat ik eigenlijk vaak de talloze beelden vertaal die ik ontvang, verwerk en
vervolgens probeer te visualiseren. Net alsof ik zelf de media of de tolk ben
en van mijzelf. En natuurlijk is het
fijn als mensen mijn werk interessant vinden of er zich mee verbonden voelen.
En het is ook belangrijk als galeries en instituties je volgen waarmee je iets
mee kunt opbouwen.
Hoe zie je de rol van kunst in de maatschappij vandaag de dag?
Veelzijdig
en steeds evoluerend, maar ik zie enkele essentiële functies: Ik denk dat
kunstenaars functioneren als culturele spiegels die de maatschappij met
zichzelf confronteert. Ze reflecteren onze collectieve zorgen, vreugdes,
angsten en hoop. In een tijd van overweldigende informatiestromen, zoals ik al
eerder schreef, vertalen kunstenaars deze input naar werken die ons helpen de
wereld te begrijpen of te verdragen.
De
hedendaagse kunstenaar heeft ook de taak om verbindingen te leggen tussen
verschillende tijdperken, culturen en perspectieven. Zoals mijn ervaring in La
Ruche aantoont, staat kunst nooit op zichzelf maar is altijd in dialoog met het
verleden, heden en de toekomst.
Een
andere cruciale rol is die van vernieuwer. Kunstenaars experimenteren met
nieuwe technieken, materialen en concepten, waardoor ze ons
voorstellingsvermogen verruimen en mogelijkheden openen die we anders niet
hadden gezien.
Tenslotte geloof ik dat kunstenaars een essentiële menselijke functie vervullen: ze creëren ruimtes voor contemplatie, emotie en betekenis in een wereld die steeds mechanischer en gecommercialiseerder wordt. Ze herinneren ons eraan dat er waarde zit in het maken van werk dat niet per se verkoopt, maar dat resonantie vindt in de menselijke geest.
Jij hebt als beeldend kunstenaar een indrukwekkend CV, Waarom jouw keuze om ook nog een lid te worden van het Atelier Néerlandais?
Dank
je wel voor dit compliment. Mijn CV is door de tijd heen zo gegroeid. Het Atelier
Néerlandais is een institutie met dynamische mensen -een goed team- die het
beheren en die vele creatieve events organiseren, dus ik vind het fijn om lid
te zijn bij hen want het is een heel actief en interessant ontmoetingspunt in
Parijs zeker als Nederlandstalige kunstenaar!
La Ruche; een geboorte onder het teken van filantropie
De verscholen ingang van La Ruche met de kariatiden afkomstig van het Indonesische paviljoen
Aan het begin van de 20e eeuw was de wijk Vaugirard in Parijs, in het 15e arrondissement, een vuile, verarmde wijk met ellendige leefomstandigheden. De stank van bloed, afkomstig van de nabijgelegen slachthuizen, hing in de lucht en er was weinig respijt voor het klagelijk geloei van het vee overdag, of de dronken plunderingen van ‘les tueurs’, de moordenaars die in de slachthuizen werkten en die 's nachts de buurt terroriseerden.
Het
was aan het einde van de 19e eeuw, in 1895, dat het idee voor een werkplek voor
jonge, berooide kunstenaars ontstond in het hoofd van de beeldhouwer Alfred
Boucher. Ondanks zijn eigen moeilijke start wilde hij beginnende kunstenaars
een plek bieden waar ze konden floreren en inspiratie konden opdoen in een
gemeenschap, zonder dat zij zich zorgen hoefden te maken over praktische en
financiële aspecten. Boucher, de man die de eerste leermeester was van Camille
Claudel, begon met de aankoop van een enorm stuk land van 4.033 m² in het 15e
arrondissement van Parijs. Vervolgens recupereerde hij elementen van de
Wereldtentoonstelling van 1900, waaronder de toegangspoort tot het ‘Palais des
Femmes’, het wijnpaviljoen van de Gironde, ontworpen door Gustave Eiffel en de
kariatiden van het Indonesische paviljoen.
Kleine werkplaatsen opgebouwd uit losse onderdelen en omringd door tuinen. Een theater met 300 zitplaatsen ‘La Ruche des Arts’ en een tentoonstellingsruimte ‘Le Salon de la Ruche’ maakten het geheel compleet. Voor de kleine wigvormige studio's die uitstraalden van de centrale trap werd een peperkorrelhuur gerekend.
Deze studio's werden door hun bewoners 'doodskisten' genoemd, waarvan de meesten zich de bescheiden huur nauwelijks konden veroorloven en vaak geholpen moesten worden door de vriendelijke conciërge, Madame Segondet. De meesten van hen waren buitenlanders , of météques zoals de Parijzenaars hen minachtend noemden: Russen, Polen, Spanjaarden, Italianen en Duitsers.
La Ruche
werd een toevluchtsoord voor Joodse emigranten die aan vervolging door de
politie en de pogroms — bloedbaden in de Russische getto 's — wisten te
ontkomen. Als ze honger hadden liepen velen naar de gaarkeuken van de
kunstenaar Marie Vassilieff aan de Chemin du Montparnasse.
Beeldhouwers en schilders kwamen uit heel Europa. Sommigen waren Frans, bijvoorbeeld Fernand Léger; de meesten waren echter migranten uit Oost-Europa, bijvoorbeeld Ossip Zadkine, Marc Chagall, Jacques Lipchitz, Pinchus Kremegne. In 1906 verruilde Pablo Picasso Montmartre voor La Ruche. In 1908, het jaar dat het kubisme begon, verhuisde Fernand Léger naar La Ruche en daar bevond hij zich al snel in het centrum van de avant-garde kunstkringen. Léger leerde al snel de kunstenaars Robert Delaunay, Chaim Soutine, Henri Laurens en de dichters Guillaume Apollinaire en Max Jacob kennen. Ook Amadeo Modigliani bezocht La Ruche regelmatig. Andere grote legendes van La Ruche zijn Joë Bousquet, styliste Jeanne Lanvin die uitgroeide tot een van de belangrijkste modeontwerpsters van Frankrijk. Zij allen droegen bij tot wat nu wordt beschouwd als een instituut van creativiteit en moderniteit. Marc Chagall zei ooit; “La Ruche, of je sterft er of je wordt er beroemd”.
De tuin is een klein museum van beeldende kunst
Na de
Eerste Wereldoorlog is Alfred Boucher niet meer succesvol en is er geen geld
meer om La Ruche te ondersteunen, dat in grote problemen verkeert. Alfred
Boucher sterft in 1934 en wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, verzet La
Ruche zich, hoewel gammel en vecht het tegen de nazi-bezetting. Eind jaren 60
verkeert La Ruche in zo'n vervallen staat dat de erfgenamen van Alfred Boucher
besluiten het te verkopen. Vastgoedontwikkelaars liggen op de loer. De bewoners
richtten een verdedigingscommissie op. Intellectuelen en kunstenaars waaronder
Jean-Paul Sartre, Jean Renoir, Gisèle Halami, René Char, Marc Chagall, Sonia
Delaunay mobiliseren André Malreaux, destijds minister van Cultuur die de
verkoop blokkeerde om zo La Ruche te kunnen behouden. Om de nodige fondsen te
werven werd een veiling georganiseerd en vooral de familie René en Geneviève
Seydoux-Schlumberger, die haar fortuin verdiende in de olie en later in de
filmindustrie, stak er in 1971 geld in. La Ruche staat sinds 1972 op de lijst
van historische monumenten.
La
Ruche is, net als Bateau-Lavoir in Montmartre, een van de beroemdste
kunstenaarsplaatsen van Parijs. Honderddertien jaar na de opening verwelkomt dit complex van ateliers, gelegen
op een steenworp afstand van de wijk Montparnasse, nog steeds kunstenaars van
over de hele wereld. De plek ligt verborgen achter een hoge toegangspoort
bedekt met klimop en bezoeken zijn niet toegestaan. Echter voor uw blogger werd
een uitzondering gemaakt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten