Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 23 januari 2026

FRANKRIJKS 10 GOUDEN VROUWEN


Op 26 juli 2024, tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen, werd de Seine omgetoverd tot een openluchtpodium, tot grote vreugde van heel Parijs, Frankrijk en de rest van de wereld. De atletenparade, die zich over meer dan 6 kilometer uitstrekte, in combinatie met artistieke optredens bedacht door Thomas Jolly, artistiek directeur van de openingsceremonie van de Spelen van Parijs 2024, toonde het rijke erfgoed van de stad. 326.000 toeschouwers waren getuige van deze gedenkwaardige ceremonie aan de oevers van de Seine, en miljarden anderen keken mee via hun televisieschermen. 

Wie herinnert het zich niet; het absolute kippenvel moment toen de mezzo-sopraan Axelle Saint-Cirel ‘La Marseillaise’ zong vanaf het dak van het Grand Palais, begeleid door het Orchestre National de France, de Maîtrise de Radio France en het Chœur de Radio France. Een spectaculair beeld. Het publiek langs de Seine en heel Frankrijk zong spontaan mee waardoor het een krachtig, verbindend moment werd. En juist tijdens dit moment – getiteld ‘Sorority’ – verrezen 10 monumentale gouden vrouwenbeelden, van bijna 4 meter hoog, vanuit hun sokkels nabij de Pont Alexandre III.


Axelle Saint-Cirel voerde een "Marseillaise van verzoening" uit op het dak van het Grand Palais in Parijs tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen - Foto © • Yoan Valat / EPA Frankrijk Parijs 2024 Olympische Spelen

 

Voor het eerst in de geschiedenis van de Olympische Spelen, brachten revolutionaire en gedurfde ideeën, atleten en honderdduizenden toeschouwers samen buiten een stadion, in het hart van een uitzonderlijke omgeving: Parijs, de Seine en de monumenten. De openingsceremonie ontroerde ons diep, maar wie waren deze ‘beroemde’ vrouwen en wat is er uiteindelijk met de beelden gebeurd? 

Sinds het einde van de Spelen klonk er een luide roep om  deze "gouden vrouwen" permanent in de openbare ruimte van Parijs te plaatsen, waar 86% van de beelden (260 van de 300) mannelijke figuren voorstellen. Direct na hun opvallende verschijning werden de beelden ten toon gesteld in de Assemblee Nationale (de Franse tweede Kamer) – van 23 september tot 5 oktober 2024 – waar ze tijdens de Erfgoeddagen bewonderd konden worden. De aanwezigheid van de Parijse burgemeester, Anne hidalgo, diende als voorbode voor de uiteindelijke plaatsing van deze tien gouden beelden die vrouwen voorstellen die de Franse geschiedenis hebben gevormd op het gebied van wetenschap, kunst, literatuur, politiek of sport. 

Christine de Pizan


Uiteindelijk kregen ze op 26 juli 2025 een permanente plek in de rue de la Chapelle (18e arrondissement), tussen metrostation Marx Dormoy (lijn 12) en Porte de la Chapelle (lijn 12 & tramlijn T3b), in het hart van de nieuwe Olympische en Metropolitaine as. In het gebied dat speciaal voor de spelen een metamorfose heeft ondergaan. Omgetoverd tot een brede promenade profiteert het nu van dezelfde voorzieningen als de belangrijkste lanen van de hoofdstad, met fietspaden, minder ruimte voor auto’s, groene zones en nieuwe straatverlichting. De straat leidt naar de Adidas Arena. Het nieuwe stadion dat plaats biedt aan 8.000 zitplaatsen en waar de badminton-, ritmische gymnastiek-, parabadminton- en para-gewichtheffen wedstrijden plaatsvonden tijdens de Olympische en Paralympische Spelen van Parijs 2024. De beelden, nu een integraal onderdeel van het visuele en symbolische erfgoed van de hoofdstad, staan langs de rue de la Chapelle in de openbare ruimte en zijn 24 uur per dag gratis te bezichtigen. 
 

Maar wie zijn de tien vrouwen die in het zonnetje zijn gezet? Zij belichamen de herontdekking van lang vergeten vrouwelijke figuren en versterken de waarden van gelijkheid en diversiteit die zo belangrijk waren voor de ‘Jeux Olympique’ 2024.

 

Onze wandeling begint aan de linkerzijde van de rue de la Chapelle (kijkrichting de Adidas Arena). Het eerste beeld is dat van Christine de Pizan (1364-1431), pionier van de vrouwenliteratuur. Als filosofe en dichteres schreef ze onder andere: ‘Livre de la Cité des Dames’ (het boek van de Stad der Vrouwen) haar beroemdste werk. Hierin beschrijft ze de bijdragen van gevierde vrouwelijke figuren aan de samenleving en cultuur van die tijd, en schetst ze zelfs een stad die uitsluitend door vrouwen is gebouwd en bewoond. Na de verovering van Parijs door de Bourgondiërs in 1418 zocht ze haar toevlucht in een abdij, waar ze in 1430 overleed, zonder ooit te zijn gestopt met schrijven.



 

Louise Michel (1830-1905) was een schoollerares, schrijfster, anarchiste en feministische activiste. Vanaf september 1870, tijdens de eerste dagen van het Pruisische beleg van Parijs, nam ze deel aan de verdediging van de hoofdstad; na de wapenstilstand, die ze als verraad beschouwde, bleef ze aan de frontlinie van de opstandelingen in Montmartre. Ook was ze een belangrijke figuur in de Commune van Parijs, die op 28 maart 1871 werd uitgeroepen, diende als ambulancechauffeur en strijdster op de barricades. Na haar deportatie naar Nieuw-Caledonië zette ze haar strijd voort door zich te verzetten tegen het Franse koloniale beleid. In juli 1880 maakte de amnestie voor de Communards een triomfantelijke terugkeer naar Parijs mogelijk. Als gerespecteerd figuur hervatte Louise Michel haar activisme en verdedigde ze onvermoeibaar de belangen van vrouwen, arbeiders en gekoloniseerde volkeren tot aan haar dood op 9 januari 1905.



 

Simone Veil (1927-2017) was een politica en rechter. Veil werd in 1944 op 16-jarige leeftijd in Nice gearresteerd en vervolgens gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Auschwitz en Bergen-Belsen. Ze is een overlevende van de Holocaust. Haar ouders en broer keerden nooit terug. Na de oorlog begon ze rechten te studeren en slaagde ze voor het toelatingsexamen voor de rechterlijke macht. Daarna bouwde ze een schitterende carrière op bij het Ministerie van Justitie. In 1974 werd ze benoemd tot minister van Volksgezondheid onder het voorzitterschap van Valéry Giscard d'Estaing. Daar zette ze zich in voor de wet die de vergoeding van de anticonceptiepil mogelijk maakte en de toegang ertoe voor minderjarigen vergemakkelijkte. Op 26 november 1974 diende ze het wetsvoorstel tot decriminalisering van abortus in bij de Assemblee Nationale, wat een cruciale rol speelde in de legalisering van abortus in Frankrijk. Ze was ook een voorvechter van Europese integratie. Ze overleed in 2017 en werd in 2018 de vijfde vrouw die in het Panthéon werd bijgezet.

 


Alice Guy (1873-1968) was de eerste vrouwelijke filmregisseur, scenarioschrijver en producent. Zij wordt beschouwd als een pionier van de cinema met haar speelfilm ‘The Cabbage Fairy’ / ‘La Fée aux Choux’ uitgebracht in 1896. In 1906 regisseerde ze een korte film getiteld ‘The Results of Feminism’, waarin ze de omgekeerde organisatie van het huishouden liet zien. Ze overleed in de Verenigde Staten, waar ze werkzaam was bij het bedrijf van Léon Gaumont. 

Olympe de Gouges (1748-1793) Schrijfster en politicus. Vestigde zich in 1773 in Parijs. Daar nam ze de naam Olympe de Gouges aan, richtte een theatergezelschap op en schreef haar eerste toneelstukken. In 1791, tijdens de Franse Revolutie, schreef ze de Verklaring van de Rechten van de Vrouw en van de Vrouwelijke Burger. Ze voerde campagne voor de afschaffing van de slavernij en werd in 1793, zonder proces berecht en vervolgens geguillotineerd op de place de la Concorde. 

We gaan verder aan de overzijde van de rue de la Chapelle met het standbeeld van Alice Milliat (1884-1957) Franse zwemster, hockeyspeelster en roeister. In 1922 organiseerde ze de eerste Wereldspelen voor vrouwen. De Wereldspelen voor vrouwen werden gevolgd door andere edities, die om de vier jaar werden gehouden tot 1934. Deze successen droegen bij aan de opname van atletiekwedstrijden voor vrouwen in de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Dankzij haar inzet nam het aantal disciplines dat openstond voor vrouwen op de Olympische Spelen aanzienlijk toe. Geconfronteerd met de opkomst van het fascisme in Europa, dat de rechten van vrouwen verder beperkte, zag ze zich in 1935 gedwongen zich terug te trekken uit de bestuursorganen van de vrouwensportbeweging. Ze stierf in 1957 in Parijs in de vergetelheid.



 

Gisèle Halimi (1927-2020) was een advocate, activiste en politieke figuur  die zich inzette voor de verdediging van vrouwenrechten en de strijd tegen oorlogsmisdaden en kolonialisme. Ze speelde een belangrijke rol in maatschappelijke vooruitgang, zoals de legalisering van abortus en de classificatie van verkrachting als misdrijf.



 

Simone de Beauvoir (1908-1986) was een filosofe en schrijfster, een vooraanstaande figuur in de strijd voor gendergelijkheid en tegen alle vormen van onrecht. geboren in een katholiek burgerlijk gezin, studeerde aan de Sorbonne. Daar ontmoette ze Jean-Paul Sartre. Op slechts 21-jarige leeftijd behaalde ze met vlag en wimpel haar ‘agrégation’ in de filosofie en gaf ze een paar jaar les voordat ze zich volledig wijdde aan het schrijven van romans en essays. In 1945 richtte ze samen met Jean-Paul Sartre en Maurice Merleau-Ponty het tijdschrift ‘Les Temps modernes’ op, waar de existentialistische stroming wortel schoot. Ze zette haar persoonlijke werk voort, dat in 1954 werd bekroond met de Prix Goncourt. Haar essay *Het tweede geslacht*, gepubliceerd in 1949, betekende een keerpunt in de geschiedenis van het feminisme en verwierf wereldwijde bekendheid. Tot haar dood in 1986, zes jaar na die van Sartre, droeg ze bij aan ‘Les Temps Modernes’ en zette ze haar pleidooi voor vrouwenrechten voort als redacteur van het tijdschrift ‘Nouvelles Questions Féministes’.



 

Paulette Nardal (1896-1985) was een intellectueel, journalist en schrijfster. Als pionier van het zwarte feminisme was zij ook de eerste zwarte vrouw die aan de Sorbonne studeerde. In 1931 was zij medeoprichter van  ‘La Revue du monde noir’. Ze raakte in 1939 ernstig gewond toen het schip dat haar terugbracht van een verblijf in Martinique werd getorpedeerd. Ze vestigde zich in 1940 in Martinique en gaf er Engelse les. Haar activisme bleef ze echter koesteren: ze richtte een Martinikaanse feministische vereniging en krant op om vrouwen te mobiliseren die in 1945 stemrecht hadden gekregen. Eind jaren veertig werkte ze enkele maanden als vertegenwoordiger van de Franse Antillen bij de Verenigde Naties. Vervolgens richtte ze een koor op en wijdde ze zich aan de verspreiding van negrospirituals in Martinique. Pas aan het einde van haar leven werd haar bijdrage aan de opkomst van het zwarte bewustzijn erkend.


 


Jeanne Barret (1740-1807) was een ontdekkingsreizigster en botaniste. Vermomd als man (vrouwen mochten niet aan boord) tijdens de expeditie van Bougainville naar de Stille Oceaan, staat ze bekend als de eerste vrouw die van 1766 tot 1769 de wereld rondreisde. Ze leverde een belangrijke bijdrage aan het verzamelen en identificeren van talloze plantensoorten. Haar verdiensten en bijdrage aan de wetenschap werden erkend met een beurs van Koning Lodewijk XVI in 1785. 

De bijna 4 meter hoge beelden zijn niet van brons, maar gemaakt van polymeerhars verhard met glasvezel. Ze zijn ontworpen door Paname 2024 en 3D-geprint door CMDS Factory in Pas-de-Calais, in samenwerking met het bedrijf Marie 3D in Sartrouville. De beelden vormen een verrijking voor de buurt maar verdienen mijns inziens een meer eervolle plaats dan aan de rand van de stad. Bijvoorbeeld aan de Champs Élysées, in het park tussen de avenue de Marigny en de place de la Concorde met op de achtergrond de tuinen van het presidentieel paleis; het Palais de l’Élysée. 


dinsdag 13 januari 2026

HET PALAIS GARNIER, 150 JAAR ELEGANTIE IN HET HART VAN PARIJS

 

Ik val meteen met de deur in huis. Nog te zien tot en met zondag 15 februari 2026, een tentoonstelling die je gezien moet hebben! Ter gelegenheid van de viering van de 150ste verjaardag van het Palais Garnier, de Bibliothèque nationale de France en de Opéra national de Paris is er een jubileumtentoonstelling gewijd aan het monument dat symbool staat voor het zogenaamde ‘nouveau Paris’, in de bibliotheek van de Opera van Parijs. 

De Opéra Garnier viert zijn 150e verjaardag met een legendarische tentoonstelling. Een reis door 150 jaar geschiedenis vol met geheimen, pracht en praal en spookverhalen. Te zien is een rijke verzameling van een honderdtal stukken, waaronder schilderijen, tableaus, dessins, affiches, foto's, boeken, manuscripten, een selectie van kostuums van diverse beroemde balletten en bijzondere voorwerpen, waaronder tijdcapsules die in 1907 en 1912 werden begraven in de kelders van het operahuis, bedoeld voor de ‘Fransen’ van de 21e eeuw en het contragewicht van een kroonluchter die in 1896 neerstortte. Gaston Leroux en zijn ‘Spook van de opera’, gepubliceerd in 1910, waarvan het originele manuscript te zien is bevestigen deze duistere legende. 




De expositie achterhaalt de geschiedenis van het theater, zijn rijke patrimonium en artistieke creaties, historische gebeurtenissen en uiteenlopende feiten, fantasieën en legendes. Deze tentoonstelling is ook een gelegenheid om de 60e verjaardag van het door Marc Chagall geschilderde plafond te vieren. Kortom een lust voor het oog.



Het theaterplafond geschilderd in 1964 door de Franse kunstschilder Marc Chagall

De bibliotheek van het Palais Garnier vormt de ingang naar de tentoonstelling



Prachtige museumstukken vormen de kern van de tentoonstelling. (l) Tamara Karsavina in l'Oiseau de feu - Jacques-Émile Blanche 1910  (r) Ida Rubinstein in Shéhérazade - Jacques-Émile Blanche 1911

Let op; vooraf reserveren is een must. Het theater trekt meer dan een miljoenbezoekers per jaar. De tentoonstelling 150 jaar Palais Garnier is inbegrepen bij de toegangsprijs.

 

Een reis door de geschiedenis

Buste van Napoleon III te zien in de tentoonstelling


Geen enkel bouwwerk vertelt ons zoveel over de behoefte aan uiterlijk vertoon tijdens de Belle Époque
(Frans voor 'mooi tijdperk') dan het Parijse operahuis. De poging tot moord op Napoleon III en Eugénie op 14 januari 1858 door Orsini en zijn handlangers, toen zij op weg waren naar de Salle Le Peletier, had een belangrijk gevolg: het betekende het einde van deze zogenaamd tijdelijke locatie, die meer dan 35 jaar lang de Keizerlijke Muziekacademie had gehuisvest. De Rue Le Peletier, smal en kwetsbaar voor aanvallen, was niet langer veilig genoeg om de veiligheid van het keizerlijke paar te garanderen. Er was daarom een nieuwe locatie nodig, een die de hoofdstad tevens prestige zou bieden en die Napoleon III haar wilde schenken als een soort etalage voor zijn eigen glorie.
 

Er werd daarom al snel een decreet van algemeen nut uitgevaardigd en eind 1860 werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven. Het was wellicht een min of meer hypothetische competitie tussen invloedrijke figuren in de kunstwereld die het mogelijk maakte dat een buitenstaander de opdracht kreeg om het nieuwe operahuis te ontwerpen. De concurrentie onderling was hevig, vooral de rivaliteit tussen Viollet-le-Duc – die zijn restauratie van de Notre-Dame, begonnen in 1845, bijna had voltooid – en Rohault de Fleury, de architect die normaal gesproken voor operahuizen werd aangesteld. Bovendien moest het gebouw passen in de zeer beperkte ruimte die prefect Haussmann ervoor wilde uittrekken te midden van zijn stedelijke bouwprojecten.



Buste van Charles Garnier te vinden in de Grand Foyer




De voorstellen moesten anoniem worden ingediend. De jury stond onder leiding van prins Walewski – de onwettige zoon van Napoleon I en Marie Walewska – en moest kiezen uit maar liefst 171 kandidaten. De winnaar werd unaniem en zonder enige twijfel gekozen. Het was het inmiddels beroemde Italiaanse motto: ‘Bramo assai. Spero poco’, (Ik streef naar veel, ik verwacht weinig), afkomstig van nummer 38. Tot veler verrassing was de auteur van het project slechts 35 jaar oud en, hoewel hij in 1848 de Grand Prix de Rome voor architectuur had gewonnen, stond hij nauwelijks bekend om een project van een dergelijke omvang. En toch, wat hij voorstelde, bijgestaan door andere architecten en een groot aantal supporters, ondanks de imposante aard ervan – of misschien juist daardoor – wist hij juryleden te boeien. Het project werd toevertrouwd aan Charles Garnier, die een eclectisch en luxueus gebouw ontwierp.




Het Palais Garnier, een ware tempel van artistieke creatie

Het ontwerp was duidelijk bedoeld om al vanaf een afstand grote indruk te maken. Op 5 januari 1875 ontdekte heel Parijs met ontzag het Palais Garnier, een kathedraalachtig theater van marmer en goud. Charles Garnier, de geniale architect had geen enkel detail over het hoofd gezien, zelfs tot het obsessieve af, en op gedurfde wijze klassieke-, barokke- en renaissance-invloeden met elkaar vermengd. Napoleon III wilde zijn Versailles en kreeg zijn Versailles. Een imposante neo-barokke paleisfaçade verwelkomt de bezoeker. Daarachter het inmiddels beroemde trappenhuis met een overdadige decoratie in verschillende kleuren marmer en goud. De massieve onyx balustrades, de grote kandelabers en de monumentale figuren bij de trappen – het diende allemaal als decor van het zelfbewustzijn van de Parijzenaars tijdens de Belle Époque. Het trappenhuis, samen met de vestibule en de beide foyers, nemen zelfs meer ruimte in dan het toneel en de zaal.

 


Een imposante neo-barokke paleisfaçade verwelkomt de bezoeker




(l) L'Harmonie van Charles Gumery  (m) Apollon van Aimé Millet   (r) La Poésie van Charles Gumery


De theaterzaal, onder een met koper afgewerkte rijkversierde koepel, een plafondschilderij van Jules-Eugène Lenepveu en verlicht door een enorme kristallen kroonluchter, biedt plaats aan meer dan 2.000 toeschouwers en is uitgevoerd in feestelijk rood en goud. Vier rijk geornamenteerde balkonniveaus zorgen voor de hoogte en bieden optimaal zicht op het toneel en – heel belangrijk – op de andere operabezoekers.


Voor 1964 was er een plafondschildering van Jules-Eugène Lenepveu in detail te zien op de tentoonstelling


Wist je dat? De uitdrukking "Il y a du monde au balcon" ("Er zijn veel mensen op het balkon") is ontstaan in de Opéra Garnier? Deze beroemde Franse uitdrukking, die subtiel verwijst naar een royale boezem, vindt zijn oorsprong in het 19ᵉ-eeuwse Parijs, en meer specifiek in de verfijnde sfeer van de Opéra Garnier. Een terugblik op een geschiedenis waarin verleiding en fatsoen zich vermengden in de salons van de high society. In die tijd waren gearrangeerde huwelijken gebruikelijk, vooral onder de Parijse bourgeoisie. Vaders, die graag een goede partner voor hun dochters wilden vinden, namen hen mee naar de Opéra Garnier, een prestigieuze ontmoetingsplaats. Gekleed in hun mooiste jurken met daar onder figuur corrigerende korsetten, namen de jonge vrouwen plaats op de balkons om gezien en bewonderd te worden. 


Je komt ogen te kort zoveel prachtige details in de theaterzaal







Het doel was tweeledig: genieten van het spektakel en tegelijkertijd de jonge aspiranten in staat stellen potentiële echtgenotes te spotten. De kleine balkons van de Opéra Garnier, met hun vrije uitzicht op de grote zaal vormden het perfecte decor. Het was tegen deze achtergrond dat de ondeugende toeschouwers, die deze jonge dames onwillig hun ‘pluspunten’ zagen tonen met hun voordelige decolletés, op humoristische wijze uitriepen: "Er zijn mensen op het balkon! De uitdrukking, doordrenkt met ironie en lichtzinnigheid, verwijst naar het voordelige uiterlijk dat korsetten jonge vrouwen gaven.


De Grand Foyer

 

De Grand Foyer een weelderige salon voor de Parijse elite om tijdens pauzes te socializen, gezien en gezien te worden, en zich te verpozen in een ruimte die kon concurreren met de pracht en praal van Versailles. Ontworpen als een ‘theater van de maatschappij’, een indrukwekkende ruimte vol goud, spiegels, kroonluchters en plafond- en muurschilderingen van Paul Baudry, waar aristocraten en operaliefhebbers rondzwierven en zelfs banketten werden gehouden. Architect Charles Garnier wilde een ruimte die zelfs Versailles overtrof, om de status van het Tweede Keizerrijk te weerspiegelen, met een plafond dat muziekgeschiedenis uitbeeldde. De Foyer was zelf een kunstwerk, bedoeld om te imponeren met zijn rijkdom aan decoratie, waardoor het gebouw niet alleen een locatie voor kunst was, maar kunst op zich. Een replica van de buste van Charles Garnier, gemaakt door de beeldhouwer Jean-Baptiste Carpeaux, staat in het midden van de foyer, vlakbij een van de ramen die uitzicht bieden op de avenue de l'Opéra tot aan het Louvre.



Ontworpen als een ‘theater van de maatschappij’, een indrukwekkende ruimte vol goud, spiegels, kroonluchters en plafond- en muurschilderingen van Paul Baudry


 


Tijdens de bouw was er veel kritiek, waarbij de stijl of het gebrek daaraan, de keuzes, wat er ontbrak en wat overbodig was, de pracht en praal en de zwaarte werden bespot. Je kent vast wel de anekdote waarin keizerin Eugénie – die naar verluidt de voorkeur gaf aan het project van Viollet-le-Duc – bij de eerste inauguratie in 1867 de wrange opmerking maakte: "Wat is dit voor stijl?" "Dat is geen stijl!... Het is noch Grieks, noch Lodewijk XV, zelfs niet Lodewijk XVI!", waarop Charles Garnier naar verluidt antwoordde: " Nee, die stijlen hebben hun tijd gehad... Het is Napoleon III! En u klaagt?”

 

De Loggia de entree van het Palais Garnier vanf de place de l'Opéra


Grand Escalier




Er is al van alles gezegd en geschreven over de bouw van dit unieke monument, dat tot ver buiten Frankrijk wordt beschouwd als een van de mooiste operahuizen ter wereld en dat een van de symbolen van de hoofdstad is geworden. Het Palais Garnier werd dan ook in 1923 geclassificeerd als historisch monument. André Malraux, als toenmalig Frans Minister van Cultuur, gaf Marc Chagall in 1964 opdracht het plafond van de Opéra Garnier te vernieuwen, wat resulteerde in Chagalls kleurrijke, dromerige fresco dat de grote operacomponisten en de magie van muziek en dans viert; Een controversiële opdracht om moderniteit te integreren in een historisch monument. Chagall schilderde een enorm fresco (ongeveer 240 m²) met vijf secties, gewijd aan componisten als Mozart, Wagner, Berlioz en Ravel, en verweefde er ook Parijse monumenten en zijn eigen artistieke visie in. De onthulling; op 23 september 1964 leidde tot gemengde reacties, maar de opdracht van Malraux om de opera opnieuw op de kaart te zetten was een succes.



Le salon des glacier




 

Details van de plafonds in de gangen richting Le Grand Foyer




Wist je dat de Opéra Garnier een verborgen kunstmatig meer herbergt?

Het is een mysterieus meer dat Gaston Leroux zou hebben geïnspireerd tot het schrijven van zijn legendarische roman ‘Het spook van de opera’. Weinigen weten het, maar onder de grote zaal ligt een kunstmatig meer. Zo'n tien meter onder het podium. Zoals zo vaak het geval is, brengen bouwwerkzaamheden onaangename verrassingen met zich mee. Toen de bouw van het Palais Garnier in 1861 begon, ontdekte Charles Garnier dat het terrein waarop de Opéra Garnier gebouwd zou worden drassig was. Het gebouw werd ook bedreigd door waterinfiltratie. Dus kwam de architect op het idee om een grote kunstmatige tank van 25 bij 50 meter te ontwerpen, omgeven door gewelven en volledig waterdicht. Het doel was eenvoudig: het water kanaliseren en de funderingen van het weelderige gebouw in stand houden. Hoe mysterieus het ook is, dit kunstmatige meer - of eigenlijk tank gevuld met water - gelegen in de ondergrondse gangen van de Opéra fascineert de meest nieuwsgierigen. Helaas is het niet toegankelijk voor publiek. 


Foto’s © Google Arts








Het is dus onmogelijk om het met eigen ogen te bewonderen. Alleen de Parijse brandweer mag het gebruiken om er van tijd tot tijd trainen. Er wordt ook gezegd dat de tank wordt gebruikt als reservoir in het geval van brand. Het is echter mogelijk om het virtueel te bezoeken dankzij het Google Arts and Culture platform waar ik bovenstaande foto’s van heb geplukt. 

Zoals ik al eerder vermelde is een bezoek aan de Opéra Garnier een ‘must see’. Maar ook vooraf reserveren is een must. Klik hier om je bezoek vooraf te reserveren.


vrijdag 2 januari 2026

NOSTALGIE; DE UITHANGBORDEN VAN PARIJS

 

We kennen Parijs als de lichtstad. Lodewijk XIV begon met lantaarns met kaarslicht; later kwamen gaslampen. De introductie van elektrische verlichting tijdens de Wereld-tentoonstelling van 1889 versterkte deze bijnaam nog verder. Wist je dat de Fransman Georges Claude in 1910 de allereerste vorm van neon uitvond? Het eerste apparaat werd geïnstalleerd op een van de gebouwen aan de Boulevard Haussmann, waardoor Parijs de geboorteplaats van deze uitvinding werd. 

Nu is deze vorm van herkenning van winkelnering ondenkbaar maar ook vaak zeer storend in het Parijse straatbeeld. Wist je dat toen Jacques Chirac nog burgemeester was van Parijs (1977-1995) hij de opdracht gaf dat alle neonreclames op de Champs Élysées alleen maar wit mochten zijn? Zo  zette hij zich in voor de esthetiek van de stad.

Maar wandelend door Parijs ontdek je ook nog oude winkelborden, poëtische overblijfselen van verdwenen bedrijven. Op de muren herinneren eerbiedwaardige uithangborden met vervaagde gravures en vervaagde motieven aan bedrijven die inmiddels verdwenen zijn. Het oudste, dat een herberg in het Quartier Latin markeert, dateert uit de 14e eeuw. Het werd verwijderd en vervangen door een replica van het origineel, die nu bewaard wordt in het Musée Carnavalet in de Marais . Het museum toont talloze voorbeelden in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte, de Georges Cain-galerie, ook wel bekend als de Uithangbordenzaal. Daar zag ik prachtige voorbeelden en vanaf dat moment fotografeer ik elk uithangbord wat ik tegenkom tijdens mijn wandelingen door de Franse hoofdstad.


Musée Carnavalet in de Marais. De Georges Cain-galerie, ook wel bekend als de Uithangbordenzaal

In middeleeuws Parijs maakte het ontbreken van huisnummers borden essentieel voor de identificatie van huizen. Vanaf 1200 werden deze in steen gegraveerd op de gevels van winkels en huizen. Gebeeldhouwde bas-reliëfs gaven de verschillende gilden aan. Dankzij deze symbolen konden ongeletterden bedrijven herkennen. Later sierden schilderachtige uithangborden de Parijse winkels en gaven de straten van de stad hun kenmerkende karakter. 




Wat een amusant gezicht moet het zijn geweest om die smalle, kronkelende straatjes van weleer te zien, met al die grote uithangborden die aan lange ijzeren palen bungelden.  Een rage was geboren want iedereen wilde een bord dat groter was dan dat van de buren. En al die gigantische symbolen die voor huizen bungelden, opgehangen aan lange palen, hadden zo ook hun nadelen. Bij harde wind dreigde het bord en de paal voorbijgangers op straat te verpletteren. Als de wind waaide, kraakten, botsten en rammelden al deze borden tegen elkaar, waardoor een klaaglijk en dissonant geluid ontstond. Bovendien wierpen ze 's nachts brede schaduwen die de zwakke gloed van lantaarns doofden. Zozeer zelfs dat de luitenant van politie, Antoine de Sartine, in de 18e eeuw besloot een einde te maken aan deze overdaad. Bij verordening uit 1766 beval hij de verwijdering van deze dreigende palen en bepaalde hij dat reclameborden voortaan als panelen aan de muren bevestigd zouden worden, afgedicht met pleister en aan de boven- en onderkant vastgezet. Het pittoreske aspect ging verloren, maar de veiligheid van voorbijgangers verbeterde.  Maar de huizen waren nog steeds niet genummerd. Een verordening uit 1768 had deze nummering weliswaar voorgeschreven, maar de inwoners negeerden die grotendeels; en pas aan het einde van de 18e eeuw werden de huizen in de belangrijkste straten van de hoofdstad officieel genummerd.



 

Het beste advies dat ik jou als nieuwsgierige flaneur, die de hoofdstad wil verkennen, kan geven? Kijk omhoog! Natuurlijk kijk je vaak recht vooruit om je een weg te banen door de menigte, of zelfs naar de grond om hondenpoep te vermijden. Maar zo mis je juweeltjes, zoals prachtige oude winkelborden. Maar geen zorgen, ik neem je mee om de mooiste te ontdekken, met hier en daar wat uitleg om je te helpen de betekenis ervan te begrijpen. Soms weet ik nog precies waar ik ze fotografeerde maar vaak ook niet.



 

Een veelkleurige sculptuur is te zien in de Rue Lescot 9, en toont een traditionele bijenkorf van stro. Het is gemonteerd op beugels en met discrete bouten bevestigd aan de hoek van een klassiek, met natuursteen opgetrokken appartementencomplex uit circa 1850. Het markeert de voormalige winkel van een honinghandelaar. Deze delicatessenwinkel aan de rand van Les Halles, de "buik van Parijs", behoorde tot het grote gilde van voedselhandelaren, waarvan de bedrijven zich concentreerden rond de groothandel in verse producten. Bronnen suggereren dat het dateert uit het einde van de 19e eeuw of het begin van de jaren 1920. Het heeft de tand des tijds doorstaan en draagt de nostalgische herinnering aan het oude Parijs met zich mee. Het uithangbord en de gevel werden bij decreet van 23 mei 1984 tot historische monumenten verklaard.



Rue Lescot 9

 

In het Musée Carnavalet, het historisch museum van Parijs zijn diverse uithangborden te vinden die herinneren aan het controversiële koloniale verleden van Frankrijk. Zoals "A la tête noire" (Bij de Zwarte Kop), een bord van een wijnhandelaar op nummer 187, aan rue du Faubourg-Saint-Antoine. 

 


Maar niet alleen in het museum maar ook op de gevel op nummer 10-12 van de rue des Petits Carreaux in het 2e arrondissement. Het bord "Au Planteur" (Bij de planter) wijst op de aanwezigheid van een voormalige koffiehandelaar, gevestigd rond 1890. Aan de buitengevel op de 1e verdieping bevindt zich een keramisch paneel met een tafereel dat, op zijn zachtst gezegd, verontrustend is, zelfs voor onze hedendaagse opvattingen, en bij gebrek aan een verklarend opschrift ronduit schandalig. Verfresten getuigen van de woede die dit vaak vernielde bord oproept. In het tropische landschap van een koffieplantage serveert een zwarte man, gekleed in een eenvoudige gestreepte broek, op blote voeten en met ontbloot bovenlijf, met slavenarmbanden om zijn bovenarmen en onderarmen, een kop koffie aan een witte man die op jutezakken zit, gekleed in een wit pak en een elegante hoed, met een pijp in zijn hand. De directe, onopvallende weergave van de omstandigheden waaronder de plantages werden uitgebuit, roept ethische vragen op. Het roept de herinnering aan slavernij en kolonialisme op. Echter binnen zijn historische context, zou het bord, dat bij decreet van 23 mei 1984 tot historisch monument is verklaard, een instrument voor educatieve doeleinden kunnen worden.



De gevel op nummer 10-12 van de rue des Petits Carreaux in het 2e arrondissement
 

De rue des petits Carreaux gaat over in de rue Montorgeuil. Eeuwenlang was dit de straat waarlangs de visaanvoer plaatsvond vanuit Normandië. Hier zaten de groothandels voor vis en oesters en deze handelaren zorgden dan weer voor verdere verdeling op de markt. 




Aan het begin van de 19e eeuw werd dit de straat van de lekkerbekken. Op nummer 38 was de wijnhandel van een zekere Bourreau gevestigd, tot deze samen met de restauranthouder Mignard l’Escargot d’Or opende, dat als motto had: ‘Wijnen, slakken en restaurant’. Het restaurant richtte zich niet op een exclusief publiek, want escargots in een straat vol oesters werden in die tijd ook wel de oesters van de armen genoemd. In 1890 nam een zekere Lecomte, wiens naam nog altijd op de voorgevel prijkt, de zaak over en hij zette ook oesters weer op de kaart.



L’Escargot Montorgeuil werd al snel een van de populairste restaurants in de buurt van de Hallen. Het gehele pand staat onder monumentenzorg en is duidelijk herkenbaar aan de gouden slak boven op de luifel bij de ingang van het restaurant.



 

Een stukje verder, herkenbaar aan dit uithangbord, zit Stohrer, de oudste nog bestaande Parijse patisserie. en serveert al sinds 1730 heerlijke creaties. Dit instituut is gevestigd op nummer 51 Als je door de deur van Stohrer loopt, kom je binnen op een plek vol geschiedenis opgericht door Nicolas Stohrer, de patissier van koning Lodewijk XV,



 1884: Geschiedenis van Parijse uithangborden door Édouard Fournier

In de 19e eeuw werden er bijna een dozijn boeken gepubliceerd over Parijse winkelreclames. Voor de flaneur, de toerist vormden deze reclames een vorm van vermaak op zich. De meest bekende was Édouard Fournier, een veelzijdige Franse schrijver, toneelstukschrijver en historicus. Hij schreef talloze werken over de geschiedenis van Parijs, zoals: 

1851: De geschiedenis van herbergen, cabarets, gemeubileerde hotels, restaurants en cafés, en van de oude gemeenschappen en gilden van herbergiers, wijnhandelaren, restaurateurs, limonademakers, enz. 

1852: Geschiedenis van de boekdrukkunst en de kunsten en beroepen die verband houden met typografie, inclusief de geschiedenis van de oude gilden en broederschappen vanaf hun oprichting tot hun opheffing in 1789 

1854: De lantaarns. Geschiedenis van de oude verlichting van Parijs 

1860: Raadsels van de straten van Parijs

1864: Kronieken en legendes van de straten van Parijs 

1884: Geschiedenis van Parijse uithangborden 

De meest voorkomende uithangborgen in Parijs zijn de verlichte groene kruisen als aanduiding van een farmacie en zorgen, net als eeuwen geleden, voor onmiddelijke herkenning in het straatbeeld. Deze foto gemaakt in de rue Montorgeuil is een prachtig voorbeeld van oud en nieuw.



 

Het 19e-eeuwse uithangbord "Au Vieux Chêne" (De Oude Eik), dat zich op de eerste verdieping van rue Mouffetard nummer 69 bevond, verdween in 2008. Het is vervangen door een grove kopie, want het fijn bewerkte houten origineel is nog steeds zoek. Men vermoedt dat het is vernield tijdens een onhandige manoeuvre van een bezorgwagen, of mogelijk beschadigd en vervolgens vervangen tijdens een ingrijpende renovatie. Het origineel, ooit vastgelegd op een foto uit 1911 van Eugène Atget, toont de elegantie van de gegraveerde lijnen en het verfijnde ontwerp van de takken, bladeren en eikels. In 1908 ook nog eens vastgelegd in een gravure door Jean Jules Dufour. De huidige reproductie in hars slaagt er helaas niet in deze delicate details weer te geven.



"Au Vieux Chêne" (De Oude Eik) 


De huidige gevelversiering aan de rue Mouffetard nummer 69

 

Een keramische tegel tableau uit de belle époque ‘Au Beau Cygne’ (bij de mooie zwaan) herdenkt een verdwenen zaak op de hoek van de rue Saint-Denis en de rue du Cygne in het 1e arrondissement. Herberg, restaurant, winkel? De archieven geven geen verdere informatie. Het bord, bevestigd aan de gevel van een 18e-eeuws gebouw, dateert van ongeveer het einde van de 19e eeuw. Met zijn sierlijke houten lijst toont het een landelijke scène, geschilderd op aardewerken tegels. Hoewel het bij decreet van 23 mei 1984 is aangewezen als historisch monument, is de bouwvallige staat van deze typisch Parijse curiositeit duidelijk zichtbaar. Restauratie lijkt dringend noodzakelijk om de zwaan te behouden, of op zijn minst een geschikte bewaarplaats te creëren voor de conservering ervan.


De hoek van de rue Saint-Denis en de rue du Cygne



 

Een verordening uit 1567 vereiste dat degenen die een vergunning wilden verkrijgen om een herberg te exploiteren, de griffier van de rechtbank moesten voorzien van hun namen, achternamen, adressen èn uithangborden. Een edict van Hendrik III in maart 1577 beval herbergiers zelfs om een uithangbord op de meest zichtbare plaats in hun pand te plaatsen, zodat niemand, zelfs de ongeletterde, zich op onwetendheid kon beroepen. Maar onder Lodewijk XIV werd het uithangbord optioneel. De praktijk verdween daardoor echter niet. In Parijs vind je bij diverse hotels nog steeds uithangborden.

 


Een historische winkel voor ongediertebestrijding. Vlak naast de uitgang rue des Halles van metrostation Châtelet bevindt zich een winkel die Pixar-fans wellicht bekend voorkomt. Julien Arouze & Co. is een ongediertebestrijdingsbedrijf dat niet alleen beroemd is vanwege de rol die het speelde in de film Ratatouille, maar ook vanwege de eeuwenoude geconserveerde rattenlichamen die in de etalage hangen. Een klassieke Parijse winkelgevel geeft de zaak een uniek historisch karakter. Julien Aurouze & Co. bestaat al sinds de 19e eeuw – de winkel opende voor het eerst zijn deuren in 1872 en is sindsdien onafgebroken open.

 


La Brigitte een uitzonderlijke opticien in Parijs sinds 1923, opgericht in 1923 in Parijs door Gérard-Charles Roosen. Gelegen in de rue du Bac, tussen het Musée d'Orsay en het Musée Rodin, in het hart van het 7e arrondissement van Parijs, is La Maison een uitzonderlijke plek waar Franse ambachtelijke traditie en geavanceerde optische technologieën samenkomen. Specialist in ronde brillen veelal ontworpen voor een veeleisende clientèle van kunstenaars, schrijvers, antiquairs en estheten. Elk model wordt ontworpen in Parijs en vervolgens vervaardigd in de Jura-regio in Frankrijk.



 

Wat sommigen beschouwen als een van de mooiste brasserieën van Parijs, verdiende dit restaurant, in de rue de la Bastille 5-7, een bijpassend uithangbord! En die belofte wordt waargemaakt met dit prachtige smeedijzeren uithangbord, rijk aan verwijzingen naar de Elzas, de regio waar enkele van de specialiteiten van het huis vandaan komen. Een ooievaar siert de bovenkant, omringd door figuren in traditionele klederdracht. Het restaurant is al sinds 1864 een begrip in de Marais  mede dankzij de ligging vlakbij de Place des Vosges.

 


Een van de mooiste winkelborden van Parijs is ongetwijfeld dat van Stern, een graveerwerkplaats die in 1849 werd geopend in de Passage des Panoramas en nu plaatsmaakt voor een nogal ongebruikelijk café. Als je ook hier de tijd neemt om omhoog te kijken, zie je een grote "S" met daarin een leeuw die op zijn achterpoten staat . De leeuw, symbool van trots en kracht, houdt in zijn poten een wapenschild vast met de initialen MS; ‘Maison Stern’, en ernaast zie je graveergereedschap en harnassen. De graveur, die twee gouden medailles won op wereldtentoonstellingen, aarzelde zeker niet om dit te vermelden. Op nummer 47 in de Passage des Panoramas in het 2e arrondissement.



 

Tegen de stadsmuren van Filips August, aan de rue monsieur Le Prince 41, liggen de wijnkelders van André Maillet, eigenaar van les Caves Polidor en restaurant Polidor. De voorgevel uit 1900, toen het bord Crèmerie Restaurant Polidor tegen de muur werd gespijkerd, is sinds die tijd niet meer veranderd. De schrijver Paul Verlaine begon hier zijn relatie met de 17-jarige Arthur Rimbaud. Maar ook James Joyce en Ernest Hemingway waren vaste klant. 

Verder nog een aantal foto’s waarvan ik de locaties niet meer weet, maar bij het zien van het uithangbord kun je zien welk beroep hier wordt uitgeoefend.