Op 26 juli 2024, tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen, werd de Seine omgetoverd tot een openluchtpodium, tot grote vreugde van heel Parijs, Frankrijk en de rest van de wereld. De atletenparade, die zich over meer dan 6 kilometer uitstrekte, in combinatie met artistieke optredens bedacht door Thomas Jolly, artistiek directeur van de openingsceremonie van de Spelen van Parijs 2024, toonde het rijke erfgoed van de stad. 326.000 toeschouwers waren getuige van deze gedenkwaardige ceremonie aan de oevers van de Seine, en miljarden anderen keken mee via hun televisieschermen.
Wie herinnert het zich niet; het absolute kippenvel moment
toen de mezzo-sopraan Axelle Saint-Cirel ‘La Marseillaise’ zong vanaf het dak
van het Grand Palais, begeleid door het Orchestre National de France, de
Maîtrise de Radio France en het Chœur de Radio France. Een spectaculair beeld. Het
publiek langs de Seine en heel Frankrijk zong spontaan mee waardoor het een
krachtig, verbindend moment werd. En juist tijdens dit moment – getiteld
‘Sorority’ – verrezen 10 monumentale gouden vrouwenbeelden, van bijna 4 meter
hoog, vanuit hun sokkels nabij de Pont Alexandre III.
Axelle
Saint-Cirel voerde een "Marseillaise van verzoening" uit op het dak
van het Grand Palais in Parijs tijdens de openingsceremonie van de Olympische
Spelen - Foto © • Yoan Valat / EPA Frankrijk Parijs 2024 Olympische Spelen
Voor het eerst in de geschiedenis van de Olympische Spelen, brachten revolutionaire en gedurfde ideeën, atleten en honderdduizenden toeschouwers samen buiten een stadion, in het hart van een uitzonderlijke omgeving: Parijs, de Seine en de monumenten. De openingsceremonie ontroerde ons diep, maar wie waren deze ‘beroemde’ vrouwen en wat is er uiteindelijk met de beelden gebeurd?
Sinds het einde van de Spelen klonk er een luide roep om deze "gouden vrouwen" permanent in de openbare ruimte van Parijs te plaatsen, waar 86% van de beelden (260 van de 300) mannelijke figuren voorstellen. Direct na hun opvallende verschijning werden de beelden ten toon gesteld in de Assemblee Nationale (de Franse tweede Kamer) – van 23 september tot 5 oktober 2024 – waar ze tijdens de Erfgoeddagen bewonderd konden worden. De aanwezigheid van de Parijse burgemeester, Anne hidalgo, diende als voorbode voor de uiteindelijke plaatsing van deze tien gouden beelden die vrouwen voorstellen die de Franse geschiedenis hebben gevormd op het gebied van wetenschap, kunst, literatuur, politiek of sport.
Christine de Pizan
Uiteindelijk kregen ze op 26 juli 2025 een permanente plek
in de rue de la Chapelle (18e arrondissement), tussen metrostation Marx Dormoy
(lijn 12) en Porte de la Chapelle (lijn 12 & tramlijn T3b), in het hart van
de nieuwe Olympische en Metropolitaine as. In het gebied dat speciaal voor de
spelen een metamorfose heeft ondergaan. Omgetoverd tot een brede promenade
profiteert het nu van dezelfde voorzieningen als de belangrijkste lanen van de
hoofdstad, met fietspaden, minder ruimte voor auto’s, groene zones en nieuwe
straatverlichting. De straat leidt naar de Adidas Arena. Het nieuwe stadion dat
plaats biedt aan 8.000 zitplaatsen en waar de badminton-, ritmische
gymnastiek-, parabadminton- en para-gewichtheffen wedstrijden plaatsvonden
tijdens de Olympische en Paralympische Spelen van Parijs 2024. De beelden, nu
een integraal onderdeel van het visuele en symbolische erfgoed van de
hoofdstad, staan langs de rue de la Chapelle in de openbare ruimte en zijn 24
uur per dag gratis te bezichtigen.
Maar wie zijn de tien vrouwen die in het zonnetje zijn
gezet? Zij belichamen de herontdekking van lang vergeten vrouwelijke figuren en
versterken de waarden van gelijkheid en diversiteit die zo belangrijk waren
voor de ‘Jeux Olympique’ 2024.
Onze wandeling begint aan de linkerzijde van de rue de la
Chapelle (kijkrichting de Adidas Arena). Het eerste beeld is dat van Christine
de Pizan (1364-1431), pionier van de vrouwenliteratuur. Als filosofe en
dichteres schreef ze onder andere: ‘Livre de la Cité des Dames’ (het boek van de
Stad der Vrouwen) haar beroemdste werk. Hierin beschrijft ze de bijdragen van
gevierde vrouwelijke figuren aan de samenleving en cultuur van die tijd, en
schetst ze zelfs een stad die uitsluitend door vrouwen is gebouwd en bewoond.
Na de verovering van Parijs door de Bourgondiërs in 1418 zocht ze haar
toevlucht in een abdij, waar ze in 1430 overleed, zonder ooit te zijn gestopt
met schrijven.
Louise Michel (1830-1905) was een
schoollerares, schrijfster, anarchiste en feministische activiste. Vanaf
september 1870, tijdens de eerste dagen van het Pruisische beleg van Parijs,
nam ze deel aan de verdediging van de hoofdstad; na de wapenstilstand, die ze
als verraad beschouwde, bleef ze aan de frontlinie van de opstandelingen in
Montmartre. Ook was ze een belangrijke figuur in de Commune van Parijs, die op
28 maart 1871 werd uitgeroepen, diende als ambulancechauffeur en strijdster op
de barricades. Na haar deportatie naar Nieuw-Caledonië zette ze haar strijd
voort door zich te verzetten tegen het Franse koloniale beleid. In
juli 1880 maakte de amnestie voor de Communards een triomfantelijke terugkeer
naar Parijs mogelijk. Als gerespecteerd figuur hervatte Louise Michel haar
activisme en verdedigde ze onvermoeibaar de belangen van vrouwen, arbeiders en
gekoloniseerde volkeren tot aan haar dood op 9 januari 1905.
Simone Veil (1927-2017) was een
politica en rechter. Veil werd in 1944 op 16-jarige leeftijd in Nice
gearresteerd en vervolgens gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Auschwitz
en Bergen-Belsen. Ze is een overlevende van de Holocaust. Haar ouders en broer
keerden nooit terug. Na de oorlog begon ze rechten te studeren en slaagde ze
voor het toelatingsexamen voor de rechterlijke macht. Daarna bouwde ze een
schitterende carrière op bij het Ministerie van Justitie. In 1974 werd ze
benoemd tot minister van Volksgezondheid onder het voorzitterschap van Valéry
Giscard d'Estaing. Daar zette ze zich in voor de wet die de vergoeding van de
anticonceptiepil mogelijk maakte en de toegang ertoe voor minderjarigen
vergemakkelijkte. Op 26 november 1974 diende ze het wetsvoorstel tot
decriminalisering van abortus in bij de Assemblee Nationale, wat een cruciale
rol speelde in de legalisering van abortus in Frankrijk. Ze was ook een
voorvechter van Europese integratie. Ze overleed in 2017 en werd in 2018 de
vijfde vrouw die in het Panthéon werd bijgezet.
Alice Guy (1873-1968) was de eerste vrouwelijke filmregisseur, scenarioschrijver en producent. Zij wordt beschouwd als een pionier van de cinema met haar speelfilm ‘The Cabbage Fairy’ / ‘La Fée aux Choux’ uitgebracht in 1896. In 1906 regisseerde ze een korte film getiteld ‘The Results of Feminism’, waarin ze de omgekeerde organisatie van het huishouden liet zien. Ze overleed in de Verenigde Staten, waar ze werkzaam was bij het bedrijf van Léon Gaumont.
Olympe de Gouges (1748-1793) Schrijfster en politicus. Vestigde zich in 1773 in Parijs. Daar nam ze de naam Olympe de Gouges aan, richtte een theatergezelschap op en schreef haar eerste toneelstukken. In 1791, tijdens de Franse Revolutie, schreef ze de Verklaring van de Rechten van de Vrouw en van de Vrouwelijke Burger. Ze voerde campagne voor de afschaffing van de slavernij en werd in 1793, zonder proces berecht en vervolgens geguillotineerd op de place de la Concorde.
We gaan verder aan de overzijde van de rue de la Chapelle
met het standbeeld van Alice Milliat (1884-1957) Franse zwemster,
hockeyspeelster en roeister. In 1922 organiseerde ze de eerste Wereldspelen
voor vrouwen. De Wereldspelen voor vrouwen werden gevolgd door andere edities,
die om de vier jaar werden gehouden tot 1934. Deze successen droegen bij aan de
opname van atletiekwedstrijden voor vrouwen in de Olympische Spelen van 1928 in
Amsterdam. Dankzij haar inzet nam het aantal disciplines dat openstond voor
vrouwen op de Olympische Spelen aanzienlijk toe. Geconfronteerd met de opkomst
van het fascisme in Europa, dat de rechten van vrouwen verder beperkte, zag ze
zich in 1935 gedwongen zich terug te trekken uit de bestuursorganen van de
vrouwensportbeweging. Ze stierf in 1957 in Parijs in de vergetelheid.
Gisèle Halimi (1927-2020) was een
advocate, activiste en politieke figuur
die zich inzette voor de verdediging van vrouwenrechten en de strijd
tegen oorlogsmisdaden en kolonialisme. Ze speelde een belangrijke rol in
maatschappelijke vooruitgang, zoals de legalisering van abortus en de
classificatie van verkrachting als misdrijf.
Simone de Beauvoir
(1908-1986) was een filosofe en schrijfster, een vooraanstaande figuur in de
strijd voor gendergelijkheid en tegen alle vormen van onrecht. geboren in een
katholiek burgerlijk gezin, studeerde aan de Sorbonne. Daar ontmoette ze
Jean-Paul Sartre. Op slechts 21-jarige leeftijd behaalde ze met vlag en wimpel
haar ‘agrégation’ in de filosofie en gaf ze een paar jaar les voordat ze zich
volledig wijdde aan het schrijven van romans en essays. In 1945 richtte ze
samen met Jean-Paul Sartre en Maurice Merleau-Ponty het tijdschrift ‘Les Temps
modernes’ op, waar de existentialistische stroming wortel schoot. Ze zette haar
persoonlijke werk voort, dat in 1954 werd bekroond met de Prix Goncourt. Haar
essay *Het tweede geslacht*, gepubliceerd in 1949, betekende een keerpunt in de
geschiedenis van het feminisme en verwierf wereldwijde bekendheid. Tot haar
dood in 1986, zes jaar na die van Sartre, droeg ze bij aan ‘Les Temps Modernes’
en zette ze haar pleidooi voor vrouwenrechten voort als redacteur van het
tijdschrift ‘Nouvelles Questions Féministes’.
Paulette Nardal
(1896-1985) was een intellectueel, journalist en schrijfster. Als pionier van
het zwarte feminisme was zij ook de eerste zwarte vrouw die aan de Sorbonne
studeerde. In 1931 was zij medeoprichter van
‘La Revue du monde noir’. Ze raakte in 1939 ernstig gewond toen het
schip dat haar terugbracht van een verblijf in Martinique werd getorpedeerd. Ze
vestigde zich in 1940 in Martinique en gaf er Engelse les. Haar activisme bleef
ze echter koesteren: ze richtte een Martinikaanse feministische vereniging en
krant op om vrouwen te mobiliseren die in 1945 stemrecht hadden gekregen. Eind
jaren veertig werkte ze enkele maanden als vertegenwoordiger van de Franse
Antillen bij de Verenigde Naties. Vervolgens richtte ze een koor op en wijdde
ze zich aan de verspreiding van negrospirituals in Martinique. Pas aan het
einde van haar leven werd haar bijdrage aan de opkomst van het zwarte
bewustzijn erkend.
Jeanne Barret (1740-1807) was een ontdekkingsreizigster en botaniste. Vermomd als man (vrouwen mochten niet aan boord) tijdens de expeditie van Bougainville naar de Stille Oceaan, staat ze bekend als de eerste vrouw die van 1766 tot 1769 de wereld rondreisde. Ze leverde een belangrijke bijdrage aan het verzamelen en identificeren van talloze plantensoorten. Haar verdiensten en bijdrage aan de wetenschap werden erkend met een beurs van Koning Lodewijk XVI in 1785.
De bijna 4 meter hoge beelden zijn niet van brons, maar gemaakt van polymeerhars verhard met glasvezel. Ze zijn ontworpen door Paname 2024 en 3D-geprint door CMDS Factory in Pas-de-Calais, in samenwerking met het bedrijf Marie 3D in Sartrouville. De beelden vormen een verrijking voor de buurt maar verdienen mijns inziens een meer eervolle plaats dan aan de rand van de stad. Bijvoorbeeld aan de Champs Élysées, in het park tussen de avenue de Marigny en de place de la Concorde met op de achtergrond de tuinen van het presidentieel paleis; het Palais de l’Élysée.









Geen opmerkingen:
Een reactie posten